Bijlage III Archeologisch onderzoek proefsleuven onderzoek
Tekst van het document
Laagland Archeologie Rapport 812
Inventariserend veldonderzoek proefsleuven
Kerkplein 10-12, Malden gemeente Heumen (GD).
mei 2022 Versie 1.0 (definitief) In opdracht van: BJZ.nu
7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 812
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD) Auteur: Iris Keurhorst & Hans Oude Rengerink
In opdracht van: BJZ.nu
Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie status rapport: v1.0 definitief
Controle: Hans Oude Rengerink
Autorisatie: Hans Oude Rengerink
ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo Tel 06 - 49 88 34 03 E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 75251876 © Laagland Archeologie BV, Almelo, mei 2022
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
v1.4
Samenvatting Laagland Archeologie heeft op 7 maart 2022 een Inventariserend veldonderzoek proefsleuven uitgevoerd aan de Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD). Op het terrein is eerder archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek heeft uitgewezen dat en in het plangebied een plaggendek of ophogingspakket te verwachten is. Hieronder zijn archeologische resten goed afgedekt, en is de kans op archeologische resten hoog. Op basis van dit onderzoek is door het bevoegd gezag besloten dat er een aanvullend onderzoek dient plaats te vinden in de vorm van een Inventariserend veldonderzoek – proefsleuven. Het onderzoek had tot doel om gegevens te verkrijgen om de archeologische verwachting te toetsen en eventueel aanwezige vindplaatsen op te sporen en te waarderen. Op basis van de waardering kan de behoudenswaardigheid van de vindplaats binnen het plangebied worden vastgesteld. En diende antwoord te geven op de in het PvE opgestelde onderzoeksvragen. Het onderzoek bestond uit een proefsleuvenonderzoek conform het KNA protocol 4003 IVO-P. Hiervoor zijn twee proefsleuven gegraven binnen het nieuwbouwvlak. Vanwege de beperkte ruimte moest proefsleuf 1 in twee delen worden aangelegd. Tijdens de aanleg van proefsleuf 2 werden er twee archeologische niveaus aangetroffen.
Samengevat zijn tijdens het onderzoek 19 sporen aangetroffen welke geadministreerd zijn onder 20 spoor nummers. In proefsleuf 1 zijn verschillende kuilen aangetroffen die op basis van het vondstmateriaal dateren uit de late 17e tot 18e eeuw. Daarnaast zijn er twee paalkuilen en een greppel aangetroffen die op basis van kleur, scherpte en vondstmateriaal ook in de Nieuwe tijd gedateerd kunnen worden. In één van deze paalkuilen is een Vroeg Middeleeuwse scherf aangetroffen, deze kan als opspit worden beschouwd. In proefsleuf 2 werden in vlak 1 twee delen van de zelfde fundering aangetroffen. Deze fundering dateert op basis van het bouwkeramiek uit de 18e tot eerste helft 19e eeuw. Naast deze fundering is vondstmateriaal aangetroffen dat gedateerd kan worden in de 18e – 20e eeuw. In vlak 1 van proefsleuf 2 waren nog twee kuilen zichtbaar. De oudste kuil kan gedateerd worden in de 16e of 17e eeuw en de jongste van de twee in de 17e tot eerste helft 19e eeuw. In vlak 2 van proefsleuf 2 zijn twee sporen van een nazak van de daarboven liggende fundering aangetroffen. Daar tegenover is een deel van een kuil aangetroffen die buiten de put verder liep. Aan de zuidkant van proefsleuf 2 vlak 2 is een kelder aangetroffen die op basis van het bouwkeramiek gedateerd kan worden in de 16e of 17e eeuw.
Deze kelder doorsnijd een kuil waaruit bouwkeramiek afkomstig is dat dateert uit de 17 e tot eerste kwart 19e eeuw. De vindplaats vormt een huisplaats in een dorpskern van Malden en is waarschijnlijk vanaf de 16e eeuw als zodanig ontstaan. De aangetroffen archeologische resten vormen samen een vindplaats. Deze vindplaats is gewaardeerd op basis van de waarderingscriteria volgens de KNA 4.1. Op basis van deze criteria betreft het een niet behoudenswaardige vindplaats. Laagland Archeologie adviseert dan ook geen verder archeologisch onderzoek. De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Heumen, hierin vertegenwoordig door de heer T. van Merriënboer.
Samenvatting _____________________________________________ 3 1 Inleiding _______________________________________________ 6 1.1 1.2 1.3
2
Voorgaand onderzoek en verwachting ________________________ 9 2.1 2.2 2.3
3
Resultaten voorgaand onderzoek _____________________________________ 9 Archeologische verwachting ________________________________________ 10 Selectiebesluit___________________________________________________ 11
Doel van het onderzoek __________________________________ 12 3.1 3.2
4
Aanleiding onderzoek ______________________________________________ 6 Afbakening onderzoeksgebied _______________________________________ 7 Administratieve gegevens ___________________________________________ 8
Doel van het onderzoek en motivatie _________________________________ 12 Onderzoeksvragen uit het PvE ______________________________________ 12
Methoden _____________________________________________ 13 4.1
Onderzoeksmethodiek ____________________________________________ 13
5 Landschap en bodem _____________________________________ 15 5.1
Geologie en geomorfologie _________________________________________ 15
6 Archeologie ____________________________________________ 19 6.1
Sporen en structuren (zie bijlage 5) __________________________________ 19
6.1.1 6.1.2
Sporen uit proefsleuf 1 __________________________________________ 19 Sporen uit proefsleuf 2 __________________________________________ 22
6.2
Vondsten_______________________________________________________ 27
6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.2.5
Selectierapport ________________________________________________ 27 Keramiek_____________________________________________________ 27 Bouwkeramiek ________________________________________________ 30 Glas_________________________________________________________ 31 Metaal _______________________________________________________ 31
6.3
Synthese _______________________________________________________ 32
7 Onderzoeksvragen en conclusie ____________________________ 36 8 Waardering ____________________________________________ 38 9 Selectieadvies __________________________________________ 42 Literatuur en bronnen ______________________________________ 43 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus _____________________________________ 45 BIJLAGE 2 Archeologische perioden __________________________ 46 BIJLAGE 3 Sporenlijst _____________________________________ 47 BIJLAGE 4 Vondstenlijst ___________________________________ 49 BIJLAGE 5 Opgravingsvlakken; Puttenoverzicht met alle sporen ____ 52 BIJLAGE 6 Profiel en coupe tekeningen _______________________ 55
HOOFDSTUK
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
1I
NLEIDING
1.1 AANLEIDING ONDERZOEK De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande nieuwbouw aan het Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD) (afbeelding 1). Voorafgaande aan dit proefsleuvenonderzoek heeft er een bureau- en verkennend booronderzoek plaatsgevonden.1 Op basis van dit onderzoek is door het bevoegd gezag besloten dat er een aanvullend onderzoek dient plaats te vinden in de vorm van een Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven. Het proefsleuvenonderzoek heeft tot doel gegevens te verkrijgen om de archeologische verwachting te toetsen en eventueel aanwezige vindplaatsen op te sporen en te waarderen. Op basis van de waardering kan de behoudenswaardigheid van de vindplaats binnen het plangebied worden vastgesteld. Het doel van de opdrachtgever is te voldoen aan de eisen en randvoorwaarden ten aanzien van het aspect archeologie, die gesteld worden in het bestemmingsplan/de verstrekte omgevingsvergunning. De opdrachtgever heeft geen aanvullende wensen kenbaar gemaakt.
1
Wijnen & Theelen 2021.
6
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
Afbeelding 1. Ligging van het plangebied (aangegeven met een rode ster).
1.2 AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED Het plangebied betreft de Kerkplein 10-12 in Malden, gemeente Heumen (GD). Het terrein is deels bebouwd en in gebruik als horeca en heeft een omvang van 1168 m2.
7
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie
Gelderland
Gemeente
Heumen
Plaats
Malden
Toponiem
Kerkplein 10-12
Kadastrale perceelnummer(s)2 Laagland Archeologie projectnummer Uitvoeringsperiode per deelproces
HMN01 - G – 4762 HMN01 - G - 5196 MAKE212
Datum conceptrapportage Datum definitief rapport XY-coördinaten
1. Voorbereiding: week 5 2: Veldwerk: week 10 3: Uitwerking: week 10-14 4. Deponering: na goedkeuring rapport 12-4-2022 11-5-2022 187040/421455 187068/421442 187064/421411 187025/421427
Kaartblad
46A
Oppervlakte/lengte plangebied Datering
1168 m2
Complextype Onderzoeksmeldingsnr
5156560100
AMK-terrein
n.v.t.
Vondstmeldingsnr.
n.v.t.
Type onderzoek
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven
Opdrachtgever
BJZ.nu contactpersoon: R. Pielman
Bevoegde overheid
Goedkeuring bevoegde overheid Adviseur namens bevoegde overheid Beheer documentatie
Uitvoerder
Projectleider
T. van Merriënboer Gemeente Heumen TvMerrienboer@heumen.nl
E. Mietes E-depot voor de Nederlandse Archeologie Archief Laagland archeologie BV Provinciaal Depot voor Bodemvondsten van Gelderland Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 - 49 88 34 03 Hans Oude Rengerink Hans.Ouderengerink@laaglandarcheologie.nl
Tabel 1. Objectgegevens. 2
kadastralekaart.com
8
HOOFDSTUK
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
2V
OORGAAND ONDERZOEK
EN VERWACHTING
2.1 RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK3 Voor het plangebied is in 2021 reeds een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd. Hieronder worden beknopt de resultaten van dit onderzoek beschreven. Bodem en geomorfologie Het plangebied ligt landschappelijk op een glooiing van een smeltwaterafzetting. Ten oosten ligt de stuwwal van Nijmegen. Aan de westkant van het plangebied ligt een terrasvlakte. De rivierafzettingen uit het Midden-Pleistoceen werden gedurende de voorlaatste IJstijd (Saalien) opgestuwd door het landijs waardoor de stuwwallen ontstonden. Het smelten van de ijskap, later in het Saalien, veroorzaakte de vorming van een smeltwaterwaaier door de afzetting van meegevoerd materiaal. Gedurende het Weichselien veroorzaakte het afsmelten van de sneeuw op de stuwwallen de vorming van een smeltwaterglooiing. Deze dekt de smeltwaterwaaier af uit het Saalien. De smeltwaterwaaier en smeltwaterglooiing zijn afgedekt aan het einde van de laatste ijstijd met een relatief dunne laag dekzand (maximaal ca. 1 m). De ten westen gelegen terrasvlakte is een natuurlijke laagte die ook wel het Maldensche Broek wordt genoemd. De ondergrond van het plangebied bestaat voornamelijk uit fluvioglaciale afzettingen van grind en zand van de Formatie van Drenthe, laagpakket van Schaarsbergen tot ca. 30 m diepte.
Deze zijn weer afgedekt met smeltwaterafzettingen (fluvioperiglaciale afzettingen). De hoeveelheid grind aan de oppervlakte kan variëren en mogelijk zijn de afzettingen afgedekt met een laag dekzand van geringe dikte (ca 1 m). De westelijk gelegen terrasvlakte werd gevormd door vlechtende rivieren uit de laatste IJstijd. Gedurende de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen werd dit Laag-Terras verlaten. De (rest)geulen van een vlechtend rivierensysteem zijn gevuld met klei in het Allerød (Kreftenheye Formatie, Laagpakket van Wijchen) en er trad in de Late Dryas veengroei op in de restgeulen. Binnen het plangebied kunnen enkeerdgronden zijn ontstaan. Deze zijn ontstaan door ophoging vanaf de Late Middeleeuwen, opgeworpen met een mengsel van heide- en/of beekdalplaggen en dierlijke mest om de grond vruchtbaarder te maken. Bodemkundig ligt het plangebied in hoge bruine enkeerdgronden met grof zand, waarbij grind op minder dan 40 cm ligt.
3
Dit hoofdstuk is gebaseerd op Wijnen & Theelen 2021.
9
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
Archeologie Op de eerste kadastrale kaart uit circa 1832 is te zien dat er een erf met bebouwing, tuinen en weilanden binnen het plangebied liggen (zie Afbeelding 1). Het gebouw dat aangegeven staat op de historische kaart zou gebouwd zijn in 1799 en in gebruik zijn en oorspronkelijk in gebruik als pastorie.4 Het plangebied maakte deel uit van de historische kern van Malden. Op de kadastrale kaart uit 1832 is te zien dat de kern wordt gevormd door een aantal erven die rondom de kerk lagen. Het plangebied blijft vanaf de oudste kadastrale kaart constant deels bebouwd.
Afbeelding 2 Uitsneden van de eerste kadastrale kaart, circa 1832 (bron: www.hisgis.nl) Tijdens het booronderzoek werden er in twee van de vier boringen baksteenpuin en houtskool. Over het algemeen is er binnen het plangebied een dikke A-horizont aanwezig, variërend tussen de 40 en 80 cm dik. Deze is representatief voor een enkeerdgrond. In de natuurlijke ondergrond zijn geen sporen voor bodemvorming meer aangetroffen.
2.2 ARCHEOLOGISCHE VERWACHTING Op basis van het voorgaande onderzoek is er in het PvE een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Datering en complextype Vooralsnog wordt rekening gehouden met een brede archeologische verwachting. Dat betekent dat er vindplaatsen aanwezig kunnen zijn uit alle archeologische perioden en in principe een groot aantal archeologische complextypen uit de perioden van de Steentijd tot en met de Nieuwe tijd. Ook moet er rekening gehouden worden met mogelijke complextypen/bewoning uit de oude dorpskern daterend vanaf de Vroege Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. Omvang
4
Hisgis.nl
10
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
Deze paragraaf kan op dit moment nog niet concreet ingevuld worden. Vindplaatsen met bewoningssporen van huisplaatsen of nederzettingen kunnen een omvang van circa 20001000 m2. Deze kunnen zich buiten de begrenzing van het plangebied uitstrekken. In min of meer vergelijkbare mate geldt dit ook voor mogelijk aanwezige grafvelden. Diepteligging De archeologische resten bevinden zich vermoedelijk op de top van het dekzand. Op basis van het voorgaande booronderzoek bevindt dit niveau zich direct onder de dikke Ahorizont, op ca. 70-110 cm -mv. Gaafheid en conservering De gaafheid van eventuele vindplaatsen kan variëren als gevolg van de wisselende diepten van eventuele bodemverstoringen. In geval van vindplaatsen uit de late prehistorie ligt de archeologische waarde in de mate waarin grondsporen nog grotendeels intact zijn en in het horizontale vlak nog samenhang vertonen. Indien in de resterende B-, BC- of C-horizonten nog sporen leesbaar zijn, mogen dergelijke vindplaatsen nog als ‘gaaf’ beschouwd worden. Meestal is alleen in oude, opgevulde laagten en in diepe sporen zoals waterputten vanwege de natte condities sprake van redelijke conservatieomstandigheden. Mogelijk zijn in het onderzoeksgebied nog waterputten of –kuilen aanwezig, al dan niet met houten putconstructies (kistwerk, vlechtwerk of holle boomstammen).
Locatie Een vindplaats kan zich binnen het gehele plangebied bevinden of zich daar buiten nog uitstrekken. Uiterlijke kenmerken De verwachte sporen uit het Laat-Paleolithicum tot Vroeg-Neolithicum kunnen bestaan uit vuursteen- en houtskoolconcentraties en ondiepe haardkuilen. Uit het Midden-Neolithicum tot de Vroege Middeleeuwen kunnen de verwachte sporen bestaan ui (paal)kuilen, sporen van erfinrichting, aardewerk, bewerkt steen, verbrande leem e.d. De sporen uit de Late Middeleeuwen kunnen bestaan uit resten van bewoning, baksteen, paalkuilen, aardewerk en verbrande leem. Uit de Nieuwe tijd kunnen er sporen worden verwacht die bestaan uit greppels, kuilen en later ook verkavelingssloten. Mogelijke verstoringen Tijdens het booronderzoek werd een dikke A-horizont op een natuurlijke C-horizont herkent. Hierbij zijn geen aanwijzingen aangetroffen dat het plangebied verstoord zou zijn.
2.3SELECTIEBESLUIT Op basis van dit onderzoek heeft het bevoegd gezag besloten dat er een aanvullend onderzoek in de vorm van een Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven dient te worden uitgevoerd.
11
HOOFDSTUK
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
3D
OEL VAN HET ONDERZOEK
3.1 DOEL VAN HET ONDERZOEK EN MOTIVATIE Het proefsleuvenonderzoek heeft tot doel gegevens te verkrijgen om de archeologische verwachting te toetsen en eventueel aanwezige vindplaatsen op te sporen en te waarderen. Op basis van de waardering kan de behoudenswaardigheid van de vindplaats binnen het plangebied worden vastgesteld.
3.2 ONDERZOEKSVRAGEN UIT HET PVE Conform het Programma van Eisen diende het proefsleuvenonderzoek antwoord te geven op de volgende onderzoeksvragen:
1. Zijn er in het onderzoeksgebied vindplaatsen met archeologische sporen en resten aanwezig? 2. Wat is de aard (complextype), omvang en fysieke kwaliteit daarvan? 3. Uit welke periode dateren deze? 4. Waar bevinden deze resten zich (horizontaal en verticaal)? 5. Wat is de bodemkundige opbouw en hoe intact is deze? 6. In hoeverre komen de onderzoeksresultaten uit het vooronderzoek in dit PvE overeen met de resultaten uit het proefsleuvenonderzoek? 7. Wat is de waardestelling middels de KNA-waarderingscriteria? Is de vindplaats behoudenswaardig?
12
HOOFDSTUK
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
4M
ETHODEN
4.1 ONDERZOEKSMETHODIEK Het onderzoek is uitgevoerd conform het PvE op 7 maart 2022. Tijdens het onderzoek zijn twee proefsleuven aangelegd rondom de bestaande bebouwing. De proefsleuven zijn aangelegd met behulp van een graafmachine met een gladde afwerkbak en conform de KNA-leidraad Veldhandleiding Archeologie en de overige veldwerkspecificaties volgens het vigerende KNA-protocol IVO-P (4003) en de aanvullende eisen van het Programma van Eisen. Beide proefsleuven moesten iets verschoven worden ten opzichten van de geplande ligging. Proefsleuf 1 moest circa 3 meter naar het westen worden verschoven (zie Afbeelding 3) dit was noodzakelijk vanwege de aanwezigheid van een schuurtje. Vanwege de beperkte ruimte moest proefsleuf 1 in twee fasen worden uitgegraven. Eerst is de zuidelijke helft van de proefsleuf aangelegd, ingemeten en volledig gedocumenteerd waarna deze is dichtgegooid en de tweede helft van de proefsleuf is aangelegd. Proefsleuf 2 moest circa 2 meter naar het westen worden verplaatst door de aanwezigheid van een grote boom die behouden diende te worden. Deze proefsleuf moest ook met circa 1,2 meter worden ingekort door de haag die daar stond. Ook kon de proefsleuf aan de andere zijde niet worden verlengt door de aanwezigheid van de boom die hiervoor werd genoemd en de gevel van het gebouw (zie Afbeelding 4).
Afbeelding 3. Daadwerkelijke aangelegde vlakken (in geel) en geplande proefsleuven (in zwart). 13
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
Afbeelding 4 Proefsleuf 2 vanuit noordelijke richting genomen met links van de proefsleuf de boom en rechts het gebouw. De sporen zijn ingemeten met behulp van een GPS in het Rijksdriehoekstelsel (RD). Rondom alle putten is om de drie meter de maaiveldhoogte opgemeten en in elke put is om de drie meter de vlakhoogte ingemeten. Tijdens het inmeten van vlak 2 van proefsleuf 2 kon de GPS geen contact meer maken met de satellieten, ook buiten de proefsleuf kreeg deze geen fix. Hierdoor kon er van vlak 2 geen vlak hoogten worden genomen. Ook is het laatste spoor van deze put analoog ingemeten en op een schaal van 1:20 getekend samen met enkele punten die wel ingemeten konden worden. Aan de hand van de bekende coördinaten van de eerder ingemeten punten is het laatste spoor in de alle sporen kaart (ASK) verwerkt. Van relevante sporen is een selectie handmatig gecoupeerd en gedocumenteerd. Tijdens de ontgraving is intensief gebruik gemaakt van de metaaldetector. Aangetroffen vondsten zijn zoveel mogelijk gekoppeld aan sporen of lagen. Tijdens het veldwerk is er van één laag (S1012) een monster genomen. Tijdens het proefsleuvenonderzoek is in totaal 44 m2 onderzocht. Dit is 3,7% van het hele plangebied. Ten behoeve van bodemonderzoek zijn in proefsleuf 1 twee profielkolommen van één meter opgenomen en in proefsleuf 2 één profielkolom van één meter breed.
De profielkolommen zijn verdiept tot ca. 20 cm in de C-horizont. Deze profielen zijn gedocumenteerd conform de ASB. In proefsleuf 2 kon geen tweede profielkolom worden opgenomen door de aanwezigheid van verschillende PVC buizen (zie Afbeelding 4).
14
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
5L
ANDSCHAP EN BODEM
5.1 GEOLOGIE EN GEOMORFOLOGIE Ter behoeve van het bodemonderzoek zijn er in proefsleuf 1 twee profielkolommen aangelegd. Deze proefsleuf is op de locatie van het terras aangelegd. De bovenste laag in beide profielen bestaat uit stoeptegels/ klinkers en geel zand. Deze zijn aangewezen als een recente verstoring van het bodemprofiel met spoornummer 999. Hieronder kunnen twee verschillende lagen worden herkent. De lagen verschillen in beide profielen. In profiel 101 (zie Afbeelding 5) bestaat de eerste ophogingslaag (S1010) uit zwak siltig, matig fijn tot matig grof, slecht gesorteerd sterk humeus en matig grindig donker bruingrijs zand. In deze laag is ook puin aanwezig en enkele kleine fragmenten tinglazuuraardewerk5 en enkele sintels. Daaronder lag een tweede ophogingslaag (S1011) deze bestond uit donker bruingrijs zand met grijsbruine vlekken en een zelfde textuur als de laag hierboven. Het zand was matig humeus en matig grindhoudend met enkele puinspikkels en sintels. Deze ophogingslagen vormde samen een dikke A-horizont, deze werd ook in het vooronderzoek aangetroffen. Deze laag kan echter niet specifiek als een enkeerdlaag van een plaggendek worden geïdentificeerd zoals in het voorgaande booronderzoek is gesteld. De laag heeft meer de kenmerken van een humeus ophogingspakket of een omgewerkte enkeerdlaag.
Zowel uit deze laag als de daar bovengelegen laag zijn geen vondsten afkomstig die deze lagen kunnen dateren. Onder deze ophogingslagen lag een donkere laag met brokken houtskool, sintels en kolengruis. Van deze laag is ook een monster genomen om meer van het materiaal in deze laag te kunnen bekijken. Deze laag lijkt te bestaan uit de inhoud van een kachel. Het gezeefde monster bevat vooral sintels en steenkool met enkele brokjes bouwkeramiek en splintertjes verbrand bot. Onder deze laag bevond zich een vaal lichtbruin grijze zwak humeuze laag. Deze laag wordt geïnterpreteerd als een oude akkerlaag. In deze laag is naast van nature voorkomend grind geen bijmenging aangetroffen. Onder deze oude akkerlaag lag de C-horizont. Deze bestaat uit slecht gesorteerd matig fijn/matig grof, zwak siltig, sterk grindig licht grijsgeel zand. Dit is typerend voor een smeltwaterafzetting. Er was geen sprake meer van natuurlijke bodemvorming. De oorspronkelijke bodem lijkt te zijn afgetopt.
Deze fragmenten waren dus danig klein gefragmenteerd dat deze wel zijn gedocumenteerd maar geen verdere daterende waarden hadden en deze zijn in het veld gedeselecteerd. 5
15
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
Afbeelding 5. Profielfoto van profiel 101 met de spoornummers van de lagen. Profiel 102 is in de tegenoverliggende wand van de proefsleuf aangelegd. Hierdoor hebben de bovenste twee ophogingslagen (die samen een dikke A-horizont vormen) anderen nummers gekregen dan die in profiel 101 (zie Afbeelding 6) aangezien deze er in het veld net iets anders uitzagen. De bovenste laag bestond net als profiel 101 uit klinkers met daaronder geel ophogingszand. Deze zijn net als in profiel 101 aangemerkt als een recente verstoring (S999). De bovenste ophogingslaag (S1013) bestond uit zwak siltig, matig grof, matig humeus en grindhoudend donker grijsbruin zand met enkele puinspikkels. De ophogingslaag daaronder bestaat uit grijsbruin zwak humeus zand met een zelfde textuur als de ophogingslaag daarboven. Ook deze laag was matig grindhoudend en bevatte puin spikkels. Onder deze ophogingslaag bevind zich de oude akkerlaag (S1020) die ook in profiel 101 is beschreven. Deze oude akkerlaag ligt weer op de C-horizont.
16
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
Afbeelding 6. Profielfoto van profiel 102 met de spoornummers van de lagen. In proefsleuf 2 is één profielkolom aangelegd. In profiel 201 bestaat de bovenste laag uit klinkers met daaronder geel ophogingszand deze zijn aangegeven als een recente verstoring (S999) (zie Afbeelding 7). Hieronder bevind zich een ophogingslaag (S2010) deze bestaat uit zwak siltig, matig grof, donkergrijs matig humeus en zwak grindhoudend zand. In deze laag komen wat spikkels houtskool, puin van rode bakstenen en enkele scherven industrieelwit aardewerk voor. Op basis hiervan dateert deze laag waarschijnlijk uit de late 19e eeuw of mogelijk de vroege 20e eeuw. Onder deze ophogingslaag ligt een andere ophogingslaag (S2011), deze bestaat uit geelgrijs zand met donkergrijze vlekken. De ophogingslagen samen vormen een A-horizont. De Naast het van natuurlijk voorkomend grind zit er geen andere bijmenging in deze laag. Onder deze laag ligt een derde mogelijke ophogingslaag (S2012). Deze laag bestaat uit licht grijs zeer grindig zand zonder verdere bijmenging. Onder deze laag ligt de natuurlijke C-horizont (S5010) deze is het zelfde in alle profielkolommen.
17
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
Afbeelding 7 Profielfoto van profiel 201 met de spoornummers van de lagen.
18
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
6A
RCHEOLOGIE
6.1 SPOREN EN STRUCTUREN (ZIE BIJLAGE 5) Tijdens het onderzoek is in proefsleuf 1 het vlak aangelegd aan de top van de C-horizont op ongeveer 1 meter diepte (9,5 meter +NAP). In proefsleuf 2 werd een eerste sporen niveau al aangetroffen op een diepte van 0,7 meter (9,7 +NAP). Dit vlak is eerst gedocumenteerd waarna er een wat kleiner tweede vlak is aangelegd. Dit vlak werd op een diepte van circa 1 meter aangelegd. In de twee proefsleuven zijn in totaal 19 sporen aangetroffen die onder 20 spoornummers zijn geadministreerd (zie Tabel 2). AANTAL (N) Fundering 2 Greppel 1 Grondspoor 2 Kelder 1 Kuil 12 Paalkuil 2 Eindtotaal 20 Tabel 2 Aantal sporen per spoorcategorie.
6.1.1 SPOREN UIT PROEFSLEUF 1 In proefsleuf 1 zijn in totaal zeven kuilen aangetroffen. Vier van deze kuilen (S1, S3, S5 en S7) zijn langwerpig van vorm met een diameter tussen de 20 en 30 cm en een lengte tussen de 1,20 en 1,80 meter en een resterende diepte variërend tussen de 6 en 10 cm (zie Afbeelding 8). De exacte aard van deze kuilen is onbekend. De kuilen hebben een vulling van donker tot lichtgrijs zand met enkele spikkels puin van rode bakstenen en ze hadden een scherpe begrenzing. Op basis van aangetroffen bouwkeramiek kan de kuil (S1) gedateerd worden in de 17e – 18e eeuw. De kuil (S3) kan op basis van een scherf behandeld steengoed in de Nieuwe tijd worden gedateerd. Het aanwezige brokje middeleeuwse baksteen is daarmee als opspit te beschouwen. Uit de kuil (S7) is geen vondstmateriaal afkomstig, maar gezien de overeenkomsten in vulling en het insluitsel van rood baksteenpuin kan er worden aangenomen dat ook dit spoor uit de Nieuwe tijd dateert.
19
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
Afbeelding 8 Vlakfoto van proefsleuf 1 met spoornummers. De kuil (S13) lag in de hoek en maakt waarschijnlijk een rond spoor, de opgegraven diameter is 80 cm.6 In de coupe was zichtbaar dat de kuil (S13) uit twee vullingen bestond (zie Afbeelding 9). Vulling 0 was in het vlak zichtbaar, deze bestond uit zwak siltig, matig grof, lichtbruin grijs zwak humeus en matig grindrijk zand met matig veel puin van rode bakstenen en enkele ijzerinspoeling vlekken. Daaronder lag vulling 1 die bestond uit donker bruingrijs, matig humeus en matig grindhoudend zand met gele vlekken en enkele spikkels puin van rode baksteen. De textuur van de vulling was het zelfde als dat van vulling 0. Uit deze kuil was een scherf behandeld steengoed die mogelijk uit Keulen of Raeren afkomstig is en enkele fragmenten bouwkeramiek waarvan er één gedateerd kan worden in de Middeleeuwen. De aanwezigheid van het behandeld steengoed dateert het spoor in de Nieuwe tijd.
6
Naar schatting is er ongeveer ½ van het spoor opgegraven tijdens dit proefsleuvenonderzoek.
20
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
Afbeelding 9. Coupefoto van spoor 13. Op ongeveer 1,5 meter ten noorden van spoor 13 liggen de kuilen (S14 en S15). In het vlak was te zien dat kuil (S14) een vierkante kuil en de kuil (S15) een ronde kuil betreft (zie Afbeelding 10). In het vlak was spoor 14 iets lichter van kleur en bevatte deze enkele spikkels rood baksteenpuin terwijl spoor 15 iets donkerder van kleur was en geen puin bevatte. In de coupe bleek dat de vullingen niet van elkaar te onderscheiden waren. De kuilen hadden zowel in het vlak als in de coupe een scherpe begrenzing met de Chorizont. Uit spoor 14 is een fragment roodbakkend aardewerk en een fragment bouwkeramiek aangetroffen. Op basis van dit vondstmateriaal kan dit spoor in de periode 16e – 18e eeuw worden gedateerd.
Afbeelding 10. Vlakfoto van spoor 14 en spoor 15. 21
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
Spoor 6 en spoor 12 lijken samen een greppel te vormen. Doordat proefsleuf 1 in twee delen aangelegd is was het tijdens het veldwerk niet duidelijk of spoor 6 en spoor 12 bij elkaar hoorden. Spoor 12 is gecoupeerd en deze had een resterende diepte van 7 cm met een scherpe begrenzing. Het spoor in minstens 5 meter lang en zou buiten de proefsleuf verder door lopen. Uit spoor 6 zijn enkele fragmenten bouwkeramiek afkomstig. Op basis van dit vondstmateriaal kan het spoor in de nieuwe tijd worden gedateerd. In proefsleuf 1 zijn ook twee paalsporen aangetroffen. Het eerste paalspoor was een rond paalspoor (S2) met een diameter van ongeveer 20 cm (zie Afbeelding 11). Het spoor heeft scherpe begrenzingen en op basis van de aanwezigheid van een fragment Siegburg steengoed kan dit spoor gedateerd worden in de late middeleeuwen tot vroege nieuwe tijd. Het tweede paalspoor (S4) was een vierkant paalspoor met een scherpe begrenzing. In de coupe was een vroegmiddeleeuwse scherf aangetroffen. Gezien de scherpe begrenzing en de kleur van het spoor dateert deze uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd. De scherf is waarschijnlijk als opspit in het paalspoor terecht gekomen.
Afbeelding 11 Vlakfoto van spoor 2 (rechts) en spoor 4 (links).
6.1.2 SPOREN UIT PROEFSLEUF 2 Vlak 1 Bij de aanleg van proefsleuf 2 werd op ongeveer 70 cm onder het maaiveld een eerste sporenniveau herkend. In vlak 1 zijn drie sporen herkend, deze zijn geadministreerd onder vier spoornummers. Deze bestaan uit twee kuilen en twee delen van de zelfde fundering (zie Afbeelding 12). De zuidzijde van de proefsleuf is verstoord door twee PVC buizen die diagonaal door de proefsleuf lopen.
22
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
Afbeelding 12 Vlakfoto proefsleuf 2 vlak 1. De kuilen (S8 en S9) liggen midden in de proefsleuf. De kuil (S8) is in het vlak rechthoekig van vorm en bestaat uit donker grijs zwak humeus zand met licht grijze vlekken. De vulling is matig grindhoudend en heeft matig veel puin van rode baksteen en enkele sintels. In spoor 8 zijn drie fragmenten bouwkeramiek aangetroffen en twee scherven roodbakkend aardewerk. Dit aardewerk kan op basis van randvormen in begin 18e tot het laatste kwart van de 18e eeuw worden gedateerd, het bouwkeramiek kan in de periode 16e – eind 18e eeuw worden gedateerd. Op basis van het vondstmateriaal kan de kuil (S8) in de periode begin 18e tot laatste kwart van de 18e eeuw worden gedateerd. De kuil (S8) doorsnijd de kuil (S9) deze kuil (S9) bestaat uit een vulling van licht grijswit matig grindhoudend zand met bruingrijze vlekken en veel puin van verschillende soorten bakstenen uit de 17e tot eerste helft 19e eeuw. Aangezien spoor 9 wordt doorsneden door spoor 8 moet dit spoor ouder zijn. Op basis van het aangetroffen bouwkeramiek en de datering van spoor 8 kan de kuil (S9) in de 17e tot 18e eeuw worden gedateerd. De sporen 10 en 11 maken deel uit van de zelfde fundering. De fundering bestaat uit één laag handgevormde bakstenen. De stenen hebben resten van harde mortel aan de bovenzijde en weerszijden, maar niet aan de kopse kanten.
De korte kant van de fundering bestaat uit stukken gebroken bakstenen die bij elkaar worden gehouden door mortel (zie Afbeelding 13). Aan de binnenzijde van de fundering zat een vulling van zwak siltig, matig grof, donker grijsbruin zwak humeus en matig grindhoudend zand met enkele spikkels roodbaksteen en sintels. Uit deze vulling is aardewerk, pijpaardewerk, glas, bouwkeramiek en metaal afkomstig. Op basis van dit vondstmateriaal kan deze vulling gedateerd worden in de 18e – 20e eeuw op basis van het bouwkeramiek kan de fundering in de 17e - 18e eeuw gedateerd worden.
23
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
Afbeelding 13 Detail opnamen spoor 10. Vlak 2 In vlak 2 van proefsleuf 2 zijn in de top van de C-horizont 5 sporen aangetroffen. Deze sporen bestaan uit twee kuilen, twee nazakken en een keldertje. De twee nazakken (S17 en S18) liggen direct onder de vulling van de fundering (S10) uit vlak 1. Beide sporen bestaan uit zwak siltig, matig fijn en matig humeus, licht tot matig grindig grijs zand. Deze sporen hadden in de coupe een diepte van slechts enkele centimeters. Tegen de westwand van de proefsleuf lag een driehoekige kuil (S16) deze loopt buiten de proefsleuf waarschijnlijk door (zie Afbeelding 14). De vulling van deze kuil bestaat uit zwak siltig, matig grof en matig humeus, grijs zand met veel grind. Uit deze kuil zijn geen vondsten afkomstig.
Afbeelding 14 Vlakfoto van proefsleuf 2 vlak 2. 24
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
De kuil (S19) wordt doorsneden door de kelder (S20) zoals te zien is in Afbeelding 15. De vulling bestaat uit lichtgrijs zwak humeus zand. In deze kuil zijn vier fragmenten bouwkeramiek aangetroffen. Op basis van dit bouwkeramiek kan deze kuil in de 17e tot eerste kwart 19e eeuw (1830) gedateerd worden.
Afbeelding 15 Detail foto van sporen 19 en 20. Spoor 20 is een kelder die bestaat uit drie vullingen. Vulling 0 is de stenen kelder, vulling 1 is de vulling binnen in de kelder en vulling 2 is de vulling die op Afbeelding 15 rechts naast de kelder aan de rand van de proefsleuf te zien is. De kelder (S20 vulling 0) bestaat uit één laag handgevormde bakstenen die direct op het zand zijn gelegd. De stenen liggen in de lengte en zijn op de kopse kanten met mortel aan elkaar gemetseld zoals te zien is op de afbeeldingen 16 en 17. De vullingen aan de binnen- en buitenzijde van de kelder bestaan uit donker grijs matig humeus en matig grindrijk zand met weinig tot matig veel baksteenpuin van rode baksteen. Uit deze vulling is geen vondstmateriaal afkomstig. De kelder kan op basis van de bakstenen gedateerd worden in 16e- 18e eeuw.
25
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
Afbeelding 16 Detail foto van zij aanzicht spoor 20.
Afbeelding 17 Detail foto bovenaanzicht spoor 20.
26
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
6.2 VONDSTEN Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn er in totaal 95 vondsten geborgen. In Tabel 3 staat het aantal vondsten per materiaal categorie weergegeven. In de onderstaande paragraven worden deze verschillende materiaal categorieën behandeld en de vondsten beschreven. Categorie
Aantal fragmenten
Keramiek
16
Pijpaardewerk
3
Bouwkeramiek
53
Glas
2
Metaal
19
Mortel
3
Totaal
96
Tabel 3 Aantallen vondstmateriaal per categorie.
6.2.1 SELECTIERAPPORT Na afloop van de evaluatie fase is in het selectierapport geadviseerd om alle keramiekvondsten, glas en het pijpaardewerk ter deponering aan te bieden. Van het bouwkeramiek worden van ieder type het meest representatieve exemplaar ter deponering aangeboden, de overige bouw keramische vondsten worden na afronding van het project vernietigt. Het selectierapport is door de archeologisch depot van de provincie Gelderland goedgekeurd. Er zijn drie fragmenten mortel aangetroffen. Deze worden beschreven en vervolgens niet gedeponeerd, maar naar afronding van het project verwijderd. Het metaal bestraat uit stukken van een sterk gecorrodeerde gietijzeren plaat metaal met een handvat. Gezien de geringe informatiewaarde van deze vondsten worden deze na het afronden van het project niet gedeponeerd, maar verwijderd. Monster 1 is een algemeen monster dat uit profiel 101 is genomen. In profiel 101 was een laag (S1012) zichtbaar die veel houtskool, kolengruis en sintels bevatte. Er is een monster genomen om de bijmenging van deze laag nader te bekijken. Het zeefresidu zal als droog monster worden aangeleverd aan het depot.
6.2.2 KERAMIEK (DET. T. SPITZERS) Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn 17 fragmenten keramiek en pijpaardewerk verzameld. In de onderstaande tabel staat de verdeling van het aardewerk over de bakselgroepen weergegeven. Hier is aangegeven hoeveel fragmenten van ieder bakselsoort zijn aangetroffen en hoeveel exemplaren deze minimaal met elkaar vormen en hoe deze zich ten opzichten van elkaar verhouden.
27
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
aardewerksoort
fragm.
exempl.
% fragm.
% exempl.
Merovingisch ruwwandig
1
1
5,9
11,1
Roodbakkend
5
3
29,4
33,3
Steengoed
1
1
5,9
11,1
Steengoed geglazuurd
2
2
11,8
22,2
Tinglazuur
2
1
11,8
11,1
Industrieel wit
4
1
23,5
11,1
Kleipijp
3
1
17,6
11,1
Totaal
17
9
100
100
Tabel 4 Verdeling van het aardewerk over de bakselgroepen Vroeg middeleeuws aardewerk Uit spoor 4 is één scherf waarschijnlijk vroeg middeleeuws aardewerk afkomstig. Het betreft een reducerend gebakken gedraaide wandscherf met chamotte magering. Dit type magering is vaak te zien bij Romeins aardewerk, maar komt ook voor in de Vroege Middeleeuwen. Het betreft een gesloten vorm met een vlakke bodem uit de Vroege Middeleeuwen.7 Het baksel toont overenkomsten met het Merovingsch ruwwandig gedraaide aardewerk dat gereduceerd gebakken is. Merovingisch aardewerk kan moeilijk aan een productiecentra worden gekoppeld.8 Roodbakken aardewerk Het roodbakkend aardewerk bestaat uit vijf fragmenten die samen minimaal drie exemplaren vormen. Deze drie exemplaren zijn afkomstig uit drie verschillende sporen. Uit de kuil (S8) zijn twee fragmenten van een roodbakkende pot afkomstig. Deze fragmenten bestaan uit een wand en een randscherf. Inwendig zijn de scherven volledig geglazuurd met een dik loodglazuur, uitwendig zijn de scherven deels geglazuurd. Het randfragment heeft een afgeplatte verdikte rand met een vage dekselgeul (zie Afbeelding 18). Aan de buitenzijde van de scherf zijn onder de rand twee siergroeven gedraaid. Deze scherf vertoond veel overeenkomsten met het aardewerk dat in Gennep (Rijnland) is geproduceerd.
Op basis van overeenkomsten9 met randvormen van een pottenbakkerij uit Gennep kan deze pot gedateerd worden in de periode 1700-1775.10 Uit spoor 10 zijn twee wandfragmenten roodbakkend aardewerk afkomstig die samen minimaal één voorwerp vormen. Deze scherven zijn grof gemagerd en voorzien van dik loodglazuur. In de klei van deze scherven zijn naast de magering nog enkele onzuiverheden zichtbaar. Op basis van de uiterlijke kenmerken kunnen deze scherven in de vroege tot de midden Nieuwe tijd worden gedateerd. De laatste scherf roodbakkend aardewerk is afkomstig uit spoor 14. Dit betreft een kleine ongedecoreerde wandscherf met goede zandmagering van fijn goed gesorteerd zand. Dit soort magering komt van naturen voor in klei die wordt gewonnen op de stuwwal.
7
Gedetermineerd door J. Van Kerckhove.
Dijkstra 2011, 47. Komen overeen met de in Mars 1991 gepubliceerde potten 82 en 83. 10 Mars 1991, 127. 8 9
28
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
Afbeelding 18. Profiel van randfragment roodbakkende pot uit Gennep.
Steengoed Het steengoed bestaat uit één scherf ongeglazuurd steengoed van minimaal één exemplaar en twee scherven geglazuurd steengoed van minimaal twee exemplaren. Het ongeglazuurde steengoed bestaat uit een klein wandfragmentje van Siegburg steengoed afkomstig uit spoor 2. Uit spoor 3 is een wandscherf geglazuurd steengoed afkomstig die is geproduceerd van slecht gezeefde klei. De scherf heeft uitwendig draairibbels en zoutglazuur en inwendig is er een ijzerengobe aangebracht. De tweede scherf geglazuurd steengoed is afkomstig uit spoor 13. Dit betreft een wandfragment met een knik van buik naar hals van mogelijk een kan. Deze scherf is geproduceerd uit niet goed gezeefde klei waarbij in de breuk stukjes steen zichtbaar zijn. Uitwendig heeft de scherf decoratieve draairibbels en zoutglazuur met een lichte bruine waas. Inwendig heeft de scherf duidelijke draairibbels en een ijzerengobe. Beide scherven geglazuurd steengoed kunnen in de vroege tot midden nieuwe tijd worden gedateerd. Tinglazuur aardewerk Het tinglazuur aardewerk bestaat uit twee scherven van het zelfde voorwerp die zeer verweerd zijn. Deze scherven bestaan nog slechts uit het beschuit, het glazuur is van beide zijde verweerd. Deze scherven kunnen niet nader gedateerd worden dan in de Nieuwe tijd.
Industrieel wit aardewerk Het industrieel wit aardewerk bestaat uit vier scherven van één bord (iw-bor-6) afkomstig uit de ophogingslaag spoor 2010. Het bord heeft een naar buiten gebogen platte vlag op een lage standring. Op de onderzijde van het bord is een merkteken aanwezig van Petrus Regout &Co Maastricht (zie Afbeelding 19). Dit merkteken werd volgens Polling11 in 1894 op het industrieel aardewerk aangebracht.12
11 12
Polling 2005. Beeldmerk 90A. Polling 2005, 16 & 38.
29
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
Afbeelding 19. Merkteken onder het industrieelwit aardewerken bord uit spoor 2010.
Kleipijpen In spoor 10 zijn twee fragmenten van een pijpensteel aangetroffen en één fragment van een pijpensteen was in dit spoor door corrosie versmolten met een stuk metaal. De drie fragmenten van een pijpensteen vormen minimaal één voorwerp. De pijpenstelen zijn voorzien van een radstempel decoratie, deze komt vanaf het einde van de 17 e eeuw voor, maar ook later nog.13
6.2.3 BOUWKERAMIEK Het aangetroffen bouwkeramiek bestaat uit bakstenen, plavuizen en een dakpan. De dakpan betreft een oranje gladde golfpan. Golfpannen dateren vanaf 1530 tot in de 19 e of vroege 20e eeuw. De oranje golfpan heeft een geglad bovenzijde en een gezande onderzijde. Het baksel is half gesinterd en in het baksel zijn nog kleibrokken aanwezig. Deze golfpan kan gedateerd worden tussen 1600-1900.14 Het oudste bouwkeramiek lijkt afkomstig te zijn uit de sporen 3 en 13. Het betreft hier beide een fragment van een baksteenmop. Deze kunnen beide uit de Late Middeleeuwen dateren tot de vroege nieuwe tijd (1300-1550/1650). Deze bakstenenmoppen zijn gevonden in combinatie met ander vondstmateriaal dat later dateert. De bakstenen die zijn aangetroffen tijdens het proefsleuvenonderzoek kunnen in vijf typen worden onderverdeeld. Het eerste type bestaat uit mopstenen die roodpaars van kleur zijn en matig hard tot klinkend hard zijn gebakken. Van dit type zijn enkele complete bakstenen aangetroffen met een lengte tussen de 23 en 25 cm, een breedte tussen de 15,5 en 10 cm en een dikte tussen de 5,2 en 5,5 cm. Dit type stenen kenmerkt zich ook door het zandige brosse baksel. Deze stenen kunnen gedateerd worden in de Nieuwe tijd vroeg tot Nieuwe tijd midden, 1500-1850. Het tweede type bakstenen bestaat uit handgevormde paarse bakstenen met in het baksel sponsachtige holtes.
Van dit type bakstenen zijn alleen halve stenen aangetroffen. De breedte van deze bakstenen is 11 cm en de dikte varieert tussen de 4,2 en 4,5 cm dik. Deze bakstenen komen overeen met bakstenen uit een proefsleuvenonderzoek en opgraving van de Berghorst in Enter. Deze bakstenen kunnen in de periode 1650-1850 worden gedateerd.15
https://www.claypipes.nl/ bezocht 28-03-2022. Gedetermineerd door T. Spitzers. 15 Het betreft type ENBE1, mondelingen mededeling T. Spitzers. 13 14
30
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
Het derde type baksteen bestaat uit handgevormde licht paarse en half gesinterde bakstenen. Deze steen heeft scherpe kanten en een zandig en iets golvende zijde met dellen. Het baksel bevat veel kleibrokken en kleine holtes. Deze baksteen kan gedateerd worden in de periode 1600-1850. Het vierde type baksteen bestaat uit klinkend hard gebakken gele bakstenen. Deze stenen zijn beduidend kleiner dat de hier voor genoemde typen bakstenen. De stenen hebben een lengte tussen de 15,5 en 16 cm en een breedte tussen de 6,8 en 7 cm met een dikte variërend tussen de 3,5 en 4 cm. Dit type baksteen kan tussen 1600 en 1850 worden gedateerd. Het vijfde type baksteen bestaat uit zacht gebakken roodgele stenen van het zelfde formaat als type 4. In het baksel zijn holtes aanwezig, ook heeft de steen een onregelmatig oppervlak. In het oppervlak zijn de persgroeven nog zichtbaar. Deze stenen dateren net als type 4 uit de periode 1600 – 1800/1850. De plavuizen bestaan uit twee grijze plavuizen. De dikte van deze plavuizen varieert tussen de 2,8 en 3 cm. De plavuizen zijn hard gebakken en grijs tot zwart gesmoord. Op één van de plavuizen zijn perssporen te zien. Beide plavuizen hebben enkele holtes in het baksel. Deze kunnen worden gedateerd in de periode 1500-1850.
6.2.4 GLAS Tijdens het onderzoek zijn twee scherven glas aangetroffen in spoor 10. Deze scherven glas horen bij minimaal twee voorwerpen. Het gaat hier om een bolle fles met een opgestoken ziel van donkergroen glas. Deze soort wijnflessen komen vanaf ongeveer 1600 tot 1825 voor.16 De tweede scherf betreft een wandfragment van een cilindrische wijnfles. Deze soort wijnflessen komen voor vanaf 1700 tot ongeveer 1900.17
6.2.5 METAAL (DET. M.HENDRIKSEN, ARCHEOMETAAL) Het metaal bestaat uit 19 fragmenten afkomstig uit 2 vondstnummers. De eerste vondst bestaat uit één fragment van een omgebogen koperen plaatje. Deze is tijdens de aanleg van het vlak aangetroffen in de oude akkerlaag (S1020). De tweede vondst is afkomstig uit de vulling van de fundering (S10) hier zijn 18 fragmenten metaal uit afkomstig. Dit metaal bestaat uit een kromgebogen kleine nagel en ijzer die samen één voorwerp maken. Dit betreft een gefragmenteerde gietijzeren plaat met handgreep. Dit is vermoedelijk een deel van een aslade van een potkachel. Deze aslade kan gedateerd worden in de periode 1850-1950.18
Kottman 2010, 68. Idem. 18 Gedetermineerd door Michel Hendriksen Archeometaal. 16 17
31
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
Afbeelding 20. Het metalen handvat van de aslade.
6.3 SYNTHESE In totaal is er met het proefsleuvenonderzoek 44 m2 onderzocht. Daarmee is 3,7% van het plangebied onderzocht. Uit het onderzoek is gebleken dat onder de tegels en het gele cunetzand in het hele plangebied een ophogingslaag aanwezig was. In deze ophogingslaag is in het profiel van proefsleuf 2 fragmenten van een bord aangetroffen die in 1894 geproduceerd is. Het is waarschijnlijk dat dit bord niet meteen in de ophogingslaag terecht is gekomen. Hierdoor is het waarschijnlijk dat de ophogingslaag uit het begin van de 20e eeuw dateert. Onder deze ophogingslaag is in beide proefsleuven een tweede ophogingslaag aangetroffen, deze kon niet gedateerd worden. Het betreft geen enkeerdlaag zoals in eerste instantie werd aangenomen op basis van het voorgaande booronderzoek. In proefsleuf 1 is onder deze ophogingslaag een oude akkerlaag aangetroffen, in profsleuf 2 was er een derde ophogingslaag aanwezig. Deze ophogingslagen vormde de A-horizont daaronder in beide proefsleuven de C-horizont lag. De C-horizont bestond uit slecht gesorteerd matig fijn/matig grof, zwak siltig, sterk grindig licht grijsgeel zand. Dit is typerend voor een smeltwaterafzetting welke behoren tot het Laagpakket van Schaarsbergen, Formatie van Drenthe.19 Deze smeltwaterafzettingen zijn ook in het booronderzoek en omliggende onderzoeken is aangetroffen.
Het aangetroffen bodemprofiel komt overeen met de aangetroffen bodemopbouw in het vooronderzoek. De aangetroffen sporen dateren voornamelijk uit de Nieuwe tijd. Er zijn twee sporen waarvan een datering in de Late Middeleeuwen niet uitgesloten is. De meeste sporen dateren uit de late 17e tot 18e eeuw dit is van voor de bebouwing die zichtbaar is op de oudste kadastrale kaart uit circa 1832. Op Afbeelding 21 en Afbeelding 22 staat de alle sporen kaart (zonder de spoornummers20) weergegeven op de kadastrale minuut uit 1832. Volgens de oorspronkelijke aanwijzende tafel is de bebouwing en het bijhorende erf gebouwd in 1799 en oorspronkelijk in gebruik als pastorie. Het omliggende licht groene gebied (waar ½ van proefsleuf 1 inligt en proefsleuf 2) is in gebruik als tuin. De aangetroffen funderingsresten en kelder dateren van voor de bebouwing op de kadastrale minuut. Het vondstmateriaal (en vooral het bouwkeramiek) dateren deze resten ook in de (16e)17e-18e eeuw.
19 20
Wijnen 2011, 18. De ASK met spoornummers staat in bijlagen 5.
32
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
Gezien de dateringen op basis van het vondstmateriaal kunnen de sporen gedateerd worden in de periode van de vroege tot en met de late nieuwe tijd, tussen circa 1500 en 1900. De sporen zijn te relateren aan voormalige bewoning op de locatie waarvan het op de kadastrale minuut ingetekende huis gedurende een bepaalde periode deel uitmaakte. Het op de kadastrale minuut getekende gebouw is de in 1799 gebouwde pastorie van de St. Antonius Abt-parochie en waarvan de kerk in verder in noordelijke richting stond. Over de bebouwing voor 1799 is niets te achterhalen maar gezien de sporen en vondsten moet er zeker sprake zijn geweest van een oudere bebouwingsfase. Het aangetroffen keldertje moet in ieder geval van een ouder huis dateren en zal vermoedelijk ook het enige bouwspoor zijn dat direct aan een huis of een bijgebouw is te relateren. De overige sporen zijn kenmerkend voor een erfgebied rond een huis. Afgezien van een vroegmiddeleeuwse scherf lijken alle vondsten vanaf circa de vroege nieuwe tijd te dateren en daarom mag worden aangenomen dat de vroegste bewoning vanaf circa het begin van de 16e eeuw is begonnen. Gezien de afdekkende lagen is niet te verwachten dat er van oudere gebouwen van voor 1799 nog funderingsresten en andere bouwsporen aanwezig zijn.
Woon- en bijgebouwen uit de vroege en midden nieuwetijd waren ondiep gefundeerde (circa 0,5 m) stenen bouwsels of opgetrokken in houtskeletbouw op vrij ondiep ingegraven bakstenen of natuurstenen poeren. De aangetroffen sporen zijn grondsporen die niet tot een gebouwstructuur zijn te herleiden en hoofdzakelijk aan de gebruikelijke sporen van (achter-)erf zijn toe te wijzen. De aanwezige ophoginglagen moeten in ieder geval al voor 1799 zijn ontstaan aangezien deze nog onder het bouwpeil van dit gebouw liggen. Vermoedelijk zijn deze lagen aangebracht ten behoeve van de bouw van het huidige nog bestaande pand voor 1799. De sporen duiden er in ieder geval op dat waarschijnlijk vanaf de 16e eeuw er sprake is van een huislocatie ter plaatse.
33
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
Afbeelding 21. De ASK op de Kadastrale minuut uit 1832. Het grotere afgebeelde gebouw komt overeen met de bestaande bouw van de voormalige pastorie uit 1799 (nog te zien als het bouwvlak waarin het nr. 16 is te zien). De kadastrale minuut is niet helemaal goed te georefereren op de bestaande topografie.
34
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
Afbeelding 22. De ASK van vlak 2 geprojecteerd op de kadastrale minuut uit 1832.
35
HOOFDSTUK
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
7O
NDERZOEKSVRAGEN EN
CONCLUSIE
1. Zijn er in het onderzoeksgebied vindplaatsen met archeologische sporen en resten aanwezig? In het onderzoeksgebied zijn verschillende sporen en resten uit de Nieuwe tijd aangetroffen die samen een vindplaats vormen.
2. Wat is de aard (complextype), omvang en fysieke kwaliteit daarvan? De vindplaats bestaat aan de westzijde van het plangebied uit enkele kuilen, een greppel en twee paalsporen die naar het lijkt geen structuur vormen. Op basis van vondsten worden deze sporen gedateerd in de nieuwe tijd vanaf circa de 16 e eeuw. Aan de oostzijde van het plangebied bestaat de vindplaats uit funderingsreten uit de late 17e-18e eeuw, drie kuilen, een kelder uit de (mogelijk 16e ) 17e-18e eeuw en twee grondsporen van een nazak. De sporen en vondsten aan zowel de west- als de oostzijde maken deel uit van één vindplaats. Deze vindplaats bestaat uit de sporen en resten van een huisplaats.
3. Uit welke periode dateren deze? De sporen dateren voornamelijk uit de Nieuwe tijd, overwegend late 17e tot 18e eeuw met enkele sporen die mogelijk vanaf de 16e of tot de eerste helft van de 18e eeuw te dateren zijn.
4. Waar bevinden deze resten zich (horizontaal en verticaal)? De sporen bevinden zich zowel in proefsleuf 1 en proefsleuf 2. In proefsleuf 1 zijn verschillende kuilen en een greppel uit de Nieuwe tijd aangetroffen en twee paalkuilen die op basis van de scherpte van de begrenzing en het spoor van gedateerd kan worden in de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd. In proefsleuf 2 zijn de sporen voornamelijk in de noordelijke 2/3 van de proefsleuf aangetroffen. Het gaat hier om een aantal kuilen, funderingsresten en een keldertje. Het ligt voor de hand dat ook in de overige delen van het plangebied vergelijkbare sporen en resten aanwezig zijn.
5. Wat is de bodemkundige opbouw en hoe intact is deze? De bodemopbouw bestaat uit een dunne laag geel ophogingszand direct onder de tegels. Hieronder bevindt zich de eerste ophogingslaag die in het hele plangebied 36
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
voorkomt (S1010, S1013 en S2010). In proefsleuf 2 zijn uit deze laag enkele scherven van een industrieelwit bord afkomstig. Op basis van het merkteken onder aan het bord weten we dat dit specifieke bord in 1894 is geproduceerd. Ervan uitgaande dat het bord niet direct in de bodem is terechtgekomen na dat dit bord was geproduceerd kan deze ophogingslaag in de vroege 20e eeuw worden gedateerd. Onder deze bovenste ophogingslaag zijn in beide proefsleuven een tweede ophogingslaag herkent, deze verschilde echter wel van elkaar in uiterlijk. In proefsleuf 1 was bestond de tweede ophogingslaag uit bruingrijs zand terwijl deze in proefsleuf 2 uit geel zand bestond. Uit geen van deze lagen zijn vondsten afkomstig die inzicht geven over de ouderdom van deze ophogingslagen. Onder deze ophogingslagen lag in proefsleuf 1 een oude akkerlaag. Uit deze akkerlaag zijn geen vondsten afkomstig waardoor deze niet gedateerd kan worden. In proefsleuf 2 is op deze locatie een derde ophogingslaag aangetroffen. In beide proefsleuven lag deze lagen op de C-horizont. De C-horizont bestond uit slecht gesorteerd matig fijn/matig grof, zwak siltig, sterk grindig licht grijsgeel zand. Dit is typerend voor een smeltwaterafzetting. In de bodemprofielen was er geen spraken meer van een natuurlijke bodemopbouw.
De ophogingslagen zijn waarschijnlijk al voor de bouw van het huidige achtergebouw (voormalige Pastorie 6. In hoeverre komen de onderzoeksresultaten uit het vooronderzoek in dit PvE overeen met de resultaten uit het proefsleuvenonderzoek? Tijdens het vooronderzoek is er een dikke A-horizont aangetroffen die is ontstaan als plaggendek of ophogingspakket. In twee boringen zijn twee sub horizonten aangetroffen in deze dikke A-horizont. Onder deze A-horizont is een C-horizont aangetroffen van smeltwaterafzettingen zonder verdere bodemvorming. Het aangetroffen bodemprofiel wijkt wat af ten opzichte van de interpretatie uit het voorgaande booronderzoek. Daarin werd uitgegaan van de aanwezigheid van een enkeerdprofiel maar uit het proefsleuvenonderzoek werd een enkeerdlaag als zodanig niet gezien. De betreffende laag is eerder een al dan niet omgewerkte enkeerdlaag of een ophogingslaag. Vanuit het vooronderzoek is er een hoge verwachting voor resten uit de periode Neolithicum - Nieuwe tijd. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn er alleen sporen die gedateerd kunnen worden in de Nieuwe tijd aangetroffen.
7. Wat is de waardestelling middels de KNA-waarderingscriteria? Is de vindplaats behoudenswaardig? De vindplaats verdiend op het aspect fysieke kwaliteit 4 punten en op de inhoudelijke kwaliteit 7 punten. Een behoudenswaardige vindplaats heeft volgens de KNAwaarderingscriteria voor de fysieke kwaliteit een score van 4 punten en op inhoudelijke kwaliteit een score van 8 punten. Met een score van 12 punten geldt de aangetroffen archeologische vindplaats als behoudenswaardig. De vindplaats heeft in totaal 11 punten toegewezen gekregen en daarmee kan deze vindplaats als niet behoudenswaardig worden bestempeld.
37
HOOFDSTUK
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Kerkplein 10-12 te Malden, gemeente Heumen (GD)
8W
AARDERING
De doelstelling van het onderhavige onderzoek is te komen tot een waardering van een eventueel aanwezige archeologische vindplaats. Op basis van het voorkomen van archeologische sporen is sprake van een archeologische vindplaats. Deze vindplaats wordt gewaardeerd op basis van de waarderingscriteria volgens de KNA 4.1.21 Per onderdeel vindt een toewijzing van punten plaats en aan de hand van het totaal aantal punten wordt bepaald of de vindplaats als behoudenswaardig aangemerkt dient te worden. Bij een lage, gemiddelde en een hoge waarde worden respectievelijk 1, 2 en 3 punten toegekend. Een behoudenswaardige vindplaats heeft volgens de KNA-waarderingscriteria voor de fysieke kwaliteit een score van 4 punten en op inhoudelijke kwaliteit een score van 8 punten. Met een score van 12 punten geldt de aangetroffen archeologische vindplaats als behoudenswaardig. Gaafheid De aanwezige vindplaats gaaf. De sporen zijn niet door postdepositionele (erosie/recent graafwerk) verstoord en de bodemopbouw is intact. In proefsleuf 2 is in het zuidelijk deel een verstoring aangetroffen vanweg een pvc-rioolbuis, hierdoor kan de gaafheid van de vindplaats als gemiddeld worden beschouwd. Conservering Organische vondsten zijn niet aangetroffen. Indien die alsnog aanwezig zijn zullen die vanwege de bodemcondities (boven grondwater en in zandgrond) matig geconserveerd zijn.
De (bouw-)keramische en, glasvondsten hebben over het algemeen een goede conservering. De conservering van het metaal (ijzer) was slecht tot matig, dit is niet ongewoon voor metaalvondsten op zandgronden hierdoor kan de conservering als gemiddeld worden beschouwd. Zeldzaamheid De resten vormen een onderdeel van een huisplaats in een historische dorpskern. Noch de nederzettingsvorm, noch het type sporen is zeldzaam. Soort gelijke sporen kunnen ook elders Malden en omliggende dorpen worden aangetroffen. Daarom wordt de zeldzaamheid als laag ingeschaald. Informatiewaarde Met een proefsleuvenonderzoek wordt als ware een klein luikje geopend in de geschiedenis van het Kerkplein 10-12 in Malden. De aangetroffen resten zullen echter weinig bijdragen aan de kennis vermeerdering van de archeologie van Malden afgezien van het gegeven dat nu bekend is dat er sinds het begin van de nieuwe tijd de locatie een huisplaats vormde. De funderingsresten bestonden uit slechts één laag bakstenen en bevonden zich aan de rand van het plangebied. Het is niet te verwachten dat verder onderzoek veel nieuwe informatie oplevert. Hierdoor is de te verwachten kenniswinst gering. Ditzelfde geld voor de resten van de kelder. De kuilen uit proefsleuf 1 (met uitzondering van spoor 13, 14 en 15) betreffen onduidelijke en ondiepe kuilen met weinig vondstmateriaal.