Bijlage I vast te stellen bestemmingsplan - toelichting
Tekst van het document
5.10
Hinderlijke bedrijvigheid Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende milieubelastende functies en gevoelige functies, zoals wonen, noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken.
Fragment uit geldend bestemmingsplan ‘Buitengebied Heumen 2009’ met daarin aangegeven de begrenzing van het plangebied.
UrbiTom
29
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
Zoals voorgaande uitsnede van de geldende bestemmingsplan in en rondom het plangebied laat zien, is het gelegen in de nabijheid van het bedrijventerrein van Nederasselt. Ter plaatse van de Molenweg 2 is in het geldende bestemmingsplan binnen de geldende bestemming ‘Maatschappelijk’ een bedrijfswoning toegestaan. De gehele maatschappelijke bestemming is feitelijk altijd in gebruik geweest als woning en het yogacentrum, dat hier gevestigd is geweest betrof een nevengeschikte functie. Voor de oprichting van het yogacentrum had het woonperceel een woonbestemming. De woonfunctie van de Molenweg 2 is, ook in de huidige situatie, bepalend voor de mogelijkheden op het bedrijventerrein. Hieraan verandert niets door de splitsing in 2 woningen. Conclusie Omdat de omstandigheden niet veranderen door de splitsing van de bestaande woonboerderij, levert de nieuwe bouwmogelijkheid voor een woning in het plangebied geen nieuwe beperkingen op voor bedrijvigheid in de omgeving.
5.11
Geurhinder Het beleid ten aanzien van het aspect geur is vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) die op 1 januari 2007 in werking is getreden. Bij nieuwe planologische projecten in het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient te worden gekeken naar de aanvaardbaarheid van deze plannen in verband met omliggende geurbronnen, de zogenaamde omgekeerde werking. In de wet zijn normen bepaald die de maximale geurbelasting op een gevoelig object bepalen. Als de geuremissie van een dier niet bekend is (geen geuremissiefactoren vastgesteld), stelt de wet minimumafstanden tussen veehouderij en geurgevoelig object. Als die geuremissie wel bekend is, dan moet de geurbelasting worden berekend met contouren. De emissie van geurstoffen uit een veehouderijbedrijf wordt uitgedrukt in geureenheden (OUÅ of OUÅ/S). Hiervoor zijn emissiefactoren vastgelegd in de Regeling geurhinder en veehouderij. De berekende geurbelasting wordt getoetst aan de norm (de maximale belasting die het bedrijf mag veroorzaken). Gemeenten mogen, binnen bepaalde bandbreedten, van deze wettelijke normen afwijken als er een gebiedsvisie is opgesteld en een geurverordening is vastgesteld. Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom in landelijk gebied. Veehouderijen liggen op afstand van het plangebied. Meest nabijgelegen is een bedrijf aan de Broekstraat 35.
Dit betreft een melkveehouderij met een vaste hinderafstand van 50 m ten opzichte van gevoelige bebouwing buiten de bebouwde kom. De kortste afstand tussen het agrarisch bouwblok en de rand van het plangebied bedraagt 310 m, dus ruimschoots meer dan de richtafstand van 50 m. Overige bedrijven liggen op meer dan 800 m van het plangebied. Tussen deze bedrijven en het plangebied bevinden zich diverse woonbestemmingen. De afstand van deze woonbestemmingen is bepalend voor de milieuruimte die deze bedrijven hebben en niet het plangebied.
UrbiTom
30
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
Plangebied
Overzicht veehouderijen rond het plangebied (bron: www.igoview.nl)
Conclusie Er zijn geen veehouderijen op korte afstand tot het plangebied gelegen. Bovendien kent het plangebied in de directe omgeving woonbestemmingen, die op kortere afstand van deze veehouderijen gesitueerd zijn. Geurhinder vormt derhalve geen belemmering voor woningbouw en woningbouw in het plangebied vormt geen belemmering voor bestaande veehouderijen.
5.12
Spuitzones In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Op grond van deze afweging kan het noodzakelijk zijn en om een spuitvrije zone aan te houden. Welke afstand (minimaal) aangehouden moet worden, is niet in een wettelijke regeling voorgeschreven. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter, tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn, mits hieraan een goede onderbouwing ten grondslag ligt. Daarnaast kan het zijn dat gepaste maatregelen genomen moeten worden om de drift te voorkomen (bronmaatregelen zoals driftarme spuitdoppen) of overdrachtsmaatregelen zoals bijvoorbeeld een dichte haag. Binnen 50 m van het plangebied is een agrarische bestemming (‘Agrarisch met waarden – Landschap’ aan de oostzijde van de Molenweg gelegen. Deze gronden zijn in gebruik als tuin bij een (bedrijfs-)woning. Het is niet te voorzien dat deze gronden aangewend zullen gaan worden voor het telen van gewassen en dus ook niet dat hier toepassing van gewasbeschermingsmiddelen zal plaatsvinden.
UrbiTom
31
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
Het gebied ten oosten van de Molenweg, dat deels als ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ is bestemd, is in gebruik als tuin bij een bedrijfswoning.
Aan de zuidzijde van de Maasbandijk liggen gronden met de bestemming ‘Agrarisch – Uiterwaarden’. De dichtstbijzijnde begrenzing van deze bestemming ligt op ca. 35 m van de nieuwe woonbestemming aan de Molenweg 2. Het gebied onder aan de dijk is in gebruik als akkerland. Voor de dijk zelf is akkerbouw niet praktisch en derhalve ook onwaarschijnlijk. Het akkerbouwgebied ligt op meer dan 50 m van het woonperceel aan de Molenweg 2. Het gaat om lage gewassen. Als al gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, dan zal bij het sproeien overwegend naar beneden gericht worden gespoten. De dijk heeft dan ook een afschermende werking, temeer omdat hier aan de zijde van de Molenweg 2 een haag aan de bovenzijde is aangebracht. Conclusie Er is geen sprake van beperkingen voor het gebruik van het plangebied door spuitzones of van beperking van spuitzones door het voorgenomen gebruik van het plangebied ten opzichte van de situatie in het geldende bestemmingsplan.
5.13
Kabels en leidingen Binnen het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig die een belemmering kunnen vormen voor de ontwikkeling binnen het plangebied. Binnen het plangebied is verder geen sprake van straalpaden en invloeden van zendmasten. Voor aanvang van werkzaamheden zal een KLIC-melding worden verricht. De huisaansluitingen (de vuilwater-rioolaansluiting op het riool onder de Molenweg en de overige nutsaansluitingen) zijn reeds aanwezig: er hoeft vanwege de woningsplitsing alleen nog voorzien te worden in een meterkast voor de nieuwe woning. De leidingen liggen onder het voorterrein voor de woning dat ter plaatse vrij is van begroeiing of bebouwing. De bereikbaarheid van de leidingen blijft goed, omdat het voorterrein ook benut zal worden voor het parkeren van de twee woningen (zie paragraaf 3.2 van voorliggend plan), dus hier zal, in overeenstemming met de huidige situatie geen nieuw opgaand groen of bebouwing worden aangebracht.
UrbiTom
32
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
6
Gemeente Heumen
Uitvoerbaarheid Een bestemmingsplan moet zowel op maatschappelijk als op financieel vlak haalbaar zijn. Dit hoofdstuk wordt een beknopte financiële toelichting gegeven en zijn de doorlopen procedures en de uitkomsten daarvan opgenomen als onderbouwing van de maatschappelijke haalbaarheid.
6.1
Economische uitvoerbaarheid De kosten voor de planvorming en de uitvoering van de in dit bestemmingsplan beschreven ontwikkeling zijn volledig voor rekening van de initiatiefnemer. Dit is veiliggesteld door het sluiten van een anterieure overeenkomst, waardoor een exploitatieplan niet nodig is. De gemeente ondervindt derhalve geen negatieve financiële gevolgen ten aanzien van deze ontwikkeling en loopt geen financieel risico.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid In het kader van het omgevingsoverleg heeft afstemming plaatsgehad met de beheerder van de Maasmolen (gemeente-eigendom). De beheerder heeft aangegeven geen bezwaren te hebben tegen de ontwikkeling: er verandert niets aan de bouwmassa van het bestaande pand, dus er is geen sprake van invloed op de windvang van de molen. Ook verandert er niets aan de buitensituatie op het perceel, dus de huidige landschappelijke context blijft hetzelfde. Ook de eigenaar van de Molenweg 3 (bedrijfswoning tegenover de Molenweg 2) is op de hoogte gebracht van de plannen. Van de zijde van Molenweg 3 zijn er geen bezwaren tegen de plannen. Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 Wro sub c overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt.
Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
UrbiTom
33
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
UrbiTom
34
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
7
De bestemmingen
7.1
Het juridische plan
Gemeente Heumen
Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor het omzetten van de bestaande bedrijfswoning bij een maatschappelijke voorziening naar een burgerwoning en het splitsen van deze woning, die zich in een monumentale woonboerderij bevindt. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Gestreefd is hierbij naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en regels, waarbij voor plannen van de gemeente Heumen de regels voor wat betreft systematiek en inhoud zoveel mogelijk identiek zijn. Voor de planregels zijn het beleid van de gemeente Heumen en de daarop gebaseerde voorstellen voor de regels uitgangspunt geweest. Verder is voor het bestemmingsplan aangesloten bij de landelijk standaard voor bestemmingsplan: de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012. De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot uitsluitend een beschrijving in hoofdlijnen. Het onderhavige bestemmingsplan betreft een gedetailleerd bestemd plan.
Er wordt enerzijds maximale flexibiliteit nagestreefd om zo goed mogelijk te kunnen voldoen aan de huisvestingsvraag voor arbeidsmigranten, terwijl anderzijds de rechtszekerheid van de burger zo goed mogelijk wordt gewaarborgd. De planopzet is gericht op de beschreven ontwikkeling en naderhand op beheer en instandhouding van de ontstane situatie. Een en ander komt tot uitdrukking in de regels en blijkt ook uit de verbeelding. Hierna wordt inhoudelijk ingegaan op de, binnen het onderhavige bestemmingsplan gehanteerde, bestemmingen.
7.2
Beschrijving van de bestemmingen In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Wonen De voor ‘Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, al dan niet in combinatie met een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit of bed & breakfast; b. behoud en herstel van waardevolle bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'; met bijbehorende bebouwing, tuinen en erven. Per woonbestemmingsvlak mag maximaal 1 woning worden gerealiseerd.
UrbiTom
35
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
Er is voorzien in 2 woonbestemmingsvlakken, zodat er maximaal 2 woningen zijn toegelaten op het perceel Molenweg 2. De goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan resp. 6 en 10 m. Aan huis verbonden beroepen en bedrijven zijn toegestaan onder de voorwaarden, zoals genoemd in de regels. Per perceel bedraagt het maximaal toegestane oppervlak aan bijgebouwen 150 m2, wat overeenstemt met het oppervlak dat vergunningvrij maximaal is toegestaan. Waarde – Archeologische verwachting 1 en 2 De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 1' en 'Waarde - Archeologische verwachting 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van de in de grond verwachte archeologische waarden.
UrbiTom
36