Bijlage III Ontwerpbegroting 2027-2030 (en bijstelling 2026) MGR RvN
Tekst van het document
0 3 0 2 – 7 2 0 2 g in t o r Be g en bijstelling 2026 jmegen, 31 maart MGR Regio Rijk van Ni
2026
Inhoud Voorwoord ................................................ 3 Samenvatting – WerkBedrijf.................... 4 Samenvatting iRvN.................................... 7 Inleiding. .................................................... 9 Deel 1 Wat willen we bereiken?.............10 1 2 2.1 2.2 2.3
MGR...............................................................11 WerkBedrijf. ................................................12 Onderdeel Werk ........................................ 12 Onderdeel SW............................................. 19 Arbeidsmarktregio..................................... 20
3 ICT Rijk van Nijmegen. ...............................21 3.1 Wat willen we bereiken?............................. 21 3.2 Wat gaan we hiervoor doen?...................... 23
Deel 2 Wat gaat het kosten?. ................. 27 4 Baten en lasten MGR. ................................ 28 4.1 MGR totaal. ................................................. 28 4.2 Bestuursondersteuning............................. 29
5 Baten en lasten Werkbedrijf. ................... 30 5.1 Totalen......................................................... 30 5.2 Onderdeel Werk.......................................... 33 5.3 Onderdeel SW............................................. 46 5.4 Onderdeel Vastgoed. .................................. 52 5.5 Onderdeel Arbeidsmarktregio Rijk van Nijmegen .................................................... 54 6 Baten en lasten iRvN................................. 61 6.1 Baten en lasten ICT Rijk van Nijmegen onderdeel Automatisering. ........................ 64 6.2 Baten en lasten ICT Rijk van Nijmegen onderdeel Applicatiebeheer....................... 67
Deel 3 Paragrafen. ................................. 69 7 Weerstandsvermogen en risicobeheersing.................................................. 70 8 Financiering................................................ 74 9 Bedrijfsvoering. .......................................... 76 10 Onderhoud kapitaalgoederen.................... 79 11 Verbonden partijen..................................... 80 12 Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo)............................ 81 13 Duurzaamheid. ........................................... 82 14 Besluit algemeen bestuur. ........................ 86
Bijlagen. ................................................... 87 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14
Uitgangspunten begroting. ........................ 88 Bijdrage per gemeente 2025-2030............ 89 Bijdrage per gemeente details. ................. 92 Bijdrage per gemeente details (iRvN). ...... 99 Bekostigingssystematiek SW. ................. 104 Staat van personele lasten. ..................... 105 Staat van voorzieningen........................... 108 Overheadnorm.......................................... 109 Staat van investeringen.............................110 Plan Impuls Werkontwikkeling. ...............112 Consolidatieoverzicht MGR.......................118 Risico per gemeente................................. 122 Geprognotiseerde Balans 2026-2030...... 123 Incidentele baten en lasten...................... 125
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
2
Voorwoord draaien, zodat inwoners en ondernemers goed geholpen worden.
Foto door Henk Hulshof
Dát is waar de MGR Rijk van Nijmegen voor is. Niet als doel op zich, maar als regionale organisatie die het mogelijk maakt dat zeven gemeenten samen meer bereiken dan ze afzonderlijk zouden kunnen.
Achter elke begroting schuilen mensen. Mensen die na een moeilijke periode weer de stap zetten naar werk. Jongeren die met de juiste begeleiding op het goede spoor komen. Ondernemers die ruimte maken voor een medewerker die misschien wat extra ondersteuning nodig heeft, maar die elke dag laat zien wat hij waard is. En gemeenten die erop moeten kunnen vertrouwen dat hun digitale systemen veilig en betrouwbaar
WerkBedrijf begeleidt inwoners met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt naar werk en participatie. Dat klinkt abstract, maar het is heel concreet. Het is de jobcoach die meeloopt op de werkvloer. Het leerwerktraject in de zorg of het groen, waarin iemand toewerkt naar een diploma én een baan. De samenwerking met werkgevers om functies zo in te richten dat ze passen bij wat mensen kunnen. Door dit regionaal te doen, beschikken onze gemeenten over een slagvaardige organisatie met de kennis en de schaal die je lokaal moeilijk opbouwt. ICT Rijk van Nijmegen (iRvN) zorgt ervoor dat de digitale basis van onze gemeenten op orde is. Telefoons, laptops, netwerken, beveiliging – het klinkt vanzelfsprekend, totdat het wegvalt. In een
tijd waarin digitale dreigingen toenemen en de eisen aan informatiebeveiliging steeds strenger worden, staan we sterker door dit samen te organiseren. Er gebeurt meer. In 2025 hebben de zeven colleges de Visie en Samenwerkingsagenda ‘Samen sterk als Rijk van Nijmegen!’ vastgesteld. Daarin spreken zij gezamenlijke ambities uit op het ruimtelijke, economische en sociale domein. Momenteel wordt verkend hoe de platformfunctie van de MGR ingezet kan worden om de uitvoering van deze opgaven te faciliteren. De ervaring met WerkBedrijf en iRvN laat zien dat regionaal organiseren meerwaarde oplevert, mits de uitvoering herkenbaar en bereikbaar blijft voor inwoners. Ik nodig u van harte uit verder te lezen in deze begroting – niet alleen als financieel document, maar als een verhaal over wat we samen doen voor de mensen in onze regio. Renske Helmer-Englebert Lid Dagelijks Bestuur MGR Rijk van Nijmegen
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
3
Samenvatting – WerkBedrijf WerkBedrijf ondersteunt inwoners van de zeven gemeenten in het Rijk van Nijmegen bij het vinden en behouden van duurzaam werk. Werk is meer dan een inkomen. Het vergroot zelfstandigheid, versterkt
participatie en vermindert of beëindigt afhankelijkheid van een uitkering. Voor veel van onze kandidaten betekent aan het werk zijn weer structuur in de dag, eigen geld verdienen en erbij horen.
Dat heeft direct effect op hun welzijn, hun gezin en hun omgeving. Tegelijkertijd dalen daardoor de uitkeringslasten en zorgkosten voor gemeenten. Onze inzet richt zich op drie taakgebieden.
1. VOORKOMEN VAN INSTROOM IN DE UITKERING
2. BEVORDEREN VAN DUURZAME UITSTROOM NAAR WERK
3. B EPERKEN VAN PUBLIEKE AFHANKELIJKHEID
Preventie:
We beëindigen afhankelijkheid van een uitkering:
ONZE TAAKGEBIEDEN
– Jongeren vroegtijdig begeleiden naar
werk, vóórdat zij een uitkering aanvragen
– Niet-uitkeringsgerechtigden plaatsen
op werk
– Samenwerking met scholen, buurtteams
en zorgpartners
– Participatiecoaching: activering en
zelfredzaamheid
– Diagnose en ontwikkeltrajecten – Werknemersvaardigheden opbouwen
Ontwikkelen en begeleiden van kandidaten met arbeidsbeperking: – Loonkostensubsidie: werkgevers compenseren
zodat inwoners zelf salaris verdienen
– Jobcoaching en langdurige begeleiding op
de werkplek
– Bemiddeling en matching met
– Beschut werk: duurzame werkplekken bij
– Leer-werktrajecten in o.a. zorg,
– Sociale werkvoorziening: medewerkers
– Banenmarkten, matchevents en
– Op weg naar werk: arbeidsmatige dagbesteding:
werkgevers
groen en horeca
ondernemersbijeenkomsten
reguliere werkgevers
gedetacheerd bij werkgevers
onbetaald werk als opstap naar betaald werk indien mogelijk.
De kosten zitten voor het overgrote deel in de inzet van onze professionals en in loonkostensubsidies — directe investeringen in werk voor inwoners.
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
4
WAT GAAN WE DOEN? Achter elk cijfer in onze rapportages staat het werk van onze consulenten. Zij leren een kandidaat kennen in intake- en diagnosegesprekken, brengen in kaart wat iemand kan en waar de belemmeringen zitten, en stellen een plan op. Voor de één betekent dat een kort bemiddelingstraject naar een baan. Voor een ander een ontwikkeltraject van maanden, waarin zij stap voor stap werknemersvaardigheden opbouwen op een leerwerkplek in bijvoorbeeld de zorg, het groen, de horeca. En voor kandidaten met een arbeidsbeperking betekent het vaak jarenlange begeleiding op de werkplek door een jobcoach, zodat zij hun baan kunnen behouden. Zonder die begeleiding komen zij niet of nauwelijks aan het werk. Aan de werkgeverskant helpen onze consulenten functies aan te passen aan de mogelijkheden van kandidaten, via functiecreatie, jobcarving en het combineren van taken. We organiseren banenmarkten en matchevents en onderhouden actief contact met honderden werkgevers in de regio. Zo ontstaan werkplekken die er anders niet zouden zijn.
De doelgroep verandert fundamenteel
Door het sluiten van de Wajong en WSW voor nieuwe instroom neemt het aandeel kandidaten met een complexe ondersteuningsbehoefte toe. Het werk per kandidaat wordt intensiever: meer gesprekken, meer voorzieningen en meer afstemming met zorg en welzijn. Die inzet is minder zichtbaar in uitstroomcijfers, maar essentieel om kandidaten duurzaam aan het werk te krijgen én te houden. En elke inwoner die met ondersteuning aan het werk is, bespaart de gemeente uitkeringslasten en draagt bij aan de lokale economie.
ONDERWIJS ROC Nijmegen, HAN, Radboud Universiteit, PRO / VSO, Yuverta
WERKCENTRUM Nieuw; met ingang van 2026
ZORG & WELZIJN Stichting MEE Bindkracht10 Sociale wijkteams
Preventie
Door jongeren en niet-uitkeringsgerechtigden vroegtijdig te ondersteunen voorkomen we instroom in de bijstand. Bij statushouders combineren we werk, taalontwikkeling en integratie. Bij beschut werk streven we naar 125 werkplekken eind 2026 en 160 eind 2027.
WerkBedrijf doet dit niet alleen
We werken samen met werkgevers, onderwijs, zorg, welzijn en overheden en kijken daarbij breed naar de inwoner. Per 2026 bundelen we onze krachten in het Werkcentrum Rijk van Nijmegen. Het Werkcentrum is een netwerkorganisatie, zodat werkzoekenden, werkenden en werkgevers altijd terechtkomen bij de juiste dienstverlening. Zoals UWV, WerkBedrijf, of sociale partners.
844 WERKGEVERS Relaties, banenmarkten, matchevents, Inclusief Ondernemers Netwerk (ION)
OVERHEDEN UWV COA 7 gemeenten
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
5
WAT GAAT HET KOSTEN? Het totale begrotingsvolume bedraagt circa €86,9 miljoen in 2027 en neemt daarna licht af door de afnemende omvang van de sociale werkvoorziening. Binnen het onderdeel Werk nemen de lasten toe doordat meer kandidaten met loonkostensubsidie aan het werk zijn, waarbij elke plaatsing structurele begeleiding vraagt. Loonkostensubsidie wordt het opvolgende jaar volledig vergoed door het Rijk. Het overgrote deel van het budget gaat naar directe ondersteuning van inwoners: het salaris van onze consulenten en jobcoaches, loonkostensubsidies voor werkgevers en begeleiding op de werkplek. Het is geld dat direct terechtkomt bij inwoners en werkgevers in de regio.
Plan impuls werkontwikkeling (zie bijlage 10) (circa €1,1 mln/jaar aan rijksmiddelen) → extra inzet op beschutte werkplekken → begeleiding op de werkvloer → onderzoekscentrum voor diagnose
WAAR GAAT HET GELD NAARTOE? Sociale werkvoorziening loonkosten en begeleiding SW-medewerkers bij werkgevers
Loonkostensubsidie en begeleiding zodat inwoners met arbeidsbeperking zelf salaris verdienen
Dienstverlening en consulenten diagnose, ontwikkeltrajecten, bemiddeling, jobcoaching
Preventie voorkomen van instroom in de uitkering
Op weg naar werk arbeidsmatige dagbesteding, indien mogelijk als opstap naar werk
Vrijwel het volledige budget gaat naar directe ondersteuning van inwoners en werkgevers. Deze figuur geeft de verhoudingen weer binnen de bestedingen van module WerkBedrijf, de precieze cijfers zijn verderop in de begroting terug te vinden.
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
6
Samenvatting iRvN Wat willen we bereiken? ICT Rijk van Nijmegen (iRvN) beheert, exploiteert en ontwikkelt de technische ICT-infrastructuur (inclusief telefonie) voor de MGR-deelnemers in de regio Rijk van Nijmegen. Primair gaat het daarbij om het waarborgen van de bedrijfscontinuïteit en de beschikbaarheid van de gehele regionale ICT-infrastructuur voor de deelnemers. Onze missie voorziet in het mogelijk maken van de (digitale) dienstverlening aan inwoners en ondernemers in de regiogemeenten. Wij zorgen voor een stabiele en dienstverlenende organisatie die de infrastructuur kan beheren. Ook zorgen we voor een digitale werkomgeving waar goed mee te werken valt binnen en tussen organisaties. De komende jaren concentreren we ons op een aantal belangrijke ontwikkelingen. We werken aan de transitie naar een hybride infrastructuur waarbij on-premise voorzieningen en cloud oplossingen naast elkaar functioneren. Daarnaast beheren we Software as a Service (SaaS) en de samenhang in het applicatielandschap. We willen volwassenheidsniveau 3 voor informatiebeveiliging en digitale weerbaarheid bereiken en
behouden. Microsoft 365 ontwikkelen we verder als stabiele regionale voorziening. We creëren transparantie in kostenopbouw en leveranciersafhankelijkheden. Ten slotte bouwen we aan een professionele en lerende organisatie. Het accent voor deze ontwerpbegroting ligt op continuïteit, veiligheid, bruikbaarheid en wendbaarheid.
Wat gaan we doen? Wij bouwen verder aan een moderne en veilige infrastructuur. Voor iedere organisatie is er een eigen tenant/omgeving met een optimale inzet van onze resources. We zorgen voor een organisatie op volwassenheidsniveau 3 die snel kan inspelen op veranderende wensen van de deelnemers en op eisen in de wereld buiten onze regio. Voor de deelnemers zijn wij het verlengstuk op het gebied van informatisering en automatisering. Naast het beheren en onderhouden van de technische en functionele infrastructuur ondersteunen we alle medewerkers in de regio bij het gebruik van hun devices en software. We zetten specifiek in op het voortzetten van het meerjarige Programma Beveiliging. Het iRvN-CSIRT
blijft structureel actief voor het signaleren, analyseren en afhandelen van beveiligingsincidenten. In 2026 bieden we een heroriëntatie op het Programma Beveiliging aan. Daarmee beoordelen we of het huidige scenario nog passend is bij de actuele dreigingen en aangescherpte wet- en regelgeving. Daarnaast vernieuwen wij onze netwerkcomponenten. We investeren met de deelnemers in de verdere uitrol en inrichting van MS365. Ook werken wij aan de verdere professionalisering van iRvN. Wij ondersteunen de deelnemers bij hun strategische trajecten op het gebied van onder andere mobile device management en cloudstrategie. Dit doen we met inzet en betrokkenheid bij projecten en met advisering. Er wordt daarbij strategisch en tactisch overlegd met de deelnemers over de inrichting van ons product voor hun dienstverlening. Dit gebeurt volgens de kernwaarden van betrokkenheid, betrouwbaarheid, professionaliteit en oplossingsgerichtheid.
Wat gaat het kosten? We begroten in 2027 in totaal € 27,7 miljoen te besteden. € 22,8 miljoen gaat naar het onderdeel Automatisering en € 4,9 miljoen naar het onderdeel Applicatiebeheer. De volgende
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
7
onderwerpen zullen naar verwachting financiële druk op de begroting van iRvN leggen: • Cloudcomputing en hybride werken (aanschaf laptops & mobiele telefoons); • Software as a service; • Beveiliging; • Personeel, het werven en behouden; • Stijgende prijzen van ICT-voorzieningen. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van 2026 zijn de volgende. De kapitaallasten stijgen door de vervanging van netwerkcomponenten (investering van € 2,8 miljoen in 2026). De operationele lasten nemen toe door cloudcomputing en beveiligingseisen. Er is structurele kostendruk door prijsindexaties bij leveranciers en toenemende auditlasten in verband met BIO, NIS2 en TPM-verklaringen. In deel 2 "Wat gaat het kosten?" wordt de financiële begroting van iRvN gedetailleerd toegelicht.
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
8
Inleiding In de begroting informeren wij u over de inhoudelijke en financiële ambities en ontwikkelingen van de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen (hierna: MGR) in 2027 tot en met 2030. Deze begroting bevat tevens een bijstelling van de begroting 2026. De MGR kent twee uitvoeringsmodules: WerkBedrijf en ICT Rijk van Nijmegen (hierna: iRvN). De MGR is daarnaast een platform voor samenwerking en afstemming tussen gemeenten in de regio. De volgende gemeenten nemen deel aan de MGR: Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar 1, Nijmegen en Wijchen. Eind 2025 heeft het bestuur van de MGR een kaderbrief verstuurd aan de deelnemende gemeenten. Hierin hebben we de financiële en beleidsmatige uitgangspunten voor deze begroting beschreven. Gemeenten konden hierop een zienswijze indienen. De kaderbrief en ingediende zienswijzen vormen de basis voor deze begroting.
Leeswijzer In de begroting gaan we in op de MGR algemeen en de platformfunctie. Daarnaast gaan we dieper in op de twee inhoudelijke modules van de MGR: WerkBedrijf en iRvN. We beantwoorden de volgende vragen:
Wat willen we bereiken en wat gaan we doen? Deze vraag beantwoorden we in deel 1 van de begroting. Het deel bestaat uit hoofdstukken 1, 2 en 3.
Wat gaat het kosten?
In deel 3 volgen de (verplichte) paragrafen van de begroting. Het gaat hier onder andere om het weerstandsvermogen en risicobeheersing, de financiering en bedrijfsvoering. Dit deel besluiten we met het (voorgenomen) besluit van ons algemeen bestuur. Hiermee stelt het algemeen bestuur de begroting vast. De planning is dat het bestuur dit in de vergadering van 9 juli 2026 doet. Deel 3 bestaat uit de hoofdstukken 7 tot en met 14. In de bijlagen 1 tot en met 14 treft u onder andere de uitgangspunten bij de begroting aan, de bijdragen die we vragen aan uw gemeenten, het consolidatieoverzicht van de MGR en de staat van voorzieningen en investeringen.
Deze vraag beantwoorden we in deel 2. We kijken eerst naar de MGR in totaliteit, in hoofdstuk 4. Vervolgens kijken we in hoofdstuk 5 en 6 naar de twee inhoudelijke modules.
1) De gemeente Mook en Middelaar neemt niet deel aan het onderdeel SW. De gemeente West Maas en Waal is geen deelnemer aan de MGR, maar neemt wel de dienstverlening af op het gebied van de SW.
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
9
Deel 1 Wat willen we bereiken? In hoofdstuk 1 gaan we in op ontwikkelingen en ambities voor de MGR in z’n geheel. Hoofdstuk 2 gaat in op ontwikkelingen en ambities voor de module WerkBedrijf. In hoofdstuk 3 doen we hetzelfde, maar dan voor de module iRvN.
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
10
1 MGR De MGR biedt de regio een staande structuur voor samenwerking: twee inhoudelijke uitvoeringsmodules en een regionale platformfunctie voor (bestuurlijke) afstemming en regionale samenwerking. De kracht van deze structuur is dat regionale samenwerking gepaard gaat met democratische controle door de gemeenteraden en lokale verankering van de uitvoering. De deelnemende gemeenten kunnen dit platform gebruiken om af te stemmen over regionale opgaven. Platformfunctie en modules
Binnen de MGR zijn twee inhoudelijke modules georganiseerd: ICT Rijk van Nijmegen (iRvN) en WerkBedrijf. De ervaring leert dat het regionaal organiseren van deze taken schaalvoordelen oplevert, zonder dat dit ten koste gaat van nabijheid en bereikbaarheid voor inwoners en ondernemers. Het modulaire karakter van de MGR maakt het mogelijk om – wanneer de regionale opgaven daarom vragen en gemeenten dit wensen – nieuwe modules toe te voegen. Hierbij is het uitgangspunt dat regionale oplossingen bijdragen aan lokale opgaven.
Planning & control en de rol van gemeenteraden De MGR kent een transparante planning- en
controlcyclus, bestaande uit de kaderbrief, de begroting, tussentijdse rapportages en de jaarrekening. Gemeenteraden worden op vaste momenten in dit proces betrokken en kunnen zienswijzen indienen op de kaderbrief, de ontwerpbegroting en de ontwerpjaarrekening. Deze controlemomenten waarborgen dat de raden grip houden op regionaal georganiseerde taken. Daarnaast stellen de gemeenteraden eens per vier jaar het strategisch beleidskader arbeidsmarkt en re-integratie vast, een belangrijk richtinggevend document voor de uitvoering binnen de module WerkBedrijf. Het informatieprotocol MGR beschrijft welke informatie op welk moment aan de deelnemende gemeenten wordt verstrekt, zodat raden te allen tijde over de informatie beschikken die zij nodig hebben.
Raadsadviescommissie
In de nieuwe raadsperiode wordt een regionale raadsadviescommissie MGR geïmplementeerd. Het algemeen bestuur van de MGR heeft op 5 maart 2026 besloten tot instelling van deze commissie en het bijbehorende reglement van orde vastgesteld. De raadsadviescommissie bestaat uit raadsleden van de deelnemende gemeenten en adviseert het bestuur van de MGR, met als doel de gemeenteraden optimaal in staat te stellen hun kaderstellende en controlerende rol
te vervullen. De commissie richt zich primair op de kwaliteit van de informatievoorziening en het besluitvormingsproces. Daarnaast kan de commissie regionale raadsbijeenkomsten organiseren over aangelegenheden die met de MGR te maken hebben.
Visie en Samenwerkingsagenda Rijk van Nijmegen
De colleges van de zeven gemeenten in het Rijk van Nijmegen hebben in 2025 gezamenlijk een Visie en Samenwerkingsagenda (VSA) vastgesteld, gericht op het versterken van de regionale samenwerking op drie centrale opgaven: slim omgaan met de verstedelijkingsdruk (ruimtelijk domein), werken aan economische profilering en arbeidsmarkt (economisch domein) en versterken van de sociale basis en leefbaarheid (sociaal domein). Deze opgaven overstijgen gemeentegrenzen, maar vragen tegelijkertijd om oplossingen die dicht bij inwoners en ondernemers worden georganiseerd. De komende periode wordt verkend of en op welke wijze de MGR – met haar bestaande bestuurlijke structuur, democratische waarborgen en ervaring in het regionaal organiseren van uitvoeringstaken – kan dienen als platform voor het faciliteren van de uitvoering van deze opgaven. Het is aan de gemeenten om hierover te besluiten.
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
11
2 WerkBedrijf WerkBedrijf voert namens de deelnemende gemeenten wettelijke taken uit op het terrein van werk en participatie. Het gaat daarbij om de uitvoering van het werkdeel van de Participatiewet, de Sociale Werkvoorziening (SW), arbeidsmatige dagbesteding in het kader van de Wmo en de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) binnen de Wet inburgering. Met deze taken draagt WerkBedrijf bij aan het ondersteunen van kandidaten met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. En aan het bevorderen van een inclusieve arbeidsmarkt, waarin werk – waar mogelijk – de basis vormt voor maatschappelijke deelname en zelfredzaamheid. WerkBedrijf voert deze taken uit als uitvoeringsorganisatie, binnen de beleidsmatige en financiële kaders die door de deelnemende gemeenten zijn vastgesteld. Dit hoofdstuk beschrijft op hoofdlijnen hoe WerkBedrijf in de begrotingsperiode invulling geeft aan deze taken en welke keuzes daarbij worden gemaakt. Daarbij staat het geldende beleidskader arbeidsmarkt en re-integratie 2024–2027 centraal en wordt aangesloten bij de afspraken die zijn vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst (DVO). In paragraaf 2.1 wordt ingegaan op het onderdeel Werk en de
Voorkomen instroom in uitkering
Beëindigen afhankelijkheid uitkering
Minimaliseren publieke afhankelijkheid
Niet-loonvormende activering bijstandsontvangers Bijvoorbeeld • dagbesteding • vrijwilligerswerk • andersoortige activering
Intake en diagnose Ontwikkelen Bemiddelen Begeleiden
Formatie en instrumenten t.b.v. taakgebied
Formatie en instrumenten t.b.v. taakgebied
wijze waarop WerkBedrijf, in nauwe samenwerking met gemeenten, werkgevers en partners uit zorg, welzijn en onderwijs, inzet op ontwikkelen, begeleiden en bemiddelen richting duurzaam werk. Paragraaf 2.2 beschrijft de uitvoering van de sociale werkvoorziening. In paragraaf 2.3 wordt kort stilgestaan bij de rol van WerkBedrijf binnen de arbeidsmarktregio. Een nadere financiële toelichting op deze onderdelen is opgenomen in hoofdstuk 5 van deze begroting.
Formatie en instrumenten t.b.v. taakgebied
2.1
Onderdeel Werk
2.1.1 Opdracht en beleidsmatige kaders WerkBedrijf voert namens de deelnemende gemeenten wettelijke taken uit op het terrein van werk en participatie. Het betreft de uitvoering van het werkdeel van de Participatiewet, arbeidsmatige dagbesteding in het kader van de Wmo en de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) binnen de Wet inburgering. Met deze
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
12
taken draagt WerkBedrijf bij aan het voorkomen van instroom in de bijstand, het beëindigen of beperken van afhankelijkheid van een bijstandsuitkering en het minimaliseren van publieke afhankelijkheid door kandidaten, waar mogelijk, te laten werken met ondersteuning.
2.1.2 Context en ontwikkeling van de doelgroep
Het beleidskader arbeidsmarkt en re-integratie 2024–2027 vormt het leidende inhoudelijke kader voor deze uitvoering. Binnen dit kader biedt WerkBedrijf kandidaten ondersteuning die is afgestemd op hun mogelijkheden en ondersteuningsbehoefte en werkt het, in nauwe samenwerking met gemeenten en werkgevers, aan duurzame plaatsingen en ontwikkeling richting werk. Nadere afspraken over de uitvoering zijn vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst.
De uitvoering van de taken van WerkBedrijf vindt plaats in een maatschappelijke en financiële context die onder druk staat. Gemeenten zien de uitgaven aan bijstandsuitkeringen toenemen, terwijl de beschikbare budgetten beperkt zijn. Tegelijkertijd wordt verwacht dat er blijvend wordt geïnvesteerd in kandidaten met een ondersteuningsbehoefte, zodat zij kunnen deelnemen aan werk en maatschappij. Het vraagt slimme inzet van middelen om zowel bij te dragen aan uitstroom uit de uitkering naar werk als aan duurzame ontwikkeling. De krapte op de arbeidsmarkt versterkt dit beeld: kandidaten voor wie werk relatief eenvoudig te realiseren is, hebben inmiddels vaak al werk gevonden.
De rolverdeling tussen gemeenten en Werk Bedrijf is helder. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het vaststellen van beleid en de financiële kaders en voor de inkomensvoorziening van kandidaten. WerkBedrijf is verantwoordelijk voor de uitvoering van de re-integratie- en participatietaken binnen deze kaders. Binnen de uitvoering is ruimte voor maatwerk en lokale accenten; 15% van het werkbudget wordt ingezet voor lokale keuzes van gemeenten.
Het kandidatenbestand van WerkBedrijf is hierdoor de afgelopen jaren verder veranderd. Het grotendeels sluiten van de Wajong en de instroom in de Sociale Werkvoorziening (WSW) betekent dat kandidaten met een structurele of langdurige ondersteuningsbehoefte vaker aangewezen zijn op de Participatiewet. In combinatie met de krappe arbeidsmarkt leidt dit tot een instroom met complexere ondersteuningsvragen, bijvoorbeeld op het gebied
van belastbaarheid, gezondheid, vaardigheden of taal. Voor deze kandidaten vraagt toeleiding naar werk meer tijd, intensievere begeleiding en een zorgvuldige opbouw. De dienstverlening richt zich daarom steeds vaker op ontwikkelen en begeleiden (ook na plaatsing op werk), met als doel om duurzame plaatsingen te realiseren die zowel voor kandidaten als voor werkgevers haalbaar zijn. Onderstaande tabel geeft weer voor welk deel van onze kandidaten we primair welk type dienstverlening inzetten. Dienstverlening
Jan 2021
Dec 2023
Dec 2024
Dec 2025
Ontwikkelen
30%
38%
39%
37%
Bemiddelen
49%
28%
32%
30%
Begeleiden (ook na plaasting op werk)
21%
34%
29%
33%
In de huidige arbeidsmarkt is steeds vaker sprake van een structurele mismatch tussen de vraag van werkgevers en het aanbod van kandidaten waarvoor WerkBedrijf zich inzet. Hoewel de arbeidsmarkt krap is, sluiten de beschikbare functies en de mogelijkheden van kandidaten niet vanzelfsprekend op elkaar aan. Deze mismatch manifesteert zich zowel aan de kant van kandidaten als aan de kant van werkgevers. Aan de kant van kandidaten zien we dat het vaak ontbreekt aan (actuele) vaardigheden, recente werkervaring of een relevante opleiding of start-
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
13
kwalificatie. Daarnaast hebben veel kandidaten een grotere ondersteuningsbehoefte, bijvoorbeeld door beperkte belastbaarheid, gezondheidsproblematiek of taalbelemmeringen. Dit maakt directe plaatsing in regulier werk zonder aanvullende ondersteuning niet altijd haalbaar. Aan de kant van werkgevers zien we dat functies vaak zijn ingericht op volledige inzetbaarheid en productiviteit, terwijl de ruimte voor begeleiding, aanpassing van werk of het bieden van leer- en ontwikkelmogelijkheden beperkt is. Het ontbreekt werkgevers vaak niet aan bereidheid, maar wel aan tijd, kennis of capaciteit om kandidaten met een ondersteuningsbehoefte duurzaam te begeleiden. Deze mismatch vraagt om actieve bemiddeling, ontwikkeling van kandidaten en het aanpassen of creëren van werk in samenwerking met werkgevers. WerkBedrijf vervult hierin een verbindende rol door kandidaten te ontwikkelen en te begeleiden en door samen met werkgevers te zoeken naar werk dat passend en uitvoerbaar is voor beide partijen.
2.1.3 Samenwerking met ondernemers en samenhang in de dienstverlening
in een daadwerkelijk inclusieve arbeidsmarkt mensen zo regulier mogelijk werken. Het realiseren van werkgelegenheid voor kandidaten met een ondersteuningsbehoefte is daarom in hoge mate afhankelijk van samenwerking met ondernemers in de regio. Voor ondernemers is een rendabele bedrijfsvoering een noodzakelijke randvoorwaarde om duurzaam werk te kunnen bieden. Tegelijkertijd is deze samenwerking voor WerkBedrijf essentieel om kandidaten te kunnen plaatsen en perspectief op werk te realiseren.
WerkBedrijf is een werkontwikkelbedrijf zonder eigen productiefaciliteit. Dit is vanuit de visie dat
In de samenwerking met ondernemers staat het organiseren van passend en uitvoerbaar
werk centraal. WerkBedrijf kijkt samen met werkgevers hoe werk kan worden aangepast of ingericht, bijvoorbeeld door functiecreatie, het combineren of splitsen van taken en het inzetten van begeleiding op de werkplek. Door werk af te stemmen op de mogelijkheden van kandidaten en de randvoorwaarden van werkgevers, worden duurzame plaatsingen mogelijk gemaakt. De dienstverlening van WerkBedrijf is ingericht als een samenhangend pakket van voorzieningen, waarin ontwikkelen, bemiddelen en begeleiden elkaar versterken. Afhankelijk van de situatie van de kandidaat wordt een passende
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
14
UITSTROOM NAAR WERK
800 850
Kandidaten met arbeidsbeperking aan het werk (einde jaar)
Kandidaten met indicatie beschut werk aan het werk (einde jaar)
900 950
duurzaamheid uitstroom: 80%
Kandidaten actief (geweest) binnen Op weg naar werk (einde jaar)
125 160
425 425
PLAATSINGEN WERK
1.800 1.900 Doelstelling 2026 Doelstelling 2027
vanuit bijstand
1.500 1.600
combinatie van instrumenten ingezet, zoals loonkostensubsidie, beschut werk, ontwikkelen leer-werktrajecten en begeleiding op de werkplek. Deze samenhangende inzet maakt maatwerk mogelijk voor kandidaten en houdt werkplekken voor ondernemers haalbaar. Waar nodig kunnen kandidaten naargelang hun ontwikkeling stappen zetten tussen de verschillende voorzieningen. Het doel is stappen richting
parttime
fulltime
jongeren
55+
statushouders
1.000 1.050
800 850
650 650
100 100
175 200
zo regulier mogelijk werk, soms is het ook nodig om tijdelijk meer ondersteuning te krijgen of in een tijdje actief te zijn in dagbesteding. Dit past allemaal binnen het maatwerk. De infographic geeft een belangrijk deel van onze mogelijk heden voor (betaald) werk weer. Arbeidsmatige dagbesteding en participatie coaching vormen een belangrijk onderdeel
van dit pakket. Voor kandidaten voor wie loonvormend werk (nog) niet haalbaar is, bieden deze voorzieningen een opstap gericht op het ontwikkelen van vaardigheden, werkritme en belastbaarheid. Gemeenten kunnen participatiecoaching inzetten via de lokale keuzekaart binnen de dienstverleningsovereenkomst. WerkBedrijf blijft aansluiten bij de lokale verschillen in de invulling van participatiecoaching,
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
15
zoals gemeenten in hun zienswijzen benadrukken. WerkBedrijf verbindt deze vormen van ondersteuning waar mogelijk aan trajecten richting betaald werk, zodat doorstroom naar loonvormende arbeid wordt bevorderd en uitval wordt voorkomen.
2.1.4 Doelstellingen voor de uitvoering Voor het onderdeel Werk zijn doelstellingen geformuleerd die richting geven aan de uitvoering en het gesprek met gemeenten ondersteunen. Deze doelstellingen bieden houvast voor de sturing op de dienstverlening en maken inzichtelijk waar WerkBedrijf in de begrotingsperiode de nadruk op legt. Zij vormen daarmee een belangrijk referentiepunt voor de uitvoering en de bestuurlijke afstemming met gemeenten. De doelstellingen kunnen gevonden worden in de figuur op pagina 15 Bij het formuleren van deze doelstellingen is kritisch gekeken naar de resultaten van eerdere jaren en naar de ontwikkeling van het kandidatenbestand en de arbeidsmarkt. Op basis daarvan zijn de ambities voor de komende periode bepaald, binnen de wettelijke taak en de opdracht die WerkBedrijf van de deelnemende gemeenten heeft gekregen. De doelstellingen houden
rekening met de toenemende ondersteuningsbehoefte van kandidaten en met de randvoorwaarden waarbinnen WerkBedrijf samen met gemeenten en werkgevers zijn taken uitvoert. Gemeenten geven in hun zienswijzen aan een scherpere analyse van de effectiviteit van de dienstverlening te verwachten, gezien de teruglopende uitstroom uit de uitkering naar werk. In 2026 laat WerkBedrijf de effectiviteit van de dienstverlening onderzoeken door een externe partij. Dit past bij onze ambitie om continu te leren en de uitvoering verder te ontwikkelen. Het onderzoek is gericht op het verkrijgen van onafhankelijke inzichten in de werking en resultaten van de dienstverlening en het identificeren van verbetermogelijkheden. De uitvoering van dit onderzoek is onderdeel van de afspraken die met de deelnemende gemeenten zijn vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst. De uitkomsten bieden input voor het gesprek met gemeenten over de verdere ontwikkeling van de dienstverlening, met als doel het realiseren van zo goed mogelijke resultaten voor kandidaten en gemeenten. De geformuleerde doelstellingen zijn ambitieus en realistisch, en geven tegelijkertijd een eerlijk beeld van de context waarbinnen WerkBedrijf
opereert. Het aantal kandidaten dat uitstroomt naar werk zonder verdere ondersteuning lag in de periode 2015–2022 structureel hoger. Dit hangt samen met een fundamentele verschuiving in de samenstelling van het kandidatenbestand: het aandeel kandidaten met een complexe ondersteuningsbehoefte is sterk toegenomen, terwijl het aandeel kandidaten dat relatief kortdurend begeleiding nodig heeft is afgenomen. Dit betekent dat de inzet van medewerkers van WerkBedrijf anders wordt verdeeld dan voorheen. Het aantal loonkostensubsidieplaatsingen groeit gestaag en elke plaatsing vraagt structurele begeleiding op de werkplek, zowel gericht op kandidaat als ondernemer. Het ontwikkelen van kandidaten richting werk kost meer tijd dan voorheen: meer gesprekken, meer inzet van voorzieningen en simpelweg meer tijd per kandidaat. De begeleidingsintensiteit per kandidaat neemt toe. En een groter deel van de tijd van consulenten en jobcoaches gaat naar afstemming met samenwerkingspartners op andere leefgebieden, zoals zorg, wonen en schuldhulp. Deze inzet is minder zichtbaar in uitstroomcijfers, maar is essentieel om kandidaten duurzaam aan het werk te krijgen én te houden — en draagt daarmee direct bij aan de doelen van de deelnemende gemeenten.
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
16
WerkBedrijf heeft invloed op het aantal plaatsingen; de uitstroom uit de uitkering wordt geregistreerd door gemeenten. In 2026 gaat WerkBedrijf met gemeenten in gesprek om dit cijfer zo betrouwbaar mogelijk te maken. We dragen bij aan de groei van de uitstroom naar werk door nog verder te focussen op bijstandsgerechtigden en kandidaten voor wie fulltime of meer uren werken mogelijk is. Ook zetten we in op een stijging van plaatsingen van statushouders, door inburgering en re-integratie nadrukkelijk in samenhang aan te bieden. Beide partijen – WerkBedrijf en gemeenten – dragen verantwoordelijkheid voor een effectief aan- en terugmeldproces als randvoorwaarde voor het realiseren van de doelstellingen.
2.1.5 Focusgroepen in de uitvoering Binnen de uitvoering is er specifieke aandacht voor een aantal (soms kansrijke) focusgroepen. Deze groepen vragen, ieder op hun eigen manier, om een gerichte benadering. De inzet voor deze focusgroepen vindt plaats binnen de geldende beleidsmatige kaders en is gericht op duurzame participatie en, waar mogelijk, plaatsing op en uitstroom naar werk. Gemeenten geven in hun zienswijzen aan deze prioritering te zien als een praktische actualisatie voor de uitvoering
tot medio 2027, in afwachting van het nieuwe beleidskader voor 2028-2031. Hierna beschrijven we specifieke ontwikkelingen en inzet.
Jongeren
Jongeren vormen een belangrijke aandachtsgroep binnen de dienstverlening van WerkBedrijf. De ervaring leert dat tijdige ondersteuning cruciaal is om te voorkomen dat jongeren langdurig afhankelijk worden van een uitkering. Met deze doelgroep kunnen we een belangrijk preventief effect sorteren. Met andere woorden: bij jongeren is het vaak mogelijk te voorkomen dat zij instromen in de uitkering. Dit geldt in het bijzonder voor jongeren met problematiek op meerdere leefgebieden, zoals schulden, psychische problematiek of een instabiele woonsituatie. WerkBedrijf zet daarom in op vroegtijdige signalering, begeleiding in de zoekperiode en intensieve ondersteuning waar nodig, bijvoorbeeld via de dienstverlening voor zorgjongeren. Hierbij wordt nauw samengewerkt met gemeenten, onderwijsinstellingen, zorgpartners en sociale (wijk)teams. De inzet is erop gericht jongeren perspectief te bieden op werk en ontwikkeling, waarbij stappen richting werk hand in hand gaan met het aanpakken van belemmeringen op andere leefgebieden.
Statushouders
Statushouders zijn een groeiende doelgroep binnen de dienstverlening van WerkBedrijf. De groep heeft specifieke aandacht nodig. Als onderdeel van de Wet Inburgering voeren we voor inburgeraars de Module Arbeidsmarkt en Participatie uit. Voor statushouders ligt de nadruk op het combineren van werk, taalontwikkeling en integratie. Wij geloven in de synergie tussen de inburgerings- en re-integratietrajecten: werk helpt bij inburgering en hoe beter ingeburgerd, hoe meer kans op werk. Daarom hebben we sinds 1 januari 2026 de afspraak met gemeenten dat statushouders na aanmelding voor de MAP direct voor onze re-integratiedienstverlening worden aangemeld. WerkBedrijf ondersteunt statushouders bij het vinden en behouden van passend werk, waarbij rekening wordt gehouden met taalniveau, opleidingsachtergrond en persoonlijke omstandigheden. Waar nodig wordt gestart met ontwikkel- of leer-werktrajecten, zodat statushouders werkervaring kunnen opdoen en tegelijkertijd kunnen groeien richting duurzame uitstroom naar loonvormend werk. Deze aanpak draagt bij aan zowel individuele zelfredzaamheid als maatschappelijke participatie.
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
17
Beschut werk
2026 – 2027: ambitie en koers Gemeenten wijzen in hun zienswijzen op de ontwikkeling bij beschut werk. In 2026 en 2027 versterken we beschut werk met als ambitie: iedere inwoner voor wie beschut werk de best passende oplossing is, duurzaam begeleiden naar een kwalitatief goede beschutte werkplek. We richten ons daarbij op zowel kwaliteit als groei. Dat betekent een efficiënter en toegankelijker indicatieproces, een hogere instroom van kandidaten een blijvende uitbreiding van het aantal geschikte werkplekken. Door intensievere samenwerking in de keten – met onder andere UWV, ministerie SZW, scholen, gemeenten, werkgevers en sociaal ondernemers – werken we aan juiste beeldvorming over beschut werk en vergroten we de baankansen in verschillende sectoren. Het uitgangspunt is een inclusieve arbeidsmarkt waarin beschut werk een volwaardige en herkenbare route is.
Realisatie en uitvoering
Om deze ambitie te realiseren vereenvoudigen we het indicatieproces. We werken hiervoor samen met ministerie SZW en UWV. Ook investeren we in deskundigheid en capaciteit van consulenten en jobcoaches. De begeleiding wordt versterkt door inzet van methodische
coaching (MELBA), trainingen empowerment voor kandidaten en taalondersteuning door de inzet van Arabischsprekende jobcoaches. Tegelijkertijd vergroten we de instroom door gerichte voorlichting en ondersteuning aan scholen, ouders, professionals en werkgevers. Aan de vraagkant blijven we bouwen aan een divers en duurzaam aanbod van beschutte werkplekken: bij reguliere werkgevers, via detacheringsbanen met doorstroomperspectief, en bij sociale werkgevers waar meer begeleiding mogelijk is. Waar nodig ontzorgen we werkgevers financieel en praktisch en onderzoeken we oplossingen voor knelpunten zoals vervoer. Zo borgen we voldoende werkgelegenheid, vergroten we de continuïteit en dragen we bij aan duurzame uitstroom en lagere uitkeringslasten.
behouden en uit te breiden. Het doel is om meer kwetsbare kandidaten aan het werk te krijgen én te houden. En om werkgevers in staat te stellen om nu en in de toekomst, kansen te bieden aan onze kandidaten.
2.1.6 Impuls op werkontwikkeling
2.1.7 Ontwikkeling budget onderdeel Werk
WerkBedrijf zet de komende jaren met het plan Impuls Werkontwikkeling extra in op beschut werk, intensieve begeleiding (op de werkvloer) en onderzoek en diagnose dat gericht is op het in kaart brengen van de werkmogelijkheden. Met deze extra inzet sluit onze dienstverlening beter aan bij de veranderende doelgroep, de vraag op de arbeidsmarkt en de noodzaak om geschikte werkplekken voor kandidaten in de regio te
De inzet en de daarmee samenhangende middelen binnen het onderdeel Werk ontwikkelen zich in lijn met de wettelijke opdracht en de uitvoering van de Participatiewet. De afgelopen jaren is sprake van een groeiend aandeel kandidaten dat werkt met ondersteuning, onder andere via loonkostensubsidie en beschut werk. Deze ontwikkeling vloeit voort uit landelijke wet- en regelgeving en uit de wijze waarop het Rijk de
Het plan Impuls Werkontwikkeling wordt bekostigd met impulsmiddelen die het Rijk beschikbaar heeft gesteld voor het toekomstbestendig maken van de sociale infrastructuur. Een nadere uitwerking van de extra inzet, de beoogde effecten, de kosten en de monitoring en verantwoording van het plan is opgenomen in bijlage 10. Gemeenten vragen in hun zienswijzen om meer inzicht in de verwachte effecten van het impulsbudget. WerkBedrijf zal hierover specifiek rapporteren binnen de reguliere P&C-cyclus.
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
18
toegang tot andere regelingen, zoals de Wajong en de instroom in de sociale werkvoorziening, heeft beperkt. Kandidaten met een structurele of langdurige ondersteuningsbehoefte komen daardoor vaker terecht in de Participatiewet. Deze ontwikkeling heeft gevolgen voor de budgettaire opbouw van het onderdeel Werk. Het aandeel middelen dat samenhangt met loonkostensubsidie, begeleiding op de werkplek en beschut werk neemt toe. Ook zetten we meer middelen in voor onderzoek en diagnose, gespreksvoering en ontwikkeling van de kandidaat. Dit hangt samen met de wettelijke taak en opdracht. Tegelijkertijd is sprake van een afnemende inzet binnen de sociale werkvoorziening door natuurlijke uitstroom. In hoofdstuk 5 is deze ontwikkeling financieel nader uitgewerkt. De beschreven budgettaire verschuivingen weerspiegelen daarmee de uitvoering van rijksbeleid en de veranderende samenstelling van de doelgroep waarvoor WerkBedrijf zijn taken uitvoert.
Mensen aan het werk via de sociale werkvoorziening Realistische en ambitieuze omzet
• In 2026 richten we op een toegevoegde waarde van € 10.015 per medewerker. • In 2027 richten we op een toegevoegde waarde van € 10.545 per medewerker.
Ziekteverzuim verlagen
We zetten onverminderd in op vitaliteit, welzijn en duurzame inzetbaarheid van onze SW-medewerkers. Hierover rapporteren we periodiek aan de deelnemende gemeenten.
2.2.1 Wettelijke opdracht en positionering
is van een afbouwende populatie als gevolg van natuurlijke uitstroom. Deze afbouw doet geen afbreuk aan de verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige en stabiele uitvoering van de wettelijke taak voor de medewerkers die nog onder de SW vallen. WerkBedrijf richt de uitvoering zodanig in dat deze medewerkers passend werk kunnen blijven verrichten, met de benodigde begeleiding en ondersteuning.
WerkBedrijf voert de sociale werkvoorziening (SW) uit voor de bestaande doelgroep. De instroom in de SW is gesloten, waardoor sprake
De laatste jaren vindt de uitvoering van de SW plaats binnen de door het Rijk beschikbaar gestelde middelen. Dit heeft deels te maken
2.2
Onderdeel SW
met het feit dat we onze SW-medewerkers zoveel mogelijk bij inleners aan het werk hebben Daarbij is de inzet erop gericht om de uitvoering financieel beheersbaar te houden en tegelijkertijd recht te doen aan de ondersteuningsbehoefte van de doelgroep. Uitgangspunt is dat we SW-medewerkers inzetten bij reguliere werkgevers, via detachering, met ondersteuning vanuit WerkBedrijf. Deze inzet sluit aan bij de bredere visie om werk zoveel mogelijk in de samenleving te organiseren.
2.2.2 Uitvoering, vitaliteit en duurzaamheid Hoewel de omvang van de SW-populatie afneemt, neemt de complexiteit van de opgave toe. De resterende groep SW-medewerkers heeft gemiddeld een grotere en vaak structurele ondersteuningsbehoefte. Dit vraagt om blijvende aandacht voor begeleiding, arbeidsomstandigheden en duurzame inzetbaarheid. Het is niet zelden nodig om nieuwe werkplekken te zoeken voor medewerkers, die beter aansluiten bij hun veranderende belastbaarheid. WerkBedrijf zet daarom structureel in op het bevorderen van vitaliteit en het beperken van ziekteverzuim. Hierbij worden we begeleid door een extern bureau.
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
19
De inzet op vitaliteit en duurzame inzetbaarheid richt zich op preventie, tijdige signalering van gezondheidsproblemen en zorgvuldige begeleiding bij verzuim en terugkeer naar werk. Deze aanpak draagt bij aan het welzijn van SW-medewerkers en aan de continuïteit van de uitvoering. Tegelijkertijd helpt dit om de uitvoering van de SW ook financieel beheersbaar te houden. We blijven de afgelopen jaren binnen de beschikbare rijksmiddelen. Nadere financiële toelichting op de uitvoering van de SW is opgenomen in hoofdstuk 5 van deze begroting.
2.3
Arbeidsmarktregio
De Arbeidsmarktregio Rijk van Nijmegen is één van de 35 arbeidsmarktregio’s in Nederland en hierbinnen werken publieke en private partners in het Regionaal Beraad gezamenlijk aan een goed functionerende regionale arbeidsmarkt. Binnen onze regio heeft WerkBedrijf een inhoudelijke rol als uitvoerende partner in de arbeidsmarktdienstverlening, onder meer via het Werkcentrum. Tegelijkertijd is de MGR kassier voor de rijksmiddelen die via de centrumgemeente beschikbaar komen voor de arbeidsmarktregio. Om deze rolverdeling helder te maken, is vanaf 2026 een apart begrotingsonderdeel Arbeidsmarktregio opgenomen,
waarmee duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de inhoudelijke bijdrage van WerkBedrijf en de financiële kassierfunctie van de MGR. Vanuit de middelen die de MGR beheert voor het Regionaal Beraad, wordt samenwerking in de regio gestimuleerd ten behoeve van de gezamenlijke regionale ambities. Het Regionaal Beraad bepaalt de strategische koers en adviseert over de inzet van de middelen, terwijl de MGR zorgt voor bundeling, beheer en transparante verantwoording daarvan. Hierdoor worden financiële middelen niet vanuit één organisatieperspectief ingezet, maar ten dienste van de gehele arbeidsmarktregio en haar partners. Deze constructie versterkt de samenhang, slagkracht en integraliteit van de regionale arbeidsmarktdienstverlening. In hoofdstuk 5 wordt hier verder op ingegaan.
Tot slot WerkBedrijf staat in de komende jaren voor een omvangrijke opgave. De uitvoering van wettelijke taken vindt plaats in een context van veranderende wet- en regelgeving, een complexer kandidatenbestand en blijvende druk op publieke middelen. Tegelijkertijd blijft de maatschappelijke opdracht onverminderd groot: het ondersteunen
van kandidaten met een ondersteuningsbehoefte richting werk en participatie, en het organiseren van passend werk in samenwerking met gemeenten en werkgevers. Hiermee hebben we een grote maatschappelijke impact die verder reikt dan alleen het terrein van werk en inkomen. Dit wordt bevestigd door de Maatschappelijke Kosten-Baten-Analyse (MKBA) loonkosten subsidies. Daaruit blijkt dat de inzet van loonkostensubsidies een breed maatschappelijk rendement oplevert: voor kandidaten verbetert de bestaanszekerheid en financiële zelfstandigheid, voor de regionale overheid dalen de kosten voor uitkeringen, zorg en schuldhulpverlening, en voor de lokale economie dragen kandidaten bij aan productie én aan een inclusieve arbeidsmarkt. In de jaarrekening 2025 wordt hier uitgebreid op ingegaan. Met deze begroting schetst WerkBedrijf een samenhangend en realistisch beeld van de inzet voor de komende periode. De dienstverlening is gericht op ontwikkeling, begeleiding en duurzame plaatsingen, met oog voor de mogelijkheden van kandidaten en de randvoorwaarden van werkgevers. Binnen de geldende beleidsmatige en financiële kaders blijft WerkBedrijf zich inzetten voor een zorgvuldige uitvoering van zijn taken en voor een constructieve samenwerking met gemeenten en partners in de regio. Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
20
3 ICT Rijk van Nijmegen ICT Rijk van Nijmegen (iRvN) beheert, exploiteert en ontwikkelt de technische ICT-infrastructuur, inclusief telefonie, voor de deelnemers van de MGR in de regio Rijk van Nijmegen. De kern van deze taak is het waarborgen van de continuïteit en beschikbaarheid van de regionale ICT- voorzieningen, ook in een situatie waarin steeds meer functionaliteit en dienstverlening naar cloudomgevingen verschuift. Daarnaast voert iRvN voor Gemeente Nijmegen een substantieel deel van het functioneel beheer uit. In beperktere omvang gebeurt dit ook voor (primaire) procesapplicaties van andere deelnemende organisaties. De missie van iRvN is het mogelijk maken van de digitale dienstverlening van de deelnemers. Dat doen wij door medewerkers te ondersteunen bij het dagelijks gebruik van hun apparatuur en software en door het beschikbaar stellen van een veilige, betrouwbare en toekomstbestendige ICT-infrastructuur. Daarbij werken wij aan een wendbare en lerende organisatie die kan meebewegen met de ambities en behoeften van de deelnemers en die hen ondersteunt bij projecten gericht op de verdere verbetering van de digitale dienstverlening.
Naast het beheer van de technische infrastructuur signaleert iRvN een aantal ontwikkelingen die van invloed zijn op de wijze waarop deze dienstverlening zich de komende jaren zal moeten blijven ontwikkelen. Deze ontwikkelingen vragen om gerichte aandacht en vertaling naar inrichting, beheer en samenwerking. • Hybride infrastructuur en cloudgebruik • Software as a Service en het applicatielandschap • Digitale soevereiniteit en strategische afhankelijkheden • Informatiebeveiliging en digitale weerbaarheid • Digitale samenwerking en Microsoft 365 • Kostenbeheersing en voorspelbaarheid • Professionele en lerende organisatie
3.1
Wat willen we bereiken?
Hybride infrastructuur en cloudgebruik
De overgang naar een hybride ICT-infrastructuur, waarin on-premise voorzieningen en cloudoplossingen naast elkaar bestaan, is een ontwikkeling die meerdere jaren bestrijkt. Deze overgang verloopt niet lineair en is sterk afhankelijk van de keuzes, het tempo en de prioriteiten
van de afzonderlijke gemeenten. Tegelijkertijd moeten continuïteit, beschikbaarheid en veiligheid van de ICT-voorzieningen gedurende deze periode onverminderd geborgd blijven. Het doel is om deze hybride situatie beheersbaar en voorspelbaar te organiseren, waarbij duidelijk is welke voorzieningen wanneer worden afgebouwd, welke tijdelijk in stand blijven en welke nieuwe afhankelijkheden ontstaan. Het door gemeenten vastgestelde regionale beleid rond de cloudstrategie is hierbij leidend. iRvN richt zich op het uitvoeren van deze strategie binnen de vastgestelde kaders en zorgt voor een technische en organisatorische inrichting die aansluit bij de gekozen richting, zonder vooruit te lopen op beleidskeuzes van gemeenten.
Software as a Service en het applicatielandschap
Het toenemende gebruik van Software as a Service verandert de aard van het applicatie landschap ingrijpend. Applicaties worden vaker buiten de regionale infrastructuur aangeboden, terwijl de onderlinge samenhang tussen systemen en processen behouden moet blijven om dienstverlening goed te laten functioneren. Het doel is dat deze ontwikkeling gecontroleerd en samenhangend plaatsvindt, passend binnen regionale en landelijke architectuurprincipes.
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
21
SaaS-oplossingen bieden voordelen op het gebied van flexibiliteit en innovatie, maar brengen ook nieuwe vraagstukken met zich mee rond integratie, gegevensuitwisseling, beheer, beveiliging en structurele kosten. Het is noodzakelijk om deze consequenties expliciet te betrekken bij keuzes rondom applicaties, zodat het geheel beheersbaar blijft.
Digitale soevereiniteit en strategische afhankelijkheden
De afhankelijkheid van een beperkt aantal technologie- en cloudleveranciers is de afgelopen jaren toegenomen en raakt meerdere dimensies van de ICT-voorzieningen. Het gaat niet alleen om kostenontwikkelingen, maar ook om zeggenschap over data, de beschikbaarheid van functionaliteiten en de mate waarin gemeenten invloed kunnen uitoefenen op doorontwikkeling en gebruik van systemen. Daarnaast worden deze afhankelijkheden beïnvloed door externe factoren zoals wet- en regelgeving, marktontwikkelingen en geopolitieke omstandigheden. Het doel is om hier blijvend inzicht in te houden, zodat gemeenten hun beleidsmatige keuzes kunnen maken op basis van een goed begrip van de technische en beheersmatige consequenties. iRvN onder-
steunt dit door deze consequenties inzichtelijk te maken, zonder zelf beleidskeuzes te maken.
Informatiebeveiliging en digitale weer baarheid
Het bereiken en behouden van volwassenheidsniveau 3 vormt een belangrijke basis voor het professioneel uitvoeren van ICT-werkzaamheden. Dit niveau staat voor een manier van werken waarin processen zijn vastgelegd, voorspelbaar zijn en herhaalbaar worden uitgevoerd. In een omgeving waarin dreigingen, technologie en eisen voortdurend veranderen, is dit noodzakelijk om grip te houden op risico’s. Het doel is om digitale weerbaarheid structureel op orde te houden, met het besef dat volledige veiligheid niet bestaat. Dit vraagt om een samenhangende benadering waarin technische beveiligingsmaatregelen, informatiebeveiliging, procesinrichting en verantwoordelijkheden elkaar versterken en waarin continue bijsturing onderdeel is van het reguliere werk.
Digitale samenwerking en Microsoft 365
Microsoft 365 heeft zich ontwikkeld tot een kernvoorziening voor het dagelijkse werk van medewerkers en voor samenwerking binnen en tussen organisaties. Het platform raakt meerdere aspecten tegelijk: techniek, informatie
beheer, beveiliging, ondersteuning en dagelijks gebruik. Het doel is om Microsoft 365 te blijven ontwikkelen en beheren als een stabiel, veilig en samenhangend regionaal samenwerkingsplatform. Daarbij wordt rekening gehouden met verschillen in tempo en accenten tussen organisaties, terwijl tegelijkertijd een gezamenlijke basis nodig blijft om beheersbaarheid en veiligheid te borgen.
Kostenbeheersing en voorspelbaarheid
ICT-kosten worden in toenemende mate bepaald door abonnementsmodellen, prijsindexaties en marktontwikkelingen die beperkt beïnvloedbaar zijn. Met name de afhankelijkheid van een klein aantal dominante leveranciers, zoals binnen de kantoorautomatisering met Microsoft en Citrix, maakt dat kostenontwikkelingen moeilijk voorspelbaar zijn en dat zelfs beperkte prijsstijgingen direct grote effecten hebben op de begroting. Daarnaast leiden ontwikkelingen op het gebied van informatieveiligheid en wet- en regelgeving tot structurele kostenstijgingen, onder meer door toenemende auditlasten (BIO, NIS2, TPM-verklaringen) en de noodzaak om processen, functies en kennis hierop in te richten. Ook
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
22
arbeidsmarktkrapte, met name op het gebied van beveiliging en cybersecurity, zet druk op kosten en personele inzet. Het doel is om maximale transparantie te bieden in de opbouw van kosten, de bijbehorende risico’s en de onderliggende oorzaken daarvan. De hierboven beschreven ontwikkelingen brengen met zich mee dat een deel van de toekomstige kostenontwikkeling nog niet volledig kan worden gekwantificeerd. Dit betreft met name ontwikkelingen die samenhangen met: • de verdere overgang naar cloud- en SaaS-oplossingen; • vraagstukken rond digitale soevereiniteit en afhankelijkheden van leveranciers; • de inzet en toepassing van kunstmatige intelligentie (AI) binnen gemeentelijke processen en binnen de ICT-voorzieningen van iRvN; • de inrichting en het beheer van voorzieningen en platforms die nodig zijn om dergelijke technologieën veilig en beheersbaar toe te passen; • prijsontwikkelingen van hardware en digitale diensten, waaronder laptops, mobiele apparaten en cloudcapaciteit. Voor een aantal van deze ontwikkelingen geldt dat de functionele en financiële consequenties
zich momenteel nog ontwikkelen en mede afhankelijk zijn van keuzes die gemeenten gezamenlijk maken. In 2026 zal iRvN samen met de deelnemende gemeenten de technische, organisatorische en financiële impact hiervan verder in beeld brengen. De uitkomsten daarvan worden betrokken bij de voorbereiding van de begroting 2027 en de daaropvolgende jaren Daarmee krijgen gemeenten beter zicht op de financiële consequenties van keuzes rond gebruik, beveiligingsniveau, doorontwikkeling en organisatie-inrichting, zowel op korte als op langere termijn. Dit is nodig om bewuste en realistische afwegingen te kunnen maken in een omgeving waarin kostenstijgingen niet volledig te vermijden zijn.
Professionele en lerende organisatie
De ontwikkelingen richting cloudgebruik, SaaS-applicaties, hybride infrastructuur en een sterkere regierol vragen om een organisatie die beschikt over passende kennis, vaardigheden en werkwijzen. Dit vraagt om samenhangende processen, duidelijk eigenaarschap en voortdurende ontwikkeling van medewerkers. Het doel is om iRvN verder te ontwikkelen als een professionele, lerende organisatie die in staat is om kwaliteit en continuïteit te blijven leveren in een omgeving die blijvend verandert.
3.2
Wat gaan we hiervoor doen?
iRvN is de regionale ICT-dienstverlener voor de deelnemende organisaties in het Rijk van Nijmegen. Vanuit deze rol levert iRvN diensten en producten die gemeenten ondersteunen bij het dagelijks functioneren van hun organisaties en bij de digitale dienstverlening aan inwoners en bedrijven. De dienstverlening van iRvN kent twee samen hangende dimensies: Dienstverlening, gericht op ondersteuning van gebruikers en het beschikbaar stellen van werkplekken en applicaties, en Beheer en Beveiliging, gericht op het stabiel, veilig en betrouwbaar functioneren van de regionale ICT-infrastructuur. Deze dimensies zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en vormen gezamenlijk het iRvN-product. Bij de uitvoering van deze taken werkt iRvN vanuit haar strategische pijlers: wendbaarheid, kennis en regie, een veilige infrastructuur, een financieel gezond model, dienstverlening dicht bij de eindgebruiker, strategische regionale samenwerking en aandacht voor duurzaamheid. Daarbij handelen wij vanuit de kernwaarden Betrokken, Betrouwbaar, Oplossingsgericht en Professioneel. Voor de genoemde ontwikkelingen krijgt dit verder vorm.
Begroting 2027-2030 MGR Rijk van Nijmegen
23
Infrastructuur en hybride cloud
iRvN richt de technische infrastructuur zodanig in dat on-premise voorzieningen en cloudvoorzieningen gecontroleerd naast elkaar kunnen functioneren. Dit vraagt om expliciete architectuurkeuzes, duidelijke regie op afhankelijkheden en het bewust accepteren van tijdelijke dubbelingen zolang afbouw van bestaande infrastructuur nog niet mogelijk is. Binnen de vastgestelde regionale cloudstrategie vertaalt iRvN de beleidskaders van gemeenten naar concrete keuzes in inrichting, beheer en ondersteuning. Daarbij worden rollen en verantwoordelijkheden rond regie, overdracht en afbouw verder uitgewerkt, zodat de overgang beheersbaar en voorspelbaar verloopt. In de overgangsfase wordt rekening gehouden met incidentele ontwikkel- en frictiekosten (resp. 250.000 en 400.000 euro), zoals benoemd in de cloudstrategie, voor de periode tot en met 2028. In 2026 wordt hiervoor een plan van aanpak opgesteld met daarin een verdeling in tijd en kosten.