Bijlage II Motivering
Tekst van het document
Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
Colofon Rapport: Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt Rapportnummer: 2927BS02 Status: definitief Datum: 12 december 2024
Opdrachtnemer Geling Advies Postbus 12 5845 ZG Sint Anthonis www.gelingadvies.nl
Contactpersoon Geling Advies Drs. R. Elbers-van den Hurk Adviseur ruimtelijke ontwikkeling 0493 – 597 500 relbersvandenhurk@gelingadvies.nl
© DECEMBER 2024
GELING ADVIES
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN GELING ADVIES. AAN DE INHOUD VAN DIT RAPPORT KUNNEN GEEN RECHTEN WORDEN ONTLEEND. G&O CONSULT VERWERPT ELKE AANSPRAKELIJKHEID VOOR EEN ANDER GEBRUIK VAN DEZE TEKST DAN VOOR DE SITUATIE WAARVOOR DEZE WORDT UITGEBRACHT. DE INFORMATIE IN DEZE TEKST IS ONDER VOORBEHOUD EN KAN VERANDERD WORDEN ZONDER VOORAFGAANDE KENNISGEVING.
2 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
INHOUD 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Plangebied 1.3 Toetsing aan het omgevingsplan 1.4 Leeswijzer
5 5 6 6 7
2 BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE 2.1 Ontstaansgeschiedenis 2.2 Ruimtelijke structuur 2.3 Huidige situatie plangebied
8 8 8 9
3 VOORGENOMEN ONTWIKKELING 3.1 Ontwikkeling 3.2 Stedenbouw 3.3 Ontsluiting en parkeren 3.4 Landschap
11 11 12 13 13
4 BELEIDSKADER 4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Omgevingswet 4.1.2 Omgevingsbesluit 4.1.3Nationale Omgevingsvisie Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving 4.1.4Instructieregels (AMvB’s) 4.1.5Conclusie 4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 4.2.2Omgevingsverordening Gelderland 4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1Omgevingsvisie Heumen 4.3.2Toetsingskader Ruimte voor ruimteregeling Gemeente Heumen 4.3.3Beleidsnotitie woonbeleid gemeente Heumen 2024-2030 4.3.4Welstandsnota Heumen 2016 4.3.5Omgevingsplan Heumen
17 17 17 18 18 19 21 21 21 23 25 25 26 27 28 30
5 ASPECTEN MILIEU EN FYSIEKE LEEFOMGEVING 5.1 Milieu 5.1.1Bedrijven- en milieuzonering 5.1.2Bodem 5.1.3 Lucht 5.1.4 Geur38 5.1.5 Gezondheid 5.1.6 Geluid 5.1.7 Trillingen 5.1.8 Externe veiligheid 5.1.9 Kabels en leidingen 5.2 Water 5.3 Natuur 5.3.1Gebiedsbescherming 5.3.2Soortenbescherming 5.4 Cultuurhistorie
33 33 33 35 37 39 39 42 42 44 44 51 51 52 53 3
Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
5.5 5.6 5.7 5.8
ArcheologIE Mobiliteit Toetsing Besluit m.e.r. / m.e.r. beoordeling Duurzaamheid
54 56 58 58
6 BEPERKINGENGEBIEDEN 6.1 Beperkingengebieden
60 60
7 UITVOERBAARHEID 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.1.1Financieel economische haalbaarheid 7.1.2Kostenverhaal 7.1.3Nadeelcompensatie 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.2.1Participatie & omgevingsdialoog 7.2.2Bevoegd gezag en afstemming met ketenpartners 7.2.3Vaststellingsprocedure
61 61 61 61 61 61 61 62 62
8 EVENWICHTIGE TOEDELING VAN FUNCTIES AAN LOCATIES
63
Bijlage 1:
Situatieschets
Bijlage 2:
Impressie plangebied
Bijlage 3:
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 4:
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 5:
Landschappelijk inpassingsplan
Bijlage 6:
Wateradvies
Bijlage 7a:
Aerius-berekening gebruiksfase
Bijlage 7b:
Aerius-berekening aanlegfase
Bijlage 7c:
Onderbouwing Aerius-berekening
Bijlage 8:
Quickscan Flora en Fauna
Bijlage 9:
Omgevingsdialoog
Bijlage 10:
Verbeelding
4 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
1 1.1
INLEIDING
AANLEIDING EN DOEL Onderhavige motivering heeft betrekking op de locatie Worsumseweg 1 te Overasselt. Initiatiefnemer is voornemens om het agrarisch bedrijf (varkenshouderij) aan de Worsumseweg 1 te Overasselt te beëindigen. In ruil voor de sloop van de vijf varkensstallen met een totale omvang van 3.000 m2 wenst initiatiefnemer twee twee-onder-één kapwoningen (vier woningen) binnen het huidige bouwvlak te realiseren. Daarnaast wenst initiatiefnemer het kinderdagverblijf op de locatie in dezelfde hoedanigheid en omvang (16 kindplaatsen) voort te zetten in de vorm van een beroep aan huis. De bedrijfswoning wordt mede omgezet naar een burgerwoning. De mogelijkheid bestaat om de huidige garage/werkplaats te verbouwen tot een kapschuur om daarin een binnenspeelplaats voor de kinderen te realiseren en een gedeelte te behouden als garage/werkplaats. Hierdoor is er meer (speel)ruimte beschikbaar voor de kinderen bij slecht weer. Verder zal, gezien de cultuurhistorische waarde, het bakhuis op het perceel behouden blijven. De gemeente Heumen heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan het mogelijk maken van twee twee-onder-één kapwoningen en het verder gewenste op het perceel aan de Worsumseweg 1 te Overasselt.
Het plan is strijdig met de bepalingen in het vigerende tijdelijk deel Omgevingsplan van de gemeente Heumen ‘Buitengebied Heumen 2009’, welke door de gemeenteraad is vastgesteld op 16 december 2010. Om onderhavig initiatief mogelijk te maken wordt een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) procedure doorlopen. Voorliggende motivering maakt hiervan onderdeel uit. In onderhavige motivering wordt aangetoond dat het plan passend is in de omgeving en voldoet aan alle weten regelgeving. Aangetoond dient te worden dat er sprake is van een Evenwichtige Toedeling van Functies Aan Locaties (ETFAL).
5 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
1.2
PLANGEBIED De planlocatie aan de Worsumseweg 1 is gelegen in buurtschap Worsum in het buitengebied van Overasselt in de gemeente Heumen, zie navolgende figuur. Figuur 1 Kaart omgeving plangebied (plangebied is blauw omcirkeld)
Het plangebied bestaat uit het perceel plaatselijk bekend als Worsumseweg 1 te Overasselt, gelegen in de gemeente Heumen. De locatie is kadastraal bekend onder (voormalige) gemeente Overasselt, sectie G en perceelnummer 299. De omvang van het totale plangebied (erf met bedrijfswoning, stallen en loodsen) bedraagt circa 13.500 m2. Deze omvang is inclusief de te behouden erfbeplanting.
1.3
TOETSING AAN HET OMGEVINGSPLAN Het plangebied is in het vigerend tijdelijk deel Omgevingsplan van de gemeente Heumen ‘Buitengebied Heumen 2009’, gelegen in de bestemming “Agrarisch met waarden-Landschap” met een bouwvlak en de dubbelbestemming ‘WaardeArcheologische verwachting 1’. Strijdigheid activiteit vigerend tijdelijk deel omgevingsplan De ontwikkeling in de vorm van realisatie twee twee-onder-één kapwoningen (vier woningen) is in strijd met het vigerende tijdelijk deel van het Omgevingsplan gemeente Heumen. Om onderhavige ontwikkeling mogelijk te maken wordt een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) procedure doorlopen. Onderliggende motivering is hiervoor opgesteld. Het exploiteren van het huidige kinderdagverblijf op de locatie is door de gemeente Heumen toegestaan. In de nieuwe situatie wordt het bestaande kinderdagverblijf in de huidige vorm voortgezet (16 kindplaatsen). In het nieuwe omgevingsplan zullen de gebouwen (delen van) ten behoeve van het kinderdagverblijf nader worden aangeduid met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – kinderdagverblijf aan huis’.
6 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
1.4
LEESWIJZER Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de voorgenomen ontwikkeling. In hoofdstuk 4 komt de relatie van het plan met het algemene en specifieke rijks- provinciale en gemeentelijke beleid voor de fysieke leefomgeving van het plangebied aan bod. Hoofdstuk 5 geeft inzicht in alle relevante aspecten van dit plan. Het te realiseren plan dient te passen binnen het betrokken gebied, waarbij gemotiveerd moet worden aangegeven hoe het plan zich verhoudt tot de aanwezige functies en waarden in dat gebied. In hoofdstuk 6 wordt aangegeven of beperkingengebieden binnen het plangebied van toepassing zijn. Hoofdstuk 7 gaat in op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan. Tot slot wordt in hoofdstuk 8 een algehele conclusie getrokken, waarin gemotiveerd wordt of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en of de ontwikkeling aanvaardbaar is.
7 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
2 2.1
BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE
ONTSTAANSGESCHIEDENIS Het landschap in de gemeente Heumen is met name bepaald door de ligging in het rivierengebied. Rondom de planlocatie is de kenmerkende structuur van het rivierenlandschap zichtbaar. De oeverwal van de Maas is gelegen tussen Heumen en Nederasselt. Het is van oorsprong een zandige rug langs de Maas, ontstaan door resterende deeltjes tijdens overstromingen. De oeverwallen zijn vruchtbare gronden, waardoor hier al vroeg landbouw werd bedreven, zoals grondgebonden tuinbouw in de vorm van boomgaarden. Na verloop van tijd zijn deze tuinbouwbedrijven hier en daar uitgebreid met glasopstanden. Het oeverwallenlandschap grenst in het noorden aan het open kommengebied en het Heumensbos. Hier is het landschap wat meer open van karakter en kleinschaliger dan in de overige komgronden. In het gebied liggen de drie kleine kernen, Overasselt, Nederasselt, Heumen, die door de N846 met elkaar worden verbonden en worden ontsloten richting de A73. Het oeverwallenlandschap grenst in het zuiden aan de Maasdijk. De oorspronkelijke landschapsstructuren met verspreide (historische) bebouwing zijn nog zeer goed te onderscheiden. In het gebied zijn nog percelen of overblijfselen van vroegere kastelen en burchten te vinden. Het gebied is een overwegend agrarisch gebied, waarin een aantal buurtschappen zijn gelegen, zoals Worsum, Schoonenburg, Ewijk en Molenhoek.
Bebouwing was slechts verspreid langs de linten aanwezig op de veelal hoger gelegen gronden, met name langs de hoofdweg over de oeverwal, de huidige N846. Na 1900 heeft er een schaalvergroting plaatsgevonden en zijn veel kleinere kavels samengevoegd tot grote kavels, waardoor de kleinschaligheid van het landschap is afgenomen. De kernen Overasselt, Nederasselt en Heumen zijn na 1900 in omvang toegenomen. De buurtschappen zijn qua omvang daarentegen nauwelijks veranderd.
2.2
RUIMTELIJKE STRUCTUUR De planlocatie aan de Worsumseweg 1, ‘Worsumsche Hof’, is gelegen in het buitengebied van de gemeente Heumen tussen de kernen Heumen en Overasselt. De locatie ligt binnen het oeverwallenlandschap, binnen het buurtschap Worsum, wat een zogenaamd cultuurhistorisch ensemble vormt. In het gehucht Worsum zijn de woningen meer agrarisch van karakter en zijn voormalige boerderijen te vinden. Het buurtschap ligt ten noordoosten van de kern Overasselt en ten westen van de A73 en de Kern Heumen. Het buurtschap heeft een kleinschalige karakter met de aanwezigheid van bijzondere historische bebouwing, zoals kerkjes, molens en oude boerderijen. Binnen het buurtschap is sprake van een menging van functies, waaronder enkele agrarische bedrijven (melkrundveehouderijen) met agrarische gronden, woonpercelen en overige niet-agrarische functies, zoals een loon/grondverzetbedrijf en recreatieve functies zoals een camping, B&B’s en winkeltjes. Dit maakt het landschap tevens een recreatief landschap. Verder worden de blokvormige kavels afgewisseld door bossages, laanbeplanting en enkele fruitboomgaarden. Wegen lopen slingerend tussen de blokvormige kavels door. 8 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
2.3
HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED Op de locatie is sprake van een agrarisch bedrijf in de vorm van een varkenshouderij met vergunning voor het houden van 2.342 dieren. De bebouwing in het plangebied bestaat uit een langgevelboerderij (bouwjaar circa 1300) waarvan een gedeelte momenteel gebruikt wordt voor het kinderdagverblijf Beestenboel (172 m2). Achter de langgevelboerderij bevindt zich een bakhuis, welke karakteristiek is. Het bakhuis dient als opslag/berging. Aan de oostzijde van de langgevelboerderij staat een bijgebouw behorende bij de bedrijfswoning. Deze dient als garage/werkplaats en heeft een omvang van circa 280 m 2. Naast deze garage/werkplaats bevindt zich een speelplaats voor de kinderen van het kinderdagverblijf. Achter de speelplaats zijn vijf varkensstallen met een totale omvang van circa 3.000 m2 gelegen behorende tot het agrarisch bedrijf op het perceel. Rondom de bedrijfsbebouwing op het perceel is het erf verhard. Figuur 2 Luchtfoto plangebied (rood omkaderd)
Ontsluiting en parkeren De bedrijfswoning en garage/werkplaats worden ontsloten middels een inrit aan de Worsumseweg. De varkensstallen zijn bereikbaar middels een tweede inrit aan de Heegseveldweg. Aanwezig groen De tuin aan de voorzijde van de bedrijfswoning en garage/werkplaats bestaat uit gras en/of bomen. Aan de achterzijde van de bedrijfswoning bestaat de tuin uit grasveld evenals aan de achterzijde van de stallen met achter op het perceel ook enkele bomen.
9 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
Figuur 3 Foto’s plangebied (bron: Quickscan Flora en Fauna)
Voorgevel bedrijfswoning
Bedrijfswoning (blijft behouden)
Bakhuisje (blijft behouden)
Te slopen (varkens) stallen
Te slopen (varkens)stallen
Te slopen (varkens)stallen
Te slopen (varkens)stallen
Te vervangen loods
10 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
3 3.1
VOORGENOMEN ONTWIKKELING
ONTWIKKELING In de huidige situatie is sprake van een varkenshouderij met als nevenactiviteit een kinderdagverblijf. Het plan is om de agrarische activiteiten op het perceel te beëindigen en de stallen te slopen. In ruil voor de sloop van totaal circa 3.000 m2 bedrijfsbebouwing, worden woningen gerealiseerd in de vorm van twee woongebouwen met twee woningen (twee-onder-één-kap woningen) met een maximale inhoud van 800 m3 per woning. Ook de bestaande bedrijfswoning wordt een burgerwoning. Het kinderdagverblijf wordt in de bestaande hoedanigheid voortgezet met de mogelijkheid deze uit te breiden met een binnenspeeltuin op het perceel. Hiertoe wordt de bestaande loods van 280 m2 op het perceel vervangen. De nieuwe loods met een oppervlakte van 120 m2 zal gebruikt worden als binnenspeeltuin c.q. berging ten behoeve van de voormalige bedrijfswoning op het perceel. In totaal zullen vier nieuwe wooneenheden worden gebouwd in de vorm van twee twee-onder-éẻn-kap woningen, elk met een inpandige garage. In de tuinen behorende bij de woningen grenzend aan het agrarisch bouwvlak van het agrarisch bedrijf aan de IJkelaarstraat 2 kunnen binnen een afstand van 50 meter tot op de grens van het agrarisch bedrijf geen bijgebouwen met een woonfunctie (zoals mantelzorgwoningen) bij de woning worden opgericht. Op de verbeelding is hiervoor een functieaanduiding opgenomen.
Duurzaamheid De nieuwe woningen zullen een duurzaam karakter verkrijgen, doordat deze onder andere aardgasvrij zullen zijn. De woningen worden een zogenaamde nul-op-demeter woningen genoemd. Daarnaast worden klimaatadaptieve maatregelen getroffen, zoals het tot een minimum beperken van erfverharding en/of uit te voeren als waterpasserende verharding. Ook wordt het perceel landschappelijk ingepast met gebiedseigen bomen, hagen en beplanting. Tevens zullen tuinen worden voorzien van een insectenmuur.
11 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
3.2
STEDENBOUW In de omgeving van het plangebied zijn verschillende langgevelboerderijen aanwezig. Deze zijn veelal met de lange gevel evenwijdig aan de weg gelegen, met uitzondering van enkele woningen zoals die aan de Worsumseweg 6. Deze langgevelboerderij ligt evenwijdig aan de Sleeburgsestraat. Daarnaast zijn de (langgevel)woningen in het gebied op afwisselende afstand van de weg gelegen. Dit varieert van 5 meter tot 20 meter. Veel van de woningen tussen de Sleeburgsestraat en de Worsumseweg liggen op grotere afstand van de weg, waarbij deze erven met een toegangsweg worden ontsloten. In het gebied is sprake van verspringende rooilijnen met de voorgevel aan de wegzijde.
Figuur 4 Voorgenomen inrichting planlocatie en situering parkeerplaatsen /ontsluiting
Voor de situering van de woongebouwen is uitgegaan van de historische landschapsstructuur waarbinnen de in de omgeving gelegen hoeves zijn geconcentreerd met verspringende rooilijnen. Daarnaast zijn de milieucontouren van invloed geweest op de situering van de woongebouwen, door de aanwezigheid van het aangrenzende agrarisch bedrijf (melkveehouderij) en het kinderdagverblijf met buitenspeelweide binnen het plangebied. Verder is het wenselijk bebouwing zoveel mogelijk te ontsluiten middels bestaande inritten, nieuwbouw binnen het bestaande agrarisch bouwvlak te realiseren en de voorgevel aan de wegzijde te situeren, de Worsumseweg of Heegseveldweg, zodat de achtertuinen gericht zijn op het achterliggende open land en er vanaf de weg gezien zicht is op de (langgevel)schuurwoningen. Bovendien is het stedenbouwkundig (beeld) en verkeerstechnisch niet wenselijk om de achtertuinen behorende bij de nieuwe woningen te situeren aan de wegzijde, in verband met slecht zicht op verkeer vanuit de oprit/inrit van de voormalige bedrijfswoning en nieuwe woongebouwen in de bocht van de Heegseveldweg. Gezien de omliggende historische bebouwing in het buurtschap met veelal de lange gevel op de weg gesitueerd en de verspringende rooilijn sluit het plan aan op de stedenbouwkundige structuur van de bebouwing in en rond het buurtschap 12 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
Worsum. Door het wegvallen van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing op het perceel en de situering van de nieuwe woongebouwen op deze wijze met de lange gevel naar de weg levert het plan ruimtelijke kwaliteitswinst op. Het plan is hiermee passend binnen het gehucht Worsum en draagt door de landschappelijke inpassing van het totale perceel hiermee bij aan een kwaliteitsverbetering van het landschap. De in het landschappelijk inpassingsplan opgenomen notenboomgaard in het centrum van de locatie zorgt voor een verweving tussen de bestaande voormalige bedrijfswoning en de nieuwe woningen op het erf. Voor een impressie van het gehele plangebied met de twee twee-onder-éénkapwoningen wordt verwezen naar navolgende figuur en de bijlagen. Figuur 5 Impressie perceel met twee twee-onderéẻn-kap woningen
3.3
ONTSLUITING EN PARKEREN De bestaande inrit aan de Heegseveldweg zal verplaatst moeten worden om de nieuwe twee-onder-één-kap woning te ontsluiten. De twee-onder-één-kap woning aan de Worsumseweg zal middels de bestaande inrit worden ontsloten, welke naar achter toe verlengd zal worden. De nieuwe woningen zullen worden voorzien van twee parkeerplaatsen per woning. In voorgaande figuur 4 is zichtbaar waar de parkeerplaatsen worden voorzien.
3.4
LANDSCHAP Het landschap is te kenschetsen als een stroomrug met rivierduinkoppen, in het landschap van de Maas. Kenmerkende elementen voor de omzoming van bebouwde erven zijn; hagen, leibomen, solitaire bomen en bomenrijen rond de hoeves, 13 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
boomgaardjes nabij de hoeves, restbosjes of gerief bosjes op droge koppen of in natte laagtes. In de eerste helft van de twintigste eeuw worden bebouwingen aan de zuidkant van het plangebied waargenomen. Deze worden vervolgens deels samengevoegd tot een langgerekte hoeve. Ten oosten en noordoosten hiervan bevond zich een boomgaard. De natte laagte aan de zuidoostkant verdween in de dertiger jaren. In de periode rond de Tweede Wereldoorlog worden kleinere kippen- en varkensstallen in de boomgaard gerealiseerd. In de zeventiger jaren intensiveert de veehouderij en wordt een grotere stal gerealiseerd. Daarna vinden uitbreidingen in zuidwestelijke en noordoostelijke richting plaats. De boomgaard verdwijnt gaandeweg. De huidige beplantingselementen sluiten goed aan bij de kenmerken van de landschappelijke situatie en verkeren in redelijke tot goede conditie. De knotwilg nabij de weg is hol en zal op termijn gaan uitbreken. In de nieuwe situatie zullen de stallen en de ten oosten van de hoeve gelegen berging worden gesloopt. De verhardingen nabij de stallen zullen worden verwijderd. Het kinderdagverblijf zal worden voortgezet. Ten oosten van de hoeve zal een bijgebouw met bergruimte c.q. overdekte speelplek worden gerealiseerd. De huidige woning en het kinderdagverblijf worden conform de huidige situatie ontsloten.
In het kader van de sloop zullen vier, als twee onder één-kap uit te voeren, langgevelwoningen worden gerealiseerd. De woningen zijn geprojecteerd aan de noordoostkant; aan de zuidwestkant stellen gewenste afstanden tot het kinderdagverblijf en de buurbedrijven beperkingen. De omgeving van de woningen zal worden benut als tuin. De woningen worden ontsloten via een gemeenschappelijke oprit. Garagebergingen of carports zullen in het centrum van de bebouwing worden ondergebracht. Het van daken en verhardingen vrijkomende hemelwater zal worden opgevangen in een sloot aan de noordoostkant. De nieuwe woningen worden in het landschap ingepast door het toevoegen van de volgende bomen, hagen en beplanting. 1) Aanplanten van een op de van oorsprong in de context voorkomende restbosjes geïnspireerde, groensingel. Deze singel schermt het ten noordwesten gelegen bedrijf af, vormt een decor en een ruimtelijke drager voor de te bouwen woningen. 2) Realiseren van een notengaard in het centrum van het plangebied; in het verleden bevond zich boomgaarden ten noorden en oosten van de hoeve. De notengaard verwijst naar de boomgaarden en vormt een verbindende schakel tussen het resterend erf en de nieuwe woningen. 3) Omzomen van de percelen met geschoren hagen en aanplanten van solitaire bomen rond de bebouwingen.
Dit verwijst naar de van oorsprong rond hoeves voorkomende omzomingen bestaande uit hagen en solitaire bomen.
14 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
Zie onderstaande figuren voor de landschappelijk inpassing en het landschappelijk inpassingsplan in de bijlagen. Figuur 6 Landschappelijke inpassing
Figuur 7 Landschappelijke inpassing
15 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
Verder is de planlocatie gelegen in een aardkundig waardevol gebied. De ontwikkeling heeft echter geen invloed op deze aardkundige waarden, aangezien de bodem in het plangebied reeds verstoord is door onder meer de bouw van de bedrijfsbebouwing (bedrijfswoning, varkensstallen, garage/werkplaats, bakhuis e.d.) op het perceel.
16 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
4
BELEIDSKADER
4.1
RIJKSBELEID
4.1.1
Omgevingswet De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingswet moet leiden tot meer ruimte voor duurzame ontwikkelingen, meer rekening houden met regionale verschillen, meer ruimte bieden voor maatwerkoplossingen en belanghebbenden vroegtijdig betrekken in de besluitvorming. Daarnaast is het doel van de Omgevingswet om de tientallen vormen van wet- en regelgeving onder het oude omgevingsrecht van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), te bundelen in één wet die toeziet op het omgevingsrecht en daarmee te voorkomen dat initiatiefnemers rekening moeten houden met veel verschillende wetten met elk hun eigen procedures, planvormen en regels. Met de Omgevingswet en bijbehorende uitvoeringsregelgeving streeft de regering vier verbeterdoelen na: het vergroten van de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht; het bewerkstelligen van een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving; het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte door een actieve en flexibele aanpak mogelijk te maken voor het bereiken van doelen voor de fysieke leefomgeving; het versnellen en verbeteren van besluitvorming over planen in de fysieke leefomgeving. De wet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water.
Daarmee vormt de wet de basis voor de samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. Om de Omgevingswet uit te voeren, hebben overheden de beschikking over 6 'kerninstrumenten': de omgevingsvisie: op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau kan een omgevingsvisie worden opgesteld; een samenhangend, strategisch plan dat rekening houdt met alle ontwikkelingen in de leefomgeving. het programma: maatregelen om de leefomgeving te beschermen, te beheren, te gebruiken en te ontwikkelen. Het programma richt zich op een onderwerp, een bepaalde bedrijfssector of een gebied. Verschillende overheden kunnen ook samen een programma opstellen. decentrale regels: Decentrale overheden hebben 1 regeling voor de fysieke leefomgeving voor hun hele grondgebied. Dit zijn het gemeentelijk omgevingsplan, de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Hierin staan verschillende soorten regels. Bijvoorbeeld decentrale regels voor activiteiten van burgers en bedrijven. En kaders om vergunningen te toetsen. Ook worden er gebieden in aangewezen die een bepaalde functie hebben. 17 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
algemene rijksregels: dit zijn het Bkl, Bal, Bbl en de Omgevingsregeling. Deze ‘Algemene Maatregelen van Bestuur’ (AMvB’s) worden in de onderstaande paragrafen nader toegelicht. de omgevingsvergunning: veel initiatieven van burgers en bedrijven hebben gevolgen voor de leefomgeving. Voor de meeste daarvan gelden algemene regels. Soms is een vergunning nodig. Bijvoorbeeld voor het verbouwen van een rijksmonument. De overheid toetst vooraf of dat mag. het projectbesluit. Het projectbesluit is een uniforme procedure voor besluitvorming over complexe projecten van het Rijk, een provincie of een waterschap. Bijvoorbeeld de aanleg van een weg, windmolenpark of natuurgebied. Een projectbesluit regelt in dezelfde procedure de afwijking van het omgevingsplan. Het projectbesluit kan ook gelden als een omgevingsvergunning. Doorwerking plangebied In dit geval is ervoor gekozen de inpassing van twee twee-onder-één-kap woningen op het perceel aan de Worsumseweg 1 te Overasselt mogelijk te maken met een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) procedure. Daarmee maakt het onderdeel uit van het kerninstrument ‘de omgevingsvergunning’. 4.1.2
Omgevingsbesluit Het Omgevingsbesluit richt zich tot alle partijen die in de fysieke leefomgeving actief zijn: burgers, bedrijven en de overheid. Het Omgevingsbesluit regelt in aanvulling op de wet onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Ook regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen, adviesorganen en adviseurs bij de besluitvorming en een aantal op zichzelf staande onderwerpen, zoals de milieueffectrapportage. Concreet bevat het Omgevingsbesluit bepalingen over de volgende onderwerpen: Bevoegdheden, handhaving en beheer Procedurele regels Projectprocedure Milieueffectrapportage Financiële bepalingen Digitale voorzieningen Doorwerking plangebied In dit geval gaat het om het toepassen van een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa). Er is sprake van een concreet initiatief. Hiervoor is de reguliere procedure van toepassing.
4.1.3
Nationale Omgevingsvisie Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is 18 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsen; De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Doorwerking plangebied Op het plangebied als zodanig wordt in de Nationale Omgevingsvisie niet specifiek ingegaan.
Deze heeft geen specifieke gevolgen voor het plangebied en biedt mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen, waarbij wel geldt dat een watertoets uitgevoerd dient te worden. Geen van de nationale belangen wordt met onderhavig plan aangetast of beïnvloed. 4.1.4
Instructieregels (AMvB’s) Navolgend wordt het plan getoetst aan de instructieregels vastgelegd in de navolgende besluiten. 4.1.4.1 ‘Besluit kwaliteit leefomgeving’ Het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het Bkl is opgebouwd uit de volgende onderwerpen: In de instructieregels staan onder andere de normen en regels die gelden voor omgevingsplannen, omgevingsverordeningen en waterschapsverordeningen. In de omgevingswaarden van het Rijk staan in het Bkl, zoals luchtkwaliteit en de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en zwemwater. Het Bkl bevat de regels voor het toetsen en verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning. En regels over monitoring en gegevensverzameling. Deze regels hebben betrekking op de onderdelen waterkwaliteit, externe veiligheid, luchtkwaliteit en het behoud van cultureel erfgoed.
19 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
4.1.4.2
‘Ladder voor duurzame verstedelijking’
De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand.. De toelichting bij een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het omgevingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Artikel 5.129 g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaald dat de Ladder betrekking heeft op een nieuwe stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van de ontwikkeling in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. In artikel 5.129 g Bkl is geen ondergrens vastgelegd. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel ‘in beginsel’ grenzen. Bij nieuwbouw en uitbreiding van overige stedelijke functies ligt de ondergrens in beginsel bij een ruimtebeslag van 500 m2 (per functie). Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen zoals maatschappelijke functies, cultuur, leisure of recreatie.
De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Dit zijn ontwikkelingen die een nieuw of groter planologisch beslag op de ruimte leggen dan het geldende omgevingsplan toestaat. Of, als er alleen een wijziging van de gebruiksfunctie is, op een andere manier wezenlijke ruimtelijke effecten hebben. Het is niet relevant of het plangebied binnen of buiten het stedelijk gebied ligt. In beide gevallen moet rekening worden gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Doorwerking plangebied Voordat de ladder duurzame verstedelijking wordt doorlopen, zal beoordeeld worden of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Jurisprudentie heeft uitgewezen dat bij ontwikkelingen waarbij de toename van het aantal woningen beperkt blijft tot 11 of minder, geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Voorliggend plan voorziet in een toename van vier woningen. In die zin kan worden gesteld dat de uitvoering van de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is op dit plan. 4.1.4.2 Besluit activiteiten leefomgeving In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan rijksregels voor burgers en bedrijven. De regels gelden voor bijvoorbeeld milieubelastende activiteiten, activiteiten in een beperkingengebied of activiteiten met gevolgen voor de natuur.
Het Bal bevat algemene regels, meldingsplichten, vergunningplichten, maatwerkmogelijkheden en specifieke zorgplichten, om het milieu, waterstaatwerken, wegen en spoorwegen en cultureel erfgoed te beschermen. Wanneer het noodzakelijk is dat het bevoegd gezag een activiteit voorafgaand beoordeelt, voorschriften daarvoor opstelt en expliciet instemt met de uitvoering daarvan, is een omgevingsvergunning vereist. Doorgaans gaat het om complexere activiteiten met potentieel grote gevolgen.
20 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
Doorwerking plangebied Met de ontwikkeling worden geen specifieke nieuwe activiteiten mogelijk gemaakt welke onder het Bal vallen. Indien bewoners van de locaties activiteiten onder het Bal wensen te verrichten, mogen deze niet in strijd zijn met het Omgevingsplan en dient getoetst te worden aan de algemene regels, meldingsplichten, vergunningplichten, maatwerkmogelijkheden en specifieke zorgplichten. 4.1.4.3 Besluit bouwwerken leefomgeving In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan rijksregels voor burgers en bedrijven. Het zijn allemaal regels die met bouwwerken te maken hebben. Ofwel het bouwen, in stand houden, gebruiken of slopen van bouwwerken. De regels gaan over onderwerpen als veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid. Het Bbl bevat: algemene regels; meldingsplichten; vergunningplichten; maatwerkmogelijkheden; specifieke zorgplichten. Doorwerking plangebied Bij de ontwikkeling is sprake van de realisatie van twee twee-onder-één-kap woningen. Na het onherroepelijk worden van de Bopa is sprake van sloop van de agrarische bebouwing en zal voor de nieuwe woningen een omgevingsvergunning worden aangevraagd voor de technische bouwactiviteit, waarbij een kwaliteitsborger toetst aan het Bbl. Deze toets aan het Bbl en de resultaten van deze toetsing worden aan de gemeente gemeld.
4.1.4.4 Omgevingsregeling In de Omgevingsregeling heeft het Rijk alle technische details van de andere regelgeving uitgewerkt. Denk aan aanvraagvereisten voor omgevingsvergunningen en rekenregels voor geluid. 4.1.5
Conclusie Op het plangebied als zodanig wordt in het Rijksbeleid niet specifiek ingegaan. Het rijksbeleid heeft geen specifieke gevolgen voor het plangebied en biedt mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen, waarbij wel geldt dat een watertoets uitgevoerd dient te worden. Geen van de nationale belangen wordt met onderhavig plan aangetast of beïnvloed. Het initiatief als zodanig past binnen de uitgangspunten van het ruimtelijke beleid van de nationale overheid, de NOVI. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling.
4.2
PROVINCIAAL BELEID
4.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De omgevingsvisie is vastgesteld op 19 december 2018 en vormt tevens de provinciale omgevingsvisie voor de provincie Gelderland onder de Omgevingswet, welke per 1 januari 2024 in werking is getreden. In deze visie geeft de provincie Gelderland aan te staan voor stevige uitdagingen. De wereld verandert ingrijpend en snel. Er zijn grote, grensoverschrijdende ontwikkelingen die ook Gelderland raken. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, verdere verstedelijking in combinatie met krimp, 21 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
toenemende mobiliteit op de weg en in de lucht, digitalisering, internationalisering. Uitdagingen die om antwoorden vragen. Daar hebben heeft de provincie partners nodig: inwoners, bedrijven, organisaties, overheden. De vraagstukken van nu zijn te groot en te ingewikkeld om los van elkaar aan te pakken. Niemand heeft de oplossing alleen in handen. Samen de krachten bundelen. Dat vraagt een andere rolinvulling, ook van de provincie. Steeds weer en meer samen met partners optrekken op basis van gelijkwaardigheid. En, waar dat kan en nodig is, het initiatief en de ruimte aan anderen laten. Of zelf de handschoen oppakken en doorpakken. Om samen stappen te zetten, heeft de provincie een gezamenlijke horizon nodig: een gedeeld vergezicht, een gedeelde ambitie dat dient als leidraad voor ons handelen. In de Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ beschrijft de provincie dit vergezicht: het beeld op de toekomst. Dit beeld is het resultaat van vele vruchtbare gesprekken met partners: inwoners, ondernemers, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties, overheden. Een vergezicht dat het accent legt op wat de provincie en deze partners samen belangrijk vinden. Een vergezicht dat tot de verbeelding spreekt en uitnodigt en aanspoort tot actie. En: dat de provincie helpt bij het gesprek over de keuzes die te maken zijn bij het vinden van concrete oplossingsrichtingen.
Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Dat is het streven. Dat is waar de provincie aan wil werken. Dit doet de provincie door bij de uitoefening van haar taken de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities – op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat – geeft de provincie hier richting aan. En door vier 'spelregels’ of ‘DOE-principes’ – DOEN, LATEN, ZELF en SAMEN – geeft de provincie hier werking aan. Tezamen vormen zij het kader waarbinnen de provincie werkt en afwegingen maakt. De zeven ambities van de provincie zijn de volgende: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Energietransitie: van fossiel naar duurzaam Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer Circulaire economie: sluiten van kringlopen Biodiversiteit: werken met de natuur Bereikbaarheid: duurzaam verbonden Vestigingsklimaat: Een krachtige, duurzame topregio! Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam
In de omgevingsvisie Gaaf Gelderland is opgenomen dat de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang is om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden. Ook goed wonen maakt hier onderdeel van uit. De provincie zet in op een dynamisch, divers en duurzaam woon- en leefklimaat dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. Het vertrekpunt is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied. De voorkeur gaat uit naar het benutten van bestaande gebouwen, concentraties van bebouwing. Hiervan zal pas worden afgeweken als er geen andere goede mogelijkheden zijn. Uitbreiden aan de randen van steden of dorpen behoort pas als laatste tot de mogelijkheden. De provincie Gelderland heeft de volgende ambities ten aanzien van wonen: 22 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. De provincie wil dit bereiken door in gesprek te gaan met Gelderse regio’s om regionale afspraken te maken over een goede balans tussen de vraag en het aanbod van woningen. Daarnaast worden innovaties in woonwijken op het vlak van duurzaamheid en het omvormen van bestaande gebouwen tot woonruimte gestimuleerd. Doorwerking plangebied Met voorliggend plan wordt een duurzame ontwikkeling gerealiseerd met de beëindiging van een intensieve veehouderij en de sloop van bedrijfsgebouwen. Met de realisatie van de vier nieuwe woningen wordt aangesloten bij de lokale vraag en wens in de regio naar nieuwe woningen. Tevens is bij de totale ontwikkeling aandacht voor het aanwezige groen en wordt deze op verschillende fronten versterkt. Verder is sprake van de bouw van een nieuwe, duurzame, gasloze woningen, waarbij maatregelen worden genomen ten aanzien van klimaatadaptatie. In navolgende paragraaf 5.2. ‘Water’ wordt hier nader op ingegaan.
Hiermee is aansluiting gezocht bij de ambities zoals deze verwoord zijn in de omgevingsvisie. 4.2.2
Omgevingsverordening Gelderland Op 24 september 2014 heeft de provincie Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld, waarvan op 31 maart 2021 actualisatieplan 7 is vastgesteld. De omgevingsverordening vormt tevens de provinciale omgevingsverordening voor de provincie Gelderland onder de Omgevingswet, welke per 1 januari 2024 in werking is getreden. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De planlocatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente Heumen, binnen het buurtschap Worsum. Het plan heeft betrekking op de realisatie van woningen waarvoor de volgende aspecten in de Verordening relevant zijn. Ten aanzien van de Woon- en leefomgeving streeft de provincie ernaar dat voor iedereen, nu en in de toekomst, een goede plek beschikbaar moet zijn om te wonen. De provincie Gelderland vindt het belangrijk dat de regio’s met de gemeenten in hun woonprogramma’s/beleid inzetten op: 1. 2. 3.
het energieneutraal en klimaatbestendig maken van nieuwe en bestaande woningen; de bestaande woningen aantrekkelijk houden en maken voor nieuwe bewoners; het bouwen van betaalbare, toekomstbestendige en duurzame woningen met aandacht voor flexibel programmeren en flexibele woonvormen.
23 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
In de Omgevingsverordening zijn in artikel 5.62 instructieregels opgenomen met betrekking tot woonlocaties en recreatiewoningen. Dit artikel is opgenomen met het oog op: a) een evenwichtige en toekomstbestendig woningvoorraad in Gelderland; b) een duurzame exploitatie van recreatieparken. In artikel 5.63 (regionale woonagenda) is het volgende opgenomen: 1. 2.
3.
Per regio stellen de gemeentebesturen samen met Gedeputeerde Staten een regionale woonagenda op. De regionale woonagenda bevat in ieder geval afspraken over: a. het versnellen van de woningbouw; b. het duurzaam bouwen van woningen; c. het bouwen van betaalbare woningen; d. het bouwen van flexibele woningen; e. het toekomstbestendig maken bestaande woningvoorraad. De regionale woonagenda wordt ten minste eenmaal in de vier jaar geactualiseerd en wordt voorts tussentijds geactualiseerd zodra gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven.
In artikel 5.64 is het volgende opgenomen: 1. 2.
een omgevingsplan laat nieuwe woningen alleen toe als die ontwikkeling past in de regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de regionale woonagenda, kan een omgevingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda die ontwikkeling toch toelaten als: a. de gemeentebesturen in de regio in de gelegenheid zijn gesteld een zienswijze daarover naar voren te brengen; b. Gedeputeerde Staten met deze ontwikkeling instemmen.
Doorwerking plangebied Onderhavig plan heeft betrekking op de inpassing van twee duurzame twee-onderéén-kap woningen op een voormalige agrarische bouwperceel. De nieuwe woningen worden gasloos ingericht. Binnen het plangebied zullen klimaatadaptieve maatregelen genomen worden, zoals het aanbrengen van veel groen in de tuin, het hemelwater zoveel mogelijk te bergen in de sloot binnen het plangebied, een regenton en/of (regen)vijver. Hiermee wordt ingespeeld om wateroverlast binnen het gebied zoveel mogelijk te voorkomen, wordt water hergebruikt om in tijde van droogte deze in te kunnen zetten en kan gedacht worden aan het aanbrengen van groene daken om hittestress tegen te gaan. In navolgende paragraaf 4.2. ‘Water’ wordt hier nader op ingegaan. Ook worden hiermee extra woningen aan het woningenbestand van de gemeente Heumen toegevoegd. Concluderend kan worden gesteld dat aangesloten wordt op de genoemde voorwaarden zoals gesteld in de provinciale verordening Gelderland, ten aanzien van het bouwen van duurzame, energieneutrale, toekomstbestendige en klimaatbestendige nieuwe woningen.
24 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
4.3
GEMEENTELIJK BELEID
4.3.1
Omgevingsvisie Heumen De gemeente Heumen heeft op 26 oktober 2023 de Omgevingsvisie Heumen vastgesteld. Deze omgevingsvisie beschrijft op hoofdlijnen de belangrijkste ruimtelijke keuzes en contouren voor het grondgebied van de gemeente Heumen. De omgevingsvisie is de opvolger van de ‘Structuurvisie Heumen 2025’. De gemeente heeft de volgende drie hoofdambities in de omgevingsvisie opgenomen, die de hoofdlijnen van het beleid voor de fysieke leefomgeving formuleren: Klimaatbestendig zijn in 2035 en klimaatneutraal zijn in 2050; Wonen en werken in een gezonde, veilige en groene leefomgeving; Streven naar een circulaire economie. Met behulp van enkele leidende principes wordt verder invulling gegeven aan deze hoofdambities en wordt rekening gehouden met het streven naar een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De volgende leidende principes worden gehanteerd: 1.
2.
3.
4.
5.
Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling verkennen we in een vroegtijdig stadium waar kansen liggen om met de ruimtelijke ontwikkeling bij te dragen aan de centrale doelstelling van een inclusieve samenleving. Het natuurlijke bodem- en watersysteem is leidend bij onze keuzes en uitwerkingen van nieuwe ontwikkelingen (juiste functie op de juiste plek). Daarbij streven we een zorgvuldig gebruik van de ruimte na. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn klimaatadaptief (we anticiperen op klimaatverandering) en natuurinclusief (we dragen bij aan de (lokale) biodiversiteit en natuurwaarden). Zorgvuldig ruimtegebruik is het vertrekpunt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen passen we de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ toe. Transformatie en herontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied (inbreiding) gaat boven uitbreiding. Indien nieuwe stedelijke functies in het buitengebied toch noodzakelijk zijn, worden deze zoveel mogelijk gebundeld (passend bij de aard van de opgave) en landschappelijk ingepast. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dragen bij aan – of doen in ieder geval geen afbreuk aan – een veilige, gezonde en groene fysieke leefomgeving.
Deze leidende principes vormen samen met de doelen en ambities voor de verschillende thema’s en gebieden het integraal afwegingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. In de omgevingsvisie zijn de volgende thema’s uitgewerkt: Leven in een gezonde en veilige omgeving; Duurzaam Heumen; Vitale en verbonden dorpen; Gebalanceerd ondernemen en recreëren in het Heumense landschap; Voor onderhavige ontwikkeling zijn met name de eerste twee punten toepasbaar. Het plangebied is gelegen in het deelgebied ‘Oeverwal’. 25 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
De kernkwaliteiten van de Oeverwal zijn: Van oorsprong kleinschalig landschap, waarin verschillende functies als wonen, werken en landbouw met elkaar verweven zijn; Vruchtbare gronden, die zeer geschikt zijn voor akkerbouw; Kenmerkende landschapselementen, zoals bossages, laanbeplanting en wielen; Bijzondere historische bebouwing, zoals kerkjes, molens en oude boerderijen; Verhoogd in het landschap liggende dijk, als recreatief lint door het landschap met vergezichten; Buurtschappen, met oude boerderijen; Recreatief landschap, met voorzieningen als campings, B&B’s en winkeltjes. Het oeverwallenlandschap binnen de gemeente heeft momenteel al een mooie recreatieve functie. De gemeente ziet mogelijkheden om het gebied nog aantrekkelijker hiervoor te maken. Op het gebied van landbouw wordt geen ruimte geboden voor uitbreiding, schaalvergroting en/of intensivering van traditionele agrarische bedrijven. Wel wordt meer ruimte aan agrariërs geboden om nevenactiviteiten in het gebied te ontplooien. Aan stoppende agrariërs of andere ondernemers in het gebied wordt ruimte geboden in transformatiemogelijkheden richting wonen. In de Omgevingsvisie van Heumen komt naar voren dat aan traditionele agrarische bedrijven in het Oeverwallenlandschap geen ruimte wordt geboden in uitbreiding. Wel wordt ruimte geboden aan agrariërs om nevenactiviteiten in het gebied te ontplooien.
Daarnaast wil de gemeente hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing in het buitengebied ten behoeve van nieuwe economische dragers zo veel mogelijk faciliteren. Voor stoppende agrariërs in het gebied geldt dat transformatiemogelijkheden richting wonen tot de mogelijkheden behoren. In de visie komt naar voren dat woningbouw mogelijk is in de directe nabijheid van kernen en buurtschappen, waarbij inbreiding boven uitbreiding gaat. Doorwerking plangebied Met onderhavige ontwikkeling is sprake van het in ruil voor het beëindigen van het agrarische bedrijf (varkenshouderij) in combinatie met de sloop van de agrarische bedrijfsbebouwing op het perceel van circa 3.000 m2 twee twee-onder-één-kap woningen te realiseren. Hiermee worden vier nieuwe, duurzame woningen aan het woningenbestand van de gemeente Heumen toegevoegd. Daarnaast wordt het reeds aanwezige kinderdagverblijf op de locatie in dezelfde hoedanigheid en omvang voortgezet in de vorm van een bedrijf aan huis. Deze ontwikkeling is passend binnen het gemeentelijk beleid, waarbij transformatie en herontwikkeling binnen bestaand bebouwd gebied (inbreiding in een buurtschap) boven uitbreiding gaat en waar nevenactiviteiten en nieuwe economische functies (dagverblijf) worden gefaciliteerd.
Dit wordt versterkt door de ligging van het plangebied in het buurtschap waar overwegend sprake is van clustering van woonpercelen en overige niet-agrarische functies. Dit komt de omgevingskwaliteit van het gebied ten goede. Verder wordt het gehele perceel met de twee nieuwe woongebouwen landschappelijk ingepast door gebiedseigen bomen en beplanting toe te voegen, waarbij aansluiting is gezocht met de naastgelegen EHS-verbinding. Hiermee wordt een kwaliteitsverbetering van het perceel en de omgeving mogelijk gemaakt. 4.3.2
Toetsingskader Ruimte voor ruimteregeling Gemeente Heumen De gemeente heeft de Ruimte voor ruimteregeling Gemeente Heumen op 20 december 2011 vastgesteld. Deze notitie vormt een raamwerk voor een 26 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
toetsingskader voor plannen met betrekking tot de ruimte-voor-ruimte regeling en maakt onderdeel uit van het tijdelijk deel omgevingsplan bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’. Dit beleid is in lijn met het functieveranderingsbeleid van de stadsregio opgesteld. Uitgangspunt van de Ruimte voor ruimteregeling is dat de bouw van woningen leidt tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Dit is mogelijk door de sloop van alle voormalige agrarische bebouwing met uitzondering van monumentale, karakteristieke of cultuurhistorische waardevolle gebouwen. Met onderhavig plan wordt voldaan aan onderstaande genoemde voorwaarden uit de Ruimte voor ruimteregeling: Het agrarisch bedrijf dient ter plaatse te zijn beëindigd. Alle milieuvergunningen worden hierbij ingetrokken. Voordat de Bopa onherroepelijk is, zal het agrarisch bedrijf beëindigd zijn en de milieurechten ingetrokken. In alle gevallen dient bij toepassing van de Ruimte voor ruimteregeling ten minste 750 m2 aan voormalige bedrijfsbebouwing te worden gesloopt. Voor het toevoegen van twee woongebouwen op het perceel wordt 3.000 m2 (voormalige) agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. Bebouwing in het buitengebied dient daar waar mogelijk geconcentreerd plaats te vinden.
De woongebouwen (twee-onder-éẻn-kap woningen) met de overige bebouwing, zoals de nieuwe loods, zijn in het bestaande agrarisch bouwvlak zoveel mogelijk geclusterd. Herbouw van woonbebouwing blijft mogelijk tot een oppervlak en inhoud van 50% van de te slopen bebouwing. Hieraan wordt ruimschoots voldaan. De nieuwbouw dient passend te zijn in de omgeving. Aangesloten wordt op de bestaande woonbebouwing in de omgeving. Dit is nader toegelicht in voorgaande hoofdstuk 3. Zowel de bestaande als nieuwe bebouwing dient landschappelijk ingepast te worden. Het gehele perceel wordt landschappelijk ingepast met gebiedseigen bomen, hagen en beplanting. Voor het landsschappelijk inpassingsplan wordt verwezen naar de bijlagen. 4.3.3
Beleidsnotitie woonbeleid gemeente Heumen 2024-2030 De gemeenteraad van Heumen heeft op 22 februari 2024 de ‘Beleidsnotitie woonbeleid gemeente Heumen 2024-2030’ opgesteld. Het recent vastgestelde Rijksbeleid zoals beschreven in de Nationale Woon- en Bouwagenda en de recent geactualiseerde Woondeal 2.0 Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, hebben het noodzakelijk gemaakt om de vigerende Woonvisie en het huidige woningbouwprogramma van de gemeente Heumen te herzien. De Groene Metropoolregio voert periodiek een woonbehoefteonderzoek uit. Uit dit woonbehoefte onderzoek komt naar voren dat in de periode t/m 2030 er in de gemeente Heumen behoefte is aan 620 extra woningen. De woningbouwbehoeften zijn verdeeld onder de volgende woningbouwklassen: Sociale huur: 120 woningen (21%); Goedkope koop <€250.000: 220 woningen (37%); Betaalbare koop €250.000-€355.000: 145 woningen (24%); Dure koop: >€355.000: 105 woningen (18%). 27 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
Het woonbehoefteonderzoek gaat uit van de lokale behoefte en geeft een goede indicatie voor de woningbouwbehoefte in de eigen gemeente. De woningbouwbehoefte vanuit de Woondeal 2.0 ligt hoger, omdat hierin ook de woningbouwbehoefte vanuit de regio is opgenomen. De totale woningbouwopgave voor de gemeente Heumen bedraagt 850 woningen, voor de woningbouwbehoefte in de eigen gemeente en voor de regio. Het aandeel betaalbare woningen binnen de gemeente Heumen bedraagt 550 woningen (60%). De gemeente gaat uit van dit percentage. De woningbouwopgave in Overasselt bedraagt 136 woningen (16%). Doorwerking plangebied De bouw van twee twee-onder-één-kap woningen op het perceel aan de Worsumseweg 1 levert een bijdrage aan het woningenbestand van de gemeente Heumen. De nieuwe woningen die in dit plan worden beoogd kunnen worden geschaard onder de duurdere koopwoningen waar binnen de gemeente behoefte aan is, waarbij het accent ligt op grondgebonden woningen. 4.3.4
Welstandsnota Heumen 2016 De gemeente Heumen heeft in februari 2016 de ‘Welstandsnota Heumen 2016’ opgesteld. In april 2019 heeft de laatste aanpassing plaatsgevonden. In de Welstandsnota 2019 is vastgelegd op welke wijze het welstandstoezicht in de gemeente Heumen is geregeld. Deze nota geeft de uitgangspunten voor wanneer een voorgenomen bouwwerk aan welstand wordt getoetst en bevat de criteria die in het geval van toetsing gelden. Het doel van de nota is om de ervoor te zorgen dat gemeente, ondernemers en inwoners het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving behartigen. In de welstandsnota van de gemeente Heumen ligt de planlocatie in het gebied ‘(boeren)erven in het buitengebied’. De volgende criteria gelden voor nieuwe hoofdgebouwen: PLAATSING/SITUERING Nieuwbouw past qua plaatsing binnen het bestaande bebouwingspatroon. In een lint blijft de openheid tussen twee hoofdgebouwen of bebouwingscomplexen bewaard. Nieuwbouw wordt geplaatst binnen de uitersten van de bestaande rooilijnen langs het lint. Er wordt aansluiting gezocht bij de (al dan niet historisch bepaalde) structuurlijnen in het landschap. Specifiek voor agrarische bedrijven is de clustering van meerdere gebouwen (woonhuis, stallen, loodsen) op een bouwperceel.
De positionering van deze gebouwen ten opzichte van elkaar heeft vaak een bedrijfsmatige achtergrond maar is ook uit een oogpunt van de beleving van het complex een belangrijk uitgangspunt. Woonhuizen en boerderijen in het buitengebied dienen deze karakteristiek te respecteren. Het hoofdgebouw staat vóór de agrarische bedrijfsgebouwen op het perceel gesitueerd.
28 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
MASSAVORM De hoofdvorm bestaat uit een enkelvoudige bebouwingsmassa’s met een duidelijke kap. Een bouwmassa kan zijn eigen karakteristiek hebben, maar moet wel passen bij de bouwmassa’s in de omgeving. De bouwhoogte past in het landschap: woningen worden in 1 tot 1,5 bouwlaag met kap gebouwd. GEVELOPBOUW EN -INDELING Zijgevels die duidelijk zichtbaar zijn vanaf de openbare weg dienen als voorgevel behandeld te worden. De architectuur kan een eigentijdse interpretatie zijn van agrarische boerderijen. KLEUREN EN MATERIALEN De hoofdkleur en het overwegend materiaalgebruik zijn afgestemd op de karakteristiek van het landschap, waarbij het gebruik van gedekte kleuren en natuurlijke materialen voorop staan. Daken zijn gedekt met (gebakken) pannen. Gevels bestaan uit (rode/bruinrode) baksteen en/of donker gekleurd hout. De bestaande (voormalige) bedrijfswoning heeft een uitstraling met een eenvoudige en harmonische architectuur en wordt in tact gelaten. Ook het bakhuis op het perceel achter de (voormalige)bedrijfswoning blijft behouden door haar karakteristieke uitstraling. Situering nieuwe woongebouwen De gevels van de woongebouwen (schuurwoningen) zijn georiënteerd op de weg, waarmee aansluiting wordt gezocht bij de historische structuurlijnen in het landschap en de situering van de bebouwing in het gehucht Worsum.
De woongebouwen zijn achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw, de (voormalige) bedrijfswoning, op het perceel gesitueerd. Deze positionering van de woongebouwen en het wegvallen van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing op het perceel komt de openheid naar het achterliggende landschap ten goede en tevens de openheid tussen de (voormalige)bedrijfswoning en twee woongebouwen. In combinatie met de landschappelijke inpassing vormen de woongebouwen een gelaagdheid (met diepte in het landschap) passend in het huidige landschap van het buurtschap. Massa De nieuwe woongebouwen zullen in de vorm van schuurwoningen gebouwd worden. De woningen zullen bestaan uit één hoofdmassa met één tot anderhalf bouwlaag met forse kap (zadeldak). De woongebouwen verkrijgen een goot- en nokhoogte van maximaal 6 meter respectievelijk 10 meter en een maximale inhoud van 800 m3 per woning. Hiermee wordt qua bebouwingsmassa aangesloten op de bestaande bebouwing in de directe omgeving. Gevelindeling en oriëntatie De nieuwe woongebouwen worden met de lange gevel aan de weg gesitueerd en verkrijgen een eenvoudige, landelijke uitstraling. De privétuin van de woningen 29 Motivering Bopa Worsumseweg 1 Overasselt
bevinden zich traditioneel achter de woningen. Door de verschillende oriëntatie van de woongebouwen wordt aangesloten op de historische look van het buurtschap. Materiaal- en kleurgebruik Met het materiaal- en kleurgebruik is rekening gehouden met de aanwezige, karakteristieke, historische bebouwing in de omgeving door gebruik te maken van kleuren met een lage verzadiging, zogenaamde gedekte kleuren en het gebruik van natuurlijke en traditionele materialen, zoals hout, metselwerk, gebakken dakpannen, glas e.d.. Op basis van bovenstaande kan gesteld worden dat aangesloten wordt op de criteria die gelden voor nieuwe hoofdgebouwen in het gebied ‘(boeren)erven in het buitengebied’ zoals opgenomen in de welstandsnota van de gemeente Heumen. Het plan voldoet hiermee aan de welstandseisen. 4.3.5
Omgevingsplan Heumen Het perceel zal in het omgevingsplan de functie ‘Wonen’ verkrijgen. Binnen de functie ‘Wonen’ zullen de volgende regels worden opgenomen: Artikel 1 ‘Wonen’ 1.1. Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.