Bijlage III Begroting ODRN 2023
Tekst van het document
1
Versie: AB 7 juli 2022
Inhoudsopgave 1.
Voorwoord De ODRN in 2023
3
2.
Inleiding
5
3.
Programma’s
7
3.1.
Programma Vergunningverlening
8
3.2.
Programma Handhaving en Toezicht
10
3.3.
Programma Brzo
12
3.4.
Samen Sterk
14
3.5.
Programma Advisering
16
3.6.
Programmabegroting
19
4.
Financiële begroting 2023 meerjarenraming 2024 - 2026
20
4.1.
Uitgangspunten
21
4.2.
Wijzigingen in de meerjarenbegroting 2023 - 2026
24
4.3.
Financiële meerjarenbegroting 2023 - 2026
26
4.4
Toelichting op de begrotingsposten
27
4.4.
Overhead
34
4.5.
Lasten en baten per taakveld
35
4.6.
Geprognosticeerde meerjarenbalans ultimo 2021 tot en met ultimo 2023
36
5.
Paragrafen
37
5.1.
Weerstandscapaciteit en risicobeheersing
38
5.2.
Financiering
39
5.3.
Bedrijfsvoering
41
5.4.
Onderhoud kapitaalgoederen
44
6.
Bijlagen
45
6.1.
Primitieve begroting 2023, mutaties en actuele begroting 2023
46
6.2.
Aanpassingen begroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2025
47
6.3.
Advieslijsten 2023
48
6.4.
Indexering 2023
50
6.5.
Verklarende woordenlijst
51
2
1. Voorwoord De ODRN in 2023
3
Voor u ligt de begroting 2023. Een begroting die we hebben opgesteld in de wetenschap dat er nog veel kan veranderen de komende tijd. In 2023 is ons nieuwe bestuur en de nieuwe directie helemaal vertrouwd met de ODRN, en andersom. Wij kunnen er op dit moment alleen maar van uitgaan dat de goede sfeer en constructieve interactie van de afgelopen paar jaar tussen bestuur en organisatie zich zal voortzetten.
Ontwikkelingen met impact We gaan in 2023 werken met de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging van het bouwen. In de begroting hebben we opgenomen wat wij inschatten dat dat voor ons werk betekent en voor de dienstverlening die we bieden aan onze deelnemers en opdrachtgevers. Ook daarin zijn wijzigingen denkbaar gedurende het jaar. En met name de landelijke, provinciale en regionale ontwikkelingen die op ons af komen zullen hun impact hebben op onze werkwijzen en samenwerking met andere organisaties.
Sterke identiteit Als de buitenwereld zo in beweging is, moet je terugvallen op je kernkwaliteiten en het hart van je identiteit. Natuurlijk bestaat ook voor de ODRN de basis uit de zorg voor een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving, net zoals dat geldt voor de andere 28 Nederlandse omgevingsdiensten en de zes Gelderse omgevingsdiensten. Maar wij hebben daarnaast een sterke identiteit: die van een kennisgedreven uitvoeringsorganisatie. Bij ons werken 250 mensen in de volle en integrale breedte van milieu- en bouwvraagstukken omdat ze hun gespecialiseerde kennis continu willen versterken en inzetten voor een veilig en duurzaam Nederland.
Van output naar outcome Nu we de Ontwikkelagenda uit 2020 in 2022 grotendeels hebben afgerond, zien we de ODRN een doorstart maken. De afgelopen jaren hebben we streng gestuurd op financiën en bedrijfsvoering. Nu dat op orde is, zijn we in staat om de ontwikkeling in te stappen van het sturen op output naar het sturen op outcome, oftewel op maatschappelijk effect. Een spannend avontuur, waarvan we nu nog niet weten hoe dat er uit gaat zien. We weten wel dat de noodzaak hiertoe zich luid en duidelijk aandient.
Boeien en binden Veel van wat we in deze begroting hebben opgenomen hangt nauw samen met de arbeidsmarkt. Dat die krap is, behoeft geen toelichting. We zullen er alles op inzetten om mensen te boeien en te binden. Ook willen we met andere organisaties samenwerken om gezamenlijk maatschappelijk relevante, boeiende en kennisintensieve loopbanen te ontwikkelen en ons als daarmee te profileren. Kortom: in 2023 komt er veel op ons af. We blijven daarin voortdurend uitgaan van onze kracht: een kennisintensieve uitvoeringsorganisatie zijn voor veiligheid, duurzaamheid en gezondheid. Het Dagelijks Bestuur van de ODRN, Jan van der Meer, Noël Vergunst, Nelson Verheul, Sijmen Versluis
4
2. Inleiding
5
Als Omgevingsdienst Regio Nijmegen werken we voor verschillende gemeenten, twee provincies en voor andere omgevingsdiensten. Met elke opdrachtgever maken we afspraken over wat we gaan doen en welke onderwerpen daarbij prioriteit hebben. Dat leggen we vast in de werkplannen. Soms is maatwerk nodig voor onderwerpen die hoog op de agenda staan. Veel aandacht gaat nu vooral naar de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb).
Invoering Omgevingswet De Omgevingswet wordt zoals het er nu naar uitziet op 1 januari 2023 van kracht. Deze wet zorgt voor veranderingen waarmee we in 2023 voor het eerst echt in de praktijk te maken krijgen. We hebben afspraken gemaakt over de gevolgen voor de bodem- en geluidtaken en deze in de begroting 2023 vertaald. Gemeenten hebben tot en met 2024 de tijd voor hun omgevingsvisie, en tot en met 2029 voor het omgevingsplan. Wij werken daar op hun expert-onderdelen aan mee. Daarvoor is het nodig dat onze medewerkers goed zijn opgeleid en over de jongste inzichten in wet- en regelgeving beschikken.
Invoering Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Tegelijk met de Omgevingswet treedt de Wkb in werking en ook deze wet zorgt voor veel veranderingen. Niet meer de ODRN, maar de initiatiefnemer zorgt voor de bouwtechnische toets en het toezicht tijdens de bouw. Daarvoor in de plaats krijgen we twee andere taken: de toets op de risicobeoordeling en op het dossier van het bevoegd gezag.
Vereenvoudiging bedrijfsvoering In 2022 hebben we de in 2020 gestarte Ontwikkelagenda afgesloten. Het vereenvoudigen van onze bedrijfsvoering was een van de onderdelen. Dit implementeren we vanaf 2023. We gaan werken met een sterk vereenvoudigde producten- en dienstencatalogus (PDC) en gaan over op uniforme uurtarieven. De ontwikkeling houdt niet op. Ons bestuur heeft de intentie uitgesproken om op middellange termijn over te stappen naar een financieringsmethodiek op basis van een abonnementstarief. Hiermee willen we een wezenlijke stap zetten richting het sturen op gemeenschappelijke inhoudelijke thema’s. Deze intentie gaan we in 2023 uitwerken.
Functioneren omgevingsdiensten De afgelopen periode zijn er diverse rapporten verschenen waarin het functioneren van omgevingsdiensten besproken wordt. Daarbij kunt u denken aan het rapport ‘Om de leefomgeving’ van de Commissie Van Aartsen en het artikel 217a-onderzoek van de provincie Gelderland over het Gelders Stelsel. Deze rapporten zullen opvolging krijgen. Op dit moment is nog onduidelijk wat de precieze vorm daarvan wordt, maar zeker is dat we daarmee in 2023 aan de slag gaan.
Steeds blijven verbeteren Een kennisgedreven organisatie als de ODRN is nooit klaar en dient zich elke keer voor te bereiden om de uitdagingen aan te gaan. Bovendien hebben we de ambitie om onze organisatie steeds te blijven verbeteren. We stellen daarom voor een structureel opleidings- en ontwikkelbudget in de begroting vanaf 2023 op te nemen.
6
3. Programma’s
7
Inleiding In dit hoofdstuk leest u achtereenvolgens over de volgende programmaonderdelen en projecten:
Programma Vergunningverlening
Programma Handhaving en Toezicht
Programma Brzo
Samen Sterk
Programma Advisering
Per programma gaan we in op de volgende vragen:
Wat doen we voor wie?
Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
Nieuwe set KPI’s De vraag ‘Wat willen we bereiken?’ beantwoorden we bij elk programma met behulp van kritische prestatie-indicatoren (KPI’s). Deze KPI’s geven een indicatie van onze doelstellingen. Het gaat om een nieuwe set van KPI’s die we afgelopen jaar in overleg met onze opdrachtgevers herijkt hebben. ’Hiermee gaan we sturen. Niet alleen op financiën, maar vooral op maatschappelijk relevante indicatoren. Omdat we deze indicatoren vanaf 2022 gaan monitoren, hebben we nog geen realisatiegegevens over 2021. We merken op dat de mate waarin we de indicatoren kunnen beïnvloeden wisselt. We sterven bijvoorbeeld een bepaald percentage naleefgedrag na, maar we kunnen het gedrag van instellingen maar beperkt beïnvloeden. Als afsluiting van dit hoofdstuk beantwoorden we in paragraaf 3.6 met behulp van de programmabegroting 2023 een vierde vraag, namelijk: ‘Wat mag dat kosten?’
3.1. Programma Vergunningverlening Wat doen we voor wie? Voor de gemeenten Nijmegen, Beuningen, Berg en Dal, Heumen en de Provincie Gelderland verzorgen we over de gehele breedte van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) de vergunningverlening. De activiteiten beslaan de onderdelen BRIKS (bouwen, reclame, inritten, kappen en slopen) en Milieu. De gemeenten Druten en Wijchen hebben uitsluitend de milieutaak aan de ODRN uitbesteed. Daarnaast verlenen we voor de gemeenten Nijmegen en Berg en Dal nog enkele speciale vergunningen: bouwobjecten, woningonttrekking en leegstandsvergunning. Verder nemen we voor de gemeente Nijmegen besluiten in het kader van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen bijzondere toestemming voor het laden en lossen van consumentenvuurwerk.
8
Verder leveren we het integrale milieu-advies voor de omgevingsvergunningen voor de zogeheten complexe gemeentelijke bedrijven buiten onze eigen regio, in de hele provincie Gelderland. Een bijzondere wettelijke taak hebben we als een van de zes landelijke Brzo-omgevingsdiensten voor de Brzo- en Rie-4-bedrijven. We zijn verantwoordelijk voor het volledige VTH-pakket van Brzo-inrichtingen voor de provincies Gelderland en Overijssel. Tot slot adviseren we bij de handhaving op de bouw bij provinciale inrichtingen.
Wat willen we bereiken?
We zorgen ervoor dat de vergunningsaanvragen binnen de daarvoor afgesproken termijn worden afgehandeld.
We voorkomen dat een vergunning van rechtswege wordt verleend doordat een aanvraag niet binnen de afgesproken termijn is afgehandeld.
We zorgen ervoor dat de vergunningen kwalitatief goed zijn om in een eventuele bezwaar- en beroepsprocedure overeind te blijven.
We leveren op verzoek van onze opdrachtgevers binnen de afgesproken tijd kwalitatief goede adviezen op milieuaspecten.
Indicatoren KPI
Doel %
Proces
% tijdigheid, vergunningen regulier – Milieu
90%
Vergunningen
% tijdigheid, vergunningen uitgebreid – Milieu
90%
Vergunningen
% tijdigheid, vergunningen regulier – BRIKS
98%
Vergunningen
% tijdigheid, vergunningen uitgebreid – BRIKS
90%
Vergunningen
% actueel, vergunningen – Milieu
80%
Vergunningen
% tijdigheid meldingen (belang partners) – Milieu
90%
Vergunningen
% tijdigheid meldingen (belang partners) – BRIKS
90%
Vergunningen
Voor de bedrijven met het bevoegd gezag provincie Gelderland hebben we aanvullend specifieke indicatoren afgesproken in het programma Complexe Vergunningverlening. Daarvoor verwijzen we u naar paragraaf 3.3.
Wat gaan we daarvoor doen? We gaan samen met onze opdrachtgevers een inschatting maken van het toekomstige aantal vergunningen en adviezen. Dat doen we op basis van trends, ervaring en kennis van ontwikkelingen bij onze opdrachtgevers. De inschatting leggen we vast in een werkplan. Op basis hiervan zorgen we voor voldoende en goed personeel, zodat we volgens de indicatoren kunnen werken. De daadwerkelijke hoeveelheid vergunningen die we leveren is uiteraard afhankelijk van de vraag naar vergunningen van burgers en bedrijven en anderen. We behandelen en verlenen niet alleen omgevingsvergunningen. We adviseren ook op verschillende onderdelen, zoals bodem, lucht & geur, geluid, externe veiligheid en
9
bijdragen aan bestemmingsplanparagrafen. We zorgen ervoor dat zowel de vergunningverlening als de advisering wordt uitgevoerd door medewerkers die voldoen aan de geldende kwaliteitseisen Voor de uitvoering van de complexe vergunningverlening milieu werken we samen met de zes andere omgevingsdiensten in Gelderland. De werkwijze is in hoofdlijn dat de ODRN de (deel) vergunning opstelt en deze als een advies aan de andere omgevingsdienst geeft. Deze dienst (of één van zijn partners) heeft het mandaat om de omgevingsvergunning namens het bevoegd gezag te tekenen en te verzenden. We verwachten dat de invoering van de Omgevingswet invloed heeft op het aantal, het proces en de inhoud van vergunningaanvragen. Voor bouwen kunnen vergunningplichtige activiteiten Bouwbesluittoetsvrij of zelfs vergunningsvrij worden. We hebben geprobeerd de precieze gevolgen zo goed mogelijk in te schatten. Daarvoor krijgt u een beeld in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in deze begroting. Daarnaast wordt naar verwachting de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen ingevoerd. De gevolgen hiervan zijn beperkter dan van de invoering van de Omgevingswet.
3.2. Programma Handhaving en Toezicht Wat doen we voor wie? Voor alle partners stellen we een jaarlijks uitvoeringsprogramma op. Daarin staan zowel bedrijven die we controleren als de projecten die we uitvoeren. Alle bedrijven zijn ingedeeld in categorieën, die oplopen in complexiteit: van A1 tot en met D4/5. Daarnaast voeren we voor de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Heumen, Nijmegen en de provincie Gelderland en Overijssel de BRIKS-controles uit.
Wat willen we bereiken?
We voeren het werkplan uit zoals we dat afgesproken hebben.
We verbeteren het naleefgedrag door goed en slagvaardig te werken.
We nemen gemelde milieu- en bouwklachten snel en adequaat in behandeling.
10
Indicatoren KPI
Doel %
Proces
% tijdigheid afhandelen klachten (vanuit beginset) – Milieu
80%
Toezicht
% tijdigheid afhandelen klachten (vanuit beginset) – BRIKS
80%
Toezicht
% volledige naleving na 1e controle (naleefgedrag) – Milieu
60%
Toezicht
% volledige naleving na 1e controle (naleefgedrag) – BRIKS
60%
Toezicht
% hercontroles < 3 weken – Milieu
75%
Toezicht
% hercontroles < 3 weken – BRIKS
75%
Toezicht
% van geplande bezoeken afgezet tegen werkelijk
90%
Toezicht
90%
Toezicht
85%
Handhaving
85%
Handhaving
uitgevoerd (HUP) % van geplande bezoeken afgezet tegen werkelijk uitgevoerd – BRIKS % van herstelde overtredingen na opgelegd handhavingsbesluit – Milieu % van herstelde overtredingen na opgelegd handhavingsbesluit – BRIKS
Wat gaan we daarvoor doen? We werken informatie- en risicogestuurd. We bepalen aan de hand van een inschatting van de risico’s hoe vaak en intensief we milieu- en bouwinspecties uitvoeren. Als we daar aanleiding toe zien, houden we ook steekproefsgewijs of themagericht toezicht. Bij overtredingen gebruiken we de bestuursrechtelijke instrumenten om de overtreding te stoppen. Bij de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke aanpak is de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) leidend. Medewerkers zullen ook in 2023 opleidingen volgen om te kunnen blijven voldoen aan de landelijk vastgestelde kwaliteitscriteria voor toezicht en handhaving. Toezicht & Handhaving Milieu We zetten de beschikbare milieuhandhavingscapaciteit in voor het uitvoeren van reguliere milieucontroles en de afhandeling van milieuklachten, handhavingsverzoeken en het nemen van handhavingsbesluiten. Daarnaast zetten we capaciteit in voor projecten. Dit gaat om zowel regionale als provinciale projecten binnen het stelsel van de zeven Gelderse omgevingsdiensten. Binnen het stelsel leveren we een bijdrage aan de uitvoering van het gezamenlijke Jaarprogramma Ketentoezicht. Hierin worden de afvalstromen benoemd die bij ketentoezicht aandacht zullen krijgen. Daarnaast zijn er nog enkele belangrijke regionale projecten, zoals de Vierdaagseweek en controles gericht op energiebesparende maatregelen.
Een belangrijk speerpunt is de aanpak van ondermijnende criminaliteit. We werken daarbij projectmatig samen met andere ketenpartners. Hierbij zetten we zowel milieuals bouwinspecteurs in.
11
Toezicht & Handhaving BRIKS In 2023 voeren we risicogerichte BRIKS-inspecties uit waarbij we rekening houden met het beleid, waaronder risicogestuurd toezicht. Daarnaast behandelen we bouwklachten en handhavingsverzoeken. Dit voeren we uit voor de opdrachtgevers die de bouwtaken bij ons belegd hebben. Met individuele opdrachtgevers hebben we afspraken gemaakt over de uitvoering van een specifieke opdrachten, zoals bijvoorbeeld ‘energielabel C bij kantoorgebouwen’. Ook houden we toezicht op illegale (ver)bouw, op voorschriften die gaan over het slopen van een bouwwerk en op het plaatsen van reclame. Tot slot voeren we voor alle opdrachtgevers de asbesttaken uit en de afhandeling van meldingen, toezicht en indien nodig de daaropvolgende handhaving.
3.3. Programma Brzo Wat doen we voor wie? Wij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van alle VTH-werkzaamheden voor de majeure risicobedrijven in de provincies Gelderland en Overijssel: landsdeel Oost. Het gaat om bedrijven die vallen onder het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (Brzo) en om bedrijven die vallen onder categorie 4 van Bijlage 1 van de Richtlijn Industriële Emissies (RIE4).1 Het gaat om in totaal 60 bedrijven, waarvan 44 bedrijven in Gelderland en 16 in Overijssel.
Wat willen we bereiken? De interprovinciale bestuurlijke adviescommissie Milieu, Toezicht en Handhaving (IPO BAC MTH) stelt jaarlijks het Uitvoeringsprogramma Brzo vast. Dit programma maakt deel uit van de meerjarenagenda (MJA) Brzo 2020 - 2023. Met de MJA hebben de provincies aangegeven dat zij, samen met de zes Brzo-omgevingsdiensten, werken aan een excellente uitvoering van de VTH-taken bij Brzo- en RIE4-bedrijven en een gezamenlijk landelijk speelveld willen ontwikkelen. De samenwerking tussen de zes Brzo-OD’s heeft dan ook als doel te werken alsof zij één dienst zijn in een excellente uitvoering van onze werkzaamheden. In het landelijke programma worden projecten uitgevoerd die de taakuitvoering bij de Brzo-OD’s optimaliseren. Voor de integrale uitvoering wordt met Brzo-partners een Brzo+ programma uitgevoerd. In het Bestuurlijk Omgevingsberaad (Bob) is een gezamenlijk meerjarenvoorstel 2021 2024 vastgesteld voor de versterking van omgevingsveiligheid in clusters. Hierin is onder Cluster 1 Brzo+ ondergebracht. De ambitie van het Brzo+ samenwerkingsverband is om de veilige operatie van risicovolle bedrijven en installaties op een hoger niveau te brengen vanuit de invalshoeken veiligheid, gezondheid en milieu.
1. De uitvoering van de VTH-werkzaamheden voor Brzo-bedrijven is in Nederland belegd bij zes Brzo-OD’s, waaronder de ODRN. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het begrip Brzo-bedrijf vervangen door Seveso-inrichting.
12
Indicatoren KPI
Doel %
Proces
% werkelijk uitgevoerd afgezet tegen de geplande Brzo-controles
100%
Gelderland – Extra Brzo
% werkelijk uitgevoerd afgezet tegen de geplande Wabo-controles
100%
Gelderland – Extra Brzo
% hercontroles < 3 weken Wabo Brzo- en RIE4-bedrijven
100%
Gelderland – Extra Brzo
% hercontroles < 3 weken Brzo-controles
100%
Gelderland – Extra Brzo
% handhavingscontroles/traject (dwangsom) < 3 weken na
75%
Gelderland – Toezicht en
bij Brzo- en RIE4-bedrijven
begunstigingstermijn % van de klachten waarbij de veroorzaker bekend is wordt < 6
Handhaving 95%
maanden opgelost: alleen in groeiscenario % van de Brzo-inspectierapportages dat binnen 8 weken na het
Gelderland – Toezicht en Handhaving
80%
Gelderland – Extra Brzo
75%
Gelderland – Extra Brzo
70%
Gelderland – Extra Brzo
controlebezoek aan de inrichtinghouder is verzonden % volledige naleving bedrijven gemiddelde en lage prioriteit (naleefgedrag) % volledige naleving bedrijven zeer hoge en hoge prioriteit (naleefgedrag)
Wat gaan we daarvoor doen? 1. We gaan op drie niveaus met onze Brzo-activiteiten aan de slag: 2. We voeren de VTH-taken uit bij Brzo-bedrijven in de regio Oost-Nederland: Wabo-vergunningverlening en zowel Wabo- als Brzo-toezicht & handhaving. 3. We dragen bij aan de uitvoering van twee landelijke ontwikkelprogramma’s: Brzo6-OD’s en Brzo+. Dit doen we door het leveren van landelijke projectleiders en de inbreng van specialistische kennis op het gebied van externe veiligheid, lucht & geur, geluid, bodem, afval en water. We zorgen via een programma Brzo Oost voor: • implementatie van de landelijk vastgestelde projectresultaten binnen de ODRN. • regionale afstemming en samenwerking met ketenpartners RWS, waterschappen, Veiligheidsregio’s, SZW, ILT en OM. • Brzo-medewerkers die gekwalificeerd en gecertificeerd zijn via een hoogwaardig landelijk opleidingsprogramma. • actieve communicatie en kennisdeling over Brzo-activiteiten. • aansturing van de genoemde activiteiten via programmamanagement
Wat mag dat kosten? Het landelijk programma dat met de 6 Brzo-OD’s wordt uitgevoerd maakt deel uit van de MJA Brzo 2020 - 2023. De financiering hiervan is vastgesteld in het Interprovinciale overleg. We voeren de optimalisatie van de integrale uitvoering met Brzo-partners uit in een Brzo+ programma. Het Bestuurlijk Omgevingsberaad heeft een meerjarenvoorstel
13
2021 - 2024 vastgesteld en daarin is onder Cluster 1 Brzo+ ondergebracht. Het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat financiert de bijdrage van de Brzo-OD’s aan het Brzo+ programma. De opdrachtgevers provincie Gelderland (60%) en provincie Overijssel (40%) hebben via een gedeeld budget in het werkplan een implementatieprogramma Brzo Oost met ons afgesproken.
3.4. Samen Sterk Wat doen we voor wie? In 2020 is het programma ‘Samen Sterk’ gestart. Het heeft de vorm van een programma, omdat gestuurd wordt op doelen en samenhang en omdat het een langjarige werking heeft. Het programma richt zich op een verbetering van de bestaande samenwerking op VTH-gebied tussen de uitvoerende partijen Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA), ODRN en de afdeling Vergunningverlening en Handhaving (VVHH) van de provincie Gelderland, maar ook voor de samenwerking tussen de provincie Gelderland als opdrachtgever en de drie uitvoerende partijen als opdrachtnemer. Aanleiding voor de start van het programma was de constatering dat de basis niet op orde is. Een achterstand in actualiteit en vergunningverlening bij Wabo en Wnb, toezicht en handhaving wordt niet altijd conform nalevingsstrategie (LHS) uitgevoerd en aandachtsbedrijven die veel tijd en energie vragen. De doelen van Samen Sterk zijn: Een veilige leefomgeving en een betrouwbare overheid. Vervolgens het effectief en efficiënt uitvoeren van het werk. In het plan van aanpak Samen Sterk zijn een aantal programma’s opgenomen:
Brede samenwerking – Regie vanuit de ODRN
Complexe vergunningverlening – Uitvoering bij de ODRN
Aandachtsbedrijven – Regie vanuit ODRA, bijdrage van de ODRN
Complexe handhaving – Regie vanuit de ODRA, bijdrage van de ODRN
We lichten deze vier programma’s nu kort toe.
3.4.1 Brede samenwerking Wat willen we bereiken? Een solide basis onder het duurzaam beter samenwerken. Het doel is om onze attitude te veranderen en onze competenties te ontwikkelen. De inhoudelijke programma’s resulteren in ‘opgeleverde vergunningen’, een verbetering van advieskwaliteit en bestuurlijke sensitiviteit en minder bestuurlijke zorgen over aandachtsbedrijven. De impuls die we in 2022 hier aan hebben kunnen geven was beperkt, vanwege het ontbreken van middelen. Het werkplan 2023 voorziet in een voorstel om in 2023 hier wel op in te zetten.
14
Wat gaan we daarvoor doen? Om beter te worden in de gewenste competenties willen we onze medewerkers op verschillende manieren nieuwe kennis en ervaring laten opdoen via: trainingen, intervisie, bij elkaar in de keuken kijken en door casuïstiek. De programma’s bieden ons namelijk praktijkvoorbeelden waarin geoefend kan worden met de benodigde competenties.
3.4.2 Complexe vergunningverlening Wat willen we bereiken? Dit programma is ingevoerd om meer focus en sturing aan te brengen op de Wabo- en Wnb-vergunningverlening bij bedrijven onder bevoegd gezag van de provincie Gelderland. De focus ligt op adequate vergunningverlening. Daarmee bedoelen we vergunningen die tot stand zijn gekomen in één werkproces met een integrale beoordeling en waarin de actuele wet- en regelgeving is verwerkt. Tegelijk is de opgave om met deze aanpak ook om de huidige achterstanden weg te werken. Het programma moet zorgen voor een verbeter- en inhaalslag bij de Wabo- en Wnbvergunningverlening. Daarom willen we in 2023 de programmadoelen in onderstaande tabel hebben bereikt. De samenwerking en afstemming die vorm heeft gekregen tussen de uitvoerende organisaties: ODRA, ODRN en de afdeling VVHH van de provincie Gelderland willen we in 2023 voortzetten en versterken. We hebben de basis op orde en zijn in control. Dit betekent dat we continu inzicht hebben in de werkzaamheden, voortgang en resultaten en ook dat we in staat zijn om zo nodig maatregelen voor extra sturing te signaleren en door te voeren. We wegen de voor- en nadelen af en als dat nodig is leggen we dit bestuurlijk voor.
Indicatoren KPI
Doel %
Proces
% actualiteit Wabo in beeld
100%
Gelderland – Vergunningen
90%
Gelderland – Vergunningen
81 %
Gelderland – Vergunningen
72 %
Gelderland – Vergunningen
70 %
Gelderland - Vergunningen
% actuele Wabo vergunningen voor BRZO/RIE4 bedrijven % actuele Wabo vergunningen voor bedrijven met risicocategorie zeer hoog % actuele Wabo vergunningen voor bedrijven met risicocategorie hoog – gemiddeld - laag % Actuele Wnb vergunning/toestemming
Wat gaan we daarvoor doen? De werkzaamheden hebben een integrale aanpak die gericht zijn op actuele vergunningen. Daarvoor gaan we het volgende doen: 1. We implementeren de werkwijze ‘bedrijf centraal’, waarbij niet de aanvraag maar de gehele vergunningsituatie bij een bedrijf centraal staat.
15
2. We vergunnen en programmeren toekomstbestendig, door vergunningen periodiek en volgens het VTH-beleid op actualiteit te beoordelen en prioriteiten te stellen voor procedures. 3. We verstevigen de samenwerking bij de samenloop van Wnb-Wabo-procedures.
3.4.3 Aandachtsbedrijven In 2020 is de provincie Gelderland samen met de ODRA en ODRN gestart met het programma Aandachtsbedrijven. Dit zijn bedrijven met een meervoudige complexe problematiek, die niet binnen de reguliere uitvoering van VTH-taken kan worden opgelost. Vaak gaat het om een combinatie van omgevingsveiligheid, ruimtelijke problematiek en een actieve omgeving. Op het totaal van zo’n 200 provinciale bedrijven gaat het om een beperkt aantal van zo’n 20 aandachtsbedrijven. We pakken de problemen op door projectgroepen te vormen met de verschillende betrokken uitvoerders en specialisten van de ODRA, de provincie Gelderland en ODRN. De uitgangspunten zijn:
We zorgen voor een jaarlijkse programmatische aanpak, met voor elk aandachtsbedrijf een projectmatige aanpak met een eenduidig doel. De aanpak is erop gericht voorkombare problematiek en bestuurlijke zorgen uit te sluiten.
We doen voor elk aandachtsbedrijf een omgevingsscan. Hierbij geven we specifiek aandacht aan de verbinding met lokaal bestuur.
We zorgen ervoor dat voor elk aandachtsbedrijf de stand van zaken bij het projectdoel op elk moment inzichtelijk is.
Het overkoepelende doel van het programma Aandachtsbedrijven is om te komen tot uniformering en verduidelijking van de aanpak van deze bedrijven. Op die manier kunnen we sneller reageren en is het beter mogelijk om ervaringen te delen en de aanpak verder te professionaliseren.
3.4.4 Complexe handhaving ODRN levert toezichthouders milieu aan de pool van het programma voor uitvoering toezicht bij complexe bedrijven.
3.5. Programma Advisering Wat doen we voor wie? We verzorgen voor diverse opdrachtgevers de juridische advisering en de rechtsbescherming op het gebied van het omgevingsrecht. We zorgen ervoor dat het beleid van de opdrachtgevers juridisch goed onderbouwd is. Daardoor hebben besluiten, die opdrachtnemers op grond van dat beleid nemen, een goede juridische basis en kunnen we deze goed verdedigen in bezwaar- en beroepsprocedures. We handelen inkomende Wob-verzoeken af en bereiden ons voor op nieuwe wetgeving. Dit doen we samen met
16
onze opdrachtgevers. Tot slot informeren we desgevraagd inwoners en bedrijven over het omgevingsrecht.
Wat willen we bereiken? We willen bijdragen aan een veilige leefomgeving. De advisering is erop gericht om inwoners gericht te helpen en een interne bijdrage te leveren aan kwalitatief goede besluiten, eventuele knelpunten in de uitvoering tegen te gaan of daarvoor een oplossing aan te dragen. Soms zitten er juridische onduidelijkheden in de regelgeving en het beleid. Wij melden dit aan de opdrachtgevers en doen voorstellen voor verbetering. Door veranderingen in de wetgeving en jurisprudentie moet beleid soms worden aangepast. Ook daarover denken we met de opdrachtgevers mee.
Indicatoren KPI % beschikkingen dat overeind blijft in juridische procedures -
Doel %
Proces
90%
Advies
90%
Advies
90%
Advies
90%
Advies
Bezwaar – Milieu % beschikkingen dat overeind blijft in juridische procedures Bezwaar – BRIKS % beschikkingen dat overeind blijft in juridische procedures (Hoger) Beroep – Milieu % beschikkingen dat overeind blijft in juridische procedures (Hoger) Beroep – BRIKS Klanttevredenheid over activiteit en deelaspect (uitgedrukt in cijfer van 1-10) of ontevreden, tevreden en zeer tevreden
Cijfer 7 of
Dienstverlening
80%
Wat gaan we daarvoor doen? Voor de advisering zorgen we voor voldoende kwalitatief personeel. We verwerken de ontwikkelingen op juridisch gebied in onze adviezen, zowel qua wetgeving als jurisprudentie. Ook zorgen we ervoor dat we in rechtsbeschermingsprocedures goed beslagen ten ijs komen. We informeren onze opdrachtgevers en collega’s actief vanuit onze rol over de gevolgen voor de uitvoering van veranderende wet- en regelgeving op het terrein van het omgevingsrecht, zoals de Omgevingswet, de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, de Wet open overheid en de Wet elektronische publicaties.
Openbare bekendmakingen De Wet elektronische publicaties (de Wep) heeft als doel om burgers digitaal te informeren over besluiten die impact hebben op hun leefomgeving. Deze wet, die op 1 januari 2023 ingaat, verplicht bestuursorganen (bijvoorbeeld gemeenten en provincies) om officiële publicaties online te zetten op de website officielebekendmakingen.nl. Daarop kunnen burgers alle algemene bekendmakingen, mededelingen en kennisgevingen van de overheid raadplegen. Burgers kunnen zo tijdig hun recht van inspraak uitoefenen. Wij zijn volop bezig met de implementatie van deze wet. De wet verplicht om naast beschikkingen, zoals verleende vergunningen, ook de bijhorende stukken van de uitgebreide procedures te anonimiseren en publiceren. Onder uitgebreide procedures vallen vooral milieuvergunningen. Met de publicatie spelen we in op de behoefte van Nijmeegse burgers om informatie te kunnen inzien over milieuvervuiling door bedrijven.
17
De Wet Open Overheid (Woo), de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), treedt op 1 mei 2022 in werking. Deze wet regelt dat overheden uit zichzelf (in principe alle) documenten openbaar moeten maken. Dit gaat verder dan de openbaarmakingsverplichtingen uit de WEP. De actieve openbaarmakingsplicht van de Woo betekent dat het bestuursorgaan de (inspannings)plicht heeft om actief, dus zonder dat iemand daarom vraagt, documenten openbaar te maken. Dat wil zeggen, elektronisch beschikbaar te stellen en te houden zodat iedereen ze kan inzien en downloaden. Wij zijn inspanningsplichtig en zijn volop bezig met de implementatie van deze wet. Zo zullen we onder meer beschikkingen2 zoals verleende vergunningen, handhavingsbesluiten, beslissingen op bezwaar en Wob-besluiten (art. 3.3 Woo) openbaar maken.
Ontwikkeling en opleiding We zijn in 2020 met het Ontwikkelprogramma en dat gaan we in 2022 afronden. Daarmee is onze ontwikkelopgave niet beëindigd. Een organisatie als de onze kan het nooit zonder ontwikkeling of innovatie doen. We moeten blijven vernieuwen, vanuit onze kracht en onze toegevoegde waarde. Er komen allerlei ontwikkelingen op ons af: onder andere vanuit de Commissie VTH, diverse governance-onderzoeken en maatschappelijke opgaven. Het gaat in veel gevallen om ontwikkelingen die nog ongewis zijn, maar waarin van ons wel een standpunt en stellingname wordt verwacht. Dat betekent voor nu dat we voorstellen om een nieuw ontwikkelpad voor te bereiden. Dat pad moet gestoeld zijn op onze identiteit en onze visie: we zijn een kennisgedreven uitvoeringsorganisatie en zijn bevlogen om in het VTH-domein het allerbeste te leveren voor een leefbare, veilige, gezonde en duurzame omgeving. We zien ook ontwikkelpunten binnen onze organisatie, bijvoorbeeld op het gebied van advieskwaliteit en bestuurlijke sensitiviteit. Daar willen we aan blijven werken. Tegelijkertijd hebben we te maken met een lastige arbeidsmarkt. We stellen voor vanaf 2023 jaarlijks € 3 ton extra te reserveren voor ontwikkeling en opleiding. Samen met het al in de begroting opgenomen budget voor opleiding van jaarlijks € 3 ton, reserveren we dan jaarlijks € 6 ton hiervoor.
Dat is 4% van onze begrote salarissen. We zullen ons bestuur periodiek informeren over de besteding van deze middelen.
2
Niet alle beschikkingen hoeven openbaar gemaakt worden. Uitzonderingen gelden voor o.a. geweigerde vergunningen (weigeringen) en bestuurlijke boetes.
18
3.6. Programmabegroting In onderstaande tabel ziet u de programmabegroting 2023 met vergelijkende cijfers over 2022 (begroot)3 en 2021 (realisatie): Omschrijving in € * 1000
Jaarrekening
Begroting
Begroting
2021
2022
2023
5.373
5.434
5.472
3.681
3.650
3.952
7.4 Milieubeheer Vergunning behandelen Toezicht en handhaven Advies en projecten
Totaal
3.945 13.000
55%
4.486 13.570
57%
4.136
56%
13.560
8.3 Bouwen & Wonen Vergunning behandelen Toezicht en handhaven Advies en projecten
Totaal
5.469
5.155
5.244
3.547
4.271
4.115
1.531 10.547
45%
Vrijval voorziening harmonisatie toelage
53
0%
Onttrekkingen aan reserves
36
0%
Totaal baten
23.635
100%
998 10.424
23.993
43%
100%
1.268
44%
10.626
24.186
100%
De in 2023 begrote baten hebben voor 56% betrekking op Milieubeheer en voor 44% op Bouwen & Wonen. Deze percentages zijn vergelijkbaar met 2022 (begroot) en 2021 (jaarrekening).
3 Bij de vergelijkende begrotingscijfers 2022 gaan we uit van de geactualiseerde begrotingscijfers die we ons
Algemeen Bestuur op 7 juli 2022 zullen voorleggen. 19
4. Financiële begroting 2023 meerjarenraming 2024 - 2026
20
4.1. Uitgangspunten De begroting 2023 is gebaseerd op de advieslijsten die we begin 2022 met onze opdrachtgevers hebben afgestemd. We zijn bij het opstellen van de begroting 2023 uitgegaan van de volgende uitgangspunten: 1. De begroting 2023 is opgesteld op basis van de uitgangspunten vereenvoudigde bedrijfsvoering 2023. 2. De begroting 2023 is inclusief een structurele aanvullende bijdrage van jaarlijks € 3 ton voor ontwikkeling en opleiding vanaf 2023. Het totale budget voor ontwikkeling en opleiding bedraagt hiermee jaarlijks € 6 ton. Dat is 4% van de loonsom. 3. De begroting 2023 is inclusief de volgende effecten van de Omgevingswet: a.
Overheveling taken Wet bodembescherming
b.
Taken geluid
c.
Minder werk als gevolg van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen;
4. De begroting 2023 is inclusief een indexering van 3,75% van onze baten in 2023. 5. De meerjarenbegroting vanaf 2024 is zonder effect van taakstellingen. 6. We gaan uit van een inhuurbudget van 20% van onze begrote salarissen plus inhuur. 7. De meerjarenbegroting gaat uit van een indexering 2023 van onze lasten volgens de CEP maart 2022,4 loon en inhuur 3,3% en materieel 3%. 8. De meerjarenraming is inclusief jaarschijf 2026. Deze is conform jaarschijf 2025. 9. De meerjarenbegroting 2023 - 2026 is op prijspeil 2023. 10. We gaan uit van een productiviteit van 72%, wat neerkomt op afgerond 1350 uur productief. 11. Bij salariskosten rekenen we met een anciënniteit van 10 (max -1). 12. De begroting is zonder kostprijsverhogend btw-effect. We factureren de opdrachtgevers inclusief btw. We lichten de punten 1 tot en met 5 voor u toe. De overige uitgangspunten hebben geen verdere toelichting nodig.
1. Uitgangspunten vereenvoudigde bedrijfsvoering 2023 De advieslijsten 2023 en dus ook de begroting 2023 zijn op basis van uitgangspunten waarover het Algemeen Bestuur op 16 december 2021 besloten heeft: uniforme
4. Het centraal economisch plan (CEP), maart 2022, bijlage Middelen en Bestedingen 2023: de ‘beloning werknemers overheidssector, prijsmutatie uit de kolom bestedingen’ als indexering voor het loondeel het ‘Bruto Binnenlands Product marktprijzen, prijsmutatie’ als indexering voor de materiële lasten
21
uurtarieven en een vereenvoudigde producten- en dienstencatalogus. 5 Het Algemeen Bestuur heeft ook besloten over de toerekening van de indirect primaire inzet. Op dit punt zijn we iets van het besluit afgeweken en leggen we het bestuur een gewijzigd besluit voor. Het besluit was om deze uren toe te rekenen op basis van de door de deelnemer afgenomen productaantallen (50%) en direct productieve uren (50%). Voortschrijdend inzicht laat zien dat een 100% toerekening op basis van de door de opdrachtgever afgenomen direct productieve uren minder herverdeeleffecten geeft en eenvoudiger is.
2. Structurele aanvullende bijdrage van jaarlijks € 3 ton voor ontwikkeling en opleiding vanaf 2023 De toelichting op deze structurele aanvullende bijdrage leest u in paragraaf 3.5.
3a en b. Omgevingswet - Overheveling taken Wet bodembescherming en taken geluid Onder de Omgevingswet vinden een aantal wijzigingen plaats voor bodem- en geluidtaken. Waar de bevoegdheid voor bodemsaneringstaken nu meestal bij de provincie ligt, komt deze onder de Omgevingswet bij de gemeente te liggen. Deze bodemsaneringstaken zijn dan aangewezen als basistaak. Dit geldt zowel voor vergunningverlening als voor toezicht & handhaving. Basistaken moeten worden uitgevoerd door een omgevingsdienst. Er komen nieuwe geluidtaken bij die betrekking hebben op de volgende onderwerpen: basisgeluidemissie gemeentelijke wegen, geluidproductieplafonds voor industrieterreinen en provinciale wegen en geluidaandachtsgebieden.
3c. Wkb Adviesbureau ANG heeft in het rapport ‘Doorrekening Wkb-effect deelnemers ODRN’ de effecten van de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen becijferd. ANG komt per saldo uit op een besparing van jaarlijks € 4,2 ton. We hebben de bevindingen van ANG in onze begroting overgenomen, maar wijzen wel op een aantal risico’s en onzekerheden. Omgevingsvergunningen bouw gaan uit twee delen bestaan. Dat betekent twee keer inboeken, dossier aanmaken, verzenden, publiceren, enzovoorts. ANG houdt daarmee mogelijk onvoldoende rekening. Verder wijzen we u op de juridische risico’s. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) benoemt in een impactanalyse aanzienlijke juridische risico’s rondom bouwmeldingen. Er zijn scenario’s denkbaar waarbij de bouwmelding niet direct kan worden afgehandeld en dat kan leiden tot discussie, handhaving of bezwaren. Bouwmeldingen kunnen meerdere keren ingediend worden voor ze akkoord zijn. Bij wijzigingen tijdens het bouwproces kan het ook nodig zijn gewijzigde meldingen in te dienen
5. Met uniforme tarieven bedoelen we een uniform tarief voor deelnemende gemeenten en een tarief met een differentiatie voor overige opdrachtgevers (inclusief de provincie Gelderland). Daarmee doen we recht aan het verschil in inschaling.
22
4. Indexering baten 2023 We gaan uit van een indexering van 3,75%.6 Dit is berekend conform de spelregels die ons Algemeen Bestuur op 30 september 2021 heeft vastgesteld.7 In de Begrotingsrichtlijnen (BRN) 2023 is het advies om voor de ODRN uit te gaan van een index van 2,64%. Het verschil komt voornamelijk doordat de BRN bij de nacalculatie van de loonsomindex over 2021 geen rekening houdt met de cao SGO 2021 - 2022 (+ 1,5% vanaf december 2021). Ten tijde van het opstellen van de BRN was er nog geen definitief akkoord over deze cao; het definitieve akkoord is in januari 2022 gesloten. We adviseren daarom de effecten uit deze cao mee te nemen. Verder is er een klein verschil door een bijstelling van het percentage werkhervattingskas. De nacalculatie hiervan valt iets lager uit.
5. Taakstellingen Onze deelnemers hebben ons afgelopen jaren diverse taakstellingen opgelegd:
korting BRN 2021: 1% in 2021, 2% in 2022 en 3% vanaf 2023
een bezuiniging op ons uurtarief
Beide taakstellingen zijn niet de begroting verwerkt. In de BRN staat dat in het portefeuillehoudersoverleg van 29 november 2021 is besloten dat de generieke korting van 3% voor 2023 geen deel meer uitmaakt van de BRN 2023. We hanteren vanaf begrotingsjaar 2023 uniforme uurtarieven. Deze zijn berekend op basis van onze begroting en zijn in lijn met de benchmark die TwynstraGudde in het voorjaar 2021 heeft uitgevoerd en dus marktconform. Een korting hierop achten we niet haalbaar.
6. Zie bijlage 6.4. 7. Spelregels nota ‘Indexering vanaf 2023’:
Verhouding index personeel/index materieel conform de begroting 2023: 84/16.
Index materiële kosten => de CEP ‘Bruto Binnenlands Product marktprijzen’.
Index personele kosten => de CEP ‘Beloning werknemers overheidssector’.
Nacalculatie over de personele kosten over begrotingsjaar t -2 zoals die volgt uit de cao SGO, de ABP-pensioenpremies en sociale premies.
23
4.2. Wijzigingen in de meerjarenbegroting 2023 - 2026 Het Algemeen Bestuur heeft op 1 juli 2021 de begroting 2022 inclusief meerjarenraming 2023 - 2026 vastgesteld: de primitieve begroting. De mutaties op deze begroting en de actuele stand ziet u in bijlage 6.1. De wijzigingen die nu voorliggen vatten we in onderstaande tabel samen:
in € * 1.000 Baten
2022
2023
2024
2025
Bijdragen opdrachtgevers
857
2.192
2.884
2.884
Subsidie en overige bijdragen
-101
-108
-132
-132
Ontwikkelbijdrage
591
-209
-
-
1.347
1.875
2.752
2.752
Salariskosten
-56
589
570
570
Kapitaallasten
-75
12
12
12
Inhuur
829
1.126
1.818
1.818
Ontwikkeluitgaven
666
-209 300
300
300
Totaal baten Lasten
Ontwikkeluitgaven Opleidingen
6
17
16
16
PIOFAH
67
154
154
154
-
11
11
11
Bovenregionaal Materiële lasten Totaal lasten
-91
-124
-127
-127
1.347
1.875
2.752
2.752
De wijzigingen tellen op tot een bijstelling van baten en lasten van afgerond € 1,87 miljoen in 2023 en oplopend naar € 2,75 miljoen vanaf 2024. Een belangrijke mutatie op de baten is het bijstellen van bijdragen van opdrachtgevers op basis van de advieslijsten 2023. Dit geeft een aanvulling van € 2,19 miljoen in 2023 en € 2,88 Miljoen vanaf 2024. Dit gaat om de indexering over 2023, maar ook om voorzienbare effecten van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Verder verlagen we de subsidies en overige bijdragen met € 1 ton in 2023 en met € 1,3 ton vanaf 2024. Tot slot stellen we voor om € 2 ton Ontwikkelbijdrage van 2023 naar 2022 over te hevelen. Dit stellen we voor in verband met meerkosten voor de invoering van de Omgevingswet. De lasten hebben we de geïndexeerd over 2023. We hebben onze budgetten voor salariskosten en inhuur in overeenstemming gebracht met onze ambitie: we sturen op een inhuur van 20% van het budget salariskosten plus inhuur. We hebben het Ontwikkelbudget in overeenstemming gebracht met de Ontwikkelbijdrage en we hebben
24
een structureel nieuw budget van € 3 ton opgenomen voor ontwikkelopgaven vanaf 2023. Tot slot zijn een aantal overige posten geactualiseerd.
Jaarschijf 2026 We stellen voor jaarschijf 2026 aan de meerjarenbegroting toe te voegen. We gaan voor 2026 uit van dezelfde begrotingscijfers als over 2025.
In bijlage 6.2 ziet u een nadere uiteenzetting van de mutaties. Deze bijstellingen leiden tot de aangepaste begroting in paragraaf 4.3. In paragraaf 4.4 lichten we de begrotingsposten en de mutaties hierop toe.
25
4.3. Financiële meerjarenbegroting 2023 - 2026 in € Lasten Nr.
Omschrijving
Jaarrekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2021
20228
2023
2024
2025
2026
12.708.040
14.594.071
15.187.829
15.112.674
15.112.674
15.112.674
196.989
291.881
303.154
301.280
301.280
301.280
3 Inhuur
4.292.444
3.721.488
3.873.215
3.853.322
3.853.322
3.853.322
4 PIOFAH
2.783.663
2.747.869
2.833.015
2.831.602
2.831.602
2.831.602
5 Kapitaallasten
376.838
325.000
412.000
412.000
412.000
412.000
6 Overige materiële kosten
999.633
844.325
809.778
805.034
805.034
805.034
366.470
366.470
366.470
0
0
1 Salariskosten 2 Opleidingskosten
7 Bijdrage regionaal stelsel
253.630
355.796
366.470
Ontwikkelprogramma
1.424.843
1.113.052
101.000
8
(2020 - 2023)
9 Ontwikkel- en opleidingsbudget Totaal lasten
23.036.081
300.000
300.000
300.000
300.000
23.993.483 24.186.459
23.982.383
23.982.383
23.982.383
Baten Nr.
Omschrijving
Jaarrekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2021
2022
2023
2024
2025
2026
10 Bijdragen deelnemers
20.392.131
20.345.609
21.541.059
21.541.059
21.541.059
21.541.059
11 Bovenregionale bijdragen
1.710.202
2.097.804
2.105.597
2.105.597
2.105.597
2.105.597
429.359
512.018
438.804
335.728
335.728
335.728
1.014.843
1.038.052
101.000
23.982.383
23.982.383
23.982.383
0
0
0
12 Subsidies en diverse opdrachten 13 Bijdrage Ontwikkelprogramma 14 Vrijval voorziening
52.505
harmonisatietoelage 15 Onttrekking
36.407
bestemmingsreserve Totaal baten
Rekening-/begrotingssaldo
23.635.447
599.366
23.993.483 24.186.459
0
0
8 Dit betreft de begroting 2022 inclusief wijziging I. Deze leggen we op 7 juli 2022 gelijktijdig met de begroting
2023 aan het Algemeen Bestuur voor. 26
4.4 Toelichting op de begrotingsposten
1. Salariskosten In onderstaande tabel ziet u de mutaties op de begrote salariskosten: in € * 1.000 Initieel begroot
2022
2023
2024
2025
14.650
14.599
14.543
14.543
Medewerker Bedrijfsvoering
53
53
53
53
Medewerker Communicatie
-
60
60
60
Actualisatie
-109
-14
-31
-31
Index 2023
-
490
487
487
-56
589
570
570
14.594
15.188
15.113
15.113
Totale mutatie Bijgestelde begroting
De grootste mutatie is de indexering 2023. Daarnaast hevelen we het budget voor een medewerker Bedrijfsvoering en een medewerker Communicatie over van respectievelijk ons PIOFAH- en materiële budget (zie ook punt 4 en 6). Deze medewerkers nemen we in vaste dienst. Verder actualiseren we ons budget voor salariskosten. We vragen ons bestuur om in te stemmen met de ambitie te willen sturen op 20% inhuur. 9 Met de verlaging van de salariskosten, zoals u kunt zien in de actualisatie, vertalen we deze ambitie in onze begroting. De daling van dit budget vanaf 2024 komt door pensionering van één van onze medewerkers die we bij de provincie Gelderland detacheren.
2. Opleidingskosten Evenals in de vorige begrotingen is in de begroting 2023 voor opleidingen 2% van de loonsom geraamd.
3. Inhuur In de volgende tabel ziet u de mutaties op het inhuurbudget: in € * 1.000
2022
2023
2024
2025
Initieel begroot
2.893
2.748
2.036
2.036
Actualisatie
829
1.000
1.693
1.693
Index 2023
-
125
125
125
1.126
1.818
1.818
3.873
3.853
3.853
Totale mutatie Bijgestelde begroting
829 3.721
9. Een percentage van het budget inhuur plus het budget voor salarissen.
27
Behalve voor de indexering 2023 stellen we stellen het inhuurbudget in 2023 met € 1,0 miljoen en vanaf 2024 met jaarlijks € 1,69 miljoen bij. Hiermee passen we dit budget aan op de advieslijsten en we vertalen hiermee de ambitie van 20% inhuur naar onze begroting. Dat ziet u in onderstaande tabel: in € * 1.000 Salarissen Opleidingen Inhuur Totaal budget Aandeel inhuur 20%
2022
2023
2024
2025
14.594
15.188
15.113
15.113
292
303
301
301
3.721
3.873
3.853
3.853
18.607
19.364
19.267
19.267
3.721
3.873
3.853
3.853
4. Kosten via gastheerovereenkomst (PIOFAH-taken) We nemen van de gemeente Nijmegen verschillende diensten af op het vlak van personeel, ICT en huisvesting: de zogenaamde PIOFAH-taken. Dit ligt vast in de gastheerovereenkomst die we in 2020 hebben herzien. Een medewerker Bedrijfsvoering die onderdeel was van het PIOFAH-contract is met pensioen gegaan. We hebben voor de betreffende taken een medewerker in dienst genomen. Het budget hiervoor hebben we aan ons budget voor salariskosten toegevoegd. Dit geeft een verlaging van het PIOFAH-budget met € 53.000. De ICT-contracten betaalden we voorheen zelf. Deze hebben we nu bij de gemeente Nijmegen ondergebracht. We hevelen hiervoor € 91.000 materieel budget over naar het budget voor PIOFAH-taken. In totaal is er voor € 30.000 aan overige bijstellingen. Die houden onder andere verband met aanpassingen van de dienstverlening aan ons groeiende personeelsbestand. En tot slot hebben we het budget vanaf 2023 geïndexeerd. Per saldo begroten we een toename van deze kosten van jaarlijks € 1,5 ton. De mutaties ziet u in de volgende tabel: in € * 1.000
2022
2023
2024
2025
Initieel begroot
2.680
2.679
2.678
2.678
Aanvulling ICT PIOFAH
91
91
91
91
Medewerker Bedrijfsvoering
-53
-53
-53
-53
Overige aanpassingen
30
30
30
30
87
86
86
67
154
154
154
2.748
2.833
2.832
2.832
Index 2023 Totale mutatie Bijgestelde begroting
28
5. Kapitaallasten We doen investeringen in huisvesting en ICT. Het rentepercentage hebben we op 0% gezet; we ramen dus alleen afschrijvingslasten. Dit is in lijn met de voorschriften uit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), die voorschrijven dat alleen met werkelijke rente mag worden gerekend. We hebben de kapitaalasten geïndexeerd, wat een ophoging geeft van € 400.00 naar € 412.000. Onze begrote activa en afschrijvingen ziet u in de volgende tabel: Begrote
Jaarlijkse
aanschaf-
afschrijvings-
waarde
lasten
Inrichting (meubilair, vloerbedekking etc.)
1.133
113
10 jaar
ICT: Applicaties en servers
1.391
278
5 jaar
62
21
3 jaar
2.585
412
Investering in € * 1.000
ICT: Pc’s, laptops, tablets, printers Totaal
Afschrijvingstermijn
De begrote aanschafwaarde van € 2,58 miljoen is hoger dan de huidige aanschafwaarde van € 1,1 miljoen (jaarrekening 2021). We houden bij de begrote aanschafwaarde en bijbehorende afschrijvingslasten rekening met een investering voor de vervanging van ons zaaksysteem WRS. De aanbesteding hiervan moet nog plaatsvinden. Ook houden we rekening met uitgaven voor het inrichten van thuiswerkplekken.
6. Overige materiële kosten Dit gaat om materiële kosten die we niet via de gastheer afnemen, zoals kosten voor woon-werkverkeer, dienstreizen, abonnementen, porto, drukwerk, representatie en advertenties voor de werving van personeel. De mutaties op deze post ziet u in de onderstaande tabel:
in € * 1.000
2022
2023
2024
2025
Initieel begroot
935
934
932
932
Aanvulling ICT PIOFAH
-91
-91
-91
-91
-60
-60
-60
Overheveling budget Communicatie Index 2023
27
23
23
Totale mutatie
-91
-124
-127
-127
Totaal
844
810
805
805
We hebben meer ICT-contracten bij de gemeente Nijmegen belegd en in onze PIOFAHovereenkomst opgenomen. We verlagen hiervoor het budget materiële kosten en verhogen ons PIOFAH budget, zie hiervoor ook punt 4. Verder hevelen we € 60.000 van ons communicatiebudget over naar het budget voor vast personeel, omdat we voor deze middelen een communicatiemedewerker willen aanstellen.
29
7. Bijdrage regionaal stelsel In het Gelders Stelsel van omgevingsdiensten hebben we diverse programmatische bovenregionale taken belegd. De ODRN deelt mee in de kosten. We hebben deze kosten geïndexeerd. De mutaties op deze post ziet u in de volgende tabel: in € * 1.000 Initieel begroot
2022
2023
2024
2025
356
356
356
356
11
11
11
367
367
367
Index 2023 Bijgestelde begroting
356
In de volgende tabel ziet u de begrote inzet van deze middelen: in €* 1.000
2023
Ketentoezicht
85
Portaal en kenniscentrum
84
Innovatiegelden
38
ODNL
31
Coördinatie en kwaliteit en functionaris gegevensbescherming i.h.k.v. de AVG
30
Beheerkosten I-GO
18
Inspectieview milieu
25
P&O
19
Bestuurlijke strafbeschikking milieu (Bsb-m)
11
Overig < € 10.000
27
Totaal
367
8. Ontwikkelprogramma ODRN 2020 - 2023 We verwachten in 2022 in totaal € 6,8 ton extra kosten voor de Omgevingswet. Dat komt door het uitstel van de wet, niet-voorziene kosten en tegenvallers. We geven in de actualisatie van de begroting 2022 een nadere onderbouwing van dit bedrag en overleggen u daar een dekkingsvoorstel. Een onderdeel van dit voorstel is om de in 2023 begrote ontwikkelkosten van € 3,1 ton voor afgerond 2,1 ton aan de begroting 2022 toe te voegen. In 2022 dekken we hiermee een deel van de meerkosten voor de Omgevingswet. Ook dekken we hiermee de kosten van een projectleider voor de vervanging van ons zaaksysteem. We houden na deze wijzigingen in 2023 nog € 1 ton over. Dit budget is bestemd voor een deel van de vervangingskosten van het zaaksysteem. We zullen u in de loop van 2022 of in 2023 rapporteren over de kosten en dekking hiervan.
30
U ziet in de volgende tabel de meerjarige mutaties op de (begrote) ontwikkeluitgaven: Realisatie 2020
Begroting 2021
Oorspronkelijk begroot
1.500
1.017
2517
AB 20-12-2019
Onderbesteding 2020
-800
800
0
AB 4-11-2020
Onderbesteding 2020
-98
98
0
AB 1-7-2021
310
310
AB 1-7-2021
in €* 1.000
Inzet besparingen en meevallers Overheveling naar 2022/2023
0
Realisatie 2021
Begroting 2022
-757
Begroting 2023
Totaal
Besluit
447
310
0
AB 1-7-2021
Overheveling van 2023 naar 2022
209
-209
0
AB 7-7-2022
Aanvullende bijdrage
339
339
AB 7-7-2022
43
0
AB 7-7-2022
75
75
AB 7-7-2022
Onderbesteding 2021
-43
Meevaller afschrijvingslasten (Verwachte) inzet
602
1.468
-43
1.113
101
3.241
9. Ontwikkel- en innovatiebudget vanaf 2023 We willen vanaf de begroting 2023 voor structurele ontwikkel- en opleidingsopgaven een bedrag van jaarlijks € 3 ton aan de begroting toevoegen. Hiermee verdubbelen we ons opleidingsbudget van 2% naar 4% van de loonsom. Deze bijdrage is verwerkt als toeslag op het uurtarief voor direct primaire inzet en wordt door al onze opdrachtgevers betaald.
10. Deelnemersbijdragen De vanaf 2023 begrote bedragen zijn gebaseerd op de advieslijsten voor 2023 die in maart 2022 met de opdrachtgevers zijn afgestemd. U ziet het bedrag per deelnemer in de volgende tabel:
in € * 1.000
2022
2023
2024
2025
Provincie Gelderland
6.611
6.755
6.755
6.755
Gemeente Berg en Dal
2.137
2.246
2.246
2.246
Gemeente Beuningen
1.499
1.615
1.615
1.615
Gemeente Druten
534
573
573
573
Gemeente Heumen
848
870
870
870
Gemeente Nijmegen
7.754
8.527
8.527
8.527
Gemeente Wijchen
965
955
955
955
20.346
21.541
21.541
21.541
Totaal
31
11. Bovenregionale bijdragen In de volgende tabel ziet u een uitsplitsing van de begrote bovenregionale bijdragen. Dit gaat om baten voor het uitvoeren van complexe vergunningverlening voor de omgevingsdiensten binnen het Gelders Stelsel en de uitvoering van de Brzo-taken voor de provincie Overijssel. Ook deze bijdragen zijn gebaseerd op de advieslijsten 2023.
in € * 1.000
2022
2023
2024
2025
Omgevingsdienst Achterhoek
257
273
273
273
Omgevingsdienst Rivierenland
79
54
54
54
Omgevingsdienst Regio Arnhem
548
549
549
549
Omgevingsdienst Veluwe IJssel
77
83
83
83
Omgevingsdienst Noord-Veluwe
136
140
145
145
Omgevingsdienst de Vallei
146
146
141
141
Provincie Overijssel
855
861
861
861
2.098
2.106
2.106
2.106
Totaal
Verklaring toename begroting/advieslijsten 2023 t.o.v. begroting/ werkplannen 2022 De advieslijsten 2023 nemen ten opzichte van de geactualiseerde begroting/werkplannen 2022 toe met € 1,2 miljoen. Dit wordt voor € 8,5 ton verklaard door de indexering 2023. Verder hebben we de effecten van de Omgevingswet voor bodem- en geluidtaken meegenomen (+ € 4 ton) en we hebben rekening gehouden met minder werk als gevolg van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (- € 4,2 ton). Tot slot zijn er overige afspraken die optellen tot een bedrag van € 3,7 ton. Het belangrijkste onderdeel is meerwerk van € 4 ton voor de gemeente Nijmegen. Met deze extra bijdrage van de gemeente zijn we in staat om het VTH-beleid uit te voeren. In de volgende tabel ziet u de mutaties: Werkplan
Advieslijst
2022
2023
Toename
Verklaring toename
Bodem- en in € * 1.000 Deelnemersbijdragen
20.346
21.541
1.195
Bovenregionale bijdragen
2.098
2.106
8
22.443
23.647
1.203
Totaal
32
geluidtaken
Indexering
Wkb
Overig
395
779
-416
438
76
-4
-64
855
-420
374
395
We hebben voor de wijzigingen van bodem- en geluidtaken ambtelijke afspraken uitgewerkt met onze deelnemers. De indexering van 3,75% is berekend volgens de spelregels die ons Algemeen Bestuur op 30 september 2021 heeft vastgesteld.10 In de Begrotingsrichtlijnen (BRN) 2023 staat het advies om voor de ODRN uit te gaan van een index van 2,64%. Dit 1,11% is lager dan de 3,75%. Het verschil komt voornamelijk doordat de BRN bij de nacalculatie van de loonsomindex over 2021 geen rekening houdt met cao 2021 - 2022, zoals u ook in paragraaf 4.1 onder punt 4, ‘Indexering baten 2023’, heeft kunnen lezen. Verder is er een klein verschil door een bijstelling van het percentage werkhervattingskas. De nacalculatie hiervan valt iets lager uit. In bijlage 6.5 is de berekening van de indexering 2023 opgenomen. Adviesbureau ANG heeft in het rapport ‘Doorrekening Wkb-effect deelnemers ODRN’ de effecten van de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen becijferd en komt per saldo uit op een besparing van jaarlijks € 4,2 ton. De kolom overig betreft specifieke bijstellingen van individuele opdrachtgevers en het doorberekening van de uitbreiding van ons ontwikkeling en opleidingsbudget
12. Subsidies en overige baten De uitsplitsing van begrote subsidies en overige baten ziet u in de volgende tabel:
in € * 1000
2022
2023
2024
2025
Subsidies Communicatie 6 Brzo-OD’s
58
58
58
58
Meerjarenafspraak (MJA) 6 Brzo OD's Modernisering Omgevingsveiligheid (MOV) Cluster 1 Brzo
118
118
118
118
60
60
60
60
Inkomsten uit detachering
176
103
Overige baten
100
100
100
100
Totaal
512
439
336
336
Voor de begroting voor 2023 en verder houden we hetzelfde subsidiebudget aan als in 2022 is begroot. Op basis van diverse landelijke onderzoeken en rapporten over het functioneren van het landelijke VTH-stelsel verwachten we dat de landelijke subsidies de komende jaren hoger worden. Op verzoek van het Ministerie van I&W hebben ODNL en Brzo/Brzo+ een eerste opzet gemaakt voor een Impulsprogramma VTH-stelsel 2030, inclusief financiële raming. Het programma is opgebouwd uit de onderdelen kennis, expertise & opleidingen,
10. Zie paragraaf 4.1 onder punt 4, ‘Indexering baten 2023’.
33
verbetering kwaliteit VTH, data- informatie- en ICT, strafrechtelijke aanpak en programmaondersteuning. De geraamde bedragen zijn eenmalig € 5,6 miljoen en structureel € 4 miljoen per jaar. Het is te verwachten maar op dit moment nog niet in te schatten of en zo ja hoeveel van deze bijdragen ten bate komen van de ODRN. We verwachten hierover eind 2022 meer te kunnen zeggen en nemen een eventuele bijstelling van de begroting begin 2023 mee bij de actualisatie van de begroting 2023. De inkomsten uit detachering gaan om de verwachte baten vanwege detacheringsovereenkomsten met de provincie Gelderland en de gemeente Nijmegen. Deze overeenkomsten lopen respectievelijk eind 2022/medio 2023 af. Verder hebben we een stelpost van € 100.000 opgenomen voor overige diverse inkomsten. Een aantal incidentele inkomsten bij overige opdrachtgevers is niet in de advieslijsten opgenomen en nemen we aanvullend in de begroting op.
4.4. Overhead In de volgende tabel ziet u de ontwikkeling van de overhead. We geven ook aan hoe onze overhead zich verhoudt tot de totale lasten: in € * 1.000
Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
197
292
303
Opleidingskosten PIOFAH-taken gastheer Kapitaallasten software, pc’s e.d. Overige materiële kosten Bijdrage kwaliteitsstelsel
2.784
2.748
2.833
377
325
412
727
744
706
254
356
366
Loonkosten indirect personeel
2.146
2.354
2.491
Totaal overhead
6.485
6.819
7.112
23.036
23.993
24.186
28%
28%
29%
Totaal lasten Overhead als % van de lasten
De opleidingskosten nemen vanaf de begroting 2022 toe. Dat komt doordat we in 2020 en 2021 jaarlijks € 1 ton van ons opleidingsbudget hebben ingezet voor de ontwikkelopgave. Er zijn verschuivingen tussen de PIOFAH-taken en de loonkosten indirect personeel doordat we een adviseur P&O en een medewerker Bedrijfsvoering vanaf medio 2021/2022 niet meer in het PIOFAH-contract hebben ondergebracht. We hebben deze medewerkers in dienst genomen. Het aandeel overhead als percentage van de totale lasten schommelt rond de 28/29% en is daarmee marktconform.
34
4.5. Lasten en baten per taakveld In het volgende overzicht ziet u de begrote baten en lasten naar taakveld: Omschrijving
Lasten
Baten
in € * 1.000
2023
2023
7.4 Milieubeheer Vergunning behandelen
5.472
Toezicht en handhaven
3.952
Advies en projecten Totaal
4.136 9.573
13.560
8.3 Bouwen & Wonen Vergunning behandelen
5.244
Toezicht en handhaven
4.115
Advies en projecten Totaal
1.268 7.502
10.626
Algemene dekkingsmiddelen Overhead
7.112
Toevoegingen/onttrekkingen aan de reserves Totaal Resultaat
35
24.186
24.186 -
4.6. Geprognosticeerde meerjarenbalans ultimo 2021 tot en met ultimo 2023 In het volgende overzicht ziet u de geprognosticeerde meerjarenbalans: Activa
Jaarrekening
in € * 1.000
2021
Prognose ultimo 2022
Prognose ultimo 2023
VASTE ACTIVA Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut
1.087
1.400
2.600
-
-
-
2.614
500
500
975
1.692
440
400
400
100
100
VLOTTENDE ACTIVA Voorraden Onderhandenwerk Uitzettingen met een rente-typische looptijd <1 jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist - Overige vorderingen Liquide middelen
376
Overlopende activa Nog te ontvangen bedragen
77
TOTAAL
5.128
4.092
4.040
Passiva
ultimo
ultimo
ultimo
2021
2022
2023
458
1.057
1.057
246
210
31
15
1.849
2.000
2.000
385
400
400
in € * 1.000
VASTE PASSIVA Eigen vermogen Algemene reserve Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten
599
Voorzieningen Voorziening harmonisatietoelage Voorziening verlofstuwmeren
293 47
VLOTTENDE PASSIVA - Schulden aan openbare lichamen - Overige schulden Overlopende passiva - Verplichtingen
1.497
358
358
TOTAAL
5.128
4.092
4.040
We verwachten uit dat we het resultaat over 2021 van € 5,9 ton aan onze algemene reserve mogen toevoegen, zodat deze op € 1,1 miljoen uitkomt. Over 2022 en 2023 ramen we een sluitende begroting, wat maakt dat we van structureel gezonde balansverhoudingen uitgaan.