CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Overzicht ingekomen stukken raadsvergadering 10 maart 2022

Raad 10 maart 2022, gemeente HeumenBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken20.943 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Fractie CDA (4)

PARAAF:

Voor X

Tegen

Fractie GJS (2)

Voor X

GroenLinks (2)

X

Sociaal Groesbeek (2)

X

Polderbreed (3)

X

PvdA (1)

X

GVP (2)

X

VVD (0)

VOLG (2)

X

D66 (1)

X

Voor Berg en Dal (1)

X

TOTAAL

20

Tegen

0

2

Beste gemeenteraad, Naar verwachting telt Nederland in 2035 18,8 miljoen geregistreerde inwoners. Mede door dit aantal zal de groei naar verwachting blijven toenemen. Om aan de groeiende vraag te voldoen zouden er 845.000 woningen gebouwd moeten worden. 4,2 procent is er een tekort aan woningvoorraad tot 2030. Voor starters en middeninkomens is het enorm lastig om in de huidige markt een woning te vinden. Studenten zijn gedwongen om langer thuis te blijven wonen waardoor ze vaak grote afstanden moeten afleggen voor hun studie. Door de hoge huizenprijzen blijven mensen tevens langer in hun huis wonen waardoor de doorstroming ook nog eens stil ligt. De situatie rond het coronavirus heeft ook grote impact op de woningmarkt. Zo zijn er steeds vaker huurders in de financiële problemen gekomen en de tendens is dus ook dat men terughoudender is geworden om een woning te kopen. Bovenstaande informatie en ontwikkelingen zijn u ongetwijfeld bekend. Deze mail is dan ook niet om bedoeld om te informeren of te beleren maar om mee te denken aan oplossingen voor dit probleem. Woon Kracht bestaat uit een enthousiast en gedreven team en heeft veel ideeën en oplossingen om de nijpende tekorten, van voornamelijk starters en middenklassers, aan te pakken te verhelpen. Wij zouden dan ook graag projecten beginnen waar veel mensen baat bij kunnen hebben, op meerdere plekken in Nederland.

Hoe willen wij Nederland helpen met het woningtekort? Door Woonunit communities te bouwen. Woonunits/ wooncontainers zijn duurzaam, makkelijk te verplaatsen en modulair waardoor er gewerkt kan worden aan verschillende projecten. Hierbij zijn veel mogelijkheden qua projecttype beschikbaar. Denk hierbij aan duurzame units met een luxe uitstraling van een villa of natuurlijke uitstraling zoals steen of hout. Bijna alles is mogelijk met onze woonunits. Om een bijdrage te kunnen leveren aan woningbouw is er simpelweg grond nodig. Hiermee kunnen wij Nederland kunnen helpen aan meer betaalbare woningen, welke ook nog eens zeer snel opgeleverd kunnen worden. Dus onze vraag aan de gemeenteraden van Nederland is of wij een stuk grond of zelfs meerdere stukken grond beschikbaar kunnen krijgen in om de units op plaatsen naar de wensen van de ontwikkelaars, bewoners en gemeenten! Zoals u kunt lezen zijn wij enorm gemotiveerd en vastbesloten om Nederland te helpen met het woningtekort. Wij zouden dan ook graag nader met u in contact komen via een video-call of fysiek gesprek om verdere uitleg te geven alsmede uw mogelijkheden te vernemen. Uiteraard zijn wij bereid tussentijdse vragen te beantwoorden en zien ook vooral uit naar uw reactie om deze brief. Alvast dank voor uw interesse en met een hartelijke groet, Woon Kracht

Deelmobiliteit in uw gemeente Achtergronddocument voor (aspirant) gemeenteraadsleden

Waarom dit document? Dit document gaat over de rol van de gemeente bij deelmobiliteit: autodelen, deelfietsen en -scooters en een beetje over mobiliteitshubs. In de pers zijn verschillende verhalen te lezen over autodelen; de ene krant is lovend over de mogelijkheden die autodelen biedt, terwijl op een andere website te lezen is dat het effect van autodelen tegenvalt en dat het nooit wat zal worden. Intussen wordt autodelen steeds vaker genoemd in bestemmingsplannen en zijn er gemeentebesturen die in hun mobiliteitsbeleid een grote rol zien voor deelmobiliteit. Over deelfietsen en -scooters zijn de meningen ook sterk verdeeld. Waar de één het als een hippe toevoeging aan de (stedelijke) mobiliteit ziet, ergert de ander zich groen en geel aan hinderlijk geplaatste scooters op het trottoir. In de

krant is regelmatig commentaar te lezen over de overlast die dit kan geven (AD 1-2-2022: Gemeente Den Haag is overlast deelscooters spuugzat). U moet daar als raadslid verstandige keuzes over maken en dat is lastig als er zoveel tegenstrijdige verhalen bestaan. Vandaar dat CROW-KpVV voor u de feiten nog even op een rij zet. Wellicht helpt het u bij het bepalen van uw standpunt over de toepassing van deelmobiliteit in uw gemeente. Dit achtergronddocument is niet bedoeld als reclamefolder voor autodelen, fietsdelen of deelscooters. CROW heeft geen belangen in deelmobiliteit, maar alle belang bij gemeenten die hun beleid baseren op de meest actuele kennis. In deze publicatie gaan we eerst kort in op de kenmerken van autodelen en de rol van de gemeente(raad) bij autodelen. Daarna behandelen we de ‘micromobiliteit’, de fietsen, scooters en stepjes. Ook daarbij staan we stil bij de beleids- en uitvoeringsvragen waar u als lokaal politicus een mening over kunt vormen.

Deelauto’s

De ontwikkeling van autodelen In Nederland staat een gemiddelde personenauto zo’n 90% van de tijd stil (KiM, 2018). Het bezitten van een auto wordt, met name in de drukke steden, steeds onhandiger en duurder. Het is daarom niet verwonderlijk dat een (bepaalde) groep mensen het idee van een gedeelde auto omarmd heeft (KiM, 2021). Deelautogebruikers zijn in het algemeen niet erg afhankelijk van een auto voor hun dagelijkse mobiliteit en zien het als een handige aanvulling op het lopen, fietsen en ov-gebruik. Een andere belangrijke groep bestaat uit huishoudens die meer dan één auto bezitten en deze tweede auto niet vaak nodig hebben. Begin 2021 telde Nederland zo’n 87.000 deelauto’s. Dit aantal is het afgelopen decennium gestaag gegroeid.

Ontwikkeling aantal deelauto’s 80.000 70.000 60.000 50.000 40.000 30.000 20.000 10.000 0 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 P2P excl. P2P

2

Deelmobiliteit in uw gemeente

Vormen van deelauto’s Deelauto’s komen in verschillende vormen en systemen voor. Voor gemeentelijk beleid is het belangrijk om de belangrijkste kenmerken hiervan te kennen. Peer-to-Peer deelauto’s zijn auto’s van bewoners die zij zelf aanbieden, bijvoorbeeld via een platform als SnappCar. Hiermee kunnen eigenaren van een weinig gebruikte auto proberen een deel van de vaste lasten (verzekering, afschrijving) terug te verdienen. Deze groep deelauto’s is de laatste jaren hard gestegen. Over het gebruik en de effecten van dit aanbod op mobiliteit en parkeren is in Nederland weinig bekend; afgaand op de verhuurcijfers van auto’s op de website worden veel van deze auto’s slechts enkele keren per jaar gedeeld, maar er zijn ook enkele P2P-auto’s die zeer vaak gebruikt worden. Naast de Peer2Peer auto’s vinden we de vloot van deel­ auto’s die door een organisatie beheerd worden. Roundtrip deelauto’s zijn deelauto’s die op een vaste plek

staan en altijd teruggebracht moeten worden naar die plek. Denk aan de Greenwheels-auto’s bij stations. Free-floating deelauto’s mag je overal achterlaten. Meestal moet dat wel binnen een bepaald gebied; zo mag je een ShareNow-auto overal in Amsterdam achterlaten. Community-based deelauto’s zijn deelauto’s die niet door een commercieel bedrijf worden aangeboden, maar door een groep bewoners, bijvoorbeeld via een energiecoöperatie of buurtvereniging. Business carsharing is een vorm van autodelen waarbij (lease)bedrijven de auto’s voorzien van de mogelijkheid om de auto als (zakelijke) deelauto aan te bieden. Voor meer achtergrondinformatie en de cijfers over uw gemeente kunt u het dashboard autodelen van CROW bekijken.



3

De rol van de gemeente bij autodelen Het is belangrijk dat uw gemeente een duidelijke positie inneemt bij vragen waar autodelen aan de orde is. Daarbij gaat het aan de ene kant om de rol van deelmobiliteit in ruimtelijke ontwikkelingen en aan de andere kant om het gemeentelijk (parkeer)beleid en deelmobiliteit.

Bij ruimtelijke ontwikkelingen zien we een toename van bouwplannen, waarbij er minder parkeerplaatsen worden gebouwd omdat er een aanbod van deelmobiliteit in/nabij het bouwplan is voorzien. Dit kan een zeer succesvolle en positieve bijdrage leveren aan de omgeving. Een aantal voordelen van zo’n afspraak: De bouwkosten blijven beperkt; afhankelijk van hoe het parkeren wordt ingepast kunnen de bouwkosten van een parkeerplaats oplopen tot €50.000,- (in een kelder onder een gebouw). Met name bij het streven naar betaalbare woningen kan dit een stap in de goede richting zijn. Het maakt het mogelijk om meer woningen te bouwen (verdichting), zonder dat dit de druk op het wegennet verhoogt; de kortere afstanden en goed ov maken de afhankelijkheid van de auto minder. Het geeft ruimte om de leefbaarheid in de omgeving te verbeteren; natuurinclusief bouwen en klimaatadaptatiemaatregelen hebben immers ook ruimte nodig. Nieuwere elektrische deelauto’s en laadpunten kunnen ook terugleveren aan het net; een rijtje deelauto’s kan overdag de teveel opgewekte zonne-energie vanaf het dak opslaan en dit ’s avonds (deels) aan de bewoners terugleveren als de TV aangaat en er gekookt wordt.

-

Deze voordelen zijn alleen te verzilveren als in het ruimtelijk beleid rekening gehouden wordt met deze aspecten. Aan de andere kant geeft dit beleid ook de nodige uitdagingen: Hoe garandeert de ontwikkelaar dat het aanbod van deelmobiliteit tegen een redelijke prijs beschikbaar blijft voor de (nieuwe) bewoners? Als de deelauto’s verdwijnen, is er immers geen ruimte meer om de eigen auto’s allemaal terug te laten komen. Hoe zorg je dat het aanbod van mobiliteit blijft passen bij de levensfase van bewoners? Een jong stel zonder kinderen heeft behoefte aan een ander voertuig dan een groot gezin. Worden de deelauto’s ook uitgeleend aan andere wijk­ bewoners of is het exclusief voor de bewoners van de nieuwe ontwikkeling? Hoe zit het parkeerbeleid in de omgeving eruit? Kan voorkomen worden dat nieuwe bewoners alsnog een auto aanschaffen en deze in de wijk plaatsen?

-

Afhankelijk van uw eigen politieke programma en overtuigingen zult u daar een mening over kunnen vormen. Uiteindelijk is dit van invloed op de uitgangspunten van de omgevingsvisie en het omgevingsplan (nu nog bestemmingsplan) van uw gemeente. Dit komt onder andere tot uitdrukking in de parkeernorm van uw gemeente.

4

Deelmobiliteit in uw gemeente

Bij mobiliteitsbeleid is de belangrijkste opgave om deelauto’s de juiste plek te geven in het parkeerbeleid. De uitdaging is daarbij om de positieve aspecten van autodelen zoveel mogelijk te bevorderen en de negatieve te beperken. Veelgenoemde positieve aspecten van auto­ delen (voor de peer-to-peer auto’s geldt dit in mindere mate) zijn: Het werkt ruimtebesparend; voor iedere deelauto kunnen meerdere parkeerplaatsen voor eigen auto’s worden ingeruild. Afhankelijk van de omgeving, zoals de beschikbaarheid van openbaar vervoer en de bereikbaarheid van scholen en winkels op fietsafstand, kunnen per deelauto minimaal 2 en soms wel 10 parkeerplaatsen voor eigen auto’s worden geschrapt. Zoals eerder gezegd kan deze ruimte in de straat gebruikt worden om de ruimtelijke kwaliteit te verhogen, bijvoorbeeld door groen. Het versnelt de vergroening van het wagenpark. Deel­ auto’s zijn tegenwoordig bijna per definitie elektrisch, vanwege de lagere kosten per kilometer. Iedere (tweedehands) auto die iemand wegdoet of uiteindelijk toch maar niet aanschaft, levert automatisch milieuwinst op. Het vermindert het aantal (te) korte ritten met auto’s. De eigen auto wordt het meest gebruikt op afstanden tot ca. 5 kilometer.

Omdat de kosten van een deelauto veel inzichtelijker zijn, kiezen deelautogebruikers blijkbaar vaker voor de (elektrische) fiets of het ov als ze een korte verplaatsing willen maken. Juist de korte ritten zijn met een verbrandingsmotor het meest schadelijk voor de luchtkwaliteit. Bij buurtgebonden deelautoprojecten (community based) kan het samen beheren van een aantal auto’s helpen bij het bevorderen van de sociale cohesie in een wijk.

-

(niet p2p) deelauto’s hebben allemaal geïnvesteerd in deel­autobeleid en een goed ingericht werkproces. Niet elke deelauto heeft evenveel maatschappelijk effect. Het helpt als het gemeentelijk beleid aangeeft welke doelen er worden nagestreefd zodat het makkelijker is om te beoordelen of er de gemeente zou moeten meewerken aan een (nieuw) deelauto-initiatief. Deelauto’s dragen niet alleen bij aan bereikbaarheidsdoelen, terwijl veel gemeenten in hun beleid voor mobiliteit vooral daarop focussen. Kijk dus ook naar zaken als het gebruik van de openbare ruimte, vergroening/elektrificatie van het wagenpark, sociale cohesie en bewuste mobiliteitskeuzes voor korte ritten.

-

-

-

De gemeente kan de meeste zaken voor deelauto’s regelen via het parkeerbeleid. Dit gebeurt in de parkeerverordening, de verordening parkeerbelastingen en de beleidsregels die daarbij horen. Via vergunningsvoorwaarden bij de parkeervergunning en het aanwijzen van parkeerplaatsen met een verkeersbesluit is het mogelijk om eisen te stellen aan de aanbieder van deelauto’s.

-

-

Ook hier geldt dat het stimuleren van autodelen gepaard gaat met een aantal uitdagingen: De directe kosten van een deelauto werken psychologisch anders dan de meer onzichtbare kosten van een eigen auto. Voor bepaalde groepen wordt een deelauto gezien als een speeltje voor de welgestelde personen die zich deze vorm van vervoer kunnen veroorloven. Het toewijzen van gratis of goedkope vergunningen en het reserveren van parkeerplaatsen kan door buurt­ bewoners worden opgevat als ‘autootje pesten’. Het goed inrichten van het werkproces in de gemeente kan lastig zijn. Voor een soepele behandeling van een aanvraag voor een gereserveerde parkeerplaats is samenwerking tussen de afdeling verkeer, beheer, vergunningverlening en handhaving erg belangrijk. De gemeenten die de laatste jaren de grootste groei lieten zien in

-

Er zijn gemeenten die zelf deelnemen in een of meer deelauto’s bij werklocaties. Deze voertuigen kunnen door gemeenteambtenaren (zakelijke ritten doordeweeks) en soms ook de bewoners in de buurt (vooral ’s avonds en in het weekend) worden gebruikt. Voor de monitoring van het gemeentelijk beleid, is het belangrijk dat afspraken gemaakt worden en data beschikbaar komt. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van: www.dashboarddeelmobiliteit.nl De handvatten voor gemeentelijke betrokkenheid bij autodelen worden verder uitgediept in de toolkit autodelen. Deze wordt in 2022 verbeterd en zal daarna worden voortgezet als de toolkit deelmobiliteit. Hierin komen dus ook fietsen, scooters en hubs aan de orde.

-



5

Deelfietsen, deelscooters en micromobiliteit

Voor deelfietsen, deelscooters en micromobiliteit (stepjes, hoverboards en voertuigen die wij nu nog niet kennen) zien wij dat dit aanbod langzaam vanuit de grote steden door­ sijpelt naar de omliggende gemeenten. Waar deelauto’s vooral worden geplaatst op parkeerplaatsen, die al voor auto’s bestemd waren, zien we dat deelfietsen etc soms op de weg (parkeerplaatsen) maar ook vaak in andere delen van de openbare ruimte worden geplaatst. De indruk is dat veel deelfietsen vooral worden gebruikt door personen die een ketenreis maken, dus eerst met het ov en de ‘last mile’ met een deelfiets. Het aantal mensen dat een deelfiets gebruikt vanaf huis is beperkt (de swapfiets is geen deelconcept maar een leasefiets). De combinatie fiets en openbaar vervoer blijkt een ijzersterke; in het boek ‘Het recht van de snelste’ van Thalia Verkade en Marco te Brömmelstroet wordt uitgebreid ingegaan op dit verschijnsel. Dit is een van de belangrijkste argumenten om, met name in hoogstedelijk gebied, te zorgen dat er deelmobiliteit is. De voordelen van (deel)fietsen zijn bekend; fietsen is gezond, een fiets neemt erg weinig plek in – zowel rijdend als geparkeerd – en het biedt zelfstandigheid aan groepen die (nog)

6

Deelmobiliteit in uw gemeente

geen rijbewijs hebben. Voor deelscooters is dit een genuanceerder verhaal. Het is in ieder geval zo dat de meeste deelscooters in Nederland elektrisch zijn en dat ze niet of in veel mindere mate opgevoerd zijn dan scooters in eigendom. De nadelen van de opkomst van deze systemen zijn ook evident. Vooral in de grote, drukke steden neemt de ergernis toe over hinderlijk geparkeerde fietsen en scooters, vooral van de free floating systemen. Ook hier geldt dat gemeenten via beleid en regulering kunnen zorgen dat reizigers vooral van de voordelen kunnen profiteren en dat de omgeving zo weinig mogelijk last heeft van de nadelen. In de 'Fietsberaadpublicatie 37: Leidraad gemeentelijk beleid deelmobiliteit, oktober 2021' zijn de meeste beleidskeuzes en -maatregelen uitgewerkt. Veel van deze maatregelen zijn gebaseerd op de Algemene Plaatselijke Verordening, waar het gebruik van de openbare ruimte in geregeld kan worden. Deze APV wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Voor gebieden, waar het aanbod onbeheersbaar lijkt te worden, is het verstandig om na te denken over het uitgeven van concessies voor deel­ mobiliteitsaanbieders. Via deze concessie kunnen ook eisen worden gesteld aan het plaatsen van de fietsen en scooters.

Hubs

Hubs, mobiliteitshubs, of mobipunten zijn locaties waar verschillende vormen van mobiliteit bij elkaar komen. De aard en omvang hiervan kan enorm verschillen; station Utrecht zou je een hub kunnen noemen, maar een plek waar een deelauto en een paar deelfietsen staan in de wijk ook. Omdat deze hubs vaak in de openbare ruimte staan, is het de moeite waard voor gemeentelijk beleid. Hubs helpen om het aanbod van deelmobiliteit zichtbaar en herkenbaar te maken. Ook zorgt het ervoor dat er slimmere ketens van verplaatsingen kunnen worden gemaakt. Tot slot maakt een goed netwerk van hubs het op termijn mogelijk om deelsystemen van ‘round trip’ naar ‘one way’ te laten veranderen. Dat zou mogelijk maken dat reizigers een deelauto niet meer een hele dag hoeven te reserveren, maar twee aparte ritten, waarbij de auto tussentijds vanuit de hub door een ander te lenen is. De hub kan daarmee een belangrijke stap zijn naar een beter werkend systeem van ‘Mobility as a Service’. Daarin wordt via een online dienst (bijvoorbeeld een app op de telefoon) een reis gepland, gereserveerd en betaald, waarin deelauto’s, deelfietsen, het gewone ov en andere voor­ zieningen gecombineerd worden. Voor nieuws, voorbeelden en meer informatie: www.mobiliteitshubs.nl.

De rol van de gemeente bij hubs is gericht op: Ruimtelijke spreiding van hubs: zijn de verschillende plekken in de gemeente (wijken, dorpskernen) voldoende bediend? Systeemwaarde van hubs: in hoeverre vormen de deelvoertuigen in de hub een onmisbare schakel voor en na het ov? Interoperabiliteit: via de voorwaarden om voertuigen in een hub te mogen plaatsen kan een gemeente nadere eisen stellen aan aanbieders van deelmobiliteit, bijvoorbeeld dat gebruikers van andere systemen ook deze voertuigen moeten kunnen reserveren, of de eis dat het voertuig in een MaaS-app te reserveren is. Daarvoor is een datastrategie nodig. Ruimtelijke kwaliteit: als een hub wat groter wordt en ook overkapte voorzieningen heeft (fietsenstalling, wachtruimte voor het ov), wordt een hub vergunningplichtig. Dit zal beleidsmatig worden vertaald in het omgevingsplan, waar de gemeenteraad over besluit. Meekoppelkansen: het combineren van hubs met meerdere deelauto’s leidt ook tot een geconcentreerde vraag naar laadinfrastructuur. De mogelijke combinatie met bidirectioneel laden geeft kansen om op wijkniveau te zorgen voor buffers van lokaal opgewekte energie die in de avond kunnen worden gebruikt. Hiermee wordt overbelasting van de hoofdinfrastructuur voor stroomvoorziening verminderd.

-

-



7

Referenties

-

CROW, dashboard autodelen, crow.nl/dashboard-autodelen, oktober 2021 Fietsberaadpublicatie 37: Leidraad gemeentelijk beleid deelmobiliteit, oktober 2021, hier te downloaden Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid, Sturen in parkeren, juni 2018, Den Haag Kennisinstituut voor Mobilteitsbeleid, Deelauto- en deelfietsmobiliteit in Nederland: ontwikkelingen, effecten en potentie (update 13-10), oktober 2021, Den Haag

CROW-KpVV CROW-KpVV ontwikkelt, verspreidt en borgt collectieve kennis voor de decentrale overheden op het gebied van mobiliteit. Het gaat om kennis die fundamenteel ondersteunt bij de beleidsontwikkeling en -uitvoering.

Over CROW CROW bedenkt slimme en praktische oplossingen voor vraagstukken over infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer in Nederland. Dat doen we samen met externe professionals die kennis met elkaar delen en toepasbaar maken voor de praktijk. CROW is een onafhankelijke kennisorganisatie zonder winstoogmerk die investeert in kennis voor nu en in de toekomst. Wij streven naar de beste oplossingen voor vraagstukken van beleid tot en met beheer in infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer en werk en veiligheid. Bovendien zijn wij experts op het gebied van aanbesteden en contracteren.

CROW Postbus 37, 6710 BA  Ede Telefoon (0318) 69 53 00 E-mail klantenservice@crow.nl Website www.crow.nl Februari 2022

CROW en degenen die aan deze publicatie hebben meegewerkt, hebben de hierin opgenomen gegevens zorgvuldig verzameld naar de laatste stand van wetenschap en techniek. Desondanks kunnen er onjuistheden in deze publicatie voorkomen. Gebruikers aanvaarden het risico daarvan. CROW sluit, mede ten behoeve van degenen die aan deze publicatie hebben meegewerkt, iedere aansprakelijkheid uit voor schade die mocht voortvloeien uit het gebruik van de gegevens. De inhoud van deze publicatie valt onder bescherming van de auteurswet. De auteursrechten berusten bij CROW.

8

Deelmobiliteit in uw gemeente

RAADSMEDEDELING

Onderwerp: Datum:

Onderzoek hubs en knooppunten zuidflank Nijmegen 16 februari 2022

Samenvatting Bijgevoegd is ter kennisname het eindrapport verkeersanalyse Zuidflank Nijmegen. Deze verkeersanalyse is in samenwerking tussen de Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen, de provincie Gelderland en de vier direct betrokken gemeenten (Berg en Dal, Heumen, Mook & Middelaar en Nijmegen) tot stand gekomen. Doel van de studie is het verkrijgen van inzicht in de verschillende verkeersstromen en de (on)mogelijkheden voor het realiseren van nieuwe hubs en/of het intensiveren van bestaande hubs/knooppunten. De in het rapport beschreven conclusies en aanbevelingen zullen in een nog in te plannen bestuurlijk overleg tussen de partners (gemeenten en provincie Gelderland) worden besproken. Dit zal naar verwachting in Q1 2022 plaatsvinden. De rapportage moet gezien worden als een eerste denkrichting, waarbij de aanbevelingen onderdeel zijn van het gesprek. Een bredere discussie kan gevoerd worden binnen de gebiedsuitwerking in het kader van de verstedelijkingsvisie en we willen daarbij ook een nadere analyse maken van de problematiek rondom de Rijksweg. Toelichting In januari 2020 is het Ambitiedocument Duurzame Mobiliteit en Bereikbaarheid Regio Arnhem Nijmegen en de bijbehorende 6 werksporen (position papers) vastgesteld door de colleges binnen de Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen.

De ambities beschrijven hoe de mobiliteitsopgave als gevolg van de verstedelijkingsopgave binnen de Groene Metropool Regio Arnhem Nijmegen wordt gefaciliteerd. De 6 werksporen zijn als volgt: 1.Positionpaper Robuust wegennet 2.Positionpaper Betrouwbaar spoor 3.Positionpaper (H)OV voor iedereen 4.Positionpaper Aantrekkelijk fietsnetwerk 5.Positionpaper Verkeersveilige omgeving 6.Positionpaper Schoon Onderweg Onderdeel van het Position Paper Robuust Wegennet is een aanpak van de bereikbaarheid aan de zuidwestflank van Nijmegen. De provincie Gelderland en de Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen hebben bureau Goudappel opdracht gegeven om kansrijke hub locaties in beeld te brengen. Deze opdracht past binnen de ambities van de Groene Metropoolregio. De belangrijkste conclusies en aanbevelingen uit het rapport zijn: 1. Het succesvol afvangen van autoverkeer naar de economische kernlocaties vergt een integrale aanpak. Dit betekent dat samenwerkende partijen in de zuidflank van Nijmegen met elkaar en met grote werkgevers afspraken moeten maken over een integrale aanpak. Sturend parkeerbeleid in capaciteit en in tariefstelling in samenhang met woonwerkregelingen zijn daarbij een basisvereiste. 2. Benut de kwaliteit van station Mook-Molenhoek als regionale hub. Het versnellen en de frequentieverhoging van de Maaslijn geeft het station Mook-Molenhoek extra potentie.

De conclusies voor station Mook-Molenhoek zijn: Zaak Document

: :

41252 107766

a) Het station biedt voor reizigers vanuit de Kop van Noord Limburg (N271) een regionale hubfunctie. Het station is niet interessant voor het afvangen van autoverkeer vanaf de A73; daarvoor is de omrijbeweging voor automobilisten te groot. b) Voor het afvangen van autoverkeer vanuit Groesbeek is het station Mook-Molenhoek geen logische overstapplek in het mobiliteitsnetwerk. Voor inwoners van Groesbeek is het reizen via station Mook-Molenhoek naar de economische kernlocaties van Nijmegen geen logische route. 3. Met de kwaliteitsverbetering van de Maaslijn is het station van Cuijk interessant voor het afvangen van autoverkeer van de A73. Ga hiervoor met de gemeente Cuijk in gesprek om de mogelijkheden van extra inzet van een P+R bij station Cuijk te verkennen in relatie tot de A73 en de verplaatsingen naar de economische kerngebieden in de zuidflank van Nijmegen. 4. De zuidelijke Kop van Malden is een strategische locatie voor een mobiliteitshub, omdat hier zowel de stromen vanaf de A73 naar Nijmegen als de stromen vanuit de Kop van Noord Limburg (N271) tezamen komen. De locatie kan een dubbelfunctie vervullen, zowel in het afvangen van het woon-werkverkeer als het bieden van een opstappunt voor recreatie. De aanbeveling is om de locatie Kop van Malden in de strategische Agenda 2025 uit te werken in de fieldlab Duurzaam toerisme, recreatie en klimaat.

Voor het vergroten van de kansen van een mobiliteitshub bij de zuidelijke Kop van Malden is de concurrentiekracht van het HOV ten opzichte van de auto een aandachtspunt. Dit is een vereiste voor een goede hublocatie die het autoverkeer opvangt aan en nabij de N844. Dit vergt een drieledige aanpak: a) Het verhogen van de frequentie van de huidige busbediening naar daadwerkelijk HOVniveau (streeffrequentie van 6x per uur); b) Het sneller maken van het HOV ten opzichte van de auto (op strategische plekken doseren van het autoverkeer inclusief toeleidende vrijliggende busstroken zodat het HOV de wachtrij van de auto kan passeren); c) Het afvangen van korte autoritten op de N844 door fiets- en OV-stimulering (dit geldt dan bijvoorbeeld voor inwoners van de kern Malden zelf), zodat de totale autoverkeersdruk vermindert. 5. De locatie CentrumHub Malden is de centrale locatie in Malden met de koppeling aan de N844 en de buslijn 83. Voor het afvangen van regionaal verkeer ligt deze hub minder voor de hand, mede gezien de benodigde parkeerplekken in combinatie met de centrale ligging in de kern. Wel biedt de CentrumHub Malden potentie als lokale hub. Aanvullend op de lokale functie als halte aan lijn 83 kan deze plek doorgroeien als lokale mobiliteitshub met deelvoorzieningen, zoals elektrische deelfiets en elektrische deelauto’s. 6.

Voor automobilisten vanaf de A73 is een hub nabij de aansluiting van Dukenburg een potentiële locatie. Echter dit is niet de meest kansrijke locatie om autoverkeer af te vangen in de zuidflank van Nijmegen. De spreiding van het aantal bestemmingen van het langsrijdende autoverkeer is groot en bovendien kent de huidige bus bediening een te lage frequentie.

Kanttekening:

2

1. Vanuit verkeerskundig oogpunt is een mobiliteitsHub bij de kruising N844 – N271 logisch. Deze locatie maakt echter onderdeel uit van het Lierdal en realisatie van een Hub of P+R locatie past niet binnen de Structuurvisie Lierdal en het huidige bestemmingsplan. 2. De N844 door Malden heeft ter hoogte van het centrum de laagste intensiteit met ca. 15.000 motorvoertuigen op een gemiddelde werkdag. Het effect van mobiliteitshubs zal niet tot een significante afname leiden van verkeer. Het kan echter wel een bijdrage leveren aan een afvlakking van de verkeerstoename. 3. De voorgestelde locatie ten zuiden van Malden is vanuit verkeerskundig oogpunt een logische locatie omdat hier ook opgestapt kan worden op lijn 83 welke doorontwikkeld wordt tot HOV. Qua reistijd kan de bus op dit wegvak echter niet concurreren met de auto omdat zij gebruik maakt van dezelfde congestiegevoelige rijbaan als het autoverkeer. Om de busdienst aantrekkelijk te maken is een aparte voorziening voor de bus noodzaak. 4. Het onderzoek betreft een modelmatig onderzoek waardoor de tijdelijk lagere verkeersintensiteiten als gevolg van Covid-19 geen invloed hebben op de conclusies van het onderzoeksrapport. 25 januari 2022 burgemeester en wethouders

Dirk van Eeten Gemeentesecretaris

Joerie Minses Burgemeester

Bijlagen: • Onderzoek hubs en knooppunten zuidflank Nijmegen

3

RAADSMEDEDELING

Onderwerp: Datum:

Evaluatie ICT Rijk van Nijmegen 16 februari 2022

Samenvatting Op verzoek van het AB van de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling (MGR) en de portefeuillehouders ICT, heeft de kring van gemeentesecretarissen eind 2020 de opdracht gegeven tot een onafhankelijk evaluatief onderzoek: hoe kijken we terug op de samenwerking tussen ICT Rijk van Nijmegen (iRvN) en de gemeenten gedurende de afgelopen 5 jaar en wat is voor de toekomstige opgave nodig in deze samenwerking met het oog op de digitale transformatie, zowel voor iRvN als voor de gemeenten. PWC heeft dit onderzoek in 2021 uitgevoerd. Tijdens het onderzoek zijn velen uit zowel de deelnemende gemeenten als iRvN betrokken geweest en hebben bijdragen geleverd. De resultaten van het onderzoek zijn gebaseerd op tientallen interviews, stuurgroep- en kernteambijeenkomsten, expertsessies met diverse deelnemers van de betrokken gemeenten/organisaties en diverse aangeboden en gevraagde documenten. De bevindingen, conclusies en aanbevelingen zijn vastgelegd in het eindrapport “Vrijheid in gebondenheid”. Dit rapport is in oktober 2021 aangeboden aan de kring van gemeentesecretarissen en vervolgens besproken in het DB van de MGR en het portefeuilleoverleg ICT. In de bijlage vindt u het eindrapport.

Toelichting Conclusie uit de terugblik: De deelnemers zijn tevreden over de positieve bijdrage aan de kwaliteit van de ICT-diensten en de reductie van de kwetsbaarheid van de ICT-functies die de samenwerking heeft opgeleverd. De capaciteit van iRvN is strak ingericht en toegesneden op de oorspronkelijke vraag in het bedrijfsplan. De ICT-kosten die via de samenwerking lopen zijn behoorlijk stabiel geweest. De oorspronkelijke doelen zijn daarmee gehaald. Er zijn ook verbeterpunten zoals de aandacht voor innovaties, inzet van nieuwe technologieën en het wendbaar organiseren van beheer. Minder tevreden zijn de deelnemers over de dienstverlening bij projecten. Ook de samenwerking op het gebied van informatisering en vooral de governance daarop, verdient verbetering. Aanbevelingen voor de toekomst (in termen van sporen): Dat men ook in de toekomst in de regio samen wil (blijven) werken is breed gedragen, zowel op het terrein van de automatisering als ook op die van de informatisering. De deelnemers vinden het van belang om strategisch/tactisch met elkaar af te stemmen en samen op te trekken. Een voorwaarde die daarbij steeds doorklinkt is, dat de autonomie van iedere gemeente wel overeind moet blijven. Vandaar ook de titel van het rapport: “Vrijheid in gebondenheid”.

Het college heeft besloten de aanbevelingen op te volgen en opdracht te geven voor de uitwerking van de verschillende sporen. Zaak Document

: :

108717 110766

Hiermee geven we richting en concrete invulling aan de toekomstige ontwikkeling van de gemeentelijke samenwerking in de regio Nijmegen op het gebied van automatisering en informatisering. Daarmee zorgen we er voor dat wij als gemeenten en gemeentelijke organisaties, onze dienstverlening blijvend kunnen ontwikkelen en aan laten sluiten bij de digitale transformatie van de samenleving. 15 februari 2022 burgemeester en wethouders

Dirk van Eeten Gemeentesecretaris

Joerie Minses Burgemeester

Bijlagen: • Rapport “Vrijheid in gebondenheid” • Samenvatting rapport

2

CULTUUR IN DE COLLEGE-AKKOORDEN Na de komende Gemeenteraadsverkiezingen wordt in uw gemeente een nieuw college-akkoord geschreven. Vandaag ontvangen alle gemeenten een handreiking van Kunsten ’92 en de Federatie Creatieve Industrie, om cultuur te verankeren in de college-akkoorden. Kunst, cultuur en de creatieve sector verdienen in elk van die akkoorden een centrale plek. Als we de afgelopen jaren iets hebben geleerd, is het dat de culturele en creatieve sector onontbeerlijk is voor een gezonde en weerbare samenleving. Cultuur is essentieel voor gemeenten, maar gemeenten zijn ook essentieel voor cultuur: ze zijn de grootste cultuursubsidiënten, en spelen op verschillende manieren een faciliterende en ondersteunende rol om te zorgen dat de lokale cultuursector kan blijven bloeien. Kunsten ’92 en de Federatie Creatieve Industrie presenteren daarom - voortbordurend op de New Creative Deal - deze handreiking (als digitale ‘e-zine’): inspiratie voor wethouders en raadsleden, maar ook voor ambtenaren, politieke partijen, culturele instellingen en cultuurliefhebbers. Met acties en goede voorbeelden.

Welke afspraken kan de gemeente maken om de (lokale) culturele en creatieve sector wendbaar en weerbaarder te maken? En hoe kan cultuur waardevolle bijdragen (blijven) leveren aan belangrijke beleidsdomeinen, zoals sociale cohesie en inclusie, gezondheid en zorg, klimaat en duurzaamheid, en de ruimtelijke opgave? En hoe kan dit concreet worden verankerd in de college-akkoorden? Onze oproep luidt dan ook:

Benut de verbeeldingskracht en het ontwerpende vermogen van de culturele en creatieve sector! Lees HIER of in de BIJLAGE de handreiking. Voor optimale weergave raden wij aan om de handreiking op een tablet of telefoon te lezen.

Hartelijke groet, Jan Zoet Voorzitter Kunsten’92 Suzanne Henning Voorzitter Federatie Creatieve Industrie

Contact: Kunsten '92 info@kunsten92.nl www.kunsten92.nl

RAADSMEDEDELING

Onderwerp: Datum:

Raadsmededeling Update crisisbeheersing van het coronavirus 21 februari 2022

Samenvatting Hiermee wil ik u informeren over de stand van zaken in de crisisbeheersing van het coronavirus. Deze brief aan de gemeenteraden binnen de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid volgt op de brief van 21 januari, waarin u bent geïnformeerd over versoepeling van de landelijke maatregelen, protestacties van gesloten sectoren, handhaving corona maatregelen en stand van zaken infectieziektebestrijding en zorgcontinuïteit.

Alles kan weer open in drie stappen Tijdens de persconferentie van dinsdag 14 februari jl. heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangekondigd dat Nederland in drie stappen weer opengaat. Mede omdat de ziekenhuisopnames stabiel blijven, ondanks de hoge besmettingscijfers. De eerste stap is inmiddels gezet en stap 2 en 3 volgen snel achter elkaar. Deze twee stappen bieden perspectief voor grote groepen in de samenleving. Dat is nodig, want de behoefte in de samenleving aan meer ruimte voor ontmoeting en contact is groot.

Per 25 februari 2022 wordt het voor activiteiten binnen, zonder vaste zitplaats, met meer dan 500 bezoekers, mogelijk om open te gaan wanneer hier 1G (iedereen testen voor toegang) wordt ingezet. Daarmee kunnen onder deze voorwaarden ook de (nacht)horeca, ongeplaceerde evenementen en

Zaak Document

: :

45670 112754

de vertoning van kunst en cultuur, zoals concerten weer opengaan of doorgang vinden. Doorstroomlocaties (bijv. pretparken, dierentuinen) zijn hiervan uitgezonderd. Op 25 februari 2022 zal het kabinet, na advisering door de Raad van State, ook communiceren over de afschaffing van de 1,5 meter. Een volgend besluitvormingsmoment over onder andere de voortzetting van de inzet van Coronatoegangsbewijs (CTB) op basis van 1G is voorzien voor 15 maart 2022. Voor nadere informatie: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/02/15/alles-kan-weer-open-in-3-stappen Korte termijn aanpak Covid-19 en doorkijk lange termijn De minister van VWS heeft op 8 februari jl. de Tweede Kamer geïnformeerd over de covid-19 aanpak van de korte termijn. Ook geeft hij in zijn Kamerbrief een doorkijk voor de lange termijn en het traject Pandemische paraatheid, dat is gestart om beter voorbereid te zijn op volgende pandemieën. Voor de korte termijn heeft het kabinet een verschuiving van de kabinetsdoelen aangekondigd.

Momenteel kent het beleid vier doelen: 1) acceptabele belasting van de zorg; 2) beschermen van kwetsbaren; 3) zicht houden op het virus; en 4) economische en maatschappelijke schade beperken Het kabinet wil nu naar twee gelijkwaardige en nevengeschikte doelen toe: a) sociaal-maatschappelijke en economische continuïteit/vitaliteit en b) toegankelijkheid van de gehele zorgketen voor iedereen. Het kabinet zet de komende maand gesprekken voort met vertegenwoordigers van onder andere sectoren, gemeenten, verschillende doelgroepen in de samenleving en uitvoerende organisaties over de keuzes en stappen die we met elkaar moeten zetten om tot een duurzame aanpak te komen voor de periode na deze winter en verder. Deze aanpak bevat o.a.: • een nieuwe interventiesystematiek; wat zijn de indicatoren waarnaar moet worden gekeken als het gaat om het nemen of afschaffen van maatregelen? • test- en traceerbeleid; • vaccinatiestrategie; • voorbereiding in de zorg en optimale inzet zorgmedewerkers; • communicatie en gedrag. Voor nadere informatie: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/02/08/kamerbrief-over-kortetermijn-aanpak-covid-19-en-doorkijk-lange-termijn Handhaving corona maatregelen Het handhavingsbeeld van gemeenten en politie heeft de afgelopen maand over het algemeen een rustig beeld laten zien.

Al zien ook wij dat het steeds moeilijker wordt om de anderhalve meter in de 2

samenleving te handhaven, zeker op plekken waar veel mensen elkaar opzoeken. Zoals in de binnensteden of marktpleinen. Ook de natte horeca zocht elke week steeds vaker de grenzen op, in afwachting van verdere versoepelingen. Her en der vonden ook kleinschalige en grootschalige illegale feesten plaats. Bestuurlijk en/of strafrechtelijk is bij excessen opgetreden. Daarnaast hebben we in de regio de afgelopen weken ook te maken gehad met wekelijks terugkerende ‘lichtjes’ optochten. Deze kleinschalige demonstraties in Wijchen, Nijmegen en Tiel verlopen over het algemeen rustig. De actie ‘de nacht staat op’ heeft in Gelderland-Zuid geen problemen opgeleverd. Preventief overleg en een duidelijke consequente handhavingslijn door gemeenten hebben daaraan bijgedragen. Stand van zaken infectieziektebestrijding Het aantal besmettingen is de afgelopen weken relatief hoog geweest, met tussen de 2.000-4.000 besmettingen per dag in Gelderland-Zuid. De piek lijkt echter bereikt, een voorzichtige daling van het aantal besmettingen en het aantal uitgevoerde testen is de afgelopen dagen ingezet. Het aantal uitgevoerde vaccinaties is de laatste weken zeer beperkt en blijft gemiddeld minder dan 1.000 prikken per dag. In overleg met gemeenten wordt weer een regiotour voorbereid om fijnmazig te vaccineren.

Alle inwoners vanaf 12 jaar en ouder die nog geen 1e of 2e prik gehad hebben of inwoners vanaf 18 jaar die nog geen boostervaccinatie gehad hebben, kunnen dichtbij huis hun vragen stellen en hun gewenste vaccinatie krijgen. Er wordt de komende tijd gevaccineerd vanuit een pop up-locatie in een bibliotheek, wijkcentrum of buurthuis. Vaccinaties blijven ook mogelijk in de GGD-vaccinatielocaties. Vanwege de nog voortdurend benodigde GGD-inzet voor testen, bron- en contactonderzoek en vaccineren blijft de GGD vooralsnog in crisismodus. Voor nadere informatie zie: https://ggdgelderlandzuid.nl/vaccinaties/coronavaccinatie/regiotour/ Zorg continuïteit Ook in Gelderland-Zuid blijft desondanks de druk relatief hoog door COVID-zorg en uitval van personeel. Personele capaciteit blijft het grootste knelpunt, onder andere als gevolg van isolatie en quarantaine. Werkroosters kunnen niet altijd gevuld worden, wat soms gevolgen heeft voor de reguliere zorg. De GHOR monitort de situatie in de zorg en stemt af met de gehele zorgketen.

Ten slotte Ondanks het openen van de samenleving is er nog steeds sprake van een hoge infectiedruk die met name voor mensen met een kwetsbare gezondheid een uitdaging vormt. Het is belangrijk dat deze groep mensen de ondersteuning en steun krijgt die nodig is om op een voor hen veilige manier mee

3

te kunnen doen aan de samenleving. Ook in deze fase van de epidemie is het essentieel om ieders eigen afwegingen te respecteren en voor elkaar te zorgen.

21 februari 2022 burgemeester en wethouders

Dirk van Eeten Gemeentesecretaris

Joerie Minses Burgemeester

4

iç 1

c_> (u /s;&P

aa ij&1 ()/V \/

MOTIE: pleidooi voor expliciet strafbaarstelling psychisch geweld De gemeenteraad van Schiedam, bijeen in vergadering op 1 februari 2022, Overwegende dat: Van alle soorten geweld, psychisch geweld de meest onzichtbare en ongrijpbare is,

.

Constaterende dat: .

.

De schade die deze vorm van geweld veroorzaakt minstens net zo traumafisch is als fysiek of sek sueel geweld, Bijna 70.00ederlanders in 2020 slachtoffer waren van deze vorm van geweld,

Mede constaterende dat: . Psychisch geweld zelf niet expliciet strafbaar is, . Er in de samenleving weinig aandacht is voor deze vorm van geweld, . Het gebrek aan strafbaarstelling veel doet aan de erkenning van slachtoffers, Verzoekt het college om bij het kabinet op aan te dringen om psychisch geweld expliciet op te nemen in het wetboek van strafrecht met daarbij de nadrukkelijke wens tot meer bewustwording en voorlichting voor deze specifieke vorm van geweld. Hierbij kan de jarenlange campagne die de overheid in Engeland voert gebruikt worden als voorbeeld. Verzoekt de griffie deze motie rond te sturen naar alle gemeenteraden ter inspiratie zodat zij eventu eel een zelfde motie in te dienen in de gemeenteraad, En gaat over tot de orde van de dag,

Sup v

ace van Dijk

p

Petra Zwang PvdA -

Christien Bruggeman

Gurcu Polat Denk -

Rene Karens

Frans Hamerslag

-

-

RAADSMEDEDELING

Onderwerp: Datum:

Besteding gemeentelijke NPO-middelen 23 februari 2022

Samenvatting Vanuit het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) opgestart. Het NPO is bedoeld voor herstel en ontwikkeling van het onderwijs tijdens en na corona. Voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 krijgen scholen extra geld om leerlingen te helpen om leervertragingen en andere problemen door corona aan te pakken. Scholen ontvangen hiervoor rechtstreeks middelen vanuit het Rijk. Daarnaast ontvangt ook de gemeente Heumen vanuit het Rijk financiële middelen voor hun rol in de voorschoolse educatie en het basisonderwijs tot en met schooljaar 2022-2023 (€ 144.518). Met deze extra middelen kan de gemeente in samenwerking met partijen maatregelen nemen om vaardigheden van leerlingen op cognitief, executief, sociaal en emotioneel vlak te helpen stimuleren. Dit in aanvulling op en ter ondersteuning van de middelen die scholen zelf krijgen. Hieronder wordt aangegeven hoe de gemeentelijke NPO-middelen worden besteed. 1. Extra inzet basisscholen (€ 89.985) Wij hebben de basisscholen in onze gemeente gevraagd om met een inhoudelijk plan aan te geven hoe ze de extra financiële middelen vanuit de gemeente willen inzetten om zoveel als mogelijk achterstanden veroorzaakt door corona op hun scholen te beperken. Gebieden waar de basisscholen op willen inzetten zijn: - Taal- en leesbevordering; - Extra begeleiding van leerlingen m.b.t.

bevorderen van executieve functies; - Begrijpend leesonderwijs, i.c.m. vergroten van leesmotivatie en leesplezier bij leerlingen i.s.m. OBGZ; - Buitenlessen en natuuronderwijs; - Sportieve en fysieke activiteiten; Met de gemeentelijke NPO-middelen kunnen de basisscholen binnen de gemeente Heumen tot en met einde schooljaar 2022-2023 specifiek extra inzet plegen op de gebieden die voor de leerlingen op de betreffende scholen het meest urgent zijn. Op voorstel van de schooldirecties is het bedrag verdeeld op grond van het leerlingenaantal per school op de wettelijke teldatum van 1 oktober 2021. 2. Extra inzet voorschoolse educatie (€ 29.220) In overleg tussen de scholen, kinderopvangorganisatie KION en de gemeente is afgesproken dat een deel van de NPO-middelen wordt ingezet voor het bestrijden van achterstanden in de voorschoolse periode. KION wil dit deel van de gemeentelijke NPO-middelen inzetten om tijdens de voorschoolse educatie meer aandacht te geven aan taalontwikkeling en beweging. Bij de methodiek “Pageturner” gaat het om het versterken van ontwikkelingsstimulering van het jonge kind door ouders met behulp van digitale prentenboeken. Zaak Document

: :

110070 110240

De methodiek “Nijntje beweegt” richt zich op gezondheid van kinderen door het organiseren van beweegactiviteiten voor kinderen tijdens groepstijd. Met de bijdrage vanuit de gemeentelijke NPO-middelen kan KION beide methodieken tot en met einde schooljaar 2022-2023 aan (doelgroep)kinderen aanbieden. 3. Extra inzet jeugdconsulenten op basisscholen (€ 24.000) Verder zijn vanuit de jeugdconsulenten signalen gekomen dat in toenemende mate sprake is van complexe casuïstiek wat vraagt om een goede afstemming met de scholen. Het helpt dan als jeugdconsulenten vaker fysiek op basisscholen aanwezig zijn, zodoende hun gezicht daar laten zien en makkelijker binnen kunnen lopen bij de intern begeleiders op de basisscholen om zaken met elkaar te bespreken. Door de inzet van de gemeentelijke NPO-middelen kunnen 2 jeugdconsulenten 4 uur per week extra op de basisscholen aanwezig zijn tot en met einde schooljaar 2022-2023. Toezegging motie “optimale kansen voor iedereen” Tijdens de raadsvergadering van 16 december 2021 is een motie ingediend over “optimale kansen voor iedereen”. De motie is ingetrokken, omdat de toenmalig burgemeester de toezegging heeft gedaan eerst de behoefte te toetsen bij scholen voor een gelijke kansen agenda. Op 31 januari 2022 is bij de basisscholen de behoefte gepeild voor een gelijke kansen agenda.

Het blijkt dat er bij de basisscholen geen acute behoefte bestaat voor het opstellen van een gelijke kansen agenda. De scholen hebben aangegeven dat dit mogelijk een interessant onderwerp kan zijn om op een later moment gezamenlijk te bespreken. Met de besteding van de gemeentelijke NPO-middelen zoals hierboven beschreven wordt ook gewerkt aan het verbeteren van kansengelijkheid in het (voorschoolse) onderwijs. Door extra inzet te plegen op de genoemde onderwerpen is feitelijk sprake van het bevorderen van gelijke kansen voor alle kinderen in de gemeente Heumen tot en met 12 jaar. Toezegging motie “NPO-gelden voor lokale initiatieven” Tijdens de raadsvergadering van 16 december 2021 is een motie ingediend over “NPO-gelden voor lokale initiatieven”. De motie is ingetrokken met de toezegging dat de gemeenteraad actief wordt geïnformeerd over de wijze waarop de NPO-middelen besteed gaan worden. Met deze raadsmededeling wordt hierin voorzien. 22 februari 2022 burgemeester en wethouders

Dirk van Eeten Gemeentesecretaris

Joerie Minses Burgemeester

2

RAADSMEDEDELING

Onderwerp: Datum:

Verslag gemeentearchivaris 2021 23 februari 2022

Samenvatting Op grond van de gemeentelijke archiefverordening 2013 brengt de gemeentearchivaris periodiek verslag uit aan het college van B&W over het archieftoezicht en het beheer van de archiefbewaarplaats. Het college legt met dit verslag verantwoording af aan de raad over de wijze waarop aan de zorg voor de archieven is voldaan. Daarnaast wordt dit verslag verzonden aan de provincie om te voldoen aan de informatieplicht in het kader van interbestuurlijk toezicht (IBT). De Archiefwet stelt eisen aan overheden die hun informatiehuishouding op orde moeten hebben. Dit is nodig voor het kunnen uitvoeren en verantwoorden van gemeentelijke taken. Als informatie niet op het juiste moment voorhanden is wordt de bedrijfsvoering belemmerd, hapert de dienstverlening aan de burgers en lopen werkprocessen niet optimaal. De gemeente moet haar besluiten kunnen reconstrueren en verantwoorden aan de raad, aan betrokken burgers en aan journalisten. Wij zijn de afgelopen jaren voortvarend aan de slag gegaan met het digitaal en zaakgericht duurzaam archiveren. Vanwege corona en het thuiswerken zijn faciliteiten voor digitale dienstverlening, digitaal werken en het op afstand kunnen beschikken over betrouwbare informatie nóg belangrijker geworden. Er is gekozen om het zaaksysteem Djuma door te ontwikkelen als centraal zaak- en archiefsysteem.

De gemeente investeert in tools, methoden en gedragsverandering om het archiefbewustzijn bij medewerkers te verbeteren en het goed archiveren in Djuma te bevorderen. De gemeentearchivaris heeft onlangs geconstateerd dat de ontwikkeling van Djuma goed gaat en dat er bewust wordt omgegaan met informatie. Met het gevuld raken van Djuma wordt het zaaksysteem meer gebruikt en beter gewaardeerd. Het begeleiden en archiefbewust maken van medewerkers blijft een continue bezigheid. Digitaal werken en archiveren is de dagelijkse praktijk geworden. Met deze voortvarendheid op de digitale archivering blijft de vernietiging en de overbrenging van de papieren archieven achter evenals de sanering van Corsa. Dit is het voormalige archiefsysteem, dat nog veel documenten bevat, die de komende jaren ook nog moeten worden bewaard en geraadpleegd. De aanbeveling om ter versnelling hiervan a-structurele capaciteit in te zetten is door het college overgenomen en hierop wordt actie ondernomen. Voor de eenmalige inhuur van externe capaciteit is naar verwachting een budget nodig van € 60.000. De financiële dekking wordt via de eerstvolgende maandrapportage (over februari 2022) voorgelegd. 22 februari 2022 burgemeester en wethouders

Dirk van Eeten Gemeentesecretaris

Zaak Document

: :

110604 111476

Joerie Minses Burgemeester

Bijlage: • Verslag van de gemeentearchivaris 2021

2

Openbaar

Aan de griffie van de gemeenten en (toekomstige) gemeenteraadsleden in de provincie Gelderland

Behandeld door Doorkiesnummer Ons kenmerk Onderwerp

Directie Vitens Peter Salverda: 06-22663565 Elke druppel duurzaam Leveringszekerheid drinkwater

Datum Email Uw kenmerk

16 februari 2022 peter.salverda@vitens.nl Gemeenteraadsverkiezingen

Geachte (aankomende) gemeenteraadsleden, Schoon en voldoende drinkwater lijkt in Nederland vanzelfsprekend, maar dat is het niet. De continuïteit van onze drinkwatervoorziening staat steeds meer onder druk. Er zijn grote uitdagingen wat betreft de beschikbaarheid en kwaliteit van drinkwater. Zo staat de beschikbare hoeveelheid drinkwater op de korte termijn onder druk door bevolkingsgroei, droogte door klimaatverandering en toenemend gebruik van water door klanten en door onze economie. Daarbij vergt het steeds meer inspanningen om de kwaliteit van ons drinkwater te garanderen, mede door vervuiling van grond- en oppervlaktewater door restanten van gewasbeschermingsmiddelen, mest (nitraat), industriële stoffen en medicijnresten. Drinkwatervoorziening onder druk Door al deze factoren is de drinkwatervoorziening in de afgelopen jaren extra in de knel gekomen. Hete droge zomers met bijbehorende stijgende watervraag zijn al vanaf 2018 realiteit, terwijl deze pas verwacht werden rond 2050. De drinkwatervraag is fors gegroeid, waardoor de drinkwaterlevering in delen van Overijssel, Gelderland en Utrecht versneld onder druk is komen te staan. Er is een watertransitie nodig die pas over 10 tot 15 jaar is te realiseren. Dit betekent dat de komende 5 tot 10 jaar grootschalige woningbouw of nieuwe zakelijke gebruikers niet meer op elke plaats en altijd verzekerd zijn van drinkwater.

Basisbehoefte voor samenleving Deze situatie is alarmerend. Betrouwbaar en hoge kwaliteit drinkwater is een basisbehoefte voor onze gezondheid en ons welzijn. En dat niet alleen. Want het behoud van de kwantiteit en kwaliteit van drinkwater zorgt ervoor dat bedrijven zich kunnen vestigen in een regio en water kunnen gebruiken voor het (productie)proces, dat mensen in hun nieuwe woning kunnen rekenen op drinkwater en dat de natuur en de landbouwsector kunnen bloeien zonder de schade van droogte. Forse financiële inspanningen Vitens staat voor grote uitdagingen als klimaatverandering, een stijgende watervraag, verslechtering van de grondwaterkwaliteit en cyber security. Het investeringsniveau stijgt

T 088-884 88 88 F 088-884 67 99 KvK Zwolle 050.69.581

Elke druppel duurzaam Datum 16 februari 2022 Ons kenmerk

daardoor van een stabiele situatie rond de 100 miljoen euro (tot en met 2017) naar 345 miljoen euro in 2030. Gereguleerd drinkwatertarief De overheid reguleert het tarief van drinkwaterbedrijven op basis van de Weighted average cost of capital (WACC). De huidige regulering maakt het onmogelijk om deze toekomstige investeringen te financieren. Daarom trekken wij samen met onze provincies en gemeenten op in de landelijke lobby voor een structurele oplossing voor aanpassing van de systematiek. In de Tweede Kamer is brede steun om ervoor te zorgen dat drinkwaterbedrijven gesteld staan voor hun toekomstige investeringsopgave. Dringend beroep op gemeenten Om deze redenen zet Vitens in op het realiseren van een 100% duurzaam drinkwater systeem in 2030, met een positieve impact op samenleving en natuur. Met de aankomende gemeenteraadsverkiezingen in het verschiet brengt Vitens dit belangrijke thema onder uw aandacht. Vitens pakt graag de handschoen op en wil samen met gemeenten de schouders eronder te zetten. Hierbij doen we als Vitens een dringend beroep op uw gemeente om de lopende trajecten voortvarend te steunen, want bestuurlijke keuzen en slagkracht zijn nodig om de drinkwatervoorziening voor de komende jaren te garanderen. Het gaat dan concreet om het in uw omgevingsvisie opnemen van nieuwe winningen en het realiseren van de benodigde vergunningen.

En het actief stimuleren van bewust en zuinig watergebruik en het waterzuinig bouwen. Als Vitens wensen wij u alle bestuurlijke wijsheid en succes om deze en andere belangen in uw gemeente zorgvuldig afgewogen te behartigen met oog op leveringszekerheid van schoon, veilig en voldoende drinkwater, ook in de toekomst.

Met vriendelijke groet,

Drs. Jelle Hannema, directievoorzitter Vitens

Drs. Marike Bonhof, directielid Vitens

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de strategisch omgevingsmanager van provincie Gelderland: Peter Salverda, tel: 06-22663565 of mail: peter.salverda@vitens.nl

2

Elke druppel duurzaam Datum 16 februari 2022 Ons kenmerk

VIER GEZAMENLIJKE UITDAGINGEN Met oog op de aankomende gemeenteraadsverkiezingen op 16 maart en om u op weg te helpen bij het formuleren van de beleidsagenda’s, volgen hierna vier gezamenlijke uitdagingen en mogelijke oplossingen om de continuïteit van onze drinkwatervoorziening te waarborgen.

1. Transitie watersysteem: van water afvoeren naar water opvangen Het watersysteem in Nederland is uit balans. Van oudsher was het gericht op de afvoer van overtollig (regen)water. Maar de watervraag van huishoudens blijft stijgen, wat leidt tot steeds meer gebruik van water voor drinkwater. Daarnaast gebruiken we ook steeds meer water voor eigen beregening, landbouw en industrie. Hierdoor komt er te weinig regenwater terecht in de bodem. Dit leidt steeds vaker tot langere (zomer)perioden van droogte. Het watersysteem in Nederland moet radicaal aangepast worden: van water afvoeren naar water opvangen om als buffer te gebruiken. Om deze transitie goed en tijdig te laten verlopen, dient water een leidend onderwerp te zijn bij beslissingen in de ruimtelijke ordening. Vitens roept gemeenten daarom op om (vergunningen voor) watervoorzieningen standaard op te nemen in bestemmingsplannen en gebiedsplannen. Drinkwaterbedrijven hebben hulp nodig bij deze transitie, omdat het anders te lang gaat duren. 2. Samenwerken voor waterbewust bouwen De beschikbaarheid van opvang en hergebruik van regenwater is cruciaal in het duurzaam tot stand brengen van de bouwopgave van gemeenten. Goede wetgeving op Rijksniveau is hiervoor noodzakelijk, maar gemeenten kunnen in hun eigen bouwopgave hier al de leiding in nemen.

Het gebruik van regenwater voor bijvoorbeeld het doorspoelen van het toilet of beregening van de tuin is wenselijk voor de besparing van drinkwater, en draagt bij aan de leveringszekerheid in de regio. Zo hebben bijvoorbeeld Belgische drinkwaterbedrijven in samenwerking met de Vlaamse overheid ingezet op ‘waterbewust bouwen’ door regenwater te hergebruiken, te infiltreren en te bufferen. Drinkwaterbedrijven geven architecten hierbij handvatten voor het vertalen van de behoefte naar een bouwkundig ontwerp. Zo moet in Vlaanderen bijvoorbeeld alle nieuwbouw, waar mogelijk, worden voorzien van hemelwaterberging. Met de nijpende actuele woningmarktsituatie ligt er voor elke gemeente een behoorlijke bouwopgave op de loer. Al deze woningen moeten worden aangesloten op water en dat is niet overal even gemakkelijk. Vitens zoekt hierin graag de samenwerking op met gemeenten, om samen de bouwopgave op een watervriendelijke en waterbewuste manier te realiseren. Daarin stellen wij graag onze ervaringen van innovatie pilots beschikbaar.

3

Elke druppel duurzaam Datum 16 februari 2022 Ons kenmerk

3. Bodemenergie geothermie en drinkwater naast elkaar De toenemende vraag naar drinkwater zorgt ervoor dat aanvullende grondwatervoorraden aangewezen moeten worden voor de drinkwatervoorziening. Boren naar aardwarmte kan leiden tot verstoringen in de ondergrond en zo een risico vormen voor grondwater en de drinkwatervoorziening. Het uitgangspunt moet hierbij zijn dat deze activiteiten ruimtelijk van elkaar moeten worden gescheiden, om de toekomstige voorraden van ons drinkwater te beschermen. Ook moeten gemeenten de achterstanden rondom het melden van de kleine aansluitingen bij particulieren en bedrijven inlopen. Grondwater is één van de belangrijkste bronnen voor ons drinkwater.. Gebruik van de diepe ondergrond door geothermie vormt echter een risico voor de kwaliteit van deze grondwaterbronnen. Bovendien is de verwachting dat het aantal geothermieprojecten toeneemt vanwege de energietransitie. Vitens stelt dat mijnbouw en geothermieprojecten moeten bestaan náást drinkwatervoorzieningen. Voorkantsturing en functiescheiding hierin is essentieel. 4. Tegengaan vervuiling van grondwater De bescherming van onze grondwaterbronnen tegen vervuiling is essentieel voor onze drinkwatervoorziening. Dit is echter complex en vergt een lange horizon. Te vaak zijn de bronnen van drinkwater verontreinigd, onder andere door nitraat en restanten van bestrijdingsmiddelen.

Bovengronds beïnvloeden allerlei activiteiten, zoals wonen, landbouw, industrie, de kwaliteit van het grondwater. Vitens zet onder meer in op een early-warning systeem waarmee op tijd duidelijk wordt waar mogelijke verontreinigen opkomen, zodat de bron opgespoord kan worden. In het verleden heeft Vitens vanwege verontreinigingen een aantal waterwinningen moeten sluiten. (Ook RIVM waarschuwt regelmatig voor kwaliteit) Om de beschikbaarheid van voldoende en schoon drinkwater zeker te stellen voor te toekomst is het van groot belang dat onze drinkwatervoorziening hoger komt te staan op de bestuurlijke agenda. Vitens trekt graag als partner met de gemeente en stakeholders als woningbouworganisaties, agrarische bedrijven en industrie om deze uitdaging aan te pakken. Ook draagt Vitens graag bij aan een grotere bewustwording tot waterbesparing en over hoe om te gaan met vervuiling door reststoffen van allerlei aard, zodat ook deze niet meer in het drinkwater belanden.

4

#

Gemeente Heumen T.a.v. wethouder Economische Zaken (Marktzaken) c.c. Gemeenteraad Postbus 200 6580 AZ MALDEN

Gemeente Heurnen

2 3 FEB. 2022 Ingekomen

Uw kenmerk:

Onderwerp:

Ons kenmerk: 1167656

Behandeld door: Dennis van der Heijden

Nieuwe model marktverordening VNG

Bunschoten-Spakenburg, 18 februari 2022 Telefoonnummer: 033-2991521 Website: www.bunschoten.nl

Geachte wethouder Economische Zaken, In mei 2019 hebben wij u aangeschreven om aandacht te vragen voor de ontstane onrust en problematiek rondom de zogenaamde ‘schaarse vergunningen’. Omdat er toen nog over werd gesproken in de landelijke politiek en er onderzoeken werden uitgevoerd heb ik u destijds gevraagd voorlopig geen aanpassingen door te voeren in uw marktverordening. Op 21 januari 2022 heeft de VNG de nieuwe model marktverordening gepubliceerd. Daarin wordt ingegaan op de problematiek rondom de 'Schaarse Vergunningen’. Graag vragen wij uw nadrukkelijke aandacht voor deze problematiek, die voor veel onrust heeft gezorgd bij de ambulante handelaren. Schaarse vergunningen Begin november 2016 heeft de Raad van State een algemeen kader geformuleerd voor de verdeling van vergunningen die schaars zijn. Een belangrijke strekking is dat deze vergunningen niet meer voor onbepaalde tijd mogen worden verstrekt. Dit zorgde voor veel onrust bij de ambulante handelaren die vaak grote investeringen hebben moeten doen en vaak generaties lang een klantenkring hebben opgebouwd op hun markt- en standplaatsen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11275290/1