Bijlage I VRGZ 2023 onderbouwing van de wijzigingen
Tekst van het document
De voorzitter van het algemeen raden van de getroffen gemeenten bestuur verstrekt na afloop van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke informatie over het verloop van de In dit artikel is ten slotte opgenomen dat de voorzitter verplicht is om, gebeurtenissen en de besluiten die hij heeft na afloop van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, betekenis, aan de raden van de genomen. Met inachtneming van het getroffen gemeenten informatie over aan de raden van getroffen gemeenten informatie te verschaffen. het verloop van de gebeurtenissen en de bepaalde in artikel 40 van de Wet Artikel 40 van de Wet veiligheidsregio's schrijft voor dat de voorzitter veiligheidsregio's geschiedt de besluiten die hij heeft genomen. Met na afloop van zo'n ramp of crisis een schriftelijk verslag uitbrengt aan inachtneming van artikel 40 van de Wet informatieverstrekking door middel van een de raden van de getroffen gemeenten, in overeenstemming met de schriftelijk verslag, het schriftelijk veiligheidsregio's geschiedt de burgemeesters die deel uitmaakten van het regionaal beleidsteam. informatieverstrekking door middel van beantwoorden van vragen en/of het in de Voorts dienen de schriftelijke vragen die de raden na ontvangst van het een verslag, het schriftelijk raadsvergadering verstrekken van verslag stellen te worden beantwoord.
Ten slotte bestaat de beantwoorden van vragen en/of het in mondelinge inlichtingen. mogelijkheid dat de voorzitter - indien een raad daaraan behoefte heeft - in een vergadering mondeling inlichtingen verstrekt over de besluiten
de raadsvergadering verstrekken van mondelinge inlichtingen.
die hij heeft genomen. De voorzitter legt niet rechtstreeks verantwoording af aan de raad over besluiten zoals bedoeld in artikel 40 van de Wet veiligheidsregio’s. Wel heeft de raad de mogelijkheid om – overeenkomstig het bepaalde in artikel 40 van de Wet veiligheidsregio’s - zijn standpunt over het door de voorzitter genomen besluit schriftelijk kenbaar te maken aan de Minister van Justitie en Veiligheid, door tussenkomst van de commissaris van de Koning.
Artikel 21 Reglement van orde algemeen bestuur
Artikel 21 Reglement van orde algemeen bestuur
De verwijzing naar artikel 22 van de Wet gemeenschappelijke regelingen maakt duidelijk dat het artikel zijn grondslag vindt in de Wet gemeenschappelijke regelingen en niet vrijblijvend is. Artikel 22 van de Wet gemeenschappelijke regelingen verwijst op haar beurt naar artikel 16 1. Het algemeen bestuur stelt met Het algemeen bestuur stelt met inachtneming van de artikelen 22 en 23 inachtneming van de artikel 22 van de wet van de Gemeentewet waarin de verplichting (voor de raad c.q. het algemeen bestuur) is opgenomen een reglement van orde op te stellen van de wet voor zijn vergaderingen en voor zijn vergaderingen en andere andere werkzaamheden een reglement werkzaamheden een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden. van orde vast. vast. 2. In het reglement van orde worden onder meer regels gegeven omtrent a. het horen van belanghebbenden ten aanzien van door het algemeen bestuur te nemen besluiten; b. de wijze van het verstrekken van inlichtingen en het afleggen van verantwoording als bedoeld in de artikelen 19 en 20 van deze regeling.
toelichting artikel 26 (Klachtenregeling), toelichting artikel 26 (Klachtenregeling), zesde alinea: zesde alinea: Het vaststellen van een klachtenregeling Het vaststellen van een klachtenregeling voor de RAV is op dit moment (maart voor de RAV is op dit moment (peildatum 1 2020) verbonden aan een advies van de september 2023) verbonden aan cliëntenraad op grond van artikel 3 lid 1 instemming van de cliëntenraad op grond sub k Wet medezeggenschap cliënten van artikel 8 lid 1 sub a Wet zorginstellingen (WMCZ). Deze wet komt medezeggenschap cliënten per 1 juli 2020 te vervallen en wordt dan zorginstellingen 2018 in samenhang met opgevolgd door de WMCZ 2018. In deze artikel 13, eerste lid, van de Wet kwaliteit, laatste wet is een klachtenregeling klachten en geschillen zorg. verbonden met instemming van de cliëntenraad op grond van artikel 8 lid 1 sub a WMCZ 2018. Er is dus in beide gevallen een vorm van overleg met de medezeggenschap noodzakelijk.
Artikel 30 Totstandkoming
Artikel 30 Totstandkoming
Het is belangrijk dat de veiligheidsregio tijdig duidelijk maakt welk beleid zij voornemens is te voeren, zodat de deelnemende gemeenten daar De totstandkoming van het beleidsplan, De totstandkoming van het beleidsplan, het invloed op kunnen uitoefenen. In artikel 11a van deze regeling is de mogelijkheid opgenomen voor de raden om hun zienswijze te geven op het crisisplan en het beleidsprogramma crisisplan en het beleidsprogramma geschiedt op overeenkomstige wijze als geschiedt overeenkomstig het het regionale beleidsplan. in artikel 32, eerste tot en met vijfde lid daaromtrent bepaalde in de Wet van deze regeling, voor de begroting is veiligheidsregio’s met inachtneming van Het regionale beleidsplan (het beleid op hoofdlijnen), het crisisplan en het aangegeven. hetgeen in artikel 11a van deze regeling is beleidsprogramma (de in enig jaar voorgenomen concrete activiteiten en bepaald omtrent de zienswijze van de benodigde middelen) komen in artikel 28 en 29 van deze regeling aan bod. In de artikelen 14 t/m 16 van de Wet veiligheidsregio's zijn de eisen raden van de deelnemende gemeenten opgenomen waaraan het beleidsplan en crisisplan in elk geval moeten voldoen.
Toelichting op de artikelen 31, 32, 33 en De toelichting op artikel 33 34 De artikelen 34 en 35 van de wet Bij circulaire van 8 juli 1999 (kenmerk bevatten een regeling met betrekking FO99/U59111) heeft de Minister van tot de vaststelling van de begroting. In Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties artikel 31 is een procedure opgenomen er voor gepleit om de gegoedheid van die voldoet aan de door deze wet openbare lichamen ten behoeve van hun gestelde eisen. Hierdoor is het voor de kredietwaardigheid te accentueren, door gemeenten mogelijk om in hun eigen vast te leggen dat de gemeenten te allen begroting rekening te houden met de tijde zullen voorzien in de middelen die het bijdrage aan de veiligheidsregio. openbaar lichaam nodig heeft om zijn De raden van de deelnemende schulden te voldoen. Formeel gesproken is dit overbodig, zoals de minister in zijn gemeenten kunnen omtrent de ontwerpbegroting het dagelijks bestuur circulaire aangeeft. van hun zienswijze doen blijken. In verband hiermee bepaalt de wet dat het Niettemin is besloten om dit expliciet op te dagelijks bestuur de ontwerpbegroting nemen in artikel 33 lid 4 van de regeling, (minimaal) 8 weken voor de aanbieding omdat in de praktijk is gebleken dat aan het algemeen bestuur, toezendt aan banken soms terughoudend zijn in het de raden van de deelnemende verstrekken van leningen aan gemeenten.
In artikel 32 is bepaald dat gemeenschappelijke regelingen, omdat zij deze toezending jaarlijks dient plaats te niet bekend zijn met het vereiste dat vinden vóór 1 april. De raden van de gemeenten te allen tijde dienen te deelnemende gemeenten krijgen voorzien in de middelen die nodig zijn om vervolgens twee maanden de de schulden te voldoen. gelegenheid om op de ontwerpbegroting te reageren. Er blijft nog circa 1 maand over om de commentaren door het dagelijks bestuur bij de ontwerpbegroting te laten voegen en aan het algemeen bestuur toe te zenden en om de begroting vast te stellen.
Binnen twee weken na vaststelling, moet de begroting aan Gedeputeerde Staten worden toegezonden. Aan deze wettelijke termijn (artikel 34, tweede lid, van de wet) valt niet te ontkomen. Met het oog daarop bepaalt artikel 32, vijfde lid, dat de vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur jaarlijks uiterlijk 1 juli van het voorafgaande jaar dient plaats te vinden. In artikel 32, lid 2 staat opgenomen dat rekening moet worden gehouden met begrotingsrichtlijnen. In de begroting van de veiligheidsregio moet duidelijk zijn hoe de verdeling van de kosten over de gemeenten plaatsvindt. Tot op heden wordt het inwonertal van de deelnemende gemeenten als verdeelsleutel gehanteerd. Het algemeen bestuur heeft echter de mogelijkheid om in de toekomst een andere verdeelsleutel te hanteren, bijvoorbeeld indien het wenselijk is een differentiatie aan te brengen indien taken niet voor alle gemeenten, of niet voor alle gemeenten op een gelijkwaardig dienstenniveau, worden verricht. Hier wordt in elk geval gedoeld op de taken die voortvloeien uit de regionalisering van de gemeentelijke brandweer. In artikel 32, lid 9 is beschreven dat besluiten van het bestuur met betrekking tot begrotingswijzigingen die
niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage en niet leiden tot verschuivingen tussen reeds door het bestuur goedgekeurde programma’s niet naar de raden hoeven voor een zienswijze. Bij circulaire van 8 juli 1999 heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties er voor gepleit om de gegoedheid van openbare lichamen ten behoeve van hun kredietwaardigheid te accentueren, door vast te leggen dat de gemeenten te allen tijde zullen voorzien in de middelen die het openbaar lichaam nodig heeft om zijn schulden te voldoen. Formeel gesproken is dit overbodig, zoals de minister in zijn circulaire aangeeft. Niettemin is besloten om dit expliciet op te nemen in artikel 33, lid 6 van de regeling, omdat in de praktijk is gebleken dat banken soms terughoudend zijn in het verstrekken van leningen aan gemeenschappelijke regelingen, omdat zij niet bekend zijn met het vereiste dat gemeenten te allen tijde dienen te voorzien in de middelen die nodig zijn om de schulden te voldoen. De wet bevat een summiere regeling met betrekking tot de vaststelling van de jaarrekening. De wet bepaalt alleen, dat de vaststelling van de jaarrekening door het algemeen bestuur geschiedt in het jaar volgend op dat waarop deze
betrekking heeft, en dat het dagelijks bestuur de rekening binnen twee weken na vaststelling, doch uiterlijk op 15 juli, naar Gedeputeerde Staten stuurt (Conform artikel 34, lid 2 van de wet). In artikel 34, lid 2 van de regeling is aanvullend opgenomen dat de raden van de deelnemende gemeenten twee maanden de gelegenheid hebben om hun zienswijze over de jaarrekening naar voren te brengen.
Artikel 36 Toetreding en uittreding
Artikel 36
Toetreding
In artikel 9, lid 1 van de wet is bepaald Toetreding tot deze regeling is slechts dat de voor een onbepaalde tijd mogelijk na wijziging van de indeling van getroffen regeling bepalingen inhoudt gemeenten in regio’s, zoals bedoeld in omtrent wijziging, opheffing, toetreding artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s. en uittreding. Omdat de indeling in veiligheidsregio's bij wet is bepaald, is in artikel 36 opgenomen dat toetreding en uittreding slechts is toegestaan als in de wet- en regelgeving de landelijke verdeling in veiligheidsregio's wordt gewijzigd. Het is dan aan het algemeen bestuur om daarvan de gevolgen te regelen.
Artikel 36 is gewijzigd als gevolg van de wijziging van de Wgr met dien verstande dat artikel 36 voorheen de toetreding én uittreding betrof. Het gewijzigde artikel 36 beperkt zich nu tot de toetreding. De uittreding (voorwaarden en gevolgen) wordt geregeld in artikel 36a van deze regeling. Artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen is van toepassing op (besluiten tot) toetreding tot deze regeling, met verwijzing naar het vijfde lid van het genoemde artikel 1 van de wet.
Artikel 38 Liquidatie
Artikel 38
Opheffing
Het (besluit tot) vaststellen van het liquidatieplan is gekoppeld aan de zienswijzeprocedure uit artikel 10 van de Wet gemeenschappelijke 1. Ingeval van opheffing van de regeling 1. Deze regeling kan slechts worden regelingen en artikel 11a van deze regeling. Het bij opheffing van de regeling vast te stellen liquidatieplan dient onder meer te voorzien in de besluit het algemeen bestuur tot opgeheven als dit door wijziging van de liquidatie en stelt daarvoor de nodige Wet veiligheidsregio’s mogelijk wordt. gevolgen die de beëindiging voor het eventuele personeel heeft, alsmede in de vereffening van het vermogen en de daaruit voortvloeiende rechten regelen. Hierbij kan van de bepalingen Opheffing geschiedt – behoudens een van de regeling worden afgeweken. andersluidende wettelijke voorziening – en verplichtingen voor de deelnemende gemeenten. De zienswijzen van door daartoe strekkende besluiten van de raden op het liquidatieplan worden ingediend bij het algemeen 2. Het liquidatieplan wordt door het twee derden van het aantal deelnemende bestuur. algemeen bestuur, de raden van de gemeenten. gemeenten gehoord, vastgesteld. 3. Het liquidatieplan voorziet ook in de 2.
Ingeval van opheffing van de regeling Opheffing wordt (vooralsnog) niet bestreken door artikel 1 lid 5 van de gevolgen die de beëindiging heeft voor besluit het algemeen bestuur tot liquidatie Wet gemeenschappelijke regelingen maar deze procedure wordt ingeval het personeel. en stelt daarvoor de nodige regels. Hierbij van opheffing wel gevolgd (zienswijze raden op ontwerpbesluit tot 4. Het liquidatieplan geeft regels voor de kan van de bepalingen van de regeling opheffing naar hun colleges, na verkregen toestemming van de raden wijze waarop de deelnemende worden afgeweken. besluitvorming door de colleges). gemeenten, voor zover het saldo 3. Het liquidatieplan wordt door het ontoereikend is, zorg dragen voor de algemeen bestuur vastgesteld met nakoming van de verplichtingen van de inachtneming van het bepaalde van artikel veiligheidsregio. 11a in deze regeling (zienswijzeprocedure 5. Het dagelijks bestuur is belast met de raden). 4. Het liquidatieplan voorziet ook in de uitvoering van de liquidatie. gevolgen die de beëindiging heeft voor het 6. Zonodig blijven de organen van de veiligheidsregio ook na het tijdstip van personeel. opheffing in functie, totdat de liquidatie 5. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, is voltooid. voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van de veiligheidsregio.
6. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 7. De bestuursorganen van de veiligheidsregio blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie volledig is voltooid.
-
Artikel 40b
Bekendmaking
1. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen maakt de regeling bekend in alle deelnemende gemeenten in het door de gemeente Nijmegen uitgegeven gemeenteblad, overeenkomstig het bepaalde in artikel 26 van de wet. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing als sprake is van (besluiten tot) toetreding, uittreding, wijziging of opheffing van de regeling.
Artikel 40b is toegevoegd aan deze regeling in het hoofdstuk Slotbepalingen. Bekendmaking van besluiten was voorheen opgenomen in artikel 37 lid 4 (oud) van de GR VRGZ. Artikel 40b is in overeenstemming met artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 41 Inwerkingtreding
Artikel 41
Inwerkingtreding
Artikel 41 vormt deels een weergave van hetgeen in artikel 1 lid 4 en lid 5 van de Wet gemeenschappelijke regelingen is bepaald. Artikel 1 lid 4 en Deze gewijzigde regeling treedt, na een Deze gewijzigde regeling treedt, na een lid 5 biedt derhalve het wettelijke kader. Onder het treffen van een daartoe strekkend besluit van de daartoe strekkend besluit van twee derden regeling wordt mede verstaan het wijzigen van, het toetreden tot en het besturen van twee derden van het van het aantal gemeenten, in werking na uittreden uit een regeling. aantal deelnemende gemeenten, in bekendmaking van het besluit, per [uiterlijk werking na bekendmaking van het 1 juli 2024; INVULLEN], onverminderd het Een gemeente heeft ingestemd met de wijzigingen, indien daartoe door besluit, met terugwerkende kracht tot 1 bepaalde in artikel 26 lid 3 van de wet. het college van burgemeester en wethouders is besloten. De colleges van januari 2020. burgemeester en wethouders en de burgemeesters gaan niet over tot het wijzigen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden. De toestemming kan slechts door de gemeenteraden worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Bekendmaking en inwerkingtreding van een gemeenschappelijke regeling is geregeld in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
De nadere invulling daarvan is terug te vinden in artikel 40b (Bekendmaking) van deze regeling.