CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I Eindrapport Evaluatie WerkBedrijf Rijk van Nijmegen

Raad 10 maart 2022, gemeente HeumenBij agendapunt: Evaluatie WerkBedrijf Rijk van Nijmegen33.785 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Samen aan het werk voor ondernemers en kandidaten Evaluatie WerkBedrijf Rijk van Nijmegen

7 D EC EM B ER 2 0 21

1

Projectnummer P0216 Onderzoek in opdracht van Modulair Gemeenschappelijk Regeling Rijk van Nijmegen Auteurs: Lennart de Ruig, Marjolein Sax en Noortje Hippert © 07 December 2021 | De Beleidsonderzoekers | www.beleidsonderzoekers.nl Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt via druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming.

2

Inhoud 1.

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

2.

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

3.

3.1 3.2 3.3 3.4

4.

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

5.

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

6.

6.1 6.2

Samenvatting

4

Inleiding

13

Achtergrond en aanleiding

Centrale vraagstelling van de evaluatie Scope, evaluatiekader en deelvragen

13

14

14

Onderzoeksverantwoording

17

Beleidskaders en context van WerkBedrijf

21

Beleidskaders

24

Leeswijzer

Oprichting WerkBedrijf Rijk van Nijmegen Taken en middelen

19

21

26

Ontwikkelingen in de context

32

Deelconclusie

40

Opvattingen over beleidskaders, taken en middelen

36

Uitvoering taken

43

Ontwikkelingen in de dienstverlening

50

Werkwijze in de praktijk

Ervaringen met en opvattingen over dienstverlening

43 59

Deelconclusie

64

Prestaties van WerkBedrijf

67

Resultaten per taakgebied

71

Prestatie-indicatoren en verantwoording door WerkBedrijf

67

Doelmatigheid

85

Deelconclusie

87

Vergelijking met andere arbeidsmarktregio’s

89

Sturing en verantwoording

91

Opvattingen over de prestaties

Taken van het regionale werkbedrijf Ontwikkelingen in de doelgroep Prestaties

Deelconclusie

86

89 93 94

98

Conclusies en aanbevelingen

101

Aanbevelingen

104

Conclusies

101

3

Samenvatting

Dit rapport bevat de resultaten van de evaluatie van de module WerkBedrijf van de modulair gemeenschappelijke regeling Rijk van Nijmegen. Het rapport geeft inzicht in de mate waarin de doelen in de afgelopen vijf jaar zijn gerealiseerd en bevat aanbevelingen voor de toekomst.

Inleiding De zeven gemeenten uit de arbeidsmarktregio Rijk van Nijmegen - Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen hebben een modulaire

gemeenschappelijke regeling (MGR) voor arbeidsbemiddeling en ICT. De module ‘WerkBedrijf Rijk van Nijmegen’ bestaat formeel sinds 1 januari 2015. Vanaf hier spreken we vanwege de

leesbaarheid over ‘WerkBedrijf’. WerkBedrijf voert de arbeidsbemiddeling in het kader van de

Participatiewet uit, evenals de regie over de arbeidsmatige dagbesteding. Sinds 1 januari 2016 voert WerkBedrijf ook de Wet sociale werkvoorziening uit.

De gemeenteraad van de gemeente Wijchen heeft op 16 juni 2020 een motie aangenomen

waarin het college wordt opgeroepen “een onafhankelijk onderzoek uit te laten voeren naar de wijze waarop WerkBedrijf uitvoering heeft gegeven aan zijn taken”. De overige deelnemende

gemeenten verenigd in het algemeen bestuur van de MGR hebben deze oproep overgenomen.

4

Gemeenten hebben bij de start van WerkBedrijf per 1 januari 2015 een aantal doelen beoogd,

zoals omschreven in het visiedocument ‘Sterke werkwoorden’. De centrale vraagstelling voor het evaluatieonderzoek zoals geformuleerd door het dagelijks bestuur van de MGR is: •

In hoeverre zijn deze doelen in de afgelopen vijf jaar gerealiseerd vanuit het perspectief van ondernemers, kandidaten en gemeenten?

•

Welke conclusies kunnen getrokken worden uit de door WerkBedrijf behaalde resultaten ten opzichte van vergelijkbare organisaties in andere arbeidsmarktregio’s?

•

Welke aanbevelingen naar de toekomst kunnen worden geformuleerd op grond van de resultaten en ervaringen in de afgelopen vijf jaar?

In de evaluatie richten wij ons op de primaire taken van WerkBedrijf op het gebied van

arbeidsbemiddeling, arbeidsmatige dagbesteding en sociale werkvoorziening in de periode

2016 tot en met 2020. Het evaluatieonderzoek is gebaseerd op een documentenstudie, een analyse van cijfermatige ontwikkelingen bij WerkBedrijf en vergelijkbare organisaties en (groeps)interviews met in totaal circa 61 stakeholders en medewerkers van WerkBedrijf.

Uitvoering taken en ervaringen van stakeholders WerkBedrijf is een wendbare uitvoeringsorganisatie met een herkenbare visie WerkBedrijf heeft na de start dienstverlening ingericht voor arbeidsbemiddeling en

arbeidsmatige dagbesteding. WerkBedrijf kon in de eerste jaren voortbouwen op de sociale

werkvoorziening die al aanwezig was bij voorloper Breed. In de eerste jaren na oprichting heeft

WerkBedrijf – een fusie van acht organisaties – geïnvesteerd in het creëren van eenheid door het

formuleren van een gedeelde missie, het werken aan een gedeelde organisatiecultuur en het inrichten van een duidelijke organisatiestructuur. Hierdoor staat er inmiddels een adequaat

functionerende organisatie met een regionale aanpak voor kandidaten, werkgevers, sociale

werkvoorziening en arbeidsmatige dagbesteding. WerkBedrijf is er in het bijzonder in geslaagd een groot netwerk van ondernemers op te zetten waar zij kandidaten kan plaatsen. Dat brengt

zodoende meer kansen voor kandidaten met zich mee. Er is veel professionaliteit en

deskundigheid opgebouwd binnen de organisatie en daar hebben gemeenten naar eigen zeggen profijt van.

De aangeboden dienstverlening en werkwijze van WerkBedrijf sluiten goed aan bij de visie die is neergelegd in het document Sterke Werkwoorden in 2013. WerkBedrijf voert

arbeidsbemiddeling uit met als doel zoveel mogelijk uitstroom van kandidaten naar regulier

werk. WerkBedrijf heeft in de praktijk oog voor zowel de vraag van de ondernemer als de

mogelijkheden van de kandidaat. In de ervaringen en opvattingen van stakeholders horen wij impliciet de kernwaarde terug dat ‘iedereen van waarde is’. Ook ligt het accent in de

dienstverlening op wat mensen wel kunnen, conform de kernwaarde uit Sterke Werkwoorden. WerkBedrijf is op veel punten ook een wendbare organisatie gebleken. We zien dat met name in de SW, waar bij de start van WerkBedrijf de al aanwezige knelpunten rond ziekteverzuim, arbeidsomstandigheden, werkaanbod, begeleiding en cultuur zijn aangepakt. Ook de

samenwerking met BlueView laat zien dat WerkBedrijf adequaat blijft inspelen op kansen en

5

bedreigingen in de SW. De arbeidsmatige dagbesteding heeft in de loop der jaren steeds meer vorm gekregen, waarbij de nu resterende uitdaging is hoe deze voorziening zo soepel mogelijk kan aansluiten op de arbeidsbemiddeling.

Ook op het gebied van arbeidsbemiddeling zien we dat WerkBedrijf veranderingen heeft doorgevoerd, al zijn die beperkter dan bij de andere taken. WerkBedrijf heeft onderzoek

verricht naar de arbeidsbemiddeling en de uitkomsten aangegrepen om knelpunten op te lossen of dienstverlening te verbeteren. Ook heeft WerkBedrijf feedback van kandidaten

aangegrepen om de bejegening en communicatie te verbeteren. We merken op dat de door

WerkBedrijf zelf uitgevoerde evaluaties nog enkele grote uitdagingen bevatten die voor zover wij weten, nog niet zijn opgepakt.

Meer lezen over de uitvoering? Ga naar hoofdstuk 3

Ondernemers en gemeenten hebben over het algemeen waardering voor de organisatie en dienstverlening; deel kandidaten wil andere focus

Gemeenten vinden dat er een herkenbare, solide en deskundige organisatie staat. WerkBedrijf

is niet gericht op regels en is in de uitvoering betrekkelijk vrij van politieke druk, zodat de focus op de kandidaat en de ondernemer kan liggen. WerkBedrijf is er volgens gemeenten vooral in geslaagd een groot netwerk van ondernemers op te zetten en te onderhouden waar zij

kandidaten kan plaatsen. Dat brengt meer kansen voor kandidaten met zich mee. Een duidelijk knelpunt is volgens gemeenten de soms gebrekkige samenwerking tussen gemeenten en

WerkBedrijf rond individuele kandidaten. We concluderen dat gemeenten waardering hebben voor de wijze waarop WerkBedrijf zijn taken uitvoert, maar een stuk kritischer zijn over de samenwerking met WerkBedrijf op kandidaatsniveau.

Ondernemers zijn over het algemeen tevreden met de dienstverlening en de consulenten van WerkBedrijf. WerkBedrijf heeft ook veel en bruikbare voorzieningen voor ondernemers. Een

knelpunt is de mismatch die soms optreedt tussen de verwachtingen van ondernemers en het aanbod van kandidaten. Sommige ondernemers verwachten dat WerkBedrijf gemakkelijk

inzetbare mensen kan leveren en ook na de match een structurele rol bij de begeleiding van kandidaten met motivatieproblemen kan blijven spelen. We stellen vast dat WerkBedrijf de

verwachtingen van ondernemers over het algemeen waarmaakt, maar ondernemers nog beter kan voorbereiden op de komst van kandidaten met complexe problematiek en de rol van WerkBedrijf daarbij.

Kandidaten ten slotte zijn over het algemeen redelijk tevreden over de dienstverlening van

WerkBedrijf. Ze vinden de consulenten van WerkBedrijf vriendelijk, hebben het gevoel dat ze serieus genomen worden en ervaren de begeleiding door WerkBedrijf als prettig. De

dienstverlening biedt veel mogelijkheden en de mens staat centraal. De dienstverlening sluit minder goed aan bij de groeiende groep kandidaten met zwaardere problematiek en op de

behoeften van hoger opgeleide kandidaten. Een deel van de kandidaten heeft behoefte aan

meer persoonlijke aandacht en nazorg, focus op de wat de kandidaat wil in plaats van kan, en begeleiding op andere leefgebieden dan werk.

Meer lezen over de ervaringen van stakeholders? Ga naar hoofdstuk 3

6

Prestaties, sturing en verantwoording De prestaties van WerkBedrijf vertonen een stijgende lijn, maar niet alle doelen worden behaald

De prestaties en het doelbereik van WerkBedrijf laten een gemêleerd beeld zien. We stellen vast

dat WerkBedrijf in de periode van 2015 tot en met 2020 op de meeste indicatoren steeds betere

realisaties laat zien, behalve in coronajaar 2020. WerkBedrijf heeft tot 2020 steeds meer unieke

relaties met ondernemers; plaatste meer mensen op (parttime) werk, vooral jongeren tot 27 jaar en statushouders; verstrekte meer loonkostensubsidies; registreerde tot 2019 een stijging van

de uitstroom uit de bijstand naar werk; realiseerde een aanzienlijke toename van de

toegevoegde waarde per fte SW; liet meer SW’ers buiten de muren van WerkBedrijf werken en zag een forse groei in het aantal kandidaten dat actief was binnen Op Weg Naar Werk. Op

sommige indicatoren is het beeld minder positief. Het aantal kandidaten dat werkt met behoud

van uitkering nam fors af en het ziekteverzuim in de SW is net als bij de start van WerkBedrijf nog steeds hoger dan het landelijk gemiddelde.

Aantal plaatsingen op werk

Aantal unieke relaties met ondernemers

3000

2000

2500

1500

2000 1500

1000

1000

500 0

500 2016

2017

2018

2019

2020

2016

2017

2018

2019

2020

Uitstroom uit uitkering naar werk

Aantal verstrekte loonkostensubsidies

1400 1200

800

1000

600

800 600

400

400

200 0

0

200 2016

2017

2018

2019

2020

0

2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020

7

Toegevoegde waarde per fte

Percentage SW-medewerkers niet beschut werk

SW

100%

€ 8.000 € 7.000

80%

€ 6.000

60%

€ 5.000

40%

€ 4.000

20% 0%

€ 3.000 € 2.000 2016

2017

2018

Rijk van Nijmegen

2019

€ 1.000

2020

€-

Nederland

Aantal kandidaten in Op Weg naar Werk

Ziekteverzuim SW 20,0%

500

18,0%

400

16,0% 14,0%

300

12,0%

200

10,0%

2015 2016 2017 2018 2019 2020

2016

2017

2018

WerkBedrijf

2019

100

2020

0

Landelijk

2016

2017

2018

2019

2020

We constateren tevens dat WerkBedrijf niet alle doelen behaald. De doelrealisatie bij de sociale

werkvoorziening blijft achter. Wat betreft arbeidsbemiddeling zijn de doelen in de jaren 2017 tot en met 2019 behaald, terwijl de jaren 2016 en 2020 achterblijven qua doelrealisatie. Het niet

behalen van doelen heeft mogelijk te maken met de toename van het aandeel kandidaten met een hoge uitkeringsduur en oudere SW-medewerkers. Dat zien we ook in andere arbeidsmarktregio’s.

Tabel S1

Doelbereik kritieke prestatie-indicatoren 2016 t/m 2020 2016

Aantal plaatsingen op fulltime/parttime werk

2017

2018

2019

2020

.

Uitstroom uit bijstand naar werk Toegevoegde waarde SW per fte Verzuimpercentage SW Aantal kandidaten Op Weg Naar Werk

8

Meer lezen over de prestaties? Ga naar hoofdstuk 4

WerkBedrijf is een unieke organisatie die in hoofdlijnen hetzelfde presteert als andere werkbedrijven

Waar in veel arbeidsmarktregio’s gekozen is voor een lichte organisatie voor het werkbedrijf in

de vorm van een bestuurlijk platform of samenwerkingsverband, is in het Rijk van Nijmegen een uitvoerende organisatie neergezet met een breed regionaal takenpakket. WerkBedrijf Rijk van Nijmegen is niet alleen een samenwerking tussen de zeven gemeenten op het gebied van arbeidsbemiddeling en arbeidsmatige dagbesteding, maar ook een integratie met het

voormalige SW-bedrijf Breed. De regio heeft als geheel één re-integratieverordening en één set prestatie-indicatoren. We stellen vast dat WerkBedrijf daarmee een betrekkelijk unieke

organisatie in Nederland is. Van de 35 arbeidsmarktregio’s zijn er naast Rijk van Nijmegen drie arbeidsmarktregio’s met een redelijk vergelijkbare, sterk geïntegreerde regionale

uitvoeringsstructuur: Helmond-De Peel, Rivierenland en Gorinchem.

Niet alleen in de arbeidsmarktregio Rijk van Nijmegen, maar ook landelijk en in andere regio’s

wordt gesignaleerd dat kandidaten in de loop der jaren moeilijker bemiddelbaar zijn geworden. En net als in Rijk van Nijmegen is ook landelijk het aandeel jongeren in de uitstroom relatief hoog. De ontwikkelingen op een aantal prestatie-indicatoren komen in de regio Rijk van

Nijmegen redelijk overeen met die in vergelijkbare arbeidsmarktregio’s en met landelijke trends. We zien dat de uitstroom uit de uitkering naar werk in zowel Rijk van Nijmegen als

Helmond-De Peel, Rivierenland en Gorinchem afneemt na 2018, waarbij het coronajaar 2020 in alle regio’s een dieptepunt vormt. Het percentage werkenden uit de doelgroep Banenafspraak

neemt van 2015 tot en met 2020 juist in alle regio’s toe. De relatieve stijging is in Nijmegen nog wat sterker dan in de andere regio’s. We concluderen hiermee dat de prestaties van Rijk van

Nijmegen over het algemeen vergelijkbaar zijn met het landelijke beeld en met de prestaties van andere arbeidsmarktregio’s.

Index uitstroom uit uitkering naar werk in vier arbeidsmarktregio's (2017=100) 120 110 100 90 80 70 60 50

2017 Gorinchem

2018 Drechtsteden

2019

2020

Rijk van Nijmegen

Rivierenland

9

Percentage werkenden uit doelgroep Banenafspraak in vier arbeidsmarktregio's 70 % 60 % 50 % 40 % 30 % 20 % 10 %

Rijk van Nijmegen

Helmond De Peel

Drechtsteden

Gorinchem

2021 Q2

2021 Q1

2020 Q4

2020 Q3

2020 Q2

2020 Q1

2019 Q4

2019 Q3

2019 Q2

2019 Q1

2018 Q4

2018 Q3

2018 Q2

2018 Q1

2017 Q4

2017 Q3

2017 Q2

2017 Q1

2016 Q4

2016 Q3

2016 Q2

2016 Q1

2015 Q4

2015 Q3

0%

Riviereland

Meer lezen over andere arbeidsmarktregio’s? Ga naar hoofdstuk 5

De verantwoording door Werkbedrijf is voor verbetering vatbaar

WerkBedrijf rapporteert jaarlijks in de jaarstukken over de prestaties op het vlak van arbeidsbemiddeling, sociale werkvoorziening en arbeidsmatige dagbesteding. De

vertegenwoordigers van gemeenten die wij hebben gesproken, vinden de verantwoording van WerkBedrijf over het algemeen adequaat, maar zouden willen dat de verantwoording zowel

kwantitatief als kwalitatief diepgravender wordt en antwoord geeft op vragen als: Hoe duurzaam is de uitstroom? Welke verhalen hoor je van kandidaten? Welke tussenstapjes zetten kandidaten op weg naar werk? Daarbij maken sommige gemeenten de kanttekening dat extra

verantwoording wel doelmatig moet zijn en niet gepaard moet gaan met een forse stijging van de administratieve lasten voor WerkBedrijf en/of gemeenten. Vanuit de Kandidatenraad is

opgemerkt dat WerkBedrijf (te) veel stuurt op ‘harde’ kwantitatieve indicatoren die te weinig

zeggen over de daadwerkelijke ervaringen van mensen. Gezien de aard van de SW – mensen ontwikkelen – zou de verantwoording ook meer daarop gericht moeten zijn.

Wij signaleren dat de cijfers die WerkBedrijf heeft over prestaties – en die zijn aangeleverd ten

behoeve van deze evaluatie – beperkingen hebben. Hierdoor zijn ze niet toereikend om een compleet inzicht te verkrijgen in de kwaliteit en effectiviteit van de dienstverlening, in

langetermijntrends en in de prestaties van de arbeidsmarktregio Rijk van Nijmegen in

vergelijkend perspectief. WerkBedrijf is daarin niet uniek. Geen van de vier organisaties in andere arbeidsmarktregio’s waarmee we WerkBedrijf hebben vergeleken, heeft targets geformuleerd op het niveau van outcome, zoals kwaliteit van leven van kandidaten of

duurzaamheid van werk. De prestatie-indicatoren betreffen in hoofdzaak gegevens die

gemakkelijk te registreren zijn en die gemakkelijk uit bestaande registratiesystemen te halen

zijn. De prestatie-indicatoren van arbeidsmarktregio’s hebben vooral betrekking op output zoals uitstroom uit de uitkering en throughput, zoals het aantal kandidaten dat wordt begeleid. We zijn onder de drie arbeidsmarktregio’s waarmee we vergelijken geen best practice

10

tegengekomen die inzicht biedt in de effectiviteit van de dienstverlening of de kwaliteit van de uitstroom.

Meer lezen over de verantwoording? Ga naar hoofdstuk 4

Lokale sturing op uitstroom kan het draagvlak voor regionale samenwerking ondergraven Bij de oprichting van WerkBedrijf was er bij lokale bestuurders een groot draagvlak voor

regionale samenwerking. Wij constateren dat gemeenten nog steeds voordelen zien in de

aanwezigheid van een regionaal opererend werkbedrijf, maar dat het lokale perspectief de

afgelopen jaren meer is gaan prevaleren. Dat is te zien aan de toenemende behoefte van

gemeenten aan lokaal maatwerk, aan de neiging van gemeenten om de opbrengsten van

WerkBedrijf af te meten aan de lokale uitstroom uit de uitkering, en aan de sterker wordende roep in enkele gemeenten om de re-integratie misschien maar weer zelf te gaan doen.

Deze tendens lijkt niet zozeer ingegeven door de prestaties van WerkBedrijf – die immers niet

verslechterd zijn op coronajaar 2020 na – maar door de ‘natuurlijke’ neiging van gemeenten om

financiële afwegingen en lokale belangen mee te wegen. De gemeenten in de regio verschillen aanzienlijk qua wensen, politieke kleur, visie en afwegingskader. Gemeenten dragen hun

participatiebudget over aan WerkBedrijf en verwachten daar primair op lokaal niveau de

resultaten van te zien. Dit geldt zeker voor die gemeenten die te maken hebben met een krappe begroting. Ook speelt mee dat gemeenten verantwoordelijk blijven voor de dienstverlening aan

hun eigen burgers en wethouders daarover lokaal verantwoording moeten afleggen.

Het regionale niveau waarop WerkBedrijf acteert vraagt echter om een regionaal perspectief, met een goede afweging van de verschillende belangen. De toenemende wens tot lokaal

maatwerk maakt het soms lastig om tot een duidelijke regionale lijn te komen en taken efficiënt

uit te voeren. Bovendien signaleren wij een spanning tussen de wijze waarop gemeenten sturen

op de prestaties van WerkBedrijf in termen van uitstroom aan de ene kant en aan de andere kant de vraag van gemeenten om meer aandacht voor moeilijke bemiddelbare kandidaten die minder kans hebben op uitstroom naar betaald werk.

Meer lezen over de lokale sturing? Ga naar hoofdstuk 2

Aanbevelingen Op basis van onze conclusies en de suggesties van stakeholders formuleren we de volgende aanbevelingen: •

Waak voor de uitholling van WerkBedrijf en voorkom a) terugkerende discussies over lokale

prestaties en return on investment, b) toenemende inzet van maatwerk en c) eventuele overheveling van taken naar gemeenten.

•

Geef WerkBedrijf een meerjarige opdracht en meerjarige middelen om de taken adequaat uit te kunnen blijven voeren.

11

•

Maak een heldere politieke keuze voor de beleidsvisie op WerkBedrijf: als een bemidde-

lingsbedrijf gericht op uitstroom of (vooral) als een mensontwikkelbedrijf gericht op participatie en ontwikkeling van mensen. •

Overweeg een beleidsvisie waarin participatie en ontwikkeling van mensen meer centraal

komen te staan, maar vergeet daarbij niet dat ondernemers nodig zijn om werk te vinden. • •

Leg meer nadruk op persoonlijke aandacht voor de wensen en beleving van kandidaten.

Positioneer WerkBedrijf nadrukkelijker als strategische arbeidsmarktspeler binnen de ‘triple helix’ van overheid, ondernemers en onderwijs.

•

Formuleer als gemeenten gezamenlijke indicatoren die goed weergeven wat gemeenten van WerkBedrijf verwachten.

•

Zoek naar indicatoren en vormen van verantwoording die – aansluitend bij de visie op Werk-

Bedrijf – meer inzicht geven in de ontwikkeling van kandidaten en de kwaliteit van de uitstroom. •

Participeer in benchmarks zodat een zuivere regionale vergelijking mogelijk is.

Meer lezen over de aanbevelingen? Ga naar hoofdstuk 6

12

Inleiding

Dit rapport presenteert de resultaten van de evaluatie van de module WerkBedrijf van de modulair gemeenschappelijke regeling Rijk van Nijmegen. Het rapport geeft inzicht in de mate waarin de doelen in de afgelopen vijf jaar zijn gerealiseerd en bevat aanbevelingen voor de toekomst. Dit eerste hoofdstuk gaat dieper in op de achtergrond, vraagstelling en opzet van de evaluatie.

1.1

Achtergrond en aanleiding De zeven gemeenten uit de arbeidsmarktregio Rijk van Nijmegen - Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen - hebben een modulaire

gemeenschappelijke regeling (MGR) voor arbeidsbemiddeling en ICT. De module ‘WerkBedrijf

Rijk van Nijmegen’ bestaat formeel sinds 1 januari 2015. Vanaf hier spreken we vanwege de

leesbaarheid over ‘WerkBedrijf’. WerkBedrijf voert de arbeidsbemiddeling in het kader van de

Participatiewet uit, evenals de regie over de arbeidsmatige dagbesteding. Sinds 1 januari 2016 voert WerkBedrijf ook de Wet sociale werkvoorziening uit. 1

De gemeenteraad van de gemeente Wijchen heeft op 16 juni 2020 een motie aangenomen

waarin het college wordt opgeroepen “een onafhankelijk onderzoek uit te laten voeren naar de

1

Niet voor Mook en Middelaar, wel voor de gemeente West Maas en Waal.

13

wijze waarop WerkBedrijf uitvoering heeft gegeven aan zijn taken”. De overige deelnemende

gemeenten verenigd in het algemeen bestuur van de MGR hebben deze oproep overgenomen.

1.2

Centrale vraagstelling van de evaluatie Gemeenten hebben bij de start van WerkBedrijf per 1 januari 2015 een aantal doelen beoogd,

zoals omschreven in het document ‘Sterke werkwoorden’. 2 De centrale vraagstelling voor het evaluatieonderzoek zoals geformuleerd door het dagelijks bestuur van de MGR is:

•

In hoeverre zijn deze doelen in de afgelopen vijf jaar gerealiseerd vanuit het perspectief van

ondernemers, kandidaten en gemeenten? •

Welke conclusies kunnen getrokken worden uit de door WerkBedrijf behaalde resultaten ten opzichte van vergelijkbare organisaties in andere arbeidsmarktregio’s?

•

Welke aanbevelingen naar de toekomst kunnen worden geformuleerd op grond van de resultaten en ervaringen in de afgelopen vijf jaar?

1.3

Scope, evaluatiekader en deelvragen

1.3.1

Scope van de evaluatie

In de evaluatie richten wij ons op de primaire taken van WerkBedrijf op het gebied van

arbeidsbemiddeling, arbeidsmatige dagbesteding en sociale werkvoorziening. We beoordelen

in de evaluatie de uitvoering van de primaire processen en de resultaten van de dienstverlening over de periode 2016 tot en met 2020. Die beoordeling vindt plaats vanuit drie ‘lenzen’.

De eerste lens is die van de doelen voor WerkBedrijf en de feitelijke realisaties. We gaan na

welke doelen zijn geformuleerd en welke concrete prestaties en effecten zijn gerealiseerd in de afgelopen jaren. De tweede lens zijn de drie hoofdtaken van WerkBedrijf. Voor een complete evaluatie is een analyse nodig van de activiteiten, prestaties en effecten op het terrein van

arbeidsbemiddeling, sociale werkvoorziening en arbeidsmatige dagbesteding. De derde lens kijkt naar de perspectieven en percepties van de belangrijkste stakeholders bij WerkBedrijf. Dat zijn: •

Ondernemers. Vanuit het perspectief van ondernemers zijn bijvoorbeeld van belang: de

kwaliteit van ondersteuning en advisering, de geschiktheid van aangedragen kandidaten,

de deskundigheid van medewerkers van WerkBedrijf, de mate van ontzorgen en de transparantie van diensten en instrumenten. •

Kandidaten. Vanuit het perspectief van kandidaten gaat het bijvoorbeeld om maatwerk en persoonlijke dienstverlening, gebruik maken van de talenten van kandidaten, juistheid van screening en diagnose, adequate begeleiding en nazorg.

Sterke werkwoorden. Werkboek. een definitief besluit over regionale samenwerking op het domein Werk in de regio Rijk van Nijmegen. November 2013.

2

14

•

Gemeenten. Belangrijke aspecten daarbij zijn onder andere het behalen van de beleids-

doelen en de ruimte die de dienstverleningsovereenkomsten bieden voor lokaal maatwerk. De beleidsdoelen, beleidsmiddelen en governance van WerkBedrijf zijn geen onderwerp van de

evaluatie en worden als een gegeven beschouwd. Met andere woorden: de evaluatie kijkt niet naar de relevantie of haalbaarheid van de gestelde doelen, de financiële keuzes en de toereikendheid van de middelen, en de structuur voor bestuur en toezicht.

Achter de primaire processen van WerkBedrijf gaan de zogeheten secundaire processen schuil. Die hebben betrekking op intern-organisatorische zaken die ten dienste staan aan de primaire

processen, zoals personeel en faciliteiten, innovatie, communicatie. Deze secundaire processen zijn ook geen onderwerp van de evaluatie. Een uitzondering hierop vormt de rol van de

professional. Uit het document Sterke werkwoorden en latere strategienota’s blijkt dat

WerkBedrijf een expliciete visie heeft op het belang van de professional en een passende bedrijfscultuur bij de uitvoering van de taken.

1.3.2

Evaluatiekader

Als vertrekpunt voor de evaluatie van WerkBedrijf hebben wij een evaluatiekader opgesteld. Het evaluatiekader preciseert de concepten en begrippen voor de evaluatie. Op basis van het

evaluatiekader hebben we ook de centrale vraagstelling uitgewerkt in een aantal onderzoeksvragen.

De onderstaande figuur toont het raamwerk voor de evaluatie.

Figuur 1.1

Evaluatiekader

Beleidskaders

Doelen

Doelbereik Context

Strategie en KPI’s

Middelen

Mensen, geld, materieel

Uitvoering

Diensten, werkprocessen, activiteiten, instrumenten

Doelmatigheid

Prestaties

Effecten

Plaatsingen, relaties met ondernemers

Uitstroom, loonwaarde, SW-productiviteit, SWverzuim

Ervaringen en beoordelingen

15

De evaluatie van WerkBedrijf richt zich op de eerste plaats op het beschrijven van WerkBedrijf

aan de hand van de volgende aspecten, concepten en begrippen: •

Doelen en strategie. Het gaat hierbij om de beleidskaders waarbinnen WerkBedrijf ope-

reert en de doorvertaling daarvan in doelen, strategie en kritieke prestatie-indicatoren. We

beschouwen dit als een gegeven. Het is van belang de doelen en strategie goed te beschrijven, omdat het de achtergrond vormt waartegen we de andere aspecten beoordelen. •

Middelen. WerkBedrijf zet middelen in (mensen, materieel, geld) om de doelen te behalen. Ook hierbij gaat het om een beschrijving.

•

Prestaties. De dienstverlening van WerkBedrijf resulteert in concreet meetbare prestaties

die zijn toe te schrijven aan de inzet van WerkBedrijf. Een plaatsing op werk is hiervan een

voorbeeld. We beschrijven deze prestaties op basis van de door WerkBedrijf bijgehouden gegevens. •

Effecten. De dienstverlening van WerkBedrijf leidt tot (verder weg gelegen) effecten die

niet alleen door WerkBedrijf, maar ook door externe factoren worden beïnvloed. Uitstroom

uit de uitkering is hiervan een voorbeeld. We beschrijven deze effecten op basis van de door WerkBedrijf bijgehouden gegevens. •

Context. WerkBedrijf opereert in een specifieke context. Ontwikkelingen daarin, zoals

nieuwe wetgeving en de groter wordende mismatch tussen de vraag van ondernemers en het aanbod van kandidaten, zijn enerzijds verklaringen voor de behaalde prestaties en ef-

fecten, en kunnen anderzijds invloed hebben op de toekomst en op de aanbevelingen uit de evaluatie.

De evaluatie van WerkBedrijf richt zich op de tweede plaats op het beoordelen van de volgende aspecten: •

Uitvoering. WerkBedrijf voert diensten uit voor ondernemers en kandidaten conform de

dienstverleningsovereenkomsten met gemeenten. Daarbij werkt WerkBedrijf volgens een bepaalde visie op ondernemers- en kandidaatsdienstverlening en de rol van de

professional daarbij. In de evaluatie beoordelen we hoe en in hoeverre WerkBedrijf de voorgenomen diensten en activiteiten heeft uitgevoerd en in hoeverre de

uitvoeringspraktijk aansluit bij de visie op ondernemers- en kandidaatsdienstverlening zoals

neergelegd in de strategie. Ook kijken we naar eventuele knelpunten en inefficiënties in het proces, zoals bij de terugmelding van kandidaten. •

Doelbereik. Doelbereik gaat over de mate waarin de voorgenomen doelen worden

behaald. De doelen heeft WerkBedrijf omgezet in kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s) en

kritieke succesfactoren (KSF’s). Deze hebben betrekking op zowel uitvoering, resultaten als effecten. We beoordelen het doelbereik door de feitelijke gegevens over uitvoering,

prestaties en effecten te vergelijken met de streefwaarden zoals neergelegd in indicatoren.

•

Prestaties en effecten. De prestaties en effecten van WerkBedrijf beoordelen we ook door

ze waar mogelijk te vergelijken met landelijke cijfers en die van organisaties in vergelijkbare arbeidsmarktregio’s. We kijken daarbij niet naar de absolute cijfers, maar naar de richting van de ontwikkelingen. Zien we bijvoorbeeld trendbreuken in 2020 als gevolg van de coronacrisis? •

Doelmatigheid. Bij doelmatigheid draait het om de verhouding van prestaties en

middelen. WerkBedrijf opereert doelmatig als de prestaties met de inzet van minder

16

middelen redelijkerwijs niet even goed gerealiseerd hadden kunnen zijn, en als het niet

meer of betere programmaopbrengsten had kunnen realiseren met dezelfde inzet van middelen •

Ervaringen en beoordelingen. Van belang zijn ook de ervaringen en beoordelingen van belanghebbenden op alle bovengenoemde aspecten.

Niet in de figuur opgenomen zijn de aanbevelingen. Aanbevelingen vloeien voort uit de

suggesties van gesprekspartners en uit de beoordeling van de bovenstaande aspecten, tegen de achtergrond van een veranderende context.

1.3.3

Deelvragen

Op basis van het raamwerk en de verschillende aspecten daarvan, hebben we negen

onderzoeksvragen geformuleerd. 1.

Wat zijn de beleidskaders voor WerkBedrijf en hoe zijn deze vertaald in organisatiedoelen

2.

Welke middelen heeft WerkBedrijf tot zijn beschikking?

3.

4. 5. 6. 7. 8. 9.

en een strategie (missie, visie, diensten)?

Hoe en in hoeverre heeft WerkBedrijf zijn diensten voor ondernemers, kandidaten en ge-

meenten uitgevoerd en in hoeverre sluit de uitvoeringspraktijk aan bij de visie die WerkBedrijf heeft op ondernemers- en kandidaatsdienstverlening en de rol van de professional? Welke resultaten en effecten heeft WerkBedrijf gerealiseerd?

Welke conclusies kunnen getrokken worden uit de door WerkBedrijf behaalde resultaten en effecten ten opzichte van vergelijkbare organisaties in andere arbeidsmarktregio’s?

In hoeverre zijn de doelen in de afgelopen vijf jaar gerealiseerd vanuit het perspectief van ondernemers, kandidaten en gemeenten?

Hoe verhouden de behaalde resultaten zich tot de ingezette middelen?

Hoe worden de dienstverlening, prestaties en effecten van WerkBedrijf door ondernemers, kandidaten en gemeenten ervaren en beoordeeld?

Welke aanbevelingen naar de toekomst kunnen worden geformuleerd op grond van de resultaten en ervaringen in de afgelopen vijf jaar?

1.4

Onderzoeksverantwoording

1.4.1

Klankbordgroep

De evaluatie is begeleid door een commissie bestaande uit Lucile Braam (WerkBedrijf), Nick Derks (wethouder gemeente Wijchen), André van Ginkel (gemeente Nijmegen), Ina Hol (WerkBedrijf), Petra Molenaar (wethouder gemeente Nijmegen) en Huub van Nijnatten

(werkorganisatie Druten Wijchen). De commissie is drie keer (online) bijeengekomen om het onderzoeksvoorstel, het evaluatiekader en het conceptrapport te bespreken en becommentariëren.

17

1.4.2

Documentstudie

Bij de uitvoering van de evaluatie zijn de diverse documenten bestudeerd die zijn aangeleverd door WerkBedrijf. Het gaat om beleidskaders, begrotingen en jaarrekeningen, verslagen van bestuursvergaderingen, voortgangsrapportages, overeenkomsten, jaarverslagen over

klachten(afhandeling) en onderzoeksrapporten. Deze documenten hebben een feitelijk inzicht

gegeven in de doelen, werkwijze, prestaties en effecten van WerkBedrijf.

1.4.3

Analyse cijfermatige informatie

Voor de evaluatie is een analyse uitgevoerd van kwantitatieve informatie over de uitvoering van taken door WerkBedrijf, de tevredenheid met de dienstverlening, de ontwikkeling van het

bijstandsbestand en de prestatie-indicatoren van WerkBedrijf. Deze informatie is afkomstig van WerkBedrijf, CBS (banen en bijstandsdichtheid arbeidsmarktregio), VNG

(waarstaatjegemeente.nl), Divosa (Benchmark Werk & Inkomen), Cedris (verdeling SW’ers over werkvormen), jaarverslagen van andere werkbedrijven en SBCM (ziekteverzuim SW).

Ook heeft een vergelijking plaatsgevonden van de prestaties van WerkBedrijf met de prestaties van vergelijkbare organisaties in andere arbeidsmarktregio’s. Het gaat hierbij om een

kwalitatieve vergelijking en geen benchmark. Vanwege verschillen in werkwijze, doelgroepen, operationalisering, definities en registratiesystemen is informatie van andere werkbedrijven in andere arbeidsmarktregio’s meestal niet te vergelijken met die van WerkBedrijf. 3 Bovendien

neemt de regio Rijk van Nijmegen niet deel aan de landelijke benchmarks die er zijn, zoals de

Divosa Benchmark Werk en Inkomen. Ook komen de gegevens die CBS publiceert over de inzet van re-integratievoorzieningen niet overeen met de bij WerkBedrijf beschikbare gegevens. Zo

lijkt het op basis van CBS-gegevens alsof het instrument loonkostensubsidie in de regio Rijk van Nijmegen nauwelijks wordt ingezet, terwijl uit de cijfers van WerkBedrijf een heel ander beeld

ontstaat. Het is daardoor niet mogelijk een objectieve vergelijking te maken van de inzet van reintegratievoorziening in Rijk van Nijmegen en andere arbeidsmarktregio's.

1.4.4

Interviews

Bij stakeholders hebben we semigestructureerde (groeps)interviews afgenomen. Geïnterviewd

zijn vertegenwoordigers van de deelnemende gemeenten, vertegenwoordigers van kandidaten, medewerkers van WerkBedrijf, samenwerkingspartners en ondernemers. In totaal hebben 61 personen deelgenomen aan een (groeps)interview.

In de onderstaande tabel staan de uitgevoerde interviews.

Een voorbeeld: werkbedrijf Senzer publiceert net als WerkBedrijf in het jaarverslag informatie over de toegevoegde waarde per fte SW. Bij Senzer maken kandidaten uit de Participatiewet al meerdere jaren en in relatief grote aantallen gebruik maken van de voorziening nieuw beschut werk, terwijl deze mogelijkheid bij WerkBedrijf zeer beperkt wordt gebruikt. Hierdoor is de toegevoegde waarde per fte SW tussen deze twee organisatie niet te vergelijken.

3

18

Tabel 1.1

Geïnterviewde stakeholders

Stakeholder Gemeenten

Interviews 7 interviews met wethouders

1 groepsgesprek met beleidsmedewerkers

1 groepsgesprek met uitvoerende medewerkers (o.a. inkomensconsulenten en participatiecoaches) 1 groepsgesprek met teamleiders Kandidaten

3 groepsgesprekken met de kandidatenraad

Ondernemers

2 groepsgesprekken met ondernemers

MGR/WerkBedrijf

1 interview met de voorzitter van de MGR 2 interviews met directeuren

2 groepsgesprekken met managers

1 groepsgesprek met projectleiders

2 groepsgesprekken met consulenten Samenwerkingspartners

5 interviews met samenwerkingspartners

De onderzoekers hebben vooraf aangegeven met welke typen gesprekspartners een interview wordt afgenomen. WerkBedrijf heeft vervolgens de contactgegevens van potentiële

gesprekspartners doorgegeven. Bij de groep ondernemers zijn ondernemers geworven die

hebben deelgenomen aan het klantonderzoek dat WerkBedrijf laat uitvoeren. In de vragenlijst is de vraag opgenomen of ondernemers bereid waren deel te neem aan een groepsgesprek ten behoeve van de evaluatie van WerkBedrijf. 21 ondernemers hebben daarop ‘ja’ gezegd. Deze zijn benaderd voor het groepsgesprek.

De interviews hebben met name informatie opgeleverd over de ervaringen met de

dienstverlening, samenwerking, prestaties en verantwoording door WerkBedrijf. Ook hebben de

gesprekspartners ideeën met ons gedeeld over verbetermogelijkheden.

1.4.5

Analyse

Op het verzamelde materiaal hebben we een overkoepelende analyse uitgevoerd. Daarbij

hebben we de data thematisch ingedeeld met behulp van het evaluatiekader. Voor het trekken van conclusies hebben we datatriangulatie toegepast. Dat wil zeggen dat we onze uitspraken baseren op meerdere bronnen.

1.5

Leeswijzer Dit rapport bestaat naast dit inleidende hoofdstuk uit vier hoofdstukken: Hoofdstuk 2 beschrijft de oprichting, beleidskaders en context van WerkBedrijf. Ook bevat dit hoofdstuk de opvattingen van belanghebbenden over de organisatie die WerkBedrijf is en de strategische keuzes die zijn gemaakt. In dit hoofdstuk beantwoorden we deelvragen 1 en 2.

19

Hoofdstuk 3 gaat in op de uitvoering van de taken op het vlak van arbeidsbemiddeling, sociale

werkvoorziening en arbeidsmatige dagbesteding. We beschrijven ook de veranderingen die zijn opgetreden in de dienstverlening en de ervaringen en opvattingen van belanghebbenden met de dienstverlening van WerkBedrijf. In dit hoofdstuk beantwoorden we deelvragen 3 en 8.

Hoofdstuk 4 bevat een analyse van de prestaties van WerkBedrijf en van het doelbereik en de

doelmatigheid. Ook gaan we in op de verantwoording door WerkBedrijf en de opvattingen van belanghebbenden daarover. In dit hoofdstuk beantwoorden we deelvragen 4, 7 en 8.

Hoofdstuk 5 plaatst WerkBedrijf in een breder perspectief. We vergelijken de structuur, sturing en verantwoording en prestaties van WerkBedrijf met andere regionale uitvoeringsorganisaties en met landelijke cijfers. Hiermee beantwoorden we deelvraag 5.

Hoofdstuk 6 bevat de overkoepelende conclusies en aanbevelingen. We beantwoorden hierin ook de meer overkoepelende deelvragen 6, 8 en 9.

20

Beleidskaders en context van WerkBedrijf Zeven gemeenten in het Rijk van Nijmegen hebben gezamenlijk besloten tot de oprichting van WerkBedrijf Rijk van Nijmegen. In dit hoofdstuk beschrijven we de achtergrond van deze samenwerking (2.1) en de beleidskaders van de ontstane organisatie (2.2). Ook beschrijven we de taken en middelen van WerkBedrijf (2.3). We gaan in paragraaf 2.4 in op ontwikkelingen in de context. Vervolgens beschrijven we de zienswijze van betrokkenen op de taken en middelen van WerkBedrijf, en de vraagstukken die daarbij spelen (2.5). We sluiten het hoofdstuk af met een tussenconclusie (2.6).

2.1

Oprichting WerkBedrijf Rijk van Nijmegen

2.1.1

Achtergrond en aanleiding

Samenwerking tussen gemeenten in het Rijk van Nijmegen is niet nieuw. Al lange tijd werken

gemeenten in de regio op diverse terreinen samen. In 2011 is de basis gelegd voor een forse

intensivering van de samenwerking tussen gemeenten in de regio om uitvoering te geven aan arbeidsmarktbeleid en de arbeidsbemiddeling van diverse doelgroepen. In 2013 hebben de, toen nog negen, gemeenten hun ambitie om meer samen te werken nader geconcretiseerd. Hun voornemen was om één regionaal Werkbedrijf te bouwen. 4 Per 1 januari 2015 is het

4

Werk is de uitkomst!, p.3, Sterke Werkwoorden, p.6-7.

21

regionale WerkBedrijf Rijk van Nijmegen een feit. In dit regionale WerkBedrijf hebben zeven gemeenten hun krachten gebundeld: Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar Nijmegen en Wijchen.

De directe aanleiding voor het onderzoeken van verregaande samenwerking in de regio was de aankondiging van de Wet Werken naar Vermogen in 2011. Deze wet werd voor de invoering

ervan controversieel verklaard. Met het aantreden van een nieuw kabinet werd als alternatief de Participatiewet geïntroduceerd. Zodoende kwam het in 2015 met de invoering van de

Participatiewet alsnog tot één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt: de WSW,

Wajong en Wwb. Gemeenten geven sindsdien uitvoering aan de Participatiewet. 5 In datzelfde

jaar trad de Wet Banenafspraak in werking, waarin is vastgelegd dat werkgevers extra banen (125.000) voor mensen met een arbeidsbeperking creëren. Aan UWV en gemeenten was de

opdracht om werkgevers te ondersteunen bij het realiseren van de extra banen. De indeling in

35 arbeidsmarktregio’s bood daarvoor de structuur. 6 Met de Participatiewet ging ook een forse

bezuinigingsopdracht gepaard. Het regionale participatiebudget nam af van bijna 19 miljoen

euro in 2013 tot 15 miljoen euro in 2018. Bovendien is de groep uitkeringsgerechtigden in de Participatiewet toegenomen, omdat er een groep mensen is die geen toegang meer heeft tot de Wajong en de sociale werkvoorziening. 7 Dit vraagt om een efficiënte benutting van de beschikbare middelen.

Box: Arbeidsbemiddeling was complex en omslachtig Voorafgaand aan de invoering van de Participatiewet en de oprichting van WerkBedrijf hadden ondernemers met een vraag naar personeel te maken met tal van regelingen en organisaties. Gemeenten, UWV, AWBZ-instellingen en SW-bedrijf Breed hadden allemaal aanbod en

concurreerden met elkaar voor dezelfde beschikbare arbeidsplaatsen. Dit betekende ook dat

ondernemers door verschillende organisaties benaderd werden, met elk hun eigen regelingen en instrumenten. Arbeidsbemiddeling was zodoende complex en omslachtig. 8

Naast een wettelijke opdracht waren er andere redenen voor de gemeenten om meer

samenwerking te zoeken. Ten eerste vroegen werkgevers om betere facilitering en ontzorging

bij het aannemen van werkzoekenden met een verminderd arbeidsvermogen. Deze vraag is niet los te zien van de Banenafspraak en de extra door werkgevers te realiseren banen. Ten tweede vermindert de samenwerking de organisatorische kwetsbaarheid van de individuele gemeenten. 9 Ten derde biedt WerkBedrijf kansen om professionaliteit rondom

arbeidsbemiddeling in één organisatie te bundelen. 10 Ten slotte is gesignaleerd dat diverse

ontwikkelingen, waaronder demografische ontwikkelingen, samenwerking op diverse thema’s wenselijk maken. Zo verschilt de leeftijdsopbouw van de beroepsbevolking tussen de

5

Werk is de uitkomst!, p.3, Sterke Werkwoorden, p.6-7.

Kennisdocument Wet Banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten (2020); De Beleidsonderzoekers (2021) Perspectief op bestaanszekerheid en arbeidsparticipatie, p.192-194.

6

7

Zo werkt het, p.9.

8

Zo werkt het, p.4.

9

Sterke Werkwoorden, p.7.

10

Zo werkt het, p.3.

22

gemeenten en dat geldt ook voor het profiel van werkzoekenden en het beschikbare

arbeidsaanbod. Door samen te werken kunnen gemeenten deze verschillen ondervangen. 11

2.1.2

Structuur en inrichting

De zeven gemeenten hebben besloten tot de oprichting van een Modulair Gemeenschappelijke Regeling (MGR). Deze MGR bestaat uit twee uitvoeringsmodules, namelijk de module

WerkBedrijf Rijk van Nijmegen en de module ICT Rijk van Nijmegen (iRvN). Het achterliggende

idee hiervan is dat gemeenten in de regio een keuze kunnen maken voor de uitvoeringsmodules waar zij op aan willen sluiten en op welke niet. De module WerkBedrijf wordt inhoudelijk

aangestuurd door de Bestuurscommissie Werk. Deze Bestuurscommissie Werk bestaat uit de

Portefeuillehouders Werk van de zeven gemeenten, de regiomanager van UWV en de directeur van het WerkBedrijf. Formele besluiten worden genomen door het Algemeen Bestuur en het

Dagelijks Bestuur van de MGR. De Bestuurscommissie Werk bereidt de besluitvorming voor en adviseert aan het Algemeen en Dagelijks Bestuur. 12

In 2015 zijn de afdelingen Werk van de zeven gemeenten opgegaan in WerkBedrijf Rijk van Nijmegen. In 2016 werd ook SW-bedrijf Breed onderdeel van het WerkBedrijf. Zij vormen gezamenlijk de uitvoeringsorganisatie WerkBedrijf Rijk van Nijmegen. Er is één re-

integratieverordening Participatiewet voor de zeven samenwerkende gemeenten in het Rijk van Nijmegen vastgesteld. Dat betekent dat het instrumentarium ten aanzien van de

arbeidsinschakeling op grond van de Participatiewet voor alle zeven gemeenten gelijk is. De

deelnemende gemeenten hebben de taak van het opstellen van deze re-integratieverordening uitbesteed aan het Algemeen Bestuur van de MGR. In de re-integratieverordening zijn de

voorzieningen opgenomen die WerkBedrijf kan inzetten voor kandidaten. Het is aan WerkBedrijf om te bepalen wat in een concreet geval een geschikte voorziening is. Daarmee ligt de

uitvoeringsverantwoordelijkheid bij WerkBedrijf. 13 Gemeenten zijn wel verantwoordelijk voor

het beleid: de gemeenteraden bepalen de strategische kaders en stellen de financiële middelen beschikbaar aan WerkBedrijf om deze kaders uit te voeren. 14

Naast WerkBedrijf, die als uitvoeringsorganisatie fungeert, bestaat de Regionale Tafel

Arbeidsmarkt (RTA). In 2017 is besloten tot oprichting hiervan, omdat werkzoekenden

onvoldoende aansluiting vinden bij de vraag van werkgevers, en omdat als gevolg van

ontwikkelingen nieuwe functies ontstaan waarvoor werkzoekenden onvoldoende passende

kwalificaties hebben. Het doel van de RTA is de mismatch op de regionale arbeidsmarkt aan te

pakken en te verkleinen. De RTA is een tactische werktafel die voorziet in samenwerking tussen overheid, ondernemers en onderwijs. In de RTA zijn vertegenwoordigd de wethouders Werk & Inkomen en Economische Zaken uit de arbeidsmarktregio Rijk van Nijmegen, ondernemers,

11

Lokale belangen in een sterke regio, p.3.

12

Daadwerkelijk, p.11-13; Lokale belangen in een sterke regio, p.5.

13

Re-integratieverordening Participatiewet Rijk van Nijmegen, via: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR609294/1.

14

Werk is de uitkomst, p.33.

23

vakbonden, onderwijsinstellingen, UWV en WerkBedrijf Rijk van Nijmegen. 15 De RTA valt buiten

de scope van de evaluatie, maar is in diverse opzichten wel verbonden aan WerkBedrijf.

2.1.3

SW-bedrijf Breed

In 2012 is een start gemaakt met de transitie van SW-bedrijf Breed. Breed moest een omslag

maken van productiebedrijf naar een arbeidsbemiddelingsbedrijf. De bedoeling was dat meer mensen buiten de muren van het SW-bedrijf aan de slag zouden gaan. Na afronding van dit

transitieproces, in 2016, is Breed opgegaan in WerkBedrijf. Er is om een aantal redenen voor de integratie van Breed in WerkBedrijf gekozen. Ten eerste hebben zowel Breed als WerkBedrijf arbeidsbemiddeling als kernfunctie. Het lag voor de hand om die functies te verbinden. Ten tweede is binnen Breed veel kennis en expertise beschikbaar over mensen met een

arbeidsbeperking, iets waar WerkBedrijf met de komst van nieuwe doelgroepen goed gebruik

van zou kunnen maken. Ten derde betekent een bundeling van kennis en ervaring kansen voor de verdere professionalisering van het vak arbeidsbemiddeling. Ten slotte zou het “laten uitsterven” van Breed leiden tot kapitaalvernietiging. 16

2.2

Beleidskaders WerkBedrijf Rijk van Nijmegen is een arbeidsbemiddelingsbedrijf. WerkBedrijf heeft als

belangrijkste taak om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt bij elkaar te brengen, voor de

doelgroepen van gemeenten: namelijk mensen die onder de Participatiewet vallen en onder de Wet maatschappelijke ondersteuning.

2.2.1

Missie en visie

De opvatting van WerkBedrijf bij de start in 2015 was dat werk de uitkomst moet zijn. 17 Het streven is zoveel mogelijk mensen te bemiddelen naar zo regulier mogelijk werk binnen

bedrijven. De ambitie van WerkBedrijf is zodoende om tot een inclusieve arbeidsmarkt te komen, waaraan iedereen, ook mensen met een arbeidsbeperking, duurzaam kunnen

deelnemen. 18 Als missie hanteert WerkBedrijf dat het steeds meer organisaties wil verrijken met

verrassende mensen. Dat komt concreet tot uiting in de visie dat alle organisaties in de regio Rijk van Nijmegen met meer dan 25 werknemers in dienst, minimaal één kandidaat afkomstig van

WerkBedrijf in dienst hebben. 19 In 2017 werd dit aangescherpt tot het streven dat WerkBedrijf in

2019 is uitgegroeid tot het meest toonaangevende bedrijf van ons land op het gebied van

arbeidsbemiddeling. […] We staan erom bekend dat we een partner zijn, die maatschappelijk

verantwoord ondernemen mogelijk en makkelijk maakt. Centraal in de visie staan een scherpere

15

Netwerkovereenkomst Regionale Tafel Arbeidsmarkt.

16

Sterke Werkwoorden, p.8; Zo werkt het!, p.5.

17

Sterke Werkwoorden, p.10.

18

Werk is uitkomst, p.9.

19

Daadwerkelijk in bedrijf, p.9.

24

focus op de bedrijfsdienstverlening aan ondernemers en een positiever mensbeeld van kandidaten. 20

WerkBedrijf heeft drie kernwaarden geformuleerd voor de organisatie: • •

Iedereen is van waarde: iedereen doet mee

We gaan uit van wat mensen wel kunnen. Vanuit dit perspectief zijn er voor iedereen kansen op de arbeidsmarkt.

•

Goede relaties zijn de sleutel tot succes: (blijvend) investeren in een relatie gericht op vertrouwen en wederkerigheid. 21

2.2.2

Doelen en uitgangspunten

Om te realiseren dat zoveel mogelijk kandidaten werk krijgen en behouden bij reguliere

bedrijven, intensiveert WerkBedrijf de contacten met werkgevers, professionaliseert het de

dienstverlening en zet instrumenten in om werkgevers en kandidaten te ondersteunen. 22 In de

kern bestaat de dienstverlening van WerkBedrijf uit drie aspecten, namelijk

bedrijfsdienstverlening, kandidaatsbenadering en de verbindingsfunctie tussen werkgevers en kandidaten (matching). Op elk van deze taken zijn doelen geformuleerd. Daar gaan we hier nader op in.

De ambitie voor de bedrijfsdienstverlening is dat WerkBedrijf een betrouwbare en

waardevolle partner wil zijn voor werkgevers die zoeken naar arbeidscapaciteit, voor een

passende prijs en die maatschappelijk verantwoord is. Doel is om werkgevers te faciliteren en te

ondersteunen bij het invullen van de garantiebanen. Samen met werkgevers creëert WerkBedrijf mogelijkheden om mensen naar betaald werk te laten groeien. De vraag van werkgevers staat centraal bij het ontwikkelen van kandidaten. WerkBedrijf is gericht op de buitenwereld en ziet de ondernemer als klant. De bedrijfsdienstverlening is zodoende leidend voor WerkBedrijf. 23

De ambitie voor de kandidaatsbenadering is zoveel mogelijk kandidaten perspectief te bieden op werk en hen mogelijkheden te bieden om zelf hun kansen te vergroten en te benutten.

WerkBedrijf werkt mensgericht en integraal, in plaats van dat de verschillende regelingen en

verschillend beleid het uitgangspunt van de dienstverlening vormen. Daarbij gaat WerkBedrijf uit van de kansen die iemand heeft op het vinden van een baan. Om de ambitie te kunnen

realiseren, is het uitgangspunt dat re-integratie op de werkvloer plaatsvindt. Dat betekent dat kandidaten snel in contact worden gebracht met bedrijven. 24

Specifiek voor jonge mensen zet WerkBedrijf in op het bestrijden van de jeugdwerkloosheid en

het voorkomen van voortijdig schoolverlaten. Daartoe trekt WerkBedrijf samen op met onderwijs

20

Daadwerkelijk in bedrijf, p.2.

21

Meer dan werk, p.19.

22

Werk is de uitkomst, p.9-10.

23

Werk is de uitkomst, p.10; Sterke Werkwoorden, p.11; Daadwerkelijk in bedrijf, p.8.

24

Sterke Werkwoorden, p.16-19; Werk is de uitkomst, p.10.

25

en bedrijfsleven, om passende stage- en leerwerkplekken beschikbaar te stellen en ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk jongeren met een startkwalificatie de arbeidsmarkt opgaan. 25

De essentie is dat WerkBedrijf werkgevers (bedrijven) en kandidaten (werkzoekenden) met

elkaar in verbinding brengt. Daartoe werkt WerkBedrijf oplossingsgericht, en sluit WerkBedrijf aan bij de vraag van de werkgever en bij de vaardigheden van de kandidaat. 26 WerkBedrijf

brengt bedrijven en kandidaten rechtstreeks met elkaar in contact om partijen een goed beeld te geven van capaciteiten en mogelijkheden over en weer. 27

2.2.3

Dienstverleningsovereenkomst

Jaarlijks sluit elke gemeente een dienstverleningsovereenkomst af met de MGR WerkBedrijf. In deze dienstverleningsovereenkomst is vastgelegd welke diensten WerkBedrijf uitvoert namens de gemeenten. Alle gemeenten maken gebruik van de basisdienstverlening van WerkBedrijf. Daartoe hevelen gemeenten het participatiebudget over naar WerkBedrijf. Daarnaast maken gemeenten afspraken over maatwerk en eventueel meerwerk, wat betrekking heeft op extra opdrachten en projecten. Maatwerk wordt betaald uit het participatiebudget en meerwerk vanuit andere middelen die zij in willen zetten voor de arbeidsbemiddeling. 28

2.3

Taken en middelen WerkBedrijf is verantwoordelijk voor de arbeidsbemiddeling van mensen met een arbeidsbeperking. WerkBedrijf onderscheidt een aantal groepen kandidaten:

Mensen die onder de Participatiewet vallen (met en zonder verminderde loonwaarde);

•

Mensen met een WSW-indicatie;

•

Mensen met een indicatie arbeidsmatige dagbesteding.

•

Het doel van WerkBedrijf is dat zoveel mogelijk kandidaten uitstromen naar zo regulier

mogelijke arbeid. WerkBedrijf kan voorzieningen inzetten om plaatsingen bij werkgevers te

realiseren. De keuze voor de inzet van voorzieningen is afhankelijk van de kandidaat en van de werkgever. Het uitgangspunt is om de meest lichte, maar adequate voorziening in te zetten. 29 Box: in te zetten voorzieningen •

Werkgeversbonus

•

(Tijdelijke) loonkostensubsidie

• •

Proefplaatsing Jobcoaching

25

Werk is de uitkomst, p.10.

26

Sterke Werkwoorden, p.20.

27

Daadwerkelijk in bedrijf, p.8.

28

Werk is de uitkomst, p.27.

29

Re-integratieverordening Participatiewet Rijk van Nijmegen.

26

•

Leerwerkplek

•

Taalstages en oriëntatietrajecten voor anderstaligen

• • • • • •

2.3.1

Ontwikkeltraject Beschut werken Scholing

Diagnose

Premie voor het werken op een participatieplaats Overige vergoedingen

Bedrijfsdienstverlening

Om uitstroom van kandidaten naar passend werk te kunnen realiseren, zijn werkgevers nodig

die behoefte hebben aan arbeidskrachten. Bedrijven creëren de werkgelegenheid die nodig is om kandidaten aan het werk te helpen. Daarom stelt WerkBedrijf de bedrijfsdienstverlening centraal: ondernemers zijn de klanten van WerkBedrijf. In de kern draait de

bedrijfsdienstverlening om het ontzorgen van de werkgever. 30 WerkBedrijf wil zich in de

dienstverlening opstellen als partner van werkgevers. Werkgevers worden sterker aangesproken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid, onder andere door middel van de

Banenafspraak, en WerkBedrijf adviseert en ondersteunt bedrijven met oplossingen en mogelijkheden voor de invulling van die verantwoordelijkheid. 31

2.3.2

Kandidaatsdienstverlening

WerkBedrijf gaat uit van wat kandidaten wel kunnen bij de toeleiding naar de arbeidsmarkt.

WerkBedrijf onderscheidt in de kandidaatsdienstverlening vier groepen kandidaten op basis van hun afstand tot de arbeidsmarkt. De dienstverlening van WerkBedrijf is (gedeeltelijk) afhankelijk van het type kandidaat. 1. 2. 3.

4.

2.3.3

Werkfit: mensen die, met een beetje ondersteuning, regulier werk kunnen vinden.

Tijdelijke ondersteuning: mensen die zich kunnen ontwikkelen naar regulier werk met de juiste (tijdelijke) ondersteuning/interventies.

Structurele ondersteuning: mensen die structureel ondersteuning nodig hebben.

Zeer intensieve begeleiding: mensen die structureel zeer intensieve begeleiding nodig hebben om op de arbeidsmarkt actief te kunnen zijn. 32

Verbindingsfunctie

Uiteindelijk draait het om de match tussen vraag en aanbod: weten werkgever en kandidaat elkaar te vinden? Het is de taak van WerkBedrijf om hen bij elkaar te brengen. De

verbindingsfunctie is in feite de essentie van WerkBedrijf. De verbindingsfunctie komt pas tot uiting wanneer zowel kandidaat als werkgever bekend zijn bij WerkBedrijf. Aan de ene kant moet de vraag van de werkgever goed in beeld zijn en aan de andere kant moeten de

30

Sterke Werkwoorden, p.11.

31

Sterke Werkwoorden, p.9.

32

Sterke Werkwoorden, p.18.

27

vaardigheden en competenties van de kandidaat in kaart zijn gebracht. Het is aan WerkBedrijf om werkgevers en kandidaten direct met elkaar in contact te brengen.

Om daadwerkelijk tot een match te komen kan WerkBedrijf instrumenten inzetten. De inzet van passende en aantrekkelijke arrangementen draagt bij aan het verbinden van kandidaten en

bedrijven. 33 Een duurzame match vraagt meer dan alleen het in contact brengen van werkgever

en kandidaat. De verbindingsfunctie bestaat uit: •

Goede voorbereiding van kandidaat en werkgever, zodat beide vooraf weten wat er wordt verwacht;

• •

Bemiddeling van kandidaten;

Ontwikkeling van kandidaten op de werkplek of ter voorbereiding op een werkplek, zowel op het gebied van vakvaardigheden als werknemersvaardigheden;

•

Begeleiding op het werk, hetzij tijdelijk hetzij structureel. Jobcoaching draagt bij aan het

voorkomen van uitval, het ontzorgt de ondernemer en verhoogt de motivatie van de kandidaat; • •

2.3.4

Keuze voor en advisering over type contract aan de werkgever;

Monitoring en nazorg, om de duurzaamheid van de match te bestendigen. 34

Samenwerking

Om tot goede bedrijfsdienstverlening en kandidaatsdienstverlening te komen, resulterend in een duurzame match tussen vraag en aanbod, is samenwerking nodig met andere partijen. Natuurlijk is de samenwerking met werkgevers van belang. Daarnaast zoekt WerkBedrijf

samenwerking met onder andere kennisinstellingen, met zorgaanbieders en sociaal wijkteams, en met UWV.

Om de kans op plaatsingen van kandidaten te vergroten is tevens samenwerking gezocht met andere partijen die bijdragen aan het vinden van betaald werk. Voorbeelden daarvan zijn

uitzendbureaus, het Bureau Zelfstandigen en particuliere organisaties die een rol spelen in de

bemiddeling van kandidaten. Ook met UWV is de samenwerking aangehaald, die eveneens een rol heeft in de arbeidsbemiddeling en zodoende beschikt over een netwerk van werkgevers. De samenwerking met onderwijsinstellingen dient drie doelen. Ten eerste dragen

onderwijsinstellingen bij aan het ontwikkelen van kandidaten, zodat zij beter zijn toegerust voor de arbeidsmarkt. Ten tweede hebben onderwijsinstellingen een belangrijke rol in het

voorkomen van schooluitval en het waar nodig terugleiden naar onderwijs van jongeren die zijn uitgevallen. Ten derde doet WerkBedrijf een beroep op onderwijsinstellingen om prioriteit te

geven aan een goede aansluiting van het geboden onderwijs op de vraag van de arbeidsmarkt. Daarnaast werkt WerkBedrijf samen met partijen op het brede terrein van zorg en activering.

Een deel van de kandidaten van WerkBedrijf heeft langdurige zorg nodig en woont bijvoorbeeld in een zorginstelling. Voor andere kandidaten geldt zij soms een extra steuntje in de rug kunnen

33

Sterke Werkwoorden, p.20.

34

Sterke Werkwoorden, p.20-21; Meer dan werk, p.10.

28

gebruiken op het gebied van zorg en ondersteuning, bijvoorbeeld van het sociaal wijkteam of

van de vrijwilligerscentrale. Zodoende heeft samenwerking met zorgpartijen ten eerste tot doel om kandidaten te identificeren. Ten tweede kunnen partijen op het gebied van zorg en

ondersteuning bijdragen aan het ontwikkelen van kandidaten ter voorbereiding op werk. Ten

derde hebben zorgpartijen een rol in het begeleiden van kandidaten op het werk of op andere leefgebieden, zodat zij op het werk kunnen functioneren. Te denken valt aan schuldhulpverlening of het inzetten van een Wmo-voorziening.

2.3.5

Financiële middelen

De zeven samenwerkende gemeenten leveren een financiële bijdrage aan WerkBedrijf. Voor de bekostiging van de sociale werkvoorziening wordt voor elke SW-medewerker een kostprijs per SE 35 bepaald. De bijdrage van elke gemeente is gebaseerd op basis van het aantal SE

deelnemers in die gemeente. 36 Voor Mook en Middelaar geldt de bijdrage SW niet.

Voor onderdeel Werk is de totale bijdrage van gemeenten opgebouwd uit een aantal

componenten, namelijk het participatiebudget (p-budget, inclusief de integratieuitkering Nieuw Begeleiding en Nieuw Wajong), een deel van het Wmo-budget voor arbeidsmatige

dagbesteding (AD), loonkostensubsidies voor de uitvoering van beschut werk (BW),

loonkostensubsidies voor banenafspraak-kandidaten (regulier) en eventueel extra budget dat gemeenten inzetten bovenop het participatiebudget (meerwerk). 37

In de afgelopen jaren is de begroting van WerkBedrijf afgenomen van 81 miljoen in 2016 naar

75 miljoen in 2020. Het meeste geld (circa 60%) wordt ingezet voor de sociale werkvoorziening. De kosten hangen vooral samen met de salariskosten van (gemiddeld in 2020) 1.557 SW-

medewerkers. Het overige gaat naar onderdeel Werk en wordt ingezet voor onder andere voorzieningen (zoals ontwikkeltrajecten, arbeidsmatige dagbesteding, jobcoaching en

loonkostensubsidies), banenarrangementen kansberoepen, oude en nieuwe lokale afspraken met gemeenten, huisvesting en personeel (uitvoering).

In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de financiële resultaten die het WerkBedrijf in de afgelopen jaren heeft geboekt. Tabel 2.1

Financiële resultaten WerkBedrijf (incl. SW)

Jaar

Totale baten

Totale lasten

Resultaat

2016

€ 81.038.000

€ 80.890.000

€ 148.000

2017

€ 78.484.000

€ 78.294.000

€ 190.000

2018

€ 78.386.000

€ 78.883.000

- € 496.000

2019

€ 78.635.000

€ 78.563.000

€ 72.000

2020

€ 75.175.000

€ 72.849.000

€ 2.326.000

35

1 SE staat gelijk aan 1 FTE in de SW-sector.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11116582/1