02. Bundel geanonimiseerde ingekomen zienswijzen.pdf
Tekst van het document
Op zachte winterdagen komen de rupsen tevoorschijn en eten dan verder; zij gaan dus niet in winterrust. De pop hangt meestal aan de onderkant van een blad van de waardplant. De waardplanten zijn diverse overblijvende grassen, waaronder kropaar, ruwe smele, rood zwenkgras, kweek, beemdgras, glanshaver en struisgras. Reden om deze soort op te nemen als gidssoort: De argusvlinder is een icoonsoort voor Provincie Zuid-Holland. De vlinder is inmiddels verdwenen uit het agrarisch gebied, maar er is nog een kleine restpopulatie in Meijendel die kans geboden zou kunnen worden zich te handhaven en wellicht uit te breiden; landelijk is de populatie van deze soort sinds 1990 met 95% afgenomen. Hoe we deze soort willen ondersteunen De argusvlinder is een van de weinige vlinders die gedijt in veenweidegebied. Zet eitjes af in door konijnen gegraven kuiltjes of diepe sporen van vee. De soort kan worden ondersteund met extensivering van het beheer van vochtige (kruidenrijke) graslanden. bron: (Vlinderstichting, 2024), duinconsulent Adri Remeeus Figuur 18 - Verspreidingskaart argusvlinder in Zuid-Holland 28
Glassnijder (Brachytron pratense) icoonsoort Zuid-Holland status: vrij algemeen Biotopen: helder, schoon water met riet, biezen of zeggen Voedsel: kleine vliegende insecten Begeleidende soorten: libellen en juffers, amfibieën Beschrijving: de Glassnijder is een vroege soort die gevonden kan worden bij stilstaande of zwak stromende wateren, meestal met zomen van riet, biezen of zeggen. De meeste vindplaatsen hebben bos in de directe nabijheid. Hij heeft een voorkeur voor wateren van minder dan tien meter breed. Op de oever groeien planten als egelskop, lisdodde, biezen, moerasvaren en riet, in het water fonteinkruiden en blaasjeskruid. Voortplanting is ook waargenomen in dicht begroeide greppels. In de duinen is voortplanting vastgesteld bij kwelplassen met een goed ontwikkelde vegetatie van bijvoorbeeld grote lisdodde en paddenrus, bij plassen met planten als lidsteng en aarvederkruid en bij een waterwinkanaal. Reden om deze soort op te nemen als gidssoort De glassnijder is een icoonsoort voor de provincie. Diens aanwezigheid is indicator voor helder, schoon water met veel waterplanten en riet. Ook andere libellen en juffers gedijen waar de glassnijder gedijt. Hoe we deze soort willen ondersteunen Door de aanleg van ecologische oevers met verschillende waterplanten en door kwelwater beter vast te houden in duinrellen, ontstaat leefmilieu voor de glassnijder.
bron: (Vlinderstichting, 2024), duinconsulent Adri Remeeus
Figuur 19 - Verspreidingskaart glassnijder in Zuid-Holland
29
Zilveren fluitje (Megachile leachella) status: Rode Lijst kwetsbaar Biotopen: steile hellinkjes, stuifzanden, kustduinen Voedsel: polylectisch, voorkeur voor gewone rolklaver Begeleidende soorten: solitaire bijen, konijn, zandhagedis Beschrijving: Het Zilveren fluitje is nagenoeg verdwenen uit de binnenlandse stuifzanden en nu grotendeels beperkt tot de kustduinen, maar mogelijk bieden natuurherstelprojecten in het rivierengebied nieuwe levenskansen. De soort nestelt meestal in de grond, maar ook wel in bestaande gangen in hout of in stengels. De soort nestelt vaak in steile hellinkjes. Plaatselijk kunnen grote kolonies gevormd worden. Voor de nestbouw worden onder meer bladstukken van berk gebruikt. Het is een polylectische soort die graag op gewone rolklaver vliegt Reden om deze soort op te nemen als gidssoort In een rapportage ( (Reemer, 2017) ) is de bijenfauna van de provincie Zuid-Holland onder de loep genomen. Hieruit bleek dat de duinen van Zuid-Holland van bijzonder groot belang zijn voor de Nederlandse bijenfauna. Niet alleen komt in de duinen een groot aantal bijensoorten voor, maar veel van deze soorten zijn elders in Nederland niet of nauwelijks te vinden. Dit geldt ook voor het zilveren fluitje. Bijen zijn zeer belangrijk bij de bestuiving van verschillende planten, en een indicator voor kruidenrijke omgeving.
Hoe we deze soort willen ondersteunen Deze soort heeft baat bij een bloemrijk duinlandschap met veel open (stuif)plekken om te nestelen. In het beheer kan hier rekening mee gehouden worden door dichtgroei met grassen en mossen te voorkomen en (kleinschalige) stuifplekken te bevorderen.
(Nationale Databank Flora en Fauna, 2024)
Figuur 20 - Verspreidingskaart zilveren fluitje in ZuidHolland
30
Weidehommel (Bombus pratorum) icoonsoort Zuid-Holland status: algemeen Biotopen: bosranden, bloemrijke graslanden, natuurrijke stedelijke omgeving Voedsel: bloemen, polylectisch: stuifmeel en nectar uit diverse plantenfamilies Begeleidende soorten: hommels, tuinvogels Beschrijving: De Weidehommel is in het gehele land algemeen en wordt in allerlei biotopen aangetroffen: bosranden, bloemrijke graslanden, maar ook in de stedelijk omgeving. De Weidehommel nestelt onder of bovengronds, met een volkgrootte van 50 tot 120 individuen. Deze soort is sterk polylectisch en verzamelt stuifmeel van verschillende plantensoorten uit diverse plantenfamilies. Reden om deze soort op te nemen als gidssoort: De weidehommel is een icoonsoort voor provincie Zuid-Holland. Het is een vrij algemene hommelsoort die desondanks achteruit gaat en model staat voor veel insecten en voor vergroening in de bebouwde kom. Hoe we deze soort willen ondersteunen Deze hommel kan worden ondersteund met het verwijderen van tegels uit de tuin en rond de woningen, door aanplant van inheemse en bloemrijke planten en met extensief weidebeheer.
(Nationale Databank Flora en Fauna, 2024)
Figuur 21 - Verspreidingskaart weidehommmel in ZuidHolland
31
Kustsprinkhaan (Chorthippus albomarginatus) status: algemeen Biotopen: duinen, wegbermen en graslanden Voedsel: grassen Begeleidende soorten: bestuivers Beschrijving: de Kustsprinkhaan komt vooral voor in voedselrijkere graslanden op eigenlijk alle grondsoorten van Nederland. Vindplaatsen zijn de duinen, wegbermen en graslanden. Anders dan de naam doet vermoeden kan de Kustsprinkhaan in heel Nederland gevonden worden, maar vooral ook in en langs de duinen. De voedselbron zijn vooral grassen. Reden om deze soort op te nemen als gidssoort Een algemene sprinkhaan die voornamelijk aan de kust te vinden is en zal gedijen bij ecologisch grasland, berm- en dijkbeheer. Hoe we deze soort willen ondersteunen Deze sprinkhaan kan worden ondersteund door verschillende bermen en dijken in ecologisch beheer te nemen (extensief en gefaseerd maaibeheer).
(Nationale Databank Flora en Fauna)
Figuur 22 - Verspreidingskaart kustsprinkhaan in ZuidHolland
32
Gidssoorten en hun leefgebied Binnen dit project is ervoor gekozen om de versterking van de biodiversiteit in de binnenduinrand vorm te geven vanuit het perspectief van een aantal diersoorten. De gidssoorten zijn kenmerkend voor de verschillende landschappelijke kwaliteiten van de binnenduinrand. Door het leefgebied voor deze soorten te verbeteren profiteren ook allerlei andere dier- en plantensoorten. In hoofdstuk 4 zijn de gidssoorten benoemd en is beschreven hoe het leefgebied van de soorten in de binnenduinrand kan worden verbeterd. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de geselecteerde gidssoorten en het leefgebied waarin de soort kan worden aangetroffen.
x x x
x
x
x x
x
x x
x
x
x
x x x
x x x
x x
x
x x x
x
x
x x
x
x
x
x
tuinen en tuincomplexen
golf, sportparken, stadsparken x
x x
x x
x
x
x x
x
x
gebouwen, bunkers
x
akker, bollen
x
veenweide
berm
x x
x
?
?
x
x
x
x
x x
x x
x
dijk
stuifzand x
x x
x x x x
x
x x
x
x
duingrasland
x x
landgoederen, buitenplaatsen
x x
bosrand
jong bos
oud bos
heggen en hagen
open duinstruweel
dicht duinstruweel
sloot
x x
x x x x
moerasbos
riet en ruigte
duinrel, duinbeek
vochtige duinvallei
poelen, meren
x kwetsbaar niet bedreigd x niet bedreigd x kwetsbaar afnemend x kwetsbaar x algemeen sinds 2017 niet meer op de RL x algemeen bedreigd gevoelig x kwetsbaar x gevoelig gevoelig x niet bedreigd, gaat achteruit x vrij algemeen kwetsbaar algemene soort algemene soort
leefgebied
zeldzaam, algemeen
soortnaam konijn dwergmuis meervleermuis rosse vleermuis tureluur nachtegaal blauwborst ijsvogel boomklever grauwe klauwier veldleeuwerik zandhagedis rugstreeppad bruin blauwtje argusvlinder glassnijder zilveren fluitje weidehommel kustsprinkhaan
icoonsoort provincie Zuid-Holland
status
x
x x x x x
x
x
x
x
x
x
x
x x
x
x
x x
x x
33
5.
Biotopen van de binnenduinrand
In dit hoofdstuk volgt een overzicht van biotopen die aangetroffen worden in de binnenduinrand van Zuid-Holland. Van iedere biotoop wordt ook een aantal maatregelen genoemd die kunnen bijdragen aan verbetering hiervan. Bij iedere biotoop wordt daarnaast vermeld voor welke gidssoorten deze biotoop van belang is. Voor een aantal biotopen bestaat er ook een Natuurtype uit de Index Natuur en Landschap. Deze kan als leidraad dienen voor de beheermaatregelen die genomen kunnen worden ter verbetering van de biotoop. Het natuurtype of de natuurtypen die van toepassing zijn, worden daarom ook vermeld bij iedere biotoop. Deze is voorzien van een weblink naar de omschrijving van het natuurtype en de beheermaatregelen op de webpagina van (BIJ12). Het werkgebied van dit project is aangrenzend aan de Natura2000-gebieden in de duinen. In Bijlage 1 vindt u een overzicht van de habitattypen en habitatrichtlijnsoorten die voorkomen in de beschermde delen van de Zuid-Hollandse duinen.
34
1. Wateren In alle omstandigheden draagt de aanwezigheid van water bij aan biodiversiteit. Ecologisch waterbeheer verdient in de binnenduinrand extra aandacht vanwege de toegang tot schoon, mineraalrijk grondwater uit de hoger gelegen duinen. Dit water kan aan het oppervlak worden gebracht middels duinrellen: een gegraven beek of greppel langs de binnenduinrand waar overtollig water uit de duinen naartoe stroomt. Het voorkomen van duinrellen is sterk gerelateerd aan de breedte van het achterliggende duingebied en de daarmee samenhangende opbolling van de zoetwaterbel (Stichting Duinbehoud, 1992). De schone kwel vormt een biotoop voor de glassnijder en andere diersoorten die afhankelijk zijn van schoon water, zoals verschillende waterkevers, kreeftachtigen, waterwantsen, kokerjuffers en mijten. Planten die hier aangetroffen kunnen worden zijn drijvend en dichtbladig fonteinkruid, pijlkruid, holpijp en verschillende kranswieren. Het is van belang om deze waardevolle waterbron zo goed mogelijk te benutten en te zorgen dat het niet vermengd raakt met ander (vaak voedselrijk) oppervlaktewater.
Maatregelen die genomen kunnen worden om invloed van kwelwater te vergroten zijn: – het beperken van de invloed van boezemwater door middel van het plaatsen van dammen waarmee duinwater en boezemwater over een zo groot gebied als mogelijk gescheiden blijven (zie figuur 3); – aanleg van duinrellen. Dit kan door het aanleggen van greppels en watergangen langs de binnenduinrand. Schoon kwelwater komt zo naar het oppervlak; een variant hierop is de aanleg van duinbeken, een watergang met flauwe oevers; – hier en daar steile oeverwanden creëren of handhaven om nestelgelegenheid voor ijsvogels te bieden. Water is leven: de aanwezigheid van water zorgt voor gevarieerdere plantengroei en het trekt dieren aan. De biodiversiteit kan vergroot worden door ruimte te geven aan water. Bij het aanleggen of uitbreiden van de waterbiotoop is het voor veel soorten van belang dat oevers flauw zijn, zodat dieren gemakkelijk uit het water kunnen klimmen en verschillende oeverplanten de gelegenheid krijgen om te kiemen (zie figuur 4). Ook bieden verschillende waterdiepten gelegenheid tot nestelen en ei-afzetting voor onder andere vogels, amfibieën en libellen. Zie figuur 5. Bij het schonen van een water, wat moet gebeuren om te zorgen dat het niet dichtgroeit, heeft het de voorkeur om het schonen te faseren: het ene jaar wordt het ene deel geschoond, en het andere jaar het
Figuur 3 - bij dit voorbeeld in Noordwijk zorgt een dammetje dat schoon kwelwater uit het duin gescheiden blijft van het boezemwater
Figuur 4 - met de aanleg van glooiende oevers wordt biotoop gecreëerd voor planten met variërende waterbehoefte. Ook kunnen diersoorten hierdoor gemakkelijker in en uit het water klimmen en vinden zij hier gelegenheid om nesten te maken of eieren af te zetten. Dit voorbeeld is in Noordwijk, bij zorgpark Willem van den Bergh.
35
andere deel. Het leefgebied voor planten en dieren in en rond het water kan vergroot en verbeterd worden door: – graven van poelen en vijvers, – flauwe oevers en moeraszones creëren langs watergangen, vaarwegen, dijken, – licht maaibeheer en gefaseerd schonen. Gidssoorten die hiervan profiteren: dwergmuis, meervleermuis, rosse vleermuis, ijsvogel (bij steile oevers), tureluur, rugstreeppad, glassnijder, argusvlinder Natuurtypen: N03.01 Beek en bron - BIJ12
2. Riet en ruigte Zoals in voorgaande paragraaf beschreven, biedt water een gevarieerd leefgebied voor veel soorten. Flauwe oevers en moeraszones geven ruimte aan oeverbeplanting, watervogels, paaigelegenheid en ei-afzetting voor amfibieën en libellen. Wilg en els zijn bomen met een grote waterbehoefte en zijn voor veel insecten- en vogelsoorten van belang. Begroeide oevers en moeraszones kunnen verbeterd worden door: – aanpassen oeverbeschoeiing en bodemprofiel om rietgroei te stimuleren, – gefaseerd maaibeheer oevervegetatie.
Figuur 5 - door oevers een flauw profiel te geven wordt er meer ruimte voor verschillende plant- en diersoorten gecreëerd.
Gidssoorten die hiervan profiteren: dwergmuis, meervleermuis, rosse vleermuis, rugstreeppad, glassnijder, argusvlinder Natuurtypen: N05.01 Moeras (vervallen) - BIJ12 N05.02 Gemaaid rietland - BIJ12 N05.04 Dynamisch Moeras - BIJ12
36
3. Struweel Struiken, heggen, hagen en struweel bieden voedsel- en nestelgelegenheid voor allerlei dieren. Struweel zorgt voor leefgebied, beschutting en luwte. Struweelbegroeiing is uitermate geschikt langs fietspaden om het fietsplezier te vergroten, en ook rondom weiden en akkers zorgt een kleinschalig cultuurlandschap met heggen en hagen voor verbindingen en leefgebied. Het draagt bij aan het verbeteren van zichtlijnen. Door het struweel in de duinen aan te laten sluiten op en te verbinden met heggen en hagen het binnenland in, wordt aan verschillende diersoorten doorgang verleend en ontstaat een ecologische transportroute. Denk hierbij aan bermbeplanting, heggen rondom weiden en akkers en struweelbeplanting op landgoederen, buitenplaatsen en golfbanen. Met struweelbegroeiing kan daarnaast de overgang van gras- en kruidenland naar bos verzacht worden. Juist op de overgangen van het ene naar het andere biotoop zien we een hoge activiteit en diversiteit in de natuur. In sommige gevallen is het goed om struweel meer open te maken. Hiermee kan habitat worden gecreëerd voor bijvoorbeeld zandhagedis, verschillende zandbijen, vlinders, konijn. Bij het kiezen van soorten beplanting is het tenslotte van belang dat gebiedseigen soorten worden gehandhaafd en dat gebiedsvreemde soorten worden gemeden of zelfs verwijderd.
Voorbeelden van gebiedseigen soorten zijn (al of niet gemengde) hagen van meidoorn, duindoorn, liguster, sleedoorn, kardinaalsmuts, kornoelje, verschillende rozen, els, beuk. Deze bieden ook weer houvast aan klimmers als kamperfoelie, heggenrank en hop. Meer soorten kunnen geraadpleegd worden in de catalogus op www.heggen.nu. Struweelbeplanting kan worden verbeterd door: – aanplant van heggen en hagen rondom weiden en akkers, – aanplant van heggen en hagen langs paden en wegen, – communiceren met landgoedeigenaren, golfclubs en bewoners over het belang van gebiedseigen struweelbeplanting, – vervangen uitheemse beplanting (b.v. coniferen, olijfwilg, laurierkers, rimpelroos) door inheemse soorten. Gidssoorten die hiervan profiteren: dwergmuis, meervleermuis, nachtegaal, grauwe klauwier, zilveren fluitje Natuurtypen: N12.06 Ruigteveld - BIJ12
Figuur 6 - inheemse struweelbeplanting met onder andere duindoorn, sleedoorn, meidoorn en wilde liguster langs een onverhard pad bij de duinrug langs de N206 bij De Zilk.
Figuur 7 – een kans voor meer biodiversiteit: het vervangen van een uitheemse haag van olijfwilg voor een gemengde haag met gebiedseigen soorten. Kruising Huygenslaan en Zwarteweg, Noordwijk.
37
4. Bosgebieden De struwelen in het duin kunnen over grote oppervlakten aaneengesloten voorkomen en lopen vaak geleidelijk over in hoger opgaand bos; deze variatie is aantrekkelijk voor veel vogelsoorten. Aan de binnenduinrand kan duinbos rijk aan voorjaarsbloeiers zijn. Duinbos kan voorkomen op zowel kalkrijke als kalkarme zandgronden in het Duin- en Kustgebied, zowel op duinen als in vochtige valleien. In de meeste duingebieden in Nederland komt het veelvuldig voor. Duinbos (inclusief struweel) is vaak op een natuurlijke manier ontstaan, als gevolg van successie. In de negentiende eeuw waren bossen nog zeer schaars in de duinen. Door het wegvallen van konijnenvraat en door een slechte luchtkwaliteit (stikstofdepositie) is er thans sprake van versnelde successie vanuit open duin. Veel naaldbossen zijn ontstaan door aanplant in het verleden o.a. om het stuivende duinzand vast te houden. Duinbos wordt gedomineerd door of kent een gemengd voorkomen van ruwe berk, zomereik en beuk. Op plekken waar struwelen domineren komen soorten als meidoorn, duindoorn, wegedoorn, egelantier, hondsroos en gewone vlier voor. Op open plekken komen dauwbraam en kruidenrijke zoomvegetaties voor. Bij begrazing zijn ook grazige vegetaties aanwezig. Een hoge diversiteit van duinbos treedt op bij een afwisseling van struweel, opgaand bos en open plekken.
Door de invloed van zeewind ontstaat er een geleidelijke natuurlijke overgang van struweel in het buitenduin naar hoger opgaand bos in verder van de zee gelegen binnenduin. De bossen en struwelen zijn rijk aan broedvogels. De bossen hebben daarnaast belangrijke betekenis voor diverse soorten paddenstoelen en vaatplanten. Loofbos is qua flora en fauna vaak meer divers dan naaldbos, hetzelfde geldt voor kalkrijke duinbossen ten opzichte van kalkarme. (BIJ12) Een deel van de duinbossen in Zuid-Holland behoort ook tot het natuurtype N17.03 - Parken stinzenbos. Dat zijn vormen van bos die vallen binnen een historisch park- of tuinaanleg, meestal zijn het oude bossen bij landgoederen met in de ondergroei een karakteristieke stinzenflora en vaak bolgewassen en kruidachtige overblijvende gewassen. Het beheer is gericht op het behouden van de bijzondere (soms uitheemse) bomen en het handhaven van de karakteristieke struiklaag en kruiden. Dit kan betekenen het vrijstellen van bijzondere bomen, het vrijhouden van opslag van delen waar de bijzondere stinzenflora voorkomt en het behouden van de struiklaag. In sommige bossen gaat het om bollen of kruiden van de stinzenflora, maar het kan ook gaan ook om bloeiende struiken zoals azelea en rhododendron. Deze bossen kennen tegenwoordig vaak een actief beheer gericht op het in
Figuur 8 - in het vroege voorjaar zorgt stinsenbeplanting in de ondergroei van bossen voor kleur en de eerste nectar van het jaar.
38
stand houden van oude bomen en boomholten en de daaraan gekoppelde aanwezigheid van broedvogels en vleermuizen. Het beheer is afhankelijk van de historie en de locatie. Op sommige locaties is het goed om bosverjonging te stimuleren, op andere juist om oude bomen te behouden. Op weer andere plaatsen kan de aanplant van nieuwe bomen zorgen voor ecologische verbindingen tussen bossen en bosschages. De verbeterkansen voor bossen in de binnenduinrand bestaan uit: – herstel laanbeplanting, – bosverjonging stimuleren, – in stand houden oude bomen, – dode bomen laten staan en dood hout laten liggen, – bosranden geleidelijk in struweel- of kruidenbiotoop over laten lopen, – vervangen uitheemse beplanting (met name coniferen) door inheemse soorten. Gidssoorten die hiervan profiteren: rosse vleermuis, ijsvogel, boomklever Natuurtypen: N15.01 Duinbos - BIJ12 N17.03 Park- en stinzenbos - BIJ12
Figuur 9 - boven: gewenste ondergroei van mossen en kruiden, beneden: minder gewenste ondergroei van woekerende klimop en aangeplante coniferen.
39
5. Graslanden Het duingrasland vormt één van de meest soortenrijke ecosystemen. Voor instandhouding van de duingraslanden, en om struweelvorming tegen te gaan, is begrazing door grazers, met in het bijzonder konijnen, van belang. ( (Stichting Duinbehoud, 1992), p. 40) Waar konijnen ontbreken, kan ecologisch (sinus / gefaseerd) maaibeheer, of extensieve begrazing door grote grazers deze rol opnemen. Het beheer bestaat uit extensieve beweiding, of er wordt 1 of 2 keer per jaar gemaaid. Door verschraling en begrazing met een gescheperde kudde kan de rijkdom vergroot worden, de kudde zorgt ook voor transport van zaden en daarmee voor genetische uitwisseling. De graslanden worden doorgaans niet bemest. (BIJ12) De soortenrijkdom van het duingrasland is terug te zien in de binnenduinrand op plaatsen waar ecologisch graslandbeheer wordt gevoerd. Bermen, dijken, overhoekjes, parken, weilandjes en akkerranden in de binnenduinen bieden kansen om de van de nature aanwezige zaadbank aan te spreken en zo bij te dragen aan uitbreiding van het areaal voor de rijke duinflora en het leefgebied van de vele hieraan verbonden insecten, vogels en zoogdieren. Dijken en bermen kunnen kruidenrijke graslanden met elkaar verbinden verder het binnenland in.
De variatie en afwisseling van de flora en fauna op dijken kan groot zijn door verschillen in microklimaat: een droge top, een helling op verschillende windrichtingen, afgetrapte randen langs schapenpaadjes en vochtige stukken aan de voet van de dijk. Bloemrijke dijken zijn van belang voor planten, zoals klaversoorten, wilde uien en soorten van kalkrijke zomen en ruigten, dagvlinders, bijen en zoogdieren. Goede weidevogelgraslanden worden gekenmerkt door een open karakter, een mozaïek van diverse vormen van graslandbeheer: diversiteit in maaidata, beweiding, plasdras, brede, rijk begroeide slootkanten, enz. Soorten als grutto, kievit, scholekster en tureluur vinden hier hun voedsel- en broedgelegenheid. (BIJ12) De verbeterkansen voor graslanden in de binnenduinrand zijn: – extensief maaibeheer van overhoekjes, golfbanen, landgoederen, stadsparken, enz., – extensiveren beheer bermen van dijken, wegen en paden, – gefaseerd en uitgesteld maaibeheer en/of sinusbeheer of een andere vorm van maaien op maat. – Werken aan voorkennis en opleiding bij nieuwe aanbestedingen voor groenbeheerders (kwaliteitseis aanbesteding),
Figuur 10 – Strandweg, ‘s Gravenzande: links maaibeheer, rechts begrazing door schapen.
Figuur 11 – grote kansen voor biodiversiteit worden geboden door vlak langs de duinrand akkers uit cultuur te nemen en om te vormen tot ecologisch graslandbeheer zoals op deze locatie langs de Duinweg in Noordwijkerhout, waar bollengrond is omgezet in kruidenrijk grasland, wat gevoed wordt met kwelwater uit de duinen.
40
– – –
Uit cultuur nemen van akkers direct grenzend aan de duinrand, extensiveren en faseren beheer cultuurgraslanden (verminderen graasdruk en bemesting), soortenbeheer (weidevogelbescherming, kruidenrijke akkerranden of dijken).
Gidssoorten die hiervan profiteren: konijn, tureluur, grauwe klauwier, veldleeuwerik, zandhagedis, bruin blauwtje, argusvlinder, glassnijder, zilveren fluitje, weidehommel, kustsprinkhaan
Natuurtypen: N12.01 Bloemdijk - BIJ12 N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland - BIJ12 N13.01 Vochtig weidevogelgrasland - BIJ12
41
6. Akkers Kruiden- en faunarijke akkers, bestaan meestal uit akkers met ijle kruid- of grasachtige vegetaties die zich tussen de verbouwde gewassen bevinden. Tot ruim in de eerste helft van de vorige eeuw behoorden akkers tot een van de rijkste ecosystemen met een sterk regionale identiteit (BIJ12). In Zuid-Holland gaat het met name om de bollenvelden op de geestgronden tussen Hillegom en Katwijk. Door verandering in gewaskeuze en intensivering van teelten (wat gepaard ging met efficiëntere zaadschoning en intensievere, vaak chemische onkruidbestrijding en een sterkere bemesting) is er van biodiversiteit op akkers in Nederland weinig overgebleven. Veel van akkers afhankelijke soorten staan op de Rode Lijst. Om deze soorten en het cultuurhistorische beeld van deze akkers te behouden worden er in het natuurbeheer daarom speciaal hiervoor akkers beheerd op verschillende bodemtypen en/of wordt er gewerkt aan akkerranden beheer. (BIJ12) Typerende vogelsoorten van een kruiden- en faunarijke akker zijn veldleeuwerik, graspieper en patrijs. De veldleeuwerik wordt regelmatig gehoord in de (soms braakliggende) bollenvelden tussen De Zilk en Wassenaar.
Figuur 12 - braakliggend bollenveld aan de Northgodreef in Noordwijk waar de veldleeuwerik werd waargenomen.
De verbeterkansen voor akkers in de binnenduinen zijn: – verminderen chemische bestrijding (on)kruiden en (on)gedierte, – verminderen bemesting, – met regelmaat akkers braak laten liggen, – ruimte geven aan de natuur op overhoekjes, akkerranden, werkpaden en slootkanten Gidssoorten die hiervan profiteren: grauwe klauwier, veldleeuwerik, bruin blauwtje, argusvlinder, weidehommel, kustsprinkhaan Natuurtype N12.05 Kruiden- en faunarijke akker - BIJ12
42
7. Bebouwde kom Zuid-Holland is een zeer dichtbevolkte provincie. Dit betekent dat ook in en aan de duinen veel bebouwing en verharding aanwezig is en dat beschikbare ruimte voor natuur constant onder druk staat. Dit heeft gevolgen voor klimaatregulatie, beweging van luchtstromen, waterbeheer, en de aanwezige ruimte voor natuur. Het maken van verbindingen en stapstenen voor natuur vanuit het duin is hier een grote uitdaging. Door de drukbevolkte, bebouwde omgeving is de soortensamenstelling van een stad anders dan dat van het omliggende gebied. Dit biedt echter ook kansen. Denk bijvoorbeeld aan rotsbewonende vleermuizen in spouwmuren van gebouwen, een klokjesbij die zich voedt met de campanula in geveltuinen en zoutminnende planten, zoals hertshoornweegbree, die het goed doen langs wegen waar in de winter zout gestrooid wordt. Muren bieden kansen voor verticale groei. De stad biedt de mogelijkheid om een groot publiek aan te spreken en deze te betrekken bij de waarde van de natuurlijke omgeving waarin zij wonen. Ieder snippertje groen en ieder park wordt door velen gekoesterd. Het vraagt om een andere aanpak, die gericht is op communicatie en educatie en waarbij ook de esthetische en emotionele waarde van soorten van belang is.
Het is van belang om de bestaande natuurrijke locaties in de bebouwde kom te beschermen en de hoge potentie voor de ecologische kwaliteit van natuurlijke tuinen dichtbij de kust bij bewoners te benadrukken. De verbeterkansen in de bebouwde kom in de binnenduinen zijn: – inrichting duintuinen stimuleren (inheemse planten, faciliteiten voor de fauna, vijvertje, enz.), – natuur inclusief bouwen stimuleren, – ecologisch inrichten industrieterreinen, – groenbeheer afstemmen op inheemse planten en dieren, – extensiveren van het maaibeheer (boomspiegels, gevelranden, slootkanten, enz.). Gidssoorten die hiervan profiteren: meervleermuis, boomklever, rugstreeppad, glassnnijder, weidehommel
Figuur 13 - de Haagse Beek wordt gevoed door kwelwater uit de duinen en loopt dwars door Den Haag naar de Hofvijver. Natuurvriendelijk oeverbeheer wordt door het schone duinwater flink beloond met een hoogkwalitatieve, rijke flora.
43
extensief beheer overhoekjes, golfbanen, stadsparken
Onderstaande tabel geeft een overzicht van het verwachte effect van verschillende maatregelen voor inrichting en beheer op de verschillende gidssoorten. De locaties waar deze maatregelen in praktijk kunnen worden gebracht staan verder uitgewerkt in hoofdstuk 6.
inrichting duintuinen
natuurinclusief bouwen stimuleren
honden aanlijnen
nestkasten
ecologisch beheer golfterreinen
akkervogelgebied
herstel processen (o.a. kwelstroom)
pesticidevrije landbouw
handmatig oogsten
akkerranden
weidevogelgebied
uitgesteld maaibeheer
zandige steilwandjes
kruidenrijke dijkranden
0 0 + ++ + 0 0 ++ + + ++ + + 0 + 0 + + 0 0 0 + ++ ++ 0 0 0 + + + 0 + ++ 0 + 0 + ++ 0 0 0 0 + + ++ 0 0 + + 0 0 + + + 0 0 0 + ++ + 0 + + + + 0 0 + 0 + 0 0 + 0 + 0 ++ + + ++ 0 + ++ + + ++ + ++ 0 ++ 0 0 + + 44+
duingraslanden
0 0 0 0 0 0 0 + 0 0 0 0 0 0 0 0 0 + 0
extensief beheer
+ + + ++ ++ + ++ 0 0 ++ 0 + ++ 0 0 + 0 0 + 0 0 + 0 0 + 0 0 ++ 0 + ++ + ++ + 0 0 + 0 0 ++ ++ ++ ++ 0 0 + 0 + ++ + ++ ++ + + ++ + ++
landgoedbossen
+ ++ ++ 0 + 0 0 0 0 + ++ 0 0 ++ + + + + +
bosverjonging
+ - 0 0 ++ ++ + 0 + 0 0 ++ ++ + + + ++ + + 0 ++ + 0 + ++ + 0 + + 0 + 0 + + + + 0 ++ - ++ + + + 0 + + 0 + 0 0 0 0 + 0 + 0 ++ ++ ++ + ++ 0 + + - 0 + 0 0 0 + - ++ 0 0 0 0 0 + + 0 0 + + 0 ++ 0 0 0 0 + 0 0 0 ++ ++ - ++ 0 0 0 0 + 0 0 0 + - + 0 + + + 0 + 0 0 0 0 - 0 - ++ ++ + 0 + + 0 + - 0 - + + + + + 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 + + + + - 0 - ++ ++ ++ + + + 0 + 0 0 + + + + + + + ++ ++ ++ + 0 0 0 + + + 0 + + 0 0 0 0 0 0 + ++ ++ ++ + + 0 + + 0 0 + + + + + ++ ++ ++ ++ 0 0 0 0 ++ ++ ++ ++ + + 0 0
bos behouden
extensieve begrazing
0 0 - + -- + - + + + ++ + + ++ 0 ++ ++ - + + ++ ++ ++ + + ++ 0 ++ + 0 ++ ++ + + + + + + 0 + 0 + ++ + 0 0 ++ ++ ++ ++ - 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 ++ ++ - 0 + + + + + + + - 0 0 + ++ + ++ + + 0 0 ++ ++ + 0 0 + + 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 + + 0 0 0 0 0 0 0 ++ + ++ 0 ++ 0 0 0 0 0 0 0 + - + 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 - - ++ 0 + ++ + ++ ++ ++ ++ - 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 + - - ++ 0 + 0 + ++ ++ ++ 0 + - + + 0 ++ ++ ++ ++ ++ ++ - 0 0 + + + 0 0 0 0 0 0 0 0 - + 0 0 0 0 + + + + + 0 0 + 0 + 0 0 0 0 0 0 0 0 - + 0 0
smalle bosstroken als ecoverbinding
bermbeplanting
elzensingels
duinstruweel open maken
ruimte voor dicht duinstruweel
(harde) oevers van vaarwegen
ecologisch oeverbeheer
peilverhoging weilanden
plasdras aanleggen in weilanden
moeraszones langs dijken en wegen
aanleg poelen en vijvers
soortnaam konijn dwergmuis meervleermuis rosse vleermuis tureluur nachtegaal blauwborst ijsvogel boomklever grauwe klauwier veldleeuwerik zandhagedis rugstreeppad bruin blauwtje argusvlinder glassnijder zilveren fluitje weidehommel kustsprinkhaan
herstel duinrellen, retentie kwelwater
maatregelen voor herstel
heggen en hagen rondom weiden en akkers
Legenda:- - = maatregel zeer nadelig voor de soort, - = nadelig, 0 = geen duidelijk effect, + = voordelig, ++= zeer voordelig
6.
Kansen voor versterking biodiversiteit, thematische invulling
In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de kansen voor het versterken van de biodiversiteit op verschillende locaties in de binnenduinrand. Op basis van diverse veldverkenningen zijn de kansen en mogelijkheden in beeld gebracht voor versterking van de biodiversiteit langs de binnenduinrand tussen Hoek van Holland en Noordwijk. De kansen en mogelijkheden worden per thema besproken: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Rood in het groen, groene buffers Graslanden Groen/Blauwe dooradering Groen om de woning Waterbuffers Zilte natuur
De genoemde locaties in de tekst zijn ook terug te vinden op een Google Maps kaart. In de tekst wordt daarvoor de afkorting GM gebruikt met een volgnummer: https://www.google.com/maps/d/u/1/edit?mid=13erEuLsZC37-Igz6B3lH-BalBa-kVqU&usp=sharing
Bij de verdere uitwerking van kansrijke locaties kan meer specifiek bekeken worden voor welke gidssoorten deze locatie kansen biedt en wat dit betekent voor inrichting en beheer van de locatie. Zie daarvoor ook de tabel aan het eind van hoofdstuk 4 en de beschrijving van biotopen van de binnenduinrand in hoofdstuk 5.
45
1.
Rood in het groen, groene buffers
Langs de binnenduinrand liggen op diverse locaties grote groene gebieden met een beperkte bebouwing en extensief gebruik. Dit betreft onder andere de groene buffers rondom woningbouwlocaties, diverse golfbanen in en langs de duinen, de verschillende landgoederen en buitenplaatsen en diverse zorginstellingen. Hier liggen kansen om de inrichting en het beheer van deze gebieden meer af te stemmen op het vergroten van de biodiversiteit. De ervaring van afgelopen jaren is, dat er bij veel van de eigenaren van deze gebieden ook interesse is om de inrichting en het beheer af te stemmen op het vergroten van de biodiversiteit. Kansen voor inrichting en beheer zijn: Natuurvriendelijke inrichting van watergangen en waterpartijen. Onder andere door het verbreden en afvlakken van oevers, zodat er meer ruimte ontstaat voor een gedifferentieerde oeverbegroeiing en het leefgebied voor insecten en amfibieën wordt vergroot. Ook het vergroten van de ruimte aan een rietbegroeiing langs de oevers draagt bij aan het vergroten van de biodiversiteit. Uitheemse plantensoorten (zoals coniferen) vervangen door inheemse soorten (gunstig voor soortenrijkdom en insecten). Extensiveren van het maaibeheer van graslanden (gunstig voor bloeiende planten). Inzaaien van kruidenrijke grasmengsels (gunstig voor insecten).
46
Groene buffer Noordwijk In het gebied tussen Noordwijk-Binnen en Noordwijk aan Zee zijn diverse groenontwikkelingen in gang gezet. Onder andere in combinatie met roodontwikkelingen (bouw van woningen). De aangelegde groenstructuren bieden kansen voor versterking van de biodiversiteit (GM 24, circa 4 ha). Onder andere door herstel van duinrellen of extensief maaibeheer van graslanden.
Figuur 14 – Nieuw Een nieuw groengebied aangelegd naast groengebied een woningbouwlocatie naast een woningbouwlocatie langs de Beeklaan langs in Noordwijk. de Beeklaan in Noordwijk.
Figuur 15 – Met langs het groengebied kansen voor droge en natte natuur.
47
Woonzorgpark Willem van den Bergh Op en rond het woonzorgpark Willem van den Bergh in Noordwijk liggen diverse kansen voor het versterken van de biodiversiteit. Met name de hele strook tussen Het Laantje en het duingebied (GM 25, circa 2 ha) leent zich goed voor versterking van de biodiversiteit. Aan de noordkant ligt al een extensief gebruikt weiland met mogelijkheden voor herstel van duinrellen en kruidenrijke graslanden. Verder naar het zuiden liggen vochtige weilanden (GM 26, 10 tot 20 ha) met kansen voor de ontwikkeling van kruidenrijk grasland of rietmoeras. Dit gebied wordt gevoed door kwelwater uit de duinen.
48 Figuur 16 – Verschillende kansrijke locaties op het woonzorgpark Willem van den Bergh in Noordwijk.
Golfbanen Golfbaan Estec in Noordwijk (GM 27) is aangelegd op ecologische grondslag. Binnen de beperkte ruimte zijn waterpartijen en bossages aangelegd. Dit heeft geresulteerd in een een golfbaan met rietoevers en bossages met ruimte voor flora en fauna. Ook golfbaan Rozenstein (GM 29) is inmiddels overgestapt op een inrichting en beheer die erop gericht is meer ruimte te geven aan de natuur. Zo is er middels een duiker verbinding gemaakt met het naastliggende natuurgebied Lentevreugd en worden de waterpartijen op Rozenstein gevoegd door afstromend kwelwater uit het duingebied. De Noordwijkse Golfclub, de Koninklijke Haagsche Golf & Countryclub en de Wassenaarse Golfbaan Groenendaal liggen alle drie in of direct tegen het duingebied aan. Hier liggen kansen voor verbetering van de biodiversiteit door om te schakelen naar een natuurvriendelijk beheer (minder bemesting en bestrijdingsmiddelen) en ruimte bieden aan natuurontwikkeling op de onbenutte delen van de golfbaan. De Noordwijkse Golfclub heeft inmiddels stappen ondernomen voor herstel van een vochtige duinvallei en herstel van grijs duin.
Figuur 17 – Golfbaan Rozenstein langs de Kokshornlaan in Wassenaar.
Figuur 18 – Golfbaan Estec langs de Zwarteweg in Noordwijk.
49
Mient-Kooltuin Voor dit gebied is een plan in ontwikkeling gericht op groenontwikkeling en recreatie opvang (GM 30, 50 tot 150 ha). Onderdeel van het plan is de inrichting van een weidegebied en bosgebied. Kansen liggen er voor herstel van duinrellen, rietmoeras en bosgebied.
Figuur 19 – Kansen voor natte natuur in/langs de watergangen langs de N441 in Katwijk.
Figuur 20 – De groene buffer Mient-Kooltuin in Katwijk biedt kansen voor versterking van de biodiversiteit.
50
Groene Zone De gemeente Wassenaar heeft een programma opgesteld voor de ontwikkeling van het landelijk gebied tussen de bebouwing van Wassenaar en de nieuwe bouwlocatie Valkenhorst (GM 31, 50 tot 100 ha). Dit programma biedt diverse aanknopingspunten voor het versterken van de biodiversiteit: Aan de noordrand is een robuuste ecologische verbinding geprogrammeerd langs de (voormalige) tankgracht. Deze verbinding biedt ruimte aan ecologische oevers, rietmoeras en bossages. Langs de N441 liggen kansen voor versterking van de bosstructuur door aanplant van meidoornhagen, elzenhagen o.i.d. en de aanleg van rietoevers. De weilanden aan weerszijden van de Ruigelaan bieden ruimte voor verhoging van het waterpeil, extensivering van het maaibeheer/beweiding en aanleg van plas/dras zones. Het zuidelijk deel van het voormalig vliegkamp Valkenburg wordt ingericht als natuurgebied (compensatie). Doelsoorten zijn de graspieper en veldleeuwerik.
Figuur 20 – De Groene Zone langs de N441 in Wassenaar biedt diverse kansen voor natte natuur in combinatie met opvang van kwelwater uit de duinen en waterbuffering. Een ecologische verbinding naar het binnenland is in voorbereiding en een natuurcompensatie project (voormalig vliegkamp Valkenburg) is inmiddels van start gegaan.
51
Hoge Klei Langs en in de omgeving van de Kleiweg, aansluitend op golfbaan Rozenstein liggen mogelijkheden voor versterken van de biodiversiteit door herinrichting van oevers (eventueel in combinatie met de plannen voor de bouw van enkele villa’s) (GM 32).
Figuur 21 – Langs de Kleiweg in Wassenaar zijn bouwplannen, dit kan worden gecombineerd met natuurinrichting.
52
Buurtweg Langs de Buurtweg in Wassenaar (GM 33) liggen een aantal grote landgoederen (Voorlinden, Blankenburg, Blanckenhoeve) met kansen voor natuurinrichting en versterking van de biodiversiteit. Een voorbeeld daarvan is het Landgoed Voorlinden. Hier is afgelopen jaren geïnvesteerd in o.a. de aanleg van waterpartijen en rietoevers. Deze inrichting zou verder ontwikkeld kunnen worden met o.a. de aanleg van ijsvogelwandjes en moeraszones. In het aangrenzende duingebied kan de Mahonie (exoot) worden bestreden en kan sturing worden gegeven aan het recreatief gebruik. Hier heeft zich een fijnmazig netwerk van wilde paden ontwikkeld ten koste van de begroeiing met mossen en korstmossen (grijs duin). Het uitzetten van een paaltjesroute en het afzetten van enkele wilde paden kan herstel van grijs duin bevorderen.
Figuur 22 – De grote landgoederen langs de Buurtweg in Wassenaar bieden kansen voor natuurinrichting.
53
Figuur 23 – Landgoed Voorlinden langs de Buurtweg in Wassenaar biedt kansen voor versterking van de biodiversiteit, het bijbehorende duingebied verdient een beter beheer.
54
Golfbanen Den Haag Naast landgoed Voorlinden ligt de golfbaan van de Haagsche Countryclub Groen-Geel (GM 34). Hier liggen kansen voor natuurinrichting van de aanwezige greppels en watergangen en/of het benutten van overhoekjes. Aansluitend (aan de andere kant van de N440) ligt de golfbaan Wassenaarse Golf Groendael (GM 34). Hier is bij aanleg al getracht om een duinlandschap terug te krijgen. De aangeplante helm zou geleidelijk vervangen kunnen worden door een vegetatie van duingrasland (met o.a. teunisbloem en slangenkruid). Er liggen nog uitdagingen om de harde beschoeiingen bij de waterpartijen meer natuurvriendelijk in te richten. Richting de renbaan van Duindigt liggen nog meer kleine golfbanen. Maar die liggen al redelijk ingebed in duinvegetatie.
Figuur 24 – Rond de N440 in Wassenaar (Roggewoning/Groenendaal) liggen diverse golfbanen met kansen voor het benutten van “overhoekjes” die kunnen worden ingericht als natuur.
55
Renbaan Duindigt Ten zuidoosten van park Duingeest (met een fraaie waterpartij) ligt de renbaan Duindigt (GM 35). De toekomst van deze renbaan is onzeker en er zijn plannen voor bebouwing en/of groenontwikkeling. Hier liggen kansen voor het verbinden van de landgoederen met bosontwikkeling.
Figuur 25 – Renbaan Duindigt langs de Waalsdorperlaan in Wassenaar.
56
Golfbaan Kijkduin Aan de Wijndaelerweg in Kijkduin ligt Golfbaan Ockenburgh (GM 36). Deze golfbaan wordt vrij intensief gemaaid tot onder de bomen. Hier ligt ruimte voor minder intensief maaibeheer en kansen voor het ontwikkelen van bloemrijke (duin)graslanden.
Figuur 26 – Strak gemaaide greens van golfbaan Ockenburgh in Kijkduin.
57
Zorginstelling Kijkduin Aan de Haagweg ligt de zorginstelling Parnassia Groep (GM 37). Op dit terrein liggen diverse percelen en watergangen met mogelijkheden voor versterking van de biodiversiteit (5 tot 10 ha). Dit betreft onder andere aanplant van inheemse soorten, een beheer gericht op versterking van biodiversiteit en aanleg van ecologische oevers.
Figuur 27 – De zorginstelling Parnassia langs de Monsterseweg in Den Haag is ruim opgezet met diverse kansen voor natuurinrichting en versterking van de biodiversiteit.
58
2.
Graslanden
Langs de binnenduinrand liggen op diverse locaties graslanden met de mogelijkheden voor extensivering van gebruik en beheer. Dit kan door agrarisch natuurbeheer, aanleg van ecologische oevers, aanleg van plas/dras situaties of omvorming naar natuur. Een deel van die graslanden valt al onder het Natuur Netwerk Nederland, maar een deel ook niet.
59
Graslanden Kapelleboslaan Langs de Kapelleboslaan (ter hoogte van vakantiepark Noordwijkse Duinen) liggen nog twee graslandpercelen die kansen bieden voor agrarisch natuurbeheer (GM 17, 10 ha), Hoeve De Blink. Deze graslanden vallen niet onder het Natuur Netwerk Nederland.
Figuur 28 – Het agrarisch bedrijf langs de Kapelleboslaan in Noordwijk met kansen voor ecologisch oeverbeheer en/of andere vormen van agrarisch natuurbeheer.
60
Graslandje Duinweg Langs de Duinweg ter hoogte van uitzichtpunt Burgzicht (GM 18, circa 0,6 ha) ligt nog een (zeer) extensief beheerd grasland met een rijke kruidenvegetatie (o.a. veldbies). Voortzetting van dit beheer is gewenst. Deze graslanden vallen niet onder het Natuur Netwerk Nederland.
Figuur 29 – Langs de Duinweg in Noordwijk ligt nog een grasland met (zeer) extensief beheer.
61
Graslanden Sancta Maria Langs de Randweg Noordwijk ligt een groot areaal grasland dat is aangewezen als NNN (GM 19, 20 tot 25 ha). Hier liggen kansen voor agrarisch natuurbeheer (of aankoop en extensivering van het beheer).
Figuur 30 – De graslanden van Sancta Maria langs de Randweg in Noordwijk vallen onder het Natuur Netwerk Nederland.
62
Landgoed Oude Zeeweg Aan de voet van het duin van Noordwijk aan Zee ligt langs de Oude Zeeweg een mooi landgoed (GM 25). De graslanden lenen zich voor een ontwikkeling naar kruidenrijk duingrasland.
Figuur 31 – Langs de Oude Zeeweg in Noordwijk ligt een klein landgoed met kansen voor versterking van de biodiversiteit.
63
Landgoed Reigersbergen/Marlot Tussen de landgoederen Reigersbergen en Marlot in Wassenaar (GM 38) ligt een agrarisch perceel met mogelijkheden voor extensivering van het grondgebruik en inrichting van natuurvriendelijke oevers of moeraszones (10 tot 30 ha). Ook aan de westkant van de Benoordenhoutseweg liggen kansen om biodiversiteit te versterken door extensivering en herinrichting van graslanden. Deze graslanden vallen voor een groot deel onder het Natuur Netwerk Nederland.
Figuur 32 – Aan weerskanten van de Benoordenhoutseweg in Wassenaar liggen graslanden met kansen voor natuurinrichting en/of agrarisch natuurbeheer.
64
Landgoederenroute Langs de Landgoederenroute in Wassenaar liggen nog diverse graslandpercelen met een (kleinschalig) agrarisch gebruik. Hier liggen mogelijkheden voor natuurinrichting door het gebruik en beheer daarop af te stemmen (1 tot 5 ha).
Figuur 33 – Extensivering van het gebruik van de graslanden langs de landgoederenroute in Wassenaar kan de biodiversiteit versterken.
65
Rust en Vreugdelaan In het agrarisch gebied rond de Rust en Vreugdelaan (GM 39) liggen mogelijkheden om de watergangen te voorzien van natuurvriendelijke oevers. De graslanden vallen onder het Natuur Netwerk Nederland (circa 9 ha). Door extensivering van het gebruik kan de biodiversiteit worden versterkt.
Figuur 34 – Rond de Rust en Vreugdelaan in Wassenaar liggen kansen voor aanleg van ecologische oevers, natuurinrichting en/of agrarisch natuurbeheer.
66
Berkheiveld Tegenover park Duinrell ligt het Berkheiveld (0,2 ha). Dit wordt vooral gebruikt om te wandelen (met honden), maar biedt kansen voor natuurinrichting met duin gerelateerde planten. (GM 40)
Figuur 35 – Het Berkheiveld langs de Berkheistraat in Wassenaar.
67
Else Mauhslaan Langs de Waasdorperweg/Else Mauhslaan (GM 41) ligt een groenstrook met watergang die voor natuur ingericht zou kunnen worden (0,1 ha).
Figuur 36 – Langs de Else Mauhslaan ligt een uitloopveld op een oude duinrug met kansen voor versterking van de biodiversiteit.
68
Kwartellaan Langs de Laan van Poot ligt ter hoogte van de Kwartellaan een open veld met in aansluiting een groenstrook richting Bosjes van Pex. Hier liggen mogelijkheden om de biodiversiteit te versterken door een meer gericht natuurbeheer van het grasland (0,1 ha). GM 42
Figuur 37 – Langs de Kwartellaan kan de ecologische verbinding worden versterkt vanaf het duingebied naar de bosjes van Pex.
69
Overhoekjes Zwethzone Ten zuiden van de Zwethzone (GM 43) liggen nog diverse graslandpercelen, bossages en watergangen die in extensief beheer zijn (circa 5 ha). Onder andere langs de Santhorsthof. De verwachting is dat ook hier de verstedelijking vanuit Den Haag en Monster door gaat. Het is zaak om deze laatste stukken groen langs de binnenduinrand veilig te stellen en het extensief beheer voort te zetten.
Figuur 38 – Langs de Haagweg in Monster liggen nog enkele stukjes groen die de moeite waard zijn om te behouden.
70
Watergat Langs de Haagweg ten noorden van Monster is een bouwplan in ontwikkeling (Watergat (GM 44)). Een aantal van deze percelen zal worden bebouwd (de 4 percelen aan de zuidkant), maar voor een aantal percelen (8 percelen aan de noordkant) is nog geen bouwplan ontwikkeld. Hier liggen kansen om deze graslanden te ontwikkelen als duingrasland (aansluitend op het duingebied), met wellicht ruimte voor konijnen (5 tot 15 ha).
Figuur 39 – Langs de Haagweg in Monster ligt het Watergat. Met links de voorbereidingen voor woningbouw (paddenschermen) en rechts een aantal graslandpercelen met kansen voor natuurinrichting. Hieronder een tekening met een (mogelijk) beeld van de toekomstige inrichting.
71
Graslanden Westland Langs de Slaperdijk ten zuiden van Ter Heijde (GM 45) ligt ter hoogte van de Westerduinlaan nog een graslandperceel (1 ha). Hier liggen kansen om deze graslanden te ontwikkelen als duingrasland (aansluitend op het duingebied). Dit geldt ook voor het graslandperceel bij het Arendsduin (3 ha) en Slag Vlugtenburg (1 ha).
Figuur 40 – Langs de Slaperdijk en Nieuwlandsedijk in Monster en ‘s-Gravenzande liggen nog diverse graslandpercelen met kansen voor natuurinrichting (links: grasland iets ten zuiden van gemaal Vlotwatering, rechts: grasland nabij Arendsduin, onder: grasland nabij Slag Vlugtenburg) .
72
Nieuwlandsedijk De groenzone van de duinen naar het Staelduinse Bos staat op de kaart aangeduid als Natuur Netwerk Nederland. Langs deze route ligt onder andere het grasland aan de Nieuwlandsedijk (circa 13 ha) (GM 46). Dit grasland wordt al vrij extensief beheerd en biedt kansen om in te richten als ecologische verbinding. Door verdere extensivering van het beheer kan de soortenrijkdom worden verhoogd en langs de randen zijn mogelijkheden voor aanleg van ecologische oevers.
Figuur 41 – De graslanden langs de Nieuwlandsedijk zijn begrensd als Natuur Netwerk Nederland.
73
Paardenwei Hoek van Holland In de hoek van de Prins Hendrikweg en het Haakpad (GM 47) ligt een extensief beheerde paardenwei met waterpartij die aan zou kunnen sluiten bij de ecologische verbinding van duinen naar het Staelduinse Bos (circa 3 ha).
Figuur 42 – Een paardenwei langs het Haakpad in Hoek van Holland.
74
3.
Groen/Blauwe dooradering
Langs wegen en paden kan gewerkt worden aan het natuurvriendelijk beheer van de bermen (extensief en gefaseerd maaibeheer), aanleg van ecologische oevers en/of de aanplant van heggen en hagen. Kansen liggen er onder andere langs de provinciale wegen N206 en N441. Op veel locaties langs de binnenduinrand is nog ruimte voor groenontwikkeling langs watergangen. Kansen liggen er voor het ontwikkelen van riet- en moerasvegetaties in open water, het herprofilering van oevers tot een flauw talud met ruimte voor oevergebonden planten en dieren en/of het aanleggen van poelen en het verbreden van greppels in graslanden. Op en langs dijken kan het begrazingsbeheer door schapen worden vervangen door een extensief (en gefaseerd) maaibeheer. Kansen hiervoor liggen er onder andere in het beheergebied van Delfland.
75
Provinciale weg N206 Vanaf de provinciegrens ten noorden van De Zilk tot voorbij Katwijk loop een provinciale weg (de N206, GM 1 en 2) die voor een groot deel loopt over een zandlichaam van duinzand. Dit biedt diverse kansen voor het ontwikkelen van biotopen voor duinspecifieke soorten: Struwelen kunnen worden ontwikkeld als foerageerplek en/of broedgelegenheid voor vogels en/of als leefgebied en ecologische verbinding voor kleine zoogdieren en insecten. Dit kan door het beheer te richten op de ontwikkeling van duineigen soorten zoals meidoorn, vlier, liguster, kamperfoelie, enz. Op een aantal plaatsen kan een maaibeheer in gang worden gezet om duinspecifieke kruidenvegetatie te ontwikkelen met bloeiende planten voor zweefvliegen, bijen, vlinders en andere insecten. Op een aantal plaatsen zijn deze vegetaties nog aanwezig, maar worden langzaam overgroeid door struweel. Greppels kunnen worden verruimd met ontwikkelmogelijkheden voor moeras- en rietvegetaties met kansen voor amfibieën, libellen e.d.
Figuur 43 – De provinciale weg N206 is gelegen op een oude duinrug en functioneert nu al als ecologische verbinding. Een gericht natuurbeheer kan deze functie versterken.
76
Oude duinrestanten Op diverse locaties in de bollenstreek liggen nog de restanten van de (oude) strandwallen (o.a. de Zilkerduinweg). Deze restanten van duinen zijn herkenbaar als verhogingen in het landschap. Veelal zijn deze bebouwd en voorzien van tuinen. Maar op diverse locaties zijn openbare stukken groen aanwezig of kleine bospercelen. Deze restanten kunnen in ecologisch beheer worden genomen evenals de bermen van de wegen die over deze duinruggen lopen (GM 4).
Figuur 44 – De oude restanten van de duinen in de bollenstreek bieden kansen voor natuurinrichting en kunnen functioneren als stapstenen voor de migratie van dieren.
77
Heggen en hagen Bollenstreek Eén van de kenmerken van de bollenstreek is het patroon van heggen en hagen (o.a. beuk, liguster en meidoorn). Het herstel van deze heggen en hagen (of meer volume geven aan deze heggen en hagen) is gunstig voor insecten, vogels en als ecologische verbinding voor dieren (GM 5).
Figuur 45 – Een bollenveld langs de Duinweg in Noordwijk met kansen voor herstel van een haag langs het wandelpad.
78
Duinrug N206 Ten noorden van De Zilk ligt aan de oostkant van de provinciale weg een oude duinrug (GM 7). Hier liggen kansen voor het optimaliseren van de biodiversiteit door een actief beheer. Bijvoorbeeld door het verwijderen van de hoog opgaande populieren en meer ruimte bieden aan struweelvorming. Ter hoogte van de voetbalvelden (GM 8) kan met een actief maaibeheer een schrale duingrasland vegetatie worden ontwikkeld en langs de waterpartij naast het sportveld (GM 9) is ruimte voor een rietoever. De watergang langs de voet van de duinrug kan worden ontwikkeld als duinrel (GM 10). Wellicht kan deze ook worden verbreed door aankoop van een strook bollengrond. Langs het zandpad (GM 11) door het gebied kunnen steilrandjes worden aangelegd voor insecten.
Figuur 46 – Een wandelpad over en waterbuffer langs een oude duinrug met kansen voor natuurinrichting.
79
Bosrand Zilkerduinweg Deze bosrand direct ten zuiden van De Zilk (GM 12) is vrij eenvormig met harde overgangen langs de randen. Hier liggen kansen voor vergroting van de biodiversiteit door open plekken te maken voor bosverjonging. Langs de oostkant liggen kansen voor de ontwikkeling van duinrellen en vochtig weiland (GM 13). Deze weilanden maken onderdeel uit van NNN. Rond de parkeer/rustplaats liggen kansen voor de ontwikkeling van schraal grasland (GM 14).
Figuur 47 – Bosrand langs de Zilkerduinweg in De Zilk.
80
Bosverbinding Oosterduinse Meer Het Oosterduinse Meer is (voor de zandwinning) gegraven in een oude strandwal. Langs de oever zijn nog de kenmerken te zien van deze oude duinen. De bosstrook langs de Duinschoten (GM 15) en rond het Oosterduinse Meer (GM 16) kan dienst doen als ecologische verbinding en ook ruimte bieden aan planten en dieren die gebonden zijn aan het duinbos. Deze zone is deels aangewezen als NNN en sluit aan op de ecologische verbinding langs het Steengracht Kanaal richting het Keukenhof Bos.
Figuur 48 – Bosrand langs de Duinschoten in Noordwijk.
81
Parkeerplaatsen Langs de Randweg Noordwijk liggen diverse parkeerplaatsen met een hoog opgaande begroeiing van (aangeplant) naaldhout (GM 21). De biodiversiteit kan hier worden verbeterd door omvorming naar een meer open vegetatie met struweel en kruidenrijke oevers langs de randsloot.
Figuur 49 – Diverse parkeerplaatsen langs de Randweg in Noordwijk bieden kansen voor bosomvorming.
82
Ecologische verbinding Northgodreef Evenwijdig aan de Northgodreef is een ecologische (bos)verbinding geprojecteerd (GM 23) naar landgoed Nieuw-Leeuwenhorst. De realisatie daarvan laat al lange tijd op zich wachten. Meer kansen zijn er wellicht om de ecologische verbinding te koppelen aan de moestuintjes langs de Northgodreef en de bestaand bosverbinding langs de Northgodreef.
Figuur 50 – Langs de Northgodreef in Noordwijk ligt een uitdaging voor een ecologische verbinding van de duinen naar Nieuw Leeuwenhorst.
83
Heggen en hagen Wassenaar/Den Haag Langs wegen en paden (of op golfbanen) zien we ook een patroon van heggen en hagen (o.a. beuk, liguster en meidoorn). Het herstel van deze heggen en hagen (of meer volume geven aan deze heggen en hagen) is gunstig voor insecten, vogels en als ecologische verbinding voor dieren.
Figuur 51 – Brede heggen en hagen bieden ruimte voor dieren om te overleven en te migreren (links Buurtweg Wassenaar, rechts golfbaan Roggewoning Wassenaar .
84
Pompstationsweg Den Haag Langs de Pompstationsweg kan een ecologische bosverbinding worden aangelegd van Meijendel naar de Scheveningse Bosjes.
Figuur 52 – De groenzone langs de Pompstationsweg in Den Haag.
85
Westlandse dijken Langs de Westlandse kust liggen diverse dijklichamen met een klassiek beheer van begrazing door schapen. Dit levert in de regel beperkte natuurwaarden op. Een alternatief beheer met laat in het seizoen maaien levert bloemrijke dijken op met een rijkdom aan insecten (5 tot 10 ha). Een voorbeeld daarvan is het westelijk deel van de dijk langs de Strandweg in Monster (GM 48). Het verlengde van deze dijk langs de Zanddijk zou ook in maaibeheer genomen kunnen worden. Ditzelfde geldt voor de dijk langs de Hoeksebaan (GM 49).
Figuur 53 – De dijken in het Westland bieden kansen voor versterking van de biodiversiteit door een gericht natuurbeheer. Boven de dijk langs de Strandweg in ‘s-Gravenzande en rechts de dijk langs de Hoeksebaan in Hoek van Holland.
86
Haagse Beek Vanaf Kijkduin loopt langs de Machiel Vrijenhoeklaan/Sportlaan/Segbroeklaan de Haagse Beek (GM 50). Deze watergang wordt gevoed door afstromend kwelwater uit de duinen en loopt onder het Uitwateringskanaal naar de Hofvijver. De Haagse Beek is in het verleden opgeknapt en voorzien van natuurvriendelijke oevers. Op diverse plaatsen is de oevervegetatie goed ontwikkeld met o.a. pinksterbloem, watermunt en dotterbloem. Hier en daar staat de kruidenvegetatie onder druk door opslag (en aanplant) van bomen.
Figuur 54 – De Haagse Beek langs de Machiel Vrijenhoeklaan/Sportlaan/Segbroeklaan in Den Haag is een mooi voorbeeld van het herstel van ecologische oevers en realisatie van een ecologische verbinding langs een voormalige duinbeek.
87
Rietoevers Bollenstreek In de bollenstreek liggen vele brede vaarten, maar ook waterpartijen die zijn ingericht voor het vergroten van de waterbuffers, met kansen voor het ontwikkelen van rietoevers. Hiervan kunnen rietvogels, libellen of andere dieren profiteren. Voorbeelden van grote waterpartijen zijn de sportvelden Van Nispen ten noorden van De Zilk of Duinresort Dunimar (GM 20). Een voorbeeld van een grote vaart is het Steengracht Kanaal. Een voorbeeld van een reeds aangelegde rietoever is de oever van de Houtvesterlaan (langs het Steengrachtkanaal (GM 16)).
Figuur 55 – Open water rond het Duinresort Dunimar in Noordwijk met ruimte voor ecologische oevers.
88