CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage IV Vaststellen bestemmingsplan – toelichting

Raad 6 oktober 2022, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Overasselt, Hoogstraat 413.007 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMINGSPLAN ‘Overasselt, Hoogstraat 4’

TOELICHTING 6 OKTOBER 2022 STATUS: VASTGESTELD

Gemeente Heumen Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 4, Overasselt’

Gegevens adviesbureau Naam

: Pittiger in planologie

Adres

: Verwestraat 32

Postcode

: 5491 BZ

Plaats

: Sint Oedenrode

Telefoon

: 06-19743337

Internet

: www.pittiger.com

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

2

Inhoudsopgave 1.

Inleiding........................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................... 5 1.2 Plangebied ..................................................................................................................................... 5 1.3 Vigerend bestemmingsplan.......................................................................................................... 8

2.

Planbeschrijving ............................................................................................................................ 10 2.1 Toekomstige situatie ................................................................................................................... 10 2.2 Stedenbouw en beeldkwaliteit ................................................................................................... 10 2.3 Openbare ruimte......................................................................................................................... 10 2.4 Verkeer en parkeren ................................................................................................................... 11

3.

Beleidskader .................................................................................................................................. 15 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................................... 16 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................ 17 3.3 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 19 4.1 Algemeen .................................................................................................................................... 22 4.2 Akoestiek ..................................................................................................................................... 22 4.3 Archeologie en cultuurhistorie.................................................................................................... 24 4.4 Bedrijven en milieuzonering ....................................................................................................... 28 4.5 Bodem .........................................................................................................................................

29 4.6 Externe Veiligheid ....................................................................................................................... 30 4.7 Natuur ......................................................................................................................................... 32 4.8 Kabels en leidingen ..................................................................................................................... 34 4.9 Luchtkwaliteit .............................................................................................................................. 34 4.10 Water ........................................................................................................................................ 37 4.11 Geur .......................................................................................................................................... 37 4.12 Straling ..................................................................................................................................... 41 4.13 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ................................................................................................ 42

5. Toelichting, verbeelding en regels .................................................................................................... 43 5.1 Algemeen .................................................................................................................................... 43 5.2 Toelichting op de regels .............................................................................................................. 43 6. Uitvoeringsaspecten ......................................................................................................................... 45 6.1 Economische haalbaarheid. ........................................................................................................ 45 6.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid ................................................................................ 45 7.

Bijlagen .......................................................................................................................................... 47

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

3

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

4

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Aan Hoogstraat 4 in Overasselt is een tankstation met kleine supermarkt en bedrijfswoning (appartement) gelegen. Het vloeroppervlak van de supermarkt is dusdanig klein dat niet voldaan kan worden aan de hedendaagse behoeften. Het tankstation met LPG is op deze plek, temidden van het dorp Overasselt, niet de meest wenselijke ruimtelijke invulling. Dit tesamen is de aanleiding voor het herontwikkelen van Hoogstraat 4 in Overasselt voor woningbouw, een meer passende functie op de locatie. Door JOP Projectontwikkeling B.V., de initiatiefnemer van de ontwikkeling, is hiervoor bij de gemeente Heumen een principeverzoek ingediend. De gemeente heeft op 4 juni 2021 laten weten dat zij onder voorwaarden medewerking verleent aan het verzoek. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan nodig. ‘Wonen’ past namelijk niet in het vigerende bestemmingsplan. Met die reden is dit bestemmingsplan opgesteld dat het bedachte woningbouwplan aan Hoogstraat 4 in Overasselt mogelijk maakt. 1.2 Plangebied Het plangebied is gelegen aan Hoogstraat 4 in Overasselt en is circa 4.710 m2 groot. Het perceel is kadastraal bekend gemeente Overasselt, sectie C, nummers 1980, 1979, 1982 en 2233. Het plangebied is nog in gebruik voor het aldaar gevestigde tankstation en bedrijfswoning (appartement).

De supermarkt die tot voor kort op het perceel was gevestigd is inmiddels verhuisd. De luchtfoto hieronder geeft de locatie van het plangebied weer (rood pijltje).

Overasselt

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

5

De afbeelding hieronder geeft de kadastrale situatie weer. Zie het rode pijltje voor de ligging van het plangebied.

De afbeeldingen hieronder geven de huidige situatie (gezien vanaf de Hoogstraat) ter plaatse weer.

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

6

De foto’s hieronder geven een impressie van de huidige situatie in het plangebied.

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

7

Hieronder is een afbeelding van de luchtfoto opgenomen.

Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Laagstraat, aan de oostzijde door de Garstkampsestraat en aan de zuidzijde door de Hoogstraat. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de percelen behorende bij Hoogstraat 6, een woonperceel bestaande uit de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’. 1.3 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Kernen Heumen, Overasselt, Nederasselt en Molenhoek.’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Heumen d.d. 27 juni 2013. De huidige enkelbestemmingen in het plangebied zijn ‘Bedrijf’, ‘Wonen’ en ‘Tuin’. Bij de bestemming ‘Bedrijf’ gelden de functieaanduidingen ‘verkooppunt motorbrandstoffen met lpg’ en ‘detailhandel’. Op het gehele plangebied is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’. Verder is nog een gebiedsaanduiding in verband met de veiligheidszone van de lpg-installatie in het plangebied van toepassing. De gronden op onderhavige locatie met de bestemming ‘Bedrijf’ zijn bestemd voor: • • • • •

bedrijven in milieucategorie 1 & 2; een verkooppunt voor motorbrandstoffen met vulpunt lpg; detailhandel; een bedrijfswoning; opslag en uitstalling.

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

8

Een en ander met bijbehorende bebouwing, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven. Hoofdgebouwen zijn in het bouwvlak toegestaan, waarbij geldt dat niet meer dan één bedrijfswoning mag worden opgericht. In verband met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’ geldt dat indien de grond meer dan 200 m2 met een diepte van 0,4 meter beneden maaiveld wordt geroerd een archeologisch onderzoek moet worden overlegd alvorens begonnen kan worden. De gronden met de bestemming ‘Wonen’ en ‘Tuin’ mogen enkel gebruikt worden voor bestaande woningen en als erf bij een woning. Hieronder is een uitsnede van de verbeelding ter hoogte van het plangebied weergegeven.

Het initiatief past niet in het vigerende bestemmingsplan. Om het planvoornemen mogelijk te maken (de realisatie van 32 woningen) is een herziening van het bestemmingsplan nodig of een ander ruimtelijk besluit dat het planvoornemen mogelijk maakt. Gekozen is voor een bestemmingsplanherziening, dit bestemmingsplan is daarvoor opgesteld. 1.4 Leeswijzer Dit bestemmingsplan bevat 6 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk zal in hoofdstuk 2 de toekomstige situatie meer gedetailleerd uiteengezet worden. In de hoofdstukken 3 en 4 komen het beleid en de randvoorwaarden die in acht moeten worden genomen aan bod. Hoofdstuk 5 gaat in op de systematiek van het bestemmingsplan, hoofdstuk 6 bevat de uitvoeringsaspecten (haalbaarheid).

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

9

2. Planbeschrijving 2.1 Toekomstige situatie Ter plaatse van het plangebied dat op dit moment bestaat uit een tankstation met kleine supermarkt en een bedrijfswoning (appartement) is het de bedoeling 32 woningen te realiseren: 18 appartementen en 14 grondgebonden woningen in de typen patio (5) en hoek/ tussenwoningen (9). De afbeelding hieronder illustreert de beoogde invulling van het plangebied.

2.2 Stedenbouw en beeldkwaliteit Het plan komt te liggen tussen de drie straten, Laagstraat, Gartskampsestraat en Hoogstraat. Deze straten dragen een lange geschiedenis met zich mee, die voornamelijk zichtbaar is aan de overzijde van het perceel in de Garstkampsestraat. Daar staat een aantal oude boerderijen van eeuwen terug. Die boerderijen geven de entree tot het dorp vanuit de laagstraat (het buitengebied) een mooi landelijk karakter en vormen samen met de Nederlands Hervormde kerk een duidelijke enclave in het dorp. Een andere enclave in het dorp bevindt zich aan de overzijde van de Hoogstraat. Daar vormt het ensemble van de kerk, begraafplaats en pastorie tezamen met de basisschool het ‘geestelijke’ deel van Overasselt. Deze twee duidelijke ‘enclaves’ zijn goed herkenbaar in Overasselt. De locatie zelf was ook een enclave die zich door haar functionaliteit op bijzondere manier ‘uitte’ in het dorp, maar nu aan verandering onderhevig is.

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

10

Het dorp heeft zich door de jaren heen als een agglomeratie ontwikkeld. Tegen de ‘enclaves’ van de boerderijen en het ‘geestelijke hart’ van het dorp zijn blokken met huizen samengesmolten tot woonblokken met een stratenpatroon. Deze groei is op organische wijze ontstaan en nog steeds in chronologie herkenbaar door het verschil in bouwstijl. Op het eerste oog zijn het heldere bouwblokken, met overwegend tweekappers die in een carré geplaatst zijn, met duidelijke voortuinen en de achtertuinen in het midden van het bouwblok. Toch zijn er in Overasselt meerdere plekken die een mindere heldere opzet hebben. Voorbeelden van die opzet vinden we hoofdzakelijk aan de Laagstraat. Het zijn straten of hofjes die het mogelijk maken om ook binnenin een bouwblok te kunnen wonen. De straten Merelnest, Lijsterhof, Kievietstraat en de recente doorsteek tussen Hoogstraat 6 en 8 (geen straatnaam) zijn daar voorbeelden van. In het plan wordt ook gebruik gemaakt van deze ‘insteekstraat’. Aan de Garstkampsestraat wordt door middel van een doodlopende straat aangesloten bij deze karakteristiek. Het creëert een bewoonbaar binnengebied waaraan gevels van woningen grenzen. De gevels van het appartementengebouw en een aantal eengezinswoningen hebben de voordeur aan deze insteekstraat.

In de Laagstraat wordt in het plan gebruik gemaakt van een typologie die aansluit bij de bebouwingskarakteristiek van de straat. De straat wordt hoofdzakelijk gekarakteriseerd door vrijstaande woningen afgewisseld met tweekappers en incidenteel een rijtje woningen van drie. In deze ontwikkeling is gekozen voor een patiowoning met een halve verdieping afgedekt met een zadeldak. De patio’s worden geschakeld middels de begane grondlaag en de optopping wordt geschakeld tot tweekapper of als vrijstaand uitgewerkt. Omdat de Laagstraat een doodlopende straat is voor autoverkeer zijn de laatste twee woningen die geschakeld zijn tot tweekapper een kwartslag gedraaid, waardoor de voorgevels aan de Garstkampsestraat komen te liggen. Deze verdraaiing geeft een mooie afronding aan het plan, want het zorgt ervoor dat het totale plangebied als een alzijdig bouwblok wordt ontworpen waarbij de eentonige zijgevel en achterkanten van tuinen uit het zicht worden gehaald. De bebouwing aan de Hoogstraat vormt de kop van het plan. Op dit hoekpunt moet een geconcentreerd volume in de typologie van een appartementengebouw het ‘knooppunt’ tussen de twee enclaves maken. Daar waar nu een wijds uitzicht door de Garstkampsestraat naar de Laagstraat en het buitengebied is, wordt nu door het woonprogramma het uitzicht vernauwd.

Door een drie verdiepingen hoog, alzijdig appartementengebouw, waarbij het stijgpunt en galerijen intern zijn opgelost, te ontwerpen ontstaat er een gebouw met een minimale footprint. De strategische plaatsing van het gebouw op de hoek van de Garstkampsestraat en de Hoogstraat moet het mogelijk maken om, ondanks de tamelijk hoge verdichting, een afronding aan het plan te geven. De hoek is dusdanig ontworpen dat een visuele verbinding tussen de twee enclaves mogelijk is en daarbij ook een wijds, weliswaar iets minder, beeld op het buitengebied blijft. 2.3 Verkeer en parkeren Verkeer

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

11

Het plangebied ligt aan de Hoogstraat, Garstkampsestraat en de Laagstraat. De Hoogstraat kent een 50-km/ uur regime. De Garstkampsestraat en de Laagstraat zijn allebei 30 km/ uur wegen. De Hoogstraat is een goed gedimensioneerde doorgaande weg, de Garskampsestraat en Laagstraat zijn relatief smal en bedoeld voor bestemmingsverkeer. Het wijzigen van een supermarkt met tankstation naar 32 woningen leidt tot de navolgende verkeersgeneratie. Huidige situatie Het gaat in de huidige situatie om een supermarkt van 250 m2 BVO, een tankstation en een bedrijfswoning (appartement). Voor een buurtsupermarkt (<600 m2 BVO) geldt een verkeersgeneratie van 56 – 107,8 verkeersbewegingen per etmaal per 100 m2 BVO (schil centrum, weinig stedelijk). Dit houdt een gemiddelde verkeersgeneratie van (81,9 verkeersbewegingen x 250 m2 BVO) 204,75 in voor de supermarkt. Voor een tankstation zijn in de CROW geen kengetallen opgenomen. Hiervoor is dan ook een aanname gedaan aan de hand van de doorzet per jaar, de aanwezige voorzieningen, de gemiddelde hoeveelheid die wordt getankt per tankbeurt et cetera. Zie de tabel hieronder. Totale doorzet

1,2 miljoen liter per jaar

Gemiddeld aantal liters per tankbeurt

30 liter

Aantal ritten per tankbeurt

2 verkeersbewegingen

Totale verkeersgeneratie tanken

220 mvt/ etmaal

Wasvoorzieningen

2 wasboxen en 1 wasstraat

Aantal wasbeurten/ wasvoorziening/ dag

15 wasbeurten per voorziening

Aantal ritten per wasbeurt

2 verkeersbewegingen

Aandeel dat niet gaat tanken

25%

Totale verkeersgeneratie wassen

22,5 mvt/ etmaal

Dit resulteert in 242,5 verkeersbewegingen per etmaal voor het tankstation inclusief bijbehorende voorzieningen. De bedrijfswoning bestaat uit een groot appartement. De verkeersgeneratie daarvan is 7,3 motorvoertuigen per etmaal (6,9 – 7,7). In totaal gaat het in de huidige situatie om een verkeersgeneratie van 454,55 motorvoertuigen per etmaal.

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

12

Toekomstige situatie In de toekomstige situatie gaat het om vijf patiowoningen 4x type twee onder één kap, 1x type vrijstaand geschakeld, 9 hoek/ tussenwoningen en 18 appartementen 12 x type duur (100 tot 120 m2) en 6 x type betaalbaar (75 tot 95 m2). De verkeersgeneratie van deze woningen is als volgt (CROW, schil centrum, weinig stedelijk). type

norm

aantal

verkeersgeneratie

vrijstaand

7,7 – 8,5 (8,1)

1

8,1

Twee onder één kap

7,3 – 8,1 (7,7)

4

30,8

Tussen/ hoek

6,9 – 7,7 (7,3)

9

65,7

Appartement duur

6,9 – 7,7 (7,3)

12

87,6

Appartement midden

5,5 – 6,3 (5,9)

6

35,4

Totale verkeersgeneratie

227,6

Dit betekent dat de verkeersgeneratie in de toekomstige situatie afneemt met 226,95 motorvoertuigen per etmaal. De wegen rondom het plangebied zijn, als het gaat om de Garstkampsestraat en de Laagstraat, bedoeld voor bestemmingsverkeer. De wegen zijn dus relatief smal. Echter, zijn ze wel toereikend voor onderhavige ontwikkeling waarbij de verkeersaantrekkende werking afneemt ten op zichte van de huidige situatie en vooral van de wegen gebruik gemaakt wordt door gemotoriseerd ter plaatse bekend wegverkeer. Voor voetgangers en fietsers is het de intentie om een langzaamverkeersverbinding te maken over het ontwikkelingsterrein die de Hoogstraat met de Laagstraat verbindt. De Hoogstraat is een doorgaande weg van voldoende breedte en voldoet prima om het plangebied – waarvoor afname van verkeersbewegingen geldt – net zoals in de huidige situatie het geval is te ontsluiten. De aansluiting van het plangebied op de omliggende wegen zal voor de ontwikkeling gewijzigd moeten worden. Om de nieuwe woningen in het plangebied conform de inrichtingsschets goed te kunnen ontsluiten is het nodig nieuwe inritten e.d. aan te leggen. De aansluiting wordt door de initiatiefnemer in overleg met de gemeente gerealiseerd. Parkeren De gemeente Heumen hanteert de parkeernormen conform CROW.

Op basis van de CROW geldt voor onderhavige ontwikkeling het aantal parkeerplaatsen zoals opgenomen in onderstaande tabel. Hierin is uitgegaan van schil centrum, weinig stedelijk. type

norm

aantal

parkeerplaatsen

Vrijstaand

1,7-2,5 (2)

1

2

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

13

Twee onder één kap

1,6-2,4 (2)

4

8

Tussen/ hoek

1,4-2,2 (1,8)

9

16,2

Appartement duur

1,5-2,3 (1,9)

12

22,8

Appartement midden

1,3-2,1 (1,7)

6

10,2

Totaal

59,2

Omdat in het plangebied een functie aanwezig is waarvoor ook een parkeernorm geldt en die functie verdwijnt mag verrekening van parkeerplaatsen plaatsvinden. Het gaat om het deel van de parkeerplaatsen die nodig zijn voor de bestaande functie, maar nu niet op eigen terrein aanwezig zijn. Voor de supermarkt geldt een parkeerbenodigdheid van 8 parkeerplaatsen (250 m2 BVO x 2,2 – 4,2 (3,2)). Voor het tankstation zijn geen parkeernormen opgenomen in de CROW. Hiervoor is met die reden een aanname gedaan, voor de auto’s van personeel geldt dat 3 parkeerplaatsen nodig zijn, voor het tanken zijn geen parkeerplaatsen nodig (ter plaatse van het tankstation + voldoende ruimte ter plekke voor wachtende en betalende tankers), voor de wasstraat en wasboxen geldt dat er 6 parkeerplaatsen moeten zijn voor wachtende wassers. Voor het appartement geldt een parkeerbehoefte van 1,7 parkeerplaatsen (norm = 1,3 – 2,1; gemiddeld 1,7 parkeerplaatsen). In totaal geldt dat 19 (afronding van 18,7) parkeerplaatsen voor de supermarkt en het tankstation met wasstraat en wasboxen aanwezig moeten zijn. Hiervan zijn er op eigen terrein 10 aanwezig, 9 worden er gebruikt in de openbare ruimte. Voor de ontwikkeling moeten 60 (afronding van 59,2) parkeerplaatsen voor auto’s bruikbaar aanwezig zijn. In de openbare ruimte komen in verband met de herontwikkeling 9 parkeerplaatsen beschikbaar.

Op eigen terrein worden 55 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte. De parkeerbalans is sluitend. De parkeerplaatsen hebben de afmetingen die de de CROW voorschrijft. De afbeelding hieronder geeft inzicht in de beoogde parkeersituatie ter plaatse.

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

14

Voldaan wordt aan het gemeentelijke parkeerbeleid.

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

15

3. Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (Novi) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Op 11 september 2020 is de Novi vastgesteld, welke vanaf 12 februari 2021 bindend is voor het Rijk als de geldende visie onder de Wro. De Novi vervangt daarmee de Structuurvisie Ruimte en infrastructuur van 2012. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: -

-

-

-

-

-

Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden.

We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen.

Het wonen in de gemeente wordt in lijn met de regionale verstedelijkingsstrategie ontwikkeld. De woningen in het plangebied worden duurzaam (BENG) gerealiseerd. Dat betekent o.a. dat ze voorzien zijn van zonnepanelen en een warmtepomp (geen gas) en dat het rood (de woningen) natuurinclusief (o.a. ingebouwde nestelmogelijkheden voor vogels en vleermuizen) ontwikkeld wordt.

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

16

Onderhavige ontwikkeling past binnen de kaders van de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken moeten worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking, de laddertoets. De laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. Vervolgens moet de behoefte aan de ontwikkeling worden gemotiveerd. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd.

Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt o.b.v. jurisprudentie dat vanaf 12 woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In onderhavige situatie gaat het om de ontwikkeling van 32 nieuwe woningen. Het gaat hier dus om een stedelijke ontwikkeling zoals is bedoeld in het Bro. Dat betekent dat de laddertoets aan de orde is en de behoefte en positionering moeten worden gemotiveerd. In de woonagenda van de subregio Nijmegen (waarvan Heumen onderdeel uitmaakt) is voor Heumen voor de periode 2020-2030 een kwantitatieve behoefte van 494 woningen opgenomen. Kwalitatief gezien wordt gesteld dat behoefte is aan de toevoeging van goedkope en middeldure woningen. Nieuwe woningen kunnen conform de gemeentelijke structuurvisie Heumen 2025 op inbreidingslocaties in Malden of op uitbreidingslocaties dan wel bebouwde transformatielocaties (geen ‘lege’ plekken) in de andere dorpen landen. De Woonvisie gemeente Heumen geeft de voorkeur van inbreiding boven uitbreiding weer. In onderhavige situatie gaat het om de realisatie van 32 woningen op een transformatielocatie in de kern Overasselt. De ontwikkeling past zowel binnen de kwantiatieve als kwalitatieve behoefteraming voor de gemeente Heumen (en de regio) al op voorliggende locatie.

Door ontwikkeling hier is uitbreiding elders niet nodig. Met dit bestemmingsplan wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2 Provinciaal beleid

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

17

3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Provinciale staten hebben op 19 december 2018 de nieuwe Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat over ‘Gaaf Gelderland’. ‘Gaaf’ is een woord met twee betekenissen. ‘Gaaf’ betekent ‘mooi’ en gaat over wat – historisch en landschappelijk gezien - heel en mooi en ongeschonden is. Het beschermen waard! Maar ‘Gaaf’ verwijst ook naar dat wat ‘cool’ en nieuw en vernieuwend is; aantrekkelijk voor nieuwe generaties. Het ontwikkelen waard! Om Gelderland in de toekomst ‘gaaf’ te kunnen houden, dan moet daar nu wat voor gedaan worden. Er is sprake van grensoverschrijdende ontwikkelingen die ook Gelderland raken. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, verdere verstedelijking in combinatie met krimp, toenemende mobiliteit op de weg en in de lucht, digitalisering, internationalisering. Uitdagingen die om antwoorden vragen. Om met deze thema’s aan de slag te kunnen gaan heeft Gelderland haar inwoners, bedrijven, organisaties, en overheden nodig. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat centraal. Dat is het streven. Dat is waar men aan wil werken. Dit doet de provincie door bij de uitoefening van haar taken de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland.

Met behulp van zeven ambities – op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat – geeft Gelderland hier richting aan. Samen met de vier spelregels: doen, laten, zelf en samen vormt dit het kader waarbinnen wordt gewerkt en afwegingen worden gemaakt. Om de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland te kunnen realiseren worden deze uitgewerkt in een omgevingsverordening. De nieuwe omgevingsverordening is nog niet af. Daarom hebben Provinciale Staten een geconsolideerde omgevingsverordening vastgesteld, die ze aanpassen tot het moment dat de nieuwe omgevingsverordening wordt vastgesteld. Hierin staan de nu geldende regels voor de inrichting van de Gelderse leefomgeving. Aan die regels moet onderhavig plan voldoen. In de volgende paragraaf wordt aan daaraan getoetst. 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit de Omgevingsvisie te realiseren. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland.

Ze geeft hier richting aan door gezamenlijk zeven samenhangende ambities na te streven op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat en woon- en leefklimaat. In de verordening heeft ze alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. De Omgevingsverordening bestaat uit kaarten en regels die digitaal voor iedereen zijn ontsloten. Dit maakt het mogelijk dat iedereen voor elke locatie in Nederland kan zien welke mogelijkheden er zijn en welke beperkingen voor een locatie gelden. Iedereen weet daardoor welke regels op een bepaalde locatie gelden en waar zij aan toe is.

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

18

In de Omgevingsverordening zijn voor de op onderhavige locatie gewenste ontwikkeling regels gesteld. Het gaat om de regels in hoofdstuk 2 Ruimte, afdeling 2.1 Woonlocaties en recreatiewoningen, artikel 2.1 (regionale woonagenda) en 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) die van toepassing zijn. In deze regels wordt gesteld dat gemeentebesturen per regio een regionale woonagenda op moeten stellen. Nieuwe ontwikkelingen moeten daarbinnen passen. De regio waarvan de gemeente Heumen onderdeel is heeft een regionale woonagenda vastgesteld: woonagenda subregio Nijmegen e.o. 2020-2030. Onderhavige ontwikkeling is zowel kwantitatief (het initiatief is onderdeel van de 494 (380 + 30%) toe te voegen woningen in de gemeente) als kwalitatief (goedkope en middeldure woningen maken een substantieel onderdeel uit van het initiatief) passend daarin. Er is geen sprake van strijdigheden met de Omgevingsverordening Gelderland. 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1. Structuurvisie Heumen 2025 Voor het grondgebied van de hele gemeente Heumen is de structuurvisie Heumen 2025 opgesteld (vastgesteld 13 februari 2014). In deze visie wordt ten aanzien van de verschillende (gewenste) ruimtelijke ontwikkelingen een toekomstbeeld gegeven tot het jaar 2025.

Hierbij worden onder andere wonen en werken, recreatie en toerisme, natuur en landschap, verkeer, cultuurhistorie en duurzaamheid belicht. Daar onderhavige ontwikkeling gaat over een intiatief dat bestaat uit ‘Wonen’ in Heumen wordt hieronder op de daarvoor relevante onderdelen van de structuurvisie ingegaan. Wonen In kwalitatieve zin kent de gemeente Heumen een relatief eenzijdig opgebouwde woningvoorraad, bestaande uit met name grote eengezinswoningen (twee-onder-een-kap en vrijstaand). De huursector is er ten opzichte van omliggende gemeenten relatief klein. In alle dorpen wordt ingezet op de bouw van woningen, met gepaste aandacht voor starters, ouderen en jongeren in de verschillende prijscategorieën en waar nodig en mogelijk door aanpassingen aan de bestaande woningvoorraad. Woningbouw in de kernen Er wordt gebouwd ten behoeve van de leefbaarheid. Mede daarom wordt de woningbouwopgave verdeeld over alle kernen. In Malden gaat het om inbreiding. In de drie kleine kernen ligt de nadruk meer op gefaseerde en kleinschalige uitbreidingen. Het woningbouwprogramma wordt gestuurd op basis van de kwaliteiten van een locatie en de lokale behoefte. Voor Malden geldt dat geen uitbreiding meer aan de orde is, maar alleen inbreiding. Deze inbreiding vindt plaats op percelen waar bebouwing al aanwezig is en waar mogelijkheden ontstaan voor functiewijzigingen.

Groengebieden worden niet ingezet voor inbreiding, met uitzondering van de onbebouwde terreinen ten westen van de Rijksweg in het zuiden van Malden. De Kanaalzone wordt gezien als transformatiegebied binnen de

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

19

bebouwde kom van Malden en is in die zin een inbreidingslocatie. In de drie overige kernen wordt met name ingezet op uitbreiding. Deze uitbreidingen vinden gefaseerd plaats in relatie tot de behoefte in het dorp op locaties aan de randen van het dorp. Bij de uitbreiding is aandacht voor de verweving van de kwaliteiten van landschap en dorp met als doel het landschap/ het buitengebied ook tot bij het bestaande dorp te brengen. Inbreiding is mogelijk op bebouwde percelen waar functiewijzigingen plaatsvinden en niet mogelijk op bestaande open ruimten, tenzij er hierdoor een stedenbouwkundige versterking van een dorpslint plaatsvindt. Overasselt De ruimtelijke structuur van Overasselt wordt bepaald door de Hoogstraat, de Oude Kleefsebaan en de Kruisbergsestraat. Tezamen vormen deze drie wegen een driehoek met de punt naar het oosten. Binnen deze driehoek is vrijwel alle bebouwing gelegen. Het dorp maakt buiten de Hoogstraat een lommerrijke indruk, met name waar het grenst aan het buitengebied. Het dorp Overasselt beschikt over goede voorzieningen. Naast winkels voor de dagelijkse levensbehoeften en diverse winkels voor niet-dagelijkse levensbehoeften bevinden zicht er meerdere maatschappelijke voorzieningen, zoals een basisschool, een huisartsenpraktijk, een verenigingsgebouw, verenigingsleven en de kerk.

De ruimtelijke visie voor het dorp bestaat uit de volgende onderdelen: • • • • •

• • • •

Toekomstige dorpsuitbreiding vindt plaats aan de westzijde van het dorp met de Ewijkseweg als uiterste grens en de Zilverbergweg als uiterste zuidgrens; De verbinding tussen het dorp en de Maasdijk wordt versterkt door middel van de aanleg van een recreatief padennetwerk; Bij herstructureringen in het dorp wordt ingezet op een verdere vergroening van de woonomgeving; De Hoogstraat wordt heringericht ter versterking van de verblijfsfunctie van het gebied; Overasselt vervult een zekere centrumfunctie voor (kleinschalige) voorzieningen in het gebied ten westen van het Maas-Waalkanaal. Deze voorzieningen worden ruimtelijk geconcentreerd in en bij het Verenigingsgebouw; In het geval sprake is van ouderenhuisvesting door nieuwbouw of herstructurering, dan vindt dit plaats in de directe nabijheid van het Verenigingsgebouw; Ten zuiden van de Oude Kleefsebaan vindt geen bebouwing plaats; De westzijde van het dorp wordt in relatie met nieuwe woningbouw meer aantrekkelijk landschappelijk ingepast, waarbij het landschap ook meer het dorp in wordt gebracht. De visie heeft voor ogen de bevolking in de dorpen te behouden en daarmee bij te dragen aan de leefbaarheid en een gefaseerde groei van het dorp. Daarnaast zijn thema's als zorg dragen voor het behoud van de groene kwaliteiten van het dorp en een veiliger woon- en leefklimaat ambities van de gemeente.

Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van 32 woningen aan de Hoogstraat, Garstkampsestraat en Laagstraat mogelijk. Gebouwd wordt voor alle doelgroepen, waaronder starters en senioren. Het gaat om de transfomatie van een bestaand bebouwd gebied met functies waaraan minder behoefte is dan wel die op een plek zoals deze niet

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

20

(meer) passend zijn. Het gaat dan ook om een plek die conform de structuurvisie passend is voor herontwikkeling naar wonen (inbreiding op een bebouwd perceel). Aan de Hoogstraat is, aan de voorzijde van de ontwikkeling, een grote openbare ruimte bedacht. Dit sluit aan bij de ruimtelijke visie voor de Hoogstraat om hier de verblijfsfunctie te versterken. Het voornemen verbetert de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. Gezien voorgaande past het planvoornemen binnen de Structuurvisie Heumen 2025. 3.3.2 Woonvisie gemeente Heumen Op 1 november 2017 heeft de gemeente Heumen haar Woonvisie Heumen vastgesteld. Prettig wonen in een groene en landelijke gemeente is het uitgangspunt om een goed woonmilieu tot stand te brengen dat bijdraagt aan een hoge kwaliteit van leven. De bestaande woningvoorraad is het vertrekpunt, nieuwbouw is een aanvulling hierop. Dus eerst kijkt de gemeente naar mogelijkheden in (aanpassing van) de bestaande voorraad. Nieuwbouw is een kwalitatieve aanvulling op de bestaande voorraad en heeft een toekomstbestendige kwaliteit. Ook wordt eerst gekeken of er ruimte is binnen de dorpen en dan pas naar locaties buiten de bestaande dorpsgrenzen. Belangrijke punten voor de nieuwbouw zijn dat de woning duurzaam is en bij voorkeur levensloopgeschikt.

Voor de behoefteraming gaat de gemeente uit van de korte termijn van de provinciale prognoses, waarvoor in de (sub)regio afspraken zijn gemaakt. Op basis hiervan is er binnen de gemeente van 2020 tot en met 2030 behoefte aan 494 woningen. Gezien de veranderde bevolkingsopbouw en huishoudingssamenstelling wonen mensen steeds vaker in kleine huishoudens. Veel kleine huishoudens hebben traditionele woonwensen en willen een gezinswoning. Hierin wil de gemeente Heumen in haar woningvoorraad voorzien. Een deel kiest echter voor gemak en kleiner wonen. Dit aanbod is beperkt in de gemeente Heumen. De gemeente wil hierop inspelen. De doelgroepen waarop de gemeente specifiek haar beleid richt zijn starters, senioren, lagere inkomens en middeninkomens. Dit plan maakt 32 woningen mogelijk. De ontwikkeling past binnen de behoefte volgens de provinciale prognose van 494 (380 + 30%) woningen tussen 2020 en 2030. In de woonvisie benadrukt de gemeente het belang van passende woningen voor kleine huishoudens zoals starters en lagere inkomens, maar ook ziet de visie specifiek toe op aanbod voor middeninkomens en senioren. Onderhavige ontwikkeling sluit hierbij deels aan. Er worden zowel woningen voor starters (kleiner en betaalbaar) als senioren (gelijkvloers/ volledig programma op begane grond) ontwikkeld.

De woningen zijn van de categorieen betaalbaar (koop tot NHG-grens en huur tot € 1000,- per maand (prijspeil 1-1-2021)) en duurder. Onderhavige ontwikkeling is passend binnen de Woonvisie gemeente Heumen.

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

21

4. Milieuhygiënische aspecten 4.1 Algemeen Bij ruimtelijke ingrepen is het van belang dat sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat. Om die reden moet in een bestemmingsplan aannemelijk worden gemaakt dat aan de milieuwetgeving kan worden voldaan. Het milieubeleid bestaat uit diverse wet- en regelgeving, waarvan een deel ruimtelijk relevant is. Deze milieunormen hebben een indirecte (zonering) en directe (sectorale wetgeving die opgenomen wordt in het bestemmingsplan, zoals de Wet Geluidshinder, Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen) werking. In dit hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan. 4.2 Akoestiek Beleidskader De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De Wet geluidhinder bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Indien een nieuwe geluidsbron mogelijk wordt gemaakt dient volgens de Wet geluidhinder in beeld gebracht te worden of en welke gevolgen dit heeft voor eventuele naastgelegen geluidsgevoelige objecten. Consequenties Het plan bevat 32 nieuwe geluidgevoelige objecten.

Wegverkeerslawaai De nieuwe geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen de geluidzone van één weg, de Hoogstraat. Deze weg heeft een 50-km/ uur regime en heeft daarmee op basis van de Wet geluidhinder een geluidzone. De Hoogstraat is een goed gedimensioneerde doorgaande weg met asfaltbestrating. Alle andere rondom het plangebied gelegen wegen zijn 30 km/ uur wegen. Het gaat dan om de Laagstraat en de Garstkampsestraat. Voor de Laagstraat en de Garstkampsestraat geldt dat deze wegen relatief smal zijn en slechts zijn bedoeld voor bestemmingsverkeer. De verkeersintensiteit is hier laag, mensen rijden niet hard. Deze wegen hebben geen wettelijke geluidszone (Wet geluidhinder). Deze wegen zijn wel relevant als het gaat om een goede ruimtelijke ordening. Door Nipa Milieutechniek is met die redenen voor alledrie de wegen een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 8) en kent de navolgende conclusie: “Uit de berekeningsresultaten blijkt dat op de gevels van de nieuwe woonbestemming de geluidbelasting ten hoogste 57 dB inclusief aftrek ex. artikel 110g Wgh bedraagt vanwege het wegverkeer op de Hoogstraat. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB van wegverkeerslawaai wordt overschreden op de appartementen aan de zijde van de Hoogstraat. Aan de maximale ontheffingswaarde wordt voldaan.

Een aanvraag om een hogere waarde voor

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

22

wegverkeerslawaai is noodzakelijk. Voor de geluidbelastingen en de motivatie wordt verwezen naar het voorgaande hoofdstuk. Bij de berekende geluidbelasting van ten hoogste 62 dB vanwege wegverkeerslawaai van alle betrokken wegen is een geluidwering van de gevel van minimaal 29 dB vereist om het woonen leefklimaat van de appartementen te waarborgen. Dit moet met een onderzoek naar de geluidwering van de gevel worden aangetoond. De woningen kunnen worden gerealiseerd binnen de voorwaarden van het gemeentelijk geluidbeleid onder de in paragraaf 4.5 vermelde voorwaarden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden aangetoond dat het woon- en leefklimaat van de nieuwe appartementen is gewaarborgd. Voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning activiteit ‘Bouwen’ voor de nieuwe appartementen is het noodzakelijk dat aangetoond wordt dat wordt voldaan aan de eis van de minimale karakteristieke geluidwering Gak van de gevels.” Wegverkeerslawaai vormt – mits een hogere waarde is verleend en is aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar binnengeluidsniveau (33 dB) - geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. De hogere waarde procedure loopt gelijk op met de bestemmingsplanprocedure. Om zeker te stellen dat sprake is van een aanvaardbaar binnengeluidsniveau is in de regels van het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen.

Industrielawaai In de omgeving van het planbied zijn meerdere maatschappelijke functies gelegen. Het gaat om een museum, kerk en school. Ook is een restauratiewerkplaats voor antieke meubelen vergund. Verder is sprake van woningen, bijbehorende tuinen, groen, water en gronden die voor agrarische doeleinden worden gebruikt. Op basis van de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering gelden voor de genoemde functies de in de tabel opgenomen richtafstanden voor het aspect geluid. Ook zijn in de tabel de feitelijke afstanden van het bestemmingsvlak van de functie totaan de meest nabijgelegen gevel in het plangebied weergegeven. functie

sbi-code

richtafstand geluid rustige woonwijk 10 meter

feitelijke afstand

Museum (bestemd)

9101, 9102

Restauratiewerkplaats 952 voor antieke meubelen (vergund)

10 meter

18 meter

Kerk

30 meter

42 meter

9491

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

18 meter

23

School

852, 8531

30 meter

80 meter

De richtafstanden worden voor alledrie de omliggende functies gehaald. Deze functies vormen voor wat betreft geluidshinder dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling of andersom de ontwikkeling vormt geen belemmering voor deze functies. Industrielawaai vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Rail- en luchtverkeerlawaai Er is geen onderzoek naar rail- en luchtverkeerslawaai uitgevoerd, omdat de ontwikkeling niet is gelegen in de geluidszone van een spoorweg of aanvliegroute van een vliegveld. Onderzoek hiernaar is derhalve niet nodig. Rail- en luchtverkeerslawaai vormen geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Geluid vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.3.1 Archeologie Beleidskader De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden.

De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Consequenties Op onderstaande uitsnede van de archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Heumen is weergegeven dat het plangebied een archeologisch en bouwhistorisch kansrijke locatie (historische bewoningskern, kasteelterrein, verdedigingswerk, begraafplaats) is en er een omvangrijke boerderij heeft gestaan.

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

24

Voor de waarborging van deze potentieel archeologisch kansrijke locatie is in het vigerende bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’ opgenomen. Voor deze gronden geldt dat voor grondwerkzaamheden met een oppervlakte van minimaal 200 m2 en dieper dan 40 cm archeologisch onderzoek is vereist. Aangezien ter plaatse meer dan 200 m2 dieper dan 40 cm beneden maaiveld wordt geroerd is door KSP Archeologie een archeologisch bureauonderzoek opgemaakt. Het onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 1) en kent de navolgende samenvatting. “Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op basis van de landschappelijke ligging op een rivierduin met ten oosten daarvan een restgeulen de vele archeologische vindplaatsen in de omgeving is een hoge archeologische verwachting toegekend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat- Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Deze resten worden op enige diepte verwacht, vanaf 70 à 150 cm-mv, onder het opgebrachte humeuze dek. Bekend is dat in het noordwesten van het plangebied een boerderijplaats ‘Bakelaar’ aanwezig was met ten oosten van het plangebied een huisplaats die in handen was van dezelfde eigenaar.

Met name in het noorden geldt daarom ook een hoge verwachting voor een huisplaats uit de Late Middeleeuwen tot en met Nieuwe tijd. Deze resten kunnen vanaf het maaiveld worden verwacht.

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

25

Er kunnen tevens archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog aanwezig zijn in het plangebied, maar door het ontbreken van een linie in nabijheid van het plangebied wordt de kans op archeologische resten klein geacht. Ten westen van het plangebied is tijdens archeologische booronderzoek in 2008 een humeus pakket aangetroffen met puinresten dat in de decennia daarvoor bleek te zijn op/ingebracht. Het is niet volledig uitgesloten dat in het plangebied de bodem op vergelijkbare wijze is verstoord, aangezien de dikte van het humeuze pakket dat is waargenomen tijdens het milieukundig onderzoek vergelijkbaar qua dikte was. Gezien de verwachtte diepteligging zal bij het verwijderen van de bestaande verharding en de tanks en de sloop al archeologische resten aan het licht kunnen komen. Normaliter zou het advies zijn om middels een gravend onderzoek in kaart te brengen of de huisplaats uit minimaal de 19e eeuw een behoudenswaardige vindplaats is. Daarvoor zou dan eerst een Programma van Eisen (PvE) opgesteld moeten worden en ter goedkeuring voorgelegd moeten worden aan de bevoegde overheid. In de braakliggende delen van het plangebied lijkt een optie te zijn om middels een proefsleuvenonderzoek de eventuele nog aanwezige vindplaatsen te waarderen.

Aangezien de dikte van het verstoorde humeuze pakket met veel puin ten westen van het plangebied vergelijkbaar is met de dikte van het humeuze pakket (zonder puin) in het plangebied zou overwogen kunnen worden om eerst een verkennend en karterend booronderzoek uit te voeren om te bepalen of een gravend archeologisch onderzoek noodzakelijk is.” Het onderzoek is voorgelegd aan het bevoegd gezag (gemeente) ter beoordeling. Het bevoegd gezag heeft het rapport beoordeeld. De beoordeling is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 5), waarin het navolgende selectiebesluit is geformuleerd. “De gemeente is akkoord met het advies van KSP betreffende de twee voorstellen/opties voor vervolgonderzoek. De argumenten voor beide voorstellen zijn in het advies helder verwoord. De verwachting is dat het proefsleuvenonderzoek sowieso plaats dient te vinden ten aanzien van de historische boerderijplaats, waarbij tevens een eventuele oudere vindplaatsen kunnen worden opgespoord.

De keuze om daaraan voorafgaand een – in ieder geval – verkennend booronderzoek uit te voeren om grip te krijgen op een eventueel recent puinpakket, zoals ook aangetroffen ten westen van het plangebied, dient door de archeologisch adviseur in overleg met de initiatiefnemer nader te worden afgestemd.” Omdat het onderzoek niet heeft uitgesloten dat ter plaatse potentieel geen archeologische resten aanwezig zijn en dus vervolgonderzoek nodig is, is in dit bestemmingsplan de dubbelbestemming ter bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden zoals van kracht is in het vigerende bestemmingsplan overgenomen. Dit betekent dat alvorens men graafwerkzaamheden gaat uitvoeren een archeologisch rapport moet worden overlegd waaruit blijkt dat geen archeologische resten worden aangetast. Het is aan de initiatiefnemer

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

26

in overleg met hun archeologisch adviseur om te bepalen van welke in het bureauonderzoek voorgestelde onderzoeksmethoden voor vervolgonderzoek gebruik wordt gemaakt.

4.3.2 Cultuurhistorie Beleidskader Volgens de Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 van kracht is geworden, dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening te worden gehouden met het aanwezige cultureel erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet (of het overgangsrecht totdat deze in werking is getreden) maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Consequenties Op de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Heumen (zie de uitsnede van de kaart ter hoogte van het plangebied hieronder) is weergegeven dat op een deel van het perceel een omvangrijke boerderij aanwezig was en ook een bijgebouw. Deze zijn niet meer aanwezig. Omdat het perceel opnieuw bebouwd wordt en daarbij grond wordt geroerd, is archeologisch onderzoek aan de orde. Mogelijk dat vondsten worden gedaan die verband houden met de voormalige bebouwing. De Garstkampsestraat stamt van voor 1832 en de Laagstraat stamt ook uit die periode, maar is deels verloren gegaan. De Hoogstraat is op de kaart aangeduid als een kade van voor 1832. In voorliggend plan worden deze straten gerespecteerd, gezien de ontwikkeling plaatsvindt binnen de perceelsgrenzen. Hiermee blijven deze structuurelementen behouden.

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

27

Door de ontwikkeling worden geen specifieke cultuurhistorische waarden aangetast. Hiermee kan worden gesteld dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor het planvoornemen. 4.4 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader Voor de milieuzonering van bedrijven in ruimtelijke plannen geldt in het algemeen geen wettelijk kader. Wel is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, zoals woningen: • ter plaatse van de woning(en) een goed woon- en leefklimaat wordt gegarandeerd; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Consequenties Het betreft hier de ontwikkeling van 32 nieuwe woningen zijnde gevoelige bestemmingen. Nabijgelegen zijn drie maatschappelijke functies, een museum, kerk en school. Ook is een restauratiewerkplaats voor antieke meubelen vergund. In de tabel hieronder zijn de richtafstanden die gelden voor deze functies ten opzichte van gevoelige functies (woningen) zoals opgenomen in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering opgenomen. Ook is de feitelijke afstand tussen de bestemmingsvlakken van de maatschappelijke functies en restauratiewerkplaats en de meest nabijgelegen gevel van de gevoelige functie weergegeven. functie

sbicode

richtafstand geur rustige woonwijk

Museum (bestemd)

9101, 9102

0 meter

richtafstand richtafstand richtafstand feitelijke stof rustige geluid gevaar afstand woonwijk rustige rustige woonwijk woonwijk 0 meter 10 meter 0 meter 18 meter

Restauratie- 952 werkplaats voor antieke meubelen (vergund)

0 meter

0 meter

10 meter

10 meter

18 meter

Kerk

9491

0 meter

0 meter

30 meter

0 meter

42 meter

School

852, 8531

0 meter

0 meter

30 meter

0 meter

80 meter

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

28

In bovenstaande tabel is zichtbaar dat voor onderhavige ontwikkeling alleen het aspect geluid een richtafstand kent. Dat betekent dat alleen voor dat aspect een richtafstand in acht moet worden genomen tussen het bestemmingsvlak van de functie en het nieuwe gevoelige object. De richtafstanden worden voor alle functies gehaald. Dit houdt in dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat de maatschappelijke functies door de ontwikkeling in hun ‘bedrijfs’voering niet worden belemmerd. Nader onderzoek kan achterwege blijven. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling of andersom de ontwikkeling vormt geen belemmering voor nabijgelegen niet gevoelige functies. 4.5 Bodem Beleidskader Vastgelegd is dat in bestemmingsplannen moet worden beschreven wat de bodemkwaliteit van het betreffende gebied is. Voor het betrekken van bodeminformatie bij het opstellen van bestemmingsplannen zijn enkele vragen relevant: 1. is er bodemverontreiniging die de functiedoelen kan frustreren; 2. zijn er gezondheids- of ecologische risico's en gebruiksbeperkingen voor de beoogde functies; 3. wat zijn de mogelijkheden om er tijdig iets aan te doen in termen van resultaten, kosten en kostendragers. Consequenties Door Montferland Milieu B.V. is om de bodemkwaliteit in het plangebied in beeld te brengen een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd.

De rapportage van het onderzoek is bijgevoegd bij dit bestemmingsplan (bijlage 2). De conclusies en aanbevelingen van het onderzoek zijn als volgt. “Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: • Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn geen indicaties waargenomen die hierop duiden. • In geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater is de interventiewaarde overschreden. • Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. • Uit milieukundig oogpunt is er naar onze mening geen bezwaar tegen de voorgenomen transactie en toekomstige bestemmingsplanwijziging. • Ter plaatse van D-MM04 en E-MM05 kunnen formeel gezien worden als ‘nieuw geval van bodemverontreiniging’. Indien het geval zal de verontreiniging weggenomen dienen te worden, zoveel als redelijkerwijs mogelijk en doelmatig is. Bij het wegnemen van de minerale-olieverontreiniging worden de overige lichte verontreinigingen eveneens verwijderd. Wij adviseren dit voor te leggen bij de gemeente Heumen.”

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

29

De rapportage van het uitgevoerde onderzoek is voorgelegd aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag heeft het onderzoek beoordeeld en heeft het akkoord bevonden. De beoordeling is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 7). Bodem vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4.6 Externe Veiligheid Beleidskader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt.

Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in

Bestemmingsplan ‘Overasselt, Hoogstraat 4’ – 6 oktober 2022

30

hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moetenkomen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Wanneer verantwoorden? Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb) Spoor-, rijks- en waterwegen (Bevt)

Wanneer groepsrisicoverantwoording? Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit wordt genomen. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11782111/1