Bijlage III Vast te stellen bestemmingsplan, toelichting incl. bijlagen
Tekst van het document
9 www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl. Gemeente Heumen, sectie E, blad 12. Minuutplans zijn de oorspronkelijke kadastrale kaarten die zijn vervaardigd vanaf 1811 en 1812 in navolging van de Fransen o.l.v. Napoleon Bonaparte. Het zijn grondbeschrijvingen (kadasters) van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen. Voor Limburg werden deze kaarten rond 1840 vervaardigd.
10 OAT = Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel. Dit is een register uit 1832 waarin diverse gegevens in vermeld staan die betrekking hebben op de betreffende percelen, zoals de eigenaar, beroep en woonplaats, alsmede het grondgebruik en de oppervlakte.
Pagina 12 van 31
Archeologisch onderzoek Vosseneindseweg 46 te Heumen/ AM19138
buurtschap Heide. Ook op de kaart uit 1875 is het plangebied onbebouwd en deels als bos in gebruik (figuur 4). In 1900 en 1935 is er niet veel veranderd in het plangebied. Op de kaart uit 1978 is er nu ook bebouwing te zien aan de oost zijde van het plangebied. Het noordelijk deel is nu ook in gebruik als bouwland.
Figuur 3 : Kadastraal minuutplan www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl).
uit
circa
1811-1840
met
in
het
rood
het
plangebied
aangegeven
(Bron:
Pagina 13 van 31
Archeologisch onderzoek Vosseneindseweg 46 te Heumen/ AM19138
Figuur 4 : Historisch kaartmateriaal uit respectievelijk circa 1845-1850, 1900, 1935 en 1978, met in het rood het plangebied aangegeven (Bron: www.topotijdreis.nl).
Pagina 14 van 31
Archeologisch onderzoek Vosseneindseweg 46 te Heumen/ AM19138
4.
VERWACHTINGSMODEL
Jager-verzamelaars uit het paleolithicum en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten in het landschap gekozen. Bij voorkeur in de buurt van (open) water. Nabij gelegen watervoorzieningen waren belangrijk voor drinkwater en vanwege de aanwezige biodiversiteit. Dit vergemakkelijkt de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied op een dekzandrug/-welving al dan niet met oud bouwlanddek. Het AHN laat zien dat het plangebied relatief hoog in het landschap. In de beginperiode (laatpaleolithicum) zal de zone waarin het plangebied ligt nog onderhevig zijn geweest aan de invloed van de rivier de Maas. Op de drooggevallen rivierbeddingen vond tijdens het Preboreaal gedeeltelijk duinvorming plaats en werd komklei afgezet. De hoger gelegen zones van en direct rondom de rivierduinen kunnen in die periode aantrekkelijke bewoningslocaties zijn geweest. Er zijn geen vuursteenvondsten bekend uit het mesolithicum en er is geen sprake van watervoorzieningen in de omgeving van het plangebied. Daarom geldt voor het plangebied een lage verwachting voor de periode laat-paleolithicum en het mesolithicum (tabel 2). Binnen het plangebied worden enkeerdgronden verwacht. Deze gronden hebben een dek (eerdlaag).
Eventuele aanwezige resten worden onder het verwachte (plaggen)dek of eerdlaag tot in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen en artefacten van vuursteen. Vanaf het neolithicum ontstaan de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door sedentaire nederzettingen. De nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren. Vanaf het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen heeft men nog steeds een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden. In deze periode zal men voornamelijk gekozen hebben voor de centrale van de hooggelegen (dek)zandgronden. Het plangebied ligt centraal op een uitloper van de hooggelegen zandgronden. In de omgeving van het plangebied zijn meerdere nederzettingsresten bekend uit de periode vanaf de bronstijd, ijzertijd, Romeinse tijd en uit de vroege middeleeuwen. Deze bevinden zich grotendeels binnen de hoger gelegen delen, nabij en op de landduinen. Op basis hiervan geldt een hoge verwachting voor nederzettings- en begravingsresten uit de periode neolithicum tot en met de ijzertijd en voor nederzettingen uit de Romeinse tijd en vroege middeleeuwen.
Resten uit de periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen worden onder het plaggendek/ eerdlaag tot in de oorspronkelijke bodem verwacht en bestaan uit een cultuurlaag, fragmenten aardewerk en gebruiksvoorwerpen. Het plangebied ligt aan de Vosseneindseweg, ten westen van de historische van oorsprong laatmiddeleeuwse dorpskern van Heumen. Uit de bestudering van historische kaarten blijkt dat de Vosseneindseweg als de omliggende wegen omstreeks 1800 al bestaande wegen zijn. Aan deze wegen ontstaat echter sporadisch bebouwing vanaf circa 1900. Het plangebied blijft onbebouwd tot in de huidige periode en is tot die tijd in agrarisch gebruik geweest. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting voor nederzettings- en bebouwingsresten uit de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Resten worden verwacht vanaf het maaiveld.
Pagina 15 van 31
Archeologisch onderzoek Vosseneindseweg 46 te Heumen/ AM19138
Periode
Verwachting
Verwachte kenmerken vindplaats
Diepteligging sporen
Laat-paleolithicum
Laag
Bewoningssporen, kampementen: vuursteen artefacten, haardkuilen
Onder het plaggen- of eerddek in de oorspronkelijke bodem, binnen 1,0 meter -mv
Mesolithicum
Laag
Bewoningssporen, kampementen: vuursteen artefacten, haardkuilen
Onder het plaggen- of eerddek in de oorspronkelijke bodem, binnen 1,0 meter -mv
Neolithicum – vroege middeleeuwen
Hoog
Nederzettings- begravingsresten, vuursteen, fragmenten aardewerk, natuursteen en gebruiksvoorwerpen
Onder het plaggen- of eerddek in de oorspronkelijke bodem, binnen 1,0 meter -mv
Late middeleeuwen – nieuwe tijd
Middelhoog
Cultuurlaag, fragmenten aardewerk, Sporen van agrarische activiteiten en losse fragmenten aardewerk
Vanaf het maaiveld
Tabel 2 : Archeologische verwachting per periode Vosseneindseweg 46.
Bodemverstoring Voor zover bekend is het plangebied onbebouwd gebleven. De verwachte aanwezigheid van een eerdlaag kan een indicatie zijn dat resten onder deze eerdlaag beschermd zijn gebleven, maar kan ook een aanwijzing zijn van diepploegen in het verleden. Hierdoor kunnen eventueel aanwezige archeologische resten verstoord zijn geraakt en/of niet meer in situ aanwezig zijn. Ook kunnen binnen het plangebied kabels en leidingen aanwezig zijn die voor een bodemverstoring hebben gezorgd.
Pagina 16 van 31
Archeologisch onderzoek Vosseneindseweg 46 te Heumen/ AM19138
5.
VELDWERKZAAMHEDEN
5.1
Algemeen
Het doel van het booronderzoek d.m.v. boringen is het toetsen van de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied (hoofdstuk 4). Hiertoe zijn op 7 mei 2019 verkennende boringen gezet (zie bijlagen 2). Er zijn zes boringen gezet tot een maximale diepte van 460 cm –mv. De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 10 cm. De boorkernen zijn beschreven (zie bijlage 8) en gefotografeerd. Het plangebied is momenteel in gebruik als akkerland (Figuur 5). Door de aanwezigheid van gras kon er geen aanvullende veldkartering worden uitgevoerd. De hoogt van het maaiveld is grotendeels gelijk en ligt op 10,39 m +NAP tot 11,06 m +NAP. In het veld is geconstateerd dat een soort rugvormige glooiing centraal over het plangebied loopt met een grofweg oost-west oriëntatie. Boring 2 is in het veld iets verschoven om in de waargenomen ‘hoogte’ te vallen.
Figuur 5 : Zicht op het plangebied gezien in noordoostelijke richting. (Foto mei 2019).
5.2
Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw
De bovengrond in de boringen bestaat uit donker grijsbruin zeer fijn zand. Het gehele pakket is zwak humeus, matig wortelhoudend en heeft een dikte tussen 40 tot 65 cm. Hieronder bevindt zich een sterk afwisselend beeld. In boring 1 is er sprake van een zogenaamde fining upward sequence. Dit wil zeggen dat onderaan het opgeboorde materiaal zandiger is dan bovenin. Onder het zandpakket volgt aan donkerbeige matig siltig kleipakket. In boringen 3, 4, 5 en 6 volgt onder de toplaag een pakket zwak siltig zeer fijn tot matig fijn zandpakket. Op 140 Pagina 17 van 31
Archeologisch onderzoek Vosseneindseweg 46 te Heumen/ AM19138
en 160 cm – mv werden in boringen 5 en 6 brokken klei aangetroffen. In boring 4 is dit pakket in enige mate verbruind. Het eerder beschreven zandpakket ontbreekt in boring 2. In boring 2 volgt onder de toplaag een matig fijn zand, zwak kleiig met een donker beige-bruine kleur. Dit pakket is heeft een dikte van 50 cm. Deze laag werd ook aangetroffen in boringen 5 en 6 en bevindt zich tussen 150 en 200 cm – mv. In boring 6 werden brokken klei in dit zandpakket aangetroffen. Daaronder volgt een matig tot zeer fijn zandpakket in boring 2 en 6. Het pakket bevat sporen van houtskool in boring 2. In boring 3 bestaat het diepste deel van de boring uit een zwak zandig kleipakket waarin sporen van houtskool werden aangetroffen. Daarboven ligt een pakket zwak siltig matig tot zeer fijn zand.
5.3 Interpretatie Binnen het plangebied is er sprake van een aanzienlijke lithologische variatie. De bodem bestaat uit een afwisseling van voornamelijk siltige zandlagen maar ook klei en zandige kleilagen zijn aanwezig op verschillende dieptes. Het maaiveld heeft een verloop van 60 centimeter, waarbij de rugvormige glooiing in het centrale deel van het plangebied hoger gelegen is. Vermoedelijk heeft de direct in het zuiden gelegen oude stroomgordel van de Maas, welke nog altijd lager in het landschap is gelegen, altijd dienst gedaan als ‘’watervoerende’’ laagte. De dieper liggende kleiige lagen die worden afgedekt door de zandlagen met brokken “zware zavel”, worden geïnterpreteerd als resten van een ouder oppervlak, vermoedelijk laat glaciaal. De top is onderinvloed van natuurlijke processen in enige mate verweerd, dit is vermoedelijk gebeurt onder invloed van bio-/cryoturbatie of water. Hierop hebben eolische afzettingen het bovenliggende zandpakket gevormd. Hierboven ligt het humeuze pakket van de moderne bouwvoor. De overgang tussen deze twee lage is scherp . Dit kan mogelijk toegeschreven worden aan de ploegwerkzaamheden ten behoeve van akkerbouw en wordt gezien als een zogenaamd A-C profiel.
5.4
Archeologische indicatoren
Alhoewel geen doel van een verkennend veldonderzoek met boringen, is gelet op de aanwezigheid van archeologische indicatoren in de boringen die kunnen wijzen op archeologische waarden in de ondergrond. Ook is gelet op materiaal op het maaiveld. Er zijn geen archeologische indicatoren die wijzen op archeologische waarden in de ondergrond aangetroffen. De aangetroffen houtskool is niet noodzakelijkerwijs een indicator voor menselijk handelen en hierdoor niet als zodanig geïnterpreteerd.
Pagina 18 van 31
Archeologisch onderzoek Vosseneindseweg 46 te Heumen/ AM19138
6.
CONCLUSIE
6.1
Algemeen
Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodem sterk wisselt in samenstelling en opbouw. In de ondergrond zijn afzettingen aangetroffen met brokken klei. Deze brokken klei liggen op een kleiig pakket en vormen vermoedelijk de in enige mate geërodeerde top van een mogelijk laat glaciaal oppervlak. Hierboven zijn onder invloed van wind zanden afgezet welke in de omgeving onder andere ook rivierduinen hebben gevormd. Op dergelijke gronden kunnen archeologische resten nog aanwezig zijn, ondanks de aanwezigheid van een A-C profiel. Ook op het diepere niveau kan niet worden uitgesloten dat er sprake is van een kans op paleolithische resten. Hoewel deze in het bureauonderzoek worden beschreven als een lage verwachting is dit meer te wijten aan de zeldzaamheid dan aan de potentie die het onderliggende pakket vertoond. Op basis van deze gegevens blijven de in het bureauonderzoek opgestelde verwachtingen gehandhaafd. De potentiele Romeinse weg die het perceel mogelijk doorkruist is niet aangetroffen, maar dergelijke wegen kunnen onzichtbaar zijn voor deze onderzoeksmethode.
6.2
Beantwoording van de onderzoeksvragen •
Is er sprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten? Ja direct onder de bouwvoor kunnen resten worden aangetroffen en op een dieper niveau, waar vermoedelijk sprake is van een laat glaciaal oppervlak.
•
In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten? Beide niveaus zullen enige mate van aantasting hebben ondervonden, het laat glaciale niveau als gevolg van natuurlijke invloeden. De top van de eolische afzettingen als gevolg van ploegactiviteiten. Echter is het in dergelijke bodems lastig te duiden hoe intensief er geakkerd is waardoor ook geen inzicht verworven kan worden over de kwaliteit van de mogelijk aanwezige resten.
•
Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten door de voorgenomen bodemingrepen? Direct onder de bouwvoor kunnen resten worden aangetroffen in de top van de eolische afzettingen, dit is vanaf circa 40 cm-mv. Het vermoedelijk laat glaciale niveau kan worden aangetroffen vanaf circa 1,5 meter -mv. Ingrepen dieper dan 20 cm -mv kunnen als bedreigend voor het bodemarchief worden beschouwd.
Pagina 19 van 31
Archeologisch onderzoek Vosseneindseweg 46 te Heumen/ AM19138
7.
AANBEVELINGEN
Op basis van het uitgevoerde verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodem in het plangebied grofweg in twee fasen is onder te verdelen. Het bovenste niveau is een dekzand afzetting die in de omgeving onder andere ook rivierduinen heeft opgeworpen. Op dergelijke gronden kunnen archeologische resten worden aangetroffen. Op een dieper niveau komen resten voor van een ouder oppervlak, vermoedelijk een laat glaciaal niveau. Hoewel de verwachting hiervoor laag is, kan niet volledig worden uitgesloten dat hier paleolithische resten in aangetroffen worden. Deze inzichten leiden tot het advies dat ter plaatse van het plangebied een vervolgonderzoek dient te worden uitgevoerd. Dit onderzoek kan middels proefsleuven worden uitgevoerd, maar gezien de aard van de mogelijke sporen is het mogelijk wenselijk eerst een karterend booronderzoek uit te voeren waarbij beide potentiele niveaus bemonsterd dienen te worden. Indien gekozen wordt voor de karterende optie is het aan te bevelen een enkele raai boringen met een onderlinge afstand van 1 meter tussen de boringen haaks op de potentiele Romeinse weg te zetten. Dit advies moet gecontroleerd en beoordeeld te worden door de bevoegde overheid, in dit geval de gemeente Heumen. Deze zal vervolgens een besluit nemen over de vervolgprocedure.
Tot die tijd kan er nog niet begonnen worden met bodemverstorende activiteiten of activiteiten die voorbereiden op bodemverstoringen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn. Indien in het plangebied toch archeologische sporen of resten worden aangetroffen dient hiervan melding te worden gemaakt bij de Minister van OCW (in de praktijk de RCE) of zoals gangbaarder is bij de gemeente conform Artikel 5.10. (Archeologische toevalsvondst) van de Erfgoedwet 2016.
Pagina 20 van 31
Archeologisch onderzoek Vosseneindseweg 46 te Heumen/ AM19138
LITERATUURLIJST Bakker, de, H., 1966: De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland, in Boor en spade: verspreide bijdragen tot de kennis van de bodem van Nederland, Wageningen. Bakker de, H en J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2008: Landschappelijk Nederland. Fysische geografie van Nederland, Assen. Berendsen, H.J.A., 2004 (herdruk 2008): De vorming van het land. Inleiding in de geologie en Geomorfologie, Assen. Berkel, G. van, en K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie, Utrecht (Prisma). Cohen, K., E. Stouthamer, H.J. Pierik en A.H. Geurts, 2012: ‘Description of Channelbelts 2012’, in Rhine-Meuse Delta Studies’Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography, Utrecht (Dept. Physical Geography). Hiddink, H. & H. Renes, 2007. De oudere akkercomplexen in de oostelijke helft van Noord-Brabant en het noorden en midden van Limburg. In: J. Deeben, M. de Boer, J. van Doesburg, B. Groenewoudt & T. de Groot (red.), Essen in zicht. Essen en plaggendekken in nederland: onderzoek en behoud. RCE Amersfoort, pp. 129– 152 (Zuidnederlandse Archeologische Rapporten 11). Keunen, L.J., S. van der Veen en N.W. Willemse, 2013: Een verscheidenheid aan landschappen tussen Maas en Nederrijkswald.
Actualisatie archeologische waarden- en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Heumen, Weesp (RAAP rapport 2739). Mulder, de, E.J.F./ M.C. Geluk/ I. Ritsema/ W.E. Westerhoff/ T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Utrecht. SIKB, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek, Deel: karterend booronderzoek, Gouda. Digitale bronnen: www.archis.cultureelerfgoed.nl www.arcgis.com www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl www.bhic.nl www.topotijdreis.nl
Archeologische kaarten en databestanden: Alterra 2009: Bodemkaart van Nederland, blad 45 Oost en 46 West, Wageningen. Archeologische Monumenten Kaart (AMK, Archis2 en 3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. Archeologisch Informatie Systeem (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015. Archeologische waarden- en verwachtingskaart gemeente Heumen,2013.
Pagina 21 van 31
Archeologisch onderzoek Vosseneindseweg 46 te Heumen/ AM19138
Pagina 22 van 31
Archeologisch onderzoek Vosseneindseweg 46 te Heumen / AM19138
BIJLAGE 1 Topografische overzichtskaart
Omgevingskaart
Klantreferentie: AM19138-bf
0m
125 m
Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object Heumen I 809 CC-BY Kadaster.
625 m
Schaal 1: 12500
Archeologisch onderzoek Vosseneindseweg 46 te Heumen / AM19138
BIJLAGE 2 Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten
Archeologisch onderzoek Vosseneindseweg 46 te Heumen / AM19138
BIJLAGE 3 Overzicht Archis
Archeologisch onderzoek Vosseneindseweg 46 te Heumen / AM19138
BIJLAGE 4 Overzicht gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart
Archeologisch onderzoek Vosseneindseweg 46 te Heumen / AM19138
BIJLAGE 5 Overzicht geomorfologische kaart
Archeologisch onderzoek Vosseneindseweg 46 te Heumen / AM19138
BIJLAGE 5b Stroomgordel kaart
Archeologisch onderzoek Vosseneindseweg 46 te Heumen / AM19138
BIJLAGE 6 Overzicht bodemkaart
Archeologisch onderzoek Vosseneindseweg 46 te Heumen / AM19138
BIJLAGE 7 Overzicht AHN
Archeologisch onderzoek Vosseneindseweg 46 te Heumen / AM19138
BIJLAGE 8 Boorkernbeschrijvingen
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
getekend volgens NEN 5104
Boring:
1 0
Boring: akker
2 0
Zand, matig fijn, zwak humeus, matig wortelhoudend, donker grijsbruin, Ap-horizont, diffuus
akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, diffuus
30
50
Zand, zeer fijn, zwak humeus, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, BC-horizont, diffuus
50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, donker grijsbruin, C-horizont, diffuus
Zand, matig fijn, zwak kleiïg, donker beigebruin, diffuus
75
Zand, matig fijn, zwak siltig, beige, diffuus
100
Zand, matig fijn, matig siltig, beigebruin, diffuus
150
Zand, zeer fijn, matig siltig, sporen houtskool, beigebruin, diffuus
200
250
Zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbeige, diffuus
380
Klei, matig siltig, donkerbeige, diffuus
460
Projectnaam: Heumen Projectcode: AM19138-ARCH
getekend volgens NEN 5104
Boring:
3 0
Boring: akker
4 0
Zand, zeer fijn, zwak humeus, donker grijsbruin, Ap-horizont, diffuus
akker Zand, zeer fijn, matig humeus, matig wortelhoudend, donker grijsbruin, Ap-horizont, diffuus
40 50
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruinbeige, diffuus Zand, zeer fijn, zwak siltig, Grove sortering zand, diffuus
60
Zand, zeer fijn, donker grijsbruin, Verbruind C-horizont, diffuus
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, beigegrijs, C-horizont, diffuus
175
Klei, zwak zandig, sporen houtskool, matig roesthoudend, Houtskool in flinke brokken in laag, diffuus 200
Projectnaam: Heumen Projectcode: AM19138-ARCH
200
getekend volgens NEN 5104
Boring:
5 0
Boring: akker
6 0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, matig wortelhoudend, donker grijsbruin, Ap-horizont, diffuus
akker Zand, zeer fijn, matig humeus, matig wortelhoudend, donker grijsbruin, Ap-horizont, diffuus
50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, bruingrijs, scherp, APB-horizont
65
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, diffuus, APB-horizont 85
Zand, matig fijn, zwak siltig, beigegeel, diffuus
90
Zand, matig fijn, zwak siltig, beigebruin, Bovenste 10cm BC, scherp
140 150
Zand, matig fijn, sterk siltig, brokken klei, neutraalbeige, diffuus Zand, uiterst fijn, sterk kleiïg, beigegrijs, diffuus
160
Zand, matig fijn, brokken klei, bruinbeige, diffuus
200
200
Zand, matig fijn, matig kleiïg, brokken klei, matig roesthoudend, Brikkig, diffuus
310
Zand, zeer fijn, grijsbeige, diffuus
360
Projectnaam: Heumen Projectcode: AM19138-ARCH
BIJLAGE 3 VERKENNEND BODEMONDERZOEK
RAPPORT Verkennend bodemonderzoek Vosseneindseweg (naast nr. 46) te Heumen
Opdrachtgever Ordito B.V. Postbus 94 5126 ZH GILZE Projectnummer Aeres Milieu projectnummer AM19138 Status rapport Definitief
Autorisatie Opsteller rapport:
paraaf
Ing. J.M.G. Reuver Kwaliteitscontrole: Ing. T.K.P.G. Thijssen
datum 21 mei 2019
paraaf
datum 21 mei 2019
Contactgegevens Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl 2001 + 2002
INHOUDSOPGAVE
1. INLEIDING
3
2. VOORONDERZOEK 2.1 Inleiding 2.2 Topografische beschrijving 2.3 Historisch overzicht en omgeving 2.4 Dossieronderzoek 2.5 Bodemopbouw en geo(hydro)logie 2.6 Beschrijving van de onderzoekslocatie 2.7 Asbest 2.8 Onderzoekshypothese
4 4 4 5 6 7 7 7 7
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1 Inleiding 3.2 Onderzoeksstrategie
8 8 8
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1 Algemeen 4.2 Grondbemonstering 4.3 Grondwatermonstername
9 9 9 9
5. LABORATORIUMONDERZOEK 11 5.1 Algemeen 11 5.2 Grond(meng)monster(s) 11 5.2.1 Analyseresultaten grond(meng)monsters ........................................................................... 11 5.3 Grondwatermonster(s) 12 5.3.1 Analyseresultaten grondwatermonster(s) ............................................................................ 12 5.4 Toetsing van de gestelde hypothese 12 6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7
Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen Verklaring veldmedewerker Analyseresultaten grond(meng)monster(s) met achtergrond- en interventiewaarden Analyseresultaten grondwatermonster(s) met streef- en interventiewaarden
13