Bijlage VI Begroting 2025, inclusief meerjarenraming 2026-2028
Tekst van het document
1
Inhoudsopgave Voorwoord: De ODRN in 2025
4
1.
Ontwikkelingen
5
1.1.
Inhoudelijke ontwikkelingen
6
1.2.
Organisatorische ontwikkelingen
11
2.
Programmabegroting 2025
13
2.1.
Programmabegroting
14
2.2.
Programma’s
16
2.3.
Programma Vergunningverlening
17
2.4.
Programma Handhaving en Toezicht
19
2.5.
Programma Seveso
21
2.6.
Programma Juridisch advies en handhaving
23
3.
Begroting 2025 meerjarenraming 2026 - 2028
24
3.1.
Financieel beeld
25
3.2.
Uitgangspunten
27
3.3.
Wijzigingen in de meerjarenbegroting 2025 - 2028
28
3.4.
Meerjarenbegroting 2025 – 2028
31
3.5.
De begrotingsposten toegelicht
32
3.6.
Overhead en inhuur
38
3.7.
Lasten en baten per taakveld
41
3.8.
Meerjarenbalans 2023 tot en met 2026
42
4.
Paragrafen
43
4.1.
Weerstandscapaciteit en risicobeheersing
44
4.2.
Financiering
46
4.3.
Bedrijfsvoering
48
4.4.
Onderhoud kapitaalgoederen
52
4.5.
Openbaarheidsparagraaf
53
5.
Bijlagen
54
2
5.1.
Nieuwe categorisering van de meerjarenbegroting
55
5.2.
Investeringsbegroting
57
5.3.
De advieslijsten 2025
58
5.4.
Acties om inhuur terug te dringen
61
3
Voorwoord: De ODRN in 2025 In de begroting van 2024 stond in het voorwoord dat het jaar 2024 het jaar van verandering was; “de invoering van de Omgevingswet, de gevolgen van de sterke inflatie en de steeds strengere eisen en nieuwe ontwikkelingen krijgen in 2024 een vertaling”. We komen echter, kijkende naar 2025, tot de conclusie dat de verandering niet ophoudt aan het eind van 2024. Integendeel, ook in 2025 voorzien we diverse ontwikkelingen waar we in de begroting rekening mee houden. Om te beginnen staan we stil bij de aanstaande overdracht van de BRIKS1 (bouw) taken die terug gaan naar gemeente Nijmegen. De zogenoemde BRIKS-ontvlechting vindt volgens de planning op 1 januari 2025 plaats. Dit brengt een verschuiving van personeel en taken met zich mee. We houden actief rekening hiermee en hebben als bestuur de wens dat de medewerkers die bij de ODRN blijven, zich thuis blijven voelen en voldoening halen uit hun werk. Dit gebeurt onder andere door een organisatiebrede reorganisatie. Tegelijkertijd is het gewenst om in deze reorganisatie ook de opgave mee te nemen om van de omgevingsdienst een robuustere dienst te maken. Meer een kennisorganisatie die met haar expertise het werk en de wensen van de deelnemers tot uitvoer brengt.
Het uitvoeren van de taken van de ODRN en het toegroeien naar een kennisorganisatie gaan hand in hand met de ambitie om als organisatie meer te gaan sturen op outcome (doelstellingen). Een landelijke ontwikkeling waar ook de ODRN op aangehaakt wil zijn. Het uitgangspunt moet zijn dat de ODRN op het gebied van bijvoorbeeld klimaat, waterstof, circulaire economie en andere thema’s toewerkt naar doelen die bereikt moeten worden en welke met elkaar worden bepaald. De vertaling van deze ambitie gaat niet vanzelf en vraagt om aanvullende inzet en middelen. Tegelijkertijd worden we op dit moment nog steeds geconfronteerd met een krappe arbeidsmarkt, zien we de personele kosten stijgen als gevolg van nieuwe caoafspraken en hebben we te maken met landelijke robuustheidscriteria waar we aan moeten voldoen. Daarnaast hebben we de invoering van de Omgevingswet net achter de rug, maar moet een volledige invoering van de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) nog plaatsvinden (gevolgklasse 1 zal vooralsnog vanaf 1 januari 2025 worden ingevoerd). Allemaal ontwikkelingen die impact hebben op de begroting en waar we graag in het vervolg van dit document op ingaan. Afsluitend zien we veel op de ODRN afkomen. Dit biedt ook kansen.
Kansen om de samenwerking met de ODRA verder op te zoeken, meer in te zetten op innovatie zoals Artificial Intelligence (AI) en het opleiden van nieuwe medewerkers middels een traineeprogramma. Uitdagingen en kansen die terugkomen in deze begroting. Het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Regio Nijmegen, Harold Zoet, Tobias van Elferen, Vincent Arts, Sijmen Versluijs
1 BRIKS staat voor bouwen reclame inritten en kappen slopen
4
1.
5
Ontwikkelingen
1.1. Inhoudelijke ontwikkelingen De begroting 2025 geeft een financiële vertaling van de uitvoering van onze reguliere taken en een prognose voor de ontwikkelingen die we zien. In de loop van 2024 krijgen we meer zicht op de ontwikkelingen en kunnen we nog beter inschatten wat de impact voor 2025 en verder zal zijn. In deze paragraaf geven we een korte beschrijving van de ontwikkelingen, de status en de impact daarvan op onze werkzaamheden.
Omgevingswet Met ingang van 1 januari 2024 werken we met de nieuwe Omgevingswet. In voorgaande jaren hebben we ons hierop voorbereid en hadden we bepaalde verwachtingen. In 2024 gaan we ervaren of deze verwachtingen kloppen of dat we deze moeten bijstellen. We verzamelen de ervaringen, bijvoorbeeld jurisprudentie of zorgplicht, en sturen bij waar nodig. De extra tijd die in 2024 is opgenomen om te leren werken met de Omgevingswet hebben we deels niet meer begroot voor 2025. De extra tijd voor het afhandelen van milieuvergunningen verwachten we nog wel nodig te hebben.
Advisering op omgevingsplannen Eén van de tien verbeterpunten in het rapport Om de Leefomgeving van Van Aartsen betreft de rol van omgevingsdiensten in advisering op omgevingsplannen. Vanuit onze ervaring in de uitvoering van vergunningverlening en toezicht en inhoudelijke kennis kunnen we goed adviseren over:
welke regels verstandig zijn om op te nemen in het omgevingsplan en hoe ze als toepasbare regel geformuleerd kunnen worden voor de vergunningcheck
De huidige tijdelijke omgevingsplannen moeten vóór 1 januari 2032 zijn omgezet in definitieve omgevingsplannen.
Energietransitie Nederland is bezig met een energietransitie. Dit betekent een overgang van fossiele brandstoffen naar nieuwe energiedragers zoals waterstof, batterijen, biovergisters ed. Als Seveso-omgevingsdienst2 en als vergunningverlenende dienst voor provinciale bedrijven is het nodig en zinvol om onze kennis hierover te vergroten, te bundelen en uit te dragen. Zodoende kunnen wij onze taken bij initiatieven van grote bedrijven goed uitvoeren en tevens goed adviseren bij regionale ontwikkelingen zoals buurtbatterijen. We maken hiervoor gebruik van onze landelijke netwerken zoals de expertpool Maatwerkbedrijven CO2 reductie en de werkgroep Verduurzaming industrie van de Seveso 6 OD’s.
De uitvoering van de VTH-werkzaamheden voor Seveso-bedrijven is in Nederland belegd bij zes Seveso-omgevingsdiensten, waaronder de ODRN voor de regio Oost. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (Ow) is het begrip Brzo-bedrijf vervangen door Seveso-inrichting. Bedrijven met een bepaalde grote hoeveelheid gevaarlijke stoffen vallen onder de Milieubelastende activiteit Sevesoinrichting (paragraaf 3.3.1 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Het gaat ook om bedrijven die vallen onder categorie 4 van Bijlage 1 van de Richtlijn Industriële Emissies (RIE4). 2
6
Datagestuurd werken In het VTH-domein wordt steeds meer de beweging gemaakt naar het datagestuurd werken. Het aantal controles is bijvoorbeeld niet meer zo belangrijk, maar wel het (positieve) effect van wat deze controles op onze leefomgeving hebben gehad. Ook willen we onze capaciteit inzetten waar dit de grootste impact heeft (risicogestuurd). Dit betekent dus ook dat wij andere informatie, zoals bijvoorbeeld de uitstoot, moeten gaan vastleggen om op outcome te kunnen monitoren. Niet alleen wij, maar ook onze partners uit het VTH-domein omdat we informatie meer en beter met elkaar willen gaan uitwisselen. Naast dat dit een grote mentaliteitsverandering vergt, moeten we dezelfde taal, of definities gaan vaststellen en hanteren. Ook zullen onze systemen hierop aangepast moeten worden. Kortom, er is veel werk aan de winkel want de impact is groot. Hiervoor zijn een landelijke informatiearchitectuur en informatiemodel vastgesteld waarvoor we in 2024 de impact hebben bepaald die het op onze informatievoorziening en -systemen heeft. In 2025 zullen we onze informatievoorziening en -systemen hierop gaan aanpassen. Ook zullen we leren van uitgevoerde pilots binnen het programma IBP VTH en deze toepassen in onze eigen systemen en werkwijzen.
Altijd Actuele Digitale Vergunningen (AADV) Met de applicatie Digi-V worden vergunningen digitaal toegankelijk gemaakt. Daardoor zijn ze beter doorzoekbaar, beter toepasbaar voor toezichthouders en het wordt mogelijk om informatie en analyses over de bedrijven uit te voeren. We werken daardoor efficiënter en leveren betere kwaliteit. Daarnaast volgen we de ontwikkelingen in de Altijd Actuele Gestructureerde Aanvraag (AAGA) en de robuuste vergunning. In AAGA wordt gewerkt met een vast vormgegeven en transparante aanvraag via een digitaal aanvraagregister zodat de aanvraag en veranderingen daarin inzichtelijker zijn en vergunningverlening sneller kan plaatsvinden. Afhankelijk van de pilot AADV in 2024 verwachten we in 2025 een deel van het Seveso-vergunningenbestand om te zetten naar digitale vergunningen in Digi-V en te oefenen met AAGA.
Innovatie In 2024 stellen we een innovatieagenda op, een gestructureerd plan om innovatie te bevorderen en te integreren. Het VTH-werkveld is een snel veranderend werkveld waarbij innovatie essentieel is om effectief te blijven in onze inzet voor een schone, gezonde en duurzame leefomgeving. In 2025 kunnen we vanuit het innovatiebudget van 1% van de begroting de innovatieagenda in stand houden en beperkt uitvoeren. Voor grotere projecten zoeken we aanvullende financiering. Denk hierbij aan pilots met Artificial Intelligence (AI), een vervolg op de succesvolle Fastlane-pilot die gericht was op versnelling van natuurvergunningenproces en innovatieve tools voor kennisuitwisseling.
Kennisinfrastructuur Als omgevingsdienst hebben we veel kennis in huis. Dit betreft bestaande onderwerpen zoals geluid, bodem, bouwconstructie, asbest, afval, externe veiligheid, energie, luchtemissies en luchtkwaliteit en ook nieuwere onderwerpen zoals circulaire economie,
7
nieuwe energiedragers, zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Afgelopen jaar is de landelijke kennisinfrastructuur van de 28 omgevingsdienstendiensten, 6 kennisregio’s en één Omgevingsdienst NL ontwikkeld en deze krijgt steeds meer vorm. Als één van de zes Seveso-omgevingsdiensten zijn wij een belangrijkere partner in de kennisinfrastructuur. In onze regio kunnen we hierdoor ook op een efficiënte wijze kwalitatief goede producten leveren. In 2025 maken we stappen in het borgen van onze kennisontwikkeling en -deling en verstevigen daarmee onze positie.
Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) Afgelopen jaren hebben we een ZZS-uitvraag bij provinciale bedrijven gedaan. Ook bij gemeentelijke bedrijven komen zeer zorgwekkende stoffen voor. Daar willen we meer aandacht aan geven in toezicht en vergunningverlening. We verwachten dat het zinvol is om in 2025 ook bij deze bedrijven een uitvraag naar ZZS te doen en willen daarbij op zoek naar de oorspronkelijke bronnen. We doen dit samen met de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Het ophalen en beoordelen van Vermijdings- en Reductieplannen bij deze bedrijven kunnen we het beste planmatig aanpakken.
Industrie en omwonenden, rapport Onderzoeksraad voor Veiligheid We zijn intensief betrokken bij het vervolg op de aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV). We werken aan een schone en gezonde leefomgeving, daarin moet gezondheid als volwaardig en integraal worden meegenomen. Op dit moment zijn de beleidskaders hierop nog niet voldoende toegerust en we leveren vanuit onze ervaring en kennis input aan de beleidsmakers. Ondertussen proberen we in pilots te werken aan verbeteringen. Denk aan overleg met omwonenden, inzichtelijk maken van emissies bij bedrijven, het toepassen van het Schone Lucht Akkoord en scherper vergunnen (strenger dan noodzakelijk). We verwachten in 2025 resultaten uit de pilots op te halen, bevindingen uit te werken en hieruit te adviseren op beleid en te vertalen naar onze uitvoeringspraktijk.
Energietoezicht Met de komst van de Omgevingswet is het ingewikkelder geworden om te bepalen welke regels gelden voor vergunningplichtige bedrijven. Zowel algemene regels als vergunningvoorschriften kunnen van toepassing zijn. In 2023 en 2024 voeren we veel energiecontroles bij bedrijven uit en een groot deel van de bedrijven is dan gecontroleerd. In 2025 volgen waar nodig nog de hercontroles en de resterende energiecontroles in onze regiogemeenten vanuit de beschikbare SPUK-gelden. We gaan in 2025 ook diepgaander controleren op aanvullende verplichtingen bij grote energieverbruikers, zoals het beoordelen van energiebesparingsonderzoek.
Circulaire economie Circulaire Economie (CE) krijgt een steeds grotere rol om het gebruik van primaire grondstoffen terug te brengen. Wij verbruiken als Nederlanders vier aardbollen aan grondstoffen. Onze “Earth Overshoot Day” (de dag waarop wij de natuurlijke bronnen die de aarde kan leveren verbruiken) was in 2023 op 12 april, in 2024 is het al op 1 april. Het
8
is dus van belang dat we in 2030 de helft van onze primaire grondstoffengebruik al hebben vervangen door onder andere secundaire grondstoffen en de ontwikkeling van circulaire producten. De wet- en regelgeving (zowel Europees als landelijk) zoals het Circulair Materialen Plan 1 (loopt vanaf 2025) en de Nederlandse CE-wet worden de komende jaren ingevoerd. De ODRN heeft al ingezet op CE-ambassadeurs maar nu is het tijd voor de volgende stap om het circulair denken in te bedden in onze dagelijkse werkzaamheden. Hiervoor heeft de ODRN experts in huis die we inzetten om onze opdrachtgevers te helpen om de 50% reductie van het grondstoffengebruik in 2030 te halen.
Team Ondermijning Ons specialistische team Ondermijning bestaat uit milieu- en bouwtoezichthouders. Het team werkt nauw samen met andere diensten zoals de Politie, Nederlandse Arbeidsinspectie, Douane en Liander. We voeren deze taak uit voor Ondermijningsteam Tweestromenland (OTSL) en gemeente Nijmegen. In 2021 is een risico-inventarisatie en evaluatie uitgevoerd en zijn de consequenties hiervan vertaald naar een werk- en veiligheidsprotocol. We geven structureel invulling aan dit protocol met bijvoorbeeld zorg voor de beschikbaarheid van de juiste middelen, begeleiding, opleidingen en casuïstiekbesprekingen. We zien een toenemend belang van alertheid op veiligheid bij ondermijningscontroles.
Gebiedsontwikkeling Onze opdrachtgevers zijn al een aantal jaar druk bezig met gebiedsontwikkeling. Waar wordt wonen, recreatie, industrie, klimaatadaptatie, landbouw, energietransitie, etc. ontwikkeld in de beperkte ruimte die beschikbaar is. Zo zijn er ook voor regio Nijmegen diverse uitdagingen. Daarbij kunnen onze opdrachtgevers gebruikmaken van onze specialisten op het gebied van lucht, water en bodem. Door de expertise van de ODRN op tijd mee te nemen in de gebiedsontwikkelingen komen onze opdrachtgevers niet voor verrassingen te staan. De ervaring en expertise worden op deze manier goed benut en ingezet. Onze specialisten kennen immers hun omgeving.
Uitvoeringsprogramma ODRN Vorig jaar is gemeente Nijmegen gestart met opstellen van een inhoudelijke opdracht. Hiervoor heeft het regionale VTH-beleid als vertrekpunt gediend met daarin een aantal aandachtspunten waarop de ODRN is gevraagd om te rapporteren. Voor 2025 stelt de ODRN een regionaal uitvoeringsprogramma op. Hierin nemen we de gezamenlijke aandachtspunten op naast de maatwerkwerkzaamheden per opdrachtgever. Aangezien er een beperkte hoeveelheid capaciteit bij de ODRN voorhanden is, is het ook zaak dat de opdrachtgevers aangeven waar minder inzet van de ODRN nodig is. Diverse onderzoeken (zoals Van Aartsen en het Lysias-rapport) geven aan dat we als ODRN meer outcome-gericht moeten werken. Dit houdt in dat we aangeven hoe onze werkzaamheden positief bijdragen aan de leefomgeving, zoals minder/geen uitstoot van PFAS of PAK’s maar ook het verbeteren van waterkwaliteit bij indirecte lozingen of het voorkomen van bodemverontreiniging etc.
9
Gevolgen Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb) Gelijktijdig met de Omgevingswet is de Wkb ingevoerd voor alle bouwwerken (woningen en kleine industrie) onder gevolgklasse 1. In 2024 geldt dit alleen voor nieuwbouw, naar verwachting in 2025 ook voor verbouw. Wij verwachten pas in het derde kwartaal van 2025 hiervan de eerste impact te ervaren voor toezicht, omdat dit volgt op vergunningverlening. Wel zal er na verwachting meer handhaving kunnen komen als gevolg van de Wkb. Dit is echter moeilijk vooraf in te schatten. De praktijk zal dit uitwijzen.
Interbestuurlijk programma Versterking VTH-stelsel (IBP VTH) In november 2022 is gestart met het landelijk programma IBP VTH. Het programma kent zes pijlers met daarin een veelheid aan projecten. We dragen bij aan een deel van deze projecten. Daarnaast hebben we vanuit de ODRN een subsidieaanvraag gedaan met daarin een aantal eigen projecten. De eerste resultaten uit het landelijke en eigen programma zijn nu beschikbaar en eind dit jaar eindigt het programma in deze vorm. In 2025 zal nog een groot deel van de implementatie binnen onze dienst plaatsvinden. Te denken valt aan: 1. uitvoeren van het Plan van aanpak Robuustheid en invoeren financieringssystematiek 2. bijdragen aan samenwerking bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving 3. invoeren informatiemodel Milieubelastendeactiviteiten (mba’s) en Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV) 4. bijdragen aan kennisplatforms 5. invoeren regionale planning Big-8 via uniforme processtappen en formats 6. resultaten van de visitatie en de pilot Horizontale verantwoording
10
1.2. Organisatorische ontwikkelingen Arbeidsmarkt en strategische personeelsplanning Met alle ontwikkelingen en de krappe arbeidsmarkt is het hebben van voldoende goede medewerkers een uitdaging. We hebben een traject voor een Strategische Personeelsplanning (SPP) doorlopen en maken in 2024 hiervoor een plan van aanpak. In het SPP bekijken we welke medewerkers we nodig hebben voor de toekomst, wie we in huis hebben en wat er ontbreekt. Dit gaat zowel om het aantal medewerkers in een functie als de benodigde kennis en vaardigheden. SPP is een driejarig programma. In 2025 voeren we het plan van aanpak uit. We gaan medewerkers opleiden en werven nieuwe medewerkers. Hiervoor haken we onder andere aan bij de arbeidsmarktcampagne van de Gelderse Omgevingsdiensten en Omgevingsdienst NL.
Reorganisatie In 2024 bereiden we een reorganisatie voor die we in 2025 invoeren. Met de reorganisatie zijn we klaar voor de toekomst. We worden een kennisorganisatie die met haar expertise het werk en de wensen van de deelnemers tot uitvoer brengt. We zorgen er bijvoorbeeld voor dat relatiemanagement en innovatie in de organisatiestructuur worden geborgd. Tevens bedden we de BRIKS-taken opnieuw in na het ontvlechten van de taken van gemeente Nijmegen. Deze reorganisatie kunnen we binnen de huidige budgettaire kaders uitvoeren.
Nieuwe missie en visie: Kernwaarden In 2024 hebben we de nieuwe visie en missie vastgesteld. Op grond hiervan hebben we strategische doelen bepaald voor de komende drie jaar. Deze doelen zijn:
Expert op het gebied van wet- en regelgeving
Sterk partnerschap met opdrachtgevers, goed relatiemanagement met bedrijven en burgers
Klantgerichtheid
Transparante processen
Hiervan zijn onze kernwaarden afgeleid. Deze kernwaarden zijn:
Betrokkenheid
Flexibiliteit
Klantgerichtheid
Verantwoordelijkheid
Pro activiteit
In 2025 gaan we in de nieuwe teams aan de slag met deze kernwaarden.
11
Gevolgen ontvlechting bouwtaken Nijmegen Gemeente Nijmegen neemt de BRIKS-taken terug (met uitzondering van de verplichte asbesttaken). Dit heeft een grote impact op het werkpakket en de robuustheid waarmee we de BRIKS-taken kunnen uitvoeren. Onze insteek is dat we op de onderdelen waar we onvoldoende robuust op zijn of zouden worden, de samenwerking met partners aangaan.
Plan van aanpak Robuustheid Vanuit het Interbestuurlijk programma Versterking VTH-stelsel (IBP VTH) zijn zes robuustheidscriteria vastgesteld. We hebben op deze criteria gerapporteerd en in 2024 leveren we een plan van aanpak aan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) waarin we aangeven hoe we vóór april 2026 gaan voldoen aan deze robuustheidscriteria. Dit betekent dat we in de begroting aanpassingen hebben opgenomen voor bijvoorbeeld het opleidingsbudget. Verder gaat het plan van aanpak over het voldoen aan de kwaliteitscriteria. Hierin bereiden we ons voor op de nieuwe kwaliteitscriteria, versie 3.0, die eind 2024 worden vastgesteld.
Visitatie Binnen het IBP VTH pijler 6 worden alle omgevingsdiensten gevisiteerd om continu te leren en verbeteren. Zowel voor individuele diensten als het collectief van Omgevingsdienst NL. In april 2024 vindt de visitatie bij de ODRN plaats. In 2025 willen we de aanbevelingen van onze visitatie én de Rode Draden-rapportage over alle visitaties vertalen naar verbeterpunten in een Kwaliteitsprogramma. Het Kwaliteitsprogramma richt zich ook op beheer en borging van onze kwaliteit.
12
2. Programmabegroting 2025
13
2.1. Programmabegroting In volgende tabel ziet u de programmabegroting 2025 met vergelijkende cijfers over 2023 (realisatie):
in € * 1.000 Uitgaven naar programma
Jaarrekening
Begroting
Begroting
2023
2024
2025
Milieu Vergunning behandelen
3.452
4.633
4.626
Toezicht en handhaven
2.596
2.707
2.729
Advies en projecten
4.771
5.467
4.580
10.820
12.806
11.934
Vergunning behandelen
4.103
4.908
2.193
Toezicht en handhaven
2.404
3.367
1.619
Advies en projecten
1.539
1.650
928
Totaal BRIKS
8.045
9.925
4.739
18.865
22.731
16.674
7.607
8.095
7.146
26.472
30.827
23.819
25.793
30.271
23.719
0
456
0
Ontwikkelbijdrage
144
0
0
Vrijval bestemmingsreserve
339
0
0
Rentebaten
295
100
100
26.571
30.827
23.819
99
0
0
Totaal milieu BRIKS
Totaal programma Overhead Totale uitgaven Dekkingsmiddelen Baten opdrachtgevers Bijdrage projectkosten ontvlechting BRIKS 2024
Totaal dekkingsmiddelen Saldo
We zetten in de Begroting 2025 het meeste in op vergunningverlening. Voor Bouwen en Milieu samen gaat het om 41% van de begroting. Toezicht en handhaving Bouwen en Milieu zorgen voor 33% van de begroting en ten slotte zetten we 26% in op advisering en projecten.
14
In de volgende grafiek ziet u de Programmabegroting 2025 in een taartdiagram weergegeven. Inhoudelijke toelichting geven we bij de teksten van de programmaonderdelen.
Begroting 2025 in totaal € 23,8 miljoen
Bouwen advies en projecten 6% Milieu advies en projecten 27%
Milieu vergunningen 28%
Bouwen Bouwen vergunningen toezicht en 13% handhaving 10% Milieu Toezicht en handhaving 16%
15
2.2. Programma’s We werken in vier programma’s voor vijf gemeenten, twee provincies en voor andere omgevingsdiensten in Gelderland en Overijssel. Onze opdrachtgevers hebben beleid vastgelegd in regionaal VTH-beleid of provinciale beleidsplannen. Dit beleid samen met de gezamenlijke focuspunten werken we in 2024 uit in een meerjarig Uitvoeringsbeleidsplan. Jaarlijks leggen we onze activiteiten in de werkplannen vast. We doen dat zowel in producten volgens de vastgestelde PDC als in projecten. In dit hoofdstuk leest u achtereenvolgens over de volgende programmaonderdelen:
Programma Vergunningverlening
Programma Handhaving en Toezicht
Programma Seveso
Programma Juridisch en Specialistisch advies
Per programma gaan we in op de volgende vragen:
Wat doen we voor wie?
Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
De vraag ‘Wat willen we bereiken?’ beantwoorden we bij elk programma met behulp van kritische prestatie-indicatoren (KPI’s). Deze KPI’s geven een indicatie van onze doelstellingen. Vanuit het uitvoeringsprogramma definiëren we in 2024 de KPI’s ook op maatschappelijk relevante indicatoren (outcome). Met de Programmabegroting 2025 in hoofdstuk 2 beantwoorden we een vierde vraag, namelijk: ‘Wat mag dat kosten?’
16
2.3. Programma Vergunningverlening Wat doen we voor wie? Bouwen De BRIKS-activiteiten beslaan de onderdelen bouwen, reclame, inritten, kappen en slopen. We voeren de vergunningverlening voor deze activiteiten uit voor gemeenten Beuningen, Berg & Dal, Heumen en provincies Gelderland en Overijssel. Daarnaast verlenen we voor gemeente Berg & Dal nog enkele speciale vergunningen: bouwobjecten, woningonttrekking en leegstandsvergunning.
Milieu Vergunningverlening voor het onderdeel Milieu in het kader van de Omgevingswet voeren we uit voor al onze opdrachtgevers. Verder nemen we voor gemeente Nijmegen besluiten in het kader van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen bijzondere toestemming voor het laden en lossen van consumentenvuurwerk. We adviseren op omgevingsvergunningen voor complexe gemeentelijke bedrijven buiten onze regio binnen Gelderland en Overijssel. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om adviezen op geluid, luchtemissies of externe veiligheid. De samenwerking ziet er in 2025 anders uit omdat omgevingsdiensten deze taak zelf gaan uitvoeren. Wel handelen we nog oude zaken af en geven we desgewenst advies.
Wat willen we bereiken? KPI’s
Doel %
% tijdigheid, vergunningen regulier – Milieu
90%
% tijdigheid, vergunningen uitgebreid – Milieu
90%
% tijdigheid, vergunningen regulier – BRIKS
90%
% tijdigheid, vergunningen uitgebreid – BRIKS
90%
% actueel, vergunningen – Milieu
80%
Wat gaan we daarvoor doen? We maken een inschatting van het toekomstige aantal vergunningen en adviezen. Dat doen we op basis van trends, ervaring en kennis van ontwikkelingen. De inschatting leggen we vast in een werkplan. Op basis hiervan zorgen we voor voldoende en goed personeel, zodat we volgens de indicatoren kunnen werken. De daadwerkelijke hoeveelheid vergunningen die we leveren is uiteraard afhankelijk van de vraag naar vergunningen van burgers en bedrijven en anderen.
Milieu 17
Voor milieuvergunningverlening volgen we een integrale aanpak die gericht is op actuele vergunningen. Daarvoor gaan we het volgende doen:
De geïmplementeerde werkwijze ‘bedrijf centraal’ wordt voortgezet. Daarbij staat niet de aanvraag centraal maar de gehele vergunningssituatie bij een bedrijf.
Daarnaast gaan we bij een vergunningprocedure ‘scherper aan de wind varen’. Dat wil zeggen dat we de bedrijven nog maar 1 à 2 keer in de gelegenheid stellen om de aanvraag aan te vullen. Indien de aanvraag dan nog onvoldoende gegevens bevat om een besluit te kunnen nemen, laten we de aanvraag buiten behandeling. Dat betekent onder meer dat we bij het vooroverleg hierover goede afspraken maken met het bedrijf.
We vergunnen en programmeren toekomstbestendig, door vergunningen periodiek en volgens het VTH-beleid op actualiteit te beoordelen en prioriteiten te stellen voor procedures.
We verstevigen de samenwerking bij de samenloop van Wnb-Wabo-procedures.
We behandelen en verlenen niet alleen omgevingsvergunningen. We adviseren ook op verschillende onderdelen, zoals bodem, lucht & geur, geluid, water, externe veiligheid en bijdragen aan bestemmingsplanparagrafen. Verder zien we in het kader van kennisontwikkeling en innovatie onderwerpen op ons afkomen waarin we ons moeten gaan verdiepen. Daarbij kan onder meer worden gedacht aan energietransitie/waterstof, circulaire economie en opkomende technieken zoals elektrificatie warmtevraag. We zorgen ervoor dat zowel de vergunningverlening als de advisering wordt uitgevoerd door medewerkers die voldoen aan de geldende kwaliteitseisen.
Wet kwaliteitsborging bouwen De invoering van de Omgevingswet heeft invloed op het aantal, het proces en de inhoud van vergunningaanvragen. Voor bouwen kunnen vergunningplichtige activiteiten Besluit Bouwwerken leefomgevingsvrij (voorheen Bouwbesluit) of zelfs geheel vergunningsvrij worden. Daarnaast zal naar alle waarschijnlijkheid het tweede deel van de Wet kwaliteitsborging (Wkb) voor het bouwen in 2025 worden ingevoerd. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn voor de bouwactiviteit niet langer één, maar twee vergunningen nodig. Dat zijn de Technische bouwactiviteit en de Omgevingsplanactiviteit bouwen. Een deel van de Technische bouwactiviteiten valt onder de werking van de Wkb, namelijk alle bouwactiviteiten die betrekking hebben op nieuwbouw in gevolgklasse 1. Marktpartijen zijn nu verantwoordelijk voor het toezicht op de nieuwbouw in gevolgklasse 1. De planning is dat op 1 januari 2025 de Wkb voor bestaande bouw in gevolgklasse 1 ook inwerking zal treden. Deze wijziging is meegenomen in de advieslijsten en de begroting 2025. Op zijn vroegst in 2028 is voorzien dat de gevolgklasse 2 en 3 geprivatiseerd worden.
18
2.4. Programma Handhaving en Toezicht Wat doen we voor wie? Voor alle opdrachtgevers stellen we een jaarlijks uitvoeringsprogramma voor milieucontroles op. Daarin staan zowel bedrijven die we controleren als de projecten die we uitvoeren. Alle bedrijven zijn ingedeeld in categorieën die oplopen in complexiteit: A, B (1,2,3,4), C en D. Voor gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Heumen en provincies Gelderland en Overijssel voeren we BRIKS-controles uit. Handelingen met asbest die bedrijfsmatig uitgevoerd (moeten) worden, is een zogenoemde basistaak. Hieronder valt ook het beoordelen van de bijhorende aanvragen en asbestrapporten. De ODRN voert voor al haar opdrachtgevers de asbesttaken uit.
Wat willen we bereiken? KPI’s
Doel %
% tijdigheid afhandelen klachten – Milieu
80%
% volledige naleving na 1e controle (naleefgedrag) – Milieu
60%
% volledige naleving na 1e controle (naleefgedrag) – BRIKS
60%
Wat gaan we daarvoor doen? Milieu We werken informatie- en risicogestuurd. We bepalen aan de hand van een inschatting van de risico’s hoe vaak en intensief we milieu- en bouwinspecties uitvoeren. Als we daartoe aanleiding zien, houden we ook steekproefsgewijs of themagericht toezicht. Bij overtredingen gebruiken we de bestuursrechtelijke instrumenten om de overtreding te stoppen. Bij de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke aanpak is de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) leidend. Medewerkers zullen ook in 2024 opleidingen volgen om te kunnen blijven voldoen aan de landelijk vastgestelde kwaliteitscriteria voor toezicht en handhaving. We leveren o.a. een bijdrage aan de uitvoering van het gezamenlijke provinciebrede Jaarprogramma Ketentoezicht. We voeren gericht controles uit op energiebesparende maatregelen. Ook de onderwerpen circulaire economie, de problematiek van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) en ondermijnende criminaliteit zullen in 2025 extra aandacht krijgen. Daarnaast verzorgen we de 24-uurs bereikbaarheidsdienst voor de afhandeling van milieucalamiteiten zoals afvaldumping uit de productie van synthetische drugs of een bedrijfsbrand.
Bouwen We behandelen bouwklachten en handhavingsverzoeken. Met individuele opdrachtgevers hebben we afspraken gemaakt over de uitvoering van een specifieke opdrachten, zoals
19
bijvoorbeeld energielabel C bij kantoorgebouwen, controle bij evenementen zoals Down the Rabbit Hole en handhaving op natuuraspecten. Ook houden we toezicht op illegale (ver)bouw, op voorschriften die gaan over het slopen van een bouwwerk en op het plaatsen van reclame. Tot slot voeren we voor alle opdrachtgevers de asbesttaken uit en de afhandeling van meldingen, toezicht en indien nodig de daaropvolgende handhaving.
Asbesttaken ODRN De ODRN houdt passend toezicht op het verwijderen van asbest, gebaseerd op lokaal handhavingsbeleid (risicogestuurde aanpak). We werken bij het asbestdossier nauw samen met onze partners zoals de andere Gelderse omgevingsdiensten, ODNL, Nederlands arbeidsinspectie, Inspectie Leefomgeving en Transport en de politie. Vermeldenswaardig is dat het overgrote deel van overtredingen geconstateerd wordt naar aanleiding van ingediende aanvragen. Hierbij moet gedacht worden aan aanvragen om omgevingsvergunningen voor verbouwingen en renovatie of aanvragen sloopmeldingen. Uit de aanvragen valt dan al op te maken dat er in strijd met de wet- en regelgeving rondom slopen en asbest is gehandeld. Een andere belangrijke bron is de signalering van inwoners en van asbestsaneringsbedrijven. Daarnaast lopen toezichthouders zelf regelmatig aan tegen illegale sloop- en asbestwerkzaamheden.
20
2.5. Programma Seveso Wat doen we voor wie? Wij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van alle VTH-werkzaamheden voor de majeure risicobedrijven in provincies Gelderland en Overijssel: regio Oost. Het gaat om bedrijven die vallen onder de Milieubelastende activiteit Seveso-inrichting (paragraaf 3.3.1 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en om bedrijven die vallen onder categorie 4 van Bijlage 1 van de Richtlijn Industriële Emissies (RIE4). Het gaat om in totaal 61 bedrijven, 44 bedrijven in Gelderland en 17 in Overijssel.
Wat willen we bereiken? KPI’s
Doel %
% actualiteit Omgevingswetvergunningen Milieu
100%
% tijdigheid Omgevingswetvergunningen waarop binnen de wettelijke termijn is beslist
90%
% naleving bedrijven Omgevingswet Milieu (geen overtredingen) % naleving bedrijven Seveso-inspecties (geen overtredingen)
60% 60%
Wat gaan we daarvoor doen? We voeren vergunningverlening, toezicht en handhaving uit bij de Seveso- en RIE4bedrijven in provincies Gelderland en Overijssel. Vergunningverlening is vraaggestuurd. De begroting is gebaseerd op ervaringscijfers van afgelopen jaren en kennis over de bedrijven. Door actieve communicatie met de bedrijven en via interne afstemming in behandelteams, krijgen we beter inzicht in de ontwikkelingen bij de bedrijven. Al zal een deel van de uitvoering onvoorspelbaar blijven. Naast het behandelen van aanvragen worden vergunningen programmatisch geactualiseerd. Het is bekend voor welke bedrijven actualisatietoetsen moeten worden uitgevoerd. Benodigde actualisaties worden op basis van prioriteiten ingepland. Daarbij besteden we extra aandacht aan:
Externe veiligheid
Zeer Zorgwekkende Stoffen
Nieuwe Bref’s (Best Available Techniques Reference documents), documenten waarin de best beschikbare technieken worden voorgeschreven.
Het Schone Lucht akkoord
Financiële zekerheid
De ODRN voert bij de Seveso-bedrijven zowel Seveso-inspecties als Omgevingswet (Ow)toezicht uit. Bij de meeste bedrijven wordt éénmaal per jaar een Seveso-inspectie samen
21
met de inspectiepartners (de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA), veiligheidsregio’s en waterkwaliteitsbeheerders) uitgevoerd. Bij zogenaamde zorgbedrijven worden vaker Seveso-inspecties ingepland en uitgevoerd. Vrijwel alle inspecties worden aangekondigd uitgevoerd, tenzij er specifiek aanleiding is om onaangekondigd te gaan. Bij de Seveso- en RIE-4 bedrijven worden milieu-inspecties in het kader van de Omgevingswet uitgevoerd. We controleren de bedrijven op basis van toezichtsplannen waardoor de milieuaspecten risicogericht aan bod komen. De bedrijven worden minimaal éénmaal per jaar gecontroleerd. Waar het naleefgedrag of de risicocategorie daar aanleiding voor geeft, plannen we extra controles in. Bedrijven worden ook bezocht naar aanleiding van klachten of ongewone voorvallen. In 2024 analyseren we de ongewone voorvallen van afgelopen jaren. We verwachten per type bedrijf kennis te vergaren en inzicht te krijgen in het soort ongewone voorvallen. Ook verwachten we de resultaten in 2025 in de breedte te kunnen toepassen in vergunningverlening en risicogerichte inspecties. Binnen de Seveso-regio Oost hebben we periodiek overleg over uitvoering van Sevesoinspecties en bespreken we de zorgbedrijven. Dit vindt plaats in een Seveso+coördinatorenoverleg en Regionaal Managementoverleg Seveso+. Daarnaast is er een boa-coördinatie-overleg met het Openbaar Ministerie.
De interprovinciale bestuurlijke adviescommissie Milieu, Toezicht en Handhaving (IPO BAC MTH) stelt jaarlijks het Uitvoeringsprogramma Seveso vast. Dit programma maakt deel uit van de meerjarenagenda (MJA) Seveso 2024-2027. Met de MJA hebben de provincies aangegeven dat zij, samen met de zes Seveso-omgevingsdiensten, werken aan een excellente uitvoering van de VTH-taken bij Seveso- en RIE4-bedrijven en een gezamenlijk landelijk speelveld willen ontwikkelen. De samenwerking tussen de zes Seveso-OD’s heeft dan ook als doel te werken alsof zij één dienst zijn in een excellente uitvoering van onze werkzaamheden. In het landelijke programma worden projecten uitgevoerd die de taakuitvoering bij de Seveso-OD’s optimaliseren. Voor de integrale uitvoering wordt met Seveso-partners (Rijkswaterstaat, waterschappen, veiligheidsregio’s, NLA, ILT en OM) een Seveso+ programma uitgevoerd. In het Bestuurlijk Omgevingsberaad (Bob) is een gezamenlijk meerjarenvoorstel 2021 - 2024 vastgesteld voor de versterking van omgevingsveiligheid in clusters. Hierin is onder Cluster 1 Seveso+ ondergebracht. De ambitie van het Seveso+ samenwerkingsverband is om de veilige operatie van risicovolle bedrijven en installaties op een hoger niveau te brengen vanuit de invalshoeken veiligheid, gezondheid en milieu.
22
2.6. Programma Juridisch advies en handhaving Wat doen we voor wie? We verzorgen voor diverse opdrachtgevers de juridische advisering en de rechtsbescherming op het gebied van het omgevingsrecht. We zorgen ervoor dat het beleid van de opdrachtgevers juridisch goed onderbouwd is. De effecten van de invoering van de Omgevingswet en de Wkb zullen ook in 2025 de nodige impact hebben. Wij houden daarom rekening met extra inzet op gebied van beleidsadvisering voor onze opdrachtgevers. Daarnaast denken we vanuit de uitvoering mee over hoe het beleid goed geïmplementeerd kan worden. Besluiten, die opdrachtnemers op grond van dat beleid nemen, hebben hierdoor een goede juridische basis en zijn zo goed verdedigbaar in bezwaar- en beroepsprocedures. We handelen de verzoeken in het kader van de Wet open overheid af. Dit doen we in afstemming met betrokken partners. We kijken doorlopend mee, omdat we zien dat we op die manier aan de achterkant minder rechtsbeschermingsprocedures hebben.
Wat willen we bereiken? KPI % beschikkingen dat overeind blijft in juridische procedures Bezwaar – Milieu % beschikkingen dat overeind blijft in juridische procedures Bezwaar – BRIKS % beschikkingen dat overeind blijft in juridische procedures (Hoger) Beroep – Milieu % beschikkingen dat overeind blijft in juridische procedures (Hoger) Beroep – BRIKS
Doel %
Proces
90%
Advies
90%
Advies
90%
Advies
90%
Advies
Wat gaan we daarvoor doen? Voor de advisering zorgen we voor voldoende kwaliteit van de medewerkers. Het juridische kennisniveau van onze medewerkers houden we voortdurend actueel, zodat we als kennisorganisatie op kunnen treden. We verwerken de ontwikkelingen op juridisch gebied in onze adviezen, zowel qua wetgeving als jurisprudentie. Ook zorgen we ervoor dat we in rechtsbeschermingsprocedures goed beslagen ten ijs komen. We informeren onze opdrachtgevers en collega’s actief vanuit onze rol over de gevolgen voor de uitvoering van veranderende wet- en regelgeving op het terrein van het omgevingsrecht, zoals de Omgevingswet, de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de Wet open overheid.
23
3. Begroting 2025 meerjarenraming 2026 - 2028
24
3.1. Financieel beeld Bouwstenen begroting 2025 De begroting 2025 baseren we op de advieslijsten 2025. Deze zijn opgesteld op basis van de uitgangspunten 2025 die we in deze begroting toelichten. Verder gaan we er in de advieslijsten vanuit dat gemeente Nijmegen de bouwtaken vanaf 1 januari 2025 zelf uitvoert. Al met al nemen de begrote baten 2025 ten opzichte van 2024 met € 7 miljoen (-23%) af. In volgende tabel ziet u de baten volgens de dynamische begroting, de wijzigingen die we u nu voorleggen en het totaal van de bijgestelde begroting.
in € * 1.000
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Baten en lasten dynamische begroting
28.097
27.079
27.077
26.886
Wijzigingen
2.730
-3.259
-3.394
-3.356
Baten en lasten begroting
30.827
23.819
23.683
23.530
We passen baten en lasten met hetzelfde bedrag aan. We ramen meerjaarlijks een sluitende begroting.
De mutatie van baten en lasten op hoofdlijnen verklaard In deze tabel ziet u een specificatie van de wijzigingen van de baten die we in het vervolg van dit hoofdstuk zullen toelichten. Omschrijving
begroting
begroting
begroting
begroting
In * 1.000
2024
2025
2026
2027
Bijstelling advieslijst 2025 Bijstelling werkplannen 2024 Projectkosten ontvlechting BRIKS Rentebaten
2.174 456 100
-4.963 100
-5.091 100
-5.043 100
Wijzigingen op prijspeil 2024
2.730
-4.863
-4.991
-4.943
523 1.080
521 1.076
518 1.069
-3.259
-3.394
-3.356
Opslag uurtarief vanaf 2025+ € 2,50 Indexering 2025 4,77% Eindtotaal
2.730
We hogen de baten in 2024 met € 2,7 miljoen3 op en in de jaren daarna dalen deze jaarlijks met € 3,2 tot € 3,4 miljoen. Belangrijkste mutatie vanaf 2025 is de bijstelling van omzet op basis van de advieslijsten 2026. De omzet daalt vanaf 2025 met zo’n € 5 miljoen per jaar. Dit wordt voor € 6,5 miljoen veroorzaakt door afname van omzet bouwtaken voor gemeente Nijmegen. De gemeente gaat deze taken vanaf 2025 zelf uitvoeren. De omzet van andere werkzaamheden neemt met zo’n € 1,5 miljoen toe. De subsidiebijdragen zijn bijgesteld op basis van nieuwe afspraken en realistische verwachtingen over wat we gezien de krapte op de arbeidsmarkt kunnen realiseren.
3 De mutaties 2024 lichten we toe in de begrotingswijziging 2024.
25
Verder houden we rekening met € 1 ton jaarlijkse rentebaten. De indexering 2024 (4,77%) leidt tot een ophoging van de baten met jaarlijks ruim € 1 miljoen. Ten slotte stellen we voor de uurtarieven vanaf 2025 aanvullend met € 2,50 op te hogen. Dat geeft extra baten van jaarlijks € 0,5 miljoen. In deze tabel geven we een samenvatting van de bijstelling van de lasten. We hebben de lasten aangepast op de advieslijsten 2025 en we hebben deze geïndexeerd (salarissen en inhuur: + 5,15% en materiele kosten: + 2,8%, gewogen gemiddeld: + 4,77%). Omschrijving
begroting
begroting
begroting
begroting
In * 1.000
2024
2025
2026
2027
Bijstelling werkplannen/ advieslijsten
1.474
-4.347
-4.473
-4.429
Projecten 2024 ODRN
800
-
-
-
Projectkosten ontvlechting BRIKS 2024
456
-
-
-
2.730
-4.347
-4.473
-4.429
Indexering inhuur 5,15%
-
248
196
195
Indexering salarissen 5,15%
-
743
783
779
Indexering materieel 2,8%
-
98
100
99
2.730
-3.259
-3.394
-3.356
Subtotaal
Totaal
26
3.2. Uitgangspunten We zijn bij het opstellen van de begroting 2025 uitgegaan van de volgende uitgangspunten: 1. De begroting 2025 is opgesteld op basis van de advieslijsten 2025. 2. Uitgangspunt is dat de bouwtaken van gemeente Nijmegen per 1 januari 2025 naar de gemeente overgaan. 3. De meerjarenbegroting 2025 - 2028 is op prijspeil 2025. We hanteren voor 2025 een indexering van 4,77%. 4. We hogen de uurtarieven aanvullend met € 2,50 op: - Bijstelling norm voor ziekteverzuim van 5% naar 6% -> + € 1,50 - Meer budget voor opleidingen -> + € 0,50 - Compensatie voor meerkosten van inhuur -> + € 0,50 5. We hanteren een opslag op direct primaire inzet van 23% voor indirecte primaire inzet. 6. We gaan uit van een inhuurbudget van 25% van onze begrote salarissen plus inhuur. Dit percentage daalt in de begroting vanaf 2026 naar 20%. 7. We trekken 30% van het begrotingstotaal uit voor overhead. 8. De meerjarenraming is inclusief de nieuwe jaarschijf 2028. 9. Bij salariskosten rekenen we met een anciënniteit van 10 (max -1). 10. De begroting is zonder kostprijsverhogend btw-effect. We factureren de opdrachtgevers inclusief btw. 11. De kapitaallasten zijn gebaseerd op de afschrijfslasten. We gaan uit van 0% rente.
27
3.3. Wijzigingen in de meerjarenbegroting 2025 2028 In de paragraaf Financieel beeld gaven we een specificatie van de wijzigingen op hoofdlijnen. In deze paragraaf geven we inzicht in de mutatie per begrotingscategorie.
Nieuwe categorieën Het Algemeen Bestuur heeft op 31 augustus 2023 de Begroting 2024 inclusief meerjarenraming 2025 - 2027 vastgesteld. De afbouw van de Piofah-overeenkomst met gemeente Nijmegen is aanleiding vanaf 2024 de begroting anders te categoriseren. Met nieuwe categorieën zoals huisvesting en ICT verhogen we de informatiewaarde van de begroting. Deze aanpassing lichten we in de bijlage 5.1 toe.
Wijzigingen De begroting ingedeeld naar nieuwe categorieën is het vertrekpunt van de wijzigingen die we u nu voorleggen. Deze vatten we in volgende tabel samen:
Omschrijving In * 1.000 baten Bijdragen deelnemers Bovenregionale bijdragen Subsidies en diverse opdrachten
begroting 2024
begroting 2025
begroting 2026
begroting 2027
1.301 646 227
-3.721 528 -166
-3.764 528 -259
-3.764 528 -221
Rentebaten Totaal baten
456 100 2.730
100 -3.259
100 -3.394
100 -3.356
lasten Salariskosten Salariskosten overhead Overige personele lasten Projecten ODRN Projectkosten ontvlechting BRIKS 2024 Frictie overhead Opleidingskosten Inhuur Inhuur overhead Huisvestingslasten ICT en informatiebeheer Piofah Kapitaallasten Materiële kosten opdrachtgevers Overige materiele kosten Bijdrage regionaal stelsel Totaal lasten
1.132 -306 800 456 528 573 -59 -216 -58 -69 -50 2.730
-1.990 -295 -78 -925 119 -322 617 -16 -238 -56 -60 -70 56 -3.259
-1.242 -208 -78 -878 144 -1.157 404 -18 -268 -56 -60 -70 95 -3.394
-1.329 -208 -78 -808 141 -1.058 475 -117 -282 -56 -60 -70 95 -3.356
0
0
0
0
Bijdrage projectkosten ontvlechting BRIKS 2024
Saldo
28
Bijdragen deelnemers De bijdragen van de deelnemers nemen vanaf 2025 met € 3,7 miljoen af. De ontvlechting van de bouwtaken zorgt voor een afname van de productie bouwen met € 6,4 miljoen. Indexering en de toeslag van € 2,5 op het uurtarief zorgen voor een toename met € 1,4 miljoen. Daarnaast zijn er overige bijstellingen van in totaal € 1,3 miljoen. Dit houdt verband met € 0,5 miljoen meerwerk milieuvergunningen als gevolg van de Omgevingswet en voor € 0,8 miljoen aanvullende werkzaamheden bij diverse deelnemers. Het meerwerk milieuvergunningen door invoering van de Omgevingswet lichten we nu toe. In de Begroting 2024 hebben we incidenteel € 9,6 ton extra geraamd in verband extra werkzaamheden door invoering van de Omgevingswet en Wkb op 1 januari 2024. Nieuwe wetten en nieuwe werkzaamheden kosten in het begin meer tijd. Dit bedrag hebben we nader toegelicht in de Kadernota 2024/2025. Deze middelen nemen vanaf 2025 nog niet volledig af. We verwachten nog inzet van € 4,9 ton op de producten milieuvergunningen. Dat laten we in deze tabel zien: Omschrijving in € Omzetting van inrichtingen naar milieubelastende activiteiten Meerwerk bij diverse bouwproducten Meerwerk bij producten milieuvergunningen Overig en onvoorzien Totaal
begroting 2024
begroting 2025 ev
79 341 493 45
0 0 493 0
958
493
Voor het meerwerk bij producten milieuvergunningen is 10% of € 4,9 ton extra geraamd. Zo krijgen we onder de Omgevingswet veel meldingen binnen die meer tijd vragen. Wanneer de werkzaamheden afnemen weten we nog niet. We hebben te weinig ervaring met de Omgevingswet en kunnen dit nog niet inschatten. Vooralsnog laten we het bedrag van € 4,9 ton staan. Mocht in 2025 blijken dat we het werk toch efficiënter uit kunnen voeren, dan stellen we in de loop van 2024 de advieslijst/werkplannen 2025 bij. We zullen onze meerjarenbegroting vanaf 2025 dan in het voorjaar van 2025 aanpassen.
Bovenregionale bijdragen De bovenregionale bijdragen nemen vanaf 2025 met € 5,2 ton toe. Dat komt vooral door een ophoging van de omzet bij provincie Overijssel met € 2,8 ton. In 2023 waren een aantal projecten in afwachting van besluitvorming on hold gezet. Het gaat bijvoorbeeld om de projecten AADV en Analyse ongewone voorvallen. Deze projecten zijn inmiddels opgevoerd en deze omzet is meerjarig meegenomen.
Subsidies en diverse opdrachten We verlagen de bijdragen vanaf 2025 met gemiddeld met zo’n € 2 ton per jaar. Dat heeft vooral te maken met een lagere inschatting van de MJA-subsidie die we via DCMR krijgen. We leveren minder bijdrage aan het onderdeel communicatie. Verder kunnen we vanwege
29
de personele krapte niet alle ambities waarmaken. Ook dat heeft geleid tot een bijstelling van deze baten.
Rentebaten Vanaf 2024 nemen we structureel € 1 ton rentebaten op. Gezien de ontwikkeling van de rentepercentages achten we dat reëel.
Lasten De lasten zijn per saldo met dezelfde bedragen opgehoogd als de baten. Deze zijn gebaseerd op reële inschattingen en op de door het bestuur vastgestelde uitgangspunten over de indexering, het aandeel overhead en het aandeel inhuur. De kapitaallasten zijn gebaseerd op de investeringsbegroting in de bijlage. We kunnen op een deel van de begrote kapitaallasten laten vrijvallen. Dat komt omdat we niet veel ICT meer in eigendom hebben. De meeste nieuwe contracten zijn op basis van licenties. In volgende hoofdstukken lichten we de begrotingsposten verder toe.
30
3.4. Meerjarenbegroting 2025 – 2028 In volgende tabel ziet u de meerjarenbegroting 2025 - 2028 met als vergelijking de Begroting 2024 en de realisatie over 2023. Omschrijving
jaarrekening
begroting
begroting
begroting
begroting
begroting
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Salariskosten
11.520
15.482
12.297
13.044
12.958
12.958
Salariskosten overhead
2.466
2.868
2.865
2.952
2.952
2.952
396
316
316
316
316
In * 1.000 lasten
Overige personele lasten Inhuur
5.736
5.726
4.101
3.259
3.238
3.238
Inhuur overhead
1.198
1.061
953
740
740
740
Opleidingskosten
261
367
455
480
477
477
856
900
900
801
801
1.654
1.634
1.608
1.594
1.594
Huisvestingslasten ICT en informatiebeheer Piofah
2.394
Kapitaallasten
276
150
150
150
150
150
Materiële kosten opdrachtgevers
294
268
275
275
275
275
Materiele kosten
739
336
336
336
336
336
Bijdrage regionaal stelsel
273
408
461
501
501
501
-925
-878
-808
-808
Projecten ODRN
800
Projectkosten ontvlechting BRIKS 2024
456
Frictie overhead Ontwikkelprogramma Totaal lasten
1.314 26.472
30.827
23.819
23.683
23.530
23.530
Omschrijving
jaarrekening
begroting
begroting
begroting
begroting
begroting
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Bijdragen deelnemers
23.594
27.090
21.139
21.096
21.096
21.096
Bovenregionale bijdragen
1.531
2.361
2.214
2.214
2.214
2.214
Subsidies en diverse opdrachten
668
820
366
273
119
119
Bijdrage Ontwikkelprogramma
144
baten
Bijdrage projectkosten ontvlechting BRIKS 2024 456 Vrijval voorziening harmonisatietoelage Onttrekking bestemmingsreserve Rentebaten Totaal baten Saldo
31
339 295 26.571
100 30.827
100 23.819
100 23.683
100 23.530
100 23.530
99
0
0
0
0
0
3.5. De begrotingsposten toegelicht In deze paragraaf lichten we specificaties van de begrotingsposten toe.
Baten Bijdragen deelnemers U ziet de begrote bedragen per deelnemer in de volgende tabel:
* 1.000 Gemeente Berg en Dal Gemeente Beuningen Gemeente Druten Gemeente Heumen
Begroting 2024 2.799 2.453 687 1.063
Begroting 2025 Begroting 2026 ev 2.862 2.853 2.387 2.379 714 707 1.088 1.083
Gemeente Nijmegen
10.390
3.914
3.914
Gemeente Wijchen
1.086
1.116
1.102
Provincie Gelderland
8.611
9.059
9.059
27.090
21.139
21.096
Totaal deelnemersbijdragen
De ontvlechting van de bouwtaken van gemeente Nijmegen is vanaf 2025 in de begroting verwerkt. De omzet van gemeente Nijmegen daalt hierdoor met zo’n € 6,5 miljoen. Dat heeft een behoorlijke impact op de onderlinge verhoudingen van de deelnemers. Het aandeel van gemeente Nijmegen daalt van 39% realisatie 2023 naar 19% in de Begroting 2025. De relatieve aandelen van andere deelnemers nemen daardoor toe. Provincie Gelderland wordt met een omzet van 43% veruit onze grootste speler. Dat laten we in deze grafieken zien.
Omzetaandelen deelnemers realisatie 2023
Berg en Dal 11% Gelderland 32%
Beuningen 8% Druten 2% Heumen 4%
Wijchen 4%
Omzetaandelen deelnemers begroting 2025
Berg en Dal 14% Gelderland 43%
Nijmegen 39%
Druten 3% Nijmegen 19%
Wijchen 5% De fluctuaties van de bijdragen van andere deelnemers kunnen we voornamelijk verklaren met indexering 2025 en de tariefsverhoging van € 2,50 per uur.
32
Beuningen 11%
Heumen 5%
De in 2025 begrote bedragen zijn gebaseerd op de advieslijsten 2025 die in maart 2024 met de opdrachtgevers zijn afgestemd4.. Deze lijsten zijn nog onderwerp van discussie. Eind 2024 hopen we in de vorm van werkplannen 2025 definitieve afspraken met onze deelnemers te maken. Bijstellingen ten opzichte van de advieslijsten 2025 zullen we begin 2025 in de wijziging van de Begroting 2025 meenemen. In de bijlage ziet u een samenvatting van de advieslijsten 2025.
Bovenregionale bijdragen In de volgende tabel laten we de meerjarenraming van de bovenregionale bijdragen zien: * 1.000 Provincie Overijssel ODRA Overige omgevingsdiensten
2024 1.544 416 400
2025 1.357 430 428
2026 ev 1.357 430 428
Totaal bovenregionaal
2.361
2.214
2.214
Subsidies en overige baten De meerjarenbegroting van subsidies en overige baten ziet u in deze tabel: * 1.000
2024
2025
2026
2027 ev
DCMR MILIEUDIENST
79
79
79
79
OMGEVINGSDIENST NL
157
40
40
40
Ministerie I&W
341
-
-
-
Ministerie E&K
226
247
154
-
Overige
17
Totaal subsidies en overige bijdragen
820
366
273
119
De subsidiebedragen van de ministeries I&W en E&K lopen vanaf respectievelijk 2025 en 2027 af. De subsidie Omgevingsdienst NL loopt vanaf 2025 terug. Diverse subsidies worden mogelijk gecontinueerd, maar we ramen pas bijdragen op basis van meerjarige beschikkingen.
De gesprekken over deze lijsten worden ten tijde van het opstellen van deze begroting nog met opdrachtgevers gevoerd. Het is dus mogelijk dat de advieslijsten wijzigen en enigszins afwijken van de begrotingen van onze deelnemers. Eventuele aanpassingen van afspraken verwerken we bij actualisatie van de begroting in het voorjaar van 2025. 4
33
Lasten Salarissen en overige personele lasten Omschrijving
begroting
begroting
begroting
begroting
In * 1.000
2024
2025
2026
2027 ev
Salariskosten
15.482
12.297
13.044
12.958
Salariskosten overhead
2.868
2.865
2.952
2.952
Overige personele lasten Totaal
396
316
316
316
18.745
15.479
16.312
16.226
De salariskosten en overige personele lasten dalen met €3,2 miljoen, van € 18,7 miljoen (Begroting 2024) naar € 15,5 miljoen (Begroting 2025). Deze daling komt vooral door de teruggelopen omzet als gevolg van de ontvlechting van de BRIKS-taken. Met de salariskosten voor primair personeel dekken we de loonkosten van zo’n 1305 primaire medewerkers en afgerond 34 fte overhead. We houden rekening met een lichte taakuitbreiding. Die hangt onder andere samen de overdracht van taken uit de gastheerschapovereenkomst. Zo zorgen we vanaf 2023 zelf voor het betalingsverkeer, het crediteurenbeheer en het functioneel beheer van Afas. We zijn aan de slag met een organisatieontwikkeling en zullen het dagelijks bestuur in de loop van 2024 het plan voorleggen. Daarmee zullen we de formatie van de overhead formaliseren. De loonkosten nemen vanaf de Begroting 2026 toe. Dat komt doordat we ervan uitgaan dat we vanaf 2026 inhuur kunnen terugbrengen naar 20% van het totaal inhuur kosten plus salarissen. De inhuur laat dan ook vanaf 2026 een daling zien. In paragraaf 3.6 geven we u inzicht in de ontwikkeling van de totale overhead. Een specificatie van de overige personele lasten ziet u in deze tabel: Omschrijving In * 1.000 Reiskostenvergoeding onbelast Arbokosten Overige vergoedingen Overige personeelskosten Reiskostenvergoeding belast Personeelsactiviteit extern Overig < € 20.000 Totaal
begroting 2024
begroting 2025
begroting 2026
begroting 2027
165 62 37 37
132 49 30 29
132 49 30 29
132 49 30 29
32 27 36 396
25 22 29 316
25 22 29 316
25 22 29 316
De personele lasten nemen vanaf 2025 af door de ontvlechting van de BRIKS-taken.
Inhuur In de paragraaf bedrijfsvoering lichten we toe dat we uitgaan van 211.700 productieve uren. Voor 2025 sturen we op een productiviteit van 70% dat betekent 1.310 productieve uren per fte per jaar. In totaal komen we op 162 primaire fte (211.700/1.310). Daarvan huren we zo’n 32 fte in en nemen we zo’n 130 fte in vaste dienst. 5
34
Omschrijving In * 1.000 Inhuur Inhuur overhead Totaal
begroting 2024
begroting 2025
begroting 2026
begroting 2027ev
5.726 1.061 6.787
4.101 953 5.054
3.259 740 3.999
3.238 740 3.977
De inhuurkosten dalen vanwege de omzetdaling vanaf 2025. Maar ook omdat we ervan uitgaan dat we het aandeel inhuur kunnen afbouwen van 27% (Begroting 2024) naar 25% (Begroting 2025) en 20% vanaf 2026.
Opleidingskosten In deze tabel laten we zien hoe we aan het budget voor opleidingen komen. Omschrijving In * 1.000 Salariskosten Salariskosten overhead Totaal salariskosten I Aandeel opleidingen II Budget voor opleidingen I * II
begroting 2024 15.482 2.868 18.350 2% 367
begroting 2025 12.297 2.865 15.163 3% 455
begroting 2026 13.044 2.952 15.996 3% 480
begroting 2027 ev 12.958 2.952 15.910 3% 477
Tot en met 2024 ramen we 2% van de loonsom voor opleidingen. Vanaf 2025 gaat dit percentage omhoog naar 3%. Dat heeft te maken met de robuustheidscriteria van het ministerie van I&W. Om robuust te zijn, dienen we vanaf 2025 minimaal 3% van onze loonsom voor opleidingen te ramen. Hierover kun u lezen in het plan van aanpak Robuustheid ODRN dat we in maart 2024 aan de staatssecretaris van I&W aangeboden hebben.
Huisvestingslasten begroting
begroting
begroting
begroting
In * 1.000
2024
2025
2026
2027 ev
Huur en servicekosten
512
538
538
479
Facilitaire kosten gm Nijmegen
321
337
337
300
Facilitaire kosten ODRN
23
24
24
22
Totaal
856
900
900
801
Omschrijving
We ramen vanaf 2027 een daling van deze lasten omdat we er dan vanuit gaan dat we onze huisvesting op de omzetontwikkelingen kunnen aanpassen.
ICT en informatiebeheer Omschrijving In * 1.000 IRVN ICT-contracten in beheer ODRN Doc info gemeente Nijmegen Totaal
begroting 2024 1.149 356 149 1.654
begroting 2025 1.075 408 151 1.634
begroting 2026 1.075 382 151 1.608
begroting 202 7ev 1.075 382 151 1.594
Deze kosten betreffen hoofdzakelijk kosten die we aan iRvN betalen, dit is onze regionale samenwerkingspartner op ICT-gebied. Daarnaast begroten we hier de kosten van een aantal ODRN specifieke contracten die we in eigen beheer hebben. Ook zijn de posten
35
voor documentaire informatie voorziening en een aantal overige diensten die we van gemeente Nijmegen afnemen onder deze post opgenomen.
Kapitaallasten Op basis van de investeringsbegroting ramen we een jaarlijks budget voor afschrijvingslasten van € 1,5 ton. De investeringsbegroting ziet u in de bijlage.
Materiële kosten opdrachtgevers Dit betreft kosten die we ten behoeve van specifieke projecten van onze opdrachtgevers maken. Het gaat veelal om specialistisch advies van bureaus. Deze kosten belasten we één op één aan de betreffende opdrachtgever door. De daling van deze kosten houdt verband met de daling van de omzet als gevolg van de ontvlechting van de BRIKS-taken.
Materiële kosten Omschrijving
begroting
begroting
begroting
begroting
2024
2025
2026
2027
Accountantskosten
59
61
61
61
Diverse kosten
36
53
53
53
Advieskosten
42
43
43
43
Communicatiekosten
34
35
35
35
Autokosten
32
33
33
33
Verzekeringspremies
31
32
32
32
Parkeerabonnementen
46
31
31
31
In * 1.000
Overig < € 20.000
54
49
49
49
Totaal
336
336
336
336
De meeste kosten hebben een vast karakter en dalen niet als gevolg van de ontvlechting van de BRIKS-taken. De posten diverse kosten en parkeerabonnementen hebben we wel laten dalen als gevolg hiervan.
Bijdrage regionaal stelsel Bijdrage regionaal stelsel betreft diensten die we van omgevingsdiensten in het Gelders Stelsel afnemen. Verder nemen we ook de bijdragen aan Omgevingsdienst NL (ODNL) onder deze post op. Omschrijving In * 1.000 Ketentoezicht Portaal en kenniscentrum ODNL IGO Innovatie / Datalab beperkt tot Gelderse OD's Geluidsmeting Beheerkosten I-GO Inspectieview milieu Coördinatie en kwaliteit en FG rol Programmamanagement complexe TZ en HH
36
begroting 2024 96 89 37
begroting 2025 102 94 73
begroting 2026 108 100 73
begroting 2027 108 100 73
44 30 25 25 17 16
48 31 26 25 18 17
70 31 28 25 19 18
70 31 28 25 19 18
HRM BsB-m Klanttevredenheidproject, licenties Happyniz Thesus Totaal
15 9 2 5 408
15 9 2 1 461
16 9 2 501
16 9 2 501
Voor deze kosten begroten we € 4 ton in 2024 oplopend naar € 5 ton vanaf 2026. Dat komt vooral door een toename van de contributie aan ODNL. Dat houdt verband met bijdragen aan de ODNL-academie. Hiermee betaalt ODNL landelijke opleidingen voor vakspecialisten. Verder nemen vanaf 2024 de kosten van het project IGO Innovatie / Datalab toe. Deze kosten werden betaald uit een impulsfinanciering van de provincie. Deze middelen zijn vanaf 2025 volledig ingezet en vallen weg. Formele besluitvorming over een deel van de stelselkosten dient nog plaats te vinden. In het voorjaar van 2025 zullen we de begroting eventueel aanpassen als anders over de inzet besloten wordt.
Projecten ODRN In de Wijziging begroting 2024 lichten we toe dat we eenmalig een budget van € 8 ton ramen voor projecten ODRN. Met dit budget betalen we een aantal projecten die we in 2024 afronden. Dit budget loopt vanaf 2025 af. Vanaf 2025 zullen we projecten dekken uit de toeslag voor indirect productieve inzet. Voor zover het gaat om projecten die gericht zijn op opleidingen, kunnen we ons opleidingsbudget daarvoor aanwenden. Ook het actiever op zoek gaan naar externe dekkingsbronnen is een mogelijkheid om projecten vanaf 2025 te financieren.
Projectkosten en frictiekosten ontvlechting BRIKS Omschrijving
begroting
begroting
begroting
begroting
begroting
In * 1.000
2024
2025
2026
2027
2028