Bijlage I Vast te stellen bestemmingsplan - Toelichting en regels
Tekst van het document
Bij een bui T=10+10% mag het waterpeil in principe maximaal 0,3 m stijgen. Bij een regenbui die eenmaal per 100 jaar kan voorkomen (T= 100+10%) mag het waterpeil stijgen tot de laagste putdekselhoogte op wijkniveau. Bij de keuze van het soort bergingsvoorziening hanteert het waterschap de trits vasthouden-bergenafvoeren. In aansluiting hierop hanteert het waterschap de volgende voorkeursvolgorde: Hemelwater vasthouden door hergebruik of infiltratie; Hemelwater bergen in open water (of droogvallende watergang); Hemelwater bergen in kunstmatige bergingsvoorzieningen (wadi, bassins, kratten, kelders). Indien een infiltratievoorziening wordt gerealiseerd moet de bodem van de voorziening zich gelijk of hoger dan de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) bevinden en mag bij een ontwerpbui T=100+10% het systeem tot aan maaiveld gevuld zijn. De ledigingstijd van het systeem bedraagt 48 tot 96 uur. Gemeente Heumen Het (hemel)waterbeleid van de gemeente Heumen is onder meer vastgelegd in het Verbreed gemeentelijk rioleringsplan 2018 - 2022. Voor alle nieuwbouwplannen binnen de gemeente Heumen geldt dat het regenwater op eigen perceel verzameld en verwerkt dient te worden. Het regenwater mag niet meer bij het vuilwaterriool worden aangesloten of oppervlakkig afstromen naar de openbare ruimte. De gemeente Heumen conformeert zich aan het beleid van het waterschap.
De eis vanuit het waterschap voor solitaire infiltratiesystemen (dus zonder overloop op een sloot) dienen minimaal 66,4 mm/m² verhard oppervlak te kunnen bergen. Bij een systeem met een overloop op het watersysteem van het waterschap moet minimaal 43,6 mm/m² verhard oppervlak geborgen worden, waarbij maximaal 1,5 l/s/ha op het watersysteem mag worden geloosd. Voor het aansluiten van water of een overloop op het watersysteem van het waterschap moet een vergunning worden aangevraagd of gemeld worden. De wijze van infiltreren, bergen en verwerken van het hemelwater op eigen terrein is ter invulling van de perceeleigenaar. Bij de keuze en aanleg van een voorziening dient te worden voorkomen dat er afval in het hemelwatersysteem wordt geloosd. Daarnaast dient gebruik te worden gemaakt van milieuvriendelijke bouwproducten en werkwijzen. Er wordt derhalve geadviseerd gebruik te maken van niet uitloogbare bouwmaterialen of materialen die voorzien zijn van een keurmerk. Daarnaast dient een voorziening bij voorkeur inspecteerbaar en reinigbaar te zijn. Het systeem dient binnen 48 uur weer leeg te zijn zodat de volledige bergingscapaciteit weer beschikbaar is. De gemeente adviseert binnen stedelijk gebied om minimaal 20 tot 30 mm in een voorziening te bergen met een overloop op eigen terrein. De overloop mag daarbij geen overlast voor de omgeving opleveren.
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
29
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
4.9.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Bestaande situatie In de huidige situatie is de tuin rondom de champignonschuur in gebruik als onbebouwd (intensief beheerd) gazon, met beplanting. Er is geen oppervlakteverharding aanwezig. Waterkeringen In het voorliggende plangebied zijn geen waterkeringen aanwezig. Watergangen Het plangebied grenst aan een A- watergang, met een beschermingszone van 4 m breed om in onderhoud te kunnen voorzien. Aan de noordzijde (vanaf de Oude Kleefsebaan) is er voldoende ruimte om onderhoud uit te kunnen voeren vanaf de openbare weg. Watergangen vormen dus geen belemmering voor dit bestemmingsplan. Watercompensatie Er is een verhardingsbalans opgesteld om te laten zien hoe de bestaande situatie en de toekomstige situatie zich tot elkaar verhouden: Dakoppervlak (m²) Terreinverharding (m²) Onverhard (m²) Totaal (m²) Bestaande situatie
160
70
580
810
Toekomstige situatie
230
150 (140+10)
430
810
Verschil
+70
+80
-150
0
Uit de verhardingsbalans blijkt dat de hoeveelheid verhard oppervlak met maximaal 150 m 2 toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie. Tot op heden heeft de initiatiefnemer nog geen gebruik gemaakt van de vrijstelling van 500 m² in stedelijk gebied, vandaar dat er in principe geen sprake is van een bergingsopgave voor de 150 m² extra verhard oppervlak. Dit betekent dat er op basis van het beleid van het waterschap geen compensatie hoeft plaats te vinden. In overleg met het waterschap wordt de hemelwaterafvoer van de schuurwoning en het bijgebouw afgevoerd naar de bestaande sloot aan de zuidzijde van de Oude Kleefsebaan. Grondwater Het plan is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. In en om het plangebied is geen grondwateroverlast bekend. Ingrepen voorkomend uit dit plan zullen het functioneren van het grondwatersysteem niet beïnvloeden. Riolering en hemelwaterafvoer Voor de afvoer van het afvalwater is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor de rioolaansluiting. Er zal gebruik worden gemaakt van de bestaande rioolaansluiting van de champignonloods op de Oude Kleefsebaan. Het hemelwater wordt niet gekoppeld aan het rioolsysteem, maar wordt op het eigen perceel verwerkt. Waterkwaliteit Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater wordt vervuild.
In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen. Er mogen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die het hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). Afkoppeling van hemelwater zorgt ervoor dat het aantal riooloverstorten laag is. Ook dit komt de waterkwaliteit (in de omgeving) ten goede. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van het inzamelings- en transportstelsel van afvalwater, kortom de riolering, ligt bij de gemeente. Het Waterschap is verantwoordelijk voor de zuivering van het aangeleverde afvalwater. Het Waterschap is de beheerder van het totale watersysteem en van de waterkeringen. Het onderhoud van de waterkeringen en hoofdwatergangen is tevens de verantwoordelijkheid van het Waterschap. Het onderhoud van de overige watergangen ligt bij particulieren, de gemeente en andere instanties.
30
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
Conclusie Het aspect 'waterhuishouding' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.10
Ecologie
4.10.1 Regelgeving In 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Soortenbescherming Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien moet voor de start van die werkzaamheden ontheffing worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan moet duidelijk zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten.
Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. 1. Het beschermingsregime Vogelrichtlijn (Vrl), dat van toepassing is op van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vrl. Met betrekking tot deze vogelsoorten geldt dat het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden is vogels opzettelijk te storen, behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en dwingende redenen van groot openbaar belang zijn geen reden om ontheffing te verlenen. Ontheffing is uitsluitend toegestaan op basis van de ontheffingsgronden die in de Vrl zijn genoemd. Overigens is het, indien geen ontheffing nodig is, volgens de huidige interpretatie van de wet wel verplicht rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Voor sommige vogelsoorten met vaste verblijfplaatsen geldt dat deze vaste verblijfplaatsen en het essentiële leefgebied jaarrond beschermd zijn. 2. Het beschermingsregime Habitatrichtlijn (Hrl), dat van toepassing is op soorten van bijlage IV bij de Hrl, bijlage I en II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn. Met betrekking tot deze soorten is het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Ontheffing wordt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling alleen verleend indien: a. er geen andere bevredigende oplossing is, en b. geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort, en c. sprake is van één van de volgende (bij ruimtelijke ontwikkeling relevante) belangen: de bescherming van wilde flora en fauna of natuurlijke habitats, of de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. 3. Het beschermingsregime Andere Soorten, dat van toepassing is op soorten van de bijlage behorende bij artikel 3.10 van de Wnb. Ontheffing is alleen mogelijk indien: a. er geen andere bevredigende oplossing is, en b. indien geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden. De provincies kunnen voor het beschermingsregime Andere Soorten een algemene vrijstelling verlenen voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In Wijchen is de
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
31
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
provincie Gelderland het bevoegd gezag voor de Wnb. Indien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is ontheffing noodzakelijk. Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb). Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden. Ook moet gelet worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. Gebiedsbescherming De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door 'externe werking') op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties.
Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een 'habitattoets' moet worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets moeten worden beoordeeld door het bevoegd gezag. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (de voormalige Ecologische Hoofdstructuur / EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid). De provincies hebben in een verordening regelgeving vastgelegd ten aanzien van het NNN. Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering Op 1 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering (Wsn) in werking getreden. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw-, sloop- en eenmalige aanlegactiviteiten, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen, in het kort de bouwvrijstelling. Er is een knip gemaakt tussen de bouw en het gebruik van een bouwwerk.
De milieubelasting tijdens de bouw is tijdelijk, terwijl het gebruik een permanent karakter heeft. Vanwege de vrijstelling is het niet langer nodig een activiteit met tijdelijke emissies te toetsen op stikstof. Dit betekent dat voor het aspect stikstof alleen nog de depositie in de gebruiksfase een rol speelt. De vrijstelling geldt expliciet alleen voor stikstof en niet voor andere negatieve effecten die tijdens de bouwfase als gevolg van geluid, licht en trillingen op Natura 2000-gebieden kunnen optreden.
4.10.2 Doorvertaling bestemmingsplan In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. De resultaten zijn hieronder beknopt weergegeven, de volledige rapportage is als bijlage 2 bij de toelichting opgenomen. Soortenbescherming Het plangebied is grotendeels in gebruik als tuin en wordt ook als zodanig beheerd. Hierdoor zijn er geen mogelijkheden voor beschermde plantensoorten. Deze zijn niet aangetroffen. Enkel algemeen voorkomende plantensoorten zijn binnen het plangebied en de directe omgeving aangetroffen. De aangetroffen planten soorten zijn allemaal gebonden aan een voedselrijk bodemtype. Het perceel dat ten zuiden van het plangebied ligt, heeft een agrarische functie. Het beheer van een dergelijk perceel verkleint de kansen op aanwezigheid van beschermde soorten nog verder. Beschermde plantensoorten kunnen worden uitgesloten in het plangebied. Ook wordt de Wet natuurbescherming voor de soortgroepen zoogdieren, amfibieën, reptielen, ongewervelden, vissen en vleermuizen niet overtreden.
32
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep broedvogels mogelijk overtreden bij het snoeien van de beukenhaag of het verwijderen van de gevelbegroeiing in de broedperiode. Omdat eventuele werkzaamheden buiten de broedperiode zullen worden uitgevoerd, zijn broedvogels geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Gebiedsbescherming De ontwikkelingen in het plangebied leiden niet tot een ander gebruik en bovendien is het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied gelegen op een afstand van meer dan 3 km. Op een dergelijke afstand zijn geen effecten meer te verwachten door de aard van de ontwikkelingen, het tussenliggende gebied en de afwezigheid van overeenkomstig habitat. De ontwikkelingen in het plangebied leiden niet tot aantasting van Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het natuurnetwerk bevindt zich op 210 m van het plangebied. Het gaat hierbij om Haagbeuken- en Essenbos. Het natuurnetwerk kent echter geen externe werking wat inhoudt dat alleen fysieke aantastingen van het netwerk leiden tot een vervolgtraject. In dit geval is er dus geen sprake van aantasting van het Natuurnetwerk Nederland Wat betreft stikstofdepositie kan voor de aanlegfase worden aangesloten bij de in de Wet stikstofreductie en natuurbescherming (Wsn) opgenomen vrijstelling.
De berekeningen van het projecteffect zijn verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator (versie oktober 2020) op basis van voornoemde uitgangspunten. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 3 van de toelichting. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden van de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Nader onderzoek is zodoende niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.11
Archeologie & cultuurhistorie
4.11.1 Regelgeving Erfgoedwet De Erfgoedwet bundelt de bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals deze in de oude wetten en regelingen golden, blijft gehandhaafd. Het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed was geregeld in zes verschillende wetten en een regeling. Waarin roerend, onroerend en archeologisch erfgoed allemaal hun eigen specifieke definities, procedures en beschermingsmaatregelen hadden. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Overbodige regels zijn geschrapt en de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die in 2022 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen. Het gaat daarbij om de volgende zaken: Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Bescherming van stads- en dorpsgezichten.
Archeologische waarden- en verwachtingskaart gemeente Heumen Volgens de archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Heumen ligt het plangebied ter plaatse van 'archeologisch en bouwhistorisch kansrijke locaties'. Dit betekent dat het plangebied een hoge archeologische verwachtingswaarde heeft voor archeologische resten uit met name de Late Middeleeuwen en later. Voor gronden met een hoge verwachtingswaarde geldt dat bodemingrepen groter dan 200 m2 en dieper dan 0,4 m archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden.
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
33
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
Beleidsnota cultuurhistorie In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is een bepaling opgenomen, op grond waarvan het gemeentebestuur bij het opstellen van een bestemmingsplan moet aangeven op welke wijze zij rekening heeft gehouden met de cultuurhistorische waarden binnen het plangebied. Ter onderbouwing van deze afweging hebben de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten gezamenlijk de beleidsnota cultuurhistorie 'Samen in verscheidenheid' opgesteld. Op de waarderingskaart, behorende bij de beleidsnota, is het plangebied aangewezen als cultuurhistorisch waardevol gebied. Dit zijn gebieden waarvan de cultuurlandschappelijke waardering zeer hoog, hoog of middelhoog is. In hoeverre een ruimtelijke ontwikkeling afbreuk kan doen aan de cultuurhistorische waarden in een gebied is afhankelijk van: De aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkeling; De cultuurhistorische waarden in een gebied. 4.11.2 Doorvertaling bestemmingsplan Archeologie De gronden binnen het plangebied hebben de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’.Het oppervlaktecriterium van 200 m2 wordt met onderhavige plannen niet overschreden. Als gevolg van de bouwplannen wordt namelijk alleen een nieuw bijgebouw gerealiseerd met een oppervlakte van 50 m2 grond en een sleuf voor kabels en leidingen van circa 7 m2.
Doordat de bestaande champignonschuur wordt omgebouwd tot een nieuwe woning, wordt voor de realisatie van de beoogde woning wordt geen grond aangeroerd. In totaal wordt er dus 50 + 7 = 57 m2 extra aan bodem geroerd. Een nader archeologisch onderzoek is daarmee niet noodzakelijk. Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Cultuurhistorie Het plangebied behoort tot een zone waaraan een hoge cultuurhistorische waardering is toegekend. Aan de oostzijde van het beoogde woonperceel is een gemeentelijk monument met bijgebouwen en schuren gelokaliseerd. Ook staan er aan de Oude Kleefsebaan een aantal karakteristieke panden die de cultuurhistorische waarde verhogen. Op navolgende afbeelding is de uitsnede van het plangebied op de cultuurhistorische waarderingskaart weergegeven:
34
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
Uitsnede cultuurhistorische waarderingskaart, met globale aanduiding plangebied (rood omcirkeld) Door de beoogde ontwikkeling worden geen cultuurhistorische waarden aangetast. Aangezien de aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkeling beperkt is tot de realisatie van één schuurwoning in een bestaande champignonloods en een nieuw bijgebouw, die beiden zoveel mogelijk zullen aansluiten bij de bouwstijl van het bebouwingslint. Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.12
Leidingen
4.12.1 Regelgeving Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen moeten worden gewaarborgd. Tevens moet rond dergelijke leidingen rekening worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgastransportleiding met een diameter groter of gelijk aan 18”; defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”. 4.12.2 Doorvertaling bestemmingsplan In de directe omgeving van het plangebied is geen planologisch relevante leiding aanwezig. Het aspect 'leidingen' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
35
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
4.13
Vormvrije MER-beoordeling
4.13.1 Regelgeving Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.
Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. 4.13.2 Doorvertaling bestemmingsplan In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 woningen of meer omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Aangezien het aantal woningen in de toekomstige situatie met maximaal één wooneenheid toeneemt, is er geen m.e.r.-beoordeling conform het Besluit m.e.r. noodzakelijk. Gelet hierop, wordt geconcludeerd dat de drempelwaarden niet worden overschreden, waardoor in onderhavig plan kan worden volstaan met het uitvoeren van een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'.
De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.beoordeling. Daarbij wordt geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.
36
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd moeten worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere (recente) bestemmingsplannen van de gemeente Heumen. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningvrije bouwwerken opgenomen.
5.1.1
Inleidende regels
Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.
5.1.2
Bestemmingsregels
Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels. Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel kan worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Het is niet de bedoeling alle mogelijke strijdig gebruiksvormen te noemen, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de doeleindenomschrijving.
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
37
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
5.1.3
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent ondergronds bouwen en ondergeschikte bouwdelen. Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met de regels van het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Overige regels Deze bepaling bevat een regeling omtrent parkeren. 5.1.4
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
5.2
Bestemmingen
In het plangebied komen de volgende (dubbel)bestemmingen voor: Artikel 3 Tuin De voortuin van de woning, behalve daar waar het bijgebouw is voorzien, is opgenomen in de bestemming ‘Tuin’. In beginsel moet de tuin onbebouwd blijven. Wel is het toegestaan om binnen de bestemming ‘Tuin’ ondergeschikte bouwdelen, waaronder erkers, aan een woning te bouwen, mits voldaan wordt aan de bouwregels. Ook is in de regels een afwijkingsregel opgenomen waarmee onder voorwaarden aan-, uit- en/of bijgebouwen toegelaten kunnen worden. Artikel 4 Water Het water in het plangebied is als zodanig bestemd. Ter plaatse mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde worden opgericht. Artikel 5 Wonen De in het plangebied beoogde woning valt onder de bestemming ‘Wonen’. Het hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Zowel de toegestane goot- en bouwhoogte, als de diepte en breedte van het hoofdgebouw zijn vastgelegd. Voor bijgebouwen geldt een ‘vrije’ situering binnen het bouwvlak, mits bijgebouwen minimaal 3,0 m achter de voorgevel van de woning en/of het verlengde daarvan worden gebouwd. Bovendien geldt voor alle bebouwing tezamen een maximum bebouwingspercentage.
38
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
Naast de woonfunctie is het onder voorwaarden toegestaan in een woning of in een bijbehorend bijgebouw een aan huis gebonden beroeps- en bedrijfsmatige activiteit, een bed & breakfast en kamerverhuur uit te oefenen. Belangrijkste voorwaarde is dat de woonfunctie in alle gevallen de hoofdfunctie binnen de bestemming blijft. In de bestemming is aanvullend een voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke inpassing opgenomen. Deze laatste verplichting regelt dat de woning landschappelijk moet worden ingepast en dat de inpassing in stand moet worden gehouden. Artikel 6 Leiding - Riool De voor ‘Leiding –Riool’ bestemde gronden zijn naast de overige daaraan gegeven bestemmingen mede bestemd voor een rioolleiding. Op of in deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van deze bestemming. Er kan een omgevingsvergunning verleend worden voor het bouwen ten behoeve van de overige bestemmingen van deze gronden, mits advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder. Een veilige ligging van de leiding is gewaarborgd doordat een omgevingsvergunning is vereist voor het uitvoeren van de genoemde werken en werkzaamheden. Ook hierbij heeft de leidingbeheerder een adviserende rol. Artikel 7 Waarde - Archeologische verwachting 1 Met de inhoud van de archeologische bestemming is aangesloten bij het gemeentelijke beleid met betrekking tot de bescherming van archeologische waarden.
Op grond van de archeologische beleidskaart van de gemeente, zijn gebieden gewaardeerd op hun archeologische (verwachtings)waarde. Via de dubbelbestemming worden archeologische waarden in het bestemmingsplan beschermd. Voor de gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologische verwachting 1’ geldt dat bij bodemverstorende activiteiten vooraf archeologisch onderzoek moet worden verricht en afhankelijk van de uitkomsten hieruit, maatregelen moeten worden getroffen. Bij de gronden binnen de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologische verwachting 1’ zijn de bepalingen van toepassing bij bodemverstoringen boven een oppervlakte van 200 m2 en een diepte van 0,4 m. Daarnaast is in de planregels een mogelijkheid opgenomen op grond waarvan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning kan verlenen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden. Deze vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. Ook zijn Burgemeester en wethouders bevoegd het plan te wijzigen, teneinde de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting’ te verwijderen als blijkt dat archeologische bescherming niet langer nodig is.
Artikel 8 Waterstaat - Waterstaatkundige functie Deze gronden zijn mede bestemd voor voorzieningen voor de bescherming van waterbergende rivierbed en voor beduikerde watergangen. Het rivierbed is bestemd voor de afvoer van hoog oppervlaktewater, de vergroting van de afvoercapaciteit en de overige daarbij behorende functies. Gebouwen zijn niet toegestaan. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn bouwregels opgenomen. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen om van deze bouwregels af te wijken voor het bouwen ten dienste van de andere geldende bestemmingen. Daarnaast is een omgevingsvergunning vereist voor het uitvoeren van de genoemde werken en werkzaamheden.
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
39
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
6.1
Economische uitvoerbaarheid
6.1.1
Exploitatieverplichting
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat op grond van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander moet worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, moet een exploitatieplan worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld.
6.1.2
Conclusie
Alle kosten die gemaakt moet worden voor het opstellen van een bestemmingplan zijn voor rekening van de initiatiefnemers. Hiervoor is een overeenkomst afgesloten, waarin ook de afwikkeling van eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade is geregeld. Daarmee zijn de kosten voor de planontwikkeling anderszins verzekerd en is het opstellen van een exploitatieplan niet aan de orde. Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Vooroverleg
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat dat gemeenten bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg zal het plan onder andere besproken worden met de volgende partijen: Provincie Gelderland; Waterschap Rivierenland. 6.2.2
Participatie
In het kader van de beoogde ontwikkeling is door de initiatiefnemer met omwonenden gesproken. Buren Oude Kleefsebaan 29 ( oostzijde) Vanaf de start van het project (12 juni 2021) heeft de initiatiefnemer de buren steeds bijgepraat en op de hoogte gehouden van hun plannen. Aanvankelijk heeft de initiatiefnemer aangegeven dat ze de mogelijkheden wilden onderzoeken om de schuur af te breken en een woning terug te gaan bouwen. Vervolgens heeft de initiatiefnemer op 23 juni 2021 aangegeven dat de plannen gewijzigd waren en dat ze de huidige schuur wilden ombouwen tot schuurwoning. Op 10 oktober 2021 heeft de initiatiefnemer de officiële vraag gesteld of de buren bezwaar zouden hebben als ze hun plannen zouden realiseren om de huidige schuur om te bouwen tot schuurwoning. Hun antwoord was dat ze daar geen bezwaar tegen hadden en dat ze eigenlijk hadden verwacht dat de initiatiefnemer dat al veel eerder zou hebben gedaan.
40
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
Buren Oude Kleefsebaan 31 (westzijde) Vanaf de start van het project (12 juni 2021) heeft de initiatiefnemer de buurman enkele malen gesproken en op de hoogte gehouden van hun plannen. Aanvankelijk heeft de initiatiefnemer aangegeven dat ze de mogelijkheden wilden onderzoeken om de schuur af te breken en een woning terug te gaan bouwen. Vervolgens heeft de initiatiefnemer op 14 juni 2021 aangegeven dat hun plannen gewijzigd waren en dat ze de huidige schuur wilden ombouwen tot schuurwoning. De buurman wenste de initiatiefnemer succes. Op 4 november 2021 heeft de initiatiefnemer de buurman weer gesproken en de officiële vraag gesteld of hij bezwaar zou hebben als ze hun plannen zouden realiseren om de huidige schuur om te bouwen tot schuurwoning. Zijn antwoord was dat hij daar geen enkel bezwaar tegen had en hij wenste de initiatiefnemer succes met de bouwplannen.
6.2.3
Ontwerpfase
Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf vrijdag 18 maart 2021 tot en met donderdag 28 april 2022 ter visie gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Wel vindt er een ambtshalve wijziging plaats. Er is informeel contact geweest vanuit de initiatiefnemer en de gemeente met de Vrijwillige molenaars van molen Zeldenrust in Overasselt. Uitkomst van dit overleg is dat de maximum bouwhoogte voor hoofdgebouwen neerwaarts bijgesteld wordt van 7,0 m naar 6,5 m. De toelichting (subparagraaf 4.1.2) en de regels van het bestemmingsplan (sublid 5.2.2 onder j en 12.1.2 onder b) zijn hier op aangepast.
6.2.4
Vaststellingsfase
Na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot planrealisatie kan worden overgegaan.
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
41
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
Bijlagen bij toelichting
42
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
Bijlage 1
Historisch en verkennend bodemonderzoek
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
43
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
Bijlage 2
44
Quickscan ecologie
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
Bijlage 3
AERIUS berekening gebruiksfase
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
45
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
Regels
46
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt met identificatienummer NL.IMRO.0252.BPoudekb29aOV-VA01 van de gemeente Heumen; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde deze regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aanduidingsvlak een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens; 1.6 aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit, uitgeoefend door de bewo(o)n(st)er van de woning, op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, ambachtelijk, kunstzinnig, ontwerptechnisch of daarmee gelijk te stellen gebied, alsmede het beroepsmatig verlenen van diensten op deze gebieden, persoonlijke dienstverlening dan wel het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten en dat niet krachtens een milieuwet vergunning- of meldingsplichtig is; 1.7 aan- en uitbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte of vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het
hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.8 achtergevel de gevel van een gebouw, die is gesitueerd tegenover de voorgevel van het betreffende gebouw; 1.9 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.10 bed & breakfast een inpandige voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt als ondergeschikte toeristisch recreatieve activiteit; 1.11 bestaande situatie t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter-inzage-legging van het ontwerp van het bestemmingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning; t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip waarop het bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen. 1.12 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.13 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.14 bijgebouw een niet voor bewoning bestemd vrijstaand gebouw, dat dienstbaar is aan en in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw;
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
47
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
1.15 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.16 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.17 bouwlaag een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.18 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.19 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel; 1.20 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.21 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct hetzij indirect steun vindt in of op de grond; 1.22 carport een overkapping, al dan niet een gebouw zijnde, die dient voor de stalling van een (vierwielig) motorvoertuig; 1.23 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen
voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.24 dienstverlening het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van diensten aan derden, met of zonder rechtstreeks contact met het publiek, zoals een bank, een uitzendbureau, hypotheekadviesbureau, dan wel diensten die gepaard gaan met detailhandel zoals een kapsalon, een videotheek, een stomerij of een schoenmakerij. Hieronder wordt tevens begrepen medische dienstverlening; 1.25 eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond; 1.26 erker een ondergeschikte transparante toevoeging aan de wegzijde op de begane grond; 1.27
functie
doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 1.28 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
48
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
1.29 growshop een ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en/ of leveren van kweekbenodigdheden (zoals potgrond, meststoffen, bestrijdingsmiddelen, lampen, ventilatiesystemen, waterpompen) voor psychotrope stoffen, aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps-of bedrijfsactiviteit. Ook ruimten die een andere benaming hebben dan growshop, maar waarin voornoemde activiteiten plaatsvinden, vallen onder het begrip 'growshop'; 1.30 hoofdfunctie een functie waarvoor het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt; 1.31 hoofdgebouw een gebouw, inclusief alle aan- en uitbouwen met uitzondering van carports, dat op een bouwperceel door zijn indeling of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.32 kamerverhuur een voorziening gericht op de verhuur van een losse kamer binnen een woning, ten behoeve van permanente bewoning; 1.33
kamerverhuurbedrijf
het bedrijfsmatig verhuren van een losse kamer binnen een woning, ten behoeve van een permanente bewoning; 1.34
kangoeroewoning
een in omvang ondergeschikte één- of tweepersoonswoning die een in- dan wel aangebouwd deel uitmaakt van een (bedrijfs)woning. 1.35
molen
inrichting bestemd en geschikt voor het benutten van windkracht; 1.36 ondergeschikte bouwdelen bouwdelen, ondergeschikt aan een woning, zoals stoepen, stoeptreden, hellingbanen, funderingen balkons, erkers, entreeportalen, veranda's, overkappingen en afdaken; 1.37 overkapping een bouwwerk bestaande uit maximaal twee al dan niet tot de constructie behorende wanden; 1.38 prostitutiebedrijf een inrichting of instelling gericht op het tegen betaling doen plaatsvinden van seksuele omgang met prostituees op een naar buiten toe kenbare wijze, zoals een bordeel of escortservice; 1.39 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden dan wel voor detailhandel in seks- en/of porno-artikelen.
Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksautomaat of sekswinkel, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.40 smartshop een ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en/ of leveren van psychotrope stoffen aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Ook ruimten die een andere benaming hebben dan smartshop, maar waarin voornoemde activiteiten plaatsvinden, vallen onder het begrip 'smartshop';
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
49
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
1.41 uitbouw de vergroting van een bestaande ruimte in een hoofdgebouw, die qua afmetingen en/of in visueel opzicht (onder meer wat betreft (goot)hoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.42 voorgevel de kennelijke voorgevel van een gebouw. 1.43 voorste bouwgrens elke naar de weg of de openbare ruimte gekeerde bouwgrens; 1.44 voorzieningen voor de waterhuishouding voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit, waaronder duikers, stuwen, gemalen, inlaten en voorzieningen ten behoeve van berging en infiltratie van hemelwater; 1.45 vrijstaand bebouwing waarbij de hoofdgebouwen aan beide zijden niet in de perceelsgrens zijn gebouwd; 1.46
werk
een constructie geen gebouw of bouwwerk zijnde 1.47 woning een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van een zelfstandig wonend persoon of een samenwonende groep van personen;
50
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand tot de (zijdelingse) (bouw)perceelsgrens de maat tussen de zijdelingse grens van een (bouw)perceel en een bepaald punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd)gebouw, waar die afstand het kortst is; 2.2 bebouwd oppervlak van een bouwperceel de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen; 2.3 bebouwingspercentage de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwperceel, in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel; 2.4 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren; 2.6 bruto vloeroppervlakte van een gebouw tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidsmuren; 2.7 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.
de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.8 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.9 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.10 peil de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
51
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; b. parkeren; c. ondergeschikte bouwdelen van op de aangrenzende gronden staande (hoofd)gebouwen van woningen, zoals stoepen, stoeptreden, hellingbanen, funderingen, balkons, erkers, entreeportalen, veranda’s, overkappingen en afdaken; met bijbehorende bebouwing, voorzieningen voor de waterhuishouding en (on)bebouwde gronden. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. Voor erkers en entreeportalen als bedoeld in lid 3.1 onder c gelden de volgende bepalingen: 1. De horizontale diepte mag maximaal 1,5 m bedragen. 2. De afstand van een erker of entreeportaal tot de voorste perceelsgrens dient minimaal 2,5 m te bedragen. 3. De breedte mag maximaal 2/3 van de breedte van de desbetreffende gevel van de woning bedragen. 4. De bouwhoogte mag maximaal de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 m. b. De horizontale diepte van overige ondergeschikte bouwdelen als bedoeld in lid 3.1 onder c mag maximaal 1,0 m bedragen. c. Het bebouwingspercentage van de gronden binnen deze bestemming mag maximaal 50% bedragen. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag maximaal bedragen:' 1. 1,0 m voor zover het gronden betreft, gelegen voor de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde hiervan; 2. 2,0 m voor zover het gronden betreft, gelegen achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde hiervan; een en ander met dien verstande dat bij hoeksituaties de hoogte van erfafscheidingen op het naar de weg gekeerde zijerf tot een afstand van 3,0 m achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw niet meer dan 1,0 m mag bedragen. 3.2.3
Ondergeschikte bouwdelen
Voor het bouwen van ondergeschikte bouwdelen gelden de volgende bepalingen: a. voor erkers en entreeportalen als bedoeld in lid 3.1 onder c gelden de volgende bepalingen: 1. de maximum horizontale diepte bedraagt 1,5 m; 2. de minimum afstand tot de voorste perceelsgrens bedraagt 2,5 m; 3. de maximum breedte bedraagt 2/3 van de breedte van de desbetreffende gevel van de woning; 4. de maximum bouwhoogte bedraagt de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw, vermeerderd met 0,25 m. b. de maximum horizontale diepte van overige ondergeschikte bouwdelen als bedoeld in lid 3.1 onder c bedraagt 1,0 m; c. het maximum bebouwingspercentage van de gronden binnen deze bestemming bedraagt 50 %.
52
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
3.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.1 en 3.2 voor het bouwen van aan- of uitbouwen, bijgebouwen en/of carports behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, met dien verstande dat: a. de maximum gezamenlijke oppervlakte van alle bij het hoofdgebouw behorende bijgebouwen 50 m2 bedraagt en het maximum bebouwingspercentage 50 %; b. de maximum goothoogte 3,0 m mag bedragen, dan wel de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 m; c. de maximum bouwhoogte gelijk is aan de bouwhoogte van het hoofdgebouw verminderd met 2,0 m, waarbij geldt dat de bouwhoogte in ieder geval 3,0 m mag bedragen en maximaal 5,0 m; d. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden geschaad en het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig mag worden aangetast.
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
53
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
Artikel 4
Water
De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de waterhuishouding en de waterberging; b. recreatief medegebruik in/op/aan het water; met bijbehorende bebouwing, geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen.
4.1
Bouwregels
4.1.1
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
4.1.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. De bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1,0 m. b. De bouwhoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 6,0 m. c. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,0 m. 4.2
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. het bepaalde in sublid 4.1.2 onder a ten behoeve van het oprichten van erfafscheidingen tot een hoogte van maximaal 2 m, mits: 1. dit uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; 2. dit uit oogpunt van verkeersveiligheid aanvaardbaar is; 3. de belangen van derden niet onevenredig worden aangetast.
54
bestemmingsplan "Oude Kleefsebaan 29A Overasselt" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 29A Overasselt
Artikel 5 5.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, al dan niet in combinatie met een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit, bed & breakfast en/of kamerverhuur; met bijbehorende bebouwing, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Voor het bouwen in het algemeen gelden de volgende bepalingen: a. Het bebouwingspercentage (inclusief carports) van de gronden binnen deze bestemming mag maximaal 60 % bedragen. 5.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. hoofdgebouwen mogen uitsluitend in de vorm van vrijstaande woningen worden gebouwd; c. het maximum aantal wooneenheden bedraagt 1; d. de minimum afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt bij vrijstaande woningen 2,5 m, met dien verstande dat aan één zijde die afstand mag worden verkleind tot 0 m, mits dit deel van het hoofdgebouw 3,0 m achter de voorgevel of het verlengde daarvan wordt gebouwd en de maximum goot- en bouwhoogte respectievelijk 3,0 m en 6,0 m bedraagt; e. de voorgevel moet worden gesitueerd in de voorste bouwgrens dan wel op een maximum afstand van 3,0 m daarachter; f. de maximum afstand van achtergevels van hoofdgebouwen tot de oorspronkelijke achtergevels en het verlengde daarvan bedraagt 4,0 m, met dien verstande dat achtergevels tot 8,0 m achter de oorspronkelijke achtergevels mogen worden gebouwd, mits: 1. de minimum afstand van het betreffende deel van het hoofdgebouw tot perceelsgrenzen aan alle zijden 4,0 m bedraagt; 2. de maximum bouwhoogte 3,0 m bedraagt dan wel de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 m; g. de maximum diepte van hoofdgebouwen bedraagt 15,0 m, mits de minimum afstand van het hoofdgebouw tot de achterste perceelsgrens 4,0 m bedraagt; h.
de maximum breedte van hoofdgebouwen bedraagt 15,0 m, mits het bepaalde onder d in acht wordt genomen; i. de maximum goothoogte van een hoofdgebouw bedraagt 6,0 m; j. de maximum bouwhoogte van een hoofdgebouw bedraagt 6,5 m. 5.2.3
Bijgebouwen
Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, danwel binnen de aanduiding 'bijgebouwen'; b. bijgebouwen binnen een bouwvlak dienen op een minimum afstand van 3,0 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw en/of het verlengde daarvan worden gebouwd; c. De gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen per hoofdgebouw mag maximaal 50 m² bedragen, met in achtneming van het bepaalde in sublid 5.2.1 d. de maximum goothoogte van bijgebouwen bedraagt 3,0 m; e. de maximum bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt 5,0 m;