CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 1-3 Overasselt

Raad 14 maart 2024, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Oude Kleefsebaan 1-3, Overasselt11.601 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMINGSPLAN Bestemmingsplan

Oude Kleefsebaan 1-3 Overasselt Gemeente Heumen

Bestemmingsplan Toelichting Oude Kleefsebaan 1-3 Overasselt

Versie: vastgesteld 14 maart 2024

Opgesteld door:

Inhoud 1.

2.

3.

4.

5.

6.

Inleiding ......................................................................................................................................... 3

1.1

Aanleiding ............................................................................................................................. 3

1.2

Ligging en begrenzing plangebied ..................................................................................... 3

Het plan ......................................................................................................................................... 5 2.1

Ruimtelijke en functionele hoofdstructuur ......................................................................... 5

2.2

De planlocatie ....................................................................................................................... 6

2.3

Het plan ................................................................................................................................. 9

Beleid ........................................................................................................................................... 13 3.1

Rijksbeleid ........................................................................................................................... 13

3.2

Provinciaal beleid ............................................................................................................... 14

3.3

Gemeentelijk beleid ............................................................................................................ 15

Ruimtelijke aspecten .................................................................................................................. 22 4.1

Flora en fauna .................................................................................................................... 22

4.2

Cultuurhistorie .................................................................................................................... 25

4.3

Archeologie ......................................................................................................................... 27

4.4

Mobiliteit en parkeren ........................................................................................................ 30

4.5

Technische infrastructuur .................................................................................................. 31

Milieuhygiënische en omgevingsaspecten ............................................................................. 33 5.1

Bodem en grondwater ....................................................................................................... 33

5.2

Geluid .................................................................................................................................. 34

5.3

Luchtkwaliteit en fijn stof................................................................................................... 34

5.4

Externe veiligheid ............................................................................................................... 35

5.5

Bedrijven en milieuzonering.............................................................................................. 37

Waterparagraaf ........................................................................................................................... 39 6.1

Inleiding............................................................................................................................... 39

6.2

Beleid waterschap .............................................................................................................. 39

6.3

Gemeentelijk waterbeleid .................................................................................................. 39

6.4

Waterhuishoudkundige situatie ........................................................................................ 40

6.5

Uitwerking waterparagraaf ............................................................................................... 41

Pagina 1 van 50

6.6 7.

8.

9.

Advies waterschap .............................................................................................................. 44

Uitvoerbaarheid .......................................................................................................................... 46 7.1

Economische uitvoerbaarheid ........................................................................................... 46

7.2

Maatschappelijk .................................................................................................................. 46

Juridische toelichting ................................................................................................................. 47 8.1

Aanleiding ........................................................................................................................... 47

8.2

Regels................................................................................................................................... 47

8.3

Verbeelding ......................................................................................................................... 47

De procedure .............................................................................................................................. 48 9.1

Omgevingsdialoog ............................................................................................................. 48

9.2

Vooroverleg ......................................................................................................................... 48

9.3

Te volgen procedure ........................................................................................................... 48

9.4

Verslag procedure .............................................................................................................. 48

SEPARATE BIJLAGEN: Bijlage 1: Inrichtingsplan; Bijlage 2: Akoestisch onderzoek;

Bijlage 3: Quick scan flora en fauna; Bijlage 4: Digitale watertoets

Bijlage 5: Verkennend archeologisch onderzoek Bijlage 6: Selectiebesluit archeologie Bijlage 7: Bodemonderzoek

Bijlage 8: Aerius berekening stikstof

Bijlage 9: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 10: omgevingsdialoog

Pagina 2 van 50

1. Inleiding 1.1

Aanleiding

Initiatiefnemer is eigenaar van een perceel aan de Oude Kleefsebaan 1-3 in Overasselt. Het perceel is gelegen binnen de bebouwde kom van Overasselt. Er is het voornemen om het hier gevestigde bedrijf te beëindigen en de locatie om te zetten naar een woonbestemming. Na sloop van de bedrijfsbebouwing wordt de mogelijkheid gecreëerd om 3 nieuwe woningen te bouwen en wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar burgerwoning. Voor deze karakteristieke bedrijfswoning wordt de mogelijkheid gecreëerd om deze te splitsen in 2 wooneenheden. Voor dit plan is een principeverzoek ingediend bij de gemeente Heumen. Het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Heumen heeft op 14 februari 2023 besloten in principe medewerking te verlenen aan het plan. Aan deze principe medewerking zijn voorwaarden verbonden, waar in de verdere uitwerking van het plan voldaan moet worden. Om dit plan mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan nodig, met de daarbij behorende onderbouwing dat voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening.

Bij de uitwerking van het plan zijn door de gemeente de volgende voorwaarden meegegeven: - Het plan moet voorzien worden van een goede ruimtelijke onderbouwing, inclusief een toets aan het gemeentelijk en provinciaal beleid; - In de ruimtelijke onderbouwing moet met behulp van onderzoeken worden onderbouwd dat er geen belemmeringen zijn voor de haalbaarheid van het bestemmingsplan; - De procedure zal pas worden gestart nadat een exploitatie- en planschadeovereenkomst met initiatiefnemer is gesloten en de verschuldigde bijdrage is betaald. In deze toelichting op het bestemmingsplan wordt het plan verder uitgewerkt en onderbouwd. Daarbij zal ingegaan worden op de volgende zaken: • Een beschrijving van de bestaande situatie; • De beoogde planopzet en inrichting van het perceel; • De inpassing in de beleidskaders; • De ruimtelijke en milieutechnische randvoorwaarden; • Procedurele aspecten.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van Overasselt, aan de Oude Kleefsebaan 13. Kadastraal is het gebied bekend als gemeente Heumen, sectie G, nummer 687, 688 en 567 (ged.) Het plangebied is circa 4.100 m2 groot.

Pagina 3 van 50

Figuur 1.1: topografische kaart [TOP25 PDOK Viewer]

Figuur 1.2: kadastrale situatie [Kadaster]

Pagina 4 van 50

2. Het plan 2.1

Ruimtelijke en functionele hoofdstructuur

Het plangebied maakt deel uit van de bebouwde kom van Overasselt. In groter verband ligt de locatie tussen de provinciale weg N846 en de Maas. De bebouwing in Overasselt heeft voornamelijk een woonfunctie. In het dorp komen vooral grondgebonden woningen voor. De historische lintbebouwing aan de Hoogstraat/Valkstraat en de Oude Kleefsebaan bestaat met name uit vrijstaande en halfvrijstaande woningen en voormalige boerderijen. De bebouwing in de overige woongebieden bestaat uit zowel vrijstaande, halfvrijstaande als aaneengebouwde woningen. Uit de opbouw van de kern is nog zichtbaar welke straten tegelijkertijd zijn ontwikkeld; hier is een eenheid in ruimtelijke en architectonische stijl te herkennen. De locatie sluit via de Oude Kleefsebaan aan op de N846, een oost-west verbinding tussen de kernen Heumen en Nederasselt. Van hieruit wordt ook aangesloten op de A73. Ten westen van de locatie is het gebied verstedelijkt. In zuidelijke richting gaat het gebied over in het rivierenlandschap van de Maas. Ten oosten ligt het groene landgoed De Zomp. De lokale voorzieningen van Overasselt liggen allemaal op minder dan één kilometer afstand.

Figuur 2.1: ruimtelijke hoofdstructuur [Topografische Dienst] Pagina 5 van 50

Figuur 2.2: Luchtfoto Plangebied [Google Maps]

2.2

De planlocatie

De planlocatie zelf is een bedrijfsperceel. Hier is het bedrijf van initiatiefnemer gevestigd, een fotostudio. Het bedrijf bestaat uit een woning met een aangebouwd bedrijfsgedeelte. De bewoningshistorie van deze plek gaat ver terug in de tijd (begin 19e eeuw). De huidige woning is van 1927, de aanbouw van jaren vijftig en de fotostudio van eind jaren negentig. De fotostudio is circa 280 m2 groot en ligt pal achter de woning. Achter op het terrein staat een tweede bedrijfswoning. Het perceel wordt aan de west- en noordzijde begrenst door de woonbebouwing van de Oude Kleefsebaan. De oostzijde wordt gevormd door de (oude) Valkstraat. Deze weg vormde vroeger de toegangsweg naar de zuidelijker gelegen oude boerderijen van de Kleine en Grote Zomp. Deze zijn inmiddels verdwenen, het naastgelegen landgoed refereert in haar naam nog aan deze historische situatie. Pagina 6 van 50

Het perceel bezit een eigen ontsluiting op de openbare weg. Ter weerszijden van het perceel ligt een inrit. De omgeving van de planlocatie heeft een groene uitstraling door de robuuste begroeiing op de perceelsranden. Dit vormt de overgang naar het buitengebied. Om de bouw van de nieuwe woningen mogelijk te maken worden bij de toegangsweg enkele bomen gekapt. Deze worden in de nieuwe situatie gecompenseerd met vervangende beplanting.

Figuur 2.3: bestaande beplanting

Pagina 7 van 50

Figuur 2.4: foto’s bestaande situatie

Pagina 8 van 50

Figuur 2.5: bestaande bebouwing

2.3

Het plan

Het plan ziet op de bouw van een 3-tal nieuwe woningen op het perceel, dat hieronder nader toegelicht zal worden: • Hoofdopzet van het plan; • functioneel; • bebouwing; • verkeer en parkeren; • landschappelijke inpassing; • waterberging. Hoofdopzet van het plan Het voornemen is om de huidige bedrijfsbestemming te beëindigen en deze te wijzigen naar een woonbestemming. Het plan ziet op de bouw van drie grondgebonden woningen, en de splitsing van de bestaande karakteristieke woning. Om dit mogelijk te maken wordt de bestaande fotostudio gesloopt. De bestaande oostelijke inrit gaat als toegangsweg fungeren voor de ontsluiting van het perceel. Achter de woningen komt een tuininrichting met ruimte voor bijgebouwen. Met het terugbrengen van de iets verschoven vroegere Valkstraat via de bestaande inrit van de Oude Kleefsebaan 3 wordt de historische situatie terug gebracht zonder de Pagina 9 van 50

verkeersveiligheid van de huidige situatie aan te tasten. Langs deze terug te brengen weg worden een drietal woonbestemmingen gerealiseerd die refereren aan de historische bebouwing van “De Kleine Zomp” aan deze weg. De aanwezige 2e bedrijfswoning achter op het perceel zal hiervoor verwijderd worden. Bovenstaande plannen passen bij de stedenbouwkundige ontwikkelingen van dit overgangsgebied tussen dorpskern en buitengebied. Het gebied is in de loop der jaren verdicht met meer woningen waaraan, als opmaat naar het buitengebied, een drietal woningen worden toegevoegd binnen de kern. Hiermee komt bedrijfsbestemming en bijbehorende bebouwing binnen de kern te vervallen. Hiervoor in de plaats komt een doodlopende toegangsweg om de drie woningen te ontsluiten. De woningen zullen afwisselend met de kopgevel of langsgevel aan de nieuwe weg worden gesitueerd zodat eenzelfde straatbeeld als in de rest van de wijk wordt doorgezet.

Figuur 2.6: impressie nieuwe situatie

Functioneel Functioneel worden er drie woningen toegevoegd, met enkel een woonfunctie. De bestaande karakteristieke woning leent zich voor splitsing in 2 wooneenheden. Dit sluit aan op de reeds aanwezige mogelijkheid voor 2 bedrijfswoningen op het perceel op basis van het vigerende bestemmingsplan. Conform de regeling in het vigerende bestemmingsplan zijn bij woningen aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten, bed & breakfast en/of kamerverhuur toegestaan. Pagina 10 van 50

Bebouwing Voor deze ontwikkeling is nog geen concreet bouwplan beschikbaar. Wel is al duidelijk waar de woningen ongeveer gesitueerd gaan worden. Ten behoeve van de aanvraag worden daarom de ruimtelijke kaders en randvoorwaarden beschreven waar de bouw van de woningen aan dienen te voldoen. Daarbij wordt aangesloten op de bouwregels voor woningen uit het vigerende bestemmingsplan. De volgende afbeelding geeft een impressie van de beoogde situatie.

Figuur 2.7: vogelvluchtimpressie nieuwe situatie

Volkshuisvesting De woningen richten zich op de doelgroep voor grondgebonden koopwoningen en gezinsbewoning in het middensegment. De drie woningen worden in het gemeentelijk woningbouwprogramma opgenomen. Verkeer en parkeren Voor de ontsluiting van het perceel wordt gebruik gemaakt van de bestaande inrit van Oude Kleefsebaan 3. Vanaf deze inrit worden de woningen ontsloten.

Pagina 11 van 50

Bij de woningen is voldoende ruimte om te voorzien in parkeergelegenheid op eigen terrein. Parkeerruimte is voorzien aan de voorzijde van de woningen, waar per woning ruimte is voor twee auto’s. Landschappelijke inpassing en waterberging Voor deze ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld dat voorziet in de aanplant van een fruitboomgaard, enkele bomen en hagen. Het landschappelijk inpassingsplan met nadere specificaties van aantallen en soorten, is als bijlage bijgevoegd. Tevens wordt op eigen terrein voorzien in een wadi, die dient als waterberging. Deze wadi wordt aan de zuidzijde gerealiseerd. De wadi watert indirect af op de C-watergang aan de oostzijde van het perceel. Van hieruit wordt het hemelwater verder afgevoerd naar het hoofdwatersysteem.

Figuur 2.8: beplantingsplan en waterberging

Pagina 12 van 50

3. Beleid 3.1

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het NatuurNetwerk Nederland, de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. Voorts betreft het enkele specifieke gebieden zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam en Schiphol. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) heeft het Rijk voor deze onderwerpen regels opgesteld waarmee de SVIR juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. In de SVIR worden, naast de onderwerpen van nationaal belang, accenten geplaatst op het gebied van bestuurlijke verantwoordelijkheden. Het beleid betekent een decentralisatie van rijkstaken en bevoegdheden. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en lagere overheden, burgers en bedrijven krijgen, zolang het nationaal belang niet in het geding is, de ruimte om oplossingen te creëren.

Toets gebiedsgericht beleid: Het plangebied ligt niet in een van de in het SVIR aangewezen gebieden. Dit vormt geen belemmering voor het initiatief. Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsen; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.

Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn Pagina 13 van 50

-

-

de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen.

Verantwoording De NOVI laat zich niet specifiek uit over kleinschalige ontwikkelingen zoals onderhavig plan. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor onderhavig initiatief. Ladder duurzame verstedelijking Naast de hoofddoelen uit de Structuurvisie wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is een ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit houdt in dat voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen eerst moet worden gekeken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling. Vervolgens wordt er gekeken of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt alvorens er sprake kan zijn van nieuw ruimtebeslag. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is opgenomen dat gemeenten en provincies verplicht zijn om in de toelichting van een ruimtelijk besluit de zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' op te nemen, wanneer een ruimtelijk besluit een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Toets: De bouw van drie nieuwe woningen binnen bestaand stedelijk gebied past binnen de kaders voor duurzame verstedelijking.

Het wordt niet aangemerkt als een ontwikkeling waarop de ladder duurzame verstedelijking van toepassing is.

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Het plangebied is gelegen in de stadsregio Arnhem-Nijmegen, deze regio wordt gekenmerkt door onder andere groot stedelijk netwerk met veel voorzieningen, kennisinstellingen en economische kracht in combinatie met de natuurlijke omgeving. Met name in het overgangsgebied, tussen stad en land is aldus de provincie extra aandacht door ruimte te laten voor een creatieve en kwalitatief hoogwaardige invulling van deze stadsrandzones. Pagina 14 van 50

In bestaande stedelijke gebied streeft de provincie naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. De volgende ambitie is hierin opgenomen: • Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. De bestaande bebouwde omgeving wordt optimaal benut met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. • Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. • Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. Met het voorliggende plan wordt invulling gegeven aan de transformatie van een bedrijfslocatie binnen bestaand stedelijk gebied, op de overgang naar het buitengebied. De woningen passen binnen de traditionele vraag naar gezinswoningen. Omgevingsverordening Gelderland In de Omgevingsverordening Gelderland wordt het provinciale ruimtelijke beleid vertaald in juridische regels. De voornaamste functie binnen de kern is wonen. Nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen zijn slechts toegestaan wanneer dit past in het vigerende Kwalitatief Woonprogramma en vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio.

Conform de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik dienen stedelijke functies voornamelijk binnen bestaand stedelijk gebied te worden gerealiseerd. Het voorliggende plan voor drie woningen voldoet hier aan. Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke woonlocatie, maar de herbestemming van een bedrijfslocatie binnen de bebouwde kom. Voor het plangebied zelf zijn verder geen relevante gebiedsaanduidingen of regels van toepassing in relatie tot de beoogde planontwikkeling.

3.3

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Heumen 2025 De gemeente Heumen beschikt over een Structuurvisie Heumen 2025, vastgesteld in 2014. In de structuurvisie geeft de gemeente haar visie op het ruimtelijk beleid tot 2025. Het plangebied is daarbij gesitueerd in de kern Overasselt. Het gebied Het dorp Overasselt telt circa 2.000 inwoners (zonder buitengebied). Het dorp ligt centraal in het landelijke gebied ten westen van het Maas-Waalkanaal. Het dorp ligt op korte afstand van de Maasdijk aan de oude weg (Oude Kleefsebaan) langs de dijk. De N846 (Hoogstraat) ligt aan de noordzijde van het dorp en vormt met de aangelegen winkels en voorzieningen het hart van het dorp. Deze weg zorgt ook voor de verbinding van Overasselt met de overige dorpen. Via de Kasteelsestraat is Overasselt verbonden met het vennengebied en Nijmegen. De ruimtelijke structuur van het dorp wordt bepaald door de Hoogstraat, de Oude Kleefsebaan en de Kruisbergsestraat. Tezamen vormen deze drie wegen een driehoek met de punt naar het oosten. Binnen deze driehoek is vrijwel alle bebouwing gelegen. De meest recente nieuwbouw Pagina 15 van 50

heeft plaatsgevonden ten westen van de Kruisbergsestraat. De meest historische bebouwing is te vinden langs de Hoogstraat, de Tempelstraat en de Oude Kleefsebaan. Het dorp maakt buiten de Hoogstraat een lommerrijke indruk, met name waar het grenst aan het buitengebied. In het dorp Overasselt wonen vooral meer oudere bevolkingsgroepen (45-64 jaar en ouder dan 65 jaar). Er staan in de kern Overasselt in totaal 735 woningen, waarvan 552 koopwoningen (75%) en 183 huurwoningen (25%). De woningvoorraad bestaat grotendeels uit dure vrijstaande en half-vrijstaande woningen (in totaal 82%). In tegenstelling tot het dorp Heumen is de voorraad huurwoningen met 25% vrij gering. Het dorp Overasselt beschikt over goede voorzieningen. Het winkelapparaat is voor een kleine kern als deze nog zeer behoorlijk met voldoende winkels voor de dagelijkse levensbehoeften en diverse winkels voor niet-dagelijkse levensbehoeften. Er zijn ook nog meerdere maatschappelijke voorzieningen, zoals een basisschool, een huisartsenpraktijk, een verenigingsgebouw met verschillende functies, een zeer bloeiend en omvangrijk verenigingsleven en de kerk. Iets ten westen van het dorp is aan Ewijkseweg een sportpark gelegen.

Positiebepaling • het dorp Overasselt kent een redelijk goede bereikbaarheid en is gunstig gelegen nabij de regionale en nationale hoofdinfrastructuur en het belangrijke natuur- en recreatiegebied van de Overasseltse Vennen en de Maasdijk; • de verbinding tussen het dorp en de Maasdijk is matig; • de Hoogstraat kent een hoge verkeersintensiteit en wordt gebruikt door zwaar verkeer. Dit veelal doorgaande verkeer zorgt voor klandizie voor de aanwezige horeca en detailhandel, maar levert ook overlast op in relatie tot de verblijfsfunctie; • de nieuwe woningbouw sluit niet aan bij de kwaliteitsbeleving van de bewoners. Er is teveel sprake van verdichting met relatief weinig groen en veel rijwoningen; • dorp en buitengebied zijn nog niet sterk met elkaar vervlochten; • de ruimtelijke kwaliteit van de naoorlogse woonwijken is matig; • er zijn vooral veel eengezinswoningen; • het voorzieningenniveau is goed.

Ruimtelijke visie • toekomstige dorpsuitbreiding vindt plaats aan de westzijde van het dorp met de Ewijkseweg als uiterste grens en de Zilverbergweg als uiterste zuidgrens; • de verbinding tussen het dorp en de Maasdijk wordt versterkt door middel van de aanleg van een recreatief padennetwerk; • bij herstructureringen in het dorp wordt ingezet op een verdere vergroening van de woonomgeving; • de Hoogstraat wordt heringericht ter versterking van de verblijfsfunctie van het gebied; • Overasselt vervult een zekere centrumfunctie voor (kleinschalige) voorzieningen in het gebied ten westen van het Maas-Waalkanaal. Deze voorzieningen worden ruimtelijk geconcentreerd in en bij het Verenigingsgebouw; Pagina 16 van 50

• • •

In het geval sprake is van ouderenhuisvesting door nieuwbouw of herstructurering, dan vindt dit plaats in de directe nabijheid van het Verenigingsgebouw; ten zuiden van de Oude Kleefsebaan vindt geen bebouwing plaats; de westzijde van het dorp wordt in relatie met nieuwe woningbouw meer aantrekkelijk landschappelijk ingepast, waarbij het landschap ook meer het dorp in wordt gebracht.

Relatie met ambitie Met de visie op de kleine kernen wordt op de volgende wijze invulling gegeven aan de ambities van de gemeente: • het geeft een invulling aan het behoud van de bevolking in de dorpen en daarmee draagt het bij aan de leefbaarheid; • het geeft een invulling aan een gefaseerde groei van het dorp; • het draagt zorg voor het behoud van de groene kwaliteiten van het dorp; • het draagt bij aan een veiliger woon- en leefklimaat. De Structuurvisie formuleert het ruimtelijk beleid op hoofdlijnen. De beoogde bouwlocatie is een inbreidingslocatie op een bebouwd perceel. Dit past binnen de ruimtelijke visie voor de kern Overasselt. Omgevingsvisie Heumen Volgens de nieuwe Omgevingswet moet iedere gemeente een Omgevingsvisie opstellen. De gemeente Heumen beschikt over de Omgevingsvisie Heumen, die op 26 oktober 2023 door de gemeenteraad is vastgesteld. Deze Omgevingsvisie beschrijft op hoofdlijnen de belangrijkste ruimtelijke keuzes en contouren voor het grondgebied van de gemeente Heumen. De omgevingsvisie is de opvolger van de 'Structuurvisie Heumen 2025'.

In de Omgevingsvisie is een drietal hoofdambities opgenomen die de hoofdlijnen van het gemeentelijk beleid voor de fysieke leefomgeving formuleren: - We willen klimaatbestendig zijn in 2035 en klimaatneutraal in 2050 - We wonen en werken in een gezonde, veilige en groene leefomgeving - We streven naar een circulaire economie – in de breedste zin van het woord. De fysieke leefomgeving is een veelomvattend begrip en wordt vanuit verschillende thema’s vormgegeven. Met vier thematische hoofdstukken wordt invulling gegeven aan de thema’s die in de fysieke leefomgeving een rol spelen: - Leven in een gezonde en veilige omgeving - Duurzaam Heumen - Vitale en verbonden dorpen - Gebalanceerd ondernemen en recreëren in het Heumense landschap. De planlocatie maakt deel uit van de kern Overasselt. Ten opzichte van de ‘Structuurvisie Heumen 2025’ worden de ambities voor dit gebied gecontinueerd en geactualiseerd. Voor de kern Overasselt zijn de volgende ambities geformuleerd:

Pagina 17 van 50

“Net zoals voor de andere kernen geldt dat we in Overasselt de bestaande groene plekken binnen de bebouwde kom willen behouden. Dit doen we om de kwaliteiten en kenmerken van de kern te beschermen, maar ook door rekening te houden met aspecten als gezondheid en klimaatverandering (hittestress). Het groen levert immers een positieve bijdrage aan de mentale gezondheid van onze inwoners, zorgt voor verkoeling en nodigt uit tot beweging. Verder zetten we in op vergroening van het dorp en de verweving van de westzijde van het dorp met het landschap. Er liggen kansen om de (recreatieve) verbinding met de Maasbandijk te versterken. We bouwen in Overasselt voor de lokale behoefte op versteende inbreidingslocaties in het dorp en op de uitbreidingslocatie Zilverbergweg/Kruisbergsestraat. We bouwen dan binnen het dorpse karakter, waarbij we gestapelde woningen niet direct uitsluiten. Als gemeente zetten we in op het behoud van levensvatbare basisvoorzieningen. We hebben het dan over een basisschool, dorpshuis en een vitaal verenigingsleven. Tot slot hebben we aandacht voor de verkeerssituatie op de Schoonenburgseweg/ Hoogstraat. Deze problematiek heeft al onze aandacht en zullen we ook in de toekomst verder bestuderen.” Er is sprake van een kleinschalig initiatief voor woningbouw op een inbreidingslocatie binnen de kern.

Dit door transformatie van een bestaand bedrijfsperceel naar woningbouw voor de lokale behoefte, passend bij het dorpse karakter van de kern. Het voorliggende plan past daarmee binnen de ambities van de Omgevingsvisie voor de kern Overasselt. Woonvisie gemeente Heumen 2017 De gemeente Heumen ziet de situatie op de woningmarkt veranderen. Veranderingen in wetgeving en in de samenleving hebben hun weerslag op de woningmarkt. De gemeente wil vanuit haar verantwoordelijkheid mee richting geven aan de gewenste ontwikkeling van de lokale woningmarkt. Dat doet zij door middel van het beleid dat in de woonvisie is verwoord. Deze woonvisie gaat daarbij niet alleen over woningen en nieuwbouw. Het gaat om prettig wonen in de verschillende kernen, met aandacht voor de verbinding met zorg, openbare ruimte, voorzieningen, sociale structuur. Kernvisie voor de gemeente Heumen is: prettig wonen in een groene en landelijke omgeving. Om dit te bereiken zijn vier ambities geformuleerd: 1. De gemeente Heumen wil een samenleving zijn waar mensen uit alle levensfasen en inkomensklassen de kans hebben om prettig te wonen. 2. Gemeente Heumen wordt gezien als koploper in de verduurzaming van de woningvoorraad. 3. Mensen met een zorg- of ondersteuningsbehoefte kunnen zo lang als mogelijk zelfstandig wonen. 4. De groene omgeving en de leefbare kernen maken gemeente een prettige plek om te wonen.

Het initiatief voorziet in de bouw van drie vrijstaande woningen. Deze woningen richten zich vooral op de doelgroep voor traditionele gezinswoningen, qua prijsklasse in het middensegment. De woningen worden in het gemeentelijk woningbouwprogramma opgenomen. Pagina 18 van 50

Woondeal en Collegebesluit De gemeente Heumen heeft zich geconformeerd aan de op 4 maart 2020 ondertekende regionale Woondeal Arnhem-Nijmegen. Voor de planontwikkeling aan de Oude Kleefsebaan zijn vooral de volgende afspraken in de Woondeal van belang: Door het College van B & W van de gemeente Heumen is besloten om op basis van deze Woondeal, programmatische eisen te stellen voor particuliere woningbouwplannen. In relatie tot dit plan is daarbij van belang: - In bestemmingsplannen die de ontwikkeling van een particulier woningbouwplan mogelijk maken worden geen eisen ten aanzien van de maximale prijsgrenzen c.q. woningcategorieën opgenomen; - Differentiatie-eisen m.b.t. particuliere woningbouwplannen van 11 of meer woningen worden in te sluiten anterieure overeenkomsten opgenomen. Aangezien hier sprake is van een particulier woningbouwplan van minder dan 11 woningen, worden er geen programmatische eisen gesteld aan de differentiatie naar prijsklasse. Woonagenda subregio Nijmegen e.o. 2020 – 2030 De woonagenda is een verdere uitwerking van de afspraken in de Woondeal. Het aandeel van de gemeente Heumen in het totaal tot 2030 in de regio te realiseren programma van 16.000 woningen is in deze agenda bepaald op 490 woningen. De gewenste plancapaciteit is bepaald op 637 woningen (130%). In de gemeente zijn t/m 2021 reeds 131 woningen gerealiseerd.

Om aan de uit de Woonagenda voortvloeiende opgave te voldoen, is dus een plancapaciteit van nog 506 woningen nodig. De nog resterende te benutten harde plancapaciteit is per 3 juni 2022 circa 120 woningen. De ruimte voor het toevoegen van nieuwe harde plancapaciteit is dus nog circa 386 woningen. Voor dit initiatief is dus nog voldoende planologische capaciteit. Toets aan het woonbeleid Het initiatief voorziet in de bouw van drie nieuwe grondgebonden woningen op de locatie van een voormalig bedrijf, en de mogelijke splitsing van de karakteristieke bedrijfswoning. Deze woningen richten zich vooral op de doelgroep voor traditionele gezinswoningen, qua prijsklasse in het middensegment. De woningen worden in het gemeentelijk woningbouwprogramma opgenomen, waarbinnen nog voldoende ruimte is voor kleinschalige ontwikkelingen. Bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Kernen Heumen, Overasselt, Nederasselt en Molenhoek’ (onherroepelijk 27 juni 2013). De gronden hebben de bestemming ‘Bedrijf’ en ‘Tuin’. Het perceel is voorzien van een bouwvlak. Dit bouwvlak is niet volledig benut, wat betekent dat verdere uitbreiding van bedrijfsgebouwen mogelijk is. Verder heeft het bedrijf de functie aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf-fotostudio’. Ter plaatse is tevens een tweede bedrijfswoning mogelijk.

De oude boerderijwoning is vanwege haar verschijningsvorm aangeduid als ‘karakteristiek’. Pagina 19 van 50

Over het perceel is de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologische verwachting 1' gelegen. Deze gronden zijn mede bestemd voor doeleinden ter bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden. Dit is aan de orde wanneer er (bouw)werkzaamheden plaatsvinden met een oppervlak groter dan respectievelijk 200 m2 én dieper dan 0,40 m –mv. Aan de straatzijde ligt een dubbelbestemming ‘Leiding-riool’ vanwege de daar gesitueerde rioolleiding. Over het hele plangebied ligt verder nog de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone molenbiotoop’.

Figuur 3.1: Uitsnede verbeelding BP Kernen Heumen, Overasselt, Nederasselt en Molenhoek [uit: Ruimtelijke Plannen]

Het bestemmingsplan voorziet niet in de mogelijkheid voor het realiseren van nieuwe woningen op deze locatie. Daartoe dient er een herziening van het bestemmingsplan opgesteld te worden. Met het vervallen van de bedrijfsbestemming komen ook de Pagina 20 van 50

bouwmogelijkheden voor bedrijfsgebouwen op het niet benutte deel van het bouwvlak te vervallen.

Pagina 21 van 50

4. Ruimtelijke aspecten 4.1

Flora en fauna

Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming kan volgen uit de aanwijzing van een gebied. Wat betreft soortenbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hier wordt onder andere de bescherming van plant- en diersoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Indien hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden aangevraagd. Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming is geregeld in de Wet natuurbescherming. In deze Wet zijn de volgende gronden aangewezen en beschermd: • Natura 2000-gebieden (Habitat- en Vogelrichtlijngebieden); • Wetlands. In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen Natura2000 gebieden of andere beschermde gebieden. Het meest nabij gelegen beschermde natuurgebied is de Sint Jansberg (Limburg) op circa 8,2 km. De Bruuk in Gelderland en Oeffelter Meent in Noord-Brabant liggen op meer dan 10 km afstand van de planlocatie.

Figuur 4.1: Uitsnede kaart Natura 2000-gebieden in geel [AERIUS} Pagina 22 van 50

Naast deze gebieden is het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) in het kader van de gebiedsbescherming van belang. Het NNN is een samenhangend netwerk van belangrijke natuurgebieden in Nederland. Zij bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuwe natuurgebieden en ecologische verbindingszones. Het NNN draagt bij aan het bereiken van de hoofddoelstelling van het Nederlandse natuurbeleid, namelijk: 'Natuur en landschap behouden, versterken en ontwikkelen, als bijdrage aan een leefbaar Nederland en een duurzame samenleving'. Hiertoe zijn de volgende uitgangspunten van belang: • vergroten: het areaal natuur uitbreiden en zorgen voor grotere aaneengesloten gebieden; • verbinden: natuurgebieden zoveel mogelijk met elkaar verbinden; • verbeteren: de omgeving zo beïnvloeden dat in natuurgebieden een zo hoog mogelijke natuurkwaliteit haalbaar is. Het NNN is op provinciaal niveau begrenst in het Gelders Natuur Netwerk (GNN), vastgelegd in de Omgevingsverordening.

Figuur 4.2: Gelders Natuur Netwerk [Provincie Gelderland}

De kern Overasselt ligt ten zuiden van het natuurgebied De Hatertse en Overasseltse Vennen. Aansluitend aan dit natuurgebied bevindt zich een Groene Ontwikkelingszone in het agrarische buitengebied tussen Heumen en Horssen met enkele elementen die deel uitmaken van het Natuur Netwerk. Deze zone beoogt grotere gebieden met elkaar te verbinden. Ten zuiden van de planlocatie ligt de Maas met haar uiterwaarden, die ook deels deel uitmaken van het Natuur Netwerk en deels van de Groene Ontwikkelingszone. De planlocatie zelf ligt buiten het Natuur Pagina 23 van 50

Netwerk. De afstand tot het Natuur Netwerk bedraagt in noordelijke richting (het agrarische buitengebied) circa 1,5 kilmeter, en in zuidelijke richting (Maas) circa 300 meter. Het aangrenzende Landgoed De Zomp maakt deel uit van de Groene Ontwikkelingszone. Gelet op afstand tot de beschermde gebieden en de aard van de ingreep (de sloop van bedrijfsbebouwing en de bouw van 3 nieuwe woningen) is een Aerius berekening stikstof gemaakt voor dit plan. Uit deze berekening volgt dat de effecten van het plan op de instandhoudingsdoelstellingen van beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden) nihil zijn. Een verdere aantasting of beschadiging van de waarden van het NNN c.q. een significant effect op Natura 2000-gebieden, zoals bijvoorbeeld betreding of versnippering, is niet aan de orde vanwege de afstand tot deze gebieden. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten. Naast een aantal in de wet (en daarop gebaseerde besluiten) vermelde specifieke mogelijkheden om ontheffing te verlenen van in de wet genoemde verboden, geeft de wet een algemene ontheffingsbevoegdheid.

Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. Onderzoek Voor het plan is een quick scan uitgevoerd (zie bijlage). Ten aanzien van gebiedsbescherming en houtopstanden worden geen negatieve effecten verwacht. Ten aanzien van soortenbescherming is er potentie voor verblijfplaatsen van gebouw bewonende vleermuizen. Hiervoor zijn vervolgstappen in het kader van de Wnb vereist. Dit betekent dat er een aanvullend onderzoek naar gebouw bewonende vleermuizen gedaan moet worden. Dit aanvullende onderzoek bestaat uit 5 veldbezoeken, uitgevoerd verspreid over de periode april – oktober respectievelijk. Verder dient te alle tijden rekening gehouden te worden met de Algemene zorgplicht en algemene broedvogels. Vervolg Een bestemmingsplan kan voorafgaand aan een aanvullend onderzoek vastgesteld worden, daar is duidelijke jurisprudentie over. Voor de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden onderbouwd of het bestemmingplan haalbaar is.

In dit kader is het eerste oriënterende ecologische onderzoek (quickscan) reeds uitgevoerd. Het nog moeten uitvoeren van aanvullende ecologische Pagina 24 van 50

onderzoeken hoeft het vaststellen van een bestemmingsplan niet tegen te houden. Een bestemmingsplan kan worden vastgesteld, indien er redelijkerwijs aanknopingspunten bestaan voor het oordeel dat het soortenbeschermingsregime de planrealisatie niet in de weg staat (Raad van State, 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1740). De aanvullende ecologische onderzoeken zijn jaarrond seizoensgebonden. De resultaten van deze onderzoeken zullen uitwijzen of de planrealisatie daadwerkelijk leidt tot een overtreding van de Wnb. Het aanvullende ecologische onderzoek heeft twee mogelijke uitkomsten: 1. Er is geen sprake van beschermde natuurwaarden die weg worden genomen ten gevolge van de beoogde planrealisatie óf middels maatregelen kan een mogelijke overtreding Wnb voorkomen worden. Er hoeft geen ontheffing Wnb voorhanden te zijn alvorens de ontwikkeling uitgevoerd kan worden. Er hoeven geen verdere vervolgstappen inzake Wnb soortenbescherming te worden genomen. 2. Er is wel sprake van beschermde natuurwaarden die weg worden genomen ten gevolge van de beoogde ontwikkeling. Er dient door bevoegd gezag een ontheffing Wet natuurbescherming te zijn verleend voordat de overtreding, onder voorwaarden, plaats mag vinden. Voor de onderdelen van een goede ontheffingsaanvraag kunnen de volgende argumenten worden aangedragen: a.

Het project is veelal locatiegebonden, renovatie/sloop van de gebouwen is noodzakelijk voor de ontwikkeling; b. Het renoveren/slopen van de gebouwen kan in kader van milieu-effecten een belang van volksgezondheid dienen; c. Voor gebouwbewonende vogels en vleermuizen is binnen het project eenvoudig maatregelen te treffen om verslechtering van een lokale populatie te voorkomen. Uit vorengenoemde blijkt dat, indien noodzakelijk, een ontheffing Wet natuurbescherming soortenbescherming redelijkerwijs te verkrijgen is voor de beoogde ontwikkeling. Hiermee bestaan er voldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat het soortenbeschermingsregime van de Wet natuurbescherming de planrealisatie niet in de weg staat. Daarmee kan een bestemmingsplan vastgesteld worden. In het bestemmingsplan wordt wel een voorwaardelijke bepaling opgenomen dat voorafgaand aan vergunningverlening een onderzoek moet worden uitgevoerd in het kader van de Wnb ontheffing.

4.2

Cultuurhistorie

Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. De aandacht voor cultuurhistorie is ook wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Artikel 3.1.6 onder 2 van dit Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond Pagina 25 van 50

aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. De gemeente Heumen beschikt over een cultuurhistorische waarderingskaart en beleidsnota (2017). De bedrijfswoning is hierop aangemerkt als een beeldbepalend/karakteristiek object. Ten zuiden heeft in het verleden een boerderij gestaan met bijgebouwen, welke is verdwenen. De oorspronkelijke weg hiernaar toe is verdwenen. Molens vormen karakteristieke landschapselementen die verwijzen naar de cultuurhistorie van Nederland. In de omgeving van de planlocatie is één molen aanwezig die invloed heeft op het te voeren beleid in het plangebied. Het betreft molen Zeldenrust te Overasselt, op een afstand van ruim 300 meter ten westen van het plangebied. Deze molen is in 1982 op de huidige locatie geplaatst. Het betreft een zogenaamde ‘standerdmolen (gesloten)’. De molen is in gebruik als korenmolen. Voor zinvol molenbehoud is het van belang dat molens kunnen functioneren. Om te kunnen draaien moet een molen beschikken over voldoende en een stabiele windaanvoer. Daarom is een vrije windvang gewenst. Hoog opgaande begroeiing en bebouwing zijn elementen die de windvang van de molen verminderen. Daarom wordt in een gebied rondom de molen de vrije windvang beschermd door de aanwijzing van een zogenaamde molenbiotoop. De planlocatie ligt ook binnen deze molenbiotoop.

Deze molenbiotoop is opgenomen in de regels en op de verbeelding van het bestemmingsplan en houdt in dat er in de nabijheid van molens beperkingen gelden ten aanzien van de hoogte van nieuwe gebouwen.

Figuur 4.4: Cultuurhistorische waarderingskaart [gemeente Heumen]

Pagina 26 van 50

Het plan is gericht op behoud en herstel van de cultuurhistorische situatie, aansluitend op de oorspronkelijke situatie. Met het terugbrengen van de iets verschoven vroegere Valkstraat via de bestaande inrit van de Oude Kleefsebaan 3 wordt de historische situatie terug gebracht in de vorm van een oude weg. Langs deze terug te brengen weg komen een drietal woonbestemmingen die refereren aan de historische bebouwing van “De Kleine Zomp” aan deze weg.

4.3

Archeologie

Het groeiende besef dat de toenemende ruimtelijke ontwikkelingen - en de bodemingrepen die daarmee gepaard gaan - op termijn het bodemarchief vernietigen, heeft in 1992 geleid tot de Conventie van Valletta (Verdrag van Malta). In dit Europese verdrag is vastgelegd dat het archeologisch erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter beschermd moet worden. In Nederland is het verdrag van Malta geïmplementeerd met de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). Deze is in 2016 overgegaan in de Erfgoedwet. De gemeente Heumen beschikt over een archeologische verwachtingenkaart en beleidadvieskaart. Het plangebied heeft een hoge verwachtingswaarde. In het bestemmingsplan heeft dit geleid tot de dubbelbestemming "Waarde-Archeologische verwachting 1". Voor deze gronden is een omgevingsvergunning nodig voor bouw- en grondwerkzaamheden van meer dan 200 m2 en dieper dan 0,4 m in de grond.

Pagina 27 van 50

Figuur 4.5: archeologische verwachtingenkaart [gemeente Heumen]

Voorliggend plan ziet op de ontwikkeling van drie vrijstaande woningen waarbij bouw- en grondwerkzaamheden worden uitgevoerd die de vrijstellingsoppervlakte en -diepte van 200 m2 en 40 cm zullen overschrijden. Dit houdt in dat een rapport overlegd moet worden waarin Pagina 28 van 50

de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. In mei en juni 2023 is een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Valkstraat te Overasselt. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging voor het omzetten van de huidige bedrijfs- en tuinbestemming naar een woonbestemming. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Het plangebied ligt op een rivierduin en heeft daardoor een hoge verwachting voor archeologische resten. Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. In het westelijk deel van het plangebied zijn rivierduinafzettingen (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen) in de ondergrond aanwezig. In het oostelijk deel zijn pleistocene rivierafzettingen (Formatie van Kreftenheye) aanwezig. Het rivierduin bestaat uit zwak siltig, zwak grindig, matig slecht gesorteerd kalkloos zand. Het rivierterras bestaat uit matig grof, zwak siltig, zwak grindig, kalkloos zand met leemlagen. De top van de Pleistocene rivierafzettingen ligt tussen de 150 en 165 cm -mv (7,7 – 8 m +NAP).

Deze afzettingen worden afgedekt door een verstoord/opgebracht pakket, waarbij onderin dit opgebrachte pakket een laag zonder moderne verstoringen voorkomt, welke verband zou kunnen houden met de linie uit de Tachtigjarige Oorlog. Vanaf ca. 150-100 cm -mv (7,80 m +NAP) zijn er moderne verstoringen aangetroffen in dit pakket. In boring 4 en 5 is vanaf het maaiveld tot aan 80 cm -mv in boring 4 en 100 cm -mv in boring 5 een pakket (licht)bruingrijs zand aangetroffen, waarbij het vanwege de droogte onduidelijk was of het om een plaggendek ging. In boring 5 is onder dit pakket nog sprake van een schone laag licht bruin, zwak siltig matig fijn zand aangetroffen, welke is geïnterpreteerd als een BChorizont die begint op een diepte van 100 cm -mv (8,95 m +NAP). De diepte van de C-horizont is in boring 4 op 120 cm-mv (8,6 m +NAP) en in boring 5 op 110 cm -mv (8,85 m +NAP). De verwachting voor rivierduin kan in boringen 1, 2 en 3 naar laag worden bijgesteld. Mogelijk ligt hier wel een laag in de ondergrond die verband houdt met een linie uit de Tachtigjarige Oorlog. In het westen van het blijkt dat de top van het rivierduin relatief intact is. Hier kan de archeologische verwachting voor resten uit het Laat Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen blijven gehandhaafd.

De verwachting voor resten gerelateerd aan de historische bebouwing in het zuiden van het plangebied blijft eveneens gehandhaafd. Het archeologisch onderzoeksbureau adviseert om in de gebieden ter hoogte van boringen 1, 2 en 3 een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-P) bij verstoringen groter dan 200 m2 indien de verstoringsdiepte dieper reikt dan 70 cm -mv. Het bureau adviseert daarnaast ook een IVO-P ter hoogte van boringen 4 en 5 bij verstoringen groter dan 200 m2 indien de verstoringsdiepte dieper reikt dan 50 cm -mv. In aanvulling hierop dient ook aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd bij verstoringen dieper dan 30 cm -mv ter plaatse van de historische bebouwing. Het doel van dit onderzoek is het onderzoeken van de gaafheid, omvang, datering en conservering van archeologische resten. Pagina 29 van 50

Het advies van het bureau is door het bevoegd gezag overgenomen in het selectiebesluit. Hierin zijn de verschillende zones aangegeven met bijbehorende maatregelen en voorwaarden voor grondroerende werkzaamheden. Deze zones en maatregelen worden in het bestemmingsplan overgenomen. De exacte invulling van de werkzaamheden dient voorafgaand aan het veldwerk te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE).

Figuur 4.6: zones archeologisch vervolgonderzoek

4.4

Mobiliteit en parkeren

De planlocatie is gelegen binnen de bebouwde kom. De Oude Kleefsebaan sluit aan op de provinciale weg N846 (Valkweg). De locatie wordt ontsloten op de Oude Kleefsebaan via de bestaande inrit aan de oostzijde van het perceel. Dit straatje waaraan de nieuwe woningen gesitueerd worden, heeft Valkstraat en wordt geen openbare weg. Voor het aanbieden van het huishoudelijk afval hoeft geen aparte voorziening gerealiseerd te worden. Dit wordt door de bewoners aangeboden bij de Oude Kleefsebaan, zodat de vuilniswagen niet de particuliere weg op hoeft. Het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het initiatief zal licht toenemen in vergelijking tot de huidige situatie. Het huidige bedrijf en bedrijfswoning heeft een verkeersgeneratie van Pagina 30 van 50

circa 25 verkeersbewegingen per dag. In de nieuwe situatie zal de verkeersgeneratie circa 40 verkeersbewegingen per dag zijn. Dit aantal is inpasbaar binnen de capaciteit van de bestaande wegenstructuur. Uitgaande van de parkeerkencijfers van het CROW 2018 (publicatie 381) wordt voor vrijstaande woningen en twee-onder-een-kap woningen in de rest van de bebouwde kom in weinig stedelijk gebied een norm van respectievelijk 1,9-2,7 en 1,8-2,6 parkeerplaats per woning gehanteerd. Dit betekent dat er voorzien dient te worden in 9,3-13,3 parkeerplaatsen totaal. Deze parkeerplaatsen zijn voorzien aan de voorzijde van de nieuwe woningen. Ook naast de woningen is ruimte voor parkeren, bijvoorbeeld in de vorm van een carport. Het parkeren van auto’s zal volledig op eigen terrein plaats vinden.

Figuur 4.7: parkeerkencijfers [CROW]

Geconcludeerd kan worden dat er verkeerskundig geen problemen zijn te verwachten.

4.5

Technische infrastructuur

De omgeving is aangesloten op alle gangbare technische infrastructuur zoals riolering en andere nutsvoorzieningen (water en elektra). Pagina 31 van 50

Pagina 32 van 50

5. Milieuhygiënische en omgevingsaspecten 5.1

Bodem en grondwater

Bij ruimtelijke ontwikkelingen is in de planologische procedure van belang dat de beoogde ontwikkeling plaats kan vinden op een locatie waar de milieukundige bodemkwaliteit dit toelaat. De Woningwet staat niet toe dat er gebouwd wordt op verontreinigde grond. Het realiseren van een nieuwe woning leidt tot een nieuw milieugevoelig object waarvoor eerst de bodem onderzocht moet worden. In de omgeving van het bedrijf zijn geen bodem- of grondwaterbeschermingsgebieden aanwezig. Er is derhalve geen sprake van beïnvloeding van dergelijke gebieden door het oprichten van de nieuwbouw. Het betreft geen waterpotentiegebied. De locatie is verder onverdacht, omdat deze altijd onbebouwd en in gebruik is geweest als weiland. In verband de realisatie van drie nieuwe woonpercelen en de bestemmingsplanprocedure aan de Oude Kleefsebaan 1-3 te Overasselt is een bodemonderzoek conform de NEN 5740 en een vooronderzoek volgens de NEN 5725 uitgevoerd. Na uitvoering van het vooronderzoek kon de hypothese "onverdachte, niet lijnvormige locatie" worden gesteld. Met deze onderzoeksstrategie werden in totaal 14 boringen tot 0,5 m-mv geplaatst. Drie van de boringen zijn doorgezet tot 2 m-mv. Hiervan zijn monsters van de boven- en ondergrond genomen. Zintuiglijk werden in de grondmonsters geen afwijkingen in samenstelling, geur en / of kleur geconstateerd.

Vervolgens zijn in totaal drie mengmonsters samengesteld, te weten twee van de bovengrond en één van de ondergrond. Op de locatie is een week eerder een peilbuis geplaatst, waaruit vervolgens grondwatermonsters zijn genomen. De grondwaterspiegel werd op 2,11 m-mv aangetroffen. Na analyse van de grond- en grondwatermonsters bleek dat : - in de bovengrond de achtergrondwaarden (AW) voor lood en/of PAK worden overschreden; - de ondergrond niet verhoogd is t.o.v. de AW van de onderzoeksparameters; - het grondwater van het perceel licht verontreinigd is met molybdeen en nikkel. De verhogingen met zware metalen in de bovengrond en het grondwater komenin de regio vaker voor, zonder direct aanwijsbare oorzaak. Ook de verhogingen met PAK kunnen niet worden verklaard op basis van de zintuiglijke waarnemingen. Mogelijk worden deze veroorzaakt door een enkel puindeeltje in de grondmonsters. Gezien de gehalten is geen nader onderzoek noodzakelijk. De hergebruiksmogelijkheden voor de grond, die eventueel vrijkomt bij toekomstige bouwactiviteiten, kunnen, indicatief gezien, als geschikt voor de bodemfunctieklasse wonen worden beschouwd. Hergebruik dient te geschieden conform het Besluit bodemkwaliteit en het beleid van de gemeente Heumen. Pagina 33 van 50

Geconcludeerd wordt dat er geen directe belemmeringen zijn geconstateerd in verband met de realisatie van de nieuwe woningen op het perceel.

5.2

Geluid

De mate waarin het geluid, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten (zoals woningen) worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Wet geluidhinder worden geregeld, zijn: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. In deze is alleen wegverkeerslawaai relevant. Bij de realisering van bouwplannen dient aangetoond te worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor het plan is daartoe een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd (zie bijlage). De nieuwe woningen zijn geprojecteerd in het invloedsgebied van de Oude Kleefsebaan en de provinciale weg N846. De overige wegen liggen op een dusdanige afstand van de nieuwe woning, zodat deze niet getoetst hoeven te worden conform de Wet geluidhinder. Toetsing van de berekende geluidbelastingen aan de voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde dient per geluidbron (weg) afzonderlijk te geschieden op de gevels van de geluidgevoelige bestemming. De voorkeursgrenswaarde bedraagt bij nieuwe bestemmingen met een woonfunctie 48 dB.

Verder is bij aanwezige wegen en nog niet geprojecteerde geluidgevoelige woonfunctie onder bepaalde voorwaarden een ontheffing tot maximaal 53 (wegen buiten bebouwde kom) en 63 dB (wegen binnen de bebouwde kom) mogelijk. Uit de berekeningsresultaten blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (inclusief aftrek, Rekenen meetvoorschrift geluidhinder 2012) op de woningen niet wordt overschreden. Geconcludeerd wordt daarom dat de bestemmingswijziging van een bedrijfsfunctie naar een woonfunctie en de realisatie van 3 nieuwe woningen, niet wordt belemmerd uit oogpunt van wegverkeerslawaai. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat uit oogpunt van wegverkeerslawaai. Een gevelweringonderzoek is niet noodzakelijk, aangezien de minimale gevelwering 18 dB dient te bedragen. Hieraan wordt reeds voldaan met de minimumeis volgens het Bouwbesluit 2012 van 20 dB.

5.3

Luchtkwaliteit en fijn stof

Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (paragraaf 5.2). De Wet introduceert het onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen).

Pagina 34 van 50

Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in de algemene maatregel van bestuur "Niet in betekenende mate bijdragen" (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 procent bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof en stikstofdioxide (1,2 microgram per m3) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een toevoeging van minder dan 1.500 huizen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit, omdat een dergelijk project per definitie niet boven de 3%-norm komt. Deze kwantitatieve vertaling naar verschillende functies is neergelegd in de Regeling 'niet in betekenende mate bijdragen'. Voor het vaststellen of de grenzen voor het ‘niet in betekenende mate’ worden overschreden, is gebruikgemaakt van de NIBM-tool (bron: voormalig Ministerie VROM en InfoMil). De tool is geactualiseerd op basis van de NIBM-grens van 3%. In de navolgende tabel is de uitkomst van deze berekening opgenomen. Daarbij is uitgegaan van een worst case scenario van 50 extra voertuigbewegingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13791428/1