CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage VII Gebiedsplan Energielandschap A73

Raad 18 april 2024, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Zonnepark Teerse Sluispolder17.196 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEBIEDSPLAN ENERGIELANDSCHAP A73 GEMEENTE HEUMEN

27 OKTOBER 2021 1

Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

PROJECT: Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen PROJECTNR: 20210245 PROJECTLEIDING: ING. S. la Grand Murb / Ir. G. van Loenen

Gemeente Heumen Kerkplein 6 6581 AC Malden heumen@heumen.nl 14 024 Rho adviseurs voor leefruimte Weena 505 (Delftse Poort) Hoofdingang Rho 36e verd. 3013 AL Rotterdam t: 010-2018555 e: info@rho.nl w: www.rho.nl

2

STATUS: DEFINITIEF 27 OKTOBER 2021 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

INHOUD

3

1. INLEIDING

4

2. DE OPGAVE

5

3. UITGANGSPUNTEN EN ANALYSES 4. GEBIEDSPROCES

6

5. VISIEBESCHRIJVING OP HOOFDLIJNEN

15

6. GEBIEDPLAN (BESCHRIJVING PLANONDERDELEN)

17

7. INPASSING VAN ZONNEVELDEN

22

8. ANDERE UITVOERINGSASPECTEN

31

BIJLAGEN PARTICIPATIEPROCES

32

Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

11

1. INLEIDING ENERGIETRANSITIE IN HET LANDSCHAP Ons landschap transformeert voortdurend, vaak geleidelijk en bijna onzichtbaar maar soms ineens revolutionair. De energietransitie vraagt veel ruimte in het landschap voor opwek van hernieuwbare energie. De afwegingen in de energietransitie zijn ruimtelijk zeer relevant, de veranderingen in het landschap zijn wezenlijk, zeker ook in relatie tot de omgeving, het gebruik en de zichtbaarheid. Deze impact vraagt om een zorgvuldige afweging waarvan de ruimtelijk inhoudelijke afwegingen in een gebiedsproces met de omgeving moeten worden gemaakt. Met de Routekaart Klimaatneutraal Heumen heeft de gemeente de ambitie vastgesteld om in 2050 klimaatneutraal te zijn. In het proces van de ontwerp ruimtelijke visie duurzame energie is verkend op welke plekken binnen het grondgebied van de gemeente het deel van de opgave dat grootschalig moet worden opgewekt het best zou kunnen landen. Dat deel is in het Koersdocument Ruimtelijke visie duurzame Energie vastgesteld op 160TJ. Deze opgave moet in eerste instantie met waterkracht en zon worden opgewekt in het gebied tussen de A73 en het Maas-Waal kanaal

4

Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

GEBIEDSPLAN De gemeente Heumen wil in 2050 energieen klimaatneutraal zijn. Om dit doel te bereiken is het noodzakelijk dat de gemeente en haar inwoners ook op grote schaal duurzame energie gaan opwekken. Om te kijken hoe in het gebied zonnevelden een plek kunnen krijgen en hoe tegelijkertijd een meerwaarde voor andere functies kan worden gecreëerd wordt een gebiedsplan opgesteld.

In dit gebiedsplan wordt uiteengezet waar (een deel van) de energie-opgave in het landschap tussen de A73 en het kanaal kan worden ontwikkeld, op welke manier dit zal moeten worden ingepast en welke spelregels daarbij gelden. In het proces van de tot totstandkoming van dit gebiedsplan heeft participatie een belangrijke rol gespeeld. Het gebiedsplan doet uitspraken over het hele gebied tussen de A73 en het kanaal (plangebied). Het zoekgebied is specifiek dat deel binnen het plangebied waar onder voorwaarden zonnevelden kunnen worden ontwikkeld. ECOLOGISCHE WAARDEN Een belangrijke opgave hierbij is het behoud en versterking van de natuurwaarden in dit gebied. Het gebied heeft bijzondere ecologische waarden met name door intensief gebruik door de das. Ontwikkelingen zullen met deze ecologische waarden nadrukkelijk rekening moeten houden en waar nodig zullen extra maatregelen moeten worden genomen om het leefgebied in stand te houden en soorten te beschermen.

2. DE OPGAVE WERKEN AAN DOELSTELLING De gemeenteraad van Heumen heeft (in september 2020) een grootschalige opwek van 160 TJ als stip op de horizon (2050) gezet. Deze opgave is de doelstelling waarbij in dit gebiedsplan tevens het laadvermogen van het landschap is onderzocht. Tot 2030 zal in het zoekgebied, tussen de A73 en het kanaal, in eerste instantie 40% van deze opgave opgewekt moeten worden. De eerste doelstelling lijkt mogelijk en er is ruimte om in de toekomst nog meer op te wekken, maar dan moet eerst wel de aansluitcapaciteit op orde zijn. Dat kan wel een paar jaar duren. Tot die tijd wordt gezocht naar andere innovatieve mogelijkheden om aansluitingen te maken (bijvoorbeeld direct naar grote verbruikers) en manieren om de energie tijdelijk op te slaan.

PROCES Op basis van de gebiedsgrootte en de potentiële ruimte lijkt de doelstelling inpasbaar. De uitwerking is in belangrijke mate vormgegeven via het gebiedsproces waarbij bewoners en inwoners nauw zijn betrokken.

De opgave is om in eerste instantie met waterkracht en zon voldoende energie op te wekken. Daarna is pas windenergie in beeld indien dit noodzakelijk is in het licht van de opgave.

In de energietransitie ligt dan ook een ontwerpende opgave, we kunnen landschap hiermee een nieuw elan en betekenis geven, een nieuwe ruimtelijke karakteristiek, met een nieuwe economische motor die andere belangrijke opgaves mee kan helpen oplossen, zoals natuurontwikkeling, klimaatadaptatie en biodiversiteit, infrastructuur en bijvoorbeeld recreatie en/of nieuwe bedrijfsmogelijkheden of verbreding.

Er wordt in dit gebied dan ook gestart met zon waarbij wordt bekeken of de 160 TJ met zon kan worden opgewekt en of dit ruimtelijk op een verantwoorde manier kan worden ingepast. 5

Wanneer er op de langere termijn blijkt dat er meer ruimte nodig is om energie op te wekken dan wordt op dat moment opnieuw integraal bekeken en afgewogen of en waar dit kan worden ingepast. De omgeving wordt hier dan uiteraard opnieuw bij betrokken.

Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

Door scenario’s uit werken en voor te leggen is inzichtelijk gemaakt welke mogelijkheden er zijn (bandbreedte van opties) en hoe dit ruimtelijk kan worden ingepast.

TENDER Om de realisatie van de energieopwekking op korte termijn te versnellen heeft de raad besloten om, naast het opstellen van het gebiedsplan, een tender uit te zetten. Deze tender is uitgezet voor de ontwikkeling van 20 ha zonnevelden in het gebied. Dit is als een apart traject gestart om de realisatie van de grootschalige duurzame energie opwek op korte termijn te versnellen. Vanuit de analyses en het gebiedsproces (participatie) is een duidelijke relatie met het gebiedsplan gebleken. Gedurende het proces is daarom een koppeling tussen het gebiedsplan en de tender gemaakt. De uitgangspunten voor ontwikkeling en inpassing van zonnevelden in het gebied zoals deze in dit gebiedsplan zijn opgenomen gelden ook voor de nadere uitwerking van de tender. Daarnaast gelden voor alle concrete initiatieven uiteraard ook de eisen vanuit de provinciale verordening en de Wet natuurbescherming.

3. UITGANGSPUNTEN EN ANALYSES OPGAVE OPWEK De opgave voor de opwek van 160 TJ (2050) en het daarvoor berekende benodigde oppervlak van ca. 40 ha aan zonneparken (op basis van huidige berekening en stand van zaken van de techniek) is geen plafondoppervlak. De toekomst is nog onzeker, de techniek ontwikkelt zich snel en ook de energie behoefteraming zal periodiek een herijking nodig hebben. Daarbij is door de gemeenteraad besloten dat in dit gebied de opgave in eerste instantie met zonneenergie zal moeten worden gerealiseerd. Echter vanuit de RES kan worden bepaald dat een bepaalde mix wenselijk is en er op termijn toch nog windenergie nodig is. Er zal dan moeten worden gekeken waar windenergie kan worden opgewekt. Dit wordt nader verkend in het proces om te komen tot de RES 2.0. De regels die worden gesteld vanuit de provinciale omgevingsverordening en de Wet natuurbescherming (Wnb) ten aanzien van compensatie en mitigatie bij ontwikkelingen in dit gebied kunnen tot gevolg hebben dat de uiteindelijke opgave van 40 ha (160 TJ) met zonnevelden in dit gebied mogelijk niet volledig kan worden gehaald.

6

Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

tender

oorspronkelijk zoekgebied

Dit geldt in het bijzonder door de aanwezigheid van de das en zijn gebruik van het agrarische gebied als migratie-, leef- en fourageergebied. Een nadere ecologische analyse aan de hand van concrete voorstellen zal moeten gaan uitwijzen of het gebied uiteindelijk in voldoende of in onvoldoende mate kan voorzien in geschikte locaties in combinatie met de extra inzet die wordt gevraagd. De geschiktheid van de locatie wordt mede bepaald door de geschiktheid voor zonnepanelen, de meerwaarde voor andere functies en de mogelijkheden voor compensatie en mitigatie in het kader van de omgevingsverordening en Wnb. In hoofdstuk 7 wordt nader op de inpassingseisen ingegaan. ZOEKGEBIED Het oorspronkelijke zoekgebied is op de kaart op pagina 6 aangegeven binnen de rode stippellijn. Ook de tender valt binnen dit gebied. Er waren al enkele delen van het plangebied vanwege natuurlijke en landschappelijke waarden buiten het oorspronkelijke zoekgebied gelaten zoals gronden die onderdeel zijn van het Gelders Natuurnetwerk en de nieuwe landgoedontwikkeling Het Hoog. De gemeenteraad heeft het zoekgebied langs de A73 verkleind door een afstand van 250 m uit het kanaal te houden waar geen zonnevelden ontwikkeld kunnen worden. 7

Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

TENDER 20 HECTARE ZON Tijdens de opstelling van het gebiedsplan is tevens een tender uitgezet voor de ontwikkeling van 20 ha zonnevelden. De uitkomst van deze tender is dat de gemeente in principe medewerking wil verlenen aan de ontwikkeling van een zonneveld in de noordkant van het zoekgebied. Gezien de gunning van de tender is deze ontwikkeling aan de een ene kant uitgangspunt voor dit gebiedsplan. Aan de andere kant gelden de voorwaarden uit dit gebiedsplan ook voor de verdere uitwerking van het tenderproject. AANSLUITEN BIJ BESTAANDE LANDSCHAPPELIJKE STRUCTUREN Een ander belangrijk uitgangspunt voor het opstellen van het gebiedsplan en uitwerking van de zonnevelden is aansluiting en versterking van de bestaande landschappelijke en ecologische structuren in het gebied. Naast ruimtelijke structuren zoals hagen, struweel en boomsingels gaat dat ook om behoud en mogelijk versterking van natuur- en landschapswaarden en biodiversiteit.

Beeld vanaf de A73

GELDERS NATUURNETWERK EN GROENE ONTWIKKELINGSZONES Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Binnen dit natuurnetwerk worden geen ontwikkelingen toegestaan dus ook geen zonnevelden. Wel zijn er mogelijk goede kansen om dit netwerk te versterken door koppelingen te maken bij nieuwe ontwikkelingen. Naast het natuurnetwerk zijn er in de provinciale verordening ook gebieden aangewezen als groene ontwikkelingszones (GO). Deze zones zijn ruimtelijk verweven en hangen functioneel samen met het Gelders Natuurnetwerk. In deze zones wordt ingezet op versterking van de samenhang tussen inliggende en aangrenzende natuurgebieden. In deze zones zijn ontwikkelingen mogelijk mits de groene en natuurlijke kwaliteiten daarmee worden versterkt en het natuurnetwerk beter wordt verbonden. Daarnaast zullen nieuwe ontwikkelingen in dit plangebied altijd worden getoetst aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Daardoor kunnen bijzondere eisen worden gesteld waarbij compensatie en/of mitigatie aan de orde zijn (zie ook hoofdstuk 7).

Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingszones (GO) 8

Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

Vanuit het natuurnetwerk is het van belang dat de koppelingen in oostwestrichting worden versterkt. Dit is met name belangrijk voor kleine zoogdieren en specifiek voor de das. Zo kunnen zelfs koppelingen worden gemaakt op de grotere schaal tussen de landschappen rond de Overasseltse Vennen ten westen van de A73 en de gebieden rond Heumensoord ten oosten van het kanaal. Een belangrijke schakel is bijvoorbeeld Landgoed Het Hoog dat aan weerszijden van het kanaal wordt ontwikkeld. Ook in noordzuidrichting liggen kansen om het natuurnetwerk te versterken. Hier liggen kansen om in samenwerking met het waterschap (delen van) de oever van de Tochtsloot aan één zijde natuurvriendelijk in te richten bij de ontwikkeling van zonnevelden. BESTAANDE (LANDSCHAPPELIJKE) STRUCTUREN Het plangebied wordt gekenmerkt door enkele duidelijke landschappelijke structuren van bestaande bomenlanen, hagen en heggen en kleine bosjes. Deze belangrijke landschappelijke onderdelen van het huidige landschap zijn het uitgangspunt en inspiratie voor ontwikkeling van het toekomstige landschap. 9

Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

Structuur van bomenlanen, hagen en heggen

ROUTES EN BEBOUWING De routestructuur in het gebied is grofmazig. Noord-zuid wordt het gebied ontsloten door de Looistraat/Burchtselaan en de Westerkanaaldijk. De Burchtselaan is alleen voor langzaamverkeer een doorgaande route via Stadbroekseweg naar de Staddijk nabij de Weezenhof. De Westerkanaaldijk is de verbinding voor autoverkeer richting Nijmegen. Wat opvalt is dat er weinig doorsteken zijn tussen de routes in het gebied, met name voor langzaam verkeer. Meerdere mogelijkheden voor bijvoorbeeld wandelrondjes ontbreken omdat er weinig verbindingen zijn tussen de Westerkanaaldijk en Looistraat/ Burchtselaan. Daarnaast is de verkeersveiligheid voor langzaam verkeer een belangrijk aandachtspunt. In het zuidelijk deel van het plangebied ligt aan de Looistraat een duidelijk cluster van meerdere boerderijen en woningen. De overige bebouwing ligt meer verspreid over het gebied. Aan de Westerkanaaldijk liggen aan de noordzijde van het plangebied nog een cluster met daarin ook een aantal recent toegevoegde woningen. In de zone tussen Burchtselaan en de A73 staat geen bebouwing.

Wegenstuctuur en langzaam verkeersroutes 10 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

4. GEBIEDSPROCES: OPBRENGST EN KEUZES MAKEN Bij de ontwikkeling van dit gebiedsplan zijn de inwoners, omgeving (ook omliggende dorpen) en stakeholders in een zorgvuldig proces intensief betrokken. In drie stappen is de omgeving meegenomen in het proces van de gebiedsplan, waarbij de inwoners van het gebied een intensievere en actievere rol hebben kunnen pakken.

1. ANALYSES EN OPHALEN In een eerste consultatieronde is uitgelegd welke uitgangspunten er liggen en wat een gebiedsplan inhoudt. Daarnaast zijn bij de inwoners, stakeholders en andere belanghebbenden de wensen, zorgen en ideeën opgehaald. De opbrengst is gebruikt als input voor verschillende scenario’s voor de uitwerking van het gebiedsplan.

Er is gewerkt met twee doelgroepen: Omwonenden/belanghebbenden en 2. SCENARIO’S EN DIALOOG daarnaast de inwoners. Een aantal Met de opgehaalde input uit de eerste Participatiemomenten Communicatiemoment inwoners heeft zich aangemeld voor consultatieronde zijn drie scenario’s de klankbordgroep. Samen met deze opgesteld die variëren in de locatie en klankbordgroep zijn telkens de drie grote de mate van clustering van zonnevelden participatiemomenten voorbereid. binnen het zoekgebied, meekoppelkansen en de inrichting van het landschap.

consultatie ronden inwoners & stakeholders

Analyses en ophalen

opstellen scenario’s

omwonenden & belanghebbenden

Scenario’s en dialoog Participatiemomenten

11 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

dialoogronden scenario’s

Met deze drie scenario’s is vanuit verschillende invalshoeken inzichtelijk gemaakt op welke manier de zonnevelden kunnen worden ingepast en wat dit kwalitatief en kwantitatief voor het gebied betekent. De drie scenario’s zijn voorgelegd aan de omwonenden en belanghebbenden waarbij zij konden aangeven wat zij goede aspecten van de scenario’s vinden en welke aspecten verbetering of meer uitwerking/aandacht behoeven in het gebiedsplan. 3. TERUGKOPPELEN Als derde stap is het concept gebiedsplan op een inloopavond gepresenteerd. De laatste relevante opmerkingen en aandachtspunten zijn meegenomen in het definitieve gebiedsplan.

terugkoppeling

concept gebiedsplan

inwoners & stakeholders

definitief gebiedsplan

Uitwerking en terugkoppeling gebiedsplan Voorbereiding met klankbordgroep

Mijlpaal

DRIE SCENARIO’S VOOR HET GEBIEDSPLAN*

SCENARIO 1

SCENARIO 2

SCENARIO 3

Scenario clustering gaat uit van een zo compact mogelijk model. Alle zonnevelden worden zo veel mogelijk bij elkaar geplaatst en het model kan gezien worden als een aansluitende uitbreiding van de tender.

Scenario spreiding gaat uit van meerdere kleinere zonnevelden (5 - 10ha) in een zo verspreid mogelijk model. Een kleinschalig landschap ontstaat met verschillende identiteiten.

Scenario infra gaat uit van een model langs de A73. Dit kan in de uitwerking één zonneveld zijn van circa 20ha of bestaan uit meerdere kleine velden.

CLUSTERING EN KOPPELING DUBBELGEBRUIK

* Zie bijlage 2 voor de volledige scenarioverkenning 12 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

SPREIDING EN KOPPELING MET RECREATIE

INFRA EN KOPPELING MET NATUUR

SAMENVATTING VOORKEUREN* SCENARIO 1

SCENARIO 2

SCENARIO 3

CLUSTERING

SPREIDING

LANGS INFRA

5

4

PLAATSING

5

14

Scenario 3 scoort op alle onderdelen het best

31

4

3

14

Goed Minder passend 53

29 16

Slecht

16

Geen mening

Recreatie lijkt de minst gewilde koppelkans

Natuur is net iets populairder dan landbouw

3

9

KOPPELKANS

RECREATIE

LANDBOUW

WATERBERGING

9

31

29 8

12

44

19

18

16

VAN BUITENAF INGEPAST

6 3 45

* Zie bijlage 2 voor het volledige verslag van de sessie met Maptionnaire 13 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

7 4

6

4 7

LANGS DE BURCHTSELAAN

RANDBEPLANTING

9

LANDSCHAPPELIJKE INPASSING Alle vormen van landschappelijke inpassing worden heel goed gewaardeerd

4

4

21

7

7

NATUUR

7

46

51

BOUWSTENEN VOOR HET GEBIEDSPLAN Uit de scenarioverkenning met de omwonenden en stakeholders zijn enkele duidelijke voorkeuren naar voren gekomen die houvast boden voor de uitwerking van het gebiedsplan. PLAATSING EN ZONERING Over het algemeen is er een duidelijke voorkeur voor de plaatsing langs infrastructuur. In feite is dit plaatsing in de zone langs de A73 tot aan de Burchtselaan. Daarnaast wordt aangegeven dat de clustering van de zonnevelden ook als goede optie wordt gezien. Dit betekent een aansluiting bij de reeds gegunde tender voor zonnepanelen. Het zuidelijk deel van het oorspronkelijke zoekgebied wordt niet geschikt geacht voor de plaatsing van zonnepanelen, mede door de daar verspreid liggende bebouwing. Daarnaast is gekeken naar een logische begrenzing. Het zoekgebied is daarom verkleind naar een gebied van ca. 96 ha.

14 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

KOPPELKANSEN Er worden vooral koppelkansen gezien met functies als landbouw, natuur en waterberging (piekopvang). Daarnaast kunnen recreatieve initiatieven worden ingepast of routes versterkt. Hierbij is wel aangegeven dat dit geen grootschalige recreatieve activiteiten mogen zijn die een duidelijke druk leggen op het gebied door verkeersaantrekkende werking etc. Lokale initiatieven moeten wel kunnen worden ingepast. Denk daarbij aan nevenfuncties of een functieaanpassing op bestaande bedrijven of percelen. Hierbij mag de druk op het landschap niet onevenredig toenemen. LANDSCHAPPELIJKE INPASSING EN ZICHT Ten aanzien van het zicht op de panelen en de landschappelijke inpassing van zonnevelden is aangegeven dat dit ten alle tijden belangrijk is. Vooral vanaf de Burchtselaan zullen de panelen uit het zicht moeten worden aangelegd door deze landschappelijk in te passen. Vanuit het gebied is de specifiek wens geuit om te zorgen dat panelen niet zichtbaar zijn vanuit de woningen binnen het plangebied.

Daarnaast is aangegeven dat randbeplanting die aansluit op de structuren in de omgeving van belang is om het zicht op de panelen vanuit andere plekken te minimaliseren. Overigens is aangegeven dat wanneer de velden vanaf de A73 wel worden gezien, hier minder weerstand tegen is. OVERIGE AANDACHTSPUNTEN Versterking groene structuren Het behoud en versterking van de bestaande groenstructuren in het gebied is een pré. Dit betekent ook dat bestaand groen wordt aangevuld. Bij ontwikkelingen kunnen hier kansen worden verzilverd. Meer natuur Meer ruimte voor natuur in het gebied wordt door een groot deel van de mensen als een positieve ontwikkeling gezien. Daarbij zijn vooral de juiste verbindingen belangrijk. Waterberging Ook meer ruimte voor waterberging in het landschap wordt als positief beoordeeld.

5. VISIEBESCHRIJVING OP HOOFDLIJNEN DRAGENDE STRUCTUREN Vanuit de algemene uitgangspunten en de voorkeuren die vanuit het participatieproces naar voren zijn gekomen worden de dragende structuren vastgelegd. Deze structuren vormen samen het raamwerk waarbinnen het gebiedsplan kan worden ontwikkeld. Het zoekgebied is verkleind en bedraagt 96 ha. Binnen dit gebied is (onder voorwaarden) plaats voor de ontwikkeling van zonnevelden. WEGEN EN ROUTES De bestaande wegen vormen de belangrijke hoofdstructuur binnen het gebied. Nieuwe wegen met doorgaand karakter zijn niet nodig. Goede verbindingen voor fietsers en voetgangers kunnen het netwerk versterken. De verkeersveiligheid van bestaande routes is hierbij wel een aandachtspunt. GROENE ONTWIKKELINGSZONES EN GELDERS NATUURNETWERK Enkele groene ontwikkelingszones zijn opgenomen in het zoekgebied. In deze zones is extra inspanning nodig om bij ontwikkelingen natuurwaarden te versterken dan wel toe te voegen: denk hierbij aan verbindingzones binnen het natuurnetwerk (met name oost-west) en/of bijzondere biotopen. 15 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

96 HA

HOOFDWATERGANGEN Het Waterschap Rivierenland heeft de wens geuit om de Tochtsloot natuurvriendelijk in te richten (aan één zijde). Hier liggen kansen om het natuurnetwerk in noord-zuidrichting te versterken. Deze sloot is voor een groot deel binnen het plangebied gekoppeld aan de Burchtselaan. Verbreding van de natuurlijke zone bij de ontwikkeling van zonnevelden zet de ruimtelijke structuur in het gebied aan, zorgt voor extra natuurwaarden en kan worden ingezet om zonnevelden vanaf deze lijn landschappelijk in te passen. HAGEN, HEGGEN, BOMENLANEN EN BOSJES De bestaande groenstructuren zijn de basis voor ontwikkeling. Bij de aanleg van zonnevelden worden deze groenstructuren aangevuld en versterkt. (BOEREN)ERVEN Een aantal erven ligt in de rand van het zoekgebied. Bij de ontwikkeling van zonnevelden zal zorgvuldig moeten worden omgegaan met de landschappelijke inpassing rondom deze erven. Dit in goed overleg met de eigenaren. Erven kunnen bijvoorbeeld onderdeel worden van de inpassing (zie ook bijlage 4). Daarnaast kunnen extra mogelijkheden worden geboden om nieuwe functies toe te staan en (neven)activiteiten te ontplooien die bijdragen aan de kwaliteit en toekomst van het gebied. 16 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

6. GEBIEDSPLAN (BESCHRIJVING PLANONDERDELEN) HET ZOEKGEBIED

Het zoekgebied heeft een oppervlakte van 96 ha. Binnen dit gebied is ontwikkeling van zonnevelden onder voorwaarden mogelijk. Een deel van het zoekgebied zal ingezet worden voor landschappelijke inpassing en gekoppelde ontwikkelingen zoals natuur, biodiversiteit en landschap, ruimte voor waterberging en versterking van recreatieve mogelijkheden in het gebied.

LANDSCHAP EN INPASSING

Voor de landschappelijke inpassing wordt vooral in gezet op kwaliteit aan de binnenkant van het gebied. Dit betekent extra inspanning bij aanleg van zonnevelden langs de Burchtselaan en haaks daarop langs de zijkanten van de velden. Hiermee worden de nodige natuurlijke en landschappelijke verbindingen in het gebied gemaakt.

principedoorsnede Burchtselaan met een ontwikkeling langs de snelweg A73

17 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

ZONE LANGS BURCHTSELAAN Langs de Burchtselaan wordt een groene zone van minimaal 25 m tussen de slootkant en een zonneveld ontwikkeld. Dit geldt voor beide zijden van de deze laan bij de ontwikkeling van zonnevelden. In deze groene zone is ruimte voor landschappelijke inpassing langs nieuwe zonnevelden en een landschappelijke strook met ruimte voor natuur, waterberging en extensief recreatief medegebruik. De rand langs de zonnevelden (ca. 10 m) wordt ontwikkeld met opgaand groen met ondergroei. Deze opgaande rand wordt het decor vanaf de Burchtselaan. Tussen Burchtselaan en de nieuwe groene rand is ruimte voor natuurlijk bloemrijk grasland met daarin laagtes voor tijdelijke waterberging. VERVOLMAKEN LAANSTRUCTUUR De bestaande laanbomen kunnen langs de westzijde van de Burchtselaan worden aangevuld daar waar nu op enkele plekken “gaten” in de laanstructuur aanwezig zijn. Bijvoorbeeld het deel tussen Blankenbergseweg en de aansluiting met de Westerkanaaldijk.

VERSTERKING NATUURLIJKE OOSTWESTVERBIDINGEN Langs de zijkanten van zonnevelden die grenzen aan bestaande agrarische gronden worden ook zones van 10 m ingericht. Met streekeigen opgaande beplanting van minimaal 3 m hoog en 5 m breed worden de randen ingepast en de doorzichten vanuit Burchtselaan naar de zonnevelden op een natuurlijke manier afgeschermd. Hekwerken worden altijd aan de binnenzijde langs het veld geplaatst. De opgaande beplanting maakt landschappelijke oost-westverbindingen. Wanneer er wordt ontwikkeld binnen een groene ontwikkelingszone geldt dat aan minimaal 1 zijde een natuurlijke-landschappelijke oostwestverbinding wordt gemaakt van minimaal 25 m breed met ruimte voor beplanting, poelen en versterking van de struweelstructuur. Bij de inrichting van deze zone wordt een ecoloog geconsulteerd om de optimale inrichting te bepalen. BELEVING ENERGIELANDSCHAP A73 De zonnevelden mogen vanaf A73 worden gezien. Door de groene inpassing aan de zijkanten van de velden langs agrarische gronden ontstaat een beeld van opgedeelde eenheden geflankeerd door groene randen. De automobilist heeft hierdoor steeds korte doorzichten op zonnevelden en open agrarische gronden. 18 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

Versterking ecologische structuren

MEEKOPPELEN RECREATIE Binnen de visie zijn er enkele mooie kansen om het gebied aantrekkelijker te maken voor recreatieve activiteiten zonder dat er een hoge druk op het landschap wordt gelegd. BIJZONDERE RUSTPUNTEN

Langs de Burchtselaan kunnen drie rustpunten langs deze route bijdragen aan de verblijfskwaliteit. Deze punten kunnen de bijzondere plekken benadrukken op plekken waar routes samenkomen en verschillende verhalen uit het gebied vertellen. Zo kunnen er rustpunten worden aangelegd, elke met een eigen lokaal thema. Aan de heuvel waar gerefereerd kan worden aan het voormalige bouwwerk de Motteburcht (cultuurhistorie). Bij de entree van het gebied is aanleiding om bij het nieuwe zonneveld een bijzonder rustpunt te ontwikkelen met het thema energie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de mogelijkheid om de fiets op te laden met zonnenergie. Centraal in het gebied kan een rustpunt de locatie van het landgoed benadrukken en hier het verhaal vertellen van de lokale natuur- en landschapswaarden (bijvoorbeeld de das). 19 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

Naast het maken van rustpunten kunnen de oost-westverbindingen worden verfijnd waardoor het gebied doorkruisbaar wordt. Er kunnen enkele oost-westverbindingen worden gemaakt die samen verschillende dorpsrondjes maken en aansluiten op de rustpunten.

NIEUWE DORPSRONDJES

Deze nieuwe routes zijn informele paden die direct kunnen worden aangelegd bij de ontwikkeling van zonnevelden (of via een gebiedsfonds) en het landgoed. Andere mogelijkheden zijn doorsteken over akkerranden of langs bosperceeltjes. LOKALE (RECREATIEVE) INITIATIEVEN

(Boeren)bedrijven in het gebied aan de Westerkanaaldijk, Burchtselaan, maar ook de Looistraat hebben perspectief nodig. Daarom wordt de mogelijkheid gegeven om voor een functieverandering te kiezen wanneer zij bijvoorbeeld gronden ter beschikking stellen voor zonne-energie of anderszins kans zien het gebied functioneel te versterken. De voorwaarde hierbij is dat de druk op het gebied daarbij niet onevenredig toeneemt en de nieuwe functie een kwalitatieve aanvulling is voor het gebied. Denk bijvoorbeeld aan Bed & Breakfast, kamperen bij de boer, zorgboerderij, bijzondere locale horeca-onderneming of toeristisch overstappunt. Dit vraagt dan ook om een maatwerk oplossing wanneer een initiatief tot functieverandering of bedrijfsverbreding wordt kenbaar gemaakt.

Heumensoord

Hatertse en Overasseltse Vennen

VISIEKAART GEBIEDSPLAN 20 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

Opgaande groene rand: geen zicht op de zonnevelden vanuit woningen Rustpunt thema energie

Indicatieve 100 meter cirkel. Extra (inpassings)maatregelen nodig

Landgoed het Hoog

25 meter buffer zone. Ruimte voor opgaand groen, wateropvang en bloemrijkgrasland en extensief recreatief medegebruik. Rustpunt Landgoed het Hoog

Hardlooprondjes op verschillende afstanden faciliteren door extra oost west verbindingen

verbeteren oversteekbaarheid A73 voor kleine zoogdieren

Zichtbare-as. Vanaf de A73 mag het zonneveld zichtbaar zijn.

Laanstructuur afronden Rustpunt Motteburcht

Natuurvriendelijke oever langs de Tochtsloot

VISIEKAART GEBIEDSPLAN 21 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

DE 7. VISIE INPASSING VAN ZONNEVELDEN Om de doelstelling van de gemeente van 160TJ tot 2050 te realiseren, kan binnen het resterend zoekgebied gezocht worden naar de inpassing van nog maximaal 20 ha zonnevelden (er van uit gaande dat de tender van 20 ha gerealiseerd wordt). De landschappelijke inpassing langs Burchtselaan en de 25 m stroken langs de groene ontwikkelingszones zijn buiten het te ontwikkelen gebied met zonnevelden gehouden maar zijn uiteraard wel onderdeel van de ontwikkeling. De landschappelijke inpassing van de overige randen zal nog wel binnen het oppervlak van het initiatief moeten plaatsvinden. ZICHT EN INPASSING

Overal waar vanuit woningen binnen het plangebied zicht is op de zonnevelden worden de velden in beginsel met voldoende hoge en dichte beplanting aan het zicht vanuit de woningen en bijbehorende tuinen onttrokken.

Kaart: resterend zoekgebied (oranje delen) 22 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

Provinciale verordening en Wet natuurbescherming Een uitwerking zal moeten voldoen aan de eisen vanuit de omgevingsverordening van de provincie (onder meer beschermingsregime van de groene ontwikkelingszone) en de Wet natuurbescherming (Wnb) ten aanzien van inrichting en compensatie (zie ook pagina 26/27). Het voldoen aan de regels van de provincie en dus ook het voorzien in de benodigde compensatie is een verplichting van de initiatiefnemer. De gemeente is bevoegd gezag voor het vaststellen van een bestemmingsplan en voor de verlening van een omgevingsvergunning, maar zal die alleen verlenen wanneer er een akkoord vanuit de provincie wordt gegeven. De provincie toetst daarbij het ruimtelijk beleid aan de omgevingsverordening. Daarnaast is de provincie bevoegd gezag voor het verlenen van de Wnb Ontheffing. Dit betekent dat er afhankelijk van de locatie van een zonneveld er rekening moet worden gehouden met één of twee toetsingsregiems door de provincie: altijd met de Wet natuurbescherming en mogelijk ook met de provinciale verordening wanneer wordt ontwikkeld binnen groene ontwikkelingszones.

23 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

Het plangebied maakt deel uit van het gebied Groot Nijmegen. Hierbinnen is het plangebied (Teerse Sluispolder) aangewezen als ecologische verbinding. Bij de uitwerking van de ontwikkeling van zonnevelden in dit gebied zal een plan moeten voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld vanuit de provinciale verordening, maar ook vanuit de Wet natuurbescherming. Vanuit de verordening worden regels gesteld aan de ontwikkeling binnen groene ontwikkelingszones. PROVINCIALE VERORDENING

Ontwikkeling binnen de groene ontwikkelingszone

De Groene ontwikkelingszone bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan bos of natuur die (deels) in het Gelders natuurnetwerk (GNN) liggen. Het gaat in dit gebied vooral om landbouwgrond. De Groene ontwikkelingszone heeft een dubbele doelstelling. Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een versterking van de samenhang tussen natuurgebieden naast en in deze zone. Dit houdt in dat elke ontwikkeling die hier plaatsvindt moet bijdragen aan de versterking

van de kwaliteiten. Bovendien is vastgelegd dat de samenhang niet verloren mag gaan. Daarbij worden in ieder geval de volgende regels gesteld: 1. De provincie hanteert als regel dat 50% van de oppervlakte zonneparken in groene ontwikkelingsgebieden bestaat uit natuur- en landschapselementen die expliciet bijdragen aan de kernkwaliteiten van het gebied. Dat zijn dus elementen aanvullend op het minimaal noodzakelijke voor het zonneveld zelf. Onder het zonneveld zelf valt de door zonnepanelen bedekte oppervlakte, de tussenruimte tussen de rijen zonnepanelen die nodig is voor een goede energie-opbrengst, en de minimaal nodige onderhoudspaden, ontsluiting en eventuele bebouwing. Alleen bij het realiseren van bijzonder hoge kwaliteit kan van de 50% worden afgeweken. In dit gebied gaat het dan om de ontwikkeling van de ecologische verbindingszone Teerse Sluispolder met singels en hagen, bosjes, graslanden en andere elementen van het agrarisch cultuurlandschap. Op gebiedsplan- niveau kunnen ook in andere andere groene ontwikkelingszones, die onderdeel zijn van dezelfde ecologische verbindingszone, de kernkwaliteiten worden versterkt.

2. De natuurelementen moeten planologisch worden geborgd met een inrichtingsplan en een beheerplan als kwalitatieve verplichting in het bestemmingsplan. De natuurelementen zijn daarbij bij voorkeur permanent, ondanks tijdelijkheid van zonneveld (ca. 20 jaar). SOORTENBESCHERMING WET NATUURBESCHERMING

De provincie beoordeelt een ontheffingsaanvraag. Hier zal voor de das een ontheffingsaanvraag moeten worden ingediend per ruimtelijk project, waarbij ook eventuele mitigatie van leefgebied wordt meegenomen. Het is binnen dit gebiedsplan nog niet mogelijk om de nodige mitigatie al gedetailleerd aan te geven omdat er nog sprake is van een zoekgebied, waarbinnen marktpartijen een initiatief kunnen aandragen. De benodigde mitigatie hangt af van de exacte locatie van een initiatief. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen primaire en secundaire fourageergebieden. Dit betekent dat verlies aan grasland/ bouwland door een zonneveld binnen en buiten groene ontwikkelingszones zal moeten worden gemitigeerd (binnen of buiten GO). Als vuistregel geldt: verlies aan primair fourageergebied (grasland) moet worden gemitigeerd met 120 % aan grasland. Secundair fourageergebied (bijvoorbeeld 24 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

mais): mitigatie 50% van verlies aan oppervlak. Deze hectares moeten dan worden teruggebracht met grasland. De benodigde mitigatie en/of compensatiemaatrgelen dienen nadrukkelijk onderdeel te zijn van het initiatief. Zie ook: https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-003Kennisdocument-Das-1.0.pdf

Natuurlijke verbindingen

Het aanleggen van de natuurlijke verbindingen in groene ontwikkelingszones zal versnippering van de natuur tegengaan. De verbindingen fungeren als trekroutes en (tijdelijk) leef- en voortplantingsgebied. Ze zijn essentieel voor het behoud van een rijke natuur. De zones bestaan allemaal uit een of meerdere elementen; corridors en/of stapstenen. Corridors zijn langgerekte verbindende groen oost-westlinten. Stapstenen zijn kleine vlakvormige landschapselementen die fungeren als het ware als kleine leefgebieden binnen de verbindingszone.

Natuurbeheerplan

Bij de ontwikkeling van een zonneveld is een natuurbeheerplan verreist waarin maatregelen worden opgenomen om te zorgen dat de bodemkwaliteit en ecologische kwaliteit niet zullen afnemen. Dit plan wordt opgesteld door de initiatiefnemer en gaat in ieder geval in op: • de toe te passen inheemse beplanting in de randen; • de toe te passen inheemse beplanting onder de panelen; • waterhuishouding; • beheer en onderhoud; • monitoring van de bodemkwaliteit en biodiversiteit. Voor wat betreft de omgang met de inpassing aan de randen zijn er vier soorten inpassingsprincipes voor de zonnevelden te onderscheiden (zie volgende pagina’s). Dit op basis van de ligging ten oosten of ten westen van de Burchtselaan en binnen of buiten groene ontwikkelingszones. De Wet natuurbescherming is in alle gevallen van toepassing is. Bij de twee inpassingsprincipes in de groene ontwikkelingszone moet tevens rekening worden gehouden met de regels van de provinciale Omgevingsverordening.

INPASSINGSPRINCIPES

ONTWIKKELING TEN WESTEN VAN DE BURCHTSELAAN BUITEN GROENE ONTWIKKELINGSZONE

ONTWIKKELING TEN WESTEN VAN DE BURCHTSELAAN BINNEN GROENE ONTWIKKELINGSZONE

De zonnevelden worden aan de zijde van de Burchtselaan ingepast met 15 m landschapszone en 10 m opgaand groen.

De zonnevelden worden aan de zijde van de Burchtselaan ingepast met 15 m landschapszone en 10 m opgaand groen.

Aan de zijkanten van de velden wordt ook een zone van 10 m ingepast met struweel of hoge natuurlijke hagen. De zijde langs de A73 kan open blijven.

Bij ontwikkeling binnen een groene ontwikkelingszone wordt 1 zijde voorzien van een natuurstrook van minimaal 25 m breed die de koppeling maakt richting de Burchtselaan en de Tochtsloot. De andere zijde heeft een zone van 10 m met struweel of hoge hagen. De zijde langs de A73 kan open blijven.

Binnen een zone van 250 m van woonbebouwing wordt in overleg met de eigenaar/bewoners de inpassing nader vormgegeven (zie ook bijlage 4).

Binnen een zone van 250 m van woonbebouwing wordt in overleg met de eigenaar/bewoners de inpassing nader vormgegeven (zie ook bijlage 4). 25 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

ONTWIKKELING TEN OOSTEN VAN DE BURCHTSELAAN BUITEN GROENONTWIKKELZONE De zonnevelden worden aan de zijde van de Burchtselaan ingepast met 15 m landschapszone en 10 m opgaand groen. Aan overig zijden van de velden worden een zone van 10 m ingepast met struweel of hoge hagen. Binnen een zone van 250 m van woonbebouwing wordt in overleg met de eigenaar/bewoners de inpassing nader vormgegeven (zie ook bijlage 4).

26 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

ONTWIKKELING TEN OOSTEN VAN DE BURCHTSELAAN BINNEN GROENONTWIKKELZONE De zonnevelden worden aan de zijde van de Burchtselaan ingepast met 15 m landschapszone en 10 m opgaand groen. Bij ontwikkeling binnen een groene ontwikkelingszone wordt 1 zijde voorzien van een natuurstrook van minimaal 25 m breed die de koppeling maakt richting de Burchtselaan en de Tochtsloot. Aan overig zijden van de velden worden een zone van 10 m ingepast met struweel of hoge hagen. Binnen een zone van 250 m van woonbebouwing wordt in overleg met de eigenaar/bewoners de inpassing nader vormgegeven (zie ook bijlage 4).

Landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing zorgt er voor dat een zonneveld geheel of grotendeels aan het zicht wordt onttrokken. De landschappelijke inpassing is ook gericht op het versterken en uitbreiden van de huidige groenstructuren. Hiermee wordt de ruimtelijke impact van het zonnepark beperkt en de ecologische waarden bevorderd. De struweelsoorten die gebruikt worden zijn inheems en hebben voldoende structuur om een schuilplaats te bieden aan kleine zoogdieren en vogels. De struweelbeplanting heeft een breedte van 5 - 10 meter en bestaat uit meerdere soorten beplanting. Door soorten te combineren is er in het voorjaar en zomer een rijke bloei met een grote, gevarieerder rijkdom aan insecten en daarmee voldoende voedselaanbod voor vogels. In de nazomer en herfst is er een goot aanbod aan bessen. Uiteraard bestaat de beplanting uit inheemse soorten, die passen bij de locatie. Voorbeelden van inheemse soorten zijn: • Meidoorn (Crataegus monogyna) • Hazelaar ( Corylys avelana) • Veldesdoorn (Acer compestre) • Lijsterbes (Sorbus aucuparia) • Gelderse roos (Viburnum opulus) 27 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

• • • •

Berken Beuken Zomereiken Els

Voor de landschappelijke inpassing van een zonnepark kunnen verschillende basiselementen gebruikt worden: • bomenrij; • houtsingel; • struweel. Naast het versterken en verbeteren van het landschap, wordt de biodiversiteit ook versterkt door het aanbrengen van beplanting. Verschillende vogels en insecten zullen zich vestigen in en rondom het zonneveld. Zo kan bloemrijkgrasland een veilige schuilplek voor vogels zijn, de bloemen voorzien vlinders en bijen van voedsel. Voor het leefgebied van de das gelden specifieke eisen ten aanzien van fourageergebieden die vooral bestaan uit grasland en bouwland.

Daarnaast geldt voor de ontwikkeling van de zonnevelden zelf een aantal basisprincipes voor aspecten zoals: - opstelling; - hoogte; - hekwerken en verlichting; - technische installaties.

Gelderse roos

Houtsingel

Bomenrij

Eenstijlige meidoorn als struweel

Grasland met ecologische waarde

Geschoren haag

28 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

Overige inpassingseisen OPSTELLING Er zijn verschillende opstellingen mogelijk. Daarbij zijn met name drie aspecten van belang bij de opstelling van de panelen: • oriëntatie panelen: • hoogte van de panelen: vooral in relatie tot de openheid en zichtbaarheid ruimtelijk belangrijk; • dichtheid van de panelen: in verband met de licht- en regeninval van belang voor de biologische bodemkwaliteit en de mogelijkheden voor ecologisch dubbelgebruik. We gaan in dit gebied in principe uit van een eenduidige zuid-oriëntatie met voldoende tussenruimte. Dit is van belang voor de bodemkwaliteit en biodiversiteit (lichtval op de bodem). Een en ander moet worden uitgewerkt en verantwoord in het inrichtingsplan van het zonnepark en het bijbehorende natuurbeheerplan. HOOGTE Om de zichtbaarheid van de panelen bij landschappelijke inpassing te minimaliseren mogen panelen niet hoger zijn dan 2,5 m, gemeten vanaf maaiveld.

29 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

HEKWERKEN Rond een zonneveld is vaak een hekwerk nodig ten behoeve van de beveiliging van de panelen. De hekwerken worden aan de binnenzijde van de landschappelijke inpassing geplaatst waardoor ze uit het zicht staan. De hekwerken zijn maximaal 2 m hoog, gemeten vanaf maaiveld. Het hekwerk zal op voldoende plekken aan de onderzijde een lage opening moeten hebben om kleine zoogdieren het gebied te laten doorkruisen. Het hekwerk dient zo transparant als mogelijk te worden uitgevoerd. Goede opties zijn een groene afrastering of houten palen met lichtmetalen gaaswerk. Het hekwerk (en eventuele camera’s) dient onderdeel te zijn van het integrale ontwerp van het zonnepark.

TECHNISCHE INSTALLATIES Naast de panelen dienen ook de overige benodigde voorzieningen meegenomen te worden in het ontwerp van het veld. Het gaat daarbij om de omvormers, transformatoren en schakelstations. We gaan ervan uit dat niet meer bebouwing wordt opgericht dan strikt nodig is. Technische installaties zijn dus onderdeel van het totaalontwerp en hebben een hoogte van maximaal 4,0 m. VERLICHTING Het zonnepark zal - eventueel met uitzondering van de toegangspoorten die voor regulier onderhoud van het zonnepark gebruik worden - ‘s nachts niet verlicht worden teneinde lichtvervuiling te voorkomen. Dit is ook goed voor de biodiversiteit in het park.

IMPRESSIE ZICHT OVER DE BURCHTSELAAN

IMPRESSIE ZICHT VANAF A73 30 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

IMPRESSIE ZICHT VANAF DE BURCHTSELAAN RICHTING A73

8. OVERIGE UITVOERINGSASPECTEN REALISATIE NATUUR, RECREATIE, WATEROPGAVE EN MEER De ontwikkeling van natuurwaarden, waterberging en recreatieve verbindingen of plekken hoeft niet op dezelfde locatie als die van het zonneveld te worden ontwikkeld maar kan ook elders in het gebied en misschien op gronden van andere eigenaren. Voor de eventueel noodzakelijke aanvullende financiering kunnen middelen vanuit het gebiedsfonds ingezet worden. GEBIEDSFONDS Bij de realisatie van zonnevelden is het gebruikelijk dat de eigenaren/exploitanten van het project een (jaarlijkse) financiële bijdrage storten in een gebiedsfonds. Ook voor projecten in dit gebied gaat dat gelden en de gemeente zal in de af te sluiten anterieure overeenkomsten met partijen de afdracht aan een gebiedsfonds opnemen. De middelen van het gebiedsfonds zullen ingezet moeten te worden voor ontwikkelingen/projecten die een algemeen maatschappelijk belang dienen. De middelen uit een zonneveld die in het gebiedsfonds vloeien, zullen worden beheerd door een volledig zelfstandige entiteit. Het bestuur van de entiteit (stichting/vereniging) bestaat bij voorkeur uit een afvaardiging van de inwoners uit de gemeente.

31 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen

De gemeente zal in samenspraak met de burgers de tot standkoming van een gebiedsfonds faciliteren, maar zal in het beheer ervan geen directe rol spelen. EIGENAARSSCHAP Om er voor te zorgen dat (een deel van) de baten van zonnevelden ook ten goede komen aan de lokale bewoners en andere lokale partijen, wordt ingezet op maximaal eigendom van de projecten op lokaal niveau. De gemeente (mede ingegeven door het beleid op Rijksniveau) wil dat minimaal 50% van een zonneveld in eigendom komt van lokale partijen. Dat kan via een energie coöperatie, maar is ook op andere manieren vorm te geven. Door uit te gaan van minimaal 50% lokaal eigendom wordt bewerkstelligd dat een belangrijk deel van de opbrengsten ten goede komen aan de omgeving. UITVOERING EN ROL GEMEENTE In dit gebiedsplan zijn de kaders neergelegd waarbinnen door eigenaren/marktpartijen ontwikkeld kan worden. Initiatiefnemers kunnen zich melden met hun idee of voorstel. Met initiatiefnemers wordt dan als eerste een gesprek opgestart.

In deze fase van een initiatief zal ook de dialoog met de (directe) omgeving plaatshebben. De gemeente Heumen zal zelf geen zonnevelden op haar eigen gronden realiseren. Zij heeft een rol als eigenaar van de grond, net zoals overige eigenaren in het gebied. Wel kunnen initiatieven worden ingediend waarbij grond van de gemeente kan worden ingezet. Afhankelijk van het initiatief, de haalbaarheid er van en de status van de gronden kan de gemeente besluiten hier wel of geen medewerking aan te verlenen. Voor het overige is de rol van de gemeente vooral faciliterend ten aanzien van planvorming en vergunningverlening. Bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning zullen de vereiste onderzoeken voor het specifieke project moeten worden uitgevoerd. HET GEBIEDSPLAN IS ALTIJD AF! In principe is het gebiedsplan altijd af. Elk initiatief zal binnen de kaders van dit beleidsplan moeten worden ontwikkeld. Ook bij één of twee zonnevelden zien we verbeteringen in het landschap en nieuwe recreatieve of natuurlijke kwaliteiten.

BIJLAGEN BIJLAGE 1 VERSLAG EERSTE BREDE PARTICIPATIEBIJEENKOMST 31 MAART 2021 BIJLAGE 2 VERSLAG TWEEDE BREDE PARTICIPATIEBIJEENKOMST SCENARIOVERKENNINGEN 14 JULI 2021 BIJLAGE 3 INGEKOMEN REACTIES DERDE PARTICIPATIEBIJEENKOMST CONCEPT GEBIEDSPLAN (4 OKTOBER 2021) BIJLAGE 4 BIJLAGE 4 PARTICIPATIE BIJ ONTWIKKELING

32 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen 32

DE BIJLAGE VISIE 1 VERSLAG EERSTE BREDE PARTICIPATIEBIJEENKOMST 31 MAART 2021

10 mei 2021 20210245_0002slg Stefan la Grand Aanwezigen sessie

Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen Gemeente Heumen Heleen Tiessen en Lex Arkesteijn (gemeente Heumen) Guido van Loenen en Stefan la Grand (Rho adviseurs) - Presentatie - Resultaten Mentimeter

Dit verslag van de eerste sessie brede participatie is opgesteld aan de hand van de presentaties, de gestelde vragen in de chat, de uitkomsten van de Mentimeter en de ingekomen ingevulde vragenformulieren. Er zijn in het totaal meer dan 30 formulieren retour gekomen.

De avond start met een welkomstwoord en een korte introductie van de bijeenkomst door de gemeente. Het projectteam van de gemeente Heumen en Rho adviseurs wordt kort voorgesteld. In een kort filmpje wordt wethouder Rene Waas geïnterviewd als aftrap van deze brede participatiesessie. Daarna wordt het programma van de avond uiteengezet.

Gebiedsplan

In een korte presentatie wordt uiteengezet welke uitgangspunten er liggen en wat een gebiedsplan inhoudt. De presentatie is als bijlage toegevoegd. Vragen over de uitgangspunten van de gebiedsvisie  Wat komt er in het gebiedsplan? Het gebiedsplan geeft aan op welke wijze een energielandschap kan worden ontwikkeld waarbij de duurzame energie opgave in het gebied kan landen en tegelijkertijd bijgedragen wordt aan een meerwaarde voor andere functies in het gebied.  Wordt de hele opgave beperkt tot gebied A? Hoe zit het met de andere gebieden B en C? Moet het niet om het hele plaatje gaan om een goede visie en mening te ontwikkelen? o Het uitgangspunt is dat de opgave wordt ingepast in gebied A. Wanneer blijkt dat de opgave niet op een goede manier ingepast kan worden zal pas eventueel worden gekeken naar de andere gebieden. Dit betekent dat we starten in dit gebied A. Mocht dit niet lukken dan kijken we dus daarna pas ook naar andere gebieden waarbij ook weer in eerste instantie op zon wordt ingezet.  Is dat rekensommetje al gemaakt? Hoeveel hectare is nodig? o Ja. Ca. 80 ha aan zonnevelden lijkt op dit moment nodig.  Het lijkt me dat het raadsbesluit van 30 jan 2020 het kader moet zijn. o Het raadsbesluit van 30 januari en het raadsbesluit van 24 september vormen samen het vertrekpunt voor de gebiedsvisie.

 Waarom gaat de gemeente uit van een productie van 160 Tj terwijl 85 Tj nodig is om de gehele huidige gemeente van energie te voorzien zonder dat er rekening wordt gehouden met de huidige plaatsing van zonnepanelen?

In de berekening van de opgave is meer dan alleen het huidig verbruik van de Heumense huishoudens meegenomen. Er is onder meer ook er rekening gehouden met extra elektriciteitsvraag door de ontwikkeling in elektrisch rijden en gasloos verwarmen. De 160TJ is een stip op de horizon. Er zal gedurende het proces in de komende jaren steeds worden bekeken wat er gerealiseerd is, wat is de opgave nog is en welke innovaties er zijn om te zien of de opgave moet worden bijgesteld. Dit cijfer is daarmee niet zo hard als het nu lijkt. Zijn er concrete voorbeelden van een aantrekkelijke inpassing van panelen in het landschap? o In de presentatie hebben wij verschillende vormen van inpassing laten zien. Deze presentatie is als bijlage bijgevoegd. Daarnaast zijn nog veel verschillende vormen denkbaar, mede afhankelijk in wat voor landschap er wordt ontwikkeld. Het oppervlak van het gebied is 144 en er is 80 ha nodig voor de energieopdracht. Dat zou dus 55 procent van het gebied zijn? o Deze constatering klopt. Welke kavels/weilanden komen het eerst in aanmerking voor de ontwikkeling? o Dat is nog niet bepaald. In het gebiedsplan wordt uiteindelijk aangegeven op welke plekken er kan worden ontwikkeld. Daarnaast is er een tender uitgezet. Verderop in dit verslag wordt specifiek op de tender ingegaan.

En de inzet van waterenergie? o Dit is door de raad als onderdeel van de mogelijkheden aangegeven. Waterkracht zal binnen de gehele opgave maar een klein aandeel kunnen vormen. De mogelijkheden daartoe worden op dit moment onderzocht (mogelijke ontwikkeling van een waterkrachtcentrale bij Grave). Echter in dit gebied worden geen mogelijkheden gezien voor energie uit waterkracht en daarom wordt er uitgegaan van het realiseren van de opgave met alleen zon. o

Koppelkansen  Over welke koppel kansen gaat het? o Dit kan van alles zijn. Denk bijvoorbeeld aan het versterken van het natuurnetwerk of het verbeteren van recreatieve routes, extra waterberging etc. Maar we vragen ook juist de omgeving welke kansen er liggen en welke wensen er zijn om koppelkansen te ontdekken.  Valt onder de koppelkansen ook windmolens? o Nee.  Met zonne-energie alleen komen we er niet, probeer in het plan rekening te houden dat op een later stadium ook nog windmolens geplaatst moeten worden. Het zou zonde zijn wanneer er velden gelegd worden met als gevolg dat windmolens daarna geen optie meer zijn. o Op basis van de opdracht van de raad gaan wij uit van de ontwikkeling van 80 ha zonnevelden (160 TJ). Dit is het uitgangspunt voor de gebiedsvisie. Mocht in het proces blijken dat de energetische opgave met zon ruimtelijk niet in dit gebied inpasbaar is zal wellicht naar andere mogelijkheden dan wel gebieden moeten worden gekeken. De inpassing van windenergie kan dan mogelijk één van de opties zijn om de doelstellingen binnen de gestelde termijn toch te kunnen halen. Echter vooralsnog wordt alleen uitgegaan van zon.  Is het mogelijk om zonnepanelen op te nemen in geluidswallen zodat geluidshinder afneemt? o Dit kunnen wij onderzoeken in het traject van de gebiedsvisie in één van de op te stellen scenario’s.

Hierbij zijn bij de ontwikkeling natuurlijk ook andere partijen nodig zoals Rijkswaterstaat.

33 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen 2/9

Inspraak  Wat is de status van de inspraak? Daadwerkelijk invloed of kan de gemeente kiezen om aanbevelingen naast zich neer te leggen? o Wij vinden het belangrijk om op te halen hoe mensen tegen deze opgave aankijken. Er zullen verschillende meningen zijn en we kijken hoe we deze in de verschillende scenario’s kunnen meenemen. Deze sessies zijn bedoeld om op te halen wat er in de omgeving leeft en welke ideeën er zijn. Het is onmogelijk om iedereen naar de zin te maken en alle wensen en ideeën in de visie op te nemen. Er zullen gedurende het proces keuzes moeten worden gemaakt waardoor sommige aanbevelingen, wensen of ideeën niet worden meegenomen in het gebiedsplan. In het advies aan de raad zullen we ook duidelijk moeten aangeven wat we hebben opgehaald in het participatieproces. Daarnaast wordt ook gekeken in hoeverre men belang heeft en hoe we dit zorgvuldige kunnen wegen. We proberen juist transparant te zijn en inzichtelijk te maken wat er allemaal gezegd is. We kijken of hier toch een gemene deler uit te halen is en onderzoeken of de kenbaar gemaakte zorgen ook terecht zijn in een transparant proces. Overige vragen en opmerkingen  Ik ben tegen windenergie maar leveren zonnepanelen voldoende energie in de winter? o De tijd waarin windturbines en zonnepanelen stroom opleveren noemen we vollasturen.

Voor windturbines zijn die vollasturen op jaarbasis ongeveer 3x hoger dan voor zonnepanelen. Zonnepanelen leveren dus minder gelijkmatig (zowel op jaarbasis als gedurende de dag) stroom op. In de winter is meer stroom nodig (neemt ook steeds meer toe omdat we steeds meer vormen van verwarming zien die elektriciteit gebruiken). Met zonnepanelen kom je dus inderdaad over het algemeen niet aan genoeg energie in de winter. Opslag of conversie van deze energie kan dit oplossen, maar is duur en leidt tot verlies van energie.  Wat zijn de gevolgen van zonnevelden voor de biodiversiteit? o Dat ligt er aan welke eisen we straks meegegeven in het gebiedsplan en welke koppelkansen we benoemen. Wij kunnen bijvoorbeeld aan ontwikkelende partijen meegeven om bij de inpassing sterk bij te dragen aan ecologische verbindingen, habitats en biodiversiteit. Die eisen zullen we nog nader duiden / specificeren in het gebiedsplan.  In hoeverre kan deze opgave worden ingevuld door middel van veel meer volleggen van daken? o De opgave waar het voor het gebiedsplan over gaat is dat deel van de totale opgave dat grootschalig moet worden opgewekt. Dit is namelijk het deel dat overblijft ná besparing en na het benutten van de geschikte dakvlakken in de gemeente Heumen voor zonnepanelenzon op daken. .

 Waar zijn de mogelijkheden om zonnepanelen te plaatsen op grote daken, bijvoorbeeld op gebouwen op het industrieterrein? o Daar zijn ook mogelijkheden. Echter het volleggen van geschikte dakvlakken is reeds onderdeel van de totale opgave en meegenomen in het totaal.  Lopen we niet voor de muziek uit, nu op landelijk niveau geformeerd wordt en waar duidelijk zal worden of kernenergie een serieuze optie wordt voor 2050; o Besluitvorming en de bouw van een eventuele centrale duurt nog minimaal 10 tot 15 jaar. Klimaatverandering gaat ondertussen gewoon door, tot die tijd niks doen is geen optie. Zonneparken zijn naar verwachting een tussentijdse oplossing op weg naar meer structurele duurzame opwek van energie.  Wordt warmte (een warmtenet) ook meegenomen als optie? o Dit is een afzonderlijke opgave naast de opgave van het opwekken van voldoende elektriciteit.  Leg ze tegen het talud van de dijk bij het Maaswaalkanaal? o Deze zone ligt buiten het zoekgebied.

De tender Er worden verschillende vragen over de tender gesteld. De gemeente heeft begin dit jaar een tender uitgezet voor de realisatie van maximaal 20 ha zonnevelden. In het kader van deze tender is een aantal plannen ingediend. Deze plannen moeten nu worden bekeken en beoordeeld. De gemeente heeft via verschillende kanalen het signaal gekregen dat direct belanghebbenden ook in het tender traject willen participeren. Dit signaal is serieus genomen verkend is welke mogelijkheden hiervoor zijn. Inmiddels heeft B&W besloten (begin april) dat er een extra informatie bijeenkomst georganiseerd wordt voor direct belanghebbenden. Op die bijeenkomst worden de ingediende plannen op hoofdlijnen gepresenteerd en wordt men gevraagd om hun mening over deze voorstellen.

Toelichting zonneparken in het landschap

Guido van Loenen geeft een presentatie over hoe een zonnepark ruimtelijk werkt en de keuzes voor landschappelijke inpassing. Inpassing zonneparken  Heeft de gemeente al contact gehad met Liander? o De netbeheerder is volgend in dergelijke trajecten. Er bestaat een aansluitplicht, maar we proberen natuurlijk zo goed mogelijk van de bestaande mogelijkheden gebruik te maken. Het bestaande net laat nog een bepaalde hoeveelheid zonne-energie toe. Echter deze hele opgave op langere termijn vraagt wel om uitbreiding van de capaciteit/zwaardere aansluiting. Dit zal op termijn door Liander moeten worden gefaciliteerd. Dit vraagt op termijn nog wel investeringen.  Hoe is de bewaking geregeld, met name transformatorhuisje ? Hoe zit het met vernielingen en ontvreemden van panelen in deze zonneparken? o Zonneparken worden beveiligd met onder andere hekwerken en camera’s tegen indringers. Maar dit kan bijvoorbeeld ook met een voldoende brede waterpartij rond het zonneveld. We willen bijvoorbeeld niet dat zonneparken continue verlicht zijn uit beveiligingsoogpunt om hinder of aantasting van natuurwaarden te voorkomen.  Kunnen de hekwerken tevens worden gebruikt voor het plaatsen van extra paneel? o Dit is wellicht mogelijk, maar het is de vraag of dit efficiënt is. De uitwerking ligt bij de ontwikkelende partij.

34 Gebiedsplan Energielandschap A73 Heumen 3/9

Is in de Heumense taakstelling gerekend met het bouwen van datacenters? o Nee. Er is geen rekening gehouden met levering van energie aan datacenters. Wordt er ook gekeken/ geïnvesteerd in energie opslag. Opwekken is één, maar we moeten het ook het juiste moment kunnen gebruiken. o In de toekomst zal dit inderdaad belangrijker worden ook om de capaciteit van het net te kunnen ontlasten. Er zijn nu al ontwikkelingen maar die zullen pas op de langere termijn goed ingezet kunnen worden. Koopt Heumen dan ook de opwek van de zonnepanelen? Of wordt Heumen exploitant en verkoopt de energie aan bijvoorbeeld een Vattenfall? o De gemeente wordt geen ontwikkelaar, eigenaar of exploitant van zonnevelden. De gemeente gaat uit van initiatieven vanuit de markt en het gebied zelf. De gemeente faciliteert alleen de ontwikkeling ervan en stelt de eisen aan inpassing etc. Dit zal bijvoorbeeld landen in het gebiedsplan. Participatie door de inwoners van onze gemeente is wel een belangrijk onderdeel bij de ontwikkeling met minimaal 50% lokaal eigendom.

4/9

 

Kunnen panelen ook in fietspaden? o De techniek bestaat inderdaad. Echter de opbrengst in vergelijking met de investering is nog niet rendabel te maken. Het kan natuurlijk wel bijdragen aan de attentiewaarde dat energie duurzaam wordt opgewekt. Voor het aan het zicht onttrekken van het zonnepark en tegelijk het stimuleren van de biodiversiteit is het aanleggen van een vlechtheg een serieuze kandidaat. o In het gebiedsplan zal aandacht worden besteed aan natuur en biodiversiteit bij aanleg van zonneparken. Een dergelijke oplossing kan hier onderdeel van uitmaken. Het plaatsen van zonnepanelen gaat nu ten koste van de openheid van het landschap? Willen we het landschap opgeven voor een grote schitterend veld. Of worden we straks niet verblind? o Er zal inderdaad agrarisch landschap worden getransformeerd naar een energielandschap. Hoe deze zonnevelden zich presenteren en of en waar ze zichtbaar zijn, is onderdeel van de afwegingen in het proces van het gebiedsplan. Het gebied wordt bewoond door dassen en die door het gebied die foerageren. Hoe garanderen jullie dat deze dieren er niet onder lijden? o In het gebiedsplan wordt uiteraard rekening gehouden met bestaande natuurwaarden. Met de ontwikkeling van zonnevelden kunnen eisen worden meegegeven die deze waarden in stand houden of juist versterken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13926561/1