Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 - Zienswijzen (1)
Tekst van het document
Gemeenten en initiatiefnemers zullen altijd nog onderzoek moeten doen naar de effecten op aangewezen natuurgebieden en soorten en de daarbij horende regelgeving. Ook de effecten van het plaatsen van een windturbine op bijvoorbeeld het milieu en de leefomgeving moeten worden beoordeeld. Het gebied langs de A28 tussen Harderwijk en Nunspeet waar indiener op doelt is niet gelegen in Natura 2000 gebied. De gebieden in het GNN waar onder voorwaarden windturbines mogelijk zijn overlappen nergens met Natura 2000 gebieden. Bovendien zijn de mogelijkheden van windturbines in dit gebied, zoals hiervoor al aangegeven, ook afhankelijk van de uitkomsten van onderzoeken. Wij delen de mening van indiener dan ook niet dat dit gebied bij voorbaat van de kaart zou moeten. Hoewel zowel in de RES als in de ontwerp-omgevingsverordening wordt gesproken over verkenningsgebieden, zijn deze gebieden anders van aard en kunnen ze niet met elkaar vergeleken worden. De gebieden in het GNN waar onder voorwaarden windturbines mogelijk zijn, zijn gebieden waar andere regels gelden voor het plaatsen van een windturbine dan voor de rest van het GNN. Het zijn geen gebieden waar wij actief naar kijken voor het realiseren van windenergie. De verkenningsgebieden voor windenergie die zijn weergegeven in de RES, zijn gebieden die in kaart zijn gebracht als mogelijke locatie voor het realiseren van windenergie.
Over de kansen en
donderdag 9 september 2021
Pagina 55 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
wenselijkheid hiervan zal vervolgonderzoek plaats gaan vinden. De uitkomst van de RES 1.0 moet nog vertaald worden naar ons provinciaal beleid. Dat is een belangrijke opgave richting RES 2.0. Mogelijk dat dit ook gevolgen heeft voor de gebieden in het GNN waar onder voorwaarden windturbines mogelijk zijn. Wijzigingen Deze zienswijze geeft aanleiding tot wijzigingen van de naam van de kaart "Verkenningsgebied windturbines in Gelders natuurnetwerk" naar “Gelders natuurnetwerk windturbines onder voorwaarden mogelijk". De andere punten leiden niet tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Overig Reactienummer:
52
Indiener:
PSP'92 Gelderland
Samenvatting Indiener heeft verschillende vragen en opmerkingen deze zijn hieronder puntsgewijs weergegeven. 1 Indiener geeft aan dat de zienswijze op actualisatieplan nummer 6 niet is meegenomen, en wil daarover in gesprek. 2 Is Gelderland toe aan de Omgevingswet? En is er een beeld van of Gelderse gemeenten klaar zijn? 3 Hoeveel gemeenten hebben een omgevingswetproof verordening en visie? 4 Vervallen de huidige Waterschapsverordeningen als de Omgevingswet ingevoerd wordt? 5 Moeten de gemeenten eerst zon op dak inventariseren en mag dan pas gekeken worden naar zonnevelden? 6 Indiener wil verslag en beantwoording van vragen van de bijeenkomst van 8 april 2021. 7 Waarom worden andere programma's naast waterprogramma niet ter inzage gelegd zodat Gelderse burger kan meedenken en adviseren? 8 Indiener ontvangt graag concept-delegatiebesluit om een zienswijze op in te kunnen dienen. 9 Waarom mogen zonneparken niet na 30 jaar worden vernieuwd of ge-update? 10 Indiener ontvangt graag een kopie van de vragen en antwoorden die gesteld zijn door PS in de beeldvorming van 16 juni 2021. 11 Indiener wil graag meer informatie over het adviesteam Ruimte en Koers Ruimte. 12 Indiener verzoekt om de notitie die door indiener is gestuurd over openheid en transparantie opstelling van de omgevingsdiensten mee te nemen.
13 Indiener verzoekt om adviesrapport van de Adviescommissie Van Aartsen over VTH mee te nemen. En wil graag een reflectie hierop. 14 Indiener merkt op geen voorstander te zijn van opheffen van de PRO. Antwoord 1. Op 1 juli 2021 is een brief gestuurd namens Gedeputeerde Staten over de zienswijze van actualisatieplan 6. Wij gaan er vanuit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u nog vragen hebben kunt u contact met ons opnemen.
donderdag 9 september 2021
Pagina 56 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
2. De provincie Gelderland is qua regelgeving en werkwijze toe aan de Omgevingswet. De omgevingsvisie is al eerder vastgesteld door Provinciale Staten. De provincie loopt qua regelgeving in de omgevingsverordening al vooruit op de inwerkingtreding van de wet via de experimenteerruimte van de Crisis- en herstelwet. De gemeenten krijgen meer tijd om de gemeentelijke regelgeving in het nieuwe omgevingsplan voor te bereiden op de Omgevingswet en vast te stellen. Gezamenlijk zijn provincie en gemeenten afhankelijk van de digitale voorzieningen om de wet- en regelgeving bekend te kunnen maken en goed uit te kunnen voeren. 3. De gemeentelijke omgevingsvisie en het omgevingsplan hoeven bij inwerkingtreding van de Omgevingswet nog niet gereed te zijn. De gemeentelijke visie moet uiterlijk op 1 januari 2024 gereed zijn; het omgevingsplan op 1 januari 2029. Sommige gemeenten lopen al vooruit op de Omgevingswet via de experimenteerruimte van de Crisis- en herstelwet. De provincie heeft hiervan geen overzicht, maar via internet is alle informatie te vinden bij de gemeenten. 4. Ja, de provinciale waterverordeningen voor de waterschappen worden ingetrokken en gaan deel uitmaken van de nieuwe omgevingsverordening. 5. Nee, het vergt geen volgtijdelijkheid. Zonnepanelen op het dak heeft voorkeur boven zonneparken op land in het buitengebied.
Uit de regionale Energie Strategieën van de Gelderse regio's blijkt al dat er een voorkeur is voor zon op daken. Zonneparken zijn ook nodig, maar op zorgvuldig gekozen locaties, niet lukraak en niet meer dan nodig om aan de behoefte aan zonne-energie te voldoen (dus inclusief de mogelijkheden op daken en in stedelijk gebied). 6. Op de website van de provincie staat film van het eerste deel van bijeenkomst op 8 april 2021 https://www.gelderland.nl/omgevingsvisie. Ook staat op de site korte toelichting van de wijzigingen genoemd in actualisatieplan 8. Van de deelsessies zijn geen opnames of verslagen gemaakt. Wel is er een kortimpressie verslag gemaakt van de deelsessies, die aan de deelnemers gestuurd is. Deze zal ook naar u worden gestuurd. 7. Voor een deel van de programma's geldt dat er geen nieuw beleid is opgesteld, maar dat bestaande kaders in de vorm van een programma zijn gevat. Dat is dus puur een cosmetische stap waarvoor geen (nieuwe) participatie is georganiseerd. Per programma is wel aangegeven hoe belanghebbenden eerder zijn betrokken. Voor de nieuwe programma's (klimaat, biodiversiteit en Agrifood) is wel een vorm van participatie ingericht. Anders dan voor het waterprogramma is dit niet aan wettelijke vereisten gebonden. Ook hiervoor geldt dat per programma is aangegeven hoe de participatie is georganiseerd.
Voor de toekomst geldt dat we de participatie aan de hand van de provinciale participatieaanpak (PS 2020-635) en de nog op te stellen participatie-verordening zullen vormgeven. 8. Het delegatiebesluit betreft een interne taakverdeling tussen Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten. Op dit besluit is de openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. Er bestaat geen gelegenheid ook om een zienswijze in te dienen. 9. Zonneparken hebben een beperkte economische levensduur en krijgen daarom een tijdelijke bestemming. Gemeenten verlenen ook tijdelijke vergunningen. Mocht het na die periode wenselijk zijn om nogmaals een tijdelijk vergunning te verlenen dan kan dat, afhankelijk van de functies die aan de betrokken percelen zal worden gegeven in het toekomstige omgevingsplan en de verschillende ruimteclaims die zich tegen die tijd zullen voordoen. De zonnepanelen zullen wel op termijn vervangen moeten worden. Daarnaast staat de techniek ook niet stil waardoor de ruimtelijke impact of noodzaak, en daarmee ook de ruimtelijke afweging, over 30 jaar anders zal zijn dan nu het geval is. 10. Op de website https://gelderland.stateninformatie.nl/ kunt u de vragen die gesteld zijn door de Staten en ambtelijke beantwoording vinden onder het nummer PS 2021-337. Mocht u nog vragen hebben kunt u contact met ons opnemen.
donderdag 9 september 2021
Pagina 57 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
11. Op de website https://gelderland.stateninformatie.nl/ kunt u meer informatie over koers ruimte en adviesteam vinden onder het nummer PS 2021-470. Mocht u nog vragen hebben kunt u contact met ons opnemen. GS hebben in hun vergadering van 22 juni 2021 de Koers Ruimte en Leefomgeving vastgesteld en door middel van een Statenbrief aangeboden aan PS. Aan Provinciale Staten wordt gevraagd in te stemmen met de Koers Ruimte en Leefomgeving en de daarin voorgestelde werkwijze om tot ruimtelijke afwegingen te komen en deze te beschouwen als het vertrekpunt bij beleidsontwikkelingen en uitvoeringsplannen die een claim leggen op de Gelderse ruimte. 12. De vergaderingen van het Algemeen Bestuur van de omgevingsdiensten zijn openbaar. Deze vergaderingen kunnen worden bijgewoond en vergaderstukken kunnen worden opgevraagd bij de omgevingsdienst. De provincie is een van de mede-eigenaren en heeft hierover dan ook niet alleen zeggenschap. De omgevingsdiensten bepalen zelf hoe zij hiermee om willen gaan. 13. De staatssecretaris geeft in de kamerbrief van 4 maart 2021 aan dat dit rapport zorgvuldige aandacht en opvolging verdient. Ze laat het aan een volgend kabinet over om de kabinetsreactie nader uit te werken.
In relatie tot het rapport van de commissie Van Aartsen hebben Gedeputeerde Staten opdracht gegeven de uitvoering door de omgevingsdiensten te onderzoeken in het licht van de oorspronkelijke bedoeling. Het rapport wordt in de loop van 2022 opgeleverd. Op basis van dat rapport zal Gedeputeerde Staten een reactie geven op het rapport van de commissie Van Aartsen. 14. Van dit standpunt wordt kennisgenomen. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Water Reactienummer:
53
Indiener:
N.N.
Samenvatting 1. Indiener geeft aan dat er dijken op de kaart bij de verordening ontbreken en dat het niet duidelijk is welke bescherming de ontbrekende dijken bieden met name dijkring 37. 2. Indiener geeft aan dat er peilgebieden ontbreken op de kaart met de peilbesluitgebieden bij de verordening, terwijl deze gebieden (waaronder de polder van Bern) recht hebben op een inspanningsplicht voor een streefpeil. Antwoord 1. Het is correct dat niet alle dijken op de kaart zijn opgenomen. Als provincie leggen wij bij verordening alleen (de normen voor) de regionale waterkeringen vast. Primaire waterkeringen en overige waterkeringen ontbreken daarom op onze kaart. De primaire waterkeringen worden vastgelegd door het Rijk en overige waterkeringen door het waterschap. Wat de waterveiligheid betreft gaat het bij de polder van Bern bijvoorbeeld om een primaire waterkering die de benodigde bescherming biedt (onder meer dijktraject 37-1) en is de bijbehorende normering daarvan terug te vinden in de regelgeving van het Rijk (Bijlage II van het Besluit kwaliteit leefomgeving). Met betrekking tot de regionale waterkeringen zijn er inhoudelijk geen wijzigingen vergeleken met de huidige situatie. Nu zijn de regionale keringen op dezelfde manier vastgelegd in onze waterverordeningen voor de waterschappen. donderdag 9 september 2021
Pagina 58 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
2. Zoals aangegeven in het actualisatieplan is de inhoud van de waterverordeningen voor de waterschappen beleidsneutraal overgenomen in de omgevingsverordening. Dat betekent dat de bestaande regels alleen worden verplaatst naar de omgevingsverordening, omdat de Omgevingswet dat verplicht. Aan de regels zelf verandert niets. Dat betekent ook dat er in die zin geen peilbesluitgebieden ontbreken vergeleken met de huidige situatie. Het ontbreken van een peilbesluit(gebied) betekent overigens niet dat er geen streefpeil kan zijn opgenomen in het beheerplan van de waterbeheerder. Bijvoorbeeld in gevallen waarin grote fluctuaties van het waterpeil door natuurlijke omstandigheden kunnen worden verwacht, is het niet reëel om een vast peil aan te houden, maar kan wel een streefpeil worden vastgesteld. Dat laatste is het geval voor de genoemde polder van Bern. Vanwege de lage en hoge waterstanden op de rivier kan daar geen vast peil worden gehandhaafd. Wel geldt op die plek een streefpeil (volgens het streefpeilenplan van het Waterschap). Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Meerdere onderwerpen Reactienummer:
54
Indiener:
Nederlandse Melkveehouders Vakbond
Samenvatting Indiener heeft een pro forma zienswijze ingediend en deze op tijd aangevuld. Hieronder is de aanvulling ook opgenomen. Indiener heeft een aantal opmerkingen en vragen over verschillende onderwerpen. 1. Indiener geeft aan dat binnen de Groene ontwikkelingszone (GO) geen landbouwkundige beperkingen op boerenland mogen worden opgelegd, waar geen schadevergoeding of tegemoetkomingen tegenover staan. Dat geldt ook voor weidevogelgebieden. Het mag niet zo zijn dat er een peilbeheer onder de Omgevingswet uit volgt die nadelig is voor de melkveehouders. De landbouwkundige functie hoort voorrang te hebben. Hierover heeft indiener apart gereageerd op het waterbeheerplan. 2.a Indiener geeft aan dat er dijken op de kaart bij de verordening ontbreken en dat het niet duidelijk is welke bescherming de ontbrekende dijken bieden. b. Indiener geeft aan dat er peilgebieden ontbreken op de kaart met de peilbesluitgebieden bij de verordening, terwijl deze gebieden (waaronder de polder van Bern) recht hebben op een inspanningsplicht voor een streefpeil. c. Indiener leest dat er rechtstreeks werkende regels voor bedrijven en inwoners komen en dat het begrip inrichting komt te vervallen en concludeert dat dat tot gevolg kan hebben dat alle activiteiten op percelen en landbouwgrond buiten de inrichting een plaats dienen te krijgen. d.
Ook vraagt indiener zich af of de bestaande mogelijkheden om vergunningsvrij kleinschalig agrarisch grondwater te onttrekken voor drinkwater voor vee en beregening een plaats kunnen krijgen in de omgevingsvisie. 3. Indiener is positief dat Gelderland de zonnepanelen bij voorkeur op verhard gebied wil. Parkeerplaatsen en infrastructurele projecten zoals spoor en rijkswegen kunnen invulling geven aan meer zon. In dit licht ziet indiener om de tuinbouw meer mogelijkheden te bieden als zij zon op land met Teelt Ondersteunende voorzieningen willen realiseren, zodat schaarse grond voor een dubbel doel wordt gebruikt. Dit kan een aanvulling zijn voor de gebieden die geschikt zijn voor zonneparken die veel hoger op de ladder moeten
donderdag 9 september 2021
Pagina 59 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
komen in plaats van land wat voor een enkel doel wordt ingezet. 4. Indiener geeft aan dat wegen met meer dan 1000 motorvoertuigen per etmaal te maken krijgen met een geluidproductieplafond en vraagt zich af wat er gebeurt wanneer er meer verkeer komt. Het is voor indiener ook niet duidelijk wat de gevolgen zijn voor melkveehouders die in de buurt van een provinciale weg hun bedrijf hebben. 5. Volgens indiener zijn er aanwijzingen dat percelen met een natuurbestemming zich lastig laten registeren in de Basisregistratie Grootschalige Topografie die Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland aan het uitrollen is. Volgens indiener mag het nooit zo zijn dat particuliere eigendommen en percelen waarop geen subsidies zijn aangevraagd niet meer door een landbouwer geregistreerd kunnen worden doordat ze bijvoorbeeld in het Gelders natuur netwerk liggen. Indiener verzoekt bij dergelijke percelen het doel te verlagen naar Groene ontwikkelingszone waar agrarisch natuurbeheer mogelijk is. Antwoord 1. Voor de Groene ontwikkelingszone gelden geen landbouwkundige beperkingen. Het beleid voor de Groene ontwikkelingszone is onveranderd.
We hebben de regels vereenvoudigd in die zin dat we bij de beoordeling van nieuwe ontwikkelingen geen onderscheid meer maken tussen grootschalige en kleinschalige ontwikkelingen, maar dat elk initiatief, afhankelijk van omvang en impact een versterking van de natuur- en landschapskwaliteit (de zogenoemde kernkwaliteiten) met zich meebrengt. Net als in de huidige regels geldt hierop een uitzondering voor de grondgebonden landbouwbedrijven. Voor de weidevogelgebieden geldt de regel dat er geen ontwikkelingen worden toegestaan als deze de functie als weidevogelgebied in de weg staan. Zonnevelden en windturbines zijn nadrukkelijk uitgesloten. 2.a Het is correct dat niet alle dijken op de kaart zijn opgenomen. Als provincie leggen wij bij verordening alleen (de normen voor) de regionale waterkeringen vast. Primaire waterkeringen en overige waterkeringen ontbreken daarom op onze kaart. De primaire waterkeringen worden vastgelegd door het Rijk en overige waterkeringen door het waterschap. Wat de waterveiligheid betreft gaat het bij de polder van Bern bijvoorbeeld om een primaire waterkering die de benodigde bescherming biedt (onder meer dijktraject 37-1) en is de bijbehorende normering daarvan terug te vinden in de regelgeving van het Rijk (Bijlage II van het Besluit kwaliteit leefomgeving).
Met betrekking tot de regionale waterkeringen zijn er inhoudelijk geen wijzigingen vergeleken met de huidige situatie. Nu zijn de regionale keringen op dezelfde maniervastgelegd in onze waterverordeningen voor de waterschappen. b. Zoals aangegeven in het actualisatieplan is de inhoud van de waterverordeningen voor de waterschappen beleidsneutraal overgenomen in de omgevingsverordening. Dat betekent dat de bestaande regels alleen worden verplaatst naar de omgevingsverordening, omdat de Omgevingswet dat verplicht. Aan de regels zelf verandert niets. Dat betekent ook dat er in die zin geen peilbesluitgebieden ontbreken vergeleken met de huidige situatie. Het ontbreken van een peilbesluit(gebied) betekent overigens niet dat er geen streefpeil kan zijn opgenomen in het beheerplan van de waterbeheerder. Bijvoorbeeld in gevallen waarin grote fluctuaties van het waterpeil door natuurlijke omstandigheden kunnen worden verwacht, is het niet reëel om een vast peil aan te houden, maar kan wel een streefpeil worden vastgesteld. Dat laatste is het geval voor de genoemde polder van Bern. Vanwege de lage en hoge waterstanden op de rivier kan daar geen vast peil worden gehandhaafd. Wel geldt op die plek een streefpeil (volgens het streefpeilenplan van het Waterschap). c. De conclusie van indiener kunnen wij niet volgen.
In de omgevingsverordening staat regelgeving voor activiteiten die belastend kunnen zijn voor de grondwaterkwaliteit. Die regels gelden binnen gebieden die beschermd worden vanwege de kwaliteit van het grondwater dat wordt onttrokken voor de openbare drinkwatervoorziening. Deze regels gelden rechtstreeks voor bedrijven en inwoners en het maakt daarbij niet (meer) uit of de activiteit wordt uitgevoerd binnen of buiten een inrichting. Dat onderscheid bepaalde vroeger of de gemeente of de provincie het bevoegd gezag was; in de nieuwe situatie is de provincie altijd het bevoegd donderdag 9 september 2021
Pagina 60 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
gezag over de grondwaterbeschermingsregels. d. Wij nemen aan dat indiener in plaats van de omgevingsvisie de omgevingsverordening bedoelt. Binnen de beschermingsgebieden voor grondwater is het altijd nodig om een melding te doen wanneer er dieper dan drie meter onder het maaiveld wordt geboord en gelden er specifieke voorwaarden bij het verrichten van zo’n activiteit om risico’s voor de kwaliteit van het grondwater te voorkomen. Het maakt daarbij niet uit of de boring wordt gedaan voor een kleine of een grote grondwateronttrekking, het gaat om de risico’s van het boorgat zelf. In waterwingebieden gaat het overigens om een vergunningplicht wanneer er dieper dan twee meter onder het maaiveld wordt geboord. Daarnaast is het in alle beschermingsgebieden voor grondwater verboden om een beschermende kleilaag te doorboren. 3. Van dit standpunt wordt kennisgenomen. 4. Langs alle provinciale wegen worden geluidproductieplafonds vastgesteld. De provincie zorgt ervoor dat deze plafonds niet worden overschreden. Als overschrijding lijkt te ontstaan zal de provincie maatregelen afwegen (geluidreducerend asfalt, geluidschermen en dergelijke). Als maatregelen niet mogelijk of doelmatig zijn wordt het plafond opgehoogd. Hierbij worden woningen die daardoor een te hoge geluidbelasting ondervinden van geluidsisolerende maatregelen voorzien.
De systematiek zal er niet toe leiden dat er verkeer geweerd zal worden op provinciale wegen. Het geluid van een bedrijf wordt hierin niet meegenomen. Bedrijven en het transport er van en naar toe worden door de geluidproductieplafonds niet beperkt. 5. Zie voor het antwoord zienswijze 49. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Water Reactienummer:
55
Indiener:
Coöperatieve Bakker en Bax Juristen U.A.
Samenvatting Indiener heeft een zienswijze ingediend op het ontwerp regionaal waterprogramma. Voor zover die zienswijze ook betrekking heeft op de omgevingsverordening moet dat schrijven ook worden gezien als zienswijze op het actualisatieplan van de omgevingsverordening. Wij vertalen de zienswijze in dat verband naar de vraag om de mogelijkheden van de omgevingsverordening te benutten om het gebruik van bestrijdingsmiddelen te beperken gekeken naar de natuurbelangen. Antwoord De Europese regelgeving maakt nadere regels over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of biociden in specifieke gebieden mogelijk, als deze zijn gebaseerd op een wettelijke grondslag. De Nederlandse wetgeving biedt de provincie niet zo'n nadrukkelijke grondslag gekeken naar de natuurbelangen. De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden geeft het Rijk een nadrukkelijke grondslag om bij Algemene Maatregel van Bestuur nadere regels te stellen over het gebruik van bestrijdingsmiddelen in specifieke gebieden. Het ligt dan voor de hand dat in de eerste plaats het Rijk van die grondslag gebruik maakt om het gebruik van bestrijdingsmiddelen in specifieke gebieden te beperken. Wijzigingen
donderdag 9 september 2021
Pagina 61 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Meerdere onderwerpen Reactienummer:
56
Indiener:
Gemeente Wijchen
Samenvatting Indiener heeft een aantal opmerkingen over verschillende onderwerpen. 1. Indiener wijst op verschillende gebieden op Wijchens grondgebied die zijn aangemerkt als ‘Verkenningsgebied voorwaarden windturbines Gelders natuurnetwerk’. Indiener vindt de gebieden tussen Hernen en Niftrik vanwege het ontbreken van draagvlak bij inwoners geen goede gebieden voor windenergie. Daarom heeft indiener zich hard gemaakt om deze verkenningsgebieden niet op te nemen in het definitieve bod Regionale energiestrategie (RES) 1.0. De afspraken die zijn opgenomen in het bod RES 1.0 zijn tot stand gekomen na een intensief participatieproces en een bestuurlijk proces. Indiener gaat ervan uit dat alle bestuurlijke afspraken en kaarten die zijn gemaakt in het kader van het bod RES 1.0 leidend zijn. Het aanwijzen van verkenningsgebieden voor windenergie in de omgevingsverordening op grondgebied van Wijchen is verwarrend en niet gewenst. Deze gebieden moeten overeen komen met de verkenningsgebieden die zijn opgenomen in het bod RES 1.0. Ontwikkelaars van windparken zouden binnen de verkenningsgebieden voor windenergie die zijn opgenomen in de omgevingsverordening via een Provinciaal Inpassings Plan (PIP) windturbines kunnen plaatsen, zonder dat daarvoor politiek draagvlak is.
Indiener roept de provincie op om alles in het werk te stellen om dergelijke PIP’s te voorkomen en verzoekt de volgende afspraak op te nemen in de Omgevingsverordening: “De definitieve afspraken en kaarten die binnen het RES proces zijn gemaakt, zijn leidend voor het handelen van de provincie. Het betreft de definitieve afspraken en kaarten die worden aangeboden aan het Nationaal Programma RES”. 2. Indiener wil graag weten waarom binnen het Verkenningsgebied voorwaarden windturbines Gelders natuurnetwerk geen alternatieventoets nodig is. Daarnaast wil indiener graag weten met welke methode wordt bepaald hoe de oppervlakte, samenhang en kwaliteit van het natuurnetwerk behouden blijft in geval van compensatie bij windturbines in het Verkenningsgebied voorwaarden windturbines Gelders natuurnetwerk. 3.Indiener stelt dat het niet de bedoeling kan zijn dat de gemeente als houder wordt aangewezen om een zwemlocatie te beheren en te onderhouden als de gemeente daarvoor geen financiële middelen heeft. 4. Daarnaast kan het niet de bedoeling zijn dat de gemeente benadeeld wordt door het vervallen van de financiële bepalingen uit hoofdstuk 3 van de huidige omgevingsverordening. 5.
In een grondwaterbeschermingsgebied mag zonder melding geen baggerspecie worden toegepast waarvan de kwaliteit de achtergrondwaarde overschrijdt, met uitzondering van het verspreiden van baggerspecie uit een watergang over de aan de watergang grenzende percelen. Waarom zou eenzelfde uitzondering niet kunnen gelden voor een gemeente voor een toepassing als bijvoorbeeld bermaanvulling langs een weg? 6. Indiener vraagt zich af of sprake is van een fout in de omgevingsverordening, omdat in de 'Instructieregels rangorde bij waterschaarste' geen van de wateren van Waterschap Rivierenland is aangewezen. Zover bekend hanteert Waterschap Rivierenland voor zijn beheergebied wél een rangorde bij waterschaarste. 7. Naar aanleiding van de concepttekst van de Omgevingsverordening 2022, artikel 5.73 (oogmerk
donderdag 9 september 2021
Pagina 62 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
instructieregels over zonneparken) stelt indiener voor om als laatste regel van dit artikel de volgende regel toe te voegen: ‘Het realiseren van zonneparken in het buitengebied en langs de gemeentegrenzen, dient afgestemd te worden met de buurgemeenten’. Indiener laat weten geen rekening te kunnen houden met capaciteit van het elektriciteitsnet omdat zij die kennis niet heeft. De rol van de netbeheerder dient volgende de indiener een plaats te krijgen als onderdeel van deze instructieregel. Indiener doet een tekstvoorstel voor wijziging. Antwoord 1. Wij realiseren ons dat het verwarrend is dat zowel in onze omgevingsverordening als in de Regionale Energiestrategie (RES) wordt gesproken over verkenningsgebieden voor wind. Om deze verwarring weg te nemen passen wij de naamgeving in de omgevingsverordening aan. In plaats van Verkenningsgebied voorwaarden windturbines Gelders natuurnetwerk hanteren we voortaan “GNN windturbines onder voorwaarden mogelijk”. Anders dan indiener zijn wij niet van mening dat de gebieden in het GNN waar onder voorwaarden windturbines mogelijk zijn overeen zouden moeten komen met de verkenningsgebieden die zijn opgenomen in de RES 1.0. Dit omdat deze gebieden anders van aard zijn. Binnen het Gelders natuurwerk (GNN) kennen we al sinds 2017 gebieden waar andere regels gelden voor het plaatsen van een windturbine dan voor de rest van het GNN.
In de nieuwe omgevingsverordening komen er geen nieuwe gebieden bij en gaan er ook geen gebieden af. Behalve een aantal kleine grenswijzigingen van bestaande gebieden en behalve de naamgeving, verandert er dan ook niets aan deze gebieden. De gebieden liggen langs snelwegen, vanuit het idee dat verstoring langs snelwegen sowieso optreedt en daarmee het effect op soorten minder zal zijn. Binnen deze gebieden is het onder voorwaarden mogelijk een windturbine te plaatsen. Wel moet uiteraard ook altijd gekeken worden naar bijvoorbeeld het effect van het plaatsen van een windturbine op Natura 2000 gebieden en naar het effect op beschermde soorten. De gebieden in het GNN waar onder voorwaarden windturbines mogelijk zijn, zijn dus geen gebieden waar wij naar kijken voor het realiseren van windenergie. Het zijn gebieden waar andere regels gelden voor het plaatsen van een windturbine. De verkenningsgebieden voor windenergie die zijn weergegeven in de RES 1.0 hebben een ander karakter. Dit zijn gebieden die in kaart zijn gebracht als mogelijke locatie voor het realiseren van windenergie. Over de kansen en wenselijkheid hiervan zal vervolgonderzoek plaats gaan vinden. De uitkomst van de RES 1.0 moet nog vertaald worden naar ons provinciaal beleid. Dat is een belangrijke opgave richting RES 2.0.
Mogelijk dat dit ook gevolgen heeft voor de gebieden in het GNN waar onder voorwaarden windturbines mogelijk zijn. Het opnemen van de definitieve afspraken en kaarten in de omgevingsverordening is niet mogelijk. De omgevingsverordening bevat instructieregels die gemeenten in acht moeten nemen bij het opstellen van een omgevingsplan. Het is niet het instrument voor het opnemen van dergelijke afspraken. 2. Een alternatieventoets maakt onderdeel uit van de “ADC-toets” die is opgenomen in artikel 1.7 van de omgevingsverordening. Daar kom je aan toe wanneer een instructieregel een bepaalde activiteit of ontwikkeling niet toelaat. Een omgevingsplan kan een nieuwe activiteit of ontwikkeling of toelaten als aan de voorwaarden uit artikel 1.7 is voldaan: zwaarwegende maatschappelijke belangen moeten het rechtvaardigen, er mogen geen reële alternatieven beschikbaar zijn en de nadelige gevolgen moeten zoveel mogelijk worden beperkt en de overblijvende gevolgen worden gecompenseerd. Wordt aan een instructieregel voldaan, dan kom je niet toe aan de alternatieventoets. Voor de gebieden binnen het GNN waar het onder voorwaarden mogelijk is een windturbine te plaatsen betekent dit dat als de nadelige donderdag 9 september 2021
Pagina 63 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
gevolgen voor de kernkwaliteiten, oppervlakte of samenhang van het Gelders natuurnetwerk zoveel mogelijk worden beperkt, de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd en de oppervlakte aan natuur die verloren gaat voor 200% wordt gecompenseerd. Kan een omgevingsplan het bouwen van een windturbine toelaten. Door middel van onderzoek zullen de effecten van het plaatsen van de windturbine op het GNN in beeld moeten worden gebracht. Onderzocht moet worden hoe deze effecten zoveel mogelijk kunnen worden beperkt en hoe de overblijvende effecten kunnen worden gecompenseerd. Dit moet ook vast gelegd worden in een natuurversterkingsplan dat onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan of omgevingsplan. 3. Een voornemen om een (nieuw) zwemwater en een houder aan te wijzen wordt afgestemd met de waterbeheerder, de locatiebeheerder of exploitant (als die er is) en de gemeente. Daarnaast kennen we hiervoor een wettelijke voorbereidingsprocedure. Het aanwijzen van een houder voor het beheer en onderhoud op zwemlocaties vindt tegelijk plaats met de jaarlijkse aanwijzing van de zwemwateren door de provincie. Op de voorbereiding van de aanwijzing van zwemwateren door Gedeputeerde Staten is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing (volgens artikel 16.25 Omgevingswet). Dit betekent dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure wordt gevolgd.
Er wordt een ontwerp van het te nemen besluit, met de bijbehorende stukken, ter inzage gelegd en op dat ontwerp kunnen zienswijzen worden ingediend. Als de gemeente in het besluit wordt aangewezen als houder kan de gemeente dus ook een zienswijze indienen, bijvoorbeeld uit kostenoverweging. In dat geval kan een zwemverbod worden ingesteld of een negatief zwemadvies worden afgeven voor de zwemlocatie. Er moet namelijk worden voorkomen dat er door een groot aantal mensen gezwommen wordt op een plek waar geen beheer en onderhoud wordt uitgevoerd. Naast het geven van een negatief zwemadvies of het instellen van een zwemverbod, kan het dan wenselijk zijn om de toegang tot het water onaantrekkelijk of onmogelijk te maken. 4. De gemeente wordt niet benadeeld door het vervallen van de financiële bepalingen uit hoofdstuk 3 van de huidige omgevingsverordening. De nieuwe regels voor nadeelcompensatie in de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht bieden bijna hetzelfde kader. Verschillen zijn gelegen in de beslistermijnen van het bestuursorgaan; die zijn iets korter geworden. De gemeente hoeft hierover onder de nieuwe regels geen rol meer te vervullen als bestuursorgaan.
De instructieregels (aan de gemeenten) over de grondwaterbeschermingsregels worden namelijk gewijzigd in rechtstreeks werkende regels op grond van de omgevingsverordening, met alleen nog de provincie als bevoegd gezag. 5. Vanwege de risico's voor de kwaliteit van het grondwater is het van belang dat er binnen een grondwaterbeschermingsgebied zo min mogelijk baggerspecie wordt toegepast waarvan de kwaliteit de achtergrondwaarde overschrijdt. Het verspreiden van baggerspecie over aan de watergang grenzende percelen is een eeuwenoude vorm van actief bodembeheer en noodzakelijk om voldoende ruimte te hebben voor onderhoudsbaggerspecie die ontstaat uit werkzaamheden van de waterhuishouding. Om die werkzaamheden voor de waterhuishouding niet onnodig te frustreren is deze uitzondering (altijd al) opgenomen, maar dat geldt dus niet voor andere toepassingen. 6. Het betreft geen fout in de omgevingsverordening. Ook in de huidige Waterverordening waterschap Rivierenland zijn geen regels opgenomen over een specifieke rangorde bij waterschaarste. En zoals aangegeven is de inhoud van de waterverordeningen voor de waterschappen beleidsneutraal overgenomen in de omgevingsverordening. Dat betekent dat de bestaande regels alleen worden verplaatst naar de omgevingsverordening omdat de Omgevingswet dat verplicht. Aan de regels zelf verandert niets.
Het vastleggen van een rangorde voor regionale wateren is alleen nodig als specifieke afwijkingen gewenst zijn van de landelijke rangorde van waterschaarste (zoals vastgelegd in artikel 3.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving). Voor zover ons bekend is dat niet het geval voor regionale wateren binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. Dat betekent dat de landelijke rangorde bij waterschaarste van toepassing is en
donderdag 9 september 2021
Pagina 64 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
door het Waterschap kan en zal worden gehanteerd. 7. Afstemming met buurgemeenten over ruimtelijke ontwikkelingen is een verantwoordelijkheid die gemeenten al hebben. Daarom voegen we dit niet toe aan de voorgestelde instructieregel voor zonneparken in het buitengebied. De Omgevingswet bevat al een basisregel over afstemming en samenwerking tussen bestuursorganen (artikel 2.2). Aan die regel hebben wij in onze omgevingsverordening niets toe te voegen. Bovendien dragen specifiek voor de zonneparken de gezamenlijke afspraken in de Regionale Energiestrategie bij aan de onderlinge afstemming tussen buurgemeenten. De RES is ook bedoeld als instrument voor onderlinge samenwerking, zowel binnen de RES-regio als met buurgemeenten die deeluitmaken van een andere Regio. Het tekstvoorstel nemen wij daarom niet over. Wat betreft het rekening houden met de consequenties van het elektriciteitsnet is het duidelijk dat gemeenten deze kennis niet zelf in huis hebben. Gemeenten kunnen bij de netbeheerder om informatie of advies vragen. Dit hoort zo vanzelfsprekend bij een zorgvuldige besluitvorming (zie de artikelen 3:2 en 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht) dat wij dit niet gaan voorschrijven in de omgevingsverordening. Wijzigingen 1.
Deze zienswijze geeft aanleiding tot wijzigingen van de naam van de kaart "Verkenningsgebied windturbines in Gelders natuurnetwerk" naar “Gelders natuurnetwerk windturbines onder voorwaarden mogelijk". De andere punten leiden niet tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Zonneparken Reactienummer:
57
Indiener:
Regio Foodvalley
Samenvatting Indiener vindt het een gemis dat het aspect ‘het belang van een goede landbouwstructuur’ niet wordt genoemd bij het toestaan van zonneparken. Antwoord Goede landbouwstructuur wordt inderdaad niet uitdrukkelijk genoemd. Het grondgebruik en de ruimtelijke kwaliteit spelen wel een belangrijke rol bij de afweging. Daar hoort landbouw(structuur) ook bij. Maar dat kunnen ook andere functies betreffen (b.v. defensieterrein, stortplaats, zandwinplaats, etc). We hebben daarom bewust geen lijst van functies opgenomen. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Overig Reactienummer:
57
Indiener:
Regio Foodvalley
Samenvatting Indiener vindt dat de formulering van artikel 1.1, lid 3, onder b, van de ontwerp-Omgevingsverordening Gelderland 2022 tot onnodige verwarring kan leiden in de uitvoeringspraktijk. Er wordt namelijk verwezen naar het tijdelijk deel van het omgevingsplan, zoals bedoeld in artikel 22.1, onder a van de Omgevingswet. Dit donderdag 9 september 2021
Pagina 65 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
artikel verwijst vervolgens naar besluiten, bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet. Daarin is een uitvoerige opsomming aan besluiten opgenomen, waaronder het vaststellen van een bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening. De provinciale verordening is in de huidige situatie niet direct van toepassing op de vergunningverlening in overeenstemming met de zogenaamde binnenplanse afwijkbevoegdheid, zoals geregeld in artikel 3.6, lid 1, onder c van de Wet ruimtelijke ordening. Daarmee wordt er in de uitvoeringspraktijk op dit moment niet getoetst aan de provinciale verordening bij elke vergunningverlening. Door de verwijzing in artikel 1.1, lid 3 onder b van de ontwerp-Omgevingsverordening Gelderland 2022 kan de indruk ontstaan dat elke aanvraag omgevingsvergunning op basis van de huidige binnenplanse afwijkbevoegdheden getoetst moet worden aan de provinciale verordening. Indiener verwijst voor een verdere toelichting naar een bijlage. Naar de mening van indiener is een uitdrukkelijke toets bij elke vergunningverlening op basis van een binnenplanse afwijkbevoegdheid niet efficiënt en niet noodzakelijk om de provinciale belangen te waarborgen. Indiener is van mening dat een dergelijke toets niet pragmatisch is, niet past bij het decentrale karakter van de Omgevingswet en daarom onwenselijk is.
Antwoord De bedoeling is dat alle instructieregels van toepassing worden op de nieuwe omgevingsplannen die gemeentebesturen vóór 1 januari 2029 vast moeten stellen. Daarnaast is het de bedoeling dat ook in de overgangsfase die instructieregels al worden toegepast op wijzigingen van het zogenaamde tijdelijke deel van het omgevingsplan (artikel 22.1 Omgevingswet), bijvoorbeeld via de omgevingsvergunning voor een buitenplanse activiteit. De bedoeling is niet dat de instructieregels, na inwerkingtreding van de Omgevingswet en de met Actualisatieplan 8 gewijzigde omgevingsverordening, gaan gelden voor de binnenplanse afwijkbevoegdheid. Onder de geldende omgevingsverordening gelden die instructieregels daar ook niet voor. Om die verwarring te voorkomen wordt het derde lid van artikel 1.1 geschrapt. In de toelichting bij de reikwijdte van hoofdstuk 5 (instructieregels voor het omgevingsplan) wordt en en ander ook verduidelijkt. Bij gebruikmaking van de binnenplanse afwijkbevoegdheid hoeft alleen te worden getoetst aan de beoordelingsregels in het bestemmingsplan zelf, niet aan de instructieregels in de omgevingsverordening. Zie hiervoor ook artikel 22.10 van de Omgevingswet en de bijbehorende toelichting in Kamerstuk 34 986, nr. 3, pag. 331. Wijzigingen Deze zienswijze geeft aanleiding om artikel 1.1, derde lid, te laten vervallen.
Overig Reactienummer:
57
Indiener:
Regio Foodvalley
Samenvatting Indiener meent dat gekeken naar toekomstige ontwikkelingen in de landbouwsector, met name omschakeling naar biologische vormen van veehouderij en insectenkweek de begripsbepaling niet-gebondenveehouderijen van paragraaf 5.7.5. steeds vaker gaat knellen. Antwoord De regelgeving in Paragraaf 5.7.5 Veehouderijen gaat over het houden van landbouwhuisdieren zoals deze gedefinieerd zijn in het landelijk omgevingsbeleid. Insecten vallen hier niet onder. De instructieregels zoals opgenomen in paragraaf 5.7.5. gelden dan ook niet voor insectenkwekerijen. We zullen de toelichting hierop aanpassen.
donderdag 9 september 2021
Pagina 66 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
Met de regelgeving willen we voorkomend dat intensieve veehouderijen ongebreideld kunnen doorgroeien en zich overal kunnen vestigen. Deze instructie regels staan dus los van de bepalingen of het gaat om bedrijven die biologisch wel dan niet gecertificeerd zijn en hoeft deze certificering dus ook niet in de weg te staan. Wijzigingen Deze zienswijze geeft aanleiding om de toelichting op artikel 5.66. aan te vullen met: Deze regelgeving is bedoeld voor bedrijven die landbouwhuisdieren houden zoals dit omschreven is in het landelijke omgevingsbeleid. Landbouwhuisdieren -Kenniscentrum InfoMil.
Overig Reactienummer:
57
Indiener:
Regio Foodvalley
Samenvatting Indiener merkt op dat de regeling zoals opgenomen in artikel 5.59 voorziet in een beperking in vergelijking met de huidige regeling. Er is sprake van ‘hergebruik van de bestaande bebouwing’ terwijl tot nu toe sprake is van functieverandering. Antwoord Wij begrijpen de onduidelijkheid van deze wijziging en zullen deze terugdraaien. Wijzigingen Deze zienswijze geeft aanleiding om artikel 5.59 lid 2 aan te passen. 'hergebruik van de bestaande bebouwing' wordt vervangen door 'functieverandering'.
Overig Reactienummer:
57
Indiener:
Regio Foodvalley
Samenvatting Indiener verzoekt om de grenzen van het nationaal landschap aan te passen omdat deze grenzen in de praktijk op enkele plaatsen zijn aangepast door onder meer dorpsuitbreiding, zoals in Garderen bij het bestemmingsplan “Koningsweg VII”. Hierdoor is bescherming waarin artikel 5.35 voorziet, niet langer gewenst is. Antwoord Een nationaal landschap bestaat uit diverse landschappelijke eenheden. Dat kunnen bossen, heides en velden zijn, maar ook bebouwing kan daar deel van uitmaken. De regels voor de nationale landschappen zijn zo opgesteld dat ze gericht zijn op het mogelijk maken van ruimtelijke ontwikkelingen en dus verandering toelaten. Bij die veranderingen dient altijd gekeken te worden of in het plan rekening gehouden kan worden met de kernkwaliteiten van het nationaal landschap. Als dat niet zo is, is er het vereiste van een ADC-toets (alternatieven-onderzoek; groot openbaar belang en compensatievereiste). Bij een dorpsuitbreiding van bijvoorbeeld Garderen zal dus getoetst moeten worden of er kernkwaliteiten van dat specifieke gebiedsdeel nationaal landschap aan de orde zijn. Als dat niet zo is, wordt er niets aangetast en kan het plan doorgang doorgaan; als wel kernkwaliteiten aangetast worden dient een ADC-toets uitgevoerd te worden. Dit moet gebeuren op het moment van de bestemmingsplanprocedure.
Wij zien daarom geen aanleiding om de begrenzing van het nationaal landschap aan te passen. donderdag 9 september 2021
Pagina 67 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Natuur Reactienummer:
57
Indiener:
Regio Foodvalley
Samenvatting 1. Indiener vindt het gebruik van de benaming “verkenningsgebied windturbines” ongelukkig vanwege de zoekgebieden voor windenergie die in de Regionale energiestrategie (RES) 1.0 worden aangegeven. Indiener doet de suggestie de benaming te wijzigen in ‘GNN gebieden met ruimere mogelijkheden voor windenergieontwikkelingen’. 2. Indiener onderschrijft de doelstellingen binnen de Groene ontwikkelingszone (GO), maar kan zich voorstellen dat de begrenzing van de GO opnieuw wordt bezien. Dit ook in het licht van de Verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley, het Ontwikkelbeeld Amersfoort 2030-2040 en de Regionale Ruimtelijke Verkenning binnen Regio Foodvalley. Indiener verzoekt de regels van de GO te laten aansluiten bij de doelen van de Verstedelijkingsstrategie en gaat graag met ons in gesprek over de mogelijkheden daarvoor. Antwoord 1. Met indiener zijn wij van mening dat het hanteren van een verkenningsgebied voor wind in de omgevingsverordening en in de RES 1.0 verwarrend kan zijn. Hoewel, zoals indiener ook aangeeft, geen relatie is tussen deze gebieden, passen wij de benaming van de verkenningsgebieden voor wind in het Gelders natuurnetwerk aan. De gebieden die vroeger zijn aangeduid als Verkenningsgebied voorwaarden windturbines Gelders natuurnetwerk zullen in het vervolg worden aangeduid als “GNN windturbines onder voorwaarden mogelijk”. 2.
Indiener heeft het aan de ene kant over de grens van de GO en aan de andere kant over de regels voor de GO. Voor wat betreft de regels voor de GO zijn wij van mening dat de GO natuurdoelen dient en geen verstedelijkingsdoelen. De voorgestelde regels voor de GO sluiten aan bij deze natuurdoelen. Wanneer de verstedelijkingsdoelen aansluiten bij de natuurdoelen, zijn bepaalde (groene) stedelijke functies mogelijk, afhankelijk van de ontwikkelingsdoelen van de GO ter plaatse. Wij staan open voor een gesprek met indiener hierover. Voor wat betreft de grens van de GO zijn wij uiteraard ook altijd bereid in gesprek te gaan. Als indiener concrete verzoeken om grenswijziging heeft dan kan hierover contact met ons worden opgenomen. Wijzigingen Deze zienswijze geeft aanleiding tot wijzigingen van de naam van de kaart "Verkenningsgebied windturbines in Gelders natuurnetwerk" naar “Gelders natuurnetwerk windturbines onder voorwaarden mogelijk". Het ander punt leiden niet tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Meerdere onderwerpen Reactienummer:
58
donderdag 9 september 2021
Pagina 68 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Indiener:
Definitief PS
Gemeente Nijkerk
Samenvatting 1. Indiener roept ons op nog eens kritisch te kijken naar de doorvertaling van de gezamenlijke inzet vanuit het Regionaal energiestrategie (RES) in de omgevingsverordening, voordat tot vaststelling van de omgevingsverordening wordt overgegaan. 2. Indiener vraagt op een aantal zaken om een beperkte heroverweging om de realisatie van de verbreding van de A28 en de ambities voor duurzame energieopwekking te versterken. Bovendien zijn al afspraken gemaakt voor de reconstructie van knooppunt Hoevelaken en de verbreding van de A28. In actualisatieplan 8 is voor het gebied ten westen van de A28 onvoldoende rekening gehouden met deze afspraken met Rijkswaterstaat. In dat kader verzoekt indiener het volgende: Schrap de aanduiding Ganzenrustgebied voor het gebied gelegen ten zuiden van de Bunschoterweg, tussen de A28 en de Palestinaweg. Gelet op de huidige kwaliteit van dit gebied en de toekomstige ontwikkelingen ligt het voor de hand om voor de aanduiding Ganzenrustgebied de Palestinaweg als meest westelijke grens aan te houden en samen te laten vallen met de aanduiding Groene ontwikkelingszone (GO). 3. Schrap de aanduiding Nationaal landschap voor het gebied gelegen ten zuiden van de Bunschoterweg, tussen de A28 en de Palestinaweg.
Gelet op de huidige kwaliteit van dit gebied en de toekomstige ontwikkelingen ligt het voor de hand om de aanduiding Nationaal Landschap ten zuiden van de Bunschoterweg te schrappen. 4. Schrap de aanduiding Verkenningsgebied Wind voor het gebied Hoevelaakse Bos. Hiermee sluiten de Omgevingsverordening en de RES Food Valley weer goed op elkaar aan. 5. Breng de aanduiding Weidevogelgebied voor het gebied tussen de A28 en de Bremerseweg, ten noorden van de Bunschoterweg tot aan de Bremerseweg 1, terug tot GO. Het is natuurlijk een open gebied maar wordt al jarenlang intensief beweid en gebruikt als agrarisch gebied. Het is dan ook geen weidevogelgebied. Indiener geeft aan dat indiener deze zienswijze ook al bij Actualisatieplan 7 naar voren heeft gebracht, maar dit verzoek toen niet gehonoreerd is. Antwoord 1. De uitkomst van de RES 1.0 moet nog vertaald worden naar ons provinciaal beleid. Dat is een belangrijke opgave richting RES 2.0. De vertaling naar ons provinciaal beleid zal niet plaatsvinden voor vaststelling van de omgevingsverordening. 2. Ganzenrustgebieden zijn niet nieuw. Zij zijn ooit in het kader van het faunabeheer met draagvlak bij agrariërs begrensd. Agrariërs ontvangen in deze gebieden dan ook 100% vergoeding van de ganzenschade. Aan deze gebieden is in het kader van de ruimtelijke ordening ook een beschermingsregime gekoppeld.
Tot voor kort maakten de ganzenrustgebieden in onze omgevingsverordening deel uit van de Groene ontwikkelingszone (GO). Bij actualisatieplan 7 zijn de ganzenrustgebieden uit de GO uitgehaald en hebben ze een eigen beschermingsregime gekregen. In deze gebieden beogen we namelijk in de meeste gevallen geen landschappelijke versterking omdat die vaak de foerageermogelijkheden voor ganzen beperkt. Ganzenrustgebieden zijn ook relatief grote gebieden. Niet alle delen van deze gebieden worden even intensief door ganzen gebruikt. Ruimtelijke ontwikkelingen, dus ook de plaatsing van windturbines, zijn daarom vooraf niet uitgesloten. Er zal wel gekeken moeten worden of dat voor de ganzen op de meest gunstige plek plaatsvindt en er dient voldoende gebied over te blijven om te kunnen foerageren (minimaal 500 ha). 3. Een nationaal landschap bestaat uit diverse landschappelijke eenheden. Dat kunnen bossen, heide en velden zijn, maar ook bebouwing en infrastructuur kan daar deel van uitmaken. De regels voor de nationale landschappen zijn ook zo opgesteld dat die gericht zijn op het mogelijk maken van ruimtelijke ontwikkelingen en dus verandering toelaten. Bij die veranderingen dient altijd gekeken te worden of in het plan rekening gehouden kan worden met de kernkwaliteiten van het nationaal landschap en als dat niet zo is, is er het vereiste donderdag 9 september 2021
Pagina 69 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
van een ADC-toets (alternatieven-onderzoek; groot openbaar belang en compensatievereiste). Bij een ruimtelijke ontwikkeling (zoals het plaatsen van windturbines of zonneparken) zal dus getoetst moeten worden of er kernkwaliteiten van dat specifieke gebiedsdeel nationaal landschap aan de orde zijn. Als dat niet zo is, wordt er niets aangetast en kan het plan doorgaan; als wel kernkwaliteiten aangetast worden dient een ADCtoets uitgevoerd te worden. Dit dient te gebeuren op het moment van de bestemmingsplanprocedure. Wij zien daarom geen aanleiding om de begrenzing van het nationaal landschap aan te passen. 4. Indiener maakt in de zienswijze een vergelijking tussen de verkenningsgebieden voor wind die in onze Omgevingsverordening worden gehanteerd en de verkenningsgebieden voor wind waar in de Regionale Energiestrategie (RES) over wordt gesproken. Wij realiseren ons dat het hanteren van het begrip verkenningsgebied voor wind in zowel de Omgevingsverordening als in het kader van de RES verwarrend kan zijn en passen dan ook de naamgeving in de Omgevingsverordening aan. In plaats van Verkenningsgebied voorwaarden windturbines Gelders natuurnetwerk hanteren we voortaan “GNN windturbines onder voorwaarden mogelijk”.
Anders dan indiener zijn wij niet van mening dat de gebieden in het GNN waar onder voorwaarden windturbines mogelijk zijn, overeen zouden moeten komen met de verkenningsgebieden die zijn opgenomen in de RES 1.0. Dit omdat deze gebieden anders van aard zijn. Binnen het Gelders natuurwerk (GNN) kennen we al sinds 2017 gebieden waar andere regels gelden voor het plaatsen van een windturbine dan voor de rest van het GNN. In de nieuwe Omgevingsverordening komen er geen nieuwe gebieden bij en gaan er ook geen gebieden af. Behalve een aantal kleine grenswijzigingen van bestaande gebieden en behalve de naamgeving, verandert er dan ook niets aan deze gebieden. De gebieden liggen langs snelwegen, vanuit het idee dat verstoring langs snelwegen sowieso optreedt en daarmee het effect op soorten minder zal zijn. Binnen deze gebieden is het onder voorwaarden mogelijk een windturbine te plaatsen. Wel moet uiteraard ook altijd gekeken worden naar bijvoorbeeld het effect van het plaatsen van een windturbine op Natura 2000 gebieden en naar het effect op beschermde soorten. De gebieden in het GNN waar onder voorwaarden windturbines mogelijk zijn, zijn dus geen gebieden waar wij naar kijken voor het realiseren van windenergie. Het zijn gebieden waar andere regels gelden voor het plaatsen van een windturbine.
De verkenningsgebieden voor windenergie die zijn weergegeven in de RES 1.0 hebben een ander karakter. Dit zijn gebieden die in kaart zijn gebracht als mogelijke locatie voor het realiseren van windenergie. Over de kansen en wenselijkheid hiervan zal vervolgonderzoek plaats gaan vinden. Zoals hiervoor al aangegeven moet de uitkomst van de RES 1.0 nog vertaald worden naar ons provinciaal beleid. Mogelijk dat dit ook gevolgen heeft voor de gebieden in het GNN waar onder voorwaarden windturbines mogelijk zijn. 5. Wij nemen het voorstel van de gemeente in overweging en zullen hiervoor ambtelijk overleggen. Een eventuele wijziging van weidevogelgebied naar GO kan dan bij een volgende actualisatie van de omgevingsverordening worden doorgevoerd. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
Glastuinbouw Reactienummer:
59
Indiener:
Stichting Werkgroep voor Milieuzorg Apeldoorn
donderdag 9 september 2021
Pagina 70 van 71
Reactienota bij actualisatieplan 8 van de omgevingsverordening 2021 / Zienswijzen
Definitief PS
Samenvatting Indiener geeft onder andere algemene ontwikkelingen aan van energie en milieuproblemen en verloren gaan van cultuurlandschap die dat met zich mee brengt. Indiener is ook van mening dat het stil zetten van windturbines voor de wespendief problemen van natuur en milieu niet oplost. Deze problemen zijn groter waarbij de provincie zich niet alleen op details moet richten. Daarnaast maakt indiener bezwaar tegen de glastuinbouw in het algemeen binnen de provincie Gelderland en verwacht een ongebreidelde uitbreiding van de glastuinbouw vanwege de eenmalige uitbreidingsmogelijkheid die in de verordening geboden wordt. Antwoord Eerste deel van de zienswijze richt zich niet op de aanpassingen in de verordening en nemen we voor kennisgeving aan. De verwachting dat alle glastuinbouwbedrijven eenmalig in de provincie gaan uitbreiden, delen wij niet. Bedrijven zullen altijd een bedrijfseconomische afweging maken voordat ze tot de investering voor een uitbreiding besluiten. Bovendien zal zo'n voornemen tot uitbreiding getoetst worden aan het omgevingsplan waarin de instructieregels in de omgevingsverordening gestelde randvoorwaarden staan. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de begrenzingen van de omgevingsverordening.
donderdag 9 september 2021
Pagina 71 van 71