CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage VIII Verwerkte input van gemeenten en provincie

Raad 15 december 2022, gemeente HeumenBij agendapunt: Zienswijzemogelijkheid concept-NRD Regionale Energiestrategie12.473 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Opmerkingen gemeenten Algemeen: review 50%-versie Notitie Reikwijdte en Detailniveau

Ingevuld door: Zie kolom A

Hoofdstuk 1 Inleiding

Duiven/Westervoort Algemeen

Opmerking

Alternatief / Suggestie

Het doel van de NRD is niet onderzoeken of er een andere verhouding tussen wind- en zonne-energie mogelijk is. Dit wordt terecht ook niet Dit hier weglaten. Dit is een beleidsdoel van de RES genoemd in H3: doel van de MER. is het milieubelang een 2.0 en geen doel van de NRD Het doel van deze m.e.r.-procedure

Paragraaf 1.4

volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over de hiervoor bedoelde activiteiten (hier: RES 1.0). De 'hiervoor bedoelde besluiten' zijn toch ruimtelijke besluiten, en niet de RES 1.0? Deze zin/alinea graag met korte zinnen uitleggen hoe MER, RES en vind ik voor meerdere interpretaties vatbaar en onduidelijk, ook t.o.v. ruimtelijke besluiten samenhangen.

Arnhem

Paragraaf 1.5

De nadere detaillering kan worden meegenomen in de (verplichte) plan-m.e.r.-procedure voor Omgevingsvisies en Omgevingsplannen.. En wat als er al een planMER omgevingsvisie is uitgevoerd, zoals in Arnhem? Waarin juist staat dat in planMER RES een gedetailleerder beeld en analyse wordt gegeven dan in de planMER omgevingsvisie?

Arnhem

Paragraaf 1.6 2 Kaders tabel 2.1

Arnhem

gemeenteraden en provincie en waterschappen Arnhem: In de Omgevingsvisie is een koppeling gemaakt met de RES 1.0

Arnhem Paragraaf 2.5

in deze paragraaf naast de omgevingsvisies ook de relevante plan/projectMERren van gemeenten voor windparken noemen

Paragraaf 2.6

hier ook de relevante uitspraken van Raad v State en Hoge raad noemen en NRD/planMER Windturbinebepalingen Leefomgeving?

gemeenteraden, provinciale staten en AB waterschappen In de concept omgevingsvisie zijn de opweklocaties wind en zon en het zoekgebied zon uit de RES 1.0 opgenomen.

Arnhem

Arnhem Duiven/Westervoort Paragraaf 2.4 Duiven/Westervoort Paragraaf 2.5 Duiven/Westervoort Paragraaf 2.6

3 Onderzoeksaanpak Paragraaf 3.2 Arnhem Afbeelding 3.1 Arnhem Tabel 3.1 Arnhem

Omgevingsvisie Duiven Omgevingsvisie Westervoort Gewenste toevoeging: zodra er duidelijkheid is over nieuwe nationale en provinciale kaders, bijvoorbeeld het activiteitenbesluit en de provinciale omgevingsverordening, worden die zolang de MER nog niet is afgerond meegenomen in de MER.

Wijze van verwerking (in te vullen door werkgroep planMER!)

Tekstueel aangepast.

Tekstueel aangepast en verduidelijkt hoe de besluiten samenhangen. De zoekgebieden die uit deze planMER komen zijn vanuit de milieueffecten onderbouwd. De gemeente kan deze zoekgebieden vastleggen in haar beleid, dit kan in een omgevingsvisie of omgevingsplan. Een uitgebreide onderbouwing van een locatie vanuit milieu-oogpunt is dan niet (meer) nodig, want dit is al gedaan op regioniveau. Het projectMER gaat vervolgens meer over de inpassing van het project (wind of zon). Indien een nieuwe zoeklocatie uit het planMER naar voren komt, dan kan worden onderbouwd waarom er verschillen zijn. NB: er loopt een parallel proces met de NPRES om te onderzoeken hoe deze planMER e.e.a. kan vereenvoudigen (o.a. in relatie tot vergunningverlening, zie H7) Tekstueel aangepast. Waterschap niet meer als bevoegd gezag voor het planMER, wel als onderdeel van de RES GMR.

Aangepast. In het planMER gaan we uit van bestaande windparken en windparken waar door gemeenteraden een besluit over is genomen. Wanneer nog een project- en/of planMER wordt opgesteld, is over de ontwikkeling nog geen besluit genomen, waardoor we deze niet meenemen in het planMER.

of is bv kader "status activiteitenbesluit" op pagina 20 over planMER windturbinebepalingen leefomgeving Er wordt in paragraaf 2.6 verwezen naar de relevante wetgeving per milieuthema (zie hiervoor H3). Opnemen in H2 zorgt voor dubbelingen. en tekst in paragraaf 5.5 voldoende? 2.1 Toevoegen van de volgende tekst: In de OmgevingsvisieToegevoegd zijn explicietindetabel zoekgebieden wind en zon aangewezen die in de gemeente Duiven vallen binne Aangepast in tabel 2.1mee aan alle RES-opgaven. Noch in de RES 1.0, noch in de Omgevingsvisie Laatste zin weglaten. Daarvoor in de plaats: De gemeente Westervoort werkt

pagina 18 stap 1: uitsluitende criteria in beeld brengen. bij 3.4 stap 1 titels van de stappen congruent maken staat hier titel kansen- en belemmeringenkaarten het kleurverschil tussen legenda-eenheid beperkt kwetsbare voor 1 vd 2 andere kleur gebruiken gebouwen en bestaande windturbines is niet zichtbaar. Hoort deze tabel bij afb 3.1? Hebben deze met elkaar te maken? Zo ja, dan dit ook duidelijk maken

Zin hierover toegevoegd aan paragraaf 2.6.

Aangepast. Kaart is overgenomen uit RES 1.0. Derhalve niet aangepast. Nee, deze tabel hoort niet bij afbeelding 3.1, maar zijn de harde belemmeringen zoals toegepast in de NRD.

Paragraaf 3.4

Arnhem Paragraaf 3.4

Arnhem Paragraaf 3.5 Arnhem p.25

Arnhem p. 25 randvoorwaarden scenario's: Arnhem Paragraaf 3.7 Arnhem

p. 21 Wespendief: De Provincie heeft nog geen besluit genomen over deze zone in haar provinciale verordening waardoor de zone rondom de Veluwe door de Wespendief niet is meegenomen in de kansen en belemmeringenkaarten.in APCR overleg besloten om de 8 km contour wel op een kaart aan te geven, ondanks dat dit nog geen besluit is. p. 22: Voor de kansen en belemmeringenkaarten is onderscheid En als deze gevalideerde kaarten pas in het planMER gemaakt tussen… Ik verwacht hier in de buurt een (verwijzing naar te zien zijn, dit duidelijker aangeven. de) gevalideerde kansen- en belemmeringenkaart te zien, maar die kan ik niet vinden. Dit gebeurt in 2 deelstappen. ipv deelstappen 1 en 2, a en b gebruiken randvoorwaarden scenario's: Wind in lijn- of clusteropstelling. Daarbij geldt: a een zoekgebied voor een lijnopstelling heeft een rechthoekige vorm met een oppervlakte van ten minste 10 hectare. Daarin zijn ten minste 3 windturbines in een lijn inpasbaar; b een zoekgebied voor een clusteropstelling (ten minste 4 windturbines) heeft een oppervlakte van ten minste 20 hectare.

De onderlinge afstand van windturbines is ten minste 3,5 x de rotordiameter;a en b staan niet in RES 1.0; waar komen deze criteria vandaan? zijn er ook randvoorwaarden voor zonnevelden? Hier alleen voor wind In deze stap zullen vanuit milieuperspectief de zoekgebieden uit de RES mogelijk worden herbevestigd, zoek- en verkenningsgebieden ipv alleen zoekgebieden

Paragraaf 3.4

Heumen

harde resticties voor wind: valt een zweefvliegveld hier ook onder?

Beuningen

Een onderdeel van de aanpak is ook de netefficientie. Ik mis dit als onderdeel in het onderzoek.

Beuningen p. 9 Rheden Rheden

p. 10 p. 10

Rheden p. 11 Rheden p. 12 Rheden Duiven/Westervoort Paragraaf 3.3

Contour 1 -8 km wordt weergegeven als zachte belemmering, 1 km contour rond Veluwe als hard.

Verwijzing toegevoegd naar paragraaf 4.2 Uit stappenplan verwijderd, derhalve niet meer van toepassing

De randvoorwaarden zijn aangepast en opgenomen in paragraaf 4.1 Hierbij is per alternatief een nadere duiding van de uitgangspunten toegelicht. De paragraaf waar naar werd verwezen is uit de NRD gehaald. Randvoorwaarden opgenomen in paragraaf 4.1. Zie reactie opm. regel 24.

Toegevoegd (numeegenomen paragraaf 3.6) Nee, dit is niet als harde restrictie. Bijgaande motivering is toegepast in RES 1.0; Vanuit de vliegvelden Malden en Terlet zijn er beschermingszones zodat daar zweefvliegtuigen kunnen vliegen. In de omgeving rond het Radboud UMC in Nijmegen is een beschermingsvlak voor het landen en opstijgen van helikopters. In de gemeenten Druten en Wijchen bevindt zich een laagvliegroute van vliegschool Woensdrecht bij Bergen op Zoom. Deze overlapt deels met een ander laagvlieggebied van Defensie, Maas-Waal. Hier wordt op lage hoogte Eén van de vier alternatieven heeft betrekking op het energiesysteem. Dit onderdeel wordt meegewogen in dit alternatief, maar niet in de milieu-beoordeling van de andere drie alternatieven. De reactie leidt een aanpassing. e vraag is hoe je deze inpast, want het gaat hier niet omniet eentot milieueffect maar het is wel een variabele die invloed kan hebben op de keuze die gemaakt In paragraaf 3.6 toegeveogd dat rekening wordt gehouden met bestaande onderzoeken. Hoe dit uitwerkt dient in het planMER, n.a.v. de vraag die er bestaat (en de uitwerking van de alternatieven) verder onderzocht tegeval worden. Is het niet goed bestaande onderzoeken een plek te geven of in ieder te beschrijven wat daarmee gedaan wordt in dit MER.

Voor Beuningen geldt dat er al een heel plan- en projectMER is opgesteld Waarom staan de Europese emissierichtlijnen zo specifiek benoemd? Lijkt niet helemaal aan te sluiten. Gasaansluitplicht verviel in juli 2018 2019 in 2018 veranderen Zou de energiebesparingsplicht voor bedrijven en de bijbehorende informatieplicht hier niet bij opgenomen moeten worden?

Tekst aangepast n.a.v. opmerking Tekst aangepast n.a.v. opmerking Tekst niet aangevuld n.a.v. opmerking. Opgave verdisconteert in overige beleidstoelichting. Niet aangepast. Betreft een coalitieakkoord, geen wetgevende basis (voor alsnog). Wel verwezen naar kamerbrief voor verhoogde ambitie van 2 juni j.l.

Inmiddels is het nationale doel door het kabinet bijgesteld naar 60% in 2030. Dus de eerste zin klopt niet. zin aanpassen In de gemeente Rheden zijn we inmiddels ook bezig met het opstellen van een algehele omgevingsvisie. Naar verwachting wordt deze medio 2023 vastgesteld Tekst aangepast n.a.v. opmerking 'het bod van de RES 1.0 wordt geactualiseerd': dit kan niet. Er is maar een actualisatie van de RES 1.0 en dat is RES 2.0 Tekst aangepast n.a.v. opmerking Maak hiervan update monitorings-informatie vanuit Ninox.

Duiven/Westervoort Paragraaf 3.4

Duiven/Westervoort Paragraaf 3.5

Duiven/Westervoort Tabel 3.5

4 Voorgenomen activiteit en alternatieven Kaarten

Nijmegen Duiven/Westervoort

Paragraaf Arnhem Paragraaf 4.2 Arnhem Afbeeldingen 4.3 en 4.6 Arnhem Arnhem

Afbeelding 4.4 Afbeelding 4.8

Arnhem 5 Reikwijdte en detailniveau onderzoek opwek Tabel 5.1

Nijmegen Nijmegen Duiven/Westervoort

beperkingen vanuit veiligheids- en milieuwetgeving': er zijn ook steeds meer harde beperkingen vanuit milieu/natuurwetgeving op landelijk én provinciaal niveau. Bijvoorbeeld Stikstof/Wespendief. Voorstel om een categorie 'milieu effecten' toe te voegen. Het gaat dan om zaken waar eerder wellicht uitzonderingsmogelijkheden voor waren, maar waar de rechtelijke macht nu geen uitzonderingen meer toestaat op basis van het beleid.

Indien van toepassing (hard/zacht) zjn deze opgenomen in de lijst. Deze is in NRD 90% versie geüpdatet.

'doel, proces en resultaat': We zijn dit MER-proces ingegaan omdat de RES 2.0 die nodig had om juridisch verankerd te worden. RES 2.0 neemt RES 1.0 als uitgangspunt en gaat vanuit daar kijken naar alternatieven. Uit dit stuk tekst blijkt dat niet. Hier trekken we het zo open dat we direct aangeven dat de huidige verhouding zon/wind niet wenselijk is en op zoek gaan naar alternatieven. In de verdere tekst blijkt dat RES 1.0 wel degelijk meegenomen wordt als Wenselijkheid volgt vanuit netcapaciteit. Echter, stap 2 is komen te bandbreedte senario. Uit deze inleiding zou je bijna verwachten dat vervallen en zit verwerkt in het alternatief energiesysteem. Derhalve dat we RES 1.0 helemaal niet meer meenemen in de overweging. opmerking niet nemen verwerkt/niet (langer) van toepassing Voeg hier een (bij)zin aan toe waaruit blijkt dat we RES 1.0 wel degelijk als input Veel van deze sturende criteria worden al meegenomen in de belemmeringen; zoals geluid en slagschaduw. Daar stuur je dus al op. De 'zachte' criteria zoals 'verrommeling' en 'beleving open landschap' zou je mee kunnen nemen, maar stuur niet nog eens op de zaken Besloten is de tabel niet op te nemen in de 90% versie van de NRD, o.a. waar we al voor corrigeren zoals geluid. om geen indruk te wekken van een 'loos' participatieproces.

In de legenda staat 'geen belemmeringen'. Graag duiden wat hiermee precies wordt bedoeld. De kaart suggereert er geen belemmeringen zijn om het Goffertpark vol te leggen met zonnepanelen. het planMER helpt om de effecten van voorgenomen ontwikkelingen zichtbaar te maken: dat klopt in dit geval dus niet helemaal, want we weten nog niet wat de voornemens zijn en daar helpt de planMER bij. reguliere windturbines (3,6 MW) met een ashoogte van 106 m en een ashoogte moet zijn 120 m rotordiameter van 117 m Hier komen opnieuw kansen- en belemmeringenkaarten in beeld. Zijn dit nu de gevalideerde, zoals op pagina 22 benoemd? kloppen de breedtes van de zones 'kabels en leidingen' wel? Lijkt me erg breed. wel of niet contour 1 en 8 km wespendief opnemen op deze kaart? verschil tussen hoogspanning en buisleiding en verschil tussen water en spoorlijn qua kleur moeilijk te zien op de kaart; vooral als je inzoomt (te weinig pixels) Tabel 5.1 Gaat het bij het onderzoek naar natuur alleen om de invloed op beschermde soorten en gebieden? De gemeenteraad van Nijmegen heeft een motie aangenomen waarin wordt opgeroepen om de gevaren en risico's voor vogels, vleermuizen en insecten door windturbines te beperken en daarbij alle inzichten en innovaties in ogenschouw te nemen. Deze effecten graag meenemen in het onderzoek

Op basis van de toegepaste criteria zijn er geen belemmeringen om hier zonne-energie te realiseren. Feitelijk zijn er geen belemmeringen. Wel bekijken we binnen de alternatieven hoe we de opgave kunnen behalen met oog voor de milieu-effecten.

Aangepast dat het de effecten van het uitvoeren van het bod inzichtelijk maakt. Aangepast. Dit zijn de gevalideerde, waarnaar wordt verwezen (zie opm. regel 22) Afstanden zijn gevalideerd. Indien gewenst kan hier een tabel worden opgenomen. In nieuwe versie opgenomen.

Kaarten worden in definitieve versie als bijlage toegevoegd.

In het alternatief Natuur wordt maximaal rekening gehouden met de natuurgebieden. Hiervoor hebben we ook een quickscan laten uitvoeren. Verdere uitwerking op soortennniveau kan alleen op planMER-niveau (dus hoogover) worden uitgevoerd. Desondanks wordt zo goed als mogelijk rekening gehouden met beschermde soorten en wordt bestaande informatie optimaal benut. Dit zit verpakt in de betekenis voor de onderzoeken. Wordt dus al benoemd. Hier komt de uitspraak van de RvS aan bod betreft het activiteitenbesluit. Ik zou Door in Arcadis ieder geval recent ietsook over inzichtelijk afstandsnormen gemaaktbenoemen hoe landen (ofindat Europa we ons omgaan hier bewust met afstandsnormen van zijn maar tevoor vroeg windturbines. om nu mee te nemen). Het gaat me hier voo Kaart met autonome ontwikkelingen wonen/werkn in duiven/westervoort wordt apart nagezonden Mogelijk later toevoeen

Duiven/Westervoort

Afbeeldingen 5.1 t/m 5.3 Arnhem Tabel 5.1

geluid in cumulatie': deze wordt in de MER wel uitgebreid onderzocht volgens de methode Miedema, maar vervolgens geclassificeerd als niet maatgevend. Die classificatie snappen wij daarom niet helemaal. wat zijn dit voor afbeeldingen? Huidige situatie, referentiesituatie of ….? wat is de bron van deze tabel?

Arnhem Tabel 5.2

NB: hierin staat bij bodem nog Zuid-Holland… wat is de bron/onderbouwing van de inhoud van deze tabel? Is dit beoordelingskader voorgeschreven door cie m.e.r. of zelf verzonnen?

Tabel 5.3

waarom Groene Ontwikkelingszone (GO) en Gelders Natuur Netwerk (GNN) gebieden niet apart genoemd? En wat te doen met de wespendief contour in deze tabel? Tijdelijke overbruggingsregelingen: hier staat planMER, graag duidelijk maken dat dit de landelijke planmer Windturbinebepalingen Leefomgeving is, en niet planMER RES Regio AN

Arnhem

Arnhem p. 42

Arnhem

Arnhem

Arnhem

Arnhem

Arnhem Arnhem

Arnhem Arnhem Rheden Rheden

Geluid in cumulatie past niet bij het planMER-niveau. Dit wordt dus niet meegenomen. Tekst verwijderd. Afbeeldingen verwijderd. Deze zitten verankerd in de kansen en belemmeringenkaarten. Expert judgement (experts W+B) en mede gebaseerd op planMER RES Holland-Rijnland Zuid-Holland uit tabel gehaald. Beoordelingskader is ook in andere planMER-studies gebruikt. Dit beoordelingskader is gebaseerd op planMER RES Holland-Rijnland. Toevoeging: Groene ontwikkelingszone is als apart criterium opgenomen.

Toegevoegd 6 Reikwijdte en detailniveau onderzoek warmte p. 46 Voorliggende paragraaf presenteert de ingreep-effectrelaties (6.6.1) en onderzoeksaanpak (6.6.2) voor de effectanalyse op hoofdlijnen voor warmtebronnen.let op: verwijzing naar tabellen klopt niet, moet Aangepast. zijn 6.1.1 en 6.1.2 p.47 TEA en TED niet in deze planMER. In Arnhem hebben we een TEA Dus m.i. moeten ook TEA en TED wel aandacht krijgen systeem bedacht voor een buurt, met afvalwater uit waterzuivering, in de planMER. dus groter dan individueel systeem; en TED kan ook groter zijn, bv het Deze worden niet beschouwd in het planMER, zie hiervoor ook de systeem van ecologische wijk Lanxmeer in Culemborg. toelichting onder kopje ingreep-effectrealatie aquathermie. p.48 Ingreep-effectrelaties biomassa. De uitstoot van CO2 wordt hierbij De Arnhemse raad heeft per amendement buiten beschouwing gelaten omdat dit niet aansluit bij het aangegeven de CO2 uitstoot van biomassaverbranding detailniveau van het planMER. wel te willen meten en meewegen, i.t.t. de landelijke Het planMER heeft betrekking op het regionale niveau. Omdat het m.e.r.proces voor warmte meer op hoofdlijnen wordt omschreven, sluit het lijn. Is hier nog iets mee te doen in de planMER? detailniveau derhalve (helaas) niet aan bij het planMER.

p.49 Het planMER maakt een eerste schifting in voorkeurslocaties uit de warmtestructuurkaart door de milieuaspecten uit het planMER te projecteren op deze voorkeurslocatie. Hiermee is de potentie voor alle benoemde warmtebronnen afgezet tegen de effectbeoordeling van milieueffecten.Na 5 keer lezen snap ik deze zin nog niet. Kunnen De potentiekaart wordt tegen de kaart met de zoekgebieden gezet. jullie dit anders opschrijven/beter uitleggen wat hiermee wordt Hiermee laat je zien welke locaties vanuit milieuoogpunt geschikt zijn. bedoeld? tabel 6.5 en paragraaf 6.2.2 is er ook nog een 'neutrale' beoordeling mogelijk? Nu alleen negatief Beoordelingstabel aangepast. en sterk negatief p.49 Wel is per warmtebron weergegeven welke gebieden vanuit tekst opstellen vanuit NRD, dus: 'wordt in de planMER milieuperspectief bij voorkeur vermeden worden (oranje) en op per warmtebron aangegeven…. welke locaties de milieueffecten een risico voor de uitvoerbaarheid kunnen vormen (rood). Deze tekst is zo opgesteld dat het lijkt alsof de Aangepast. beoordeling al is gedaan (dus tekst uit planMER). Ter kennisgeving aangenomen. Kan in het planMER eventueel worden Paragraaf 6.2 In Lingewaard loopt pilot HTO, samen met Provincie toegelicht. Toegevoegd categorie neutraal (0)kaart? in tabel 6.5 p.

49/50 Even voor de duidelijkheid: Er wordt wel naar verschillende warmtebronnen Ik weet gekeken niet of maar dit aanalleen de orde de locaties gaat zijn,die maar negatief het zou of sterk het fijn negatief vindenzijn als verschijnen de locaties die op de als neutraal qua milieueffect worden beoordeeld een andere kleu Dit is geen onderdeel van het planMER. Anderzijds is hiervoor (duurzame) elektriciteit nodig, wat wel onderdeel is van het planMER. Ik vraag me af of waterstof voldoende geborgd is

We hebben als ACPR het verzoek gedaan om te onderzoeken of warmte meegenomen kan worden in de MER en op welke manier. Hoofdstuk 6 is daar het resultaat van. Wij concluderen uit de inhoud van dat hoofdstuk dat de toevoeging van warmte aan deze MER niet realistisch is. Van wind en zon hebben we zoekgebieden en is de potentie bekend. Een MER begint met een voorgenomen ontwikkeling. Voor warmte is het allesbehalve zeker of, waar, wanneer en met welke omvang oplossingen gerealiseerd kunnen worden. We verwachten geen profijt te hebben van het resultaat van dit hoofdstuk en dat er wellicht zelfs impact/risico's heeft voor de ontwikkeling van de Wijkuitvoeringsplannen.

Duiven/Westervoort

Vanuit de GMR is deze aanpak passend bij het planMER-niveau en ook aansluit bij de kennisniveau's die bestaat. Om deze reden wordt de ingreep-effect relatie beschreven op hoofdlijnen, zonder koppeling met kaarten.

7 Proces en participatie Beuningen Rheden Rheden

Toegevoegd in 1edealinea 7.1 Toelichten dat alle raden in de regio uiteindelijk een besluit nemen over planMER. Hoofdstuk 7 richt zich meer op het vevolg en de inhoud. Het voelt wellicht als 'gelijkend' maar er zit een nuance verschil in. Paragraaf 7.1 lijkt een herhaling van hoofdstuk 1 Inkorten of weglaten Toegevoegd als bijlage III. Hier mist een lijst met stakeholders die in het voortraject bevraagd zijn Toevoegen en de uitkomsten overzicht daarvan stakeholders en uitkomsten gesprekken De rol van de gemeenteraden staat er nu niet in.

p. 57 p. 58

De vraag is of het wel noodzakelijk is om ten behoeve van de NRD naast de mogelijkheden voor indienen zienswijzen nog extra participatie- inspanningen moeten worden verricht op lokaal niveau. Wellicht kan op regionaal niveau worden voorzien in extra informatieservice die met gemeenten/inwoners gedeeld kan worden.

Duiven/Westervoort

Afweging die op gemeentelijk niveau plaatsvindt.

Bijlage 1 Beuningen Beuningen Beuningen

Rheden Rheden

Duiven/Westervoort

Druten/Wijchen

Druten/Wijchen Druten/Wijchen Druten/Wijchen Druten/Wijchen Druten/Wijchen Arnhem

Status = onherroepelijke vergunning Bij de status staat ntb Zonneparken in Beuningen Status = Project in uitvoering, zandwinning gestart Status ntb Zandwinning Beuningse plas Zandwinning Geertjesgolf Status = Eindsituatie bereikt, zandwinning gestart Status staat ntb Onder 'autonome ontwikkelingen' staat bij Rheden 'geen relevante onwikkelingen'. De vraag is even welke soort ontwikkelingen hier genoemd moeten worden. Er speelt een groot woningbouwproject bij het huidige ziekenhuis in Velp, circa 800 woningen in plaats van de huidige bebouwing die grotendeels wordt gesloopt. Verder is misschien relevant de Zandwinning en natuurontwikkeling in de Havikerwaard, vooral omdat dit buitengebied betreft. Toegevoegd woningbouw' en 'realisatie circa 800 woningen, Masterplan IJsseldistrict' status 'uitwerking masterplan' en over de zandwinning Havikerwaard: "zandw Misschien ook intergemeentelijke structuurvisie Rivierklimaatpark Dit betreft een structuurvisie en geen concreet project. Derhalve niet als benoemen? autonome ontwikkeling opgenomen. Kaart met autonome ontwikkelingen in Duiven/Westervoort wordt nog nagezonden. Deze bijlage is voor Duiven/Westervoort op dit moment niet compleet. Aanvullen voor Druten met: 1. Zonnepark Zevend, Zonnepark ten zuidoosten van de Van Heemstraweg, in Druten. Netto 7,3 hectare. Vergund Was reeds opgenomen 2. Zonnepark Uivermeertjes.

Drijvend zonnepark op de voormalige zandwinning van de Uivermeertjes ter hoogte van de Laarstraat 5 te Deest. Netto 17 hectare. Vergund Was reeds opgenomen 3. Zonnepark Hooge Bobbert. Zonnepark ten zuidwesten van Puiflijk.Netto 6,6 hectare. Vergund Was reeds opgenomen 4.Zonnepark Groenendael. Zonnepark aan de Ulandsestraat te Druten.Omvang nader te bepalen. In ontwikkeling Was reeds opgenomen Aanvullen voor Wijchen met: 1. Zonnepark Kampbroek.Zonnepark aan de Kambroek 5 te Hernen. Was reeds opgenomen 2. Zonnepark bankhoef. Zonnepark aan de Bankhoeve en het Papenstraatje te Leur. Omvang nader te bepalen. In ontwikkeling Was reeds opgenomen Waarom is Stadsblokken-Meinerswijk het enige project dat jullie uit Dit project heeft mogelijk invloed op de geschikte locaties voor wind en de autonome ontwikkelingen omgevingsvisie hebben gehaald? zon (fysiek ruimtebeslag).

autonome ontwikkelingen Doesburg Arnhem

waarom niet van toepassing? Moet hier niet staan: nader te bepalen?

De ontwikkelingen in Doesburg leggen geen ruimtebeslag in het buitengebied, waardoor dit geen invloed heeft op het zoeken van locaties voor wind- en zon.

Opmerkingen provincie Algemeen: review 50%-versie Notitie Reikwijdte en Detailniveau

Ingevuld door: provincie Gelderland - Ivo van Es, Valentijn Muit, Henri Stakenburg en Roeland Toemen e Hoofdstuk Algemeen 1 Inleiding 1.5 scope van het planMER; passage

Opmerking zet de spellingcheck aan

Alternatief / Suggestie

Wijze van verwerking (in te vullen door werkgroep planMER!)

Expliciet toevoegen dat de zoektocht zich richt op tijdshorizon van RES 2.0: 2030. En vergunbaarheid Tijdshorizon 2030 toegevoegd, dit is uitgangspunt voor invulling 2025. . onderzoek naar bod RES 1.0 Gelet daarop en op de motie van PS om meer Toegevoegd dat huidige verdeling zorgt voor hoge maatschappelijke 1.1: er wordt aangegeven dat er 89% zon is en 11% wind. Daar mist de conclusie windenergie te realiseren kan de m.e.r. ook gebruikt kosten en qua netinpassing niet handig is. Motie niet opgenomen. Dit dat dat voor de maatschappelijke kosten en realisatie van het netwerk niet worden om hier verbetering in aan te brengen. Dit zou zou provincie andere rol geven t.o.v. andere bevoegd gezagen (lees handig is. ik toevoegen gemeenteraden). PlanMER richt zich op zoekgebieden welke kunnen worden opgenomen in het RES 2.0. Hier ontbreekt de tijdshorizon 2030.

2 Kaders

2.3 een bijlage bij de Omgevingsvisie is het windbeleid. Die mist nu. 2.3 omgevingsverordening p 12 tweede alinea. n.a.v. " Voor de instructieregels ter bescherming van het Gelders natuurnetwerk (onder andere artikel 2.39) geldt dat alleen afgeweken kan Geen reele alternatieven is wat anders dan geen alternatieve locaties. Voor worden als er geen reële alternatieven zijn." GNN betekent dat een alternatieventoets zodanig uitwerkt, dat er geen sprake meer is van een zachte belemmering. Artikel 2.66 is een artikel dat al langer in onze Omgevingsverordening staat. Ontheffing als bedoeld in artikel 4.1a Wro kan alleen verleend worden voor zover de verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid wegens bijzondere omstandigheden onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot de met die regels te dienen provinciale belangen. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden indien de betrokken provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken. Naast artikel 2.66 kennen we sinds vorig jaar ook artikel 1a.3 in onze Omgevingsverordening: afwijkruimte bij instructieregels. Dit artikel bestaat dus naast artikel 2.66. In artikel 1a.3 staat in welke gevallen we van onze instructieregels uit de verordening af zouden willen wijken (en onder welke voorwaarden). Over artikel 1a.3 is goed nagedacht en veel gediscussieerd.

De provincie zal niet als iets niet valt onder 1a.3, alsnog met 2.66 wel afwijken van onze instructieregels.

opnemen windbeleid: https://media.gelderland.nl/Beleidslijn_Windenergie_ be0588e498.pdf Toegevoegd. toevoegen: Zie artikel 1a.3 lid 4: afwijken van instructieregels m.b.t. GNN kan alleen als er geen alternatieven zijn (i.p.v. alternatieve locaties). Buiten GNN geldt alternatieve locaties. Maar let op: in de Omgevingsverordening die in werking treedt als de Omgevingswet in werking treedt geldt voor alle gevallen alternatieven i.p.v. alternatieve locaties. Toegevoegd.

Toelichting ter kennisgeving aangenomen. In tekst wordt hier niet naar verwezen.

weidevogelgebieden

2.4 RES bovenregionale procesafspraken over

groene ontwikkelingszone ontbreekt

toepassingsbereik (zie artikel 1a.2): artikel 1a.3 is bijvoorbeeld niet van toepassing op de instructieregel voor weidevogelgebieden. We kunnen dus met 1a.3 helemaal niet afwijken van de instructieregels voor weidevogelgebieden. tekst aanpassen conform Toegevoegd (en dus uitgangspunten aangepast) tekst en kaartbeeld invoegen. Hoort ook bij paragraaf beschrijf bovenregionaal proces afgesproken bij de vaststelling van de RES voor over belemmeringen. Kollega Roeland toemen heeft Wind op en rondom Veluwe hier ook op gereageerd. Windvisie wordt benoemd. regels toevoegen en uitleggen, zie opmerking kollega zachte belemmering Marcel snijder. Toegevoegd.

hele Natura 2000 spoor ontbreekt. In regio Arnhem Nijmegen behoren ook de gebieden Veluwe Rijntakken en de Bruuk onder de vlag van gebiedsbescherming. Ook externe werking van Natura 2000 gebied nabij Ooijpolder toevoegen.

Europees/Nationaal/provinciaal Provincie is bevoegd gezag voor Wnb

2.3 de Omgevingsverordening sluit wind in ganzenrustgebieden niet uit. Art 2.63 noemt geen specifieke gebieden aanpassen 2.3 Er staat dat middels art. 1.a3 afgeweken kan worden van het verbod van wind en zon in weidevogelgebieden. Dit is veel te kort door de bocht. 1.a3 geeft aan dat er dan geen alternatieve locaties mogen zijn. Dat zal bij zon altijd het geval zijn en bij wind hoogstwaarschijnlijk ook. Nuance die ik beschrijf toevoegen. 2.3, blz 12 helemaal onderaan. Zelfde als vorige opmerking.

par 2.3 pag 11 e.v.

par. 2.3, pag. 12

3 Onderzoeksaanpak

Nuanceren

Niet aangepast, Natura 2000 wordt beperkt benoemd in provinciale verordening, en niet in relatie tot windenergie. Dit is niet als zodanig benoemd. In art. 2,63 staat rustgebieden voor winterganzen benoemd, artikel 1a.3 biedt afwijkingsruimte. Dit is uitgangspunt om als 'zachte' belemmering op te nemen (met daarbij de kennis van de benodigde routes om e.e.a. eventueel mogelijk te maken).

Aangepast en verwezen naar art. 1a.2 Dit is niet als zodanig benoemd. In art. 2,63 staat rustgebieden voor winterganzen benoemd, artikel 1a.3 biedt afwijkingsruimte.

Gelders Klimaatplan mist. Deze geeft aan hoe we 55% willen halen en dat de Klimaatplan opnemen en kort beschrijven: opgave van het GEA van 8,3 TWh duurzame energie niet te halen is met zon en https://gelderland.stateninformatie.nl/document/956 Gelders Energieakkoord verwijderd en vervangen door Gelders wind. 6321/1/Gelders_Klimaatplan_2021-2030_(PS2020-871 Klimaatplan 2021 - 2030 paragraaf 2.3. M.b.t. toepassing artikel 1a.3 bij weidevogelgebied (aritkel 2.51a) geldt dat artikel 1a.2 dit verhinderd. aanpassen Aangepast en verwezen naar art. 1a.2 paragraaf 2.3. M.b.t. artikel 1a.3 lid 4: afwijken van instructieregels m.b.t. GNN kan alleen als er geen alternatieven zijn (i.p.v. alternatieve locaties). Buiten GNN geldt alternatieve locaties. Let op: in de Omgevingsverordening die in werking treedt als de Omgevingswet in werking treedt geldt voor alle gevallen alternatieven i.p.v. alternatieve locaties. Afwijken middel 1a.3 is hiermee zeer onwaarschijnlijk Nuance van opmerking verwerken Toegevoegd (idem regel 11). De Groene ontwikkelingszone (GO) en de bepalingen daarover uit de GO benoemen en kaders GO toevoegen vanuit de verordening (art 2.52) ontbreken. Naast GNN kent prv Gld ook de Groene verordening. Toegevoegd ontwikkelingszone met regels. Weidevogelgebieden zijn voor wind uitgesloten, ook is afwijking via art.

1a.3 Afwijkmogelijkheid zoals die er nu in staat klopt niet, niet mogelijk blijkens art 1a.2, lid 2: zie verordening H1a. Bovendien zijn tekst weg, of opschrijven zoals het is blijkens de alternatieven altijd mogelijk qua andere locaties en eventueel qua andere verordening. Aangepast en verwezen naar art. 1a.2 manier van opwek en zelfs energieverbruik/-besparing. in 2.3 staat aangegeven: "Voor weidevogelgebieden geldt op basis van artikel 2.51a dat een nieuw bestemmingsplan in ieder geval een nieuwe windturbine of nieuw zonnepark niet toe staat. Hier kan middels toepassing van artikel 1a.3 van worden afgeweken." Echter, in artikel 1a.2 staat "Artikel 1a.3 is niet van toepassing op de artikelen 2.44, 2.46, 2.47 en 2.51a." Aangepast en verwezen naar art. 1a.3 dus verwijderen 3.3 waarom wordt de doelstelling voor energiebesparing bepaald? Energiebesparing heeft toch niks met een plan-MER voor opwekking van duurzame energie te maken? 3.3 er staat dat het bod van RES 1.0 wordt geactualiseerd naar 2022. Is dat zo? Aan de hand van de plan-MER wordt toch gekeken of het bod aangepast kan/moet worden? Toch niet vooraf?Zin to 3.4 harde belemmeringen: hier mist het provinciaal verordeningsbeleid. Dat werkt door naar gemeenten en deze plan-MER wordt door gemeenten vastgesteld. Daarmee is de verordening een harde belemmering. 3.4 N2000: voor GNN geldt hetzelfde beleid.

Dat kan hier toegevoegd worden 3.4 N2000: aangeven dat alternatieve locaties voor zon er altijd zijn en voor wind vaak. De adc toets moet dus vermeden worden

Aangepast. Zin toegevoegd ter verduidelijking dat bepaalde plannen al ontwikkeld zijn/in ontwikkeling zijn provinciale verordening toevoegen als harde belemmering GNN beleid toevoegen bij kopje N2000 tekst aanvullen/nuanceren

Indien van toepassing zijn deze opgenomen in de tabellen voor harde belemmeringen. Niet toegevoegd. GNN wordt benoemd in par. 2.3. In tabel zachte belemmeringen is dit opgenomen. Niet aangepast. Dit wordt in de NRD onderzocht. Hier benoemen betekent dat we al vooruitlopend conclusies trekken.

3.4 tabel 3.1: aangeven dat 47 dB norm niet meer geldt tabel 3.1: ik mis vliegverkeer. Hier moeten ook helikopters, heli platforms, meegenomen worden 3.4 tabel 3.2: NHW, weidevogelgebieden zijn niet zacht

voetnoot plaatsen en verwijzen naar paragraaf waarin beschreven staat hoe je er mee omgaat. Voetnoot toegevoegd Niet aangepast. Uit de beleidslijn volgt: Voor laagvlieggebieden (bijvoorbeeld voor helikopteroefeningen) geldt geen wettelijke bescherming. verplaatsen naar hard Aangepast

tabel 3.2: hoofdwaterweg staat hetzelfde bij zacht als bij hard. Dan is het hard. tabel 3.3: grote waterpartijen staat als harde belemmering. Zon op waterplassen is echter mogelijk

Verwijderd als zachte belemmering. Grote waterpartijen opgenomen als zachte belemmering. Dit is opgenomen als regulier uitgangspunt om woningen te beschermen. Wettelijk is dit geen eis, maar zien we veelal toegepast. Ondanks toepassing blijft er binnen de regio meer dan genoeg potentiële ruimte voor zonne-energie op land. Zie reactie regel 22. Toegevoegd aan tabel 3.3

tabel 3.3. waarom is gekozen voor een 40 m buffer rondom woningen? Dat is geen wettelijke eis toch?! 40 m. is vanuit harde restrictie best veel. Bij zacht kan ik me er meer bij voorstellen tabel 3.4: zelfde opmerking als in regel 21 tabel 3.4: weidevogelgebied mist (maar moet dan in tabel 3.3) tabel 3.2 en 3.4: de Groene Ontwikkelzone mist bij beide. Dit is een ja, mits beleid. 3.5: scheve verhouding zon/wind is ook voor PS niet wenselijk (aangenomen motie) toevoegen

Toegevoegd aan tabellen als zachte belemmering. Deze stap is geen onderdeel meer van de processtappen in de NRD. Derhalve opmerking niet van toepassing. Motie niet toegevoegd.

3.5 randvoorwaarden: waarom zijn solitaire windturbines uitgesloten? Dat is solitaire windturbines toevoegen kan een extra geen harde of zachte belemmering. Daarbij komt dat de tekst daarna ingaat op alternatief zijn. Die gaat slecht op landschap scoren tenminst 3 windturbines. Dus 2 kan ook niet? maar kan wel.

Er is gekozen om vanaf twee windturbines te onderzoeken voor nieuw te ontwikkelen gebieden. T.a.v. solitaire turbines is besloten (BPCR) om dit alleen te onderzoeken in samenhang met bestaande parken.

3.5 worden ook de milieueffecten van de benodigde kabels voor het aansluiten op het netwerk meegenomen? 3.5 Waarom/wat is de meerwaarde van een scenario met min mogelijk wind en zoveel mogelijk zon? Is het nodig om de samenhang tussen zoekgebieden te onderzoeken, iig vanuit landschappelijk perspectief. Idem voor zonneparken, ook cumulatief in scenario dominant zon.

Dit wordt niet onderzocht. De effecten zijn tijdelijk. Scenario min mogelijk wind/zon is niet meer onderdeel processtappen. Opmerking niet meer van toepassing.

3.6: de positieve en negatieve sturende criteria begrijp ik niet. Hoe kan de inzet daarvan leiden tot scenario's zonder dat je hier subjectieve voorkeuren al in meeweegt. De criteria die opgenomen zijn, zijn nagenoeg allemaal aspecten waarop de alternatieven gewogen worden. Krijg je op die manier niet een subjectieve sturing voordat je alternatieven objectief weegt? Opmerking bij 'Ontwikkeling van reele alternatieven, onder 1: neem hierin ook mee gebieden met een hoog energiecomsumpeties (vraag en aanbod bij elkaar) en gebieden in nabijheid onderstation met restcapaciteit. Is het nodig om grenseffecten langs de regio te beschouwen; wat gebeurt er over de grens? 3.7: hier heb je het over 'oplossingsrichtingen'. Is dat hetzelfde als de alternatieven die je in stap 3 bepaald hebt?

Hiermee geven we mede invulling aan hetgeen uit het participatieproces komt en kunnen er reële alternatieven worden onderzocht, die ook daadwerkelijk op een wenselijke manier kunnen worden ingevuld (na RES 2.0). Wat er over de grens gebeurt nemen we niet mee. Er wordt rekening gehouden met het energiesysteem binnen het alternatief energiesysteem.

Aangepast. Het betreft hier de alternatieven. graag aanpassen in tekst dat de Veluwe +1 km uitgesloten wordt en dat dit daarmee en harde belemmering vormt. En dat er voor de 1-8 km zone gekeken wordt naar het handelingsperspectief voor paragraaf 3.4. Mbt Wespendief: deze wordt nu buiten beschouwing gelaten windenergie op de Veluwe, waar een beperkte omdat de randvoorwaarden waaronder wel activiteiten mogelijk nog worden windopgave binnen de 1-8 km zone wordt onderzocht. Duidelijk is wel dat windturbines worden uitgesloten in N2000 gerealiseerd. (Alex Elferink levert hier tekst voor aan) gebied de Veluwe + 1k m daaromheen. Dit landt in 2024 in de provinciale De 90% NRD komt eind september openbaar voor omgevingsverordening. Het onderzoek van Altenburg uit 2020 onderbouwt dat zienswijzen, op dat moment is de planning dat de er op de Veluwe +1 km geen ruimte voor windturbines is vanuit oogpunt van de provincie al heeft gecommuniceerd over de Wespendief. wespendief en windturbines rond de Veluwe. Aangepast.

par. 3.4, pag. 21 par. 3.4 par. 3.4

par 3.4

par 3.4 Naast wettelijke beperkingen vanuit hinder en veiligheid, gelden ook vanuit beleid belemmeringen. Onder zachte belemmeringen vallen richtafstanden, adviesafstanden die voortkomen uit beleid. De ontwikkeling van windturbines- en zonneparken in Natura 2000gebieden is niet vergunbaar zo lang er alternatieven zijn om de ontwikkelingen buiten deze natuurgebieden te organiseren, zie onderstaand kader met nadere toelichting. passages wespendief

tekst bij afbeelding 3.4 verkenningsgebieden

3.4, tabel 3.4 pag 24 4 Voorgenomen activiteit en alternatieven

4.4

tabel 3.2: weidevogelgebieden is harde belemmering (zie regel 10) wet Natuurbescherming moet zijn Wet natuurbescherming Weidevogelgebieden zijn harde belemmering voor wind

aanpassen

zowel in tekst als in tabel 3.1. en 3.2 corrigeren en bijbehorende kaarten Ik mis de Groene ontwikkelingszone vanuit de provinciale verordening (art 2.52) Groene ontwikkelingszone in de tekst opnemen en en de belemmeringen daaruit voor wind en zon. benoemen als zachte belemmering en soms zelfs hard. Ook in tabel 3.2 en 3.4 en opnemen in de bijbehorende kaarten Ik mis soortenbescherming op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). Soortenbescherming in de tekst opnemen en Hier moet altijd aan getoetst worden voor zon en wind en worden ook wel benoemen als zachte belemmering en soms zelfs weigeringen door afgegeven, danwel maatregelen ter mitigatie voorgeschreven. hard. Ook in tabel 3.2 en 3.4 Vaak voor vleermuizen standaard stilstandvoorziening vanuit VV.

Ik mis de rode lijstsoorten. Bij opstellen MER is een toetsing aan de milieu en natuurbelangen aan de orde, waaronder rode lijststoorten.

Rode lijstsoorten toevoegen in de tekst als ook als zachte belemmering in de tabellen 3.2 en 3.4

Aangepast. Aangepast. Aangepast.

Toegevoegd. Dit is geen ruimtelijke belemmering die middels bestaande GIS-data op kaart in beeld gebracht kan worden, passend bij het niveau van de afkadering zoals bedoeld met de belemmeringenkaarten. Het is wel onderdeel van de effectenbeoordeling.In het alternatief Natuur wordt hier wel maximaal aandacht aan gegeven door resaultaten quickscan toe te passen. Zie reactie regel 51.

Deze passage en de tekst in het kader geven al aan dat zaken niet vergunbaar zijn voor 2030. Het is dus onzinnig om hier geen aparte categrorie van te maken. Wat hier achter zit is feitelijk een drietrapsraket van wetgeving, regelgeving en De consequentie is dat de methodiek bij het in kaart beleid. De regelgeving pakt voor Natuur zodanig uit dat voor grootschalige van brengen van harde en zachte belemmeringen ook windenergie het GNN en Natura 2000 habitat/vogelrichtlijn gebied de rekening houdt zou kunnen houden met een vergunbaarheid in 2025 en realiseerbaarheid in 2030 uiterst gering is. De tussencategorie tussen harde en zachte wettelijke spelregels voor NNN (Wro) en Natura 2000 betekenen in de praktijk belemmeringen. Zachte belemmeringen niet Niet aangepast. We onderzoeken de breedte van het speelveld. Over de dat er formeel zachte belemmeringen zijn die hoogstwaarschijnlijk niet tot uitvoerbaar voor RES 2.0 periode (2030). Tabel 3.2 vergunbaarheid tot 2025 gaat dit planMER niet. Het gaat om de invulling uitvoering zullen leiden in 2030 hierop aanp[assen met extra categorie. van het bod tot 2030. toevoegen bij zachte belemmeringen. Externe werking N2000 gebied Veluwe 1-8 km zone. De digitale bestanden zijn opvraagbaar bij Roeland Toemen. Veluwe +1 km is of een harde belemmering voor wind Het proces loopt nog.

De redenering om dan maar geen zone op de kaart te of zachte belemmering naar verwachting niet zetten, is geen logische. Benoemen en procesmatig aangeven uitvoerbaar 2030 Aangepast. In deze regio speelt dat vooral bij de Natura 2000 gebieden Veluwe en Rijntakken. De provincie Gelderland heeft een studie laten uitvoeren naar Toevoegen dat naast landschap aandacht wordt gegeven aan (externe werking externe werking van natura 2000 gebieden voor wind van) natura 2000 gebiedsbescherming. en zon. Onduidelijk waar deze opmerking over gaat. Aangepast. tikfoutje Natura- 000 moet zijn Natura 2000 4.1: de kleinste windturbine die wordt aangehouden heeft een ashoogte van 106m. Daarna staat dat minder dan 120 m ashoogte niet realistisch is. afbeeldingen 4.2 en 4.3: de 8 km zone voor de wespendief ontbreekt. Voor het overzicht is het wel handig om deze toe te voegen waardoor komt het verschil in mogelijke ruimte voor windturbines tussen de 120 en 166m hoogte? Is dit geluid? Wat voor afstand tot woningen is aangehouden? De type windturbines die zijn gekozen zijn dat de voor geluid uiterste typen, gemiddelden of..? aangeven voorafgaand aan de figuren dat mitigerende maatregelen hierin niet verwerkt zijn Is het mogelijk om beschrijving van alternatieven hiervoor gebruik te maken van een GIS plaform/viewer.

de kleinste windturbine moet hoger worden om reëel te kunnen zijn. Aangepast. 8 km zone Veluwe toevoegen alle informatie opnemen die heeft geleid tot de figuren die opgenomen zijn. Op deze manier zijn ze namelijk niet navolgbaar/herleidbaar

Aangepast.

Toegevoegd. Niet toegevoegd. Mitigerende maatregelen zijn niet aan de orde. Er wordt niet geredeneerd vanuit de duurzame energieopwekker, maar vanuit de woning. Buiten scope.

methodiek hoofdstuk 4 aanpassen aan opdracht om zoekgebied RES 2.0 in kaart te brengen: uitvoerbaarheid 2030 criterium. Daarom derde categorie introduceren "zachte belemmering; niet uitvoerbaar in RES 2.0 periode" . De redenatie is gelegen in de uitwerking van de ADC toets bij N2000 zoals in rapport opgenomen Voor NNN (in Gelderland GNN) geldt een soortgelijke zie hiernaast, kaartbeelden en teksten wijzigen redenering de opmerking onder 2.3 gemaakt zie hier in tabel). hierdoor. Ik mis op de kaart van p. 30-32 (zachte belemmeringen) de waardevolle open gebieden 5 Reikwijdte en detailniveau onderzoek opwek

5.3

6 Reikwijdte en detailniveau onderzoek warmte Geen opmerkingen vanuit provincie. 7 Proces en participatie

5.1 aangeven dat de afstand van de impact van de milieueffecten het studiegebied beinvloedt en dat die niet wordt tegengehouden door de regio of provincie of landsgrens tabel 5.2 moet voor vliegveiligheid ook heliplatforms worden toegevoegd ik mis in dit hoofdstuk op welke wijze de milieueffecten wordne beoordeeld (zoals aangegeven staat in 7.1). Gebeurt dit door plusjes en minnetjes en wanneer krijgt iets dan een plus of plusplus etc.? 5.5 je gaat hier toch de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit gebruiken, zonder nadere onderbouwing. Houdt dit wel juridisch stand? Moet je niet op meer geluidswaarden toetsen? In stappen van 3 dB met geluidscontouren werken bijvoorbeeld? Laag frequent geluid: hiervoor hanteer je ook de niet meer geldende 47 dB norm. Dit moet anders. Is er wellicht wel sprake van lfg als we straks een lagere norm krijgen? in dit hoofdstuk had ik ook het elektriciteitsnetwerk verwacht. Zonneparken zijn niet aan te sluiten als ze te ver van onderstations af liggen. Ook kunnen kabels van wind- en zonneparken invloed hebben op de omgeving. Ik zou dat hier toevoegen.

In tabel 5.1 bij natuur toevoegen: effecten op kernkwaliteiten en omgevingscondities GNN en GO Wat ik nog niet goed kan doorgronden is hoe je zonneparken gaat beoordelen, gezien het feit dat slechts enkele gemeenten daarvoor zoekgebieden hebben aangeduid en sommige gemeenten her per initiatief gaan beoordelen. Wellicht hebben ze dan wel gemeentelijk beleid? (Die mis ik nog in de overzichten van gemeentelijk beleid. Daar worden alleen de omgevingsvisie genoemd, mar ik weett dat veel gemeenten beleid hebben voor zonneparken en/of windturbines.) Het gevaar van "confetti" heb ik wel ergens gelezen, maar hoe ga je beoordelen of dat een negatief landsch. effect kan zijn als lange termijnuitkomst van beperkt sturend beleid op de lokalisering van zonneparken. Een ander punt is de landsch. beoordeling van windturbines. Kun je op basis van de huidige informatie iets zeggen over de configuratie van windparken (lijnopstellingen, blokvormige opstellingen of verspreid), de effecten daarvan en de visuele interferentie van verschillende windparken? externe werking N2000 gebieden toevoegen overige natuurgebieden opslpitsen in NNN (waaronder GNN), weidevogelgebieden en overige natuurgebieden (ganzenrustgebied, groene ontwikkelingszones)

7.1 M.e.r.procedure, 2e alinea: gemeenten én provincie provincie toevoegen 7.2.1 er staat dat de concept NRD in het najaar 2022 wordt gepubliceerd. Hier wordt september mee bedoeld? En publicatie plan MER in 2023, hier wordt dan de definitieve plan MER mee bedoeld? De concept plan MER volgt in november/december 2022?

Niet aangepast. We onderzoeken de breedte van het speelveld. Over de vergunbaarheid tot 2025 gaat dit planMER niet. Het gaat om de invulling van het bod tot 2030. Toegevoegd.

Toegevoegd. Op basis van de beleidslijn is hier beperkt tot luchtvaartbeperkingen.

Toegevoegd.

In BPCR van 4 juli is besloten om te werken met de 47 dB contour.

In BPCR van 4 juli is besloten om te werken met de 47 dB contour.

Opgenomen in het alternatief Energiesysteem. Op zichzelf is dit geen milieueffect. GO toegevoegd. GNN al in tabel.

In het planMER worden op regio niveau de effecten van zon onderzocht. Dit gebeurt op dezelfde manier als wind. Uiteraard zitten hier andere aandachtspunten in. Hoe dit in het beleid geregeld is, is niet relevant voor het planMER. De RES 2.0 bevat uiteindelijk de bestuurlijke keuze.

Wordt in alternatief landschap benoemd op principeniveau, in het planMER beoordeeld. Onderdeel standaard beoordeling N2000 gebieden

Toegevoegd.

Toegevoegd.

Publicatie rond oktober verwacht. planMER in 2023.

Specifieke vragen Heumen

Hoofdstuk 2, paragraaf 2.5

Check of relevant gemeentelijk beleid goed is verwerkt

Hoofdstuk 3, paragraaf 3.2

Check of de gepresenteerde proces stappen voldoende helder zijn

Hoofdstuk 3, paragraaf 3.4

Check in hoeverre harde belemmeringen missen

Rheden

Check in hoeverre zachte belemmeringen missen Check op kaartmateriaal (ontbreken er onderdelen?)

Vanwege de schaal is niet alles te checken voor onze gemeente. Op het eerste gezicht ziet het er goed uit. We nemen aan dat we later meer gedetailleerde kaarten kunnen checken? Hier en daar zullen ze ook weer geactualiseerd moeten worden. antwoord: dit klopt, deze worden aan definitieve versie toegevoegd (en eerst naar APCR gezonden)

Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 7

Check op voorzien participatieproces, zijn er nog specifieke zaken die van belang zijn/toegevoegd moeten worden?

Bijlage 1

Check op de per gemeente vermelde autonome ontwikkelingen: ontbreken hier nog (concrete) plannen die bij autonome ontwikkelingen opnemen plan Zilverberg: bouw van 70 tot een ruimtelijke impact hebben langs de randen van stedelijk gebied of in het landelijk gebied? 100 woningen tussen Zilverbergweg en Kruisbergsestraat in Overasselt Reactie: Plan wordt opgenomen in lijst autonome ontwikkeling.

Opmerkingen Overbetuwe

Wijze van verwerking

Vooraf De m.e.r.-procedure is bedoeld om de RES 1.0 te onderbouwen op milieu- en natuurbelangen bij zoek- en Het planMER is bedoeld om de milieueffecten in beeld te brengen (dus verkenningsgebieden. Wij gaan ervan uit dat de weging ten opzichte van andere belangen (zoals inclusief natuurbelangen). Andere belangenafweging vindt plaats in RES omgevings- en economische belangen) niet een andere basis zal kennen dan het afwegingskader in de 2.0(-proces). RES 1.0. Hoofdstuk 1 > Paragraaf 1.2: Doel NRD graag volledig omschrijven Het doel van de NRD lijkt niet volledig omschreven. Er staan twee onderzoeksvragen: “wij bepalen in deze NRD de kaders voor milieuonderzoeken ” en “we onderzoeken of een andere verhouding tussen wind- en zonne-energie mogelijk is ”. Onbenoemd blijft waarop deze vragen betrekking hebben. Mijn verzoek is om hier expliciet te beschrijven dat dit deze vragen toegepast met de RES 1.0 als basis. In paragraaf 3.2 staat dit al beter verwoord.

Teksten zijn aangepast. Hierdoor is er minder expliciet aandacht voor de verhouding als één van de twee onderzoeksvragen, maar vindt dit zijn weg binnen de alternatieven.

Hoofdstuk 1 > Paragraaf 1.4: Voorkom verstoring lopende procedures Verwoord is (in de toekomstige tijd) dat “afspraken in de RES uiteindelijk worden vastgelegd in bijvoorbeeld de Omgevingsvisie en/of het Omgevingsplan ”. Onterecht wordt er aan voorbij gegaan dat deze uitgangspositie niet altijd geldt. Dit kan dus in 1.4 (maar ook 7.1) genuanceerder worden beschreven. Bijvoorbeeld de situatie in Overbetuwe is anders dan hier beschreven (zie grijs gearceerd kader). Maak niet alleen duidelijk hoe er rekening gehouden wordt met de in paragraaf 2.5 genoemde Omgevingvisie[1] , maar ook (bijvoorbeeld in hoofdstuk 3) hoe deze NRD zich verhoudt tot lopende MERprocessen én lopende MER-procedures. Voorkom dat je dergelijke trajecten verstoort. Ook belangrijk om de toekomstige onderzoekslast van gemeenten te beperken. De vastgestelde RES 1.0 staat in relatie tot een serie ruimtelijke besluiten die in Overbetuwe reeds genomen is om energietransitie te realiseren. Denk aan: 

De vastgestelde Omgevingsvisie (met een energielandschap dat aansluit bij RES);

Verleende vergunningen voor diverse zonneparken (in of aansluitend op de RES-zoekgebieden);

Specifiek voor voetnoot. Eens. Het klopt dat de omgevingsvisies nu eigenlijk structuurvisies zijn, in de geest van de Omgevingswet. Paragraaf 2.5 moet ook niet te zwaar worden gelezen. Met het planMER gaan we feitelijk voorbij aan het beleid, want daar is het in RES 1.0 ook deels op 'misgegaan'. Het is meer kaderschetsend om aan te tonen dat er beleid is, maar zeker niet kaderstellend, zoals de verordening van de provincie dit wel is. Aanpassing. In paragraaf 1.3 specifiek benoemd dat het moet worden vastgelegd in een ruimtelijk besluit. Bijvoorbeeld een omgevingsvisie en/of omgevingsplan.

 Voorbereidende besluiten voor twee windparken in de RES-zoekgebieden (o.a. plan-MER en NRD). Al met al leidt dat in totaal van ruim 500 TJ in 5 lopende grote projecten, waarvan de eerste al deze zomer start met uitvoering. Daarmee is er in Overbetuwe geen sprake van een situatie waarin RES-afspraken nog moeten worden vastgelegd in Omgevingsbeleid, uitgezonderd het voltooien van de MER bij beide windparken, gekoppeld aan het nemen van een ruimtelijk besluit. Hoofstuk 1 > Paragraaf 1.6: Doorwerking in Omgevingsbeleid niet specificeren In de 2e zin wordt per abuis al het m.e.r.-plichtige besluit vertaald naar ‘het omgevingsplan’. Dit is te beperkend, loopt op de zaken vooruit en matcht niet met de bestuursorganen die daarna worden genoemd (vele van hen kunnen geen omgevingsplan vaststellen). Graag de tekst “(het omgevingsplan)” daarom hier schrappen. Suggestie om hier uit te gaan van ‘omgevingsbeleid’, zonder dat nu te Paragraaf 2.5 > Tabel 2.1: Verwijzing Omgevingsvisie Overbetuwe graag complementeren

Zie bovenstaande opmerking

Fijn dat in de kolom ‘Beschrijving’ een citaat uit de ‘Omgevingsvisie Overbetuwe 2040’ staat. Deze lijkt echter onvolledig. Er mist namelijk nog de tekst “dat hier ruim 500 TJ aan duurzame stroom gaat worden opgewekt ”. Graag toevoegen. Deze kwantitatieve doelstelling is overigens gebaseerd op GEA, Routekaart Duurzaam Overbetuwe, et cetera.

Toegevoegd.

Hoofdstuk 3 > Paragraaf 3.1: Verbeter de motivatie inzake tijdelijke effecten De impact in de aanlegfase in of nabij specifiek kwetsbare gebieden kan soms wel belangrijke impact In het planMER volgt de nadere duiding. Het planMER heeft betrekking hebben op de kwaliteit en instandhouding van deze gebieden. Wel meewegen van deze aspecten, kan op een strategisch plan (RES 2.0), waarbij de onderzoekslast (en bijdragen aan de uiteindelijke kwaliteit van de op te stellen planMER. Door dit nu niet te doen, introduceer mogelijkheden) beperkt zijn. je een risico in dit proces. Daarmee kan ook sprake zijn van ‘vooruitschuiven’ van dergelijke milieu-impact naar projectMER. Zodoende dan ook geen beperking van de gemeentelijke onderzoekslast. Om deze redenen vragen we óf beter te motiveren waarom je dit nu niet meegewogen wordt óf met enkele realistische aannames dit wel in z’n algemeenheid mee te wegen. Hoofdstuk 3 > Paragraaf 3.5: Effecten kwetsbare gebieden kunnen ook ‘hard’ zijn Het onderscheid tussen ‘harde en zachte belemmeringen’ is veel te rigide. Als harde belemmeringen Dit is inmiddels verder gebracht. Hier vallen ook onderdelen provinciale worden gedefinieerd: fysieke objecten (gebouwen en infrastructuur) en beperkingen vanuit veiligheids- en verordening onder. Tekstueel aangepast. milieuwetgeving.

Alle andere soorten van belemmeringen worden in principe als zachte belemmeringen beschouwd, waarbij per geval via specifiek onderzoek moet worden bepaald of een locatie wel of niet kan worden gerealiseerd. Dit geldt dus ook voor kwetsbare gebieden zoals NNN- gebieden. Het is daarom belangrijk om criteria op te stellen in welke situaties de ontwikkeling van locaties voor grote opwek in of nabij kwetsbare gebieden beoordeeld moet worden als harde belemmering. Dit kan bijvoorbeeld door toepassing van een ‘nee, tenzij-principe’, via te stellen afstandscriteria of dat locaties alleen toelaatbaar zijn ”als er geen alternatieven aanwezig zijn en er sprake is van groot openbaar belang”. Vraag om deze richting voor het planMER nu op te nemen. Hoofdstuk 3 > Paragraaf 3.6: Verhouding aanpak scenario’s en varianten verduidelijken Bij ontwikkeling van de initiatieven is onduidelijk hoe deze een basis vinden in de RES 1.0. Bijvoorbeeld De scenario's zijn geen onderdeel meer van het te doorlopen onduidelijk is hoe het 1e alternatief (50/50%) zich verhoudt tot de vier bandbreedtescenario’s. Het lijkt erop stappenplan. De verhouding wordt per alternatief onderzocht. dat hier onbedoeld vooraf een versmalling van de scope plaatsvindt, waardoor de ‘hoeken van het speelveld’ niet goed in beeld komen.

Ook blijft diffuus of de 50% kan vervallen als uit stap 1 (‘Kansen en belemmeringenkaarten’) blijkt dat deze vanuit milieu- of natuurbelangen niet realistisch is. Tevens lijkt het alsof meekoppelkansen of het energienet onbedoeld meedoen in de weging (zie ook opmerking bij 3.7). Graag verduidelijken. Hoofdstuk 3 > Paragraaf 3.7: Heldere basis in zoek- en verkenningsgebieden Complimenten om de milieu- en natuurbelangen van de gebieden uit de RES 1.0 hier expliciet te Netinfrastructuur is geen milieuaspect, de impact van een alternatief kan koppelen! Wat niet helemaal duidelijk is; hoe zuiver is nu beschreven dat de uitvoerbaarheid van wel direct impact hebben op benodigde netinfra. Alternatief dergelijke gebieden op alleen op milieu- en natuuraspecten wordt gedaan. Onduidelijk is (ook gezien netinfrastructuur zoekt naar de optimale netinpassing, maar beoordeling paragraaf 3.5 en 3.6) of andere aspecten zoals impact op het energienet worden meegewogen óf dat vindt plaats op milieuaspecten. De basis hier is wel vanuit netoogpunt. hierop alleen een analyse wordt gedaan. Dat laatste lijkt ons zuiver, immers het energienet is geen milieuof natuurbelang. In relatie tot de voorgaande paragrafen kan dit wellicht verduidelijkt moeten worden. Voorkom dat je de suggestie wekt dat er een nieuwe brede weging plaatsvindt.

Hoofdstuk 5 > Paragraaf 5.5: Niet inperken van of vooruitlopen op landelijke geluidnormen Wij snappen niet waarom geluid in het planMER ook wordt getoetst aan de geluidnormen van het Activiteitenbesluit (Lden 47 dB en Lnight 41 dB) . Terwijl deze na het arrest Nevele ter discussie staan.

Er is vanuit BPCR besloten om de 47 db contour te onderzoeken. Dit is de basis zoals die er lag. Mocht dit strenger worden, betekent het een beperking van de zoekgebieden. Wordt het minder streng, is er 'minder' aan de hand.

Er is een reële kans is dat nieuwe regelgeving van het rijk voor de toegestane geluidbelasting van windturbines zal leiden tot aanscherping op het onderdeel geluid. Maak daarom geen koppeling met de regels uit het Activiteiten-besluit die on hold zijn gezet. Pas op bij het koppelen met andere geluidsniveaus, zoals de Lden-contour van 45 dB die de Wereldgezondheidsorganisatie hanteert. Onduidelijk is namelijk waarom je dit doet, er zijn namelijk ook adviezen die uitgaan van andere (absolute of gemiddelde) geluidsniveaus. Het is belangrijk dat hier rekening mee wordt gehouden bij het bepalen van het toetsingskader voor het aspect geluid in het op te stellen planMER. Zowel inhoudelijk, als procesmatig. Daarom de suggestie om eerst af te wachten welk voorstel het Rijk zal gaan doen en kies daar dan een standpunt in. Doe het zo in één keer goed. Die ruimte is er nu ook, aangezien NP RES heeft aangeven dat juli 2023 geen harde deadline is voor RES 2.0.

Hoofdstuk 6 > Paragraaf 6.4: Eerste inzichten warmte verdienen een stevig vervolg Complimenten voor de keuze om (ondanks het hogere abstractieniveau) toch een eerste inzicht te geven Suggestie wordt meegenomen richting planMER. in de milieueffecten van warmte. Een zinvolle keuze omdat het grootste deel van de energiebehoefte in de gebouwde omgeving komt vanuit warmte. Verzoek om in deze NRD of een aanverwant (proces)document, afspraken te maken over actualisatie, aanscherping en aanvullen kan ‘leemten in Hoofdstuk 7 > Paragraaf 7.2: Samenhangende spelregels participatie benodigd

Een vroegtijdige en heldere participatie met belanghebbenden is bij grootschalige opwek van duurzame Participatieproces en omschrijving aangepast. Doorwerking op energie natuurlijk van groot belang. Hierbij is relevant dat voor het vinden en selecteren van zoekgebieden gemeentelijk niveau. Voor inhoudelijke vragen/suggesties is Dagmar en ontwikkellocaties op veelal op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau een wettelijke plicht is voor aanspreekpunt. het uitvoeren van MER-onderzoeken. Hiertoe moet de planMER bij de RES 2.0 zich goed verhouden, hiertoe met de planMER bij de RES 2.0 deze andere processen niet verstoren (zie ook opmerking bij paragraaf 1.4). Omdat er voor MER-onderzoeken meerdere wettelijk verplichte inspraak-momenten zijn, zal dit er al snel toe leiden dat er een groot aantal momenten zijn dat inwoners, bedrijven en organisaties worden uitgenodigd voor informatiebijeenkomsten en het geven van opmerkingen en suggesties via een zienswijze. Bovendien kan de Omgevingswet er nog toe leiden dat er ook inhoudelijk meer een stapeling van MER gaat plaatsvinden. Dit zal procesmatig ook leiden tot (toename van) overkill en onduidelijkheid.

Om de (wettelijk verplichte) participatie in het kader van de nu voorliggende planMER goed tot zijn recht te laten komen, denken we dat consulteren bij een concreet project, het ‘los’ organiseren van 1 of 2 informatieavonden (bij NRD en planMER) en het ‘los’ indienen bij gemeenten van zienswijzen niet goed werkt. In plaats daarvan vragen wij om in de NRD nu spelregels op te nemen die ertoe leiden, dat belanghebbenden naast de wettelijke inspraakmomenten op een eenduidige en effectieve wijze worden geïnformeerd en kunnen bijdragen aan het einddocument. Dit vraagt minimaal om te beschrijven hoe deze MER zich verhoudt tot het ruimtelijk besluit én hoe deze MER zich verhoudt tot andere MER-processen over grootschalige opwek (bijvoorbeeld provinciale windvisie).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12036673/1