raad 7 juni 2021
Tekst van het document
Vergadering van 7 juni 2021.
30
het gebruik van lachgas gezondheidsrisico’s met zich brengt en in combinatie met andere verdovende middelen gevaarlijk is, de gemakkelijke beschikbaarheid van lachgas een belangrijke factor is in de populariteit ervan onder jongeren en lachgas vooral wordt gebruikt door jongeren en jongvolwassenen (89 % van de gebruikers is tussen de 15 en 29 jaar), het kabinet de invoering van een landelijk verbod op lachgas op de lange baan heeft geschoven, de VNG vanaf 1 juli 2021 een feitcode zal opstellen met als doel een bestuurlijke strafbeschikking (conform artikel 2:74a, model-APV) te kunnen uitvaardigen, overwegende dat: lachgas sinds de uitspraak van de Hoge Raad in 2016 niet meer onder de Geneesmiddelenwet maar onder de Warenwet valt, lachgas in patronen, flessen en cilinders verkocht wordt via detailhandel, online verkoop- en bezorgdiensten, groothandel èn in het uitgaanscircuit, uit cijfers van de landelijke politie blijkt dat er een sterke toename van lachgasgebruik in het verkeer is; het aantal verkeersincidenten waarbij lachgas in het spel was, steeg van enkele tientallen in 2016 naar bijna 960 in alleen al de eerste zeven maanden van 2019, van de jongeren die tijdens deelname aan het verkeer lachgas gebruiken een aanzienlijk deel de inschatting maakt dat het gebruik van lachgas in hun eigen situatie niet gevaarlijk is, een landelijke aanpak nog op zich laat
wachten, maar ruim de helft van de Nederlandse gemeenten al een eigen lachgasverbod heeft ingevoerd, de gemeente zelf de verantwoordelijkheid heeft om de APV zodanig in te richten (met de feitcode, artikel 2:74a, model-APV) dat de feiten waarvoor een bestuurlijke strafbeschikking kan worden aangeboden in de verordening zullen worden opgenomen, is van mening dat: de gemeente niet moet wachten op landelijke wetgeving, maar actief moet onderzoeken of een verbod op het gebruik van lachgas in de Ambachtse APV kan worden opgenomen, handhavend optreden gemakkelijker wordt als in de APV een kader wordt opgenomen in de vorm van een verbod op het gebruik van lachgas, verzoekt het college om: een lachgasverbod in de APV van de gemeente op te nemen (en de beschikbare feitcode daarin te verwerken), met als doel een verbod te realiseren op de handel in lachgas en op het gebruik van lachgas op openbare locaties in deze gemeente, in het op preventie gerichte beleid expliciet aandacht te schenken aan de schadelijke werking en gevolgen van het gebruik van lachgas, deze wijziging in het beleid expliciet bekend te maken via de gemeentelijke communicatiekanalen, maar ook via gesponsorde items op sociale media, in het bijzonder Instagram en Snapchat, en gaat over tot de orde van de dag." De motie is ondertekend door de fracties van SGP/ChristenUnie, het CDA, Gemeentebelangen, Echt voor
Ambacht en Ambacht Uw belang. De voorzitter constateert dat de motie voldoet aan de vormvereisten en derhalve onderwerp van de beraadslagingen uitmaakt. Mevrouw Van der Hee-Pasterkamp wil, zonder het betoog van mevrouw Kamphuis ook maar enigszins te herhalen, namens de fractie van het CDA heel kort het woord voeren om daarmee het belang van de motie te benadrukken. Het gebruik van lachgas is totaal uit de hand gelopen, zoals het Kamerlid Anne Kuik van het CDA heeft gezegd. Het is slecht voor de gezondheid en de verkeersveiligheid. Samen met de ChristenUnie heeft Anne Kuik daarom in de Tweede Kamer een motie ingediend waarin om het instellen van een
Vergadering van 7 juni 2021.
31
verbod ervan wordt gevraagd. Ook in Hendrik-Ido-Ambacht worden regelmatig lege lachgaspatronen aangetroffen. Het is dus van belang om zo snel mogelijk aan de gang te gaan met de mogelijkheden die er zijn en daarmee niet op de komst van het nieuwe kabinet te wachten. De heer Van der Wulp heeft deze motie vrij laat ontvangen doordat er ergens van een verkeerd e-mailadres gebruik is gemaakt. Dat is vreemd, want hij heeft dat adres al jaren. Het is ook lastig, want hierdoor heeft hij de motie niet in het fractieoverleg kunnen bespreken; dat is pas kort voor deze vergadering gebeurd. Dit is een motie waar men niet tegen kan zijn, maar wel moet men zich afvragen of zij direct uitvoerbaar zou zijn. Kàn wel alles wat er in wordt gevraagd? Hij kan morgen ergens in Ambacht een slagroomspuit gaan halen, er een lachgaspatroon in doen en die spuit aan iemand verkopen, die vervolgens lachgas tot zich kan nemen. De motie zegt wel dat er geen lachgas meer mag worden verkocht, maar daarover zal toch eerst het een en ander landelijk geregeld moeten zijn wil men er in Ambacht handhavend tegen kunnen optreden. Men kent het probleem van het drugsgebruik in Ambacht, maar niet bekend is wat voor gevolgen het gebruik van lachgas voor deze gemeente heeft.
Dat het niet goed is, is bekend, en dat er een wet moet komen die het verbiedt, is prima, maar als men specifiek als gemeente Hendrik-Ido-Ambacht iets wil doen, moet men wel beschikken over cijfers die het belang daarvan aantonen, terwijl het ook duidelijk moet zijn hoe een verbod zal kunnen worden gehandhaafd en wat er als straf op het gebruik van lachgas komt te staan; dat zal de APV immers moeten aangeven. Spreker zou over dit alles eerst meer duidelijkheid willen hebben. Mevrouw Vogelaar-Korpershoek acht het duidelijk dat de fractie van Gemeentebelangen zich in deze motie kan vinden. Jongeren en ook de wat oudere jeugd zijn zich niet bewust van de gevaren van het gebruik van lachgas. Een vraag aan de portefeuillehouder is of het mogelijk is hierover ook op scholen voorlichting te gaan geven. De heer Neijman kan zich aansluiten bij wat de heer Van der Wulp heeft gezegd. Deze motie heeft ook de fractie van D66 op een laat moment bereikt, zodat zij zich niet goed op de behandeling ervan heeft kunnen voorbereiden. Blijkens een artikel in De Volkskrant in maart van dit jaar hebben 106 van de 184 gemeenten wel een verbod op het gebruik van lachgas in hun algemene plaatselijke verordeningen opgenomen, maar laten zij dit alleen gelden voor aangewezen gebieden. In de rest van zo'n gemeente geldt het verbod alleen als er sprake is van overlast.
Dat betekent toch wel een aanzienlijke beperking van de reikwijdte van de motie. Evenals de heer Van der Wulp verzoekt spreker de portefeuillehouder hierover duidelijkheid te verschaffen. De fractie van D66 is zich er overigens heel wel van bewust dat lachgas op de opiumlijst moet komen te staan, maar bij het instellen van een verbod op het gebruik van deze drug moet men ook kijken naar de handhaafbaarheid daarvan en naar het waterbedeffect dat dit op omliggende gemeenten zal kunnen hebben. Is het bekend of ook de raden daarvan een motie als deze hebben aangenomen? Als er inzake al deze aspecten een antwoord is ontvangen, zal de fractie met een standpunt over deze motie komen. De heer Doevendans sluit zich graag aan bij wat de heren Van der Wulp en Neijman hebben gevraagd. Betreffende het punt van de handhaafbaarheid van een verbod op het gebruik van lachgas is er nog de vraag of het door de politie zou moeten worden gehandhaafd, of dat dit door de BOA's zou moeten worden gedaan. Verder staat er reeds in de huidige APV dat de gemeente hinderlijk gedrag als gevolg van de handel in drugs in de openbare ruimte niet toestaat. Lachgas wordt in feite ook als een drug beschouwd, zodat de middelen om te handhaven er al zijn. In de motie zijn landelijke cijfers opgenomen.
Kan er worden gezegd wat in de afgelopen jaren in Hendrik-Ido-Ambacht het gebruik van lachgas is geweest en in welke mate dat is toegenomen?
Vergadering van 7 juni 2021.
32
Mevrouw Oelfke-ten Seldam noemt de motie sympathiek, maar vindt het wel bijzonder dat het instellen van een verbod op het gebruik van lachgas niet al aan de orde is gekomen toen een jaar geleden de drugsnota werd behandeld, dit terwijl ook daarin dat gebruik was vermeld. De VVD-fractie is dan ook benieuwd hoe de portefeuillehouder dit ziet. Voorts onderschrijft de fractie de tot nu toe gestelde vragen, zich afvragend of de motie soms een tijdelijk verbod via de APV beoogt, in afwachting van landelijke wetgeving. In de motie wordt gezegd: "is van mening dat de gemeente niet moet wachten op landelijke wetgeving, maar actief moet onderzoeken of een verbod op het gebruik van lachgas in de Ambachtse APV kan worden opgenomen", maar het verzoek in de motie luidt een verbod op het gebruik van lachgas in de APV òp te nemen. Dit is dus tegenstrijdig; de indienster van de motie wordt verzocht hierop nog te reageren. De voorzitter antwoordt dat de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht al geruime tijd bezig is met het treffen van voorbereidingen voor het instellen van een verbod op het gebruik in lachgas.
Toen er signalen werden ontvangen dat het ministerie op dit punt met kant-en-klare wetgeving zou komen, is hiermee even rustig aangedaan – het advies van het ministerie was trouwens ook om als gemeenten op landelijke regelgeving te wachten – en wel totdat het bericht kwam dat deze zaak zou worden verschoven naar de volgende kabinetsperiode. Na de ontvangst van een nieuw advies van de VNG is hiermee dus meteen verder gegaan, waarbij er conform de model-APV tot de formulering van de volgende in de APV op te nemen tekst is gekomen: "Het is verboden op of aan de weg, of op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben." Gevraagd werd wat het in Ambacht instellen van een verbod op het gebruik van lachgas voor omliggende gemeenten zou kunnen betekenen. Als voorzitter van de VAR kan spreker zeggen dat hierover al workshops hebben plaatsgevonden en dat de VAR de gemeenten sterk stimuleert om voorbereidingen tot het instellen van een verbod als hier bedoeld te treffen. Veel gemeenten zijn er ook al mee bezig.
De opmerking dat een groot aantal gemeenten al tot de instelling van zo'n verbod is overgegaan, moet spreker echter relativeren door vast te stellen dat de meeste gemeenten nog met de vóórbereiding ervan bezig zijn. Tot 1 juli kan er sowieso geen verbod in de APV worden opgenomen, daar de meldcode nog niet beschikbaar is, een code die juridisch nodig is om daadwerkelijk te kunnen verbaliseren. De planning die het college heeft gemaakt, houdt in dat de instelling van een verbod op lachgas niet vóór het zomerreces zal kunnen gebeuren. Dit onderwerp zal eind augustus in het college worden besproken, gevolgd door een behandeling in de septembervergadering van de commissie ABA. Het voorstel zal in de raadsvergadering van 4 oktober worden behandeld. Er wordt zo conform de richtlijn van de VNG voor een stevige juridische basis van een verbod op het gebruik van lachgas gezorgd. Toen de drugsnota werd behandeld, is er al iets afgesproken over het geven van voorlichting aan scholen. Spreker zal bekijken hoe er met name vanuit de VAR-invalshoek informatie aan de gemeenten is gegeven inzake de wijze waarop die voorlichting het beste kan plaatsvinden. De bewustwording ten aanzien van de nadelige volgen van het gebruik van lachgas is in het afgelopen jaar behoorlijk gegroeid.
Was lachgas enkele jaren geleden nog een relatief onschuldig en incidenteel gebruikt wordend middel, thans wordt het hier en daar massaal gebruikt, hetgeen, als dat intensief en langdurig gebeurt, ernstige gezondheidsschade kan opleveren. Uit de kwartaalrapportages van de VAR blijkt dat het gebruik van lachgas in de gehele regio fors is toegenomen; dat dit in de ene gemeente iets sneller is gebeurd dan in de andere, is toe te schrijven aan een soort waterbedeffect. Lachgas is nog steeds legaal verkrijgbaar, omdat het ook veel andere toepassingen kent, zoals in de horeca. Op gebruik van lachgas binnenshuis heeft de gemeente geen grip. Het in te voeren verbod zal dus geheel gericht zijn op gebruik in de openbare ruimte, op openbare verkoop en op misbruik. De APV zal de juridische mogelijkheden daartoe maximaal benutten. Spreker kan de strekking van de motie geheel onderschrijven. Kijkend naar hetgeen de motie aan het college verzoekt, meent hij dat de motie kan worden overgenomen, daar het verzoek aansluit bij het beleid dat de raad met de aanvaarding van de drugsnota heeft vastgesteld. In de praktische uitwerking
Vergadering van 7 juni 2021.
33
zullen kleine onderdelen nog iets anders kunnen uitvallen naar aanleiding van wat er zal worden geadviseerd door de VAR en de instituties die zich met het geven van voorlichting bezighouden. Mevrouw Kamphuis-Stuij is heel blij met de vaststelling door de voorzitter dat het verzoek van de motie aansluit bij het beleid dat al door de VAR wordt gestimuleerd. Het antwoord op de vraag van mevrouw Oelfke is dat spreekster de veronderstelde tegenstrijdigheid niet ziet. Er wordt het college verzocht te onderzoeken wat de mogelijkheden tot het in de APV opnemen van een verbod op het gebruik van lachgas zijn en het doel van de motie is zo'n opname ook voor elkáár te krijgen. Op basis van het onderzoek dat zij heeft uitgevoerd, denkt zij dat dit inderdaad mogelijk is, maar uiteraard wil zij de portefeuillehouder de gelegenheid geven dit ook zelf goed na te gaan. De heer Van der Wulp noemt wat er nu gebeurt een ietwat vreemde gang van zaken. Vaak moet er, als er een motie is ingediend, overleg worden gepleegd over de vraag wat daarin precies moet staan, maar in dit geval, nu er volgens de portefeuillehouder al aan het komen tot een verbod op het gebruik van lachgas wordt gewerkt, wordt de motie direct overgenomen.
De fractie van de PvdA kan deze motie niet steunen, ook omdat er nog geen antwoord is ontvangen op de vragen hoe het instellen van een verbod juridisch kan worden aangepakt, wat de straffen op overtreding ervan zullen inhouden en om welk aantal gebruiksincidenten het in Hendrik-Ido-Ambacht gaat. Spreker vond de reactie van de portefeuillehouder heel kort door de bocht en neemt aan dat de indieners van de motie ook niet op dit antwoord zaten te wachten, al moeten zij dit natuurlijk zelf bepalen. Zijn conclusie zou zijn dat de motie, gelet op dat waaraan al door de gemeente wordt gewerkt en wat binnenkort een wettelijke basis zal krijgen, geheel overbodig is. De heer Neijman is dit met de heer Van der Wulp eens. Er is kennelijk al met de agendacommissie voorbesproken dat dit onderwerp in de septembervergadering van de commissie ABA aan de orde zal worden gesteld, zodat er in de raadsvergadering van oktober over zal kunnen worden besloten. Waar heeft men het nu dan zo laat op de avond nog over? Als de coalitiepartijen die de indiening van deze motie hebben voorbereid, van te voren even met de eigen portefeuillehouder rondom de tafel waren gaan zitten, zouden zij het nu gegeven antwoord al hebben kunnen krijgen. Ook spreker acht de motie dus overbodig.
Mevrouw Oelfke-ten Seldam is, na het antwoord van de portefeuillehouder te hebben aangehoord, eveneens van mening dat de motie overbodig is. Eerder hebben vaststellingen door portefeuillehouders dat hetgeen in moties werd gevraagd eigenlijk al werd gedaan, tot intrekking van die moties geleid. In dit geval is zelfs gezegd dat al het onderzoek al is gedaan en dat er een tekst voor een in de APV op te nemen verbodsartikel is geformuleerd. Bovendien zijn er ook al bij de vaststelling van de drugsnota toezeggingen op dit punt gedaan. De indieners van de motie vragen nu dus eigenlijk om hetzelfde. Deze gang van zaken lijkt er een beetje op dat men heeft geweten wat er aankomt en met het nog even in de publiciteit gooien hiervan punten heeft willen scoren. Zo komt het althans bij spreeksters fractie over; het zal vast niet de bedoeling zijn geweest. Met de heer Van der Wulp is zij het overigens eens dat moties in andere gevallen vaak op punten en komma's worden bekeken. Dat deze motie nu zo snel zonder zo'n screening is overgenomen, is verwonderlijk. Ook de fractie van de VVD vindt de motie overbodig. Met de strekking ervan is zij het wel eens, maar zij meent dat hiernaar in het bredere verband van drugsgebruik in het algemeen moet worden gekeken. Dit is ook de bedoeling van de portefeuillehouder en daarin kan de fractie zich dus vinden.
Verder wacht zij af met welk raadsvoorstel er in september zal worden gekomen. De voorzitter voert aan dat het voorstel dat wordt ontwikkeld, conform het advies van de VNG in een goed juridisch kader wordt geplaatst, en dat is heel belangrijk. Er wordt niet even vlug iets uitgezocht, neen, er komt een degelijk voorstel. Het gevolg geven aan dat advies heeft recent plaatsgevon-
Vergadering van 7 juni 2021.
34
den en wel na de mededeling van het ministerie dat deze zaak naar het volgende kabinet wordt doorgeschoven. De VNG is toen met een bypass gekomen met als doel toch zo snel mogelijk de invoering van een verbod op het gebruik van lachgas te kunnen regelen. De motie kan worden overgenomen of overbodig verklaard. Het beleid dat in de motie wordt gevraagd en dat spreker zo-even heeft beschreven, is beleid dat er zit aan te komen. De motie zou nu overbodig kunnen worden geacht, daar alle stappen al zijn gezet. In dit geval is echter vrij recent en ook vrij snel met de voorbereiding van de opstelling van een verbodsartikel begonnen. Spreker was er nog niet mee naar buiten getreden dat dit er zat aan te komen en wist trouwens ook niet van het voornemen deze motie in te dienen. Als nu vijf partijen met een motie zijn gekomen welke direct op de voornemens van het college aansluit, kan men haar overbodig verklaren, maar vindt spreker het persoonlijk eleganter om haar over te nemen. Het effect zal netto hetzelfde zijn, want hij heeft al geschetst welke procedure het op te stellen raadsvoorstel zal doorlopen: behandeling in het college, behandeling in de commissie ABA en behandeling en besluitvorming in de raad. De heer Doevendans hoorde de voorzitter zeggen dat wat de indieners van de motie vragen er al aan zit te komen.
Of de motie daarmee overbodig is geworden, weet spreker niet, maar wel denkt hij dat zij te vróeg is, want als de feitcode pas vanaf 1 juli beschikbaar komt, zal er voordien niets kunnen worden gedaan. Zou het, gehoord hebbend dat er in september of oktober met een beleidsvoorstel zal worden gekomen, niet handiger zijn deze tot dan aan te houden? Is men het straks niet eens met het beleid dat in het raadsvoorstel is geformuleerd, dan kan men de motie in de betrokken raadsvergadering alsnog indienen. Is dit wellicht een optie voor de indieners? Mevrouw Kamphuis-Stuij heeft hierover uiteraard nog niet met alle mede-indieners kunnen overleggen, maar de fractie van SGP/ChristenUnie wil de motie graag overgenomen zien, met als belangrijke redenen dat het bewustzijn dat lachgasgebruik gevaarlijk is niet is gegroeid, terwijl dat wel met het gebruik zelf is gebeurd, en dat lachgas op dit moment in het drugsbeleid niet als een drug is aangemerkt, maar nog vrij verkrijgbaar is. De fractie handhaaft dus de motie. De voorzitter concludeert dat het college de motie heeft overgenomen en verder kennis neemt van alle opmerkingen die hierover zijn gemaakt. 11. Sluiting. De voorzitter dankt allen voor hun deelname aan deze vergadering en de mensen thuis voor het hiernaar luisteren. Hij wenst allen een goede nacht en sluit om 23.15 uur met de woorden' tot snel' de vergadering.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 5 juli 2021. De griffier,
De voorzitter,
drs. ing. G.H. Logt.
J. Heijkoop
alg. verslagbureau drexhage c.s.