CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage VI Jaarverslag ODRN 2021

Raad 7 juni 2022, gemeente HeumenBij agendapunt: Zienswijze begroting 2023, wijziging begroting 2022 en jaarrekening 2021 Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN)23.255 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Project Brieven Ons doel bij project Brieven is om alle standaardbrieven te herschrijven in heldere en klare taal, zodat de lezer begrijpt wat er staat. Zonder dat dat onduidelijkheden of misverstanden oplevert. Een ander doel van het project is om het beheer van de brieven te verbeteren. In 2021 hebben we hier verder aan gewerkt. Door brieven slim te combineren en de sjablonen anders in te richten zijn we van 450 sjablonen naar 150 sjablonen gegaan. De nieuwe brieven hebben een andere toon en een neutrale aanhef. Om te laten zien dat we serieus werk maken van heldere taal, heeft de ODRN zich in 2021 aangesloten bij de landelijke Direct Duidelijk campagne. Op 16 december 2021 ondertekende de directeur de Direct Duidelijk Deal. Met hulp van Direct Duidelijk hebben we een groep collega’s een taaltraining kunnen geven. Want eenvoudig schrijven is niet makkelijk. Daarnaast hebben we binnen elke afdeling een brievenbuddy aangesteld, die betrokken is bij het herschrijven van de brieven. De buddy ondersteunt collega’s bij het schrijven van de brieven.

Woordvoering/pers Het aantal persvragen vanuit landelijke en regionale media blijft onverminderd toenemen. Sommige vragen zijn niet specifiek voor de ODRN, maar worden in zijn algemeenheid gesteld aan de Gelderse of alle Nederlandse omgevingsdiensten. In zo’n geval pakt het

33

Gelders Stelsel van omgevingsdiensten de vraag op. Desondanks moeten we steeds een groot beroep doen op interne afdelingen om de vragen te beantwoorden. Ook Wobverzoeken gaan vaak gepaard met persaandacht. Er is in de zomer veel aandacht geweest voor de rapporten van de Commissie Van Aartsen en de Rekenkamer. Dit heeft ook geleid tot een groot informatieverzoek vanuit de landelijke media. Alle media vestigden de aandacht op de rol van de omgevingsdiensten, de uitvoering van handhaving en vergunningverlening, gedoogbesluiten en thema’s als geitenhouderijen en luchtkwaliteit. Dat laatste is aangezwengeld door de problematiek bij Tata Steel.

Aandachts- en complexe bedrijven De communicatietaak rondom provinciale aandachtsbedrijven is in 2020 overgedragen naar de ODRA vanwege de programmatische aanpak. De communicatie over Brzo- en complexe gemeentelijke bedrijven staat wel bij ons. Samen met de ODRA en de provincie hebben we in 2021 wel weer de gespreksdriehoek leven ingeblazen. Het blijkt van belang om een gezamenlijke lijn af te stemmen.

Brzo Communicatie In het Brzo-domein leverde de ODRN ook in 2021 een dubbele communicatiebijdrage: enerzijds voor de doorontwikkeling van Team Brzo-Oost, anderzijds voor de uitrol van de strategische communicatieagenda voor de zes landelijke Brzo-omgevingsdiensten. Zo hebben we hard gewerkt aan de opzet van een app die snelle real-time communicatie mogelijk maakt als het gaat om ‘wie doet wat, bij welk bedrijf en wat zijn daar de bijzonderheden’. Dit is een van de initiatieven die vallen binnen de doelstellingen van het nieuw ingerichte Programmamanagement Brzo-Oost. Voor de communicatie van de zes landelijke Brzo-omgevingsdiensten kregen twee omgevingsdiensten extra uren, namelijk DCMR en de ODRN. Dit wordt gefaciliteerd door de overige omgevingsdiensten. In 2021 hebben we gewerkt aan een landelijke communicatiestrategie, met een focus op de Brzo Nieuwsapp en de corporate film Brzo. Ook publiceerden we drie edities van het online Magazine Zorb en zetten we zeven ecards in om voortgangsinformatie of opgeleverde producten uit de landelijke projecten te delen met alle Brzo-professionals.

Ook ontwikkelden we een speciale database PGS15 in de vorm van een app, was er veel ondersteuning op het terrein aandachtsgebieden, een gezamenlijk statement als respons op het rapport van de Algemene Rekenkamer ‘Handhaven in het duister’, en zorgden we voor vertegenwoordiging en inzet van de Brzoomgevingsdiensten in het communicatieoverleg voor Brzo+.

4.3. Kwaliteitsborging en -criteria We willen als ODRN kwaliteit bieden en een zo goed mogelijk product afleveren. Hiervoor is vakmanschap nodig. De zogenoemde criteria voor kritieke massa adresseren dit

34

vakmanschap in termen van voldoende opleiding, ervaring, kennis en het onderhouden en borgen daarvan. Dit is gekoppeld aan de specifieke uitvoeringstaken van de functie van de medewerker. Sinds juli 2019 werken we voor de criteria voor kritieke massa met de kwaliteitscriteria 2.2. In 2020 schaften we hiervoor een nieuwe monitoringstool aan. Met deze tool hebben we zicht op de robuustheid van de ODRN en weten we welke medewerkers zich nog moeten doorontwikkelen om te voldoen aan de eisen. In 2021 hebben we dit verder uitgerold binnen de organisatie. Per afdeling hebben we doorgenomen waar nog de ontwikkelpunten zitten, met als doel dat we per medewerker voor een ontwikkelplan kunnen zorgen. Ook kijken we naar een aanbod van incompanycursussen. Door de update van de kwaliteitscriteria van 2.1 naar 2.2 is er een aantal deskundigheidsgebieden waarbij we verbeteracties gepland hebben. We verwachten in 2022 te kunnen aantonen dat we op alle relevante gebieden volledig voldoen aan de criteria. In 2022 voert het Gelders Stelsel een audit uit die is gericht op de kwaliteitscriteria 2.2.

4.4. Klanttevredenheid De scores van onze klanttevredenheidsonderzoeken zijn hoog. De afgesproken norm binnen het Gelders Stelsel is 80%. Deze norm hebben we in 2021 ruim gehaald, met een gemiddelde klanttevredenheid van 87%. Dit is gelijk aan 2020. Bij deze uitkomst is een aantal belangrijke kanttekeningen te plaatsen: 

We hebben alleen klanten bevraagd met verleende vergunningen. We doen geen uitvraag bij klanten van geweigerde, ingetrokken of buiten behandeling gelaten aanvragen.3

We vragen uit voor onze gemeentelijke partners en de provincie Gelderland. Daarom zijn taken die we uitvoeren op het gebied van Brzo niet meegenomen, en taken voor de andere omgevingsdiensten in het Gelders Stelsel evenmin.

De respons op het klanttevredenheidsonderzoek lag in 2021 op 29% (2020: 23%). We hebben in 2021 minder klanttevredenheidsonderzoeken (1807) uitgezet dan in 2020 (2532), maar de respons was nagenoeg gelijk (576 in 2020 tegenover 527 in 2021).

In de volgende tabel geven we de klanttevredenheid 2021 per activiteit weer:

3. De andere Gelderse omgevingsdiensten vragen wel uit op 100% van de binnengekomen vergunningaanvragen.

35

Hier valt op dat bij vooroverleg het aantal ontevreden klanten veel hoger is dan bij andere producten. We krijgen daarover regelmatig de volgende feedback: 

‘Het duurt erg lang voordat we iets horen.’

‘We dachten dat we uitgenodigd zouden worden voor een gesprek. Nu hebben we niemand gesproken of het wordt telefonisch afgedaan.’

‘We hadden deze hoge kosten niet verwacht.’ (Dit speelt vooral wanneer alleen een telefoongesprek plaatsvindt.)

Het probleem zit vooral in de definitie van het woord vooroverleg en wat de klant hierbij verwacht. We zien dat het aantal ontevreden klanten bij dit product lager is als de opdrachtgever een balie heeft waar klanten terechtkunnen met vragen. De hoge ontevredenheid bij vergunningverlening Milieu is door het gebruik van een percentage wat vertekend (17%). Het gaat hierbij om twee ontevreden klanten. Er zijn 43 onderzoeken uitgezet voor dit product en er zijn 12 ingevulde onderzoeken binnengekomen. Twee hiervan waren dus ontevreden.

4.5. Dienstverleningsovereenkomsten Eind 2021 heeft het Dagelijks Bestuur besloten in te stemmen met de uniforme hoofdtekst van de dienstverleningsovereenkomsten voor onze deelnemers. Daarmee hebben we dit deel van ons Ontwikkelprogramma, namelijk thema Gezamenlijkheid onderdeel Professioneel en zakelijk opdrachtgever- en opdrachtnemerschap, voor een deel kunnen afronden. We zijn inmiddels gestart met het volgende onderdeel: de uniformering van de specificaties die onderdeel uitmaken van de dienstverleningsovereenkomsten.

36

4.6. Processen en informatievoorziening In 2021 hebben we op ICT-gebied verder gewerkt aan een efficiënte inzet van middelen en een goede bestuurbaarheid van de organisatie. Een procesgerichte inrichting van de werkzaamheden staat daarbij nog steeds centraal. Bij Informatievoorziening gaan we over het reguliere beheer van de workflows en hebben we doorontwikkeld op de volgende punten: 

In het kader van de Omgevingswet zijn wij bezig om alle herijkte werkprocessen uit het bedrijfsprocessenmodel te implementeren door ze in ons huidige zaaksysteem (WRS) in te bouwen. Zie bijlage 7.2 voor een overzicht van de processen en informatievoorziening.

De herijkte werkprocessen worden voorzien van zo geheten standaard ‘Klare taal brieven’, zodat de teksten eenvoudiger te lezen en te begrijpen zijn.

We voeren continu noodzakelijke verbeteringen door aan ons zaaksysteem.

De organisatie Binnen de afdeling Interne dienstverlening is het onderdeel informatievoorziening (IV) versterkt met een data-analist. Daardoor kunnen we de informatievoorziening verder verbeteren en uitbouwen. Dit is onder andere noodzakelijk vanwege onze Ontwikkelagenda, waarbij een betere grip op informatievoorziening een van de projecten is.

De systemen We hebben wederom veel doorontwikkeld op de systemen. Dit heeft enerzijds te maken met de invoering van de Omgevingswet en anderzijds met de verbetering van de bedrijfsvoering. We hebben de kwaliteitscontroles op de data van de bedrijfsvoering geïmplementeerd, waardoor de kwaliteit ervan nog beter geborgd is. Verder hebben we ons organisatiedashboard en de afdelingsdashboards opgeleverd voor het ontsluiten van data en het verkrijgen van inzicht hierin. We constateerden dat er een professionaliseringsslag gemaakt moest worden in de gebruikte tooling voor het maken van de dashboards. Daarom zijn we ermee gestart om de dashboards te maken in het programma Power BI van Microsoft. Met dit programma zijn de dashboards beter te beheren en eenvoudiger te begrijpen. Inmiddels hebben we de dasboards omgezet en opgeleverd voor productiviteit, improductiviteit en ziekteverzuim. We zijn begonnen met het project ‘Vervanging WRS’. Dit hebben we gedaan naar aanleiding van een rapport van adviesbureau Quarant, waarin de houdbaarheid van ons zaaksysteem WRS in beeld is gebracht. Inmiddels hebben we overzicht in de impact van de vervanging op de bedrijfsvoering en weten we welke functionaliteiten nodig zijn om de bedrijfsvoering adequaat te kunnen continueren. We verwachten dat we in het derde

37

kwartaal van 2023 het nieuwe zaaksysteem volledig hebben geïmplementeerd en in gebruik hebben genomen. In de tussentijd blijven we ons zaaksysteem WRS terughoudend doorontwikkelen. Als er wettelijke noodzaak is of er onvermijdelijke ICT-vervanging nodig is, zullen we dit oppakken. Het beheer van WRS wordt gedaan door functioneel applicatiebeheerders, die geleverd worden door iRvN, de regionale samenwerkingspartner op ICT-gebied voor de gemeenten in de regio Nijmegen. Hiermee kunnen we professionele ondersteuning garanderen en was er afgelopen jaar sprake van een zeer gering nietbeschikbaarheidspercentage. Wel waren er nog steeds performanceproblemen met iRvN. Die gaan we samen nog oplossen. Tot slot waren er in 2021 twee grote beveiligingsissues, waarmee duizenden organisaties in Nederland te maken kregen: Citrix en Apache-Log4. Ook bij de ODRN hebben deze beveiligingsproblemen invloed gehad.

I-GO In 2021 hebben de Gelderse omgevingsdiensten besloten om een deel van de activiteiten van de Informatievoorziening Gelderse Omgevingsdiensten (I-GO) te beëindigen. Alle Gelderse omgevingsdiensten nemen nu alleen de basisfunctionaliteiten af, namelijk: 

Geoviewer en kaartlagen

Gegevenskwaliteit

Gegevensbeheer/kernregistratie

Data-analyse

De komende jaren zal I-GO zich richten op het datagestuurd werken. Binnen I-GO werken we ook samen met de Overijsselse omgevingsdiensten. Zij wilden wel graag verder met de overige onderdelen en hebben dit tot I-GO+ gedoopt. Als ODRN zien we ook toekomst in deze onderdelen. Tevens zien wij voordelen, omdat we verantwoordelijk zijn voor de Brzo-bedrijven binnen de provincie Overijssel. Daarom hebben we ons ook aangesloten bij I-GO+. Het gaat om: 

Geo-bevindingen door BAG- en HR-toetsen

Documentvoorziening

De kwaliteit van de gegevens in de kernregistratie ligt rond de 90%. Het continu verbeteren van de gegevenskwaliteit en -actualiteit blijft een aandachtpunt, zeker omdat de Omgevingswet vraagt om een betrouwbare gegevenshuishouding. Binnen I-GO is er in 2021 nog geen vernieuwd programmaplan opgesteld. Wel hebben we een begin gemaakt met een programma voor datagestuurd werken. In 2022 gaan we met I-GO verder inhoudelijk invulling en uitvoering geven aan dit programma.

4.7. Productiviteit Met ‘productiviteit’ bedoelen we het aandeel directe uren van onze collega’s, met uitzondering van de leiding en staf. Bij het bepalen van onze uurtarieven rekenen we met een productiviteitsnorm van 72% (1.350 productieve uren per jaar op fulltime basis). In

38

2020 realiseerden we een productiviteit van 72% (2020: 74%).4 Daarmee zitten we, ondanks het hoge ziekteverzuim, op de norm.

4.8. Ontwikkelagenda In 2020 zijn we gestart met een doorontwikkeling van de organisatie. Dit hebben we gedaan naar aanleiding van een analyse door adviesbureau Seinstra & Partners. In deze analyse is een aantal onderwerpen benoemd waarop de ODRN zich verder zou moeten professionaliseren. Dit ging niet alleen om onze eigen organisatie, maar ook om het samenspel van alle deelnemers in hun rol als zowel eigenaar als opdrachtgever. Uit de analyse kwamen drie sporen naar voren die hebben geleid tot de start van de Ontwikkelagenda: Gezamenlijkheid, Zakelijkheid en Nieuwe ontwikkelingen. We zullen deze drie sporen kort toelichten.

Het spoor gezamenlijkheid Via dit spoor investeren we in onze gemeenschappelijke grondslag en het bereiken van effectiviteit en efficiency in de organisatie en de samenwerkingsafspraken. Ook richten we ons hierbij op het stimuleren van intern eigenaarschap en rolvolwassenheid. Het opdrachtgeversoverleg is ‘partneroverleg’ gaan heten en gaat ambtelijk over eigenaarsonderwerpen adviseren. Dit hebben we besloten naar aanleiding van een heisessie met de partners. Voor dienstverleningsovereenkomsten hebben we de hoofdteksten vastgesteld; deze zijn nu uniform. We hebben een begin gemaakt met de bijbehorende specificatie. Als basis nemen we hierbij het vereenvoudigen van een aantal werkprocessen. We hebben het werkproces ‘invordering’ inmiddels afgerond en hebben ‘bezwaar’ opgepakt. We investeren in gezamenlijk beleid. Beleid is van de opdrachtgevers, maar wij hebben als opdrachtnemer en uitvoerder belang bij een uniform beleid. Hiermee wordt een gelijk speelveld gecreëerd in de regio voor burgers en bedrijven. Tegelijkertijd kunnen wij als uitvoerder dan efficiënter te werk gaan. We leggen de laatste hand aan het opstellen van een gezamenlijk regionaal VTH-beleid.

Het spoor zakelijkheid Bij dit spoor hebben we ons in eerste instantie gericht op de eigen bedrijfsvoering. Dit schuift, naarmate we meer in control komen, langzaam op naar het ontwikkelen van een duurzaam financieringsmodel. Dit model moet stoelen op vertrouwen, stabiliteit en het kunnen monitoren en sturen op outcome.

Verbetering bedrijfsvoering

4. Dit gaat alleen om de productiviteit van ons eigen personeel. De productiviteit van onze inhuur komt uit op 96% (2020: 90%).

39

We hebben flinke stappen gezet om onze bedrijfsvoering vanaf 2023 te vereenvoudigen. Hiervoor hebben we verschillende financieringsscenario’s omschreven en verder uitgewerkt. Het doel: vereenvoudiging van onze bedrijfsvoering (minder producten, minder tijdschrijven, meer uniformiteit) en meer aandacht voor gemeenschappelijkheid. Op 16 december 2021 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met de vereenvoudiging van de bedrijfsvoering. We hebben nog meer stappen gezet op het gebied van de interne sturing. Het managementteam heeft in 2021 besloten de budgetten te decentraliseren. In 2022 oefenen we met kleinere personele budgetten en vanaf 2023 gaan we ook de inhuurbudgetten decentraliseren. Tot slot hebben we, met het oog op de rechtmatigheidsverklaring die het Dagelijks Bestuur vanaf 1 januari 2022 moet afgeven, stappen gezet in de uitvoering van het Interne Controle-plan.

“We hebben hard gewerkt om onze bedrijfsvoering op orde te krijgen. En dat werpt

zijn vruchten af! Afgelopen zomer bleek er een dip te zitten in onze productie. Dankzij verbeterde processen en betrouwbare data konden we snel bijsturen. We zijn beter in control en dat vind ik pure winst!” Robert Kraan afdelingsmanager Bedrijfsvoering

Grip op Informatievoorziening Hierbij maken we onderscheid in drie onderdelen: 1. het verbeteren van de kwaliteit van bedrijfsvoering data 2. het ontsluiten van bedrijfsvoeringinformatie via dashboards 3. het vervangen van het zaaksysteem WRS Afgelopen jaar hebben we het eerste onderdeel afgerond. Over de ontwikkelingen bij deze drie onderdelen kunt u meer lezen in paragraaf 4.6 onder ‘De systemen’.

Verbetering personele functie We hebben in 2021 een strategisch personeelsplan opgesteld, gericht op de korte termijn. Hierbij richten we ons vooral op ontwikkelingen als de Omgevingswet en Wkb. Voor de omvang van de flexibele schil hebben we een norm bepaald die nog bestuurlijk wordt vastgesteld. Verder zijn we aan de slag gegaan met het aanscherpen van het inhuurproces. Door een contractenregister hebben we de inhuurdossiers beter in beeld en daarmee ook een totaalbeeld van de actuele stand van alle inhuurcontracten. Tot slot zijn we gestart met het opstellen van een HR-visie.

40

Het spoor nieuwe ontwikkelingen Dit spoor omvat de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de Omgevingswet. Het spoor heeft zijn eigen dynamiek, die niet alleen door ons vormgegeven wordt. Zo zijn we afhankelijk van de landelijke politiek voor het bepalen van de ingangsdatum van deze wetten.

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) De Wkb is gekoppeld aan de Omgevingswet: beide wetten treden dus tegelijk in werking. Deze datum is al meerdere keren uitgesteld. Het project implementatie Wkb verloopt grofweg via twee sporen: werkprocessen en proefprojecten. We zien steeds duidelijker dat het project Wkb niet los gezien kan worden van de Omgevingswet. Bij het onderdeel werkprocessen hebben we onderzoek laten doen naar de financiële gevolgen van de invoering van de Wkb. De resultaten uit dit rapport zijn de basis waarop we de verdere werkprocessen vormgeven. We hebben het werkproces ‘afhandelen melding Wkb’ beschreven. Hierbij hebben we de keuzemomenten voor de gemeenten in beeld gebracht. Per keuzemoment hebben we een voorstel gedaan hoe hiermee omgegaan kan worden. Daarnaast is in de regio Nijmegen een ambassadeursnetwerk opgericht. We trekken dit netwerk samen met de gemeente Nijmegen. In het netwerk zitten deelnemers van gemeenten, kwaliteitsborgers en bouwers (aannemers en architecten). Het doel is om kennis te delen en proefprojecten uit te voeren. We hebben proefprojecten gedraaid met seriematige woningbouw en kavelbouw. Uit deze proefprojecten kwamen vraagpunten naar voren. Die hebben we ingebracht in het ambassadeursnetwerk. Op basis van de ervaringen hebben we een voorstel gemaakt voor de werkwijze van het Wkb-werkproces.

Dit voorstel hebben we voorgelegd aan de projectleiders Omgevingswet.

41

Omgevingswet Ons doel voor 2021 was om de systemen, werkprocessen en hulpdocumenten (standaardbrieven en werkinstructies) gereed te hebben om begin 2022 te kunnen beginnen met het grootschalig oefenen voor de omgevingswet. Dit doel hebben we niet helemaal bereikt. Het implementatietraject heeft een kleine vertraging opgelopen. Deze vertraging heeft enerzijds te maken met het achterblijven (en vooral het telkens weer aanpassen) van het digitaal stelsel omgevingswet (DSO) door het landelijke DSO-team. Anderzijds heeft de vertraging te maken met de processen onder de huidige wetgeving. Deze waren namelijk voor een deel nog in bewerking, zodat we vanuit het programma Omgevingswet ook moesten bijdragen aan het afronden hiervan. We verwachten dat we met de huidige resultaten in 2022 snel kunnen starten met grootschalig oefenen. Op die manier hebben we in het tweede kwartaal van 2022 gelegenheid om de testresultaten te verwerken in de systemen, werkprocessen en hulpdocumenten. Zo zijn we op tijd klaar om te werken met de Omgevingswet. Verder stond 2021 met name in het teken van de opleiding van alle medewerkers. De opleiding is aan het einde van het jaar afgerond. In 2022 blijft opleiding wel op de agenda staan. We moeten namelijk nieuwe medewerkers opleiden en vanwege het uitstel van de inwerkingtreding de kennis van de andere collega’s opfrissen.

Ook gaan we de opleiding nog evalueren en oefenen met het behandelen van casussen. Tot slot zijn we in 2021 bezig geweest om een brug te slaan tussen het programma implementatie Omgevingswet en de verschillende afdelingen die straks met de wet moeten gaan werken. We hebben al met al veel bereikt, onder andere: 

de doorvertaling van de impact van de Omgevingswet naar de werkprocessen

werkafspraken met ketenpartners, gemeenten en de provincie Gelderland

de aansluiting van ons zaaksysteem WRS op het DSO

het aanpassen van de standaarddocumenten voor de Omgevingswet én Wkb

het opleiden van medewerkers

het voorbereiden van de omslag van inrichting naar milieubelastende activiteit (mba)

42

5. Paragrafen

43

De jaarrekening van de ODRN moet minimaal de volgende paragrafen bevatten:5 

Financiering

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Bedrijfsvoering

De paragrafen Financiering en Weerstandsvermogen en risicobeheersing behandelen we in dit hoofdstuk. Voor Bedrijfsvoering verwijzen we naar hoofdstuk 2 en 4.

5.1. Financiering Deze paragraaf bevat de beleidsvoornemens over het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. De uitgangspunten zijn nader uiteengezet in het Treasurystatuut Omgevingsdienst Regio Nijmegen 2021. Dit statuut bepaalt dat elk jaar verslag wordt gedaan van de ontwikkelingen gedurende het jaar. We geven enkele aandachtspunten weer: 

Ons beleid is om geen eigen financieringsportefeuille te hebben. De gelden die we niet nodig hebben voor onze exploitatie staan op de rekeningcourantrekening bij de Bank van Nederlandse Gemeenten (BNG) en het Rijk (schatkistbankieren).

We financieren onze activiteiten met eigen middelen. We hebben geen vreemd geld aangetrokken en de kasgeldlimiet is in 2021 niet overschreden.

De rente-risiconorm is vanwege het ontbreken van leningen niet van toepassing. In de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing nemen we alle risico’s op en lichten deze toe.

Volgens de BBV-voorschriften mag alleen met werkelijke rente worden gerekend. Het rentepercentage in de jaarrekening bedraagt 0%.

Voor het bepalen van ons uurtarief hanteren we een extracomptabele kostentoerekening. Hierbij betrekken we naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, ook reserves en voorzieningen voor de financiering van de activa die in gebruik zijn.

Het renteresultaat over 2021 bedraagt € 0.

5. Dit is conform artikel 9 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Het BBV schrijft ook de paragrafen lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen, verbonden partijen en grondbeleid voor. Deze zijn niet van toepassing voor de ODRN.

44

5.2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf bespreken we de volgende onderwerpen: 

de weerstandscapaciteit

een inventarisatie van de risico’s

het beleid voor de weerstandscapaciteit en de risico’s

Weerstandscapaciteit Met weerstandscapaciteit bedoelen we de middelen en de mogelijkheden waarover we beschikken of kunnen beschikken om niet-begrote kosten te dekken. Een batig saldo kunnen we toevoegen aan onze reserves tot een maximum dat nodig is conform het door het algemeen bestuur bepaalde weerstandsvermogen. Dit maximum is met AB-besluit van 30 september 2021 vastgesteld op 5% van onze begrote baten.6 Voor 2021 gaat het om € 1.180.809 (€ 23.616.186 * 5%).

Inventarisatie van risico’s Verderop in dit hoofdstuk vindt u een tabel met een risico-inventarisatie. Hierin geven we een overzicht van onze risico’s, met vermelding of het risico financieel [1] of nietfinancieel [2] is. Vervolgens geven we aan wat de gevolgen zijn als het risico zich voordoet en gaan we in op de te nemen beheersmaatregel. Het totaal van de risico’s becijferen we op 2021 € 1.222.500 (2020: € 1.225.000). We hebben de inventarisatie geactualiseerd. Het risico van achterblijvende indexering [nr. 3] hebben we verlaagd van zeven ton in 2020 naar vijf ton in 2021. We lopen minder risico, omdat ons bestuur heeft besloten de indexering vanaf 2023 te baseren op een nacalculatie op de werkelijke loonsomkosten. Het risico blijft wel bestaan, omdat we de nacalculatie pas doen over het jaar t-2. Verschillen tussen de werkelijke kostenstijging en de index vangen we in de eerste twee jaar op met onze weerstandscapaciteit. In 2020 benoemden we de risico’s dat vergunningaanvragen on hold gezet moesten worden en dat het aantal aanvragen zou dalen door het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Deze risico’s hebben zich niet voorgedaan. De aanvragen zijn niet gedaald en lopende aanvragen worden de PAS belemmerd in de afwikkeling. Dit leidt tot een

6. Het Algemeen Bestuur heeft op 30 september 2021 ingestemd met de volgende spelregels over risicobeheersing en weerstandscapaciteit: 

Geen onderscheid maken tussen strategische en bedrijfsvoeringsrisico’s.

Alle risico’s van de ODRN in beginsel afdekken met weerstandscapaciteit van de ODRN.

Risico’s die deze capaciteit overschrijden dienen met weerstandscapaciteit van deelnemers afgedekt te worden.

De vrij besteedbare reserves van de ODRN maximeren op 5% van de begrote baten.

Positieve resultaten aan de algemene reserve van de ODN toevoegen tot deze norm bereikt is.

45

toename van de werkvoorraad, die ervoor zorgt dat we juist bovenmatige inzet moeten leveren. Dit risico is daarom vervallen. We hebben een nieuw risico geformuleerd [nr. 4] voor de Wet elektronische publicaties (WEP) die op 1 juli 2021 in werking is getreden. Deze wet verplicht bestuursorganen om alle officiële publicaties online te zetten via de website www.officielebekendmakingen.nl. We nemen een risico op voor de mogelijke overschrijding van het budget, vanwege de werkzaamheden voor publicatie en anonimiseren van relevante stukken. We hebben het risico op achterblijvende omzet door een verhoogd ziekteverzuim verhoogd met € 50.000 vanwege het hoge ziekteverzuim afgelopen jaar. Tot slot hebben we een risico van € 50.000,- opgenomen voor het toegenomen saldo aan verlofuren door COVID-19. Het risico op vermindering van werk en de daarmee samenhangende onderuitputting is niet meer aanwezig. Om de risico’s te kwantificeren hebben we de financiële impact ingeschat. Vervolgens hebben we een inschatting gemaakt van de kans dat een risico zich voordoet. Daarbij gebruiken we de volgende kans-klasse indeling:

Klasse

Waarschijnlijkheid

Kans

1

Zeer klein

10%

2

Klein

25%

3

Middel

50%

4

Groot

75%

5

Zeer groot

90%

Weerstandsratio De ratio weerstandsvermogen geeft de verhouding weer tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie. Het opmaken van de weerstandsratio is een momentopname. Risico’s veranderen immers voortdurend. Het totaal van de risico’s voor 2021 bedraagt € 1.222.500. Omdat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen passen we een dempingsfactor toe van 0,6. 7 Dit geeft een benodigd weerstandsvermogen van € 733.500. De weerstandsratio ultimo 2021 bedraagt (€ 1.057.070 / € 733.500) = 1,4. Volgens de waarderingstabel die is opgenomen in de nota ‘risico’s en weerstandscapaciteit’ is dit net ruim voldoende. 8

7. Deze factor is conform 2020 en wordt landelijk gehanteerd. 8. Het Algemeen Bestuur heeft op 30 september 2021 met deze nota ingestemd.

46

nr naam risico

beschrijving

soort risico

gevolg als risico zich voordoet

beheersmaatregel

Periodieke rapportages zodat we tijdig kunnen bijsturen. Verder is de afspraak dat als een deelnemer substantieel minder wenst af te nemen, dat min. 1 jaar vóór aanvang boekjaar aangeeft, zodat bijsturen mogelijk is. Periodieke rapportages waarin we overschrijdingen signaleren, zodat we eventueel kunnen bijsturen. Onze belangrijkste uitgaven (loonsom, inhuur en gastheerschap) zijn contractueel vastgelegd en voorspelbaar.

in €

kans aanduiding

kan s in %

ja

200.000

middel

50%

100.000

ja

100.000

zeer klein

10%

10.000

Restrisico

weerstandscomponent

1

Outputfinanciering

De vraag kan afwijken van de begroting.

1

We kunnen onze overhead onvoldoende dekken bij een lagere vraag dan onze breakeven omzet.

2

Begrotingsrisico

Tegenvallers door onvoorziene omstandigheden.

1

Begrotingsoverschrijding

Indexering

Er kan sprake zijn van afwijkingen tussen de werkelijke kostenontwikkeling en de indexering die we toepassen. In deze tijd van inflatie is het achterblijven van de indexering een reëel risico.

1

Mogelijke kostenstijgingen kunnen we niet meer binnen onze begroting opvangen en zullen we uit onze buffers moeten dekken.

Ons AB heeft op 30 9 2021 besloten over een indexering die zo goed mogelijk aansluit bij de werkelijke kostenontwikkeling.

ja

500.000

middel

50%

250.000

Overschrijding van budget vanwege de werkzaamheden voor publicatie en het anonimiseren van relevante stukken.

We gaan het anonimiseren zoveel mogelijk automatiseren. De gemeente Nijmegen voert een pilot uit met een tool van Bolesian om te anonimiseren. We hebben afgesproken dat wij hier ook gebruik van kunnen maken om te oefenen. Daarnaast kijken we of andere tools mogelijk beter geschikt zijn. Hoe meer we digitaal kunnen anonimiseren, hoe lager de kosten. Een kostenindicatie hebben we eind 2022 na afloop van de pilot.

Ja

75.000

middel

50%

37.500

3

Op 1 juli 2021 is de Wet elektronische publicaties (WEP) van kracht geworden. Deze wet verplicht bestuursorganen om alle officiële publicaties online te zetten via de website www.officielebekendmakingen.nl. 4

47

Wet elektronische publicaties (WEP)

Onderdeel van de WEP is de digitale terinzagelegging die naar verwachting per 1 juli 2022 verplicht wordt. Dat betekent dat documenten die behoren bij een (ontwerp) besluit digitaal beschikbaar moeten worden gesteld. Voor vergunningprocedures geldt de digitale ter inzageplicht alleen voor stukken bij een uitgebreide procedure.

1

nr naam risico

5

6

7

8

48

beschrijving

Uitval automatisering

Productieverlies door uitval van systemen.

Informatieveiligheid

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) stelt strengere eisen in het kader van de bescherming van natuurlijke persoonsgegevens. Doelbinding is daarbij een belangrijke voorwaarde. Daarnaast zijn de normen uit de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) op de ODRN van toepassing.

WRS

WRS is een door de ODRN in samenwerking met de gemeente Nijmegen ontwikkeld zaaksysteem en wordt niet door andere organisaties (omgevingsdiensten) gebruikt (maatwerkapplicatie).

Ziekteverzuim

Een verzuimpercentage dat onze norm (5%) overstijgt.

soort risico

gevolg als risico zich voordoet

beheersmaatregel

Restrisico

Overschrijding van budget.

Uitval evalueren en verbeteracties doorspreken met de gastheer en ICT-samenwerkingspartner IRVN.

ja

2

Opgelegde boetes door de Autoriteit Persoonsgegevens en schadelijkheidsstellingen in het kader van datalekken en imagoschade.

We hebben de Cybermanager van Isastis geïmplementeerd om te monitoren of wij voldoen aan de AVG en de BIO, maar zijn daarbij ook afhankelijk van IRVN en Nijmegen (gastheerconstructie). Ter oplevering is een audit uitgevoerd met een plan van aanpak (PvA) als resultaat. In 2022 voeren wij dit PvA uit om de puntjes op de i te zetten.

nee

2

Het niet vervangen van WRS maakt beheer en onderhoud kwetsbaar. We moeten aanpassingen door ontwikkelingen als de Omgevingswet zelf ontwikkelen.

We hebben de intentie om ons zaaksysteem (WRS) vanaf 2023 te vervangen.

nee

Hogere kosten en het niet realiseren van de werkplannen.

We monitoren het ziekteverzuim periodiek (cijfermatig en door het gesprek hierover te voeren), we zijn in overleg met het sociaal medisch team en sturen bij als we de norm (dreigen te) overschrijden. We nemen preventieve maatregelen om verzuim te voorkomen.

ja

1

1

in €

kans aanduiding

kan s in %

75.000

middel

50%

weerstandscomponent

37.500

-

-

150.000

middel

50%

75.000

nr naam risico

9

Wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie (Wet DBA)

10

Rechtmatigheid aanbestedingsrisico's

11

12

49

Werving van personeel

Complexiteit van de stelseltaken

beschrijving

We kunnen volgens de Wet DBA aangemerkt worden als schijnwerkgever als we zzp'ers inzetten voor structureel werk.

De ODRN is aanbestedende partij voor inhuur van personeel.

Er is een krapte aan specialistisch, technisch en juridisch personeel.

Het risico dat gemandateerde bevoegdheden en verantwoordelijkheden onduidelijk zijn en niet helder zijn vastgelegd.

soort risico

gevolg als risico zich voordoet

beheersmaatregel

Wij bekijken steekproefsgewijs een online-tool om te zien of er sprake is van een opdrachtgever- of arbeidsrelatie. Aan de uitkomst hiervan kunnen geen rechten ontleend worden, het is een indicatie. Ook gebruiken we vanaf 2021 bij inhuur van zzp'ers modelcontracten die zijn getoetst door de Belastingdienst. Bij bureaus lopen we geen risico vanwege de arbeidsrelatie met het bureau. We gebruiken een dynamisch aankoopsysteem (DAS) "Werken in Gelderland". Rechtmatigheid is onderdeel van de verklaring van onze accountant. We hebben het inhuurproces aangescherpt en zijn beter in controle.

Restrisico

in €

kans aanduiding

kan s in %

50.000

middel

50%

weerstandscomponent

1

We zijn alsnog loonheffing en premies verschuldigd.

2

Rechtmatigheidsissues, imagoschade.

1,2

Nauwelijks aanbod van personeel waardoor we duur moeten inhuren of werk moeten laten liggen. De werkdruk van loopt te veel op.

We zetten in op arbeidsmarktcommunicatie en strategische personeelsplanning, met de nadruk op instroom: vacatures krijgen extra aandacht. We proberen de ODRN als werkgever aantrekkelijker te maken.

ja

200.000

middel

50%

100.000

1,2

Gebreken in communicatie, waardoor informatie niet of niet tijdig doorkomt, te late communicatie van vergunningaanvragen en besluiten en te veel schakels bij de coördinatie van complexe handhaving en vergunningverlening en het programma aandachtsbedrijven.

We zetten capaciteit in op coördinatie van de stelseltaken en voeren hierover overleg met de provincie Gelderland, de ODRA en andere omgevingsdiensten van het Gelders Stelsel. Ook sluiten we samenwerkingsovereenkomsten met deze partijen.

ja

250.000

klein

25%

62.500

ja

nee

25.000

-

nr

13

14

15

16

in €

kans aanduiding

kan s in %

ja

500.000

gemiddeld

50%

250.000

De medewerkers krijgen een grondig opleidingstraject en er wordt in het implementatieproces tijd uitgetrokken om te oefenen met de nieuwe digitale systemen.

ja

500.000

middel

50%

250.000

Weinig vertrouwen bij opdrachtgevers en burgers, negatieve pers.

We geven opdrachtgevers een helder advies en een risicoinschatting. Het communicatieplan en/of controleprotocol vanuit de gemeente geeft aan hoe te handelen. In de dienstverleningsovereenkomst staat dat gemeenten/provincie schade bij ons kunnen neerleggen bij calamiteiten. We hebben hiervoor een aansprakelijkheidsverzekering afgesloten.

Nee

Omzetdaling.

We houden een flexibele schil aan om in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen. We stimuleren medewerkers het saldo aan verlof en overwerkuren op te nemen.

ja

beschrijving

soort risico

gevolg als risico zich voordoet

beheersmaatregel

Privatisering van bouwregelgeving (Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB))

Bouw- en woningtoezicht en andere bouwregelgeving voor eenvoudige bouwwerken wordt bij andere private partners neergelegd en hiermee verliest de ODRN een deel van zijn taken.

1

Frictiekosten als gevolg van het bovenformatief worden van medewerkers

We houden een flexibele schil aan voor met name bouwplantoetsers en toezichthouders bouw.

Omgevingswet

Het werken met en wennen aan de nieuwe wetgeving en nieuwe digitale systemen betekent dat onze juristen, vergunningverleners, toezichthouders en specialisten de uitvoering van hun werkzaamheden na inwerkingtreding van de wet minder efficiënt kunnen doen.

1

Meer tijdsbesteding aan producten en daardoor meer druk op het halen van proceduretermijnen en het kunnen leveren van minder producten.

naam risico

Calamiteit bij bedrijf

De ODRN kan het verwijt krijgen niet goed te hebben gehandeld of onvoldoende te hebben gecommuniceerd

COVID-19

COVID-19 beïnvloedt onze bedrijfsvoering door de maatregelen (werken op afstand) en doordat medewerkers een hoog saldo aan verlof opbouwen.

2

1

Restrisico

weerstandscomponent

-

50.000

middel

50%

25.000

1.222.500

50

Financiële kengetallen9 Netto-schuldquote en netto-schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omschrijving

2020

2021

0

0

B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV)

2.496.014

2.234.107

C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV)

3.982.263

1.497.170

0

0

5.005.265

3.588.537

F Liquide middelen (cf. art. 40 BBV)

999.702

376.389

G Overlopende activa (cf. art. 40a BBV)

146.894

76.609

A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV)

D Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) E Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV)

H Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV (dus excl. mutaties reserves)) De netto schuldquote = (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

21.843.952 23.599.040

1,50%

-1,31%

Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. De netto-schuldquote van de ODRN is ruim voldoende.

Solvabiliteitsratio Het eigen vermogen, gedeeld door het totaal van de passiva is in 2021: 20,6% (2020: 6,7%).10 Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de ODRN in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de ODRN. De solvabiliteitsratio van de ODRN is voldoende.

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is niet van toepassing, omdat er binnen de ODRN geen structurele exploitatieruimte aanwezig is.

9. De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn niet van toepassing. 10. Het eigen vermogen zoals bedoeld in artikel 42 van het Besluit begroting en verantwoording (BBV)

51

6. Jaarrekening

52

6.1. Algemeen Begroting 2021 Het Algemeen Bestuur heeft de geactualiseerde begroting 2021 op 1 juli 2020 vastgesteld en ter goedkeuring verzonden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn op bepaalde grondslagen gebaseerd. Deze grondslagen zijn bedoeld als leidraad voor een juiste interpretatie van de financiële overzichten. Onze grondslagen zijn: 

De jaarrekening is opgesteld volgens de voorschriften van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten.

Tenzij bij de desbetreffende balanspost anders vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde.

Voor zover het BBV niet anders voorschrijft, zijn de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben.

Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.

Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Materiële vaste activa Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen die direct gerelateerd zijn aan het actief, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. We nemen duurzame waardeverminderingen van vaste activa onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking. We schrijven annuïtair (jaarlijks) af. De looptijden zijn afhankelijk zijn van het soort investering: 

Inrichting

ICT: applicaties

10 jaar 5 jaar

ICT: pc’s e.d.

3 jaar

Onderhanden werk Dit gaat om de per balansdatum onderhanden producten met vaste prijs. Onderhanden producten zijn opdrachten voor onze deelnemers. Ze worden gewaardeerd tegen toegerekende kosten en het deel van de productwinst dat kan worden verantwoord naar rato van de verrichte prestatie per balansdatum. De waarde van het onderhanden werk wordt bij wijze van voorschot bij de deelnemers als onderhanden werk in rekening

53

gebracht. Verliezen worden volledig in aanmerking genomen in het jaar waarin deze voorzienbaar zijn.

Uitzettingen en overlopende activa We waarderen vorderingen tegen de nominale waarde. Met eventuele oninbaarheid hebben we in de waardering rekening gehouden.

Liquide middelen De liquide middelen zijn tegen de nominale waarde opgenomen en omvatten het banksaldo.

Bestemmingsreserve Met een bestemmingsreserve bedoelen we een reserve waaraan het bestuur een bepaalde bestemming heeft gegeven.

Nog te bestemmen rekeningresultaat Het nog te bestemmen rekeningresultaat is het resultaat in het boekjaar. Dit leggen we ter bestemming voor aan het Algemeen Bestuur.

Voorzieningen Hieronder vallen voorzienbare verplichtingen, verliezen en/of risico’s voor zover de omvang hiervan redelijkerwijs is in te schatten, dan wel van derden verkregen middelen die specifiek moeten worden besteed. We hebben de voorzieningen opgenomen tegen nominale waarde

Vaste schulden De leningen met een looptijd langer dan een jaar nemen we hieronder tegen de nominale waarde op, verminderd met de al gedane aflossingen.

Vlottende passiva De vlottende passiva hebben een looptijd korter dan een jaar. We hebben de vlottende passiva gewaardeerd tegen nominale waarde.

Borg- en garantstellingen Buiten de balanstelling wordt – voor zover van toepassing – het bedrag genoemd waarvoor er borg- of garantstellingen zijn afgegeven.

Resultaat na bestemming Het resultaat na bestemming is het resterende resultaat na al bestemde mutaties in de reserves. Het resultaat leggen we ter besluitvorming voor aan het Algemeen Bestuur.

Afronding op hele euro’s Tenzij anders vermeld zijn alle bedragen in de jaarrekening afgerond op hele euro’s.

54

6.2. Balans

Activa

ultimo

ultimo

2020

2021

Passiva

VASTE ACTIVA

VASTE PASSIVA

Materiele vaste activa

Eigen vermogen

ultimo

bedragen in euro's ultimo

2020

2021

Investeringen met een economisch nut

1.271.491

1.086.898

Algemene reserve

-25.967

457.704

TOTAAL VASTE ACTIVA

1.271.491

1.086.898

Bestemmingsreserve

36.407

0

Resultaat boekjaar

483.671

599.366

Totaal eigen vermogen

494.111

1.057.070

Voorziening harmonisatietoelage

392.379

293.473

Voorziening verlof stuwmeren

58.584

46.613

Totaal voorzieningen

450.963

340.085

TOTAAL VASTE PASSIVA

945.074

1.397.155

VLOTTENDE ACTIVA Voorraden Onderhanden werk

0

0

Uitzettingen met een rentetypische looptijd <1 jaar -Vorderingen op openbare lichamen

1.726.939

2.613.532

-Uitzettingen in 's Rijks schatkist

3.278.326

975.005

-Overige vorderingen Liquide middelen

0 999.702

Voorzieningen

376.389 VLOTTENDE PASSIVA

Overlopende activa Nog te ontvangen bedragen

Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd <1 jaar 146.894

76.609

-Schulden aan openbare lichamen

2.004.187

1.848.942

491.828

385.165

-Verplichtingen

3.982.263

1.497.170

TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA

6.478.277

3.731.277

TOTAAL

7.423.352

5.128.433

-Overige schulden TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA

TOTAAL 55

6.151.861

7.423.352

4.041.535

5.128.433

Overlopende passiva

Bedragen in euro’s

6.3.

Toelichting op de balans

VASTE ACTIVA Materiële vaste activa In het volgende overzicht ziet u het verloop van de materiële vaste activa in het boekjaar. Over de gedane investeringen in 2021 hebben we gerekend met een afschrijving van een half jaar en 0% rente. Over de eerdere investeringen hebben we met een heel jaar rente en afschrijving gerekend. Investeringen met

Boekwaarde

economisch nut

31 december 2020

Investeringen

Afschrijvingen

31-12-2021

I

II

III

I + II - III

Inrichting

708.646

186.903

124.714

770.835

ICT: applicaties

467.103

175.980

291.123

ICT: pc's e.d.

95.741

5.342

76.144

24.940

1.271.490

192.245

376.838

1.086.898

Totaal

Boekwaarde

VLOTTENDE ACTIVA Onderhanden werk

0

De specificatie van het onderhanden werk (ohw) is als volgt:

Berg en Dal

Beuningen

Druten

Heumen

Nijmegen

Wijchen

Provincie Gelderland

Provincie Overijssel

Totaal

324.696

216.330

75.619

145.491

903.101

134.965

406.867

0

2.207.069

187.081

157.790

59.726

78.941

553.292

94.221

266.848

59.152

1.457.050

Mutatie 2021

-137.615

-58.540

-15.893

-66.550

-349.809

-40.744

-140.019

59.152

-750.019

Afrekening ohw

-159.791

-84.861

-5.662

-66.738

-474.664

-17.481

-27.288

0

-836.485

22.175

26.320

-10.231

188

124.855

-23.263

-112.731

59.152

86.466

Omschrijving Vooruit gefactureerd 31 december 2020 Vooruit gefactureerd 31 december 2021

Mutatie ohw

56

Uit liquiditeits- en volatiliteitsoverwegingen heeft het Algemeen Bestuur op 7 december 2017 besloten om voortaan de ohw-positie bij de deelnemers in rekening te brengen. Op 16 december 2021 heeft het Algemeen Bestuur het besluit genomen om vanaf 2023 onze productie volledig af te rekenen op basis van werkelijk bestede uren. We nemen dan afscheid van onze vaste prijsproducten en daarmee ook van het ohw. We zullen de ohwpositie per 31 december 2022 met onze opdrachtgevers afrekenen. Omdat we het ohw al met onze deelnemers verrekenen is het effect van deze eindafrekening beperkt tot de ohw-mutatie. Vooruitlopend op de eindafrekening, hebben we het ohw per 31 december 2021 met de provincie Overijssel afgerekend, zodat ook voor de provincie het effect van de eindafrekening in 2022 zich zal beperken tot de mutatie van het ohw. Het in rekening gebrachte ohw daalt in 2021 met € 750.019. Deze mutatie bestaat uit een afrekening ohw van € 836.485 en een mutatie ohw van € 86.466. De afrekening ohw gaat om de ohw-positie van twee producten die we al vanaf 2022 op de nacalculatie van uren gaan afrekenen en uit een nasleep van de opschoonactie uit 2020. De afrekening is conform het besluit van het Algemeen Bestuur op 16 december 2021.11 In totaal hebben we per 31 december 2021 € 1.457.050 bij de opdrachtgevers vooruit gefactureerd, waardoor de balanspositie € 0 is.

11. Het bestuursbesluit gaat over: 1. de afrekening van de ohw-waarde per 31 december 2021 van de producten Toezicht verleende omgevingsvergunning Wabo-activiteit: Bouwen van een bouwwerk (T34) en Toezicht sloopmelding (T36). Deze producten, die we vanaf 1 januari 2022 op uurbasis gaan afrekenen, kennen vanaf 2022 geen ohw meer. De ohw-waarde per 31 december 2021 van deze producten bedraagt € 858.394,-. 2. het verwerken van de nasleep van de opschoonactie ohw in 2020. Een klein deel van het ohw konden we niet meenemen in deze actie, omdat dit nog gescreend moest worden met de tool Risicogericht toezicht. Die screening hebben we in 2021 uitgevoerd. Het deel van het ohw dat we volgens deze screening niet uit hoeven te voeren, sluiten we af en verrekenen we met onze deelnemers. De ohw-waarde hiervan is € 41.924. De afrekening van punt 1 en 2 hebben we verwerkt door deze zaken af te sluiten en ze als vaste prijs product tegen de ohw-waarde bij onze deelnemers in rekening te brengen. Daarmee is de afrekening budgettair neutraal. De afrekening bevat verder een administratieve correctie op de eindafrekening van 2020. Een klein aantal in 2020 afgesloten en afgerekende zaken zijn in 2021 alsnog opgepakt. Deze zaken zijn in 2021 weer opengezet. Het openzetten gebeurt met terugwerkende kracht, waardoor we de in 2020 afgerekende inzet in 2021 opnieuw zouden factureren. Dubbelop dus.

Het gaat om een waarde van in totaal € 63.833, die we met een correctie aan onze deelnemers hebben teruggegeven. Details met bedragen per deelnemer hebben we met de deelnemers gedeeld.

57

Uitzettingen met een rentetypische looptijd van < 1 jaar De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar waarderen we tegen de nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid hebben we geen voorziening in mindering gebracht.

Vorderingen op openbare lichamen

2.613.532

Dit gaat om het debiteurensaldo per ultimo 2021:

Deelnemers afrekening 4e kwartaal 2021

1.766.460

Stelselomgevingsdiensten afrekening 4 kwartaal 2021

546.911

DCMR-afrekening 2021

54.981

Overig

245.180

Totaal

2.613.532

e

Uitzettingen in ’s Rijks schatkist

975.005

Met ingang van januari 2014 is de ODRN verplicht te ‘schatkistbankieren’. Dit houdt in dat we alles boven € 1.000.000 op de rekening courant bij de BNG moeten afstorten bij het Rijk, die dit gebruikt als eigen financieringsmiddel. Bij behoefte kan de ODRN weer over dit tegoed beschikken. Zoals uit het volgende overzicht blijkt is in 2021 het drempelbedrag niet overschreden. kwartaal

kwartaal

kwartaal

kwartaal

Omschrijving

1

2

3

4

Drempelbedrag

1.000.000

1.000.000

1.000.000

1.000.000

schatkist aangehouden middelen

584.282

358.143

302.043

491.006

Ruimte onder het drempel bedrag

415.718

641.857

697.957

508.994

0

0

0

0

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks

Overschrijding

Liquide middelen Het saldo bij de BNG bedroeg € 376.389 aan het eind van 2021.

58

376.389

Overlopende activa Nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen 76.609 Deze post bestaat uit: Afrekening stelseltaken 2021

48.078

Stelselbijdrage Coördinatie en kwaliteit OddV

8.862

Stelselbijdrage Ketentoezicht ODR

1.233

Stelselbijdrage Portaal en kenniscentrum OVIJ

28.218

Stelselbijdrage Beheer I-GO OddV Deelnemers slotfactuur 2021

9.766 17.798

Berg en Dal

620

Beuningen

3.679

Druten

1.745

Nijmegen

6.582

Wijchen

5.171

Diversen

10.733

Totaal

76.609

De afrekening van onze bijdrage aan de stelseltaken heeft geleid tot diverse terugvorderingen van in totaal € 48.078. Begin januari 2022 is de factuur over 2021 opgesteld. De omzet is, onder inhouding van betaalde omzet en voorschotten, bij de opdrachtgevers in rekening gebracht. De kwaliteitscontrole die we daarna hebben uitgevoerd leidde tot een aantal correcties, te vorderen € 17.798, die we alsnog gaan verrekenen.

59

VASTE PASSIVA Eigen vermogen Overzicht reserves Saldo 31 Reserve

Saldo 31

Resultaat Onttrekkingen

december

2020

2020

december

2021

2021

-

Algemene reserve

25.967

Bestemmingsreserve

457.704

483.671

36.407

Totaal reserves

10.440

483.671

36.407

-

36.407

457.704

Bij besluit van het Algemeen Bestuur in juli 2018 is de bestemmingsreserve gevormd door € 100.000 van het positief exploitatiesaldo niet uit te keren, maar te reserveren voor de energietransitie. Het programma is in 2019 en 2020, mede door COVID-19, niet volledig tot uitvoer gekomen. In 2021 hebben we de het resterende saldo van de bestemmingsreserve van € 36.407 ingezet. Deze inzet is in 2021 volgens de volgende tabel op de bijdragen van de gemeenten in mindering gebracht.

Verloop bestemmingsreserve Gemeente

31 december 2020

Inzet in 2021

31 december 2021

Beuningen

14.656

14.656

0

Druten

6.257

6.257

0

Heumen

6.973

6.973

0

Wijchen

8.521

8.521

0

36.407

36.407

0

Het gerealiseerde resultaat over 2020 is door het Algemeen Bestuur bestemd bij vaststelling van de rekening 2020. Het Algemeen Bestuur moet het gerealiseerde resultaat over 2021 nog bestemmen.

Gerealiseerd resultaat

totaal

Gerealiseerd resultaat per 31 december 2020

483.671

Bestemd ten gunste van algemene bedrijfsreserve

-483.671

Gerealiseerd resultaat 2021

599.366

Nog te bestemmen resultaat 2021

599.366

60

Voorzieningen Het Dagelijks Bestuur heeft op 4 september 2014 besloten tot de instelling van drie voorzieningen. Dit was noodzakelijk omdat de provincie Gelderland de verplichtingen aan de ODRN, voortkomend uit het Gelders Sociaal Plan (GSP), heeft afgekocht. Het gaat om de afkoop van: 

Harmonisatietoelage: het verschil tussen werkelijk brutosalaris bij de provincie en het salaris volgens het functiehuis bij de ODRN tijdens het dienstverband van de medewerker.

Verlofstuwmeer: verlofsaldi per 1 april 2013 maal het per medewerker betreffende uurtarief.

Reiskosten woon- werkverkeer: Opgeheven per 1 april 2017.

Onttrekking aan voorzieningen We onttrekken de werkelijke kosten aan de voorzieningen en brengen deze ten gunste van de exploitatie, waarmee deze kosten budgettair neutraal zijn. Het vertrek van drie medewerkers met harmonisatierechten leidt bij de voorziening harmonisatietoelage tot een vrijval van € 52.505. Voor de vervangers van de vertrokken medewerkers hoeven we geen harmonisatie te betalen. Deze vrijval boeken we als eenmalige opbrengst in het resultaat. Mutatieoverzicht harmonisatie

verlof

totaal

toelage stuwmeer saldo 31 december 2020

392.379

58.584

450.963

bij: toevoegingen

0

0

0

af: onttrekkingen

98.906

11.971

110.877

-werkelijk uitbetaald

46.401

11.971

58.372

-vrijval

52.505

saldo 31 december 2021

61

293.473

52.505 46.613

340.086

VLOTTENDE PASSIVA Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1jaar Schulden aan openbare lichamen

1.848.942

Deze post bestaat uit: Btw 4e kwartaal 2021

791.527

Loonheffing december 2021

863.004

Pensioenpremie december 2021

192.021

Overige

2.390

Totaal

1.848.942

Overige schulden

385.165

Dit gaat om de crediteuren per 31 december 2021 van € 382.752 en om diverse verrekeningen met het personeel van € 2.413.

Overlopende passiva Verplichtingen

1.497.170

De verplichtingen bestaat uit de volgende bedragen: Vooruitontvangen bijdrage ontwikkelprogramma 2021

800.052

N.t.b. kosten inhuur 2021

234.919

N.t.b. cao 2021

215.529

Diverse nog te betalen kosten 2021

123.179

Vooruitontvangen bijdragen Provincie Gelderland en Overijssel

83.272

Eindafrekening 2021

19.579

GEDEPUTEERDE STATEN PROVINCIE GELDERLAND

3.432

GEMEENTE HEUMEN

2.956

OMGEVINGSDIENST ARNHEM

4.279

OMGEVINGSDIENST DE VALLEI

5.737

PROVINCIE OVERIJSSEL

3.175

Nabetaling Piket 2013 en 2014

14.611

N.t.b. Afrekening stelseltaak P&O ODA Totaal

62

6.030 1.497.170

Vooruitontvangen bijdrage ontwikkelprogramma 2021 In de volgende tabel ziet u de bijdrage, besteding en het resterende budget van het ontwikkelprogramma 2021. Bijdrage 2021

Besteding 2021

Restant

1.814.895

1.014.843

800.052

ODRN

410.000

410.000

0

Totaal

2.224.895

1.424.843

800.052

Deelnemers

We hebben in 2020 een bedrag van € 897.895 naar 2021 overgeheveld en in 2021 is het laatste deel van de ontwikkelbijdrage van € 917.000 bij onze deelnemers inrekening gebracht. De in 2021 geboekte bijdragen van deelnemers komst daarmee op € 1.814.895. De ODRN zet in 2021 een bedrag van € 410.000 in voor de ontwikkelbijdrage.12 In totaal is daarmee in 2021 een bedrag van € 2.224.895 beschikbaar. We hebben in 2021 € 1.424.843 besteed en houden € 800.052 van het budget over. Dit bedrag bestaat uit de onderbesteding van de middelen in 2021 en uit de middelen voor de begrote inzet in 2022 en 2023: Onderbesteding 2021

43.052

Begrote ontwikkelbijdrage 2022

447.000

Begrote ontwikkelbijdrage 2023

310.000

Totaal

800.052

We stellen voor dit bedrag naar 2022 over te hevelen. In de volgende tabel staat de afrekening van de bijdrage ontwikkelprogramma per deelnemer: Saldo 31 december 2020

Gefactureerd in 2021

Inzet 2021

Saldo 31 december 2021

Gemeente Berg en Dal

95.562

94.000

105.998

83.564

Gemeente Beuningen

59.646

59.000

66.344

52.302

Gemeente Druten

22.447

22.000

24.854

19.593

Gemeente Heumen

41.047

41.000

45.879

36.168

Gemeente Nijmegen

335.428

345.000

380.478

299.950

Gemeente Wijchen

35.274

34.000

38.736

30.538

Provincie Gelderland

308.491

322.000

352.555

277.936

Totaal

897.895

917.000

1.014.843

800.052

Deelnemers

12. Conform begroting 2021: € 100.000 opleidingsbudget en € 310.000 aanvullend.

63

N.t.b. cao 2021 Eind januari 2022 is er een definitief akkoord gesloten over de cao Gemeenten 2021. Dit akkoord voorziet in een eenmalige bruto-vergoeding van € 1.200 bij een voltijdsaanstelling en in een salarisstijging van 1,5 % vanaf december 2021. Deze aanvullingen zullen meegenomen worden in de salarisuitbetaling over februari 2022. De effecten voor zover die betrekking hebben op het jaar 2021, hebben we ten laste van 2021 geboekt.

Vooruitontvangen bijdragen provincie Gelderland en Overijssel Dit gaat om gefactureerde bijdragen voor de projecten circulaire economie, opleidingen Brzo en IPPC-bekendmakingen. Deze middelen zetten we in 2022 in.

Eindafrekening 2021 Begin januari 2022 hebben we de factuur over 2021 opgesteld. De omzet hebben we, onder inhouding van betaalde omzet en voorschotten, bij de opdrachtgevers in rekening gebracht. Daarna hebben we een kwaliteitscontrole uitgevoerd. Dit heeft geleid tot een aantal correcties, na te betalen € 19.579, en dat gaan we alsnog verrekenen.

Nabetaling Piket 2013 en 2014 De nabetaling Piket 2013 en 2014 van € 14.611 gaat om compensatie in verband met een verkeerde toepassing van de werktijdenregeling. Door een verkeerde uitleg van deze regeling konden piketmedewerkers in de periode vóór 2020 hun overuren niet op basis van tijd-voor-tijd compenseren. Dit bleek achteraf in strijd met onze werktijdenregeling te zijn. Het gevolg is dat medewerkers geen compensatieverlof konden opbouwen, terwijl ze daar wel recht op hadden. Dit hebben we in 2020 voor 2015 tot en met 2019 gecompenseerd. Met de voorgenomen nabetaling compenseren we ook de jaren 2013 en 2014.

Niet in de balans opgenomen verplichtingen De gemeente Nijmegen voert als gastheer de PIOFAH-taken voor de ODRN uit.13 Deze taken zijn beschreven in de Samenwerkingsovereenkomst ODRN – Gemeente Nijmegen 2020-2023. Ons Dagelijks Bestuur heeft op 16 december 2020 deze overeenkomst vastgesteld voor de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2023. De huur van ons kantoorpand is onderdeel van deze overeenkomst. De omvang van deze overeenkomst is voor 2022 € 2.846.358 (prijspeil 2022).14

13. PIOFAH staat voor personeel, informatie, organisatie, financiën, automatisering en huisvesting. 14. Nog exclusief eventuele besparingen op centrale repro.

64

6.4.

Het overzicht van baten en lasten

We sluiten 2021 af met een voordelig resultaat van € 599.366. In de volgende tabel ziet u een overzicht van de lasten en baten met de indeling volgens de BBV voorschriften: Omschrijving

Begroting 2021 Lasten

Werkelijk 2021

Baten

Lasten

Baten

Programmaplan Programma ODRN

16.954.595 23.579.779

16.551.443

6.661.591

6.484.638

23.599.040

Overzicht Overhead Saldo van lasten en baten

0

Onttrekkingen aan de reserves Resultaat programma

562.959 36.407

36.407

0

599.366

Deze indeling biedt weinig informatie. Daarom hebben we een staat van lasten en baten opgesteld die uitgaat van categorieën en is voorzien van een toelichting:

Omschrijving nr.

2021

Werkelijk

Verschil

12.708.040

1.557.118

Lasten

1 Salarissen en sociale lasten 2 Opleidingskosten

14.265.158 181.000

196.989

-15.989

3 Kosten ontwikkelprogramma

1.467.895

1.424.843

43.052

4 Inhuur

3.272.739

4.292.444

5 PIOFAH-taken

2.764.437

2.783.663

-19.226

6 Kapitaallasten

380.000

376.838

3.162

7 Overige materiële kosten

948.956

999.633

-50.677

8 Bijdrage regionaal stelsel

336.000

253.630

82.370

23.616.186

23.036.081

580.105

Totaal lasten

65

Begroting

1.019.705

Baten

9 Deelnemersbijdragen

19.693.234

20.392.131

698.897

10 Ontwikkelbijdrage

1.057.895

1.014.843

-43.052

11 Baten bovenregionale taken

2.183.186

1.710.202

-472.984

12 Subsidies en overige

645.464

429.359

-216.105

13 Onttrekking bestemmingsreserve

36.407

36.407

0

0

52.505

52.505

23.616.186

23.635.447

19.261

14 Vrijval voorziening harmonisatietoelage Totaal baten Resultaat 2021, verschil tussen baten en

599.366

lasten

Toelichting op verschillen groter dan € 25.000,1. Salarissen en sociale lasten Ten opzichte van de begroting geven we € 1,6 miljoen minder uit aan salarissen en sociale lasten. Door krapte op de arbeidsmarkt lukt het ons onvoldoende om vast personeel aan te trekken. We blijven in 2021 ongeveer 9 fte achter op de formatie. Een deel van de salariskosten, in totaal vijf ton, is inzet voor het ontwikkelprogramma en is verantwoord onder punt 10. We hebben de effecten van de cao 2021 van twee ton ten laste van de salarissen en sociale lasten geboekt. Zie hiervoor toelichting van de balanspost verplichtingen.

2. Opleidingskosten We begroten 2% van de begrote salarissen en sociale lasten voor opleidingskosten. In 2020 en in 2021 zetten we een ton van ons opleidingsbudget in voor het ontwikkelprogramma.

3. Kosten ontwikkelprogramma De totale inzet in 2021 bedroeg € 1,4 miljoen. We hebben hiermee op € 43.052 na de begrote middelen ingezet. De inzet dekken we voor € 410.000 uit budget van de ODRN en voor en € 1.014.843 uit bijdragen van de deelnemers. Dit ziet u ook in het volgende overzicht. Begroting 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11496643/1