CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage VI Begroting 2025, inclusief meerjarenraming 2026-2028

Raad 6 juni 2024, gemeente HeumenBij agendapunt: Jaarrekening 2023, begrotingswijziging 2024 en begroting 2025 Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN)16.269 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Projectkosten ontvlechting BRIKS 2024

456 -925

-878

-808

-808

-925

-878

-808

-808

Frictie overhead Totaal

456

We verwachten in 2024 € 4,56 ton projectkosten ontvlechting BRIKS te maken. Deze kosten, die we bij de wijziging begroting I 2024 toelichten, lopen vanaf 2025 af. De post frictie overhead lichten we toe in de paragraaf ‘Overhead en Inhuur’ en in de paragraaf over risico’s

Jaarlaag 2028 De begrote baten en lasten van 2027 zijn ongewijzigd doorgetrokken naar de nieuwe jaarlaag 2028.

37

3.6. Overhead en inhuur We sturen actief op uitgaven voor overhead en inhuur. Deze proberen we te beperken omdat we onze middelen zoveel mogelijk willen inzetten voor onze primaire processen.

Inhuur De ambities om inhuur te beperken, moeten we vanwege de krapte op de arbeidsmarkt bijstellen. In 2023 kwamen we uit op 33% inhuur. We nemen maatregelen om dat te terug te brengen. Zo willen we met een traineeprogramma mensen in huis opleiden. Het effect van dit soort maatregelen is pas op termijn zichtbaar. We kunnen niet zonder inhuur om op korte termijn onze werkafspraken na te komen. Daarom willen we de inhuurpercentages op basis van reële verwachtingen bijstellen. In 2024 begroten we 27% (was 25%) inhuur. Dat percentage daalt in 2025 naar 25% (was 22%) en in de jaren daarna naar 20%. In de tabel laten we zien dat we hoe we op deze percentages uitkomen. Dynamische begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027 en 2028

25.136

20.217

19.995

19.987

Inhuur overhead Inhuur primair

1.061 5.726

953 4.101

740 3.259

740 3.238

II Inhuur totaal I /II Aandeel inhuur

6.878 27%

5.054 25%

3.999 20%

3.977 20%

in € * 1.000 I Salarissen en inhuur

Overhead Het aandeel overhead als percentage van de totale lasten begroten we vanaf 2025 structureel op 30%. We hebben dit percentage verhoogd van 29% naar 30% omdat we ons opleidingsbudget verruimd hebben van 2% naar 3% van de loonsom. Met een percentage van 3% voldoen we aan de robuustheidscriteria van het ministerie van I&W.

38

In de volgende tabel ziet u de ontwikkeling van de overhead. Dynamische begroting 2024

In € * 1.000

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Loonkosten overhead

2.868

2.865

2.952

2.952

ICT en informatiebeheer

1.654

1.634

1.608

1.594

Inhuur overhead

1.061

953

740

740

Huisvestingslasten

856

900

900

801

Bijdrage regionaal stelsel

408

462

501

501

Opleidingskosten

338

455

480

477

Materiële kosten

365

336

336

336

Overige personele lasten

396

316

316

316

Kapitaallasten

150

150

150

150

I Overhead

8.096

8.071

7.983

7.867

II Overhead genormeerd (30%)

8.096

7.146

7.105

7.059

-925

-878

-808

II - I Frictie overhead

We begroten meerjarig 30%, maar het risico bestaat we op hogere overheadkosten uitkomen. In de tabel ziet u de regels overhead en overhead genormeerd. De regel overhead betreft overheadkosten op basis van reële kosteninschattingen. Overhead genormeerd betreft de soll positie, de berekende overhead als 30% van de totale lasten. De berekening daarvan ziet u in deze tabel:

In € * 1.000 I Overhead genormeerd II Totaal lasten I/II % overhead

Dynamische begroting 2024 8.096 30.827 26%

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

7.146 23.819 30%

7.105 23.683 30%

7.059 23.530 30%

De regel frictie overhead laat het verschil zien tussen de overheadkosten op basis van reële kosteninschattingen en de genormeerde overhead. Dit schatten we in als frictie veroorzaakt door de ontvlechting van de BRIKS-taken door de gemeente Nijmegen. We zijn nog in gesprek met de gemeente Nijmegen over de uitgangspunten en de mogelijkheden de frictie te verkleinen. Daarom nemen we dit op als risico. We komen hier in paragraaf 4.1 Weerstandscapaciteit en risicobeheersing op terug.

Overhead op basis van reële kosteninschattingen Overheadkosten hebben grotendeels een vast karakter en ademen niet automatisch mee met omzetschommelingen. Zo moet de administratie worden gevoerd en de ICT moet in basis op orde zijn. Veel van onze ICT-applicaties zijn open source en dus niet gekoppeld aan het aantal gebruikers. De kapitaallasten zijn gebaseerd op aanschaffingen die we al gedaan hebben en kunnen we op korte termijn niet beïnvloeden. Kostenbesparingen hebben continu onze aandacht. We realiseren besparingen met modernisering en digitalisering van processen. Tegelijk moeten we middelen inzetten voor toenemende maatschappelijke opgaven. Zo krijgen we steeds meer vragen van bezorgde

39

burgers en de pers over de leefomgeving. Regelgeving over het openbaar maken van informatie maakt dat we meer moeten publiceren in het kader van de nieuwe wetten, de WOO en de WEP. Dat vraagt om versterking van communicatie. Ook vraagt de maatschappij om sturing op outcome. Het gaat dan om de effecten van ons handelen op de leefomgeving. In hoeverre draagt ons handelen bijvoorbeeld bij aan energiebesparing en verbetering van de bodemkwaliteit. Het vastleggen en ontsluiten van data hierover vraagt het een en ander van onze ICT systemen en medewerkers. Zoals u in onze jaarstukken 2023 kunt lezen, huren we (noodgedwongen) ruim 30% van onze medewerkers in. Inhuur vraagt meer inzet van overhead dan vaste aanstellingen. Het gaat steeds om kortdurende overeenkomsten. Onze HR medewerkers zijn steeds bezig met het werven van nieuwe inhuur, het verlengen van contracten en het op orde houden van inhuurdossiers. Dossiers die moeten voldoen aan stringente aanbestedingsvoorschriften. Verder is er een toenemende rapportageverplichting in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording die ons dagelijks bestuur jaarlijks bij de jaarstukken dient af te geven. Om deze verantwoording af te kunnen geven, dienen we ons bestuur frequenter te informeren over onze bedrijfsvoering.

Verder dienen we vanaf 2024 jaarlijks en elk kwartaal aan het CBS te rapporteren in een zogenaamd IV3 format en krijgen we vanaf 2023 rijkssubsidies met specifieke verantwoordingsvoorschriften. Onze accountant complimenteert ons afgelopen jaren met onze bedrijfsvoering. Die houden we alleen op orde met een kwalitatief én kwantitatief voldoende bezetting. We hebben wel onze overhead kritisch beoordeeld en deze, daar waar we dat voorzien, laten dalen. In de tabel ontwikkeling van de overhead ziet u dat de overhead daalt van € 8,1 miljoen in 2024 naar € 7,9 miljoen in 2027. Gecorrigeerd voor indexering 2025 (effect hiervan is € 2 ton), een daling van in totaal € 4 ton. De ICT-kosten laten we dalen voor zover deze gebruikersafhankelijk zijn. Ook gaan we ervanuit dat we vanaf 2027 minder huisvestingslasten zullen hebben. Verder zullen we proberen de inhuur overhead te beperken. Vanaf 2026 sturen we op een inhuurpercentage van 20%.

40

3.7. Lasten en baten per taakveld In het volgende overzicht ziet u de begrote baten en lasten naar taakveld: Omschrijving In € * 1.000

Lasten 2025

Baten 2025

Rentebaten

4.626 2.729 4.580 11.934 2.193 1.619 928 4.739 7.146 -

6.580 3.882 6.515 16.978 3.119 2.302 1.320 6.742 100

Totaal lasten en baten

23.819

23.819

7.4 milieubeheer Vergunning behandelen Toezicht en handhaven Advies en projecten Totaal milieubeheer 8.3 bouwen & wonen Vergunning behandelen Toezicht en handhaven Advies en projecten Totaal Bouwen 04 Overhead

De begrote baten in 2025 hebben voor 72% (2023: 57%) betrekking op Milieubeheer en voor 28% (2023: 43%) op Bouwen & Wonen. Door de ontvlechting van de bouwtaken daalt het aandeel Bouwen & Wonen. We richten ons vanaf 2025 relatief meer op de milieutaken. Dat ziet u in deze grafiek.

Begroting 2025, in totaal € 23,8 miljoen Bouwen toezicht en handhaving 10%

Bouwen advies en projecten 6%

Bouwen vergunningen 13%

Milieu advies en projecten 27%

Milieu vergunningen 28%

Milieu Toezicht en handhaving 16%

In onze advieslijsten geven we per opdrachtgever een nadere specificatie naar product. In de bijlage ziet u een samenvatting daarvan.

41

3.8. Meerjarenbalans 2023 tot en met 2026 In het volgende overzicht ziet u de balans 2023 en geprognosticeerde balans van 2024, 2025 en 2026:

in € * 1.000

ultimo

ultimo

ultimo

ultimo

2023

2024

2025

2026

590

499

408

490

Activa VASTE ACTIVA Materiele vaste activa Investeringen met een economisch nut

VLOTTENDE ACTIVA Voorraden Uitzettingen met een rente-typische looptijd <1 jaar -Vorderingen op openbare lichamen

1.424

500

500

500

-Uitzettingen in 's Rijksschatkist

1.590

1.743

1.798

1.679

864

400

400

400

Nog te ontvangen bedragen

1.073

100

100

100

Totaal activa

5.542

3.242

3.206

3.169

Algemene reserve

104

203

203

203

Het gerealiseerde resultaat

99

Liquide middelen Overlopende activa

Passiva VASTE PASSIVA Eigen vermogen

Voorzieningen Voorziening harmonisatietoelage

147

120

100

79

Voorziening verlof stuwmeren

613

478

462

446

-Schulden aan openbare lichamen

1.133

1.500

1.500

1.500

-Overige schulden

2.313

540

540

540

-Verplichtingen

1.132

400

400

400

Totaal passiva

5.542

3.242

3.206

3.169

VLOTTENDE PASSIVA

Overlopende passiva

We gaan ervan uit dat het resultaat over 2023 van € 1 ton aan onze algemene reserve wordt toegevoegd zodat deze op € 2 ton uitkomt. Over 2024 t/m 2026 ramen we een sluitende begroting, wat maakt dat onze algemene reserve onveranderd blijft. In onze risicoparagraaf actualiseren we risico’s en bepalen we ons benodigde weerstandscapaciteit. We geven onze deelnemers aan bij de bepaling van hun benodigde weerstandscapaciteit rekening te houden met het bedrag aan risico’s dat onze weerstandscapaciteit te boven gaat.

42

4. Paragrafen

43

De regelgeving kent acht verplichte paragrafen voor provincies, gemeenten en de gemeenschappelijke regelingen. Dit is vastgelegd in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Drie van de verplichte paragrafen gaan over heffingen, grondbeleid en deelname in verbonden partijen. Deze zijn voor de ODRN niet van toepassing. Op de andere paragrafen gaan we in dit hoofdstuk in.

4.1. Weerstandscapaciteit en risicobeheersing De Jaarstukken 2023 bevatten een risico-inventarisatie. Het totaal aan risico’s kwantificeerden we op € 1.056.500. We voorzien nu een aantal nieuwe risico’s. Deze hangen samen met de omzetdaling vanaf 2025, met mogelijke frictiekosten en met het risico op hogere inhuurkosten dan begroot. Deze risico’s vatten we in volgende tabel samen. Daarna lichten we deze toe.

in * 1.000

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Totaal

808

3.419

1.

Frictie overhead

925

878

808

2.

Frictie overig

pm

pm

pm

3.

Inhuur > norm

325

Totaal

1.250

0 325

878

808

808

3.744

1. Frictie overhead We gaan vanaf 2025 uit van een aandeel overhead van 30% van de totale lasten. Omdat overhead voor een deel vaste kosten betreft, kunnen we deze kosten niet gelijk aanpassen aan de gedaalde omzet als gevolg van de ontvlechting. Het aandeel > 30% in de jaren 2025 tot en met 2028 betreft een bedrag van € 3,4 miljoen. Dit hebben we als taakstelling (negatieve last) in de begroting opgenomen. Een opdracht aan de ODRN en gemeente Nijmegen om dit met maatregelen terug te brengen. Maatregelen kunnen zijn een kostenreductie op overhead dan wel het generen van extra omzet. De frictiekosten zijn gebaseerd op een reële inschatting van de kosten en omzet. Maar ook de raming in deze begroting is niet in beton gegoten. De baten en dan ook de frictiekosten kunnen zich uiteraard anders ontwikkelen. We voegen € 9,25 ton, het bedrag van 2025, aan de risico’s toe. We zijn nog in gesprek met de gemeente Nijmegen over uitgangspunten en mogelijkheden de frictie te verkleinen. Daarom nemen we dit op als risico.

2. Frictie overig Frictie overig gaat onder andere om de kosten van boventallig personeel als gevolg van de ontvlechting van de BRIKS-taken. Deze kosten kunnen we nu nog niet inschatten. Daarvoor moeten we eerst in beeld hebben wat het resterende takenpakket is en welke medewerkers overgaan.

44

3. Inhuur> norm In de Begroting 2024 en Begroting 2025 gaan we uit van inhuur van respectievelijk 27% en 25%. We nemen maatregelen om de inhuur te beperken, maar dat blijkt in de praktijk lastig. In 2023 kwamen we nog uit op 33% inhuur. Een hogere inhuur dan de norm geeft extra kosten. We hadden hiervoor een risico geraamd van € 1,75 ton. Dat hogen we op naar € 5 ton.

Geactualiseerde risico’s en weerstandsratio In volgende tabel ziet u de risico’s van de Jaarstukken 2023 en in de rechterkolom de geactualiseerde risico’s van in totaal € 2,3 miljoen. Risico in € * 1.000 Inflatie Achterblijvende omzet Begrotingsrisico Uitval automatisering Ziekteverzuim Wet Deregulering beoordeling arbeidsrelatie Krapte op de arbeidsmarkt/meerkosten inhuur Frictiekosten overhead Frictie overig Totaal

Jaarstukken 2023

Actuele stand

225 527 10 20 75

225 527 10 20 75

25

25

175 -

500 925 pm

1.057

2.307

Omdat niet alle risico’s zich gelijktijdig zullen voordoen, passen we een dempingsfactor van 0,6 toe. We komen hiermee op een risicobedrag van € 1.383.900 (€ 2.306.500 * 0,6). In onderstaande tabel kun u zien dat onze weerstandsratio (eigen vermogen/risico’s) daalt van 0,32 naar 0,15. Volgens de waarderingstabel, die is opgenomen in de nota ‘Risico’s en weerstandscapaciteit’ 6, is dit ruim onvoldoende.

in € * 1.000 Risico voor demping Risico na demping 60% Eigen vermogen 31 12 2023 Weerstandsratio (eigen vermogen/risico)

I II II/I

Jaarstukken 2023

Actuele stand

1.057 634 203

2.307 1.384 203

0,32

0,15

We zullen onze deelnemers aangeven dat ze bij de bepaling van hun benodigde weerstandscapaciteit rekening houden met het risicobedrag dat wij niet met ons eigen vermogen kunnen afdekken. Zo wordt dit deel van onze risico’s met vermogen van onze deelnemers afgedekt.

6 Het algemeen bestuur heeft op 30 september 2021 met deze nota ingestemd.

45

4.2. Financiering Volgens de Wet Fido (Financiering decentrale overheden) is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de rente-risiconorm, de verwachte toe- of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. De paragraaf moet in ieder geval de beleidsvoornemens bevatten ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille.

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Het doel van de kasgeldlimiet is om het risico van rentefluctuaties voor kort lenen te beperken. Volgens de Wet Fido bedraagt de kasgeldlimiet 8,5% van het totaal van de begroting. Voor de Begroting 2025 komt dat uit op een bedrag van € 2,0 miljoen. We hebben een treasurystatuut voor de omgang met liquide middelen en financiering. Ook hebben we een overeenkomst met de huisbankier, de BNG bank. Het gebruik van derivaten wordt niet toegestaan. We lenen alleen voor kapitaaluitgaven die de reguliere bedrijfsvoering betreffen. We hebben voor de inrichting van de ICT-omgeving en de huisvesting sinds 2013 kredieten beschikbaar voor in totaal € 2,1 miljoen. Tot op heden is het niet nodig geweest om voor investeringen middelen met een looptijd langer dan één jaar aan te trekken. Als dit in de toekomst wel nodig is, dan nemen we hiervoor een voorstel in de bestuursrapportage op. In 2014 is het zogenaamde Schatkistbankieren verplicht geworden. We hebben hiervoor een speciale rekening geopend bij de BNG Bank en bij het Rijk. We moeten alle bedragen boven € 1.000.000 overmaken naar deze speciale rekening. Het Rijk heeft toegang tot deze rekening en gebruikt deze gelden voor zijn eigen financiering.

Financiële kengetallen Het BBV schrijft een verplichte set van kengetallen voor die we in de begroting moeten opnemen. Deze kengetallen geven we hier weer.

Netto schuldquote Dit geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig.

46

De schuldquote van de ODRN in het begrotingsjaar 2025 is - 1,5 % en is voldoende. 7 De VNG adviseert om bij een schuldquote > 130% de schulden af te bouwen.

Solvabiliteitsratio Hierbij gaat het om het eigen vermogen als bedoeld in artikel 42 van het BBV, gedeeld door het totaal van de passiva.8 De solvabiliteitsratio in het begrotingsjaar 2025 is 6% (€ 203.000/€ 3.206.000).

Structurele exploitatieruimte Deze indicator geeft aan of de begroting structureel en reëel in evenwicht is.9 Hierbij gaat het om het onderscheid tussen structurele (meerjarige) en incidentele (eenmalige) inkomsten en uitgaven. Structurele uitgaven zijn bijvoorbeeld de personeelskosten en kapitaallasten en bijdragen. De incidentele inkomsten en uitgaven verschillen per jaar. Een voorbeeld van incidentele uitgaven zijn bijvoorbeeld de implementatiekosten voor de Omgevingswet. Wij gaan ervan uit dat de structurele baten en lasten vooralsnog met elkaar in evenwicht zijn en daarmee ramen we dit percentage op 0%. We kunnen onze lasten deels aanpassen aan de afname van de baten vanaf 2025 door inhuur niet te verlengen en door geen nieuwe inhuurcontracten aan te gaan. We voorzien echter wel frictiekosten overhead als gevolg van de ontvlechting van de BRIKS-taken. We gaan ervan uit dat gemeente Nijmegen deze kosten betaalt.

7

De netto schuldquote = (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) D Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) E Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) F Liquide middelen (cf art. 40 BBV) G Overlopende activa (cf. art. 40a BBV) H Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV (dus excl. mutaties reserves))

8

Artikel 42 van de BBV: Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat

volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. 9

De structurele exploitatieruimte = ((B-A)+(D-C))/(E) x 100% A Totale structurele lasten B Totale structurele baten C Totale structurele toevoegingen aan de reserves D Totale structurele onttrekkingen aan de reserves E Totale baten

47

4.3. Bedrijfsvoering Het bestuur De ODRN kent drie bestuursorganen: Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur en voorzitter. We lichten deze organen kort toe. Het Algemeen Bestuur bestaat uit acht leden. Dit zijn leden van de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en een vertegenwoordiger namens het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland. Daarnaast is hetzelfde aantal plaatsvervangende leden aangewezen. De bevoegdheden van het Algemeen Bestuur zijn vergelijkbaar met de bevoegdheden van de gemeenteraad en van de Provinciale Staten. Het Dagelijks Bestuur telt vier leden, inclusief de voorzitter. Het heeft de bevoegdheid die vergelijkbaar is met het college van burgemeester en wethouders heeft en het college van Gedeputeerde Staten. De voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur benoemd. De voorzitter leidt de vergaderingen van zowel het Dagelijks als Algemeen Bestuur. Hij vertegenwoordigt de ODRN in en buiten rechte. De heer Harold Zoet vertegenwoordigt provincie Gelderland en is de voorzitter van de ODRN.

De ambtelijke organisatie De ambtelijke organisatie kenmerkt zich door een platte organisatie. We hebben zes afdelingen, met aan het hoofd de algemeen directeur en de directeur Bedrijfsvoering, tevens adjunct-directeur. De afdelingshoofden geven ieder leiding aan een afdeling met gemiddeld 30 medewerkers. Bij de grotere afdelingen Vergunningverlening milieu en Interne Ondersteuning zijn teammanagers benoemd. We passen vanaf 2025 de organisatie aan op de situatie na de ontvlechting van de BRIKS-taken. We hebben een organisatiemodel ontwikkeld waarmee we de resterende BRIKS-activiteiten een plek geven. Met dit model willen we ook beter toegerust zijn op onze toekomstige opgaven. We zullen het bestuur separaat in deze plannen meenemen. We kunnen de realisatie hiervan binnen de kaders in deze begroting realiseren.

Personeel en ziekteverzuim Ziekteverzuim blijft hoog op de agenda staan. Met het oog op 2025 hebben we de lat voor ziekteverzuim op 6% gelegd. Onze inzet op het voorkomen en beperken van verzuim blijft dus een prioriteit. Per 1 januari 2024 hebben we een significante verandering doorgevoerd: we zijn overgestapt van gemeente Nijmegen naar de Arbodienst ArdoSZ. Deze overstap biedt ons de mogelijkheid om nog dichter op het proces van verzuimbegeleiding te zitten en dit naar eigen inzicht vorm te geven. Ook hebben we gekozen voor het softwarepakket AFAS voor onze verzuimbegeleiding, waarbij een deel van de processen geautomatiseerd wordt. We verwachten dat de implementatie hiervan eind tweede kwartaal 2024 voltooid zal zijn, waardoor we een beter overzicht krijgen op de werkbelasting van de casemanager die zich volledig op de verzuimbegeleiding gaat richten. Dit kan betekenen dat aanvullende

48

training nodig is om de juiste vaardigheden voor de rol van casemanager te ontwikkelen. Daarnaast overwegen we, in samenwerking met de Arbodienst, de inzet van andere of betere interventies om de re-integratie van zieke werknemers te verbeteren.

Processen en informatievoorziening In 2024 zijn we gestart met maar liefst 5 nieuwe applicaties, waarvan 3 kernapplicaties: een nieuw zaaksysteem, een financieel- en een HRM-systeem en een tijdschrijfsysteem. Na implementatie hiervan kunnen we onze focus meer naar het primaire proces verleggen. Het is de wens van de ODRN en haar opdrachtgevers om steeds meer op outcome, de effecten van ons handelen op de omgeving, te sturen. In 2025 ligt onze focus op datagestuurd en op basis van risicoanalyses gaan werken. Dit is ook één van de ontwikkelingen uit het landelijke Interbestuurlijke programma (IBP). Wij gaan onze informatievoorziening en systemen op de doelstellingen van dit programma aanpassen. Liefst zoveel mogelijk in samenwerking met andere omgevingsdiensten of partners. Onderstaand een overzicht van relevante projecten uit het IBP: Projecten waar wij in participeren: 

Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV, kwaliteit vergunningen)

Verbeteren datakwaliteit Inspectieview

Nieuwe instrumenten en technieken (Drones)

Cursus datageletterdheid

Business Intelligence en datakwaliteit

Omzetten van inrichtingen naar milieubelastende activiteiten (MBA’s)

Projecten waar wij de resultaten (moeten) gebruiken of ervan leren: 

In kaart brengen informatie- en applicatielandschap

Juridisch kader rondom informatievoorziening

Stelselafspraken informatiemodel

De datagedreven organisatie

Datalab Gelderland

Datakwaliteit toezicht (praktijkvoorbeelden)

Sturen op outcome

Sturen op risico’s

Informatieveiligheid Op het gebied van informatieveiligheid zullen we in 2025 met onze Functionaris Gegevensbescherming (FG) een monitoringsplan uitvoeren en ons bestuur hierover informeren. Het plan raakt onderdelen van de BIO, de AVG en de WPG. Specifiek voor de WPG zal een interne audit worden uitgevoerd. Omdat we voor onze informatieveiligheid voor een groot deel afhankelijk zijn van iRvN, zullen ook binnen de regionale CISO-groep voorstellen worden gedaan om de regionale informatieveiligheid te borgen of te verbeteren.

49

Klanttevredenheid Voor de kwaliteit van onze dienstverlening hebben we normen vastgesteld. Die norm is dat van alle ingevulde klanttevredenheidsonderzoeken de categorieën ‘tevreden’ en ‘zeer tevreden’ gezamenlijk minstens 80% van het totaal vormen. In 2023 hebben we deze norm nagenoeg gehaald. In 2023 was 79% van onze klanten tevreden. Wij streven er vanzelfsprekend naar om deze norm ook de komende jaren te blijven behalen.

Financiën We hanteren een eenvoudige en transparante financieringsmethodiek. Vanaf 2023 rekenen we af op basis van nacalculatie van uren. Het uurtarief bepalen we door de totale lasten te delen door het totaal aantal productieve uren. Begrote lasten 202510 Totaal aantal productieve uren Gemiddeld uurtarief (€23,8 miljoen / 209.800 uur)

€

23,8 miljoen 209.800 € 113,50.

Om recht te doen aan de verschillen van onze opdrachtgevers, passen we een differentiatie op de uurtarieven toe: onze deelnemende gemeenten betalen € 109,50 per uur en onze overige opdrachtgevers (inclusief provincie Gelderland) € 117,50 per uur. Deze tarieven zijn inclusief de indexering 2025 en inclusief een aanvullende ophoging van € 2,50 per uur. In volgende tabel ziet u hoe we van de uurtarieven 2024 tot de tarieven 2025 komen. in €

Laag

Gemiddeld

Hoog

Uurtarieven 2024

102

106

110

Index 2025 4,77%

5

5

5

2,50

2,50

2,50

109,50

113,50

117,50

Aanvulling van € 2,50 op uurtarief Uurtarieven 2025

De index 2025 van 4,77 % is volgens de begrotingsrichtlijnen 2025. De aanvullende ophoging van € 2,50 kunnen we als volgt onderbouwen. effect op Omschrijving

uurtarief

Opleidingsbudget van 2% naar 3%

€ 0,50

Norm ziekteverzuim van 5% naar 6%

€ 1,50

Een hoger aandeel inhuur

€ 0,50

Totaal

€ 2,50

Het ministerie van I&W vraagt omgevingsdiensten, naar aanleiding van de bevindingen van de commissie van Aartsen, de robuustheid te vergroten. In een plan van aanpak (aanlevering uiterlijk 1 april 2024) dienen we aan te geven hoe we hier gehoor aan geven. Eén van de robuustheidscriteria betreft het opleidingsbudget. Om robuust te zijn,

Totale lasten 2024: € 28,9 miljoen. Hiervan realiseren we € 3 ton met doorbelasting van externe advieskosten en € 28,6 miljoen met ureninzet van onze medewerkers. 10

50

dienen we 3% (nu 2%) van de loonsom als opleidingsbudget te reserveren. Dat kost 0,50 per uur extra. Het gemiddelde ziekteverzuim schommelde afgelopen jaren rond de 7%. We zien na de coronajaren geen verbetering van het percentage. Vasthouden aan een doelstelling van 5% vinden we niet reëel. We houden wel vast aan de ambitie om het verzuim te verlagen en achten een percentage van 6% realistisch. Dat betekent een verlaging van de productiviteit met 1% en een ophoging op het uurtarief van € 1,50. We voorzien meer inhuur dan genormeerd. De meerkosten hiervan ramen we op € 0,50 per uur. De financiële spelregels staan in een aantal kaderstellende nota’s: een Treasurystatuut, de Financiële verordening, de Controleverordening en een Notitie weerstandsvermogen en risico-inventarisatie. In het Treasurystatuut staan de afspraken over de omgang met liquide middelen en benodigde financiering voor investeringen. In de Financiële verordening zijn onder meer de afspraken vastgelegd over de aanbieding van rapportages. In de Controleverordening staan de afspraken over de accountantscontrole. De Notitie weerstandsvermogen en risico-inventarisatie gaat in op de theorie en uitgangspunten van ons risicobeleid.

Huisvesting De ODRN huurt van gemeente Nijmegen kantoorruimte aan de Mariënburg 75. De huisvesting voldoet aan het uitgangspunt van het Nieuwe Werken en heeft nu meer de functie gekregen van verzamelgebouw en biedt daarbij diverse soorten werkplekken. Gemeente Nijmegen voorziet vanuit de gastheerovereenkomst ook in zaken als het gebruik van vergaderzalen, sanitaire voorzieningen, catering, telefooncentrale en beveiliging.

Communicatie Bij team Communicatie is merkbaar dat er meer aandacht is vanuit de samenleving voor een gezonde, duurzame en veilige leefomgeving. Dit uitte zich in 2023/2024 onder andere in meer vragen vanuit media en een grotere communicatiebehoefte vanuit burgers. De verwachting is dat deze toename gelijk blijft dan wel stijgt in 2025. Voor team Communicatie betekent dit een focus op goede en duidelijke informatievoorziening naar buiten toe, waarbij de website van de ODRN centraal staat. Daarnaast vraagt de implementatie van de nieuwe strategische koers van de ODRN een grote inzet van het team, zowel voor de interne als externe communicatie. Ook loopt het contract voor de website van de ODRN in 2025 af en wordt er in 2024 gekeken wat voor actie hieruit volgt en wordt er naar gestreefd om per 31 december 2025 volledig aan de toegankelijkheidseisen van het Tijdelijk besluit digitale toegankelijkheid overheid te voldoen. Dit alles vormt samen met de doorlopende dagelijkse werkzaamheden een uitdaging voor het team.

51

4.4. Onderhoud kapitaalgoederen Deze paragraaf heeft tot doel om te laten zien hoe we als ODRN de instandhouding van de kapitaalgoederenvoorraad, onze investeringen, waarborgen. We hebben geen panden in eigendom. We leasen vier dienstauto’s. We investeren vrijwel alleen nog in werkplekken. Investeringen in software doen we niet meer. We werken steeds meer met SAAS11-oplossingen (niet ons eigendom). We activeren deze niet. Hiervoor betalen we jaarlijks licentiekosten. De investeringen schrijven we tegen een reële termijn jaarlijks af. Zo is er na het einde van de levensduur een vrijval van kapitaallasten die gelijk is aan de jaarlast. Op die manier hoeven we alleen voor prijsontwikkelingen te indexeren om de instandhouding van de investeringen te waarborgen. In de bijlage is een investeringsbegroting opgenomen.

11

SAAS staat voor software as a service.

52

4.5. Openbaarheidsparagraaf Onze verslaggevingsrichtlijnen schrijven voor dat we jaarlijks in de begroting aandacht moeten besteden aan beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Woo en in de jaarlijkse verantwoording verslag moeten doen van de uitvoering van de Woo in relatie tot die beleidsvoornemens. Op basis van de Wet open overheid (Woo) moeten we actief documenten openbaar maken. Dat geldt zowel voor onze interne documenten (zoals bestuursdocumenten) als voor beschikkingen. Onze interne stukken publiceren we veelal via onze website. We zijn aan het verkennen of er geschikt medium hiervoor is. Voor het openbaar maken van beschikkingen zijn we in afwachting van landelijke ontwikkelingen. Zo is het nog niet duidelijk of er een landelijk platform komt waar alle documenten ontsloten zouden kunnen worden. Onze deelnemers hebben ons verzocht pas op de plaats te maken met het ontsluiten van beschikkingen totdat er meer duidelijkheid is. In het kader van de Wet elektronisch publicaties (Wep) zijn we bij uitgebreide procedures verplicht om naast de publicatie, ook de bijbehorende stukken te ontsluiten. Hiervoor hebben we op de landelijke publicatiepagina een vergunningenpagina ontwikkeld zodat burgers en bedrijven relevante stukken kunnen inzien. Uiteraard worden de stukken waar relevant eerst geanonimiseerd. Hiermee voldoen wij aan de wettelijke verplichting.

53

5.Bijlagen

54

5.1. Nieuwe categorisering van de meerjarenbegroting In volgende tabellen geven we u inzicht in de lasten en baten volgens de primitieve Begroting 2024 zoals vastgesteld door het algemeen bestuur op 31 augustus 2023, de verschuivingen als gevolg van de nieuwe categorisering en de begroting op basis van de nieuwe categorisering. Deze is het vertrekpunt voor de wijzigingen die we nu voorleggen. in € * 1000 Categorie Gastheer Piofah Huisvestingslasten ICT en informatiebeheer Inhuur Kapitaallasten Materiële lasten/andere kosten Materiële lasten opdrachtgever Opleidingskosten Salarissen en sociale lasten Overige personeelskosten Bijdrage bovenregionaal stelsel Totaal lasten

in € * 1000 Categorie Gastheer Piofah Huisvestingslasten ICT en informatiebeheer Inhuur Kapitaallasten Materiële lasten/andere kosten Materiële lasten opdrachtgever Opleidingskosten Salarissen en sociale lasten Overige personeelskosten Bijdrage bovenregionaal stelsel Totaal mutatie

Primitieve begroting voor nieuwe categorisering 2024

2025

2.458 5.685 208 1.227 337 335 17.437 408 28.097

55

2026

2027

2.467 4.752 206 1.216 336 334 17.360 406 27.077

2.467 4.561 206 1.216 336 334 17.360 406 26.886

Verschuivingen als gevolg van nieuwe categorisering 2024 -2.458 915 1.871 -812 2 86 396 0

in € * 1000 Categorie Gastheer Piofah Huisvestingslasten ICT en informatiebeheer Inhuur Kapitaallasten Materiële lasten/andere kosten Materiële lasten opdrachtgever Opleidingskosten Salarissen en sociale lasten Overige personeelskosten Bijdrage bovenregionaal stelsel Totaal lasten

2.460 4.759 206 1.216 336 334 17.361 406 27.079

2025 -2.460 916 1.872 -811 2 87 394 0

2026 -2.467 918 1.876 -811 2 87 394 0

2027 -2.467 918 1.876 -811 2 87 394 0

Begroting op basis van nieuwe categorisering 2024 915 1.871 5.685 208 415 337 338 17.524 396 408 28.097

2025 916 1.872 4.759 206 406 336 336 17.447 394 406 27.079

2026 918 1.876 4.752 206 406 336 336 17.447 394 406 27.077

2027 918 1.876 4.561 206 406 336 336 17.447 394 406 26.886

Vanaf 2024 bouwen we de gastheerovereenkomst met gemeente Nijmegen af. Om de informatiewaarde van de begroting te vergroten, wijzen we de budgetten gastheer piofah en ICT IRVN toe aan nieuwe categorieën. Aan de nieuwe begroting voegen we ook een post overige personeelskosten toe. Het gaat om kosten zoals reiskostenvergoedingen, arbo-kosten en budgetten voor personeelsactiviteiten. Deze kosten verantwoordden we voorheen onder materiële lasten. In bijlage 5.1 van de wijziging begroting 2024 lichten we de mutaties van jaarlaag 2024 toe. We verwijzen u voor een nadere toelichting naar deze begrotingswijziging. Deze mutaties voeren we meerjarig voor de jaren 2025 tot en met 2028 door

56

5.2. Investeringsbegroting Hier ziet u onze investeringsbegroting.

2024

in € * 1.000 Inrichting ICT Pc's e.d. Totaal

2025

2026

Invest eringe n

Afschrijvi ngen

Boekwaarde 31-122024

Investeri ngen

Afschrijvi ngen

Boekwa arde 31-122025

Investeri ngen

Afschrijvi ngen

Boekwa arde 31-122026

583

10

104

489

10

102

397

200

117

480

7

10

7

10

10

9

11

10

11

10

Boekwa arde 31-122023

590

111

20

499

111

20

408

128

210

Onvoorzie n

39

39

22

Begroot

150

150

150

2027

490

2028

Investeringen Afschrijvingen Boekwaarde Investeringen Afschrijvingen Boekwaarde in € * 1.000

31-12-2027

31-12-2028

Inrichting ICT Pc's e.d.

10 10

113 10

377 10

10 10

112 10

274 10

Totaal

20

123

387

20

122

284

Onvoorzien

27

28

Begroot

150

150

Het thuiswerken waardoor we minder in werkplekken op locatie investeren12, maar ook het feit dat we steeds meer ICT-licenties aanschaffen, maken dat onze investeringsbegroting afneemt. Eind 2023 bedroeg de boekwaarde van onze activa € 5,9 ton. We ramen in 2026 een investering voor de inrichting werkplekken van € 2 ton. Samen met de afschrijvingen over onze huidige activa, komen we daarmee op een jaarlijkse afschrijvingslast van € 1,5 ton.

Aanschaffingen t.b.v. het thuiswerken activeren we niet. Deze boeken we in het jaar van aanschaf als kosten. 12

57

5.3. De advieslijsten 2025 Hier ziet u een samenvatting van de advieslijsten 2025 die de basis vormen voor de begrote baten van 2025: € 23,7 miljoen. BRIKS

Milieu

TOTAAL

Vergunningverlening

€

3.119.320

€

6.580.377

€

9.699.698

Toezicht en handhaving

€

2.302.472

€

3.882.159

€

6.184.630

Juridisch

€

532.010

€

834.475

€

1.366.486

Overige

€

645.736

€

411.345

€

1.057.081

Projecten

€

142.331

€

5.269.201

€

5.411.533

Totaal

€

6.741.869

€

16.977.558

€

23.719.427

In deze bijlage geven we een overzicht van de producten BRIKS € 6,6 miljoen, producten Milieu € 11,7 miljoen en van de grootste projecten van in totaal 5,4 miljoen.

Producten BRIKS BRIKS V = verplicht

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 1.9

V V V V V V V NV NV

1.10 1.11 1.12 1.13 1.14 1.15 1.16 1.17 1.18 1.19 1.20

V V V V V V V V V V NV

1.21 1.22 1.23 1.24

V V V V

1.25

NV

58

NV = niet verplicht

Uren

Advies Jaar 2025 Totaal 59.513 Vergunningverlening 28.145 Informatieplicht BRIKS 216 Vooroverleg BRIKS 3.721 Melding BRIKS 8.220 Omgevingsvergunning BRIKS 15.427 APV Besluit 0 Vergunning Leegstandswet 94 Vergunning Huisvestingswet 0 Advies Monumenten 135 Advies Beleidsontwikkeling BRIKS 332 Toezicht en Handhaving 20.708 Behandeling Klachten BRIKS 1.506 Piket Bouwen 37 Toezicht Verleende Omgevingsvergunning BRIKS 8.578 Toezicht Bestaande Bouw BRIKS 2.496 Toezicht sloop/asbest 5.172 Toezicht Overige Illegaliteit 699 Toezicht APV besluit + evenementen 111 Toezicht Huisvestingswet 0 Controle inrichtingseisen aanvraag Alcoholwetvergunning 30 Bestraffende handhaving BRIKS 2.007 Advies Evenementen 74 Juridisch 4.822 Verzoek tot handhaving BRIKS 309 Herstellende handhaving BRIKS 1.813 Rechtsbescherming BRIKS 2.360 Juridisch Advies BRIKS 339 Overige 5.839 Informatieverzoeken BRIKS 5.839

Producten Advies Jaar 2025 7.210 4.353 88 € 0 € 2.673 € 1.556 € 0 € 25 € 0 € 11 € 0 € 2.293 306 € 0 € 720 € 180 € 896 € 71 € 15 € 0 € 4 € 86 € 15 € 564 25 € 124 € 184 € 230 € 0 0 €

Totale budget Advies Jaar 2025 6.599.538 3.119.320 23.705 410.620 903.810 1.717.102 10.247 14.815 39.022 2.302.472 164.854 4.041 962.290 282.024 568.508 76.895 12.122 3.232 220.426 8.081 532.010 33.860 199.810 261.068 37.273 645.736 645.736

Producten Milieu Milieu V = verplicht

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11 2.12 2.13 2.14 2.15 2.16 2.17 2.18 2.19

V V V V V V V V V V NV V NV NV NV NV NV NV NV

2.21 2.22 2.23 2.24 2.25 2.26 2.27 2.28 2.29 2.30 2.31 2.32 2.33

V V V V V V V V V V V V V

2.34 2.35 2.36 2.37

V V V V

2.38

NV

59

Uren

NV = niet verplicht Totaal Vergunningverlening Informatieplicht Milieu Vooroverleg Milieu Melding Milieu Omgevingsvergunning Milieu Instemming Flora & Fauna Actualisatietoets Vergunningen Milieueffectrapportage Besluit Laden en Lossen Gevaarlijke Stoffen Ontheffing Besluit Stortplaatsen Goedkeuringsbesluit Advies Afval en Circulaire economie Advies Bodem Advies Fysieke Leefomgeving Advies Geluid en Trillingen Advies Lucht & Geur Advies Omgevingsveiligheid Advies Water Advies HUP Advies Beleidsontwikkeling Milieu Toezicht en Handhaving Behandeling klachten Milieu Behandeling Ongewoon Voorval Piket Milieu Milieucontrole Hercontrole Milieu Seveso Inspectie Toezicht integraal HAT Energietoezicht Toezicht Bodem Toezicht natuur - Seveso Toezicht festiviteiten Bestraffende handhaving Milieu Beoordeling (verplichte) rapportages Juridisch Verzoek tot handhaving Milieu Herstellende handhaving Milieu Rechtsbescherming Milieu Juridisch Advies Milieu Overige Informatieverzoeken Milieu

*

Advies Jaar 2025 102.887 57.239 473 6.179 5.878 32.432 0 1.505 2.120 0 424 802 561 736 1.960 570 1.360 671 0 150 1.419 34.599 2.562 1.005 261 14.009 5.108 5.906 300 0 1.680 164 0 1.835 1.769 7.375 223 3.054 3.299 799 3.675 3.675

Producten Advies Jaar 2025 4.697 1.737 175 € 0 € 669 € 241 € 0 € 74 € 32 € 0 € 21 € 59 € 35 € 91 € 241 € 22 € 40 € 29 € 0 € 7 € 0 € 2.412 347 € 82 € 0 € 912 € 572 € 110 € 41 € 0 € 152 € 12 € 0 € 104 € 81 € 547 14 € 321 € 90 € 122 € 0 0 €

Totale budget Advies Jaar 2025 11.708.356 6.580.377 52.400 723.064 645.201 3.761.870 173.474 243.375 49.861 92.874 64.899 82.006 216.768 63.397 157.078 77.429 16.535 160.146 3.882.159 281.856 113.917 29.128 1.551.355 563.244 693.952 32.863 184.885 19.280 206.067 205.611 834.475 24.654 338.750 379.849 91.223 411.345 411.345

Projecten > € 50.000 Projectnummer

Projectnaam

In €

2188

Uitvoeren ODRN VTH bodemtaken

€

436.379

1072

Programmaproject Luchtadvies

€

285.292

961

Programmaproject Geluidadvies

€

260.145

1036

SPUK extra toezicht en handhaving energiebesparingsplicht

€

247.250

2001 t/m 2019 en 462 t/m 464

Seveso Oost

€

224.158

1068

Programma complexe vergunningverlening

€

197.999

630

Complexe handhaving provinciale bedrijven

€

197.782

1075

Advies Wnb provinciale bedrijven

€

175.179

2001 t/m 2019 en 462 t/m 464

Seveso Oost

€

149.439

1077

Regievoering bedrijven

€

144.525

473

Coördinatie en functioneel beheer Risicokaart

€

123.800

2087

Boven formatie Seveso-inspecteur

€

118.969

1076

Regievoering Seveso-bedrijven

€

101.168

960

Programmaproject Uitvoering werken

€

81.180

942

AADV (Seveso)

€

78.477

1070

Advisering initiatieven waterstof- en energietransitie

€

78.044

2114

Financiële zekerheidsstelling

€

78.044

2083

Analyse ongewone voorvallen

€

72.263

397

Aanpak ZZS

€

70.644

651

Vink

€

65.036

431

Aanpak ondermijning

€

64.649

1071

Nieuwe aanpak toezichtsplannen

€

63.577

247

Detachering Rardy Nicolasen

€

56.000

152

Beheer actualiteit inrichtingen Gelderland

€

52.983

942

AADV (Seveso)

€

52.607

2114

Financiële zekerheidsstelling

€

52.029

Overige < € 50.000

€ €

1.883.916 5.411.533

Totaal

60

5.4. Acties om inhuur terug te dringen Ons aandeel inhuur is in 2023 toegenomen naar 33%. We streven naar een percentage van 20% vanaf 2026. Daarom gaan we met volgende concrete acties aan de slag om de inhuur terug te dringen: 

 

 

61

We zetten ‘structurele inhuur’ waar mogelijk (en nodig) om naar vaste medewerkers Bij kortdurende werkzaamheden kiezen we bij voorkeur voor tijdelijke functies in plaats van inhuur. We huren slechts in bij bijzondere specialismen, knelpunten en verzuim. Managers/coördinatoren maken met strategische personeelsplanning (SPP) een inschatting van het benodigde personeel zodat ze tijdig op wijzigingen in personele behoefte kunnen anticiperen. Het project SPP is in 2023 gestart en wordt in april 2024 opgeleverd. Het geeft inzicht in wat we moeten doen om toekomstbestendig te blijven of te worden. Onze ambities vertalen we naar een benodigd medewerkersbestand. We zetten dit af tegen het huidige medewerkersbestand. Daarbij is de verhouding tussen inhuur en vast/tijdelijke personeel een belangrijk aandachtspunt. Het project SPP gaat een plan van aanpak opleveren met concrete acties. We gaan aan de slag met het opleiden van nieuwe medewerkers (junioren of medewerkers met een andere scholing/achtergrond). In 2023 is er een succesvol programma gedraaid voor 5 trainees, waarbij 4 trainees daadwerkelijk in vaste dienst zijn gekomen. Het programma heeft ook gezorgd voor extra energie en verjonging. Gezien het succes starten we eind 2024 weer met een traineeprogramma. Eigen personeel zetten we, in het kader van interne mobiliteit, waar mogelijk flexibel in.

Bij extreme knelpunten kunnen medewerkers worden omgeschoold (opleiding). We hebben doorlopend aandacht voor werving en selectie. Gezien de schaarste op de arbeidsmarkt is het vinden van geschikt personeel een uitdaging. Wij hebben daarvoor aanvullende wervingsinstrumenten ingezet. Deze zijn: een gezamenlijke aanpak met Gelderse omgevingsdiensten (project arbeidsmarktcommunicatie), inzet van een recruiter, bredere en gerichtere publicaties van onze vacatures, deelname aan beurzen en loopbaanmarkten. Er is een voorstel in de maak voor de aanbrengpremie. Dit is een beloning verbonden aan een succesvolle invulling van een vacature. De premie dient om medewerkers te stimuleren potentiële kandidaten aan te brengen voor alle functies. Hiermee zetten we het netwerk van onze medewerkers als aanvullende wervingsvorm in. Er is in 2023 een “aanvalsplan van de ODRN” gemaakt voor het aantrekken, binden en boeien van medewerkers. Dit plan richt zich op een aantal pijlers: goede arbeidsvoorwaarden, goede (arboproof) werkplek, aandacht voor ontwikkelmogelijkheden, vitaliteitsplan, functieverbreding, upgrade van de onboarding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14157375/1