CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I Ruimtelijke onderbouwing BOPA Kerkplein 4-4a Malden

Raad 12 december 2024, gemeente HeumenBij agendapunt: Aanvraag bindend adviesrecht aanvraag omgevingsvergunning Kerkplein 4-4A Malden27.928 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ruimtelijke onderbouwing Kerkplein 4-4a, Malden Status: Definitief

Oktober 2024

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief

Ruimtelijke onderbouwing “Kerkplein 4-4a, Malden”

Plannaam:

Kerkplein 4-4a, Malden

Plantype:

Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Status:

Definitief

Datum:

Oktober 2024

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3 1.4

INLEIDING.............................................................4

AANLEIDING ......................................................................................................... 4 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED ................................................................................. 4 HET OMGEVINGSPLAN ............................................................................................... 5 LEESWIJZER.......................................................................................................... 7

HOOFDSTUK 2

BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE ...............................8

HOOFDSTUK 3

PLANBESCHRIJVING ...............................................10

3.1 3.2

HET VOORNEMEN ................................................................................................... 10 INFRASTRUCTUUR EN OPENBARE RUIMTE .......................................................................... 13

HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3

ALGEMEEN .......................................................................................................... 15 LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING ..................................................................... 15 LANDSCHAPPELIJKE EN/OF STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN .................................................... 16

HOOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3 5.4

LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN 15

BELEIDSKADERS....................................................18

RIJKSBELEID ........................................................................................................ 18 PROVINCIAAL BELEID ............................................................................................... 20 REGIONAAL BELEID ................................................................................................. 22 GEMEENTELIJK BELEID ............................................................................................. 24

HOOFDSTUK 6

OMGEVINGSVEILIGHEID...........................................30

HOOFDSTUK 7

BESCHERMEN VAN DE WATERBELANGEN .......................33

7.1 7.2 7.3 7.4

VIGEREND BELEID .................................................................................................. 33 WATERASPECTEN ................................................................................................... 34 WATERTOETSPROCES EN WATERHUISHOUDING PROJECTGEBIED ................................................. 34 CONCLUSIE ......................................................................................................... 36

HOOFDSTUK 8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6

GELUID DOOR ACTIVITEITEN ....................................................................................... 37 BODEMKWALITEIT .................................................................................................. 41 LUCHTKWALITEIT ................................................................................................... 42 GEUR ................................................................................................................ 43 TRILLINGSHINDER .................................................................................................. 44 GEZONDHEID ....................................................................................................... 45

HOOFDSTUK 9 9.1 9.2 9.3

ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE ..........................49

WETTELIJK KADER ............................................................................................... 49 ARCHEOLOGIE ................................................................................................... 49 CULTUURHISTORIE .............................................................................................. 50 CONCLUSIE ...................................................................................................... 50

HOOFDSTUK 11 11.1 11.2 11.3

BESCHERMING VAN DE NATUUR..................................46

GEBIEDSBESCHERMING ............................................................................................ 46 SOORTENBESCHERMING ............................................................................................ 47 CONCLUSIE ......................................................................................................... 48

HOOFDSTUK 10 10.1 10.2 10.3 10.4

BESCHERMING GEZONDHEID EN HET MILIEU .................37

M.E.R.- BEOORDELING ............................................51

ALGEMEEN ....................................................................................................... 51 SITUATIE PROJECTGEBIED ....................................................................................... 51 CONCLUSIE ...................................................................................................... 52

HOOFDSTUK 12

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .............................53 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief 12.1 12.2 12.3

ALGEMEEN ....................................................................................................... 53 KOSTENVERHAAL ................................................................................................ 53 SITUATIE PROJECTGEBIED ....................................................................................... 53

HOOFDSTUK 13 13.1

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ......................54

PARTICIPATIE .................................................................................................... 54

HOOFDSTUK 14

VOORSTEL OPNEMEN INITIATIEF IN OMGEVINGSPLAN .....55

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ......................................57 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8

PARKEERONDERZOEK ...................................................................................... 57 RESULTAAT DIGITALE WATERTOETS ...................................................................... 59 NOTITIE WATERBERGING .................................................................................. 66 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ........................................................ 76 VERKENNEND BODEMONDERZOEK ....................................................................... 121 AERIUS-BEREKENING ................................................................................... 189 NATUURWAARDENONDERZOEK ........................................................................... 216 ARCHEOLOGISCH BUREAU- EN VELDONDERZOEK ....................................................... 264

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggende onderbouwing heeft betrekking op het perceel aan het Kerkplein 4 – 4a in het centrum van Malden. Ter plaatse staat de H. Antonius Abtkerk met bijbehorende pastorie. Door terugloop in bezoekers en inkomsten is het plan opgevat om de locatie te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw. Hierbij behoudt een deel van de bebouwing de kerkfunctie, en wordt het tevens multifunctioneel ingezet. Concreet ziet het voornemen toe op de realisatie van: • • • •

Multifunctionele (kerk)zaal voor ca. 350 personen; 30 woningen; 25 individuele bergingen en nog eens 5 bergingen in een parkeergarage; 30 parkeerplaatsen in een parkeergarage.

Ten behoeve van het voornemen wordt de bestaande bebouwing voor een deel gesloopt en voor een ander deel verbouwd en wordt er deels nieuw gebouwd. Het voornemen is niet in overeenstemming met het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Heumen (bestemmingsplan “Kern Malden”). Ter plaatse van de beoogde ontwikkelingen ontbreken de benodigde gebruiks- en bouwregels om de herontwikkeling te kunnen realiseren. Het afwijken van het planologisch regime betreft in dit geval de activiteit die niet in overeenstemming is met het geldende omgevingsplan. De afwijking bestaat in dit geval uit het planologisch vastleggen van het bouwvlak, de gewenste maatvoeringen van de woningen en de gewenste gebruiksregels om de functie wonen mogelijk te maken. Om het voornemen mogelijk te maken, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Hiervoor dient op basis van artikel 8.0 lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) te worden aangetoond dat de BOPA in overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin. De vergunning voor de feitelijke omgevingsplanactiviteit voor de bouwwerkzaamheden, die in strijd zijn met het omgevingsplan, zal op een later moment worden aangevraagd.

Voor deze nader uitgewerkte activiteit kan het bevoegd gezag een BOPA-omgevingsvergunning verlenen op basis van artikel 12.27a van het Bkl. Dit artikel bepaalt dat bij het toepassen van artikel 8.0a, lid 2 Bkl, in ieder geval sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voor zover de activiteit niet in strijd is met een eerder verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit.

1.2

Ligging van het projectgebied

Het projectgebied ligt in het centrum van Malden, gemeente Heumen. Het projectgebied beslaat hoofdzakelijk de percelen kadastraal bekend als gemeente Heumen, Sectie G, nummers 5916, 5933 en 5939. De ligging van het projectgebied (rode ster en rode omlijning) ten opzichte van de directe omgeving en in de kern Malden is indicatief weergegeven in afbeelding 1.1.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief

Afbeelding 1.1

Ligging van het projectgebied ten opzichte van Malden en de directe omgeving (Bron: OpenStreetMap)

1.3

Het omgevingsplan

1.3.1

Geldend omgevingsplan

Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Heumen. Ter plaatse van het projectgebied is sprake van het omgevingsplan van rechtswege zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat ter plaatse uit de ‘bruidsschat’ en het bestemmingsplan “Kern Malden”, dat vastgesteld is op 13 juli 2017. Voor de duiding van het planologisch regime van het projectgebied is met name het bestemmingsplan “Kern Malden” van belang. Het omgevingsplan bevat in de huidige situatie namelijk uitsluitend de regels van de bruidsschat. Omdat het bestemmingsplan “Kern Malden” is opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan wordt nog gesproken over 'bestemmingen' in plaats van 'functies'. De gronden binnen het projectgebied zijn bestemd tot ‘Centrum – 3’, ‘Maatschappelijk’, ‘Verkeer’ en ‘Wonen’. De bestemming ‘Maatschappelijk’ is voorzien van de functieaanduiding ‘religie’ evenals een bouwvlak met de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bouwhoogte: 10 m’. De bestemming ‘Wonen’ is voorzien van een bouwvlak en de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bouwhoogte: 8 m’. Tot slot geldt ter plaatse van het gehele projectgebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’. Een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Kern Malden’ is opgenomen in afbeelding 1.2.

Het projectgebied is indicatief aangegeven met de rode belijning.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief

Afbeelding 1.2

Uitsnede geldend bestemmingsplan “Kern Malden” (Bron: Omgevingsloket)

Centrum – 3 Door het ontbreken van een functieaanduiding ter plaats van de voor ‘Centrum – 3’ aangewezen gronden, zijn ter plaatse uitsluitend bijbehorende voorzieningen voor aangrenzende centrumbestemmingen toegestaan. Maatschappelijk De voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden zijn uitsluitend bestemd voor een religieuze instelling (ter plaatse van de aanduiding ‘religie’) met bijbehorende bebouwing, wegen, paden en parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte’ geldt een maximum bouwhoogte van 10 meter. Verkeer De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor verkeersdoeleinden, verblijfsgebied alsmede terrassen, met bijbehorende bebouwing, wegen en paden, groenvoorzieningen, afvalvoorzieningen, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding. Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het bestaande aantal woningen, al dan niet in combinatie met een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit, bed & breakfast en/of kamerverhuur.

Daarnaast zijn de gronden bestemd voor tuinen en erven, parkeren met bijbehorende bebouwing, wegen en paden, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte’ geldt een maximum bouwhoogte van 8 meter. Waarde – Archeologische verwachting 1 De tot ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’ aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen mede bestemd voor behoud en/of herstel van de aan deze gronden eigen zijnde archeologische/cultuurhistorische waarde(n).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief 1.3.2

Opheffen strijdigheid

Voorliggend initiatief gaat uit van de realisatie van een multifunctioneel (kerk)gebouw en 30 woningen. Het voornemen past niet binnen de gebruiks- en bouwmogelijkheden die de geldende bestemmingen bieden. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken wordt via een omgevingsvergunning afgeweken van het geldende omgevingsplan ex artikel 5.1, lid 1, sub a, onder de Omgevingswet. In voorliggend geval wordt de (reguliere) korte voorbereidingsprocedure (titel 4.1 Awb) gevolgd.

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige situatie. Hoofdstuk 3 en 4 gaan achtereenvolgens in op de gewenste situatie van het projectgebied de bescherming van de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden in en rondom het projectgebied. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid beschreven. Hoofdstuk 6 gaat in op de omgevingsveiligheid, waarna in hoofdstuk 7 de bescherming van de waterbelangen wordt behandeld. Hoofstuk 8 en 9 gaan respectievelijk in op de bescherming van de gezondheid, het milieu en de natuur. Hoofdstuk 10 behandelt de archeologische en cultuurhistorische waarden. In hoofdstuk 11 komt de m.e.r.-beoordeling aan bod. Hoofdstuk 12 en 13 behandelen de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voornemen. Tot slot bevat hoofdstuk 14 een voorstel van de regels om het initiatief in het omgevingsplan te kunnen opnemen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief

HOOFDSTUK 2

BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE

Het projectgebied ligt in het centrum van de kern Malden. De ruimtelijk-functionele structuur van de directe omgeving van het projectgebied wordt gekenmerkt door verscheidene functies zoals wonen, detailhandel, maatschappelijke functie, dienstverlening, etc. Het projectgebied wordt aan de noodzijde begrensd door een begraafplaats. De oostzijde wordt volledig begrensd door het Kerkplein. Aan de zuidzijde vormt het Kerkplein de begrenzing. Aan de westzijde vormen een bioscoop en een zorginstelling de begrenzing van het projectgebied. Het projectgebied zelf is nagenoeg volledig bebouwd/verhard ten behoeve van het bestaande kerkgebouw met de daarbij horende pastorie en pastorietuin. Het kerkgebouw is in 1960 ontworpen door Jos Bijnen en op 10 april van dat jaar ingewijd door bisschop Mgr. W. Bekkers. Het kerkgebouw heeft architectonische stijlkenmerken uit de Bossche School, wat zich toont in het robuuste metselwerk. Dit geeft het gebouw een wat mediterraan karakter. Markant is het blauwe glas in lood, maar ook kenmerkend zijn de waterspuwer aan de noordzijde, het doopfont, de stilte kapel en het strijklicht wat langs de lange achterwand van de kerkzaal binnentreedt. Aan het Kerkplein 4 staat, ten zuidwesten van het kerkgebouw een pastoriewoning met bijbehorende tuin.

In afbeeldingen 2.1, 2.2 en 2.3 zijn respectievelijk een luchtfoto (met kadastrale percelen) en straatbeelden van de huidige situatie ter plaatse van het projectgebied opgenomen.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto huidige situatie projectgebied (Bron: PDOK, bewerkt)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief

Afbeelding 2.2

Straatbeeld kerkgebouw (Bron: Google Maps, oktober 2009)

Afbeelding 2.3

Straatbeeld woning (Bron: Google Maps, augustus 2023)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief

HOOFDSTUK 3 3.1

Het voornemen

3.1.1

Algemeen

PLANBESCHRIJVING

Het voornemen voorziet in het realiseren van in totaal 30 woningen. Hiervoor wordt een deel van de bestaande bebouwing gesloopt. Een deel van het kerkgebouw wordt daarnaast verbouwd tot een multifunctionele (kerk)zaal voor circa 350 personen. Als gevolg van de voorgenomen (ver)bouwactiviteiten ontstaan er twee binnentuinen in het projectgebied. Een belangrijk onderdeel van het voornemen is het behouden van de uitstraling van het bestaande kerkgebouw en de bijbehorende kenmerkende eigenschappen. In afbeelding 3.1 wordt een schets van de bestaande en de gewenste situatie weergegeven. Aansluitend wordt het voornemen nader beschreven. In hoofdstuk 14 staat beschreven hoe de beoogde situatie in het omgevingsplan kan worden opgenomen.

Afbeelding 3.1

3.1.2

Bestaande en gewenste situatie ter plaatse van het projectgebied (Bron: DP6)

Multifunctionele (kerk)zaal

Een deel van het bestaande kerkgebouw behoudt de kerkfunctie. Het gaat om het (noord)oostelijke deel. Echter, om niet volledig afhankelijk te zijn van de kerkfunctie, krijgt deze ruimte een multifunctionele functie, die ondergeschikt is aan de kerkfunctie. Voorbeelden hiervan zijn een

ontvangstruimte voor kerkelijke aangelegenheden, expositieruimten, galerie, ateliers en andere gelijksoortige functies. In afbeelding 3.2 is de gewenste situatie van de multifunctionele (kerk)zaal weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief

Afbeelding 3.2

3.1.3

Gewenste situatie multifunctionele (kerk)zaal (Bron: DP6)

Woningen

Aan de (zuid)westzijde van het projectgebied worden de voorgenomen 30 woningen gerealiseerd. De woningen worden deels binnen bestaande bebouwing gerealiseerd en deels is sprake van nieuwbouw. De woningen worden gelijkvloers uitgevoerd. 10 woningen zijn betaalbare koopwoningen. Hierdoor zijn de woningen geschikt voor starters en senioren. De vraag naar kleinschalige woningen voor jongeren of ouderen (levensloopbestendig) is groot. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan deze gevraagde woningvoorraad. De verhouding betaalbare woningen is afkomstig uit de anterieure overeenkomst die gesloten is tussen initiatiefnemer en de gemeente Heumen. Hierbij was de overweging dat het projectgebied onderdeel uitmaakt van het Vitaal Centrum Malden. In het bijbehorende programma wordt ruim voldaan aan 2/3e aandeel betaalbare woningen, waardoor het in voorliggende ontwikkeling voldoende is om 1/3e van de woningen betaalbaar te houden. Ter plaatse van de bestaande pastorie krijgt de bebouwing drie bouwlagen. Op de plek waar nieuw wordt gebouwd krijgt het woongebouw drie bouwlagen. Aan de noordzijde van het huidige kerkgebouw komen bergingen. In afbeelding 3.3 is de gewenste situatie per bouwlaag weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief

Afbeelding 3.3

3.1.4

Gewenste situatie per bouwlaag (Bron: DP6)

Voorzieningen

Onder het nieuw te realiseren woongebouw wordt een parkeergarage gerealiseerd. In de parkeergarage wordt ruimte geboden voor 30 parkeerplaatsen. Een en ander is in afbeelding 3.4 weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief

Afbeelding 3.4

Parkeergarage (Bron: DP6)

Zoals zichtbaar in afbeelding 3.4, wordt de parkeergarage ontsloten op het Kerkplein, naast de bestaande (te verbouwen) bebouwing aan het Kerkplein 4. De parkeergarage kan zowel aan de noordzijde als aan de zuidzijde door voetgangers worden betreden. De rijvloer van de parkeergarage ligt maximaal 2 meter beneden lokaal maaiveld. Dit omdat het peil van de bestaande kerk ruim 1 meter hoger ligt dan het peil van de pastorie tuin. De vrijkomende grond uit de half-verdiepte parkeerbak kan op deze wijze zoveel mogelijk op eigen terrein worden verwerkt. Voor de hellingbaan is een lengte beschikbaar van ruim 20 meter. Het stijgingspercentage bedraagt niet meer dan 10%. Aan de noordzijde van het projectgebied worden 25 bergingen gerealiseerd. Onder de appartementen naast de inrit is ook ruimte voor een aantal bergingen.

3.2

Infrastructuur en openbare ruimte

3.2.1

Algemeen

Op basis van de instructieregels zoals opgenomen in paragraaf 5.1.7 en 5.1.8 houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het behoeden van de staat en werking van infrastructuur en het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verkeerssituatie en parkeerbehoefte van het projectgebied. Het voornemen voorziet niet in directe ontwikkelingen in de openbare ruimte. Wel zorgt het voornemen voor wijzigingen in het parkeren in de openbare ruimte (zie verder de volgende paragraaf onder ‘parkeerbehoefte’). Gesteld wordt dat het voornemen geen negatieve gevolgen heeft voor de openbare ruimte. 3.2.2

Verkeer en parkeren

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die daardoor ontstaat. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ opgesteld. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief Voor de berekening van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • •

Stedelijkheidsgraad: weinig stedelijk / gemeente Heumen (CBS Statline); Stedelijk gebied: centrum.

Binnen de begrenzing van het projectgebied wordt middels voorliggende onderbouwing van een BOPA de realisatie van 30 appartementen en een (kerk)zaal mogelijk gemaakt. Parkeerbehoefte In bijlage 1 van deze toelichting is een overzicht van de parkeerbalans opgenomen. Hierin is de parkeerbehoefte in de huidige en de gewenste situatie vergeleken. Op basis van deze vergelijking blijkt ter plaatse van het projectgebied sprake te zijn van een reductie van de parkeerbehoefte. Voor de bewoners van de woning worden 30 parkeerplaatsen gerealiseerd in de parkeergarage waarmee in de parkeerbehoefte voor de bewoners voorzien wordt. Voor de bezoekers geldt dat de parkeerbehoefte met 45 parkeerplaatsen afneemt. Dit levert dus een significante vermindering op van de parkeerdruk in de openbare ruimte. Gelet op het vorenstaande worden geen belemmeringen verwacht voor wat betreft het onderdeel parkeren. Verkeersgeneratie en ontsluiting In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. In voorliggend geval is uitgegaan van het gemiddelde. Ten aanzien van de verkeersgeneratie wordt (worst-case) uitgegaan van koopappartementen. De verkeersgeneratie voor betaalbare appartementen is lager.

30

dure

Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie als gevolg van het project het volgende beeld: Functie

Kengetal Verkeersbewegingen Geen norm

Multifunctionele (kerk)zaal Koop, appartement, 7,1 per woning duur Totaal aantal verkeersbewegingen

Aantal woningen --

Aantal verkeersbewegingen -

30 appartementen

213 213

De totale verkeersgeneratie voor de woningen binnen het projectgebied komt afgerond neer op gemiddeld 213 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Voor de (kerk)zaal kent het CROW geen normen voor de verkeersgeneratie. De verkeersgeneratie is dan ook berekend aan de hand van het aantal berekende parkeerplaatsen en het aantal kerkdiensten. De zondag is maatgevend met 2 diensten per dag. Uitgaande van een maximale bezetting van het aantal parkeerplaatsen bedraagt de verkeersgeneratie (42 parkeerplaatsen * 2 diensten * 2 (heen en terug)) 168 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. In totaal resulteert de voorgenomen ontwikkeling (op piekmomenten) een verkeersgeneratie van 381 verkeersbewegingen van en naar het projectgebied. De omliggende centrumwegen zijn van voldoende omvang om dit aantal verkeersbewegingen af te kunnen wikkelen. Hierbij wordt benadrukt dat per saldo het voornemen nagenoeg niet resulteert in een toename van het aantal verkeersbewegingen. Er komt immers een groot deel van de bestaande kerkfunctie te vervallen. 3.2.3

Conclusie

Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de aspecten verkeer en parkeren geen belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. Het voornemen voldoet vanuit deze aspecten aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief

HOOFDSTUK 4 4.1

LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN

Algemeen

In het vorige hoofdstuk is de gewenste ontwikkeling beschreven. Dit hoofdstuk zal ingaan op hoe het plan rekening houdt met de ter plaatse aanwezige landschappelijke en stedenbouwkundige waarden. De waardering van de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. Deze kunnen daarom worden benut binnen het ontwerp van een ruimtelijke ontwikkeling. De landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit maken integraal onderdeel uit van de taak van overheden om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit zijn in afdeling 5.1.5 Bkl instructieregels opgesteld voor het beschermen van deze kwaliteiten. Deze gaan over de volgende onderwerpen: • • • • •

Kustbescherming; Waddenzee en Waddengebied; Cultureel erfgoed en werelderfgoed; Landelijke fiets- en wandelroutes; Ladder voor duurzame verstedelijking.

Het aspect ‘cultureel erfgoed en werelderfgoed’ zal in hoofdstuk 10 worden behandeld. In onderstaande paragraaf wordt ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking en de gebiedsspecifieke landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteiten. De overige van bovenstaande thema’s zijn niet van toepassing op het projectgebied.

4.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.2.1

Algemeen

De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij de toetsing aan de ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: • •

de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend.

Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en een ‘stedelijke ontwikkeling’. bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.2.2

Toetsing van het voornemen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking

Wat betreft de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt opgemerkt dat het al dan niet toenemen van het ruimtebeslag een belangrijk criterium is voor het aanmerken van een ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien er wel sprake is van een (geringe) toename van bouwmogelijkheden, dan is doorgaans sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Ten aanzien van de (kerk)zaal binnen het projectgebied wordt opgemerkt dat dit reeds een bestaande functie betreft dat in afgeslankte vorm in het projectgebied blijft behouden. Ten aanzien van deze functie wordt daarom gesteld dat er geen sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ als bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking. Wanneer een plan voorziet in woningen niet meer dan 11 woningen dan kan dit niet worden gezien als een stedelijke ontwikkeling. Een uitgangspunt hiervoor is de rechtsuitspraak ‘ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921’. In dit geval worden 30 woningen gerealiseerd. Per saldo is sprake van het toevoegen van 29 woningen. Hierdoor is sprake van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ als bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking. Hierna wordt de Ladder doorlopen.

Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? De voorgenomen ontwikkeling dient om binnen de gemeente Heumen, maar ook in regionaal verband, te kunnen voorzien in passende woningen om de woonbehoefte op te kunnen vangen. Op basis van CBS-gegevens met betrekking tot verhuisbewegingen binnen de gemeente Heumen en omliggende gemeenten, blijkt in 2020 en 2021 sprake te zijn van een positief binnenlands migratiesaldo. In 2022 is sprake van een relatief fors negatief binnenlands migratiesaldo. Vanwege de relatief grote hoeveelheid verhuisbewegingen tussen Heumen en omliggende gemeenten kan worden geconcludeerd dat de marktregio gemeentegrens overschrijdend is. In dit geval wordt daarom uitgegaan van een regionaal verzorgingsgebied. Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Met voorliggende onderbouwing wordt voorzien in 30 woningen in het centrum van Malden. Binnen de regio waar de gemeente Heumen toe behoort, is het woonbeleid vervat in de ‘Woonagenda Subregio Nijmegen’ en de ‘Beleidsnotitie woonbeleid gemeente Heumen 2024-2030’. In paragraaf 5.3 en 5.4 wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan het hiervoor genoemde beleid. Uit deze toetsing blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling voorziet in woningen waar kwantitatief en kwalitatief behoefte naar is.

Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? De voorgenomen ontwikkeling betreft de herontwikkeling van een bestaande locatie die is ingericht ten behoeve een kerkgebouw en een pastorie. Daarmee is in voorliggend geval sprake van een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. 4.2.3

Conclusie

Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met de Ladder van duurzame verstedelijking. Het voornemen voldoet daarmee aan de instructieregels uit artikel 5.129g van het Bkl.

4.3

Landschappelijke en/of stedenbouwkundige waarden

Het projectgebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied, waardoor landschappelijke waarden niet aanwezig zijn. Wel is sprake van stedenbouwkundige waarden. Stedenbouwkundige kwaliteit is de kwaliteit van de gebouwde omgeving en de openbare ruimte. Deze kwaliteit heeft onder andere invloed op de herkenbaarheid en het gebruik van een gebied. De

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief beoordeling van de stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. De waardering van een stedenbouwkundige omgeving wordt onder andere bepaald door: • • • • • •

de maat en schaal van de bebouwing afwisseling tussen bebouwd en onbebouwd herkenbaarheid door duidelijke routes en herkenningspunten benutten van cultuurhistorische waarden voldoende groen materiaalgebruik

Al deze elementen dragen bij aan de belevings- en gebruikswaarde, en daarmee de stedenbouwkundige kwaliteit van een gebied. Ook het voorkomen van leegstand en verloedering zorgt ervoor dat de kwaliteit van gebied behouden blijft. De stedenbouwkundige kwaliteit heeft een duidelijke relatie met andere omgevingsthema's zoals cultureel erfgoed en duurzame verstedelijking. Er gelden voor stedenbouwkundige kwaliteit slechts enkele instructieregels van de Rijksoverheid. Provincies en gemeenten kunnen in hun omgevingsvisies hier nadere uitwerking aan geven. Situatie projectgebied De ontwikkeling maakt onderdeel uit van het plan Vitaal Centrum Malden. Daarnaast is het "Ruimtelijk en programmatisch kader Antonius Abt Kerk" d.d. 19 december 2019 van toepassing. Dit laatste maakt ook onderdeel uit van de anterieure overeenkomst die is gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente Heumen. In dit document zijn verschillende voorwaarden opgenomen ten aanzien van de stedenbouwkundige waarden. Het karakteristieke kerkgebouw blijft voor het grootste deel behouden (in het bijzonder de waardevolle gevel). De ontwikkeling zorgt er verder voor dat leegstand voorkomen wordt: een deel van het kerkgebouw blijft in gebruik als multifunctioneel (kerk)zaal, terwijl een ander deel wordt gesloopt ten behoeve van woningen. Qua bouwhoogte wordt aangesloten bij de naastgelegen bebouwing.

Bij het ontwerp is daarnaast rekening gehouden met voldoende groen (binnentuinen). In het hiernavolgende hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleid op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt in paragraaf 5.4.3 ingegaan op het gemeentelijke welstandsbeleid. Daarnaast komt in hoofdstuk 10 het aspect cultuurhistorie aan bod. Op deze plaats kan de conclusie worden getrokken dat het voornemen in voldoende mate rekening houdt met het beschermen van de stedenbouwkundige waarden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief

HOOFDSTUK 5

BELEIDSKADERS

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.

5.1

Rijksbeleid

5.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

5.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 5.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief 5.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 5.1.2

Instructieregels Rijk (Amvb’s)

Artikel 8.0b, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; b. de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); c. de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert. Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor het Bkl instructieregels bevat: o o o o o o

o

waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Zie stap 11f van hoofdstuk 3. In de onderbouwing moet worden ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen, wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. Per onderwerp dient een toetsing plaats te vinden. 5.1.3

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid

Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Het realiseren van de woningen draagt bij aan de derde prioriteit uit de NOVI ‘sterke en gezonde steden en regio’s’. De

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief ontwikkeling vindt plaats binnen stedelijk gebied. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de NOVI. In de volgende hoofdstukken wordt aangegeven hoe het plan rekening houdt met de hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregels bevat. Hoofdstuk 3 en 4 zijn reeds ingegaan op de instructieregels zoals vervat in paragraaf 5.1.5, 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl.

5.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Gelderland, welke is verankerd in de Omgevingsverordening Gelderland. 5.2.1

Omgevingsvisie Gelderland

5.2.1.1 Algemeen Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ vastgesteld. Op 1 maart 2019 is deze in werking getreden. De provincie wil Gelderland in de toekomst ‘Gaaf’ houden, en vindt dat we daar nu wat voor moeten doen. De provincie staat voor stevige uitdagingen. Er zijn grote, verscheidene ontwikkelingen die ook Gelderland raken. Hierbij staan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. De focus ligt op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie als werkende bestanddelen voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Om de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland uit te werken, streeft de provincie zeven samenhangende ambities na. Met behulp van deze zeven ambities geeft de provincie hier uitvoering aan: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Energietransitie, van fossiel naar duurzaam; Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer; Circulaire economie: het sluiten van kringlopen; Biodiversiteit: werken met de natuur; Bereikbaarheid: duurzaam verbonden; Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.

5.2.1.2 Continuering ruimtelijk beleid Een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving gaat sinds 2014 op in de Omgevingsvisie. Dit gaat over planfiguren voor ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Sinds de Omgevingsvisie 2014 vinden wij de volgende zaken van belang. Deze worden door de provincie Gelderland gecontinueerd. Het gaat om de thema’s: • • • • •

Ruimtelijk beleid; Waterbeleid; Milieubeleid; Natuur- en landschapsbeleid; Verkeers- en vervoerbeleid.

5.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de provinciale ambities ten aanzien van energietransitie, waarbij onder meer gasloos bouwen één van de aspecten is waar de provincie voor staat. Doordat de appartementen gasloos (moeten) worden gebouwd, vermindert de behoefte naar fossiele brandstoffen. Tevens worden in het projectgebied, waar mogelijk, groenelementen toegevoegd. Denk hierbij aan groene erfafscheidingen en plantenborders. Het voornemen wordt gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied op een locatie waar de bestaande bebouwing geen vervolgfunctie meer heeft. Door het deels slopen van de bestaande

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief bebouwing en het hergebruiken van het kerkgebouw wordt verpaupering ter plaatse voorkomen en blijft de locatie leefbaar. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat overeenstemming is met de Omgevingsvisie Gelderland. 5.2.2

de

voorgenomen

ontwikkeling

in

Omgevingsverordening Gelderland (mei 2024)

5.2.2.1 Algemeen De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit de Omgevingsvisie te realiseren. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie Gelderland bij het uitvoeren van de taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. De provincie geeft hier richting aan door gezamenlijk zeven samenhangende ambities na te streven op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat en woon- en leefklimaat. In de verordening heeft de provincie Gelderland alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. De provincie heeft daarom bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem in deze verordening opgenomen. Alleen de Waterverordeningen (per waterschap) en de Gelderse Vaarwegverordening 2009 zijn (nog) niet in de Omgevingsverordening opgenomen. Door de provinciale verordeningen die gebaseerd zijn op deze wetten alvast op te nemen in één provinciale Omgevingsverordening, wordt geanticipeerd op de situatie onder de Omgevingswet.

5.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen: In voorliggend geval is artikel 5.64 van de Omgevingsverordening van belang. Dit artikel luidt als volgt: 1. Een omgevingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een omgevingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda die ontwikkeling toch toelaten als: a. de gemeentebesturen in de regio in de gelegenheid zijn gesteld een zienswijze daarover naar voren te brengen; en b. Gedeputeerde Staten met deze ontwikkeling instemmen. 5.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Gelderland Ten aanzien van wonen is opgenomen dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. De provincie Gelderland heeft op 26 januari 2021 de ‘Woonagenda Subregio Nijmegen e.o. 2020 – 2030’ vastgesteld. Er is voor de subregio Nijmegen e.o. sprake van een woningbouwopgave tot 2030 van meer dan 16.000 woningen, waarbij de druk vanwege de inloop van het bestaande woningtekort ligt op de komende 5 jaar. Oplossing hiervoor is de versnelling van de woningbouw, niet alleen in de stad Nijmegen, maar ook in de ommelandgemeenten.

Om voldoende woningen te kunnen realiseren is er een plancapaciteit nodig die groter is dan de gewenste 16.000 woningen. Door planuitstel en planuitval is het nodig om de capaciteit tot 130% te verhogen om flexibel in te kunnen spelen op de woningbouw en om de woningbouwproductie op het gewenste peil te houden. De voorliggende ontwikkeling draagt bij aan de bouwproductie tot 2030. Levensloopbestendige woningen voor senioren, alsmede betaalbare huur- en koopwoningen voor huishoudens met een middeninkomen, waaronder starters zijn de doelgroepen waarvoor gebouwd dient te worden. De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van de realisatie van 30 appartementen. De appartementen zijn geschikt als levensloopbestendige woningen. Daarnaast zijn de appartementen in het centrum BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief van Malden geschikt voor starters. Voorliggende ontwikkeling speelt in op de vraag naar seniorenwoningen en starterswoningen. 5.2.3

Conclusie toetsing aan het provinciale beleid

Voorliggende ruimtelijke ontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Gelderland, die is verankerd in de Omgevingsverordening Gelderland.

5.3

Regionaal beleid

De wettelijke basis om gezamenlijk besluiten te nemen ligt in artikel 2.2 lid 2 van de Omgevingswet. Het gaat om het gezamenlijk nemen van één besluit. Veel opgaven overstijgen het lokale belang, wat ertoe kan leiden dat er op regionaal niveau beleid wordt vastgesteld (bijvoorbeeld een regionale woningbouwopgave). Het beleid voor de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen is verwoord is meerdere documenten. In deze paragraaf wordt ingegaan op de Woonagenda Subregio Nijmegen e.o. 2020-2030 en de Woondeal 2.0. 5.3.1

Woonagenda Subregio Nijmegen e.o. 2020-2030

5.3.1.1 Algemeen De Woonagenda Subregio Nijmegen e.o 2020-2030 is vastgesteld in januari 2021. Met de woonagenda leggen de samenwerkende gemeenten in de subregio Nijmegen e.o. (Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen) een gezamenlijke koers vast om tegemoet te komen aan de woonopgaven voor de jaren 2020-2030. Het centrale doel is het zorgen voor een blijvend goed woon- en leefklimaat voor alle huidige en toekomstige inwoners van de subregio, met voldoende woningen, kwantitatief en kwalitatief voor iedereen die dat nodig heeft. 5.3.1.2 Kwantitatieve woningbehoefte Het Woningmarktonderzoek 2019 Arnhem Nijmegen, uitgevoerd door Companen is gebaseerd op de nieuwe provinciale woningbehoefteprognoses van 2019 en de uitkomsten uit het WoON 2018. Er is voor de subregio Nijmegen e.o. sprake van een woningbouwopgave tot 2030 van meer dan 16.000 woningen, waarbij de druk vanwege de inloop van het bestaande woningtekort ligt op de komende 5 jaar. Oplossing hiervoor is de versnelling van de woningbouw, niet alleen in de stad Nijmegen, maar ook in de ommelandgemeenten. Om voldoende woningen te kunnen realiseren is er een plancapaciteit nodig die groter is dan de gewenste 16.000 woningen.

Door planuitstel en planuitval is het nodig om de capaciteit tot 130% te verhogen om flexibel in te kunnen spelen op de woningbouw en om de woningbouwproductie op het gewenste peil te houden. Dit sluit aan bij de Omgevingsverordening Gelderland, zoals ook beschreven is in paragraaf 5.2.2.3.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief

Afbeelding 5.1

Woningbehoefte gemeente Heumen (Bron: Woonagenda Subregio Nijmegen e.o. 2020-2030)

De Woonagenda Subregio Nijmegen 2020-2030 gaat uit van de woningbehoefte volgens het regionale woningmarktonderzoek en van het programmeren van 130% plancapaciteit. Dat betekent dat in de subregio Nijmegen e.o. planologische ruimte nodig is voor ongeveer 20.500 woningen tot 2030. 5.3.1.3 Kwalitatieve woningbouwbehoefte Volgens het regionale woningmarktonderzoek is er in de subregio behoefte aan tenminste 50% toevoeging van betaalbare woningen. Het gaat om sociale huurwoningen, middeldure huurwoningen (tot € 1.000,-) en sociale koopwoningen (tot € 355.000,-). Het grootste gedeelte van de woningvoorraad staat er al. Er wordt gezocht naar noodzakelijk toevoegingen en naar mogelijkheden om de bestaande woningvoorraad beter in te zetten. Overigens verschilt binnen de subregio de vraag naar type woningen per gemeente. Is in Nijmegen meer behoefte aan sociale en particuliere huurappartementen, in de ommelandgemeenten is er meer behoefte aan grondgebonden goedkope en betaalbare koopwoningen. 5.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de ‘Woonagenda Subregio Nijmegen e.o. 2020-2030’ Voorliggend project voorziet in een beperkte woningbouwontwikkeling in de kern Malden binnen de gemeente Heumen. Er is geen sprake van een dorpsuitbreiding aangezien wordt gebouwd op een inbreidingslocatie.

Door woningen te bouwen die met name in trek zijn bij jongeren en levensloopbestendige appartementen die geschikt zijn voor starters en ouderen wordt aangesloten bij de afspraken die zijn gemaakt in de Woonagenda Subregio Nijmegen e.o. 2020-2030. Geconcludeerd worden dat voorliggend project in overeenstemming is met het regionale beleid en de Woonagenda Subregio Nijmegen e.o. 2020-2030. 5.3.2

Woondeal 2.0

5.3.2.1 Algemeen In 2020 zijn gemeenten binnen de Groene Metropoolregio, provincie Gelderland en Rijk een langjarig partnerschap aangegaan voor een beter werkende woningmarkt. Aanleiding was de constatering dat de regio in de top 3 van regio’s met het hoogste woningtekort stond, de woonopgaven bovengemiddeld zijn en de uitvoering onder druk staat. Het regionale woningbehoefteonderzoek herbevestigt dat de woonopgave het lokale niveau overstijgt; versterkte samenwerking tussen regio(gemeenten), Provincie en Rijk is nodig ten behoeve van een passende bijdrage van iedere gemeente aan deze opgave.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief 5.3.2.2 Opgaven Hieronder staan de opgaven uit de Woondeal 2.0 samengevat: • • • • • •

Continuïteit en versnelling van de bouwproductie; Betaalbare woningen voor lage en middeninkomens; Verstedelijking en gebiedsontwikkeling; Speciale aandacht voor huisvesting van aandachtsgroepen; Klimaatadaptieve, conceptuele en circulaire woningbouw als hefboom voor versnelling en leidend motief voor verduurzaming; Leefbaarheid

Bovenstaande opgaven zijn verwerkt in 42 afspraken. Het voert te ver om alle afspraken hier toe te lichten. In plaats daarvan zal nader aandacht worden besteed aan de kwantitatieve woningbouwopgave voor de gemeente Heumen en het onderwerp betaalbare woningen. 5.3.2.3 Woningbouwopgave en betaalbaarheid Partijen hebben het streven om 33.000 woningen van 2022 tot en met 2030 toe te voegen; dit betekent een ophoging van de realisatie van nu 3.300 woningen per jaar naar zo’n 3.700 woningen per jaar. Op dit moment is er voor de periode tot en met 2030 voldoende plancapaciteit van minimaal 48.000 woningen, waarvan 13.800 woningen harde plancapaciteit. Deze plancapaciteit ligt geleidelijk boven 130% van de geambieerde nieuwbouw van 33.000 woningen. Daarmee is er in theorie voldoende plancapaciteit en zijn er mogelijkheden om eventueel een grotere productie te realiseren ten behoeve van een toenemende woningbehoefte. Voor de gemeente Heumen bestaat de bruto woningbouwopgave uit 910 woningen en de netto woningbouwopgave uit 850 woningen. Conform de eerder genoemde noodzaak de plancapaciteit 30% hoger in te stellen is de netto woningbouwopgave in de gemeente Heumen 1.210 woningen. Op het gebied van betaalbaarheid is de afspraak dat nieuwbouwplannen voorzien in 67% betaalbare woningen. Hiervan bestaat 30% uit sociale huur en het resterende deel uit middenhuur dan wel betaalbare koop.

Voor middenhuur is het uitgangspunt aan te sluiten bij de bovengrens van het reguleringsvoorstel van middenhuur van het Rijk. Betaalbare koopwoningen worden door het Rijk gedefinieerd als koopwoningen met een verkoopprijs van maximaal €355.000. Afspraak is om de woningen in het betaalbare en middensegment bij de juiste doelgroep terecht te laten komen en ze langjarig betaalbaar te houden en (onder)verhuur te voorkomen. 5.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan de ‘Woondeal 2.0’ Zoals eerder vermeld voorziet voorliggend project in de realisatie van 30 woningen in de kern Malden. Zoals blijkt uit de Woondeal 2.0 bestaat er een netto opgave van 850 woningen en een plancapaciteit voor 1.210 woningen in de gemeente Heumen. Voorliggend project draagt dan ook bij aan de plancapaciteit. Voor wat betreft betaalbaarheid zijn van het totaal aantal te realiseren woningen er 10 ‘betaalbare koop’. Hierbij wordt voldaan aan de definitie van het Rijk, zoals ook is vastgelegd in de Woondeal (prijsgrens €355.000). Zoals uitgelegd in paragraaf 3.1.3 vloeit deze verhouding aan betaalbare woningen voort uit de gesloten anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente Heumen. Ten tijde van deze overeenkomst was de Woondeal 2.0 nog niet vastgesteld. Wel werd voldaan aan het toen geldende beleid omtrent woningbouw. Voor het overige is het voornemen in overeenstemming met de ‘Woondeal 2.0’.

5.3.3

Conclusie toetsing aan het regionale beleid

Voorliggend initiatief is in overeenstemming met het regionale beleid.

5.4

Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van beleidsplannen het gebied van wonen, gezondheid, veiligheid, goede omgevingskwaliteit en duurzaamheid als centrale thema’s gekoppeld aan maatschappelijke doelen uit artikel 1.3 van de Omgevingswet. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsvisie en andere voor voorliggend initiatief relevante beleidsstukken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

BOPA Kerkplein 4-4a, Malden Definitief 5.4.1

Omgevingsvisie gemeente Heumen

5.4.1.1 Algemeen In oktober 2023 heeft de gemeente Heumen de gemeentelijke Omgevingsvisie vastgesteld. Deze omgevingsvisie laat zien waar de gemeente Heumen voor staat en welke doelen en ambities ze voor de fysieke leefomgeving heeft. Voor initiatiefnemers en voor de gemeente is de Omgevingsvisie Heumen hét document om te beoordelen of een initiatief passend en wenselijk is. Voor ieder initiatief is het belangrijk om de volgende vragen na te lopen en positief te beantwoorden: 1. Past het initiatief binnen de hoofdambities van de omgevingsvisie? 2. Past het initiatief binnen de leidende principes die de gemeente voor ontwikkelingen gebruikt? 3. Past het initiatief binnen de thema’s die spelen in de fysieke leefomgeving? 4. Past het initiatief binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het deelgebied waar het ligt? Hierna wordt ingegaan op achtereenvolgens de hoofdambities, leidende principes, thema’s en ontwikkelingsrichtingen. 5.4.1.2 De Omgevingsvisie uitgewerkt Hoofdambities De gemeente heeft een drietal hoofdambities geformuleerd die de hoofdlijnen van ons beleid voor de fysieke leefomgeving formuleren. 1. Klimaatbestendig in 2035, klimaatneutraal in 2050. Met klimaatbestendig wordt bedoeld dat we beschermd zijn tegen de effecten van klimaatverandering. Klimaatneutraal is een stap verder en betekent dat we als gemeente geen bijdrage leveren aan klimaatverandering; 2.

Wonen en werken in een gezonde, veilige en groene leefomgeving. Gezondheid en veiligheid zijn nieuwe thema’s onder de Omgevingswet, die op deze wijze nadrukkelijk en expliciet doorklinken in de hoofdlijnen van het gemeentelijk beleid; 3. Streven naar een circulaire economie – in de breedste zin van het woord. Een circulaire economie is een economisch systeem van gesloten kringlopen waarin grondstoffen, onderdelen en producten hun waarde zo min mogelijk verliezen, hernieuwbare energiebronnen worden gebruikt en systeemdenken centraal staat. Leidende principes Om de hoofdambities waar te kunnen maken hebben we ze vertaald in een aantal leidende principes. Ze vormen een verfijning van de hoofdambities en houden rekening met het streven naar een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze leidende principes vormen samen met de doelen en ambities voor de thema’s en gebieden het integraal afwegingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. De gemeente hanteert de volgende leidende principes: 1. Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling verkent de gemeente in een vroegtijdig stadium waar kansen liggen om met de ruimtelijke ontwikkeling bij te dragen aan de centrale doelstelling van een inclusieve samenleving; 2. Het natuurlijke bodem- en watersysteem is leidend bij de keuzes en uitwerkingen van nieuwe ontwikkelingen (juiste functie op de juiste plek).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14779548/1