Bijlage V Begroting 2026, incl meerjarenraming 2027-2029
Tekst van het document
1
Inhoudsopgave Voorwoord: Balans, groei en vooruitzicht
4
1.
Ontwikkelingen
5
1.1.
6
2.
3.
4.
2
Inhoudelijke en organisatorische ontwikkelingen
Programmabegroting 2025
9
2.1.
Programmabegroting
10
2.2.
Programma’s
12
2.3.
Programma Vergunningverlening
13
2.4.
Programma Handhaving en Toezicht
16
2.5.
Programma Seveso
18
2.6.
Programma Juridisch advies en handhaving
20
Begroting 2026 meerjarenraming 2027 - 2029
21
3.1.
Financieel beeld
22
3.2.
Uitgangspunten
23
3.3.
Wijzigingen in de meerjarenbegroting 2026 - 2029
24
3.4.
Meerjarenbegroting 2026 – 2029
26
3.5.
De begrotingsposten toegelicht
27
3.6.
Overhead en inhuur
34
3.7.
Lasten en baten per taakveld
36
3.8.
Meerjarenbalans 2024 tot en met 2027
38
Paragrafen
40
4.1.
Weerstandscapaciteit en risicobeheersing
41
4.2.
Financiering
42
4.3.
Bedrijfsvoering
44
4.4.
Onderhoud kapitaalgoederen
48
4.5.
Openbaarheidsparagraaf
49
5.
3
Bijlagen
50
5.1.
Investeringsbegroting
51
5.2.
De advieslijsten 2026
52
Voorwoord: Balans, groei en vooruitzicht Voor u ligt de begroting van de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) voor het jaar 2026. Dit jaar staat in bestuurlijke kringen bekend als het ‘ravijnjaar’. Het ‘ravijnjaar’ verwijst naar de financiële uitdagingen waar veel overheidsinstanties in 2026 mee te maken krijgen door veranderende financieringsstromen en budgettaire krapte. Voor de ODRN kenmerkt 2026 zich door een begroting die in balans is en tot stand is gekomen in goed overleg met onze deelnemers. Hierbij is met respect gekeken naar de opgaven die zij in het komende jaar hebben. De afgelopen jaren zijn voor de ODRN dynamisch geweest. De invoering van de Omgevingswet, de ontvlechting van de BRIKS-taken en een lichte reorganisatie hebben ons voor complexe vraagstukken gesteld. Tegelijkertijd te maken gehad met een krapte op de arbeidsmarkt, stijgende kosten en toenemende wetgeving. Desondanks heeft de ODRN laten zien flexibel en daadkrachtig te zijn. We hebben onze taak uitgevoerd met oog voor kwaliteit en toekomstbestendigheid. De begroting heeft hierin een cruciale rol gespeeld als solide basis voor ons handelen. Onze ambitie blijft onverminderd groot. In de afgelopen jaren hebben we gewerkt aan een robuuste organisatie en per 1 april 2026 streven we ernaar deze robuustheid volledig te realiseren.
Dit betekent dat we maatregelen hebben getroffen om de kwaliteit van onze dienstverlening te borgen en tegelijkertijd door te groeien. Bijvoorbeeld op het gebied van innovatie, door de implementatie van Artificial Intelligence en andere technologieën. Ook zetten we ons in voor de voortzetting van het traineeprogramma en blijven we onze expertise inzetten op urgente thema’s zoals zeer zorgwekkende stoffen, water en circulaire economie. De opbouw van de begroting en de bijdragen van onze deelnemers zijn gebaseerd op het uitvoeringsprogramma, waarin al deze thema’s en doelen zijn opgenomen. Dit uitvoeringsprogramma wordt in de loop van 2026 weer geactualiseerd om ook de aankomende jaren de begroting mede vorm te geven. Verder verkent de ODRN momenteel een fusie met de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA). In de voorliggend begroting is, waar mogelijk, (financieel) rekening gehouden met deze verkenning. Tegelijkertijd realiseren we ons dat een fusieproces financiële en organisatorische uitdagingen met zich meebrengt. We blijven dit proces dan ook nauwlettend volgen, monitoren en over rapporteren. Tot slot is deze begroting mogelijk de laatste zelfstandige begroting van de Omgevingsdienst Regio Nijmegen. Indien de fusie doorgang vindt, zal een gezamenlijke begroting voor de nieuwe dienst worden opgesteld.
Dit proces kent een eigen dynamiek en maakt geen onderdeel uit van deze begroting. Met deze begroting zetten we een stap vooruit in een uitdagende tijd. We danken alle betrokkenen voor hun inzet en vertrouwen in de ODRN. Het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Regio Nijmegen Harold Zoet, Tobias van Elferen, Vincent Arts, Sijmen Versluijs
4
1.
5
Ontwikkelingen
1.1. Inhoudelijke en organisatorische ontwikkelingen Vanaf 2026 zal de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN), indien besloten, niet langer als zelfstandige entiteit opereren. Er wordt gewerkt aan een fusie tussen de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) en de ODRN. Informatie over dit fusietraject wordt via separate processen verstrekt. De ontwikkelingen zoals hier opgenomen kunnen afhankelijk van dit traject in de praktijk afwijken of anders worden ingevuld in 2026. Mocht het fusietraject geen doorgang vinden, dan zullen wij ons in 2026 voorbereiden op een toekomstige reorganisatie.
Wet open overheid (Woo) De gefaseerde invoering van de verplichting tot actieve openbaarmaking van 17 informatiecategorieën krijgt in 2026 meer impact. Het Project Woo is daarom opgenomen in de werkplannen van 2026.
Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Sinds de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen ontstaan er steeds meer relevante jurisprudenties die worden meegenomen in de advisering. Tevens blijven we ons continu ontwikkelen. De ODRN levert daarnaast een bijdrage aan de ontwikkeling van omgevingsplannen vanuit haar expertise.
Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water vereist dat alle vergunningen in 2027 up-to-date zijn. Een projectmatige aanpak, gestart in 2023, borgt een gestructureerde actualisatie en implementatie van de vereiste maatregelen.
Richtlijn Industriële Emissies Sinds 2024 is deze richtlijn grotendeels opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL). De verdere implementatie wordt voorbereid en kent in 2026, voor zover duidelijk, een vervolg.
Nieuwe EU-richtlijn asbest Voor de implementatie van een nieuwe EU-richtlijn over asbest wordt een voorbereidende analyse uitgevoerd. De richtlijn introduceert strengere normen, wat invloed heeft op certificering en toezicht.
6
Circulaire economie Binnen vergunningverlening en milieutoezicht blijft circulaire economie een speerpunt. De implementatie van het Circulair MaterialenPlan (iCMP) wordt voorbereid. Dit plan speelt een cruciale rol in de ontwikkeling van vergunningverlening en toezicht. Daarnaast blijven pilots met CE-toezicht en vergunningverlening doorlopen, en wordt de kennis over CE binnen de organisatie geborgd.
Stikstof Als gevolg van de stikstofuitspraak en economische ontwikkelingen wordt in 2026 een afname verwacht van nieuwe vergunningsaanvragen voor Seveso- en RIE4-bedrijven. De focus verschuift naar het actualiseren van bestaande vergunningen.
Effectgericht werken De ODRN richt haar werkzaamheden steeds meer outcomegericht in. Door het stellen van heldere doelen en monitoring wordt inzicht verkregen in de impact en kan waar nodig worden bijgestuurd. Tevens wordt er gekeken of het huidige financieringsmodel nog passend is bij deze manier van werken. In 2026 volgt daar nader onderzoek naar.
Kwaliteitscriteria In 2026 wordt ingezet op verdere ontwikkeling van competenties binnen de organisatie in lijn met Kwaliteitscriteria 3.0 zoals die landelijk zijn opgesteld.
Innovatie De innovatieagenda zet in op de ontwikkeling van nieuwe technologieën en methoden. Voor 2026 wordt, zoals de afgelopen jaren ook de norm was en wat wordt vereist vanuit de landelijke robuustheidscriteria, 1% van de begroting ingezet voor innovatie. Onder meer AI-toepassingen, drones voor toezichtstaken en geavanceerde data-analyse worden in 2026 doorontwikkeld om toezicht effectiever en gerichter in te richten.
Team Ondermijning De samenwerking met gemeenten, politie en justitie wordt versterkt om ondermijnende activiteiten effectiever aan te pakken.
Robuustheid, reorganisatie en verbeterplan 7
De reorganisatie en het verbeterplan, voorbereid in 2024 en deels geïmplementeerd in datzelfde jaar, richt zich op het versterken van de kennisorganisatie. Waar nodig worden aspecten van de reorganisatie verder opgepakt lopende 2025 en 2026. Tegelijkertijd wordt er gewerkt aan het voldoen aan de zes robuustheidscriteria uit het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (IBP VTH). In 2024 is een plan van aanpak ingediend bij het Ministerie van I&W, gericht op implementatie vóór april 2026 waarna het vertrouwen is dat de ODRN voldoende robuust is.
Uitvoeringsprogramma ODRN Voor de jaren 2025-2026 heeft de ODRN een regionaal uitvoeringsprogramma opgesteld, waarin regionale aandachtspunten en maatwerkopdrachten per deelnemer worden opgenomen. Dit programma wordt in 2026 geactualiseerd.
Energietransitie en energietoezicht De ODRN speelt een actieve rol in de energietransitie door haar expertise te vergroten en samen te werken binnen landelijke netwerken. In 2026 worden energiecontroles voortgezet en verdiept, met een focus op grote energieverbruikers en aanvullende verplichtingen zoals energiebesparingsonderzoeken.
8
2. Programmabegroting 2025
9
2.1. Programmabegroting In volgende tabel ziet u de programmabegroting 2026 met vergelijkende cijfers over 2024 (realisatie):
in € * 1.000
Jaarrekening
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
Vergunning behandelen
4.186
4.569
4.751
Toezicht en handhaven
2.833
3.013
3.221
Advies en projecten
4.638
4.665
4.894
Totaal milieu
11.657
12.247
12.866
Vergunning behandelen
4.867
2.181
2.470
Toezicht en handhaven
3.055
1.867
1.976
Advies en projecten
1.780
754
771
Uitgaven naar programma Milieu
BRIKS
Totaal BRIKS
9.702
4.802
5.217
Totaal programma
21.359
17.049
18.083
Overhead
7.519
7.742
7.868
Totale uitgaven
28.878
24.791
25.951
Dekkingsmiddelen Baten opdrachtgevers
28.408
23.911
25.118
Bijdrage projectkosten ontvlechting BRIKS
385
0
0
Bijdrage frictie inhuur BRIKS
200
0
0
Bijdrage frictie overhead BRIKS
0
780
733
238
100
100
29.231
24.791
25.951
353
0
0
Rentebaten Totaal dekkingsmiddelen Saldo
In de Begroting 2026 zetten we het meest in op vergunningverlening. Bouwen en Milieu samen beslaan 40% van de totale begroting. Toezicht en handhaving binnen deze domeinen zijn goed voor 29%. De overige 31% is bestemd voor advisering en projecten. De volgende grafiek geeft de verdeling van de Programmabegroting 2026 weer in een taartdiagram. Een inhoudelijke toelichting staat bij de teksten van de programmaonderdelen.
10
Begroting 2026 In totaal €25,1 miljoen
Milieu advies en projecten 27%
Bouwen vergunningen 14%
Bouwen toezicht en handhaving 11% Bouwen advies en projecten 4%
Milieu toezicht en handhaving 18%
11
Milieu vergunningen 26%
2.2. Programma’s We voeren onze taken uit binnen vier programma’s, voor vijf gemeenten, twee provincies en enkele omgevingsdiensten in Gelderland en Overijssel. De werkzaamheden zijn gebaseerd op het VTH-beleid van onze opdrachtgevers, vastgelegd in regionale en provinciale beleidsplannen. Deze beleidslijnen, samen met gezamenlijke focuspunten, vormen de basis voor ons meerjarig Uitvoeringsprogramma. In 2026 herzien we dit programma. De concrete invulling per jaar leggen we vast in werkplannen, waarin we zowel producten (volgens de PDC) als projecten benoemen. In dit hoofdstuk leest u achtereenvolgens over de volgende programma’s: •
Programma Vergunningverlening
•
Programma Handhaving en Toezicht
•
Programma Seveso
•
Programma Juridisch en Specialistisch advies
Per programma gaan we in op de volgende vragen: •
Wat doen we voor wie?
•
Wat willen we bereiken?
•
Wat gaan we daarvoor doen?
De vraag ‘Wat willen we bereiken?’ beantwoorden we binnen elk programma aan de hand van kritische prestatie-indicatoren (KPI’s). Deze KPI’s geven richting aan onze doelstellingen en maken inzichtelijk waar we naartoe werken. In samenwerking met de Provincie Gelderland en de ODRA zijn de provinciale KPI’s herzien en geactualiseerd. Daarbij is gekozen voor een aanpak met grenswaarden en streefwaarden. De streefwaarden geven de ambities voor de langere termijn weer en zijn opgenomen in de Uitvoeringsstrategie (UHS). Vanwege de haalbaarheid van de streefwaarde, is ervoor gekozen ook grenswaarden vast te stellen: minimumniveaus die op korte termijn haalbaar en acceptabel zijn. Deze grenswaarden worden opgenomen in het uitvoeringsprogramma en jaarlijks geactualiseerd. In 2025 zullen de nieuwe KPI’s worden geïmplementeerd. Dat jaar benutten we ook om samen met onze partners verder te werken aan de ontwikkeling ervan. We streven naar zoveel mogelijk uniforme KPI’s voor al onze partners. De nieuwe KPI’s zullen worden opgenomen in de geactualiseerde begroting 2026. Tot die tijd hanteren we, in afwachting van de uitkomsten van dit traject, nog de bestaande KPI’s. Met de Programmabegroting 2026 beantwoorden we ten slotte ook een vierde vraag: ‘Wat mag dat kosten?’ Deze toelichting is opgenomen in hoofdstuk 2.1.
12
2.3. Programma Vergunningverlening Wat doen we voor wie? Milieu De vergunningverlening voor het onderdeel Milieu binnen de Omgevingswet omvat het afhandelen van milieuvergunningaanvragen, het actualiseren van vergunningen en het uitvoeren van projecten op diverse milieuthema’s. Daarnaast wordt geadviseerd over milieuvraagstukken, zowel binnen lopende processen als in beleidsmatige trajecten. Dit wordt uitgevoerd voor alle opdrachtgevers. Samenwerking speelt een belangrijke rol in de uitvoering van deze taken. Binnen de provinciale opdracht wordt samengewerkt met de ODRA en de afdeling VTH van de provincie. Daarnaast vindt afstemming plaats met andere afdelingen binnen de ODRN bij regionale opdrachten. Ook wordt actief bijgedragen aan het Seveso-programma, waarbij expertise wordt ingezet om vergunningverlening en toezicht op risicovolle bedrijven te versterken.
Bouwen De BRIKS-activiteiten hebben betrekking op bouwen, reclame, inritten, kappen en slopen. De vergunningverlening voor deze activiteiten wordt uitgevoerd voor de gemeenten Beuningen, Berg & Dal en Heumen, evenals voor de provincies Gelderland en Overijssel. Voor de provincie Gelderland wordt daarnaast geadviseerd over toezicht op de bouw bij inrichtingen. Specifiek voor de gemeente Berg & Dal worden ook enkele bijzondere vergunningen verleend: bouwobjecten, woningonttrekking en leegstand.
Wat willen we bereiken? KPI’s
Doel %
% tijdigheid, vergunningen regulier – Milieu
90%
% tijdigheid, vergunningen uitgebreid – Milieu
90%
% tijdigheid, vergunningen regulier – BRIKS
90%
% tijdigheid, vergunningen uitgebreid – BRIKS
90%
% actueel, vergunningen – Milieu
80%
Wat gaan we daarvoor doen? Milieu In 2026 zetten we belangrijke stappen om onze vergunningverlening verder aan te scherpen en effectgerichter te werken.
13
Binnen het project Indirecte Lozingen hebben we alle provinciale bedrijven geïnventariseerd op indirecte lozingen van KRW-stoffen. In 2026 werken we verder aan het actualiseren van vergunningen, leggen we KRW-gegevens vast in OpenWave en zorgen we dat het kennisniveau van vergunningverleners en toezichthouders op peil blijft. Voor het project Scherper Vergunnen verwachten we eind 2026 vergunningen te hebben afgegeven met zo laag mogelijke emissiegrenswaarden voor schadelijke stoffen, waarmee de effecten op mens en milieu zoveel mogelijk worden voorkomen of beperkt. Ook zijn bestaande vergunningen aangescherpt, met een focus op bedrijven waar de grootste gezondheidswinst te behalen is. Binnen het project Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) werken we eind 2026 volledig volgens de in 2025 vastgestelde nieuwe werkprocessen en werkafspraken. Dit betekent dat (gewijzigde) ZZS-gegevens correct worden vastgelegd in OpenWave voor betere monitoring, integrale inspecties bij bedrijven worden uitgevoerd volgens een gezamenlijk vastgesteld format. De samenwerking tussen de betrokken omgevingsdiensten is versterkt en het kennisniveau rondom ZZS is verder vergroot. Voor bedrijven met maatwerkafspraken van het Rijk verwachten we eind 2026 de benodigde vergunningprocedures te hebben afgerond of in behandeling te hebben.
Ook leveren we inhoudelijke ondersteuning bij het opstellen van deze afspraken. Eind 2026 is bij bedrijven met de grootste impact op Natura 2000-gebieden duidelijk welke wettelijke eisen nog gesteld kunnen worden en welke bovenwettelijke maatregelen bijdragen aan verdere reductie van CO₂ en stikstof. Voor Energietransitie hebben we eind 2026 de provincie bijgestaan met bruikbare adviezen over de toepassing van waterstof en bredere energietransitievraagstukken. Daarnaast hebben we ons kennisniveau over energietransitie, zoals waterstofwinning, SMR’s en energieopslag, verder ontwikkeld. Voor het project Financiële Zekerheid schrijven we eind 2026 financiële zekerheid standaard voor bij Seveso-bedrijven die een vergunning aanvragen en bij afvalbedrijven die voldoen aan de vastgestelde criteria. Daarnaast zijn we gestart met de actualisatie van verschillende vergunningen op dit onderwerp. De in 2025 afgesproken aanpassing van de KPI’s is in 2026 volledig geïmplementeerd, zodat we eind van het jaar op basis van deze nieuwe indicatoren kunnen rapporteren. Tot slot verwachten we dankzij het project Scherper aan de Wind in 2026 een kwaliteitsslag te hebben gemaakt in onze vergunningenprocedures.
Bouwen Door middel van vergunningverlening, het behandelen van meldingen en het houden van toezicht blijft de gebouwenvoorraad in Nederland op een hoog kwaliteitsniveau. De afdeling BRIKS levert hier een belangrijke bijdrage aan door te toetsen op constructieve veiligheid, brandveiligheid en bouwfysische aspecten zoals ventilatie. Duurzaamheid is een vast onderdeel van deze toetsing, waaronder de normen voor Bijna Energie Neutrale
14
Gebouwen (BENG) en de Milieu Prestatie Gebouwen (MPG). Daarnaast draagt het behandelen van klachten van burgers en instanties over (mogelijke) inbreuken op de fysieke leefomgeving bij aan het behouden en verbeteren van de kwaliteit van de gebouwde omgeving. In 2026 werken we verder aan het verbeteren van de uitvoering. Dat doen we onder meer door werkprocessen en werkafspraken met gemeentelijke opdrachtgevers te optimaliseren. Voor de provincie Gelderland wordt gewerkt aan het verbeteren van de werkafspraken met onze adviseurs bij de gemeenten en andere omgevingsdiensten. Sinds 2025 werkt de bouwafdeling met zelforganiserende units. Voor veel medewerkers is deze werkwijze nieuw. Door regelmatig te oefenen, te evalueren en waar nodig begeleiding in te zetten, wordt dit proces verder verbeterd. Eind 2026 hebben de units hun definitieve vorm, is het werkproces voor iedereen helder, is de dienstverlening geoptimaliseerd en werken binnen de units voornamelijk collega’s met een vast dienstverband.
15
2.4. Programma Handhaving en Toezicht Wat doen we voor wie? Milieu Voor alle opdrachtgevers wordt jaarlijks een uitvoeringsprogramma voor milieucontroles opgesteld. Dit programma omvat zowel de te controleren bedrijven als de geplande projecten. Bedrijven zijn ingedeeld in categorieën op basis van oplopende complexiteit: A, B (1,2,3,4), C en D. De focus van de controles ligt op bedrijven met het grootste verwachte milieurisico. Daarnaast worden aspectcontroles uitgevoerd op thema’s zoals energie, bodem, asbest, afval, horeca en ondermijning. Handelingen met asbest die bedrijfsmatig worden uitgevoerd, vallen onder de zogenoemde basistaak. Dit omvat ook de beoordeling van bijbehorende aanvragen en asbestrapporten. De ODRN voert deze asbesttaken uit voor al haar opdrachtgevers.
Bouwen Voor gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Heumen en provincies Gelderland en Overijssel voeren we BRIKS-controles uit. De BRIKS-activiteiten beslaan de onderdelen bouwen, reclame, inritten, kappen en slopen.
Wat willen we bereiken? KPI’s
Doel %
% tijdigheid afhandelen klachten – Milieu
80%
% volledige naleving na 1e controle (naleefgedrag) – Milieu
60%
% volledige naleving na 1e controle (naleefgedrag) – BRIKS
60%
Wat gaan we daarvoor doen? Milieu In 2026 zijn de eerste stappen in effectgericht werken gezet, met focus op de impact van toezicht. Dit houdt in dat inzichtelijk wordt gemaakt hoeveel energie door controles is bespaard en in hoeverre de kans op een milieu-incident is verkleind. Door het analyseren van energiegebruik en besparende maatregelen bij bedrijven is een inschatting gemaakt van de totale gerealiseerde energiebesparing. We voeren ons milieutoezicht efficiënter en meer branchegericht uit, waardoor we kwalitatief betere inspecties kunnen uitvoeren. Tegelijkertijd werken we steeds meer datagedreven en gebruiken we analyses om milieucontroles gerichter en doelmatiger te plannen. Een beter inzicht in risico’s maakt het mogelijk om toezicht meer risicogestuurd uit te voeren.
16
We richten onze capaciteit op locaties met de grootste milieu-impact. Risicogestuurd en datagericht toezicht vormt daarbij de basis. Effectgericht werken en prioritaire thema’s staan centraal. Bedrijven met goed naleefgedrag worden minder vaak gecontroleerd. Dankzij de inventarisatie van milieubelastende activiteiten en Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) hebben we in 2026 beter inzicht in waar de grootste risico’s liggen. Hierdoor kunnen we onze capaciteit gerichter inzetten op bedrijven met de grootste milieu-impact. Dit stelt ons ook beter in staat om op te treden tegen illegale activiteiten. In 2026 zetten we in op de toepassing van innovaties, zoals kunstmatige intelligentie (AI), om het toezicht op milieu en asbest te ondersteunen. Dit helpt om de rapportagedruk te verminderen en het werk te vergemakkelijken. Ook ontwikkelen we verder de mogelijkheden voor de inzet van drones en werken we hierin samen met de ODRA.
Bouwen Bij de gemeentelijke opdrachtgevers wordt het toezicht op bestaande gebouwen uitgebreid. Daarnaast wordt actief toegezien op illegale bouwactiviteiten, waarbij toezichthouders regelmatig op pad gaan om ongeoorloofde bouwwerkzaamheden op te sporen. Enkele projecten krijgen extra aandacht, met name het toezicht op de bestaande gebouwenvoorraad. Daarnaast zijn er specifieke projecten per gemeente. In Berg en Dal ligt de focus op toezicht op permanente bewoning op vakantieparken. Ook wordt toezicht gehouden op de Stuwwal, met prioriteit voor natuurbescherming en de naleving van het omgevingsplan. In Beuningen wordt toezicht gehouden op bouwwerken tijdens het evenement Down The Rabbit Hole.
Asbesttaken ODRN De ODRN houdt risicogestuurd toezicht op de verwijdering van asbest, conform het lokale handhavingsbeleid. In het asbestdossier werken we nauw samen met partners zoals de Gelderse omgevingsdiensten, ODNL, de Nederlandse Arbeidsinspectie, de Inspectie Leefomgeving en Transport en de politie. Hierbij zetten we zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke instrumenten in. Vermeldenswaardig is dat het overgrote deel van overtredingen geconstateerd wordt naar aanleiding van ingediende aanvragen, zoals omgevingsvergunningen voor verbouwingen en renovaties, of sloopmeldingen. Uit deze aanvragen blijkt vaak al dat er in strijd met de wet- en regelgeving rondom sloop en asbestverwijdering is gehandeld. Een andere belangrijke bron van signalen zijn meldingen van inwoners en asbestsaneringsbedrijven. Daarnaast stuiten toezichthouders tijdens hun werk regelmatig zelf op illegale sloop- of asbestwerkzaamheden. Om onze opdrachtgevers goed en robuust te blijven bedienen, is het voornemen om het asbestteam aan te passen. Hierbij vervalt de scheiding tussen de beoordelaar en de toezichthouder binnen het team, wat de samenwerking en efficiëntie ten goede komt.
17
2.5. Programma Seveso Wat doen we voor wie? Voor de provincies Gelderland en Overijssel worden vergunningverlening, toezicht en handhaving uitgevoerd voor Seveso- en RIE4-bedrijven. Dit betreft bedrijven die vallen onder de milieubelastende activiteit Seveso-inrichting (paragraaf 3.3.1 Besluit activiteiten leefomgeving - Bal) en bedrijven die onder categorie 4 van Bijlage 1 van de Richtlijn Industriële Emissies (RIE4) vallen. In totaal gaat het om 60 bedrijven: 41 in Gelderland en 19 in Overijssel. Naast het reguliere werk wordt capaciteit van verschillende afdelingen ingezet voor maatwerkopdrachten en projecten. Deze worden zowel direct gefinancierd door de provincies Gelderland en Overijssel als via het landelijke Seveso6-programma, dat wordt gecoördineerd door het DCMR-programmabureau.
Wat willen we bereiken? KPI’s
Doel %
% actualiteit Omgevingswetvergunningen Milieu
100%
% tijdigheid Omgevingswetvergunningen waarop binnen de wettelijke termijn is beslist
90%
% naleving bedrijven Omgevingswet Milieu (geen overtredingen)
60%
% naleving bedrijven Seveso-inspecties (geen overtredingen)
60%
Wat gaan we daarvoor doen? Voor een goede uitvoering van het VTH-beleid rondom Seveso/RIE4-bedrijven wordt gezorgd voor voldoende en passende capaciteit. Momenteel zijn drie nieuwe inspecteurs in opleiding. In 2026 zullen zij meelopen en in de jaren daarna zelfstandig opereren, zodat de capaciteit op orde komt. Dit stelt ons in staat om de werkzaamheden met de benodigde kwaliteit en diepgang uit te voeren. Daarnaast is het doel om op alle Seveso/RIE4-gerelateerde KPI’s minimaal de gestelde grenswaarden te behalen. De beschikbare capaciteit in wordt grotendeels ingezet voor de reguliere uitvoering. Tegelijkertijd wordt scherper gekeken naar de selectie van projecten en maatwerkopdrachten, zodat deze bijdragen aan de prioriteiten binnen het toezicht. De focus ligt op het op orde brengen van de basis binnen de reguliere VTH-taken voor Seveso/RIE4-bedrijven. Hierdoor wordt minder capaciteit ingezet op projecten en zijn voor een aantal projecten in 2026 minder uren begroot.
18
Outcomegericht werken richt zich hierbij vooral op tijdigheid en actuele vergunningen en op het uitvoeren van alle geplande inspecties. Voor milieu-inspecties betekent dit dat voldoende diepgang en kwaliteit gewaarborgd blijven. Om dit te realiseren worden in 2026 meer uren begroot. De huidige interne werkwijze binnen het Seveso-programma, waaronder het werken met behandelteams, wordt bevestigd en verder verankerd in het dagelijkse werk. Dit zorgt voor een stabiele en effectieve aanpak binnen het toezicht. Daarnaast wordt de basis op orde gebracht wat betreft het Seveso-werkproces in OpenWave en de relatie met het Gemeentelijk Incidenten Registratiesysteem (GIR). Dit draagt bij aan een efficiëntere samenwerking en gegevensuitwisseling. Om de vergunningverlening verder te verbeteren, zetten we in 2026 belangrijke stappen in de digitalisering van vergunningen. Eind 2026 worden Seveso-vergunningen (oprichting en revisie) zoveel mogelijk geschreven in Digi-V, de tool voor Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV). Daarnaast wordt gewerkt aan de verdere implementatie van Digi-V en de versterking van data-gestuurde vergunningverlening.
19
2.6. Programma Juridisch advies en handhaving Wat doen we voor wie? In 2026 verzorgt het programma de juridische advisering en rechtsbescherming voor opdrachtgevers op het gebied van omgevingsrecht. Een belangrijk deel van het werk bestaat uit juridische ondersteuning bij vergunningverlening, toezicht en handhaving, en het meedenken over beleidsontwikkeling. Daarnaast worden juridische vraagstukken behandeld binnen projectgroepen en worden Woo-verzoeken afgehandeld. Ook inwoners en bedrijven kunnen bij de afdeling terecht met vragen over het omgevingsrecht. Voor de gemeente Heumen is de advisering uitgebreid met bezwaar- en beroepsprocedures bij omgevingsvergunningen met ruimtelijke aspecten, die in goed overleg zijn opgenomen in de advieslijsten.
Wat willen we bereiken? KPI
Doel %
Proces
% beschikkingen dat overeind blijft in juridische procedures -Bezwaar – Milieu
90%
Advies
% beschikkingen dat overeind blijft in juridische procedures - Bezwaar – BRIKS
90%
Advies
90%
Advies
90%
Advies
% beschikkingen dat overeind blijft in juridische procedures - (Hoger) Beroep – Milieu % beschikkingen dat overeind blijft in juridische procedures - (Hoger) Beroep – BRIKS
Wat gaan we daarvoor doen? Juridische adviezen blijven goed onderbouwd en voldoen aan de gestelde KPI’s. Daarnaast is het doel dat de rechtsgevolgen van besluiten zoveel mogelijk in stand blijven, zodat maximaal wordt bijgedragen aan een veilige leefomgeving. De kwaliteit van juridisch advies wordt verder ontwikkeld binnen het Project Inzet Juridische Kwaliteitszorg. Dit project, uitgevoerd in samenwerking met de ODRA en de provincie Gelderland, bouwt voort op bestaande activiteiten en wordt uitgewerkt in een nieuw projectplan. Aan het begin van het jaar wordt bepaald welke kwaliteitsverbeteringen extra aandacht krijgen. Daarnaast wordt gewerkt aan de verplichting tot actieve openbaarmaking van informatiecategorieën. Om dit proces goed in kaart te brengen, is het Project Wet open overheid (Woo) opgenomen in de advieslijst voor 2026. Aan het eind van 2026 worden concrete stappen verwacht op dit gebied.
20
3. Begroting 2026 meerjarenraming 2027 - 2029
21
3.1. Financieel beeld Bouwstenen begroting 2026 De begroting 2026 baseren we op de advieslijsten 2026. Deze zijn opgesteld op basis van de uitgangspunten 2026 die we in deze begroting toelichten. De begrote baten in 2026 nemen ten opzichte van 2025 met € 1,2 miljoen toe, grotendeels veroorzaakt door de indexatie. In de volgende tabel ziet u de baten volgens de dynamische begroting, de wijzigingen die we u nu voorleggen en het totaal van de bijgestelde begroting.
in € * 1.000 Baten en lasten dynamische begroting Wijzigingen Baten en lasten begroting
Begroting 2025 24.599
Begroting 2026 24.416
Begroting 2027 24.166
Begroting 2028 23.529
191
1.535
1.453
1.453
24.791
25.951
25.619
24.982
We passen baten en lasten met hetzelfde bedrag aan. We ramen meerjaarlijks een sluitende begroting.
De mutatie van baten en lasten op hoofdlijnen verklaard In deze tabel ziet u een specificatie van de wijzigingen van de baten die we in het vervolg van dit hoofdstuk zullen toelichten. Omschrijving
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
In * 1.000 Bijstelling advieslijst 2026 gemeentelijke deelnemers Bijstelling advieslijst 2026 overigen Totale bijstelling advieslijst 2026 Bijstelling werkplannen 2025
2025
2026
2027
2028
191
-338 249 -89 -
-338 183 -155 -
-338 183 -155 -
Wijzigingen op prijspeil 2025 Indexering 2026 4,91% + 2% indirect productief
191
-89 1.624
-155 1.608
-155 1.608
Eindtotaal
191
1.535
1.453
1.453
We hogen de baten in 2025 met € 191.0001 op en in de jaren daarna stijgen deze met € 1,4 tot € 1,5 miljoen. De indexering van 4,91% zorgt voor een belangrijke mutatie vanaf 2026 en ook de ophoging van het indirect productief draagt hieraan bij. De bijstelling op de advieslijsten van 2026 daalt in de jaren erna. Mede door het ravijnjaar is door onze deelnemers kritisch gekeken naar de werkplannen.
1
De mutaties 2025 lichten we toe in de begrotingswijziging 2025.
22
3.2. Uitgangspunten We zijn bij het opstellen van de begroting 2026 uitgegaan van de volgende uitgangspunten: 1.
De begroting 2026 is opgesteld op basis van de advieslijsten 2026.
2.
De meerjarenbegroting 2026 - 2029 is gebaseerd op het prijspeil van 2026. We hanteren voor 2026 een indexering van 4,91%.
3.
We hanteren een opslag op direct primaire inzet van 25% voor indirecte primaire inzet.
4.
We gaan uit van een inhuurbudget van 20% van onze begrote salarissen plus inhuur.
5.
We trekken 30% van het begrotingstotaal uit voor overhead.
6.
We gaan uit van een productiviteit van 70%.
7.
De meerjarenraming is inclusief de nieuwe jaarschijf van 2029.
8.
We streven een weerstandsratio (risico’s/weerstandcapaciteit) van 0,8 na.
9.
Bij salariskosten rekenen we met een anciënniteit van 10 (max -1).
10. De begroting is zonder kostprijsverhogend btw-effect. We factureren de opdrachtgevers inclusief btw. 11. De kapitaallasten zijn gebaseerd op de afschrijfslasten. We gaan uit van 0% rente.
Onderbouwing aandeel indirect productief op 25% Vanaf 2026 hanteren wij een aandeel indirect productief van 25%. Dit is noodzakelijk om de kwaliteit van onze dienstverlening te waarborgen en de verbetermaatregelen uit ons verbeterplan structureel te borgen. De afgelopen jaren hebben we gemerkt dat het volledig uitvoeren van onze werkplannen een uitdaging vormde. Daarom hebben we in de begroting van 2026 geïnvesteerd in betere coördinatie, efficiëntere werkprocessen en een versterking van ons accountmanagement. Dit stelt ons in staat om taken effectiever en gerichter uit te voeren, met als gevolg een toename van het aantal indirect productieve uren. Dit maakt een stabielere en realistischere verhouding tussen direct en indirect productieve uren noodzakelijk. De verhoging naar 25% maakt het mogelijk om: • Coördinatie en werkprocessen te verbeteren, zodat werkplannen beter uitvoerbaar zijn. • Accountmanagement te versterken, zodat we onze deelnemers gerichter kunnen ondersteunen. • De kwaliteit van dienstverlening te borgen en voorbereid te zijn op toekomstige opgaven. Deze aanpassing is conform het verbeterplan dat eind 2024 is verstuurd en voortvloeit uit de visitatie van dat jaar. Wij blijven de impact hiervan monitoren en evalueren of verdere optimalisatie nodig is.
23
Met deze aanpak zorgen we ervoor dat de ODRN haar taken op een efficiënte en duurzame manier kan blijven uitvoeren, in lijn met de afspraken uit het uitvoeringsprogramma 2025-2026.
3.3. Wijzigingen in de meerjarenbegroting 2026 2029 In paragraaf 3.1. gaven we een specificatie van de wijzigingen op hoofdlijnen. In deze paragraaf geven we inzicht in de mutatie per begrotingscategorie.
Wijzigingen Het vertrekpunt van de wijzigingen die we u nu voorleggen is de begroting ingedeeld naar categorieën. Deze vatten we in de volgende tabel samen:
Omschrijving In * 1.000 Baten Bijdragen deelnemers Bovenregionale bijdragen Subsidies en diverse opdrachten Rentebaten Totaal baten Lasten Salariskosten Salariskosten overhead Overige personele lasten Opleidingskosten Inhuur Inhuur overhead Huisvestingslasten ICT en informatiebeheer Kapitaallasten Materiële kosten opdrachtgevers Overige materiele kosten Bijdrage regionaal stelsel Totaal lasten Saldo
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
119 -51 123 191
1.479 -161 217 1.535
1.479 -161 135 1.453
1.479 -161 135 1.453
327 -67 3 48 -10 -87 41 -25 -39 191
1.307 -10 17 33 191 97 -98 48 -25 7 -32 1.535
1.180 -65 17 33 119 149 2 68 -25 7 -32 1.453
949 -120 17 19 273 278 2 22 -25 7 -32 63 1.453
0
0
0
0
Bijdragen deelnemers De bijdragen van de deelnemers nemen vanaf 2026 weer toe. De stijging komt voort uit de indexatie die wij doorvoeren in 2026 en de opslag voor indirect productieve uren. De bijstelling zorgt voor een stijging van € 1,46 miljoen. Daarnaast zijn er overige bijstellingen die verwaarloosbaar zijn met een bedrag van € 20.000.
24
Onze gemeentelijke deelnemers zijn in 2026 voorzichtig met het afnemen van diensten, wat mede veroorzaakt wordt door het ravijnjaar. Met name bij de Provincie Gelderland zien we een stijging van het afnemen van diensten.
Bovenregionale bijdragen De bovenregionale bijdragen nemen in 2026 met € 2 ton af. De indexatie zorgt voor een verhoging van de bijdragen met € 1 ton en de overige bijstellingen dalen dus met € 3 ton. De bijdragen van de bovenregionale taken dalen met name door de afbouw van taken bij onze regionale omgevingsdiensten.
Subsidies en diverse opdrachten De subsidies en overige opbrengsten zullen naar onze verwachting in 2026 met ruim € 2 ton stijgen. Dit wordt veroorzaakt door een aantal toegekende projecten bij subsidiegevers.
Rentebaten We nemen structureel € 1 ton rentebaten op. Gezien de ontwikkeling van de rentepercentages achten we dit reëel en stellen we de verwachting niet bij.
Lasten De lasten zijn per saldo met dezelfde bedragen opgehoogd als de baten. Deze zijn gebaseerd op reële inschattingen en op, de door het bestuur vastgestelde, uitgangspunten over de indexering, het aandeel overhead en het aandeel inhuur. Alleen de salariskosten en inhuur zullen stijgen als gevolg van de toegenomen werkplannen van onze deelnemers. Voor de overige kosten streven we naar een verdere daling, ondanks de hogere vraag naar onze dienstverlening. De kapitaallasten zijn gebaseerd op de investeringsbegroting die is opgenomen als bijlage 5.1. We kunnen een deel van de begrote kapitaallasten laten vrijvallen. Dat komt omdat we niet veel ICT-systemen meer in eigendom hebben. In volgende hoofdstukken lichten we de begrotingsposten verder toe.
25
3.4. Meerjarenbegroting 2026 – 2029 In volgende tabel ziet u de meerjarenbegroting 2026 - 2029 met als vergelijking de Begroting 2025 en de realisatie over 2024. Omschrijving In * 1.000 Lasten Salariskosten Salariskosten overhead Overige personele lasten Opleidingskosten Inhuur Inhuur overhead Huisvestingslasten ICT en informatiebeheer Kapitaallasten Materiële kosten opdrachtgevers Overige materiele kosten Bijdrage regionaal stelsel Projecten ODRN Projectkosten ontvlechting BRIKS Totaal lasten
jaarrekening 2024
begroting 2025
begroting 2026
begroting 2027
begroting 2028
begroting 2029
12.140 2.277 425 364 7.751 1.261 866 1.617 107 282
12.624 2.653 316 458 4.149 943 813 1.675 125 275
14.351 2.796 333 513 3.450 837 803 1.656 125 282
14.138 2.742 333 510 3.357 863 803 1.662 125 282
13.906 2.687 333 496 3.510 638 803 1.396 125 282
13.906 2.687 333 496 3.510 638 803 1.396 125 282
288 312 747 440
297 462
304 501
304 501
304 501
304 501
28.878
24.791
25.951
25.619
24.982
24.982
Omschrijving In * 1.000 Baten Bijdragen deelnemers Bovenregionale bijdragen Subsidies en diverse opdrachten Bijdrage projectkosten ontvlechting BRIKS 2024 Bijdrage frictie inhuur BRIKS Frictiebijdrage BRIKS Rentebaten Totaal baten
jaarrekening 2024
begroting 2025
begroting 2026
begroting 2027
begroting 2028
begroting 2029
25.763 1.686 959
21.258 2.163 489
22.575 2.054 489
22.575 2.054 254
22.575 2.054 254
22.575 2.054 254
200 238 29.231
780 100 24.791
733 100 25.951
637 100 25.619
100 24.982
100 24.982
99
0
0
0
0
0
Saldo
26
385
3.5. De begrotingsposten toegelicht In deze paragraaf lichten we specificaties van de begrotingsposten toe.
Baten Bijdragen deelnemers In de volgende tabel ziet u de begrote bedragen per deelnemer.
Realisatie 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027 ev
Gemeente Berg en Dal Gemeente Beuningen
2.819 1.902
2.946 2.110
3.312 2.229
3.312 2.229
Gemeente Druten Gemeente Heumen
613 993
723 1.179
707 1.331
707 1.331
Gemeente Nijmegen Gemeente Wijchen Provincie Gelderland
9.579 988 8.869
3.664 994 9.644
3.830 1.099 10.067
3.830 1.099 10.067
Totaal deelnemersbijdragen
25.763
21.258
22.575
22.575
* 1.000
In 2026 is het aandeel van de gemeente Nijmegen gedaald. Dit komt door het terugnemen van de bouwtaken van de gemeente Nijmegen eind 2024. Onze grootste deelnemer is de Provincie Gelderland met een aandeel van 44%. Onder de deelnemende gemeenten hebben de gemeenten Nijmegen en Berg en Dal het grootste aandeel in de omzet. Aandelen deelnemers realisatie 2024 In %
Berg en Dal 11%
Druten 2%
Gelderland 35%
Wijchen 4%
27
Beuningen 7%
Heumen 4%
Nijmegen 37%
Aandelen deelnemers realisatie 2026 In %
Berg en Dal 15%
Gelderland 44%
Beuningen 10%
Heumen 6%
Druten 3%
Nijmegen 17%
Wijchen 5% De in 2026 begrote bedragen zijn gebaseerd op de advieslijsten van 2026 die in maart 2025 met de opdrachtgevers zijn afgestemd. Deze lijsten zijn voorlopig vastgesteld. Eind 2025 zullen de werkplannen 2026 leiden tot definitieve afspraken met onze deelnemers. Bijstellingen ten opzichte van de advieslijsten van 2026 zullen we begin 2026 in de wijziging van de Begroting 2026 meenemen. In bijlage 5.2. staat een samenvatting van de advieslijsten van 2026.
Bovenregionale bijdragen In de volgende tabel laten we de meerjarenraming van de bovenregionale bijdragen zien. * 1.000
2025
2026
2027
2028 ev
Provincie Overijssel
1.564
1.466
1.466
1.466
ODRA
406
406
406
406
Overige omgevingsdiensten
193
182
182
182
2.163
2.054
2.054
2.054
Totaal bovenregionaal
Subsidies en overige baten De meerjarenbegroting van subsidies en overige baten ziet u in de onderstaande tabel. * 1.000
2025
2026
2027
2028 ev
DCMR MILIEUDIENST
121
121
121
121
OMGEVINGSDIENST NL
133
133
133
133
Ministerie E&K Totaal subsidies en overige bijdragen
236 489
236 489
254
254
28
De subsidiebedragen van het ministerie van Economische Zaken lopen in 2026 af. De subsidie van Omgevingsdienst NL zal naar onze verwachting de komende jaren stabiel blijven. Diverse subsidies worden mogelijk gecontinueerd, maar we ramen pas bijdragen op basis van meerjarige beschikkingen.
29
Lasten Salarissen en overige personele lasten De salariskosten en overige personele lasten zullen de komende jaren gaan stijgen als gevolg van indexatie en de afbouw van ons inhuurpercentage in 2026 naar 20%. Met de salariskosten voor primair personeel dekken we de loonkosten van zo’n 133 2 primaire medewerkers en ongeveer 28 fte aan overhead. In paragraaf 3.6 geven we u inzicht in de ontwikkeling van de totale overhead. Omschrijving In * 1.000
begroting 2025
begroting 2026
begroting 2027
begroting 2028 ev
Salariskosten
12.624
14.351
14.138
13.906
Salariskosten overhead Overige personele lasten
2.653 316
2.796 333
2.742 333
2.687 333
Totaal
15.593
17.480
17.213
16.927
Een specificatie van de overige personele lasten ziet u in de volgende tabel. Omschrijving
begroting
begroting
begroting
begroting
In * 1.000
2025
2026
2027
2028 ev
Reiskostenvergoeding onbelast
132
139
139
139
Arbokosten
49
52
52
52
Overige vergoedingen
30
31
31
31
Overige personeelskosten
29
31
31
31
Reiskostenvergoeding belast
25
27
27
27
Personeelsactiviteit extern
22
23
23
23
Overig < € 20.000
29
30
30
30
333
333
333
Totaal
316
Inhuur De inhuurkosten dalen, omdat we ernaar streven om het aandeel inhuur af te bouwen van 25% (Begroting 2025) naar 20% vanaf 2026.
2
In de paragraaf bedrijfsvoering lichten we toe dat we uitgaan van 208.300 productieve uren in 2025 en 2026. We sturen op een productiviteit van 70% dat betekent 1.310 productieve uren per fte per jaar. In totaal komen we op 159 primaire fte (208.300/1.310). Daarvan huren we zo’n 26 fte in en nemen we zo’n 133 fte in vaste dienst.
30
Omschrijving In * 1.000 Inhuur Inhuur overhead Totaal
begroting 2025 4.149 943 5.092
begroting 2026 3.450 837 4.287
begroting 2027 3.357 863 4.220
begroting 2028 ev 3.510 638 4.148
Opleidingskosten Vanaf 2025 reserveren we 3% van de loonsom voor opleidingen. Dat heeft te maken met de robuustheidscriteria van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Om robuust te zijn, moeten we vanaf 2025 minimaal 3% van onze loonsom voor opleidingen ramen. In de volgende tabel laten we zien hoe we aan het budget voor opleidingen komen. Omschrijving In * 1.000 Salariskosten Salariskosten overhead Totaal salariskosten I Aandeel opleidingen II Budget voor opleidingen I * II
begroting 2025 12.624 2.653 15.277 3% 458
begroting 2026 14.351 2.796 17.147 3% 513
begroting 2027 14.138 2.742 16.879 3% 510
begroting 2028 ev 13.906 2.687 16.594 3% 496
Huisvestingslasten In 2026 ramen we een daling van de huisvestingslasten, omdat we een gedeelte van onze huidige huisvestingskosten kunnen afbouwen. Wij verwachten in de loop van 2025 een verdieping af te kunnen stoten van onze huidige werklocatie. Omschrijving In * 1.000
begroting 2025
begroting 2026
begroting 2027
begroting 2028 ev
Huur en servicekosten Facilitaire kosten gm Nijmegen Facilitaire kosten ODRN
485 289 40
456 304 42
456 304 42
456 304 42
Totaal
813
803
803
803
ICT en informatiebeheer De kosten voor ICT en informatiebeheer betreffen hoofdzakelijk kosten die we aan iRvN betalen. Dit is onze regionale samenwerkingspartner op ICT-gebied. Daarnaast begroten we hier de kosten van een aantal ODRN-specifieke contracten die we in eigen beheer hebben. Ook zijn de posten voor documentaire informatievoorziening en een aantal overige diensten die we van gemeente Nijmegen afnemen onder deze post opgenomen. Omschrijving
begroting
begroting
begroting
begroting
In * 1.000
2025
2026
2027
2028 ev
IRVN en gastheerschap
1.118
1.098
1.104
838
488
501
501
501
ICT-contracten in beheer ODRN
31
Doc info gemeente Nijmegen Totaal
70
57
57
57
1.675
1.656
1.662
1.396
Kapitaallasten Op basis van de investeringsbegroting ramen we een jaarlijks budget voor afschrijvingslasten van € 1,25 ton. De investeringsbegroting ziet u in bijlage 5.1.
Materiële kosten opdrachtgevers Dit betreft kosten die we ten behoeve van specifieke projecten van onze opdrachtgevers maken. Het gaat vooral om specialistisch advies van bureaus. Deze kosten belasten we één op één aan de betreffende opdrachtgever door.
Materiële kosten In de volgende tabel laten we zien hoe we de materiële kosten verdelen. Omschrijving In * 1.000
begroting 2025
begroting 2026
begroting 2027
begroting 2028 ev
Accountantskosten Diverse kosten
61 25
62 26
62 26
62 26
Advieskosten Communicatiekosten
65 15 40
67 15 41
67 15 41
67 15 41
Parkeerabonnementen
35 31
36 32
36 32
36 32
Overig < € 20.000
25
26
26
26
Totaal
297
304
304
304
Autokosten Verzekeringspremies
Bijdrage regionaal stelsel Onder de post Bijdrage regionaal stelsel vallen diensten die we van omgevingsdiensten in het Gelders Stelsel afnemen. Verder nemen we ook de bijdragen aan Omgevingsdienst NL (ODNL) onder deze post op. Omschrijving In * 1.000 Ketentoezicht Portaal en kenniscentrum ODNL IGO Innovatie / Datalab beperkt tot Gelderse OD's Geluidsmeting Beheerkosten I-GO Inspectieview milieu Coördinatie en kwaliteit en FG rol Programmamanagement complexe TZ en HH HRM BsB-m
32
begroting 2025 102 94 73 48
begroting 2026 108 100 73 70
begroting 2027 108 100 73 70
begroting 2028 ev 108 100 73 70
31 26 25 18 17
31 28 25 19 18
31 28 25 19 18
31 28 25 19 18
15 9
16 9
16 9
16 9
Klanttevredenheidproject, licenties Happyniz Thesus Totaal
2
2
2
2
1 462
501
501
501
Voor deze kosten begroten we ruim € 4,6 ton in 2025 oplopend naar € 5 ton vanaf 2026. Dat komt vooral door een toename van de bijdrage aan IGO Innovatie en het Datalab. Deze kosten werden betaald uit een impulsfinanciering van de provincie. Deze middelen zijn vanaf 2026 volledig ingezet en vallen dus weg. De formele besluitvorming over een deel van de stelselkosten moet nog plaatsvinden. In het voorjaar van 2026 zullen we de begroting eventueel aanpassen als er anders over de inzet wordt besloten.
Jaarlaag 2029 De begrote baten en lasten van 2028 zijn ongewijzigd doorgetrokken naar de nieuwe jaarlaag 2029.
33
3.6. Overhead en inhuur We sturen actief op de uitgaven voor overhead en inhuur. Deze proberen we te beperken omdat we onze middelen zoveel mogelijk willen inzetten voor onze primaire processen.
Inhuur Vanwege de krapte op de arbeidsmarkt bestond in 2024 38% van de personele kosten uit inhuur. Dit had vooral te maken met de onrust door de overdracht van de BRIKS-taken naar de gemeente Nijmegen. De ontwikkeling in 2025 toont een verbetering en wij zetten ons in om het aandeel inhuur verder terug te brengen. Zo leiden we met een traineeprogramma mensen in huis op. Ook externe ontwikkelingen, zoals het strengere toezicht op de wet DBA, leiden tot het vervangen van inhuur met eigen medewerkers. Het effect van dit soort maatregelen is pas op termijn zichtbaar. We kunnen niet zonder inhuur om op korte termijn onze werkafspraken na te komen. Daarom willen we de inhuurpercentages op basis van reële verwachtingen bijstellen. In 2025 begroten we nog 25% inhuur. Dat percentage daalt in 2026 en in de jaren daarna naar 20%. In de tabel laten we zien hoe we op deze percentages uitkomen.
in € * 1.000 I Salarissen en inhuur
Dynamische begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028 ev
20.370
21.434
21.099
20.742
Inhuur overhead
943
837
863
638
Inhuur primair
4.149
3.490
3.357
3.510
II Inhuur totaal
5.092
4.287
4.220
4.148
I /II Aandeel inhuur
25%
20%
20%
20%
Overhead De doelstelling is dat het aandeel overhead als percentage van de totale lasten niet boven 30% mag uitstijgen. Omdat de gemeente Nijmegen de komende jaren nog een bijdrage levert aan de frictiekosten overhead, wordt dit gecorrigeerd in zowel de begrote lasten als de begrote baten. In de volgende tabel ziet u de ontwikkeling van de overhead. Dynamische begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028 ev
Loonkosten overhead
2.653
2.796
2.742
2.687
Overige personele lasten
316
333
333
333
Opleidingskosten
458
513
510
496
Inhuur overhead
943
837
863
638
Huisvestingslasten
813
803
803
803
In € * 1.000
34
1.675
1.656
1.662
1.396
Kapitaallasten
125
125
125
125
Materiële kosten
297
304
304
304
Bijdrage regionaal stelsel
462
501
501
501
7.742
7.868
7.843
7.283
II Bijdrage frictie overhead
780
730
637
-
I - II Saldo overheadkosten
6.962
7.135
7.206
7.283
ICT en informatiebeheer
I Overheadkosten
We begroten meerjarig maximaal 30%, maar het risico bestaat we op hogere overheadkosten uitkomen. De regel ‘I Overheadkosten’ betreft overheadkosten op basis van reële kosteninschattingen. ‘Bijdrage frictie overhead’ betreft de bijdrage die wij van de gemeente Nijmegen ontvangen, welke ontstaan is door het terugnemen van de BRIKStaken door de gemeente Nijmegen. Overhead genormeerd betreft de soll-positie, de berekende overhead als 30% van de totale lasten. De berekening daarvan ziet u in de volgende tabel. Dynamische begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028 ev
I Saldo overheadkosten
6.962
7.135
7.206
7.283
II Totale baten (excl bijdrage frictie overhead)
24.011
25.218
24.982
24.982
29%
28%
29%
29%
in € * 1.000
I/II overhead
Overhead op basis van reële kosteninschattingen Overheadkosten hebben grotendeels een vast karakter en ademen niet automatisch mee met omzetschommelingen. Zo moet de administratie worden bijgehouden en moet de ICT in de basis op orde zijn. Veel van onze ICT-applicaties zijn open source en dus niet gekoppeld aan het aantal gebruikers. De kapitaallasten zijn gebaseerd op aanschaffingen die we al gedaan hebben en deze kunnen we op korte termijn niet beïnvloeden. We hebben wel onze overhead kritisch beoordeeld en hebben deze, daar waar we dat voorzien, laten dalen. In de tabel over de ontwikkeling van de overhead ziet u dat de overhead de komende jaren daalt. Dit komt mede door de bijdrage van de gemeente Nijmegen voor de frictiekosten, welke ontstaan zijn na het terugnemen van de BRIKStaken eind 2024.
35
3.7. Lasten en baten per taakveld In het volgende overzicht ziet u de begrote baten en lasten naar taakveld. Omschrijving In € * 1.000 7.4 milieubeheer Vergunning behandelen Toezicht en handhaven Advies en projecten Totaal milieubeheer 8.3 bouwen & wonen Vergunning behandelen Toezicht en handhaven Advies en projecten Totaal Bouwen 04 Overhead Rentebaten Totaal lasten en baten
Lasten 2026
Baten 2026
4.751 3.221 4.894 12.866
6.599 4.475 6.797 17.871
2.470 1.976 771 5.217 7.868 25.951
3.431 2.745 1.071 7.247 733 100 25.951
De begrote baten in 2026 hebben voor 71% (2024: 55%) betrekking op Milieubeheer en voor 29% (2024: 45%) op Bouwen & Wonen. Door de ontvlechting van de bouwtaken is het aandeel ‘Bouwen & Wonen’ gedaald. We richten ons vanaf 2025 relatief meer op de milieutaken. Dat is te zien in de volgende grafiek. Begroting 2026 In totaal €25,1 miljoen
Milieu advies en projecten 27%
Bouwen vergunningen 14% Bouwen toezicht en handhaving 11%
Bouwen advies en projecten 4% Milieu toezicht en handhaving 18%
36
Milieu vergunningen 26%
In onze advieslijsten geven we per opdrachtgever een gedetailleerd overzicht van de producten. In bijlage 5.2. vindt u hier een samenvatting van.
37
3.8. Meerjarenbalans 2024 tot en met 2027 In het volgende overzicht ziet u de balans 2024 en geprognosticeerde balans van 2025, 2026 en 2027.
in € * 1.000 Activa VASTE ACTIVA Materiele vaste activa Investeringen met een economisch nut VLOTTENDE ACTIVA Voorraden Uitzettingen met een rente-typische looptijd <1 jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijksschatkist Liquide middelen Overlopende activa Nog te ontvangen bedragen Totaal activa Passiva VASTE PASSIVA Eigen vermogen Algemene reserve Het gerealiseerde resultaat Voorzieningen Voorziening harmonisatietoelage Voorziening verlof stuwmeren VLOTTENDE PASSIVA - Schulden aan openbare lichamen - Overige schulden Overlopende passiva - Verplichtingen Totaal passiva
ultimo
ultimo
ultimo
ultimo
2024
2025
2026
2027
483
397
370
490
776 3.975
500 2.849
500 2.840
500 2.893
253
400
400
400
618
100
100
100
6.104
4.246
4.210
4.174
203 353
556
556
556
120 706
100 690
80 674
60 658
1.641 2.649
1.500 1.000
1.500 1.000
1.500 1.000
432
400
400
400
6.104
4.246
4.210
4.174
We gaan ervan uit dat het resultaat over 2024 van € 3,5 ton aan onze algemene reserve wordt toegevoegd zodat deze op € 5,5 ton uitkomt. Over 2025 t/m 2027 ramen we een sluitende begroting, wat maakt dat onze algemene reserve onveranderd blijft. In onze risicoparagraaf actualiseren we risico’s en bepalen we onze benodigde weerstandscapaciteit. We geven bij onze deelnemers aan dat ze bij de bepaling van hun
38
benodigde weerstandscapaciteit rekening moeten te houden met het bedrag aan risico’s dat onze weerstandscapaciteit te boven gaat.
39
4. Paragrafen
40
De regelgeving kent acht verplichte paragrafen voor provincies, gemeenten en de gemeenschappelijke regelingen. Dit is vastgelegd in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Drie van de verplichte paragrafen gaan over heffingen, grondbeleid en deelname in verbonden partijen. Deze zijn voor de ODRN niet van toepassing. Op de andere paragrafen gaan we in dit hoofdstuk in.
4.1. Weerstandscapaciteit en risicobeheersing De jaarstukken en de begroting verschijnen vrijwel gelijktijdig. Daarom verwijzen we voor een overzicht van risico’s, zoals die begin 2025 aan de orde waren voor de ODRN, naar de jaarstukken van 2024. In deze stukken hebben we een totaal aan risico’s gekwantificeerd van € 1.097.500. Omdat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen, passen we een dempingsfactor toe van 0,6.3 Dit geeft een benodigd weerstandsvermogen van € 658.500. We hebben ook aangegeven dat de weerstandsratio ultimo 2024 (€ 556.134 / € 658.500) 0,84 bedraagt.4 Dit is voldoende. Onze deelnemers hoeven bij de bepaling van hun weerstandsvermogen geen rekening te houden met het verschil tussen ons benodigd en feitelijk weerstandsvermogen.
3 Deze factor is conform 2019 en wordt landelijk gehanteerd.
4
De ratio weerstandsvermogen geeft de verhouding weer tussen de weerstandscapaciteit en alle
risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie.
41
4.2. Financiering Volgens de Wet Fido (Financiering decentrale overheden) is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de rente-risiconorm, de verwachte toe- of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. De paragraaf moet in ieder geval de beleidsvoornemens bevatten ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille.
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Het doel van de kasgeldlimiet is om het risico van rentefluctuaties voor kort lenen te beperken. Volgens de Wet Fido bedraagt de kasgeldlimiet 8,5% van het totaal van de begroting. Voor de Begroting 2026 komt dat uit op een bedrag van € 2,2 miljoen. We hebben een treasurystatuut voor de omgang met liquide middelen en financiering. Ook hebben we een overeenkomst met de huisbankier, de BNG bank. Het gebruik van derivaten wordt niet toegestaan. We lenen alleen voor kapitaaluitgaven die de reguliere bedrijfsvoering betreffen. We hebben voor de inrichting van de ICT-omgeving en de huisvesting sinds 2013 kredieten beschikbaar voor in totaal € 2,1 miljoen. Tot op heden is het niet nodig geweest om voor investeringen middelen met een looptijd langer dan één jaar aan te trekken. Als dit in de toekomst wel nodig is, dan nemen we hiervoor een voorstel in de bestuursrapportage op. In 2014 is het zogenaamde Schatkistbankieren verplicht geworden. We hebben hiervoor een speciale rekening geopend bij de BNG Bank en bij het Rijk. We moeten alle bedragen boven € 1.000.000 overmaken naar deze speciale rekening. Het Rijk heeft toegang tot deze rekening en gebruikt deze gelden voor zijn eigen financiering.
Financiële kengetallen Het BBV schrijft een verplichte set van kengetallen voor die we in de begroting moeten opnemen. Deze kengetallen geven we hier weer.
Netto schuldquote Dit geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig.
42
De schuldquote van ODRN in het begrotingsjaar 2025 is - 3,6 % en is voldoende.5 De VNG adviseert om bij een schuldquote > 130% de schulden af te bouwen.
Solvabiliteitsratio Hierbij gaat het om het eigen vermogen, zoals bedoeld in artikel 42 van het BBV, gedeeld door het totaal van de passiva.6 De solvabiliteitsratio in het begrotingsjaar 2026 is 13% (€ 556.000/€ 4.246.000).
Structurele exploitatieruimte Deze indicator geeft aan of de begroting structureel en reëel in evenwicht is. 7 Hierbij gaat het om het onderscheid tussen structurele (meerjarige) en incidentele (eenmalige) inkomsten en uitgaven. Structurele uitgaven zijn bijvoorbeeld de personeelskosten en kapitaallasten en bijdragen. De incidentele inkomsten en uitgaven verschillen per jaar. Een voorbeeld van incidentele uitgaven zijn bijvoorbeeld de implementatiekosten voor de Omgevingswet. Wij gaan ervan uit dat de structurele baten en lasten voorlopig met elkaar in evenwicht zijn en daarmee ramen we dit percentage op 0%. We kunnen onze lasten deels aanpassen aan de mutatie van de baten door vanaf 2026 onze personeelskosten aan te passen.
5
De netto schuldquote = (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) D Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) E Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) F Liquide middelen (cf art. 40 BBV) G Overlopende activa (cf. art. 40a BBV) H Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV (dus excl. mutaties reserves))
6
Artikel 42 van de BBV: Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat
volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. 7
De structurele exploitatieruimte = ((B-A)+(D-C))/(E) x 100% A Totale structurele lasten B Totale structurele baten C Totale structurele toevoegingen aan de reserves D Totale structurele onttrekkingen aan de reserves E Totale baten
43
4.3. Bedrijfsvoering Het bestuur De ODRN kent drie bestuursorganen: het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter. We lichten deze organen kort toe. Het Algemeen Bestuur bestaat uit acht leden. Dit zijn leden van de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en een vertegenwoordiger namens het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland. Daarnaast is hetzelfde aantal plaatsvervangende leden aangewezen. De bevoegdheden van het Algemeen Bestuur zijn vergelijkbaar met de bevoegdheden van de gemeenteraad en van de Provinciale Staten. Het Dagelijks Bestuur telt vier leden, inclusief de voorzitter. Het Dagelijks Bestuur heeft de bevoegdheid die vergelijkbaar is met die van het college van burgemeester en wethouders en het college van Gedeputeerde Staten. De voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur benoemd. De voorzitter leidt de vergaderingen van zowel het Dagelijks als Algemeen Bestuur. Hij vertegenwoordigt de ODRN in en buiten rechte. De heer Harold Zoet vertegenwoordigt provincie Gelderland en is de voorzitter van de ODRN.
De ambtelijke organisatie De ambtelijke organisatie kenmerkt zich door een platte organisatie. We hebben zes afdelingen, met aan het hoofd de algemeen directeur en de directeur Bedrijfsvoering, tevens adjunct-directeur. De afdelingshoofden geven ieder leiding aan een afdeling met gemiddeld 30 medewerkers. Bij de grotere afdelingen zijn teammanagers benoemd.
Personeel en ziekteverzuim Ziekteverzuim blijft een aandachtspunt binnen de organisatie. De doelstelling voor 2026 is om het verzuim verder te beheersen en te verlagen. In 2025 lag de focus op preventie en begeleiding, wat resulteerde in een verzuimtraining voor alle leidinggevenden. Dankzij deze training kunnen zij sneller en effectiever reageren op ziekmeldingen, waardoor medewerkers beter worden begeleid en langdurig verzuim mogelijk wordt voorkomen. Sinds ruim een jaar werkt de organisatie samen met Arbodienst ArdoSZ. In het eerste kwartaal van 2025 is een enquête afgenomen onder langdurig zieke medewerkers om inzicht te krijgen in hun ervaringen met de verzuimbegeleiding. De uitkomsten hiervan worden gebruikt om de aanpak verder te verbeteren. Arbodienst ArdoSZ heeft aangekondigd per 1 januari 2026 te gaan werken met een digitale casemanager. Dit houdt in dat zieke medewerkers in de eerste week dagelijks een bericht ontvangen via een app over hun verzuimmelding en re-integratie. De ODRN zal
44
beoordelen of deze werkwijze aansluit bij de visie op verzuim. Indien dat niet het geval is, zal een alternatief worden gezocht, mogelijk in de vorm van een andere Arbodienst. Voor 2026 ligt de focus op verdere professionalisering van de verzuimbegeleiding en op het versterken van de ondersteuning voor zowel leidinggevenden als medewerkers.