Bijlage II Bestemmingsplan Zonnepark Teerse Sluispolder Bijlagen – versie 26 oktober
Tekst van het document
16. Als in de broedperiode gewerkt wordt dienen aanwezige broedgevallen buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden te blijven. Een deskundige op het gebied van vogels dient te bepalen of en welke werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden. 17. Voorafgaand aan de werkzaamheden en het ongeschikt maken van het leefgebied dient een inspectie van het plangebied plaats te vinden door een ecologische deskundige. 18. Indien tijdens de werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen, dient het werk ter plaatse stopgezet te worden totdat deze soorten uit zichzelf vertrokken zijn. Een deskundige op het gebied van de desbetreffende soortgroep dient hierbij geraadpleegd te worden. Indien de soorten niet uit zichzelf vertrekken, dient contact opgenomen te worden met de provincie Gelderland om toestemming te vragen voor aanvullende maatregelen. 19. Vóór de ingebruikname van het zonnepark dient een inrichtings- en beheerplan te worden opgesteld, geldend voor de gehele exploitatiefase, waarin gedetailleerd is opgenomen op welke locaties de beplantingen worden ingevuld en met welke soorten houtige gewassen. Tevens wordt het beheer van de op te waarderen percelen gedetailleerd beschreven, met onderdelen
Datum
28 oktober 2022 Zaaknummer
2022-003003 Blad
7 van 21
als bemesting (aard en hoeveelheid), begrazing (met welke diersoorten en bezetting) en maaionderhoud en door wie dat beheer wordt uitgevoerd. 20. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor een deugdelijk beheer van de compensatielocaties, zodat deze locaties omgevormd worden tot een optimaal dassenfoerageergebied en houtopstanden. De initiatiefnemer zorgt ter controle voor een jaarlijks monitoringsrapport om de voortgang en beheer tot optimaal foerageergebied te kunnen volgen. 21. Het jaarlijks monitoringsrapport dient te worden aangeleverd aan de Provincie Gelderland in de maand maart, te beginnen twee jaar na de ingebruikname van het zonnepark, eindigend met de einddatum van de exploitatie van het zonnepark. Het monitoringsrapport dient te worden aangeleverd onder vermelding van het zaaknummer 2021-009353 aan post@gelderland.nl. 22. De monitoringsopzet dient direct na de ingebruikname van het zonnepark te worden aangeleverd aan de Provincie Gelderland. Daarbij dient onder andere aan de orde te komen: het aantal burchten, de staat van de aanwezige burchten en het aantal dassen dat er gebruik van maakt, manier van beheren van de graslanden (bemesting, beweiding en maaibeheer), manier van beheren van de aanwezige houtwallen en andere houtopstanden en beheer van de aanwezige sloten en afvoer en verwerking van het slootmaaisel. 23.
Aangezien de omvorming naar optimaal foerageergebied een cruciaal onderdeel vormt van het compensatieplan, dient de aanplant van houtwallen in het compensatiegebied zo snel mogelijk uitgevoerd te worden, in elk geval vóór de aanleg van het zonnepark. 24. De beheerperiode van het compensatiegebied dient overeen te komen met de totale periode dat het zonnepark geëxploiteerd wordt (maximaal 25 jaar na afronding van de aanlegwerkzaamheden). 25. De beplantingen die in het plangebied en in het compensatiegebied worden aangebracht vallen na beëindiging van de exploitatiefase onder de herplantplicht conform artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming.
Datum
28 oktober 2022 Zaaknummer
2022-003003 Blad
8 van 21
BEOORDELING VAN DE AANVRAAG Project In de aanvraag beschreven project GroenLeven B.V. te Leeuwarden is voornemens een zonnepark te realiseren ter plaatse van de Teersche Sluispolder te Heumen. Het plangebied is gelegen ten zuiden van Nijmegen, in de gemeente Heumen, tussen het Maas-Waalkanaal en de A73. In figuur 1 is een luchtfoto van het plangebied weergegeven. Het plangebied is gelegen tussen de Westerkanaaldijk en Burchtselaan en karakteriseert zich door de intensieve akkerbouw en graslanden. Het betreft een gebied van circa 36 ha. In het oosten van het plangebied is een klein bosje aanwezig waarbinnen zich een dassenburcht bevindt. Het plan bevat de ontwikkeling van een zonnepark van 41.925 PV-panelen met een bruto oppervlakte van 18,5 hectare en een netto paneelbedekking van 12,6 hectare. Ook worden hier de noodzakelijke beheerpaden en transformators geplaatst. Hierbij is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, waarbij 17 hectare buiten het hekwerk specifiek ten behoeve van de das wordt ingericht. De overige 0,5 ha betreft het perceel van Staatsbosbeheer, welke centraal door het gebied loopt. Verder wordt een haag in de zuidrand aangelegd. Werkzaamheden starten op zijn vroegst in najaar 2022, afhankelijk van de ontheffingverlening en mogelijk bezwaar en beroep.
Hierbij vindt waar mogelijk eerst de inrichting van het dassenleefgebied plaats, alvorens de gronden voor het zonnepark bouwrijp worden gemaakt. De oplevering van het zonnepark zal circa een half jaar na start bouw zijn. In het bij de aanvraag toegevoegde activiteitenplan “Activiteitenplan Wet natuurbescherming Zonnepark Teersche Sluispolder te Heumen, BRO Boxtel, februari 2022, projectnummer P04704” zijn opgenomen: het uitgevoerde ecologisch onderzoek en de resultaten; een effectbeoordeling van het project; de te nemen mitigerende of compenserende maatregelen; alternatievenafweging; onderbouwing wettelijk belang; beoordeling staat van instandhouding. In de aanvraag beschreven ecologische waarden en de effecten van het project op deze waarden Er heeft een quickscan naar aanwezige te beschermen soorten plaatsgevonden in 2021 (“Quickscan flora en fauna Zonnepark Westerkanaaldijk te Heumen, BRO te Boxtel, augustus 2021, projectnummer P04704”). Beoordeeld is tevens het mogelijk effect op de ecologisch onderzoek plaatsgevonden naar de das, vleermuizen en vogels in 2018 en 2019. De aanvrager heeft aangegeven dat de onderzoeken zijn uitgevoerd op basis van het op dat moment vigerende vleermuisprotocol van het Netwerk Groene Bureaus en de kennisdocumenten van BIJ12.
Datum
28 oktober 2022 Zaaknummer
2022-003003 Blad
9 van 21
Tabel 2 geeft een overzicht van de resultaten van het uitgevoerde ecologisch onderzoek en de te verwachten effecten van het project. Tabel 2: Resultaten ecologisch onderzoek en effectbeoordeling Aangetroffen Aantal aangetroffen Aantal verblijfplaatsen waar soorten verblijfplaatsen in het negatieve effecten verwacht plangebied worden Das 1 hoofdburcht 1 hoofdburcht In de nabijheid van het plangebied zijn tevens enkele burchten gevonden. Deze zijn aangegeven in figuur 2 in Bijlage 2. Het plangebied biedt in beperkte mate nestgelegenheid aan vogels. Werkzaamheden waarbij mogelijk nestgelegenheid verloren gaat dienen buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd of na een broedvogelcontrole. Daarnaast kunnen verschillende (algemene) soorten, waarvoor een provinciale vrijstelling in het kader van ruimtelijke ingrepen geldt, binnen het plangebied voorkomen. Niet aangetroffen zijn: • overige soorten vleermuizen en functies, nesten van jaarrond beschermde vogels, reptielen, amfibieën, overige zoogdieren, beschermde planten, vissen, vlinders en andere ongewervelden. Preventieve maatregelen De aanlegwerkzaamheden worden zoveel mogelijk buiten het broedseizoen uitgevoerd om doden, verwonden of verstoren van broedende vogels te voorkomen. Mitigerende maatregelen Tabel 3 geeft een overzicht van de te realiseren alternatieve voorzieningen voor de das.
De voorzieningen worden aangebracht conform de richtlijnen uit de kennisdocumenten van BIJ12. De voorzieningen zijn gericht op het compenseren van de oppervlakte foerageergebied die met de aanleg van het zonnepark verloren gaat en met het veilig stellen van de migratie- en beschuttingsmogelijkheden in het gebied. In bijlage 3 van deze ontheffing zijn de locaties van de voorzieningen opgenomen. Tabel 3: Overzicht van de te realiseren alternatieve voorzieningen Soorten Tijdelijke Permanente mitigatie/compensatie waarop mitigatie negatief effect wordt verwacht Das N.v.t. Inrichting De inrichting van het plangebied is vastgelegd in het “Activiteitenplan Wet natuurbescherming Zonnepark Teersche Sluispolder te Heumen, BRO Boxtel, februari 2022,
Datum
28 oktober 2022 Zaaknummer
2022-003003 Blad
10 van 21
projectnummer P04704”. De inrichting is gericht op het instandhouden en versterken van de foerageer- en migratiemogelijkheden van de das. Het landschapsplan is vastgelegd in figuur 3 van Bijlage 3 aangevuld met een uitgebreide legenda. Het zonnepark zal met struweelhagen en houtwallen worden ingericht. Langs de tochtsloot blijft een bredere oeverzone aanwezig welke ingericht wordt als soortenrijk grasland en afgeschermd wordt met een struweelhaag, welke als verbinding zal dienen. De berekening van de compensatie-opgave is opgenomen in Tabel A in Bijlage 3. De panelen bestaan uit bifacial PV-panelen, welke in zuidopstelling worden geplaatst. Tussen de verschillende panelen wordt een opening gelaten van minimaal 1 mm om ook vocht meer verdeeld onder de panelen te laten komen. Tussen de rijen zonnepanelen is 2 meter ruimte. Rondom de paneelvelden is een onderhoudsruimte van 5 meter aanwezig. Op het terrein komen enkele trafostations welke middels een onderhoudspad te bereiken zijn. De onderzijde van het hekwerk wordt 20 cm boven maaiveld geplaatst, waardoor het zonnepark voor dedas toegankelijk blijft over de gehele breedte. De hagen worden aangeplant met lijsterbes, hazelaar, mei doorn, sleedoorn, hondsroos, beuk, mispel, (inlandse) vogel kers, wilde liguster, hulst, en wilde appel. Bij een houtwal kan ook zomereik worden aangeplant, maar niet meer dan 10%.
Aanplant vindt plaats in 2 rijen, 1 meter uit elkaar. Aanplant zal 1 stuks per meter in driehoeksverband zijn. De struweel hagen worden 5 meter breed en maximaal 5 meter hoog. Beheer De graslanden binnen het zonnepark worden begraasd met schapen, en waar nodig aanvullend gemaaid. Begrazing vindt plaats door middel van drukbegrazing op delen van het zonnepark. Hierdoor is er altijd een variatie aan vegetatie aanwezig. De gronden binnen het zonnepark worden bijgezaaid met een klavermengsel. Grasland buiten het zonnepark wordt eveneens bijgezaaid met een klavermengsel, en wordt deels gemaaid als hooiland met nabegrazing en deels begraasd door rundvee. Deze gronden worden strooksgewijs bemest met ruwe stalmest (1x/jr), eventueel ook met Bokashi. Binnen het plangebied (binnen en buiten het zonnepark) wordt geen gebruik gemaakt van pesticiden. De strook langs de Tochtsloot wordt als bloem- en kruidenrijk grasland beheerd en zal worden ingezaaid met een gebiedseigen kruidenmengsel.
Datum
28 oktober 2022 Zaaknummer
2022-003003 Blad
11 van 21
Beoordelingskader Tabel 4 geeft een overzicht weer van de relevante aspecten waarop getoetst is in het kader van de Wnb. Tabel 4: Beoordeling van het toetsingskader Toetsingskader Er is voldoende onderzoek uitgevoerd naar alle mogelijk voorkomende soortgroepen en alleen op de aangevraagde soorten treedt een effect op door het project. Toelichting: Er is door BRO voldoende oriënterend en aanvullend onderzoek uitgevoerd volgens de Kennisdocumenten van BIJ12. Het onderzoek naar de aangevraagde soorten is door deskundigen uitgevoerd en door ons als voldoende beoordeeld. Toelichting: Het aanvullend onderzoek is door BRO uitgevoerd volgens de richtlijnen van de Kennisdocumenten van BIJ12. De negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden worden met de voorgeschreven maatregelen voldoende gemitigeerd en gecompenseerd. Toelichting: Er worden ter mitigatie diverse vegetatiestructuren in en rondom het projectgebied aangelegd en versterkt. De grootste compensatieoppervlakte wordt ingericht als optimaal dassenfoerageergebied. Daarnaast zal een natuurinclusief beheer worden toegepast in het zonnepark en zal dit worden omgeven door dassenrasters. Volgens de compensatie-berekening in Tabel A van Bijlage 3 is er netto 0,17 ha tekort om een 100%-compensatie te realiseren. Dat tekort is minder dan 1% van de totale compensatie-opgave (18,4 ha).
Gezien de onzekerheden in oppervlaktemetingen en uitgangspunten, vinden wij dit een te verwaarlozen verschil. De alternatieve locaties, werkwijze, inrichting en planning zijn voldoende afgewogen en er is geen bevredigend alternatief. Toelichting: De alternatievenafweging ten aanzien van de locatie van het zonnepark heeft plaatsgevonden in het Gebiedsplan Energielandschap A73. In de afweging is naar voren gekomen dat deze locatie de voorkeur heeft ten opzichte van andere beschreven locaties. Het wettelijk belang waarvoor is aangevraagd zoals aangegeven in tabel 1 is van toepassing en voldoende onderbouwd. De lokale staat van instandhouding van de aangevraagde soorten blijft gewaarborgd door het nemen van de voorgeschreven maatregelen.
Beoordeling Ja
Ja
Ja
Ja
Ja Ja
Zienswijzen Naar aanleiding van het ontwerpbesluit zijn er zienswijzen binnengekomen. Stichting Das& Boom te Beek-Ubbergen heeft dd. 5 oktober 2022 zienswijzen tegen het ontwerpbesluit ingebracht. De zienswijzen en beantwoording door de provincie zijn opgenomen in Bijlage 4 van dit besluit. Naar aanleiding van de zienswijzen is een aantal voorschriften toegevoegd. Deze extra voorschriften (19 tot en met 25) hebben vooral betrekking op een gedetailleerd inrichtings- en beheerplan en een monitoringsverplichting gedurende de exploitatiefase.
Datum
28 oktober 2022 Zaaknummer
2022-003003 Blad
12 van 21
Tenslotte is opgenomen dat de aanplant in het plangebied en het compensatiegebied van afloop van de exploitatiefase valt onder de herplantverplichting, conform Artikel 4 van de Wet natuurbescherming. Conclusie Gelet op het voorgaande kan de gevraagde ontheffing worden verleend. OVERIGE VERPLICHTINGEN Wij wijzen u erop dat u zelf verantwoordelijk bent voor het verkrijgen van eventueel benodigde ontheffingen, vergunningen of toestemmingen op grond van andere wet- en regelgeving.
Datum
28 oktober 2022 Zaaknummer
2022-003003 Blad
13 van 21
BIJLAGE 2: Ligging projectgebied zonnepark Teersche Sluispolder gemeente Heumen
Figuur 1: Kaart van het projectgebied gelegen aan het Maas-Waalkanaal tussen de Westerkanaaldijk en Burchtselaan te Malden (gemeente Heumen), binnen de rode contouren.
Figuur 2: Ligging van dassenburchten (de blauwe stippen) in en rondom het plangebied.
Datum
28 oktober 2022 Zaaknummer
2022-003003 Blad
14 van 21
BIJLAGE 3 Overzicht van ligging mitigatiemaatregelen en compensatieberekening.
Figuur 3. Ligging van de zonnepanelen en van de locaties van de mitigerende maatregelen binnen het projectgebied. Voor een leesbare versie van de legenda zie volgende pagina.
Datum
28 oktober 2022 Zaaknummer
2022-003003 Blad
15 van 21
Datum
28 oktober 2022 Zaaknummer
2022-003003 Blad
16 van 21
Tabel A: Compensatieberekening Zonnepark Teersche Sluispolder 1. Berekening van effectief foerageergebied binnen plangebied vóór installatie van panelen Areaal Score foerageergebied op basis van huidig gebruik Totaal plangebied binnen rode contouren waarvan bemest grasland 100% waarvan akkerland 50% waarvan SBB-houtwal 83% waarvan picknick-plaats 100% waarvan houtwal zuidrand 100% Totaal effectief foerageergebied in m2 vóór installatie van panelen 2. Berekening van effectief foerageergebied in plangebied ná installatie van panelen Invulling elementen in Score het zonnepark foerageergebied op basis van inrichtingsplan Oppervlakte onder de 0% panelen
Grasstroken tussen de panelen
50%
Onderhoudsstroken en overig areaal zoals slootranden Hagen zuidrand SBB-houtwal Picknick-plaats Subtotaal binnen plangebied (excl. opwaardering)
80%
3. Opwaarderingen grasland binnen plangebied Kwaliteitsgrasland (ingericht met klaver, schapen, geen kunstmest, kort gehouden) Subotaal opwaardering binnen plangebied
83% 83% 100%
Opmerking
Oppervlakte Totaal effectief in m2 foerageergebied in m2
130.000 80.000 5.000 4.000 6.000 225.000
Opmerking
130.000 40.000 4.150 4.000 6.000 184.150
Oppervlakte Totaal effectief in m2 foerageergebied in m2
Netto oppervlak onder zonnepanelen (wordt wel ingericht met klaver, schapen, geen kunstmest, kort gehouden) Ruimte tussen de panelen 2.5m, (smaller dan 3.0m dus 50%) Het gaat om de oppervlakte buiten panelen en stroken tussen panelen Aan te planten houtopstand Bestaande houtwal Is en blijft grasland
125.800
0
59.200
29.600
25.000
20.000
6.000 5.000 4.000 225.000
4.980 4.150 4.000 62.730
Het gaat om beperkte oppervlakte buiten panelen en stroken tussen panelen
5.000
2.500
5.000
2.500
% opwaardering t.o.v. huidige functie 50%
Datum
28 oktober 2022 Zaaknummer
2022-003003 Blad
17 van 21
4. Opwaardering buiten plangebied
% opwaardering t.o.v. huidige functie
Omvorming bestaand akkerland naar kwaliteitsgrasland Omvorming bestaand grasland naar kwaliteitsgrasland Hagen op primair leefgebied Hagen op secundair leefgebied Subtotaal compensatie buiten plangebied
100%
Totaal binnen en buiten plangebied na aanleg zonnepark in m2 Tekort berekend effectief foerageergebied (=verschil vóór en ná) in m2
50%
-17% 33%
Kwaliteitsgrasland (ingericht met klaver, schapen, geen kunstmest, kort gehouden) Kwaliteitsgrasland (ingericht met klaver, schapen, geen kunstmest, kort gehouden) Grasland wordt haag, dus kleine afname Akkerland wordt haag, dus kleine toename
87.500
Totaal effectief foerageergebied in m2 87.500
53.500
26.750
10.500
-1.785
14.500
4.785
166.000
117.250 182.480 -1.670*
*: Het berekend tekort aan compensatieoppervlak bedraagt daarmee 1670 m2 en dat is iets minder dan 1% van de totale compensatieopdracht.
Datum
28 oktober 2022 Zaaknummer
2022-003003 Blad
18 van 21
Bijlage 4: Beantwoording van ingebrachte zienswijzen door Stichting Das& Boom (SDB) Beek-Ubbergen. Nr Ingebrachte zienswijze SDB Beantwoording door provincie Gelderland 1. In de paragraaf “Aanvraag en Procesverloop” Het betreft hier een ontheffing wordt aangegeven dat de aanvraag nog niet soortenbescherming en toetsing aan getoetst is aan het onderdeel het onderdeel stikstof vindt gebiedsbescherming, zoals neergelegd in inderdaad plaats via een vergunning hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming. gebiedsbescherming. Stikstofeffecten Mogelijk zijn er door het project ook effecten als gevolg van aanlegwerkzaamheden van stikstof en is hier ook een vergunning Wnb zijn sinds 1 juli 2021 vergunningvrij voor nodig. Das&Boom ziet graag dat, ondanks in het kader van de Wet dat dit geen deel uitmaakt van de toetsing van stikstofreductie en natuurherstel. Het de Wnb, in de ontheffing ook aangegeven wordt onderdeel Groene Ontwikkelingszone dat de aanvraag ook nog niet getoetst is aan de wordt beoordeeld in de richtlijnen behorende bij werkzaamheden in de bestemmingsplanprocedure en Groene Ontwikkelingszone. Een deel van het afspraken worden in dat kader plangebied (het meest westelijke deel van het vastgelegd conform Artikel 3.52 van plangebied) is namelijk onderdeel van die de Gelderse Omgevingsverordening. Groene Ontwikkelingszone.
Voor het vastleggen van maatregelen, anders dan relevant voor de ontheffing soortenbescherming, kan geen ruimte bestaan in deze ontheffing. De ontheffing zou hiermee de planvoorschriften en het (bevoegdheden)stelsel op onaanvaardbare wijze doorkruisen. 2. Wat Das&Boom mist in de afweging voor het De alternatievenafweging ten aanzien verlenen van de ontheffing is de van de locatie van het zonnepark alternatievenafweging. Deze is in dit geval juist heeft plaatsgevonden in het van bijzonder belang omdat het beoogde Gebiedsplan Energielandschap A73. zonnepark deels onderdeel is van, en grenst aan, In de afweging is naar voren gekomen de beoogde verbindingszones tussen het dat deze locatie de voorkeur heeft ten Reichswald en de Hatertse & Overasseltse opzichte van andere beschreven vennen. locaties. 3. Op verzoek van de initiatiefnemers is in een Er is met het huidige plan voldoende vroeg stadium contact opgenomen met de compensatie bewerkstelligd (zie punt wethouder van de gemeente Nijmegen om 5), zodat het vastleggen van mogelijke compensatie te zoeken op Nijmeegs afspraken over deze extra grondgebied, zodat er voldoende hectares compensatie in deze ontheffing niet foerageergebied aangelegd kon worden en de zijn opgenomen. corridorfunctie voor zoveel mogelijk soorten kon Nadere afspraken over extra worden gegarandeerd.
Zonder opgaaf van foerageergebied (bóven de benodigde redenen heeft de initiatiefnemer dit uiteindelijk compensatie) kunnen overigens ook terzijde gelegd en is niet ingegaan op de buiten deze ontheffing gemaakt toezeggingen van de gemeente Nijmegen om worden. medewerking te verlenen aan het natuurcompensatieplan. 4. Er is geen uitvoerig onderzoek verricht naar de In een ontheffing effecten van het zonnepark op de beschermde soortenbescherming wordt met name dieren (en planten) in het gebied. Er is alleen gekeken naar aantasting van rust- en een quickscan verricht. Een quickscan is slechts voortplantingsplaatsen en jaarrond bedoeld als een eerste verkenning om in te beschermde nestlocaties. In het
Datum
28 oktober 2022 Zaaknummer
2022-003003 Blad
19 van 21
5.
schatten hoeveel strijdigheden met de Wnb te verwachten valt. Bij een uitgebreid onderzoek was duidelijk geworden dat bepaalde soorten in bepaaldeseizoenen geïnventariseerd en geteld moesten worden. Doorgaans neemt zo’n onderzoek dan ook een jaar in beslag. Was voor dit gebied een nader onderzoek verricht dan was daaruit naar voren gekomen dat er in het gebied naast dassen ook uilen en andere roofvogels jagen die zich oriënteren op zicht en geluid. Zonnepanelen nemen dat geluid en zicht weg waardoor er ook voor deze dieren een afname is van het foerageergebied. In het gebied broedden er tot voor kort en mogelijk nog steeds kieviten en maken boerenzwaluwen en ijsvogels gebruik van het plangebied. Verder bevinden zich er bruine kikkers. Ook kleine marterachtigen zoals bunzings en wezels gebruiken het plangebied om er te jagen op prooidieren. Erg kwalijk is dat de aanvrager in de ontheffingsaanvraag gebruik heeft gemaakt van onjuiste feiten en de provincie dus vals heeft voorgelicht. De opgegeven gegevens (hectares) behoren bij een inrichtingsplan van het zonnepark en de daarbij horende compenserende maatregelen dat in november 2021 ter goedkeuring is voorgelegd aan Stichting Das&Boom. Stichting Das&Boom heeft op basis van die kaart de compensatiehagen ingetekend om zo de noodzakelijke kleinschaligheid van de blijvende graslanden te verkrijgen.
Zonder verder overleg met Stichting Das&Boom heeft de initiatiefnemer een eigen plan ingediend. De in de aanvraag gehanteerde bruto oppervlakte van het zonnepark van 18,5 ha heeft betrekking op het oorspronkelijke inrichtingsplan. De juiste oppervlakte van het gebied waar de zonnepanelen worden aangelegd is echter circa 22,5 ha, dus 4 ha meer als opgegeven. 16,3 ha hiervan wordt aangelegd op bestaand grasland en 6,2 ha wordt aangelegd op bestaande akkers. Volgens het kennisdocument Das is de compensatieopgave (16,3 x 1,2) +(6,2 x 0,5) = 22,66 ha, in te richten als primair foerageergebied. In de aanvraag wordt verder aangegeven dat buiten het hekwerk van het zonnepark 17 ha specifiek ten behoeve van de das wordt ingericht. Dat was inderdaad zo bij het oorspronkelijke inrichtingsplan. Bij het ingediende plan waarbij oorspronkelijk compensatiegebied nu ook zonnepark is
plangebied en dan specifiek het gebied waar zonnepanelen komen, zijn deze vaste rust- en voortplantingsplaatsen, met uitzondering van de das, niet aangetroffen. De genoemde vogelsoorten hebben geen jaarrond beschermde nestlocaties in het plangebied. De bruine kikker staat op de zogenaamde vrijstellingslijst ruimtelijke ontwikkelingen.
Beoordeeld is hetgeen aan informatie over het oppervlak van plangebied en compensatiegebied ingebracht is in de aanvraag. De ingebrachte cijfers zijn opgenomen in Tabel A van Bijlage 3 en vervangt de eerdere tabel in het ontwerpbesluit. Het brutooppervlak van het gebied waar het zonnepark wordt aangelegd is inderdaad ca. 22,5 ha. Daarvan is 0,5 ha SBB-houtwal, 0,4 ha een beoogde picknickplaats en 0,6 ha beoogde houtwal aan de zuidrand. Verder is er ongeveer 2,5 ha dat niet gebruikt wordt voor de opstelling van panelen en paden tussen de panelen. Het gaat dan om onderhoudspaden, loze ruimte naast de panelen, sloten en slootranden. De netto-bezette oppervlakte door panelen en paden tussen de panelen is daarmee 12,6 ha grasland (100% foerageergebied) en 5,9 ha bouwland (50% foerageergebied). Opgeteld komen we dan tot 22,5 ha plangebied waarvan 18,5 ha netto zonnepark. Wij komen, na berekening volgens de beschreven methodiek in “Ontheffingsaspecten aanleg zonneparken en dassen”, tot een compensatieopgave van 18,4 ha effectief foerageergebied, waarvan er 5,7 ha binnen het zonneparkgebied wordt ingevuld en 12,7 ha buiten het
Datum
28 oktober 2022 Zaaknummer
2022-003003 Blad
20 van 21
geworden beslaat de compensatie nog maar 11,7 ha waarvan 6,6 ha al bestaand grasland is. Veel te weinig dus voor een juiste compensatie.
6.
Uit de quickscan flora en fauna Zonnepark Westerkanaaldijk te Heumen, BRO augustus 2021) wordt aangegeven dat voor één dassenburcht, die zich binnen het plangebied bevindt, negatieve effecten te verwachten zijn. Saillant detail is dat juist deze burcht een aantal weken beschadigd is door één van de initiatiefnemers van het zonnepark. Er wordt niet aangegeven dat er zich ook nog vijf burchten bevinden op zeer korte afstand van het plangebied die ook nadelig worden beïnvloed door de bouw van het zonnepark. Het is van groot belang dat voor het functioneren van een verbindingszone voor dassen een optimale dichtheid van dassen aanwezig is.
7.
Afgezien van het feit dat het aantal hectares compensatiegebied te gering is, laat ook nog de inrichting te wensen over. Om een optimaal compensatiegebied te verkrijgen dienen de compensatiepercelen maximaal 1 ha te zijn. Dit kan verkregen worden door de aanleg van voldoende hagen zoals Stichting Das&Boom de initiatiefnemers in november 2021 had geadviseerd. Het aantal nu aan te leggen hagen is nog maar een fractie van het aantal door Das&Boom geadviseerd. Op zijn minst mag je verwachten dat de randen van de compensatiegronden ingeplant gaan worden met hagen. Tenslotte is het aanbrengen van fruitbomen (hoogstam) een verdere optimalisatie van het gebied. De initiatiefnemer schermt als compensatiemaatregel met een haag die al 30 jaar dwars door het gebied loopt van de Westerkanaaldijk tot aan de Burchtselaan terwijl deze haag (van SBB) door de initiatiefnemer meermaals is vernield. SBB heeft hier overigens ook aangifte van gedaan. Waarom zou de
plangebied. Uiteindelijk is er voor minder dan 1% tekort aan gerealiseerd compensatiegebied. Wij vinden dat binnen de foutenmarge van de berekeningen vallen. In de compensatieberekening wordt grasland als 100% foerageergebied beschouwen (en niet een factor 1,2) en een omvorming naar optimaal dassengrasland voor 50% extra toekennen. Wij bestrijden dat we op het verkeerde been zijn gezet door de initiatiefnemer. Wij hebben ons wat betreft de gewenste mitigatie beperkt tot compensatie van het foerageergebied, dat verloren gaat als gevolg van de plaatsing van panelen, de paden tussen de panelen en daaraan gerelateerde ingrepen. Er gaan door plaatsing van de panelen geen burchten verloren in het plangebied, enkel foerageergebied. Als er voldoende wordt gecompenseerd, is de vraag vanuit welke van de 5 burchten er wordt gefoerageerd niet relevant. Er worden daarnaast voldoende migratiemogelijkheden in het plangebied aangebracht. Op basis van het inrichtingsplan zijn wij van mening dat het duidelijk is waar extra hagen komen en waar de bestaande houtwallen zich bevinden. Wat betreft de inrichting en het beheer: de initiatiefnemers van het zonnepark zijn daarvoor verantwoordelijk.
Ter garantie van het gehele inrichtingsplan en de compensatieopgave, zullen wij het opstellen van een (nog meer) gedetailleerd inrichtings- en beheerplan (op te stellen vóór de ingebruikneming) in de voorschriften opnemen. De uitvoering daarvan dient jaarlijks gemonitord te worden tot het einde van de exploitatiefase. Hiermee streven we naar een handhaafbaar beheerplan. Om de kleinschaligheid te waarborgen gaan we uit van een gemiddelde perceelsgrootte van ca. 1,5 ha. Dat komt overeen met het
Datum
28 oktober 2022 Zaaknummer
2022-003003 Blad
21 van 21
initiatiefnemer die haag nu wel goed willen beheren? 8.
9.
10.
Er is geen concreet beheerplan. Er wordt aangegeven dat binnen het zonnepark met schapen wordt begraasd, maar niet met welke frequentie en met welk aantal. Dat geldt ook voor het beheer van de graslanden buiten het zonnepark. Er wordt niet aangegeven hoeveel er wordt bemest, waar en hoeveel koeien er staan en in welke gebieden er alleen wordt gemaaid en nabegraasd. Dit is dus niet handhaafbaar. Er wordt aangegeven dat binnen het zonnepark een natuur inclusief beheer wordt toegepast wat omgeven wordt door dassenrasters. Nogmaals wat betekent concreet dit beheer en wat is de functie van dassenrasters binnen hetzonnepark? Er wordt aangegeven dat de recreatievoorziening van 0,4 ha een compensatie is voor de das. Dit is natuurlijk onzin. Daar kan de provincie niet in meegaan.
gemiddelde perceelsoppervlak van het Maasheggenlandschap nabij Vierlingsbeek. Zie ook de beantwoording van de vorige zienswijze. In het beheerplan zullen genoemde onderdelen worden opgenomen en dat zal in de voorschriften worden opgenomen.
Rond het zonnepark wordt een hekwerk aangebracht. Er zal voor gezorgd worden dat de das voldoende doorgangen heeft, om een optimale migratie niet in de weg te staan. In de compensatieberekening is ervan uitgegaan dat de locatie van de recreatievoorziening op dit moment grasland is en dat dat ook zo blijft. Dat betekent dat deze voorziening inderdaad niet bijdraagt aan de compensatie.
Bijlage 7 Berekening en invulling versterking GO
Bestemmingsplan "Buitengebied, Zonnepark Teersche Sluispolder" (ontwerp)
83
1. Verliesfactor categorie
voorbeelden van beheertypen
Natuurvriendelijke oever, L01.15, L01.01, N04.02 poel, zoete plas Houtwal, houtsingel, L01.02, L01.03, L01.07,L01.08 leeftijd < 25 jaar elzensingel, bomenlaan, rij knotwilgen, solitaire bomen (niet Wnb beschermd hout opstand)
oppervlakte (ha)
punten 0
3000
0
4000 5000 4000
0 0 0
2700 2700 2000
0 0 0
1000
0
1000 1000
0 0
leeftijd < 25 jaar
1000 3000
0 0
leeftijd 25-100 jaar leeftijd >100 jaar
4000 5000
0 0 opp. (ha) 0 0,00
leeftijd 25-100 jaar leeftijd >100 jaar Struweelhaag of L01.05 en L01.06 scheerhaag Hoogstamboomgaard L01.09 Moeras, rietland N05.04 Nat schraalland / vochtig N10.01 en N10.02 hooiland Vochtig N13.01 weidevogelgrasland Droge natuurgraslanden N11.01, N12.02, N12.03 Kruiden- en faunarijke N12.05 akker Ruigteveld of -zoom N12.06 Alle typen bos die niet Wnb N14, N15, N16 en N17 beschermd houtopstand zijn
punten /eenheid 4000
VERLIESPUNTEN
Tabel 2 IMPACTFACTOR categorie
eenheid
woningen
wooneenheid ha. woonbestemming wooneenheid ha woonwijk ha. bedrijventerrein
20 400 25 600 1500
2
ha. bedrijventerrein ha. bedrijventerrein aantal turbines verstoringsafstand (m) verstoringsgraad (%) ha. functioneel zonneveld ha. verharding of half verharding ha. verharding ha. verharding ha. verharding
3000 4500 600
2
woonwijk bedrijventerrein milieucategorie 1 en 2 milieucategorie 3 en 4 milieucategorie 5 en 6 windturbine *
zonnepark parkeerterrrein wegen <80 km/uur middel 80-99 km/uur wegen >= 100 km/uur
basispunten /eenheid
aantal eenheden
toeslagfactoren nieuwe indien van functie op toepassing deze locatie factor verhogen
600 1000 2000 3000 4000
2 2 2 2
2 1,5
2,4
1,5 2 2 2 2
open landschap
indien van toepassing factor verhogen
1 1 1 1 1
2
1 1 1
2
1,5 1 1 1 1
1,5
2 2 2 2
2 1
2 2 2 2
IMPACTPUNTEN
windturbine *
Impact = 600 x aantal windturbines x verstoringsafstand(m) x verstoringsafstand(m) / 10000 x pi x verstoringsgraad %
Impactpunten ligging in indien van basis incl. toeEVZ toepassing slagen factor verhogen
aardkundige indien van waarden toepassing voor zover factor BUITEN verhogen open landschap 1 1 1 1 1
1,5
1 1 1
1,5
1 1 1 1 1
1,25
1,5 1,5 1,5 1,5
1,5 1
1,5 1,5 1,5 1,5
1 1 1 1 1
1,25
1 1 1
1,25
1 1 1 1 1
1,25
1,25 1,25 1,25 1,25
1,25 1,25
1,25 1,25 1,25 1,25
1 1 1 1 1
0
1 1 1
0
1,25 1 1 1 1
1440
0 0 0 0
0 0
0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0
2700 0 0 0 0 opp. (ha) 2700 2,40 excl. windturbine
2 Tabel 3. VERSTERKINGSMAATREGELEN categorie voorbeelden van beheertypen basis
opp (ha)
factor bijdrage EVZ
indien van Verstertoepassing kingsfactor punten verhogen basis
incl. toeslagen 540 540
1
1,25
1
3000
0,7
1
1,25
1
0
0
L01.02 en L01.03
3000
0,7
1
1,25
1
0
0
L01.05 en L01.06
3000
0,7
0,7
1,25
1,25
720
630
L01.07
3000
0,7
1
1,25
1
0
0
L01.08 L01.09 N04.02 N05.04 N10.01 en N10.02
3000 2000 2000 2000 2000
0,7
1,25
1,25
1 1 1 1 1
0
0,7
1 1 1 1 1
0
0 0 0 0 0
N13.01
1000
0,7
1
1,25
1
0
0
N11.01, N12.02, N12.03 N12.05
1000 1000
0,7
1 0,7
1,25
1 1
1200
1200 1820
N12.06 N14, N15, N16 en N17
1000 2000
0,7
1,25 1,25
1 1
0
0,7
1 1
0
0 0
hoge toegevoegde waarde over kleine oppervlakten hoge toegevoegde waarde over kleine oppervlakten
5000
0,7
1
1,25
1
0
0
5000
0,7
1
1,25
1
0
0
10
0,7
1
1,25
1
0
0
L01.15
3000
Poel (max. 0,3 hectare per stuk) Houtwal, houtsingel, elzensingel, Struweelhaag of scheerhaag Laan (dubbele bomenrij)
L01.01
Rij knotwilgen Hoogstamboomgaard Zoete plas Dynamisch moeras Nat schraalland / Vochtig hooiland Vochtig weidevogelgrasland Droge natuurgraslanden Kruiden- en faunarijke akker Ruigteveld of -zoom Alle typen natuurlijk bos
Takkenril/ houtstapel
indien van toepassing factor verlagen
0,7
Natuurvriendelijke oever
Speciale elementen Stobbenwallen
factor tijdelijke maatregel
0,18
0,24
0,7 0,7 0,7
1,2 2,6
0,7
1,25 1,25 1,25
1,25
0 0 0
2600
Nestkast steen, bos- of kerkuil Bijenhotel
per m2 functioneel oppervlak
10
0,7
1
1,25
1
0
0
Kleine zoogdiertunnel
das, bever, kleine marters e.a.
100
0,7
1
1,25
1
0
0
Herpetofaunatunnel Boombrug ‘Hop-over’
reptielen en amfibieën marters, eekhoorn vleermuizen, vlinders en vogels bij bestaande brug of duiker, voor zoogdieren
300 100 100
0,7
1,25 1,25
1 1 1
0
0,7
1 1 1
0
0 0 0
100
0,7
1
1,25
1
0
0
Loopstroken of -richels
VEREISTE VERSTERKING
0,7
VERSTERKINGSPUNTEN 2700 BALANS
1,25
0
4190 opp. excl. speciale elementen 1490 4,22
Bijlage 8 Stikstofdepositieonderzoek
Bestemmingsplan "Buitengebied, Zonnepark Teersche Sluispolder" (ontwerp)
87
Stikstofdepositie-onderzoek Zonnepark Heumen
GroenLeven Lange Marktstraat 5-7 8911 AD Leeuwarden T | 058 799 00 00 info@groenleven.nl www.groenleven.nl
Inleiding GroenLeven is voornemens om een zonnepark in de gemeente Heumen te realiseren. Dit zonnepark zal bestaan uit 18,5 hectare projectgebied dat wordt voorzien van zonnepanelen en circa 16,5 hectare natuurcompensatiegebied dat zal worden ingericht ten behoeve van de das. De aanlegfase zal circa drie maanden in beslag nemen, waarvan netto drie weken met stikstof-emitterende machines zal worden gewerkt. Als gevolg van de aanleg van dit zonnepark worden stikstofoxiden (NOx) naar de lucht geëmitteerd. In het kader van de Wet Natuurbescherming dienen de effecten van stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden als gevolg van deze activiteiten te worden onderzocht. GroenLeven heeft een stikstofonderzoek uitgevoerd. De berekening van de stikstofdepositie is op vrijdag 27-01-2022 met de nieuwste versie van het rekenmodel AERIUS Calculator uitgevoerd. In deze notitie worden de uitgangspunten en resultaten van het stikstofdepositieonderzoek gepresenteerd. Emissie inventarisatie 1. Emissies op de bouwlocatie van het zonnepark Om de stikstofdepositie tot een minimum te beperken zal, in samenwerking met de aannemende partij, gestreefd worden naar zo schoon mogelijke werktuigen.
Echter, aangezien nog niet alle aannemers over modern materieel beschikken wordt in de berekening worst-case uitgegaan van mobiele werktuigen met een relatief hoge stikstofoxide-uitstoot (Stage IIIB, 2011-2013). Verwacht mag worden dat in ieder geval een gedeelte van het in te zetten materieel aanzienlijk lagere emissies zal kennen. Op basis van ervaringen in eerder uitgevoerde projecten en de omvang van dit zonnepark is gekomen tot de volgende conservatie aanname voor het in te zetten materieel: Type machine
Schranklader/bobcat (mobiele) kraan/graafmachine Verreiker/manitou Aggregraat bouwkeet
Dieselverbruik Verwachtte inzet liter per in draaiuren draaiuur 10 224 17 224 10 168 4 168
Totaal brandstofverbruik in liters diesel 2.240 3.808 1.680 672
2. Emissies op de bouwlocatie van het natuurcompensatiegebied. Voor het natuurcompensatiegebied wordt uitsluitend een bobcat gebruikt voor de graafwerkzaamheden bij de aanplant van het haagstruweel. Naar verwachting worden de sleuven in 1 of 2 dagen gegraven, waarna er voor de plantwerkzaamheden geen machines meer benodigd zijn. Het aantal draaiuren van de bobcat bedraagt in totaal 8 uur (machine draait niet continue), waarmee het totale brandstofverbruik op 80 liter diesel komt.
GroenLeven Lange Marktstraat 5-7 8911 AD Leeuwarden T | 058 799 00 00 info@groenleven.nl www.groenleven.nl
3. Verkeers-aantrekkende werking De verkeers-aantrekkende werking van en naar de bouwlocatie is tevens een lokale bron van stikstofemissies. De verkeers-aantrekkende werking hangt samen met het oppervlak van het zonnepark. Dit is namelijk bepalend voor de hoeveelheid materiaal die aangevoerd moet worden en het personeel dat benodigd is voor de aanlegfase. Op basis van ervaringen in eerder uitgevoerde projecten en de omvang van dit zonnepark zijn conservatie aannames gedaan voor de verkeers-aantrekkende werking. Voor de aanvoer van bouwmaterialen en materieel worden vrachtwagens ingezet. Voor deze ontwikkeling wordt aangenomen dat circa 1.400 vrachtwagens het terrein zullen bezoeken (conservatieve aanname). Het personeel voor de aanleg van het zonnepark zal komen met bestelauto’s en personenwagens. Het grootste deel van de werknemers zal gezamenlijk in bestelauto’s aankomen op de locatie. Voor deze ontwikkeling wordt aangenomen dat circa 700 bestelbusjes/ personenauto’s het terrein zullen bezoeken (conservatieve aanname). Hierbij is tevens rekening gehouden met het bezoek van aansturende, monitorende en controlerende werknemers, wiens aanwezigheid meer sporadisch van aard is, maar wel aantal keer de werkplaats zullen bezoeken. Het verkeer wordt geïnstrueerd om de locatie te bereiken via de Burchtselaan en de Westerkanaaldijk.
Vanaf de kruising Burchtselaan-Blankenbergseweg is het verkeer verder gemodelleerd totdat de op- en afrit van de snelweg A73 zijn bereikt. 4. Resultaten, interpretatie en conclusie. Uit de berekeningen blijkt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar zijn. Dit betekent dat er geen stikstofdepositie-effect is van de bouwactiviteiten van GroenLeven op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Voor meer details wordt verwezen naar de AERIUSbijlage. 5. Gebruiks- en onderhoudsfase In de gebruiks- en onderhoudsfase van het zonnepark zal geen stikstof emissie plaatsvinden. Er wordt namelijk gewerkt met elektrische autos. Om die reden is uitsluitend een berekening voor de bouwfase uitgevoerd.
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Totale emissie
Situatie 1 - Beoogd
Resultaten
Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
RsCR97rateED (27 januari 2023)
GroenLeven B.V. Lange Marktstraat 5-7, 8017JN Leeuwarden Zonnepark Heumen AERIUS berekening van zonnepark Heumen RsCR97rateED 27 januari 2023, 10:46 Wnb-rekengrid Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
2024 -
1,2 kg/j
167,9 kg/j
2/7
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele Werktuigen Zonnepark 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen compensatiezone 3 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele voertuigen compensatiezone Verkeersnetwerk
RsCR97rateED (27 januari 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
63,0 g/j 129,9 kg/j 0,0 kg/j 1,2 kg/j 0,0 kg/j 1,2 kg/j 1,1 kg/j 35,5 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.
RsCR97rateED (27 januari 2023)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RsCR97rateED (27 januari 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Situatie 1, Rekenjaar 2024 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
Mobiele Werktuigen Zonnepark X:184949,4 Y:422674,78 24,32 ha
NOₓ NH₃
Naam
Stageklasse
Schranklader
Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, 2240 l/j SCR: nee
224 u/j
Graafmachine
Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, 3808 l/j SCR: nee
224 u/j
Verreiker
Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, 1680 l/j SCR: nee
168 u/j
Aggregraat bouwkeet
Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, 672 l/j SCR: nee
168 u/j
2
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik
Stof Emissie
NOₓ
34,7 kg/j NH₃ 16,8 g/j NOₓ 58,2 kg/j NH₃ 28,6 g/j NOₓ 26,0 kg/j NH₃ 12,6 g/j NOₓ 10,9 kg/j NH₃ 5,0 g/j
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
Naam Stageklasse
Mobiele werktuigen compensatiezone X:184714,39 Y:422806,01 3,22 ha
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik
Bobcat Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, SCR: 80 l/j nee 3
129,9 kg/j 63,0 g/j
8 u/j
1,2 kg/j 0,0 kg/j Stof Emissie
NOₓ NH₃
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
Naam Stageklasse
Mobiele voertuigen compensatiezone X:185399,76 Y:422780,66 9,74 ha
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik
Bobcat Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, SCR: 80 l/j nee
RsCR97rateED (27 januari 2023)
8 u/j
1,2 kg/j 0,0 kg/j 1,2 kg/j 0,0 kg/j
Stof Emissie
NOₓ NH₃
1,2 kg/j 0,0 kg/j
6/7
Projectberekening
4
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Verkeersbewegingen X:185755,53 Y:421814,21 3.984,62 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigen
1400 p/jaar 0 p/jaar 2800 p/jaar 0 p/jaar
35,5 kg/j 11,4 kg/j 1,1 kg/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230126_290cbff6e8 Database versie 2022_290cbff6e8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RsCR97rateED (27 januari 2023)
7/7
Bijlage 9 Digitale watertoets
98
Bestemmingsplan "Buitengebied, Zonnepark Teersche Sluispolder" (ontwerp)