Bijlage I RPW Arnhem-Nijmegen 2021-2024 definitief
Tekst van het document
Stap 1 - Zachte plancapaciteit laten vervallen (bij onvoldoende marktruimte). In deze eerste stap besluiten de regiogemeenten om te stoppen met alle zachte plannen, tenzij er juist sprake is van niet-bediende marktruimte. In die gevallen kunnen zachte plannen worden uitgewerkt.
• Stap 2: Regionale afspraak om geen gebruik te maken van afwijkingsmogelijkheden in bestemmingsplannen. In deze tweede stap besluiten alle regiogemeenten om geen gebruik te maken van bestaande afwijkingsmogelijkheden. Die planologische mogelijkheid valt dan weg. Dit geldt voor alle 13 concentratiegebieden en 35 overige winkellocaties. •
Stap 3: Voorzienbaarheid creëren voor (delen van) harde plancapaciteit om vervolgens vanaf 1 januari 2021 capaciteit definitief weg te nemen. In deze laatste stap wordt eerst gekeken naar de kwaliteiten van de locaties met harde plancapaciteit. Vervolgens wordt de volgorde in (deels) te schrappen harde plancapaciteit aangegeven. Hierbij spelen ook overwegingen als centrale ligging in de regio, grootschaligheid van de locatie/cluster, gericht op lokaal voorzieningenniveau en tegengaan van versnipperd aanbod, een rol. Bij overige winkellocaties zonder harde plancapaciteit kan marktruimte worden overgeheveld naar groene concentratiegebieden.
De gemeenten met een schrapopgave ten aanzien van PDV (o.a. Beuningen, Druten en Zevenaar) maken hierover in het eerste half jaar van 2021 nadere afspraken met de regio en de Provincie. Hierbij geeft de gemeente in overleg met de regio en de Provincie uitsluitsel over de uitvoering hiervan om te komen tot een gedragen en economische acceptabele oplossing voor de regio. In de volgende paragrafen wordt aangegeven welke delen van de planvoorraad per deelregio op basis van deze drie selectiestappen dienen te worden geschrapt. Daarbij wordt verschil gemaakt tussen de planvoorraad in de concentratiegebieden en de planvoorraad van de overige perifere winkellocaties.
6.3.5 Afspraken voor herprogrammering Algemene afspraken ten aanzien van PDV/GDV •
Lokaal verzorgende perifere detailhandel buiten concentratiegebieden < 1.500 m² bvo blijft mogelijk. Gemeenten maken zelf de afweging voor dergelijke kleine ontwikkelingen met een vooral lokale functie. Indien (na vaststelling van het RPW) door uitbreiding een bestaande detailhandelsvoorziening groter wordt dan 1.500 m² bvo, is regionale afstemming vereist;
•
Nieuwe initiatieven voor perifere detailhandel met een oppervlakte > 1.500 m² worden, na regionale afstemming bij voorkeur in concentratiegebieden gevestigd. Daarbij is maatwerk belangrijk. Per geval wordt bekeken of de ontwikkeling wenselijk is vanuit de doelen van het RPW en/of het past binnen de gestelde beleidskaders.
•
Binnen de perifere detailhandelsvestigingen is het toegestaan om niet aan het kernassortiment gerelateerde artikelen te voeren tot maximaal 10% van de winkelverkoopoppervlakte met een maximum van 100 m2 wvo.
•
Uitbreiding van bestaande perifere detailhandel is mogelijk tot 1.500 m². Als de vestiging na uitbreiding groter is dan 1.500 m² bvo is regionale afstemming vereist.
•
Dit geldt ook voor verplaatsingen, waarbij de som van de winkeloppervlakte van het nieuwe pand en het vrijkomende pand hoger is dan 1.500m². In dat geval wordt bekeken wat
Concept Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem-Nijmegen
51
publiekrechtelijke en/of privaatrechtelijke is vastgelegd over de detailhandelsbestemming van het pand dat na de verplaatsing vrij komt. Dit vraagt om een zorgvuldige onderbouwing, (o.a. toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking). Aangetoond moet worden dat de uitbreiding bedrijfseconomisch nodig is en verplaatsing niet nodig/mogelijk is. •
Na bedrijfsbeëindiging op solitaire locaties wordt het gebruik ‘bevroren’: bestaande vestiging en gebruik wordt gehandhaafd, maar er kunnen geen vierkante meters detailhandel toegevoegd worden. Bedrijfsopvolging is dus toegestaan, zolang de locatie in gebruik blijft voor dezelfde functie. Het gaat om voortgezet identiek gebruik (zelfde soort perifere detailhandel).
•
Bij bedrijfsbeëindiging op solitaire (en/of overige perifere) winkellocaties zet de gemeente na een periode van langdurige leegstand in op het wegnemen van de detailhandelsbestemming en/of transformatie.
•
In dit RPW is geïnventariseerd hoe groot het aanbod verborgen plan- en restcapaciteit voor pdv is. We gaan ervan uit dat het overgrote deel van deze plan- en restcapaciteit nu bekend is. Wanneer in de toekomst blijkt dat er toch nog verborgen capaciteit is binnen een gemeente, dan zal de betreffende gemeente zich inspannen om deze ruimte zo spoedig mogelijk uit de markt te nemen en de planologische maatregelen nemen die daarvoor nodig zijn.
Meer specifiek betekent dat het volgende voor de concentratiegebieden en de overige winkellocaties: Afspraken ten aanzien van PDV/GDV in concentratiegebieden Deelregio Noord Er is voor deelregio Noord gekozen voor concentratiegebied Duiven Centerpoort hier is nog ruimte voor 32.000 m² PDV met bovenregionale aantrekkingskracht. Hieraan zijn enkele restricties verbonden27. Voorstel voor vermindering om plannen in balans met marktruimte te krijgen: 1.
Geen zachte plannen;
2.
Geen afwijkingsmogelijkheden;
3.
Schrappen harde plannen (voorzienbaarheid opleggen): a.
Zevenaar Hengelder vanwege de beperkte kwaliteit van de locatie28.
b.
Duiven Centerpoort/Nieuwgraaf (18.000 m²), reserveren voor pdv in-en-om-hethuis met bovenregionale aantrekkingskracht.
4.
Behoud van de mogelijkheden Duiven Centerpoort met omvang 14.000 m² bvo voor reguliere PDV en reservering van 18.000 m² voor PDV met bovenregionale aantrekkingskracht aansluitend op de aanwijzing als themacentrum op het gebied van wonen/ in-en-om-het-huis29
27
28
29
52
Het IOW kan een positief advies afgeven voor deze ontwikkelingen als wordt voldaan aan de randvoorwaarden: voorziet in een bovenregionale behoefte, een grootschaligheid van > 5.000 m² WVO, uitsluitend in de branches wonen/in-en-om-hethuis (nader te preciseren), beperkingen op het nevenassortiment (nader te preciseren) en geen detailhandelsstructuurverstorende werking voor omliggende gemeenten. Daarnaast moet het bestaande bestemmingsplan worden aangepast/aangescherpt op de branchering en nevenassortiment. Uitwerking van de schrapopgave vindt in de eerste helft van 2021 plaats door de gemeente, regio en Provincie Gelderland. Het IOW kan een positief advies afgeven voor deze ontwikkelingen als wordt voldaan aan de randvoorwaarden: voorziet in een bovenregionale behoefte, een grootschaligheid van > 5.000 m2 WVO, uitsluitend in de branches wonen/in-en-om-hethuis (nader te preciseren), beperkingen op het nevenassortiment (nader te preciseren) en geen detailhandelsstructuurverstorende werking voor omliggende gemeenten. Daarnaast moet het bestaande bestemmingsplan worden aangepast/aangescherpt op de branchering en nevenassortiment.
NL5300-35573
Deelregio Midden Ondanks beperkte marktruimte blijven er mogelijkheden (tot 2.000 m² bvo) op de Aamsepoort Zuid (concentratiegebied). Voorstel voor vermindering om plannen in balans met marktruimte: 1.
Geen zachte plannen;
2.
Wegnemen harde plancapaciteit voor Elst Aamsepoort Noord;
3.
Schrappen harde plannen (voorzienbaarheid opleggen): a.
4.
Niet van toepassing.
De afwijkingsmogelijkheden van Elst Aamsepoort Zuid overeind houden ondanks kleine overschrijding marktruimte.
Deelregio Zuid De marktruimte in concentratiegebieden in regio Zuid is ingevuld met de ontwikkeling van max. 20.000 m² bvo marktruimte in Ressen voor een solitaire bouw- en tuinmarkt. Daarmee is ook de strategische reserve van 8.000 m² benut. De plannen en marktruimte in concentratiegebieden in deelregio Zuid zijn, met de invulling van Nijmegen Ressen, in evenwicht. Afspraken ten aanzien van PDV/GDV op overige winkellocaties Deelregio Noord Voorstel voor vermindering om plannen in balans met marktruimte te krijgen: 1.
Geen zachte plannen.
2.
Wegnemen afwijkingsmogelijkheden, Arnhem-IJsseloord I, Arnhem-Rijkerswoerd, Arnhem-Overmaat, Lobith-Halve Maan, Herwen-Nijverheidsstraat en PannerdenIndustrieweg.
3.
Schrappen harde plannen (voorzienbaarheid opleggen): IJsseloord II (26.000 m2), vanwege beperkte kwaliteit locatie.
4.
Strategisch reserveren van de marktruimte (5.000 m2 bvo) en op termijn invullen op een overige winkellocatie van voldoende kwaliteit.
Deelregio Midden Voor de regio Midden bestaan geen geschikte overige winkellocaties. Er is tevens geen marktruimte. Deelregio Zuid De marktruimte voor regio Zuid (overige winkellocaties) wordt ingevuld door benutting van de mogelijkheden Nijmegen Mercuriuspark (tot 10.000 m² bvo), Wijchen Nieuweweg (tot 2.500 m² bvo) en Druten-Westerhout (tot 4.000 m² bvo). Voorstel voor vermindering om plannen in balans met marktruimte te krijgen: 1.
Geen zachte plannen, stoppen met Nijmegen-Wolfkuilseweg.
2.
Aanpassen afwijkingsmogelijkheden Berg en Dal De Mies conform regels RPW.
3.
Schrappen harde plannen (voorzienbaarheid opleggen): a.
Beuningen-Van Heemstraweg30.
b.
Druten-Westerhout en Klepperheide, bestaande pdv kan blijven. De rest van de plancapaciteit schrappen met uitzondering van de overeengekomen 4.000 m2.
30
Uitwerking van de schrapopgave vindt in de eerste helft van 2021 plaats door de gemeente, regio en Provincie Gelderland.
Concept Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem-Nijmegen
53
4.
Behoud van de mogelijkheden Nijmegen-Mercuriuspark (max. 10.000 m2 bvo), WijchenNieuweweg (max. 3.000 m2 bvo) en clusteren mogelijkheden in Druten op Westerhout (max. 4.000 m2 bvo).
54
NL5300-35573
Bijlage I Definitielijst •
Regionaal bedrijventerrein: Een bedrijventerrein met een overwegende kavelgrootte >0,5 ha en/of een aantoonbaar regionale werkgelegenheidsfunctie.
•
Lokaal bedrijventerrein: Een bedrijventerrein met een overwegende kavelgrootte <0,5 ha en een lokale werkgelegenheidsfunctie.
•
XXL-logistiek: kavels > 4ha, opstal >25.000m²
•
Europees distributiecentrum (EDC): magazijnen van waaruit een bedrijf klanten in heel Europa of een groot deel van Europa beleverd met het volledige assortiment of een substantieel deel van zijn assortiment.
•
Nationaal distributiecentrum (NDC): Deze distributiecentra hebben feitelijk dezelfde functies als een EDC, maar bedienen hoofdzakelijk klanten in een kleinere regio bijvoorbeeld Benelux, Nederland of Oost-Nederland.
•
Regionaal distributiecentrum (RDC): Deze distributiecentra hebben feitelijk dezelfde functies als een EDC, maar bedienen hoofdzakelijk klanten in een kleinere regio bijvoorbeeld Benelux, Nederland of Oost-Nederland.
•
Witte raaf: De zogenaamde witte raaf is, vanwege de (kavel)omvang en de reikwijdte van het zoekgebied, een bijzondere vorm van XXL-logistiek. Deze witte raven worden gedefinieerd als logistieke partijen die veelal zoeken naar kavels met een omvang van meer dan 10 hectare en geen binding hebben met de regio. Dit wil zeggen dat het zoekgebied regio- en zelfs landgrensoverschrijdend is (bijvoorbeeld de Benelux en Duitsland). De witte raaf vormt daarmee een uitzondering binnen de XXL-logistiek. Besluitvorming over het faciliteren van deze uitzonderlijke vorm van XXL-logistiek valt buiten de prognoses van de ruimtebehoefte. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt daarom primair bij de Provincie Gelderland.
•
BREEAM: Het keurmerk BREAAM (Building Research Establishment Environmental Assessment Method) is een meet instrument voor de beoordeling van de duurzaamheid van projecten. De Dutch Green Building Council (DGBC) is een stichting die het BREAAM-NL duurzaamheidskeurmerk heeft ontwikkeld voor Nederlandse gebouwen (renovatie en nieuwbouw), gebieden en infrastructuur.
•
Watergebonden bedrijvigheid: bedrijven die direct aan het vaarwater liggen met vaak een eigen kade of gebruikmaken van een direct naastliggende openbare kade. Vaak bulkbedrijven, zoals betonbedrijven, zand- en grindbedrijven, etc.
•
Waterverbonden bedrijvigheid: bedrijven die gebruik maken van het water of een kade maar goed op enige afstand van het water gelegen kunnen zijn. Bijvoorbeeld bij containerterminals of gebruik van het water in het productieproces.
•
Detailhandel - Verkoopkanaal voor goederen rechtstreeks aan de eindgebruiker
•
Detailhandel (als activiteit) - Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, alsmede de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan de uiteindelijke gebruiker of verbruiker
•
Reguliere detailhandel - De detailhandel die in de bebouwde kom en in de gangbare winkelcentra gevestigd is. Reguliere detailhandel wordt aangeduid om het verschil aan te geven met GDV- en PDV/GDV-aanbod op perifere locaties.
•
Vloerproductiviteit - Gemiddelde omzet in gevestigde winkels per m² winkelvloeroppervlak (wvo)
•
Winkelvloeroppervlakte (wvo) - De voor publiek toegankelijke, zichtbare, overdekte en ommuurde winkelruimte (dus excl. magazijn, kantoor, etalage, etc.)
•
Bruto vloeroppervlakte (bvo) - Ook wel bebouwd oppervlak van een ruimte of een groep van ruimten, is de oppervlakte, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande
Concept Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem-Nijmegen
55
scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen. Meten vindt plaats op basis van NEN 2580. •
Koopstromenonderzoek Onderzoek middels een enquête gehouden onder de bevolking van een bepaald gebied (zoals kern, gemeente, regio of provincie) om te bepalen waar (in welke winkels, concentraties) hun detailhandelsbestedingen terecht komen. Hiermee is het koopgedrag vast te stellen voor een bepaalde aankoopplaats
•
Haalbare omzet - De vermenigvuldiging van aantal inwoners 2020, voor inkomenselasticiteit gecorrigeerd bestedingsbedrag en haalbare regionale binding, verhoogd voor omzettoevloeiing
•
Haalbaar aantal m2 wvo - De uitkomst van de deling van haalbare omzet door normatieve vloerproductiviteit per PDV/GDV-branche, dit is het totaal aantal m2 wvo dat in de regio of de deelregio beschikbaar zou kunnen zijn per PDV/GDV-branche in het jaar 2020.
•
Bruto-marktruimte (= distributieve ruimte) - De vermindering van het haalbaar aantal m2 wvo en het aanwezig aantal m2 wvo, met andere woorden het aantal m2 winkelvloeroppervlakte dat toegevoegd kan worden.
•
Netto-marktruimte - De vermindering van bruto-marktruimte met het verwachte toekomstige hergebruik van leegstaande winkelpanden voor detailhandel.
•
Overcapaciteit - Indien de vermindering van het haalbaar aantal m2 wvo en het aanwezig aantal m2 wvo leidt tot een negatieve uitkomst. Er is relatief te veel winkelvloeroppervlakte aanwezig.
•
Harde planvoorraad (bij recht) - Het aantal m2 bvo dat volgens het geldende bestemmingsplan kan worden gerealiseerd.
•
Harde planvoorraad (via ontheffing) - Het aantal m2 bvo dat volgens het geldende bestemmingsplan pas na een ontheffing en/of de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid door het bevoegd gezag kan worden toegelaten.
•
Zachte planvoorraad - De plannen die wel circuleren, maar die volgens het geldende bestemmingsplan niet kunnen worden gerealiseerd Verborgen planvoorraad De bestemming van een locatie volgens het geldende bestemmingsplan laat ander functioneel gebruik dan het bestaande functioneel gebruik toe
•
Overprogrammering - De totale planvoorraad is groter dan de netto-marktruimte
•
Onderprogrammering - De totale planvoorraad is kleiner dan de netto-marktruimte
•
ABC-goederen - Groothandel, tussenhandel en detailhandel in auto’s, boten, caravans, motoren en landbouwwerktuigen, alsmede reparatie van en handel in onderdelen voor deze vervoersmiddelen. De ABC-goederen worden in bestemmingsplannen vaak geschaard onder ‘volumineuze detailhandel’.
•
Volumineuze detailhandel - Meestal: detailhandel (als activiteit) in PDV, in brand- en explosiegevaarlijke goederen en in volumineuze goederen zoals ABC-goederen en grove bouwmaterialen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen zoals accessoires, onderhoudsmaterialen, onderdelen en/of materialen. De definitie kan per bestemmingsplan verschillen.
•
PDV - Tot de perifere detailhandelsbranches (= PDV) worden gerekend detailhandel in wonen, detailhandel in doe-het-zelf en de tuincentra.
•
GDV - (= grootschalige detailhandelsvestigingen) Winkels die ten minste 1.500 m² bvo groot zijn in andere branches dan de PDV-branches. Grootschalige detailhandel heeft oppervlakte als criterium, niet de branchering (zoals PDV). Tot de GDV-branches wordt gerekend detailhandel in sport, detailhandel in elektro en detailhandel in hobby, spel en media.
•
PDV/GDV-locatie - Plaats waar detailhandel gevestigd is buiten het reguliere winkelaanbod en waar detailhandel in de PDV-branches en (voorwaardelijk) van detailhandelsvestigingen met meer dan 1.500 m2 bvo in de GDV-branches wordt toegelaten.
•
Centraal stationslocatie - Kantoorlocatie rondom centraal stations. De locatie is afgebakend op basis van een loopafstand van 12 minuten, oftewel circa 1.000 meter, gemeten vanaf alle inof uitgangen.
•
56
Kantorenpark - Formele werklocatie met enkelbestemming kantoor.
NL5300-35573
•
Kantoren op bedrijventerreinen – Formele werklocatie met een bedrijfsbestemming, inclusief de kantoren.
Concept Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem-Nijmegen
57
Bijlage II Regionale afspraken ten aanzien van reguliere detailhandel Regionale hoofdstructuur reguliere detailhandel Het beleid van de regio is in eerste instantie gericht op het in stand houden en versterken van een evenwichtige en duurzame regionale detailhandelsstructuur, met een zo compleet mogelijk voorzieningenpakket voor de consument. Tot de regionale hoofdstructuur voor reguliere detailhandel worden de volgende winkelgebieden gerekend: •
de bovenregionaal verzorgende kernwinkelgebieden van Arnhem en Nijmegen,
•
de regionaal verzorgende centra, te weten de hoofdwinkelcentra van Elst, Wijchen en Zevenaar en de grote stadsdeelcentra Kronenburg en Dukenburg en
•
de lokaal verzorgende dorps-, wijk- en buurtcentra, alsmede stadsdeelcentrum Presikhaaf.
Uit het regionaal koopstromenonderzoek blijkt dat de regionale hoofdstructuur (zoals deze voor het eerst werd omschreven in het RPD 2013) geen wijziging behoeft. Met betrekking tot de omvang en samenstelling van de regionale hoofdstructuur van de reguliere detailhandel wordt geconcludeerd dat: •
vraag en aanbod voor de dagelijkse detailhandel op regionaal niveau (nagenoeg) in evenwicht zijn;
•
er op regionaal niveau enige uitbreidingscapaciteit is voor niet-dagelijkse detailhandel;
•
hoewel de winkelleegstand in de laatste jaren is afgenomen, de winkelleegstand op regionaal niveau nog boven frictieniveau ligt.
Op lokaal niveau of op het niveau van de deelgebieden van de regio kan er echter sprake zijn van een andere situatie: overcapaciteit, uitbreidingscapaciteit of hoge winkelleegstand. Het blijft de ambitie om de concurrentiekracht van de totale reguliere detailhandel te versterken. Eventuele toename van winkelruimte in de regionale hoofdstructuur voor reguliere detailhandel blijft allereerst een kwestie van lokaal beleid. Daar waar sprake is van bovenlokale implicaties (> 1.500 m2) worden de spelregels voor het regionale beleid voor de reguliere detailhandel toegepast. Afspraken ten aanzien van de regionale structuur van de reguliere detailhandel •
De regionale hoofdstructuur voor de reguliere detailhandel blijft ongewijzigd;
•
Op nieuwe initiatieven zijn de spelregels voor de reguliere detailhandel reguliere detailhandel, zoals beschreven in paragraaf 6.2.6, van toepassing.
Impact doorgroei internetretail Door de toenemende verkoop via internet neemt de omzetpotentie voor fysieke winkels af. Veel winkels spelen hierop in door zelf ook via internet te verkopen. Daarnaast komt het voor dat webshops fysieke winkels openen. De omzet van internet-retail zal naar verwachting blijven groeien in de komende jaren. Omdat niet alle producten zich even goed lenen voor online verkoop, verschilt het effect van internet-retail op de omzetpotentie voor fysieke detailhandel sterk per branche. De komende vijf tot tien jaren moet in de regio Arnhem-Nijmegen rekening gehouden worden met een (nieuwe) uitval van 5 tot 7,5% van het aantal winkels. De uitval van winkelvloeroppervlakte zal relatief minder zijn, omdat de winkels in de risicobranches over relatief minder wvo beschikken.
Concept Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem-Nijmegen
59
In zoverre gemeenten controle kunnen en willen uitoefenen op de uitval van winkels (en uitgaande van de lokale omzetmogelijkheden) kan er bijvoorbeeld naar worden gestreefd om het aantal winkels in de branches die het nu al moeilijk hebben in de gemeente te saneren via geleidelijke weg en de leegkomende panden anders in te vullen, bijvoorbeeld als kantoorruimte, woning of in de detailhandelsbranches met een positieve groeiverwachting. Daarnaast is specifiek beleid gewenst voor het planologisch mogelijk maken van de benutting van bedrijfsruimte ten behoeve van internet-retail. Afspraken ten aanzien van internetretail De spelregels voor reguliere detailhandel, die zijn beschreven in paragraaf 6.2.6, zijn ook voor internetretail de leidraad. Meer specifiek worden met betrekking tot het ruimtelijk beleid voor internetretail vier vormen onderscheiden: 1.
internet-retail waarbij goederen worden getoond aan de consument (detailhandel);
2.
internet-retail met een afhaallocatie voor de consument, zonder tonen van goederen;
3.
internet-retail met een afhaallocatie als nevenactiviteit;
4.
Internet-retail zonder consument ter plaatse.
Voor deze vormen van internetretail gelden de volgende specifieke afspraken. De beoordeling van lokale initiatieven (d.w.z. initiatieven < 1.500m²) geschiedt op gemeentelijk niveau. In het RPD 2013 werden reeds enkele afspraken over internet-retail opgenomen. In verband met de ontwikkeling van internet-retail in de laatste jaren, worden nu de volgende vier afspraken onderscheiden. 1.
Internet-retail waarbij goederen worden getoond aan de consument (detailhandel) •
Internet-retail waarbij goederen worden getoond aan de consument moet worden gevestigd binnen de winkelcentra die tot de reguliere detailhandel worden gerekend.
•
Internet-retail waarbij goederen worden getoond aan de consument wordt buiten de reguliere detailhandelsgebieden in principe niet toegestaan.
•
Voor vestiging van internet-retail met een oppervlakte van meer dan 1.500 m² buiten de reguliere detailhandelsgebieden wordt verwezen naar het onderdeel PDV/GDV.
2.
Internet-retail met een afhaallocatie voor de consument, zonder tonen van goederen •
Er zijn geen ruimtelijke bezwaren voor afhaalpunten op bedrijventerreinen, hierop zijn de spelregels voor PDV/GDV van toepassing;
•
Indien het afhaalpunt wordt gecombineerd met een ruimte waarin goederen worden getoond aan consumenten, gelden de regels onder 1.
3.
Internet-retail met een afhaallocatie voor de consument, als nevenactiviteit •
Voor de afhaallocatie-ruimte gelden (ook in geval van grootschalige detailhandel) de regels voor detailhandel als nevenactiviteit (zie: p. 60).
4.
Internet-retail zonder consument ter plaatse •
Het gaat hier om het online kopen van goederen (waarbij de goederen zijn opgeslagen in een bedrijfsruimte, kantoor of woning in de regio), die direct bij de consument worden afgeleverd. Voor deze internet-retail gelden de regels in het bestemmingsplan, bijvoorbeeld die voor de uitoefening van aan huis verbonden beroep of een bedrijventerrein.
Schaalvergroting van supermarkten In de Nederlandse supermarktbranche is de trend naar winkels van 1.700-2.000 m² bvo dominant. Daarnaast investeert de branche in twee specifieke marktsegmenten: in stadswinkels in de binnensteden (circa 250 m² wvo) en in megasupermarkten (> 2.500 m² wvo). Hoewel de
60
NL5300-35573
marktruimteberekening voor dagelijkse detailhandel op lichte overcapaciteit (gezond evenwicht) uitkomt, laat de marktruimteberekening voor de supermarktbranche in zijn geheel toch een ontwikkelingsruimte zien. Dit wordt veroorzaakt door de relatief lage omzet per m² in het andere deel van de dagelijkse detailhandel, versspeciaalzaken en drogisterijen. Daarnaast wordt verondersteld dat het supermarktaandeel doorgroeit ten koste van het aandeel van de versspeciaalzaken en drogisterijen en dat het marktsegment van de discounters een bepaalde nietdagelijkse omzet realiseert. De uitbreidingscapaciteit voor de supermarkten is in principe voldoende om in de komende tien jaren een of meer nieuwe megasupermarkten te accommoderen c.q. om de vergroting van een of meer supermarkten tot megaformaat mogelijk te gaan maken. Het is echter niet mogelijk om precies aan te geven welk deel van de winkelvloeroppervlakte van de supermarktbranche zou moeten worden ingevuld met megasupermarkten (> 2.500 m² wvo) om te zorgen voor een zo optimaal mogelijke bezetting van de supermarktbranche in de regio in totaliteit. Bovendien is de regio Arnhem-Nijmegen in verhouding met Nederland al relatief sterk bezet qua (mega)supermarkten. Het is niet zonder meer zo dat de kwaliteit van de dagelijkse detailhandel met een verdere versterking van het marktsegment van de megasupermarkten vanzelfsprekend stijgt.
Het is zelfs denkbaar dat het een averechts effect heeft, doordat de bestedingen in een megasupermarkt ten koste gaan van bestedingen elders. Het is daarom belangrijk per geval een afweging te maken aan de hand van de spelregels in dit RPW. Afspraken ten aanzien van de schaalvergroting van supermarkten •
Solitaire vestiging, vestiging op PDV/GDV-locaties, bedrijventerreinen en/of vestiging in het buitengebied van supermarkten (waaronder megasupermarkten) wordt niet toegestaan31;
•
Indien er overwogen wordt om een nieuwe megasupermarkt in de regio te openen of om een bestaande supermarkt te laten doorgroeien tot megaformaat, dient zo’n initiatief te worden getoetst aan de spelregels die zijn beschreven in paragraaf 6.2.6.
Branchevervaging Branchevervaging betekent dat een detailhandelsbedrijf gaat verbreden door goederen te gaan verkopen en diensten te gaan leveren die niet tot de hoofdactiviteit worden gerekend, oftewel: er worden nevenactiviteiten toegevoegd. Een specifieke vorm van branchevervaging is een shop-inthe-shop, waarbij een onderdeel van een winkel dat zodanig is afgescheiden van de rest van de winkel dat dit zelfstandig kan worden bezocht. Soms worden kleine delen van een winkelpand verhuurd aan een concessionair of in consignatie gegeven, om bepaalde collecties te verkopen. Daarnaast is het schenken van alcohol een belangrijk vraagstuk bij branchevervaging. Hiervoor volstaat het gemeentelijke drank- en horecabeleid. Om te voorkomen dat nevenactiviteiten zo omvangrijk worden dat het tot een onaanvaardbaar leegstandrisico elders leidt, moeten op regionaal niveau enkele afspraken worden vastgelegd om de risico’s van branchevervaging voor de regionale structuur van de reguliere detailhandel zo klein mogelijk te maken. Afspraken ten aanzien van branchevervaging •
De bruto-vloeroppervlakte voor nevenactiviteit moet ondergeschikt blijven aan dat van de hoofdactiviteit, waarbij een maximum van 20% van het bvo voor alle nevenactiviteiten samen gebruikelijk is, eventueel beperkt tot een maximum aan m² bvo.
31
Afspraken ten aanzien van reguliere supermarkten vallen onder reguliere detailhandel.
Concept Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem-Nijmegen
61
•
Shops-in-the-shops zijn toegestaan voor zover er geen strijdigheid ontstaat (qua omvang en branchering) met het geldende beleid en het geldende bestemmingsplan.
Specifieke vormen van detailhandel Er worden vanuit distributieplanologisch oogpunt enkele specifieke vormen van detailhandel onderscheiden Deze specifieke vormen van detailhandel werden reeds als zodanig benoemd in het RPD 2013: •
Verkoop aan huis;
•
Detailhandel als nevenactiviteit;
•
Detailhandel bij trafficlocaties32;
•
Detailhandel in het buitengebied;
•
Vliegende winkels33 en rommelmarkten;
•
Kringloopwinkels.
In de meeste gevallen bepaalt de gemeente of dergelijke initiatieven toegestaan zijn. De regionale afspraken ten aanzien de specifieke vormen van detailhandel geven de gemeenten een richting of een maximum waarop de besluitvorming over deze initiatieven wordt gebaseerd. Hiervoor is geen melding in het IOW noodzakelijk. Indien initiatieven hiervan afwijken is regionale afstemming vereist. Afspraken ten aanzien van specifieke vormen van detailhandel •
Detailhandel in de vorm van verkoop van goederen vanuit een woning is ongewenst, tenzij er aantoonbaar geen sprake is van verstoring van de voorzieningenstructuur. Dit kan verband met een bedrijfsmatige activiteit bij een woning in het kader van de regelingen aan thuisgebonden beroepen/bedrijvigheid, bijvoorbeeld als internet-retail.
•
Detailhandel als nevenactiviteit naast een andere functie (bijvoorbeeld agrarisch en productie of assemblage): -
De detailhandel dient ondergeschikt te blijven in termen van vloeroppervlakte. De verkoopruimte van de detailhandel mag maximaal 10% van de totale vloeroppervlakte zijn en tot een maximaal van 100 m² wvo.
•
Ondergeschikte detailhandel bij groothandel is niet toegestaan.
Voor detailhandel op trafficlocaties34 gelden de volgende beleidsrichtlijnen. De gemeente toetst de gemeente de wenselijkheid. Indien het om meer dan 1.500 m2 bvo gaat, zijn de spelregels voor het regionaal beleid voor de reguliere detailhandel van toepassing. Verder gelden de volgende regels. -
Detailhandel in en direct aansluitend op traffic-locaties dient hoofdzakelijk gericht te zijn op de klanten/reizigers en werknemers en toeristisch-recreatieve bezoekers. Deze detailhandel mag niet concurreren met de reguliere detailhandel, in bestaande of beoogde winkelcentra. In specifieke gevallen kan de detailhandel van de traffic-locatie tevens een functie vervullen voor andere consumentengroepen, bijvoorbeeld voor omwonenden.
-
De detailhandelsoppervlakte dient ondergeschikt te zijn aan de totale oppervlakte.
-
Ter voorkoming van een versnippering van het detailhandelsaanbod wordt geen detailhandel toegestaan bij traffic-locaties op bedrijventerreinen. Hiervan kan worden afgeweken indien de detailhandel gericht is op de bedrijven en hun medewerkers en mag maximaal 250 m² bvo omvatten, met units van maximaal 100 m² bvo.
32
33 34
62
Locaties waar veel potentiële consumenten voor hun dagelijkse bezigheden samenkomen, zoals luchthavens, treinstations, ziekenhuizen en universiteiten Een vliegende winkel is een winkel die op een tijdelijke locatie producten tegen spotprijzen verkoopt. Locaties waar veel potentiële consumenten voor hun dagelijkse bezigheden samenkomen, zoals luchthavens, treinstations, ziekenhuizen en universiteiten
NL5300-35573
-
Voor tankstations geldt een maximale omvang van 100 m² bvo. Er kan voor tankstations langs de snelwegen gemotiveerd afgeweken worden van deze richtlijn tot een maximum van 150 m² bvo.
•
Detailhandel in het buitengebied, ondersteunend aan agrarische bestemming: -
Mag geen verstorend effect hebben op de regionale structuur van reguliere detailhandel.
-
Voorwaarde is verder dat er zoveel mogelijk eigen producten verkocht worden, aangevuld met andere lokale en streekproducten.
-
Daarbij wordt ervan uitgegaan dat de detailhandel in oppervlakte ondergeschikt is aan de reguliere agrarische activiteiten.
•
Vliegende winkels35 en rommelmarkten: -
•
Tot een maximum van 50 tot 100 m² wvo
Initiatieven worden lokaal getoetst op basis van het bestemmingsplan.
Kringloopwinkels: -
De regio wil de optie van kringloopwinkels op bedrijventerreinen open houden. Daartoe kunnen flexibiliteitsregelingen worden opgenomen in bestemmingsplannen, met inachtneming van het streven naar beperking van vestigingsmogelijkheden voor en ruimtelijke clustering van detailhandel op perifere locaties.
35
Een vliegende winkel is een winkel die op een tijdelijke locatie producten tegen spotprijzen verkoopt.
Concept Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem-Nijmegen
63
Bijlage III Werkmilieus Regionale afspraken over het bedrijventerreinenbeleid leiden veelal tot een discussie over hectaren (in kwantitatieve zin). Bedrijventerreinen zijn echter dikwijls niet met elkaar te vergelijken. Het is daarom belangrijk zowel vraag als aanbod ook te analyseren op basis van kwaliteiten. Om dit te bewerkstelligen heeft Ecorys een methodiek ontwikkeld die vraag en aanbod indeelt in werkmilieus. De toedeling naar werkmilieus levert inzicht op in het type ruimtevraag en de bijbehorende vestigingseisen van de ruimtevrager. Door vraag en aanbod op werkmilieu met elkaar te confronteren, heeft een vraag-aanbodconfrontatie daadwerkelijk waarde. Hiermee wordt immers zichtbaar voor welke doelgroep en in welk marktgebied vraag en aanbod al dan niet in evenwicht zijn. In de regio Arnhem Nijmegen zijn een vijftal werkmilieus geïdentificeerd. We onderscheiden de volgende werkmilieus: •
Klassiek-gemengd;
•
Agrifood;
•
Logistiek;
•
(Maak)industrieel;
•
Hoogwaardig/ kantoren;
De werkmilieus worden in het vervolg van dit hoofdstuk nader toegelicht. Klassiek-gemengd werkmilieu Een traditioneel werkmilieu, ook wel “functioneel gemengd” genoemd. De term klassiek duidt niet op de leeftijd van het terrein of de (werkzaamheden van) de gevestigde bedrijvigheid, maar op het feit dat dit type bedrijventerrein van oudsher in zo goed als iedere gemeente te vinden is: Een monofunctioneel werkmilieu met een diversiteit aan bedrijven op overwegend kleine(re) kavels. Bedrijventerreinen met een klassiek, gemengd werkmilieu zijn ook geschikt om kleinschalige activiteiten uit andere werkmilieus te huisvesten. Bijvoorbeeld kleinschalige logistiek of (maak)industrie met een lage milieu-/hindercategorie. Dit sluit niet uit dat er enkele bedrijven uit de hogere milieu/hinder-categorie zijn gehuisvest of grotere kavels aanwezig zijn, vaak mogelijk gemaakt door zonering. Met een lagere milieucategorie wordt gedoeld op bedrijvigheid tot en met categorie 3.1. Vanaf categorie 3.2 wordt aangeduid als hogere milieucategorie. Dit type terreinen is belangrijk voor de werkgelegenheid en dynamiek in stedelijke gebieden en kernen. Belangrijkste vestigingsfactoren van het klassiek-gemengd werkmilieu (Tabel 3).
Concept Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem-Nijmegen
65
Tabel 3 Belangrijkste vestigingsfactoren van het klassiek-gemengd werkmilieu. Vestigingsfactoren
Toelichting
Bereikbaarheid en
Het personeel op dit type locaties is over het algemeen minder bereid tot een
nabijheid personeel
lange reistijd. De belangrijkste vervoerswijze is vaak de fiets of lokaal ov, zeker binnenstedelijk.
Nabijheid voorzieningen
De nabijheid van bijvoorbeeld een supermarkt of eetgelegenheid wordt gewaardeerd.
Kwaliteit openbare
Een veilige, nette omgeving om in te werken met voldoende ruimte voor groen
ruimte
en water.
Lokale gebondenheid
Ondernemers op dit type bedrijventerreinen komen veelal uit de directe omgeving en hebben een sterke voorkeur ook bij uitbreiding nabij hun woonplaats gevestigd te blijven.
Prijs
Voor bepaalde segmenten waarvoor de uitstraling van de vestigingslocatie minder belangrijk is (bijvoorbeeld autosloperijen) is een lage prijs een belangrijke vestigingsfactor. Voor andere segmenten die zich binnen dit werkmilieu vestigen zijn kwaliteit en bereikbaarheid belangrijkere factoren.
Werkmilieu (maak)industrie Een werkmilieu met een industrieel karakter waarbinnen bedrijven produceren en verwerken. Dit vindt vaak plaats op grote(re) kavels, veelal met een milieucategorie van 3.2 of meer. Industriële terreinen bieden in de regel ruimte aan bedrijvigheid met een hoge milieucategorie (hmc-bedrijvigheid). Grootschalige bouwbedrijven vestigen zich eveneens in dit werkmilieu. Bedrijventerreinen binnen het werkmilieu (maak)industrie zijn zodoende vaak eveneens gemengde bedrijventerreinen met ruimte voor verschillende typen bedrijvigheid, waarbij productie en verwerking de hoofdmoot is. De productiefaciliteiten voor Smart Industry vestigen zich bij voorkeur ook binnen dit werkmilieu. Het verschil met het klassiek-gemengd werkmilieu is de schaalgrootte van de gevestigde bedrijven en kavels, alsmede een overwegend hogere milieucategorie (3.2 en hoger). Net als bij het klassiekgemengde werkmilieu is vestiging van een kleinschaliger bedrijf met een lagere milieucategorie niet per definitie uitgesloten. Dit kan enkel in het bestemmingsplan geregeld worden. Belangrijkste vestigingsfactoren van het werkmilieu (maak)industrie (Tabel 4). Tabel 4 Belangrijkste vestigingsfactoren van het werkmilieu (maak)industrie Vestigingsfactoren
Toelichting
Bereikbaarheid
Bereikbaarheid voor aan- en afvoer is van groot belang, in ieder geval via de weg. Over water is in een aantal gevallen een pré.
Nabijheid klanten/
Hierdoor kunnen bedrijven elkaar aanvullen waar nodig en een netwerk
ketenpartners
vormen.
Arbeidspotentieel
Praktisch en middelbaar opgeleid personeel hecht er over het algemeen waarde aan dat zij niet te lang hoeven te reizen naar hun werk.
Hogere milieucategorie
(Maak)industrie brengt in veel gevallen hinder met zich mee. Een hogere milieucategorie, vanaf categorie 3.2 is daarom wenselijk.
Kavelgrootte
Grote(re) kavels met een praktische inrichting en bij voorkeur ook uitbreidingsmogelijkheden.
Digitale infrastructuur
66
NL5300-35573
Voor de Smart Industry is een goede internetverbinding onmisbaar.
Logistiek Reguliere logistiek en stadsdistributie Een netwerk van bedrijven in de logistiek, handel en opslag. Dit zijn vaak grootschalig opgezette terreinen met veel ruimte voor vrachtverkeer en bij voorkeur parkeren. Reguliere logistiek vestigt zich doorgaans op kavels met een oppervlakte tussen de 5.000m2 en 2 hectare. De tussencategorie daarboven, met oppervlaktes van 2 tot 4 hectare wordt XL-logistiek genoemd. Het werkmilieu reguliere logistiek is dus gevarieerd en omvat lokale vervoersbedrijven die zich bezighouden met cross-docking tot relatief grote distributiecentra die net niet in de categorie XXLlogistiek vallen. Hiermee kan door middel van een flexibele kavelgrootte rekening gehouden worden. Dat vraagt tegelijkertijd om goede planning om restkavels zoveel mogelijk te voorkomen. Een specifieke vorm van logistiek is stadsdistributie. Het belang van dit type logistiek neemt door de groei van e-commerce nog steeds toe. Stadsdistributie is gericht op het verzorgen van de last mile naar de klant. Vanuit deze locaties worden vervoersstromen van verschillende leveranciers gebundeld voor efficiënter transport binnen de stad. Stadsdistributie vindt vooral plaats vanuit een local spoke met een veelal geringe kavelgrootte van 0,5 tot 1 hectare, soms zelfs kleiner.
Belangrijkste vestigingsfactoren van de reguliere logistiek en stadsdistributie (Tabel 5) Tabel 5 Belangrijkste vestigingsfactoren van de reguliere logistiek en stadsdistributie Vestigingsfactoren
Toelichting
Bereikbaarheid
De ligging ten opzichte van de transportassen en de multimodale verbinding met het achterland.
Nabijheid klanten/
Aanwezigheid van andere logistieke bedrijven en toeleveranciers, zodat
ketenpartners
voorzieningen gedeeld kunnen worden.
Parkeeraanbod
Het is van belang dat voldoende parkeeraanbod gerealiseerd kan worden voor het stallen van de (vracht)wagens. Voor stadsdistributie is de mogelijkheid elektrische laadpalen te realiseren belangrijk, aangezien deze stadsdistributie idealiter plaatsvindt met elektrisch transport.
Arbeidspotentieel
Praktisch en middelbaar opgeleid personeel hecht er over het algemeen waarde aan dat zij niet te lang hoeven te reizen naar hun werk. Nabijheid van arbeid is dus een vereiste.
Kavelgrootte
Kavels met een praktische inrichting vanaf 5.000m2 tot 4 hectare.
Prijs
De grondprijs speelt een rol, maar is niet de meest belangrijke vestigingsfactor. Bereikbaarheid en de beschikbaarheid van personeel zijn van groter belang.
XXL-Logistiek Een netwerk van bedrijven in de logistiek, handel en opslag. Dit zijn vaak grootschalig opgezette terreinen met veel ruimte voor vrachtwagens. De echt grootschalige logistiek (>4ha) vestigt zich binnen Nederland met name langs de grenzen in de zuid- en zuidoostelijke provincies, waaronder zuidoost Gelderland Binnen de XXL-logistiek wordt onderscheid gemaakt tussen regionale, nationale en europese distributiecentra (respectievelijk RDC, NDC en EDC). E-commerce en supermarkt-gerelateerde distributiecentra maken het meest gebruik van XXL-locaties. Ontwikkeling van XXL-distributiecentra gebeurt deels door eindgebruikers, maar vaak is er sprake van een ontwikkelaar/belegger die al dan niet op risico ontwikkelt ten behoeve van verhuur van (delen) van het pand. De regio Arnhem-Nijmegen heeft in samenspraak met de provincie Gelderland randvoorwaarden opgesteld voor de verdere ontwikkeling van bedrijventerreinen ten behoeve van XXL-ogistiek. De
Concept Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem-Nijmegen
67
inhoud van deze notitie is toegelicht in het tweede hoofdstuk met de beschrijving van het plangebied. Belangrijkste vestigingsfactoren van de XXL-logistiek (Tabel 6). Tabel 6 Belangrijkste vestigingsfactoren van de XXL-logistiek. Vestigingsfactoren
Toelichting
Bereikbaarheid
De ligging ten opzichte van de transportassen en de multimodale verbinding met het achterland.
Kavelgrootte
Grotere kavels (>4 ha) met een praktische inrichting. Bij voorkeur is de oppervlakte flexibel.
Aanvullende faciliteiten
Nabijheid van parkeervoorzieningen (voor vrachtwagens) is voor deze sector van belang, aangezien vrachtwagenchauffeurs behoefte hebben aan overnachtingsruimte. Clean Energy Hubs zijn in opkomst.
Bereikbaarheid
Praktisch en middelbaar opgeleid personeel hecht er over het algemeen waarde
personeel
aan dat zij niet te lang hoeven te reizen naar hun werk.
Complementaire
Aanwezigheid van andere logistieke bedrijven en toeleveranciers, zodat
bedrijvigheid
voorzieningen gedeeld kunnen worden.
Digitale infrastructuur
Snel en betrouwbaar internet wordt door digitalisering en robotisering steeds belangrijker.
Agrifood Een netwerk van bedrijven met aan de basis productiebedrijven gericht op teelt en veredeling van landbouwproducten. Verderop in de keten vinden we agrologistieke bedrijven zoals importeurs, exporteurs, verpakkingsbedrijven en logistiek dienstverleners. Agrifood is daarmee een mix van productie en logistiek gerelateerd aan de agrarische sector. De link met voedsel en de agrarische sector onderscheidt het werkmilieu agrifood dan ook van logistiek en (maak)industrie. Het werkmilieu kent grotendeels een combinatie van vestigingseisen van logistiek en (maak)industrie, waarbij bijvoorbeeld voedselverwerkende industrie in veel gevallen vraagt om specifieke milieucontouren. Belangrijkste vestigingsfactoren van het werkmilieu agrifood (Error! Not a valid bookmark selfreference.). Tabel 7 Belangrijkste vestigingsfactoren van het werkmilieu agrifood. Vestigingsfactoren
Toelichting
Bereikbaarheid
Voor agrologistiek is de ligging ten opzichte van de transportassen en de multimodale verbinding met het achterland van groot belang.
Agro-gelieerde
Clustervorming een factor van belang voor agrifood. De connectie met de
bedrijvigheid
agrarische sector is nog sterk aanwezig, zowel in de zin van logistiek als in de ontwikkeling van (landbouw)machines en hulpmiddelen.
Bereikbaarheid
Lager en middelbaar opgeleid personeel hecht er over het algemeen waarde aan
personeel
dat zij niet te lang hoeven te reizen naar hun werk.
Kavelgrootte
Grotere kavels met een praktische inrichting.
Digitale infrastructuur
Snel en betrouwbaar internet wordt door digitalisering en robotisering steeds belangrijker
68
Specifieke
Voedselverwerking vraagt in veel gevallen om specifieke maatregelen, die
milieucontouren
gewaarborgd worden door strengere milieucontouren.
NL5300-35573
Werkmilieu hoogwaardig/kantoren Een werkmilieu hoogwaardig/kantoren kenmerkt zich door de aanwezigheid van m.n. kantoorgerelateerde bedrijfsfuncties op een vaak nog monofunctioneel bedrijventerrein. Het betreft veelal bedrijfsverzamelgebouwen, waar bedrijven uit bijvoorbeeld de zakelijke dienstverlening zich vestigen. Een hoogwaardig werkmilieu kan tevens productiefaciliteiten voor hoogwaardigere sectoren, zoals de medische sector, huisvesten. Belangrijkste vestigingsfactoren van het werkmilieu hoogwaardige/kantoren (Tabel 8). Tabel 8 Belangrijkste vestigingsfactoren van het werkmilieu hoogwaardige/kantoren. Vestigingsfactoren
Toelichting
Bereikbaarheid per ov
De bereikbaarheid per ov is van groot belang. Bij voorkeur per intercitytrein
Nabijheid voorzieningen
Van belang zijn met name voorzieningen gedurende de werkuren, zoals een eetgelegenheid
Stedenbouwkundige
Een nette, moderne uitstraling van de bedrijfspanden en de openbare ruimte
uitstraling Bereikbaarheid per auto
Voor bedrijvigheid dat zich op dit type locaties vestigt en haar werknemers is en blijft de auto nog steeds het belangrijkste vervoersmiddel
Zichtlocatie
Met name grotere bedrijven willen zichtbaar zijn voor de buitenwereld
Concept Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem-Nijmegen
69
Sound analysis, inspiring ideas
BELGIË – BULGARIJE – INDIA – KROATIË - NEDERLAND – POLEN – SPANJE – TURKIJE - VERENIGD KONINKRIJK