Voorstel 7.5 Bijlage 4 APV 2026 was-wordt
Tekst van het document
APV 2022 (WAS) Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen weergegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze verordening;
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
a. bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;
Hendrik-Ido-Ambacht heeft maar één bebouwde kom. Een verwijzing naar de kom volgens de Wegenverkeerswet maakt dat er niet meerdere begrenzingen van de bebouwde kom zijn.
b. beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; c. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot Correctie; interpunctie aangepast. besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de het nemen van een besluit ten aanzien van een Omgevingswet. omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; d. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; e. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; f. college: het college van burgemeester en wethouders; g. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Correctie; verkeerde verwijzing. bouwwerken leefomgeving; bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; h. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; i. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; j. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; k. penbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de k.
openbare plaats: hetgeen daaronder wordt Wet openbare manifestaties; verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;
Correctie van een schrijffout.
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
l. parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; m. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; n. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;
o. weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994. Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a.
ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik Dit woord is toegevoegd om duidelijk te maken of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin dat hier geen sprake is van een 'en'-bepaling, maar een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van van een 'of'-bepaling. een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. 2.
de houder dit verzoekt. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.
Ouderwets woord 'indien' gewijzigd in 'als'.
c.
Dit woord is toegevoegd om duidelijk te maken dat hier geen sprake is van een 'en'-bepaling, maar van een 'of'-bepaling.
Artikel 1:7 Termijnen 1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. 2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd indien het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.
Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1. De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag of het bevoegde bestuursorgaan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. b. c.
de openbare orde; de openbare veiligheid; de volksgezondheid;
d. de bescherming van het milieu. 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden
de volksgezondheid; of
2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden Tekstuele aanpassing; ronde getallen en getallen geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan onder de twintig worden voluit geschreven voor drie weken voor de beoogde datum van de zover het niet gaat om exacte waarden. beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een 1. Het is verboden op een openbare plaats deel De woorden 'vorm van' wordt toegevoegd omdat samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te nemen aan een vorm van samenscholing, er meerdere vormen van samenscholing zijn. te geven tot ongeregeldheden. onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; d. is verplicht op bevel van de gemeentelijke opsporingsambtenaren en d. is verplicht op bevel van de gemeentelijke politieambtenaren van de nationale politie zijn weg te vervolgen of zich in opsporingsambtenaren en politieambtenaren de de door hem aangewezen richting te verwijderen. weg te vervolgen of zich in de door deze persoon aangewezen richting te verwijderen.
3. Het is verboden zich te begeven of zich te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. 5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
Er moet hier niet worden doorgeletterd, want deze tekst slaat op hetgeen onder sub a t/m c staat. Daarnaast is de in de tekst 'zijn' vervangen door 'de' en 'hem' vervangen door 'deze persoon' om het genderneutraal te maken. Verwijdering nationale politie: 'politie' is het algemene woord voor een overheidsinstantie die de wet handhaaft, terwijl 'nationale politie' een manier is om de politieorganisatie te structureren. Het is daarom beter om hierbij voor het woord 'politie' te kiezen.
APV 2022 (WAS) Artikel 2:3 Kenisgeving betogingen op openbare plaatsen
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare Correctie van een schrijffout. plaatsen 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een 1. Degene die het voornemen heeft op een In verband met de werkbaarheid van de uitvoering betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in openbare plaats een betoging te houden, van het artikel is in een eerdere wijziging besloten artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld de termijn te verlengen naar zeven werkdagen. voor de openbare aankondiging en ten minste 7 werkdagen voordat de in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare Tijdens deze herziening van de APV werd gestuit betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. manifestaties, geeft daarvan voor de openbare op de Memorie van Toelichting (MvT) van de Wet aankondiging en ten minste 48 uren voordat de openbare manifestaties (Wom), waaruit blijkt dat betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de wetgever 24 of 48 uren in gedachten had als de burgemeester. kennisgevingstermijn (Kamerstukken II 1986/87, 19 427, nr. 3, p. 8). Door de termijn te wijzigen in de regels handelen we in overeenstemming met de bedoeling van de wet.
De Wom laat de gemeenteraad vrij in het stellen van regels betreffende het tijdstip waarop de kennisgeving voor het houden van een manifestatie moet zijn gedaan. De wetgever gaat er blijkens de parlementaire geschiedenis van uit dat gemeenten de kennisgevingstermijn zo kort mogelijk houden. In verband met de uitvoerbaarheid wordt gekozen voor de 'langere' termijn van 48 uur.
2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en
APV 2022 (WAS) f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
4. Schriftelijke kennisgevingen die op vrijdag na 12.00 uur, op zaterdag, zondag óf een algemeen erkende feestdag worden ingediend, worden beschouwd als ingediend op de eerstvolgende werkdag.
Deze tekst was niet goed leesbaar en uitlegbaar, vandaar aangepast.
Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
Correctie van een schrijffout.
5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn. Artikel 2:6 Vespreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2.
Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het verbod geldt niet voor het aanbieden van drukpers om gedachten of gevoelens te openbaren als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de 6. Op de aanvraag om een ontheffing is Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet van toepassing. bestuursrecht van toepassing. Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen
Deze zinssnede is overbodig, omdat bij het lezen van deze paragraaf uit de Algemene wet bestuursrecht duidelijk volgt waar deze paragraaf over gaat.
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Zie toelichting bij artikel 2:6 lid 6.
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg of openbare plaats
Correctie van een schrijffout.
d. objecten die geplaatst worden door of namens de gemeente.
Toegevoegd ter verduidelijking dat dit ook geldt voor partijen die in opdracht van de gemeente werken.
1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatar est, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen. 2. De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg of oopenbare plaats 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; c. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard. d. objecten die geplaatst worden door de gemeente.
3. Het verbod is voorts niet van toepassing op de volgende voorwerpen mits wordt voldaan aan de krachtens het vierde lid gestelde nadere regels: a. b. c. d.
uitstallingen; bouwobjecten; plantenbakken en banken; spandoeken;
APV 2022 (WAS) e. f. g.
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
reclameborden t.b.v. verkiezingen; springkussens; nader door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen.
4. Het college stelt nadere regels voor de categorieën, bedoeld in het derde lid. 5. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening. 6. In dit artikel wordt onder bevoegd bestuursorgaan verstaan het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester. 7. Op de aanvraag om, niet zijnde een omgevingsvergunningvergunning, 8. Op de vergunningsaanvraag, niet zijnde een Correctie van de zin. Voor de verwijdering voor is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de wat tussen haakjes staat zie toelichting bij artikel beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Algemene wet bestuursrecht van toepassing. 2:6 lid 6.
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
APV 2022 (WAS)
2.Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
2. Het college kan nadere regels stellen voor categorieën waarop het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is.
Toegevoegd zodat net als in artikel 2:10 bepaalde categorieën kunnen worden aangewezen waarop het verbod niet van toepassing is. Dit met betrekking tot de nader vast te stellen regels die het aanleggen van kabelgoottegels voor een verlengde private aansluiting (VPA) mogelijk maken.
3.Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
Doorgenummerd
3.Het verbod is voorts niet van toepassing op 4.Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel provinciale omgevingsverordening of 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van waterschapsverordening of op situaties waarin Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet. wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet. Artikel 2:14 Winkelwagentjes [Gereserveerd]
Artikel 2:14 Winkelwagentjes 1. Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt, is verplicht deze: a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en
Dit artikel is bij de herziening van de APV in 2016 uit de APV gehaald omdat er geen behoefte bestond aan dit artikel. Op verzoek van de adviseurs van OOV is dit artikel nu wel weer toegevoegd. De reden voor toevoeging is dat in de afgelopen jaren meerdere meldingen zijn
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
b. terstond te verwijderen of te doen verwijderen afgelopen jaren meerdere meldingen zijn ontvangen dat winkeliers van enkele uit de omgeving van dat bedrijf. supermarkten hun winkelwagens niet van het parkeerterrein verwijderen. Gesprekken met de winkeliersvereniging en het direct aanspreken van de winkelondernemers hebben geen effect gehad. Met dit artikel hebben de boa's een grondslag om handhavend op te treden. 2. Het is verboden een winkelwagentje na gebruik Omdat bezoekers van de supermarkten zich ook onbeheerd op een openbare plaats achter te schuldig maken aan het achterlaten van hun laten. winkelwagentje op de parkeerplaats (vooral nu veel supermarkten het zogenoemde muntjessysteem niet meer gebruiken) is ook hiervoor een verbod toegevoegd. 3. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.
Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp [Gereserveerd]
Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Hogere wetgeving gaat voor lagere wetgeving.
Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan Dit artikel is bij een eerdere herziening uit de APV te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan verwijderd omdat hier geen behoefte meer aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt was. Wegens een toename van meldingen over belemmerd of voor het wegverkeer hinder of hinderlijke beplanting willen wij dit verbod weer gevaar ontstaat. expliciet in de APV opnemen, zodat hierop kan worden gehandhaafd.
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
1. De rechthebbende op een bouwwerk Deze toevoeging geeft meer helderheid over op grenzend aan de openbare ruimte is verplicht toe welke bouwwerken dit wel of niet kan. te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet. Afdeling 3. Evenementen Artikel 2:25 Evenementenvergunning 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste 15 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 4. De burgemeester kan binnen 10 dagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
TOELICHTING
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
5. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, 5. Het verbod is niet van toepassing op een in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin Wegenverkeerswet 1994. voorzien wordt door artikel 10 in samenhang met 148 van de Wegenverkeerswet 1994.
TOELICHTING Het woord 'juncto' is juridische vaktaal en dus weet niet iedereen wat dit betekent. Het woord is vervangen door 'in samenhang met' om dit te verduidelijken.
6. Het derde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. 7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 8. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
8. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Zie toelichting bij artikel 2:6 lid 6.
Artikel 2:25a Voetbalwedstrijden 3e divisie en hoger 1. Het is verboden voor voetbalverenigingen om zonder vergunning van 1. Het is verboden voor voetbalverenigingen om De afkorting 'KNVB' is voluit geschreven ter de burgemeester een voetbalwedstrijd te organiseren in de derde divisie zonder vergunning van de burgemeester een verduidelijking. of hoger in de competitie van de KNVB. voetbalwedstrijd te organiseren in de derde divisie of hoger in de competitie van de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond. 2. De burgemeester kan nadere voorschriften stellen bij het verstrekken van de vergunning. 3. De vergunningsplicht voor voetbalwedstrijden geldt niet als sprake is van wedstrijden buiten enig competitieverband tegen een amateurorganisatie. 4. Er geldt een meldingsplicht voor wedstrijden buiten enig competitieverband tegen een betaald voetbalorganisatie binnen 10 werkdagen voorafgaand aan de wedstrijd.
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
5. De burgemeester kan het doen spelen van een voetbalwedstrijd verbieden of de wedstrijd beëindigen:
De burgemeester kan het spelen van een voetbalwedstrijd verbieden of de wedstrijd beëindigen:
Het woord 'doen' is weggehaald omdat 'doen spelen' in de volksmond niet wordt gebruikt.
a. uit vrees voor het ontstaan van ernstige verstoring van de openbare orde of veiligheid; b. indien aan de vergunning verbonden of de in de kennisgeving opgelegde voorschriften niet worden nageleefd; c.
indien er geen of niet tijdig melding is gedaan als bedoeld in lid 4.
b. als aan de vergunning verbonden of de in de Ouderwets woord 'indien' gewijzigd in 'als'. kennisgeving opgelegde voorschriften niet worden nageleefd; c. als er geen of niet tijdig melding is gedaan als Ouderwets woord 'indien' gewijzigd in 'als'. bedoeld in lid 4.
Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2:28 Exploitatievergunning inrichting 1. Het is verboden een inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. Het eerste lid geldt niet voor een inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de exploitatie van deze inrichting ondergeschikt is aan de winkelactiviteit.
2. Het eerste lid geldt niet voor: Voor vereenvoudiging en betere leesbaarheid van a. een inrichting in een winkel als bedoeld in het artikel zijn lid 2 en 3 samengevoegd, omdat artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de deze allebei gaan om situaties waarop het eerste exploitatie van deze inrichting ondergeschikt is lid niet van toepassing is. Voor de toepassing van aan de winkelactiviteit; en de artikelen maakt deze samenvoeging geen b. bedrijfskantines en inrichtingen in verschil. zorginstellingen, musea, scholen, uitvaartcentra en kerken, voor zover aan de exploitatie van die inrichtingen geen zelfstandige betekenis toekomt en deze uitsluitend gericht is op de bezoekers/gebruikers van de instelling waar de inrichting onderdeel van uitmaakt.
APV 2022 (WAS) 3. Voorts geldt het eerste lid niet voor bedrijfskantines en inrichtingen in zorginstellingen, musea, scholen, uitvaartcentra en kerken, voor zover aan de exploitatie van die inrichtingen geen zelfstandige betekenis toekomt en deze uitsluitend gericht is op de bezoekers/gebruikers van de instelling waar de inrichting onderdeel van uitmaakt. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING Dit lid wordt opgenomen in het tweede lid.
3. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Vanwege het laten vervallen van het derde lid Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. wordt hier doorgenummerd. Voor toelichting voor verwijderen zie artikel 2:6 lid 6.
Artikel 2:28a Nadere Regels In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:4 kan de burgemeester: a. bepalen dat het exploiteren van bepaalde categorieën van inrichtingen, al dan niet beperkt tot een bepaald gebied geheel of gedeeltelijk van de vergunningsplicht is vrijgesteld; b. nadere regels stellen aan de onder a genoemde vrijstelling; c. voor een bepaalde categorie inrichtingen of een bepaald gebied grenzen stellen aan de te hanteren sluitingstijden; d. nadere regels ter zake van de in deze paragraaf bedoelde vergunning d. nadere regels ter zake van de in deze afdeling Doorgeletterd. De voetnoot wordt hier verwijderd vaststellen[1]. bedoelde vergunning vaststellen. omdat deze in de huidige APV verwijst naar een collegebesluit waarbij niet wordt gespecificeerd welke. Ter voorkoming van onduidelijkheden is deze voetnoot geschrapt. Daarnaast is 'paragraaf' gewijzigd in 'afdeling' zodat correct wordt verwezen.
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
Artikel 2:28b Inhoud exploitatievergunning en aanhangsel vergunning
Met de artikelen 2:28b t/m 2:28d wordt de vergunning vormgegeven en wordt het mogelijk een aanhangsel te maken met daarop de leidinggevenden. Als de leidinggevende wijzigt, hoeft niet de gehele vormgeving van de exploitatievergunning te worden gewijzigd.
1. De burgemeester vermeldt in een vergunning: a. de exploitant; b. tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt; c. de plaats waar de inrichting zich bevindt; d. de situering en de oppervlakte van de inrichting; e. de voorschriften of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden. 2. De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de vergunning de leidinggevenden. 3. De vergunning en het daarvan onderdeel uitmakende aanhangsel, of afschriften daarvan, zijn in de inrichting aanwezig. Artikel 2:28c Eisen aan exploitant en leidinggevenden
1. de exploitant(en) en de leidinggevende(n): a. staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij; b. zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en
Artikel verplaatst vanuit artikel 2:31a, omdat dit aansluit op de vereisten voor een exploitatievergunning en daarom beter past bij andere artikelen die over deze vergunning gaan.
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
c. hebben de leeftijd van achttien jaar bereikt. 2. Het is verboden een inrichting voor publiek Dit lid is enigszins herschreven om het beter geopend te houden als er in de inrichting geen op leesbaar te maken. Ouderwets woord 'indien' de vergunning vermelde leidinggevende, of - in gewijzigd in 'als'. het geval van exploitatie door een niet commercieel rechtspersoon - een barvrijwilliger, aanwezig is. Artikel 2:28d Wijziging aanhangsel exploitatievergunning
In de huidige APV was het niet mogelijk een leidinggevende te wijzigen zonder de gehele vergunning in te trekken en opnieuw te verlenen. Dit artikel stelt de burgemeester in staat om middels een gedeeltelijke wijziging de vergunning te wijzigen. Hierbij wordt aangesloten bij de systematiek van de Alcoholwet.
1. Het is verboden leidinggevenden, die niet vermeld staan op het aanhangsel van de exploitatievergunning van de inrichting, de algemene of onmiddellijke leiding te geven.
Middels dit lid wordt het mogelijk om een leidinggevende op een aanhangsel bij de exploitatievergunning op te nemen.
2. De burgemeester kan vergunning verlenen voor Zie toelichting bij artikel 2:28b. het wijzigen van het aanhangsel van de exploitatievergunning waarbij leidinggevenden worden bijschrijven en/of verwijderd. 3. De burgemeester weigert de wijziging van het Voor (nieuwe) leidinggevenden gelden dezelfde aanhangsel als de perso(o)n(en) als bedoeld in het eisen als nu in 2:28c staan. tweede lid, niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 2:28c gestelde eisen. Artikel 2:28b Weigeringsgronden
Artikel 2:28e Weigeringsgronden
Doorgeletterd.
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
De burgemeester weigert de vergunning indien:
De burgemeester weigert de vergunning als:
Ouderwets woord 'indien' gewijzigd in 'als'.
a. de vestiging of exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend omgevingsplan; b. niet voldaan is aan de ingevolge deze afdeling voor de exploitant en leidinggevenden geldende eisen.
b. niet voldaan is aan de volgens artikel 2:28c voor Verwijzing aangepast naar het daadwerkelijke de exploitant en leidinggevenden geldende eisen. artikel in plaats van de gehele afdeling.
2. In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:
2. In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester Ouderwets woord 'indien' gewijzigd in 'als'. de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:
a. de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of
b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 2. Bij de toepassing van de in het tweede lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk waarin de inrichting is gelegen of zal zijn gelegen; de aard van de inrichting; de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie en de wijze van bedrijfsvoering van de exploitant en/of leidinggevenden in deze of in andere inrichtingen, alsmede hun antecedenten. Artikel 2:28c Vervallen vergunning Een vergunning vervalt van rechtswege, indien: a. de vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden;
Artikel 2:28f Vervallen vergunning Een vergunning vervalt van rechtswege, als:
Doorgeletterd. Ouderwets woord 'indien' gewijzigd in 'als'.
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
b. degene aan wie een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28 is verleend, de hoedanigheid van exploitant heeft verloren; c. gedurende zes maanden, anders dan wegens overmacht, geen gebruik is gemaakt van de vergunning. Artikel 2:28d Intrekkingsgronden Artikel 2:28g Intrekkingsgronden Doorgeletterd. In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:6 kan de Ouderwets woord 'indien' gewijzigd in 'als'. vergunning intrekken of wijzigen indien: burgemeester de vergunning intrekken of wijzigen als: a. de exploitant en/of leidinggevenden de bepalingen in deze afdeling overtreden; b. aannemelijk is dat de exploitant en/of leidinggevenden betrokken zijn, of hen ernstige nalatigheid kan worden verweten, bij activiteiten in of vanuit de inrichting die een gevaar opleveren voor de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid en/of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting;
c. de exploitant en/of leidinggevenden toestaan of gedogen dat in de inrichting strafbare feiten worden gepleegd; d. de exploitant en/of leidinggevenden zich schuldig maken aan discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of welke grond dan ook;
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
e. zich in of vanuit de inrichting feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het (ongewijzigd) geopend blijven van de inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid en/of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting;
f. de exploitant niet langer voldoet aan de in artikel 2:31a lid 1 genoemde f. de exploitant niet langer voldoet aan de in eisen. artikel 2:28c lid 1 genoemde eisen. Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 06.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur.
Verwijzing aangepast vanwege het verplaatsen van dit artikel naar 2:28c
2. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing tijdens de nacht van 31 december op 1 januari, mits de burgemeester minstens 14 werkdagen voor aanvang van de gewijzigde sluitingstijden op de hoogte is gebracht middels een schriftelijke melding.
3. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 4.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.
5. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
6. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.
5. Voor een openbare inrichting als bedoeld in Verwijzing verduidelijkt. artikel 2:28, tweede lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
7. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
7. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Zie toelichting bij artikel 2:6 lid 6.
Artikel 2:31 Verboden gedragingen 1. Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een personeel betreft, of gedurende de tijd dat de besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid; inrichting gesloten moet zijn op grond van een besluit volgens artikel 2:30, eerste lid; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras. Artikel 2:31a Eisen aan exploitant en leidinggevenden 1. De exploitant en de beheerder: a. staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij; b. is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; c. heeft de leeftijd van achttien jaar bereikt. 2. Het is verboden een inrichting voor het publiek geopend te houden indien in de inrichting niet aanwezig is en op de vergunning vermelde leidinggevdne, of - indien de inrichting wordt geëxploiteerd door een niet commerciële rechtspersoon - een barvrijwilliger. Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen
Ouderwets woord 'dient' vervangen door 'moet'.
Verplaatst naar artikel 2:28c, zie toelichting bij dat artikel.
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
1. De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.
De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor de exploitant handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.
Nummering weggehaald omdat er slechts één lid is. Daarnaast een neutralere benoeming van de exploitant.
Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden in de Alcoholwet
Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden in de Alcoholwet [Vervallen]
Deze afdeling is niet uitgewerkt in de huidige APV omdat deze regels in de Drank- en Horecaverordening Hendrik-Ido-Ambacht 2014 staan, maar in de huidige APV staat niet vermeld dat deze afdeling (door het bestaan van deze verordening) vervallen is.
Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Artikel 2:36 Kennisgeving exloitatie Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht daarvan binnen drie dagen daarna schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester. Artikel 2:37 Nachtregister
1. De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is verplicht een register, als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht bij te houden.
[Vervallen]
Correctie van een schrijffout.
Dit is in het Wetboek van Strafrecht geregeld en dus hogere wetgeving, waardoor dit artikel is komen te vervallen.
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
2. De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is verplicht, het in het eerste lid bedoelde register aan de burgemeester of aan een door hem aangewezen ambtenaar over te leggen op een door de burgemeester te bepalen wijze. Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situa es waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen. 3. Onverminderd het bepaalde in ar kel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; b. de exploita e van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de 4. Op de aanvraag om een vergunning is Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet niet van toepassing. bestuursrecht niet van toepassing. Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade Artikel 2:42 Plakken en kladden 1.
Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden. 2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;
Zie toelichting bij artikel 2:6 lid 6.
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
b. met kalk, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. 3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. 4. De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan een 4. De houder van de schriftelijke toestemming is Tekstuele aanpassingen. Ingekort door 'amtenaar ambtenaar die met opsporing is belast, op diens eerste vordering terstond verplicht die aan een opsporingsambtenaar op die met opsporing is belast' te wijzigen naar ter inzage af te geven. diens eerste vordering direct ter inzage af te 'opsporingsambtenaar'. Daarnaast ouderwets geven. woord 'terstond' gewijzigd in 'direct'. 5. Het college wijst aanplakborden aan voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. 6. Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. 7. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan. Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen 1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen 2. Dit verbod is niet van toepassing als de Ouderwets woord 'indien' gewijzigd in 'als'.
niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig maken van sporen te voorkomen. sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen. Artikel 2:44a Vervoer geprepareerde voorwerpen
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
1. Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te vergemakkelijken.
1. Het is verboden op de weg of in de Woordvolgorde gewijzigd voor betere nabijheid van winkels een voorwerp dat er leesbaarheid, dit verandert niets aan de kennelijk toe is uitgerust om het plegen van inhoudelijke betekenis van het artikel. (winkel)diefstal te vergemakkelijken te vervoeren of bij zich te hebben.
2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde handelingen
2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet Ouderwets woord 'indien' gewijzigd in 'als'. van toepassing als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde handelingen.
Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke [Gereserveeerd] Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 1. Het is verboden op een openbare plaats: a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, heining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;
b. zich zodanig op te houden dat aan andere gebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen woningen onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt.
[Gereserveerd] 1. Het is verboden: a. op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, heining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair; b. op een openbare plaats zich zodanig op te houden dat aan andere gebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen woningen onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt.
TOELICHTING
Correctie van een schrijffout.
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
c. op bruggen en andere kunstwerken, die in de gemeente liggen en/of in beheer, eigendom of bedieningsverantwoordelijkheid zijn van het college, te klimmen of hiervan af te springen in openbaar water.
In de zomer is er binnen de gemeente veel overlast gemeld over jongeren die vanaf bruggen het water in springen en zo een vorm van recreatie vormen. Er is vooral sprake van geluidsoverlast, maar er zijn ook meldingen dat voorbijgangers worden lastiggevallen en op steigers van aan het water liggende huizen wordt geklommen. Handhaving is lastig, omdat de politie vooral kijkt naar gevaarzetting, de boa's hier geen bevoegdheden voor hebben, en het waterschap een capaciteitstekort heeft op handhaving. Dit artikel biedt een oplossing zodat in ieder geval de boa's op de overlast kunnen reageren.
2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 waarin wordt voorzien door artikel 424, 426bis of van de Wegenverkeerswet 1994. 431 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, het Binnenvaartpolitiereglement en de Wet beheer rijkswaterstaatswerken. Artikel 2:47a Messen en andere steekwapens
1. Het is verboden op de weg of in voor publiek toegankelijke gebouwen messen of andere steekwapens bij zich te hebben. 2. Het verbod geldt niet met betrekking tot voorwerpen die zodanig zijn ingepakt, dat zij niet voor dadelijk gebruik gereed zijn.
[Vervallen]
Dit artikel wordt conform VNG-model opgenomen in artikel 2:50a, omdat anders bij een boete uitschrijven niet meer op de foutcode kan worden geschreven.
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het onderwerp daarvan wordt voorzien bij of krachtens de Wet wapens en munitie. Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen 1. Het is verboden zonder redelijk doel: a. zich in een portiek of poort op te houden; b. in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.
b. in, op of tegen een raamkozijn of een drempel Met deze toevoegingen zorgen we ervoor dat er van een gebouw te staan, hangen, zitten, of liggen. beter op dit artikel kan worden gehandhaafd, omdat de termen 'staan' en 'hangen' andere gedragingen zijn dan 'zitten' en 'liggen'. Deze termen ontbraken in dit sub.
2. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, 2. Het is aan anderen dan bewoners of appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebruikers van een flatgebouw, gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk appartementsgebouw of een soortgelijke doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte meergezinswoning of van een gebouw dat voor van dat gebouw. publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in of bij een gebouw. Artikel 2:49a Verbod speelgeod- en nepwapen Het is verboden op een weg of een openbare plaats die deel uit maakt van een door de burgemeester tijdelijk aangewezen gebied, een of meer speelgoed- of nepwapens te vervoeren of bij zich te hebben wanneer daardoor gevaar dreigt voor de openbare orde of veiligheid.
[Vervallen]
Toepassing breder getrokken.
Wordt verplaatst naar artikel 2:50b, zie dat artikel voor verdere toelichting.
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties
Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als steekwapen
Het verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties vervalt omdat dit volgens de Hoge Raad in strijd is met de vrijheid van meningsuiting (ECLI:NL:HR:2021:1946). In plaats daarvan wordt onder dit artikel een verbod op steekwapens toegevoegd conform het VNG-model. In de huidige APV staat een dergelijk verbod opgenomen in artikel 2:47a, maar dit wordt hierheen verplaatst omdat anders bij een boete uitschrijven niet meer op de foutcode kan worden geschreven.
1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zicht te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechtelijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde.
1. Het is verboden messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben op door de burgemeester aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven.
Uit het arrest van de Hoge Raad van 15 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1993, volgt dat het in het belang van de openbare orde en veiligheid mogelijk is om een bepaling in de APV op te nemen die ziet op een ‘messenverbod’. Deze bepaling mag niet zien op wapens of voorwerpen die zijn genoemd in artikel 2 van de Wwm. Dit artikel wijzigt ook in een aanwijzingsbevoegdheid, zodat de burgemeester bij (dreiging van) verstoring van de openbare orde en veiligheid een verbod op kan leggen.
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
2. Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn.
Dit lid waarborgt dat messen en voorwerpen die zijn ingepakt, bijvoorbeeld omdat deze in een winkel zijn aangeschaft en nog in de verpakking zitten, niet onder het verbod vallen. Het doel van het artikel is bescherming te bieden tegen mogelijke aantasting van de openbare orde en veiligheid, maar aanschaf van bijvoorbeeld een keukenmes moet mogelijk blijven. Het moet dan wel zodanig zijn verpakt dat het niet onmiddellijk kan worden aangewend.
3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover het Hogere wetgeving gaat voor lagere wetgeving. Het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet verbod geldt niet voor het dragen van messen of wapens en munitie. voorwerpen die als steekwapen gebruikt kunnen worden, dat onder het bereik van artikel 2 van de Wet wapens en munitie valt. Artikel 2:50b Verbod speelgoed- en nepwapen
Verplaatst vanuit artikel 2:49a omdat dit beter past onder het verbod op steekwapens.
Het is verboden op een weg of een openbare plaats die deel uit maakt van een door de burgemeester tijdelijk aangewezen gebied, een of meer speelgoed- of nepwapens te vervoeren of bij zich te hebben wanneer daardoor gevaar dreigt voor de openbare orde of veiligheid. Artikel 2:51 Neerzetetn van fietsen of bromfietsen
Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen of bromfietsen
Correctie van een schrijffout.
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te Het is verboden op een openbare plaats een plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de (elektrische) fiets, (elektrische) step of een gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als dit in strijd is met bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een portiek of als daardoor die ingang versperd wordt. gebouw of in de ingang van een portiek als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt.
TOELICHTING Omdat ook dergelijke overlast wordt ervaren van nieuwe en populaire vervoersmiddelen (bijvoorbeeld fatbike), breiden we de toepasbaarheid van dit artikel uit. Onder de elektrische fiets valt ook een fatbike.
Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en derglijke Het is verboden zich op door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen met een fiets of een bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.
Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op Correctie van een schrijffout. markt en kermisterrein en dergelijke Het is verboden zich op door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen met een fiets of een bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.
Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur
Artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats 1. Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden:
[Vervallen]
a. tussen zonsondergang en zonsopgang in door het college aan te wijzen gebieden; b. in andere gevallen dan bedoeld onder a voor zover:
Het artikel 2.54 is in de huidige APV vervallen. In de zomerupdate van 2024 heeft de VNG van dit vervallen artikel een nieuw artikel gemaakt dat ziet op een verbod op het gebruik van de openbare plaats als slaapplaats. Gezien meerdere meldingen over kampeerders in SandelingenAmbacht is ervoor gekozen dit artikel in de APV op te nemen, zodat de BOA's van Staatsbosbeheer hierop kunnen handhaven.
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
1. sprake is van overlast of hinder voor de omgeving; 2. er gevaar is of dreigt voor de omgeving; of 3. het woon- of leefklimaat wordt aangetast. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod geldt niet: a. voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van artikel 5:25 of het omgevingsplan is toegestaan; b. voor woonwagens met een woonbestemming; c. op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd; d. op kampeerplaatsen die op grond van artikel 4:19 zijn aangewezen. Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd. 2. De eigenaar of houder van een hond is verplicht, indien hij zich met een hond op een openbare plaats bevindt, een daartoe geëigend hulpmiddel bij zich te hebben dat dient tot het opruimen van hondenuitwerpselen. Onder geëigend opruimmiddel wordt verstaan: een hondenpoepschep, wegwerpzakje of een plastic (brood)zakje.
2. Als iemand zich met een hond op een openbare Aanpassing om te verduidelijken dat deze plaats bevindt, is diegene verplicht een daartoe verplichting geldt voor een ieder die zich met een geëigend hulpmiddel bij zich te hebben dat dient hond op een openbare plaats bevindt. tot het opruimen van hondenuitwerpselen. Onder geëigend opruimmiddel wordt verstaan: een hondenpoepschep, wegwerpzakje of een plastic (brood)zakje.
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
3. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander. 2. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond kort aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
3. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die: a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.
2. De eigenaar of houder van de hond aan wie Tekstuele aanpassing door het artikel te splitsen in een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond twee zinnen; dit verbetert de leesbaarheid. kort aangelijnd te houden. De lijn heeft een lengte van ten hoogste 1,50 meter, gemeten van hand tot halsband.
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
TOELICHTING
4. In plaats van of aanvullend op het bepaalde in lid 1 van dit artikel kan het college een gedragscursus en/of een assessmenttest bij een door de dierenpolitie erkende instantie voor die hond aan de eigenaar of houder van die hond opleggen. 5. Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d, dient een 5. Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef Ouderwets woord 'dient' vervangen door 'moet'. hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister en onder d, moet een hond als bedoeld in het die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door eerste lid voorzien te zijn van een door de minister middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is. die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
6. De eigenaar of houder van een hond zorgt ervoor dat de hond niet hinderlijk is voor de omgeving of de nachtrust verstoort.
In de APV bestaat al een dergelijk artikel in het huidige artikel 4:6a, dit lid is daarom overbodig. Het huidige artikel 4:6A wordt overigens conform VNG-model verplaatst naar artikel 4:5c zodat de feitcode overeenkomt.
Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:
a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels;
1. Ter voorkoming of beëindiging van overlast of Tekstuele aanpassing om de leesbaarheid te schade aan de openbare gezondheid is het verbeteren. verboden op door het college aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:
APV 2022 (WAS)
APV 2026 (WORDT)
c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven; of d. te voeren.
TOELICHTING Dit sub vervalt omdat we een algemeen voedervervod opnemen in artikel 2:60a.
2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid. Artikel 2:60a Verbod op het voeren van dieren op openbare plaats of openbaar water 1. Het is verboden op een openbare plaats of openbaar water dieren te voeren.
2. Dit verbod geldt niet:
Met dit artikel wordt een verbod opgelegd voor het voeren van dieren op een openbare plaats of openbaar water. Voorbeelden zijn het voeren van eenden, ganzen en duiven. Ratten en andere plaagdieren komen af op voedselresten, dit zorgt voor een groei van de rattenpopulatie. Dit kan leiden tot gezondheidsproblemen voor mens en dier, en tot schade aan huizen, tuinen, kabels en leidingen. Daarnaast kan mensenvoedsel schadelijk zijn voor dieren en zorgen voedselresten in vijvers en sloten voor vervuiling van het water. Dit verbod wordt opgelegd vanwege een toename van ratten in de openbare ruimte, die afkomen op achtergelaten voedingsresten voor bijvoorbeeld eenden en ganzen.