Bijlage IV Werkblad Interventie Krachtwerk Methodisch werken aan participatie en zelfregie
Tekst van het document
Krachtwerk Methodisch werken aan participatie en zelfregie
Interventiebeschrijving
Judith Wolf Irene Jonker Augustus 2021
Het werkblad (versie mei 2015) dat gebruikt is voor het maken van deze interventiebeschrijving, is een gezamenlijk werkblad van de volgende organisaties:
Colofon Ontwikkelaar / licentiehouder van de interventie Impuls Onderzoekscentrum, Judith Wolf judith.wolf@radboudumc.nl 024 361 43 65 Website: www.impuls-onderzoekscentrum.nl Contactpersoon Irene Jonker irene.jonker@radboudumc.nl 024 361 88 26 Referentie in verband met publicatie Judith Wolf en Irene Jonker Krachtwerk, methodisch werken aan participatie en zelfregie Databank Effectieve sociale interventies, Movisie © 2021 Impuls - Onderzoekscentrum maatschappelijke zorg, Radboudumc Nijmegen.
Krachtwerk, methodisch werken aan participatie en zelfregie 2
Inhoud Colofon .............................................................................................................................................................. 2 Inhoud ................................................................................................................................................................ 3 Samenvatting .................................................................................................................................................... 4 1.
Uitgebreide beschrijving ......................................................................................................................... 5 1.1 Doelgroep ............................................................................................................................................ 5 1.2 Doel ..................................................................................................................................................... 5 1.3 Aanpak ................................................................................................................................................ 6
2.
Uitvoering ................................................................................................................................................12
3.
Onderbouwing ........................................................................................................................................18
4.
Onderzoek ...............................................................................................................................................26 4.1 Onderzoek naar de uitvoering .......................................................................................................... 26 4.2 Onderzoek naar de behaalde effecten .............................................................................................. 37 4.3 Praktijkvoorbeeld ............................................................................................................................... 40
5.
Samenvatting Werkzame elementen – maximaal 250 woorden ........................................................42
6.
Aangehaalde literatuur...........................................................................................................................43
Krachtwerk, methodisch werken aan participatie en zelfregie 3
Samenvatting Doelgroep De doelgroep van Krachtwerk bestaat uit uiteenlopende groepen mensen in achterstandssituaties die tijdelijk of langdurig de greep op hun bestaan kwijt zijn en sociaal uitgesloten zijn of dreigen dat te worden. Ook voor mensen met een tijdelijke onbalans tussen draaglast en draagkracht is Krachtwerk een geschikte methodiek.
Doel Krachtwerk ondersteunt het eigen proces van herstel van mensen in de richting van een door henzelf gewenste kwaliteit van leven waarbij zij, net als iedere burger, in de samenleving mogen meedoen, erbij horen, ertoe doen en mogen zijn wie ze zijn.
Aanpak Het krachtgerichte begeleidingstraject bestaat uit drie samenhangende delen: focusbepaling, uitvoering en evaluatie. De zeven basistaken van het begeleidingstraject zijn: ontmoeten en aansluiten, inventariseren van krachten, inschatten van zelfregulering, doelen stellen en een actieplan maken, ondersteunen van herstel, evalueren en afronden. Dit traject wordt, zij het aangepast, ook voor kortdurende hulp ingezet.
Materiaal Voor de implementatie van Krachtwerk zijn bij Impuls, Radboudumc diverse materialen beschikbaar, waaronder het methodiekboek Krachtwerk (Wolf, 2016) 1. Die ondersteunen professionals bij de uitvoering van krachtgerichte trajecten met cliënten. De basistraining is afgestemd op de doelgroep en de setting waarin professionals werken. Ter ondersteuning van hun eigen herstelproces bestaat er voor cliënten een werkboek (Christians, Van den Dries & Wolf, 2014).
Onderzoek Internationale studies onder diverse doelgroepen wijzen op positieve effecten van toepassing van het krachtenmodel en vergelijkbare op empowerment gerichte interventies. De meeste van deze onderzoeken richten zich op kwetsbare mensen met een chronische psychiatrische aandoening die problemen ervaren op meerdere leefgebieden, waaronder het verkrijgen en behouden van huisvesting, werk en sociale relaties. Deze studies laten positieve resultaten zien bij (psychische) gezondheid en hospitalisatie (Björkman, Hanson & Sandlund, 2002; Macias e.a., 1994; Macias, Farley, Jackson & Kinney, 1997; Modrcin, Rapp & Poertner, 1988), vaardigheden voor zelfstandig wonen en dagelijkse activiteiten (Macias e.a., 1994; Modrcin e.a., 1988), arbeidstraining en inkomen (Macias e.a., 1997; Modrcin e.a., 1988; Stanard, 1999), sociale steun en gedrag (Macias e.a., 1997; Modrcin e.a., 1988), vrijetijdsbesteding (Modrcin e.a., 1988), kwaliteit van leven (Stanard, 1999) en tevredenheid met de hulp (Björkman e.a., 2002). Maar ook andere doelgroepen − mensen met verslavingsproblemen, vrouwen met geweldservaringen en dak- en thuisloze jongeren − lijken baat te hebben bij een krachtgerichte interventie (Rapp e.a., 2008; Saewyc & Edinburgh, 2010; Song & Shih, 2010).
Op basis van de in Nederland uitgevoerde effectstudie naar de krachtgerichte methodiek bij dak- en thuisloze jongeren zijn geen uitspraken mogelijk over de effectiviteit van de interventie, omdat die in de onderzochte praktijken onvoldoende modelgetrouw werd uitgevoerd.
1 Het methodiekboek is te bestellen via de volgende link https://www.coutinho.nl/nl/krachtwerk-9789046905197
Krachtwerk, methodisch werken aan participatie en zelfregie 4
1. Uitgebreide beschrijving Krachtwerk is vanaf 2008 in ontwikkeling en uitgewerkt tot een interventie voor uiteenlopende groepen mensen in achterstandssituaties die tijdelijk of langdurig de greep op hun bestaan kwijt zijn en sociaal uitgesloten zijn of dreigen dat te worden. De methodiek wordt toegepast in het sociale domein (sociale wijkteams, jeugdteams, et cetera), in zorgsectoren (verslavingszorg, forensische zorg, zorg voor mensen met verstandelijke beperkingen), in de maatschappelijke opvang en de vrouwenopvang, en in het onderwijs (ROC’s en hogescholen). In deze interventiebeschrijving is Krachtwerk uitgewerkt voor de bredere doelgroep van mensen die de greep op hun leven kwijt zijn en voor de populatie vrouwen met geweldservaringen in afhankelijkheidsrelaties, om te illustreren hoe de aanpak kan worden toegepast als een specifieke doelgroep centraal staat. 1.1
Doelgroep
Uiteindelijke doelgroep Mensen in achterstandssituaties die de greep op hun leven kwijt zijn. Zij zijn sociaal uitgesloten of dreigen dat te worden. Ook voor mensen met een tijdelijke onbalans tussen draaglast en draagkracht is Krachtwerk een geschikte methodiek. Intermediaire doelgroep De zelfregulering en veerkracht van mensen hangen sterk samen met de beschikbare steun en compensaties van mensen in hun omgeving. Krachtwerk is daarom systeemgericht en betrekt, indien aangewezen en uit oogpunt van veiligheid verantwoord, mensen uit het primaire netwerk (partner, kinderen) en het sociale netwerk bij de begeleiding. Selectie van doelgroepen Krachtwerk is geschikt voor mensen in achterstandssituaties, ongeacht hun culturele of etnische achtergrond, leeftijd, verstandelijke vermogens, lichamelijke, psychische of verslavingsproblemen. Er zijn geen selectiecriteria of contra-indicaties voor de toepassing van Krachtwerk: met elke hulpvrager kan krachtgericht worden gewerkt. De toegang tot Krachtwerk is divers en afhankelijk van hoe professionals, teams en organisaties hun ‘voordeur’ organiseren. Betrokkenheid doelgroep De doelgroep is bij de (door)ontwikkeling van Krachtwerk betrokken geweest.
Zo is in het begin met behulp van de concept mapping techniek bijvoorbeeld aan vrouwen in de vrouwenopvang gevraagd wat zij beschouwden als bij hun situatie goed aansluitende begeleiding (Jansen e.a., 2009; Jonker e.a., 2014). De resultaten zijn bij de uitwerking van Krachtwerk gebruikt. Bij de toepassing van Krachtwerk bij nieuwe doelgroepen worden vrijwel standaard cliënten en ook professionals geraadpleegd. Zoals bij de toepassing van Krachtwerk bij Exodus, de opvang voor ex-gedetineerden. En recent zijn inwoners van een gemeente in focusgesprekken geraadpleegd over wat zij van hulp bij de ‘Brede Toegang’ verwachtten. Ook professionals is in werkgroepen naar hun mening gevraagd. De informatie werd verzameld met het oog op bredere toepassing van Krachtwerk in het sociale domein, in veelal kortdurende trajecten. De laatstgenoemde raadpleging gaf geen aanleiding tot aanpassing van de methodiek.
1.2
Doel
Hoofddoel Het doel van Krachtwerk is het herstel van mensen in de richting van een door henzelf gewenste kwaliteit van leven waarbij zij in de samenleving mogen meedoen, erbij horen, ertoe doen en mogen zijn wie ze zijn. Herstel staat voor het vermogen van mensen om zichzelf en hun bestaan te reguleren en eigen regie te nemen in het licht van emotionele, fysieke, sociale en materiële uitdagingen van het leven.
Krachtwerk, methodisch werken aan participatie en zelfregie 5
Subdoelen De volgende subdoelen leiden tot het bereiken van het hoofddoel. 1. Cliënten hebben bestaanszekerheid. 2. Cliënten zijn in staat om positieve, interpersoonlijke relaties aan te gaan. 3. Cliënten beschikken over competenties om zich in het dagelijks leven staande te houden, hebben een positief zelfbeeld en een positieve identiteit. 4. Cliënten hebben toegang tot instituties, netwerken en rechten. Een subdoel dat (daarnaast) bij vrouwen met geweldservaringen kan leiden tot een leven in veiligheid is: 1. Cliënten zijn zich bewust van triggers van geweld en weten met oog op eigen veiligheid en die van eventuele kinderen hoe te handelen bij escalatie en dreigend geweld (time-out in communicatie, fysieke verplaatsing om herhaling van geweld te voorkomen, et cetera). Al naar gelang de eigen keuzes van het individu voor specifieke lange-termijn doelen, mede gebaseerd op een inventarisatie van eigen krachten, mogelijkheden en talenten, is de mix van te realiseren subdoelen op casusniveau voor elke cliënt anders.
1.3
Aanpak
In de organisaties die met Krachtwerk werken, geven álle werknemers uitdrukking aan het krachtgerichte werken, van niet-uitvoerenden (receptionisten, slaapwachten, schoonmakers) tot professionele begeleiders, teamondersteuners. De krachtgerichte benadering wordt toegepast vanaf het eerste contact van cliënten met de organisatie (dus ook bij aanmelding en intake) en door alle mensen met wie cliënten in de organisatie te maken hebben. Opzet van de interventie Als hulpmiddel bij de structurering van de begeleiding van cliënten door professionele begeleiders is voor Krachtwerk een krachtgericht begeleidingstraject uitgewerkt. Dit traject bestaat uit drie samenhangende delen: focusbepaling (zes weken), uitvoering (drie maanden) en evaluatie (zes weken). Na de evaluatie kan worden besloten tot een vervolgtraject dat wederom bestaat uit focusbepaling, uitvoering en evaluatie. Zo beschouwd heeft het methodisch werken met cliënten een cyclisch karakter. Afhankelijk van de doelgroep en de setting kan de duur van de drie delen worden aangepast. Het begeleidingstraject is, anders gezegd, niet standaard zes maanden. Krachtwerk kan worden toegepast bij korte trajecten (bv van sociale wijkteams) en langdurende trajecten, zoals in woonvoorzieningen. Tijdens het begeleidingstraject worden zeven basistaken uitgevoerd (uitwerking van basistaken volgt bij ‘Inhoud van de interventie’).
Dat gebeurt in de dagelijkse praktijk zelden in een keurige volgorde, ‘volgens het boekje’. Vaak zijn begeleiders met meerdere activiteiten tegelijkertijd bezig of voeren zij eerder uitgevoerde taken opnieuw uit. Zo zijn begeleiders voortdurend samen met de cliënt bezig om te reflecteren op het begeleidingstraject (‘Zitten we op het goede spoor’, ‘Wat kan beter’) en beperkt het evalueren zich niet tot later in het begeleidingstraject.
Krachtwerk, methodisch werken aan participatie en zelfregie 6
Figuur 1. Krachtgericht begeleidingstraject De begeleiding bestaat uit opeenvolgende individuele gesprekken met de cliënt, gezamenlijke activiteiten met de cliënt en systeemgesprekken tussen de cliënt en relevante derden, waaronder familieleden. In de individuele gesprekken bespreken de begeleider en de cliënt hoe het staat met de acties om de doelen te bereiken, of de doelen al dichterbij komen, welke nieuwe vervolgacties eventueel nodig zijn en wie deze acties gaat uitvoeren. Deze acties worden genoteerd in het actieplan, dat telkens bijgewerkt wordt. Gezamenlijke activiteiten (een-op-een) zijn relevant voor het samen doen van activiteiten die de cliënt nog niet helemaal onder de knie heeft. Denk aan het op orde brengen en houden van de eigen financiële administratie en het samen naar maatschappelijke instanties gaan om bepaalde zaken te regelen. Als ‘de cliënt’ een gezin is, dan zijn de systeemgesprekken bedoeld om met alle gezinsleden te bespreken in hoeverre de doelen van dit systeem en de afzonderlijke leden ervan worden bereikt, welke acties nog nodig zijn en wie wat doet.
Netwerkoverleg bij cliënten is vooral bedoeld om met uitgenodigde relevante derden (bijvoorbeeld familie en vrienden/kennissen, en ook met bijvoorbeeld sleutelfiguren van opleiding of (vrijwilligers-)werk) en eventueel andere professionals, de stand van zaken in de situatie en de begeleiding op te maken en vast te stellen wie (inclusief de cliënt zelf) welke rol heeft in de ondersteuning van het herstel van de cliënt. De intensiteit van de begeleiding hangt af van de behoeften van de cliënt. Die intensiteit kan tijdens het begeleidingstraject variëren. In de eerste periode, waarin een vertrouwensrelatie wordt opgebouwd en ook direct praktische en emotionele hulp wordt geboden, is het contact intensiever en frequenter dan later in het traject. In de periode van focusbepaling zal er één tot twee keer per week contact met de cliënt zijn, tijdens de uitvoeringsfase een paar keer per maand en gedurende de evaluatie is het contact weer wat intensiever, oplopend tot mogelijk enkele gesprekken per week. De interventie is zo ingericht dat schakeling met andere interventies of extra modules (zoals voor het werken met jongeren of (ex)gedetineerden) mogelijk is.
Krachtwerk, methodisch werken aan participatie en zelfregie 7
Inhoud van de interventie Centraal bij Krachtwerk staat het ondersteunen van het eigen herstel van cliënten in de richting van een door henzelf gewenste kwaliteit van leven (Wolf, 2016). In het begeleidingstraject ligt enerzijds de nadruk op het activeren van de persoonlijke verantwoordelijkheid en de eigen regie en het verbeteren van de zelfregulering van cliënten, en anderzijds op de versterking van het persoonlijke steunsysteem van de cliënt en de hulpbronnen in zijn omgeving, vanuit het perspectief van de cliënt zelf. Werkrelatie is basis De krachtgerichte methodiek draait om de werkrelatie. Een goede werkrelatie is de basis van goede hulp en zonder een goede werkrelatie is er geen hulp mogelijk. Een werkrelatie kan vertrouwen en veiligheid geven en daardoor bijdragen aan bedoelde positieve effecten. Krachtwerk gaat uit van een basishouding van de begeleider die is gebaseerd op respect, vertrouwen, eerlijkheid, openheid en optimisme. Gelijkwaardigheid is het uitgangspunt voor de relatie. Het methodisch handelen van de begeleiders wordt gestuurd door zes krachtprincipes (zie hierna), ook bij vrouwen met geweldservaringen (Sullivan & Bybee; 1999). Belangrijk is dat de houding van de begeleider doortrokken is van deze principes.
Zes krachtprincipes 1 Cliënten hebben het vermogen te herstellen, hun leven weer op te pakken en te veranderen 2 Focus op individuele krachten, niet op tekortkomingen 3 De cliënt heeft de regie over de begeleiding 4 De werkrelatie is primair en essentieel 5 Werken in de natuurlijke omgeving 6 De samenleving als hulpbron. Krachtgericht begeleidingstraject Het krachtgerichte begeleidingstraject bestaat, zoals gezegd, uit drie herkenbare delen − focusbepaling, herstelondersteuning en evaluatie − die afwisselend op de voorgrond staan, al naar gelang wat er speelt en nodig is in de situatie van cliënt. De begeleider voert, gekoppeld aan die drie delen, zeven basistaken uit. Al naar gelang de eigen keuzes van het individu voor specifieke lange-termijn doelen, worden tijdens het traject op één of meer van de tien leefgebieden acties ondernomen. De tien leefgebieden zijn: wonen, geld en inkomen, werk en leren, vrije tijd, familie, vrienden en bekenden, partner, kinderen en opvoeding, zingeving, gezondheid en zelfzorg en veiligheid. Bij vrouwen met geweldservaringen staan enkele leefgebieden, zoals veiligheid, kinderen en opvoeding en partner wat meer op de voorgrond.
Concreet gaat het daarbij onder meer om het maken van een inschatting van het risico op geweld aan de hand van een gestandaardiseerde risicotaxatie, het vergroten van de veiligheid van de vrouwen en direct betrokkenen door vergroten bewustwording en informatie en advies, het maken en steeds bijstellen van een veiligheidsplan en het samen creëren van een veilige opvoedsituatie en een productieve opvoedstijl, indien nodig. Deel 1: Focusbepaling Basistaak: ontmoeten en aansluiten Kern van deze taak is het opbouwen van een werkrelatie met de cliënt om van daaruit te ontdekken ‘waar we staan en waar we naartoe gaan’. De begeleider sluit aan bij ‘waar de cliënt is’, stemt daarop het tempo af en inventariseert met de cliënt ook de betrokkenheid van sociale en professionele relaties. Het opbouwen van een werkrelatie die is gebaseerd op respect, vertrouwen en wederkerigheid is voor het bereiken van positieve effecten essentieel, maar niet gemakkelijk. Om die reden geeft het methodiekboek hierover veel achtergrondinformatie en praktische tips (Wolf, 2016). In de trainingen wordt aan de werkrelatie veel aandacht besteed, onder andere in oefeningen. Basistaak: inventariseren van krachten Kern van een krachteninventarisatie is zicht te krijgen op de krachten en hulpbronnen van cliënten, ter ondersteuning van hun herstelproces. De inventarisatie gebeurt aan de hand van de tien leefgebieden.
Voor Krachtwerk, methodisch werken aan participatie en zelfregie 8
deze krachteninventarisatie is een werkblad beschikbaar en er zijn voorbeeldvragen per leefgebied. Een alternatieve krachteninventarisatie is mogelijk gemaakt door de ontwikkeling in 2019 van het Krachtkompas. Dit Krachtkompas kan bijvoorbeeld in kortdurende trajecten worden ingezet (Van Tol, Jonkers en Wolf, 2020). Uiteindelijk resultaat van de krachteninventarisatie is drie of vier door cliënten gestelde prioriteiten die vervolgens worden vertaald in één of enkele lange-termijn doelen waar de cliënt met de begeleider samen mee aan de slag gaan. Hierna volgen voorbeelden van lange-termijn doelen, voorbeeld 1 gaat over een man die zich bij een sociaal wijkteam heeft gemeld en voorbeelden 2, 3 en 4 over vrouwen in de vrouwenopvang.
Voorbeelden van lange-termijn doelen 1.
Ik wil graag vrij zijn van schulden.
2.
Alles klaar hebben om te kunnen gaan bevallen (babyuitzet en kraamspullen compleet).
3.
Ik wil een aanvraag indienen bij het schadefonds geweldsmisdrijven.
4.
Ik wil een omgangsregeling tot stand brengen tussen x [is partner] en de kinderen.
Basistaak: inschatten van zelfregulering Inzet van deze taak is om inzicht te krijgen in hoe iemand zichzelf reguleert en hoe hij omgaat met de uitdagingen in zijn leven ten einde zijn waarden en daarmee de ‘zin in zijn leven’ te verkrijgen en te behouden. Kernvraag is hoe een persoon zijn vermogen om met negatieve situaties om te gaan inschat en evalueert. Nagegaan wordt ook welke risicofactoren er in de situatie spelen en welke participatieachterstanden er zijn, in relatie tot beschikbare steun (Wolf, Al Shamma & Van den Dries, 2014). Bij (een vermoeden van) geweld wordt de risicotaxatie huiselijk geweld afgenomen (Verwijs & Lünneman, 2012). Vervolgens kan, ter vergroting van de eigen veiligheid van vrouwen, een veiligheidsplan worden opgesteld. Basistaak: doelen stellen en een (gezins)actieplan maken Kern van deze taak is om als begeleider samen met de cliënt de door de cliënt zelfgekozen lange-termijn doelen van de krachteninventarisatie te vertalen in kleinere, haalbare acties om die doelen te realiseren. Voor het actieplan is een werkblad beschikbaar. De lange-termijn doelen zijn gebaseerd op de prioriteiten van de cliënt, raken aan diens passie en weerspiegelen diens diepste wensen en verlangens. Het actieplan wordt steeds geactualiseerd en aangevuld.
In het (gezins)actieplan kan op aangeven van de cliënt de veiligheid als lange-termijn doel, in kleine stapjes terugkomen. Hierbij kan voor vrouwen met geweldservaringen een koppeling worden gemaakt met het veiligheidsplan. Deel 2: Uitvoering Basistaak: ondersteunen van herstel Kern van de uitvoering bestaat uit het geven van ondersteuning en hulp bij het bereiken van door de cliënten zelf gekozen doelen in het actieplan. De begeleider moedigt de cliënt aan zoveel mogelijk zelf te doen in het realiseren van wensen en behoeften en het eigen herstelproces. Samen met de cliënt gaat de begeleider steeds na of de realisering van de doelen dichterbij komt en of een aanvullende of verdiepende krachteninventarisatie en bijstelling van doelen nodig zijn. Gedurende het begeleidingstraject is de begeleider voor andere betrokken professionals en instanties de centrale regisseur, deze organiseert netwerkoverleggen voor alle betrokkenen om alle mogelijke bronnen te kunnen benutten en voor onder meer afstemming van taken en verantwoordelijkheden. Bij vrouwen met geweldservaringen is de begeleider extra alert dat bij het organiseren van een netwerkoverleg en het uitwisselen van informatie de veiligheid van vrouwen en hun kinderen niet in het geding is.
Krachtwerk, methodisch werken aan participatie en zelfregie 9
Deel 3: Evalueren Basistaak: evalueren De kern van evalueren bestaat uit een terugblik en een vooruitblik. De begeleider evalueert samen met de cliënt en naaste betrokkenen onder meer de werkrelatie en de samenwerking met de cliënt, de krachten van de cliënt en zijn omgeving, het bereiken van de afgesproken doelen uit het actieplan en het verloop van het begeleidingstraject. Een voorstel wordt uitgewerkt voor een besluit over bijstelling/verlenging of afronding van het traject. Basistaak: afronden De kern van deze taak is het afronden van het traject en hierbij steun en hulp geven. De afronding is voor de cliënt en eventuele andere leden van het systeem vaak een ingrijpende overgang. Van belang is om samen met de cliënt tijdig te werken aan een eventuele ‘warme overdracht’, te bespreken hoe er ook na afsluiting van het traject bij escalaties een beroep op de begeleider of organisatie kan worden gedaan en tijd te nemen voor het nemen van afscheid, eventueel via rituelen. Instrumenten Ter ondersteuning van de trajectuitvoering zijn er voor professionele begeleiders allerlei hulpmiddelen beschikbaar gemaakt. Van die hulpmiddelen voor de trajectuitvoering horen er twee bij het originele krachtenmodel, namelijk 1) de krachteninventarisatie en 2) het actieplan. De hulpmiddelen zijn vanaf augustus 2016 beschikbaar op: www.coutinho.nl/krachtwerk.
De hulpmiddelen zijn inmiddels beschikbaar in het Arabisch, Turks, Frans, Engels en Pools. Krachteninventarisatie Met behulp van het werkblad krachteninventarisatie sprokkelt de begeleider samen met de cliënt (tijdens ongedwongen gesprekken en gezamenlijke activiteiten) belangrijke informatie bijeen over krachten en hulpbronnen. Krachten, in verleden, heden en toekomst, worden geïnventariseerd op alle tien leefgebieden: wonen, geld en inkomen, werk en leren, vrije tijd, familie, vrienden en bekenden, partner, kinderen en opvoeding, zingeving, gezondheid en zelfzorg en veiligheid. Op basis van de inventarisatie komt de cliënt tot een lijstje van drie tot vier prioriteiten. Het beperkte aantal prioriteiten wordt uitgewerkt in één of meer langetermijn doelen die zijn gerelateerd aan één of meer leefdomeinen. Cliënten zetten zo mogelijk zelf hun inventarisatie op schrift. Behalve een beschrijving van de leefgebieden, zijn er per leefgebied voorbeeldvragen die met de cliënten kunnen worden doorgenomen. De krachteninventarisatie wordt steeds geactualiseerd en aangevuld. In 2019 is door Wolf het Krachtkompas ontwikkeld. Dit kompas inventariseert aan de hand van voorbeeldvragen de krachten en talenten van mensen op vier condities die van invloed zijn op de kwaliteit van hun dagelijkse leven, nl: ‘meedoen’, ‘erbij horen’, ‘ertoe doen’ en ‘jezelf zijn’.
Op basis van die inventarisatie geven mensen aan aan welke conditie(s) zij met welke acties willen werken. De condities zijn afgeleid van het theoretische kader van sociale kwaliteit (zie hierna Onderbouwing, onderdeel ‘Oorzaken’, pagina 20). Na een pilot in 2019 is het Krachtkompas toegepast in onder meer sociale wijkteams waarbij inwoners hun waardering voor dit kompas uitspraken (Van Tol e.a., 2020). Actieplan Het actieplan is een overeenkomst tussen cliënt en begeleider over de lange-termijn doelen van de cliënt, welke kleine haalbare acties nodig zijn om die doelen te bereiken, wie wat doet om de acties te realiseren en wanneer die acties uitgevoerd moeten zijn. Het actieplan is daarmee een soort werkagenda, die vrijwel in elk contact tussen cliënt en begeleider gecheckt en aangepast wordt en zo helpt om overzicht en focus te bewaren. Het plan wordt bij voorkeur door de cliënt zelf geschreven, in diens eigen woorden. Het actieplan is van toepassing en wordt gebruikt bij individuele cliënten en gezinnen (cliëntsystemen).
Krachtwerk, methodisch werken aan participatie en zelfregie 10
De hulp aan cliënten bestaat altijd uit een (gecoördineerde) mix van handelingsgerichte activiteiten, systeemgerichte activiteiten en ontwikkelingsgerichte activiteiten (Wolf, 2016). Handelingsgericht De begeleiding van cliënten richt zich op het vernieuwen, ontwikkelen en uitbreiden van het handelingsvermogen. Hierdoor kunnen mensen zich een betere plaats verwerven in hun persoonlijke steunsysteem, beter toegang krijgen tot voor hen belangrijke hulpbronnen en beter in hun bestaansvoorwaarden voorzien. Competenties worden versterkt of ontwikkeld door uit te gaan van en aan te sluiten bij de zogenoemde ’zone van naaste ontwikkeling’, namelijk wat iemand nog net kan (zonder hulp) en wat net niet meer (Vygotski, 1962). Door iemand ervaringen aan te bieden die net voorbij het huidige vaardigheidsniveau liggen, kunnen mensen een nieuwe stap in hun ontwikkeling maken. De omgeving heeft daarin een actieve rol. Het handelingsvermogen wordt versterkt door gebruik te maken van situaties die in het leven van alledag voorkomen. Het krachtgerichte werken legt veel nadruk op het ‘samen doen’ met de cliënt. Samen handelen is een voorwaarde voor veranderen. Leren-in-het-contact (voordoen, modelleren, aanreiken) is een voorwaarde om te kunnen leren-van-het-contact.
Systeemgericht Hoe iemand functioneert en welke rollen hij of zij vervult, is afhankelijk van de aansluiting tussen individu en omgeving. Van een optimale aansluiting is sprake als wat de cliënt wil en kan vrijwel samenvalt met wat de omgeving vereist en biedt. Een optimale match ondersteunt het proces van herstel van cliënten en draagt bij aan hun kwaliteit van leven en gevoel van veiligheid. Tegelijkertijd is het van belang de zone van de naaste ontwikkeling van het systeem als zodanig te taxeren en na te gaan wat het systeem nodig heeft om tot een optimale match te komen, om de ontwikkeling van de cliënt, maar ook van het systeem mogelijk te maken. Een optimale aansluiting vraagt ook aanpassingen van de omgeving. Een belangrijke systeeminterventie is het doorbreken en aanpassen van disfunctionele, destructieve, soms ook gewelddadige interactiepatronen in het systeem, door specifiek bij mishandelde vrouwen te werken aan meer bewustwording van de spiraal van geweld en escalerende communicatiepatronen. Hulp bij het herstellen of opbouwen van een steunend sociaal netwerk kan cliënten stimuleren om weer activiteiten te gaan oppakken (zoals vrijwilligerswerk of een hobby) of anderszins aan hun ontwikkeling te werken. Hierdoor kunnen voor een verdere ontwikkeling, noodzakelijke competenties en een positief zelfbeeld worden verkregen.
Ontwikkelingsgericht Gewerkt kan worden aan ontwikkelingstaken (zoals de verwerking van verlieservaringen, de ervaring er niet te mogen zijn, er niet bij te horen) en de levensfase gebonden taken waarvoor cliënten zich geplaatst zien. Tot de ontwikkelingstaken hoort ook het werken aan vaak negatieve, vastgeroeste kernovertuigingen door cliënten te leren anders naar de feiten (gebeurtenissen in het heden en verleden) te kijken en ook positieve aspecten te benoemen. Het eigen maken van competenties en functioneren in herstelondersteunende omgevingen kan de weg vrijmaken voor de ontwikkeling in de richting van een nieuwe levensfase.
Krachtwerk, methodisch werken aan participatie en zelfregie 11
2. Uitvoering Materialen Het boek Krachtwerk, methodisch werken aan participatie en zelfregie (Wolf, 2016) geeft de fundamenten en de achtergronden van de krachtgerichte methodiek weer en beschrijft wat het krachtgerichte begeleidingstraject omvat en welke voorwaarden nodig zijn voor een succesvolle en duurzame implementatie en borging van Krachtwerk. Dit boek is een onmisbaar anker in het krachtgerichte werken. Het methodiekboek is – ook als digitale versie – te bestellen via de volgende link: https://www.coutinho.nl/nl/krachtwerk-9789046905197 Specifiek voor het werken met mishandelde vrouwen is het boek Krachtwerk, basismethodiek in de vrouwenopvang (Wolf & Jansen, 2011) beschikbaar. Daarnaast is een informatieblad over de werkzame elementen van systeemgericht werken bij huiselijk geweld beschikbaar (Bos, Reijmers, Scherpenisse, Jonker & Wolf, 2012). Digitaal is een verzameling instrumenten en werkbladen beschikbaar die begeleiders nodig hebben in de begeleiding van cliënten. De instrumenten die horen bij het oorspronkelijke krachtmodel en in het begeleidingstraject worden gebruikt, zijn: • Krachteninventarisatie • Actieplan. Daarnaast is beschikbaar: • Krachtkompas • Ecogram • Very Important Persons (VIP) kaart • Veiligheidsplan. Er is een vernieuwd werkboek dat gebruikt wordt in de training ‘Krachtwerk basis’ (Wolf, Albers & Jonker, 2020).
Dit werkboek beschrijft de leerdoelen en onderdelen van de training en geeft casuïstiek en oefeningen. Er zijn daarnaast werkboeken voor gebruik bij de basistrainingen voor specifieke doelgroepen, zoals mishandelde vrouwen (Wolf & Jansen, 2011) en dak- en thuisloze jongeren (Wolf, Jansen & Christians, 2012). Voor ‘Krachtwerk coaching’ (zie kwaliteitsbeoordeling) is tevens recent het werkboek vernieuwd (Albers, Baudoin, Jonker & Wolf, 2020). Sinds 2015 is voor cliënten het werkboek ‘Op eigen kracht‘ (Christians, Van den Dries & Wolf) beschikbaar, bedoeld ter ondersteuning van hun eigen herstelproces. Over de werkzame elementen bij het systeemgerichte werken bij huiselijk geweld is een informatieblad beschikbaar (Bos, Reijmers, Scherpenisse, Jonker & Wolf, 2012). Alle materialen zijn te bestellen via: impulsacademie.elg@radboudumc.nl Locatie en type organisatie De interventie wordt gebruikt in ambulante settings, zoals sociale wijkteams, en in semi- en intramurale voorzieningen. Gesprekken vinden bij voorkeur plaats in de natuurlijke leefomgeving van de mensen, ook als sprake is van een (tijdelijke) opname in een voorziening.
Krachtwerk is toe te passen in alle organisaties die werken met mensen die de greep op hun leven kwijt zijn; sociaal uitgesloten zijn of dat dreigen te worden (organisaties in het sociale domein, welzijns- en opvanginstellingen en gespecialiseerde zorg (geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg, gehandicaptenzorg, forensische zorg).
Krachtwerk, methodisch werken aan participatie en zelfregie 12
Opleiding en competenties van de uitvoerders De methodiek wordt uitgevoerd door professionele begeleiders met vaak een agogische opleiding op mboof hbo-niveau (SPW, SPH, MWD, et cetera). Deze begeleiders hebben vaak expertise ten aanzien van specifieke problemen of doelgroepen en beschikken over hieraan gerelateerde competenties. Zo wordt van begeleiders die werken met vrouwen met geweldservaringen verwacht dat zij oog hebben voor betekenisgeving aan partnergeweld, op de hoogte zijn van opvattingen over mannen en vrouwen en geweld en bij voorkeur ook van culturele gebruiken en gewoonten (Wolf & Jansen, 2011: 26). Steeds vaker wordt Krachtwerk door ervaringsdeskundigen uitgevoerd. Teams of organisaties die besluiten met Krachtwerk te gaan werken, maken een overzicht van de begeleiders die worden uitgenodigd voor deelname aan de basistraining Krachtwerk. Om aan deze basistraining te kunnen meedoen moet een begeleider: • een afgeronde agogische opleiding hebben op mbo- of hbo-niveau • werken met cliënten in het sociale domein • zichzelf herkennen als een begeleider die (impliciet) volgens de krachtgerichte principes met cliënten kan werken • de visie en uitgangspunten van de krachtgerichte methodiek onderschrijven. Na een voldoende afronding van de basistraining ontvangen begeleiders het certificaat ‘Krachtwerk’.
Zij hebben dan ook recht op accreditatiepunten bij SKJ (42.00) en registerpunten (43) bij het Registerplein, indien geregistreerd als sociaal werker. Begeleiders dienen naast de training binnen hun organisatie actief deel te nemen aan teamkrachtbesprekingen en ze krijgen bij voorkeur ook coaching van hiervoor specifiek in Krachtwerk opgeleide interne coaches. Verder participeren zij in bijscholingsactiviteiten voor Krachtwerk van de eigen organisatie. Over de trainingen, teamkrachtbespreking en coaching volgt meer informatie bij het kwaliteitskader. Competenties Begeleiders die Krachtwerk uitvoeren, horen te beschikken over competenties die zijn gerelateerd aan het krachtenmodel en zijn geformuleerd door Rapp en Goscha (2006). Deze competenties komen aan de orde in de basistraining van begeleiders en hierin wordt ook geoefend via rollenspellen en dergelijke. Een deel van deze competenties is onderdeel van de modelgetrouwheid van Krachtwerk.
De competenties hebben betrekking op onder meer: • de cliënt de regie geven in eigen proces van herstel en in begeleidingstraject • een krachtgerichte, positieve houding • opbouwen van een werkrelatie die vertrouwenwekkend en trouw is • in staat zijn met een verscheidenheid aan cliënten te werken • op een actieve, outreachende manier contact maken met cliënten • krachten herkennen, benoemen en versterken • acties formuleren op basis van krachteninventarisatie • inventarisatie en benutting van bronnen • in staat zijn te werken in de natuurlijke omgeving van cliënten • actief deelnemen aan teamkrachtbesprekingen Kwaliteitsbewaking Voor een modelgetrouwe toepassing en implementatie van Krachtwerk is voor organisaties beschikbaar: • een aanbod van trainingen • een model en instrumenten voor de toetsing van de getrouwheid of integriteit van Krachtwerk • een stappenplan voor teamkrachtbespreking • interne coaching. Teams en/of organisaties die voldoen aan de voorwaarden voor een modelgetrouwe toepassing en implementatie van Krachtwerk, krijgen het ‘Krachtwerk keurmerk’.
Krachtwerk, methodisch werken aan participatie en zelfregie 13
Trainingen De Impuls Academie, onderdeel van Impuls - Onderzoekscentrum maatschappelijke zorg van het Radboudumc - ondersteunt de invoering en uitvoering van Krachtwerk in de praktijk. De Academie verzorgt trainingen, workshops en implementatietrajecten van onder andere Krachtwerk. Vanaf 2016, met de komst van het nieuwe methodiekboek Krachtwerk (Wolf, 2016), is de Impuls Academie als opleidingsinstituut gecertificeerd door Cedeo (met hercertificering in 2018 en 2020). Met deze certificering heeft de Impuls Academie nagenoeg al haar aanbod van trainingen geaccrediteerd bij diverse beroepsverenigingen als Registerplein en SKJ. Vanaf 2016 zijn de bewijzen van deelname (te verkrijgen na voldoende afronding van een training) omgezet in certificaten waarmee de professional zelf accreditatiepunten kan aanvragen bij de betreffende beroepsvereniging. Een overzicht van de trainingen (tabel 1) met de kosten staat in de brochure ‘Trainingen Krachtwerk’: http://www.impuls-onderzoekscentrum.nl. De trainingen worden uitgevoerd door voor Krachtwerk opgeleide en gecertificeerde trainers. Elk jaar worden deze trainers aan de hand van de in het trainersbeleid vastgestelde eisen beoordeeld voor vervolgcertificering.
Bij de trainingen Krachtwerk management, Krachtwerkdag op maat en Krachtwerk teamondersteuning en coaching worden de zeer ervaren hoofdtrainers ingezet die bij de Impuls Academie zijn betrokken. Tabel 1 Trainingen en ondersteuningsactiviteiten voor de toepassing van Krachtwerk Krachtwerk basis
Medewerkers in het primaire proces
4 dagen
Krachtwerk teamondersteuning
Teamleiders/teamcoördinatoren en ondersteuners van teams
3 dagen
Krachtwerk coaching
Geselecteerde professionals met potentiële coaching competenties die met goed gevolg de basistraining hebben afgerond. Ondersteunend personeel: - gastvrouwen, conciërges, baliemedewerkers, et cetera - personeelsfunctionaris, stafmedewerkers, et cetera. Raad van Bestuur en management
3 dagen theorie, 4 dagen praktijk (coach de coach)
Voor alle personeelsleden en management; startsein voor en introductie van Krachtwerk in de organisatie.
1 dagdeel
Krachtwerk ondersteunend personeel
Krachtwerk management
Krachtwerkdag op maat
Minimaal 1 dagdeel
2 dagdelen of 1 dag ‘op maat’
Toetsing van modelgetrouwheid Om na te gaan in hoeverre Krachtwerk in de praktijk door begeleiders wordt uitgevoerd zoals bedoeld (modelgetrouw), is een kwaliteitskader ontwikkeld en kunnen modelgetrouwheidsmetingen worden gedaan. Deelname aan deze metingen is op vrijwillige basis. Het kwaliteitskader is recent geëvalueerd en bijgewerkt (Wolf, Jansen en van Tol, 2019). Hoe modelgetrouwer de uitvoering, hoe groter de kans op positieve resultaten voor cliënten en hun naasten (Bond e.a., 2000; McGrew, Bond, Dietzen & Salyers, 1994). De meting en de hierbij gebruikte modelgetrouwheidsschaal zijn gebaseerd op de oorspronkelijke meting en modelgetrouwheidsschaal van het krachtenmodel, zoals ontwikkeld door Rapp en Goscha. De meting heeft vooral betrekking op het begeleidingstraject (het zogenaamde operationele niveau). Daarnaast worden enkele randvoorwaarden voor het krachtgerichte werken onderzocht, zoals de verhouding tussen aantallen cliënten per begeleider (cliënt-begeleider ratio) en de teamkrachtbespreking.
Krachtwerk, methodisch werken aan participatie en zelfregie 14
Het kwaliteitskader omvat in ieder geval: • De modelgetrouwheidsschaal (Rapp & Goscha, 2006) • Indicatoren, kwaliteitseisen en normen, inclusief richtlijnen voor de berekening van de scores • Meetinstrumenten (vragenlijsten, interviewprotocols, et cetera) • Draaiboek voor de audits • Format voor de rapportage. Een audit van een team bestaat uit de volgende onderdelen: •
Interviews met 4-6 cliënten
•
Interview met de coach en met de teamondersteuner
•
Observatie van een teamkrachtbespreking
•
Dossieronderzoek: analyse van krachteninventarisaties en actieplannen van diverse begeleiders
•
Vragenlijstonderzoek onder begeleiders en cliënten (via Lime survey Impuls)
•
Vragenlijstonderzoek bij functionarissen verantwoordelijk voor teamkrachtbesprekingen en/of coaching (via Lime survey Impuls)
De audits of modelgetrouwheidsmetingen worden uitgevoerd bij teams die werken met uiteenlopende doelgroepen. Twee getrainde auditoren – bij voorkeur een medewerker van Impuls en een professional van een zorgorganisatie - worden tijdens een audit van één dag ingezet om diverse evaluatieactiviteiten uit te voeren. Op basis van de auditresultaten ontvangt elk team een rapport met resultaten en verbeteradviezen om de afstand tussen de methodiek zoals beoogd en zoals feitelijk uitgevoerd te verkleinen. Ter afsluiting van de audit volgt een telefonisch gesprek tussen Impuls en de contactpersoon bij het team, voor een toelichting op de rapportage, een terugblik op de audit en voorgenomen verbeteracties in het team of de organisatie naar aanleiding van de audit. Teamkrachtbespreking De teamkrachtbespreking (TKB) is een onderdeel van het krachtenmodel en van de modelgetrouwheid van Krachtwerk. Het is een krachtig instrument dat teamleden gebruiken om van elkaar te leren door het bespreken van uitdagingen en vragen die voortkomen uit het dagelijks werk met cliënten. De krachteninventarisaties van cliënten die begeleiders inbrengen, worden benut als vehikel voor het bespreken en aanreiken van creatieve oplossingen voor het (soms ook vlottrekken van een gestagneerd) begeleidingstraject.
De teamkrachtbespreking is bij voorkeur 1 keer per week en verloopt volgens acht vaststaande stappen waarvan een uitgebreide beschrijving bestaat. Een voorzitter bewaakt tijdens een TKB, die plaatsvindt zonder cliënten, het proces. Coaching Coaching is onderdeel van het krachtenmodel en van de modelgetrouwheid van Krachtwerk. Tot de taken van een coach horen kwaliteitsbeoordeling van de werkbladen van de krachtgerichte methodiek (zoals die van de krachteninventarisatie en het actieplan) en het adequate gebruik van deze werkbladen in de praktijk, het geven van specifieke feedback aan begeleiders op de werkbladen en competenties en het geven van praktijkbegeleiding aan begeleiders (goede voorbeelden geven, oefenen, et cetera). Coaching vraagt 4 a 5 uur per week. Randvoorwaarden Krachtwerk kan tot haar recht komen in wat wordt genoemd een lerend team of een lerende organisatie. De kenmerken van een lerende organisatie en hiermee samenhangende randvoorwaarden voor een succesvolle implementatie en borging van de krachtgerichte methodiek zijn in het methodiekboek beschreven (Wolf, 2016). Een modelgetrouwe uitvoering van de krachtgerichte methodiek vraagt van een organisatie het volgende: • Verankering van Krachtwerk in het organisatiebeleid. • Een door de organisatie (uit)gedragen visie die het krachtgerichte werken ondersteunt.
Krachtwerk, methodisch werken aan participatie en zelfregie 15
• • • • • •
• • • •
Een missie die het algemene doel van Krachtwerk weerspiegelt en de uitkomsten van krachtgerichte begeleidingstrajecten expliciteert. Een visie op werkers als ambachtslieden. Een visie op en het uitdragen van (zelf)sturing en leiderschap. Training en coaching van werkers, en ook van managers en het middenkader. Voor krachtgericht werken benodigde heldere eisen aan functie/functioneren van begeleiders en congruente beoordeling. Hulpmiddelen en steun, waaronder een redelijke caseload, adequate reisvergoeding, aansprakelijkheidsverzekering, laptop of mobiele telefoon, flexibel financieel fonds voor cliënten in geval van nood, leenspullen voor cliënten. Verankering van Krachtwerk in werkprocessen (registratie, functioneringsbeleid, et cetera). Inspanningen om obstakels voor krachtgericht werken weg te nemen, zoals te krappe roostering van personeel. Een positief bekrachtigende werkomgeving. Periodieke modelgetrouwheidsmetingen met het oog op borging en kwaliteitsbewaking van de methodiek in de organisatie.
Implementatie De Impuls Academie, een onderdeel van Impuls – Onderzoekscentrum maatschappelijke zorg, geeft op verzoek een toelichting op wat er bij de toepassing en implementatie van Krachtwerk komt kijken en maakt samen met organisaties die met Krachtwerk willen gaan werken een plan op maat. Het kan gaan om één of enkele basistrainingen in relatief kleine eenheden, zoals een sociaal wijkteam, of de implementatie van Krachtwerk in organisaties als geheel waarbij b.v. ook interne coaches worden opgeleid voor de borging van Krachtwerk. De implementatie van Krachtwerk in een organisatie als geheel vraagt specifieke, volhardende actie en een systematische, planmatige aanpak. Deze organisaties worden aangemoedigd een implementatie-actieplan te maken (zie hierna bij Implementatie). Belangrijk is ook het specifiek voor de implementatie aanstellen van een projectleider die voor de uitvoering van zijn taken van het management duidelijke bevoegdheden krijgt en met enig gezag kan opereren. Noodzakelijk is verder het vrijmaken van financiële middelen en menskracht en de beschikbaarheid van ondersteunende diensten en structuren. Communicatie en transparantie over het waarom en hoe van de krachtgerichte methodiek is essentieel, zowel binnen als buiten de organisatie. Met organisaties die met Krachtwerk gaan werken, wordt een samenwerkingsovereenkomst afgesloten.
De organisatie is zelf verantwoordelijk voor de implementatie van Krachtwerk, inclusief de bijscholing van begeleiders in het kader van de borging van Krachtwerk. Voor de implementatie van de methodiek is vanuit Krachtwerk bij de Impuls Academie het volgende beschikbaar. • Een beschrijving van de randvoorwaarden voor een succesvolle implementatie en borging (hoofdstuk 11 van het methodiekboek (Wolf, 2016). • Een format voor een organisatiebreed implementatie-actieplan van Krachtwerk, analoog aan het actieplan dat cliënten maken. Dit implementatie-actieplan beschrijft voor enkele thema’s essentiële voorwaarden met daarbij ruimte voor lange-termijn doelen en daarbij horende acties en resultaten, voorzien van een haalbare planning. Dit plan heeft de functie van een checklist. • Maandelijkse telefonische overleggen met de projectleider in de periode van de trainingen in de organisatie. • Ondersteuning bij de versterking en borging van een blijvend juiste toepassing van Krachtwerk, tijdens of na de trainingen van begeleiders door: o trainingen te verzorgen voor teamondersteuners en interne coaches, om zo binnen de eigen organisaties te kunnen voorzien in een steunstructuur voor borging. o terugkomdagen te organiseren voor de interne coaches om hun vaardigheden op peil te houden en op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen.
Krachtwerk, methodisch werken aan participatie en zelfregie 16
o o
organisaties aan te sporen om voor begeleiders twee maal per jaar interne bijscholingsactiviteiten te organiseren voor de borging van Krachtwerk. implementatiebijeenkomsten te organiseren waarbij alle ‘gebruikers’ van Krachtwerk (met een ondertekende samenwerkingsovereenkomst) samenkomen om de uitdagingen en oplossingen bij de implementatie te delen en op de hoogte te blijven van nieuwe ontwikkelingen; voor deelname aan deze implementatiedagen betalen organisaties een kleine onkostenvergoeding.
Kosten De kosten van een krachtgericht begeleidingstraject zijn niet of nauwelijks in te schatten, omdat de duur en intensiteit van het traject sterk afhankelijk zijn van de keuzes van de organisaties, doelgroep en setting, en de fase van herstel van de door begeleiders ondersteunde cliënten. Uitgaande van een standaard begeleidingstraject van zes maanden is de inzet van de begeleider bij cliënten bij benadering als volgt (Wolf, 2016): • bij focusbepaling (bij benadering zes weken): één à twee cliëntcontacten per week • bij de uitvoering of herstelondersteuning (drie maanden): een paar keer per maand cliëntcontact • Bij de evaluatie en eventuele afronding (ongeveer zes weken) is er intensiever contact, oplopend tot mogelijk enkele gesprekken per week. Als zodanig vraagt het gebruik van Krachtwerk in een begeleidingstraject niet meer of andere kosten dan de toepassing van andere methodieken. Al naar gelang de keuzes van de organisaties zijn bij de toepassing van Krachtwerk kosten gemoeid met: • trainingen • teamkrachtbesprekingen en coaching in de organisatie • bijscholingsactiviteiten in de eigen organisatie • periodieke audits • implementatiebijeenkomsten twee keer per jaar, georganiseerd door de Impuls Academie.
Krachtwerk, methodisch werken aan participatie en zelfregie 17
3. Onderbouwing Probleem Krachtwerk richt zich op maatschappelijke participatie en zelfregie en op het verminderen en voorkomen van sociale uitsluiting. Sociale uitsluiting verwijst naar zowel een toestand als een proces. Een toestand van sociale uitsluiting is te herkennen aan het ontbreken van toekomstperspectief in combinatie met: 1) tekorten in sociale participatie, 2) onvoldoende normatieve integratie, 3) materiële deprivatie in de zin van armoede, en 4) onvoldoende toegang tot sociale grondrechten (Jehoel-Gijsbers, 2004; Hoff & Vrooman, 2011). Als proces is sociale uitsluiting te typeren als een chaotisch en complex krachtenspel van factoren op macro-, meso- en microniveau, ofwel: structurele, relationele, individuele en institutionele factoren (Wolf, 2002; Jehoel-Gijsbers, 2004; Edgar, 2010). De factoren zijn in zekere mate te beïnvloeden door interventies en beleid. De kans op sociale uitsluiting is groter voor mensen met een laag opleidingsniveau, een laag inkomen, een niet-westerse achtergrond, alleenstaanden, ouderen en eenoudergezinnen (Hoff & Vrooman, 2011). Mensen met deze achtergrondkenmerken maken ook meer dan gemiddeld gebruik van voorzieningen in het sociale domein (SCP, 2015).
De gemeenschappelijke factor bij de doelgroep van Krachtwerk is de moeite die deze mensen hebben om zichzelf en hun bestaan te reguleren, de achterstandssituatie en (het risico op) sociaal uitgesloten zijn. De draaglast van de problemen is vaak te groot voor de beschikbare draagkracht. Een beschrijving van deze groep als één enkele groep is een sterke vereenvoudiging van een complexe realiteit. Maatschappelijke zorg wordt immers ingezet voor een verscheidenheid aan (combinaties van) problemen en maatschappelijke achterstanden, ongeacht waar de mensen in kwestie zich bevinden (Van Hemert & Wolf, 2011). Een specifieke doelgroep van Krachtwerk vormen mishandelde vrouwen. Deze vrouwen hebben te maken met uiteenlopende vormen van lichamelijk, seksueel en geestelijk geweld. Vrouwen in vrouwenopvangvoorzieningen ervaren in vergelijking met mishandelde vrouwen die niet in de opvang verblijven ernstiger geweld, ernstiger verwondingen (Saunders, 1994) en meer symptomen van posttraumatische stress (Johnson, Krystal & Southwick, 2008; Jones, Griffiths, Humphris & Skirrow, 2001). Over het algemeen hebben vrouwen met geweldservaringen in afhankelijkheidsrelaties weinig bronnen om in de samenleving te participeren (geen werk, geen eigen inkomen of inkomen op bijstandsniveau), wat vaak een barrière vormt om de mishandelingsituatie te beëindigen.
Zij hebben een relatief klein sociaal netwerk en zijn sociaal geïsoleerd, mede onder invloed van de (ex)partner (Mitchell & Hodson, 1983; Wolf e.a., 2006; Sijbrandij, Jonker & Wolf, 2008). Spreiding Er bestaat geen actuele, betrouwbare landelijke omvangschatting van de doelgroep van mensen in achterstandssituaties die sociaal uitgesloten zijn of dreigen te worden. Het Sociaal en Cultureel Planbureau komt in onderzoek naar sociale uitsluiting in de Nederlandse bevolking van 18 jaar en ouder uit op 5% ernstig sociaal uitgeslotenen (Hoff & Vrooman, 2011). De doelgroep van de Openbare geestelijke gezondheidszorg (Oggz), te beschouwen als een deelpopulatie van de doelgroep van Krachtwerk, werd in 2007 geschat op bijna 1% van de volwassen bevolking en 4 à 5% werd destijds tot de risicogroepen van de Oggz gerekend (Gezondheidsraad, 2011). Gemeenten die inzicht in de omvang van de doelgroep cruciaal vinden voor een goede beleidsonderbouwing, hebben over het algemeen weinig betrouwbare informatie over de populatieomvang.
Veel gemeenten gaan bij hun inschatting van die omvang uit van de verhouding van 80-15-5: 80% van de burgers redt zich prima, 15% redt het niet alleen en heeft maatschappelijke ondersteuning nodig en 5% is aangewezen op intensieve en vaak ook permanente individuele arrangementen.2 Vooralsnog lijkt het reëel om bij de omvang van de doelgroep uit te gaan van 1% van de volwassen bevolking en voor de risicogroepen een bandbreedte aan te houden van 1 tot 5% (Wolf, 2015). 2 Gemeenten verwijzen hierbij naar onderzoek van het CPB (2014) naar stapelingseffecten van in totaal elf wettelijke
voorzieningen (o.a. Bijstand, Wet sociale werkvoorziening (Wsw), Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) en ook gebruik van (zorgfuncties van) langdurige zorg), gebaseerd op data van 2011. Van de individuele gebruikers blijkt 55% een beroep te doen op één regeling en 45% op twee of meer (waarvan 4,2% op vier of meer) (p.31). Op Krachtwerk, methodisch werken aan participatie en zelfregie 18
Ieder jaar worden 160.000 vrouwen in Nederland het slachtoffer van een lichte vorm van lichamelijk of seksueel geweld; 30.000 vrouwen hebben te maken met ernstig lichamelijk en of seksueel geweld en 7.000 vrouwen ervaart zeer ernstig geweld (Van der Veen & Bogaerts, 2010 in: Movisie, 2011). De prevalentie van fysiek en of seksueel geweld door een huidige of ex-partner is bij benadering 25% in de Verenigde Staten (Tjaden & Thoennes, 2000) en varieert tussen de 4% en 30% in Europa (Hagemann-White, 2001). In Nederland was ruim 9% van de Nederlandse bevolking de afgelopen vijf jaar slachtoffer van huiselijk geweld. Geweld binnen relaties komt voor in alle landen en in alle sociale, economische, religieuze en culturele groepen (Heise, Ellsberg & Gottemoeller, 1999). Het aantal unieke personen in vrouwenopvangvoorzieningen in Nederland werd enkele jaren geleden geschat op 16.000, ruim een derde (ongeveer 35%) kinderen jonger dan 16 jaar die meekwamen met een volwassen ouder (Federatie Opvang, 2008). Gevolgen In vergelijking met de algemene bevolking manifesteren zich bij mensen in achterstandssituaties aanzienlijke gezondheid- én participatieverschillen. Mensen raken in een negatieve spiraal waarbij de problemen zich opstapelen en verergeren, sommige op de achtergrond raken en andere zich ((op)-nieuw) aandienen (Wolf, 2002).
Uitsluiting werkt negatief door op het welbevinden van mensen en kan emotionele ongevoeligheid, verminderd empathisch vermogen en ongevoeligheid voor pijn tot gevolg hebben (Nathan, De Wall & Baumeister, 2006). Wat oorzaak is en wat gevolg, laat zich in de situatie van mensen meestal niet meer uiteenrafelen. Belangrijke manifestaties van sociale uitsluiting zijn: ernstige gezondheidsproblemen, waaronder problemen in mobiliteit, sociaal isolement en financiële problemen, waaronder schulden, (dreigende) huisuitzetting, werkloosheid, feitelijke dakloosheid, huiselijk geweld, criminele activiteiten en contacten met politie en justitie. Bij een deel van de mensen manifesteert de achterstandssituatie zich over de generaties heen. Als er niet wordt ingegrepen lopen de mensen uit de doelgroep reëel risico op verder maatschappelijk afglijden en verlies van huisvesting. Risico’s voor de samenleving zijn onder meer zichtbare overlast in het publieke domein, (kleine) criminaliteit, gezondheidsrisico’s en hoge maatschappelijke kosten, bijvoorbeeld vanwege een huisuitzetting en het realiseren van opvang in geval van dakloosheid. Vrouwen met geweldservaringen hebben een verhoogd risico op serieuze gezondheidsproblemen, zowel op de korte als de lange termijn. Vrouwen die slachtoffer zijn van fysieke mishandeling, vertonen ernstige verwondingen, chronische pijn en darmproblemen.
Seksueel geweld leidt tot verhoogde percentages seksueel overdraagbare aandoeningen, gynaecologische problemen, bekkenklachten en blaasontstekingen. Schadelijke psychologische gevolgen van geweld zijn onder meer een slechte kwaliteit van leven, depressieve symptomen en symptomen van posttraumatische stressstoornis (PTSS) (Jonker, Sijbrandij & Wolf, 2012). De problemen zijn vaak chronisch en duren lang voort, zelfs als het geweld al geruime tijd gestopt is (Campbell & Soeken, 1999; Zlotnick, Johnson & Kohn, 2006). Bij huiselijk geweldincidenten in Nederland is er in bijna 60% van de gevallen sprake van een gezinssituatie met jonge kinderen. De gevolgen voor kinderen die getuige zijn geweest van huiselijk geweld, uiten zich in problemen als depressie, plotselinge gedragsverandering, terugtrekken, concentratieverlies, baldadigheid, angst en boosheid (Ministerie van Justitie, 2002). Gezondheidskosten voor vrouwen die slachtoffer zijn van geweld, zijn significant hoger dan de kosten voor andere, niet mishandelde vrouwen. De kosten vanwege huiselijk geweld zijn die voor: gebruik van (officiële) diensten (politie, justitie, gezondheidszorg, opvang en dergelijke), arbeidsverzuim (productieverlies) en menselijk lijden.
In 1997 werden de kosten voor de Nederlandse samenleving van het gebruik van (officiële) diensten in verband met ernstig fysiek geweld van mannen tegen hun vrouwelijke (ex-)partner op ruim 332 miljoen gulden per jaar geschat. Omgerekend naar 2011 betekent dat zo’n 280 miljoen euro (Movisie, 2014). Oorzaken De gemeenschappelijke factor bij de doelgroep van Krachtwerk is sociaal uitgesloten zijn of de dreiging daarvan. Sociale uitsluiting verwijst naar een toestand en een proces. Een toestand van sociale uitsluiting is te herkennen aan achterstanden van mensen in hun deelname aan de samenleving en geeft een belangrijke indicatie van de afstand tot volwaardig burgerschap. Een toestand van sociale uitsluiting (hier volgen we het huishoudniveau gaat het om een redelijk vergelijkbare verhouding. De overlap in gebruik concentreert zich op het terrein van zorg of dat van werk en inkomen. Krachtwerk, methodisch werken aan participatie en zelfregie 19
model van het SCP) kenmerkt zich door het ontbreken van toekomstperspectief in combinatie met tekorten op twee dimensies, namelijk 1) de sociaal-culturele dimensie − met a tekorten in sociale participatie en b onvoldoende culturele en normatieve integratie − en 2) de economisch-structurele dimensie − met c materiële deprivatie die verwijst naar armoede en d een (ongelijke) verdeling van inkomen en goederen en beperkte toegang tot sociale grondrechten (Jehoel-Gijsbers, 2004; Hoff & Vrooman, 2011). Als proces is sociale uitsluiting te typeren als een chaotisch en complex krachtenspel van factoren op macro-, meso- en microniveau, ofwel structurele, relationele, individuele en institutionele factoren (Wolf, 2002; Jehoel-Gijsbers, 2004; Edgar, 2010). Sociale uitsluiting is niet uitsluitend een maatschappelijk probleem en evenmin louter een individueel of psychosociaal probleem. Het is een onontwarbare kluwen waarin verschillende typen problemen meespelen. Vaak is niet meer goed uit te maken wat precies oorzaak en wat gevolg is van de achterstand (Wolf, 2002). Een in Nederland uitgevoerd onderzoek laat zien dat een relatief groot risico op sociale uitsluiting samenhangt met een laag opleidingsniveau, een laag inkomen, een niet-westerse achtergrond, en aan de orde is bij alleenstaanden en eenoudergezinnen en mensen met een slechte gezondheid (Hoff & Vrooman, 2011).
Als multidimensionaal concept is participatie de tegenhanger van sociale uitsluiting. Participatie staat voor het meedoen aan het maatschappelijke verkeer in al zijn facetten. Het theoretisch kader van sociale kwaliteit legt een expliciet verband tussen participatie en de dagelijkse kwaliteit van leven van mensen (Wolf, 2016; Wolf & Jonker, 2020). Zelfregie betreft het invloed willen hebben en krijgen op de kwaliteit van je leven en de kwaliteit van zorg en ook jezelf zoveel mogelijk willen weren in het licht van emotionele, fysieke, sociale en materiële uitdagingen van het leven. Inzet is minder afhankelijkheid, meer autonomie en meer (positieve) gezondheid (Huber et al., 2013). Sociale kwaliteit is gedefinieerd als: De mate waarin burgers kunnen participeren in het sociale, economische en culturele leven en in de ontwikkeling van hun gemeenschap onder condities die gunstig zijn voor hun welzijn en zelfrealisatie waardoor zij op hun beurt invloed kunnen uitoefenen op de condities van hun eigen bestaan (Van der Maesen & Walker, 2005; zie ook: www.socialquality.org). Het theoretisch kader van sociale kwaliteit beschrijft het functioneren en de leefsituatie van individuen en gezinnen vanuit ‘het sociale’ ofwel factoren in de context.