CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

raad 5 juni 2023

raadsvergadering openbaar 3 juli 2023, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Notulen raad 5 juni 202317.134 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De heer Van den Elsen repliceert dat zijn fractie wel de indiening van een motie heeft overwogen, maar daarvan heeft afgezien omdat wel te voorspellen was dat deze geen meerderheid in de raad zou behalen. Verder maakt zij inzake de vraag hoe zij over dit voorstel zal stemmen inderdaad een andere keuze dan andere fracties, namelijk om er vanwege haar eerdere afwijzing van het recycletarief tegen te stemmen. Voor het overige dankt spreker de fracties voor hun bijdragen, die in bijna alle gevallen constructief waren. Wethouder Lafleur zegt de heer Van der Wulp toe dat het college beleidsregels zal opstellen met betrekking tot degenen die medisch afval hebben te leveren en daarbij rekening zal houden met het aspect van de privacy. Al meer dan de helft van de gemeenten in Nederland heeft het recycletarief ingevoerd en dus behoeft in dezen niet het wiel opnieuw te worden uitgevonden. De door de heer Van Ginkel gedane suggestie om het aantal aan lantaarnpalen bevestigde kroonringen te vergroten, heeft spreker opgeschreven. Ten slotte wil spreker tot de heer Van den Elsen zeggen dat reflecteren over een genomen besluit twee kanten kan opgaan. Wellicht zal diens fractie in de toekomst dus nog anders over het recycletarief kunnen gaan denken.

Zonder hoofdelijke stemming wordt hierop conform het voorstel besloten, onder aantekening dat de fractie van Realistisch Ambacht geacht wil worden te hebben tegengestemd.

15

Vergadering van 5 juni 2023.

16

9.2 Huisvestingsverordening Hendrik-Ido-Ambacht 2023. De heer Van den Elsen memoreert dat de fractie van Realistisch Ambacht eerder vanavond heeft verzocht van dit als hamerstuk opgevoerde agendapunt alsnog een bespreekstuk te maken. Aanvankelijk wilde zij bij de besluitvorming over dit voorstel volstaan met het geven van een stemverklaring, maar bij nader inzien vindt zij het belangrijk van alle fracties te vernemen hoe zij over één specifiek punt in deze huisvestingsverordening denken, namelijk een punt op grond waarvan de fractie van Realistisch Ambacht straks tegen dit voorstel zal stemmen. Het betreft art. 2.1.1, lid 2.f, waarin staat genoemd dat statushouders als groep voor een voorrangsverklaring in aanmerking kunnen komen. In de programmabeginselen van Realistisch Ambacht staat dat de partij geen voorstandster is van het geven van voorrang aan statushouders op de woningmarkt. Dat is niet omdat deze uit een moeilijke situatie gekomen mensen geen huisvestingsproblemen zouden ervaren, maar omdat andere groepen inwoners bij het zoeken naar woonruimte evenzéér in de klem zitten. Uiteraard heeft de fractie geen problemen met de nieuwkomers als zodanig, want in het genoemde programma staat ook dat zij, wanneer zij zich eenmaal in deze gemeente hebben gevestigd, bij hun inburgering maximaal hulp moeten krijgen.

Wat zij nu betoogt, is dat men niet alleen woningen maar ook urgentieverklaringen eerlijk moet verdelen. In de commissievergadering heeft de fractie het college gevraagd of uit deze uniforme regeling voortvloeit dat het college iedere statushouder tot urgent-woningzoekende moet verklaren. In zijn antwoord daarop zei wethouder Flach – de fractie heeft het heel goed teruggeluisterd –: "Wij hebben een jaarlijkse taakstelling om aan te voldoen. Daar maken wij afspraken over met onze corporaties. Dus je kunt erover twisten of hier sprake is van voorrang, of gewoon van een taakstelling. Een corporatie die weet wat voor verantwoordelijkheid wij als gemeente hebben, zal proberen om in de loop van het jaar 75 statushouders te plaatsen. Of ze dat met voorrang doen, of gebruik maken van de mutaties die er zijn, dat maakt eigenlijk niet zoveel uit. In de Ambachtse situatie betekent het vaak wel dat er voorrang gegeven moet worden, omdat het aantal mutaties gewoon heel beperkt is." Daarmee gaf de wethouder precies aan waar voor sprekers fractie het pijnpunt zit. Zij is het namelijk niet eens met de uitspraak dat het niet veel uitmaakt of men het 'het geven van voorrang' noemt of 'het voldoen aan een taakstelling'.

Haars inziens maakt dat juist véél uit, want als men het voldoen aan de taakstelling door middel van het geven van voorrang regelt, weet men zeker dat andere Ambachtse woningzoekenden, mensen zònder een urgentieverklaring, bij elke vrijkomende huurwoning sowieso het nakijken hebben. Sprekers fractie vindt dit essentieel in de context dat Nederland zeer veel asielzoekers ontvangt, mensen die hier in vergelijking met andere landen een onevenredig grote kans op het verkrijgen van een verblijfsstatus hebben. Om even aan te geven waar de fractie van Realistisch Ambacht nìet naar toe wil, noemt spreker de gemeente Almere, waar de betrokken wethouder de vorige week zei dat zij de achterstand in het huisvesten van statushouders alléén zou kunnen wegwerken wanneer àlle vrijkomende huurwoningen naar statushouders zouden gaan; zij gaf aan daarvan wakker te liggen. De Ambachtse wethouder zei in de commissievergadering dat hij had geconstateerd dat de druk op de woningmarkt nog steeds toeneemt, daaraan toevoegend: "Dus ook van kabinetswege zal er meer stelling in moeten worden genomen hoe wij hiermee om blijven gaan, want de druk is enorm.

In 2021 hebben we een 40-tal vrije mutaties gehad zonder voorrang; dat is enorm laag." Ook sprekers fractie vindt dat enorm laag en zij kan helaas uit niets opmaken dat het kabinet hiermee aan de slag gaat op de wijze die wethouder Flach graag zou zien, laat staan dat daarvan op korte termijn resultaten te verwachten zouden zijn. Daarom stemt zij nu tegen dit voorstel. Wel zou het nuttig zijn als de inwoners van Ambacht ook van de andere fracties zouden kunnen vernemen hoe zij hierover denken. De heer De Groot wil best wel een reactie geven. Hij vindt dat men asielzoekers en statushouders niet door elkaar moet halen. De asielzoekers vormen een grótere populatie, terwijl het bij de statushouders gaat om mensen die een vergunning hebben gekregen om in Nederland te mogen blijven. De heer Van den Elsen: "Ik heb in mijn betoog die beide groepen expliciet uit elkaar gehouden." 16

Vergadering van 5 juni 2023.

17

De heer De Groot: "Ja, maar u noemde hen ook toen u het had over voorrang." De heer Van den Elsen: "Nee, ik zei dat er nog heel veel asielzoekers deze kant opkomen, dat een groot aantal van hen statushouder zal worden en dat er dan dus woningen voor hen nodig zullen zijn." De heer De Groot meent dat men over dat 'heel veel' kan twisten – zelf denkt hij dat het wel zal meevallen –, want dat is een relatief begrip. De fractie van D66 kan met dit voorstel instemmen, omdat de gemeente heeft te voldoen aan een wettelijke verplichting die haar door de rijksoverheid is opgelegd. De heer Van der Wulp heeft voorafgaande aan het voldoen aan het verzoek van de collega van de fractie van Realistisch Ambacht aan de wethouder te vragen wat er zou gebeuren als de gemeente zou gaan doen wat de fractie van Realistisch Ambacht zou willen, namelijk niet meer werken met de voorrangsregeling. In welk rijtje van woningzoekenden zouden de betrokkenen dan moeten terechtkomen? Wat kan er voorts gebeuren als de gemeente niet aan haar verplichting zou voldoen? De heer De Groot van D66 wees er terecht op dat de gemeente een wettelijke taak is opgelegd; zij kan daarbij niet de kop in het zand steken. Sprekers partij kent als geen andere de omvang van de problematiek op de woningmarkt.

Het feit dat zoveel mensen een woning nodig hebben, leidt tot een verdringing op de woningmarkt van de eigen inwoners die voor de toewijzing van een huurwoning ingeschreven staan. De fractie zou niets liever zien dan dat iedereen een goede woning zou kunnen vinden, maar het daartoe benodigde aantal woningen is er momenteel niet. Daarnaast zijn er wettelijke regels waaraan de gemeente heeft te voldoen. Al in de commissievergadering heeft de portefeuillehouder gezegd zich daaraan te moeten houden, iets wat hij vanavond alleen zal kunnen herhalen. De leden van de raad kunnen daarop wijzen wanneer zij de bestaande situatie aan de burgers uitleggen. Elke fractie zal wel eens te horen krijgen wat burgers ervan vinden, en de problematiek op dit gebied, die grote aantallen mensen en een klein bestand aan woningen betreft, is dan ook groot, maar de gemeente heeft wel aan haar wettelijke verplichtingen te voldoen. Zij kan die niet aan de kant schuiven, en zo werkt men in Ambacht ook niet. De heer Van der Lei blijft het een moeilijke materie vinden, maar de gemeente heeft nu eenmaal te maken met een wettelijke taakstelling die haar door het rijk is opgelegd. Wordt daaraan in een bepaald jaar niet voldaan, dan krijgt de gemeente er het volgende jaar een taakstelling bij, zodat het probleem alleen maar groter wordt.

Met de heer Van der Wulp is spreker het eens dat de situatie op de woningmarkt heel moeilijk blijft als het woningaanbod heel klein is. Het is voor woningzoekenden natuurlijk wrang om te bemerken dat anderen vóórgaan, maar er blijft sprake van het uitvoeren van een wettelijke taak; de gemeente kan daar niet omheen. Ook de fractie van Gemeentebelangen vindt de bestaande situatie vervelend, maar het is nu eenmaal niet anders. De heer Van Hartingsveldt heeft hieraan namens de fractie van SGP/ChristenUnie weinig toe te voegen. Het gaat om een taakstelling die de gemeente opgelegd heeft gekregen. Dat de fractie zich daaraan graag houdt, is misschien te veel gezegd, maar op zich is het goed om de wet te houden en daaraan draagt de fractie met haar steunverlening aan dit voorstel bij. Wethouder Flach stelt vast dat er zo toch nog een heel debat is ontstaan over een voorstel dat eerst een hamerstuk was. Met de heer Van den Elsen betreurt hij het dat het kabinet soms niet naar de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht luistert; het zou dat vaker wèl moeten doen. Iedereen ziet dat de problemen in Nederland zich opstapelen en effecten op elkaar hebben. De huidige woningcrisis kan ook niet los worden gezien van de instroom van mensen die hier een veilig of beter heenkomen zoeken.

Men kan hierover allerlei politieke opvattingen hebben en sommigen hebben die ook verwoord, maar feitelijk doen die er in deze zaal niet toe; zij horen thuis in een andere zaal en wel een zaal waarin de stoelen blauw zijn. Hier moet men zich vooral bezighouden met de taken welke de gemeente zijn 17

Vergadering van 5 juni 2023.

18

opgelegd. Het is van belang daarin precies te zijn: de gemeente heeft dit jaar de taakstelling – deze wordt halfjaarlijks vastgesteld – om een x-aantal mensen met een verblijfvergunning op te vangen, waarbij het eigenlijk aan haarzelf is om te bepalen op welke manier zij dat doet. In het afgelopen jaar ging het om de huisvesting van zo'n 75 statushouders en de gemeente kon er toen voor kiezen – er waren mensen bij die een gezin vormen – om voor hen 30 woningen op te kopen, waarmee zij dan aan haar taakstelling zou hebben voldaan. Ook kan men ervoor kiezen om mensen in een hotel te huisvesten, maar dat is er hier niet, terwijl er eveneens nog andersoortige oplossingen denkbaar zijn. In de Drechtsteden is besloten om te werken met voorrangsverklaringen voor sociale huurwoningen. In de voorliggende huisvestingsverordening staat dat het college een voorrangsverklaring kàn verstrekken. Daarbij wordt een aantal categorieën genoemd en van geen daarvan zou spreker durven zeggen dat zij geen urgente woningzoekenden zijn. Dit geldt dus ook voor de categorie onder art. 2.1.1, lid 2.f. Dat is een groep mensen die momenteel in een asielzoekerscentrum woont. De omstandigheden aldaar zijn redelijk, maar als mensen met een verblijfsvergunning daar lang blijven zitten, stroopt de keten daarachter op, zodat mensen uiteindelijk eindigen op een grasveld in Ter Apel.

Met andere woorden: vanuit de in humaan perspectief bestaande urgentie wil het college aan de wettelijk opgelegde taakstelling voldoen. Het doet dit in de praktijk door afspraken met de corporaties te maken en door te komen tot een goede spreiding over het jaar. Mocht dit niet voldoende blijken te zijn, dan kan het bijvoorbeeld zeggen dat het aan een categorie mensen met voorrang één op één woningen zal gaan toewijzen. Door goede afspraken lukt het keurig om dit gespreid over het jaar te doen, met daarbij wel de kanttekening dat er heel weinig woningen overblijven voor mensen die nìet tot één van deze acht categorieën behoren. Spreker vindt dit net als de raad een groot probleem. Het college wil daaraan zelf iets doen door na te gaan of het de voorraad sociale huurwoningen zou kunnen vergroten, maar het nu bestaande probleem wordt daarmee niet opgelost. Vandaar zijn oproep aan het kabinet om een en ander ter harte te nemen en bij de te nemen besluiten ook te kijken naar de sociale en maatschappelijke impact die deze problematiek in alle Nederlandse gemeenten heeft. De heer Boudewijn is niet zo snel van begrip, maar als hij naar het genoemde artikel in de huisvestingsverordening kijkt, ondergaat dit met dit voorstel op het punt van de verblijfsvergunninghouders geen wijziging. Hij begrijpt de discussie dan ook niet zo goed.

De voorzitter bevestigt dat de omvang van de voorgestelde wijziging niet groot is, maar nadat dit voorstel als bespreekpunt was aangemerkt, bood dat de gelegenheid om deze discussie aan te gaan. De heer Van den Elsen voert aan dat de fractie van Realistisch Ambacht niet pleit voor het negeren van de wettelijke taakstelling en ook absoluut niet voor inhumaan handelen. Wel is zij ertegen – dit is heel formalistisch – om de taakstelling via de urgentieregeling uit te voeren, daar dit de gemeente volledig de mogelijkheid ontneemt om tot het rijk te zeggen: 'Wij hebben onze taakstelling ondanks onze inspanningen helaas niet volledig gehaald.' In eerste termijn zei spreker al dat men, als men het voldoen aan de taakstelling door middel van het geven van voorrang regelt, zeker weet dat andere Ambachtse woningzoekenden, mensen zònder een urgentieverklaring, bij elke vrijkomende huurwoning sowieso het nakijken hebben. Voor de rest is het helder geworden wat de fracties van dit voorstel vinden, waarvoor dank. Om niet in strijd met het eigen partijprogramma te handelen kan de fractie van Realistisch Ambacht nu niet anders dan tegen dit voorstel stemmen. Wethouder Flach repliceert dat er niet simpelweg tot het rijk zou kunnen worden gezegd: 'Wij hebben om die en die reden onze taakstelling niet gehaald', want dat zou leiden tot sancties en dus nadelige consequenties voor de gemeente.

Het zou dan bijvoorbeeld kunnen gebeuren dat er in een buurgemeente 30 kamers zouden worden gehuurd en dat de rekening daarvoor maandelijks naar HendrikIdo-Ambacht zou worden gestuurd. Zo'n situatie zou op termijn niet houdbaar zijn. Wat hij heeft geprobeerd te zeggen, is dat de mogelijkheid die de voorrangsregeling het college biedt zo veel mogelijk in goed overleg met de corporaties zal worden toegepast, teneinde het zorgen voor een spreiding te 18

Vergadering van 5 juni 2023.

19

kunnen volhouden. Hij hoopt hierover op een ander moment en in een ander verband iets meer te kunnen zeggen. Zonder hoofdelijke stemming wordt hierop conform het voorstel besloten, onder aantekening dat de fractie van Realistisch Ambacht geacht wil worden te hebben tegengestemd. 9.3 Uitbreiding De Tweestroom. De voorzitter heeft begrepen dat de heer Van der Wulp van de fractie van de Partij van de Arbeid een stemverklaring wil geven. De heer Van der Wulp ging het niet om het kunnen geven van een stemverklaring, maar alleen om even de gelegenheid te krijgen om wat over dit voorstel te zeggen, een voorstel dat een hamerstuk is en ook blijft. De voorzitter: "Het was juist mijn bedoeling om u op een elegante wijze in de gelegenheid te stellen om iets over dit hamerstuk te zeggen!" De heer Van der Wulp: "Ja, maar toehoorders zouden bij het woord 'stemverklaring' kunnen denken dat er nu heel wat gaat komen." Het raadsvoorstel is in de commissievergadering unaniem aanvaard. Sprekers fractie heeft naar het scenario voor de uitbreiding van de school de Tweestroom gekeken en kan zich goed voorstellen dat hiervoor is gekozen. De uitbreiding van deze school past in de reeks van scholen in Ambacht die zijn of nog worden vernieuwd. De fractie is blij dat voortschrijdend inzicht tot dit voorstel heeft geleid, een voorstel dat op leerlingenprognoses is gebaseerd.

Dit voorstel laat zien dat men ook in een lopend traject af en toe wat moet bijsturen. Er zal iets gaan gebeuren met de buitenruimte bij De Tweestroom, dus het schoolplein. Indertijd is vernomen dat de gemeente ook iets met betrekking tot de op dat schoolplein aansluitende Brink zou willen gaan doen. Sprekers fractie wil nu graag weten welke ideeën er dienaangaande bestaan. Wethouder Flach zegt toe dat daarover op een later moment met de raad zal worden gecommuniceerd en wel door de betrokken portefeuillehouder, niet zijnde spreker. Zonder hoofdelijke stemming wordt hierop conform het voorstel besloten. 10. Comptabiliteitsbesluiten. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel besloten. Motie vreemd aan de orde van de dag. (Betreft de bevoegdheid van de gemeenteraad met betrekking tot de (nood)opvang van asielzoekers.) De heer Van den Wollenberg acht het een ieder bekend dat er al sinds eind vorig jaar wordt gesproken over de invoering van een landelijke spreidingswet met als doel de vastgelopen asielketen in beweging te krijgen. Op grond van die wet zouden gemeenten ertoe kunnen worden gedwongen om asielzoekers op te vangen. Gemeenteraden zouden daarbij in feite buitenspel komen te staan; colleges van burgemeester en wethouders zouden de wet simpel hebben uit te voeren.

Hoewel de spreidingswet nog niet is vastgesteld, hangt de daardoor veroorzaakte onzekerheid momenteel wel boven de gemeenten. Op die situatie reageren zij afwisselend: de ene gemeente neemt een voorschot op het mogelijk geconfronteerd worden met dwang en vangt al direct meer asielzoekers op – in feite is dat vrijwillige opvang – en andere gemeenten willen wachten totdat er daadwerkelijk van dwang sprake zal zijn en zij daaraan dus zullen moeten gaan voldoen. Gelijktijdig ontstaat er zo onduidelijkheid 19

Vergadering van 5 juni 2023.

20

over de vraag wie over de opvang van asielzoekers beslist vóórdat de spreidingswet is ingevoerd. De ene gemeente, zoals Barendrecht, volgt de redenatie dat het college daartoe bevoegd zou kunnen zijn, terwijl andere gemeenten, zoals Helmond, stellen dat die bevoegdheid juist bij de raad ligt. Gelet op de verontrustende geluiden die iedereen recent zal hebben gehoord, namelijk dat de asielketen dit jaar nog veel zwaarder zal worden belast, is het voorstelbaar dat de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht op enig moment zal worden gevraagd om naast de nu bestaande opvang van asielzoekers óók een grotere bijdrage te gaan leveren, als zij daartoe niet al simpelweg zal worden gedwòngen. Derhalve is het verstandig om op voorhand duidelijkheid te creëren over de vraag wie daarover op dat moment, dus voordat de spreidingswet zal zijn ingevoerd, de beslissing zal hebben te nemen. De fractie van de Ambachtse VVD constateert dat de opvang van asielzoekers een grote maatschappelijke impact kan hebben. Dat maakt dit tot een lastig politiek vraagstuk, en daarin zit volgens haar besloten dat in voorkomend geval de beslissing niet door het college, maar door de geméénteraad dient te worden genomen. Zij wil daarom op deze avond duidelijkheid creëren over de rol van de raad indien ook in Ambacht een verzoek om een grotere bijdrage aan de opvang van asielzoekers te gaan leveren aan de orde zal komen.

Spreker dient daartoe de volgende motie in: "De raad van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, in vergadering bijeen op 5 juni 2023, constaterende dat: • sinds eind 2022 wordt gesproken over de invoering van een Spreidingswet waarmee gemeenten gedwongen kunnen worden om (nood)opvang te realiseren om op die manier de problematiek in de asielketen aan te pakken, • provincies en gemeenten in voorbereiding op de eventuele invoering van de Spreidingswet inventariseren op welke wijze zij kunnen bijdragen indien zij daartoe gedwongen zouden kunnen worden, • de Spreidingswet er in voorziet dat colleges van b. en w. in geval van dwang op basis van ‘medebewind’ 1 daar lokaal uitvoering aan moeten geven, • de Spreidingswet nog niet is vastgesteld, • er verschillende opvattingen zijn over de beslissingsbevoegdheid inzake (nood)opvang – zowel voor als na de mogelijke inwerkingtreding van de Spreidingswet –, waarbij enerzijds geredeneerd wordt dat colleges van b. en w.

daartoe bevoegd zouden kunnen zijn 2 en anderzijds dat de gemeenteraad daartoe bevoegd is, 3 overwegende dat: • de gemeente handelt in autonomie, 4 • de gemeenteraad aan het hoofd staat van de gemeente, 5 • de gemeenteraad op basis van Art 147, lid 2, Gemeentewet de bevoegdheid kan vorderen om te beslissen over (nood)opvang van asielzoekers, spreekt uit dat: • de raad de beslissingsbevoegdheid aangaande (nood)opvang van asielzoekers in alle gevallen aan zichzelf voorbehoudt; daaronder schaart de raad eveneens de momenten waarop voorgenomen wordt om bestaande crisisnoodopvang 6 zodanig te verlengen dat het acute karakter van de opvang – waarvoor deze bedoeld is – verloren gaat en het karakter krijgt van (nood)opvang of daar feitelijk in overgaat, 7 • de raad beslissingen om bestaande (nood)opvang al dan niet te verlengen in alle gevallen aan zichzelf voorbehoudt, waarbij dat besluitvormingsproces voorafgegaan wordt door een evaluatie van diezelfde (nood)opvang, • in voorkomend geval een zorgvuldige beraadslaging en besluitvorming door de raad bij voorkeur in de openbaarheid dient plaats te vinden, ook wanneer dit in de toekomst plaatsvindt onder wettelijke dwang van hogere overheden, • in voorkomend geval inwoners van gemeente Hendrik-Ido-Ambacht zo snel als mogelijk actief en zorgvuldig geïnformeerd moeten worden, ook wanneer dit in de toekomst plaatsvindt onder wettelijke

dwang van hogere overheden. en gaat over tot de orde van de dag." 1 B. en w. dienen dan te handelen op basis van de bevoegdheid van de hogere overheid, 2 VNG (2021) Handreiking Proces tot realisatie opvanglocatie asielzoekers. P 15. 3 Gemeente Helmond. (2023, 4 april). Beantwoording technische vragen vluchtelingen n.a.v. Commissievergadering 21 maart 2023. 4 Art 124 Grondwet. 5 Art 125 Grondwet; Art 108 Gemeentewet.

20

Vergadering van 5 juni 2023.

21

6 De bevoegdheid om crisisnoodopvang te realiseren berust, gelet op de acute aard van de opvang, bij de burgemeester. 7 Behoudens de bevoegdheden die wettelijk ondubbelzinnig bij de burgemeester zijn belegd. In die gevallen wenst de raad nadrukkelijk geconsulteerd te worden. In de ‘Handreiking crisisnoodopvang’ adviseert de rijksoverheid de richtlijn om crisisnoodopvang één week te laten duren, omdat anders bestuurlijke betrouwbaarheid en maatschappelijk draagvlak in het gedrang zouden kunnen komen, zie Rijksoverheid (2020) ‘Handreiking crisisnoodopvang’. p 8. Logischerwijs kan het tijdsgewricht een belangrijke overweging zijn in hetgeen op dat moment als redelijk beschouwd wordt. In voorkomend geval kunnen b. en w. de raad consulteren over wat zij op dat moment redelijk achten.

De motie is ondertekend door de fracties van de Ambachtse VVD, Gemeente Belangen, Realistisch Ambacht, D66, Partij van de Arbeid en Echt Voor Ambacht. De voorzitter constateert dat met deze motie – zij wordt voldoende ondersteund om onderwerp van de beraadslagingen te kunnen uitmaken – de bestuurlijke bevoegdheden van de raad en het college aan de orde zijn. Hij wil nu weergeven wat het standpunt van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht en de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid in dezen is. De motie wijst op de mogelijke invoering van de spreidingswet, die bedoeld is om gemeenten en regio's die nu geen bijdrage aan de opvang van asielzoekers willen leveren te dwingen daartoe toch over te gaan. De tien gemeenten van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid horen daar niet bij. Het verzoek van de rijksoverheid om een bijdrage aan de crisisnoodopvang van asielzoekers te gaan leveren wordt door deze tien gemeenten serieus genomen.

De achtergrond hiervan is dat er, terwijl er in alle gemeenten politiek best verschillend wordt gekeken naar de wijze waarop de landelijke overheid haar beleid op dit gebied inhoud geeft – daarop is het leveren van veel kritiek mogelijk; ook spreker is daarover heel kritisch, zeker gelet op het verschil tussen de voorstelling van zaken die bij tijd en wijle wordt gegeven en wat de werkelijkheid is –, landelijk wordt uitgegaan van de realistische veronderstelling dat het aantal op de vangen asielzoekers nog flink zal gaan toenemen. Wanneer die mensen eenmaal in Nederland zijn aangekomen, hebben de overheden met elkaar de verantwoordelijkheid om de opvang van hen in goede banen te leiden, iets wat reeds door de tien gemeenten van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid is uitgesproken. Zou men in dat geval zeggen: 'Die mensen zijn hier nu wel, maar wij doen niet mee aan hun opvang', dan zouden er situaties ontstaan welke niet zouden overeenkomen met de in Nederland geldende codes voor het voeren van een humaan beleid. Spreker is teleurgesteld dat sommige regio's en gemeenten het risico willen nemen dat dit zou kunnen gebeuren, gelet ook op de beeldvorming van Nederland die dit internationaal tot gevolg zou hebben.

Hij is er dan ook trots op dat de tien gemeenten van de Veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid hebben afgesproken dat het, uitgaande van een nette onderverdeling, zal kunnen gaan om de vestiging van een AZC, of om het zorgen voor noodopvang, crisisnoodopvang van leden van bijzondere doelgroepen en de huisvesting van extra statushouders, dit al naar gelang iets het beste bij een gemeente past en het via de Veiligheidsregio in goed overleg met het COA zal gaan. Dit gezegd hebbend, merkt spreker op dat de motie terecht zegt dat er verschillend wordt gedacht over de vraag of het in dezen gaat om een bevoegdheid van het college of van de raad. In het algemeen wordt vaak gezegd dat de zorg voor crisisnoodopvang vanwege het acute karakter daarvan onder de bevoegdheden van de burgemeester valt, de zorg voor noodopvang onder de bevoegdheden van het college en de zorg voor de stichting van een AZC onder die van de raad. Hij vindt dat onder alle omstandigheden niet zozeer de forméle bevoegdheid aan de orde is, maar de noodzaak om de raad in alle opzichten bij de behandeling van dit soort vraagstukken te betrekken. Of het nu gaat om crisisnoodopvang, noodopvang of een AZC: de raad moet kunnen aangeven wat het van iets vindt en moet daarbij suggesties en aanbevelingen kunnen doen.

Dat is ook de reden waarom er al heel vroeg, namelijk voordat het van elders naar buiten zou komen, in het seniorenconvent over is gesproken, evenals in de commissie ABZ. De achterliggende gedachte dat de raad in dezen tot zijn recht moet komen, wordt door het college als uitgangspunt genomen, want zodra het mogelijk is worden eerst de fractievoorzitters en vervolgens de commissie ABZ bij een en ander betrokken. Het college vindt het eigenlijk veel belangrijker dat het gesprek tussen raad en college en de straks te voeren gesprekken met de bevolking, de ondernemers en het COA góed zullen gaan, zodat er een breed draagvlak zal kunnen ontstaan. Het college wil voorafgaande aan het nemen van een besluit – het kan ook gaan om 21

Vergadering van 5 juni 2023.

22

het formuleren van een voorstel aan de raad – met de raad spreken; vandaar dat er na afloop van deze vergadering een besloten vergadering zal plaatsvinden. Wanneer er met elkaar over een onderwerp op dit gebied is gesproken en daarbij, als het goed is, commitment en consensus is bereikt, is het voor het college een afgeleide vraag of het vervolgens te nemen besluit door het collége of door de raad zal worden genomen, mits er dus maar eerst een goed debat kon worden gevoerd, een debat waarin er op een goede wijze een uitwisseling van argumenten had kunnen plaatsvinden. Dit is de breedte van het standpunt van het college in dezen. Zoals al in de motie is gezegd, wordt er in den lande verschillend gedacht over de vraag of een besluit door een college van b. en w. moet worden genomen – hier dus nadat er een discussie met de raad zal zijn gevoerd –, of dat er een raadsbesluit voor nodig is. In een ander verband kan er later zeker nog op worden teruggekomen, bijvoorbeeld wat het tempo van uitvoering van een genomen besluit betreft, en dat zal ook gebeuren. Spreker verneemt nu graag hoe er door de raad op zijn uiteenzetting wordt gereageerd. De heer Platschorre constateert dat de fractie van SGP/ChristenUnie vanavond voor het eerst kennis van de motie heeft kunnen nemen. Vooralsnog vindt zij de motie, zeker gehoord de verklaring van de voorzitter, onnodig en overbodig.

Mevrouw Van der Hee-Pasterkamp sluit zich hierbij namens de CDA-fractie aan. Naar de mening van de fractie vervult de voorzitter als burgemeester zijn taak op dit gebied uitstekend door de raad daarbij zeer vroegtijdig te betrekken. Zij vindt dat men als raad als eenheid achter het college moet blijven staan bij de uitvoering van de taken waar het voor komt te staan. De motie is dan ook overbodig. Het moment van indiening ervan is ook niet handig gekozen, maar daarover kan men op een later moment wellicht nog eens met elkaar spreken. De heer Doevendans vermeldt dat de heer Van den Wollenberg reeds liet weten dat de fractie van Realistisch Ambacht mede-indienster van de motie is. Het spreekt dus voor zich dat zij zich in de tekst daarvan kan vinden. Zij vindt het uitermate belangrijk dat de raad in diens volksvertegenwoordigende rol beter zal kunnen opkomen voor de belangen en de veiligheid van de inwoners, en dat zal worden bereikt als deze motie wordt aangenomen. Het college heeft geen volksvertegenwoordigende rol en zal zich bestuurlijk niet zo snel verzetten tegen het beleid van de Veiligheidsregio of, erger nog, het falende landelijke dwang- en drangbeleid.

Zoals bekend, had de fractie van Realistisch Ambacht al in het verleden aan het COA de harde eis willen stellen dat er in deze gemeente geen veiligelanders als asielzoekers zouden worden opgevangen, dit omdat zij niet wilde dat Hendrik-Ido-Ambacht een soort mini-Ter Apel zou kunnen gaan worden. Als de spreidingswet er wordt doorgedramd, wil de fractie meer zeggenschap over de vraag welke asielzoekers hier wel of niet tijdelijk welkom zullen zijn. Oekraïense vluchtelingen bijvoorbeeld willen graag werken en veroorzaken geen overlast; die groep is dus prima in Hendrik-Ido-Ambacht te verwelkomen, en zo zijn er méér welwillende groepen. Gaat het echter om overlast, winkeldiefstallen en andere wantoestanden, dan is het algemeen bekend dat de grootste overlastveroorzakers de veiligelanders zijn. Iedereen heeft ongetwijfeld vernomen welke toestanden zich in Ter Apel en omgeving voordoen, en dat wil sprekers fractie de bevolking van Hendrik-Ido-Ambacht besparen. Zij denkt dat de kans om een eis als bedoeld aan het COA te kunnen stellen groter is als de geméénteraad de beslissingen op dit gebied zal kunnen gaan nemen. In Alkmaar en Almere heeft dit al tegen de zin van de colleges aldaar geleid tot een 'nee' tegen uitgebreide opvang, terwijl 15 andere gemeenten contractueel hebben laten vastleggen dat het COA geen veiligelanders naar de opvang in hun gemeente mag sturen.

Het kàn dus wel en voor sprekers fractie is dit ook de voornaamste reden om de motie volmondig te steunen. De heer Van der Wulp stelt vast dat de motie mede namens de fractie van de Partij van de Arbeid is ingediend. Zij waardeert overigens zeer wat de voorzitter in diens rol van portefeuillehouder heeft betoogd, namelijk dat het college te allen tijde zijn best doet om in het belang van de inwoners van deze gemeente te handelen en daarover ook vroegtijdig het gesprek met de raad wil aangaan. Alleen 22

Vergadering van 5 juni 2023.

23

zitten burgers die iets zouden willen zeggen daarbij nooit aan tafel, terwijl zij het toch zijn die de bestuurders of althans de leden van de gemeenteraad hebben gekozen. Het is belangrijk dat op bepaalde momenten ook de stem van de burgers wordt gehoord. Zij hebben nu alleen op een bepaald moment vernomen dat in een aan een kade liggende boot een bepaald aantal asielzoekers zou worden gehuisvest. Dat ging gebeuren op basis van een collegebesluit – de spreidingswet is nog op komst – en over het voornemen dat besluit te nemen, had het college de raad vooraf geïnformeerd. Dat was op zich een goede werkwijze – so far so good zou spreker willen zeggen –, maar wanneer er met de opvang van asielzoekers problemen zouden ontstaan, zou men alleen naar dat collegebesluit kunnen verwijzen, want er lag geen raadsbesluit aan ten grondslag. Men kan zeggen dat de bestuurlijke regels nu eenmaal zijn zoals ze zijn, maar naar sprekers mening kan men het met het aannemen van de motie ook omdraaien en zeggen dat over àlle gevallen van opvang en noodopvang van asielzoekers de raad een besluit dient te nemen. Het is dan elke keer aan het college en vooral de portefeuillehouder om te proberen de raad van de noodzaak van het te nemen besluit te overtuigen en daarvoor zo een meerderheid te verwerven. Dat is democratie en open kaart spelen tegenover de burgers.

In Hendrik-Ido-Ambacht is men coulant, maar in het huisvestingsbeleid en ook op andere terreinen nadert men nu wel een grens, inhoudend dat het niet meer zo gemakkelijk zal zijn om aan deze grote aantallen asielzoekers op een juiste manier onderdak te bieden. Spreker beseft dat met het aannemen van de motie de verantwoordelijkheid voor de opvang van asielzoekers bij de raad komt te liggen, maar meent toch dat deze opvang in de toekomst op de daarin aangegeven wijze moet worden geregeld. Mevrouw Gommans-Dane is het ermee eens dat de raad de verantwoordelijkheid voor de opvang van asielzoekers moet aanvaarden en dat het aan de inwoners duidelijk moet worden gemaakt dat het college en de raad gezamenlijk de beslissingen op dit gebied zullen gaan nemen. Wat zij afwijst, is het al van tevoren maken van discriminerende opmerkingen over de groepen mensen die in nood zitten en dus moeten worden geholpen. Men moet voor de noodzaak van die hulpverlening gezamenlijk openstaan en dienaangaande ook met elkaar keuzes maken. In dezen al op voorhand met waardeoordelen komen is voor spreekster persoonlijk – zij verwoordt nu wellicht geen partijstandpunt – niet acceptabel. Met het aannemen van de motie wordt duidelijk gemaakt, ook aan de inwoners, dat ook de raad verantwoordelijkheid voor de opvang van asielzoekers draagt.

Dat is dan ook de reden waarom de fracties die de motie hebben ondertekend hebben besloten daartoe over te gaan. Te hopen dat in de toekomst meerdere zaken op deze wijze zullen kunnen worden geregeld, zodat de raad als het belangrijkste bestuursorgaan in de gemeente voor de inwoners meer zichtbaar gaat worden. Mevrouw Vogelaar-Korpershoek merkt op dat de fractie van Gemeentebelangen de motie mede heeft ondertekend en er dus achter staat. Ook zij moet het aan haar achterban kunnen uitleggen wat er moet worden gedaan om grote aantallen asielzoekers in deze gemeente te kunnen huisvesten. Van ondernemers is vernomen dat asielzoekers die in Dordrecht zijn gehuisvest helaas voor veel overlast hebben gezorgd. De voorzitter wijst erop dat daarover in de motie niet wordt gesproken. Tevens kan het citeren uit eerder plaatsgevonden hebbend vertrouwelijk overleg nu niet aan de orde zijn. Mevrouw Vogelaar-Korpershoek heeft dit niet uit vertrouwelijk overleg, maar uit gesprekken met ondernemers in Dordrecht. Het bedoelde vertrouwelijk overleg heeft hiermee niets mee te maken. De heer Scheurwater voert aan dat ook de fractie van EVA het gevaar van de komende invoering van de spreidingswet ziet en van mening is dat men nu moet proberen te bereiken dat men straks als gemeenteraad invloed zal kunnen uitoefenen op zaken als de toelating van veiligelanders.

Vandaar dat de fractie de motie mede heeft ondertekend. Zij wil de besluitvorming in dezen een zaak van de raad

23

Vergadering van 5 juni 2023.

24

en natuurlijk ook het college laten zijn. Hierbij wil spreker nog wel zeggen erkentelijk te zijn voor de tot nu toe goed verlopen samenwerking tussen het college en de raad. De heer Van den Wollenberg zal voornamelijk reageren op de bespiegeling die de voorzitter ten beste heeft gegeven. Gezegd werd dat de Veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid bestuurlijk bekijkt wat er mogelijk is en probeert naar oplossingen voor problemen te zoeken. Dat is naar sprekers mening ook de bedóeling van het bestuur van de veiligheidsregio, en de motie trekt dit ook niet in twijfel. Het gaat de indieners erom dat het, wanneer er in Hendrik-Ido-Ambacht een zaak aan de orde komt als in de motie is beschreven, uiteindelijk de geméénteraad zal zijn die daarover een beslissing zal hebben te nemen, niet een college van bestuurders. Als er op andere niveaus wordt gesproken over en gezocht naar mogelijkheden, kan de raad daarvan kennis nemen, maar het nemen van een beslissing behoudt de raad voor zichzelf voor. Vandaar de motie. De heer Platschorre vraagt zich, gehoord de heer Van den Wollenberg en de woordvoerders van de andere fracties, af of er wel sprake is van eenduidigheid wat de bedoeling van de motie betreft. Er waren allerlei verschillende uitleggen te horen, niet alleen over het proces maar ook over de inhoud.

Hij is nu benieuwd of de heer Van den Wollenberg, lid zijnde van de partij die de voor het asielbeleid verantwoordelijke staatssecretaris en premier heeft geleverd, voor of tegen de komst van asielzoekers naar Hendrik-Ido-Ambacht is. De heer Van den Wollenberg repliceert dat iedere partij over haar eigen woorden gaat en dat de motie louter het proces betreft. Er staat in de motie heel duidelijk dat de raad de beslissingsbevoegdheid aan zichzelf voorbehoudt en dat de raad en de inwoners moeten worden geïnformeerd. Dat de raad zelf over een eventuele verlenging van de opvang van asielzoekers wil kunnen beslissen, lijkt hem niet voor meerdere interpretaties vatbaar. Wat de vraag naar de verbintenis van sprekers fractie met de landelijke partij betreft, is het antwoord dat hij geen invloed kan uitoefenen op de landelijke politiek. Hij zou graag zien dat er landelijk een oplossing zou worden gevonden, maar als deelnemer aan de plaatselijke politiek kan hij daarin weinig betekenen. De heer Platschorre: "Ik hoorde in één van de betogen zelfs de suggestie dat de raad met het aannemen van de motie invloed gaat krijgen op de invoering van de spreidingswet.

Dat lijkt toch wel ver gaan." De heer Van den Wollenberg: "Daarover moet u dan bij de betrokken spreker zijn, want mij hebt u dit niet horen zeggen." De heer Platschorre: 'Nee, maar u hebt het initiatief tot het indienen van de motie genomen en uit wat de diverse medeondertekenaars hebben gezegd, heb ik gehoord dat zij er elk zo hun eigen beeld en agenda bij hebben. Ik vraag mij af of dat uw bedoeling was." De heer Van der Wulp is heel blij met de reactie van de heer Platschorre, want daarmee onderschrijft deze de inhoud van de motie volledig, namelijk dat het soms gaat om partijpolitiek. Er werden landelijke VVD-prominenten bij gehaald – er werden geen namen genoemd, maar een ieder weet wel wie dat zijn – en zo heeft elke partij haar zegje te doen over de opvang van asielzoekers, in welke zin dan ook. Als er op een bepaald moment een voorstel aan de orde komt om asielzoekers op humane wijze op te vangen, zal het goed zijn om, voordat daarover wordt besloten, elke partij in de gelegenheid te stellen om daarover haar zegje te doen, zowel voor- als tegenstanders, en dit dan namens de burgers te doen. Spreker meent dat het juist heel góed zal zijn om zo'n zaak op deze manier aan te pakken. Dat er dan niet altijd tot een unaniem genomen besluit zal worden gekomen, kan hij zich voorstellen.

24

Vergadering van 5 juni 2023.

25

De voorzitter moet zeggen dat hij er wat dubbel in zit. Hij betoogde eerder al dat het college buitengewoon hecht aan de betrokkenheid van de raad bij het te voeren beleid; daarover bestaat geen verschil van opvatting. De motie kan hij nu op twee manieren duiden, ten eerste dat er wordt gezegd dat men er als raad over wil gaan, daar de raad het mogelijk een keer niet met het college eens zal zijn, en ten tweede dat de raad nadrukkelijk medeverantwoordelijk wil zijn voor de besluitvorming, wat als heel positief is te zien. Hij kent gemeenten waarin de gemeenteraad zei: 'Laat het college maar besluiten, want dan houden wij onze handen vrij om er van alles van te vinden.' Die niet erg moedige opstelling is hier en daar voorgekomen. De fracties in de gemeenteraad van Hendrik-Ido-Ambacht zijn gelukkig allemaal zo moedig om er wèl iets van te willen vinden. Er is nog op een ander punt te wijzen, namelijk dat voor een aantal onderdelen van de opvang van asielzoekers in Ambacht geldt dat daaraan nog een onderhandelingskant zit, onderhandelingen met het COA, soms met Dordrecht en soms met anderen.

Er kan daardoor wel eens een spanningsveld bestaan tussen het direct, volledig en in het openbaar informeren van de raad enerzijds en het kansrijk afronden van onderhandelingen anderzijds, zeker ook tegen de achtergrond van ook nu genoemde belangrijke vragen als: hoe ziet de op te vangen populatie er uit, welke mensen zou een gemeente graag willen opvangen en welke niet? Zulke vragen zijn op een bijzondere wijze onderdeel van het onderhandelingsproces. Spreker is nu zoekende – hij wil hierover in het college gaan praten – naar een mix waarin enkele zaken die voor het maken van een goede keuze belangrijk zijn vertrouwelijk met de raad zullen worden besproken en waarin het eindresultaat daarvan op een bepaalde wijze in een raadsbesluit zal worden vastgelegd. Men heeft dan het beste van twee werelden. Voor het bespreken hiervan in het college zal de vergadering worden geschorst, waarbij hij aankondigt dat hij na afloopt van deze openbare vergadering nog met de raad wil spreken over een aantal inhoudelijke punten die in dit verband van belang zijn. De vergadering is geschorst. Schorsing van 22.00 tot 22.38 uur. De voorzitter heropent de vergadering. Er is een uitgebreide discussie gevoerd over de betrokkenheid van de raad bij het nemen van belangrijke besluiten aangaande de opvang van asielzoekers.

Over de noodzaak van het daarbij als raad nauw betrokken worden, zodat deze zijn mening zal kunnen weergeven, bestaat geen verschil van opvatting. Van de vanavond ingediende motie heeft het college niet voorafgaande aan deze raadsvergadering kennis kunnen nemen, zodat het daarover ook geen juridisch advies heeft kunnen inwinnen. Het college stelt vast – de motie zelf zegt dat ook – dat er verschillen van opvatting bestaan over de beslissingsbevoegdheid inzake de noodopvang van asielzoekers. Het lijkt nu een zaak van goed bestuur om dit juridisch te laten uitzoeken. Daarom verzoekt het college de raad dringend het betuigen van instemming met de uitspraak van de motie een week aan te houden en hierop de volgende week in een korte extra raadsvergadering terug te komen. Zijn er fracties die hierover nu even willen beraadslagen, dan wil hij daarvoor graag de ruimte geven. De heer Van den Wollenberg merkt op dat de fractie van de Ambachtse VVD er geen behoefte aan heeft om de motie voor het kunnen voeren van een nader gesprek aan te houden. Zij persisteert dus bij de motie en wil deze vanavond in stemming gebracht zien. Mevrouw Gommans-Dane had al gezegd waarom de fractie van D66 de motie steunt. Tijdens de schorsing hebben de ondertekenaars van de motie hierover nog weer met elkaar gesproken en haar fractie meent dat het goed zal zijn de motie te blijven steunen.

De voorzitter: "Ik vroeg u niet om afstand van de motie te nemen, maar om de beslissing daarover een week uit te stellen." 25

Vergadering van 5 juni 2023.

26

Mevrouw Gommans-Dane begrijpt de vraag van de voorzitter, maar meent dat het uit praktische overwegingen goed zal zijn om de motie waarmee vanavond is gekomen ook vanavond tot een beslissing te brengen, gelet ook op het feit dat de raad na deze openbare vergadering nog meer onderwerpen op dit gebied te behandelen heeft. De heer Van der Wulp is het ermee eens dat de motie best vanavond in stemming kan worden gebracht. Als het college het nodig vindt de strekking van de motie juridisch te laten onderzoeken, staat dat het college vrij. Mevrouw Vogelaar-Korpershoek sluit zich namens de fractie van Gemeentebelangen aan bij wat er zojuist door de VVD-fractie is betoogd. De heer Platschorre kan zeggen dat de fractie van SGP/ChristenUnie geen probleem heeft met het een week uitstellen van het nemen van een beslissing over de motie. De heer Doevendans laat weten dat de fractie van Realistisch Ambacht het prima vindt om al vanavond over de motie te stemmen. Het college kan daarna nog bezien wat de juridische consequenties of eventuele andere consequenties van de uitwerking van de motie zullen kunnen zijn. Mevrouw Van der Hee-Pasterkamp verklaart dat de CDA-fractie het een week uitstellen van het nemen van een beslissing over de motie geen enkel probleem zou vinden, dit mede gezien het feit dat een aantal taken in het onderhavige dossier sowieso onder de bevoegdheid van het college valt.

Als er daarvoor een juridische onderbouwing kan komen, acht zij dat heel welkom. De heer Scheurwater geeft te kennen dat de motie wat de fractie van EVA betreft nu in stemming kan worden gebracht. De motie wordt hierop bij handopsteken in stemming gebracht en aangenomen. Alleen de fracties van de SGP/ChristenUnie en het CDA hebben zich tegen aanneming ervan uitgesproken. De voorzitter deelt mede dat het college zich over dit besluit zal beraden. 11. Sluiting. De voorzitter sluit de vergadering om 22.45 uur, na te hebben herinnerd aan zijn uitnodiging tot bijwoning van de nu volgende besloten vergadering. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 3 juli 2023. De griffier,

De voorzitter,

drs. ing. G.H. Logt.

J. Heijkoop

alg. verslagbureau drexhage c.s. 26

Vergadering van 5 juni 2023.

27

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12890475/1