CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage III Motivatie voor het plan

Raad 12 maart 2026, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststellen wijziging Omgevingsplan Zilverbergweg-Kruisbergsestraat Overasselt16.994 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Geluidproductieplafonds Een geluidsproductieplafond geeft de maximale toegestane geluidsproductie weer op een vast fictief punt, het referentiepunt, op korte afstand van de geluidsbron. Daarnaast voorziet afdeling 3.5 Bkl in het wettelijk kader omtrent de beheersing van het geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen. In Bijlage XXII Bkl zijn activiteiten aangewezen die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken. Geluidsgevoelige gebouwen De geluidsgevoelige gebouwen zijn aangewezen in artikel 3.20 Bkl. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat een woonfunctie heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgevel, zijgevel en achtergevel. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect geluid instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.2 Bkl. Het omgevingsplan bevat op grond van en in overeenstemming met instructieregels waarden voor geluid (immissienormen) die leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Beoordeling Door Sweco is een onderzoek verkeerslawaai uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als Bijlage 9 opgenomen.

Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting als gevolg van de gemeentewegen de standaardwaarde ter hoogte van de werkingsgebied 'Wonen - Bebouwde kom' niet overschrijdt. Daarmee is aangetoond dat de geluidbelasting op de gevels van de woningen voldoet aan de standaardwaarde van de betreffende geluidbronsoort. Afhankelijk van de locatie van de tweede woning op het woonperceel aan de Schoonenburgseweg 19 dient rekening te worden gehouden met een overschrijding van de standaard- en grenswaarde ten gevolge van de N846. Vanwege de overschrijding van de grenswaarde van 60 L den is in de planregels opgenomen dat de afstand tot de noordelijke kadastrale perceelsgrens niet minder mag bedragen dan 20 meter. Op het gedeelte van het perceel waar het geluid hoger is dan de standaardwaarde van 50 Lden zullen maatregelen moeten worden afgewogen en een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels benodigd zijn om een goed woon- en leefklimaat aan te tonen. Hiervoor zijn de planregels van toepassing die zijn verbonden aan het op de verbeelding aangeduide werkingsgebied 'milieuzone - geluidaandachtsgebied'. Conclusie Er gelden vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen voor de beoogde woningbouwontwikkeling in het zuidelijke plandeel.

Het oprichten van een nieuwe woning op het woonperceel aan de Schoonenburgseweg is niet toegestaan aan de zijde van de provinciale weg en er gelden aanvullende voorwaarden als deze wordt gebouwd op het gedeelte waar het werkingsgebied 'milieuzone - geluidaandachtsgebied' van toepassing is.

28

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat (vastgesteld)

29

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat

4.5

Luchtkwaliteit

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect kwaliteit van de buitenlucht instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:  er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;  het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de kwaliteit van de buitenlucht;  het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. De beoordeling van de kwaliteit van de buitenlucht vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de kwaliteit van de buitenlucht als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1.

Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze 'standaardgevallen NIBM' vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Met behulp van de NIBM-tool is op een eenvoudige en snelle manier te bepalen of een project in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool. Aandachtsgebieden Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO 2) en/of fijnstof (PM10). De aandachtsgebieden staan in artikel 5.51 lid 2 Bkl. Gemeenten die onder agglomeraties vallen staan in artikel 2.38 Omgevingsregeling. In enkele situaties moet de kwaliteit van de buitenlucht altijd worden beoordeeld:  bij een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit'  bij de aanleg van een tunnel langer dan 100 meter, of als een tunnel wijzigt en daarbij minimaal 100 meter toeneemt  bij de aanleg van een autoweg of een autosnelweg.

Beoordeling Door Sweco is een onderzoek luchtkwaliteit uitgevoerd. De rapportage daarvan is opgenomen als Bijlage 10. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er geen sprake is van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarde. Voor de concentraties verontreinigende stoffen ter plaatse van het plangebied wordt ruimschoots voldaan aan de omgevingswaarden uit het Bkl. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling.

30

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat

4.6

Activiteiten en milieuzonering

Milieuzonering zorgt voor ruimte voor milieuhinderlijke (bedrijfs)activiteiten met behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving. Door middel van milieuzonering kan een kader worden vastgelegd voor de toelating van deze activiteiten ten opzichte van gebieden waar wordt gewoond en waar andere milieugevoelige activiteiten aanwezig zijn. Ook biedt deze zonering duidelijkheid waar bij de projectie van nieuwe milieugevoelige activiteiten rekening mee moet worden gehouden. Naast wonen zijn dat onder meer scholen, kinderdagverblijven en ziekenhuizen. Het ruimtelijk spoor ging onder de Wet ruimtelijke ordening uit van vaste richtafstanden op basis van de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (uit 2009). Die richtafstanden gelden vanaf een bepaalde activiteit tot rustig woongebied en gemengd gebied. Hierbij wordt rustig woongebied meer beschermd dan gemengd gebied. De nieuwe Handreiking Activiteiten en Milieuzonering uit 2024 werkt niet meer met zones gekoppeld aan milieucategorieën en een lijst van activiteiten met afstanden per activiteit. In plaats daarvan wordt gewerkt met zones met milieuwaarden die de gebruiksruimte per activiteit begrenzen, zónder een lijst van activiteiten.

Beoordeling Agrarische bedrijven in het aangrenzende buitengebied liggen op voldoende afstand en vormen geen belemmering voor de bouw van nieuwe woningen en de agrarische bedrijven worden niet beperkt in hun bedrijfsvoering. In de directe omgeving van het plangebied zijn twee functies aanwezig die van invloed kunnen zijn op de woningbouwontwikkeling binnen het plangebied. Het betreft de manege aan de Ewijkseweg 13 ten zuidwesten van het plangebied en de sportvelden ten westen van het plangebied. Op het perceel van de manege staat een gesloten rijhal en is parkeergelegenheid aanwezig aan de straatzijde. Volgens de oude VNG-uitgave is de richtafstand 50 meter voor geur en 30 meter voor geluid en stof. De kortste afstand tot de werkingsgebieden Wonen is ruim 160 meter. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat de manege geen belemmering is voor de bouw van woningen en de nieuwe woningen geen beperkingen opleveren voor de manege. De sportvelden zijn in gebruik bij voetbalvereniging Overasseltse Boys en zijn voorzien van verlichting. Voor sportvelden met verlichting geldt op basis van de oude VNG-uitgave een richtafstand van 50 meter voor geluid. Binnen deze afstand is de bouw van nieuwe woningen mogelijk. Om deze reden heeft Peutz een akoestisch onderzoek verricht. De rapportage hiervan is opgenomen als Bijlage 11.

Uit het onderzoek blijkt dat alleen vanwege trainingsactiviteiten in de avondperiode langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus hoger zijn dan de gehanteerde richtwaarde van 50 dB(A). De overschrijding bedraagt ten hoogste 5 dB. In de dagperiode treden er zowel op wedstrijd- als trainingsdagen geen overschrijdingen op van deze richtwaarde. De maximale geluidniveaus bedragen in de dagperiode op wedstrijddagen ten hoogste 78 dB(A) en op trainingsdagen ten hoogste 72 dB(A). In de avondperiode bedragen de maximale geluidniveaus als gevolg van trainingsactiviteiten op het meest nabijgelegen veld ten hoogste 71 dB(A), waarmee de aangehouden (standaard)waarde van 65 dB(A) wordt overschreden. Doordat de geluidniveaus vanwege sportactiviteiten in de openlucht c.q. stemgeluid (grotendeels) van toetsing zijn uitgesloten, worden de bruidsschatbepalingen van het omgevingsplan en de standaardwaarden van het Besluit kwaliteit leefomgeving ten aanzien van het geluid van milieubelastende activiteiten niet overschreden. Door het opnemen van de toegestane etmaalwaarde in de planregels van het TAM-omgevingsplan geeft de gemeente aan dat zij de geluidbelasting ter plaatse aanvaardbaar vindt en er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Omdat de etmaalwaarde lager is dan 53 dB(A) of het de woningen betreft waarvoor is bepaald dat een hogere geluidwering is vereist, wordt bij alle woningen voldaan aan de wettelijke binnenwaarde in geluidgevoelige ruimte(n) van 33 dB.

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat (vastgesteld)

31

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat Om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het wenselijk dat maatregelen worden genomen. Omdat het aanpassen van het stedenbouwkundig plan en zichtbeperkende geluidwerende voorzieningen niet wenselijk zijn, zullen de woningen waarop de (standaard)waarde wordt overschreden, moeten worden voorzien van voldoende geluidwering, en voor de indeling rekening moeten houden met het realiseren van een geluidluwe zijde met hieraan gesitueerde geluidgevoelige ruimten. Omdat op grond van het Bbl de minimale geluidwering 20 dB moet zijn, zijn in de planregels aanvullende beoordelingsregels opgenomen voor de woningen waarvoor een hogere geluidwering is vereist om te kunnen voldoen aan de wettelijke binnenwaarde in geluidgevoelige ruimte(n) van 33 dB. Lichthinder Vanwege de aanwezigheid van lichtmasten op sportpark De Passelegt is door Peutz een onderzoek uitgevoerd naar het invallende licht van de sportverlichting van het sportpark ter plaatse van de geprojecteerde woningen. Daarvoor zijn op een avond in maart 2024 lichtmetingen verricht. De rapportage hiervan is opgenomen als Bijlage 12. Uit het onderzoek blijkt dat de verticale verlichtingssterkte niet meer dan 2 lux bedraagt, ruimschoots minder dan de na te streven grenswaarde van 5 lux.

Uit de verrichte lichtmetingen blijkt verder dat de lichtsterkte per armatuur vanwege meerdere armaturen van voetbalvereniging Overasseltse Boys significant hoger is dan de richtwaarde. Het betreft echter geen armatuur op het meeste nabijgelegen sportveld. Het is daarom niet per direct noodzakelijk om de armaturen te vervangen. Er is geen sprake van onevenredige hinder. Conclusie Het aspect activiteiten en milieuzonering levert geen belemmeringen op voor het TAM-omgevingsplan.

4.7

Externe veiligheid

De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de externe veiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten:  Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving.  Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor).  Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving.  Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico's is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. In het deelplan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties.

Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. In een deelplan dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het deelplan kwetsbare gebouwen zijn toegestaan. In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Bbl. Beoordeling Door Sweco is een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. De rapportage daarvan is als Bijlage 13 opgenomen. Het plangebied is niet gelegen binnen een invloedsgebied van een risicobron.

32

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat Binnen een straal van 1,5 kilometer van het plangebied ligt één basisnetroute, namelijk de Maascorridor. Het plangebied ligt niet binnen het explosie- en brandaandachtsgebied van de Maascorridor. Over de Maascorridor worden toxische stoffen vervoerd. Als gevolg van een ongewoon ongeval kunnen er gifwolken ontstaan. Een gifwolkaandachtsgebied kan enkele kilometers groot zijn en hangt af van het soort en hoeveelheid giftige stoffen die vrijkomen. Bij een besluit van een ruimtelijke ontwikkeling in de omgeving van een MBA is het gebied waar rekening moet worden gehouden als gevolg van een gifwolk begrensd tot 1,5 kilometer. Het plangebied ligt derhalve binnen het gifwolkaandachtsgebied van de Maascorridor. Hoofdstuk 4 van de rapportage in de bijlage bevat een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Het maatgevend scenario als gevolg van een calamiteit op de Maascorridor is het scenario met toxische gaswolken. Bij een calamiteit met giftige gassen is het handelingsperspectief binnen blijven en schuilen. Ramen en deuren moeten worden gesloten en aanwezigen moeten inpandig schuilen tot het gevaar is geweken. Giftige gassen kunnen het binnenmilieu van een gebouw bedreigen. Een mechanische ventilatievoorziening moet daarom handmatig worden uitgeschakeld.

Dit is een verplichting volgens artikel 4.124 lid 4 van het Bbl. Er zijn geen verdere (bouwkundige) maatregelen nodig. Conclusie Externe veiligheid vormt met inachtneming van het voorgaande geen belemmering voor de beoogde woningbouwontwikkeling.

4.8

Water

Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk beleid als het beleid van het waterschap. In juli 2024 is door Roelofs een water-, riolering- en peilenplan opgesteld. In de rapportage daarvan (zie Bijlage 14) is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders (waterschap Rivierenland en de gemeente Heumen). Uitgangspunt is dat met de vaststelling van het voorliggende TAM-omgevingsplan geen slechtere waterhuishoudkundige situatie ontstaat. Beoordeling Hemelwater In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater niet op het bestaande gemengde rioolstelsel worden aangesloten maar separaat binnen het plangebied worden verwerkt. Ten opzichte van de huidige situatie zal het verhard oppervlak toenemen met 38.836 m². De berekening daarvan is opgenomen in paragraaf 2.2 van het waterplan. Op basis van de kenmerken van het gebied en de uitgangspunten voor de dynamische toetsing is berekend dat het T=100-scenario voor de middellange situatie maatgevend is voor de benodigde berging. De maatgevende wateropgave is 4.206 m3.

Er wordt voorzien in voldoende waterberging door de aanleg van wadi's in het groen binnen het woongebied, de aanleg van een greppel langs de Kruisbergsestraat in het noorden en een poel ten noordwesten van het plangebied. De totale waterberging in de wadi’s is 785 m 3 (zie tabel 2-4 in het waterplan). De totale waterberging in de poel en greppel is 3.443 m 3 (zie tabel 2-5 in het waterplan). Hiermee wordt voorzien in voldoende waterberging binnen het plangebied en wordt een toekomstbestendige invulling gegeven aan de waterhuishouding. Vuilwater Als gevolg van de ontwikkeling zal het aanbod van vuilwater toenemen. In het plangebied wordt vuilwaterriolering met voldoende capaciteit aangelegd die afvoert op het bestaande gemengde rioolstelsel van Overasselt.

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat (vastgesteld)

33

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat Het gemengde riool in de Kruisbergsestraat aan de (noord)oostzijde van het plangebied wordt vervangen door een nieuw riool. Op het gemengde riool worden bestaande gemengde huisaansluitingen van de woningen aan de Kruisbergsestraat aangesloten. De openbare verharding wordt afgekoppeld op een nieuw hemelwaterriool dat naast het gemengde riool in de rijbaan van de Kruisbergsestraat wordt aangelegd. Het bestaande drukrioolstelsel in de Zilverbergweg wordt opgeheven. Woningen langs de Zilverbergweg gaan in de toekomst rechtstreeks aansluiten op het nieuwe vrij verval riool in de rijbaan. Conclusie Met het voorgestelde rioleringsplan en de beoogde waterbergingsvoorzieningen wordt het nieuwe woongebied waterneutraal ontwikkeld.

4.9

Natuur

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst de Natura 2000-gebieden aan. Op grond van artikel 2.43 Omgevingswet legt hij ook de instandhoudingsdoelstellingen vast. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een omgevingsplan of afwijken van het omgevingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.

Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden:  Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden;  Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en  De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. Beoordeling Door Natuurbalans - Limes Divergens is een quickscan beschermde natuur uitgevoerd. De rapportage van deze quickscan is als Bijlage 15 opgenomen. In de quickscan is beoordeeld of de voorgenomen ontwikkeling invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt niet binnen de grenzen van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied ‘Sint-Jansberg’ ligt op circa 9 kilometer afstand, het meest nabij het plangebied. Op circa 11 km afstand liggen de Natura 2000-gebieden ‘De Bruuk’, ‘Oeffelter Meent’ en ‘Rijntakken’. Verder liggen de Duitse Natura 2000-gebieden ‘Vogelschutzgebiet Unterer Niederrhein’, 'NSG Kranenburger Bruch’ en ‘Reichswald’ binnen een straal van 20 kilometer van het plan. Gelet op de aard van de ontwikkeling en de onderlinge afstand is directe hinder (bijv. geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde.

Naast directe hinder dient te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. Om dit te beoordelen, is er in april 2025 door Sweco een stikstofberekening uitgevoerd met de AERIUS-Calculator versie 2024.1.3. Het resultaat van deze berekening staat in Bijlage 18.

34

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden als gevolg van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal de beoogde ontwikkeling niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunningsaanvraag bij het college van Gedeputeerde Staten noodzakelijk is voor het aspect stikstofdepositie. Gelders Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale omgevingsvisies- en verordeningen uitgewerkt. In voorliggend geval het Gelders Natuurnetwerk (GNN). In het NNN/GNN geldt het 'nee, tenzij'-principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het NNN/GNN kent geen externe werking. Beoordeling Het plangebied maakt geen deel uit van het Gelders Natuurnetwerk. Het plangebied ligt direct ten noorden van de Maas. De kortste afstand tot de ecologische verbindingszone die hier is aangeduid is 500 meter. Door de voorgenomen plannen binnen het plangebied in combinatie met de afstand, zullen de wezenlijke kenmerken en waarden van het Gelders Natuurnetwerk niet worden aangetast.

Vervolgonderzoek in het kader van het Gelders Natuurnetwerk wordt niet noodzakelijk geacht. Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het Natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Echter, ook decentrale overheden kunnen hierover actief beleid voeren. Hierbij kan worden gedacht aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma voor soortenbescherming. Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of er soorten aanwezig zijn en welke soorten dat zijn. In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt bepaald wanneer een vergunning nodig is. Beoordeling  Quickscan Door Natuurbalans - Limes Divergens is in 2018 een quickscan beschermde natuur uitgevoerd. De rapportage van deze quickscan is als Bijlage 15 opgenomen.

De quickscan flora en fauna heeft tot doel in te schatten of er binnen het plangebied planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die wettelijk een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. De quickscan heeft uitgewezen dat destijds in het zuidelijke deel van het plangebied in één van de voormalige schuren een broedpaar steenuilen en een broedpaar kerkuilen aanwezig was. Voor een tweede schuur werd nader onderzoek naar eventuele broedgevallen van steenuilen aanbevolen. Ook werd vervolgonderzoek geadviseerd naar huismussen en vleermuizen, ter beoordeling van eventuele (negatieve) effecten van de ingreep en mogelijke mitigerende maatregelen. Om negatieve effecten ten aanzien van broedvogels te voorkomen, dienen de werkzaamheden te worden uitgevoerd buiten het broedseizoen van aanwezige broedvogels (globaal 15 maart tot 15 juli). Het is verboden om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Als het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, kunnen voorbereidende maatregelen worden getroffen om de ingreeplocatie voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te maken voor vogels om er te broeden.

 Nader onderzoek Na de quickscan in 2018 is door Stichting Das & Boom het voorkomen van dassen vastgesteld. Ook is sinds 2018 de beschermde status van een aantal grondgebonden zoogdieren veranderd. Soorten als hermelijn en bunzing zijn nu beschermd. Vanwege deze wijzigingen is door Natuurbalans - Limes Divergens in 2021 gelijktijdig met het nader onderzoek veldonderzoek uitgevoerd naar

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat (vastgesteld)

35

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat grondgebonden zoogdieren, waaronder das en kleine marterachtigen. De rapportage van dit onderzoek is als Bijlage 16 opgenomen. Met het nader (veld)onderzoek is aangetoond dat het plangebied leefgebied is voor verschillende beschermde soorten. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste conclusies. Vleermuizen In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen noch essentiële foerageergebieden aangetroffen. Wel zijn enkele essentiële vliegroutes aangetroffen van gewone dwergvleermuizen. Indien bomen en struiken ter plaatse van de vliegroutes worden gekapt of er wordt verlichting aangebracht, treedt schade op aan essentiële vliegroutes van gewone dwergvleermuis. Schade aan vliegroutes van vleermuizen kan worden voorkomen door de bomen en struiken ter plaatse van de vliegroutes te sparen. Daarnaast dient bij het aanbrengen van verlichting rekening te worden gehouden met vleermuizen door het toepassen van vleermuisvriendelijke verlichting. Omdat naar verwachting schade optreedt aan vliegroutes is hiervoor ontheffing aangevraagd. Grondgebonden zoogdieren  Das Het plangebied vormt leefgebied voor één mannetjesdas. Er zijn drie vaste verblijfplaatsen of rustplaatsen aanwezig, waaronder één hoofdburcht en twee bijburchten/vluchtpijpen.

Ook zijn verspreid in het ingreepgebied wissels aanwezig die dienst doen als migratieroute naar omliggende gebieden. Door het slopen van de schuren, de kap van braamstruweel, hagen, heggen en bomen en het verdwijnen van extensief grasland gaat functioneel leefgebied verloren (foerageergebieden en migratieroutes) en wordt één vaste verblijf- of rustplaats van das vernietigd. Ook kan de ingreep leiden tot sterfte van individuen. De das dient te worden verhuisd naar een nieuw vergelijkbaar leefgebied met een burchtlocatie, struweelhagen, hoogstam fruitbomen en graslanden.

Voor de das is een ontheffing aangevraagd. Het projectplan behorende bij de aanvraag is opgenomen als Bijlage 17. Als onderdeel van deze aanvraag is voor een aantal agrarisch percelen ten noordwesten van het nieuwe woongebied een inrichtingsplan opgesteld. De betreffende gronden zijn onderdeel van het plangebied van het voorliggende TAM-omgevingsplan. Steenmarter Steenmarter komt niet voor in het plangebied. Negatieve effecten op steenmarter als gevolg van de voorgenomen ingreep zijn daarmee uitgesloten. Bunzing Tijdens het onderzoek naar kleine marters is een bunzing waargenomen nabij één van de voormalige schuren. Het plangebied vormt leefgebied voor bunzing. Het is niet uit te sluiten dat verblijfplaatsen van bunzing aanwezig zijn in het plangebied. Het plangebied vormt essentieel foerageer- en leefgebied voor bunzing. Door het slopen van de schuren, de kap van braamstruweel, hagen, heggen en bomen en het verdwijnen van extensief grasland gaat essentieel leefgebied van bunzing verloren. Voor het verstoren en vernietigen van de verblijfplaats van bunzing is reeds ontheffing verleend en zijn mitigerende maatregelen genomen in november 2024. Om het leefgebied te mitigeren, zal het gebied ten noorden van het plangebied natuurvriendelijk worden ingericht waardoor leefgebied voor bunzing zal ontstaan. Op deze manier blijft voldoende leefgebied voor bunzing voorhanden.

Hermelijn en Wezel Hermelijn en wezel zijn niet waargenomen tijdens het onderzoek. Hermelijn en wezel komen niet voor binnen het onderzoeksgebied. Er is dan ook geen sprake van schade als gevolg van de ingrepen op hermelijn of wezel.

Broedvogels  Huismus Het plangebied vormt leefgebied voor 14 paar huismussen. Huismussen broeden in woonhuizen, onder dakpannen of in oude schuurtjes. Door de bouw van de woningen in het gebied wordt leefgebied van 12 - 14 paar huismussen vernietigd. Negatieve effecten kunnen worden beperkt

36

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat door o.a. het ophangen van nestkasten en het aanleggen van geschikt leefgebied. Geschikt leefgebied bestaat o.a. uit hagen, open kaal zand, struiken en ruige overhoekjes. De mitigerende en compenserende maatregelen moeten worden vastgelegd in een werkprotocol. 

Voorafgaand aan de sloop van de schuren is reeds ontheffing verleend voor de huismusnesten. Steenuil en kerkuil Het plangebied vormde de broedlocatie voor één paartje steenuilen en één paartje kerkuilen. Deze paren broedden in schuren nabij Zilverbergweg 48. Een tweede paar steenuilen gebruikt het gebied deels als essentieel foerageergebied. Rondom Overasselt zijn in totaal 7 territoria van steenuil aangetroffen. Door de bouw van de woningen in het gebied wordt leefgebied van steenuil vernietigd. Negatieve effecten kunnen worden beperkt door het aanleggen van geschikt leefgebied. Geschikt leefgebied bestaat uit struweelhagen, hoogstambomen, takkenhopen en extensief grasland. Voor de nesten van steenuil en kerkuil in een voormalige schuur in het zuiden van het plangebied is reeds ontheffing verleend en zijn er mitigerende maatregelen genomen.

Conclusie Door Natuurbalans - Limes is begin 2025 een ontheffingsaanvraag ingediend. Omdat op grond van wettelijke bepalingen geen activiteiten mogen worden uitgevoerd die negatieve gevolgen hebben op de natuur, kunnen er geen bodemwerkzaamheden plaatsvinden in het zuidelijke deel van het plangebied zolang de ontheffing niet is verleend. Om deze reden is er geen voorwaardelijke verplichting opgenomen in het voorliggende TAM-omgevingsplan. De ontheffingsbeschikking wordt naar verwachting net voor en binnen korte tijd na vaststelling van dit TAM-omgevingsplan verwacht. Voor de huismus dienen zowel tijdelijke voorzieningen voor tijdens de werkzaamheden, als permanente voorzieningen te worden gerealiseerd. Ter compensatie dienen 10 tijdelijke en 10 permanente voorzieningen te worden geplaatst. Dit in de vorm van bijvoorbeeld nestkasten, neststenen, mussenpotten, huismustillen of vergelijkbare voorzieningen. De voorschriften die daarvoor gelden zijn opgenomen in het projectplan bij de aanvraag. De nestlocatie van steenuil bij Kruisbergsestraat 16 blijft met het plan behouden, echter zal een deel van het leefgebied als gevolg van het plan verloren gaan. Om de nestlocatie functioneel te houden, zal leefgebied worden gecompenseerd. Het natuurvriendelijk in te richten gebied ten noorden van het plangebied (in de basis voor de das) zal tevens dienen als compensatiegebied voor steenuil.

Op deze manier blijft voldoende geschikt leefgebied voorhanden en zal de functionaliteit van de nestlocatie niet verloren gaan. De habitateisen van kerkuilen komen deels overeen met die van steenuilen en dassen, zodat een gebied gecombineerd kan worden ingericht voor deze soorten. Er is geen sprake van een toename van stikstofdepositie in beschermde natuurgebieden. Ook worden de wezenlijke kenmerken en waarden van het Gelders Natuurnetwerk niet aangetast.

4.10

Kabels en leidingen

In het noordoosten van het plangebied ligt een rioolleiding. Ter weerszijden van deze leiding geldt een bouwverbod over een breedte van 2,5 meter. Aan deze zone is het werkingsgebied Leiding Riool toegekend.

4.11

Verkeer en parkeren

4.11.1 Verkeer Met het toevoegen van woningen neemt het aantal verkeersbewegingen toe. De vraag is of de huidige inrichting van de wegen voldoende is om het verkeer naar tevredenheid af te wikkelen. Verkeersgeneratie

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat (vastgesteld)

37

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat Allereerst is de verkeersgeneratie als gevolg van de bouw van 117 woningen bepaald. Op een maatgevende werkdag produceert de nieuwbouwwijk gemiddeld circa 780 verkeersbewegingen per weekdag (zie Onderzoek stikstofdepositie). De toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de nieuwe woning op het perceel aan de Schoonenburgseweg is hierin niet meegenomen. Per woning gaat het om maximaal 9 verkeersbewegingen per weekdag. Ontsluiting Voor de ontsluiting van de wijk naar de N846 zijn grofweg drie wegen beschikbaar. De Kruisbergsestraat, de Zilverbergweg en de Ewijkseweg. De route die het verkeer vanuit het nieuwe woongebied neemt, hangt af van het deelgebied. Op basis van de gegevens uit het regionale model zijn de volgende aannames gedaan voor de toename van de verkeersbelasting op omliggende wegen:  Intern (blijft binnen Overasselt): 20%  Oost (A73/Heumen/Malden): 40%  West (N324/A50/Nederasselt): 30%  Noord (Hatert/Dukenburg:10%) Op basis van de analyse van de verkeersgeneratie en -ontsluiting en de capaciteitsberekeningen, kan het volgende worden geconcludeerd:  De bestaande ontsluitingswegen rond het plangebied zijn voldoende toegerust om de toename van het verkeer te verwerken.

 De verkeersdruk op de N846 en Kasteelsestraat neemt niet dusdanig toe dat er doorstromingsproblemen te verwachten zijn.  Er hoeven geen (aanvullende) verkeersmaatregelen te worden genomen om het verkeer vanaf de nieuwbouwlocatie te ontsluiten. 4.11.2 Parkeren Om te bepalen hoeveel parkeerplaatsen moeten worden aangelegd, hanteert de gemeente de parkeerkencijfers, zoals opgenomen in de CROW. Overasselt wordt aangemerkt als 'rest bebouwde kom', weinig stedelijk. Voor de berekening van de parkeerbehoefte wordt het gemiddelde van de bandbreedte in de CROW aangehouden. Voor vrijstaande woningen geldt een parkeernorm van 2. Voor twee-onder-één-kap woningen is de parkeernorm 1,9. Voor overige koopwoningen (rij en hoekwoningen) geldt een parkeernorm van 1,7. Voor een beneden-bovenwoning (appartement) bedraagt de parkeernorm 0,7. Dit betreft woningen in het sociale segment of specifiek voor de doelgroepen starters en senioren. De parkeernorm voor een grondgebonden huurwoning bedraagt 1,7 in de vrije sector en 1,3 bij sociale huur. Voor alle woningtypen geldt een aanvulling van 0,3 per woning voor bezoekersparkeren. Beoordeling Aan de hand van de bouwmogelijkheden die worden geboden voor de bouw van nieuwe woningen is per cluster (zie afbeelding hieronder) een parkeerbalans gemaakt.

38

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat

Overzicht woonclusters Op het totaal van het aantal nieuw te bouwen woningen bestaat een theoretische parkeerbehoefte van 205,3 parkeerplaatsen. (zie Bijlage 2). Primair is het uitgangspunt dat bij nieuwbouw parkeergelegenheid binnen het plangebied en daarbinnen zoveel mogelijk op eigen terrein moeten worden aangelegd. Daartoe worden nagenoeg alle benodigde parkeerplaatsen bínnen het plangebied aangelegd. Het is in deze situatie echter niet mogelijk om alle parkeerplaatsen op eigen perceel of binnen het plangebied aan te leggen. Dat is waar mogelijk (zoals bij de vrijstaande woningen, twee-onder-één-kap woningen) wordt de behoefte op eigen terrein ingevuld. Het overige parkeren en het bezoekersparkeren vindt plaats in de openbare ruimte. Binnen het plangebied worden op deze wijze 107 parkeerplaatsen gerealiseerd. Er is dus een tekort van 5,3 parkeerplaatsen binnen het plangebied. Een berekening per cluster wijst uit dat dit tekort aanwezig is in het noordoosten van het nieuwe woongebied, bij de woningen in cluster 5B. Voor deze woningen wordt gebruik gemaakt van de bestaande parkeerkoffer aan de Kruisbergsestraat en langsparkeren aan de Kruisbergsestraat. Op het drukste moment van de dag (doordeweekse avonden) is er momenteel voldoende vrije parkeerruimte beschikbaar om het tekort van 5,3 op te vangen.

Het plan leidt daardoor niet tot een onacceptabele parkeerdruk op de openbare ruimte. Er wordt één woning elders in het plangebied gebouwd, aan de Teunisbloemstraat (op het bestaande woonperceel aan de Schoonenburgseweg). Bewonersparkeren vindt in dit geval plaats op eigen terrein. Voor het bezoekersparkeren is voldoende ruimte op het eigen terrein danwel in de openbare ruimte. TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat (vastgesteld)

39

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat Conclusie Voor het aanleggen van voldoende parkeergelegenheid is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van dit TAM-omgevingsplan. Aan deze regel wordt getoetst op het moment dat een omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen wordt ingediend. Deze verplichting is ook van toepassing op de nieuwe woningen op de bestaande woonperceel aan de Schoonenbergseweg.

4.12

M.e.r.-beoordeling

Of een besluit over een project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een mer-plicht. Anders geldt een mer-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan. Het bevoegd gezag neemt een besluit over het resultaat van de beoordeling of sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Hiervoor dient de aanvraag in ieder geval gepaard te gaan van een beschrijving van: a. het project, met in ieder geval een beschrijving van: 1. de fysieke kenmerken van het gehele project; 2. de locatie van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn; b. de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project; en c. voor zover er informatie over deze effecten beschikbaar is: 1. de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project ten gevolge van: 2. de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; en 3. het gebruik van natuurlijke bronnen, waaronder bodem, land, water en biodiversiteit. Beoordeling M.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig? Voorgenomen ontwikkeling kan worden aangemerkt als een 'stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen' (J11) uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit.

Kolom 2 uit Bijlage V Ob is hierbij niet van toepassing, waarmee geen mer-plicht geldt. Wel is sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht: er is sprake van de bouw van woningen met bijbehorende parkeervoorzieningen (kolom 3). De resultaten van de m.e.r.- beoordeling zijn opgenomen in een aanmeldnotitie die als bijlage is opgenomen. Uit de aanmeldnotitie kan worden geconcludeerd dat het projectgebied niet in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status ligt. De voorgenomen activiteit leidt, gelet op de aard en omvang, niet tot nadelige milieugevolgen (aanzienlijke milieueffecten). Conclusie Gelet op de kenmerken van de ontwikkeling en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen negatieve milieugevolgen te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig. Het college heeft voorafgaand aan de planologische procedure besloten dat er geen MER hoeft te worden uitgevoerd. De aanmeldnotitie die hieraan ten grondslag heeft gelegen is opgenomen als Bijlage 19.

40

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

5.1

Algemene opzet

5.1.1

Inleiding

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het juridisch-planologisch mogelijk maken van een woningbouwontwikkeling aan de Zilverbergweg en Kruisbergsestraat in Overasselt. Er worden in totaal maximaal 118 nieuwe woningen gerealiseerd. Het TAM-omgevingsplan 'Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat' bestaat uit de volgende onderdelen: 5.1.2

De motivering

In de motivering (toelichting) is de ontwikkeling beschreven en verantwoord in het licht van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zowel op basis van het beleid als op basis van milieu- en omgevingsaspecten, aangevuld met een toelichting op de juridische opzet. 5.1.3

De regels

De regels worden zoals gezegd opgenomen als afzonderlijk hoofdstuk binnen het omgevingsplan van de gemeente Heumen. De regels bevatten onder andere de bouw- en gebruiksregels, die zijn gekoppeld aan werkingsgebieden op de digitale verbeelding. De regels van dit hoofdstuk gelden naast de overige regels van het omgevingsplan. 5.1.4

De (digitale) verbeelding

Op de digitale verbeelding zijn werkingsgebieden opgenomen, die zijn gekoppeld aan bepaalde (primaire) functies. Deze worden in paragraaf 5.2 nader toegelicht. Daarnaast zijn diverse werkingsgebieden opgenomen, gekoppeld aan specifieke regels. 5.1.5

De opzet van het plan

Het omgevingsplan bevat regels, die bindend zijn voor eenieder. Gekozen is voor zoveel mogelijk concrete regels in dit TAM-omgevingsplan, omdat er sprake is van een concreet initiatief. Daarbij is waar mogelijk aansluiting gezocht bij de planregels van de bestemmingsplannen 'Buitengebied Heumen 2009’ en ‘Kernen Heumen, Overasselt, Nederasselt en Molenhoek'. Deze bestemmingsplannen maken onderdeel uit van het van rechtswege ontstane omgevingsplan.

5.2

Toelichting op de regels

Op de verbeelding zijn werkingsgebieden opgenomen, die zijn gekoppeld aan functies met bijbehorende bouw- en gebruiksregels. Hierna worden deze werkingsgebieden met bijbehorende regels kort toegelicht. Agrarisch met Waarden - Landschap Gronden die worden ingezet voor mitigerende maatregelen voor de das zijn opgenomen binnen het plangebied. De functie van deze gronden is ongewijzigd. De gronden zijn en blijven aangewezen voor agrarisch gebruik met behoud en ontwikkeling van de aanwezige landschappelijke waarden. De inrichting van de gronden wordt afgestemd op het gebruik als leefgebied voor de das. Tuin Het werkingsgebied 'Tuin' is opgenomen voor de voortuinen op de bestaande en nieuwe woonpercelen. In beginsel dienen deze tuinen onbebouwd te blijven. Wel is het toegestaan om binnen het werkingsgebied ‘Tuin' ondergeschikte bouwdelen, waaronder erkers, aan een woning te bouwen, mits wordt voldaan aan de bouwregels. Verkeer Alle openbare ruimte bestemd voor autoverkeer en parkeervoorzieningen is voorzien van het werkingsgebied 'Verkeer'.

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat (vastgesteld)

41

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat Op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd, met een maximale hoogte van 3 meter. Lichtmasten en verwijsborden mogen een hoogte van 10 meter hebben, speeltoestellen een hoogte van 4 meter. Wonen  Bebouwde kom De in het plangebied voorkomende bestaande vrijstaande woningen en nieuw te bouwen woningen zijn voorzien van het werkingsgebied ‘Wonen - Bebouwde kom'. Voor de inhoud van de bouw- en gebruiksregels is aangesloten bij de bestemming 'Wonen' voor woningen in Overasselt. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De toegestane goot- en bouwhoogte zijn 6 respectievelijk 11 meter, tenzij op de verbeelding anders is aangeduid. De diepte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 15 meter, mits de afstand tot de achterste perceelsgrens minimaal 4 meter bedraagt. In de bouwregels zijn bepalingen opgenomen voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde. Uitgangspunt is een bebouwingsvrije ruimte tussen het hoofdgebouw en de zijdelingse perceelsgrens van 2,5 meter. Daar waar de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens in de bestaande situatie al kleiner is dan 2,5 meter, wordt deze afstand als minimaal toelaatbaar aangehouden.

De afstand van 2,5 meter mag aan één kant worden verminderd tot 0 meter, mits het betreffende deel van het hoofdgebouw minimaal 3 meter achter de voorgevel, of het verlengde daarvan, van het hoofdgebouw wordt opgericht én de goot- en bouwhoogte niet meer dan 3 respectievelijk 6 meter bedragen. Voor de bijgebouwen geldt altijd een maximale bouwhoogte van één bouwlaag en een ‘vrije’ situering binnen het bouwvlak. De bijgebouwen dienen minimaal 3 meter achter de voorgevel van de woning en/of het verlengde daarvan te worden gebouwd. De gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen mag maximaal 50 m² bedragen. Bovendien geldt voor alle bebouwing tezamen een maximum bebouwingspercentage van 60%. Deze bepalingen vullen elkaar aan. Opgemerkt dient te worden dat het bebouwingspercentage voor het gehele bouwperceel van de woning geldt; dat wil zeggen het gedeelte van het bouwperceel met het werkingsgebied ‘Wonen - Bebouwde kom'. Ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' zijn geen bijgebouwen of overkappingen toegestaan en geldt een bebouwingspercentage van 100%.  Buitengebied Het perceel Schoonenburgseweg 19 is onderdeel van het plangebied omdat naast de bestaande woning binnen het bestaande woonperceel een tweede woningen is toegestaan. Voor dit perceel is vanwege de ligging in het buitengebied aangesloten bij de bouw- en gebruiksregels die gelden voor woonpercelen in het buitengebied.

 Aan huis gebonden beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten, bed & breakfast en kamerverhuur Naast de woonfunctie is het onder voorwaarden toegestaan in een woning of een bijbehorend bijgebouw een aan huis gebonden beroeps- en bedrijfsmatige activiteit, bed & breakfast en kamerverhuur uit te oefenen. Belangrijkste voorwaarde is dat de woonfunctie in alle gevallen de hoofdfunctie op het perceel blijft. Verder moet worden voldaan aan de volgende vastgestelde regels: a. de woonfunctie blijft in overwegende mate gehandhaafd, waarbij: 1. de woning moet blijven voldoen aan het Besluit bouwwerken leefomgeving; 2. maximaal 40% van de vloeroppervlakte en de voor de woonfunctie bestemde bijgebouwen mogen worden gebruikt voor een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit, bed & breakfast en kamerverhuur met een maximum van 50 m² in de bebouwde kom en 100 m² in het buitengebied; b. er geen detailhandel wordt uitgeoefend behoudens een beperkte verkoop in het klein van ter plaatse vervaardigde producten en direct in verband met de aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit; c. het gebruik geen ernstige hinder voor het woonmilieu oplevert en geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de omgeving; d. er geen onevenredige verstoring plaatsvindt in de voorzieningenstructuur van de wijk of de kern;

42

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat e. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; f. er zijn geen etalages, vitrines en lichtreclames zijn; g. er geen activiteiten plaatsvinden die vergunningplichtig of meldingsplichtig zijn krachtens de Besluit activiteiten leefomgeving; h. er geen bedrijfsmateriaal buiten op het perceel opgeslagen wordt; i. er gelijktijdig niet meer dan twee medewerkers aanwezig zijn. Waarde - Archeologische verwachting 1 Voor de inhoud van dit artikel is aangesloten bij het gemeentelijke beleid met betrekking tot de bescherming van archeologische waarden. Op grond van de archeologische beleidskaart van de gemeente, zijn gebieden gewaardeerd op hun archeologische (verwachtings)waarde. Via de aanwijzing als apart werkingsgebied worden archeologische waarden in het TAM-omgevingsplan beschermd. Voor het plangebied geldt een hoge archeologische verwachting (zie ook par. 4.3), waarvoor het werkingsgebied 'Waarde - Archeologische verwachting 1‘ is opgenomen. Voor de gronden met dit werkingsgebied geldt dat bij bodemverstorende activiteiten vooraf archeologisch onderzoek moet worden verricht en afhankelijk van de uitkomsten hieruit, maatregelen moeten worden getroffen. Bij bodemverstoringen boven een oppervlakte van 200 m² en een diepte van 0,40 meter.

Daarnaast is in de planregels een mogelijkheid opgenomen op grond waarvan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning kan verlenen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden. Deze vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarde niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. Leiding - Riool De voor 'Leiding -Riool' aangewezen gronden zijn naast de daar toegestane functies mede bestemd voor een rioolleiding. Op of in deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aanwezige leiding. Er kan een omgevingsvergunning worden verleend voor het bouwen ten behoeve van de overige toegestane functies op deze gronden, mits advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder. Een veilige ligging van de leiding is gewaarborgd doordat een omgevingsvergunning is vereist voor het uitvoeren van de genoemde werken en werkzaamheden. Ook hierbij heeft de leidingbeheerder een adviserende rol.

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat (vastgesteld)

43

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Financieel

De gemeente Heumen heeft de te ontwikkelen gronden van het plangebied in eigendom. Door als gemeente de gronden in eigendom te hebben, zelf de grondexploitatie te voeren en de bouwgrond uiteindelijk tegen een marktconforme prijs te leveren, wordt ook voldaan aan het vereiste van kostenverhaal. Er hoeft dan geen separaat exploitatieplan te worden opgesteld. Gemaakte kosten ten behoeve van de grondexploitatie zullen worden verdisconteerd in de uitgifteprijs van de bouwkavels. De grondexploitatie van de gemeente toont aan dat de opbrengsten hoger zijn dan de kosten. De gemeente kan dus via gronduitgifte al haar kosten verhalen. Doordat het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins is verzekerd, er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd en er geen sprake is van anderszins vast te leggen locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningbouwcategorieën) is geen exploitatieplan benodigd. De economische uitvoerbaarheid is hiermee afdoende aangetoond.

6.2

Maatschappelijk

6.2.1

Participatie

In eerste instantie zijn inwoners via de gebruikelijke kanalen (huis-aan-huis krant, brief omwonenden, website) op de hoogte gebracht van de woningbouwontwikkeling op deze locatie. Inwoners zijn in de gelegenheid gesteld om ideeën in te brengen of mee te denken over de stedenbouwkundige visie die opgesteld is voor dit bestemmingsplan. Vanwege de coronapandemie is de participatie van inwoners op twee manieren digitaal georganiseerd: 1. Alle informatie over het project is gedeeld op de website www.heumenpraatmee.nl. Er is een aparte projectpagina ingericht waar inwoners de voortgang van het project konden volgen en werd er op gezette momenten door de gemeente om inbreng van inwoners gevraagd. 2. Voor inwoners die meer betrokken wilden zijn bij de planvorming, is een meedenkgroep ingericht. Deze groep kon meedenken over de stedenbouwkundige opzet, het woningbouwprogramma en de inrichting van de openbare ruime. 3. Eind 2024 is er een brede informatiebijeenkomst georganiseerd voor alle betrokken en inwoners van Overasselt. In iedere stap, vanaf de start tot aan de vaststelling van de stedenbouwkundige visie, zijn inwoners, meedenkgroep en belanghebbenden geconsulteerd. Waar mogelijk is de inbreng verwerkt in het stedenbouwkundig plan. 6.2.2

Overleg

Bij de voorbereiding van een wijziging van het omgevingsplan moet overleg worden gevoerd met bestuursorganen en instanties die belast zijn met de behartiging van belangen, welke in het plan (mogelijk) in het geding zijn, zoals de provincie en het waterschap. De uitkomsten van het overleg met deze bestuursorganen en instanties worden hieronder samengevat. Samenvatting advies provincie Gelderland d.d. 22 juli 2021 In het voorontwerp spelen provinciale belangen een rol, met name in relatie tot wonen. Deze belangen waren volgens de provincie nog onvoldoende toegelicht in het plan. De volgende concrete adviezen werden gegeven: 1. De categorieën en prijsklassen duidelijker te definiëren in de toelichting van het plan. 2. Te overwegen om een fasering aan te brengen en de differentiatie van de woningen op te nemen in de regels van het plan.

44

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat 3. Meer inzicht te geven in de relatie tussen koopkracht en NHG-grens in de Overasseltse situatie. 4. De ambitie om circulair te bouwen verder uit te werken. 5. Te overwegen om de maatregelen met betrekking tot klimaatadaptatie, water en groen te borgen in het plan en inzicht te geven in de manier waarop de biodiversiteit wordt versterkt. Reactie Ad 1. In de paragrafen 3.3.2 Woondeal Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen en 3.4.2 Woonbeleid gemeente Heumen 2024-2030 is het indicatieve woningbouwprogramma voor de kern Overasselt opgenomen. Daaruit blijkt dat volledig conform de in de Woondeal 2.0 vastgelegde differentiatie wordt gebouwd, te weten 41 sociale huur (is 35%), 37 betaalbare koop (is 31%) en 40 (is 34%) dure koop. Ad 2. Het is de bedoeling om het plan in circa 4 fases, verdeeld over een periode van 4 à 5 jaar uit te voeren. Deze fasering (met verplichting tot afname van de bouwrijpe grond) is opgenomen in de met de ontwikkelaar die het gehele plangebied gaat bebouwen gesloten samenwerkings- en bouwclaimovereenkomst. Met het oog op de gewenste flexibiliteit wordt het advies om de fasering op te nemen in te planregels niet overgenomen. Het vastleggen in de planregels zou een belemmering kunnen betekenen voor het inspelen op zich wijzigende (markt)omstandigheden. Ad 3.

De in de Woondeal als grens gehanteerde prijs voor betaalbare woningen van € 405.000 (prijspeil 2025) is voor veel kopers, en dan met name starters, inderdaad niet haalbaar. Dit is in Overasselt niet wezenlijk anders dan elders in de regio, met dien verstande dat het inkomensniveau in Overasselt wat hoger is dan gemiddeld in de rest van de regio. Wat hier van zij, de huidige woningprijzen zijn een gevolg van het feit dat vraag en aanbod niet met elkaar in evenwicht zijn. De gemeente kan daar niet veel invloed op uitoefenen en er wordt geen aanleiding gezien in dit plan af te wijken van hetgeen in de Woondeal aan afspraken is vastgelegd. Ad 4. Het is niet gelukt met de ontwikkelaar die alle bouwgrond af gaat nemen afspraken te maken over circulariteitsmaatregelen die uitstijgen boven de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Gelet op het uitgangspunt dat het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) uitputtend is, is er geen ruimte om in het omgevingsplan regels ter zake van circulariteit op te nemen. Ad 5. Zoals in paragraaf 2.2 Toekomstige situatie is aangegeven zijn klimaatadaptatie, groen en de bevordering van biodiversiteit uitgangspunten voor het planontwerp geweest. Het plan biedt mogelijkheden en ruimte om invulling te geven aan deze uitgangspunten, maar legt geen uitvoeringsverplichting op. Dat achten wij ook niet wenselijk en niet mogelijk.

Advies Veiligheidsregio Gelderland-Zuid d.d. 27 juli 2021 Conform de aanbeveling van de veiligheidsregio is paragraaf 4.7 Externe veiligheid opgenomen. De conclusie is dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de beoogde woningbouw. Bij de planopzet is rekening gehouden met de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bij het bouwen woonrijp maken zal aandacht zijn voor een toereikende bluswatervoorziening, zoals aanbevolen. Alle overige aanbevelingen en aandachtspunten zijn voor kennisgeving aangenomen. Advies Waterschap Rivierenland d.d. 6 augustus 2021 Bij het toegestuurde voorontwerpbestemmingsplan was een door adviesbureau Econsultancy opgestelde watertoets d.d. 25 mei 2021 gevoegd. In haar advies heeft het waterschap verschillende aandachtspunten voor de verdere uitwerking van het waterhuishoudingsplan meegegeven. In de periode daarna is meerdere malen uitvoerig overleg gevoerd met het waterschap over de opstelling van het waterhuishoudingsplan voor het plangebied. Het waterschap heeft aangegeven daarmee in te kunnen stemmen. Een schriftelijke bevestiging daarvan is echter niet ontvangen.

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat (vastgesteld)

45

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat 6.2.3

Procedure

Het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan wordt bekendgemaakt en gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kan een ieder zijn zienswijzen kenbaar maken tegen het plan. Eventuele zienswijzen worden samengevat en van een reactie voorzien door de gemeente. Het omgevingsplan wordt vervolgens, al dan niet na het doorvoeren van aanpassingen, vastgesteld door de gemeenteraad.

46

TAM-omgevingsplan Overasselt, Zilverbergweg / Kruisbergsestraat (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16569810/1