Bijlage II Ontwerpbestemmingsplan Blankenbergseweg 2 - Toelichting
Tekst van het document
Toelichting
ES Yeu:
. » Geling Advies
08-12-2023
Colofon
Rapport: Toelichting
Heumen
Status: Definitief Datum: 08-12-2023
Opdrachtnemer Geling Advies Postbus 12 5845 ZG Sint Anthonis
www.gelingadvies.nl
Contactpersoon Sr. Adviseur
@gelingadvies.nl
© DECEMBER 2023
GELING ADVIES
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN.
NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG
WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN
DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN. IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIUKE TOESTEMMING VAN GELING ADVIES.
AAN DE INHOUD VAN DIT RAPPORT KUNNEN GEEN RECHTEN WORDEN ONTLEEND. GELING ADVIES VERWERPT ELKE AANSPRAKELIJKHEID
VOOR EEN ANDER GEBRUIK VAN DEZE TEKST DAN
VOOR DE SITUATIE
WAARVOOR DEZE
WORDT UITGEBRACHT. DE INFORMATIE IN DEZE TEKST IS ONDER VOORBEHOUD EN KAN VERANDERD WORDEN ZONDER VOORAFGAANDE KENNISGEVING.
Toclich<ing SEI + cure
‘> Geling Advies INHOUDSOPGAVE
1 INLEIDING
1
V1
1
12 1.3
Aanleiding
Ligging en begrenzing van het plangebied Vigerend bestemmingsplan
1 2
2 PLANBESCHRIJVING
4
2.1 2.2
4 6
Huidige situatie Voorgenomen ontwikkeling
3 BELEIDSTOETS
44
3:1 3.1.1 3.1.2 Bike
Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Regeling algemene regels ruimtelijke ordening
11 11 12 13
3.1.4
Ladder Duurzame verstedelijking Provinciaal beleid
15
3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Omgevingsverordening Gelderland Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Heumen
15 16 18 18
3.3.2
Structuurvisie Heumen 2025
20
3.1.3
3:2
Nationaal Waterbeleid
13
14
4 MILEUHYGIENISCHE EN PLANOLOGISCHE VERANTWOORDING
21
4.1
Mer-beoordeling
21
Archeologie Cultuurhistorie
22 23
4.2
Archeologie en cultuurhistorie
4.3
Flora en Fauna
4.2.1 4.2.2
21
24
4.4
Waterparagraaf
27
4.6 4.7
(Ondergrondse) infrastructuur Bedrijven en milieuzonering
32 32
Externe veiligheid Verkeer en parkeren
38 41
4.5
Bodem
4.8 4.9 4.10
Geurhinder Akoestiek Luchtkwaliteit
4.13
Spuitzones
4.11 4.12
Toelichting (ERE
30
34 36 36
42
4 cumen
> Geling Advies 4.14
Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen
43
SUITVOERBAARHEID
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
44
5.2
Economische uitvoerbaarheid
44
6 JURIDISCHE VERANTWOORDING
45
6.1 6.2 6.3 6.4
Inleiding Toelichting op de verbeelding Algemene toelichting op de regels Toelichting op de bestemmingen
45 45 45 46
6.4.2
Wonen
46
6.4.1
Agrarisch
46
6.4.3
Verkeer
46
6.4.4
Waarde — Archeologische verwachting 2
46
ZCONCLUSIE
Toelichting (ERE 4 cumen
‘> Geling Advies
INLEIDING
P|
AANLEIDING
De locatie te Heumen is in gebruik als nertsenhouderij met akkerbouwtak. Ten behoeve van de bedrijfsvoering zijn voor de nertsenhouderij diverse sheds aanwezig. Daarnaast is een machineberging en een opslagloods met werkplaats aanwezig en een bedrijfswoning met bijgebouwen.
Vanwege het versnelde verbod op het houden van _ nertsen, is
initiatiefnemer genoodzaakt deze bedrijfsactiviteiten te beéindigen. De sheds worden om deze reden gesloopt. Om te voorzien in een voldoende bedrijfsomvang voor de toekomst wordt geinvesteerd in een nieuwe agrarische bedrijfstak in de vorm van een paardenfokkerij met akkerbouwtak. Daarnaast wordt een extra particuliere woning gerealiseerd. De ontwikkeling is voorgelegd bij de gemeente, waarbij het college van burgemeesters en wethouders hebben besloten om_ in_ principe planologische medewerking te verlenen. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door middel van een herziening van het bestemmingsplan.
12
LIGGING EN BEGRENZING VAN HET PLANGEBIED
Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Heumen. In de navolgende figuren is de ligging en de begrenzing van het plangebied weergegeven.
(> \ EE
ean
1
‘> Geling Advies Figuur 4
&
Blankenbergseweg 2 (met rood
a: ise ra
Plangebied
omlijnd viak)
ez
&
pers “4 pe
gle
es
wy
alt iit ce
oe
Zs
>
Se
tp
\
A
1.3
ok
X
al
%
AY
AAA
ee
. %
Ny’
> E ot \
\
Se
i=
~~>
2 f
\
MS
_
OS ~~ ’
Aen
Ns \
la,Sie, “aan ~y %*\
i
-
"a
. AY, ap =
:
ae
2
NN) ee
Nes
rs SO
2
374OR By
Fee s
by
eesae
50 DY ate WES Dee % fe Bae
VIGEREND BESTEMMINGSPLAN
Voor de locatie geldt het bestemmingsplan “Buitengebied Heumen 2009”, zoals vastgesteld op 16-12-2010. Op basis van dit bestemmingsplan kent het perceel de enkelbestemming “Agrarisch” met een bouwvlak. Daarnaast geldt de dubbelbestemming “Waarde — Archeologische verwachting 2”.
Toolictng,
2
D> Geling Advies a
.
.
wn
Figuur 2 :
Locatie;, binnen .+ bestemmingsplan
awe Hepret
eo) Veenarernrorwere ve Crre le
rare
Taq
atte Npatt NGS tet
rere pararanas Parvaevarananipniparraruraarater tare if
ENR,
4 foo teeee tettls, FES RG Peer te 5s.Be!q Fog eels
Ne ea eres. fate eeeeeee rr. were rmeawcrne. oa Pte tee eta 4 os See eeteee ian Aste
ie
Nptttt Peete
PR ene Ne tree, (= N+ tet eg I
CeCeCCeeeeeTeeCrTel
ee taee oe aPS ae
s ae
+++4
ee
ae ee
7,
i=
",~
Sa,
‘
rs on +++ +
x4
4
+
thet te ee ++ A
s ’
+
es ke A +R + AY
4
+ +’
+Se a
Lea ie eae es Bs ee AR - ere 4 + 9 es Rech: eee
AN
eee
Ay +4 te a+ + te pal
To
.
Be es4 aha
+
hs
+
Ht t + # No ore Ne Nee ces
te + pAWet+s+esie +
tt
SteetAe, Aleta + tyNe
4 ++ Ae
eRe.
4
4
ore
t+
es
S
&
;
‘=
? Vi
bg
By
a
ee We ‘ua
a \ aa
~~
i
.
4
vA
es
Ae
he es pe +e
x
+ :
i
an
+
eS P
P .
*
‘4
+4 :
_
pa
_ oe +
Mit
N
\Y
hg =
itt
+
atte
\ >
os
x
POSES Te. : oy t+ Ae
Ngy~*~
+:
orNtAeha Ae + Ne + b °+2‘
ALL tN ttD DSeet eerng Rt+ hs
P
4
ahs Aa
hee+ t\htet eteH+atttPt t+ ht Be +t+* a
Wy
‘
te
a Rae tye hoe Nye see eg
2
€
tet :
tee +
Saeco
i.
¥ 7
++ +t
“teh ae oa
‘
Se te SA
<
-
Be
|
}
ba
Toelichting, Blankenbergseweg 2 te Heumen
Poee
Pee ee
:
aaa a
Scat Tawa aN
pee
A
ios 2eaegee bee a WG REVS. *
3
‘b> Geling Advies
4 2 PLANBESCHRIJVING 2:1
HUIDIGE SITUATIE
Het plangebied is gelegen in ‘De Teerse Sluispolder’. Dit gebied is gelegen tussen het Maas-Waalkanaal en de Overasseltse en Hatertse vennen. Van oorsprong was het gebied een broekgebied, natte polders die met name als weide voor vee werden gebruikt. Om het gebied beter te ontwateren is de Leigraaf, aangelegd. Het gebied wordt gekenmerkt door (infra) structuurlijnen die het landschap domineren. Voor het scheepvaartverkeer is in de periode tussen 1920 en 1927 het MaasWaalkanaal gegraven, een nieuwe verbinding tussen de Maas en de Waal. De A73 is in de periode van 1980 -1990 aangelegd tussen het vennengebied en het kanaal. Zowel het kanaal als de snelweg vervullen een belangrijke transportfunctie op regionale schaal, maar zorgen op meer lokaal niveau voor een barriére in het gebied en tussen de verschillende gebieden in de gemeente. Het gebied is verder een overwegend open en agrarisch gebied waar daarnaast natuur terugkomt en enkele (agrarisch) bedrijfsmatige functies. Het plangebied is verscholen gesitueerd; het wordt voor een groot deel afgeschermd door bos en beplanting. De noordwestkant en delen van de zuidwestkant tonen zich over enige afstand in de beleving vanaf de Burchtselaan, de Westerkanaaldijk en over grote afstand van de A73. De bebouwing wordt daarbij deels afgeschermd door de beplanting in het plangebied.
Vanaf de A73 profileert zich de bebouwing het plangebied niet of nauwelijks, vanaf de Burchtselaan en de Westerkanaaldijk worden delen van de bebouwing waargenomen in relatie tot een krachtig groen kader.De bebouwing binnen het plangebied omvat de bedrijfswoning met bijgebouwen, diverse sheds voor het houden van nertsen, een machineberging waar tevens wat schapen en rundvee worden gehuisvest en een opslagloods met werkplaats. Op navolgende afbeelding is het gebruik van de huidige bebouwing weergegeven. Op het terrein zijn daarnaast enkele sleufsilo’s aanwezig.
Toolictng,
4
‘> Geling Advies a
3
.
Machineberging
Figuur
Huidige situatie
/huisvesting schapen
binnen het
; plangebied Blankenbergseweg
en rundvee
Nertsensheds
48
As
\
“A
3 6 d fi ae '
WA SS
¢
Po!
.
\
.
%
% *%
»
\
Bebijgebouwen i) swoning en A Na \ \ P
b
a
We %
ek.
eae
Pak
ib |
Opslagloods/ werkplaats
IS ~S
ae
WU. be
Sk:
heee we ~~* et
-% -
2
2 BAS zh 4 eove > \, 6
= \\ ‘ ws =
‘
aa “a
te .
\ \ ae
b
>)
KE+ a
és
De locatie wordt ontsloten via een inrit aan de Blankenbergseweg. Vanaf de Blankenbergseweg is er weinig zicht op de locatie, door de stevige groene inpassing rondom. Op de locatie mogen momenteel conform de milieuvergunning 5.999 nertsen worden gehouden en op basis van de natuurbeschermingsvergunning 5.999 nertsen, 10 stuks rundvee en 100 schapen. In de volgende tabellen zijn de emissies in de huidige situatie weergegeven op basis van de geldende vergunningen en de bijbehorende geur-, ammoniak en fijnstofemissies. —————
Huidige
dieraantallen conform fs
_ .
milieuvergunning
an£&
2AV-code (BB of BWL
i ‘i Diercategorie
BR 2c: 000 Sheds
a &
7
s
>2
os £2
gs
&
8g
a
5299
>
D
2
iaz8
£
5
cd = 3
°
2
i}a
g
2
.
s
2
iS
2
=o=
a=
8
Ey
149975 po | 0 ae 47992
Pe «::: MoM s70920
(0): EV ewe
5
‘> Geling Advies a
.
vergunning
Huidige
dieraantallen
natuurbeschermings vergunning
=
3 .
RAV-code (BB of BWL)
Diercategorie
Sheds
ging
ging
= 2
§
eee H 1.2 (BB 94.02.013)
2:2
.
Ars00
B 1.100
2 7 g
2 g
5 2
2 3
| =
= g
.
ae
5999 | os Eo | 0 g 47992 tundvee
10
100
62 | 0
rh)
1700
vé:i') fo t )
VOORGENOMEN ONTWIKKELING
Door het vervroegde verbod op het houden van _ nertsen, zijn
initatiefnemers genoodzaakt de nertsenhouderij te beéindigen. Hierdoor ontstaat verlies van inkomen en brengt het beéindigen van de bedrijfsactiviteiten financiéle lasten met zich mee. Herontwikkeling van de locatie is daarom gewenst. Op deze manier kan worden voorzien in een nieuwe inkomsvorm en kunnen tevens op een financieel juiste manier de huidige bedrijfsactiviteiten worden beéindigd. Door het geldende verbod is de familie zich gaan oriénteren op mogelijkheden na beéindigen van het bedrijf. Het uitgangspunt is dat er een passende herbestemming van de locatie komt, waarbij de belasting op de omgeving afneemt en er een duurzaam perspectief voor initiatiefnemers op de korte en lange termijn resteert. Er is een invulling gevonden die voldoet aan deze vereisten. Ruimtelijk, functioneel en milieukundig gezien leveren de gewenste activiteiten geen nadelen op voor de omgeving. Met de ontwikkeling zullen ruimtelijk gezien alle sheds gesloopt worden (circa 10.000 m?). Daarnaast wordt omliggende verharding verwijderd. Dit bedraagt circa 1.000 m*. Op onderstaande afbeelding is dit weergegeven.
Toolictng,
6
‘> Geling Advies a
Fiquur 4 g
.
.
te verwijderen vijderen nertsenkassen en verhardingen . \ | \
Te slopen bebouwing (oranje
weergegeven)
f oC
s >”
‘at¢
:
AA
SoS /
ss \\\
WS
od
2
>
4
La
a 2
/
A :
Ele
lr
Aa ies elGees
|
y
4
f
by :
os
iP
” ee
BY
Za
Ligh
Fa
r
:
4
i
ite verwijderen vaste mest opsiag
Toelichting, Blankenbergseweg 2 te Heumen
7
‘> Geling Advies a
.
.
De gewenste ontwikkeling bestaat enerzijds uit het op een kleinere schaal exploiteren van agrarische bedrijfsactiviteiten. Initiatiefnemer ziet kansen
voor een andere agrarische bedrijfsvoering op de locatie. De [ERREMEE
locatie inrichten zodat deze geschikt is voor een paardenfokkerij en akkerbouwtak. Bij de paardenfokkerij worden paarden gefokt, afgericht, getraind en verhandeld. In de gewenste situatie wordt er een gebouw gerealiseerd waar de paardenboxen en een binnenrijbak in gevestigd worden. Buiten de loods wordt een buitenrijbak gerealiseerd, een sleufsilo voor het opslaan van voer/akkerbouwproducten en een vaste mestopslag. Voor de gewenste activiteiten is het noodzakelijk om beide bestaande loodsen te behouden. Een van de loodsen wordt gebruikt als kantine/kantoor, werkplaats en voor de stalling van verschillende machines en werktuigen. De andere loods wordt gebruikt voor de opslag van akkerbouwproducten en hooi- en strobalen (met een grootte van 1,30 bij 1,30 en 2,40 bij 1,20) en voor de stalling van diverse machines en werktuigen. Om een idee te geven wat voor soort werktuigen en machines gestald worden: een verreiker, enkele tractoren, een schudder, een maaier, een ploeg, een cultivator, een heftruck, een haspel, een platte wagen, een loader, enz.
Initiatiefnemers wensen in de beoogde situatie maximaal 50 paarden te huisvesten. Daarnaast is de wens om hobbymatig maximaal 10 runderen en 30 schapen te houden. In de geldende natuurbeschermingsvergunning waren deze ook al opgenomen. Deze dieren worden voornamelijk in de wei gehouden. Eventueel bij bijvoorbeeld het lammeren, worden ze tijdelijk in de loodsen gehuisvest. In totaliteit zijn de maximaal gehuisveste aantal dieren in de beoogde situatie in onderstaande tabel weergegeven met de bijbehorende emissies voor geur, ammoniak en fijnstof. De emissies van ammoniak en fijnstof nemen fors af. De geuremissie neemt minimaal toe, maar leidt niet tot belemmeringen in de omgeving (zie paragraaf 4.8).
3
SCELG}
Tabel
Maximaal beoogde
dieraantallen
§
RAV-coda (BB of
BWL)
Diercategorie
§
3s
Ps
:
:
g
Ec
3
Z
"
ay
s
2
2
s
=
E
:
8
-
3
: 3
<
Gea -o-o-o. A7.100 10 Cy4 | 0 1700 Loods
ging
jaarenouder)
B 1.100
30
r4
234 ea t )
ee |: ME 0 BE 2000 Daarnaast wenst de familie een nieuwe woning te realiseren. Dit brengt financieel gezien de mogelijkheden om op een rendabele manier de huidige agrarische bedrijfsactiviteiten te staken. Ook geeft het de mogelijkheid aan een van de kinderen om op de locatie te kunnen blijven
Toelctng
8
fe)
a
Pe
‘> Geling Advies
wonen. De woning wordt op eigen locatie gerealiseerd om de impact op de omgeving zo min mogelijk te laten zijn (compacte bebouwing). De nieuwe woning wordt ontsloten via de bestaande inrit. In navolgende situatietekening is de beoogde situatie van de locatie weergegeven. Deze is ook toegevoegd als bijlage.
Figuur 5
Toekomstige
Fr
Ay
inrichting
4
plangebied
Blankenbergseweg
2
wv
A
i
N
-
(200 m2)
y
a Bad
Sees Se
50.0 meth\
:i
be
a £Q
buitenrijbak pera
vit at ye ae oe
»
OE= ii
ioe : ane s. soN LOS
8? ail, > e\\
Cs
a\
N4
.A
\
KE
P|
J
}
:
oP ZN See
= eeeiace
>= or /
;
esAgi da 2
\ 3 r = ea tein
==
==
|b Geling Advies rs —|rvm
seg
| J
Fee aa
Door de sloop van de sheds wordt een aanzienlijke kwaliteitsverbetering verwezenlijkt. De vrijgekomen grond wordt namelijk slechts voor een kleiner gedeelte ingezet voor de nieuwe functies en het bouwvlak wordt fors verkleind. De bebouwings- en uitbreidingsmogelijkheden voor de toekomst worden hierdoor ook beperkt, waardoor de kwaliteitsverbetering richting de toekomst ook wordt gegarandeerd. De locatie is momenteel al omringd met veel groen, maar wordt waar mogelijk nog verder landschappelijk ingepast. Voor de locatie is bijgevoegd landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Bij de verdere inpassing van de locatie is uitgegaan van de bestaande kenmerken van de locatie en de omgeving.
De struweelhaag, de meer dan manshoge veldesdoornhaag en enkele daaruit doorgeschoten bomen ten zuidwesten van de te bouwen woning zullen worden gerooid. Het van daken en verhardingen vrijkomende hemelwater zal zo veel mogelijk worden benut voor hergebruik. Het overschot zal worden opgevangen in een aan de noordwestkant van het plangebied te realiseren infiltratiesloot. De vrijkomende ruimte ter hoogte van de huidige sleufsilo aan de zuidwestkant zal als grasland worden benut. Het concept voor de inpassing omvat op grond van de voorafgaande conclusies het navolgende:
Toolictng,
9
‘> Geling Advies a
.
.
1)
In standhouden aanwezige beplantingen aan de noordwestkant (struweelhaag en bomen) en rond de huidige woning (singel, solitaire bomen, bomengroep).
2)
Omzomen van de tuinzone rond de nieuwe woning met een geschoren haag (veekeringhoogte) en enkele bomen.
3)
Aanplanten van een struweelhaag en een losse bomenrij aan de noordwestkant van het grasland van de paardenhouderij.
Het beplantingsplan omvat op grond van het voorafgaande de aanplant van navolgende elementen: > S1 een struweelhaag, > B1 een losse bomenrij bestaande uit haagbeuk, es, els >» H1 een beukenhaag, > B2 solitaire bomen; noot, tamme kastanje en linde. "
S1 struweelhaag
Figuur 6
;
Beplantingsplan
B1 Josse bomenrij
.xge 4 é% \\ x
“Vo
.
®
>
.
x
2 eo
y
/
3 . .
~
Re j ,
y
/
//
IH1_ beukenhagen
{/ }
4
\ cS)
/ *, Ei mY z
es;
4 ae
|‘ \
“as OL
B2 noten en tamme kastanje
(¢(- EV eRe
= y S . ven
en
we
ot
Wik
10
‘> Geling Advies a
.
.
b 3 BELEIDSTOETS 3.1
RIJKSBELEID
3.74,
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In Nederland staan we voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire
economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland _ flink
veranderen. We hebben een lange traditie van ons aanpassen. Deze opgaven benutten we om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. Met de NOVI bieden we een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werken we aan onze prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. We spreken hier over ‘omgevingsinclusief’ beleid. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2) Kenmerken en identiteit van een gebied staan
Toelichting,
11
‘> Geling Advies a
.
.
centraal, en 3) Afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. De ontwikkeling is passend in de omgeving. Door de beéindiging van de nertsenhouderij is sprake van een grote afname van ammoniak- en fijnstofemissies. Daarnaast vermindert het verhard opperviak binnen het plangebied. Zowel de nieuwe agrarische functies in de vorm van de paardenfokkerij en akkerbouw en de nieuwe woning zijn passende functies in de omgeving. Door deze combinatie van functies is het mogelijk om de huidige bedrijfsactiviteiten op een juiste manier te kunnen beéindigen en een nieuw inkomen te kunnen genereren. De nieuwe functies worden ontwikkeld binnen de omvang van het bestaande bouwperceel. Er is geen sprake van nadelige effecten op de omgeving. Daarmee wordt voldaan aan de NOVI.
31.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vormt het sluitstuk van rijkszijde van het nieuwe stelsel van ruimtelijke ordening, zoals dat in 2008 met de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking is getreden. Kern van de nieuwe Wro is dat overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven langs welke weg zij de belangen denken te realiseren. Rijk en provincies bemoeien zich voortaan uitsluitend met wat daadwerkelijk van nationaal respectievelijk provinciaal belang is. Ook moeten rijk en provincies duidelijk maken of de borging van een belang gevolgen heeft voor ruimtelijke besluitvorming door de gemeenten. De eerste tranche, dat in januari 2010 voor advies naar de Raad van State gezonden is, bevat een beleidsneutrale omzetting van bestaand beleid. De kaders zijn afkomstig uit PKB’s Nota Ruimte, Derde Nota Waddenzee, Structuurschema Militaire Terreinen en Project Mainportontwikkeling Rotterdam. De tweede tranche bevat beleid dat doorwerkt tot in de
ruimtelijke plannen van andere overheden. Op 30 juni 2011 zijn alle ontwerpstukken van het Barro als bijlage bij de nieuwe Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) gepubliceerd. In het Barro zijn opgenomen: > het Project Mainportontwikkeling Rotterdam; > militaire terreinen en -objecten; >»
de Wadden;
> > > >» > >
de kust (inclusief primaire kering); de grote rivieren; Rijksvaarwegen Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen;
>
Natuurnetwerk Nederland;
> = Primaire waterkeringen buiten het kustfundament Toelichting,
12
‘> Geling Advies
oa
> > >
.
.
lJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Ruimtereservering parallelle Kaagbaan
Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden. Het Barro is ook wel bekend als de AMvB Ruimte. Inmiddels zijn meerdere wijzigingen in Barro doorgevoerd, waarvan de laatste op 27 mei 2020. Het Barro bevat geen relevante regels die invloed onderhavig plan.
3:1:3
uitoefenen op
Regeling algemene regels ruimtelijke ordening De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) is op 9 december 2011 vastgesteld ter bescherming van radarposten en militaire terreinen. De Rarro is verschillende keren geactualiseerde en bijgewerkt. De meest recente versie is op 1 juli 2021 geconsolideerd en in werking getreden. De locatie is niet in of nabij radarposten of militaire terreinen gelegen.
3.3
Nationaal Waterbeleid
In het kader van dit bestemmingsplan geldt onder andere onderstaand beleid op het gebied van water. In het jaar 2000 is de Europese ‘Kaderrichtlijn water’ (KRW) in werking getreden. De KRW heeft tot doel de oppervlaktewateren — waaronder ook overgangswater en kustwater — en het grondwater in de Europese Unie te beschermen en te verbeteren en het duurzaam gebruik van water te bevorderen. Nederland is een waterland. De opgaven op het terrein van water zijn omvangrijk en worden in de toekomst alleen maar groter. Om ons land ook voor de komende generaties veilig, aantrekkelijk en leefbaar te houden, is het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) ontwikkeld. Dit NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie. Belangrijke onderdelen van
het
NWP
zijn
de
stroomgebied
beheerplannen,
overstromingsrisicobeheerplan en het Programma wettelijke bijlagen zijn opgenomen.
het
Noordzee, die als
Nederland heeft te maken met grote wateropgaven die bovendien in de toekomst steeds groter en complexer worden. Dit komt door een aantal
samenhangende
uitdagingen:
klimaatverandering,
bodemdaling,
milieuverontreiniging, biodiversiteitsverlies en ruimtedruk. In de uitvoering ligt bovendien een grote opgave om verouderde infrastructuur zoals bruggen en sluizen in stand te houden en waar nodig te vervangen of te renoveren.
De wateropgaven waar Nederland op dit moment voor staat, de uitdagingen richting de toekomst en de noodzaak van een integrale aanpak vormen de basis voor 3 hoofdambities van dit NWP:
Toelichting,
13
‘> Geling Advies e
Een veilige en klimaatbestendige delta.
e
Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur.
e
Figuur 7 Lichaam KRWis lichaam
volgens
Nationaal ProgrammaWater
Een concurrerende, duurzame en circulaire delta.
Een bijlage bij het NWP is het stroomgebiedbeheerplan (SGBP) voor de Rijn. Dit beheerplan geeft onder meer een beschrijving van het stroomgebied Rijn, de doelen voor de oppervlakteen grondwaterlichamen en een samenvatting van de maatregelen die genomen gaan worden. De locatie is gelegen in dit stroomgebied. Daarnaast blijkt dat aan de oostzijde van het plangebied een KRWoppervlaktewaterlichaam is gelegen, het Maas-Waalkanaal. Dit betreft een hoofdvaarweg. Deze is op ruim 140 meter van het plangebied gelegen. De ontwikkeling heeft geen nadelige effecten op het grondwaterlichaam of oppervlaktewaterlichaam. Er wordt geen water onttrokken uit- of geloosd op de lichamen.
% A) 4ie 6 s Kaart1; Hoofdvaarwegen ‘ox Nationa l Water Programma 2022-2027 2 Nats a Thema: scheepvaart
ss
| SSf
:: le
3.1.4
” Le
SA Ney
; , i Oe TS =
NSPS
wa Gebiedsbegrenzing: exact
Beleidsdocument
Beleidsdocument
pty a
Ladder Duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, en is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen (Bro, artikel 3.1.6). Per 1 juli 2017 is het tweede lid gewijzigd en luidt deze als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Initiatief
(¢\ EE
eRe
14
‘b> Geling Advies Voordat de ladder duurzame verstedelijking wordt doorlopen, wordt beoordeeld of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 3.1.6. lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit plan ziet toe op de bedrijfsbeéindiging van de nertsentak. Er vindt omschakeling plaats naar nieuwe agrarische functies. Daarnaast wordt een nieuwe woning ontwikkeld. In totaal wordt de omvang van_ het bouwperceel in grote mate verkleind en wordt het verhard oppervlak verminderd. In totaliteit neemt de agrarische bedrijfsomvang fors af in bebouwingsoppervlakte waardoor deze ontwikkeling geen stedelijke ontwikkeling betreft. Daarnaast heeft jurisprudentie uitgewezen dat bij ontwikkelingen waarbij de toename van het aantal woningen beperkt blijft tot 11 of minder, geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Voorliggend plan voorziet in een toename van één woning. Voor onderhavig plan geldt dat daarmee de ladder verder niet van toepassing is. 3:2
PROVINCIAAL BELEID
32.4
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De omgevingsvisie is vastgesteld op 19 december 2018. In deze visie geeft de provincie Gelderland aan te staan voor stevige uitdagingen. De wereld verandert ingrijpend en snel. Er zijn grote, grensoverschrijdende ontwikkelingen die ook Gelderland raken. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, verdere verstedelijking in combinatie met krimp, toenemende mobiliteit op de weg en in de lucht, digitalisering, internationalisering. Uitdagingen die om antwoorden vragen. Daar hebben heeft de provincie partners nodig: inwoners, bedrijven, organisaties, overheden. De vraagstukken van nu zijn te groot en te ingewikkeld om los van elkaar aan te pakken. Niemand heeft de oplossing alleen in handen. Samen de krachten bundelen. Dat vraagt een andere rolinvulling, ook van de provincie. Steeds weer en meer samen met partners optrekken op basis van gelijkwaardigheid. En, waar dat kan en nodig is, het initiatief en de ruimte aan anderen laten. Of zelf de handschoen oppakken en doorpakken. Om samen stappen te zetten, heeft de provincie een gezamenlijke horizon nodig: een gedeeld vergezicht, een gedeelde ambitie dat dient als leidraad voor ons handelen. In de Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ beschrijft de provincie dit vergezicht: het beeld op de toekomst.
Dit beeld is het resultaat van vele vruchtbare gesprekken met partners: inwoners,
ondernemers,
kennisinstellingen,
maatschappelijke
organisaties,
overheden. Een vergezicht dat het accent legt op wat de provincie en deze partners samen belangrijk vinden. Een vergezicht dat tot de verbeelding spreekt en uitnodigt en aanspoort tot actie. En: dat de provincie helpt bij het gesprek over de keuzes die te maken zijn bij het vinden van concrete oplossingsrichtingen.
Toelichting,
15
D> Geling Advies Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Dat is het streven. Dat is waar de provincie aan wil werken. Dit doet de provincie door bij de uitoefening van haar taken de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities — op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie,
circulaire
economie,
biodiversiteit, | bereikbaarheid, | economisch
vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat — geeft de provincie hier richting aan. En door vier 'spelregels’ of ‘DOE-principes’ - DOEN, LATEN,
ZELF en SAMEN- geeft de provincie hier werking aan. Tezamen vormen ij het kader waarbinnen de provincie werkt en afwegingen maakt. De zeven ambities van de provincie zijn de volgende:
1. 2. 3.
Energietransitie: van fossiel naar duurzaam Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer Circulaire economie: sluiten van kringlopen
5.
Bereikbaarheid: duurzaam verbonden
6. 7.
Vestigingsklimaat: Een krachtige, duurzame topregio! Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam
4.
Biodiversiteit: werken met de natuur
Plan specifiek Met voorliggend plan wordt een duurzame ontwikkeling gerealiseerd. Er is sprake van de omschakeling van de nertsenhouderij naar een paardenfokkerij en akkerbouwbedrijf. Daarnaast wordt een nieuwe woning ontwikkeld. Hierdoor ontstaan in de nabije omgeving gunstigere omstandigheden voor de woon- en leefomgeving. Zo is er bijvoorbeeld sprake van een grote afname van ammoniak- en fijnstofemissies. Bovendien gaat de bedrijfsomschakeling gepaard met een afname in bebouwing en verharding door de sloop van bedrijfsbebouwing en verwijdering van verharding. Met de realisatie van de nieuwe woning wordt aangesloten bij de grote wens in de regio naar nieuwe woningen. Tevens is bij de totale ontwikkeling aandacht voor het aanwezige groen en wordt deze op verschillende fronten versterkt. Hiermee is aansluiting gezocht bij de ambities zoals deze verwoord zijn in de omgevingsvisie.
3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland Op 24 september 2014 heeft de provincie Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld, op 31 maart 2021 is actualisatieplan 7 vastgesteld. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem.
In deze verordening is bestemmingsplan in elk
Toolictng,
bepaald dat het tijdstip waarop een geval in overeenstemming met deze
16
‘> Geling Advies a
.
.
Omgevingsverordening moet zijn vastgesteld, wordt gesteld op de eerste dag nadat twee jaar na inwerkingtreding van deze verordening is verstreken. Indien de gemeenten niet binnen deze termijn hun bestemmingsplannen in overeenstemming met deze verordening vaststellen, gelden de regels van deze verordening in principe rechtstreeks. Tot die tijd gelden de bestaande planologische rechten. Plan specifiek Zoals blijkt uit onderstaande uitsnede van de plankaart, is de locatie gelegen in- of aangrenzend aan diverse gebieden. Voor de ontwikkeling zijn “Gelders natuurnetwerk” en “Groene ontwikkelingszone” relevant. Figuur
8
ane
Ligging binnen Omgevingsverorde
Jevurbiromansp Ti eae = esac
nin g
-
HH Groene ontwikkelingszone
"2 As an \ .
WANN SY
oN :
de®
Gelders natuurnetwerk
In artikel 2.39 is vastgelegd dat een nieuw bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen mogelijk mag maken als die geen nadelige gevolgen kan hebben voor de kernkwaliteiten, opperviakte of samenhang
van het Gelders natuurnetwerk.
Groene ontwikkelingszone
In artikel 2.52 is vastgelegd dat voor gronden gelegen binnen de Groene ontwikkelingszone een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt als blijkt dat: a.de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage
Kernkwaliteiten
Gelders
natuurnetwerk
en
Groene
ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt; en
b.de samenhang niet verloren gaat.
Toolictng,
"7
‘D> Geling Advies In de bijlagen behorend bij de Omgevingsverordening zijn kernkwaliteiten vastgelegd voor Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone. Algemene kernkwaliteiten betreffen: e ecologische samenhang stilte
e donkerte
e openheid e
rust
Daarnaast gelden gebiedsgerichte kernkwaliteiten voor de verschillende deelgebieden. De natuur rondom de locatie die deel uitmaakt van Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone is gelegen in deelgebied 59 “Groot Nijmegen”.
Plan specifiek Het plangebied zelf is buiten Gelders natuurnetwerk gelegen. Wel is de inrit naar de locatie aangemerkt als Groene ontwikkelingszone. Deze inrit wijzigt niet met de ontwikkeling, waardoor fysiek geen aantasting plaatsvindt binnen het gebied. De specifieke kernkwaliteiten voor het deelgebied worden’ daardoor niet aangetast. Ook algemene kernkwaliteiten worden niet aangetast. Onderhavig plan heeft betrekking op de beéindiging van de nertsenhouderij en omschakeling naar paardenfokkerij en akkerbouwbedrijf. Daarmee is sprake van een grote afname van ammoniak- en fijnstofemissies maar ook geluidsemissie afkomstig van verkeersbewegingen. De nieuwe functies worden ontwikkeld binnen de omvang van het bestaande bouwperceel, op voldoende afstand van de natuur. De ontwikkeling leidt tot een grote mate van afname in verhard oppervlak door de sloop van de sheds. Het bouwvlak wordt in grote mate verkleind waardoor bebouwingsmogelijkheden afnemen dichtbij het Gelders natuurnetwerk. Tot slot heeft een flora en fauna onderzoek plaatsgevonden, waaruit blijkt dat aanwezige flora en fauna niet wordt aangetast en is daarnaast een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. 3.3
GEMEENTELIJK BELEID
3.3.)
Omgevingsvisie Heumen
Momenteel is de gemeente Heumen bezig met het opstellen van de Omgevingsvisie Heumen. Deze heeft vanaf 5 juni 2023 ter inzage gelegen. Alhoewel het nog niet is vastgesteld, is toch al wel aan deze visie getoetst.
De locatie is gelegen binnen De Teerse Sluispolder. De Teerse Sluispolder is gelegen tussen het Maas-Waalkanaal en de Overasseltse en Hatertse vennen. Het is een overwegend open en agrarisch gebied. Het gebied wordt gekenmerkt door (infra) structuurlijnen die het landschap domineren. Zo wordt het gebied begrensd door het Maas-Waalkanaal en loopt de A73 door het gebied. Zowel het kanaal als de snelweg vervullen een belangrijke
Toolictng,
18
‘b> Geling Advies
oa
.
.
transportfunctie op regionale schaal, maar zorgen op meer lokaal niveau voor een barriére in het gebied en tussen de verschillende gebieden in de gemeente. Verder loopt er nog_ infrastructuur ten behoeve van energievoorziening door het gebied, het hoogspanningstracé tussen Cuijk en Nijmegen, dat ruimtelijk ook zijn impact heeft. De Teerse Sluispolder is in het kader van de gemeentelijke opgave rondom de opwekking van duurzame energie aangewezen als energielandschap. We zetten hier in op zonne-energie. De realisatie van het energielandschap wordt gecombineerd met andere beleidsdoelen. Zo wil de hierbij de landschappelijke structuur in het gebied versterken en wil de gemeente de biodiversiteit en natuurwaarden in het gebied behouden en versterken. Op kleinere schaal stimuleert de gemeente maatregelen die als doel het versterken van landschappelijke, biodiversiteits- en natuurwaarden van het gebied hebben. Dit kan bijvoorbeeld via het aanleggen van passende landschapselementen. Wanneer blijkt dat onze opgave niet haalbaar is met alleen zonne-energie en waterkracht, komt de opwekking van windenergie ook hier in beeld. Vanwege de aanwezigheid van het zonnepark de Teerse Sluispolder is de combinatie met windenergie zeer aantrekkelijk (cablepooling). Naast de energie-ambitie in het gebied wil de gemeente ook de landbouw ruimte geven.
Schaalvergroting en uitbreiding is daarom in het gebied mogelijk voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijven, mits dit niet in strijd is met de energieopgave die in het gebied moet landen. Daarnaast geeft de gemeente ruimte voor de nieuwvestiging van grondgebonden agrarische bedrijven, waarbij de gemeente als voorwaarde hanteert dat deze bedrijven een onlosmakelijke koppeling hebben met de grootschalige opwekking van duurzame energie. In algemene zin geeft de gemeente in het gebied de voorkeur voor initiatieven die het opwekken van duurzame energie koppelen met grondgebonden vormen van landbouw.
Een andere ambitie voor het gebied is het versterken van de langzaam verkeersverbinding tussen het vennengebied en Malden. De gemeente onderzoekt in het kader van de herontwikkeling van de Kanaalzone in Malden de mogelijkheid voor een nieuwe langzaam verkeersverbinding over het kanaal.
Voor de gronden binnen de Teerse Sluispolder die ten westen van de A73 liggen, gelden de ambities zoals beschreven bij de Overasseltse en Hatertse Vennen. De locatie valt niet binnen dit gebied. Het plan voorziet in de ontwikkeling van een grondgebonden agrarisch bedrijf. Dit past binnen de ambitie van het gebied. Op een deel van de bestaande bebouwing zijn momenteel al zonnepanelen aanwezig. Bij de realisatie van nieuwe bebouwing wordt ook rekening gehouden met de mogelijkheden tot aanleg van zonnepanelen op de daken.
Toelichting,
19
‘> Geling Advies a
3.3.2
.
.
Structuurvisie Heumen 2025
Op 13 februari 2014 heeft de gemeenteraad de ‘Structuurvisie Heumen 2025’ vastgesteld. De structuurvisie geeft een beeld hoe de gemeente zich in de toekomst (tot 2025), ruimtelijk denkt te ontwikkelen. Het geeft het kader aan waarbinnen deze ontwikkeling plaats dient te vinden. In de structuurvisie wordt als ambitie voor het buitengebied beschreven dat buiten de bos- en natuurgebieden, de landbouw beeldbepalend is. De landbouw kan zich verder ontwikkelen in relatie met natuur, landschap en recreatie. Nieuwe woningbouwontwikkelingen zijn niet direct toegestaan, met uitzondering van kleinschalige ontwikkelingen bijvoorbeeld in de vorm van rood voor rood.
De locatie is specifiek gelegen binnen de Teerse Sluispolder. De Teerse Sluispolder is gelegen ten westen van het Maas-Waalkanaal en grenst aan Nijmegen in het noorden, het dorp Heumen in het zuiden en het vennengebied en Heumensbos in het westen. Het is een overwegend agrarisch gebied dat doorsneden wordt door de A73. Van noord naar zuid loopt ook de Tochtsloot of Leigraaf dwars door het gebied. Het gebied is verder relatief ongerept.
Figuur 9
+ aint eX
Ligging binnen
ta
structuurvisie
e ants
Ray
, ¥
:
‘
3
Page “
nr ee
2a .
d
é
*a
i
yo : ron
al,
ee
%
3 ha me
Cis >
SS
y
See
De Teersche Sluispolder
sn
[I] Thema: de gebiedsontwikkeling
i
POPae NY!
47) SBS. a
:
young atti
: os
‘
.
NN ee
ee" e ies, ee
Het plan voorziet in de ontwikkeling van een grondgebonden agrarisch bedrijf in de vorm van een paardenfokkerij en akkerbouw. Dit past binnen de ambitie van het gebied, waarbij ruimte is voor de ontwikkeling van landbouw. Daarnaast wordt een groot bebouwingsopperviak gesloopt en wordt de locatie nader landschappelijk ingepast. In de vorm van rood voor rood, wordt één extra woning ontwikkeld, wat daarmee een zeer kleinschalige omvang heeft.
Toelichting,
20
> Geling Advies
> 4.1
| MILEUHYGIENISCHEEN PLANOLOGISCHE VERANTWOORDING MER-BEOORDELING
Op
grond
van
wettelijke
procedureregels
dienen
B&W _ een
beoordelingsbesluit te nemen dat voor dit plan geen milieueffectrapportage (MER) hoeft te worden opgesteld. In het besluit m.e.r. is opgenomen voor welke voorgenomen activiteit een m.e.r.-plicht of m.e.r, beoordelingsplicht geldt om te toetsen of sprake kan zijn van belangrijke nadelige milieugevolgen bij ruimtelijke ontwikkelingen. De ontwikkeling valt onder categorieén D.11 en D.14. Omdat onder de drempelwaarden uit kolom 2 wordt gebleven, kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Om deze reden is bijgevoegde aanmeldnotitie opgesteld. Hieruit komt naar voren dat het opstellen van een MER niet noodzakelijk is. 4.2
ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in bestemmingsplannen aandacht te worden besteed aan de aspecten archeologie en cultuurhistorie. In juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vormt — samen met de nieuwe Omgevingswet — het nieuwe kader voor bescherming van het cultuurhistorisch erfgoed. Op grond van het overgangsrecht in de Erfgoedwet blijven bepaalde onderdelen van de Monumentenwet 1988 (waaronder de vergunningplicht voor monumenten, de bescherming van stads- en dorpsgezichten en de regelingen voor archeologie) ongewijzigd van toepassing tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Op grond van artikel 3.1.6 lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening moeten gemeenten bij het opstellen van bestemmingsplannen in de toelichting een beschrijving geven van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten (archeologische waarden) rekening is gehouden.
Toetchtng
21
> Geling Advies a
4.2.1
.
.
Archeologie Op grond van het Verdrag van Malta en de daaruit vloeiende Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), dient bij de opstelling en de uitvoering van ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met bekende archeologische waarden en de te verwachten archeologische waarden. Het uitgangspunt hierbij is dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. De gemeente Heumen heeft een archeologische waarden- en verwachtingskaart opgesteld. Op deze kaart ligt de locatie deels in een gebied met middelmatige en deels met lage archeologische verwachting. Ter plaatse van de aanwezige bebouwing geldt een middelmatige archeologische verwachting. Deze verwachtingen zijn tevens verankerd in het bestemmingsplan Buitengebied Heumen 2009.
=e a aS
iqgiag binnen
Ligging bi
archeologische
verachtingskaart
©, A 36) 7J _ AME)
\ ee
o
(J CP X Ke \
\,
72 \G
\N \ \KsPEL4£4 Ze a he \ \ KA Oy OPR aN SN <p ¥ Cn \ Re WH 1 To \ aeSY A\
WN \ OA AS \\WAZA WX \K\\ \ \ } SS
‘
i
ran
<= “ Soo \ t y NS \ ! Coe ren yt pet eens SSS rN UN Serine cee Ly S % YY eee | SSS 1 cee rea Recteipeeeteneepe eid peeen se reen eee “ arate caaaes
CE wee wensiog
S
Prold er
\
‘
EN DW
2
>
\Orr
Arg
¥. \
In het gebied met middelmatige verwachting geldt een verwachting van resten uit met name de oudere Prehistorie. Archeologische resten afgedekt door een >50 cm dikke conserverende laag en daardoor waarschijnlijk goed geconserveerd (profieltype 4) of archeologische resten vlak onder het maaiveld en daardoor kwetsbaar (profieltypen 5 en 6). In het gebied met lage verwachting geldt een verwachting van resten uit alle perioden. Archeologische resten afgedekt door een >50 cm dikke conserverende laag en daardoor waarschijnlijk goed geconserveerd (profieltype 7) of archeologische resten vlak onder het maaiveld en daardoor kwetsbaar (profieltype 8 en 9). In het bestemmingsplan is vastgelegd dat er een archeologisch rapport dient te worden aangeleverd bij het oprichten van een bouwwerk groter dan 2.500 m?. Op onderhavige locatie worden een loods (circa 2.150 m7?) en een woning (circa 100 m’) gerealiseerd. Er wordt dus minder dan 2.500 m? aan nieuwe bebouwing gerealiseerd. Daarnaast geldt dat binnen het
Toelichng
22
‘D> Geling Advies volledige bouwvlak momenteel al bebouwing aanwezig is, waar bij de realisatie ervan de ondergrond reeds geroerd is. Verder geldt op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 dat toevalsvondsten gemeld moeten worden bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag is de gemeente Heumen. 4.2.2
Cultuurhistorie
Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van ruimtelijke plannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Cultuurhistorisch erfgoed moet worden beschermd. Het gaat dan om erfgoed in brede zin; in
cultuurlandschappelijke, | stedenbouwkundige = en __ bouwhistorische
betekenis. Voorgaande is sinds 1 juli 2016 vastgelegd in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijven gehandhaafd.
De gemeente Heumen heeft een rapport opgesteld dat een inventarisatie bevat van de cultuurlandschappen, landschapselementen, bouwkunst en immaterieel erfgoed in de gemeente. Navolgend is de_ locatie weergegeven binnen de kaartbijlage van dit rapport;
Figu r 1 4
Wa rdenka rt Uitsnede
Cultuurhistorische
BS 4 ‘ SS
SS :
;
6
r~«S
:
Ni NG \y a S \
ta x ee /, ,
\
WZ
C4 N\ oy nN >NA (Soe bears a OwLEZPCCA NY "
AX
\
“s
9
x
yy
@ALY j Ny ~
4s
\"
*“\ \, \ Ce. cs
)_ © jong broek met grasland in het rivierter as engebied Gelderland) yee % 4% soZF We opgaand groen (Landschapsbeheer Gelderland) 2” ee, a \' as 9] overig viakvormig opgaand groen (Landschapsbeheer —_overigpuntvormig
Jong broek met grasland in het rivierterrassengebied Een gedeelte van het broekgebied (gebied waar water in natuurlijke omstandigheden stagneert en waar dus permanent natte condities
Toelichting,
23
‘D> Geling Advies a
.
.
bestaan) tussen de oude akkers van Malden en de rivierduinen van
Overasselt was al vddér 1850 ontgonnen. Het broekgebied bestond uit stroken grasland die vanuit de boerderijen langs de historische bewoningsas van Malden, de Hatertseweg, waren ontgonnen. Bijzonder aan dit broekgebied met zijn smalle percelen was de aanwezigheid van de paden die vanuit de boerderijen langs de kavelgrenzen naar de achterzijde langs de wetering liepen. Langs deze paden stonden soms bomen die van natte condities hielden, zoals elzen of wilgen. Hiervan zijn nog enkele exemplaren bewaard gebleven. Binnen de verschillende stroken kwam ook opgaand bos voor. Door de wijze waarop die bosstructuur zich conformeerde aan de kavelgrenzen bleef het patroon herkenbaar. Het gebied is in eerste plaats sterk van karakter verander door de aanleg van de Maas-Waalkanaal, dat het gebied doorsnijdt. Beplanting langs dat kanaal haalt het zicht vanuit de boerderijen langs de Hatertseweg naar de achterste helft van de oorspronkelijke percelen weg. Daarnaast is door schaalvergroting en de bouw van boerderijen langs de Westerkanaaldijk de oorspronkelijke structuur aangetast. Toch is in het terrein de lengterichting van de percelen nog gebleven, onder meer vanaf de Burchtselaan. Het overige deel, zowel ten oosten als westen van de Nieuwe Wetering, was in 1850 nog onverkaveld. Hier lagen ook de resten van de oude Malderburcht. Kort daarna begon men met de verkaveling in kleine
blokvormige
—_percelen, © met
beplanting
langs
wegen
en
hoofdstructuurlijnen, sloten tussen de percelen en verspreid liggende bospercelen. Het geheel ademt het karakter van een zeer rationeel, gepland landschap. Alhoewel een aantal structuurlijnen in het landschap ook tegenwoordig nog onmiskenbaar is, zoals de Broeksehofweg en de Nieuwe Wetering, is de herkenbaarheid fors afgenomen. Het gebied is sterk herverkaveld en wordt doorsneden door de A73 én het Maas-Waalkanaal. Het gedeelte ten oosten van het kanaal is bovendien grotendeels volgebouwd met de uitbreidingswijken van Malden. Het jongst verkavelde deel van het gebied, ten noorden van Heumen, is nog het gaafst bewaard te noemen. Hier bevindt zich ook interessante beplanting. De cultuurhistorische waarden worden daarmee niet geschaad, daar de ontwikkeling plaatsvindt op een bestaand bouwvlak en de omliggende structuren niet worden aangetast. 4.3
FLORA EN FAUNA
Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met eventuele ecologische waarden in of nabij het projectgebied. De voorgenomen ontwikkelingen mogen geen negatieve effecten hebben op de aanwezige beschermde soorten zoals aangewezen in de Wet natuurbescherming. Indien hiervan sprake is moet ontheffing of vrijstelling worden aangevraagd. Tevens mogen de ontwikkelingen geen negatieve effecten hebben op de aangewezen Natura 2000-gebieden. Bescherming
Toelichting,
24
‘D> Geling Advies in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebiedsen soortenbescherming. Soortenbescherming Om te bepalen of er met de ontwikkeling mogelijk beschermde flora en fauna aangetast kan worden is er door Exlan een Quick Scan flora en fauna uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. De conclusie van dit onderzoek is als volgt:
Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Wet natuurbescherming, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1.
Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor?
2.
Welke invioed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding?
3.
Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig?
Welke status hebben deze soorten?
Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beinvioed.
Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dieren/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Alle sloopwerkzaamheden dienen bij voorkeur verricht te worden buiten het broedseizoen (15 maart t/m 15juli).
Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing. Gesteld kan worden dat de beoogde herbestemming van de locatie geen onevenredige nadelige gevolgen zal hebben voor flora en fauna.
Toolictng,
25
‘b> Geling Advies Gebiedsbescherming In Nederland is gebiedsbescherming geregeld middels de Wet natuurbescherming, waarin alle gebiedsbeschermende internationale afspraken en richtlijnen zijn geimplementeerd. Met betrekking tot gebiedsbescherming is de situering ten opzichte van de Natura 2000gebieden van belang. Bij negatieve effecten kan onder andere gedacht worden aan: optische verstoring door het toevoegen van bebouwing, verlies van oppervlakte, verdroging of vernatting, vermesting en verzuring, verstoring door licht, geluid en trillingen. Op de planlocatie wordt de nertsenhouderij beéindigd. Er vindt een omschakeling plaats naar een paardenfokkerij en daarnaast wordt één nieuwe woning gerealiseerd. Er vinden geen handelingen plaats welke kunnen leiden tot significant negatieve effecten op de omliggende natuurgebieden. De afstand tot het dichtstbijziind gelegen Natura 2000gebied bedraagt circa 6,5 kilometer (Sint Jansberg). Dit maakt dat de meeste effecten uit te sluiten zijn op voorhand. Voor de beoogde situatie is daarnaast nagegaan of de activiteiten mogelijk nadelige gevolgen kunnen hebben door stikstofemissie. Uit bijgevoegde AERIUS-berekening wordt duidelijk dat de beoogde situatie geen toename in depositie heeft op Natura 2000-gebieden.
Concluderend kan gesteld worden dat de _ beeindiging van de
nertsenhouderij, het omschakelen naar een paardenfokkerij en realisatie van één extra woning, niet zal leiden tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura2000-gebieden en Beschermde natuurmonumenten in de omgeving. Natuurnetwerk Nederland
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met natuurwaarden van (inter) nationaal belang. Het doel van NNN-beleid is het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit. Voor het NNN geldt op basis van het Rijksbeleid (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene_ regels ruimtelijke ordening) de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant verstoren.
In onderstaand figuur is een uitsnede weergegeven van het natuurbeheerplan. Het plangebied is gelegen tussen Natuurnetwerk gebieden. Omdat enkel werkzaamheden binnen het plangebied plaatsvinden, wordt het Natuurnetwerk niet aangetast door de ontwikkeling.
(>: (EV raw
26
‘b> Geling Advies a
.
Figuur 12
Natuurnetwerk in
Maas-Waalkan
planomgeving
.
.
ae%
:
\ %
ra
SS ZZ
ral
fy ¢ %
“
Legenda:
GS) sNatuurnetwerk Nederland
4.4
WATERPARAGRAAF
Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is de opstelling van een waterparagraaf verplicht gesteld, mede in relatie tot de watertoets. In deze paragraaf wordt verwoord hoe er in het plan met de aspecten water en ruimte rekening wordt gehouden, in relatie tot enerzijds het waterbeleid en anderzijds de waterhuishouding.
Beleid en regelgeving Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap Rivierenland. Het Waterschap heeft het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. In dit waterbeheerplan staan de doelstellingen van het Waterschap voor deze periode. Met het Waterbeheerprogramma weten inwoners en partners binnen het werkgebied wat ze kunnen verwachten, maar wordt tevens invulling gegeven aan de verplichting vanuit de Waterwet om een waterbeheerplan op te stellen. De missie luidt: “Waterschap Rivierenland zorgt voor veilige dijken en een evenwichting watersysteem”. In het waterbeheerprogramma worden de volgende principes genoemd:
>» >» > >» >»
De natuurlijke
kenmerken van
de = ondergrond vormen_
het
uitgangspunt voor ons werk Water is bepalend voor de inrichting van het gebied We zijn zuinig op water en grondstoffen Bescherming van het gebied tegen overstromingen is onze focus ~We pakken uitdagingen op binnen deze generatie en wentelen niet af
Toeliching
27
‘> Geling Advies a
van
toekomst:
we
maken
.
>»
Waterbeheer
>»
Met elkaar zorgen we voor een toekomstbestendig rivierengebied
verantwoorde keuzes
de
.
maatschappelijk
Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. Locatiestudie
De locatie ligt op een maaiveldniveau van circa 9 m + NAP (AHN4), waarbij de gemiddelde hoogste grondwaterstand zich bevindt op een diepte van 60-70 cm onder maaiveld en de gemiddelde laagste grondwaterstand 130140cm onder maaiveld. De bodem kan worden geclasificeerd als Poldervaaggronden; zwarte zavel (grof zand en of grind beginnend tussen 0,4 en 1,2 m-mv en tenmiste 0,4 m dik). Deze gronden zijn geschikt voor infiltratie van hemelwater.
Navolgend is een uitsnede van de legger Opperviaktewater weergegeven. Figuur 13
Legger
waterstaatswerken Waterschap ei
Rivierenland
[pe Pie Hee
-
;
(As.
GA se
ee,
x
aS56
S64
NY
g
\
a \
.
\\\ A P \\\ CN EN
ANY
k water 0 WaBBTHterstPPrimairaritmsawierrgedeeis ondemnoud
yore aB
\\\ y/
ce
e
htSa SS a
en\W>Le‘ \, . \\ if oa Bs1 tertiair \
bya<>. ws
So a
807
Se
eu
. s S®&
ecundair
BB Kunstwere Bodemvatien
RIS We ceaae »| TBD Kunstwerk vaste BruggenDammen \ \ np |
S77 aberA “ —Z _ \ | Kunstwerk Duikers ae — — TB kunstwerk Gemaien < 4A =NS Kunstwerk Sifons ee
a
hM
oor
y
WB kunstwerk
;
A; eZ \ ~. x\, IS KKuunnssttwweerrkk Svliusipzaens ages % >.
Beschermingszones
Uit de legger blijkt dat ten zuidoosten van het plangebied is een tertiaire watergang gelegen is. Aan het zuidwesten van het plangebied is een secundaire watergang gelegen. Deze waterlopen maken geen onderdeel uit van voorliggend bestemmingsplan. In of nabij de watergangen vinden geen werkzaamheden plaats. Aan en bij de watergangen vinden geen werkzaamheden plaats. Tevens is sprake van een afname van het verhard
Toolictng,
28
‘D> Geling Advies oppervlak, waardoor er minder hemelwater afgevoerd wordt en meer infiltreerd in de bodem.
Waterkwantiteit
De eis van het Waterschap voor solitaire infiltratiesystemen (dus zonder overloop op een sloot) is dat er 66,4 mm neerslag per aangesloten m? verhard oppervilak kan worden geborgen. De gemeente Heumen stelt dezelfde bergingseis als het waterschap, namelijk dat per m? verhard oppervlakte 66 mm neerslag berging op eigen terrein moet worden gerealiseerd. Deze berging dient binnen 48 tot 96 uur weer leeg te lopen (=infiltratie) en de bodem van de bergings/infiltratievoorziening dient zich minimaal 0,50 m obven de lokale gemiddel hoogste grondwaterstand te bevinden.
In totaal wordt er circa 7.500 m? aan bebouwing gesloopt. Daarnaast wordt omliggende verharding verwijderd. De nieuwe loods voor de stallen heeft een oppervlak van circa 2.150 m? en de woning heeft een opperviakte van 100 m?. De voorgenomen ontwikkeling resulteert hierdoor in een grote afname van het verhard oppervlak. De grote afname aan verhard oppervlak draagt positief bij aan de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse, doordat het infiltrerend oppervlak van de bodem groter wordt. Er wordt een infiltratievoorziening aangelegd aan de noordzijde van het perceel. Het GHG op de locatie is 60-70 cm. De infiltratievoorziening wordt 0,5 m diep, zodat het boven het GHG bilijft. De voorziening dient 2.250 m x 0,066 = 148,5 m® regenwater op te kunnen slaan (gemeente Heumen). De voorziening wordt 85 m lang, 4 m breedt en heeft een talud van 0,5:0,5. Hiermee kan er per strekkende meter 1,75 m? water worden opgeslagen. In totaal kan er 148,75 m? worden opgeslagen. Dit voldoet aan de eisen van het gemeentelijk beleid. De berging zal binnen 48-96 uur weer leeglopen/infiltreren in de bodem. Waterkwaliteit
Ten behoeve van de waterkwaliteit zal de voorgestelde ontwikkeling bij de aanleg gebruik maken van milieuvriendelijke bouwmaterialen en worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper, zink niet gebruikt, waardoor de uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater voorkomen wordt. Deze stoffen kunnen zich namelijk ophopen in het water (bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de_ water(bodem)kwaliteit en ecologie. Het huishoudelijk afvalwater van de woningen wordt op passende wijze verwerkt.
Het hemelwater van de nieuwe bebouwing wordt volledig afgekoppeld en
zal infiltreren in de bodem. Geconcludeerd kan worden dat er met het
voorliggend initiatief geen waterschapsbelangen in het geding zijn. Dit blijkt ook uit de uitgevoerde digitale watertoets, welke is toegevoegd als bijlage. Er is derhalve geen belemmering aanwezig vanuit het aspect water.
Toetchtng
29
‘> Geling Advies a
.
.
De bovenstaande conclusies en bevindingen worden in het kader van het wettelijk vooroverleg voor een wateradvies aangeboden aan Rivierenland. Vuilwater
Ten behoeve van de bestaande woning is er een drukrioolunit beschikbaar. Op deze unit wordt de 2° woning aangesloten.
Er komt beperkt afvalwater vrij vanuit de paardenfokkerij. Dit gaat alleen om water van sanitaire voorzieningen. Deze hoeveelheid zal niet afwijken van de hoeveelheid afvalwater die ontstond bij de nertsenhouderij. Bij de nertsenhouderij kwam namelijk ook afvalwater vrij van de sanitaire voorzieningen. Extra afvalwater ontstaat door het wassen van de paarden op de wasplaats. Echter, is dit bij een paardenfokkerij minimaal. Waardoor de hoeveelheid extra afvalwater beperkt zal blijven. 4.5
BODEM
Ten behoeve van de ontwikkeling is een bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is toegevoegd als bijlage. De uitkomst van dit onderzoek is als volgt: Verkennend bodemonderzoek
Zintuiglijk zijn in de bovengrond plaatselijk biimengen aangetroffen met kolengruis en betonresten. Verder is in de uitkomende grond van boring 06 een stukje asbesthoudend materiaal aangetroffen. Grond
Uit de analyseresultaten blijkt dat in de kolengruishoudende grond ter plaatse van boring 03 van 0,0 - 0,5 m-mv een sterke verontreiniging is aangetoond met zink. Verder zijn in de grond ter plaatse van de boringen 01 en 06 lichte verontreinigingen met zink aangetoond. De aangetoonde verontreinigingen zijn in tegenspraak met de hypothese dat de onderzoekslocatie niet-verdacht is. De omvang van de sterke grondverontreiniging met zink is niet bekend. Geadviseerd wordt om nader onderzoek uit te voeren om de aard en omvang van de aangetoonde sterke verontreiniging met zink vast te stellen. Grondwater
In het grondwater is een lichte verontreiniging aangetoond met nikkel. De aangetoonde verontreiniging is in tegenspraak met de hypothese dat de onderzoekslocatie niet-verdacht is.
Het aangetroffen gehalte nikkel in het grondwater is echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk is.