raad 4 juli 2022 def
Tekst van het document
GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT Notulen van de openbare vergadering van de raad der gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, gehouden op 4 juli 2022 in het gemeentehuis, aanvangende om 20.00 uur. Voorzitter: de heer J. Heijkoop, burgemeester. Aanwezig zijn de leden: de heren ing. P. Boudewijn, drs. S. van Die (demissionair wethouder) en O. Doevendans, mevrouw J.E. Dorst-Langerak, de heren F.G.A.M. van den Elsen, A.J. Flach MSc (demissionair wethouder) en B.P. van Ginkel, mevrouw M.C.G. Gommans-Dane, de heer M. de Groot, mevrouw drs. W.P. van der Hee-Pasterkamp, de heren drs. K. van der Laan MEd, drs. R.J. Lafleur (demissionair wethouder), H.H.F. van der Lei, P. Libregts en M. Nugteren BPM, mevrouw J. Oelfke-ten Seldam, de heren L.P. Platschorre en mr. A. Scheurwater, de dames mr. K.E.A.M. Verlijsdonk en M.N.P. Vogelaar-Korpershoek en de heren drs. D. van den Wollenberg en E. van der Wulp Bhrm. Afwezig met kennisgeving (maar later alsnog ter vergadering komend) is de heer E. van Hartingsveldt. (De heren drs. S. van Die, A.J. Flach MSc en drs. R.J. Lafleur zijn aanvankelijk achter de collegetafel gezeten, maar nemen voorafgaande aan het aan de orde stellen van agendapunt 11.1 hun zetels in de raad in.) Griffier: de heer drs. ing. G.H. Logt CMC, die wordt bijgestaan door mevrouw E.J.A. den Engelse. Agenda: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
*
Opening. ......................................................................................................................................................................... 2 Vaststelling van de agenda. .......................................................................................................................................... 2 Spreekrecht burgers. ..................................................................................................................................................... 2 Vragenhalfuurtje raadsleden. ....................................................................................................................................... 2 Vaststelling notulen. ..................................................................................................................................................... 2 Lijst van ingekomen stukken en eventuele mededelingen. .................................................................................... 2 Algemeen Bestuurlijke Aangelegenheden – Financiën. 7.1 Jaarstukken 2021. ..................................................................................................................................................... 2 7.2 Kaderbrief 2023 en Voorjaarsnota 2022. ......................................................................................................... 11 8.
Welzijn, Onderwijs en Sociale Zaken. 8.1 7e wijziging GR Dienst Gezondheid & Jeugd. ............................................................................................... 14 8.2 Wijziging GR Sociaal, invlechting Drechtwerk. .............................................................................................. 14 9. Ruimtelijke zaken – De Volgerlanden. 9.1 Grondexploitatie 2022 Bedrijvenpark Ambachtsezoom, fase 1. ................................................................. 15 9.2 Grondexploitatie 2022 Genieterrein-Waterbusplein. ..................................................................................... 15 9.3 Vaststelling verklaring van geen bedenkingen inzake realisering van een dierenpension op het perceel Rijksstraatweg 52. ................................................................................................................................................. 15 9.4 Grondexploitatie 2022 van De Volgerlanden. ................................................................................................ 15 9.5 Rapportage projecten structuurvisie 2022. ...................................................................................................... 15 10. Comptabiliteitsbesluiten. ...........................................................................................................................................
15 11.1 Aanbieding bestuursakkoord/collegeprogramma 2022-2026. ............................................................................ 15 11.2 Benoeming van wethouders/beëdiging van wethouders. .................................................................................... 22
Vergadering van 4 juli 2022.
2
11.3 Onderzoek geloofsbrieven van de nieuwbenoemde raadsleden. ....................................................................... 26 11.4 Installatie van de nieuwbenoemde raadsleden. ...................................................................................................... 26 11.5 Benoeming burgerraadsleden/installatie burgerraadsleden. ................................................................................ 27 11.6 Benoemingen in commissies. .................................................................................................................................... 27 12. Sluiting. ......................................................................................................................................................................... 27
1. Opening.
***
De voorzitter heet iedereen welkom, in het bijzonder de gasten op de publieke tribune, die in groten getale aanwezig zijn ter bijwoning van deze bijzondere raadsvergadering waarin een nieuw college zal worden geïnstalleerd. Ook de luisteraars en kijkers thuis worden hartelijk verwelkomd. De vergadering wordt geopend met het ambtsgebed. De voorzitter vermeldt dat er in het eerste deel van deze bijzondere raadsvergadering reguliere besluiten zullen worden genomen. Daarna zal er worden overgegaan tot het aanbieden van het nieuwe coalitieprogramma, de benoeming van de wethouders en die van nieuwe raadsleden en burgerraadsleden. De heer Van Hartingsveldt is vanavond verhinderd. 2. Vaststelling van de agenda. De voorzitter deelt met betrekking tot agendapunt 11.6 mede dat inzake de benoeming van een lid in de werkgeverscommissie van het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde in de volgende vergadering met een voordracht zal worden gekomen. De agenda wordt conform vastgesteld. 3. Spreekrecht burgers. Voor gebruikmaking van het spreekrecht burgers zijn geen aanmeldingen ontvangen. 4. Vragenhalfuurtje raadsleden. Hiervan wordt geen gebruik gemaakt. 5. Vaststelling notulen. De notulen van de openbare raadsvergadering van 13 juni 2022 worden zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming vastgesteld. 6. Lijst van ingekomen stukken en eventuele mededelingen.
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform de door het college van b. en w. met betrekking tot de ingekomen stukken gedane voorstellen besloten. Er zijn geen mededelingen te doen. 7. Algemene bestuurlijke aangelegenheden en financiën. 7.1 Jaarstukken 2021.
Vergadering van 4 juli 2022.
3
De voorzitter stelt de voorzitter van de auditcommissie, de heer Boudewijn, in de gelegenheid om een korte toelichting te geven. De heer Boudewijn deelt mede dat de auditcommissie inzake de jaarstukken 2021 een positief advies heeft gegeven. Enkele aandachtspunten welke door de accountant zijn genoemd, zijn in de commissie besproken, maar staan het door de raad vaststellen van deze jaarrekening zeker niet in de weg. De heer Platschorre constateert dat de jaarrekening 2021 ondertussen van een goedkeurende verklaring van de accountant is voorzien. Zij sluit met een voordelig saldo van ruim € 3,2 miljoen. Dit resultaat is deels veroorzaakt door het verlagen van de omslagrente en een aantal meevallers, waaronder een hogere opbrengst aan bouwleges, het vrijvallen van de reservering voor een mogelijk verlies op de grondexploitatie De Volgerlanden en het vervangen daarvan door een geprognotiseerd positief resultaat, en de winstneming uit de grondexploitatie bedrijventerrein Ambachtsezoom. Daarnaast is te noemen – dat is natuurlijk minder positief – dat de uitvoeting van een aantal werkzaamheden is uitgesteld. Ook in 2021 heeft het degelijke financiële beleid van het college een goed resultaat opgeleverd, waarvoor de complimenten en de dank van sprekers fractie.
Gezien de onzekerheden waarvan sprake is, zoals die ten gevolge van de stijgende energielasten, de Coronapandemie en de crisis in de Oekraïne, en gelet op de ontwikkelingen inzake de bijdrage uit het Gemeentefonds, is het goed om verstandig met het bereikte resultaat om te gaan. De fractie van SGP/ChristenUnie gaat daarom akkoord met de vaststelling van de jaarstukken 2021 en met de voorstellen onder 2a t/m 2e om een aantal restantbudgetten naar 2022 over te hevelen. Ook is zij het eens met de voorstellen 3 t/m 11 tot beschikbaarstelling van diverse bedragen voor de daarin genoemde doeleinden. Mevrouw Van der Hee-Pasterkamp merkt op dat ook de CDA-fractie blij is met het in 2021 behaalde positieve resultaat, waarmee zij de wethouder en de ambtenaren complimenteert. Men ziet al meerdere jaren dat de financiële positie van de gemeente verbetert, zowel in de vorm van een stabiele solvabiliteit en een voldoende weerstandsvermogen als in de vorm van een dalende schuldquote. Met betrekking tot de komende periode is er echter wel sprake van veel onzekerheid – ook de stukken noemen dit – en wel gelijktijdig op veel verschillende vlakken. De voorgaande spreker noemde al de slepende oorlog in Oekraïne, de stijgende energiekosten en kosten van levensonderhoud, de toenemende kosten op het sociaal domein en het feit dat men nog lang niet af is van Corona.
Voor met name de mensen met een minimaal inkomen heeft dit alles grote gevolgen, maar ook de koopkracht van andere huishoudens staat onder druk, en bepaalde ondernemers ervaren hiervan flinke consequenties. Tevens is er sprake van een herverdeling van de middelen uit het Gemeentefonds, waardoor deze gemeente vrijwel zeker met een daling van de rijksbijdrage zal worden geconfronteerd. Er bestaat, kortom, een uiterst onzeker financieel vooruitzicht. De CDA-fractie doet daarom een dringend beroep op het college om het voorzichtige financiële beleid in de komende jaren te continueren en daarbij de voor de inwoners juiste accenten te leggen. Dit kan gebeuren door het positieve resultaat op een goede manier te besteden. Spreeksters fractie stemt in met de vaststelling van de jaarrekening 2021 en met de voorstellen die het college aangaande de besteding van het positieve resultaat heeft geformuleerd. De heer Doevendans wil het college van harte feliciteren met het feit dat het jaar 2021 met het positieve resultaat van ruim € 3 miljoen kon worden afgesloten. In de commissie heeft de fractie van Realistisch Ambacht gezegd met sommige bestemmingen van dat resultaat wat moeite te hebben, omdat het overgaan tot die bestemmingen naar haar mening een zaak voor het volgende college zou moeten zijn.
Dat college wordt vanavond geïnstalleerd en dus komt het met die bestemmingen helemaal goed, maar tijdens de behandeling van deze stukken in de commissie werd hiermee toch wat op de muziek vooruitgelopen. Enkele keuzes zouden overigens niet geheel ook die van sprekers fractie zijn geweest, terwijl zij ook wat àndere keuzes zou hebben willen maken, bijvoorbeeld – elke partij in
Vergadering van 4 juli 2022.
4
deze raad is daar voor – om nu alvast wat geld voor het uitvoeren van beter groenonderhoud te bestemmen. Dit is nu niet gebeurd, maar bij de behandeling van de begroting voor het volgend jaar zal men dit vast nog wel tegemoet kunnen zien. Een ander punt heeft te maken met de slechte financiële stand van zaken in het land. Voor iedereen – voorgaande sprekers haalden dit al aan – wordt het leven op alle fronten duurder en daarom zou het óók mogelijk zijn geweest om een gedeelte van het positieve resultaat te gebruiken voor het tot stand brengen van enige lastenverlichting voor de inwoners, maar dat wordt nu niet voorgesteld. Het nieuwe coalitieprogramma heeft de fractie helaas nog niet gezien. Wellicht staan daarin heel mooie maatregelen om alsnog een lastenverlichting voor de inwoners te realiseren; zij wacht dit dus nog even af. De heer Scheurwater leest in de Kaderbrief 2023 dat de gemeentelijke reserves voldoende robuust zijn om incidentele tegenvallers te kunnen opvangen. Het is opvallend dat deze zin na de opstelling van de jaarstukken 2021 in de Kaderbrief 2023 is opgenomen, want met het laatste bestedingsvoorstel wordt het batig saldo van € 3.254.320 voor een groot deel aan de algemene reserve toegevoegd. Zie het voorstel om € 1.911.320 in de algemene reserve te storten en de voorstellen om de algemene reserve grondbedrijf met € 1.402.000 te doen toenemen.
Dit zegt spreker niet – laat hierover geen misverstand ontstaan – als een verwijt, want het laat zien dat het de gemeente góed gaat, en zijn vraag is nu of ook de inwoners hiervan iets zullen gaan merken. Het college zou er aan kunnen denken – rekening houdend met zijn demissionaire staat, maar daaraan komt vanavond waarschijnlijk een einde – om de toenemende lastendruk voor de inwoners in de komende tijd enigszins te verminderen. Hierbij is te bedenken dat de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht één van de duurste gemeenten in de regio is; dat heeft spreker althans kunnen constateren. Het groenonderhoud in de gemeente is voor een bedrag van € 175.000 niet uitgevoerd. Verwacht het college dat het achterstallig groenonderhoud dit jaar wèl zal plaatsvinden? Wanneer zich een horecabedrijf in de gemeente vestigt, stelt de gemeente de voor het inrichten van een terras benodigde grond om niet ter beschikking en onderhoudt zij die ook, zo is in de laatstgehouden commissievergadering op een desbetreffende vraag geantwoord. Is dit bestendig beleid? De gemeente moet wel proberen de werkgelegenheid te bevorderen en aantrekkelijk te zijn voor het bedrijfsleven, maar dit gaat naar de mening van de fractie van EVA toch te ver, aangezien dit ten koste van de belastingbetaler gaat. Zij verneemt graag welk standpunt het college in dezen inneemt.
De heer Van der Lei noemt deze avond een bijzondere avond, want straks wordt het nieuwe college geïnstalleerd en wel nadat het nieuwe coalitieprogramma aan de raad zal zijn gepresenteerd. Hij mag alvast verklappen dat het een mooi programma is geworden. Spreker dankt de ambtelijke organisatie voor de compleetheid en de leesbaarheid van de nu aan de orde zijnde stukken en voor de beantwoording van de daarover gestelde vragen. Door een samenloop van omstandigheden heeft de fractie van Gemeentebelangen bij de commissiebehandeling van de Jaarstukken 2021, de Kaderbrief 2023 en de Voorjaarsnota 2022 niet op de in eerste termijn ontvangen antwoorden op de technische vragen kunnen reageren. Zij wil dit daarom graag nu alsnog doen. De Voorjaarsnota 2022 is in principe beleidsarm, daar er nog veel financiële onzekerheden zijn. Op het VNG-congres van de vorige week is hiervoor aandacht gevraagd van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Hanneke Bruins Slot. De VNG heeft als duidelijk statement geformuleerd dat de gemeenten zekerheid willen hebben over de structurele financiën vanaf 2026. Jan van Zanen, voorzitter van de VNG, zei het in zijn jaarrede als volgt: "Het mag duidelijk zijn: de gemeenten werken alleen mee aan de (uitvoering van de) maatschappelijke opgaven als (het probleem van) het financiële ravijn is opgelost.
Het is nu nodig om op korte termijn met het Kabinet te overleggen over een gezamenlijke aanpak." De VNG wil hierop uiterlijk op Prinsjesdag een antwoord van de minister ontvangen. Het zou heel mooi zijn als bij de opstelling van de gemeentebegroting voor 2023 met dat antwoord rekening zou kunnen worden gehouden. De fractie van Gemeentebelangen zal haar eerder gestelde vragen herhalen bij de in november plaatsvindende begrotingsbehandeling. Wel zal zij het op prijs stellen als de betrokken portefeuillehouder
Vergadering van 4 juli 2022.
5
de vragen met betrekking tot de besteding van de Coronagelden alsnog schriftelijk zal beantwoorden. Wat haar betreft, mag dit na het zomerreces gebeuren, maar dus wel vóórdat de begroting in de commissies zal worden behandeld. Met de bestedingen die in de raadsvoorstellen 7.1 en 7.2 zijn genoemd, gaat de fractie akkoord. Mevrouw Oelfke-ten Seldam zal haar bijdrage beperken tot de behandeling van de nu aan de orde zijnde Jaarstukken 2021. De jaarrekening van 2021 sluit ten opzichte van die van 2020 met een hoog positief saldo, namelijk ruim € 3 miljoen. Daarvan zal bijna € 2 miljoen naar de algemene reserve gaan. Het positieve saldo is mede veroorzaakt door het niet volledig uitgevoerd zijn van een aantal plannen. Vanwege Corona hebben in 2021 niet alle daarmee verbonden activiteiten kunnen plaatsvinden en dus zullen deze posten waarschijnlijk naar 2022 worden doorgeschoven. Er is te zien dat een aantal daarvan ook al in 2020 op de planning stond; deze worden nu dus al voor de tweede keer doorgeschoven. De fractie van de VVD vraagt het college hieraan in de komende periode aandacht te besteden, daar zij graag wil voorkomen dat die posten straks nòg een keer zullen moeten worden doorgeschoven. Er wordt voorgesteld een bedrag van € 186.000 beschikbaar te stellen voor de energietoeslag voor mensen met een laag inkomen.
Deze middelen komen uit het bedrag dat is overgebleven na uitvoering van de rijksregeling Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten, ook wel 'de TONK-gelden' genoemd. Ook landelijk worden die overgebleven middelen zo besteed, zo is toegezegd, maar klopt dit nog wel na wat er de vorige week is gebeurd? Is het hiervoor te reserveren bedrag nog wel voldoende? Spreeksters fractie kan instemmen met de vaststellen van de Jaarstukken 2021 inclusief de overheveling van bepaalde budgetten en de beschikbaarstelling van andere budgetten. Mevrouw Gommans-Dane ziet als rode lijn in de reacties van de fracties op de Jaarstukken 2021 dat iedereen tevreden is over hoe de gemeente er financieel voorstaat. Dat is mooi, zeker in deze tijd van veel financiële problemen, ook voor de gemeente. De fractie van D66 zal wel graag zien dat het college nog eens bekijkt hoe er, nu er € 2 miljoen naar de algemene reserve gaat, voor vele onderwerpen geld zal kunnen worden gereserveerd. Zou er misschien toch wat minder geld aan de algemene reserve moeten worden toegevoegd, zodat er wat meer geld voor die andere doelen zou kunnen worden bestemd? Dat zou het voor de raad gemakkelijker maken om daarvoor in het komend jaar geld te gaan uitgeven. Voor het overige is de fractie zeer tevreden over de huidige financiële situatie van de gemeente.
De heer Van der Wulp zegt allereerst dank voor de in de commissievergaderingen gegeven antwoorden op de technische vragen; die beantwoording geschiedde tot volle tevredenheid van de fractie van de PvdA. Bij alle ònzekerheden waarop al is gewezen, is er ook een zékerheid, namelijk dat in de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht de algemene reserve steeds verder toeneemt. Op de in een vorige vergadering gestelde vraag aan de betrokken portefeuillehouder wanneer de gemeente eens iets van die algemene reserve zal gaan uitgeven, bijvoorbeeld ten behoeve van de burgers, was het antwoord dat men daarbij goed moet uitkijken, aangezien de algemene reserve voor slechtere tijden is bedoeld. Sprekers fractie dacht toen dat die slechtere tijden er al waren, onder meer door het probleem dat op het gebied van jeugdzorg was ontstaan. Dat probleem bestaat er overigens ook landelijk, zodat de oplossing ervan voor een deel van het rijk zal moeten komen. Toen de Coronapandemie uitbrak, had de fractie ook al gedacht dat er gebruik zou moeten worden gemaakt van middelen uit de algemene reserve, maar de gelden die van het rijk voor de bestrijding van de gevolgen van die pandemie waren ontvangen, lieten later zelfs een overschot zien, een overschot dat is gebruikt om alle burgers van de gemeente een Coronavoucher te doen toekomen, en dat was prachtig, want daarmee konden zij iets gaan uitgeven.
De gemeente behoefde daarvoor dus nog steeds niet aan haar algemene reserve te komen. Thans is er de oorlog in de Oekraïne, maar alle financiële schade die daardoor tot nu toe wordt
Vergadering van 4 juli 2022.
6
opgelopen, wordt door het rijk vergoed. Zo blijft de vraag over of de portefeuillehouder een voorbeeld kan noemen van een omstandigheid waarin er wèl tot het aanwenden van middelen uit de algemene reserve zou moeten worden overgegaan. Wat is naar de mening van de portefeuillehouder 'een slechtere tijd' en welke middelen zullen er dan worden aangesproken? Geld voor iets labelen wil de wethouder niet graag – van sprekers fractie zou dat wèl mogen gebeuren –, maar er is misschien wel aan te geven in welke omstandigheden er middelen uit de algemene reserve zouden kunnen worden ingezet. Denk bijvoorbeeld aan de uitspraak van minister-president Rutte dat er niet zal worden overgegaan tot het aan mensen met een laag inkomen toekennen van de energietoeslag van € 500, daar dit onuitvoerbaar zou zijn. De NOW-regeling kon indertijd in een paar dagen tot stand worden gebracht, terwijl het daarbij toch om enorme bedragen ging, en het leek spreker dan ook een fluitje van een cent om ook met een regeling voor het toekennen van de genoemde energietoeslag te komen. Dit laatste gebeurt echter niet, met als reden dat het als onuitvoerbaar wordt gezien. Vindt de portefeuillehouder het niet net als sprekers fractie een mooi idee om daarvoor nu de algemene reserve te gaan aanspreken? Iedereen in dit dorp zou dat goed begrijpen.
Wethouder Flach constateert dat dit de laatste keer is dat de raad zaken doet met het oude college; dit is dus een memorabel moment. In de Jaarstukken wordt teruggekeken naar 2021, een jaar dat voor het grootste gedeelte door de voortzetting van de Coronapandemie werd gekenmerkt, een verschijnsel waarmee men ook in het begin van dit jaar te maken heeft gehad. Er is nu te zien hoe snel men die ervaring alweer heeft verdrongen en hoe snel men naar het normale leven is teruggekeerd, maar de pandemie heeft wel degelijk een grote impact op het boekjaar 2021 gehad. Enerzijds zijn er aan de inkomstenkant van het rijk middelen ontvangen om de gevolgen van de pandemie te kunnen bestrijden en anderzijds heeft de gemeente een aantal plannen niet kunnen uitvoeren. Het was soms niet eens alleen om fysieke redenen dat er iets niet kon worden gedaan, maar ook om de reden dat er geen mogelijkheid bestond om de participatie van inwoners te verzorgen. Als voorbeeld noemt spreker de aanleg van een speeltuin, waarbij het de gewoonte is om met de buurtbewoners overleg over de inrichting daarvan te plegen; dat was in de Coronatijd niet mogelijk. Tevens bestaan er momenteel in allerlei branches personeelstekorten en tekorten aan grondstoffen.
Daardoor is het thans soms lastig om geld op te maken, maar dat betekent niet dat er van uitstel afstel komt, sterker nog: de benodigde bedragen lopen alleen maar op. In zijn antwoord aan de heer Van der Wulp komt spreker hierop nog terug. Aan het einde van 2021 was er sprake van een positief resultaat van ruim € 3 miljoen, en dat is een heel technisch samengesteld resultaat. Men zou kunnen denken dat het college het vorig jaar heeft zitten slapen en het genoemde bedrag te weinig heeft uitgegeven, maar dat is niet het geval. De leden van de raad zitten hier inmiddels lang genoeg om in te zien dat het bereikt zijn van dit resultaat ook met bepaalde incidentele factoren te maken heeft gehad, zoals een verschuiving in de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en de zelfs voor het college onverwacht ontstane mogelijkheid om over te gaan tot winstneming uit het plan bedrijventerrein Ambachtsezoom. Dit laatste bedrag zit in het resultaat, maar men zal hebben gezien dat dit wordt overgebracht naar de reserve grondbedrijf en vervolgens volledig wordt ingezet ten behoeve van de realisering van het Waterbusplein, een voorbeeld van de bestedingsmogelijkheden waarnaar de heer Van der Wulp informeerde.
Voorts is de grondexploitatie De Volgerlanden in 2021 voor het eerst in heel lange tijd – het is zeker voor spreker de eerste keer – positief gesloten, zodat het bedrag dat voor een voorzien verlies was gereserveerd is vrijgevallen. Ook dat bedrag wordt toegevoegd aan de reserve grondbedrijf. Zo'n reserve moet men bepaald niet zien als een potje waarop een slot zit. Men kan haar zien als een middel voor het financieren van uit te voeren plannen, en dat is zij zeker, maar dat is zij niet alléén. Het bestaan van een reserve laat namelijk ook zien – hierover is met de accountant vrij uitgebreid gesproken – welk deel van haar kapitaalgoederen de gemeente uit eigen vermogen heeft betaald. Als de gemeente bijvoorbeeld voor € 1.000 kapitaalgoederen zou hebben, zou 29 % daarvan door haarzelf zijn bekostigd, gebruikmakend van de middelen die in de reserve zitten, en zou dit met 71 % met geleend geld zijn gebeurd. Aan de accountant is gevraagd of het verstandig zou zijn om, zoals het raadslid de heer Van der Wulp wenst, de reserves op te maken. Het antwoord was: 'De gemeente bevindt
Vergadering van 4 juli 2022.
7
zich nog steeds in een rood vlak als het om de solvabiliteit gaat. U kunt pas verder praten met de heer Van der Wulp als u bij een solvabiliteit boven de 50 % uitkomt.' Spreker zal hierop straks nog wat serieuzer ingaan. Met de heer Platschorre is spreker het eens dat het college door het voeren van een degelijk financieel beleid probeert een consistente financiële lijn vast te houden, iets wat ook mevrouw Van der Hee als wenselijk verwoordde. Daar houden het college en deze portefeuillehouder van, en hij weet dat dit ook voor de raad geldt. Natuurlijk kan men van mening verschillen over de wenselijkheid van bepaalde bestedingen, maar uiteindelijk is een ieder het ermee eens dat de gemeente niet aan potverteren moet doen en moet voorkomen dat zij aan het eind voor onaangename verrassingen zal kunnen komen te staan. De heer Doevendans bepleitte om ook wat andere bestedingskeuzes te maken dan er nu worden voorgesteld. Daarbij zei hij zelf al dat hij met die wens wellicht op het nieuwe collegeprogramma gamma vooruitloopt. Wanneer men bijvoorbeeld beter groenonderhoud uitgevoerd wil zien, moet daar wel een plan onder komen te liggen en zal daarvoor bij de behandeling van de begroting een budget moeten worden aangevraagd.
Het college heeft de raad eerder al eens gevraagd om geld beschikbaar te stellen voor de uitvoering van een incidentele inhaalslag in het groenonderhoud, geld dat ook is toegekend, maar tevens is het nodig om hiervoor structuréél meer geld vrij te maken, teneinde met het groenonderhoud het niveau te kunnen bereiken dat een ieder graag bereikt wil zien. De heer Doevendans noemde als mogelijke bestedingskeuze het overgaan tot lastenverlichting voor de inwoners. Dat zóu de gemeente kunnen doen, maar door een consistente lijn aan te houden – dit heeft spreker zo'n twee jaar geleden al eens met de heer Doevendans besproken – heeft de gemeente in een periode van inmiddels twaalf jaar de gemeentelijke belastingen nooit met méér behoeven te verhogen dan overeenkwam met het inflatiepercentage; daar bleven de verhogingen zelfs nog iets onder. Door zo te handelen heeft de gemeente haar inwoners niet met onverwachte schokken geconfronteerd. Spreker zegt hiermee niet dat het overgaan tot lastenverlichting voor de burgers onmógelijk is, maar wel dat dit een onderwerp is dat meer past bij de behandeling van de begroting en de vaststelling van de tarieven.
De heer Doevendans begrijpt wat de wethouder nu zegt en is het er ook mee eens dat er voor een bepaalde lijn wordt gekozen, maar men leeft momenteel wel in een uitzonderlijke tijd, een tijd waarin de klappen waarmee inwoners te maken krijgen veel groter zijn dan die in voorgaande jaren, dit terwijl het einde daarvan ook nog niet in zicht is. Vandaar dat zijn fractie dacht dat het nu misschien wèl nodig zou worden om de burgers wat te ontzien. Dit was de achtergrond van haar bijdrage. Wethouder Flach was dat al wel helder, maar het lijkt hem beter de discussie hierover in november en december te voeren, aangezien de inwoners maar één keer per jaar een rekening van de gemeente krijgen, namelijk in februari. Een tussentijdse aanpassing zou heel veel uitvoeringskosten met zich brengen, geld dat dan weer niet ten bate van de inwoners zou kunnen worden uitgegeven. Hierbij moet men ook nog in ogenschouw nemen dat het vooral gaat om gemeentelijke heffingen, heffingen die in principe kostendekkend zijn. Zou men de gemeentelijke belàstingen gaan verlagen, dan zouden daarvan niet huurders maar voornamelijk huiseigenaren profiteren. Ook de heer Scheurwater vroeg of de inwoners iets zullen gaan merken van het feit dat het boekjaar 2021 een flink positief resultaat heeft opgeleverd.
Dat gebeurt al, want als de heer Scheurwater de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht één van de duurste gemeenten in de regio noemt, is sprekers reactie dat dit dan de contributie is die men voor het wonen in Hendrik-Ido-Ambacht betaalt. De heer Scheurwater zou waarschijnlijk 'nee' zeggen op de vraag of hij voor dat geld in een buurgemeente zou willen gaan wonen. Tegenover de door de inwoners te betalen belastingen staat namelijk een hoog kwaliteitsniveau; zij vrágen daar ook om. Kijk naar de gemeentelijke voorzieningen en het onderhoudsniveau en ook naar de gratis grond voor terrassen, een voor horecaondernemers heel mooi punt. Men moet niet denken dat, als men aan dit laatste een einde zou maken, dit erg veel geld zou opleveren, want zo véél terrassen zijn er in deze gemeente zonder binnenstad niet. Wel vindt het college het belangrijk dat er in de vorm van terrassen voor levendigheid in de gemeente wordt gezorgd.
Vergadering van 4 juli 2022.
8
Met elkaar hebben raad en college besloten dat het goed zou zijn de inrichting van terrassen niet af te remmen maar juist te stimuleren, en voorgesteld wordt nu om dit net vóór de Coronapandemie afgesproken beleid te bestendigen. Er is ook te zien dat dit erg wordt gewaardeerd; het beëindigen hiervan zou voor de gemeente geen financieel verschil maken. De heer Van der Lei memoreerde wat er op het VNG-congres over de gemeentefinanciën is gezegd. Dat is inderdaad een belangrijk onderwerp. Er is blijkens de meicirculaire sprake van een heel grillig verloop in de gemeentefinanciën, leidend tot het in 2026 ontstaan van een ravijn. In de jaren 2024 en 2025 zal Hendrik-Ido-Ambacht er nog redelijk gunstig uitkomen, maar in 2026 vertonen de gemeentefinanciën een scherpe knik naar beneden. Dit is een zorgpunt, want ongeacht de hoogte van de grafiek maakt dit het heel lastig om in structurele zin te begroten. Men weet dat de gemeente haar begroting meerjarig sluitend moet maken. Als men daar één qua gemeentefinanciën heel laag jaar tussen heeft zitten, is het moeilijk om structurele uitgaven te doen. Er wordt dan heel veel met incidenteel geld gewerkt, en dat is ingewikkeld. Het is goed dat de VNG het geciteerde statement heeft gemaakt, maar de minister heeft dit al vaker aangehoord.
Spreker ontvangt minister Bruins Slot aanstaande maandag in Hendrik-Ido-Ambacht – dat gebeurt om een andere reden – en hij is ervan overtuigd dat zij de boodschap al goed heeft gehoord. Alleen kiest zij er momenteel voor om er geen antwoord op te geven, in elk geval niet een antwoord dat de gemeenten tevreden zal stellen. Vooralsnog zal men het dus, zo verwacht spreker, zeker tot de opstelling van de begroting moeten doen met de verwachting dat er een knik in de inkomsten zal ontstaan. Spreker wil de vragen van de heer Van der Lei over de besteding van de Coronagelden met alle plezier schriftelijk beantwoorden. In algemene zin ging het deels om specifieke uitkeringen voor bepaalde sectoren – de mening van Gemeentebelangen dat dit niet juist is klopt dus niet – en deels om vrij besteedbaar geld, overeenkomend met het gemiddelde dat alle gemeenten aan inkomsten misliepen. Terwijl de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht bij allerlei uitkeringen vaak net aan de verkeerde kant zit en daardoor net een beetje minder krijgt voor zaken als de uitvoering van de jeugdzorg en de WMO enzovoort, zat zij in dit geval net aan de góede kant. Dat kwam doordat deze gemeente niet te maken kreeg met wegvallende toeristenbelasting en parkeerbelasting, maar daarvoor net als alle andere gemeenten wel werd gecompenseerd. Dat betekende dus een klein voordeel.
Dit neemt niet weg dat er op het sociale domein door de Coronapandemie meer is uitgegeven dan er was begroot, iets wat niet op regioniveau is uit te filteren. Hierover is gesproken met de gemeenschappelijke regelingen; zij hebben aangegeven dat het aannemelijk is dat dit zich heeft voorgedaan, maar dat dit niet te kwantificeren is. Spreker zal bekijken wat hij hierover in het schriftelijk te geven antwoord nog meer zal kunnen zeggen. In discussie gaande met iemand die over een uur zijn collega hoopt te worden, kan spreker zeggen het eens te zijn met de opmerking van mevrouw Oelfke dat de nu doorgeschoven zaken later niet nògmaals zullen moeten worden doorgeschoven. Bij de besteding van incidenteel toegekende bedragen is gebleken dat door de Coronapandemie het zorgen voor participatie van burgers heel veel tijd kostte. Er had voor kunnen zijn gekozen de betrokken bedragen vrij te laten vallen en de raad later opnieuw om de beschikbaarstelling van kredieten te vragen, maar in plaats daarvan komt het college met het praktische verzoek – men weet waarvoor het geld is bedoeld en bedoeld blijft; dat de bedragen eerder niet werden besteed kwam niet door onwil of traagheid, maar had te maken met de te betrachten zorgvuldigheid – het in staat te stellen deze bedragen met welnemen van de raad in 2022 allemaal op te maken.
Over de energietoeslag waarover mevrouw Oelfke een vraag stelde, is deze week in het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Sociaal een besluit genomen. De hiervoor van het rijk ontvangen gelden zullen via de sociale dienst worden uitgekeerd. Mevrouw Gommans riep ertoe op minder middelen in de algemene reserve te stoppen. Spreker zei al dat men niet het beeld moet hebben dat de algemene reserve een brandkast met een slot is. Als dit al zo zou zijn, zou het nog de ráád zijn die van dat slot de sleutel heeft, want de raad bepaalt wat er met de reserve gebeurt. Het college stelt om twee redenen een toevoeging aan de algemene reserve voor: 1. zij telt mee bij de bepaling van het weerstandsvermogen van de gemeente, iets wat niet geldt voor een doelreserve, en 2. als men het geld in een doelreserve stopt, moet men ook een doel voor ogen
Vergadering van 4 juli 2022.
9
hebben, evenals een te volgen tijdpad en een bestedingsplan. In veel gevallen zijn die er nog niet en daarom worden de middelen vooralsnog in de algemene reserve gestopt, maar de raad kan al in de volgende vergadering besluiten er weer geld uit te halen. Een voordeel van heer Van der Wulp is dat hij voorspelbaar is. Zijn vraag van nu om eens te zeggen waaraan bij 'slechtere tijden' wordt gedacht, had hij al eens eerder gesteld, zodat spreker daarop nu ook het toen gegeven antwoord kan herhalen. Deels is dat antwoord al in algemene zin gegeven. Natuurlijk kunnen zich in de begroting tegenvallers voordoen, ook in financiële zin. Hij sluit niet uit dat er in de komende jaren wat scherper en dus minder behoedzaam zal worden begroot, waardoor de kans op het zich voordoen van tegenvallers al groter zal worden. Hiermee bedoelt hij te zeggen dat men soms bewust op bepaalde onderdelen liever aan de achterkant iets bijlegt dan dat men op voorhand gaat bezuinigen om het benodigde budget te verkrijgen. Op die manier kan men naar bepaalde domeinen kijken. Spreker meent dat men hierop bij de behandeling van de begroting wat dieper zal moeten ingaan aan de hand van de vraag of de gemeente, als zij in 2026 met een veel lager accres in de uitkering uit het gemeentefonds te maken zal krijgen, al in 2022 op zaken moet gaan beknibbelen om die daling op te vangen.
Hij zal hierover graag met de raad in discussie gaan. Bij het beantwoorden van die vraag helpt het beschikken over een algemene reserve enorm. Voorts schroomt het college niet om geld uit de reserve incidenteel uit te geven; denk aan de 4 ton voor de Coronavouchers, een uitgave die in de Ambachtse samenleving heel goed is gevallen en zeer succesvol is gebleken, dit ook aan het adres van de heer Nugteren. Daarnaast ziet men in dit voorstel dat er ruim € 1 miljoen naar de verliesvoorziening Waterbusplein wordt overgeheveld, terwijl al eerder de bekostiging uit de reserve van de bouw van twee scholen is voorzien. De reserve is dus niet alleen bedoeld voor slechtere tijden, maar ook voor het incidenteel kunnen bekostigen van te realiseren dingen. Spreker kan overigens al zeggen dat het voor die scholenbouw gereserveerde bedrag te laag is, aangezien de kosten met 30 % zijn gestegen. In de Kaderbrief wordt deze kostenstijging voor twee reeds gerealiseerde scholen geregeld, maar voor de nog te bouwen scholen moet dit nog via de reserve gebeuren. De heer Van der Wulp noemde als voorbeeld van een bijzondere omstandigheid het feit dat de minister-president heeft gezegd dat het voornemen om aan mensen met een laag inkomen een energietoeslag van € 500 toe te kennen niet zal doorgaan.
Spreker gaat hierop niet in praktische zin in, maar zegt wel dat, als de geméénte daartoe zou willen overgaan, zij bij het toekennen van € 500 per inwoner grofweg € 15 miljoen kwijt zou zijn en dat het toekennen van dat bedrag per huishouden € 5 miljoen zou vergen. Dit zal niet geheel de bedoeling van de heer Van der Wulp zijn geweest, maar spreker snapt wel wat er is bedoeld. Die bedoeling ligt in lijn met uitspraken van de heren Doevendans en Scheurwater als: 'Onze inwoners hebben het moeilijk, bekijk eens wat er voor hen zou kunnen worden gedaan.' Als hij de woorden van de heer Van der Wulp zó mag opvatten, is dat prima. De heer Van der Wulp dankt de portefeuillehouder voor diens antwoord. Het is waar dat het lastig is om alle technische componenten goed uit te leggen. Ook iemand die al wat langer in de raad zit moet wel eens goed nadenken over de vraag wat er precies is gezegd. Betreffende het sociaal domein zei de wethouder dat er door de Coronapandemie wel meer is uitgeven dan er was begroot, maar dat dit niet te kwantificeren is en dat men er dus maar van moet uitgaan dat dit is gebeurd. Voor een meeluisterende burger is dit lastig te begrijpen. In zijn antwoord aan mevrouw Gommans zei de wethouder dat men, als men het geld in een doelreserve stopt, wel een doel voor ogen moet hebben, evenals een te volgen tijdpad en een bestedingsplan.
Sprekers fractie zou er voor zijn als het college dit eens met betrekking tot een deel van de reserve zou gaan doen, en dan het liefst ten bate van alle inwoners. Zaken die begrotingstechnisch allemaal worden gedekt, worden vaak begrepen in een soort winstwaarschuwing. De wethouder noemde het feit dat uit de algemene reserve 4 ton voor de Coronavouchers is uitgegeven – een prima initiatief van Gemeentebelangen, dat door de gehele raad en het college werd ondersteund –, maar dat bedrag kwam uit het overschot van de middelen die het rijk aan Hendrik-Ido-Ambacht had gegeven om de gevolgen van de pandemie te bestrijden. Het komen met de Coronavouchers was dus geen cadeautje van de geméénte, want het ging om een besteding van het overschot van de van het rijk ontvangen gelden.
Vergadering van 4 juli 2022.
10
De fractie is blij met wat de wethouder heeft gezegd over de bekostiging van de bouw van twee scholen. De begrotingen voor de bouw van scholen, die de raad vaak al in een vroeg stadium kreeg voorgelegd, bleken altijd te laag uit te vallen. Zeker in de huidige tijd kan men er op rekenen dat dit wederom zal gebeuren. Er moet voor worden gezorgd dat straks alle Ambachtse leerlingen in goede en gezonde scholen komen te zitten. De heer Scheurwater hoorde de wethouder zeggen dat de gemeentelijke lasten zijn te zien als een contributie die men moet betalen om in Hendrik-Ido-Ambacht te kunnen wonen. Als autochtone Ambachter zou spreker ook bij een stijging van die lasten nog wel in deze gemeente blijven wonen, maar hij wil erop wijzen dat de 'contributie' eigenlijk is berekend op de welgestelde inwoners. Er zijn óók veel inwoners die amper rond kunnen komen en zijn pleidooi was om met een tegemoetkoming aan díe mensen te komen. Zijn verzoek aan het straks te installeren college – dan een missionair college – is om nog eens naar de voor de inwoners bestaande lastendruk te kijken en bij de opstelling van de begroting na te gaan wat er voor die niet-welgestelde inwoners zou kunnen worden gedaan. Wethouder Flach zal, wanneer hij op zijn missionaire status wordt aangesproken, daaraan als Calvinist graag gehoor geven.
Hij snapt wat er wordt bedoeld en wil daarover zeker niet luchtig doen, maar wijst er wel op dat het enige waarover men als gemeente iets te zeggen heeft de hoogte van de onroerendzaakbelasting is. Die belasting wordt niet aan àlle inwoners opgelegd; mensen die in sociale huurwoningen wonen, krijgen al geen aanslag in die belasting. Daarnaast zijn er de afvalstoffenheffing en de rioolheffing, en voor mensen die deze heffingen niet kunnen betalen, bestaat er al een ruimhartige kwijtscheldingsregeling, waarvan ook veel gebruik wordt gemaakt. Het leek spreker goed dit even ter nuancering naar voren te brengen. In de samenvatting die de heer Van der Wulp van sprekers antwoord heeft gegeven, is – dat is van een samenvatting altijd het gevaar – een omissie geslopen. Spreker heeft niet gezegd dat het college ervan ùitgaat dat er op het sociaal domein meer is uitgegeven dan er was begroot, want hij weet precies om welk bedrag het daarbij gaat. Alleen is er bij de besteding van die middelen niet bijgehouden of de toeneming van de behoefte aan ondersteuning – op het gebied van huishoudelijke hulp of op dat van jeugdzorg – door Corona was ontstaan of daarmee niets te maken had.
Een en ander was dus niet als 'door Corona veroorzaakt' te labelen, maar de sociale dienst en de jeugdzorgorganisaties hebben aangegeven dat het wel aannémelijk is dat een deel van de bestede gelden daarop is terug te voeren. Het opstellen van een tijdspad en een bestedingsplan gebeurt regelmatig; denk maar aan het inzetten van reserves voor de realisering van het Waterbusplein, de doortrekking van de Teunis Stooplaan en de bouw van scholen. Wanneer er een goed plan op tafel ligt, wordt er niet geschroomd om daarvoor geld uit te trekken en daarvan een bestemmingsreserve te maken. Verder wordt er vooral bij de opstelling van de begroting bekeken hoe er moet worden gehandeld met betrekking tot de lastendruk voor burgers. In de Kaderbrief wordt nu uitgegaan van een verhoging daarvan met 3 %, maar dat is lang niet genoeg om de inflatie te dekken; daarover zal men dus straks sowieso een discussie moeten aangaan. De toekenning van de Coronavouchers is wel degelijk te zien als een cadeautje van de gemeente. Natuurlijk heeft de gemeente een algemene uitkering ontvangen ter bestrijding van de gevolgen van de Coronapandemie, maar die uitkering betrof ook gelden die de gemeente niet had gemist; het was dus vrij besteedbaar geld.
De gemeente had ook kunnen zeggen dat er op het terrein van onderwijs 50 % meer was uitgegeven dan er was binnengekomen, dat er op het gebied van veiligheid 20 % meer was besteed en dat er verder sprake was van een meevaller. Daarvoor is evenwel niet gekozen, niet door de raad en niet door het college. In zekere zin is de toekenning van de Coronavouchers dus wel te zien als een cadeautje, en zo hebben de inwoners het ook ervaren. Die pret moet men niet willen bederven. Ten slotte zei de heer Van der Wulp dat de voor scholenbouw begrote bedragen altijd te laag zijn gebleken. Men weet dat er in het verleden werd begonnen met het noemen van een bedrag en dat vervolgens werd bekeken wat voor school daarvoor zou kunnen worden gebouwd. Die werkwijze is al
Vergadering van 4 juli 2022.
11
lang losgelaten; er wordt nu uitgegaan van het te realiseren kwaliteitsniveau, dat, kort gezegd, gelijk moet zijn aan het kwaliteitsniveau van de twee scholen die al gebouwd zijn. Dat kwaliteitsniveau krijgen dus alle scholen, en wat het bereiken daarvan gaat kosten, vòlgt daarop. Van zijn beide collega-wethouders vernam spreker dat zij nog graag een vraag uit de eerste termijn willen beantwoorden. Wethouder Lafleur meende de heer Scheurwater een vraag over achterstallig groenonderhoud te hebben horen stellen, namelijk of het groenonderhoud dat in 2021 niet kon plaatsvinden in 2022 wèl zal worden uitgevoerd. Het antwoord daarop is bevestigend; er wordt thans druk gewerkt aan het wegwerken van de door de Coronapandemie ontstane achterstand in het groenonderhoud. Wethouder Van Die was even bang dat collega Flach in sprekers plaats vragen over het onderwerp van de energietoeslag zou gaan beantwoorden, dit nota bene terwijl sprekers familie en geliefde op de publieke tribune zitten, maar gelukkig werd dit gecorrigeerd. De VVD heeft gevraagd of de TONK-middelen voldoende zijn om de energietoeslag te kunnen uitkeren. Per eind juni waren er 466 aanvragen ingekomen en toegekend. Afhankelijk van de hoogte van het wettelijk sociaal minimuminkomen is er per huishouden € 600 of € 800 uitgekeerd.
In de gemeenschappelijke regeling Sociaal is geconcludeerd dat in de tweede bestuursrapportage, die in oktober of november zal verschijnen, zal worden vermeld hoeveel aanvragen er per gemeente zijn ingediend en gehonoreerd en wat de kosten daarvan zijn geweest. Dit zal vervolgens worden verwerkt in het eerstvolgende P&C-product. Zonder hoofdelijke stemming wordt hierop conform het voorstel besloten. 7.2 Kaderbrief 2023 en Voorjaarsnota 2022. De voorzitter heeft gemerkt dat sommige leden al bij de behandeling van het voorgaande agendapunt tevens opmerkingen over de Kaderbrief 2023 en de Voorjaarsnota 2022 hebben gemaakt; die behoeven thans niet te worden herhaald. Mevrouw Oelfke-ten Seldam constateert dat de raad dit jaar geen kadernota, maar een kaderbrief is voorgelegd, evenals een aparte voorjaarsnota. De kaderbrief is beleidsarm, omdat er tijdens de opstelling daarvan nog een demissionair college bestond en de doorvertaling van het inmiddels bereikte coalitieakkoord dus nog moet plaatsvinden. Ondanks dit is er sprake van ontwikkelingen welke van invloed zijn op de komende begroting. Zo stijgen de kosten van energie en bouwmaterialen met de dag, terwijl ook de oorlogssituatie in de Oekraïne en de kosten die nog met de bestrijding van de Coronapandemie gepaard gaan voor onduidelijkheid zorgen.
Daarnaast stijgen de al vele jaren hoog zijnde kosten op het sociaal domein nog elk jaar. Ook aan de kant van de gemeentelijke inkomsten bestaat onzekerheid, namelijk met betrekking tot de compensatie die de gemeente na 2025 van het rijk zal krijgen, dit terwijl er wel steeds meer taken naar de gemeente toekomen. Er is nu dan ook geen meerjarig sluitend financieel perspectief te geven. Met dit probleem kampen alle gemeenten. Wil een gemeente een structureel sluitende begroting kunnen presenteren, dan moet er voor haar meerjarig duidelijkheid bestaan over de van het rijk te verwachten inkomsten. Net als het vorig jaar vraagt de fractie van de VVD het college om aandacht te geven aan de toeneming van de uitgaven op het sociaal domein, een helaas niet nieuw verschijnsel. Die uitgaven nemen elk jaar toe en te verwachten is dat dit ook nog jaren zo zal doorgaan. Van het rijk krijgen de gemeenten te weinig middelen om de opgaven op dit domein te kunnen uitvoeren. Tot nu werden de stijgende uitgaven door hen opgevangen, maar thans is de rek eruit. De onduidelijkheid over de vraag of er op dit gebied voldoende middelen zullen worden ontvangen, zal, zo zegt het college, nog wel even aanhouden. Wat betekent het werken met een niet-sluitende kaderbrief en hoe zal de begroting er straks naar de verwachting van de portefeuillehouder gaan uitzien?
Vergadering van 4 juli 2022.
12
De meicirculaire is ontvangen na de ambtelijke afronding van de opstelling van de kaderbrief en is daarin dus nog niet verwerkt. Te verwachten is verder dat een groot aantal bijdragen van het rijk op het sociaal domein zal worden verlaagd. De discussie over de vraag hoe de gemeente er financieel voor staat, is lastig te voeren als deze gegevens daarbij niet kunnen worden betrokken, ook al is het financieel vooruitzicht tot 2025 positief te noemen. Tevens zullen dan begrijpelijkerwijs de consequenties van de Coronapandemie, zowel lokaal en regionaal als bij de diverse gemeenschappelijke regelingen, nog niet inzichtelijk zijn. Voorts moet het nieuwe coalitieakkoord nog worden doorgerekend, terwijl het moeilijk zal zijn de uitwerking van de situatie in de Oekraïne en van de hoge energieprijzen in te schatten. Spreeksters fractie hoopt dat bij de behandeling van de begroting in oktober/ november een volledig inzicht in dit alles zal kunnen worden geboden. De heer Scheurwater stelt vast dat in de kaderbrief de raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds nog niet aan de meicirculaire van 2022 is aangepast. Wat kan hierover nu worden gezegd? Verder is in het schrijven van het college aangaande de meerjarenbegroting te lezen dat het net aangetreden kabinet betreffende de algemene uitkering uit het gemeentefonds slechts tot en met 2025 een doorkijk geeft.
In die meerjarenbegroting staan echter wel een positief bedrag van € 1.427.000 en een negatief bedrag van € 2.200.000 genoemd. Verwacht het college dat deze bedragen werkelijkheid zullen worden, of moeten zij worden gezien als uit de losse pols geschatte bedragen? De heer Doevendans hoorde zeggen dat men thans te maken heeft met beleidsarme stukken, maar dat is niet waar, zoals hij al in de commissie aanvoerde. Er zitten componenten in die men echt niet als 'beleidsarm' kan aanmerken, bijvoorbeeld en met name de subsidies. Het demissionaire college heeft geschreven ervan uit te gaan dat een verhoging van de subsidies met 3 % mogelijk zal zijn, en dat berust natuurlijk wel degelijk op een politieke keuze. De vraag is of die keuze ook jùist is, want in bijvoorbeeld 2018 bevond het subsidieplafond zich op € 4,5 miljoen en dat gaat nu met een verhoging van 3 % naar bijna € 7 miljoen. Dat is dus een stijging van zo'n 50 % in vijf jaar en dat is wel heel fors. De fractie van Realistisch Ambacht zou deze beweging de andere kant op hebben willen zien gaan, namelijk dat er nu zou zijn uitgegaan van een stijging van 0 %.
De gemeente zou er in ieder geval bij de subsidieaanvragers op moeten aandringen om heel kritisch te bekijken wat zij ècht nodig hebben om hun activiteiten te kunnen uitvoeren en of zij dat wellicht ook, door efficiënter te werken, met wat minder subsidie zouden kunnen doen. Het tweede onderwerp dat een punt van nieuw beleid is, is de aanstelling van twee extra medewerkers op het sociaal domein. In de commissie is heel bevredigend verklaard wat de rationale daar achter is en sprekers fractie zal hiervan dan ook geen probleem maken. De voorziene verhoging van de subsidies vormt voor haar echter een struikelblok voor het kunnen instemmen met de in deze stukken verwoorde plannen. Mevrouw Van der Hee-Pasterkamp merkt op dat de CDA-fractie akkoord gaat met de Voorjaarsnota 2022 en de daarin opgenomen voorstellen en budgettaire aanpassingen. De Kaderbrief 2023 is beleidsarm in verband met de coalitievorming na de gemeenteraadsverkiezingen – het CDA is het dus niet eens met wat de vorige spreker heeft gezegd – en de fractie komt daarom nu met een korte reactie. Het gaat in deze stukken om bestaand beleid; er zijn voor de nieuwe ambities nog geen middelen gereserveerd. Spreeksters fractie heeft dan ook alleen kènnis genomen van deze stukken.
Zij gaat ondanks het voorlopige karakter van de parameters akkoord met de actualisaties, inclusief die welke na het verschijnen van de decembercirculaire zijn aangebracht. Ook kan zij zich vinden in de indexatie van het subsidieplafond 2023 met voorlopig 3 %. Gezien het huidige inflatiecijfer en de afhankelijkheid van komende ontwikkelingen kan men later eventueel nog aanpassingen laten plaatsvinden. De CDA-fractie kijkt uit naar de doorberekening van de nieuwe ambities nadat het coalitieprogramma zal zijn gepresenteerd.
Vergadering van 4 juli 2022.
13
De heer Boudewijn leest in het voorstel dat het doorvertalen van het nieuwe coalitieakkoord nog moet plaatsvinden en wel bij de opstelling van de begroting. Dit lijkt wat optimistisch verwoord. Op een vraag van zijn fractie werd al geantwoord dat dit niet volledig in de begroting voor 2023 zal lukken en deels ook door middel van begrotingswijzigingen zal moeten gebeuren. De kaderbrief en de voorjaarsnota beperken zich dan ook tot de te regelen basiszaken; deze stukken zijn dus in feite beleidsarm, zoals ook de voorgaande spreekster zei. Er is echter door de huidige ontwikkelingen in de maatschappij ook sprake van spanning; denk aan de oplopende inflatie, de dreigende gastekorten, de oorlog in de Oekraïne, de woningtekorten enzovoort. Bij elkaar zorgen zij voor veel onzekerheid. De fractie van SGP/ChristenUnie roept het straks te installeren nieuwe college er dan ook toe op om de doorvertaling van het nieuwe coalitieakkoord voortvarend ter hand te nemen, zodat er reeds in 2023 een belangrijke bijdrage aan de realisatie daarvan zal kunnen worden geleverd. In de kaderbrief worden indexaties voorgesteld die gezien de huidige inflatieontwikkeling wellicht niet toereikend zullen zijn – de portefeuillehouder vermeldde dit zojuist al bij de behandeling van de jaarrekening 2021 –, waarschijnlijk zowel aan de uitgavenkant als aan de inkomstenkant.
Sprekers fractie roept het nieuwe college ertoe op om in de komende begroting deze percentages op basis van actuele indexcijfers te herijken en deze bij de behandeling van die begroting aan de raad voor te leggen. Met dit voorstel stelt de raad in principe ook alleen de indexátie van de subsidies vast, zodat de subsidieontvangers zullen weten waar zij aan toe zijn, iets waarin sprekers fractie zich volledig kan vinden. Met betrekking tot de in de komende jaren te plannen investeringen wil de fractie het nieuwe college vragen om een goede afweging te maken tussen enerzijds het voortvarend realiseren van de plannen en anderzijds het goed plannen van de benodigde investeringen, een lastige opgave bij de momenteel hoge kosten, zoals bouwkosten en personeelskosten, als gevolg van de tekorten aan resp. materialen en personeel. Zij realiseert zich dat dit een spanningsveld is. Dit vraagt eigenlijk – het CDA heeft het in de vorige raadsperiode al eens over 'anticyclisch investeren' gehad – om een investeringsplanning die verder gaat dan één of twee collegeperiodes. Men zal er in de komende tijd zeker aandacht aan moeten besteden dat ook investeringen die ná de lopende collegeperiode zullen worden gedaan goed dienen te worden gepland.
De fractie van SGP/ChristenUnie wenst het nieuwe college veel wijsheid en succes toe bij de uitvoering van de opgaven waarvoor het komt te staan – enkele daarvan zijn in het voorgaande genoemd – en zegt daarbij haar steun toe. Met de kaderbrief en de voorjaarsnota stemt zij in. Wethouder Flach zal proberen kort te antwoorden, want de meeste mensen in deze zaal zullen niet voor de behandeling van de kaderbrief en de voorjaarsnota zijn gekomen, maar voor een ander onderwerp. Over veel zaken die door mevrouw Oelfke zijn genoemd, zal morgen in het college verder worden gepraat. Op de vraag wat de meicirculaire voor de begroting voor 2023 betekent, is het heel algemene antwoord dat deze voor de gemeente positief was, maar dat de lijn in de grafiek die in de kadernota staat gelijk blijft; deze komt alleen hoger te liggen. Het plannen van structurele uitgaven blijft dan ook lastig. Hiermee is ook de heer Scheurwater beantwoord. De heer Doevendans ging uit van de zelfgekozen mantra dat het huidige college niet met nieuw beleid mag komen, iets wat het naar zijn mening wel doet. Dit college is in principe gewoon aan het werk totdat er een nieuw college zal zijn geïnstalleerd. Het voelt zich dan ook democratisch voldoende gelegitimeerd door het feit dat de nieuwe raad vanavond een klap op de kadernota en de daarin genoemde percentages zal geven.
De rekensom van de heer Doevendans over de subsidies heeft spreker niet begrepen. Gezegd werd dat, als de subsidies met 3 % worden verhoogd, het subsidieplafond met 50 % omhoog gaat. Dit mag de heer Doevendans in tweede termijn uitleggen. Verder zou de raad, indien deze thans om welke reden dan ook geen kaders zou willen stellen, de enige kans om vóór de opstelling van de begroting iets te bewerkstelligen laten voorbijgaan. Het college zal niet vlak voor de behandeling van die begroting tegen de gesubsidieerde organisaties kunnen zeggen dat zij maar rekening moeten houden met een subsidieverhoging van 3 %. Er is nu gezegd dat
Vergadering van 4 juli 2022.
14
zij maar van die 3 % moeten uitgaan; het kan anders worden, maar dit wordt echt wel als de ondergrens gezien. Hiermee blijft het college aan de zeer behoudende kant; spreker vreest dat het voor stichtingen en organisaties al moeilijk genoeg zal worden om van die 3 % uit te gaan. Het is evenwel fatsoenlijk bestuur om ze niet tot november te laten bungelen; zij zouden dan namelijk geen fatsoenlijke begroting meer kunnen indienen. De oproepen van mevrouw Van der Hee en de heer Boudewijn zijn gehoord. Het college neemt die zeker ter harte. Op onder meer het herijken van percentages komt spreker zeker nog terug. Wethouder Van Die antwoordt aangaande de door mevrouw Oelfke terecht genoemde stijging van de kosten op het sociaal domein dat het rijk zich er gelukkig bewust van is geworden dat de gemeenten een eerlijke compensatie moeten ontvangen voor de kosten die zij op dit domein maken. Deze regio is financieel gezien nog altijd één van de best presterende regio's van het land, maar anderzijds moet men de werkelijkheid niet mooier willen maken dan zij is, want geen enkele gemeente in het land heeft al een manier gevonden om op een goede manier met deze kostenstijging om te gaan.
Wel zal men in de eerste burap van de Service Organisatie Jeugd die na de zomer in de commissie WOZ zal worden behandeld zien dat zich nog steeds een kostenstijging voordoet, maar dat deze ten opzichte van die in voorgaande jaren wel aan het afvlakken is. Men prijze de dag niet voor de avond gevallen is, maar het ziet er wel naar uit dat één van de getroffen maatregelen rendeert. Dit zegt spreker overigens wel met een forse 'winstwaarschuwing', want een aantal kosten heeft niet alleen met de zorgconsumptie te maken. Een grote kostenpost is bijvoorbeeld ook de indexatie van de Cao-lonen van het zorgpersoneel, terwijl het ook voorkomt dat gemeenten zelf niet altijd de beoogde besparingen weten te bereiken. In de aangekondigde burap zal men dan ook op een aantal onderdelen forse kostenstijgingen aantreffen. De heer Doevendans is gevraagd om zijn rekensom betreffende de subsidies toe te lichten. Zijn fractie had natuurlijk wel verwacht dat deze zaal vanavond vol zou zitten met publiek dat de feestelijke installatie van het nieuwe college afwacht en daarom had zij haar bijdrage lekker kort gehouden. Hij kan nu een heel korte uitleg geven. Hij heeft alle jaarverslagen en programmabegrotingen van 2018 tot en met nu doorgenomen en vervolgens een overzichtje gemaakt van wat hij daarbij heeft aangetroffen.
In 2018 was het subsidieplafond € 4,75 miljoen en het vorig jaar was het ruim € 6 miljoen. Met de 3 % die er nu bijkomt, gaat men naar een plafond van bijna € 7 miljoen. Het verschil tussen € 4,75 miljoen en € 7 miljoen is € 2,25 miljoen, wat betekent dat er ten opzichte van 2018, dus over vijf jaar, sprake is van een stijging van ongeveer 50 %. Wethouder Flach begrijpt na deze uitleg in ieder geval waar het genoemde percentage vandaan komt, maar noemt dit wel een vergelijking van appels met, nog niet eens, peren, want er is onderweg wel nieuw beleid bij gekomen, een ontwikkeling die ook de heer Doevendans heeft meegemaakt. Er blijft staan dat de raad vanavond wordt gevraagd een besluit te nemen over een bedrag van 3 % van ongeveer € 7 miljoen, dus € 200.000. Zonder hoofdelijke stemming wordt hierop conform het voorstel besloten, onder aantekening dat de fractie van Realistisch Ambacht geacht wil worden te hebben tegengestemd. 8. Welzijn, Onderwijs en Sociale Zaken. 8.1 7e wijziging GR Dienst Gezondheid & Jeugd. 8.2 Wijziging GR Sociaal, invlechting Drechtwerk. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform deze beide voorstellen besloten. 9. Ruimtelijke zaken – De Volgerlanden.