Bijlage I vast te stellen bestemmingsplan - toelichting
Tekst van het document
Ontwerpbestemmingsplan Molenweg 2, Nederasselt Gemeente Heumen
Ontwerpbestemmingsplan Molenweg 2, Nederasselt Gemeente Heumen
Toelichting Bijlagen Regels Verbeelding
Datum: Juli 2022 Projectgegevens: TOE02-DVT001-01B REG02- DVT001-01A TEK02- DVT001-01A Identificatienummer: NL.IMRO.0252.BUbpmolenweg2NE-OW01
Toelichting
UrbiTom
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
Inhoud 1
2
3
4
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
1 2 2 3 3
Bestaande situatie
5
2.1 2.2
5 6
6
7
Ruimtelijke aspecten Functionele aspecten
Planbeschrijving
7
3.1 3.2 3.3
7 8 9
Ruimtelijk Functioneel Regeling woningsplitsing
Beleid 4.1 4.2 4.3
5
Aanleiding Situering plangebied Geldend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
11 Nationaal beleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
11 13 14
Milieuhygiënische en planologische aspecten
17
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13
17 17 18 19 23 23 25 26 28 29 30 31 32
Bodem Archeologie Cultuurhistorie Water Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Flora en fauna Stikstofdepositie Hinderlijke bedrijvigheid Geurhinder Spuitzones Kabels en leidingen
Uitvoerbaarheid
33
6.1 6.2
33 33
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De bestemmingen
35
7.1 7.2
35 35
Het juridische plan Beschrijving van de bestemmingen
UrbiTom
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
Bijlagen 1. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Molenweg 2 Nederasselt, De Roever Omgevingsadvies, 23 maart 2022. 2. Pre-advies verbouwing Rijksmonument op het adres Molenweg 2, Samenwerkingsverband Cultuurhistorie Gelderland, 23 november 2021. 3. Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden Molenweg 2 te Nederasselt, Ecolybrium, april 2022.
NEDERASSELT
Plangebied Ligging en begrenzing plangebied (Bron: Google Maps 2022 en www.kadastralekaart.com)
Plangebied
UrbiTom
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Gemeente Heumen
De eigenaren van Molenweg 2 te Nederasselt benutten hun woonboerderij op dit adres reeds geruime tijd alleen als woning. Daarom hebben zij het voornemen om de huidige gebruiksmogelijkheid van hun pand ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen te beëindigen en vervolgens tot splitsing van het pand in twee woningen te komen. Hierbij wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet in een burgerwoning en wordt een nieuwe woning toegevoegd. Bedoeling is om hiertoe de bestaande bestemmingen ‘Maatschappelijk’ (specifiek voor een Yogacentrum) en ‘Agrarisch’ te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’. De gemeente Heumen heeft in haar principebesluit van 28 maart 2022 besloten om medewerking te verlenen aan splitsing van de rijksmonumentale woonhoeve aan de Molenweg 2 te Nederasselt, en tevens wijziging van het bestemmingsplan om de nieuwe situatie planologisch mogelijk te maken, onder de volgende voorwaarden: a. De maatschappelijke en agrarische gronden krijgen in de gevraagde situatie een reguliere woonbestemming. De bestemmingen waterkering en archeologie worden daarbij overgenomen. Het nieuwe woonvlak wordt gesplitst zodat 2 ruime percelen ontstaan met ieder toestemming voor 1 woning. Op beide percelen mag op basis van het bestemmingsplan een maximum oppervlakte aan bijgebouwen worden opgericht, zoals passend is bij de perceelgrootte en de reguliere bestemming als wonen.
We hanteren hierbij de absolute bovengrens van 150 m² zoals te berekenen op basis van het vergunningvrij bouwen (artikel 2 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht). Tot de gebruiksmogelijkheden van de 2 nieuwe percelen (incl. bijgebouwen) behoort dat enkel het bestaande aantal woningen is toegestaan, zijnde 2. Verder moeten alle activiteiten op het perceel ondergeschikt zijn aan de nieuwe bestemming wonen. Activiteiten die vallen onder beroep aan huis dienen te passen binnen de voorwaarden die onder de reguliere woonbestemming zijn gesteld. b. Bij de uitwerking van het plan wordt een anterieure overeenkomst opgesteld met bepalingen over de ambtelijke begeleidingskosten, de afwenteling van planschade en de inrichting van het perceel. In ieder geval stellen wij het op eigen terrein realiseren van voldoende oppervlakte voor waterberging (waaronder afkoppelen regenwater) en voldoende parkeermogelijkheid verplicht. In een inrichtingsplan wenst de gemeente terug te zien hoe de 2 woonpercelen zullen worden ingedeeld, waar ontsluiting en parkeren plaatsvinden en hoe qua bijgebouwen wordt aangesloten bij de regels in het bestemmingsplan buitengebied (waaronder voor wonen en woningsplitsing). c. De woningsplitsing en hiertoe benodigde aanpassingen en verbouwingen mogen niet afdoen aan de cultuurhistorische waarde van het pand als rijksmonument. Het bouw-
UrbiTom
1
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
plan is reeds gebaseerd op een grondige historische waardering en is als kansrijk beoordeeld door de erfgoedcommissie (zie bijlage), maar op het definitieve bouwplan dient deze t.z.t. nog positief te adviseren. De nieuwe woningen passen niet binnen de bestemmingen ‘Maatschappelijk’ en ‘Agrarisch’ die zijn opgenomen in het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Heumen 2009’. Daarom is voorliggende bestemmingsplanherziening opgesteld.
1.2
Situering plangebied Het plangebied bestaat uit het zuidoostelijk deel van het perceel, kadastraal bekend gemeente Nederasselt sectie D, nummer 183. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 6.615 m2.
1.3
Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Heumen 2009’ (NL.IMRO.0252.BUbpBuitengebied09-VA01). Dit bestemmingsplan is op 16 december 2010 vastgesteld door de gemeenteraad. Voor het plangebied gelden de enkelbestemmingen ‘Maatschappelijk’ en ‘Agrarisch met waarden – Landschap), alsmede de dubbelbestemmingen ‘Waterstaat – Waterkering’, ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’ en ‘Waarde – Archeologische verwachting 2’. Voor de gehele bestemming ‘Maatschappelijk’ zijn de functieaanduidingen ‘cultuurhistorische waarden’ en ‘specifieke vorm van maatschappelijk – yogacentrum’ van toepassing. Verder ligt het gehele plangebied binnen de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop.
Fragment uit geldend bestemmingsplan ‘Buitengebied Heumen 2009’ met daarin aangegeven de begrenzing van het plangebied.
UrbiTom
2
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
1.4
Gemeente Heumen
Bij het plan behorende stukken Dit bestemmingsplan bestaat uit 3 onderdelen; te weten: Verbeelding. Op deze kaart is aangegeven welke bestemming het plangebied krijgt en is het bouwvlak aangeduid, waarbinnen de woningen gebouwd kunnen worden. Ook zijn hier de maximale goot- en bouwhoogte aangegeven. Regels. In de regels zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden opgenomen van de op de verbeelding aangegeven bestemming. Toelichting. In dit deel is het plan beschreven, gemotiveerd en verantwoord. Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan wordt gevormd door de verbeelding samen met de regels. Het voorliggende deel is de toelichting.
1.5
Leeswijzer Na deze inleiding volgt een hoofdstuk waarin de huidige situatie beschreven staat. In hoofdstuk 3 wordt de planbeschrijving gegeven. In hoofdstuk 4 wordt het initiatief getoetst aan relevant gemeentelijk en provinciaal beleid. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de milieuhygiënische en planologische aspecten met betrekking tot de ontwikkeling. In hoofdstuk 6 wordt aandacht besteed aan de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Ten slotte wordt in hoofdstuk 7 ingegaan op de juridische aspecten van het bestemmingsplan.
UrbiTom
3
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
Overzichtsfoto van het plangebied en omgeving vanuit het zuidoosten met links de Maasdijk, rechts de Molenweg, op de voorgrond de te splitsen monumentale T-boerderij en op de achtergrond de Maasmolen en het Molenwiel.
UrbiTom
4
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
2
Gemeente Heumen
Bestaande situatie Om aan te tonen dat de nieuwe situatie goed past in de huidige ruimtelijke structuur is het van belang de huidige situatie te beschrijven. In dit hoofdstuk wordt de bestaande situatie beschreven, onderverdeeld in ruimtelijke aspecten en functionele aspecten.
2.1
Ruimtelijke aspecten Nederasselt is gelegen op een lichtelijk hoger gelegen terp tussen de gebieden die nu bekendstaan als de uiterwaarden en het Broek. De uiterwaarden bestaan uit een relatief breed en groot buitendijks gebied. Het Broek is van oorsprong een moerassig laaggelegen gebied ten noorden van Nederasselt. Dit gebied is vrijwel onbewoond omdat het er tot 1926 onveilig was en het ongemakkelijk was om daar te wonen. Het overstroomde vaak vanwege de inadequate dijken en het gebrek aan natuurlijke drainage. Vlak bij het dorp Nederasselt, en niet ver noordelijk van het plangebied, staat De Maasmolen, een standerdmolen uit ongeveer 1700. Deze Maasmolen is in de jaren zeventig verplaatst van het terrein van het huidige distributiecentrum naar het Molenwiel. Dit is een door diverse overstromingen en dijkdoorbraken gevormd meer. In de 17e eeuw is voor het verdedigen van de stad Grave het kroonwerk Coehoorn in de Nederasseltse uiterwaarden aangelegd. De naam Coehoorn is afkomstig van de bouwer Menno van Coehoorn. Van dit kroonwerk is heden ten dage niets meer over, maar er zijn struiken geplant op de plaats waar vroeger het kroonwerk stond, zodat de contouren hiervan goed zichtbaar zijn. Ook een restaurant, centraal in het dorp gesitueerd, is vernoemd naar Menno van Coehoorn. Aan de westzijde heeft het dorp een weids karakter.
Hier zijn nog vele aanzichten te vinden van de toenmalige dorpskern, die gevestigd was rond de Graafsche Weg, zoals die voor 1927 liep van Nijmegen naar Den Bosch. De huidige dorpskern is gegroeid rond de laatst gebouwde katholieke kerk in het dorp uit 1891. Hier zijn veel oude huizen bewaard gebleven en diverse straten zijn aangelegd in de jaren zestig. Aan de oostzijde heeft het dorp het karakter van een bedrijventerrein. Er staat onder andere een groot distributiecentrum, waar veel autochtonen uit dit dorp werken of hebben gewerkt. Dit distributiecentrum is ooit begonnen als transportbedrijf van een molenaar, die later ook melk ophaalde bij de boeren uit de buurt voor de zuivelfabriek die gevestigd was in het huidige pand aan de Broekstraat 9 (bron: wikipedia). In het plangebied zelf bevindt zich een T-boerderij uit 1780, die als rijksmonument is aangewezen. Om het pand ligt een tuin met overwegend beplanting, die niet hoger dan ca. 3 m is. Alleen aan de zijde van de Molenweg bevinden zich enkele bomen op het perceel. Door bebouwing en beplanting is er daardoor nauwelijks invloed is op de kwaliteit van de molenbiotoop van de Maasmolen. Het perceel is omrand met hagen. Vanaf de Molenweg en de Maasdijk is de monumentale boerderij duidelijk zichtbaar. Aansluitend aan het plangebied ligt aan de oostzijde aan de Molenweg.
Aan de westzijde grenst het aan weiland dat tussen het Molenwiel en het plangebied inligt.
UrbiTom
5
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
Zicht op de monumentale T-boerderij vanaf de Maasdijk.
Het plangebied, gezien vanaf de Molenweg.
2.2
Functionele aspecten Nederasselt is vooral een woonkern. Er zijn diverse voorzieningen aanwezig, zoals de parochiekerk Antonius-abt, verenigingsgebouwen, een paar winkels, een cafetaria en een restaurant.
UrbiTom
6
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
3
Gemeente Heumen
Planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt aandacht geschonken aan de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied.
3.1
Ruimtelijk De ontwikkeling voorziet in een splitsing van de monumentale T-boerderij. De bestaande woning, die in de huidige situatie de volledige boerderij beslaat, wordt gesplitst in twee woningen. Het gebouw blijft in massaopbouw, goot- en bouwhoogte ongewijzigd. Monumentale waarden blijven behouden. Het (ver)bouwplan wordt in nauw overleg met het Samenwerkingsverband Cultuurhistorie Gelderland uitgewerkt. Op onderstaande tekening is de tweedeling van het perceel in beeld gebracht, alsmede de ontsluiting van het perceel en het parkeren. Het groen in de buitenruimte rond het gebouw wordt gehandhaafd (hagen rond de woonpercelen en opgaande beplanting aan de zijde van de Molenweg). Binnen de woonbestemming zijn twee bijgebouwen aanwezig: een schuur aan de noordzijde van de noordelijke woning en een kasje in de moestuin bij de zuidelijke woning. Deze situatie blijft ongewijzigd. Ook aan de situering van de bijgebouwen op het kadastrale perceel buiten het plangebied (geldende agrarische bestemming) verandert niets.
Inrichtingsvoorstel plangebied op hoofdlijnen
UrbiTom
7
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
3.2
Gemeente Heumen
Functioneel Bebouwing De bebouwing in het plangebied bestaat uit 2 grondgebonden halfvrijstaande woningen, die middels woningsplitsing worden gerealiseerd in een monumentale T-boerderij. Ontsluiting Het plangebied is gesitueerd aan de Molenweg, een zijstraat van de Broekstraat in Nederasselt. Deze straat maakt deel uit van de provinciale weg N846, die in oostelijke richting in de richting Heumen-Nijmegen voert en in westelijke richting in de richting Wijchen en Grave. Parkeren Voor de berekening van de parkeerbehoefte wordt door de gemeente Heumen uitgegaan van de richtcijfers voor parkeernormering volgens het CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek). Deze zijn vervat in brochure nr. 381 van het CROW: ‘Toekomstbestendig parkeren’. Nederasselt wordt door het CSB aangemerkt als weinig stedelijk gebied (verstedelijkingsklasse 4). Het plangebied ligt in een zone die niet in het dorpscentrum of de schil van het dorpscentrum ligt. Het betreft hier de ‘rest van de bebouwde kom’. In de brochure 'toekomstbestendig parkeren worden voor ‘weinig stedelijk gebied/rest van de bebouwde kom’ de volgende richtlijnen aangegeven: - voor halfvrijstaande woningen 1.8 – 2.6 pp/wo = gemiddeld 2.2 parkeerplaatsen/woning.
Wanneer wordt uitgegaan van het gemiddelde van deze richtlijn, dan is er een behoefte aan: 2.2 parkeerplaatsen extra op het terrein. Onderstaande tekening laat zien dat per woning eenvoudig 3 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd kunnen worden, waarmee ruimschoots aan de parkeervereiste kan worden voldaan.
Parkeren op eigen terrein UrbiTom
8
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
Mobiliteit Ingevolge de CROW-brochure ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ geldt voor een twee-onder-een-kap woning in de rest van de bebouwde kom van een weinig stedelijke gemeente een kengetal van 8,2 verkeersbewegingen per dag. De capaciteit van de Molenweg en Broekstraat is ruimschoots toereikend om deze geringe verkeersgeneratie vanwege de toe te voegen nieuwe woning op te vangen.
3.3
Regeling woningsplitsing In het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Heumen 2009’ zijn bepalingen opgenomen voor de splitsing van een woning. Hieronder is getoetst of aan deze voorwaarden wordt voldaan. 24.4.2 woningsplitsing Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor het toestaan van woningsplitsing in ten hoogste twee woningen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a.
het gebouw reeds voor een deel een woonfunctie vervult;
Het gehele gebouw heeft reeds lange tijd een woonfunctie. Er is enige tijd sprake geweest van de vestiging van een yogacentrum in het gebouw. Dit is sinds 2005 opgeheven. b.
het niet leidt tot uitbreiding van het te splitsen gebouw;
De splitsing leidt niet tot een uitbreiding van de te splitsen woonboerderij. c.
het gebouw behouden blijft;
Het gebouw blijft behouden. Monumentale waarden worden gerespecteerd. Uitwerking van het (ver)bouwplan vindt plaats in nauw overleg met het Samenwerkingsverband Cultuurhistorie Gelderland d.
het te splitsen gebouw een inhoud heeft van minimaal 1200 m3;
De te splitsen boerderij heeft een inhoud van ca. 2300 m3. e.
de resterende bijgebouwen zodanig worden gesplitst dat iedere woning, indien mogelijk, ten minste 50 m2 krijgt, tot een maximum van 75m2.
Per woning is voor de grote woonpercelen in het plan vergunningvrij 150 m2 aan bijgebouwen mogelijk o.b.v. de bepalingen in de WABO (Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht). Dit op‐ pervlak is overgenomen in de planregels f.
alle overige bijgebouwen worden gesloopt;
De toegestane oppervlaktemaat aan bijgebouwen is thans minder dan 150 m2 per perceel. g.
geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van in de omgeving aanwezige functies en waarden;
In hoofdstuk 5 van deze toelichting is verantwoord dat geen onevenredige aantasting plaats‐ vindt van, in de omgeving aanwezige, waarden en functies. h.
geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van de belangen van eigenaren en ge‐ bruikers van omliggende gronden;
UrbiTom
9
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
In hoofdstuk 5 van deze toelichting is verantwoord dat geen onevenredige aantasting plaats‐ vindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden i.
de splitsing inzichtelijk wordt gemaakt middels een aanduiding 'specifieke bouwaanduiding ‐ gesplitste woningen';
Deze aanduiding is opgenomen op de verbeelding. j.
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waar‐ den.
Zie g.
UrbiTom
10
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
4
Gemeente Heumen
Beleid De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied moet passen binnen het vigerend beleid op zowel nationaal, provinciaal, regionaal als gemeentelijk niveau. Voor de ontwikkeling en het plangebied zijn verschillende beleidsstukken relevant. Hierna zijn de belangrijkste bevindingen uit het beleid beschreven en wordt aangegeven hoe de ontwikkeling van het plangebied hierop inspeelt.
4.1
Nationaal beleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2023, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Deze visie is op 11 september 2020 vastgesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Welke zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven. De drie afwegingsprincipes zijn: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht, welke ‘nationale belangen’ genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur.
UrbiTom
11
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
Conclusie De NOVI heeft, gezien de aard en de beperkte omvang van het project, geen specifieke betekenis voor dit bestemmingsplan. Het project speelt zich af op lokaal niveau en er zijn geen nationale belangen in het geding. 4.1.2
Ladder duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. Uit jurisprudentie blijkt dat kleinschalige plannen niet als een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' kunnen worden aangemerkt. Zo heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS) aangegeven dat een ontwikkeling van 11 woningen en 16 parkeerplaatsen niet als stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt (d.d. 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 (gemeente Aa en Hunze)).
Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Dit bestemmingsplan betreft de realisatie van een woning door splitsing van een bestaande bedrijfswoning, die zich in een monumentale boerderij bevindt. Het gaat hier derhalve om aanmerkelijk minder dan 11 woningen, zoals hierboven beschreven. Daarom wordt onderhavige ontwikkeling niet aangemerkt als een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' in de zin van het Bro. Conclusie Gelet op de hierboven vermelde feiten kan een toets aan de ladder achterwege blijven. Dit bestemmingsplan betreft de realisatie van 1 nieuwe woning door woningsplitsing.
Daarom wordt onderhavige ontwikkeling niet aangemerkt als een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' in de zin van het Bro.
UrbiTom
12
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
4.2
Gemeente Heumen
Provinciaal beleid Algemeen Het provinciaal beleid is vastgelegd in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en Omgevingsverordening Gelderland, beide vastgesteld op 19 december 2018 en in werking getreden op 01 maart 2019. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. De visie integreert een vijftal beleidsterreinen: ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen.
4.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. Deze ambities worden hieronder kort samengevat: Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid; Een voortvarend en innovatief circulair beleid; Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit; Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag; Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Naast deze zeven ambities blijft het beleid uit de Omgevingsvisie uit 2014 gelden.
Het gaat om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura 2000-gebieden en van bijzondere natuurgebieden.
4.2.2
Omgevingsverordening Gelderland De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Toetsing initiatief aan Omgevingsverordening Gelderland Voorliggend plan maakt de splitsing van een monumentale woonboerderij in 2 woningen mogelijk. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de regeling in het geldende bestemmings-
UrbiTom
13
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
plan ‘Buitengebied Heumen 2009’ (artikel 24.4.2 woningsplitsing). In onderhavig bestemmingsplan is in paragraaf 3.3 beschreven op welke manier aan de voorwaarden voor woningsplitsing wordt voldaan, die beschreven zijn in deze regeling. Conclusie Het initiatief past binnen het provinciale beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Omgevingsvisie gemeente Heumen De gemeente Heumen is in 2020 gestart met de ontwikkeling van een omgevingsvisie. Deze ontwikkeling kent een gefaseerde aanpak: Fase 1: Verkenning: Ansichtkaart: in de eerste fase bekijken we de kwaliteiten en de belangrijkste opgaven voor de toekomst per thema. Resultaat: een Ansichtkaart van Heumen. Fase 2: Koersdocument Omgevingsvisie: in de tweede fase wordt de inhoudelijke koers voor de Omgevingsvisie bepaald en een integrale afweginggemaakt. De richting van toekomstige ontwikkelingen in de gemeente wordt bepaald. Dit wordt vastgelegd in een Koersdocument Omgevingsvisie. Fase 3: Omgevingsvisie: het Koersdocument Omgevingsvisie wordt uitgewerkt uit in een Omgevingsvisie. Inmiddels is fase 1, de Ansichtkaart van Heumen, gereed. Thema’s die hierin aan de orde komen zijn wonen, bedrijvigheid, duurzaamheid, mobiliteit en infrastructuur, cultuurhistorie, landelijk gebied, landschap, recreatie en water Splitsing van de rijksmonumentale woonboerderij zorgt ervoor dat deze bewoond en onderhouden kan blijven en draagt op die manier bij aan het behoud van dit cultuurhistorisch waardevolle element. De huidige woonfunctie blijft behouden, evenals de huidige bouwmassa, goot- en bouwhoogte, waarmee de splitsing van de woonboerderij geen invloed heeft op de molenbiotoop van de Maasmolen.
De groene tuin rond de boerderij met de bomen aan de zijde van de Molenweg, de hagen, het grondgebruik dat past bij een woonboerderij (moestuin, paardenwei e.d.) maken dat de woonboerderij een bijdrage levert aan de beeldkwaliteit van de Maasdijk. Dit komt de attractiviteit van de Maasdijk als recreatieve route ten goede. De woonboerderij ligt in de nabijheid van het bedrijventerrein van Nederasselt. Er is altijd sprake geweest van bewoning van het gehele pand. De woonboerderij heeft, voordat deze een maatschappelijke bestemming kreeg vanwege de vestiging van een yogacentrum, ook reeds een woonbestemming gehad. Door de woningsplitsing worden dan ook geen nieuwe beperkingen gesteld aan het bedrijventerrein. Er wordt voorzien klimaatadaptieve, derhalve waterrobuuste voorzieningen voor de berging van het hemelwater. De nieuwe woning wordt gasloos uitgevoerd. Conclusie De woningsplitsing past bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Heumen.
UrbiTom
14
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
4.3.2
Gemeente Heumen
Structuurvisie Heumen 2025 Op 13 februari 2014 is de Structuurvisie Heumen vastgesteld, waarin voor de gemeente Heumen een toekomstbeeld wordt gegeven van de ruimtelijke ontwikkelingen tot het jaar 2025. Thema’s in de structuurvisie zijn onder meer wonen en werken, recreatie, toerisme, natuur en landschap, verkeer, cultuurhistorie en duurzaamheid.
Plangebied
Uitsnede kaart Structuurvisie 2025 Heumen
UrbiTom
15
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
Conclusie De Structuurvisie Heumen 2025 vormt mede de basis voor de Omgevingsvisie Heumen, die in de vorige paragraaf is beschreven. De ontwikkeling, die met voorliggend bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt past binnen de Omgevingsvisie Heumen en daarmee ook binnen de Structuurvisie Heumen 2025. 4.3.3
Woonvisie gemeente Heumen Op 1 november 2017 heeft de gemeente Heumen haar Woonvisie Heumen vastgesteld. Prettig wonen in een groene en landelijke gemeente is het uitgangspunt om een goed woonmilieu tot stand te brengen dat bijdraagt aan een hoge kwaliteit van leven. De bestaande woningvoorraad is het vertrekpunt, nieuwbouw is een aanvulling hierop. Dus eerst kijkt de gemeente naar mogelijkheden in (aanpassing van) de bestaande voorraad. Nieuwbouw is een kwalitatieve aanvulling op de bestaande voorraad en heeft een toekomstbestendige kwaliteit. Ook wordt eerst gekeken of er ruimte is binnen de dorpen en dan pas naar locaties buiten de bestaande dorpsgrenzen. Belangrijke punten voor de nieuwbouw zijn dat de woning duurzaam is en bij voorkeur levensloopgeschikt. Voor de behoefteraming gaat de gemeente uit van de korte termijn van de provinciale prognoses, waarvoor in de (sub)regio afspraken zijn gemaakt. Op basis hiervan is er binnen de gemeente van 2017 tot en met 2021 behoefte aan 215 woningen. In Nederasselt is er behoefte aan ca. 5 nieuwe woningen per jaar, bestaande uit een mix van rijenwoningen en (half) vrijstaande koopwoningen. Binnen de gemeente wordt de volgende verdeling voor nieuwbouw voorgestaan: 20% levensloopgeschikte woningen, 51% eengezinswoningen en 29% appartementen.
Conclusie Met de toevoeging van een halfvrijstaande woning, die met dit plan wordt mogelijk gemaakt, is het plan passend binnen de Woonvisie Heumen.
UrbiTom
16
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
5
Gemeente Heumen
Milieuhygiënische en planologische aspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bij het opstellen van een bestemmingsplan verplicht om inzicht te bieden in de relevante planologische en milieuhygiënische aspecten. In dit hoofdstuk is een verantwoording voor deze aspecten opgenomen.
5.1
Bodem Het initiatief waarvoor onderhavig bestemmingsplan is opgesteld betreft de splitsing van een bestaande boerderij met een maatschappelijke bestemming, die reeds als bedrijfswoning in gebruik is, in 2 woningen. Voor de splitsing is een verbouwing boven maaiveld aan de orde en hoeven geen graafwerkzaamheden te worden verricht. De geldende maatschappelijke bestemming met bedrijfswoning betreft een gevoelige functie. Het pand heeft reeds lange tijd een woonfunctie en heeft, voordat het een maatschappelijke hoofdbestemming kreeg, reeds een woonbestemming gehad. Er zijn geen verontreinigingen bekend op het perceel. Om deze redenen is een nader bodemonderzoek niet noodzakelijk. Conclusie In het kader van de Wet bodembescherming zijn geen aanvullende procedures noodzakelijk. Er zijn vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen c.q. beperkingen voor de voorgenomen verbouwing op deze locatie.
5.2
Archeologie In het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Heumen 2009’ heeft het plangebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’ en ‘Waarde – Archeologische verwachting 2’. Vanwege de aanwezige archeologische verwachtingswaarden is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten van projectgebieden die groter zijn dan 500 m² en dieper gaan dan 0,4 m onder maaiveld (Archeologische verwachting 1) of projectgebieden die groter zijn dan 2500 m² en dieper gaan dan 0,4 m onder maaiveld (Archeologische verwachting 2). Er is sprake van een interne verbouwing en aanpassing van bovengrondse bouwdelen van de bestaande monumentale boerderij. Graafwerkzaamheden vanwege het bouwen zijn derhalve niet aan de orde of aanmerkelijk minder dan 500 m2 (bijv. het aanleggen van enkele leidingen tussen de nieuwe en de bestaande woning). Nader archeologisch onderzoek is daarom niet aan de orde. Conclusie Archeologie vormt geen belemmering voor de ontwikkeling aan de Molenweg 2.
UrbiTom
17
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
5.3
Cultuurhistorie
5.3.1
Algemeen Zoals op bovenstaande uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart uit de Omgevingsvisie Heumen is te zien maakt het plangebied deel uit van een gebied van cultuurhistorisch hoge waarde. Ook valt het gebied binnen de Molenbiotoop van de Maasmolen.
5.3.2
Rijksmonument Molenweg 2 De T-boerderij aan de Molenweg 2 is een rijksmonument. Deze boerderij wordt gesplitst in 2 woningen. Splitsing van de rijksmonumentale woonboerderij zorgt ervoor dat deze beter bewoond en onderhouden kan blijven en draagt op die manier bij aan het behoud van dit cultuurhistorisch waardevolle element. Over de verbouwing, die nodig is om tot woningsplitsing te komen, wordt overleg gevoerd met het Samenwerkingsverband Cultuurhistorie Gelderland. Het meest recente pre-advies inzake het bouwplan is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. De conclusie van het pre‐advies luidt als volgt: De adviseurs zijn positief over de intentie van het plan. Het conceptplan is dan ook (voor zover nu te beoordelen) akkoord. Het is mogelijk om hiermee de bestemmingsplanwijziging in gang te zetten. Indien dit officieel geregeld is kan de woning in de verkoop gezet worden. Daarna kan er met een concrete koper in gesprek gegaan worden over de wensen en ideeën van de koper. Wanneer deze wensen bekend zijn kunnen er nieuwe plattegronden en geveltekeningen opgesteld worden. Bij de nieuwe plannen moet er gezocht worden naar een balans tussen wat er wenselijk is (bijvoorbeeld qua lichtinval) en wat er monumentaal behouden dient te worden. Indien de nieuwe plannen zijn opgesteld zullen de adviseurs in het planoverleg het ontwerp opnieuw beoordelen.
Het is wenselijk dat de toekomstige koper dan ook bij het planoverleg aanwezig is.
UrbiTom
18
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
Definitieve instemming volgt in het uitvoeringstraject. Pas na instemming kan een omgevingsvergunning worden verleend.
5.3.3
Molenbiotoop Maasmolen Het plangebied van onderhavig bestemmingsplan ligt binnen de molenbiotoop van de nabijgelegen Maasmolen, die een gebied beslaat binnen een cirkel van 400 m uit het hart van de molen. Om de kwaliteit van de molenbiotoop te borgen, is in de regels van het geldende bestemmingsplan bepaald binnen 100 m van de molen niet mag worden gebouwd en dat tussen 100 en 400 m uit de as mag worden gebouwd met een maximale hoogte op basis van een berekening waarin de toegestane bouwhoogte gerelateerd wordt aan de afstand tot de molen. De ontwikkeling, die met dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt, behelst de toevoeging van een nieuwe woning door splitsing van een bestaande woonboerderij. Hierdoor verandert niets aan de bouwmassa, goot- of nokhoogte van dit gebouw. De regels inzake de molenbiotoop uit het geldende bestemmingsplan, zijn overgenomen in de regels van onderhavig bestemmingsplan. Conclusie De regels inzake de molenbiotoop uit het geldende bestemmingsplan, zijn overgenomen in de regels van onderhavig bestemmingsplan. Omdat er niets verandert aan de bouwmassa, goot- of nokhoogte van de bebouwing waarbinnen de woningsplitsing plaatsvindt, waarvoor onderhavig bestemmingsplan is opgesteld, is het initiatief mogelijk zonder dat dit consequenties heeft voor de kwaliteit van de molenbiotoop van de Maasmolen
5.4
Water Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is de opstelling van een waterparagraaf verplicht gesteld, mede in relatie tot de watertoets. In deze paragraaf wordt verwoord hoe er in het plan met de aspecten water en ruimte rekening wordt gehouden, in relatie tot enerzijds het waterbeleid en anderzijds de waterhuishouding.
5.4.1
Waterrelevant beleid Algemeen In Europa wordt de Europese regelgeving van de Kader Richtlijn Water (KRW) gehanteerd. Het doel van de KRW is dat uiterlijk in 2027 alle maatregelen zijn uitgevoerd om het water in Europa schoon en gezond te krijgen en te houden. De KRW heeft drie planperiodes: 20092015, 2016-2021 en 2022-2027. Deze richtlijn vertaalt zich naar Nederland in beleidsplannen op drie niveaus: het Nationaal Water Programma op rijksniveau, de Regionale Water Programma’s op provinciaal niveau en de waterbeheerprogramma’s van de waterschappen. De richtlijn vanuit Europa en de beleidsplannen van het Rijk en de provincie geven de kaders voor het Waterbeheerprogramma van Rivierenland. De keuzes in dit WBP zijn in lijn met die kaders.
UrbiTom
19
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
Beleid en regelgeving Waterschap Rivierenland Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap Rivierenland. Waterschap Rivierenland heeft in 2021 het Waterbeheerprogramma 2022-2027 ‘Versterken. Verbinden. Vergroenen.’ vastgesteld. Dit waterbeheerplan beschrijft de doelen en inspanningen van Waterschap Rivierenland voor de periode 2022-2027. In dit waterbeheerplan is een indeling gemaakt in de volgende thema’s: Samenwerken als deskundige en omgevingsbewuste partner; Beschermen tegen overstromingen; Water eerlijk verdelen; Voorbereiden op extreem weer; Schoon water; Bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur; Toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit; Toewerken naar circulariteit; Streven is om uiterlijk in 2050 de waterhuishouding in het hele beheergebied toekomstbestendig te hebben. In het waterbeheersplan is de route naar 2050 beschreven. De uitgangspunten die door het waterschap worden gehanteerd in het kader van de watertoets betreffen: a. Waterneutraal inrichten. Om te voorkomen dat door de aanleg van nieuw verhard oppervlak wateroverlast ontstaat, is de aanleg van extra waterberging van belang om het verlies aan waterberging in de bodem te compenseren. b. Schoon inrichten. Om te voorkomen dat de waterkwaliteit van het oppervlaktewater negatief wordt beïnvloed.
Binnen het stedelijk gebied zal daarom schoon hemelwater van nieuwbouwprojecten gescheiden van het vuilwater moeten worden afgevoerd: afkoppelen. Het waterschap streeft naar 100 % afkoppeling van schoon hemelwater van verharde oppervlakken (gebouwen, wegen en ander terreinverharding). c. Veilig inrichten. Door nieuwbouwplannen mag de veiligheid van een (primaire) waterkering, het waterkerend vermogen, niet worden aangetast. Dit geldt niet alleen voor de dijk zelf, maar tevens voor de beschermingszones ter weerszijden van de dijk. Voor het lozen van overtollig hemelwater op het oppervlaktewater, hetzij rechtstreeks, hetzij via een bestaande of een nieuwe inrichting (zoals een regenwaterriool), is een watervergunning noodzakelijk. Daarnaast moeten in die gebieden die onderhevig zijn aan rivierkwel de effecten van de voorgenomen plannen op de kwel in beeld worden gebracht. De ontwikkeling waarvoor onderhavig bestemmingsplan is opgesteld, vindt plaats binnen bestaande bebouwing en is derhalve niet van invloed op eventuele kwel. Indien compensatie vereist is hanteert Waterschap Rivierenland ontwerpeisen voor de benodigde bergingscapaciteit, die gebaseerd zijn op berging bij extreme buien: Ingeval van lozing op oppervlaktewater geldt als uitgangspunt de neerslag van een extreme bui, zoals deze eens in de 10 jaar voorkomt, vermeerderd 10%, de T=10+10% bui.
Hierbij mag het peil (van het oppervlaktewater) niet meer dan 0,2 of 0,3 m stijgen, afhankelijk van het deelgebied waarin de ontwikkeling plaats vindt. Vuistregel hierbij
UrbiTom
20
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
-
Gemeente Heumen
is 436 m3 berging per ha verhard oppervlak, overeenkomend met een neerslag van 43,6 mm. Bij berging op eigen terrein, zonder lozing op oppervlaktewater geldt de neerslag die veroorzaakt wordt door een extreme bui, die eens in de 100 jaar voorkomt, vermeerderd met 10%, de T=100+10%-bui. Hierbij is een peilstijging toegestaan tot laagste putdekselhoogte op wijkniveau. Vuistregel hierbij is 664 m3 berging per ha verhard oppervlak, overeenkomend met een neerslag van 66,4 mm. Deze vuistregel geldt met name voor droogvallende voorzieningen. Indien de waterberging wordt gerealiseerd in de vorm van droogvallende retentie, wordt onderscheid gemaakt tussen systemen waarbij infiltratie naar de ondergrond wel en niet mogelijk is. In dat laatste geval moet de bodem van de voorziening zich minimaal 0,5 m boven de GHG bevinden en mag bij een ontwerpbui T=100+10% het systeem tot aan maaiveld gevuld zijn. De ledigingstijd van het systeem moet 48 tot 96 uur te bedragen.
Beleid Gemeente Heumen Het (hemel)waterbeleid van de gemeente Heumen is onder meer vastgelegd in het Verbreed gemeentelijk rioleringsplan 2018 - 2022. Voor alle nieuwbouwplannen binnen de gemeente Heumen geldt dat het regenwater op eigen perceel verzameld en verwerkt dient te worden. Het regenwater mag niet meer bij het vuilwaterriool worden aangesloten of oppervlakkig afstromen naar de openbare ruimte. De gemeente Heumen conformeert zich aan het beleid van het waterschap. De eis vanuit het waterschap voor solitaire infiltratiesystemen (dus zonder overloop op een sloot) dienen minimaal 66,4 mm/m² verhard oppervlak te kunnen bergen. Bij een systeem met een overloop op het watersysteem van het waterschap moet minimaal 43,6 mm/m² verhard oppervlak geborgen worden, waarbij maximaal 1,5 l/s/ha op het watersysteem mag worden geloosd. Voor het aansluiten van water of een overloop op het watersysteem van het waterschap moet een vergunning worden aangevraagd of gemeld worden. De wijze van infiltreren, bergen en verwerken van het hemelwater op eigen terrein is ter invulling van de perceeleigenaar. Bij de keuze en aanleg van een voorziening dient te worden voorkomen dat er afval in het hemelwatersysteem wordt geloosd. Daarnaast dient gebruik te worden gemaakt van milieuvriendelijke bouwproducten en werkwijzen.
Er wordt derhalve geadviseerd gebruik te maken van niet uitloogbare bouwmaterialen of materialen die voorzien zijn van een keurmerk. Daarnaast dient een voorziening bij voorkeur inspecteerbaar en reinigbaar te zijn. Het systeem dient binnen 48 uur weer leeg te zijn zodat de volledige bergingscapaciteit weer beschikbaar is. 5.4.2
Locatiestudie Het onderzoeksgebied bestaat uit het zuidoostelijk deel van het perceel, kadastraal bekend gemeente Nederasselt sectie D, nummer 183. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 6.615 m2. Toename verharding, noodzaak waterberging en bergingsopgave De uitgangspunten uit het geldend waterbeleid in acht nemend, kan het volgende geconstateerd worden:
UrbiTom
21
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
Feitelijk is er geen sprake van verhardingstoename, omdat de ontwikkeling, waarvoor dit bestemmingsplan is opgesteld, plaatsvindt binnen bestaande bebouwing. De nieuwe woning betreft echter een nieuwe ontwikkeling. Daarom is het verhard oppervlak hiervan aan te merken als verharding, waarvoor, krachtens het waterrobuuste beleid van de gemeente Heumen, voorzien moet worden in compenserende waterberging. Het totaaloppervlak van de nieuwe bebouwing bedraagt ca. 155 m2. Het totaaloppervlak van 3 nieuwe terrassen bij deze bebouwing bedraagt ca. 35 m2. Totale verhardingstoename, waarvoor voorzien moet worden in waterberging bedraagt aldus ca. 190 m2. Uitgaande van de aangegeven bergingseis van 66,4 mm gaat het dan om een berging met een capaciteit van (190 x 0,0664 =) 12,6 m3 Grondwaterstand en infiltratiegrondslag Uit de b.r.o. gegevens 2021 (basis registratie ondergrond), zoals deze staan aangegeven op www.dinoloket.nl blijkt dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) van ca. 80-90 cm –mv. Alle berging, die boven de GHG wordt gerealiseerd kan ook daadwerkelijk als berging worden aangemerkt. Bij een bergingsopgave van 12,6 m3 en een GHG van maximaal ca. 0.8 m –maaiveld is de benodigde oppervlakte om de vereiste berging te realiseren derhalve (12.8/0.8 =) 15,75 m2.
Blijkens de themakaart ‘Water’ zoals deze is opgenomen in de Omgevingsvisie Heumen, is er ter plaatse van het plangebied sprake van vorstvaaggronden die in hoofdzaak bestaan uit matig fijn zand, dat in beginsel goede mogelijkheden voor infiltratie biedt. Het plangebied betreft een perceel met een oppervlakte van 6.615 m2 en biedt dus veel ruimte om deze berging als open berging in de vorm van een wadi te realiseren. Waterkwaliteit Ten behoeve van de waterkwaliteit zal de voorgestelde ontwikkeling bij de aanleg geen gebruik maken van uitloogbare materialen, waardoor de uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater voorkomen wordt. Het vuilwater wordt in de huidige situatie reeds gescheiden aangeboden aan het gemeentelijk riool in de Molenweg. Deze situatie blijft onveranderd. Conclusie In het kader van de planprocedure zijn de gevolgen ten aanzien van de waterhuishouding inzichtelijk gemaakt en de daaruit voortkomende waterbergingsbehoefte. Geconcludeerd kan worden dat er met het voorliggend initiatief geen waterschapsbelangen in het geding zijn. Er is derhalve geen belemmering aanwezig vanuit het aspect water. Op basis van het gemeentelijk beleid, zoals vastgelegd in het VGRP 2018 – 2022 is de perceeleigenaar zelf verantwoordelijk voor verwerking van hemelwater op zijn eigen perceel. De bergingsopgave bedraagt 12,6 m3.
De bodem (matig fijn zand) en gemiddeld hoogste grondwaterstand (max. ca 80 cm –maaiveld) bieden goede mogelijkheden voor infiltratie.
UrbiTom
22
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
De relatief grote oppervlakte van het terrein (6.615 m2) biedt ruimschoots gelegenheid om de vereiste berging te realiseren.
5.5
Geluid Bepaald moet worden of er sprake is van geluidsbelasting ten gevolge van nabijgelegen wegen en het beoordelen of er voldaan wordt aan de bepalingen van de Wet geluidhinder (Wgh). Voor wegen met een onderzoekszone is vanwege de beoogde nieuwbouw van woningen een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai vereist. De ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Het akoestisch onderzoek wordt derhalve uitgevoerd ten behoeve van een juridisch-planologische procedure. Dit onderzoek is verricht door De Roever Omgevingsadvies. De rapportage is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. De onderzoeksbevindingen zijn navolgend weergegeven. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Molenweg, de Broekstraat, de Maasbandijk en de Oude Veerstraat. Conclusie Hogere waarden Een hogere waarde is niet nodig omdat de berekende geluidsniveaus komend van de Molenweg, de Broekstraat, de Maasbandijk en de Oude Veerstraat onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB liggen. Bouwbesluit en woon- en leefklimaat Benodigde gevelwering (wegverkeerslawaai) De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt ten hoogste 46 dB ter plaatse van de oostgevel van de boerderij (1e verdieping). Het Bouwbesluit gaat bij splitsing van woningen binnen een bestaand gebouw uit van het ‘rechtens verkregen niveau’.
Aangezien de geluidsbelasting ook laag is hoeft er geen nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels te worden gedaan. Woon- en leefklimaat De milieukwaliteit wordt bij de boerderij geclassificeerd als ‘Zeer goed’ tot ‘Goed’. Het woon en verblijfsklimaat ter plaatse van de boerderij wordt als acceptabel aangemerkt. Op basis van de toelichting in de onderzoeksrapportage (paragraaf 3.7.1 en 3.7.2) kan gesteld worden dat de cumulatieve geluidbelasting (wegverkeer) een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat niet in de weg staat.
5.6
Luchtkwaliteit Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’) bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen,
UrbiTom
23
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is vastgelegd in welke gevallen de luchtkwaliteitseisen geen belemmering vormen voor een nieuwe ontwikkeling. Dit is het geval wanneer: -
een ontwikkeling niet leidt tot overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit; ten gevolge van een ontwikkeling de concentraties van de betreffende stoffen verbeteren of ten minste gelijk blijven; een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties van de betreffende stoffen in de buitenlucht; een ontwikkeling past binnen een vastgesteld programma (zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit).
Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip ‘niet in betekenende mate’ is vastgelegd in het ‘Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven. Er is blijkens deze regeling geen onderzoek nodig voor ‘woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat’. Zoals op onderstaande kaart met de gemiddelde fijnstofconcentratie pm10 in 2020 is te zien, bedraagt deze ter plaatse van het plangebied 15-16 microgram pm10/m3, dus ruim onder de grenswaarde van 40 microgram/m3. Zo ligt de fijnstofconcentratie pm2.5/m3 tussen 9-10 microgram/m3 (grenswaarde 20 microgram/m3) en de concentratie stikstof (NO2) tussen 12-14 microgram/m3 (grenswaarde 40 microgram/m3).
Gemiddelde fijnstofconcentratie PM10 in 2020
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de splitsing van een bestaande woonboerderij, waardoor 1 extra woning ontstaat. Hiermee wordt ruimschoots onder de aantallen gebleven zoals genoemd in de ‘Regeling niet in betekende mate bijdragen’.
UrbiTom
24
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
De kaart met gemiddelde fijnstofconcentraties van het RIVM laten zien dat de concentraties fijnstof (pm2.5 en pm10) en stikstof (NO2) ter plaatse van het plangebied ruim onder de grenswaarden blijven. Een specifiek luchtkwaliteitsonderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Er worden vanwege het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen verwacht voor de beoogde ontwikkeling.
5.7
Externe veiligheid Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport (onder andere van gevaarlijke stoffen). Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Risicobronnen kunnen onderscheiden worden in risicovolle inrichtingen (onder andere lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen en leidingen (onder andere aardgas, vloeibare brandstof en elektriciteit). Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Navolgende uitsnede van de veiligheidskaart uit de Atlas voor de Leefomgeving laat zien dat risicovolle inrichtingen, transportroutes en leidingen op afstand van het plangebied liggen.
Uitsnede veiligheidskaart Atlas Leefomgeving
Risicovolle inrichtingen liggen op meer dan 1 km afstand aan de andere kant van het dorp Nederasselt. Ook de transportroute voor gevaarlijke stoffen over de Maas ligt op een kortste afstand van meer dan 1 km van het plangebied
UrbiTom
25
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
Ten noorden van het dorp Nederasselt ligt een hogedruk aardgastransportleiding. Deze buisleiding heeft een druk van 40 bar en een doorsnede van 219 mm. Het invloedsgebied van de leiding bedraagt 95 m aan weerszijden. De afstand tot het plangebied bedraagt meer dan 550 m, derhalve ruimschoots buiten het genoemde invloedsgebied en ook ruimschoots buiten de belemmerde strook die 5 meter bedraagt. Conclusie Vanuit het oogpunt van externe veiligheid worden geen belemmeringen voor de voorgestane ontwikkeling verwacht.
5.8
Flora en fauna Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er zijn plannen om de huidige bebouwing te slopen om plaats te maken voor nieuwe woningen. Vanwege dit voornemen is het noodzakelijk de ingreep te toetsen aan de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, om zicht te krijgen of er effecten optreden op beschermde natuurwaarden. Dit is via een veldbezoek beoordeeld. Dit onderzoek is in maart 2022 uitgevoerd, waarbij het plangebied is bezocht en beoordeeld op habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Het onderzoek is gerapporteerd in een quickscan, die als bijlage bij deze toelichting is opgenomen. De conclusies uit deze rapportage zijn navolgend weergegeven.
5.8.1
Beschermde soorten Broedvogels (al dan niet jaarrond beschermde nesten) Er zijn onder de dakconstructie waar de ingrepen plaatsvinden geen nesten aanwezig van huismus en gierzwaluw. De ruimten onder de dakpannen ter plekke van de exacte ingreepplaats zijn niet bereikbaar en te laag bij de grond om als zodanig te dienen. Nesten van andere vogelsoorten zijn ter plaatse van de ingreepplek ook niet aanwezig en/of te verwachten. Rondom de bebouwing is sprake van een kleinschalig ingerichte omgeving met veel bomen en struiken. Deze vormt een geschikt broedgebied voor meerdere soorten vogels. De werkzaamheden zullen echter niet leiden tot negatieve effecten op broedvogels, aangezien de soorten gewend zijn aan menselijke aanwezigheid. Omdat alle vegetatie gehandhaafd blijft, treden er geen effecten op ten aanzien van het areaal aan broedbiotoop. Vleermuizen Vaste rust- en verblijfplaatsen zijn op de plaatsen waar ingrepen aan de bebouwing plaatsvinden uit te sluiten, omdat er geen openingen in de muur of onder de dakpannen zitten die toegang geven tot de achterliggende spouw of binnenmuur, danwel het dakbeschot. Het omliggende gebied is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen, echter vinden er geen ingrepen plaats in de omgeving van het huis. Voor het foerageergebied zullen dus geen effecten optreden.
UrbiTom
26
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
Vaatplanten (muurplanten) Op en rondom de bebouwing komen geen beschermde en of bijzondere vaatplanten voor. Een goed ontwikkelde bloemrijke vegetatie (zoals schraal grasland) is niet aanwezig. Op het terrein groeien enkele algemeen voorkomende soorten bloeiende kruiden, maar bijzondere soorten zijn niet aanwezig. Overige soorten Andere beschermde soorten, zoals amfibieën, reptielen, vissen, libellen, dagvlinders, grondgebonden zoogdieren en andere ongewervelden, zijn niet aangetroffen en ook niet te verwachten ter plaatse van de bebouwing en de directe omgeving ervan. Hiervoor zijn geen optimaal ontwikkelde leefgebieden aanwezig. 5.8.2
Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan ook uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kunnen bijvoorbeeld struiken gedurende het groeiseizoen kort gesnoeid worden, zodat er geen vogels gaan broeden. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).
5.8.3
Conclusie de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen; voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft; ervan uitgaande dat de zorgplicht wordt nagekomen, zijn er geen belemmeringen voor de ontwikkeling vanwege flora en fauna.
UrbiTom
27
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
-
-
-
5.9
Gemeente Heumen
Ter plaatse van de ingreeplocatie zijn geen, al of niet jaarrond beschermde, nestlocaties aanwezig van broedvogels. Effecten treden daarmee niet op; Effecten op vleermuizen zijn uitgesloten, omdat er geen sprake is van de aanwezigheid van essentiële foerageerbieden of vliegroutes en vanwege de afwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen; In het kader van de Wet natuurbescherming kan op voorhand gesteld worden dat de voorgenomen werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden, zoals beoogd. Effecten op beschermde soorten en daarmee overtredingen in het kader van de Wet natuurbescherming treden niet op. Nader soortgericht onderzoek is eveneens niet noodzakelijk.
Stikstofdepositie Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied betreft “Oeffeltermeent” (gebiedsnummer 141). Dit Natura 2000 gebied, is op ruime afstand (meer dan 14 kilometer) van het plangebied gelegen. De planontwikkeling betreft een nieuwe woning door woningsplitsing van een monumentale boerderij. De praktijk laat zien dat de stikstofdepositie minder dan 0,00 mol/ha/jaar bedraagt bij aanmerkelijk grotere initiatieven op aanmerkelijk kortere afstand van Natura 2000-gebieden. De planontwikkeling is kleinschalig en gasloos. Bepalend voor de stikstofdepositie in de gebruiksfase is vooral het aantal motorvoertuigbewegingen dat door het initiatief wordt gegenereerd. De bestaande verkeersgeneratie vanwege de functie yogacentrum bedraagt in het buitengebied tussen de 9,8 en 10,8 motorvoertuigen/etmaal per 100 m2 (hierbij is uitgegaan van de verkeersgeneratie van een welnesscentrum, zoals benoemd in de CROW-brochure 317, ‘Parkeren en verkeersgeneratie’). De vloeroppervlakte van het yogacentrum bedraagt ca. 130 m2. De verkeersgeneratie bedraagt dan 12,7 – 14,4 motorvoertuigen/etmaal. De verkeersgeneratie van de bestaande halfvrijstaande bedrijfswoning in het buitengebied bedraagt tussen de 7,4 en de 8,2 motorvoertuigen per etmaal. Totale verkeersgeneratie in de bestaande situatie bedraagt dus ca. 20.1 – 22.6 mvt/etm.
In de toekomstige situatie is sprake van twee halfvrijstaande woningen. De verkeersgeneratie vanwege de 2 halfvrijstaande woningen bedraagt 2 x 7,4 – 8,2 motorvoertuigen/etmaal. Totale verkeersgeneratie in de toekomstige situatie bedraagt dan 14,8 – 16,4 mvt/etm. Deze verkeersgeneratie is gebaseerd op theoretische aannames (CROW), maar laat zien dat er waarschijnlijk sprake is van een afname van het aantal motorvoertuigen.
UrbiTom
28
Bestemmingsplan ‘Molenweg 2, Nederasselt’
Gemeente Heumen
Conclusie Een nadere berekening van de stikstofdepositie is niet uitgevoerd om de volgende redenen: de kleine schaal van de ontwikkeling (bestaand yogacentrum wordt opgeheven en in plaats daarvan wordt een woning toegevoegd door woningsplitsing); de relatief grote afstand tot het dichtstbijzijnde Natura-2000-gebied; de ontwikkeling is gasloos; naar alle waarschijnlijkheid leidt de ontwikkeling tot een afname van het aantal motorvoertuigbewegingen van en naar het plangebied. Op basis hiervan, en kijkend naar Aerius-berekeningen voor grotere initiatieven op kortere afstand van Natura 2000-gebieden kan worden gesteld dat er in de gebruiksfase, vanwege de ontwikkeling geen significant nadelige gevolgen met betrekking tot het aspect verzuring op Natura-2000 gebieden worden veroorzaakt en dat het aspect stikstof geen beperkingen oplevert ten aanzien voor het beoogde planvoornemen.