Bijlage I Beleidskader Arbeidsmarkt en re-integratie 2024-2027 Rijk van Nijmegen
Tekst van het document
personeel en instrumenten vragen en die voortgang brengen.
omdat veel werkzoekenden behoefte hebben aan een
Aan de hand van Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s) en
praktische manier van leren.
Kritische Succes Factoren (KSF’s) kunnen we de prestaties en
7. Omdat we zien dat inwoners zonder werk vaak problemen
successen in de verschillende fases van dienstverlening van
hebben op meerdere leefgebieden, begrenzen we de duur
WerkBedrijf monitoren.
van dienstverlening door WerkBedrijf niet langer op twee
In elke rapportage van de MGR, drie maal per jaar11, wordt
jaar, maar houden we deze flexibel: we doen wat nodig en
gerapporteerd over o.a. de prestatie-indicatoren. Aan de KPI’s
passend is om te komen tot een duurzame plaatsing op werk.
is ook een doelstelling verbonden, die jaarlijks wordt vast-
8. Daarvoor is nodig dat wij met WerkBedrijf de lokale samen-
gesteld en vastgelegd in de begroting van de MGR. In de dienst-
11
werking met afdelingen Inkomen, Zorg, Schuldhulp,
verleningsovereenkomst kunnen aanvullende KPI’s worden
participatiecoaches, buurt- en wijkteams etc. intensiveren.
vastgelegd.
De MGR rapporteert drie maal per jaar aan gemeenten: in een Factsheet na het eerste kwartaal, de halfjaarrapportage en de jaarrekening.
19
Op dit moment rapporteert WerkBedrijf drie maal per jaar over de volgende KPI’s, conform het Informatieprotocol van de MGR: • Het aantal kandidaten dat volledig uit de uitkering is uitgestroomd naar werk (op basis van de bijstandscijfers van gemeenten) • Het aantal plaatsingen op betaald werk (parttime en fulltime),
• Het aantal plaatsingen op werk met behoud van uitkering (ontwikkeltraject, leerwerkplek, Op weg naar werk) • Het aantal kandidaten dat is uitgestroomd naar regulier onderwijs met financiering DUO (m.n. jongeren) • Duur van de dienstverlening (o.a. indicatie van intensiteit van de begeleiding) • Het aantal unieke relaties met ondernemers
met daarbij een onderscheid naar benoemde focusgroepen • Resultaten Sociale Werkvoorziening:
We willen een uitbreiding op de KPI’s en KSF’s, omdat deze
- verdeling van de werkvormen
geen volledig beeld geven van de inzet en dienstverlening.
- ziekteverzuim
De dienstverlening is veranderd; er is meer en langduriger
- toegevoegde waarde in € per fte
investering nodig in kandidaten. Daarom is het minder belangrijk om uitsluitend te kijken naar resultaten in termen
Kritieke Succes Factoren
van ‘harde’ uitstroomcijfers. De gerichtheid op de ontwikkeling
Om de resultaten in de KPI’s te kunnen behalen is een aantal
van kandidaten en langduriger begeleiding vragen om andere
succesfactoren noodzakelijk, omdat ze ondersteunend zijn
indicatoren. Tegelijkertijd willen we een goede balans houden
aan het behalen van die prestaties. Deze worden beschreven
tussen extra informatie en administratieve lasten.
aan de hand van Kritieke Succes Factoren (KSF’s). Ook hierover wordt periodiek gerapporteerd. Er zijn echter geen
We overwegen de volgende toevoegingen aan indicatoren
doelstellingen aan verbonden.
(zowel KPI’s als KSF’s):
Op dit moment rapporteert WerkBedrijf over de volgende KSF’s:
• Duurzaamheid van de uitstroom (> ½ jaar, i.s.m. gemeenten)
• De tevredenheid van kandidaten, SW-medewerkers en
• Ontwikkeling van kandidaten (bijv. weergave ontwikkeling
ondernemers over (de dienstverlening van) WerkBedrijf • Het aantal kandidaten in een actief arbeidsbemiddelingsproces
20
in 3 fases, gemiddelde begeleidingsduur van kandidaten vóór hun (eerste) plaatsing op betaald werk) • Aantal ingezette scholingstrajecten
• Gemiddelde begeleidingsduur van een kandidaat tot aan plaatsing betaald werk • Kandidaten op een arbeidsplek geplaatst met begeleiding (zowel met als zonder loonkostensubsidie) • Aantal ingezette instrumenten tot aan plaatsing op betaald werk
“In afstemming met WerkBedrijf bepalen we definitief welke indicatoren mogelijk en realistisch zijn”
• Aantal aanmeldingen van nieuwe kandidaten door gemeenten • Aantal terugmeldingen door WerkBedrijf met als reden:
Dienstverleningsovereenkomst
‘niet werkfit’
Gemeenten formuleren de gewenste dienstverlening en
• Jaarlijkse werkgevers- en kandidaatstevredenheidsmetingen;
overige taken van WerkBedrijf (het ‘wat’). WerkBedrijf bepaalt
tevens SW-medewerkerstevredenheid
op welke manier zij deze uitvoert binnen de eigen bedrijfsvoering (het ‘hoe’).
In afstemming met WerkBedrijf bepalen we definitief welke
De gemeenschappelijke opdracht aan WerkBedrijf vanuit
nieuwe KPI’s en KSF’s mogelijk en realistisch zijn. We kijken
gemeenten (dienstverlening, gewenste informatie via
hierbij naar het onderscheid tussen managementinformatie
informatieprotocol, samenwerkingsaspecten) die voort-
(bijv. aantal aan- en terugmeldingen) en informatie waarmee
komt uit dit beleidskader, leggen we gezamenlijk vast in
de raad op hoofdlijnen kan sturen (bijv. uitstroominformatie,
een Dienstverleningsovereenkomst (DVO). Ook legt iedere
tevredenheids-onderzoeken). We nemen de nieuwe KPI’s en
gemeente keuzes voor lokale dienstverlening vast in de DVO.
KSF’s op in het nieuwe Informatieprotocol van de MGR en
De overeenkomst is niet eenzijdig: gemeenten en WerkBedrijf
leggen dit in het eerste kwartaal van 2024 voor aan colleges
conformeren zich beiden aan de opdracht en zetten zich
en gemeenteraden.
gezamenlijk in om de doelen te bereiken. We nemen de nieuwe beleidsvoornemens die betrekking
Lokale dienstverlening bij gemeenten
hebben op WerkBedrijf op in de DVO, zoals de accentver-
Gemeenten maken gebruik van de reguliere dienstverlening
schuiving in de dienstverlening, geen maximale duur aan
van WerkBedrijf. Deze financieren we uit een rijksbudget
dienstverlening, de KPI’s/KSF’s, focusgroepen, financiering,
Participatie, rijksmiddelen voor loonkostensubsidies en een
geïntensiveerde samenwerking, etc. Ook willen we een DVO
budget voor beschut werk. Een deel van de Participatie-
voor minimaal twee jaar afsluiten. Dit geeft stabiliteit aan de
middelen is beschikbaar voor lokale dienstverlening, dat wil
koers van WerkBedrijf. Tegelijkertijd vragen we flexibiliteit in
zeggen specifieke dienstverlening door WerkBedrijf voor een
de uitvoeringspraktijk: als de conjunctuur verandert en de
gemeente, naar eigen keuze. Voorbeelden daarvan zijn de
werkloosheid stijgt, willen we de uitvoering ook daarop richten.
periodieke en vaste beschikbaarheid van consulenten op
In het eerste kwartaal van 2024, na besluitvorming over dit
locatie van de gemeentehuizen, in wijk- of buurteams, de
beleidskader in december 2023, leggen we de nieuwe DVO
screening van bepaalde groepen in de bijstand, groepsgewijze
voor aan colleges (besluitvorming) en gemeenteraden
trainingen en workshops, evenementen met lokale onder-
(zienswijzen) in de regio.
nemers, etc. WerkBedrijf biedt deze dienstverlening aan in een ‘Keuzekaart’ voor gemeenten, als bijlage van de DVO. We willen vanwege de gewenste aansluiting tussen de niet-loonvormende keten (uitgevoerd door m.n. gemeenten) op de loonvormende keten (uitgevoerd door WerkBedrijf), ook de inzet van participatie(coaches), activering en andere lokale projecten als voorbereiding op re-integratie door WerkBedrijf via de lokale keuzes mogelijk maken. We vragen WerkBedrijf dan ook deze dienstverlening op te nemen in de Keuzekaart voor lokale dienstverlening vanaf 2025, zo mogelijk vanaf 2024. Deze wens hangt samen met de nieuwe financieringssystematiek die vanaf 2025 geldt; zie hiervoor hoofdstuk V.
21
V nemende gemeenten nieuwe afspraken maken over het budget voor WerkBedrijf. Landelijk is gezocht naar een objectieve manier om het aandeel ‘Participatiebudget’ te kunnen herleiden in het Gemeentefonds.
Rekentool Berenschot Daarom heeft Bureau Berenschot in opdracht van het rijk een rekentool ontwikkeld. We zijn voorstander van toepassing van het Berenschotmodel vanaf 2025 voor de bepaling van zowel het totale budget voor WerkBedrijf als voor de onderlinge gemeentelijke budgetten. Het model is transparant, objectief en toekomstbestendig, omdat het meebeweegt met de opgaven van het rijk en in lijn is met het budget dat gemeenten daadwerkelijk ontvangen van het rijk. Ook biedt het model voor WerkBedrijf een goede basis om langjarig een wendbare en flexibele organisatie in te richten. Het model hanteert op gemeenteniveau de nieuwe maatstaven die de rijksoverheid gebruikt in het cluster Participatie, waarvan het Participatiebudget deel uitmaakt:
Financieel kader Financiering WerkBedrijf tot en met 2024
1. aantal bijstandsontvangers 2. aantal gezinnen met laag inkomen 3. aantal mensen in het doelgroepenregister 4. aantal loonkostensubsidies
Jarenlang, tot 2023, stelde het rijk aan gemeenten een ge-
De aantallen waar de Rijksoverheid mee rekent, worden bij
oormerkt Participatiebudget beschikbaar, bedoeld voor
iedere circulaire (jaarlijks in mei en september) geactualiseerd.
uitvoering van re-integratietaken. Conform de juridische
In het Berenschotmodel zijn (op basis van onderzoek) de
regeling van de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling (MGR)
uitvoeringskosten toegevoegd. Hiermee kan bepaald worden
waar WerkBedrijf een module van is, leggen gemeenten dit
welk deel van het budget bij WerkBedrijf terecht moet
gehele Participatiebudget jaarlijks in bij WerkBedrijf.
komen voor uitvoering van de re-integratietaak van de
Gemeenten hebben medio 2023 bestuurlijke overeenstemming
Participatiewet.
bereikt over voortzetting van de huidige financieringssystematiek van WerkBedrijf tot en met 2024. Dat betekent
Consequenties nieuwe budgettering
dat gemeenten het laatst bekende Participatiebudget
Het nieuwe model leidt in totaliteit niet tot grote verschillen
(conform de septembercirculaire 2022) voor de jaren 2023
in het budget voor WerkBedrijf. Onderling ligt dit anders: de
en 2024 aanhouden als bijdrage aan WerkBedrijf, zij het
kleinere gemeenten ontvangen een hoger Participatiebudget
geïndexeerd. Zo zijn de begrotingen van de MGR en van
op basis van de nieuwe maatstaven ten opzichte van de oude
gemeenten meerjarig eveneens opgesteld.
systematiek; de gemeente Nijmegen ontvangt een lager
Financiering WerkBedrijf vanaf 2025
budget. Dit leidt bij alle gemeenten behalve bij Nijmegen tot begrotingstekorten, omdat de gemeentelijke meerjaren-
Nieuwe verdeelsystematiek Gemeentefonds
begrotingen nog zijn opgesteld op basis van de oude systema-
Vanaf 2023 is de verdeelsystematiek van het Gemeentefonds
tiek. Voor de gemeente Nijmegen is het effect tegengesteld:
gewijzigd. Het rijk werkt o.a. met andere maatstaven voor de
Nijmegen ontvangt een lager budget, legt dus ook een lager
bepaling van de budgetten. Het Participatiebudget is sinds-
budget in bij WerkBedrijf, maar heeft hoger begroot en heeft in
dien niet meer als zodanig te onderscheiden in de uitkering
die zin geen begrotingsprobleem. Vanwege de uitdrukkelijke
van het Gemeentefonds. Daarom moeten de MGR en de deel-
wens en het grote belang van het behoud van de regionale
22
dienstverlening op een vergelijkbaar niveau, is de gemeente
In bijlage 7 zijn de gevolgen van de nieuwe verdeelsystema-
Nijmegen bereid de nadeel-gemeenten in de jaren 2025 en 2026
tiek Participatiebudget voor 2025 en 2026 (met toepassing
tegemoet te komen met een financiële compensatieregeling.
Berenschottool) ten opzichte van de begroting van de MGR
We beschouwen de jaren 2023 en 2024 als overgangsjaren
in beeld gebracht. Tevens is een voorstel voor verdeling van
door de oude financieringssystematiek toe te blijven passen.
de compensatie van Nijmegen over de gemeenten in een
We nemen zo de tijd om te komen tot goede en bestendige,
aparte kolom opgenomen (gebaseerd op de omvang van het
lange termijn-afspraken om de gemeentelijke begrotingen
lokale tekort afgezet tegen het MGR-begrotingsverschil).
vanaf 2025 op orde te krijgen, de dienstverlening te kunnen waarborgen en WerkBedrijf stabiliteit en zekerheid te bieden.
3. Taakstellende bezuiniging van 5% op Participatiebudget WerkBedrijf vanaf 2025
Aanvullende voorwaarden bij nieuwe budgetafspraken conform Berenschotrekentool
Vanaf het jaar 2025, wanneer we de nieuwe verdeelsystematiek
1. Binnen de lokale afspraken met WerkBedrijf wordt de
bezuiniging op van 5% van het Participatiebudget. De omvang
toepassen, leggen we WerkBedrijf een regionale taakstellende
mogelijkheid opgenomen om participatiecoaching en
van de bezuiniging stellen we vast op € 1,2 mln. Dat geeft
-activiteiten/activering anderszins te financieren
duidelijkheid voor de begrotingen van alle partijen.
Hiermee versterken we de aansluiting van de niet-loonvormende
De bezuiniging is daarmee ook onafhankelijk van de ont-
keten (gemeenten) op de loonvormende keten (WerkBedrijf).
wikkeling van de rijksbudgetten.
Kandidaten die bij gemeenten in begeleiding zijn, komen
We constateren echter dat WerkBedrijf vanaf 2025 óók te
sneller in beeld bij WerkBedrijf. Dat levert mogelijk meer toe-
maken krijgt met een verlaging van de rijksvergoeding voor
leiding naar werk op. Gemeenten kunnen de participatietaak
beschut werk. De impact van beide maatregelen tegelijkertijd
verschillend organiseren en stemmen dit nader af met
zou groot zijn voor de bedrijfsvoering van WerkBedrijf:
WerkBedrijf. Mogelijk is deze keuze al uitvoerbaar vanaf
de dienstverlening aan kwetsbare en minder kwetsbare
2024. Het regionale budget voor lokale afspraken houden we
kandidaten komt onder druk te staan. Dit heeft maatschap-
regionaal relatief op dezelfde omvang als in de voorgaande
pelijke impact en heeft gevolgen voor de potentiële uitkerings-
jaren. Mogelijk zal in de lokale dienstverlening ook de
last van gemeenten. Om die reden brengen we in 2025 en
bezuiniging van 5% (zie punt 3) verwerkt worden.
2026 de bezuiniging in mindering op de verlaging van het rijksbudget voor beschut werk.
N.B. De huidige lokale dienstverlening bij gemeenten (als onderdeel van de afspraken in de DVO) is gebaseerd op 25% van het klassieke Participatiebudget. Bij de toekomstige lokale dienstverlening gaat het eveneens om een percentage van het vernieuwde Participatiebudget; dat is het budget exclusief de middelen voor beschut werk nieuw/begeleiding nieuw. In de nieuwe systematiek komt dit neer op plm. 15% van het Participatiebudget. Daarmee geven we aan dat we de (relatieve) financiële omvang van de lokale afspraken gelijk houden, zodat de bedrijfsvoering en flexibiliteit van
“We kiezen de landelijke rekentool voor de bepaling van het Participatiebudget, omdat deze objectief is en meebeweegt met de opgaven van het rijk”
WerkBedrijf niet beperkt worden. 4. Aanvullende inkomsten door WerkBedrijf 2. Gemeente Nijmegen compenseert de overige gemeenten gedeeltelijk in 2025 en 2026
Gemeenten zien zich de komende jaren geconfronteerd met bezuinigingen vanwege begrotingstekorten. We willen dat
De gemeente Nijmegen is bereid om in 2025 een bedrag van
WerkBedrijf op zoek gaat naar aanvullende middelen en
€ 500.000 extra in te leggen als ‘ingroeipad’, ter compensatie
alternatieve financieringsstromen verkent met bijvoorbeeld
van de nadeel-gemeenten. Voor 2026 is een bedrag van
UWV en andere partijen in de arbeidsmarktregio. Hierbij is het
€ 250.000 afgesproken. Gemeente Nijmegen laat de overige
belangrijk dat we de juridische regeling van de MGR in aan-
gemeenten vrij in de wijze waarop zij dit budget onderling
merking nemen. Die geeft beperkingen op bijv. commerciële
willen verdelen.
activiteiten.
23
Bijlagen 1. Arbeidsmarktprognose Rijk van Nijmegen, 2023-2024 (1 juni 2023) door UWV 2. Ontwikkeling bijstandsuitkeringen Participatiewet en Ioaw, Rijk van Nijmegen 3. Toelichting op nieuwe opdrachten aan gemeenten en komende wetswijzigingen 4. Toelichting op de Focusgroepen 5. Schematische weergave van Human Capital Akkoord van de Groene Metropool Regio 6. Voorbeelden van samenwerking in Rijk van Nijmegen en Arnhem/Nijmegen 7. Tabel nieuwe verdeelsystematiek Participatiebudget met toepassing Berenschottool en compensatieregeling gemeente Nijmegen, 2025 en 2026
24
Bijlage 1 Arbeidsmarktprognose Rijk van Nijmegen, 2023-2024 (1 juni 2023)
25
Bron: https://www.werk.nl/imagesdxa/rijk_van_nijmegen_regionale_arbeidsmarktprognose_2023_2024_tcm95-450508.pdf
26
Bijlage 2 Ontwikkeling bijstandsuitkeringen Participatiewet en Ioaw Rijk van Nijmegen
Naam gemeente Gemeente Berg en Dal Gemeente Beuningen Gemeente Druten Gemeente Heumen Gemeente Mook en Middelaar Gemeente Nijmegen Gemeente Wijchen
Totaal
PW-bestand gemiddelde jonger dan Peildata (incl. IOAW) leeftijd 27 jaar 31-12-19 701 45 83 31-12-22 703 46 84 31-12-19 464 44 55 31-12-22 469 44 60 31-12-19 255 50 14 31-12-22 262 46 33 31-12-19 216 43 34 31-12-22 226 43 30 31-12-19 66 48 8 31-12-22 64 45 17 31-12-19 7044 46 769 31-12-22 6616 46 682 31-12-19 707 52 44 31-12-22 678 46 89 31-12-19 31-12-22
9453 9018
47 45
27 tot 55 jaar 404 366 281 281 130 133 128 136 26 22 4034 3650 356 363
55 jaar en ouder 214 253 128 128 111 96 54 60 32 25 2241 2284 307 226
5359 4951
3087 3072
1007 995
korter dan tussen 1 en tussen 3 en langer dan geboorteland 1 jaar PW 3 jaar PW 5 jaar PW 5 jaar PW Nederland 169 175 131 226 466 128 135 122 318 459 113 104 80 167 269 91 110 61 207 251 50 69 43 93 172 45 65 50 102 167 51 50 43 72 128 48 55 29 94 128 15 21 9 21 61 15 17 11 21 57 980 1420 1238 3417 4156 790 1177 912 3742 3771 124 170 112 301 481 131 131 104 312 441 1502 1248
2009 1690
1656 1289
4297 4796
5733 5274
Toelichting De gemeenten hebben begin 2023 ruim 9.000 huishoudens in
We zien een sterke correlatie tussen een hoge leeftijd en een
een bijstandsuitkering. Tijdens de Covid-pandemie bereikte
lange duur van uitkeringsafhankelijkheid. Tot slot zien we
dit een piek van 9.400 huishoudens. Na een aanvankelijke
ook dat meer dan 40% van de bijstandsgerechtigden in onze
daling zien we nu het aantal mensen met een PW-uitkering
arbeidsmarktregio een ander land van geboorte heeft dan
weer licht stijgt. Circa 35% van deze bijstandsgerechtigden
Nederland. Los van wetswijzigingen (voormalig Wajongers
vallen onder de dienstverlening van WerkBedrijf. Gezien het
en mensen die een beschutte werkplek nodig hebben die
aantal aanmeldingen bij en terugmeldingen van WerkBedrijf
sinds de invoering van de Participatiewet instromen in ons
zien we dit aantal bemiddelbare mensen dalen (van 4.263
klantenbestand) en allerlei andere persoonlijke factoren
eind 2019 naar 3.660 medio 2023). Eerder constateerden we
(schulden, gezondheid, verslaving, huisvestingsproblemen),
al dat degenen die ook op de huidige krappe arbeidsmarkt
zijn ook deze cijfers een indicatie dat inwoners die niet zelf-
toch een beroep moeten doen op een uitkering, steeds
standig werk vinden steeds moeilijker bemiddelbaar worden.
12
moeilijker bemiddelbaar worden. Zo zien we onder andere op regionaal niveau dat 53% van alle inwoners met een bijstandsuitkering deze uitkering al 5 jaar of langer ontvangt. In 2019 lag dit percentage nog op 45%. Ook de groep van 55 jaar en ouder stijgt nog altijd (met 2% sinds 2019 naar 34% van het totaal aantal mensen in een bijstandsuitkering in 2023). De gemiddelde leeftijd in ons bestand ligt op ongeveer 46 jaar.
Dit percentage ligt lager, omdat we hierin ook de mensen meenemen die wél dienstverlening van WerkBedrijf ontvangen (jongeren, mensen die met een loonkostensubsidie aan het werk zijn) maar nog geen of niet langer een uitkering hebben.
12
27
Bijlage 3 Toelichting op nieuwe opdrachten aan gemeenten en komende wetswijzigingen Participatiewet in balans
- mensen met een arbeidsbeperking voor langere tijd aan
De Participatiewet wordt door mensen die er gebruik van
het werk krijgen;
maken soms als ‘hard’ ervaren door een samenspel van
- werk voor mensen met een arbeidsbeperking aantrekkelijker
complexiteit van regels, een beperkt ervaren ondersteuning
maken (bijvoorbeeld door meer inkomen);
en strenge handhaving. Met het programma ‘Participatiewet
- zorgen dat werkgevers en werkzoekenden elkaar
in balans’ wil de regering de ervaren hardheid wegnemen
gemakkelijker vinden.
door vertrouwen en menselijke maat als centrale begrippen te verankeren in (de uitvoering van) de wet en de uitvoering
Per 1 januari 2023 en 1 juli 2023 zijn diverse maatregelen op
eenvoudiger maken.
het gebied van Werk en Inkomen doorgevoerd, zoals hulp op
• De regels en ondersteuning van de Participatiewet laten
maat aan te vragen door de werknemer, directe ondersteuning
aansluiten op de mogelijkheden en omstandigheden van
voor jongeren met een arbeidsbeperking wanneer zij een
de mensen voor wie ze bedoeld zijn;
uitkering aanvragen en het gemakkelijker kunnen ontvangen
• Het vergroten van de rechtszekerheid, zowel qua rechten
van een loonkostensubsidie voor werkgevers. De wijzigingen
als plichten;
op het domein Werk zijn medio 2023 regionaal doorgevoerd
• Het creëren van meer handelingsruimte voor de uitvoerend
in de re-integratieverordening Participatiewet 2023. Zo zijn
professional.
loonkostensubsidies voor een grotere groep werkzoekenden (ook voor mensen zonder indicatie van een arbeidsbeperking,
De wetswijzigingen in de Participatiewet (in te voeren vanaf
maar met een zekere afstand tot de arbeidsmarkt) beter
2025) beogen de menselijke maat terug te brengen: we moeten
toegankelijk. Ook biedt de nieuwe wet meer mogelijkheden
uitgaan van het vertrouwen dat bijstandsgerechtigden graag
voor maatwerk.
mee willen doen aan de maatschappij, maar daar soms ondersteuning bij nodig hebben. Die ondersteuning moet
Wet SUWI en uitbreiding arbeidsmarktinfrastructuur
goed vindbaar en toegankelijk zijn en passen bij de individuele
De opdracht om in de arbeidsmarktregio’s Regionale
mogelijkheden en behoeften van de bijstandsgerechtigde.
Mobiliteitsteams (RMT’s) op te richten, oorspronkelijk als
Ook moet de overgang van uitkering naar werk versoepeld
crisismaatregel vanwege de coronapandemie, duidt eveneens
worden en moet de combinatie van werk en uitkering
op een grotere verantwoordelijkheid voor de arbeidsmarkt-
gemakkelijker worden. In ons arbeidsmarktbeleid sluiten we
regio’s. Binnen het mobiliteitsteam werken verschillende
aan bij deze landelijke ontwikkelingen door o.a. de aandacht,
partners gezamenlijk aan het ondersteunen van mensen in
de begeleiding en het contact met kandidaten te intensiveren.
hun zoektocht naar (duurzaam) werk. De ervaringen van de
Ook is een verbetering van de samenwerking tussen WerkBedrijf
RMT’s worden benut om de uitbreiding van de arbeidsmarkt-
en de afdelingen Inkomen noodzakelijk.
infrastructuur in de toekomst vorm te geven.
Breed Offensief
Als tweede ontwikkeling is de wet SUWI uitgebreid met de
In de afgelopen jaren is landelijk gewerkt aan een wetsvoorstel
opdracht aan de regio’s om de dienstverlening van UWV en
‘Breed Offensief’: een brede agenda om de arbeidsmarkt-
Werkbedrijven aan werkgevers te stroomlijnen13.
kansen voor mensen met een arbeidsbeperking te vergroten.
Gemeenten, WerkBedrijf en UWV werken in de tweede helft
Doelen van de maatregelen uit het Breed Offensief zijn:
van 2023 met een gezamenlijk uitvoeringsplan14 toe naar één
- het gemakkelijker maken voor werkgevers om mensen met
werkgeversservicepunt voor de uitvoering van de werkgevers-
een arbeidsbeperking aan te nemen;
dienstverlening in de arbeidsmarktregio.
Wijziging van het Besluit SUWI in verband met de regeling van samenwerking, regie en de werkgeversdienstverlening in arbeidsmarktregio’s ten behoeve van de uitvoering van de arbeidstoeleidingstaak van het UWV en de colleges van B&W en het matchen van werkzoekenden en werkgevers: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2020-228.html 14 In het voorjaar van 2023 is het Uitvoeringsplan werkgeversdienstverlening UWV en WerkBedrijf Rijk van Nijmegen ‘Naar een verbeterde werkgeversdienstverlening in Rijk van Nijmegen’ door de colleges in Rijk van Nijmegen vastgesteld. Hierover wordt verslag uitgebracht in de reguliere rapportages van de MGR. 13
28
Tot slot heeft het rijk vanaf 2025 een herstructurering van de
gemonitord zullen gaan worden. Het RMC wordt dooront-
arbeidsmarktinfrastructuur en uitbreiding van de arbeids-
wikkeld naar een zogenoemd Doorstroompunt. Voor het MBO,
marktdienstverlening aangekondigd15. Er zijn structurele
gemeenten en het Doorstroompunt wordt de nazorgtaak
uitdagingen vastgesteld in de evaluatie van de Participatiewet,
uitgebreid en/of toegevoegd. Hiervoor moeten afspraken
het WRR-rapport ‘Het betere werk’ en de adviezen van de
gemaakt worden in een regionale aanpak.
Commissie Regulering van Werk. Een aantal van deze uit-
Momenteel werken we op dit thema al samen binnen de
dagingen moet worden opgelost in de uitbreiding van de
aanpak ‘Jongeren naar School of Werk’. Deze samenwerking
arbeidsmarktinfrastructuur. Namelijk -ongeacht een krappe
intensiveren we in aanloop naar 2025 en breiden we uit met
of ruime arbeidsmarkt- : een regionale, structurele samen-
onderdelen van de nieuwe wetgeving.
werking bouwen, waarin sociale partners en overheden de dienstverlening versterken voor zowel (potentiële) werkzoekenden als werkgevers. De wijze waarop deze dienstverlening in onze regio vorm gaat krijgen is zeker nog niet duidelijk. Op rijksniveau zijn recent verschillende werkgroepen gestart die zich over het dienstverleningsconcept en de besturing/governance ervan buigen. Vervolgens zullen er ook werkgroepen starten die zich in de informatie-uitwisseling, wet- en regelgeving en financiën gaan verdiepen. Gelet echter op de val van het kabinet in juli 2023, ligt het voor de hand dat de herstructurering van de arbeidsmarktdienstverlening op zijn minst vertraging zal oplopen. We zijn in onze regio volop bezig met de voorbereidingen op de nieuwe samenwerking en zetten deze onverminderd voort. Wetsvoorstel ‘Van school naar duurzaam werk’: sluitende aanpak kwetsbare jongeren We verwachten medio 2025 nieuwe wetgeving ‘Van school naar duurzaam werk’ voor het begeleiden van alle jongeren tot 27 jaar in een kwetsbare uitgangspositie. Dit wetsvoorstel beoogt de kansengelijkheid te vergroten door jongeren met een (risico op) afstand tot de arbeidsmarkt te begeleiden bij de overgang van school naar werk en bij het behoud van werk bij (dreigende) werkloosheid.
Doel van het voorstel is jongeren die een (risico op) structurele achterstand op de arbeidsmarkt hebben, te laten doorleren of duurzaam aan het werk te helpen. O.a. de monitoringstaak van het Regionaal Meld en Coördinatiepunt voor vroegtijdig schoolverlaters (RMC) wordt uitgebreid. Het betekent dat alle jongeren tot 27 jaar
15
https://open.overheid.nl/documenten/ronl-10da1ff6aac28ed8e6897d8025a8b24e468f16be/pdf
29
Bijlage 4 Toelichting op de Focusgroepen
trajecten een snellere integratie van inburgeraars bevorderen. Participatie is de beste manier om te integreren: door mee te doen in de maatschappij breiden nieuwkomers hun netwerk
We bieden dienstverlening aan alle kandidaten die dat nodig
uit, leren ze de Nederlandse taal sneller en wordt duidelijk
hebben. Daar is de dienstverlening bij WerkBedrijf ook op in-
waar kansen liggen voor hun loopbaan.
gericht. Al onze inwoners, met of zonder een bijstandsuitkering, kunnen er terecht. In sommige gevallen is het echter van belang
We willen sneller (tijdens de inburgeringsperiode) én steviger
om groepen te onderscheiden, omdat deze een bijzondere
dan voorheen inzetten op de (re-)integratie van asielmigranten.
kennis en expertise vragen. In dat verband benoemen we een
We onderzoeken de mogelijkheden om statushouders die nog
aantal zgn. focusgroepen.
in afwachting zijn van huisvesting en in een asielzoekerscentrum verblijven, in beeld te brengen en versneld te starten
Werkzoekenden van 55 jaar en ouder
met inburgering en participatie. Daarbij bieden we maatwerk.
Oudere werkzoekenden hebben een kwetsbare positie op de
Dat betekent onder andere dat we afstappen van een minimum
arbeidsmarkt. Er is een beeld ontstaan dat ouderen ondanks
taalniveau als voorwaarde om voor dienstverlening van
een flinke dosis werk- en levenservaring, minder inzetbaar
WerkBedrijf in aanmerking te komen. Specifiek bij status-
zouden zijn op de arbeidsmarkt. Ook gezien de toenemende
houders besteden we via trainingen en workshops veel
levensverwachting past het onbenut laten van het arbeids-
aandacht aan kennis van en oriëntatie op de arbeidsmarkt,
potentieel van ouderen niet bij een inclusieve arbeidsmarkt,
opleidingsmogelijkheden en aan participatie in een taalrijke
al is het niet eenvoudig om de kansen van oudere werk-
omgeving. Daar kunnen zij o.a. vak- en werkvloertaal leren
zoekenden op de arbeidsmarkt te verbeteren. De kans op
en kennis maken met de Nederlandse werkcultuur en werk-
langdurige werkloosheid is onder ouderen veel hoger dan voor
nemersvaardigheden. Asielmigranten die nog taallessen
andere leeftijdsgroepen. En juist die combinatie van leeftijd
(moeten) volgen, zijn echter (nog) niet fulltime beschikbaar
en een langere werkloosheidsduur maakt arbeidsbemiddeling
voor de arbeidsmarkt. Dat vergt flexibiliteit van werkgevers.
lastig. ‘Bijblijven’, investeren in vaardigheden en kennis is voor
We accepteren dat meedoen niet altijd meteen lukt in de
deze groep cruciaal. Digitalisering en robotisering leiden ertoe
loonvormende keten: de aanloop naar betaald werk kan,
dat we extra gaan investeren in na-, bij- en omscholing.
net zoals bij andere focusgroepen, soms langer duren en
Gemeenten en WerkBedrijf gaan actief met deze groep aan
starten met activering en participatie. Maar uiteindelijk
de slag om te analyseren waar de mogelijkheden liggen en
zullen inburgeraars hier profijt van hebben bij het vinden én
op zoek naar passende scholing en werk(-ervarings)plekken.
behouden van (betaald) werk en zal hun uitkeringsafhankelijkheid afnemen. Daarnaast hebben we aandacht voor jonge
Statushouders en inburgeraars
statushouders (tot 18 jaar) die taalonderwijs en een voor-
Lang werd aangenomen dat een beperkte beheersing van de
traject volgen (o.a. bij het Pontem College en ROC) ter voor-
Nederlandse taal de weg naar de arbeidsmarkt zou belemmeren.
bereiding op een reguliere opleiding of inburgering.
Ook veel (voormalig) statushouders willen zo snel mogelijk volwaardig deelnemen aan onze maatschappij, het liefst via
Jongeren tot 27 jaar
betaald werk. Desondanks staan velen van hen nog langs de
We willen dat alle jongeren in een kwetsbare positie een
kant. Dit geldt niet alleen voor asielmigranten die zich recent
passende opleiding vinden, minimaal een startkwalificatie
in onze regio hebben gevestigd. Ook voormalig vluchtelingen
behalen en een plek op de arbeidsmarkt vinden door:
die al ingeburgerd en genaturaliseerd zijn, zijn oververtegen-
• een regionaal gecoördineerde aanpak
woordigd binnen de bijstandspopulatie. Ondanks dat
• alle jongeren in beeld te hebben
migranten veel talenten hebben, blijft hun arbeidspotentieel
• partijen optimaal met elkaar samen te laten werken
nog te vaak onbenut.
• een op elkaar afgestemd aanbod te bieden
Sinds de invoering van de Wet inburgering 2021 moeten
Hoewel er momenteel relatief weinig jeugdwerkloosheid is16,
gemeenten via duale (leren en participeren) inburgerings-
staat een groep kwetsbare jongeren nog steeds langs de kant
16
Tussen 2022 en 2021 is de werkloosheid onder jongeren van 15 tot 25 jaar landelijk gedaald van 9,3% naar 7,6% van de beroepsbevolking. Recentere cijfers over 2023 zijn nog niet beschikbaar.
30
of dreigt uit te vallen. Jongeren zijn hard nodig om ook op
gecombineerd. Vrijwel alle gemeenten in onze regio maken
langere termijn beschikbaar te blijven voor werk. We willen bij
hier gebruik van. We zetten dit traject voort in de komende
jongeren in het onderwijs uitval en werkloosheid voorkomen
jaren, omdat we veel jongeren zien met vooral mentale
en tijdig interventies plegen, tijdens de schoolloopbaan en ook
problemen.
daarna. Hier wordt momenteel regionaal al een belangrijke bijdrage aan geleverd door Bureau Leerrecht/Leerplicht en
Werkzoekenden met een arbeidsbeperking
het RMC: uitvoering van de kwalificatieplicht, verzuim en
Ongeveer de helft van de mensen met een arbeidsbeperking
vroegtijdig schoolverlaten en in het algemeen de monitoring
heeft nog geen werk. En ongeveer 1 op de 12 werkgevers heeft
van kwetsbare jongeren. Daarnaast kennen we een regionale
iemand met een arbeidsbeperking in dienst. Door landelijke
aanpak Voortijdig schoolverlaten en een regionale aanpak
maatregelen door te voeren in het zgn. Breed Offensief is het
Jeugdwerkgelegenheid. Beide aanpakken zijn gebundeld tot
doel om meer mensen met een beperking aan het werk te
het regionale Programma Jongeren naar School of Werk.
helpen en te houden. We zien dat deze groep bij WerkBedrijf
We werken hierin regionaal samen met o.a. Leerrecht en RMC,
goed onder de aandacht is en dat het aantal plaatsingen van
WerkBedrijf, middelbare scholen, Speciaal- en Praktijkonder-
deze groep sinds 2022 toeneemt. Een steeds grotere groep
wijs, MBO-scholen en werkgeversorganisatie VNO/NCW.
kandidaten met een arbeidsbeperking doet een blijvend
Samen met onze ketenpartners bekijken we (voortdurend)
beroep op dienstverlening door WerkBedrijf. Velen van hen
of we voldoende en de juiste instrumenten hebben om school-
blijven na een plaatsing bij een werkgever behoefte houden
uitval te voorkomen en jongeren in een kwetsbare uitgangs-
aan begeleiding en jobcoaching. Werkgevers ontvangen
positie te ondersteunen op de overstap naar de arbeidsmarkt.
langdurige loonkostensubsidies om de lagere loonwaarde te
En ook op het behoud van werk als de stap eenmaal gemaakt
compenseren. Voor de groep kwetsbare werkzoekenden,
is. Het programma richt zich op de gehele loopbaan van
zoals mensen met een beschut werk-indicatie, een indicatie
jongeren. Zo hebben we o.a. regionale afspraken gemaakt
baanafspraak en mensen die langdurig een bijstandsuitkering
over begeleiding bij dreigende uitval, problemen met het
ontvangen, willen we de komende jaren extra plaatsingen op
vinden van stageplaatsen (stagemakelaars), er zijn loopbaan-
betaald werk realiseren via de CAO Aan de slag, die inmiddels
teams voor het MBO en Pro/Vso-scholen, waarbij al preventief
van kracht is. Ook willen wij zelf als gemeenten verantwoor-
gebruik wordt gemaakt van elkaars kennis en instrumenten.
delijkheid nemen. Als gezamenlijk grote werkgever in de regio stimuleren wij arbeidsmogelijkheden voor mensen met een
Er is momenteel een wetsvoorstel in ontwikkeling, dat gericht
arbeidsbeperking en in het algemeen voor mensen met een
is op de ondersteuning van alle kwetsbare jongeren tot 27 jaar
afstand tot de arbeidsmarkt.
en naar verwachting medio 2025 ingevoerd worden. In dit voorstel komt meer aandacht voor de regionale nazorgtaak,
Nieuwe instroom van bijstandsgerechtigden
wordt de RMC-leeftijd verhoogd naar 27 jaar, wordt het RMC
Bij inwoners die nieuw instromen in de bijstand, willen we
doorontwikkeld tot Doorstroompunt en moet er een regionale
langdurige werkloosheid en afhankelijkheid van een uitkering
aanpak komen voor de overstap van onderwijs naar arbeids-
voorkomen. Met UWV onderhouden we de contacten over
markt. In Rijk van Nijmegen hebben we al een belangrijke stap
WW-uitkeringsgerechtigden, die dreigen in te stromen in de
gezet via de regionale aanpak Jongeren naar School of Werk.
bijstand.
De wetswijziging betekent een intensivering van die aanpak. We richten ons niet alleen op voortijdige schoolverlaters, maar
We willen het aantal terugmeldingen van WerkBedrijf naar
steeds meer op alle jongeren (tot 27 jaar) die ondersteuning
gemeenten vanwege ‘geen mogelijkheden naar een werk-
nodig hebben in hun loopbaan binnen het onderwijs of in de
traject’ terugbrengen, door vanaf de start zoveel mogelijk
stap naar werk. Voor jongeren die zonder een startkwalificatie
een gezamenlijk, compleet beeld te bepalen. We voeren
aan het werk gaan, houden we de drempel om terug te keren
m.n. bij complexe omstandigheden van een kandidaat
naar onderwijs of praktijkleren zo laag mogelijk. Daarnaast
‘driegesprekken’ en casusbesprekingen op elkaars werk-
sluiten we zo veel mogelijk aan bij de overige reguliere
locatie en stemmen elkaars inzet af. Wanneer werk nog
dienstverlening van onze ketenpartners.
niet direct haalbaar is, kijken we naar mogelijkheden van
WerkBedrijf heeft bijvoorbeeld al trajecten voor zorgjongeren
participatie anderszins.
beschikbaar, waarbij zorg met werk/opleiding wordt
31
Bijlage 5 Schematische weergave van Human Capital Akkoord van de Groene Metropool Regio
32
Bijlage 6 Voorbeelden van samenwerking in Rijk van Nijmegen en Arnhem/Nijmegen Groene Metropool Regio Arnhem/Nijmegen:
Regionale Tafel Arbeidsmarkt
Human Capital Agenda
De Regionale Tafel Arbeidsmarkt is een tactische werktafel
De Groene Metropool Regio is opgericht door de 18 gemeenten
waar gemeenten (bestuurders Werk & Inkomen en Economie),
in de arbeidsmarktregio’s Gelderland Midden en Rijk van
werkgeversorganisaties, vakbonden, onderwijsinstellingen,
Nijmegen. Zij werken samen aan urgente maatschappelijke
de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven
opgaven, waaronder: circulariteit, groene groei, economie/
(SBB), WerkBedrijf en UWV samenkomen. De RTA komt voort
werkgelegenheid en duurzame mobiliteit.
uit een wettelijke taak voor de arbeidsmarktregio’s. Het doel
Voor de opgave economie/werkgelegenheid hebben The
van de RTA is uitdagingen en kansen op de arbeidsmarkt op
Economic Board , de Groene Metropoolregio en de Provincie
te zoeken, aan te gaan en de mismatch op de regionale
Gelderland een Human Capital Agenda opgesteld. Doel van
arbeidsmarkt te verkleinen door concrete projecten op te
de Agenda is zowel de krapte op de arbeidsmarkt als het
zetten. Activiteiten worden in aanvulling op de reguliere
tekort aan de juiste kennis en vaardigheden voor de banen
dienstverlening van de partners met aanvullende financiële
van nu én in de toekomst aan te pakken. De Agenda biedt
middelen gedekt. Deze aanvullende middelen komen veelal
onze regio de kans om kennis uit te wisselen en te leren van
voort uit landelijke en provinciale programma’s, die door de
projecten die in Midden Gelderland worden opgezet.
arbeidsmarktregio’s worden uitgevoerd. De RTA is in dat opzicht
De HCA richt zich specifiek op de sectoren Energy, Health
een belangrijke ‘landingsplaats’ voor dergelijke initiatieven.
17
en High Tech en heeft in 2023 geleid tot een Human Capital Akkoord18 ‘Samenwerken aan een arbeidsmarkt die werkt!’
We betrekken ook (beleids-)collega’s van Economie bij de RTA;
(zie bijlage 5). Door het Human Capital Akkoord wordt een
zij hebben een economische agenda waar wij op aan kunnen
regio- én domein-overstijgende samenwerking gestart:
haken. Bovendien hebben zij veel kennis van bedrijven,
tussen de arbeidsmarktregio’s Rijk van Nijmegen en Midden
sectoren en vestigingsbeleid. Andersom delen wij signalen
Gelderland en tussen de domeinen Economie, Werk en Inkomen
vanuit het bedrijfsleven met collega’s van Economie.
en Onderwijs. Het Akkoord heeft concrete doelstellingen en richt zich op het verbinden van projecten, betrekken van
De partners in de RTA hebben de ambitie om een werkende
partners uit onderwijs en bedrijfsleven in de regio en het
arbeidsmarkt te realiseren waar mensen nu en in de toekomst
realiseren van financiële middelen voor projecten.
weerbaar zijn om te functioneren op de arbeidsmarkt, waar
Het Akkoord richt zich op de speerpunten:
voldoende personeel beschikbaar is, waar voldoende passende
1. Leven Lang Ontwikkelen
werkplekken beschikbaar zijn en waar toegankelijke en
2. Aantrekken en behouden van talent voor de regio
professionele dienstverlening wordt geboden, aanvullend op
3. Activeren van het onbenut arbeidspotentieel
alles wat arbeidsorganisaties, opleidingscentra en publieke uitvoeringsorganisaties bieden.
Gemeenten en partners onder wie UWV, WerkBedrijf en onderwijsaanbieders nemen deel aan projecten voor de
Regionaal Mobiliteitsteam Rijk van Nijmegen
genoemde speerpunten. Zo is UWV aanjager van projecten
Het Regionaal Mobiliteitsteam (RMT) is het resultaat van een
op het gebied van het Onbenut arbeidspotentieel. De uit-
opdracht vanuit het rijk, die de RTA vorm heeft gegeven.
voering van projecten vindt plaats in bestaande structuren
In het Mobiliteitsteam Rijk van Nijmegen werken adviseurs
zoals de RTA, dan wel rechtstreeks in de reguliere dienst-
van WerkBedrijf, UWV, vakbonden (CNV, FNV en VCP/de Unie),
verlening van ons en onze partners.
Leerwerkloket en de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) samen aan een integrale dienstverlening aan iedereen (werkgevers, werkenden en
The Economic Board is een samenwerkingsverband van CEO’s en topbestuurders van bedrijven, kennisinstellingen en overheden uit de regio Arnhem-Nijmegen. Zij werken aan een strategische koers voor Slimme Duurzaamheid, Arbeidsmarkt (Human Capital) en Artificial Intelligence (AI). The Economic Board wil de regio Arnhem-Nijmegen als ‘Lifeport’ profileren en zet kennis, middelen en netwerken in om ambities te helpen realiseren. 18 human-capital-akkoord-regio-arnhem-nijmegen-def.pdf (groenemetropoolregio.nl 17
33
werkzoekenden) met vragen over loopbaan of opleiding. Door de regionale infrastructuur te koppelen aan de adviesstructuur voor Leven Lang Ontwikkelen, bereiken we zoveel mogelijk mensen die een stap willen zetten op de arbeidsmarkt: van opleiding naar werk, van werk naar werk, van sector naar sector en van werkloosheid naar werk. Bijzonder aan het RMT is verder dat de samenwerking ‘ontschotte’ dienstverlening mogelijk maakt. Op basis van een regionale menukaart is dienstverlening van vakbonden, UWV en WerkBedrijf beschikbaar voor werkenden en werkzoekenden. Deze wordt vroegtijdig of preventief ingezet wanneer dat nodig is. De ervaringen die we opdoen in het RMT benutten bij de verdere vormgeving van de nieuwe arbeidsmarktinfrastructuur (ambitie 3). Gelrepact Gelrepact is een initiatief van de provincie Gelderland, om met de zes arbeidsmarktregio’s in Gelderland de tekorten op de arbeidsmarkt aan te pakken. In 2022 heeft de provincie Gelderland hiervoor subsidies beschikbaar gesteld. Doel van het Gelrepact is een bestendiging van de samenwerking en het bieden van een platform voor kennisuitwisseling, kennisontwikkeling en efficiency, het bereiken van een civiel effect en schaalbaarheid.
Het Gelrepact richt zicht op een drietal actuele thema’s, te weten: 1) Leven lang ontwikkelen en de wendbaarheid van werknemers, 2) Aanpak krapteberoepen, het vergroten van de beschikbaarheid van talent, en 3) Bevorderen van de leercultuur in het MKB. Ketenoverleg Leven Lang ontwikkelen Sinds het voorjaar van 2023 is er een Ketenoverleg Leven Lang Ontwikkelen in onze regio. Daarin werken op operationeel niveau ketenpartners van accountmanagers Economie, ROC, Leerwerkloket, UWV en WerkBedrijf samen. Op basis van casuïstiek worden signalen vanuit het bedrijfsleven, initiatieven, succesverhalen en knelpunten uitgewisseld en kunnen projecten worden gestart.
34
Bijlage 7 Nieuwe verdeelsystematiek Participatiebudget met toepassing Berenschot-rekentool en Bijlage Bijlage7 7 compensatieregeling gemeente Nijmegen, 2025 en 2026 Nieuwe verdeelsystematiek Participatiebudget met toepassing Berenschot-rekentool en Berenschot-rekentool Nieuwe verdeelsystematiek Participatiebudget met toepassing compensatieregeling gemeente Nijmegen, 2025 en 2026 en compensatieregeling gemeente Nijmegen, 2025 en 2026 Jaarschijf 2025 Jaarschijf 2025 Berg en Dal Beuningen Berg en Dal Druten Beuningen Heumen Druten Mook en Middelaar Heumen Nijmegen Mook en Middelaar Wijchen Nijmegen Wijchen
Jaarschijf 2026 Jaarschijf 2026 Berg en Dal Beuningen Berg en Dal Druten Beuningen Heumen Druten Mook en Middelaar Heumen Nijmegen Mook en Middelaar Wijchen Nijmegen Wijchen
Toelichting tabel
A
B
C= A-B
D
Bijgestelde A begroting MGR 2023 excl. nieuw Bijgestelde beschut bgMGR begroting 2023 excl. nieuw € 1.516.136 beschut bg
B Participatiebudget op basis van Berenschotrekentool Participatiebudget op van € basis 1.799.473 Berenschotrekentool
C= A-Bop begroting Effect gemeente t.o.v. huidige begroting Effect op begroting gemeente t.o.v. huidige € -283.337 begroting
Compensatie D door Nijmegen Compensatie € 500.000 door Nijmegen € 70.157 € 500.000
A
B
C= A-B
D
Bijgestelde A begroting MGR 2023 excl. nieuw Bijgestelde beschut bgMGR begroting 2023 excl. nieuw € 1.559.043 beschut bg
B Participatiebudget op basis van Berenschotrekentool Participatiebudget op van € basis 1.856.238 Berenschotrekentool
C= A-Bop begroting Effect gemeente t.o.v. huidige begroting Effect op begroting gemeente t.o.v. huidige € - 297.195 begroting
Compensatie D door Nijmegen Compensatie € 250.000 door Nijmegen € 35.507 € 250.000
€ 547.746 € 1.516.136 € 443.970 € 547.746 € 358.297 € 443.970 € 92.745 € 358.297 € 15.500.685 € 92.745 € 1.194.448 € 15.500.685 € 19.654.027 € 1.194.448 € 19.654.027
€ 565.340 € 1.559.043 € 457.646 € 565.340 € 369.323 € 457.646 € 96.126 € 369.323 € 15.934.359 € 96.126 € 1.231.161 € 15.934.359 € 20.212.998 € 1.231.161 € 20.212.998
€ 912.967 € 1.799.473 € 853.348 € 912.967 € 572.159 € 853.348 € 226.963 € 572.159 € 14.499.723 € 226.963 € 1.807.728 € 14.499.723 € 20.672.361 € 1.807.728 € 20.672.361
€ 941.942 € 1.856.238 € 882.313 € 941.942 € 589.950 € 882.313 € 234.426 € 589.950 € 14.930.279 € 234.426 € 1.866.273 € 14.930.279 € 21.301.421 € 1.866.273 € 21.301.421
€ -365.221 € -283.337 € -409.378 € -365.221 € -213.862 € -409.378 € -134.218 € -213.862 € 1.000.962 € -134.218 € -613.280 € 1.000.962 € -1.018.334 € -613.280 € -1.018.334
€ € € € € € € € € € € € € € €
Toelichting tabel
€ 90.433 € 70.157 € 101.367 € 90.433 € 52.955 € 101.367 € 33.234 € 52.955 n.v.t. € 33.234 € 151.855 n.v.t. € 500.000 € 151.855 € 500.000
E=C-D E=C-D
Tekort ná compensatie Tekort ná € -213.180 compensatie
€ € € € € € € € € € € € €
-274.788 -213.180 -308.011 -274.788 -160.907 -308.011 -100.984 -160.907 n.v.t. -100.984 -461.425 n.v.t. -518.334 -461.425 -518.334
E=C-D E=C-D Tekort ná compensatie Tekort ná € -261.688 compensatie
- 376.602 € 44.994 € -331.608 - 297.195 € 35.507 € -261.688 - 424.667 € 50.737 € -373.930 - 376.602 € 44.994 € -331.608 - 220.627 € 26.359 € -194.268 - 424.667 € 50.737 € -373.930 - 138.300 € 16.523 € -121.777 - 220.627 € 26.359 € -194.268 1.004.080 n.v.t. n.v.t. - 138.300 € 16.523 € -121.777 - 635.112 € 75.879 € -559.233 1.004.080 n.v.t. n.v.t. -1.088.423 € 250.000 € -838.423 - 635.112 € 75.879 € -559.233 -1.088.423 € 250.000 € -838.423 Berekening van de compensatie (2025: € 500.000;
Kolom A: Begroting BegrotingMGR MGR2024-2027, 2024-2027, jaarschijf 2025 2026: € 250.000) Kolom A: jaarschijf 2025 resp.resp. 2026.2026. Hier zijn de bedragen voor Nieuw Beschut op
Toelichting tabel gecorrigeerd, omdat deze afzonderlijk zichtbaar als integratie-uitkering en ook conform de circulaire Hier zijn de bedragen voor Nieuw Beschut opisgecorrigeerd, Hetdaarmee tekort (verschil bedrag begroting MGR t.o.v. rekentool
Kolom A: Begroting opgehaald wordt. MGR 2024-2027, jaarschijf 2025 resp. 2026. Hier zijn de bedragen voor Nieuw Beschut op Kolom B: De verdeling conform de rekentool van Berenschot, gebaseerd op de uitwerking van de meicirculaire opgehaald wordt. en daarmee ook conform de circulaire opgehaald wordt. totale tekort van de regiogemeenten. Dit levert een procen2023. Kolom C: B: Effect De verdeling rekentool van Berenschot, gebaseerd op demet uitwerking van deinmeicirculaire Kolom van de conform uitkomstde van de rekentool van Berenschot, vergeleken de bedragen begrotinghet van tekort van Berg en Dal tuele verhouding op. de Voorbeeld: 2023. de MGR. Nijmegen gaat minder bijdragen t.o.v. de begroting; de overige gemeenten gaan meer bijdragen. Kolom B:Effect Dehantering verdeling conform dederekentool Berenschot, bedraagt van het totale tekortvan van de ‘tekortgemeenten’. Kolom D: C: van de uitkomst van rekentool van Berenschot, vergeleken met de14% bedragen in de begroting Kolom Bij van de Berenschottool (zievan kolom B), is Nijmegen bereid in 2025 en 2026 de regiogemeenten de MGR. Nijmegen gaat minder bijdragen t.o.v. de begroting; de overige gemeenten gaan meer bijdragen. te compenseren voor een bedrag van € 500.000 in 2025 en € 250.000 in 2026. De compensatiebedragen worden hier gebaseerd op de uitwerking van de meicirculaire 2023. In 2025 bedraagt het compensatiebedrag € 500.000.
Kolom D: Bij hantering per gemeente getoond.van de Berenschottool (zie kolom B), is Nijmegen bereid in 2025 en 2026 de regiogemeenten Het van Berg en Dal is 14% hiervan, te weten € 70.157. te compenseren voor een bedrag € 500.000 2025 en € 250.000 2026. Deaandeel compensatiebedragen worden hier Kolom E: Effect van het tekort pervan gemeente ná in compensatie door deingemeente Nijmegen. per gemeente getoond. Kolom C: Effect van de uitkomst van de rekentool van Overigens ligt deze verdeling niet vast; gemeente Nijmegen Kolom E: Effect van het tekort per gemeente ná compensatie door de gemeente Nijmegen.
omdat deze afzonderlijk zichtbaar is als integratie-uitkering Berenschot) van iederede gemeente gecorrigeerd, omdat deze afzonderlijk zichtbaar is als integratie-uitkering en daarmee ook conform circulaire wordt omgeslagen op het
Berenschot, vergeleken met de bedragen in de begroting van
laat deze vrij aan gemeenten.
de MGR. Nijmegen gaat minder bijdragen t.o.v. de begroting; de overige gemeenten gaan meer bijdragen.
De bedragen zijn gebaseerd op de meest recente bronnen 38
(begroting MGR 2024-2027 en rekentool Berenschot; mei-
Kolom D: Bij hantering van de Berenschottool (zie kolom B), 38
circulaire 2023). Na het verstrijken van de tijd is er steeds minder
is Nijmegen bereid in 2025 en 2026 de regiogemeenten te
zicht op de oude situatie en de daar ontstane verschillen
compenseren voor een bedrag van € 500.000 in 2025 en
(door actualisatie van de maatstaf-aantallen en bedragen
€ 250.000 in 2026. De compensatiebedragen worden hier
vanuit de circulaires die ten grondslag liggen aan de rekentool
per gemeente getoond.
Berenschot). Door de compensatiebedragen in 2025 en 2026 nu vast te
Kolom E: Effect van het tekort per gemeente ná compensatie
stellen, hebben gemeenten duidelijkheid en kan dit gebruikt
door de gemeente Nijmegen.
worden voor de gemeentelijke meerjarenbegroting.
35