CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage III Toelichting bij bestemmingsplan Westerkanaaldijk 11te Malden 10032020

Raad 28 januari 2021, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied Westerkanaaldijk 11 Malden11.451 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Westerkanaaldijk 11’

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Westerkanaaldijk 11’

Plannaam:

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Westerkanaaldijk 11’

IMRO-idn:

NL.IMRO.0252.BUbpWesterkanaaldijk11-ow01

Status:

Ontwerp

Datum:

maart 2020

2

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

TOELICHTING

3

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

Inhoud Hoofdstuk 1 Inleiding .............................................................................................................................. 6 1.1.

Aanleiding ................................................................................................................................ 6

1.2.

Ligging van het plangebied ...................................................................................................... 7

Hoofdstuk 2 Het plan............................................................................................................................... 8 2.1.

Huidige situatie........................................................................................................................ 8

2.2.

Beoogde situatie...................................................................................................................... 9

Hoofdstuk 3 Beleidskader ..................................................................................................................... 13 3.1.

Rijksbeleid.............................................................................................................................. 13

3.2.

Provinciaal beleid .................................................................................................................. 14

3.3.

Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 22

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten ......................................................................................... 24 4.1.

Geluid .................................................................................................................................... 24

4.2.

Bodemkwaliteit ..................................................................................................................... 25

4.3.

Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 25

4.4.

Externe veiligheid .................................................................................................................. 27

4.5.

Milieuzonering....................................................................................................................... 29

4.6.

Geur ....................................................................................................................................... 32

4.7.

Flora en fauna ........................................................................................................................ 33

4.8.

Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 36

4.9.

Verkeer en parkeren.............................................................................................................. 40

4.10.

Landschappelijke inpassing ............................................................................................... 42

Hoofdstuk 5 Wateraspecten ................................................................................................................. 43

4

5.1.

Vigerend beleid ..................................................................................................................... 43

5.2.

Waterparagraaf ..................................................................................................................... 44

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording .................................................................... 46 6.1.

Inleiding ................................................................................................................................. 46

6.2.

Opzet van de regels ............................................................................................................... 46

6.3.

Verantwoording van de regels .............................................................................................. 47

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid .......................................................................................... 48 Bijlagen bij de toelichting ...................................................................................................................... 49

5

Bijlage 1.

Watertoets .................................................................................................................... 49

Bijlage 2.

Standaard waterparagraaf ............................................................................................ 50

Bijlage 3.

Tekeningen nieuwe loods .............................................................................................. 52

Bijlage 4.

Rapport landschappelijke en ecologische inpassing Westerkanaaldijk 11 ................... 52

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1. Aanleiding Het bedrijf aan de Westerkanaaldijk 11 te Malden exploiteert sinds 16 jaar een speelboerderij en een maisdoolhof. Een kinderspeelparadijs in de agrarische omgeving. De speelboerderij biedt een dagvullend programma met meerdere speelmogelijkheden, zoals een traptractorbaan en zandschilderen. Alle aanwezige speelattracties worden in beweging gebracht door eigen kracht. Voor het maisdoolhof wordt jaarlijks een thema uitgevoerd waardoor kinderen meer te weten komen over de natuur en de dieren. Na het vaststellen van dit bestemmingsplan is het kinderspeelparadijs dagelijks geopend. De speelmogelijkheden vergen een lage investering, waardoor de entreeprijs ook laag kan blijven. Dit is de kracht van dit speelparadijs. Ook mogen bezoekers een picknickmand meebrengen om ter plaatse te picknicken. Mensen worden in de gelegenheid gesteld om zonder extra kosten een dagje uit te gaan. Initiatiefnemer gaat een nieuwe loods bouwen ten behoeve van het realiseren van een betere binnenruimte. De drie bestaande oude schuren zullen na realisering van de binnenruimte gesaneerd worden waardoor een ruimtelijke kwaliteitswinst behaald wordt. Door de betere binnenruimte is initiatiefnemer minder afhankelijk van weersinvloeden. De nieuwe loods past niet in het vigerend bestemmingsplan. Om die reden wordt het bestemmingsplan gewijzigd.

6

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

1.2. Ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Heumen, aan de Westerkanaaldijk 11 te Malden. De locatie is gelegen aan het Maas-Waalkanaal. Kadastraal is het gebied bekend als gemeente Heumen, sectie I, nummer 674, 786 en 941. Figuur 1 geeft de ligging van het plangebied in de omgeving weer. Het plangebied ligt op korte afstand van Malden en Nijmegen. In de nabije omgeving zijn voornamelijk agrarische gronden gelegen. Rondom onderhavig plangebied zijn agrarische bedrijven en woningen gevestigd.

Figuur 1 Ligging plangebied Westerkanaaldijk 11

7

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1.

Huidige situatie

Op de locatie Westerkanaaldijk 11 te Malden is de speelboerderij en de maisdoolhof van initiatiefnemers gelegen. Deze plek is zeer geschikt voor kinderfeestjes, buurtfeestjes en familiedagen. Kinderen kunnen zich de hele dag vermaken. De locatie past perfect in de omgeving. Het agrarische karakter van de omgeving is terug te zien op de speelboerderij, zoals de baan voor traptrekkers en de skelters. Ook de maisdoolhof past in de omgeving. Het doolhof staat telkens in het teken van een educatief agrarisch thema zodat de kinderen leren over mens, plant, dier en voeding. Op de locatie worden de volgende attracties aangeboden:

Voor deze locatie is op 22 oktober 2015 het bestemmingsplan ‘Buitengebied, Westerkanaaldijk 11’ vastgesteld. Volgens dit bestemmingsplan gelden de volgende bestemmingen en aanduidingen: •

Enkelbestemming: Recreatie

•

Dubbelbestemming: Waarde – Archeologische verwachting 2

•

Functieaanduiding: Specifieke vorm van recreatie – maisdoolhof

•

Gebiedsaanduiding: Overige zone – ehs natuur

Figuur 2 laat het bestemmingsvlak van de Westerkanaaldijk 11 zien.

8

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

Functieaanduiding: Maisdoolhof

Figuur 2 Bestemmingsvlak Westerkanaaldijk11 te Malden

2.2.

Beoogde situatie

Initiatiefnemer wil een nieuwe loods bouwen voor alle binnen functies, waaronder ruimte voor binnenspelen. De bestaande loods wordt gesloopt. Ook de nissenhut alsmede de wc unit worden gesloopt. Deze gebouwen hebben een oppervlakte van respectievelijk 200 m2, 48 m2 en 18 m2. De te slopen oppervlakte is circa 266 m2. Figuur 3 zijn foto’s van de bestaande loods. Figuur 4 zijn foto’s van de nissenhut en de wc unit.

Figuur 3 Foto's bestaande loods

9

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

Figuur 4 Nissenhut en wc unit

De nieuwe loods heeft een afmeting van 15 meter x 28 meter en heeft een oppervlakte van 420 m2. De loods wordt tegen de noordelijke bestemmingsvlakgrens gebouwd. In de nieuwe loods wordt onder andere een binnenspeelruimte gerealiseerd. Figuur 5 geeft een impressie van de nieuwe loods. De tekeningen van de loods met afmetingen en kleuren, zijn bijgevoegd als bijlage.

Figuur 5 Impressie nieuwe loods

De ligging van de loods is nog niet exact bepaald. Figuur 6 geeft globaal weer waar de loods wordt gebouwd. Dit kan nog iets verschuiven. De loods wordt binnen het bestemmingsvlak gebouwd. Het rode vlak geeft de oppervlakte van de loods weer. Omdat de ligging van de loods nog niet exact

10

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

bekend is, geeft het gele vlak de ruimte weer waar de loods nog naar toe zou kunnen schuiven. De afmeting van de loods wijzigt niet (15 meter x 28 meter).

loods

Wc unit Nissenhut

Figuur 6 Globale ligging loods en te slopen gebouwen

Voor het bouwen van de nieuwe loods wordt in totaal 266 m2 aan bestaande gebouwen gesloopt. In totaal worden 3 gebouwen verwijderd, zie hiervoor ook figuur 6. Hiervoor in de plaats wordt één gebouw geplaatst van 420 m2. Deze maatvoering zorgt voor een logische indeling van de loods en voor een standaard kostenpost. Met deze maatvoering kunnen namelijk standaard materialen worden gebruikt, in plaats van materialen die specifiek op maat gemaakt moeten worden voor dit project. Door deze standaard-bouw is de bouw met daarbij de sloop/sanering van de overige drie bouwwerken bedrijfstechnisch en financieel haalbaar. Deze ontwikkeling zorgt voor winst in het kader van ruimtelijke kwaliteit. De huidige gebouwen zijn verouderd. Door deze drie gebouwen te

11

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

slopen en daarvoor in de plaats één gebouw terug te bouwen wordt het speelerf ordelijk en overzichtelijk. Het geldende bestemmingsplan laat de nieuwe loods niet toe, het maximaal oppervlakte aan gebouwen mag in het vigerend bestemmingsplan niet worden vergroot. Om die reden wordt het bestemmingsplan gewijzigd.

12

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

Hoofdstuk 3 Beleidskader Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover relevant, de rijks-, provinciale- en gemeentelijke beleidsnota's. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden ook de specifiek voor het plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1.

Rijksbeleid

3.1.1. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. In deze structuurvisie wordt een samenhangende visie gegeven op het Nederlands Rijk tot 2040. Kernwoorden in het SVIR zijn concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. De belangrijkste verandering is het terugtreden van de rijksoverheid op het gebied van ruimtelijke ordening. Lagere overheden, waaronder provincies en gemeenten, krijgen een grotere rol volgens het principe ‘decentraal, tenzij…’. De gebruiker moet weer centraal komen te staan. Het Rijksbeleid richt zich daarom op het vereenvoudigen van de regelgeving en heeft dertien rijks-belangen benoemd waar het Rijk de verantwoordelijkheid houdt. Het Rijk verwacht dat medeoverheden zich eveneens inzetten voor meer eenvoud en integratie op het gebied van ruimtelijke regelgeving. Hierdoor zal de bestuurlijke druk afnemen en ontstaat ruimte voor regionaal maatwerk. De verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal laat het Rijk over aan de provincies. Het Rijk versterkt de samenhang tussen de verschillende modaliteiten en tussen ruimtelijke ontwikkelingen en mobiliteit. Het Rijk heeft drie doelen geformuleerd en per doel een aantal nationale belangen.

Voor deze nationale belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil zij resultaten boeken op de middellange termijn (2028). De provincies dienen deze nationale belangen te verankeren in hun eigen structuurvisies. Via de provinciale belangen en de provinciale verordening wordt het beleid vastgelegd voor het gemeentelijk ruimtelijk beleid. De gemeenten zijn vervolgens aan zet om het provinciale kader te vertalen in hun eigen beleid. 3.1.2. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vormt het sluitstuk van rijks-zijde van het nieuwe stelsel van ruimtelijke ordening, zoals dat in 2008 met de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking is getreden. De eerste tranche, dat in januari 2010 voor advies naar de Raad van

13

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

State gezonden is, bevat een beleids-neutrale omzetting van bestaand beleid. De kaders zijn afkomstig uit PKB’s Nota Ruimte, Derde Nota Waddenzee, Structuurschema Militaire Terreinen en Project Mainportontwikkeling Rotterdam. De tweede tranche zou het meer recente rijksbeleid bevatten dat moet doorwerken tot in de ruimtelijke plannen van andere overheden. Op 30 juni 2011 zijn alle ontwerpstukken van de Barro als bijlage bij de nieuwe Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) gepubliceerd. Op 30 december 2011 is de Barro in werking getreden. Het Barro is ook wel bekend als de AMvB Ruimte. Op 1 oktober 2012 is de Barro uitgebreid met nieuwe projecten, zoals reserveringen voor infrastructuur. De onderwerpen geregeld in het Barro moeten op provinciaal niveau vertaald worden. Doen de provinciën dat niet dan schaden zij de nationale belangen. De Barro werkt in deze hetzelfde als de provinciale verordeningen ruimte voor gemeenten. 3.1.3. Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid Het plangebied is niet gelegen in of nabij een gebied waarin het rijk een nationaal belang heeft aangewezen. Het rijksbeleid heeft geen consequenties voor voorliggend plan.

3.2.

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Gelderland en de daarbij behorende Omgevingsverordening Gelderland. 3.2.1. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld en op 1 maart 2019 inwerking getreden. De provincie wil Gelderland in de toekomst ‘gaaf’ houden. De provincie staat voor stevige uitdagingen. De wereld verandert ingrijpend en snel. Er zijn grote, grensoverschrijdende ontwikkelingen die ook Gelderland raken. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, verdere verstedelijking in combinatie met krimp, toenemende mobiliteit op de weg en in de lucht, digitalisering, internationalisering. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Daar wil de provincie aan werken door bij de uitoefening van haar taken de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities geeft de provincie hier richting aan.

14

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

1. Energietransitie: van fossiel naar duurzaam Ambitie: •

In 2050 is Gelderland klimaatneutraal. Dit wordt bereikt door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. Daarnaast wordt innovatie en het uitrollen van bewezen technieken gestimuleerd.

•

Het tussendoel is het in 2030 realiseren van 55% broeikasgasreductie in Gelderland.

2. Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer Ambitie: •

In 2050 is Gelderland klimaatbestendig. Gelderland is goed voorbereid en toegerust op de gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar.

•

In 2020 heeft de provincie samen met partners de risico’s en kansen van het veranderend klimaat in beeld gebracht en strategieën opgesteld die leidraad zijn voor haar handelen.

3. Circulaire economie: sluiten van kringlopen Ambitie: •

Gelderland wil de eerste afvalloze provincie van Nederland zijn. Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden in onze schone industrie.

•

Om dit te bereiken is in 2030 het gebruik van primaire grondstoffen in Gelderland met 50% teruggebracht.

4. Biodiversiteit: werken met de natuur Ambitie: •

In 2050 gaat het goed met de biodiversiteit in Gelderland. In Gelderland wordt natuurinclusief gewerkt. Biodiversiteit wordt overal waar mogelijk versterkt en ingepast, óók buiten de specifiek als natuur aangewezen gebieden.

•

In 2030 is 75% van de Europese doelen van de vogel- en habitatrichtlijn behaald.

5. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden Ambitie: •

In 2050 is de groei van de mobiliteit op een slimme manier opgevangen en verplaatsen mensen in Gelderland zich veilig, snel, betaalbaar en klimaatneutraal. Snel en veilig internet fungeert daarbij als alternatief voor fysieke verplaatsingen.

•

In 2050 is het netwerk voor goederenvervoer in Gelderland toegankelijk, duurzaam en klimaatneutraal.

15

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

•

In 2030 is al het busvervoer zonder uitstoot en is 35% van het totaal aantal verplaatsingen met de fiets.

6. Vestigingsklimaat: Een krachtige, duurzame topregio! Ambitie: •

De concurrerende positie binnen het internationale stedelijke netwerk van Amsterdam, Brussel en Keulen verder versterken. Om onderscheidend te blijven, wordt in 2050 maximaal profijt uit onze unieke combinatie van stedelijke en groene kwaliteiten gehaald.

•

In 2050 zijn alle werklocaties in Gelderland duurzaam ingericht qua energie, klimaatbestendigheid en logistieke en productiestromen.

7. Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam Ambitie: •

Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. De bestaande bebouwde omgeving wordt optimaal benut met voldoende ruimte voor klimaat adaptieve maatregelen.

•

Alle nieuwbouw wordt aardgas loos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas.

•

Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal.

Een visie met werking: vier Gelderse DOE principes De provincie wil ontwikkelingen stimuleren, ruimte maken voor nieuwe technologieën en werkgelegenheid, kansen pakken op het terrein van duurzaamheid, economische kracht en verbondenheid. Niet zomaar en overal, maar met oog voor de veiligheid en de kwaliteiten die Gelderland uniek maken. Doe-principes in het kort: •

Doen: Breed kijken met focus en zoeken actief ruimte

•

Laten: Niets stimuleren buiten de visie

•

Zelf: Zelf verantwoordelijkheid nemen en het goede voorbeeld geven

•

Samen: Het samen doen, met oog voor innovatie

Wat blijft de provincie doen Een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving gaat sinds 2014 op in de Omgevingsvisie. Dit gaat over planfiguren voor ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer.

16

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

In verband met de planfiguren zijn sinds de omgevingsvisie 2014 gebieden en functies aangewezen, die blijven voortbestaan onder deze omgevingsvisie. Dit gaat om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura-2000 gebieden en van bijzondere natuurgebieden. Andere kaarten en functiebeschrijvingen uit de visie 2014 hebben een uitvoerend of informerend karakter en worden daarom overgeheveld naar programma’s of andere beleidsdocumenten. Ruimtelijk beleid Al sinds 2014 is de ruimtelijke ontwikkeling van Gelderland een maatschappelijke opgave met verantwoordelijkheden voor overheden, organisaties en partners. De provincie draagt op een toekomstbestendige manier bij, met beleid dat een duurzame economische structuur in de provincie en regio’s versterkt en dat richting geeft aan de vestigingsmogelijkheden en milieugebruiksruimte voor bedrijven. Het provinciaal belang is gelegen in het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit. De klimaatbestendigheid wordt vergroot, de mogelijkheden om zonne- en windenergie op te wekken zijn in kaart gebracht en de natuur- en landschappelijke kwaliteit blijft behouden.

De provincie zet zich in voor vitale steden en dorpen en voor een duurzame verstedelijking, gericht op versterking van de stedelijke netwerken, gecombineerd met aandacht voor de vitaliteit van kleine kernen en dorpen. De kwalitatieve regionale opgave voor wonen is van provinciaal belang, net als het belang dat bij locaties met een bovenlokaal ontwikkelpotentieel die potenties benut worden. Het beleid voorziet in provinciale kaders voor het terugdringen van leegstand en overcapaciteit in gemeentelijke plannen en voor zorgvuldige locatie-afwegingen op regionaal niveau, waarbij de ladder voor duurzame verstedelijking wordt ingezet. Voor wonen en werken geldt een regionale aanpak die gericht is op een gezonde en veilige woonomgeving, waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen en die goed bereikbaar is en goede voorzieningen heeft. Voor ontwikkelingen in de niet grondgeboden landbouw hanteert de provincie het ‘plussenbeleid’. Daarmee geeft de provincie veehouders de ruimte om hun bedrijf te ontwikkelen, maar onder voorwaarden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen en bij het beheer van terreinen wil de provincie dat aandacht wordt besteed aan onder andere het risico op natuurbranden. Waterbeleid De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem.

Dit systeem bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater en is duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De provincie onderschrijft de ambitie van de Europese Kaderrichtlijn Water dat uiterlijk in 2027 het grond- en oppervlaktewater in Europa schoon en ecologisch gezond moet zijn en dat er voldoende water is voor duurzaam gebruik en voert deze uit. De beschermde gebieden voor grondwater, waterberging, de Kaderrichtlijn Water

17

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

en Natura 2000 zijn leidend bij de uitwerking van dit beleid in programma’s of in kaders in de verordening. Er worden condities gesteld voor effectief en zuinig gebruik van drinkwater, speciale waterecologie (Hoogst Ecologisch Niveau wateren en Specifiek Ecologische Doelstelling wateren), (grond)waterafhankelijke landnatuur plus de beschermingszones natte landnatuur en grondwateronttrekkingen voor drinkwater en industrie, groter dan 150.000 m3/jaar. De provincie stelt via uitvoerend beleid de doelen voor de regionale wateren voor de Kaderrichtlijn Water vast en geeft daarbij ook invulling aan de voorzieningenniveaus. Met de Gelderse waterschappen en de landbouw geeft de provincie invulling aan het vasthouden van water in de bodem, het grondwater en de haarvaten van het watersysteem. Bescherming tegen overstromingen vindt primair plaats op basis van preventie, waar nodig aangevuld met maatregelen in de ruimtelijke ordening en evacuatie. Deze bescherming gebeurt bij voorkeur in combinatie met het ontwikkelen en versterken van karakteristieke riviernatuur in Natura 2000-gebieden. Milieubeleid Een gezonde en veilige leefomgeving is de hoofdzaak van het milieubeleid. Dit vraagt om provinciaal beleid dat zorgt voor goede milieukwaliteit en veilige ruimtelijke keuzes. Gezondheidsschade, onacceptabele risico's en onaanvaardbare geur- en geluidhinder moeten worden voorkomen.

Er wordt voldaan aan milieukwaliteitseisen. Spoedeisende bodemverontreiniging wordt gesaneerd. Ook is het van belang om op toekomstige ontwikkelingen te anticiperen, met name vanwege de energietransitie en klimaatverandering. Vooral in het stedelijk gebied kunnen de gevolgen hiervan van invloed zijn op de gezondheid. De provincie streeft naar een op gezondheid gericht benadering van de kwaliteit van de leefomgeving en het milieu. Natuur- en landschapsbeleid De provincie spant zich in voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap. Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden beschermd tegen aantasting van de kernkwaliteiten: dat zijn de natuurwaarden, de potentiële waarden en de omgevingscondities. Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Het uitgangspunt is dat in het GNN geen nieuwe initiatieven plaatsvinden, behalve ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor geen alternatieven bestaan. In de GO is ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden.

De ecologische verbindingszones maken deel uit van de GO, evenals de weidevogelgebieden en de rustgebieden voor winterganzen. De provincie treft maatregelen vanwege de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen, leefgebieden, een gunstige staat van instandhouding en het Natuurnetwerk Nederland. De provincie beschermt de achttien Natura2000

18

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

gebieden die in het GNN liggen. Verder richt het beleid zich op behoud van de basiskwaliteit van landschappen in Gelderland. Voor de landschappen van bovenregionale waarde geldt een beschermingsregiem met kernkwaliteiten en met een juridisch vangnet in de verordening, zodat de provincie in gesprek kan komen indien het provinciaal belang in het geding raakt. Verkeers- en vervoerbeleid De provincie streeft naar een veilige, betrouwbare en duurzame mobiliteit, als hoofdzaak van het verkeers- en vervoersbeleid. Dit wordt benaderd als een systeem waarin verschillende mobiliteitsnetwerken op elkaar inwerken, ook over provinciegrenzen heen, ter ondersteuning van een sterke economie, welvaart en welzijn. Hierbij wordt rekening gehouden met de kwaliteit van de leefomgeving, de doorstroming binnen elk netwerk en verkeersveiligheid. De provincie heeft specifiek aandacht voor de wisselwerking en knooppunten in het systeem en gaat uit van drie principes: voorkomen, benutten en bouwen. Dit gebeurt op basis van een meerjareninvesteringsagenda en met een regionale aanpak. Via die aanpak wordt het provinciaal beleid afgestemd op het beleid van het rijk en de gemeenten. Het beleid richt zich ook op een goede regionale ontsluiting over water en ontwikkelingen van de luchtvaart. 3.2.2. Omgevingsvisie en omgevingsverordening Gelderland 3.2.2.1.

Omgevingsvisie Gelderland Op 9 juli 2014 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gelderland (2014) vervangt het Streekplan en enkele andere structuurvisies. Deze visie richt zich formeel op de komende tien jaar, maar kijkt ook naar de langere termijn. Veel maatschappelijke vraagstukken zijn zo complex dat alleen een gezamenlijke inzet succesvol kan zijn. In de omgevingsvisie worden de opgaven voor Gelderland daarom in nauwe samenwerking met partners uitgedacht. Daarbij kijken de provincie en partners vanuit een integraal en internationaal perspectief naar Gelderland. Met deze bestuurlijke strategie kunnen voor Gelderland toekomstbestendige keuzes gemaakt worden. De provincie heeft in de Omgevingsvisie twee doelen gedefinieerd. Het zijn doelen die de rol en kerntaken van de provincie als midden bestuur benadrukken: 1. Een duurzame economische structuurversterking. 2. Het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Om deze doelen in beleid te vertalen, hanteert de provincie drie aandachtsgebieden: Dynamisch, Mooi en Divers Gelderland. Ontwikkelingen in Gelderland wil de provincie benaderen vanuit elk van deze drie perspectieven, die elkaar aanvullen:

19

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

•

Dynamisch: de (ruimtelijk-economische) ontwikkelingen en de geleiding daarvan op provinciaal niveau.

•

Mooi: de Gelderse kwaliteiten die bescherming nodig hebben en ruimte voor behoud door ontwikkeling.

•

Divers : het herkennen van de regionale verschillen in maatschappelijke vraagstukken en opgaven en het koesteren van de regionale identiteiten.

Toetsing Onderhavig plan wordt niet als zodanig beschreven in de Omgevingsvisie. Dit laat onverlet dat gekeken moet worden naar de ruimtelijke, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het plangebied en de gevolgen hiervoor vanwege het plan. In hoofdstuk 4 worden deze aspecten toegelicht. 3.2.2.2. Omgevingsverordening Gelderland De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem.

De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Toetsing Volgens de Omgevingsverordening ligt de locatie Westerkanaaldijk 11 te Malden in de ‘Groene ontwikkelingszone’ (categorie Natuur). Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de Groene ontwikkelingszone kan uitbreiding van bestaande functies met meer dan 30 procent mogelijk maken, als:

20

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

•

in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de kernkwaliteiten Groene ontwikkelingszone van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden versterkt;

•

deze versterking is verankerd in hetzelfde of een gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan.

Volgens de kaart met kernkwaliteiten valt de locatie Westerkanaaldijk 11 onder nummer 145 ‘Waaluiterwaarden Weurt - Beneden Leeuwen’. De kernkwaliteiten zijn: •

Dynamische rivier met actieve geologische en geomorfologische processen, water-, sediment- en diasporentransport en ecologisch kerngebied (Natura 2000-gebied) én verbinding tussen Midden-Europa en de Noordzeekust

•

zuidoever Waal met variabel, grotendeels agrarisch, maar ook industrieel cultuurlandschap en natuurcomplexen in de Beuningse Waarden, Winssensche Waarden, Afferdensche en Deestsche Waarden en Drutensche Waarden

•

Parel Dijk en oeverwal Ewijk: stroomdalgrasland op de dijk en oeverwal met zeldzame soorten; voortplantingsgebied knoflookpad en groeiplaats genadekruid

•

waarden voor weidevogels, water- en moerasvogels, vleermuizen, amfibieën, vissen en bever

•

leefgebied steenuil

•

leefgebied kamsalamander

•

plaatselijk kleinschalige landschappen met strangen, hagen en singels, knotwilgen en ooibos

•

cultuurhistorische waarden van de uiterwaarden, oude kavelpatronen, doorbraakkolken, waterstaatswerken (kades en sluisjes), kleiwinningen

•

onbebouwdheid van de uiterwaarden (enkele boerderijen en (steen)fabrieken)

•

rust, ruimte en donkerte m.u.v. de omgeving van stedelijke gebieden

•

abiotiek: aardkundige waarden (o.m. reliëf van oeverwallen, strangen en andere stromingspatronen), kwel, bodem

•

ecosysteemdiensten: recreatie, wateropvang en -afvoer

Conclusie Voorgenomen plan betreft het slopen van de bestaande loods, het slopen van de nissenhut en de wc unit en het bouwen van een nieuwe loods. De nieuwe loods wordt op een andere locatie gebouwd. Deze ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor bovenstaande kernkwaliteiten. De grond waarop de nieuwe loods wordt gebouwd is al in gebruik voor recreatieve doeleinden. Er ligt een zandbak en zijn grasvelden. Door de bestaande oude gebouwen te slopen en een mooie nieuwe loods te bouwen, wordt ruimtelijke kwaliteit gerealiseerd. De nieuwe loods past qua kleurgebruik in de omgeving.

21

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

3.3.

Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. Met betrekking tot de in dit bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling zijn de hierna genoemde beleidsstukken het belangrijkst. 3.3.1. Structuurvisie Heumen 2025 In de 'Structuurvisie Heumen 2025' is de visie op het ruimtelijk beleid tot 2025 neergelegd. Het is een structuurvisie die van toepassing is op het gehele grondgebied van de gemeente Heumen en die interactief, samen met de gemeenschap is opgesteld. In de structuurvisie is veel aandacht voor recreatie. Recreatie en toerisme In de gemeente Heumen kunnen recreatie en toerisme zich verder ontwikkelen, zowel wat betreft verblijfs- als dagrecreatie. In het algemeen past daarbij een kleinschalig en landelijk karakter. Incidenteel zijn meer grootschalige voorzieningen of activiteiten denkbaar, mits er sprake is van een meerwaarde voor landschap en gemeenschap. De gemeente Heumen is een gemeente met een grote landschappelijke variatie en een rijke cultuurhistorie. Niet alleen maakt dit het wonen en leven in de gemeente Heumen aantrekkelijk, het trekt ook mensen van buiten. Het aantrekken van toeristen heeft een positief effect op de economie en op de leefbaarheid. De gemeente is aantrekkelijk om te wandelen en fietsen in combinatie met een bezoek aan plaatselijke horeca en musea.

Het starten van kleinschalige verblijfsrecreatieve mogelijkheden is mogelijk in de kernen en het buitengebied. Daarbij kan worden gedacht aan bed and breakfast en kamperen bij de boer. Voor meer grootschalige vormen is maatwerk noodzakelijk. Daarbij wordt vooral gekeken naar de relatie met de kernen en de ontsluiting. Dagrecreatieve activiteiten zijn mogelijk in relatie tot kansen die natuur, landschap of agrarische activiteiten bieden. Daarbij is een goede ontsluiting van belang. Speciale aandacht heeft de Maas als te stimuleren geleider van recreatieve ontwikkelingen in relatie met de aanwezige natuur-, landschaps- en waterhuishoudkundige waarden. Waar mogelijk kunnen ook de recreatieve potenties van het Maas-Waalkanaal worden benut. Deze zijn vooral gelegen langs het kanaal en niet op dit drukke scheepvaartkanaal. De Teerse Sluispolder Het plangebied ligt in De Teerse Sluispolder. De Teerse Sluispolder is gelegen ten westen van het Maas-Waalkanaal en grenst in het noorden aan Nijmegen, in het zuiden aan het dorp Heumen en het

22

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

vennengebied en Heumensbos in het westen. Het is een overwegend agrarisch gebied dat doorsneden wordt door de A73. Van noord naar zuid loopt ook de Tochtsloot of Leigraaf dwars door het gebied. Het gebied is verder relatief ongerept. Aan de noordzijde van het gebied bevindt zich het maïsdoolhof en het speelparadijs. De samenhang tussen landschap en toerisme komt expliciet tot zijn recht in het speelparadijs en het maisdoolhof. De activiteiten zijn een vorm van kleinschalige recreatie. Het landschap blijft tot zijn recht komen. Het plangebied is gelegen nabij bossen. In deze bossen leeft onder andere de das. Ondernemer laat deze das zijn gang gaan. Sterker nog: hij leert de kinderen het gedrag van een das. Bovendien respecteert hij het gedrag van de das. De das haalt namelijk zijn voer uit het maisdoolhof, hij eet de mais. Initiatiefnemer laat de maisstengels liggen zodat bezoekers zien hoe de das de mais eet. Op deze wijze kunnen natuur en recreatie perfect samen. 3.3.2. Welstandsnota 2019 In de Welstandsnota 2019 is vastgelegd op welke wijze het welstandstoezicht in de gemeente Heumen is geregeld. De nota geeft de uitgangspunten voor wanneer een voorgenomen bouwwerk aan welstand wordt getoetst en bevat de criteria die in het geval van toetsing gelden. Het plangebied ligt in het buitengebied en is aangemerkt als ‘boerenerven’.

Over het bouwen van nieuwe hoofdgebouwen wordt geschreven dat de plaatsing van de nieuwbouw moet passen binnen het bestaande bebouwingspatroon. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij de structuurlijnen in het landschap. Initiatiefnemer houdt hier rekening mee in de ontwerpfase. Ook het kleurgebruik wordt nauwkeurig uitgezocht. 3.3.3.

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Recreatieve bedrijven passen binnen het gemeentelijk beleid. Een speelboerderij en een maisdoolhof passen in de structuurvisie van de gemeente.

23

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, flora en fauna, archeologie & cultuurhistorie en verkeer en parkeren.

4.1.

Geluid

4.1.1.

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. 4.1.2.

Situatie plangebied

De loods is geen geluidsgevoelig object. De afstand tussen de loods en de Westerkanaaldijk is circa 80 meter. Het kleinschalig recreatiebedrijf valt op grond van de Brochure Bedrijven en Milieuzonering in categorie A. Categorie A betekent: Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen vanuit het bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. Een woning is niet aanpandig, zodat dit aspect geen belemmering vormt voor de realisering van de nieuwe loods. Daarnaast neemt het aantal parkeerplaatsen niet toe. Het woon- en leefklimaat van omliggende woningen wordt door onderhavig plan niet aangetast. Zie hiervoor ook de toelichting in paragraaf 4.5 (milieuzonering).

24

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

4.1.3.

Conclusie

Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het bouwen van een nieuwe loods met binnen functies.

4.2.

Bodemkwaliteit

4.2.1. Algemeen Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 4.2.2. Situatie plangebied In onderhavig plan wordt een loods gebouwd. Het doel van deze nieuwe loods is het saneren van bestaande bebouwing en het realiseren van één nieuw net pand voor alle binnen functies. In de loods komt een ruimte om binnen te spelen. Het gebruik van de bodem blijft hetzelfde. De bestemming wijzigt niet, het betreft enkel het verplaatsen van bouwwerken. De verblijfstijd van 2 uur wordt overschreden. In de bouwverordening staan voorschriften omtrent het tegengaan van bouwen op verontreinigende bodem. Deze voorschriften hebben uitsluitend betrekking op bouwwerken waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen aanwezig zullen zijn. Voor de nieuwe loods zal te zijner tijd, bij de aanvraag om een Omgevingsvergunning voor het onderdeel Bouwen, een bodemonderzoek worden aangeleverd. Het doorschuiven naar de fase van vergunningverlening wordt gekozen omdat nog niet exact de locatie van de nieuwe loods bekend is. 4.2.3. Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

4.3.

Luchtkwaliteit

4.3.1. Algemeen Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Op grond van de Wet milieubeheer, gelet op artikel 5.16 lid 4 Wet Milieubeheer geldende de volgende regelingen: •

25

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen);

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

•

Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);

3.2.2.3. Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet milieubeheer vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: •

woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg;

•

woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen;

•

kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 3.2.2.4. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet milieubeheer nodig. 4.3.2. Situatie plangebied Het project is aan te merken als een project dat “niet in betekende mate” bijdraagt aan luchtverontreiniging omdat de nieuwe loods op meer dan 50 meter van de weg (bijna 100 meter) is gelegen en geen “gevoelige bestemming” is. Toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit kan achterwege blijven.

26

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

Daarnaast dient het aspect fijn stof afkomstig van agrarische bedrijven nog benoemd te worden. In de omgeving van grote bedrijven met intensieve veehouderij kan de concentratie van fijn stof in de lucht de toegestane grenswaarden overschrijden. Vooral bij varkens- en pluimveebedrijven moet met dit aspect rekening worden gehouden. Gezien het feit dat er in de nabij omgeving geen grote intensieve veehouderijen zijn gevestigd, zal het aspect fijn stof geen belemmering vormen voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. Tot slot wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van luchtkwaliteit. 4.3.3. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

4.4.

Externe veiligheid

4.4.1. Algemeen Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);

•

de Regeling externe veiligheid (Revi);

•

het Registratiebesluit externe veiligheid;

•

het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015);

•

het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in:

27

•

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt);

•

de Regeling basisnet;

•

de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszones en plasbrandaandachtsgebieden).

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

Het transporteren van gevaarlijke stoffen per buisleiding is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 4.4.2. Situatie plangebied 4.4.2.1. Algemeen Aan de hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In figuur 7 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied en omgeving weergegeven.

Figuur 7 Uitsnede risicokaart (bron: www.risicokaart.nl)

Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied: •

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico);

•

zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is;

28

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

•

niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen;

•

niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

4.4.3. Conclusie Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

4.5.

Milieuzonering

4.5.1. Algemeen Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;

•

het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan of wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd.

29

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

4.5.2. Gebiedstypen In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering’ is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Gebieden waar in enige vorm sprake is van functiemenging, of in gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd (bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen), worden aangemerkt als ‘gemend gebied’. Bij ‘gemengde gebieden’ moet gedacht worden aan: •

stadscentra, dorpskernen en winkelcentra;

•

horecaconcentratiegebieden;

•

zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en in lintbebouwingen;

•

(delen van) woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid.

De richtafstanden uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van gemengd gebied. Daarbij wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Het plangebied is gelegen in het buitengebied, waar sprake is van sterke menging van functies, woningen, recreatiebedrijven, paardenhouderij, betonfabriek.

4.5.3. Situatie plangebied Er moet beoordeeld worden of door de nieuwe loods op een bedrijf met kleinschalige dagrecreatie, een goed leef- en woonklimaat van de naastgelegen woningen wordt beperkt.

30

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

In de VNG-brochure staat kleinschalige dagrecreatie niet als zodanig genoemd. Hieronder is een passage van de brochure weergegeven:

Tabel 1 Scan uit brochure bedrijven en milieuzonering 2009 (bron: VNG)

Geen enkele omschrijving past bij een maisdoolhof, een kleinschalige dagrecreatie. Bovenstaande bedrijven hebben vaak ook een verblijfsfunctie dan wel activiteiten in de nachtelijke uren. Dat is in onderhavig plan niet aan de orde. Bijlage 3 van de Brochure bevat de Staat Bedrijfsactiviteiten Functiemenging. Deze bijlage geeft een duidelijkere omschrijving. Onder de titel: Logies- maaltijden- en drankenverstrekking staan zowel logiesverstrekking en horeca. Een passage van Bijlage 3 van de Brochure is hieronder weergegeven.

Tabel 2 Scan uit brochure bedrijven en milieuzonering 2009 (bron: VNG)

Alle in deze categorie voorkomende bedrijven vallen onder categorie A, met uitzondering van discotheken, muziekcafés en cateringbedrijven. Concluderend kan gesteld worden dat een kleinschalige dagrecreatie met kantine onder categorie A valt. Categorie A betekent: Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen vanuit het bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend.

31

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

De Staat-van-bedrijfsactiviteiten bij functiemenging is afgeleid van de richtafstandenlijst uit bijlage 1 van de Brochure Bedrijven en Milieuzonering. Naast de randvoorwaarden 1 t/m 4 zijn bij de selectie van de activiteiten de volgende criteria gehanteerd: •

Voor categorie A gaat het om activiteiten in de milieucategorie 1.

4.5.4. Conclusie Het recreatieve bedrijf van initiatiefnemer is zodanig weinig belastend dat het aanpandig aan een woning van derden zou kunnen worden uitgevoerd. Dit betekent dat het bedrijf op grond van de Brochure Bedrijven en Milieuzonering past op de locatie van initiatiefnemer en dat omwonenden geen overlast ondervinden door het in werking zijn van het bedrijf. Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend plan.

4.6.

Geur

4.6.1. Algemeen 4.6.1.1. Wet geurhinder en veehouder De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landelijk beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. 4.6.2. Omgekeerde werking Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij moet een veehouderij voldoen aan een bepaalde afstand tot geurgevoelige objecten of voldoen aan de waarde voor de geurbelasting ter plaatse van die geurgevoelige objecten. Dit leidt tot een bepaalde geurcontour rondom een veehouderij. Op grond van jurisprudentie op het gebied van ruimtelijke ordening mag binnen dergelijke geurcontouren in beginsel niet gebouwd worden. Dit was ook al het geval onder de oude stankregelgeving en deze lijn is doorgetrokken naar de Wgv. Dit wordt de omgekeerde werking van de stankregelgeving genoemd. Ter plaatse van de te realiseren geurgevoelige objecten moet beoordeeld worden of sprake is van een aanvaardbaar verblijfsklimaat.

Het bouwen buiten de geurcontour betekent niet dat kan worden uitgegaan van een aanvaardbaar verblijfsklimaat, maar ook bouwen binnen geurcontouren is niet per definitie onmogelijk.

32

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

4.6.3. Onderzoeksresultaten geur Gebouwen die worden gebruikt voor menselijk verblijf gedurende langere, aaneengesloten perioden, zijn aan te merken als geurgevoelige objecten in de zin van de Wgv. Hierbij moet vooral worden getoetst aan het criterium "permanent of vergelijkbare wijze van gebruik". Dit wil zeggen dat de gebouwen moeten worden beoordeeld op verblijfsduur en de intensiteit van het gebruik door mensen. De nieuwe loods met binnen functies is geen geurgevoelig object, omdat de verblijfsduur kort is. Het nabij gelegen agrarisch bouwblok is een bouwblok voor een agrarisch bedrijf. Op de locatie is een paardenhouderij aanwezig. Voor paarden geldt geen geuremissiefactor op grond van de Wgh. Op grond van artikel 4 van de Wet geurhinder en veehouderij dient de afstand tussen een veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld (paarden), en een geurgevoelig object ten minste 100 meter te bedragen indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen en tenminste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. De binnenspeeltuin is geen geurgevoelig object.

Ten overvloede, omdat geen sprake is van een geurgevoelig object, is de afstand tussen het bouwblok voor de stallen van het agrarische bedrijf met paarden op de locatie Westerkanaaldijk 9 en het bestemmingsvlak van de nieuwe loods behorend bij het maisdoolhof, in ogenschouw genomen. Deze afstand is ruimschoots groter dan de vereiste afstand van 50 meter. Deze is 153 meter. Geconcludeerd kan worden dat agrarische bedrijvigheid geen belemmering vormt voor de in dit plan besloten ruimtelijke ontwikkeling alsmede de ontwikkeling van dit project de agrarische bedrijvigheid belemmert 4.6.4. Conclusie Het aspect ‘geur’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.7.

Flora en fauna

4.7.1. Algemeen De wetgeving ten behoeve van de bescherming van de natuur is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuur Netwerk Nederland (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten.

33

Bestemmingsplan Buitengebied, Westerkanaaldijk11 te Malden - ontwerp

4.7.2. Gebiedsbescherming 4.7.2.1. Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied in het kader van de Wet natuurbescherming. Op circa 7 km afstand liggen de Rijntakken. Op circa 8 km afstand ligt Sint Jansberg. Gezien de grote afstand en de aard en omvang van de ontwikkeling wordt gesteld dat er geen sprake is van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000gebied. 4.7.2.2. Natuur Netwerk Nederland (voorheen EHS) Natuur Netwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ - principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. De atlas van de provincie Gelderland heeft een kaart van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het plangebied is niet gelegen binnen de begrenzing van het Gelders natuurnetwerk (GNN), maar binnen de 'Groene Ontwikkelingszone'.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9503266/1