CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage IV Vaststellen bestemmingsplan – toelichting

Raad 6 oktober 2022, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Overasselt, Hoogstraat 413.007 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het ‘restrisico’ dat overblijft nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Beleidsvisie externe veiligheid De gemeente Heumen beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid. Hierin wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke omgang met externe veiligheid. Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook worden getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', enz.. Consequenties Bevi, bevb, bevt Op basis van het Bevi (artikel 1) betreft de ontwikkeling 32 kwetsbare objecten. Met behulp van de nationale risicokaart1 is gekeken, welke risicobronnen in de nabijheid van het plangebied zijn gelegen. Hieronder is een uitsnede van de risicokaart ter hoogte van de ontwikkeling en haar omgeving weergegeven.

1

www.risicokaart.nl, professionele versie.

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

31

Uit de risicokaart blijkt dat de nieuwe kwetsbare objecten zijn gelegen binnen een plaatsgebonden risicocontour (PR10-6/jaar). In het plangebied is namelijk een LPGtankstation aanwezig. Dit tankstation verdwijnt door onderhavige ontwikkeling die ervoor in de plaats komt. De plaatsgebonden risicocontour van het LPG-tankstation vormt daardoor geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. De nieuwe kwetsbare objecten zijn niet gelegen binnen het invloedsgebied van een risicobron. Ten zuiden van het plangebied ligt de Maas. De Maas ligt op 650 meter. Ontwikkelingen binnen 200 meter van de begrenzingslijn van de Rijksvaarweg kunnen effect hebben op het groepsrisico. Aangezien het plangebied verderweg ligt is geen verhoogd groepsrisico aan de orde. Beleidsvisie externe veiligheid Toetsing van het plan aan de voorwaarden uit de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente geeft geen belemmeringen voor het voorgenomen plan. Overige wet- en regelgeving De circulaire LPG-tankstations is niet van toepassing op dit plan. Er zijn ook geen veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit op onderhavig plan van toepassing. Conclusie Het aspect externe veiligheid levert geen belemmeringen op voor het plan. 4.7 Natuur Beleidskader De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt sindsdien de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet, en de Boswet.

De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden.

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

32

Soortbescherming De Wet natuurbescherming bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Daarnaast voorziet de wet in strikte verboden die gelden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten, waaronder alle van nature in Nederland voorkomende soorten vogels. Dus zowel vogels in de tuin als op de Veluwe zijn beschermd. De wet werkt volgens het 'nee-tenzij' principe ten aanzien van beschermde inheemse soorten: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Het is niet toegestaan om vogels te doden, vangen, verwonden, verstoren, bezitten, verhandelen, de nesten en eieren te verstoren of te vernietigen. Uitzonderingen op deze verboden zijn onder voorwaarden mogelijk, onder andere voor veiligheid, schadebestrijding of onderzoek. De wet regelt ook de jacht in ons land. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming bevat specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de bescherming van Natura 2000-gebieden, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels. Het belangrijkste rechtgevolg van de aanwijzing als Natura 2000-gebied is dat er een vergunningplicht geldt voor alle activiteiten die mogelijk schade kunnen toebrengen aan een gebied.

Voor dergelijke schadelijke activiteiten kan alleen een vergunning worden verleend als er geen alternatief is en als het gaat om een dwingende reden van groot openbaar belang. De kokkelvisserij in de Waddenzee is nu bijvoorbeeld verboden. Er kon namelijk niet worden aangetoond dat er géén schade zou ontstaan aan de natuur, en er was geen van de andere redenen aanwezig om toch een vergunning te verlenen. De wet biedt geen bescherming aan andere natuurgebieden, maar vereist wel van provincies dat zij gebieden aanwijzen voor het natuurnetwerk Nederland en verleent hen de bevoegdheid om bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen aan te wijzen. De Minister van Economische Zaken kan daarnaast op grond van de wet nationale parken aanwijzen die vooral een educatieve en communicatieve functie hebben. De voormalige beschermde natuurmonumenten zijn met bijbehorende doelen opgeheven met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming. Consequenties Soortbescherming Voor de ontwikkeling is door Buro Maerlant een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd en kent de navolgende conclusies en advies. “In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden: -

Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd).

Effecten Doordat de werkzaamheden op het land plaatsvinden, beperkt van aard zijn, en preventief

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

33

afdoende maatregelen kunnen worden getroffen, zijn over het algemeen géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten. Echter, is het noodzakelijk nader onderzoek naar vleermuizen en de huismus uit te voeren om actueel gebruik van de bebouwing vast te kunnen stellen voorafgaand aan de sloop. Na uitvoer van het onderzoek kunnen, indien noodzakelijk, gepaste maatregelen worden getroffen. Doordat de kans bestaat dat broedende vogels in de nabijheid van de werkzaamheden aanwezig zijn, wordt aanbevolen zowel de sloop als het grondwerk uit te voeren buiten het broed-seizoen (ná half juli en vóór half maart). Indien een ter zake deskundige heeft vastgesteld, dat geen nesten aanwezig zijn, is het ook mogelijk binnen deze periode te werken. Het verstoren van broedende vogels is conform de Wet natuurbescherming niet toegestaan.” Gebiedsbescherming Binnen 10 kilometer van het plangebied is één Natura 2000 gebied gelegen, namelijk Sint Jansberg op 9 kilometer. Om aan te kunnen tonen dat onderhavige ontwikkeling geen belemmering vormt voor Natura 2000-gebieden, door stikstofuitstoot in de aanleg- en gebruiksfase, zijn aeriusberekeningen uitgevoerd. De berekeningen inclusief bijbehorende notitie zijn bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 4).

De conclusie die volgt uit de berekeningen is dat er zowel in de aanleg- als gebruiksfase geen sprake is van stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar op een Natura 2000 gebied. Conclusies Voor wat betreft zowel soorten- als gebiedsbescherming leidt de ontwikkeling niet tot strijdigheid met de Wet natuurbescherming. Natuur vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling of andersom. 4.8 Kabels en leidingen In het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig die in dit bestemmingsplan moeten worden beschermd. Aanvullend zal er voordat er grondwerkzaamheden plaats gaan vinden te zijner tijd een KLICmelding opgevraagd moeten worden bij de betrokken netwerk-/leidingbeheerders. 4.9 Luchtkwaliteit Beleidskader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen, zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

34

projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In het besluit NIBM is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m³ NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, infrastructuur, kantoor- en woningbouwlocaties en activiteiten of handelingen) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook indien aannemelijk gemaakt kan worden dat een gepland project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Voor woningen wordt hierbij een ondergrens van 1500 woningen aangehouden voor locaties waarbij sprake is van één ontsluitingsweg. Consequenties Onderhavige planontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van 32 nieuwe woningen. Derhalve kan dit plan gezien worden als een project dat een niet in een betekenende mate bijdrage levert op het gebied van de luchtkwaliteit. Om dit te bevestigen is de NIBM-tool ingevuld. Zie de afbeelding hieronder.

Op basis van de GCN-kaarten is getoetst of ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. Dat is het geval. Zie onderstaande uitsnede van de GCN-kaart (PM10) die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van gridcelwaarde onder 18.

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

35

Hieronder is de PM2,5-kaart opgenomen, die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van een gridcelwaarde beneden 10.

Hieronder is de NO2-kaart opgenomen, die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van gridcelwaarde tussen 10 en 15.

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

36

Conclusie Het onderhavig plan heeft geen nadelige invloed op de luchtkwaliteit omdat het niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, daarnaast is sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat ten aanzien van luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmerende factor. 4.10 Water Op basis van de wet op de ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplan. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (art 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (art 3.1.1 Bro). De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen van gemeente, waterschap en eventueel andere waterbeheerders vroegtijdig en expliciet worden meegewogen. In het ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met de waterhuishouding en -voorzieningen. Beleid Waterschap Rivierenland Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 'Koers houden, kansen benutten' bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit, wegen en waterketen.

Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

37

watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Het Waterschap Rivierenland hanteert de beleidsregel 'Nieuwe lozingen vanaf verhard oppervlak'. Deze heeft als doel de versnelde afvoer van hemelwater als gevolg van de uitbreiding van het verhard oppervlak te beperkten tot de maatgevende afvoer van het landelijk gebied. Een uitbreiding van het verhard oppervlak moet vanuit waterhuishoudkundig opzicht dus waterbalans-neutraal plaatsvinden. Om te voorkomen dat individuele bewoners voor kleine voorzieningen zoals serres, tuinschuurtjes, enkele woning, etc., moeten compenseren geldt er een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht van 500 m² voor stedelijk gebied en 1.500 m² voor landelijk gebied. Deze vrijstelling geldt alleen voor particulieren. Er moet voldoende berging zijn bij extremere omstandigheden. Voor ontwikkeling met een toename van verhard oppervlak tot 5.000 m² kan een standaardberekening worden toegepast, waarbij wordt uitgegaan van een maatgevende bui die eenmaal in de 10 jaar voorkomt. Vuistregel daarbij is dat – indien bovengronds wordt geborgen - 436 m³ waterberging per hectare verhard oppervlak nodig is. Uit deze vuistregel volgt de volgende berekening: benodigde compensatie = toename verhard opp.

(in m²) * 0,0436. Wordt ondergronds geborgen dan geldt 0,0664 ipv 0,0436 als norm. Beleid gemeente Heumen Voor het afstromend hemelwater van nieuw verhard oppervlak (daken en verharding) dient voor de opvang en berging van hemelwater gerekend te worden met een statische bergingseis van 66,4 mm/m2. De berging dient binnen het plangebied te worden gerealiseerd en mag uit bovengrondse en ondergrondse bergingsvoorzieningen bestaan. Vanuit de bergingsvoorzieningen dient het hemelwater te infiltreren in de ondergrond. De voorziening dient na 48 uur weer leeg te zijn. Hemelwater mag en kan niet op het vuilwater riool worden aangesloten ook niet met een overloop. En mag niet naar de omgeving afstromen. Benodigde compensatie = Toename verhard opp. (in m2) * 0,0664 Verder geldt in de gemeente Heumen dat afhankelijk van waar de overloop van de infiltratievoorziening naartoe gaat de uiteindelijke bergingseis wordt bepaald. Bij een overloop op het watersysteem van het Waterschap moet rekening worden gehouden met 43,6 mm neerslag per m2 verhard oppervlak (436 m3/ha = T=10+10%), waarbij maximaal 1,5 l/s/ha op het watersysteem wordt geloosd. Voor het aansluiten van water of een overloop op het watersysteem van het Waterschap moet een vergunning of melding bij het Waterschap worden aangevraagd.

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

38

Wordt een solitaire voorziening aangelegd (dus zonder overloop op een sloot of iets dergelijks van het Waterschap) geldt dat er 66,4 mm neerslag per aangesloten m2 verhard oppervlak moet worden geborgen. Oppervlaktewater Binnen of direct grenzend aan het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. In de directe omgeving zijn wel enkele (a en b) watergangen gelegen. Het initiatief heeft hierop geen invloed. Hemelwater Het plangebied beslaat circa 4.710 m2 en is in de huidige situatie grotendeels bebouwd of verhard. Circa 1500 m2 van het plangebied is niet verhard. In de toekomstige situatie wordt er circa 3925 m2 verhard. Voor de de berekening van de verhardingshoeveelheid geldt dat alle nieuwe verharding is opgeteld, waarbij: 1) Alle openbare parkeerplaatsen zijn meegeteld als verhard (47 stuks). De overige parkeerplaatsen (op eigen terrein) zijn waterdoorlatend en daarmee niet meegerekend (want deze infiltreren); 2) Percentage verhard oppervlak op niet-openbare percelen is 80%. Voor nieuwe situaties geldt dat al het afstromend water van het verhard oppervlak moet worden gecompenseerd (opvangen, hergebruiken en infiltreren), het ‘oude’ verharde oppervlak mag er niet vanaf worden getrokken. In onderhavige situatie moet voor de hemelwaterbergingsvoorziening de compensatie-eis van van 664 m3 per hectare worden gehanteerd.

Het gaat dan om een te realiseren hemelwaterbergingsvoorziening van 3925 m2 x 0,0664 = 261 m3. Waterdoorlatendheid bodem/ maaiveldhoogte en GHG Om te kunnen beoordelen welke infiltratievoorzieningen kunnen worden aangelegd is de waterdoorlatenheid van de bodem, de maaiveldhoogte en de gemiddeld hoogste grondwaterstand relevant. De infiltratievoorziening moet een halve meter boven de GHG liggen, verder is er een halve meter gronddekking van de infiltratievoorziening nodig. De waterdoorlatendheid van de bodem goed te noemen. Tot ver beneden het maaiveld (2 meter) is sprake van fijn en grof zand. Het maaiveld ligt op het hoogste punt op 10,1 m + NAP en loopt af tot 8,6 m + NAP. De gemiddeld hoogste grondwaterstand ligt op 7,85m + NAP. De gemiddeld hoogste grondwaterstand is daardoor gelegen op 2,25 meter -mv tot 0,75 -mv. Hemelwatervoorziening Op basis van het nieuwe verhard oppervlak is 261 m3 berging benodigd. Met de gekozen technieken en het beschikbare ruimtegebruik is nu voorzien in 325 m3 berging in een combinatie van ondergrondse infiltratievoorzieningen en wadi’s. Dit is door Civil Connection in beeld gebracht. De memo inclusief bijlagen die zij hiertoe hebben opgesteld is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 9). De te realiseren bergingsopgave is meer dan benodigd, ook

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

39

sluit de voorziening aan bij de door de gemeente en het waterschap gestelde eisen en de situatie (maaiveldhoogte/GHG/waterdoorlatendheid bodem) in het plangebied.

Watertoets In het kader van de planvoorbereiding is de digitale watertoets doorlopen voor het initiatief. Op basis van de oppervlakte van het plangebied valt het initiatief in de ‘normale watertoetsprocedure’. Uit de toets van de verschillende lagen en waarden van de watertoets blijkt dat er binnen het plangebied geen relevante belangen van Waterschap Rivierenland worden geraakt. Wel moet het project worden overlegd met het waterschap. De initiatiefnemer heeft samen met de gemeente overleg gevoerd met het waterschap over onderhavig plan en de hemelwaterbergingsvoorziening en dergelijke. De plannen zijn op basis van de meegegeven uitgangspunten uitgewerkt. Om de watertoets te borgen is in de regels van dit bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan op basis hiervan niet eerder worden verleend dan dat Waterschap Rivierenland een positief advies heeft gegeven over de hemelwatervoorziening. Afvalwater Het (huishoudelijk) afvalwater van de nieuwe woningen moet worden aangesloten op de gemeentelijke riolering. Deze is echter op dit moment niet toereikend voor het aantal extra huishoudens dat in het plangebied wordt toegevoegd. Dit houdt in dat de riolering moet worden aangepast.

Hierbij wordt uitgegaan van aansluiting van de appartementen op het vrijvervalstelsel aan de Hoogstraat en de overige woningen op de Laagstraat. Door de initiatiefnemer wordt hiervoor in overleg met de gemeente Heumen een plan uitgewerkt, dat onderdeel uitmaakt van de aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen. De kosten voor planvorming, aanleg en onderhoud zijn voor rekening van initiatiefnemer. Conclusie Water vormt – mits voldaan wordt aan de voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan en het aspect afvalwater nader civieltechnisch in samenwerking met de gemeente wordt uitgewerkt - geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling en de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse. 4.11 Geur Beleidskader Belangrijkste voorwaarden voor de ontwikkeling van geurgevoelige bebouwing in de omgeving van veehouderijen is dat voor de (toekomstige) bewoners een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat andere belanghebbenden (veehouders en derden) niet onevenredig in hun belangen worden geschaad.

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

40

Op grond van de vervallen brochure Veehouderij en Hinderwet en circulaire Veehouderij en Stankhinder was sprake van stankcirkels waarbinnen, volgens constante jurisprudentie, geen stankgevoelige bebouwing mocht worden gebouwd. Deze regeling is in 2007 opgevolgd door de Wet geurhinder en veehouderij. Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wvg) in werking getreden. Deze wet biedt de gemeente de mogelijkheid om een eigen geurhinderbeleid op te stellen. Door de gemeente Heumen is geen eigen geurverordening vastgesteld. Ten aanzien van de beoordeling of sprake is van een goed woon- en leefklimaat wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgrondbelasting en achtergrondbelasting. De voorgrondbelasting betreft de geurbelasting van individuele veehouderij op een geurgevoelig object (geuremissie of vaste afstand). De achtergrondbelasting betreft de gebiedsbelasting: cumulatieve geurbelasting in een gebied als gevolg van de aanwezige veehouderijen. Consequenties In de omgeving zijn slechts een beperkt aantal veehouderijen aanwezig. Het meest nabij zijn veehouderijen gelegen waar dieren worden gehouden waarvoor een vaste afstand van 50 meter geldt (paarden en rundvee). Aan deze afstanden wordt ruimschoots voldaan. Binnen een straal van 600 meter zijn verder geen veehouderijen gelegen waar dieren worden gehouden met een geuremissiefactor.

Deze veehouderijen liggen op grote afstand van het plangebied. Gezien het beperkt aantal veehouderijen en de afstand mag worden aangenomen dat zowel de voor- als achtergrondbelasting dusdanig laag is dat in het plangebied ten minste sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect geur vormt geen belemmering voor het initiatief. 4.12 Straling Beleidskader Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is door het ministerie verder verduidelijkt in een brief van november 2008. Het advies is gebaseerd op onderzoek naar kinderleukemie in relatie tot blootstelling aan bepaalde hoeveelheden aan microtesla. Alhoewel geen sprake is van een bewezen oorzakelijk verband adviseert het ministerie gemeenten en netbeheerders om nieuwe situaties te voorkomen waarin kinderen (tot 15 jaar) langdurig (1 jaar, minimaal 14 uur per dag) worden blootgesteld aan een veldsterkte die (jaargemiddeld) hoger is dan 0,4 microtesla. Dit geldt in geval nieuwe hoogspanningslijnen worden aangelegd of nieuwe woningen/ scholen/ crèches of kinderdagverblijven worden ontwikkeld.

In alle andere situaties kan de grenswaarde van 100 microTesla – internationaal gehanteerde (veilige) grenswaarde van ICNIRP (1999/519/EG) - aangehouden worden.

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

41

Consequenties Onderhavig plangebied is gelegen op voldoende afstand van een hoogspanningslijn waardoor ter plaatse geen sprake is van een veldsterkte van meer dan 0,4 microTesla. Conclusie Straling vormt geen belemmering voor het initiatief. 4.13 Milieueffectrapportage (M.e.r.) Beleidskader Op grond van het Besluit milieueffectrapportage, mede in relatie tot bijlage III bij de EEGrichtlijn milieu-effectbeoordeling, moet voor bepaalde projecten een m.e.r. worden gemaakt of een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. Met een m.e.r. worden vooraf de milieugevolgen van een besluit in beeld gebracht. Of en wat aan de orde is blijkt uit bijlage C en D van het besluit m.e.r. Op 7 juli 2017 is het Besluit m.e.r. gewijzigd in werking getreden. In het gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Het maakt daarvoor niet uit of het een activiteit onder of boven de D-drempel betreft. Dit volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU.

Voor elke aanvraag moet, als de activiteit voorkomt in bijlage D van het besluit m.e.r.: - door de initiatiefnemer onderzocht worden in hoeverre er aanleiding is voor het doen van een m.e.r.-beoordeling; - het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; - de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). Consequenties Onderzocht is of een m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling nodig is. In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven in welke gevallen voor een project een mer (beoordeling) nodig is. In overweging kan worden genomen of het initiatief een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. betreft, echter kan afgaande op jurisprudentie (o.a. 201901439/1/R1) worden beoordeeld dat dit gezien de aard en de omvang van de ontwikkeling niet het geval is. De omvang is te klein en het ruimtebeslag is te beperkt. Het initiatief komt gezien voorgaande motivatie niet voor in bijlage C of D van het Besluit m.e.r. en is met die reden niet m.e.r. of m.e.r.beoordelingsplichtig.

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

42

5. Toelichting, verbeelding en regels 5.1 Algemeen Dit bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding tezamen bieden het juridische kader. Voor de regels en de verbeelding is aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan ‘Kernen Heumen, Overasselt, Nederasselt en Molenhoek’ en de SVBP2012. Dit laatste betekent onder meer dat de opbouw van de regels standaard is. 5.2 Toelichting op de regels Wijze van bestemmen Onderstaand is een korte toelichting opgenomen van de in de regels opgenomen bestemmingen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die gebruikt worden in de regels. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Artikel 2 Wijze van meten In het artikel 'wijze van meten' is een regeling opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingen De regels in verband met de bestemmingen kennen allemaal een min of meer gelijke opbouw en bestaan in ieder geval uit bestemmingsregels en bouwregels. Voor enkele bestemmingen zijn daarbij bijzondere gebruiksregels opgenomen en/of een afwijkingsbevoegdheid. De bestemmingsregels betreffen de centrale bepaling van elke bestemming.

Het betreft een omschrijving waarin de functies worden genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan (= het gebruik). In een aantal gevallen is een specificering opgenomen van de toegestane functie, welke correspondeert met aanduidingen op de verbeelding. De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsregels. Bouwregels zijn in ieder geval van toepassing bij de toetsing van aanvragen om een omgevingsvergunning en activiteiten die vallen onder artikel 3 van bijlage II Bor. Binnen het plan worden de volgende bestemmingen gebruikt: Artikel 3 Tuin Deze bestemming maakt het mogelijk om delen van het plangebied in te richten en te gebruiken als tuin. Artikel 4 Verkeer

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

43

Deze bestemming maakt het mogelijk om delen van het plangebied in te richten en te gebruiken voor verkeersdoeleinden. Artikel 5 Wonen Deze bestemming maakt het mogelijk om de in het plangebied 5 patiowoningen, 9 rij/hoekwoningen en 18 appartementen te bouwen en gebruiken. Artikel 6 Waarde – Archeologische verwachting 1 De dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 dient ter bescherming van archeologische waarden. Voor deze gronden geldt een onderzoeksplicht, welke gekoppeld is aan een verstoringsdiepte van minimaal 40 cm en een oppervlakte van 200 m2. Tevens is er een vergunningstelsel gekoppeld aan deze dubbelbestemming. Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit hoofdstuk worden, in aanvulling op de bestemmingsregels, aanvullende regels gesteld. Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat bepalingen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. De redactie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en overeenkomstig opgenomen. Artikel 8 Algemene bouwregels Het artikel ‘Algemene bouwregels’ bevat algemene bouwregels. Artikel 9 Algemene gebruiksregels Het artikel ‘Algemene bouwregels’ bevat algemene gebruiksregels. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Het artikel ‘Algemene afwijkingsregels’ bevat algemene afwijkingsregels.

Artikel 11 Overige regels Het artikel ‘Overige regels’ bevat de verwijzing naar andere wettelijke regelingen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht In de overgangsrechtregel is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. De redactie is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. Artikel 13 Slotregel In de 'slotregel' is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

44

6. Uitvoeringsaspecten 6.1 Economische haalbaarheid Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub f van het Besluit ruimtelijke ordening onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Op basis van artikel 6.2.1. Bro betreft onderhavige ontwikkeling een bouwplan. Hiermee valt de ontwikkeling onder de Grondexploitatiewet. Kostenverhaal van plankosten is hier dan ook aan de orde. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het betalen van de kosten die de gemeente maakt voor het in procedure brengen van dit bestemmingsplan, eventuele planschade die uit het planvoornemen voortvloeit en andere kosten die te relateren zijn aan het planvoornemen. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente is een overeenkomst gesloten waarin het kostenverhaal is geregeld. Uit bovenstaande blijkt dat het plan economisch uitvoerbaar is. 6.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid De ruimtelijke procedures tot en met de vergunningverlening van een omgevingsvergunning zijn door de wet geregeld.

De wet regelt bijvoorbeeld dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Dit vooroverleg is ook in het kader van onderhavig plan gevoerd. Er is specifiek overleg gevoerd met Waterschap Rivierenland. De gemeente Heumen kan ervoor kiezen om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Hiervoor wordt door de gemeente Heumen aangaande dit plan niet gekozen. Er is in het voortraject door de initiatiefnemer namelijk een omgevingsdialoog georganiseerd in de vorm van twee digitale bijeenkomsten. Eentje op 15 juli 2021 en eentje op 9 februari 2022. De presentaties en verslagen van de bijeenkomsten zijn bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 6). Omdat geen voorontwerp ter inzage is gelegd/ inspraak is overgeslagen, is direct een ontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf dinsdag 7 juni t/m dinsdag 19 juli 2022 (zes weken) ter inzage gelegen.

In deze periode is iedereen in de gelegenheid gesteld om (schriftelijk of mondeling) zijn of haar zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad kenbaar te maken. Er zijn door de gemeenteraad geen zienswijzen ontvangen.

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

45

Het bestemmingsplan is met die reden – op een ambtshalve wijziging na (verkleining plangebied ter hoogte van de Laagstraat) – ongewijzigd vastgesteld. Na vaststelling van het bestemmingsplan kan in een periode gedurende 6 weken eventueel nog beroep ingesteld worden bij de Raad van State.

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

46

7. Bijlagen Bijlage 1 – Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 2 – Verkennend bodemonderzoek Bijlage 3 – Quickscan flora en fauna Bijlage 4 – Aeriusberekeningen + notitie Bijlage 5 – Beoordeling archeologisch bureauonderzoek Bijlage 6 – Verslaglegging omgevingsdialoog Bijlage 7 – Beoordeling verkennend bodemonderzoek Bijlage 8 – Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 9 – Memo hemelwaterberging

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11782111/1