CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage VIII Verwerkte input van gemeenten en provincie

Raad 15 december 2022, gemeente HeumenBij agendapunt: Zienswijzemogelijkheid concept-NRD Regionale Energiestrategie12.473 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Opmerkingen gemeenten Algemeen: review 95%-versie Notitie Reikwijdte en Detailniveau

Ingevuld door: Zie kolom A

Opmerking

Alternatief / Suggestie

Wijze van verwerking (in te vullen door werkgroep planMER!)

Arnhem

Hoofdstuk 1 Inleiding 2 Kaders tabel 2.1

Arnhem: In de Omgevingsvisie is een koppeling gemaakt met de RES 1.0

In de concept omgevingsvisie zijn de opweklocaties wind en zon en het zoekgebied zon uit de RES 1.0 opgenomen.

Aangepast in 100% versie

Lingewaard Rozendaal

tabel 2.5 tabel 2.5

Onze omgevingsvisie is in wording, graag de status aanpassen Gemeente Rozendaal bereidt op dit moment een marktuitvraag voor opstellen van de Omgevingsvisie Rozendaal voor. Naar verwachting gaat het proces in het najaar van start. In de tabel kan bij Rozendaal dus worden weergegeven dat de Omgevingsvisie ‘in voorbereiding’ is.

Tabel in paragraaf 2.5 aangevuld met Omgevingsvisie status Status omgevingsvisie aangepast in paragraaf 2.5

Rheden

3 Onderzoeksaanpak tabellen 3.1 en 3.2

Tabellen op blz 25/26 zijn wat onduidelijk. Er worden 3 categorieën benoemd in het stuk voorafgaand aan de tabellen, maar uiteindelijk zijn er 2 tabellen.

Overbetuwe

paragraaf 3.1

Waar staan de belemmeringen uit cat. 2? Categorie 2 is een opsplitsing: nee, nee tenzij. Deze valt deels onder harde belemmering (nee) en zachte belemmering (nee tenzij). Dit is omdat categorie 2 bestaat uit verschillende belemmeringen die niet per sé leiden tot uitsluitingen (in de zin van een harde belemmering). Dank voor de suggestie. Benoemd is dat dit in het planMER nader wordt bepaald. Dit uitgangspunt blijft gelden.

Arnhem

4 Voorgenomen activiteit en alternatieven Paragraaf 4.2

Arnhem

Paragraaf 4.3

Arnhem

Afbeeldingen 4.3 en 4.6

Fijn om te lezen dat (in plaats van niet) nu de gevolgen voor natuur en milieu in de aanlegfase wel mee te nemen, indien de effecten in de aanlegfase “een risico vormen voor de uitvoerbaarheid van locaties”. Om toepasbaarheid te vergroten en discussie te voorkomen, verdient het aanbeveling te verduidelijken welke soort situaties men hierbij voor ogen heeft en in welke situaties dan dergelijke risico’s in de aanlegfases mogelijk zouden kunnen optreden.

Nog uitleggen hoe je komt van harde en zachte belemmeringen naar geschikt, mogelijk geschikt en niet geschikte locaties voor wind en zon. Hier worden de termen geschikt, mogelijk geschikt en ongeschikt Graag congruente termen gebruiken genoemd, terwijl in de kaart 4.15 de termen grote realisatiekans, middelgrote realisatiekans en geen realisatiekans zijn opgenomen. kloppen de breedtes van de zones 'kabels en leidingen' wel? Lijkt me erg breed.

Aangevuld met toelichting.

Aangepast.

Afstanden zijn gevalideerd. Indien gewenst kan hier een tabel worden opgenomen. Dit lijkt mij een goed plan. Op de kleine kaartjes lijken de leidingzones kilometer(s) breed. Niet aangepast. Paragraaf 3.4 bevat de afstanden die zijn toegepast. Door tabellen op te nemen wordt ons inziens de navolgbaarheid minder.

Overbetuwe

Algemeen

In hoofdstuk 4 wordt met een ‘harde omschrijving’ duidelijk verwoord welke gebieden vermeden worden in dit alternatief. De aanbeveling is of deze opsomming en tekst ook niet in een vergelijkbare vorm moet worden opgenomen onder het kopje harde belemmeringen op blz. 22. Nu ontstaan er namelijk verschillende definities/omschrijvingen over harde belemmeringen (zie blz 22 versus blz 38). Ook is de uitleg over het begrip zachte belemmeringen op blz. 24 gebaseerd op richt- en veiligheidsafstanden die voorkomen uit beleid en regelgeving die afwijkingen mogelijk maken terwijl op blz. 23 beperkingen op het gebied (milieu)-wet en regelgeving als harde belemmeringen worden benoemd. Door net zoals in hoofdstuk 4 duidelijker te formuleren welke beperkingen vanuit wet- en regelgeving nu worden beoordeeld als harde of als zachte belemmering, wordt duidelijker dat criteria over bv. natuur en landschap soms wel kunnen leiden tot een uitbreiding van het criterium harde belemmeringen. Bijvoorbeeld de conclusie dat (tot 2030) op een afstand van 1 km vanaf de Veluwe geen windturbines kunnen worden ontwikkeld , lijkt toch als een harde belemmeringen gedefinieerd te moeten worden.

Hier zit het nuance verschil: beleid en regelgeving versus wet- en regelgeving. Beleid is veranderlijk en regelgeving biedt onder voorwaarden vaak best wat mogelijkheden. Dit geldt als harde belemmering (tabel 3.1). In de thematische alternatieven staat deze niet ter discussie.

Berg en Dal

Paragraaf 4.2

Ik vind het beschermd dorpsgezicht Ubbergen er niet duidelijk op staan.

Berg en Dal

Paragraaf 4.2

Berg en Dal

Paragraaf 4.2

Berg en Dal

Paragraaf 4.2

Klopt het dat bos hier geen kwetsbare belemmering is? Onze gemeentepolitiek heeft net tegen Kranenburg gezegd dat windmolens tegen de natuurdoelen zijn. Op deze kaart mist het UNESCO werelderfgoed (kern+bufferzone) van de Romeinse Limes. Dat is ook een harde belemmering. Gaat het hier bij ‘natuur’ om GNN en GO? Vind het niet duidelijk.

Wij houden hier geen rekening mee als harde belemmeringen. We kijken naar lokale/gemeente overschrijdende cultuurhistorische gebieden. De gemeentelijke afweging vindt plaats richting de RES 2.0 Voor planMER kijken we niet naar gemeentelijk beleid, wel naar autonome ontwikkelingen.

Berg en Dal

Paragraaf 4.2

Waarop is hier de categorie ‘landschap en cultuurhistorie’ gebaseerd?

Berg en Dal

Paragraaf 4.2

Berg en Dal

Paragraaf 4.2

Berg en Dal

Paragraaf 4.2

Berg en Dal

Paragraaf 4.2

De molenbiotopen zijn niet als aparte categorie benoemd, het lijkt erop alsof ze in omvang verschillen (Thornsche Molen, de Duffelt en Zuidmolen). Waar is überhaupt de categorisering hier op gebaseerd? Ik mis bijvoorbeeld bescherming van het ensemble Persingen (zeer iconisch), Oud-Ooij, de beschermde dorpsgezichten, cultuurhistorie in landelijk gebied.. Ik mis archeologie hier. Ook de bufferzone Limes staat niet op de kaart, maar is wel relevant. Dat is namelijk een harde ‘nee’ en geen zachte. De Romeinse Limes en de waterlinie horen op de harde ‘nee’ kaart te staan. Op deze kaart missen de beschermde dorpsgezichten en de gebieden die wij beschermen vanwege hun landschappelijke en cultuurhistorische samenhang. Denk aan Oud-Ooij, of Persingen.

Rheden Arnhem Arnhem

Dit is aangemerkt als zachte belemmeringen. Ontwikkelingen zijn onder voorwaarden mogelijk. Het betreft een combinatie van natuurgebieden uit tabel 3.2. Gekozen om de legenda en kaart leesbaar te houden. Tabel 3.2 is het uitgangspunt. Check uitgevoerd. Deze zijn allemaal verwerkt op de kaart.

Voor planMER kijken we niet naar gemeentelijk beleid, wel naar autonome ontwikkelingen.

Beschouwd als zachte belemmering (zie provinciale verordening)

Zie de eerdere opmerkingen hierover.

5 Reikwijdte en detailniveau onderzoek opwek Algemeen Maatgevend of niet maatgevend zijn wat onduidelijke termen. De terminologie wordt uitgelegd in paragraaf 5.5. 6 Reikwijdte en detailniveau onderzoek warmte tabel 6.5 en paragraaf 6.2.2 is er ook nog een 'neutrale' beoordeling mogelijk? Nu alleen negatief Kleurenschema aangepast en sterk negatief p.49 Wel is per warmtebron weergegeven welke gebieden vanuit tekst opstellen vanuit NRD, dus: 'wordt in de planMER Deze tekst is niet aangepast in de 95% versie. Onder kopje milieuperspectief bij voorkeur vermeden worden (oranje) en op per warmtebron aangegeven…. onderzoeksaanpak geothermie, staat in de laatste zin ook twee keer welke locaties de milieueffecten een risico voor de uitvoerbaarheid 'zijn' terwijl hier 'worden' moet staan, aangezien het nog niet is gebeurd, kunnen vormen (rood). Deze tekst is zo opgesteld dat het lijkt alsof de maar in de planMER zal gebeuren. Nagelopen en aangepast. beoordeling al is gedaan (dus tekst uit planMER).

Rheden

7 Proces en participatie algemeen

Rheden

p. 67 Bijlagen Duiven / Westervoort Bijlage 1

Lingewaard

Bijlage 1

Heumen

Bijlage 1

Rozendaal

Bijlage 1

Berg en Dal

Bijlage 1

Berg en Dal

Bijlage 1

Berg en Dal

Bijlage 2

Zou hoofdstuk 7 niet wat verder naar voren moeten?

We verwachten dat u hiermee richting H1 bedoeld. Dit zou kunnen, echter gaat het in H1 meer over de noodzaak van een m.e.r.-proces en in H7 over het proces zelf, hoe ziet de komende tijd eruit, hoe geeft de regio hier invulling aan. Op dit punt passen we de NRD niet aan.

Deel van de tekst is weggevallen.

Hier zullen we op letten bij definitieve oplevering.

Ik zag dat in de 90% versie nog niet de autonome ontwikkelingen Duiven & Westervoort zijn opgenomen die nav de eerdere versie per mail was doorgegeven. Dit is wat er momenteel in de bijlage I staat opgenomen voor Lingewaard en is nog steeds aan de orde, maar 2025 is niet meer haalbaar. Wil je hier 2026 van maken? Autonome Ontwikkelingen moet voor gemeente Heumen zonnepark Teersche Sluis worden toegevoegd. Het is inmiddels zover dat het voorontwerp-bestemmingsplan in ontwikkeling is, dus het park krijgt nu een zodanige status dat het meegenomen moet worden in de ontwikkelingen. Bovendien is het park beoogd in het A73-gebied dat geldt als zoekgebied voor zon en verkenningsgebied voor wind, dus lijkt het ons wel relevant dat het park wordt genoemd. Gemeente Rozendaal voorziet geen relevante (grootschalige) ontwikkelingen in het kader van de planMER (geen grote RO-opgaven als woningbouw, bedrijvigheid, etc). Moeten wij ook onze zonneparken op deze lijst zetten? Andere gemeenten hebben dit wel gedaan. In hoeverre hebben we autonome ontwikkelingen buiten de regio in beeld die wel effect hebben op het onderzoeksgebied?

Verwerkt in de meest actuele versie

De tweede rij van de tabel is vaag en onduidelijk. Er lijkt hier een stuk tekst te ontbreken.

2026 in plaats van 2025 in bijlage I

Teersche Sluis is toegevoegd

Bijlage I iets aangepast: geen ontwikkelingen

Indien beschikbaar, heel graag Hier is geen rekening mee gehouden. Er heeft geen afstemming plaatsgevonden. NRD wordt gepubliceerd waardoor ook omliggende gemeenten reactie kunnen indienen. Aandachtspunt richting oplevering.

Gemeente Overbetuwe Opmerkingen Overbetuwe 90% versie NRD planMER RES 2.0 regio Arnhem-Nijmegen

Wijze van verwerking Met betrekking tot geluidsnormen, de activiteitenregeling, het activiteitenbesluit en de wijze van onderzoek in het planMER is na overleg een memo opgesteld met daarin een werkwijze

Bij de 50% versie van de NRD vroeg Overbetuwe om ten aanzien van geluid niet vooruit te lopen te lopen op landelijke geluidnormen of om deze in te perken. Wij constateren dat dit in de 90% nog steeds aan de orde is. Wij vinden het onverstandig dat er nog steeds getoetst wordt aan de geluidnormen van het Activiteitenbesluit (Lden 47 dB en Lnight 41 dB) terwijl deze na het arrest Nevele ter discussie staan. Wij snappen tevens niet het ‘hoe en waarom’ van de verwijzing naar de norm van 45 dB. De argumentatie om dit ongewijzigd te laten, volgen we niet. De verwijzing naar een eerder regionaal BPCR-standpunt gaat niet in op de zorg en kritiek van Overbetuwe. Het beperken van het MER-onderzoek naar het aspect geluid tot de bestaande (buiten werking gestelde) wettelijke normstelling en daarnaast verwijzen naar de norm gehanteerd door de Wereldgezondheidsorganisatie draagt ons inziens niet bij aan de doelen en toepasbaarheid van het planMER. Op beide punten vullen we de argumentatie bij ons eerdere verzoek aan. Graag gaan we hierover in gesprek.

Geen koppeling met buiten werking gestelde wettelijke normen Het verzoek blijft om geen koppeling te maken met de regels uit het Activiteitenbesluit die on hold zijn gezet. Er is immers een reële kans is dat nieuwe Rijksregelgeving voor de toegestane geluidbelasting van windturbines zal leiden tot aanscherping op het onderdeel geluid. De argumentatie kunnen we inmiddels aanvullen en actualiseren met het advies van de Commissie MER op NRD voor op te stellen planMER t.b.v. nieuwe landelijke milieu-normering windturbines, nr 3615. In dit advies wordt o.a. geadviseerd breed geluidonderzoek te doen naar de milieugevolgen van windmolens vanaf 35 dB maar ook naar de mogelijk toepassing van afstandsnormen, eventueel in combinatie met geluidsnormen. De Commissie MER acht het van groot belang om het aspect afstandsnormering in het MER over de nationale windturbinebepalingen wordt meegenomen, mede omdat de systematiek van afstandsnormen fundamenteel anders is dan de geluid- slagschaduw en externe veiligheidsnormen waar de praktijk nu mee werkt. Er wordt door de Commissie geadviseerd de bandbreedte van de te onderzoeken milieu-thema's voldoende ruim te nemen, zodat onderscheidende alternatieven en varianten ontstaan.

Voor het thema geluid moet bijvoorbeeld naast een geluidnorm (immissie) van 45 dB en 47 dB, zoals opgenomen in het ontwerp-NRD, worden overwogen om ook lagere en hogere normen te onderzoeken en normen daartussenin. Er wordt geadviseerd om ook laagfrequent geluid specifiek mee te nemen in het op te stellen planMER. Er zijn en komen dus nog veel onderzoeksgegevens via de landelijke planMER over het aspect geluidnormering van windturbines. Er is dus alle reden om aan te nemen dat dit alles zal leiden tot nieuwe landelijke geluidnormering in plaats van de bestaande normen uit het Activiteitenbesluit. Op basis hiervan zou het toch mogelijk moeten zijn in het op te stellen planMER voor de RES 2.0 regio Arnhem-Nijmegen hierop te anticiperen door het onderdeel geluidonderzoek te verbreden tot bijvoorbeeld onderzoek naar de toepassing van afstandsnormen of lagere geluidnormering. Indien dit niet wenselijk of haalbaar is zou het beter zijn de planning van het op te stellen planMER voor de RES 2.0 af te stemmen op het moment, dat er tenminste enige duidelijkheid is over de nieuwe landelijke geluidnormstelling voor windturbines.

Bredere scope dan alleen verwijzing naar norm Wereldgezondheidsorganisatie Ons verzoek blijft om de scope te verbreden en (naast de buiten werking gestelde wettelijke normstelling) niet alleen te verwijzen naar de Lden-contour van 45 dB van de Wereldgezondheidsorganisatie. Onduidelijk is namelijk waarom je dit doet, er zijn namelijk ook adviezen die uitgaan van andere (absolute of gemiddelde) geluidsniveaus. De argumentatie kunnen we inmiddels aanvullen en actualiseren met het onderzoek van Arcadis (april 2022) dat in opdracht van het Rijk is verricht naar de toepassing van milieunormering in een aantal omringende landen. Dit onderzoek is o.a. uitgevoerd i.v.m. het onderzoek naar mogelijke nieuwe normstelling in Nederland en om deels invulling te geven het voornemen om de mogelijkheden voor afstandsnormen voor windturbines in beeld te brengen. De conclusie van het onderzoek van Arcadis is, dat de Nederlandse normstelling voor geluid voor windparken duidelijk ruimer is dan de normstelling van de ons omringende landen. De Nederlandse normstelling (die nu dus ter discussie staat), hanteert als toegestaan geluidsniveau het gemiddelde geluidniveau over een jaar. Dit in tegenstelling tot de ons omringende landen, waar veelal sprake is van harde maximum grenswaarden voor geluid, die op geen enkel moment mogen worden overschreden.

In andere Europese landen is ook vaak sprake van normstelling in de vorm van een maximaal geluidsniveau in combinatie met een minimale afstand tot woonbebouwing. Ook dit draagt bij aan de verwachting dat nieuwe landelijke geluidnormering geen basis zal hebben in de bestaande normen uit het Activiteitenbesluit. Daarom zou het toch mogelijk moeten zijn in het op te stellen planMER voor de RES 2.0 regio Arnhem-Nijmegen hierop te anticiperen door het onderdeel geluid-onderzoek te verbreden tot bv. onderzoek naar de toepassing van afstandsnormen of lagere geluid-normering. Of de planning van het op te stellen planMER voor de RES 2.0 af te stemmen op het moment, dat er tenminste enige duidelijkheid is over de nieuwe landelijke geluidnormstelling voor windturbines.

Gemeente Berg en Dal Hoe hard is de provinciale verordening? De provincie kan de verordening wijzigen. In sommige gevallen is de verordening een doorwerking van Europees en landelijk beleid, maar soms is In overleg met provincie is bepaald welke onderdelen uit de verordening als hard en zacht kunnen het ook eigen beleid. Provincie zou begrenzing van bepaalde gebieden kunnen wijzigen en ook ontheffingsmogelijkheden kunnen verruimen. worden aangemerkt. In hoeverre wordt er ook over de landsgrens gekeken? Ik zie in het Alternatief Leefomgeving dat een locatie tegen de grens met Duitsland geschikt is voor wind en zon, terwijl aan de andere Hier wordt rekening mee gehouden. Check uitgevoerd op Zyfflich, t.o.v. kern voldoende afstand. kant van de grens bebouwing aanwezig is van de kern Zyfflich. Bij het Alternatief Energiesysteem wordt uitgegaan van een nieuw onderstation nabij Nijmegen-Oost/Berg en Dal. In hoeverre is de locatie hiervan bekend? Of is uitgegaan van een fictieve Hier is een ruime marge aangehouden (dus fictieve locatie). Deze onzekerheid is bekend. locatie? De uiteindelijke uitkomst van dit alternatief is wel afhankelijk van de locatie van het onderstation.

Zijn de kaartjes straks ook interactief raadpleegbaar in een kaartviewer, waarbij je lagen aan en uit kunt zetten? Nu zijn kaartjes nagenoeg onleesbaar omdat er heel veel lagen over elkaar Nee, dit is nu niet voorzien. heen liggen. Cultuurhistorie: de kaartjes zijn erg gedetailleerd voor deze schaalvorm. Het is op deze manier niet erg overzichtelijk. Gekozen is voor dit uitgangspunt, om het NRD nog enigszins compact te houden. Speelt lokaal beleid geen rol? In hoeverre is provinciaal beleid “meer gelijk dan gemeentelijk beleid?” Zie afspraken startnotitie. Voor planMER leggen we alles opnieuw op tafel en kijken we niet naar gemeentelijk beleid, wel naar autonome ontwikkelingen. Het is niet zo dat provinciaal beleid voorgaat, wel zijn vanuit juridische haalbaarheid op basis van de provinciale verordening bepaalde overwegingen gemaakt.

Is er ook over de landsgrens gekeken? Waarom kunne windmolens wel aan onze kant van de gres, terwijl aan de andere kant van de grens op een steenworp afstand het dorp Zyfflich ligt?

Hier wordt rekening mee gehouden. Check uitgevoerd op Zyfflich, t.o.v. kern voldoende afstand.

Hoe kun je bij het alternatief natuur zeggen dat zonnevelden passen op een plek waar nu bos staat (Groesbeekse Bos, onderdeel GNN)? Romeinse Limes (UNESCO), is niet goed meegenomen. Contouren van beschermde dorps/stadsgezichten met contouren? Waar vallen die onder?

Dit hangt samen met tabel 3.4, gekozen als zachte belemmering. Wordt heroverwogen. Dit is aangemerkt als zachte belemmeringen. Ontwikkelingen zijn onder voorwaarden mogelijk. Wij houden hier geen rekening mee als harde belemmeringen. We kijken naar lokale/gemeente overschrijdende cultuurhistorische gebieden. De gemeentelijke afweging vindt plaats richting de RES 2.0

Hoe ga je om met agrarische natuur? Dit is een gebied met beschermde landschapselementen afgewisseld met landbouwgronden. De waarde zit in de combinatie van die twee. Dat maakt dat dit soort landschappen uniek en waardevol zijn? Maar in alle lagen wordt over dergelijke combinaties heen gestapt omdat een van beide er niet onder valt. Waarom worden dit soort landschappen niet meegenomen in de alternatieven? Waarom herken ik Nationaal Landschap nergens?

Dit heeft vanuit wet- en regelgeving geen status waar we op regionaal planMER niveau rekening mee (kunnen) houden. Nationaal landschap is opgenomen als zachte belemmering

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12036673/1