CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel 7.5 Bijlage 4 APV 2026 was-wordt

raadsvergadering openbaar 6 juli 2026, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Algemene Plaatselijke Verordening26.929 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Activiteitenbesluit milieubeheer: Correctie; had geletterd moeten worden. Hierna Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit doorgeletterd. luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

a. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein b. collectieve festiviteit: festiviteit die niet aantal inrichtingen is verbonden; specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; b. gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer;

c. gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer;

c. gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. d. gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt van het Activiteitenbesluit milieubeheer; verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer;

APV 2022 (WAS)

APV 2026 (WORDT)

d. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;

e. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;

e. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;

f. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;

f. inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer;

g. inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer;

g.

h. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt. Artikel 4:5a Traditioneel schieten [Gereserveerd]

onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

Artikel 4:5b Geluidhinder in de openlucht [Gereserveerd]

TOELICHTING

Wegens het verplaatsen van artikel 4:6a naar artikel 4:5c worden artikelen 4:5a en 4:5b uit de model-APV ten behoeve van de volgorde als gereserveerd toegevoegd aan de APV. Vooralsnog zijn er geen plannen deze toe te voegen omdat hier (nog) geen wens voor bestaat.

Wegens het verplaatsen van artikel 4:6a naar artikel 4:5c worden artikelen 4:5a en 4:5b uit de model-APV ten behoeve van de volgorde als gereserveerd toegevoegd aan de APV. Vooralsnog zijn er geen plannen deze toe te voegen omdat hier (nog) geen wens voor bestaat.

APV 2022 (WAS)

APV 2026 (WORDT)

TOELICHTING

Artikel 4:6A (Geluid)hinder door dieren

Artikel 4:5c Geluidhinder door dieren

Het huidige artikel 4:6A wordt conform VNGmodel verplaatst naar artikel 4:5c zodat de feitcode overeenkomt.

1. Degene die de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt. 2. is.

Het verbod geldt niet voor zover de Wet milieubeheer van toepassing 2. Het verbod geldt niet voor zover de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, van toepassing is.

3. Het dierenwelzijn van het inbeslaggenomen huisdier blijft onder de verantwoordelijkheid van de gemeente.

[Vervallen]

De Wet milieubeheer is door de invoering van de Omgevingswet deels vervallen, maar op grond van het Invoeringsbesluit Omgevingswet kunnen APVartikelen uiterlijk tot het einde van de overgangsperiode blijven gelden. Voor handhaving is het dan wel belangrijk dat de wetgeving zoals die was voor inwerkingtreding van de Omgevingswet, van toepassing blijft.

Inbeslagname wordt geregeld in Awb (bestuursdwang). Uit deze artikelen volgt ook dat de gemeente verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van ingeslaggenomen zaken.

Artikel 4:6 Overige geluidhinder Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale Milieuverordening.

3. Het verbod is niet van toepassing op situaties Correctie; verkeerde verwijzing. waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.

APV 2022 (WAS)

APV 2026 (WORDT)

Artikel 4:6A (Geluid)hinder door dieren

Artikel 4:6a Mosquito

TOELICHTING

Voor verplaatsing van artikel zie toelichting bij nieuwe artikel 4:5c. 1. Degene die de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor 1. Onder mosquito wordt verstaan een apparaat Een ‘mosquito’ is een apparaatje dat een een omwonende of voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt. dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge pieptoon veroorzaakt die alleen hinderlijke hoge pieptoon produceert, met als doel voor jongeren tot een leeftijd van ongeveer 25 jaar groepen jongeren weg te houden van plaatsen hoorbaar is. Dit apparaat wordt in meer dan waar zij overlast veroorzaken. honderd Nederlandse gemeenten gebruikt ter bestrijding van overlast door hangjongeren. 2. is.

Het verbod geldt niet voor zover de Wet milieubeheer van toepassing 2. In afwijking van artikel 4:6 kan de burgemeester De burgemeester kan besluiten een Mosquito op in het belang van de openbare orde besluiten op te hangen op openbare plaatsen als dit een openbare plaats een mosquito aan te brengen noodzakelijk is voor de handhaving van de bij gebleken ernstige overlast door jongeren op die openbare orde. Binnen Hendrik-Ido-Ambacht is dit plaats. voor het eerst in 2025 gedaan ter bestrijding van geluidsoverlast door hangjongeren op de voetbalvelden bij ASWH. De mosquito is een ingrijpend middel, er moet daarom een evenwichtige verhouding bestaan tussen het doel en het middel (proportionaliteit) en het doel, de handhaving van de openbare orde, kon niet op een minder ingrijpende wijze worden bereikt (subsidiariteit). Mede vanwege de omstreden status van de mosquito verdient het de voorkeur om een apart artikel in de APV op te nemen, en dat niet, zoals ook wel gebeurt, de gemeente zichzelf een ontheffing verleent van het artikel 4:6.

3. Het dierenwelzijn van het inbeslaggenomen huisdier blijft onder de verantwoordelijkheid van de gemeente.

3. De aanwezigheid van een mosquito wordt In het kader van het eerbiedingen van de duidelijk kenbaar gemaakt op de plaats waar deze persoonlijke levenssfeer (artikel 8 EVRM) dient de is aangebracht. aanwezigheid van de mosquito bekend en zichtbaar te worden gemaakt.

APV 2022 (WAS)

Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging Artikel 4:7 Straatvegen Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.

Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen. Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen

APV 2026 (WORDT)

TOELICHTING

4. Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat overlast redelijkerwijs valt te verwachten.

Vanwege het ingrijpende karakter van de mosquito is terughoudendheid geboden bij het gebruik daarvan. De mosquito dient alleen te worden gebruikt op tijdstippen waarop de overlast daadwerkelijk optreedt. De moderne mosquito's kunnen handmatig worden ingeschakeld wanneer iemand overlast ervaart, en schakelen na 15 minuten weer uit.

5. Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste twaalf maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een periode van ten hoogste zes maanden verlengen.

Terughoudendheid van het gebruik van de mosquito kan worden bereikt door een beperkte periode vast te stellen dat deze wordt ingezet. Na de plaatsing kan worden geëvalueerd of de mosquito het gewenste effect heeft bereikt en kan worden besloten de duur te verlangen.

Het is verboden gedurende een daarbij Tekstuele aanpassing voor betere leesbaarheid. aangeduide tijdsperiode een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte. Het is verboden binnen de bebouwde kom op een Tekstuele aanpassing. openbare plaats de natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.

APV 2022 (WAS)

APV 2026 (WORDT)

TOELICHTING

Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten Sloten, andere wateren en niet-openbare riolen en Tekstuele aanpassing voor betere leesbaarheid. gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert putten buiten gebouwen mogen zich niet in een voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers toestand bevinden die: van de gebouwen of voor anderen. a. gevaar opleveren voor de veiligheid; b. nadeel veroorzaken voor de gezondheid; of c. hinder teweeg brengen voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen. Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden Artikel 4:10 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. houtopstand: één (of meerdere) houtig, opgaand gewas, zowel levend als afgestorven met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. b. beschermde houtopstand: een houtopstand dat is vastgelegd op de Groene Kaart.

b. beschermde houtopstand: een houtopstand die is vastgelegd op de Groene Kaart;

Correctie.

c. Groene Kaart: kaart met daarop aangegeven de beschermde houtopstanden. d. dunning: velling, welke uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd e. vellen: rooien; kappen; verplanten; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben;

f. rooien: het geheel verwijderen van het boven- en ondergrondse deel van de houtopstand; g. kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand;

e. vellen, rooien, kappen, verplanten of het Correctie van interpunctie + toevoeging van het verrichten van handelingen, zowel boven- als woord 'of' voor betere leesbaarheid. ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben;

APV 2022 (WAS)

APV 2026 (WORDT)

TOELICHTING

Artikel 4:10b Kapverbod

Artikel 4:10b Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

Nieuwe titel van het artikel die beter aansluit op de inhoud van de gehele paragraaf van deze APV.

1. Het is verboden zonder ontheffing een beschermde houtopstand te vellen of te doen vellen.

1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning Met de komst van de Omgevingswet dient de een beschermde houtopstand te vellen of te doen gemeente te beschikken over een omgevingsplan vellen. met daarin alle regels over de fysieke leefomgeving. Op termijn zal dit artikel dus naar het omgevingsplan gaan. Tot die tijd bepaalt artikel 22.8 Omgevingswet dat een dergelijk verbod in de APV wordt gezien als een verbod om zonder omgevingsvergunning deze activiteit te verrichten. om deze reden wordt de ontheffingsplicht gewijzigd in een vergunningsplicht. In artikelen waar deze termwijziging de enige wijzigigng is, wordt de wijziging niet specifiek in deze was/wordt-lijst benoemd.

h. kandelaberen: het terugsnoeien van de kroon tot een hoofdstam met takstompen; i. bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld overeenkomstig artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming; j. bomen effect analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor houtopstand, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting.

2. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het in het eerste gestelde verbod. 3. Het verbod geldt niet voor: a. een beschermde houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet;

Door de wijziging van een verbod met ontheffingsmogelijkheid naar een vergunningspplicht is dit lid overbodig. 2. Het verbod geldt niet voor: a. een beschermde houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantengezondheidswet;

Doorgenummerd. Naam van de wet is gewijzigd.

APV 2022 (WAS)

APV 2026 (WORDT)

TOELICHTING

b. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; c. het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud; d. dode bomen; e. gemeentelijke bomen met een veiligheidsrisico. Artikel 4:10c Aanvraag/procedure 1. De aanvraag voor een ontheffing moet schriftelijk en gemotiveerd 1. Een omgevingsvergunning wordt aangevraagd Artikel opgesplitst in twee leden voor betere worden aangevraagd, onder verwijzing naar de redengevende beschrijving door of namens degene die krachtens zakelijk leesbaarheid. van de beschermde houtopstand op de Groene Kaart, door of namens dan recht of publiekrechtelijke bevoegdheid wel met toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht of door gerechtigd is over de beschermde houtopstand te degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de beschikken. beschermde houtopstand te beschikken. 2. Een omgevingsvergunning wordt gemotiveerd aangevraagd met verwijzing naar de redengevende beschrijving van de beschermde houtopstand op de Groene Kaart. 2. Een aanvraag voor een ontheffing wordt overeenkomstig afdeling 3.4 [Vervallen] Algemene wet bestuursrecht onverwijld na ontvangst gepubliceerd.

Wettelijk voorschrift, overbodig.

[Vervallen] 3. Het besluit tot verlening of weigering van een ontheffing wordt Wettelijk voorschrift, overbodig. gepubliceerd conform de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 4:11 Criteria 1. Het bevoegd gezag kan de aanvraag voor een ontheffing om te vellen 1. Het bevoegd gezag kan de aanvraag voor een weigeren dan wel onder voorschriften verlenen. omgevingsvergunning om te vellen weigeren dan wel onder voorschriften verlenen. 2. Een ontheffing voor het vellen van een beschermde houtopstand kan 2. Een omgevingsvergunning voor het vellen van Ouderwets woord 'indien' gewijzigd in 'als'. worden verleend indien: een beschermde houtopstand kan worden verleend als:

APV 2022 (WAS)

APV 2026 (WORDT)

TOELICHTING

a. een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang niet opweegt tegen duurzaam behoud van de beschermde houtopstand; b. naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade; c. noodzakelijk infrastructureel werk uitgevoerd dient te worden op de locatie van de beschermde houtopstand;

c. noodzakelijk infrastructureel werk uitgevoerd Ouderwets woord 'dient' vervangen door 'moet'. moet worden op de locatie van de beschermde houtopstand;

d. sprake is van dunning; e. groentechnisch renovatieplan werkzaamheden worden verricht ter verjonging en verbetering van de betreffende boomstructuur; f.

sprake is van een noodtoestand of andere uitzonderlijke situaties;

g. sprake is van zwaarwegende overlast. 3. Het bevoegd gezag kan de eigenaar van de houtopstand verplichten tot direct vellen, indien sprake is van acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang. Artikel 4:11a Intrekking of wijziging 1. De ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: a. indien onjuiste of onvolledige gegevens ter verkrijging van de ontheffing zijn verstrekt; b. indien het, na het verlenen van de ontheffing, op grond van verandering van inzichten of omstandigheden na verlening, wijziging of intrekking, noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist;

3. Het bevoegd gezag kan de eigenaar van de houtopstand verplichten tot direct vellen, als sprake is van acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang.

Ouderwets woord 'indien' gewijzigd in 'als'.

1. De omgevingsvergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd: a. als onjuiste of onvolledige gegevens ter Ouderwets woord 'indien' gewijzigd in 'als'. verkrijging van de omgevingsvergunning zijn verstrekt; b. als het, na het verlenen van de Ouderwets woord 'indien' gewijzigd in 'als'. omgevingsvergunning, op grond van verandering van inzichten of omstandigheden na verlening, wijziging of intrekking, noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist;

APV 2022 (WAS)

APV 2026 (WORDT)

TOELICHTING

c. indien van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn of indien deze termijn ontbreekt, binnen een redelijke termijn.

c. als van de omgevingsvergunning geen gebruik Ouderwets woord 'indien' gewijzigd in 'als'. wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn of als deze termijn ontbreekt, binnen een redelijke termijn.

Artikel 4:12 Herplant-/instandhoudingsplicht 1. Indien een beschermde houtopstand, waarop het verbod tot vellen 1. Als een beschermde houtopstand, waarop het Correctie van een schrijffout. Daarnaast van toepassing is, zonder ontheffing van het bevoegd gezag is geveld dan verbod tot vellen van toepassing is, zonder ouderwets woord 'indien' gewijzigd in 'als'. wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning van het bevoegd gezag is zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de beschermde houtopstand geveld dan wel op andere wijze teniet is gegaan, bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten tot de grond waarop zich de beschermde overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen houtopstand bevond dan wel aan degene die uit te stellen termijn. anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn. 2. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen. 3.

Indien een beschermde houtopstand, waarop het verbod tot vellen van toepassing is, in het voortbestaan ernstig worden bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de beschermde houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om:

a. overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen;

3. Als een beschermde houtopstand, waarop het Correctie van een schrijffout. Daarnaast verbod tot vellen van toepassing is, in het ouderwets woord 'indien' gewijzigd in 'als'. voortbestaan ernstig worden bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de beschermde houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om:

APV 2022 (WAS) b. een bomen effect analyse op te stellen en aan te bieden aan het bevoegd gezag. Artikel 4:12a Bestrijding van boomziekten 1. Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het oordeel van burgemeester en wethouders gevaar opleveren van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door burgemeester en wethouders is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn:

APV 2026 (WORDT)

TOELICHTING

1. Als zich op een terrein één of meer bomen Ouderwets woord 'indien' gewijzigd in 'als'. bevinden die naar het oordeel van burgemeester en wethouders gevaar opleveren van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, als hij daartoe door burgemeester en wethouders is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn:

a. de boom te vellen; b. conform richtlijnen van de gemeente de gevelde boom direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen. 2. Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders gevelde bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden.

Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke

2. Het is verboden zonder omgevingsvergunning Ouderwets woord 'indien' gewijzigd in 'als'. van burgemeester en wethouders gevelde bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, als het een boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden.

APV 2022 (WAS)

APV 2026 (WORDT)

TOELICHTING

1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk 1. Het is verboden op door het college in het Tekstuele aanpassing, het woord 'beëindiging' sluit aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, beter aan bij woordgebruik in wetgeving. wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen ter voorkoming of beëindiging van overlast dan plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wel voorkoming van schade aan de openbare wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: die luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voerof vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d.

mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties of krachtens Omgevingswet of de Provinciale Verordening Zuid-Holland. waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:

Correctie; verkeerde verwijzing.

APV 2022 (WAS)

APV 2026 (WORDT)

TOELICHTING

a. langer dan gedurende 3 achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.

2. Het college kan ontheffing verlenen van het Correctie; er werd tweemaal verwezen naar het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder verbod. Een van deze twee is nu verwijderd uit de a. tekst.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. van toepassing. Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren: a. binnen de bebouwde kom; b. op de weg buiten de bebouwde kom bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt gedaan; c. op de weg buiten de bebouwde kom waar dit naar oordeel van het college schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid ook geldt voor plaatsen buiten de bebouwde kom. 3. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid niet geldt.

Zie toelichting bij artikel 2:6 lid 6.

APV 2022 (WAS)

APV 2026 (WORDT)

TOELICHTING

4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. 5. Het verbod in het eerste lid is voorts niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 6. Het college kan van de in het eerste gestelde verbod ontheffing verlenen voor: a. voertuigen die worden gebezigd bij de uitvoering van openbare werken en bij bouwwerkzaamheden, voor zover ze in de onmiddellijke nabijheid van het werk worden geparkeerd; b. chauffeurs die een schriftelijke medische verklaring overleggen, waaruit blijkt dat betrokkene niet van een speciaal daartoe aangewezen parkeerterrein gebruik kan maken en ook vaststaat dat betrokkene zonder ontheffing in moeilijkheden zou komen; c. rijdende winkels; d. wagens van kermis-, circus- en andere exploitanten van evenementen; e. wagens van bedrijven die in het geval van ongevallen in het wegverkeer terstond moeten kunnen uitrukken; f. voertuigen die speciaal uitgerust zijn voor bijzondere transporten; g. h. i.

koeriersdiensten; gehandicaptenvoertuigen; voertuigen die werkzaamheden voor de gemeente uitvoeren.

7. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. van toepassing.

Zie toelichting bij artikel 2:6 lid 6.

APV 2022 (WAS)

APV 2026 (WORDT)

Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de [Vervallen] rijbaan

TOELICHTING Dit artikel is komen te vervallen. Toelichting VNG: Zowel het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) als het ministerie van Verkeer en Waterstaat vinden dat de bepaling in strijd is met hogere regelgeving, namelijk artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). In verband hiermee is feitelijke handhaving/strafbaarstelling onmogelijk en is de bepaling een dode letter en kan deze dus vervallen.

1. Het is verboden een voertuig te parkeren of te laten stilstaan op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte. 2. Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam. Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen

Artikel 5:12 Overlast van (elektrische) fietsen of Toevoeging vanwege toevoeging aan het eerste bromfietsen lid, zie toelichting hieronder. 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk 1. Het is verboden om (elektrische) fietsen of Omdat ook dergelijke overlast wordt ervaren van aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast of ter bromfietsen onbeheerd achter te laten op locaties nieuwe en populaire vervoersmiddelen voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen die door het college zijn aangewezen. Dit ter (bijvoorbeeld fatbike), breiden we de plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde bescherming van het straatbeeld, ter voorkoming toepasbaarheid van dit artikel uit. Onder de ruimten of plaatsen te laten staan. of beëindiging van overlast en om schade aan de elektrische fiets valt ook een fatbike. Ook wordt de openbare gezondheid te voorkomen. leesbaarheid van dit artikel verbeterd.

APV 2022 (WAS)

APV 2026 (WORDT)

2. Het is verboden fietsen of bromfietsen langer dan achtentwintig achtereenvolgende dagen zonder wezenlijke tijdsonderbreking te laten staan op een openbare plaats.

2. Het is verboden fietsen of bromfietsen langer Achtentwintig dagen na een melding, die meestal dan zeven achtereenvolgende dagen zonder ook niet op de eerste dag wordt gedaan dat het wezenlijke tijdsonderbreking te laten staan op een voertuig ergens staat, is erg lang. Door inwoners openbare plaats. wordt vaak geklaagd dat het te lang duurt tot weesfietsen worden verwijderd terwijl wel bekend is dat ze er staan. Met zeven dagen wordt hier een redelijke termijn beoogd.

Afdeling 2. Collecteren Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 2. Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden: a. in besloten kring; b. door een instelling die is ingedeeld in het door het college vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorschriften plaatsvindt;

TOELICHTING

APV 2022 (WAS)

APV 2026 (WORDT)

TOELICHTING

Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Zie toelichting bij artikel 2:6 lid 6.

c. door een instelling met een CBF-keurmerk, mits zij ten minste 14 dagen vooraf een melding doen van de vrije periode op het CBF collecterooster waar de instelling gebruik van wil maken. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Afdeling 3. Venten Artikel 5:15 Ventverbod 1. Het is verboden zonder vergunning van het college te venten. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van het te 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt Correctie: puntkomma aangepast naar een punt. koop aanbieden, verkopen of afleveren van gedrukte of geschreven niet ten aanzien van het te koop aanbieden, stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld verkopen of afleveren van gedrukte of geschreven in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet, dit voor zover dit niet tot overlast stukken waarin gedachten of gevoelens worden of hinder leidt; geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet, dit voor zover dit niet tot overlast of hinder leidt. 3.

In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:

a. indien we spreiding nodig achten in het belang van het voorkomen of a. als spreiding nodig wordt geacht in het belang Tekstuele aanpassingen. Herschreven om geen beperken van overlast of hinder; van het voorkomen of beperken van overlast of 'we' te gebruiken (onduidelijk wie met 'we' wordt hinder; bedoeld'. Daarnaast ouderwets woord 'indien' gewijzigd in 'als'. b. in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid; c. indien degene die de vergunning aanvraagt geen bewijs van inschrijving in het Handelsregister kan overleggen of een vergelijkbaar buitenlands equivalent daarvan.

c. als degene die de vergunning aanvraagt geen Ouderwets woord 'indien' gewijzigd in 'als'. bewijs van inschrijving in het Handelsregister van Daarnaast de Kamer van Koophandel toegevoegd de Kamer van Koophandel kan overleggen of een als verduidelijking van het Handelsregister. vergelijkbaar buitenlands equivalent daarvan.

APV 2022 (WAS)

APV 2026 (WORDT)

TOELICHTING

d. indien degene die de vergunning aanvraagt namens een ander bedrijf, d. als degene die de vergunning aanvraagt Ouderwets woord 'indien' gewijzigd in 'als'. vereniging, organisatie of stichting vent en daarvan geen bewijs van namens een ander bedrijf, vereniging, organisatie machtiging kan overleggen. of stichting vent en daarvan geen bewijs van machtiging kan overleggen. 4. Het is verboden te venten op zondagen en het is verboden te venten op maandag tot en met zaterdag tussen 21.00 uur en 09.00 uur.

4. Het is verboden te venten op zondagen en op Tekstuele aanpassing om de tekst beter leesbaar maandag tot en met zaterdag tussen 21.00 uur en te maken. 09.00 uur.

5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing (positieve fictieve beschikking).

5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Zie toelichting bij artikel 2:6 lid 6.

4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Zie toelichting bij artikel 2:6 lid 6.

Afdeling 4. Standplaatsen Artikel 5:18 Standplaatsvergunning 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Hendrik-Ido-Ambacht kent de volgende soorten standplaatsen: a. vaste standplaats; b. tijdelijke standplaats; c. incidentele standplaats. 3. Het college wijst locaties aan voor het innemen van een vaste- of tijdelijke standplaats. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

5. De vergunning is niet overdraagbaar, de standplaats moet persoonlijk door de vergunninghouder ingenomen worden. 6. De vergunning voor een vaste standplaats wordt verleend voor vijftien 6. De vergunning voor een vaste standplaats Lid 6 en 7 samengevoegd zodat deze voorwaarden jaar. wordt verleend voor vijftien jaar en voor maximaal in één lid zijn opgenomen. twee dagen per week. 7. De vergunning voor een vaste standplaats wordt verstrekt voor maximaal twee dagen per week.

APV 2022 (WAS)

APV 2026 (WORDT)

TOELICHTING

8. De vergunning voor een tijdelijke standplaats wordt verstrekt voor maximaal drie aaneengesloten maanden.

7. De vergunning voor een tijdelijke standplaats wordt verstrekt voor maximaal drie aaneengesloten maanden.

Doorgenummerd.

9. Per persoon wordt niet meer dan één tijdelijke standplaats verleend.

8. Per persoon wordt niet meer dan één tijdelijke standplaats verleend. 9. De vergunning voor incidentele standplaatsen wordt verstrekt voor maximaal zes dagen per kalenderjaar door dezelfde vergunninghouder.

10. De vergunning voor incidentele standplaatsen wordt verstrekt voor maximaal zes dagen per kalenderjaar door dezelfde vergunninghouder.

11. Lid 10 van dit artikel is niet van toepassing voor het innemen van een standplaats voor gezondheidsonderzoek en wetenschap. Artikel 5:18b Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand; of b. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang;

10. Lid 9 van dit artikel is niet van toepassing voor Verwijzing aangepast vanwege van de nieuwe het innemen van een standplaats voor nummering. gezondheidsonderzoek en wetenschap.

a. de standplaats, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand;

Hier is het woord 'of' weggehaald, omdat er een derde weigeringsgrond is. Dit woord moet daarom achter het sub b geplaatst worden.

b. een kwantitatieve of territoriale beperking als Zie toelichting hierboven. gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang; of

c. het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met een c. de standplaats in strijd is met een geldend Tekstueel aangepast om dit sub te laten aansluiten geldend omgevingsplan. omgevingsplan bij de aanhef van dit artikel. Artikel 5:18c Overgangsrecht 1. Besluiten op grond van eerdere versies van deze verordening op het 1. Besluiten op grond van eerdere versies van Correctie: puntkomma aangepast naar een punt. gebied van standplaatsen blijven na inwerkingtreding van deze deze verordening op het gebied van standplaatsen verordening gelden, totdat het college deze ambtshalve heeft gewijzigd of blijven na inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken; gelden, totdat het college deze ambtshalve heeft gewijzigd of ingetrokken.

APV 2022 (WAS)

APV 2026 (WORDT)

TOELICHTING

2.In afwijking van lid 1 worden alle verstrekte vergunningen ingetrokken of gewijzigd die: a. verleend zijn voor onbepaalde tijd; b. verleend zijn voor een duur langer of korter dan de vergunningstermijn zoals bepaald in artikel 5:18 zesde lid. 3. De vergunningen die ingetrokken zijn conform lid 2 van dit artikel worden door het college vervangen met een nieuwe vergunning voor de duur van vijftien jaar, conform artikel 5:18 zesde lid, met een overgangstermijn van vijf jaar. Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop Het is de rechthebbende op een perceel verboden Tekstuele aanpassing; missend woord. zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen. toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college een standplaats wordt of is ingenomen. Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. 2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken. Afdeling 5. Snuffelmarkten Artikel 5:22 Defintie 1.

In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt verstaan een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf standplaatsen. 2. Onder snuffelmarkt wordt niet verstaan: a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

2. De weigeringsgrond van artikel 5:18b, aanhef Correctie; verkeerde verwijzing. en onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.

Artikel 5:22 Definitie

Correctie van een schrijffout.

APV 2022 (WAS) Afdeling 6. Openbaar water en waterstaatswerken Artikel 5:24 Voorwerpenop, in of boven openbaar water

APV 2026 (WORDT)

TOELICHTING

Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water

Correctie van een schrijffout.

2. Degene die van plan is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.

Tekstuele aanpassingen. Ten eerste 'voornemens' vervangen door 'van plan' om term te verduidelijken. Ten tweede het getal 2 voluit geschreven (zie toelichting 1:8 lid 2).

[Vervallen]

Overbodige bepaling, standaard bestuursproces.

1. Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk 2 weken tevoren een melding aan het college. 3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp. 4. Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking.

APV 2022 (WAS)

APV 2026 (WORDT)

TOELICHTING

5. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten 4. Het verbod is niet van toepassing op Doorgenummerd. met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld waterschapsverordening of situaties waarin wordt voorzien door het bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het omgevingsverordening of de Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapsverordening of situaties waarin wordt Waterwet, de provinciale vaarwegenverordening of het bepaalde bij of voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de krachtens de Telecommunicatiewet. Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, de provinciale vaarwegenverordening of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet. Artikel 5:30 Veiligheid op het water 1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

1. Het is aan een ieder die zich in openbaar Tekstuele aanpassing, 'eenvoudiger' taalgebruik en water bevindt, verboden zich zodanig te gedragen toepassing breder getrokken. dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet. Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Artikel 5:32 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets: wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. a. te crossen buiten wedstrijdverband;

Dit lid is lastig leesbaar, vandaar dat het is opgedeeld in subjes.

APV 2022 (WAS)

APV 2026 (WORDT)

TOELICHTING

b. een wedstrijd of een ter voorbereiding van een wedstrijd zijnde trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen; of c. een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren. Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, 1. Het is verboden binnen voor publiek Omdat ook dergelijke overlast wordt ervaren van parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te toegankelijke natuurgebieden, parken, nieuwe en populaire vervoersmiddelen rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets plantsoenen of voor recreatief gebruik (bijvoorbeeld fatbike), breiden we de of een paard.

beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden toepasbaarheid van dit artikel uit. Onder de met een motorvoertuig, een bromfiets, een elektrische fiets valt ook een fatbike. (elektrische) fiets, een (elektrische) step of een paard. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. b. c.

het voorkomen van overlast; de bescherming van natuur- of milieuwaarden; de veiligheid van het publiek.

APV 2022 (WAS)

APV 2026 (WORDT)

TOELICHTING

Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

Correctie van een schrijffout.

3. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. Afdeling 8. Vuurverbod Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderzins vuur te stoken 1.

Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

APV 2022 (WAS)

APV 2026 (WORDT)

TOELICHTING

b. gemeentelijke begraafplaatsen; en

Er zijn geen crematoria in Hendrik-Ido-Ambacht, vandaar zijn crematoriumterreinen weggelaten.

c. kinderspeelplaatsen, zwemstranden en ligweides.

Toegevoegd conform VNG-model omdat asverstrooiing hier ook niet wenselijk is.

4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Zie toelichting bij artikel 2:6 lid 6.

2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening. Afdeling 9. Asverstrooiing Artikel 5:36 Verboden plaatsen 1. Incidentele asverstrooiing is verboden op: a. verharde delen van de weg; b. gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.

2. Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

APV 2022 (WAS)

APV 2026 (WORDT)

TOELICHTING

Hoofdstuk 6. Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6:2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of Lid opgedeeld in subs voor betere leesbaarheid. verordening bepaalde zijn belast: de gemeentelijke opsporingsambtenaren krachtens deze verordening bepaalde zijn belast: en politieambtenaren van de nationale politie. a. de gemeentelijke opsporingsambtenaren; en b. politieambtenaren van de nationale politie. 2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten. Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening 1. De verordening, Algemene plaatselijke verordening 2021 wordt ingetrokken.

1. De Algemene plaatselijke verordening 2022 wordt ingetrokken.

2. Deze verordening, de Algemene plaatselijke verordening 2022 treedt 2. De Algemene plaatselijke verordening 2026 in werking op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet. treedt in werking op het moment van bekendmaking. Artikel 6:6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening 2022.

Aanpassing naar 2022 omdat met deze nieuwe APV de APV uit 2022 wordt ingetrokken. Aanpassing naar 2026 omdat deze APV in 2026 in zal gaan. Daarnaast moment van bekendmaking aangepast gezien de Omgevingswet al in werking is getreden.

Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Aanpassing naar 2026 omdat deze APV in 2026 in Plaatselijke Verordening 2026. werking zal treden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17034460/1