02. Ontwerpbegroting 2024 Holland Rijnland.pdf
Tekst van het document
Begroting 2024 Concept voor gemeenten 5 april 2023
1
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ............................................................................................................ 2 Inleiding........................................................................................................................ 4 1
2
3
Algemene financiële beschouwingen .................................................................. 7 1.1
Inwonersbijdrage.......................................................................................... 7
1.2
Begrotingswijzigingen .................................................................................. 8
Programma Strategie en Beleid......................................................................... 11 2.1
Regionale Investeringsagenda .................................................................. 11
2.2
Toekomstverkenningen ............................................................................. 13
2.2.1
Openbaar Vervoersvisie ........................................................................ 13
2.2.2
Economische visie ................................................................................. 14
2.2.3
Energie................................................................................................... 15
2.2.4
Groenprogramma 2.0 ............................................................................ 16
2.3
Projecten .................................................................................................... 17
2.3.1
Doorfietsroutes....................................................................................... 17
2.3.2
Regiodeal Greenports ............................................................................ 17
2.3.3
Kantoren- en bedrijventerreinenstrategie .............................................. 18
2.4
Fondsen en subsidies ................................................................................ 19
2.4.1
Regionaal Investeringsfonds ................................................................. 19
2.4.2
Cofinancieringsfonds ............................................................................. 21
2.4.3
LEADER................................................................................................. 21
2.4.4
Provinciale subsidieregeling mobiliteit ................................................... 22
2.5
Regionaal beleid en monitoring ................................................................. 22
2.5.1
Wonen.................................................................................................... 22
2.5.2
OV-concessies ....................................................................................... 24
2.5.3
Schiphol ................................................................................................. 24
2.5.4
Kantorenmonitor .................................................................................... 24
2.5.5
Arbeidsmarktparticipatie ........................................................................ 25
2.5.6
Huisvesting asielzoekers ....................................................................... 25
2.6
Wat mag het kosten? ................................................................................. 26
Regionale Uitvoering ......................................................................................... 28 3.1
Regionaal Bureau Leerrecht ...................................................................... 28
3.2
Team woonurgenties ................................................................................. 29
3.3
Team Regiotaxi .......................................................................................... 29 2
3.4 4
5
6
Wat mag het kosten? ................................................................................. 30
Bedrijfsvoering ................................................................................................... 31 4.1
Overhead ................................................................................................... 31
4.2
Algemene dekkingsmiddelen ..................................................................... 32
Begroting Paragrafen......................................................................................... 33 5.1
Lokale heffingen......................................................................................... 33
5.2
Risicoparagraaf .......................................................................................... 33
5.3
Financiële kengetallen ............................................................................... 35
5.4
Financiering ............................................................................................... 36
5.5
Bedrijfsvoering ........................................................................................... 37
5.6
Wet open overheid ..................................................................................... 39
5.7
Wet gemeenschappelijke regelingen ......................................................... 39
Financiële Begroting .......................................................................................... 41 6.1
Meerjarenbegroting 2023 – 2027............................................................... 41
6.2
Incidentele lasten en baten ........................................................................ 41
6.3
Geprognosticeerde balans......................................................................... 42
6.4
Staat van reserves ..................................................................................... 43
6.5
Taakvelden ................................................................................................ 43
Besluit ........................................................................................................................ 44 Bijlagen ...................................................................................................................... 45 Bijlage I
Btw-compensatiefonds ...................................................................... 45
3
Inleiding Samen zijn wij Hollland Rijnland Holland Rijnland is een aantrekkelijke regio om te wonen, te werken en te recreëren. En dat is niet voor niets: de dertien gemeenten in de regio hebben veel te bieden. Zo geven Leiden, Noordwijk en Katwijk onderdak aan topsectoren als health sciences, sensorgerelateerde technologieën en ruimtevaart op het Leiden Bio Science Park, Unmanned Valley en de NL Space Campus. In de regio bevinden zich mondiaal opererende bedrijven, waaronder AkzoNobel in Teylingen, Zeeman in Alphen aan den Rijn en Heineken in Zoeterwoude. De regio is dan ook een aantrekkelijke vestigingsplaats voor uiteenlopende sectoren. De combinatie van groen en de Hollandse Plassen in de sterk verstedelijkte Randstad is uniek. Waardevolle natuur en cultuurhistorische locaties, zoals het landgoed Duivenvoorde in Voorschoten en het plassengebied in onder meer Nieuwkoop en Kaag en Braassem, liggen naast agrarische gebieden en de kust. Economisch sterke steden gaan hier samen met attractieve dorpen zoals Hillegom en Leiderdorp. Toeristische trekpleisters kent de regio ook. Zo trekken de Keukenhof in Lisse en Corpus in Oegstgeest jaarlijks 2,5 miljoen bezoekers. De strategische ligging ten opzichte van luchthaven Schiphol en steden als Amsterdam, Den Haag en Rotterdam dragen verder bij aan de aantrekkingskracht van de regio.
Samenwerken aan regionale opgaven vraagt inzet vanuit de organisatie Holland Rijnland én vanuit de dertien gemeenten. Het werk dat wij doen is van, voor en door de gemeenten. Samen geven we invulling aan onze ambities en zorgen we dat Holland Rijnland een bloeiende regio blijft waar het fijn is om te wonen, te werken en te recreëren. Hierbij bieden wij, het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland, u de begroting aan voor het jaar 2024. Deze begroting volgt op de Kaderbrief 2024, die is besproken en vastgesteld tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur van 21 december 2022. In deze begroting zetten wij uiteen welke activiteiten we in 2024 uitvoeren om de ambities te realiseren die we in de regio met elkaar hebben vastgesteld. Waar komen we vandaan? In de zomer van 2021 kwamen we met de dertien gemeenten tot een eerste, strategische richting. In de Regionale Omgevingsagenda (ROA), de Regionale Strategie Mobiliteit (RSM) en de Regionale Energiestrategie (RES) zetten we een stip op de horizon waar we als regio naartoe willen. Stap voor stap worden we steeds concreter in wat er nodig is om deze ambities te kunnen realiseren. We kiezen voor grootschalige verstedelijking in de regio op de as van Katwijk via Leiden naar Alphen aan den Rijn, de zogenoemde ‘Stedelijke As’. Zo sparen we het omliggende landschap zoveel mogelijk.
Voor de kleine kernen in de regio moet beperkte groei mogelijk blijven om de leefbaarheid te kunnen waarborgen. Voor mobiliteit kijken we naar slimmere, snellere en andere mobiliteit. Voor wat betreft energievoorzieningen willen we in 2050 een energie-neutrale regio zijn. Vanuit deze ambities, vond verdere uitwerking en concretisering plaats in het werkprogramma ‘Holland Rijnland 2022-2026’. Op 21 december 2022 werd dit werkprogramma vastgesteld door het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland. Deze vaststelling volgde op een uitgebreide zienswijzeperiode en vele gesprekken met raadsleden, 4
bestuurders, ambtenaren en andere belanghebbenden. In deze eerste vertaalslag van ‘strategie’ richting ‘uitvoering’ lukte het ons om concreter te worden over het ‘hoe’. Voor het eerst onderschreven we het gebiedsgericht werken. De redenatie hierachter is dat verschillende gebieden in onze regio verschillende uitdagingen kennen, die vragen om een integrale benadering. Vraagstukken in het Groene Hart verschillen van vraagstukken in de Duin- en Bollenstreek. In de Stedelijke As hebben vraagstukken weer een ander karakter. Wat de opgaven gemeen hebben, is dat ze vragen om bovengemeentelijke samenwerking. Waar staan we nu? We krijgen in de regio steeds scherper voor ogen waarvoor we ons gezamenlijk gaan inzetten. Op het moment van het opstellen van deze begroting (begin 2023) werken we toe naar de invulling van de - in het werkprogramma genoemde - gebiedsgerichte programma’s: de Stedelijke As, het Groene Hart en de Duin- en Bollenstreek. Die gebiedsprogramma’s bevatten een overtuigend verhaal over de opgaven. Voor elk programma identificeren we vervolgens de noodzakelijke projecten om de geschetste ontwikkelrichting te realiseren langs de lijnen van de ROA, de RES en de RSM. Zo is voor de verdere ontwikkeling van de Stedelijke As het creëren van werkgelegenheid cruciaal. In de Duin- en Bollenstreek speelt de doorontwikkeling van de Greenport.
Het Groene Hart kampt met vraagstukken rondom de transitie van de agrarische sector. We bundelen de investeringsprojecten in onze Regionale Investeringsagenda (RIA) Holland Rijnland. Hiermee creëren we schaalgrootte en zetten we ons verhaal op de kaart. Welke projecten uiteindelijk onderdeel worden van de RIA, werken we in de eerste helft van 2023 samen uit. Samen vormen we immers Holland Rijnland en bepalen we de prioriteiten voor de komende jaren. De RIA Holland Rijnland vormt een belangrijk middel om onze regio te positioneren richting het Rijk en de provincie. Met de RIA vergroten we de kansen voor cofinanciering vanuit andere bestuurslagen en organiseren we een multiplier op onze eigen middelen. Die middelen zijn nodig voor de aanpak van uitdagingen rondom bijvoorbeeld volkshuisvesting, de transitie van het landelijk gebied en de opwek van duurzame energie. Hoe gerichter wij aangeven wat er nodig is, hoe toegankelijker het wordt voor andere overheden om hier in mee te gaan. Zo pakken we regie op ontwikkelingen in onze regio. Aangezien we nog aan het begin staan van de totstandkoming van de RIA, is het in deze begroting nog niet mogelijk om specifieke projecten te duiden en hier middelen aan te koppelen. Met een verdere uitwerking kan dit concreter worden. Waar nodig, verwerken wij dit in onze planning- en controlcyclus .
Hoewel een groot deel van de toekomstige inzet van Holland Rijnland zich concentreert rondom de gebiedsgerichte programma’s en investeringsprojecten daarin, doen we nu en zullen we dus in de toekomst meer doen dan dat. Ook die activiteiten hebben een plek in deze begroting. 5
Zo gaan we aan de slag met toekomstverkenningen op thema’s die in de hele regio spelen, maar waarop nog geen of onvoldoende strategie is bepaald. Zo beramen we ons op een toekomstvisie voor het openbaar vervoer, op verdere invulling aan de ambities in de RES en op welke activiteiten de ontwikkeling van de regionale economie nodig heeft. Daarnaast kijken we naar de ontwikkeling van een Groenprogramma 2.0. Ook starten we een aantal heel concrete projecten. Eén daarvan is de aanleg van een doorfietsroutenetwerk, waarover inwoners met zo min mogelijk obstakels snel van A naar B kunnen fietsen, over gemeentegrenzen heen. Hetzelfde geldt voor de Regiodeal rondom de drie Greenports (Duin- en Bollenstreek, Aalsmeer en Boskoop) en de kantoren- en bedrijventerreinenstrategie. Als organisatie beheert Holland Rijnland ook een aantal fondsen en subsidies, waarvan de dertien gemeenten al veelvuldig gebruik hebben gemaakt. Gezien de positieve ervaringen, blijven we een aantal van die fondsen en subsidies beheren. Wel beraden we ons op een efficiëntere en toekomstbestendige invulling van de fondsen en de capaciteit die het beheer hiervan vraagt. Daarnaast blijven we in 2024 ook regionaal beleid voeren en monitoren we gemaakte afspraken en ontwikkelingen.
Zo zullen we de afspraken monitoren die gemeenten met elkaar maakten in de Regionale Woonagenda over kwalitatieve en kwantitatieve woningbouw. We zorgen voor goede afspraken met de provincie over het openbaar vervoerspakket (de OV-concessie) en stellen een kantorenmonitor op. Ook de ontwikkelingen rondom het Schipholdossier volgen we op de voet en – indien nodig – acteren we daarop. Daarnaast faciliteren we waar nodig een goede en efficiënte uitvoering van het brede takenpakket van gemeenten in het sociaal domein, door integraal te adviseren over vraagstukken, kennis te delen en regionale beleidsafstemming te ondersteunen. Holland Rijnland voert ook in 2024 een aantal sociaal-maatschappelijke taken uit: het Regionaal Bureau Leerrecht, de Regiotaxi en de Urgentiecommissie Woonruimteverdeling. Het Regionaal Bureau Leerrecht geeft uitvoering aan het beleidsplan 2022-2025 en waarborgt het recht op onderwijs van kinderen en jongeren. Het team woonurgenties draagt zorg voor de rechtvaardige toepassing van de huisvestingsverordening daar waar het gaat om urgentieverklaringen voor de meest kwetsbaren. En we voeren sterk en professioneel contractbeheer voor de regiotaxi, met tevreden reizigers als doelstelling. Waar werken we naartoe? In de volgende hoofdstukken van deze begroting geven we aan waar we naartoe werken.
Dat doen we aan de hand van twee inhoudelijke programma’s en een ondersteunend programma. Dit zijn: 1. Strategie en Beleid 2. Regionale uitvoering 3. Bedrijfsvoering Per programma worden de doelstellingen weergegeven, wat de organisatie Holland Rijnland doet om deze doelstellingen te bereiken en wat dit kost. Het totaaloverzicht is opgenomen in de financiële begroting. 6
1
Algemene financiële beschouwingen
De begroting 2024 is opgesteld overeenkomstig de uitgangspunten uit de Kaderbrief 2024. Deze kaderbrief is vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van 21 december 2022. Voor de indexatie is het advies gevolgd van de werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen van gemeenten in de regio Hollands-Midden. De indexatie voor 2024 bedraagt 6,40% voor loonkosten en 9,00% voor materiële kosten. Het gebruikte gewogen indexcijfer voor 2024 is 7,28%. Op grond hiervan is de maximale reguliere bijdrage van gemeenten vastgesteld op €6.635.845, zijnde de reguliere bijdrage van het voorgaande jaar vermeerderd met de indexatie. 1.1
Inwonersbijdrage
De dertien gemeenten in de regio Holland Rijnland bekostigen de organisatie Holland Rijnland. De gemeentelijke bijdrage wordt berekend aan de hand van het aantal inwoners van de gemeente en de taken die Holland Rijnland uitvoert voor deze gemeente. Het aantal leerlingen is het criterium voor de bijdrage voor de handhaving van de leerplicht. Voor het vaststellen van de bijdrage 2024 is 1 januari 2022 de peildatum voor het inwonertal (bron: CBS) en het aantal leerlingen (bron: landelijke leerlingenbasisadministratie). Door het verschil in taken kan de gemiddelde bijdrage per gemeente verschillen. Enkele gemeenten hebben de taken die Holland Rijnland uitvoert op een andere wijze georganiseerd. Zo zijn de gemeenten Alphen aan den Rijn en Nieuwkoop niet aangesloten bij het Regionaal Bureau Leerrecht Holland Rijnland. In 2024 is de gemiddelde reguliere bijdrage per inwoner €11,51. In 2023 was dat €10,72. Tabel 1.1 toont hoe de totale gemeentelijke bijdrage voor 2024 is opgebouwd. Tabel 2.2 geeft de totale bijdrage per gemeente weer. In de vergadering van 21 december 2022 besloot het Algemeen Bestuur om de bijdrage éénmalig te corrigeren voor de groei van het aantal inwoners. De compensatie leidt tot een extra bijdrage van ruim €39.000.
Tabel 1.1: Totale bijdrage van gemeenten aan Holland Rijnland 2024
7
Tabel 1.2: Bijdrage gemeenten 2024 per gemeente en deelname
1.2
Begrotingswijzigingen
Bij de vaststelling van de Kaderbrief 2024 is de gemeentelijke bijdrage aan Holland Rijnland vastgesteld, maar daarmee ook de omvang van de lasten en de baten. Voorheen was de begroting een technische uitwerking van de kaderbrief en werden begrotingswijzigingen voor het eerst in de tussentijdse rapportage verwerkt. De organisatie moest gezien de vaststelling van de rapportage in oktober van het lopende jaar, de eerste 10 maanden van het jaar altijd met een verouderde begroting werken. In deze begroting zijn de budgetten binnen de gestelde kaders van het Algemeen Bestuur realistisch begroot. Dit houdt voornamelijk in dat de subsidies zoveel mogelijk zijn geactualiseerd. De bijdrage van gemeenten aan Holland Rijnland blijft daarmee onveranderd en gelijk aan de bijdrage zoals vastgesteld ten tijde van de Kaderbrief 2024. De lasten en baten van derden nemen echter met €1,1 mln. toe in omvang. De wijzigingen zijn in onderstaande tabel opgenomen en worden na de tabel toegelicht.
8
Stand
Omschrijving
Lasten
Kadernota 2024 Wijzigingen
Programma 1 Strategie en Beleid 1 Regionale Energie Strategie: Lasten en Rijksinkomsten 2 Cofinancieringsfonds: onttrekking reserve 3 Bijdrage Economic Board Zuid-Holland 4 Leader: actualisatie begroting 5 Regionale subsidieregeling mobiliteit: acutalisatie begroting 6 Actualisatie kosten Projecten
€ €
3.010.602 417.000
€
55.000
€
135.154
Begroting 2024
Programma 1 Strategie en Beleid
€
Kadernota 2024 Wijzigingen
Programma 2 Regionale Uitvoering 7 Leerplichtinghandhaving/RMC: actualisatie begroting 8 Gemeentelijke VSV subsidie 9 Leidse VSV subsidie 10 Woonurgenties: actualisatie begroting 11 Regiotaxi: actualisatie begroting
Begroting 2024
Baten
Saldo
€ € € € € €
-652.987 -417.000 -264.889 -10.000 20.033 42.754
€ € € € € € €
2.357.615 -264.889 45.000 20.033 42.754 135.154
3.617.756
€
-1.282.089
€
2.335.667
€ € € € € €
2.978.198 74.036 200.000 42.307 -18.038 74.391
€ € € € € €
-1.396.035 -73.783 -200.000 -42.560 18.038 -52.442
€ € € € € €
1.582.163 253 -253 21.949
Programma 2 Regionale Uitvoering
€
3.350.894
€
-1.746.783
€
1.604.112
Kadernota 2024 Wijzigingen
Programma 3 Bedrijfsvoering 12 Bijdrage SOZ/Kosten bedrijfsvoering
€ €
2.696.067 150.000
€ €
-6.635.845 -150.000
€ €
-3.939.778 -
Begroting 2024
Programma 3 Bedrijfsvoering
€
2.846.067
€
-6.785.845
€
-3.939.778
Kadernota 2024 Totaal aan wijzigingen
€ €
8.684.867 1.129.850
€ €
-8.684.867 -1.129.850
€ €
-0 -0
Begroting 2024
€
9.814.717
€
-9.814.717
€
0
Tabel 1.3: Begrotingswijzingen per programma Toelichting begrotingswijzigingen 1 Regionale Energie Strategie Voor de uitvoering van de Regionale Energie Strategie worden Rijksinkomsten ontvangen. Met de begrotingswijziging worden de baten en de bijbehorende lasten opgevoerd. 2 Cofinancieringsfonds In het verleden werden beschikte bedragen direct in de lasten genomen. Door aanpassing van de BBV regels (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten) worden de genomen lasten gematcht aan de voortgang van projecten. De onttrekking aan de reserve is ter dekking van de lasten van de projecten die reeds zijn beschikt. De opsomming van de projectkosten is terug te zien in tabel 2.3: Lasten Cofinancieringsfonds 2016-2024. Naast de kosten van de projecten wordt ook de inzet van personeel uit de reserve gedekt. 3 Economic Board Zuid-Holland Holland Rijnland is aangesloten bij de Economic Board Zuid Holland. Deze aansluiting geeft toegang tot het provinciale netwerk en biedt de opening voor samenwerking en cofinanciering van projecten in de regio. Holland Rijnland betaalt €55.000 aan de Economic Board Zuid Holland, waarvan de gemeente Alphen aan den Rijn jaarlijks €10.000 bijdraagt. 4 Leader 5 Regionale subsidieregeling mobiliteit 9
De baten die in het kader van Leader en het Regionaal Platform Verkeersveiligheid vanuit de provincie worden ontvangen, zijn conform de laatste beschikkingen geactualiseerd. 6 Actualisatie kosten projecten Op basis van realisatiecijfers van eerdere jaren zijn de lasten en baten voor de verschillende activiteiten geactualiseerd. 7 Leerplichthandhaving 8 Gemeentelijke VSV subsidie 9 Leidse VSV subsidie Voor de RMC-functie (Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten) en taken voor het VSV-programma (voortijdig school verlaten), ontvangt Holland Rijnland diverse subsidies. Op basis van de ontvangen beschikkingen zijn de baten en lasten geactualiseerd dan wel nieuw opgevoerd. 10 Woonurgenties 11 Regiotaxi Op basis van realisatiecijfers van eerdere jaren zijn de lasten en baten voor de verschillende activiteiten geactualiseerd. 12 Bijdrage SOZ/Kosten bedrijfsvoering Voorheen was Service Organisatie Zorg een onderdeel van de Holland Rijnland organisatie. Per 1 januari 2023 is er een aparte Gemeenschappelijke Regeling operationeel. De dekking die voorheen onderdeel was van de begroting van Holland Rijnland, dient nu apart gefactureerd te worden. De baten worden gebruikt ter dekking van de bedrijfsvoeringskosten waar nu geen dekking voor is.
10
2
Programma Strategie en Beleid
Er spelen vele opgaven in de regio, meer dan ooit moeten we ons bewust zijn van onze gezamenlijke kracht, de wereld om ons heen én moeten we samen blijven optrekken waar dat meerwaarde biedt. Zo blijven we ons ontwikkelen als een sterke en toekomstgerichte regio. Om de samenwerking goed vorm te geven, hebben alle dertien gemeenten naast het Algemeen Bestuur zitting in de volgende regionale commissies: 1. Maatschappij 2. Wonen 3. Economie 4. Ruimte 5. Duurzaamheid, Energie & Groen 6. Mobiliteit 7. Bestuur & Middelen Iedere bestuurlijke commissie van advies wordt voorgezeten door een lid van het Dagelijks Bestuur. In elke commissie neemt per gemeente ook één portefeuillehouder deel. Door verschillende thema’s in de commissies te verbinden, waarborgen we de integraliteit tussen verschillende portefeuilles. We streven er daarbij naar ruimte te creëren en mogelijkheden te bieden voor beeldvorming en oordeelsvorming, alvorens besluitvorming plaatsvindt. In de inleiding benoemden we al in het kort de verschillende werkzaamheden die we uitvoeren binnen het programma Strategie en Beleid van Holland Rijnland.
Dit zijn: • Het opbouwen van de gebiedsgerichte Regionale Investeringsagenda (RIA) Holland Rijnland; • Het uitvoeren van toekomstverkenningen op het gebied van OV, regionale economie en energievoorziening; • Het uitvoeren van projecten op het gebied van doorfietsroutes, de Regio Deal Greenports en de bedrijventerreinen- en kantorenstrategie; • Het beheren van fondsen en subsidies; • Het ontwikkelen van regionaal beleid en het monitoren van gemaakte afspraken. Aan de hand van de vragen “Wat willen we bereiken” en “Wat gaan we daarvoor doen?” geven we aan waar naartoe we werken én welke activiteiten we ondernemen om dat gewenste resultaat te bereiken. 2.1
Regionale Investeringsagenda
Wat willen we bereiken? Holland Rijnland is gesitueerd in een van de dichtstbevolkte delen van het land en ook in de regio is de nog beschikbare ruimte schaars. Tegelijkertijd zien we veel opgaven waarvoor we plekken zoeken en hebben we grote ambities. De belangrijkste zijn: • Tot 2030 bouwen we 30.000 woningen, waarvan 5.600 in de nieuwe Katwijkse woonwijk Valkenhorst. Ook na 2030 verwachten we een forse bouwopgave. 11
•
• • •
•
We creëren 20.000 nieuwe banen in zowel de kennis- als maakindustrie. Hiervoor zijn arbeidskrachten nodig met opleidingen die aansluiten bij de behoeften van deze sectoren. We werken aan duurzame bereikbaarheid, waarin openbaar vervoer een prominente rol speelt. Onze energie wekken we duurzaam op, zowel voor bestaande woningen en bedrijven als voor nieuwe locaties. Voldoende netcapaciteit is van groot belang. We maken de regio gereed voor de impact van klimaatverandering en zorgen ervoor dat we door een transformatie van de land- en tuinbouw vitale sectoren behouden, terwijl we tegelijkertijd onze bodem- en waterkwaliteit verbeteren. We waken over onze waardevolle landschappen en vergroten de biodiversiteit in de regio.
Het regeerakkoord en de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) bevestigen deze ambities en doelen. Het Rijk maakt de komende jaren veel geld vrij om deze opgaven op te pakken. Dit vraagt ook wat van ons. We sluiten aan bij de nationale kaders, maar lokaal moet eveneens de spade de grond in. De kaders beschreven in de ROA, RES en RSM hebben we geconcretiseerd in het werkprogramma ‘Holland Rijnland 2022-2026’. Daarmee werken we toe naar een overtuigend verhaal over de opgaven en een aantal concrete investeringsprojecten, gebundeld in de Regionale Investeringsagenda (RIA) Holland Rijnland. Deze investeringsagenda zal bestaan uit een drietal gebiedsgerichte programma’s: • de Stedelijke As, • het Groene Hart, • de Duin- en Bollenstreek. We kiezen voor deze gebiedsgerichte aanpak vanuit de gedachte dat in elk gebied verschillende opgaven zich op een verschillende manier manifesteren en daarom om een andere aanpak vragen. Door een gezamenlijk verhaal op te stellen en investeringsprojecten te definiëren, organiseren we schaalgrootte. Met een gezamenlijke inzet kunnen we onszelf als regio positioneren bij andere overheden en gericht aankloppen voor cofinanciering van de benodigde projecten. Per gebiedsprogramma komen we tot een aantal concrete projecten, die bijdragen aan de duurzame ontwikkeling van onze regio.
Wat gaan we daarvoor doen? Samen met raadsleden, bestuurders, de ambtelijke organisaties van de dertien gemeenten én een aantal belangrijke stakeholders, zoals de provincie, de waterschappen en het Rijk, komen we tot een overtuigend verhaal over de opgaven in de verschillende deelgebieden. Dit doen we middels een aantal werksessies in de eerste twee kwartalen van 2023. In de sessies zullen we ook komen tot een prioritering van de investeringsprojecten die een plekje zullen krijgen in de RIA Holland Rijnland. Door hierin zoveel mogelijk samen op te trekken, wordt de RIA een breed gedragen product van de regio. Het eindproduct van deze fase is een brochure, waarin we een zo compleet mogelijk overzicht geven van de projecten, de bijbehorende doelstellingen en een eerste kostenraming. Dat is nodig om investeringen aan te kunnen trekken van andere overheden. 12
We beginnen hierbij niet vanaf nul. De afgelopen jaren zijn uitdagingen steeds concreter benoemd. Ook mogelijke investeringsprojecten kwamen al naar voren in gesprekken, analyses en onderzoeken. Het is nu vooral zaak met elkaar te prioriteren welke benodigde maatregelen het regionale schaalniveau nodig heeft om van de grond te komen. De verwachting is dat prioritering, nader onderzoek nodig is voor de exacte onderbouwing van de noodzaak tot investeringen en de hoogte daarvan. Deze pakken we op vanaf het derde kwartaal 2023. We streven ernaar om in 2024 naar buiten te kunnen treden richting andere overheden met een definitieve RIA Holland Rijnland. Het huidige Regionaal Investeringsfonds loopt eind 2024 af. Om in 2025 te starten met eventuele nieuwe investeringen, is het van belang dat we voor medio 2024 de investeringsagenda op inhoud voltooien en dat in 2024 deze agenda in de begrotingen voor 2025 wordt vastgesteld. Het inhoudelijk verder uitwerken van de RIA, vraagt mogelijk extra capaciteit en daarmee extra middelen. In deze begroting is daar nog niet in voorzien, omdat de benodigde inzet pas later in het proces duidelijk wordt. 2.2
Toekomstverkenningen
Voor een aantal belangrijke thema’s is verder denkwerk nodig om als regio onze positie hierin te bepalen. Dat het belangrijke thema’s zijn voor de toekomstige ontwikkeling van het gebied, stelden we met elkaar vast. Maar hoe we ons als regio verhouden ten opzicht van deze thema’s, is nog niet gedefinieerd. Voor een groot gedeelte zal dit denkwerk samen met de gemeenten plaatsvinden in 2023. Vanaf 2024 zullen we vooral overgaan tot uitvoering. 2.2.1
Openbaar Vervoersvisie
Wat willen we bereiken? Door de coronacrisis en de steeds meer zichtbaar wordende gevolgen van klimaatverandering, verschoof het denken over hoe we leven, werken en recreëren. Dat geldt ook voor hoe we onszelf van A naar B verplaatsen. Het Rijk denkt eveneens na over de toekomstige mobiliteit in ons land. Hierin zet zij vooral in op het toekomstbestendig en aantrekkelijk maken van het Openbaar Vervoer, zoals bijvoorbeeld te zien is in haar ‘Toekomstbeeld OV 2040’. Ook in de Regionale Strategie Mobiliteit is het OV benoemd als een belangrijke schakel: “Het waarborgen van robuuste netwerken en het realiseren van hoogwaardige openbaarvervoerverbindingen vormen belangrijke voorwaarden voor een bereikbare, leefbare en verkeersveilige regio. Holland Rijnland zet daarnaast in op ketenverplaatsingen om de volledige potentie voor het verduurzamen van het mobiliteitssysteem te benutten.” Het OV-netwerk in Holland Rijnland vraagt om optimalisering. Zo is de bereikbaarheid van kleine kernen in verschillende gemeenten onvoldoende geborgd. Dit speelt vooral in de Groene Hart-gemeenten en de gemeenten in de Duin- en Bollenstreek. In de Stedelijke As is het netwerk op sommige trajecten overbelast, terwijl OV wel 13
noodzakelijk is bij de geplande grootschalige woningbouw. Ook maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen die plaatsvinden buiten de regio, zijn van invloed op het OVnetwerk in de regio. Daarom wil Holland Rijnland samen met de gemeenten inzetten op een gedragen visie en strategie voor het openbaar vervoersysteem 2050 in Holland Rijnland. Deze visie schetst hoe het OV-netwerk bijdraagt aan het accommoderen van verstedelijkingsopgaven, het versterken van economische potentie, het invulling geven aan milieu- en klimaatopgaven en het verbeteren van gezondheid, veiligheid en leefomgeving. Bij het opstellen hanteren we als specifieke aandachtspunten: de instandhouding van de bereikbaarheid van het platteland, de veranderende wensen en eisen van klimaat- en milieuwetgeving, de ondersteunende functie van het OVnetwerk voor de verdere ontwikkeling van de Stedelijke As en de ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen in de regio’s en gemeenten om Holland Rijnland heen. Wat gaan we daarvoor doen? In 2023 stellen we de OV-visie Holland Rijnland op. De Regionale Strategie Mobiliteit kwam tot stand in samenwerking met een kernteam van specialisten mobiliteit van de gemeenten. Het ligt voor de hand deze kerngroep wederom in te zetten voor het opstellen van de OV-visie.
Net als bij de RSM, focussen zij zich op het begeleiden van het proces en het hierbij inhoudelijk betrekken van de alle regiogemeenten. Ook worden bij de start en afronding van het proces bijeenkomsten georganiseerd waar maatschappelijke partijen hun inbreng kunnen geven. Denk hierbij aan andere overheden (MRDH, MRA, Midden-Holland, gemeenten, provincies), belangenverenigingen (ROVER, fietsersbond, etc.) en bedrijven of vervoerders werkzaam in de sector. Naar verwachting leveren we eind 2023 een concept op waarmee we in het eerste kwartaal van 2024 langs de verschillende gemeenteraden gaan om verdere input op te halen. Op basis van die input, denken we in juni 2024 een definitief concept te laten vaststellen door het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland. 2.2.2
Economische visie
Wat willen we bereiken? Holland Rijnland is een aantrekkelijke vestigingslocatie, centraal gelegen tussen de metropoolregio’s Amsterdam en Rotterdam-Den Haag. Dat het een aantrekkelijke vestigingslocatie is, blijkt ook uit de aanwezigheid van grote kennisclusters, zoals het Leiden Bio Science Park, de NL Space Campus en Unmanned Valley. Ook liggen er drie Greenports (deels) in Holland Rijnland, huisvest de regio toonaangevende bedrijven en instanties zoals ESA-ESTEC, Janssen, Heineken, AkzoNobel en Airbus en is er een sterk en divers segment van mkb’ers aanwezig. Alle ingrediënten zijn in huis om meer economische groei en banen te realiseren. Dat onderschrijft ook het onderzoek ‘Betere verbindingen in Haaglanden’. We hebben de ambitie om in de periode tot 2030 20.000 nieuwe banen te creëren. Echter, door gebrek aan verbinding en branding blijft de ontwikkeling op dit moment achter. 14
Daarom willen we inzetten op het ontwikkelen van een scherp economisch profiel voor de regio, voornamelijk geënt op verbinding van economische activiteiten op het gebied van gezondheid, circulariteit en maakindustrie. We versterken de banden tussen de kennisclusters en het mkb in de regio. Brede welvaart staat hierbij centraal. Dat betekent dat economische groei in balans is met zaken als gezondheid, onderwijs, milieu, leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en veiligheid. Bij het opstellen van dit profiel omschrijven we ook nadrukkelijk de verhouding met de omliggende regio’s Midden-Holland, Utrecht, Metropoolregio Amsterdam en Metropoolregio Rotterdam-Den Haag. Tot slot betrekken we hierin de toekomst van onze campussen (het Leiden Bioscience Park, de NL Space Campus in Noordwijk, Unmanned Valley in Katwijk en de toekomstige groenblauwe campus in Alphen aan den Rijn). Dit zijn de groei- en innovatiecentra van de regio. Belangrijk hierin is een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Wat gaan we daarvoor doen? Bij het opstellen van een economisch profiel voor de regio, trekken we samen op met de gemeenten. Hierbij hebben we in het bijzonder aandacht voor de economische kracht van de regio, de potentiële bedreigingen en de focus voor toekomstige bedrijvigheid.
Hierbij is het van belang om informatie bijeen te brengen uit bestaande studies van de gemeenten in Holland Rijnland en uit de begin 2023 opgeleverde economische foto’s van de gemeenten . Ook kijken we naar de verhoudingen met de omliggende regio’s Midden Holland, Utrecht, Metropoolregio Amsterdam en Metropoolregio Rotterdam-Den Haag. We verwachten dit traject af te ronden in 2023, zodat in 2024 de verdere uitrol kan plaatsvinden. 2.2.3
Energie
Wat willen we bereiken? In de Regionale Energiestrategie (RES) spreken we als regio de ambitie uit om in 2050 een energieneutrale regio te zijn. Na besluitvorming in de gemeenteraden, bij het waterschap en de provincie zijn naar aanleiding van amendementen en moties de ambities uit de RES naar beneden bijgesteld. Van de 1.04 TWh (terawattuur) aan elektriciteit middels opwek via zon en wind, zitten we nu op 0,1 TWh. Dit terwijl de landelijke en regionale doelstellingen gelijk zijn gebleven. Tegelijkertijd ondervinden we, net als in de rest van het land, dat de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk tegen haar grenzen aanloopt. Hierdoor is aansluiting op het net voor zowel nieuwe woningen als bedrijven geen vanzelfsprekendheid meer. Met onze grote regionale ambities op het gebied van verstedelijking, wonen, economie en mobiliteit, is voldoende (duurzame) energie een randvoorwaarde. Er is meer opwek nodig, maar zeker ook een opwaardering van de onderliggende energie-infrastructuur. De aanpak van de onderwerpen energie en energietransitie loopt momenteel vooral via de lijnen van de RES. De regio heeft in dit spoor geen formele en besluitvormende rol: die ligt bij de gemeenten, de provincie en de waterschappen. Op niet structurele basis pakt Holland Rijnland extra taken op rondom de energietransitie, maar hiervoor is geen opdracht gegeven door de gemeenten. 15
Daarom willen we tot een helderer beeld komen over de positie van Holland Rijnland in de energietransitie, de RES en de opgaven die hierbij horen. Keuzes zijn nodig voor wat betreft de inhoud. Welke onderwerpen pakt de regio op? Wie pakt de coördinerende en monitorende rol op? Blijft dit de regio of zou een andere RESpartner dit kunnen oppakken en welke governance hoort hierbij? Want als die regio een rol krijgt, hoort daarbij ook een besluitvormende en sturende rol. Wat gaan we daarvoor doen? We gebruiken 2023 om samen met gemeenten en stakeholders als Provincie ZuidHolland en hoogheemraadschap van Rijnland, te werken aan positiebepaling. Hoe willen we het dossier ‘energie’ verder in de regio en als regio gaan invullen? Dat vraagt om beslissingen op inhoud (warmte, elektriciteitsinfrastructuur, opwek duurzame elektriciteit, regionale projecten), proces én governance (welke rol hoort bij de verschillende thema’s). Met de gemeenten bereiden we dit voor om uiteindelijk tot bestuurlijke uitspraken te komen. Dit vraagstuk komt daarom aan de orde tijdens de verschillende commissievergaderingen in 2023. In 2024 focussen we dan op de uitvoering conform de nieuwe afspraken. 2.2.4
Groenprogramma 2.0
Wat willen we bereiken? Eén van de projecten uit het huidige Regionaal Investeringsfonds is het Groenprogramma. Gemeenten hebben binnen dit programma een gezamenlijk fonds gevuld, waaruit projecten op het gebied van natuur, biodiversiteit en recreatie zijn gefinancierd. Het fonds is een succes: elke euro uit het fonds resulteerde in een totale investering van ongeveer drie euro. Daarnaast neemt Holland Rijnland deel aan het Europese programma voor versterking van Natuur en Platteland: LEADER. Ook dit programma financierde een aantal regionale projecten. Gezien het succes van het Groenprogramma en LEADER willen we deze voortzetten. Wel heroriënteren we ons of de huidige vormen nog aansluiten op de actuele opgaven én onderzoeken we met welke criteria de scope van de fondsen kunnen uitbreiden. Door bijvoorbeeld gezondheid als criterium toe te voegen, kunnen ook projecten voor energieke en gezonde netwerken voor wandelen, fietsen en varen aanspraak maken op de middelen. Met het Groenprogramma 2.0 streven we ernaar om gemeenteoverstijgende projecten in de regio mogelijk te maken, die bijdragen aan biodiversiteit, klimaatadaptatie en gezondheid. Wat gaan we ervoor doen? Het Groenprogramma 2.0 kan mogelijk een samenvoeging worden van verschillende fondsen. Om daartoe te komen, doorlopen we in 2023 een aantal stappen.
Deze zullen in ieder geval gaan over het vaststellen van te hanteren criteria voor projecten, de organisatie van de financiering, de aansturing van het nieuwe fonds en het overeenkomen van projecten. We verwachten in 2024 concreter te zijn over hoe kansrijk het Groenprogramma 2.0 is.
16
2.3
Projecten
Binnen het programma Strategie en Beleid zetten we ons ook in voor het realiseren van concrete doelstellingen aan de hand van een programma, project of proces. Hierbij is sprake van een duidelijk begin en eind, met een concreet resultaat. 2.3.1
Doorfietsroutes
Wat willen we bereiken? Bij Holland Rijnland staan gezondheid en een energieke leefomgeving hoog in het vaandel. Daarom willen we, waar mogelijk, ruimte bieden voor gezond en energiek bewegen. Dit betreft niet alleen recreatie en recreatieve routes, maar ook fietsroutes die de mogelijkheid bieden om snel en comfortabel van A naar B te fietsen binnen de regio. Bijvoorbeeld van en naar het woon- en werkadres of de studielocatie. Daarom willen we als Holland Rijnland inzetten op het organiseren, optimaliseren en realiseren van een sluitend gezond en energiek doorfietsnetwerk tussen de kernen en werkgebieden in de regio. Dit betreft 150 à 200 kilometer nog te realiseren doorfietspaden. Hiermee benutten we het toenemend gebruik van de elektrische fiets en dringen we het autogebruik terug. Ook levert het netwerk een aanvulling op het openbaar vervoer en verbetert het de gezondheid en beperkt het wegcongestie en CO2-uitstoot. Wat gaan we daarvoor doen? Op het moment van schrijven van deze begroting (begin 2023) werken we aan een plan van aanpak. De verwachting is dat dit plan van aanpak in het derde kwartaal van 2023 wordt afgerond. Tijdens het opstellen van dit plan, inventariseren we wat de huidige status is van de doorfietsroutes in de verschillende gemeenten van Holland Rijnland en waar extra inzet vanuit het regiobureau gewenst en nodig is.
Basis hiervoor vormen het Uitvoeringsprogramma Fiets en het Nationaal Toekomstbeeld Fiets, waarin al enkele fietsroutes zijn opgenomen. Sommige hiervan zijn in realisatie, andere in verkenning en weer andere in planvorming. De status daarvan moeten we goed in kaart brengen. Ook denken we met elkaar na over de kwaliteitseisen die we willen hanteren op de regionale fietsinfrastructuur en welke financiële dekkingsmogelijkheden er zijn. Tot slot maken we een verdere prioritering van alle plannen. Na dit voorwerk is het naar verwachting haalbaar om in 2024 één concrete fietsroute richting uitvoering te brengen en één concrete route richting ontwikkeling. 2.3.2
Regiodeal Greenports
Wat willen we bereiken? Binnen Holland Rijnland zijn drie Greenports actief: Greenport Duin- en Bollenstreek, Greenport Boskoop en (deels) Greenport Aalsmeer. Alle Greenports lopen tegen dezelfde uitdagingen aan wat betreft innovatie, arbeidsmarktbeleid en verduurzaming. De toekomst van de brede welvaart van de greenportregio’s staat onder druk en vraagt om een impuls om de transitie te maken naar toekomstbestendige en circulaire greenports. We streven naar de realisatie van een regiodeal voor de drie Greenports, gericht op de versterking van de brede welvaart met de dimensies ‘hier en nu’, ‘later’ en mogelijk ‘elders’. De speerpunten van de regiodeal zullen zijn: arbeidsinzet, duurzaamheid en circulariteit. We beogen een transitie waarin people, planet, profit 17
(PPP) hand in hand gaan. Dit doen we gebiedsbreed; we beperken ons niet tot de bedrijven en mensen die in de greenport zelf actief zijn. Wat gaan we daarvoor doen? De Regiodeal Greenports is een samenwerking tussen de drie greenportgebieden, het hoogheemraadschap van Rijnland, de provincies Zuid-Holland en Noord-Holland en de drie Greenportorganisaties. Holland Rijnland faciliteert de samenwerking door deze te coördineren en toe te werken naar gezamenlijke bestuurlijke besluitvorming. Ook stelt Holland Rijnland een lobby-aanpak op. Daarnaast is Holland Rijnland penvoerder van de verschillende stukken. We verwachten dat het Rijk, na indiening van de definitieve teksten, begin 2024 beslist over de toekenning van middelen. Indien de Greenport regiodeal wordt geselecteerd, staat begin 2024 in het teken van uitwerking door het Rijk en de regio. In de zomer van 2024 wordt de deal ondertekend. Mocht het indienen van de regiodeal-aanvraag in november 2023 niet haalbaar blijken, hebben we nog de optie om de aanvraag een jaar later in te dienen (november 2024). Dit is echter een terugvalscenario en de inzet is om november 2023 te halen. 2.3.3
Kantoren- en bedrijventerreinenstrategie
Wat willen we bereiken? In ons werkprogramma ‘Holland Rijnland 2022-2026’ spreken we met elkaar de ambitie uit om naast 30.000 woningen ook 20.000 banen toe te voegen in Holland. Dat vraagt in de meeste gevallen ook om fysieke ruimte, in de vorm van bedrijventerreinen of kantoren. We zien van beide nu al een tekort, maar vooral bedrijventerreinen in de hogere milieucategorieën zijn schaars. Er is echter weinig ruimte in de regio en we zien dat veel van de nog wel beschikbare ruimte wordt ingezet voor woningbouw. Om de juiste afwegingen te maken, is het essentieel voor gemeenten om eerst goed inzicht te krijgen in de behoefte naar bedrijventerreinen en kantoorruimten. Op basis van dit inzicht kunnen we een gezamenlijke strategie opstellen voor soort bedrijvigheid we waar in de regio willen faciliteren. Voor bedrijventerreinen gebeurt dit in de regionale bedrijventerreinenstrategie. In 2021 is niet ingegaan op het verzoek van de provincie om de bedrijventerreinenstrategie te actualiseren. Destijds was deze immers net opgeleverd en aanvullende afspraken op basis van de strategie waren net afgerond. Begin 2023 besloot Holland Rijnland, samen met de gemeenten, toch in te gaan op de hernieuwde vraag van de provincie om een jaar eerder te actualiseren, zodat gemeenten kunnen rekenen op planologische medewerking van de provincie.
Voor kantoorruimte worden kaders geschetst in de regionale kantorenstrategie. De verwachting is dat de provincie in het derde kwartaal van 2023 haar behoefteraming naar kantoorruimte afrondt. Deze nemen wij vervolgens mee in onze actualisatie van de kantorenstrategie, waarmee we in het derde kwartaal van 2023 starten. Naar verwachting ronden we deze nog voor het zomerreces in 2024 af. Wat gaan we daarvoor doen? In 2024 stellen we de kantorenmonitor Holland Rijnland vast om de balans tussen vraag en aanbod van werklocaties in beeld te brengen en te houden. Op basis van die monitor stellen we vervolgens een nieuwe kantorenstrategie Holland Rijnland op voor 18
2024-2030. In 2023 is de bedrijventerreinenstrategie geactualiseerd. In afstemming met provincie en gemeenten bepaalden we welke aandachtspunten voor de toekomst zijn en welke daarvan in de nieuwe bedrijvenstrategie zijn geland. Het is mogelijk dat de definitieve vaststelling begin 2024 plaatsvindt. De specifieke rol van Holland Rijnland bij de totstandkoming bestaat uit het faciliteren van de onderlinge afstemming tussen gemeenten. Daarbij fungeert Holland Rijnland ook als aanspreekpunt voor de provincie bij de actualisaties. 2.4
Fondsen en subsidies
Vanuit het programma Strategie & Beleid beheert Holland Rijnland een aantal fondsen en subsidies die bijdragen aan de realisatie van de ambities van de regiogemeenten. Dit zijn: het Regionaal Investeringsfonds, het co-financieringsfonds, LEADER en de provinciale subsidieregeling mobiliteit. Met bijdragen uit deze fondsen en subsidies, is het mogelijk om een groot aantal concrete projecten in alle gemeenten te realiseren. 2.4.1
Regionaal Investeringsfonds
Wat willen we bereiken? Het Regionaal Investeringsfonds (RIF) is door het Algemeen Bestuur ingesteld om concrete stappen te zetten om de bereikbaarheid en de leefbaarheid van de regio te verbeteren. Het RIF werd vanaf 1 januari 2008 via een separate geldstroom gevoed met bijdragen van de deelnemende gemeenten. (Dit waren gemeenten in de Leidse regio, inclusief de toenmalige gemeente Alkemade, en de Duin- en Bollenstreek). Het fonds werkt als katalysator en is een belangrijke motor voor cofinanciering van specifieke regionale projecten. De gemeenten brachten in twee tranches €180 miljoen bijeen. Deze middelen zijn belegd voor een vijftal projecten/programma’s: 1. RijnlandRoute In november 2013 sloten Holland Rijnland en Provincie Zuid-Holland een financieringsovereenkomst af. Holland Rijnland heeft op 1 april 2022 volledig aan de betalingsverplichting voldaan. De overeenkomst eindigt wanneer alle partijen van mening zijn dat wederzijds aan alle verplichtingen uit de overeenkomst is voldaan. 2. Hoogwaardig OV-netwerk Zuid Holland Noord Hier is een bestuursovereenkomst voor vastgesteld in mei 2013 en een addendum in januari 2023 voor de Spoorcorridor Leiden-Utrecht. Een deel van de maatregelen is gerealiseerd, een ander deel is nog in voorbereiding. Holland Rijnland is hierbij nauw betrokken.
Er vallen drie grote HOV-projecten onder dit programma: - HOV-corridor Leiden-Katwijk-Noordwijk (HOV-bus) - Spoorcorridor Leiden-Utrecht (trein) - Alphen aan den Rijn – Gouda (trein)
3. Programma Ontsluiting Greenport, Eind november 2010 stemde het AB in met de indicatieve verdeling van de gelden uit het Regionaal Investeringsfonds voor het pakket aan maatregelen voor de ‘Noordelijke Ontsluiting Greenport’ als inzet voor de financieringsstrategie die in
19
overleg met de andere partijen was opgesteld. Op basis daarvan werd vervolgens het Programma Ontsluiting Greenport (POG) opgesteld. Het POG werd vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 29 juni 2011. De middelen zijn tot en met 31 december 2027 gereserveerd. Het POG betreft de volgende maatregelen: - Mobiliteitsaanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek - Maatregelen Middengebied Duin- en Bollenstreek - HOV-corridor Noordwijk-Schiphol 4. Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek Het Algemeen Bestuur stelde op 17 februari 2010 het programma vast (artikel 8 lid 1 van de RIF-verordening). Het AB mandateerde tevens het Dagelijks Bestuur om een projectovereenkomst met de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) af te sluiten. In juni 2010 tekenden deze partijen de bijdrageovereenkomst. Die liep eind 2022 af. 5. Regionaal Groenprogramma. In juli 2019 is het Regionaal Groenprogramma verlengd tot en met 2024. Het programma is de basis voor het afsluiten van uitvoeringsovereenkomsten (UO) tussen Holland Rijnland en de Landschapstafels/clusters van gemeenten (Leidse Ommelanden, Duin- en Bollenstreek en Duin, Horst & Weide) voor de realisatie van projecten op het gebied van landschap, recreatie en natuur. In een Uitvoeringsovereenkomst zijn projecten opgenomen met een regionaal belang, die gereed zijn voor uitvoering.
Het fonds is een succes: elke euro uit het fonds heeft geresulteerd in een totale investering van ongeveer drie euro. Het Regionaal Investeringsfonds had initieel een looptijd tot 2023. De middelen zijn grotendeels uitgegeven of verplicht en de projecten zijn vergevorderd. Voor een aantal maatregelen uit het POG zijn echter nog geen uitvoeringsovereenkomsten afgesloten en is ruimte voor herprioritering. In het Groenprogramma zijn ook nog middelen beschikbaar. De looptijd van het project Rijnland Route en van het Groenprogramma is verlengd tot 2025. Het POG loopt tot eind 2022. De looptijd van het HOV-netwerk Zuid-Holland Noord en Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek is naar aanleiding van de tussenevaluatie uit 2020 verlengd tot 2027. Wat gaan we daarvoor doen? Ook in 2024 zullen we zorgdragen voor het beheer van de verschillende projecten opgenomen in het RIF. Voor het Groenprogramma betreft dit naast het beheren ook het regisseren van het proces. Gezien het succes van het Groenprogramma onderzoeken we in hoeverre we dit kunnen voortzetten in vernieuwde vorm. Doel daarvan is het mogelijk maken van gemeente-overstijgende projecten die bijdragen aan biodiversiteit, klimaatadaptatie en gezondheid in de regio. In de loop van 2024 wordt besloten of het Groenprogramma wordt verlengd. Verder volgt er in 2024 een voorstel over het continueren van het RIF.
Daarbij maken we de koppeling met de investeringsprojecten uit de Regionale Investeringsagenda.
20
2.4.2
Cofinancieringsfonds
Wat willen we bereiken? Het Cofinancieringsfonds Holland Rijnland is ingesteld in 2016. Het fonds is bedoeld voor regionale, bovengemeentelijke initiatieven die een innovatief karakter hebben en bijdragen aan het realiseren van de opgaven van Holland Rijnland. Om op een financiële bijdrage te kunnen rekenen, moet een initiatief actueel, kansrijk, op te schalen en duurzaam van aard zijn. Het deel dat Holland Rijnland financiert, is bedoeld als multiplier om externe gelden aan te trekken. Een belangrijke voorwaarde is dan ook dat externe partijen (kennisinstellingen, ondernemingen of andere overheden) het grootste deel van de investering financieren. Vanaf de instelling van het fonds verstrekte het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland, met advies van verschillende commissies, een financiële bijdrage aan veel verschillende initiatieven. Bijvoorbeeld recent nog aan een project waarbij door middel van drones en satellietdata ziekten en aantasting van gewassen worden gesignaleerd. Zo kan de inzet van bestrijdingsmiddelen worden teruggedrongen. De financiële bijdrage van Holland Rijnland kan binnen één jaar worden uitgekeerd, maar loopt soms ook over meerdere jaren. Per initiatief wordt jaarlijks gerapporteerd over de voortgang. Ook het cofinancieringsfonds bewijst zijn succes: er is een gemiddelde multiplier van 10 gerealiseerd.
Wat gaan we daarvoor doen? We beheren het co-financieringsfonds en stimuleren met dit fonds regionale, bovengemeentelijke innovatieve initiatieven. In 2019 is het fonds geëvalueerd. Naar aanleiding van deze evaluatie is besloten om het fonds ook na 2020 voort te zetten en in 2023 opnieuw te evalueren. Op het moment van het opstellen van deze begroting, moet deze evaluatie nog plaatsvinden. Momenteel werken we samen met gemeenten aan een Regionale Investeringsagenda en de eerder genoemde toekomstverkenningen en projecten. In dat kader verkennen we hoe de middelen uit het co-financieringsfonds slim kunnen inzetten voor benodigde investeringen in de regio. 2.4.3
LEADER
Wat willen we bereiken? LEADER is een Europees Plattelandsontwikkelingsprogramma, dat initiatieven tondersteunt die bijdragen aan de versterking van de economie van het platteland. Projecten die van deze middelen gebruikmaakten, zijn bijvoorbeeld het Voedselbos en Stadstuinderij de Kieviet in Katwijk en de drijvende verblijfsaccommodatie Greenfloat in Alphen aan den Rijn. Holland Rijnland neemt deel aan het programma 2016-2022, waarvan enkele projecten doorlopen tot en met 2024. In de nieuwe periode, 2023-2027, is LEADER weer onderdeel van het Europese landbouw- en plattelandsbeleid. Dit keer valt het binnen het Nationaal Strategisch Plan (NSP), wat grofweg bestaat uit: • Pijler 1: directe subsidies voor agrariërs, • Pijler 2: voor plattelandsontwikkeling. 21
Het kan daarbij gaan om zaken als agrarisch natuurbeheer, verbetering waterkwaliteit, innovatie en samenwerking. Wat gaan we daarvoor doen? Voor de LEADER-periode 2016-2022 fungeert Holland Rijnland als kassier, rechtspersoon en inhoudelijk adviseur. Over deelname van Holland Rijnland aan de nieuwe periode 2023-2027 wordt in 2023 besloten. 2.4.4
Provinciale subsidieregeling mobiliteit
Wat willen we bereiken? Het aantal verkeersslachtoffers in Holland Rijnland is de afgelopen vijf jaar flink gestegen. Dat willen we reduceren. We zetten in op een permanente verbetering van de verkeersveiligheid. Dat doen we middels educatie en voorlichting aan verkeersdeelnemers in alle leeftijdsgroepen. De basis hiervoor is het Regionaal Plan Verkeersveiligheid, met behulp van subsidie van de provincie. De Provincie Zuid-Holland stelt Holland Rijnland ook jaarlijks in de gelegenheid om, in het kader van de Subsidieregeling Mobiliteit (SRM), infrastructurele projecten aan te dragen voor subsidie. Deze zogenaamde regiovoordracht is nodig om provinciale subsidie te verkrijgen voor gemeentelijke projecten, zoals het realiseren van doorfietsroutes. Wat gaan we daarvoor doen? Net als in alle andere jaren, ondersteunen we in 2024 de verschillende gemeenten bij het verkrijgen van subsidies en fondsen voor infrastructurele projecten en gedragsbeïnvloeding verkeersveiligheid in het kader van de provinciale subsidieregeling mobiliteit. Ook vervullen we een coördinerende en aanjagende rol bij de aanpak van gedragsbeïnvloeding van verkeersdeelnemers in alle leeftijdsgroepen. Deze maatregelen zijn vervat in het Actieprogramma Verkeersveiligheid 2022-2024. In 2024 stellen we een nieuw Actieprogramma op.
2.5
Regionaal beleid en monitoring
Ook in 2024 voeren we vanuit het programma Strategie en Beleid regionaal beleid en monitoren we gemaakte afspraken en ontwikkelingen. 2.5.1
Wonen
Wat willen we bereiken? De krapte op de woningmarkt is schrijnend. Starters hebben moeite met het vinden van een geschikte woning, er zijn jarenlange wachtlijsten voor sociale huurwoningen en ook huisvesting voor arbeidsmigranten, asielzoekers en statushouders is een uitdaging. De Nationale Woon- en Bouwagenda stelt dat van de 900.000 woningen die er tot en met 2030 moeten worden gebouwd, 30% in de sociale huursector moet worden gerealiseerd en nog eens 35% in het betaalbare segment (betaalbare koop en middeldure huur). 22
In onze regio moeten circa 30.000 nieuwe woningen worden gebouwd voor 2030. In de Regionale Woonagenda maken we in regionaal verband afspraken hoe we dit kunnen bereiken. Met deze agenda stemmen we de regionale woningbouwopgave af met andere regionale ruimteclaims en anticiperen we op de gevolgen voor onder andere de mobiliteit en de elektriciteitsvoorziening. We besteden aandacht aan kwantiteit en kwaliteit: de juiste woning op de juiste plek. Net als op alle andere vlakken, is samenwerking met de provincie, het Rijk en andere partners cruciaal, aangezien dit procedures aanzienlijk kan versnellen. In de regionale woondeal Holland Rijnland zijn afspraken gemaakt met het Rijk, de provincie, het hoogheemraadschap, de gemeenten en de woningcorporaties over wat ieders rol en verantwoordelijkheid daarin is. Tot slot streven we middels onze regionale Huisvestingsverordening naar een rechtvaardige en doelmatige verdeling van de schaarse woningen in de sociale sector. Wat gaan we daarvoor doen? • Jaarlijks actualiseren we op grond van de huisvestingsverordening het contingent dat door de woningcorporaties beschikbaar wordt gesteld voor de huisvesting van bijzondere doelgroepen, met name voor de uitstroom uit de maatschappelijke zorg.
• We zorgen voor procesregie, monitoring en terugkoppeling over waar we staan bij de realisatie van de afspraken uit de Regionale Woonagenda, onder andere ten aanzien van het aandeel sociale huur, middeldure huur, goedkope koop en het bouwen binnen of buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Daarbij werken we nauw samen met gemeenten, provincie Zuid-Holland en woningcorporaties verenigd in Holland Rijnland Wonen. • We dragen zorg voor een actuele Regionale Woonagenda, waarin we afspraken maken over woningbouw in de regio (hoeveel, waar, voor wie?). En we dragen zorg voor een toekomstbestendige regionale Huisvestingsverordening, waarin we afspraken maken over de verdeling van woningen in de regio. • We regisseren het proces van de jaarlijkse actualisatie van de planlijst woningbouw, waarin alle woningbouwplannen in de regiogemeenten opgenomen zijn. Deze bieden we ter aanvaarding aan bij de provincie. • We regisseren het proces van de jaarlijkse actualisatie van de planlijst woningbouw, waarin alle woningbouwplannen in de regiogemeenten zijn opgenomen. Deze bieden we ter aanvaarding aan bij de provincie. • We signaleren kansen en knelpunten bij de realisatie van onze woonopgave in relatie tot andere maatschappelijke en ruimtevragende activiteiten (mobiliteit, landschap, energie en bedrijventerreinen en klimaatadaptatie) in onze regio.
• We voeren het secretariaat voor de Beleidscommissie woonruimteverdeling. • Een van de afspraken gemaakt in de regionale woondeal is dat er een Versnellingstafel Woningbouw Holland Rijnland wordt ingericht. Hierin maken waterschappen, provincie, Rijk, woningcorporaties en gemeenten afspraken over hoe we woningbouw in de regio versneld kunnen realiseren. Holland Rijnland is aangewezen als de trekker van deze tafel. Dit brengt extra werkzaamheden met zich mee, waarvoor nog geen dekking is. 23
2.5.2
OV-concessies
Wat willen we bereiken? Een belangrijke schakel in het openbaar vervoersnetwerk van Holland Rijnland vormen de lijnbussen. Deze verbinden woonwijken, kleine kernen en stedelijke centra met elkaar. Elke acht jaar besteedt provincie Zuid-Holland de zogenoemde busconcessie (het pakket van lijndiensten dat de komende periode zal gaan rijden) aan bij busaanbieders. Samen met de regio Midden-Holland vormt Holland Rijnland concessiegebied Zuid-Holland Noord. We streven naar een pakket dat voldoet aan de bereikbaarheidswensen van alle kernen in de regio. Andere schakels in het OVnetwerk zijn de spoorcorridors (trein). Samen met provincie Zuid-Holland, NS en ProRail streven we naar een frequentieverhoging gedurende de hele dag op de corridor Leiden-Utrecht. Wat gaan we daarvoor doen? Jaarlijks stellen provincie Zuid-Holland en de vervoerder een vervoersplan vast dat met de start van de dienstregeling medio december ingaat. In het vervoersplan staan de routes en frequenties van het busvervoer. Hiervoor halen we jaarlijks de wensen op bij gemeenten en brengen dit in bij de busvervoerder en provincie Zuid-Holland. Waar nodig volgen we ook de ontwikkelingen op het spoor. 2.5.3