CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Raad 1 februari 2024, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt17.418 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. 1. Het beschermingsregime Vogelrichtlijn (Vrl), dat van toepassing is op van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vrl. Met betrekking tot deze vogelsoorten geldt dat het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden is vogels opzettelijk te storen, behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en dwingende redenen van groot openbaar belang zijn geen reden om ontheffing te verlenen. Ontheffing is uitsluitend toegestaan op basis van de ontheffingsgronden die in de Vrl zijn genoemd. Overigens is het, indien geen ontheffing nodig is, volgens de huidige interpretatie van de wet wel verplicht rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Voor sommige vogelsoorten met vaste verblijfplaatsen geldt dat deze vaste verblijfplaatsen en het essentiële leefgebied jaarrond beschermd zijn. 2. Het beschermingsregime Habitatrichtlijn (Hrl), dat van toepassing is op soorten van bijlage IV bij de Hrl, bijlage I en II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn. Met betrekking tot deze soorten is het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Ontheffing wordt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling alleen verleend indien: a. er geen andere bevredigende oplossing is, en b. geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort, en c. sprake is van één van de volgende (bij ruimtelijke ontwikkeling relevante) belangen:  de bescherming van wilde flora en fauna of natuurlijke habitats, of

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp) 27

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. 3. Het beschermingsregime Andere Soorten, dat van toepassing is op soorten van de bijlage behorende bij artikel 3.10 van de Wnb. Ontheffing is alleen mogelijk indien: a. er geen andere bevredigende oplossing is, en b. indien geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden. 

De provincies kunnen voor het beschermingsregime Andere Soorten een algemene vrijstelling verlenen voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In Wijchen is de provincie Gelderland het bevoegd gezag voor de Wnb. Indien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is ontheffing noodzakelijk. Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb). Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden. Ook moet gelet worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. Gebiedsbescherming De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats.

Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door 'externe werking') op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een 'habitattoets' moet worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets moeten worden beoordeeld door het bevoegd gezag. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (de voormalige Ecologische Hoofdstructuur / EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid). De provincies hebben in een verordening regelgeving vastgelegd ten aanzien van het NNN.

28

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp)

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

4.9.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Soortenbescherming Het plangebied is een (gedeeltelijk) omheind, onbebouwd, (intensief beheerd) grasland, zonder (opgaande) beplanting. Gezien de situering van het plangebied aan een woonstraat, tussen bestaande woningen, maakt het plangebied naar alle waarschijnlijkheid geen deel uit van een essentieel leefgebied van beschermde soorten. Zekerheidshalve is toch een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Deze is als Bijlage 2 bij de toelichting gevoegd. Uit deze quickscan blijkt dat de beoogde realisatie van een vrijstaande woning aan de Hollestraat 20-22 te Nederasselt uitvoerbaar is in de zin van artikel 3.1.6 Bro. De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Derhalve is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van zoogdieren en algemene broedvogels. Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen. Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is 'Sint Jansberg', op meer dan 10 km ten zuidoosten van het plangebied.

Vanwege de kleinschalige aard van de ontwikkeling en de grote afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied, worden geen significante nadelige effecten, als gevolg van verstoring door geluid, licht, trillingen en dergelijke, op de aangewezen habitattypen en doelsoorten van dit Natura 2000-gebied verwacht. Voor deze storingsfactoren is daarom geen verdere toetsing aan de natuurwetgeving nodig. Wat betreft externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie naar stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000-gebieden is een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd. Zie Bijlage 3 bij de toelichting. Voor de aanleg- en gebruiksfase is door middel van een AERIUS berekening vastgesteld of er sprake is van een melding- of vergunningplicht. Zie Bijlage 4 (aanlegfase) en Bijlage 5 (gebruiksfase) bij de toelichting. Uit de berekening blijkt dat het projecteffect op de Natura 2000gebieden ten gevolge van de gebruiksfase kleiner dan of gelijk is aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming) benodigd is voor het aspect stikstof. Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.10

Archeologie & cultuurhistorie

4.10.1 Regelgeving Erfgoedwet De Erfgoedwet bundelt de bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals deze in de oude wetten en regelingen golden, blijft gehandhaafd. Het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed was geregeld in zes verschillende wetten en een regeling. Waarin roerend, onroerend en archeologisch erfgoed allemaal hun eigen specifieke definities, procedures en beschermingsmaatregelen hadden. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Overbodige regels zijn geschrapt en de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die op 1 januari 2024 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen. Het gaat daarbij om de volgende zaken:  Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten.  Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie.  Bescherming van stads- en dorpsgezichten.

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp) 29

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Archeologische waarden- en verwachtingskaart gemeente Heumen Volgens de archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Heumen ligt het plangebied ter plaatse van 'archeologisch en bouwhistorisch kansrijke locaties'. Dit betekent dat het plangebied een hoge archeologische verwachtingswaarde heeft voor archeologische resten uit met name de Late Middeleeuwen en later. Voor gronden met een hoge verwachtingswaarde geldt dat bodemingrepen groter dan 200 m2 en dieper dan 0,4 m archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden. Beleidsnota cultuurhistorie In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is een bepaling opgenomen, op grond waarvan het gemeentebestuur bij het opstellen van een bestemmingsplan moet aangeven op welke wijze zij rekening heeft gehouden met de cultuurhistorische waarden binnen het plangebied. Ter onderbouwing van deze afweging hebben de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten gezamenlijk de beleidsnota cultuurhistorie 'Samen in verscheidenheid' opgesteld. Op de waarderingskaart, behorende bij de beleidsnota, is het plangebied aangewezen als cultuurhistorisch waardevol gebied. Dit zijn gebieden waarvan de cultuurlandschappelijke waardering zeer hoog, hoog of middelhoog is.

In hoeverre een ruimtelijke ontwikkeling afbreuk kan doen aan de cultuurhistorische waarden in een gebied is afhankelijk van:  De aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkeling;  De cultuurhistorische waarden in een gebied. 4.10.2 Doorvertaling bestemmingsplan Archeologie Er is een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd in het plangebied. Dit onderzoek is als Bijlage 6 bij de toelichting gevoegd.  Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied op een rivierduin ligt. Deze rivierduinen vormen over het algemeen relatief hoge en droge plekken, die reeds lang geschikt kunnen zijn geweest voor bewoning. In de top van het duinzand kunnen archeologische resten vanaf het Mesolithicum – Middeleeuwen worden aangetroffen. De verwachting hierop is hoog. Mogelijk bevindt zich op het duinzand een cultuurlaag. Deze is namelijk direct ten noorden en westen van het plangebied aangetroffen, waar sprake is van een vindplaats uit de IJzertijd – Middeleeuwen. Gezien de korte afstand is deze mogelijk ook in het plangebied aanwezig (vanaf het maaiveld). Voor de Nieuwe Tijd is gezien het ontbreken van bebouwing op historische kaarten een lage verwachting opgesteld. Op basis van het veldonderzoek is de hoge archeologische verwachting voor het plangebied bevestigd.

In de ondergrond zijn namelijk rivierduinafzettingen aangetroffen die archeologisch gezien intact zijn. De top van de rivierduinafzettingen zijn gelegen op een diepte van 75 tot 160 cm -Mv (6,80 tot 7,75 m +NAP). Voor dit archeologisch niveau geldt een verwachting op het aantreffen van resten vanaf het Mesolithicum. Het rivierduinzand wordt afgedekt door een cultuurlaag die waarschijnlijk dateert uit de IJzertijd – Middeleeuwen, gezien de vindplaatsen in de omgeving. De cultuurlaag is in vier van de vijf boringen aangetroffen vanaf een diepte van 40 tot 75 cm -Mv (7,70 tot 8,80 m +NAP). Advies 

De hoge verwachting leidt ertoe dat in het plangebied vanaf een diepte van 40 cm –Mv met de aanwezigheid van archeologische resten rekening gehouden moet worden. In het onderzoek wordt geadviseerd om in het nieuwe bestemmingsplan een dubbelbestemming archeologie op te nemen met een vrijstellingsgrens voor bodemingrepen tot 10 cm -Mv (het archeologisch niveau met een buffer van 30 cm). De gemeente gaat hiermee akkoord en geeft aan in aanvulling daarop de ondergrens van 100 m2 te handhaven (zie Bijlage 7). Aangezien het zeer aannemelijk is dat er bij de herontwikkeling graafwerkzaamheden plaatsvinden die dit niveau bereiken, staat in het onderzoek verder dat het aanbeveling verdient om in het plangebied een vervolgonderzoek uit te voeren. Dit kan het beste plaatsvinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Hiervoor is een Programma van Eisen (PVE) nodig, waarin de uitvoering en wijze van documentatie van het onderzoek staat vastgelegd. Deze moet op voorhand door de bevoegde overheid worden

30

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp)

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

goedgekeurd. Ook hier gaat de gemeente mee akkoord (zie Bijlage 7). Totdat er een aanvullend archeologisch onderzoek is uitgevoerd blijft de bestaande dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' gehandhaafd voor het hele plangebied. Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Cultuurhistorie Het plangebied behoort tot een zone waaraan een hoge cultuurhistorische waardering is toegekend. Door de beoogde ontwikkeling worden geen cultuurhistorische waarden aangetast. Aangezien de aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkeling beperkt is tot de realisatie van één vrijstaande woning en het verloop van de lintbebouwing aan de Hollestraat niet wordt gewijzigd. Het bebouwingslint wordt door de beoogde woning juist versterkt. Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.11

Leidingen

4.11.1 Regelgeving Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen moeten worden gewaarborgd. Tevens moet rond dergelijke leidingen rekening worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd:  gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen;  aardgastransportleiding met een diameter groter of gelijk aan 18”;  defensiebrandstoffen;  warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”. 4.11.2 Doorvertaling bestemmingsplan In de directe omgeving van het plangebied is geen planologisch relevante leiding aanwezig. Het aspect 'leidingen' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.12

Vormvrije MER-beoordeling

4.12.1 Regelgeving Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden:  belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk;  belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp) 31

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

4.12.2 Doorvertaling bestemmingsplan In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 woningen of meer omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Aangezien het aantal woningen in de toekomstige situatie met maximaal één wooneenheid toeneemt, is er geen m.e.r.-beoordeling conform het Besluit m.e.r. noodzakelijk. Gelet hierop, wordt geconcludeerd dat de drempelwaarden niet worden overschreden, waardoor in onderhavig plan kan worden volstaan met het uitvoeren van een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden gedaan aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EU-richtlijn milieueffectbeoordeling. Hierna wordt kort op deze criteria ingegaan. 1. De kenmerken van het project Op het onbebouwde stuk grond, tussen Hollestraat 20 en 22 te Nederasselt (gemeente Heumen), is de initiatiefnemer voornemens een vrijstaande woning met garage te realiseren.

Er is sprake van een kleinschalig plan, zonder negatieve milieu-impact. In de voorgaande paragrafen zijn de verschillende milieuthema’s afzonderlijk getoetst. 2. De plaats van het project De locatie en de omgeving hebben geen bijzondere kenmerken, waardoor er een verwaarloosbare kans is op belangrijke nadelige effecten. 3. De kenmerken van de potentiële effecten De milieuthema’s zijn getoetst in de voorgaande paragrafen. Voor alle milieuthema’s geldt dat er in de beoogde situatie geen sprake is van ‘belangrijke nadelige milieugevolgen’. Gelet op het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat belangrijke nadelige milieueffecten vanwege het project kunnen worden uitgesloten.

32

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp)

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd moeten worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere (recente) bestemmingsplannen van de gemeente Heumen. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningvrije bouwwerken opgenomen. 5.1.1

Inleidende regels

Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. 5.1.2

Bestemmingsregels

Bestemmingsomschrijving De bestemmingsomschrijving bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels. Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel kan worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Het is niet de bedoeling alle mogelijke strijdig gebruiksvormen te noemen, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de doeleindenomschrijving. Daarnaast is er een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor waterberging en voor de landschappelijke inpassing.

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp) 33

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

5.1.3

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent ondergronds bouwen en ondergeschikte bouwdelen. Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met de regels van het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Overige regels Deze bepaling bevat een regeling omtrent parkeren. 5.1.4

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5.2

Bestemmingen

In het plangebied komen de volgende (dubbel)bestemmingen voor: Wonen De in het plangebied beoogde woning valt onder de bestemming ‘Wonen’. Het hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Zowel de toegestane goot- en bouwhoogte, als de diepte en breedte van het hoofdgebouw zijn vastgelegd. Voor bijgebouwen geldt een ‘vrije’ situering binnen het bouwvlak, mits bijgebouwen minimaal 3,0 m achter de voorgevel van de woning en/of het verlengde daarvan worden gebouwd. Bovendien geldt voor alle bebouwing tezamen een maximum bebouwingspercentage. Naast de woonfunctie is het onder voorwaarden toegestaan in een woning of in een bijbehorend bijgebouw een aan huis gebonden beroeps- en bedrijfsmatige activiteit, een bed & breakfast en kamerverhuur uit te oefenen. Belangrijkste voorwaarde is dat de woonfunctie in alle gevallen de hoofdfunctie binnen de bestemming blijft. In de bestemming is aanvullend een voorwaardelijke verplichting waterberging en een voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing opgenomen. Deze laatste verplichting regelt dat de woning landschappelijk moet worden ingepast en dat de inpassing in stand moet worden gehouden.

34

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp)

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Waarde - Archeologische verwachting 1 Met de inhoud van de archeologische bestemming is aangesloten bij het gemeentelijke beleid met betrekking tot de bescherming van archeologische waarden. Op grond van de archeologische beleidskaart van de gemeente, zijn gebieden gewaardeerd op hun archeologische (verwachtings)waarde. Via de dubbelbestemming worden archeologische waarden in het bestemmingsplan beschermd. Voor de gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologische verwachting 1’ geldt dat bij bodemverstorende activiteiten vooraf archeologisch onderzoek moet worden verricht en afhankelijk van de uitkomsten hieruit, maatregelen moeten worden getroffen. Bij de gronden binnen de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologische verwachting 1’ zijn de bepalingen van toepassing bij bodemverstoringen boven een oppervlakte van 200 m2 en een diepte van 0,4 m. Daarnaast is in de planregels een mogelijkheid opgenomen op grond waarvan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning kan verlenen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden. Deze vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen.

Ook zijn Burgemeester en wethouders bevoegd het plan te wijzigen, teneinde de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting’ te verwijderen als blijkt dat archeologische bescherming niet langer nodig is.

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp) 35

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

6.1

Economische uitvoerbaarheid

6.1.1

Exploitatieverplichting

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat op grond van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander moet worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, moet een exploitatieplan worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. 6.1.2

Conclusie

Alle kosten die gemaakt moet worden voor het opstellen van een bestemmingplan zijn voor rekening van de initiatiefnemers. Hiervoor is een overeenkomst afgesloten, waarin ook de afwikkeling van eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade is geregeld. Daarmee zijn de kosten voor de planontwikkeling anderszins verzekerd en is het opstellen van een exploitatieplan niet aan de orde. Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Vooroverleg

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat dat gemeenten bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg zal het plan onder andere besproken worden met de volgende partijen:  Provincie Gelderland;  Waterschap Rivierenland. 6.2.2

Participatie

In het kader van de beoogde ontwikkeling is door de initiatiefnemer met de direct omwonenden (Hollestraat 20 en 22 en Maasdijk 11a) gesproken. Zij gaven aan dat zij op dit moment het vrije uitzicht als fijn ervaren. Gezien de locatie en de wens om te bouwen binnen het dorp hebben zij echter begrip voor de ontwikkeling. Zij zijn blij met de wijze waarop het plan is opgezet waarbij er, wat betreft zichtlijnen en privacy, rekening is gehouden met de omwonenden. Aangezien de woningen aan de overzijde (Hollestraat 29-35) huurwoningen zijn, waarbij sprake is van regelmatig wisselende bewoners, is het plan niet aan hen voorgelegd.

36

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp)

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

6.2.3

Ontwerpfase

Na afronding van het vooroverleg start de formele bestemmingsplanprocedure. Van dinsdag 29 augustus 2023 tot en met dinsdag 10 oktober 2023 heeft het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen. In reactie op dit ontwerp zijn 3 zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn binnen de termijn ingediend en ontvankelijk. De ingediende zienswijzen zijn samengevat en van een reactie voorzien in de zienswijzennotitie bestemmingsplan 'Hollestraat 20-22, Nederasselt', die als Bijlage 8 bij dit bestemmingsplan is opgenomen. 6.2.4

Vaststellingsfase

Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot planrealisatie kan worden overgegaan.

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp) 37

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Bijlagen bij toelichting

38

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp)

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Bijlage 1

Bodemonderzoek

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp) 39

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Bijlage 2

40

Quickscan flora en fauna

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp)

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Bijlage 3

Stikstofdepositieonderzoek

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp) 41

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Bijlage 4

42

AERIUS-berekening aanlegfase

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp)

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Bijlage 5

AERIUS-berekening gebruiksfase

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp) 43

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Bijlage 6

44

Archeologisch vooronderzoek

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp)

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Bijlage 7

Beoordeling archeologisch vooronderzoek

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp) 45

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Bijlage 8

46

Zienswijzennotitie

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp)

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp) 47

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Regels

48

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp)

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan: het bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt met identificatienummer NL.IMRO.0252.NEbpHollestraat-OW01 van de gemeente Heumen; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde deze regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aanduidingsvlak: een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens; 1.6 aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit: een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit, uitgeoefend door de bewo(o)n(st)er van de woning, op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, ambachtelijk, kunstzinnig, ontwerptechnisch of daarmee gelijk te stellen gebied, alsmede het beroepsmatig verlenen van diensten op deze gebieden, persoonlijke dienstverlening dan wel het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten en dat niet krachtens een milieuwet vergunning- of meldingsplichtig is; 1.7 aan- en uitbouw: een gebouw dat als afzonderlijke ruimte of vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden

van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.8 achtergevel: de gevel van een gebouw, die is gesitueerd tegenover de voorgevel van het betreffende gebouw; 1.9 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.10 bed & breakfast: een inpandige voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt als ondergeschikte toeristisch recreatieve activiteit; 1.11 bestaande situatie:  t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter-inzage-legging van het ontwerp van het bestemmingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning;  t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip waarop het bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen. 1.12 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.13 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.14 bijgebouw: een niet voor bewoning bestemd vrijstaand gebouw, dat dienstbaar is aan en in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw;

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp) 49

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

1.15 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.16 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.17 bouwlaag: een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.18 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.19 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel; 1.20 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.21 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct hetzij indirect steun vindt in of op de grond; 1.22 carport: een overkapping, al dan niet een gebouw zijnde, die dient voor de stalling van een (vierwielig) motorvoertuig; 1.23 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die

goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.24 dienstverlening: het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van diensten aan derden, met of zonder rechtstreeks contact met het publiek, zoals een bank, een uitzendbureau, hypotheekadviesbureau, dan wel diensten die gepaard gaan met detailhandel zoals een kapsalon, een videotheek, een stomerij of een schoenmakerij. Hieronder wordt tevens begrepen medische dienstverlening; 1.25 eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond; 1.26 erker: een ondergeschikte transparante toevoeging aan de wegzijde op de begane grond; 1.27 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

50

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp)

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

1.28 growshop: een ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en/ of leveren van kweekbenodigdheden (zoals potgrond, meststoffen, bestrijdingsmiddelen, lampen, ventilatiesystemen, waterpompen) voor psychotrope stoffen, aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps-of bedrijfsactiviteit. Ook ruimten die een andere benaming hebben dan growshop, maar waarin voornoemde activiteiten plaatsvinden, vallen onder het begrip 'growshop'; 1.29 hoofdfunctie: een functie waarvoor het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt; 1.30 hoofdgebouw: een gebouw, inclusief alle aan- en uitbouwen met uitzondering van carports, dat op een bouwperceel door zijn indeling of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.31 kamerverhuur: een voorziening gericht op de verhuur van een losse kamer binnen een woning, ten behoeve van permanente bewoning; 1.32 ondergeschikte bouwdelen: bouwdelen, ondergeschikt aan een woning, zoals stoepen, stoeptreden, hellingbanen, funderingen balkons, erkers, entreeportalen, veranda's, overkappingen en afdaken; 1.33 overkapping: een bouwwerk bestaande uit maximaal twee al dan niet tot de constructie behorende wanden; 1.34 prostitutiebedrijf: een inrichting of instelling gericht op het tegen betaling doen plaatsvinden van seksuele

omgang met prostituees op een naar buiten toe kenbare wijze, zoals een bordeel of escortservice; 1.35 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden dan wel voor detailhandel in seks- en/of porno-artikelen. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksautomaat of sekswinkel, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.36 smartshop: een ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en/ of leveren van psychotrope stoffen aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Ook ruimten die een andere benaming hebben dan smartshop, maar waarin voornoemde activiteiten plaatsvinden, vallen onder het begrip 'smartshop'; 1.37 uitbouw: de vergroting van een bestaande ruimte in een hoofdgebouw, die qua afmetingen en/of in visueel opzicht (onder meer wat betreft (goot)hoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.38 voorgevel: de kennelijke voorgevel van een gebouw.

1.39 voorzieningen voor de waterhuishouding: voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit, waaronder duikers, stuwen, gemalen, inlaten en voorzieningen ten behoeve van berging en infiltratie van hemelwater;

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp) 51

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

1.40 vrijstaand: bebouwing waarbij de hoofdgebouwen aan beide zijden niet in de perceelsgrens zijn gebouwd; 1.41 woning: een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van een zelfstandig wonend persoon of een samenwonende groep van personen;

52

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp)

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand tot de (zijdelingse) (bouw)perceelsgrens: de maat tussen de zijdelingse grens van een (bouw)perceel en een bepaald punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd)gebouw, waar die afstand het kortst is; 2.2 bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen; 2.3 bebouwingspercentage de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwperceel, in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel; 2.4 bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren; 2.6 bruto vloeroppervlakte van een gebouw: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidsmuren; 2.7 goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.8 inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.9 oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.10 peil de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp) 53

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. één vrijstaande woning, al dan niet in combinatie met een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit; b. tuinen en erven; c. parkeren; met bijbehorende bebouwing, wegen en paden, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen (inclusief aan- en uitbouwen) mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd in de vorm van vrijstaande woningen; c. het maximum aantal wooneenheden bedraagt 1; d. de maximum goothoogte van een hoofdgebouw bedraagt 6,0 m; e. de maximum bouwhoogte van een hoofdgebouw bedraagt 10,0 m. 3.2.2

Bijgebouwen

Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. bijgebouwen zijn alleen toegestaan binnen de aanduiding 'bijgebouwen'; b. de maximum goothoogte van bijgebouwen bedraagt 3,0 m; c. de maximum bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt 5,0 m. 3.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt: 1. 1,0 m voor zover het gronden betreft, gelegen voor de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde hiervan; 2. 2,0 m voor zover het gronden betreft, gelegen achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde hiervan. 3.2.4

Carports

Voor het bouwen van carports gelden de volgende bepalingen: a. de maximum oppervlakte van een carport bedraagt 20,0 m2, met in achtneming van het bepaalde in 3.2.1; b. de maximum bouwhoogte van een carport bedraagt 3,0 m; c. voor zover een carport vóór de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde hiervan wordt gebouwd mag deze geen tot de constructie zelf behorende wanden hebben; d. voor zover een carport achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde hiervan wordt gebouwd mag deze maximaal drie wanden hebben, waarvan er maximaal twee tot de constructie zelf mogen behoren.

54

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp)

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1

Aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten, bed & breakfast en kamerverhuur

Woningen kunnen worden gebruikt ten behoeve van een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit, bed & breakfast en kamerverhuur mits: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft waarbij: 1. de woning moet blijven voldoen aan het Bouwbesluit en de bouwverordening; 2. maximaal 40% van de vloeroppervlakte en de voor de woonfunctie bestemde bijgebouwen mogen worden gebruikt voor een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit, bed & breakfast en kamerverhuur met een absolute maximum oppervlakte van 50,0 m2; 3. het maximum aantal te verhuren kamers 3 bedraagt; b. er geen detailhandel wordt uitgeoefend behoudens een beperkte verkoop in het klein van ter plaatse vervaardigde producten en direct in verband met de aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit; c. het gebruik geen ernstige hinder voor het woonmilieu oplevert en geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de omgeving; d. er geen onevenredige verstoring plaatsvindt in de voorzieningenstructuur van de wijk of de kern; e. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; f. er geen etalages, vitrines en lichtreclames zijn; g. er geen activiteiten plaatsvinden die vergunningsplichtig of meldingsplichtig zijn krachtens de Wet milieubeheer; h. er geen bedrijfsmateriaal buiten op het perceel opgeslagen wordt; i.

er gelijktijdig maximaal twee medewerkers aanwezig zijn. 3.3.2

Voorwaardelijke verplichting waterberging

Het gebruik van de woning, zoals beschreven in deze bestemming, is slechts toegestaan indien en zolang aan de volgende voorwaarde wordt voldaan: a. binnen zes maanden na vaststelling van het bestemmingsplan moet conform de ten tijde van de vergunningverlening geldende Beleidsregels Keur Waterschap Rivierenland en conform hetgeen is opgenomen in Bijlage 1 en Bijlage 2 bij deze regels voldoende waterberging zijn aangelegd en vervolgens in stand worden gehouden. 3.3.3 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het gebruik van de woning, zoals beschreven in deze bestemming, is slechts toegestaan indien en zolang aan de volgende voorwaarde wordt voldaan: a. de landschappelijke inpassing zoals deze is opgenomen in Bijlage 3 van deze regels moet binnen zes maanden na vaststelling van het bestemmingsplan zijn aangelegd en vervolgens in stand worden gehouden.

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp) 55

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Artikel 4 4.1

Waarde - Archeologische verwachting 1

Bestemmingsomschrijving

De voor ´Waarde - Archeologische verwachting 1´ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden in de gronden. 4.2

Bouwregels

a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 200 m2, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties; c.

Het overleggen van een rapport is niet nodig indien wordt aangetoond dat de grond dieper dan 0,4 m is gewoeld of indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, welke is getoetst door een archeologische deskundige, afdoende is vastgesteld. d. Alvorens de gevraagde omgevingsvergunning voor het bouwen te verlenen, vraagt het bevoegd gezag een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg om advies. 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1

Werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden

Het is binnen deze dubbelbestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, ontginnen, verlagen, afgraven of egaliseren van gronden over een oppervlak van meer dan 200 m2; b. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,4 m vanaf maaiveld, over een oppervlak van meer dan 200 m2; c. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen over een oppervlak van meer dan 200 m2; d. het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de oppervlakte van de aan te brengen verhardingen 200 m2 of meer bedraagt; e. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport- energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, over een oppervlak van meer dan 200 m2; f. het aanleggen van drainage; g. het graven of dempen van sloten, watergangen of vijvers. 4.3.2

Uitzonderingen

Het in sublid 4.3.1 opgenomen verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn;

56

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp)

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 4.3.3 Verlening a. De in sublid 4.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; b. Alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd; d. Alvorens de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen, vraagt het bevoegd gezag een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg om advies. 4.4

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen en de dubbelbestemming ´Waarde - Archeologische verwachting 1´ te verwijderen indien is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn.

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp) 57

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Hoofdstuk 3 Artikel 5

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

58

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp)

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Artikel 6 6.1

Algemene bouwregels

Bestaande afwijkende maatvoering

Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels: a. De op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; b. De op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden; c. In geval van herbouw is het bepaalde onder a en b slechts van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. 6.2

Ondergronds bouwen

a. Op plaatsen waar hoofd- en bijgebouwen zijn of gelijktijdig worden gebouwd mag eveneens ondergronds gebouwd worden, direct aansluitend mogen in- dan wel uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd; b. De maximum verticale diepte bij ondergronds bouwen bedraagt 3,5 m; c. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde onder a voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken op andere locaties dan onder het hoofdgebouw of bijgebouw mits hierdoor de in het gebied aanwezige waarden niet onevenredig worden aangetast.

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp) 59

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Artikel 7 7.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruiken van de onbebouwde grond als stort- en opslagplaats van aan het gebruik onttrokken goederen en materialen, anders dan als tijdelijke opslag ten behoeve van het normale gebruik en onderhoud; b. het gebruiken van gronden en bouwwerken voor een prostitutiebedrijf en/of seksinrichting; c. het gebruiken van gronden en bouwwerken voor de realisatie van propaantanks; d. het gebruiken van gronden en bouwwerken voor een smartshop en/of growshop.

60

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp)

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Artikel 8

Algemene afwijkingsregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. de voorgeschreven goothoogte, bouwhoogte en oppervlakte van gebouwen, percentages, horizontale en verticale diepten, afstanden tot perceelsgrenzen en overige maatvoering, eventueel met overschrijding van een bouwgrens, niet zijnde een bestemmingsgrens, met dien verstande dat deze afwijkingen niet meer mogen bedragen dan 10% van de in deze regels voorgeschreven maatvoering; b. bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, op de verbeelding, indien en voor zover deze afwijkingen noodzakelijk zijn in verband met de uitmeting van het terrein, dan wel indien dit uit oogpunt van doelmatig gebruik van de grond gewenst is, met dien verstande dat het beoogde stedenbouwkundig beeld niet mag worden geschaad en de afwijking ten opzichte van hetgeen is aangegeven niet meer mag bedragen dan 10,0 m; c. het bouwen van bouwwerken van openbaar nut, voor zover deze, indien het gebouwen betreft, geen grotere inhoud hebben dan 50,0 m³ en geen grotere hoogte dan 4,0 m; d. het oprichten van antennes met een grotere hoogte dan ten aanzien van bouwwerken, geen gebouw zijnde, is toegestaan, voor zover deze grotere hoogte noodzakelijk is in verband met het beoogde gebruik, met dien verstande dat dit met het oog op het stedenbouwkundig beeld aanvaardbaar moet zijn.

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp) 61

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Artikel 9 9.1

Overige regels

Parkeren

a. Bij het bouwen zoals toegestaan op grond van de bestemmingen genoemd in hoofdstuk 2, moet voorzien worden in voldoende parkeergelegenheid (inclusief fietsparkeren) overeenkomstig de parkeernormen zoals opgenomen in de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren', of de rechtsopvolger daarvan; b. Van het bepaalde onder a kan worden afgeweken, indien kan worden aangetoond dat op andere wijze is voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

62

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp)

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Hoofdstuk 4 Artikel 10 10.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp) 63

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Artikel 11

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Hollestraat 20-22 Nederasselt'.

64

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp)

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp) 65

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Bijlagen bij regels

66

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp)

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Bijlage 1

Memo waterberging

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp) 67

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Bijlage 2

68

Specificaties sloot

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp)

bestemmingsplan Hollestraat 20-22 Nederasselt

Bijlage 3

Landschappelijke inpassing

bestemmingsplan "Hollestraat 20-22 Nederasselt" (ontwerp) 69

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13699948/1