CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

raad 11 januari 2021

raadsvergadering openbaar 1 februari 2021, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Notulen17.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De heer Scheurwater heeft zijn vraag wanneer er met uitgewerkte voorstellen zal worden gekomen al beantwoord gekregen. Spreker verwijst de heer Struik naar de komende financiële voorstellen. Er zal zeker geen sprake zijn van het geven van carte blanche, want er komt nog een moment waarop er echt tot uittreding zal moeten worden besloten. Verder is het een constatéring van het college dat het gewenst is dat er naar behoud van de zelfstandigheid van de gemeente zal worden gestreefd. Het gaat dit niet als een eis op tafel leggen, want dat zou suggereren dat die zelfstandigheid in het geding is. Zij komt pas in het geding als men met elkaar een zootje van de nieuwe wijze van samenwerking zou maken. Als men er gezamenlijk op een volwassen wijze uit komt, heeft de provincie er geen enkel belang bij om de betrokken gemeenten op één hoop te vegen; het zou tot heel veel gedoe leiden. Uit wat de heer Van der Wulp aanvoerde, is al rijkelijk geciteerd. Hij zei nog dat Ambacht nu meer afhankelijk gaat worden van Dordrecht. Spreker weet niet of het de facto zo veel uitmaakt. Neem bijvoorbeeld de belastingdienst Drechtsteden; dat was de belastingdienst van Dordrecht, die is ondergebracht in het gemeentehuis van Sliedrecht. Deze belastingdienst heeft naar sprekers mening de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht altijd excellent bediend.

Er is geen Ambachter geweest – behalve misschien als hij een brief bij de belastingdienst moest afleveren – die heeft gemerkt dat het niet de eigen Ambachtse belastingdienst was. Spreker voorziet dan ook niet het ontstaan van een groot probleem. Wel zou Ambacht, als er een soort take it or leave it-cultuur zou ontstaan, zich daarbij niet thuis voelen. Daarom wordt er door middel van de servicelevels naar het werken op het eigen niveau gestreefd. Hendrik-Ido-Ambacht kan bijvoorbeeld met een heel ander niveau van dienstverlening toe dan de gemeente Dordrecht en gaat dan ook niet betalen voor het niveau dat de gemeente Dordrecht graag wil. Er mag daarin best sprake zijn van differentiatie; tot nu toe hield de ene gemeente de andere gemeente daarin wel eens gevangen. De zorgen van de heer Van der Lei over de uitwerking heeft spreker in het voorgaande al geadresseerd. Met de desbetreffende voorstellen zal, als er met dit principebesluit wordt ingestemd, in de loop van dit jaar worden gekomen. De voorzitter heeft de indruk dat hiermede alle vragen zijn beantwoord, zodat hij hieraan niets heeft toe te voegen. Aan de orde is thans de tweede termijn. De heer Boudewijn sprak in de eerste termijn over een aantal aandachtspunten, terwijl anderen spraken over zorgen of waarschuwingen.

De grote gemene deler is dat een ieder vindt dat het gaat om zaken waaraan in het kader van de omvorming van de samenwerking aandacht zal moeten worden besteed. De wethouder heeft laten blijken dit ook te vinden; als college en raad verschilt men hierover dus niet van mening.

Vergadering van 11 januari 2021.

16

Over de nieuwe wijze van samenwerking op het enkele keren genoemde domein van de beleidsvoering maakt de fractie van SGP/ChristenUnie zich het minste zorgen. Het gaat uiteindelijk toch meer om een zakelijke overeenkomst, en als de partner niet goed levert, zijn er alternatieven denkbaar, zoals het geheel uitbesteden van de bedrijfsvoering, waarbij de gemeenten de vinger aan de pols kunnen houden. De beleidsvoering is ook het minst politieke domein. In de Drechtraad is dit domein wel eens aan de orde geweest, maar de feitelijke politieke discussies gingen niet dáárover doch over het sociaal domein. Het is goed dat er voor het sociaal domein een gemeenschappelijke regeling komt, want zo blijft de SDD uiteindelijk iets van alle zeven gemeenten gezamenlijk. Wat er op het sociaal domein gebeurt, raakt de burgers ook direct. Het is dus van wezenlijk belang om als zeven gemeenten tezamen eigenaar van de SDD te zijn. Evenals de heer Van der Wulp wil spreker benadrukken dat er aandacht moet worden gegeven aan de positie van de medewerkers van de organisatie. De meeste medewerkers van de SDD en het Bureau Drechtsteden verkeren al enige jaren in onzekerheid. Nu het duidelijk wordt waar het met de samenwerking naar toegaat, zal het goed zijn deze mensen zo veel mogelijk duidelijkheid en zekerheid te geven.

Omdat de directeur Drechtsteden van functie gaat wisselen, moet er dit jaar voor worden gezorgd dat de belangen van de medewerkers door een ander zullen worden behartigd. Tot hen behoren ook degenen die van functie zullen moeten gaan veranderen. In dit soort processen in het bedrijfsleven maakt men over het algemeen gebruik van de diensten van een verandermanager. Spreker mist zo iemand in dit geheel. Hij pleit dus voor de inschakeling van een verandermanager, zijnde iemand die onafhankelijk en dus niet afkomstig is uit de politiek en geen bestuurder is. Zo iemand zal zich echt kunnen focussen op de inhoud van de verandering en zal er ook de snelheid in kunnen houden. De vraag is gerezen of men dit alles in een jaar zal kunnen redden; een verandermanager zou daaraan kunnen bijdragen. Ten slotte noemt spreker dat er sprake zal moeten zijn van vertrouwen. Er is zorg geuit over de positie van de grote broer Dordrecht ten opzichte van de kleine broertjes. Voor welke manier van samenwerking men ook kiest, als de deelnemers geen vertrouwen in elkaar hebben, zal elk te bedenken model niet goed werken. De grote broer en de kleine broertjes dragen gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor het scheppen en behouden van vertrouwen in elkaar. Zonder dat zal het wel heel lastig worden om tot een samenwerkingsvorm te komen waarmee iedereen gelukkig is.

Wat spreker betreft, mag het punt van het hebben van vertrouwen in elkaar bovenaan komen te staan. De heer Doevendans is van mening dat de emoties twee kanten kunnen opgaan. Hij heeft eigenlijk altijd wel het gevoel gehad dat het de nu voorgestelde kant zou moeten opgaan en was dus blij met de initiatieven die Dordrecht in dit verband een jaar geleden ontplooide. Wat de noodzaak van vertrouwen betreft: als men het zakelijk beschouwt – dat deed ook de heer Boudewijn –, is er natuurlijk wel onderling vertrouwen nodig, maar is het nog veel belangrijker, zeker als men met een servicelevelagreement gaat werken, dat men heel goede afspraken met de service-gemeente gaat maken. Er moeten dus echt goede servicelevelagreements gaan komen en spreker hoopt ook dat de leden van de raad een blik op die servicelevelagreements zullen mogen werpen en daarover hun oordeel zullen mogen uitspreken. Het contract dat met de service-gemeente wordt gesloten, wordt namelijk allesbepalend. Vertrouwen is mooi, maar zaken goed vastleggen is nog veel belangrijker. Mevrouw Gommans-Dane kan zeggen dat de fractie van D66, die met betrekking tot dit voorstel voor een dilemma stond, door het duidelijke antwoord van de portefeuillehouder wat meer vertrouwen heeft gekregen in de mate van inspraak die de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht in het nieuwe samenwerkingsmodel zal verkrijgen.

Daarmee zal worden voorkomen dat Hendrik-Ido-Ambacht door een grote gemeente ondergesneeuwd zal kunnen raken. Elke gemeente zal haar eigen geluid kunnen laten horen bij het streven naar een eindproduct waarmee iedereen tevreden zal zijn en dus ook verder zal willen werken. Hierop vertrouwend wijzigt de fractie thans haar standpunt en gaat zij dus met dit voorstel akkoord.

Vergadering van 11 januari 2021.

17

Mevrouw Van der Hee-Pasterkamp is het met wethouder Flach eens als hij zegt dat ook de huidige stemverhouding indirect gebaseerd is op het inwonersaantal, namelijk op het aantal kiezers dat een raadslid vertegenwoordigt. Het is echter haar ervaring dat er in de Drechtraad heel vaak langs partijlijnen werd gestemd en niet zozeer op basis van de woonplaats. Leden uit een zelfde woonplaats gingen vaak wel dezelfde richting uit, maar op een aantal belangrijke momenten konden zij ook proberen punten binnen te halen welke voor de eigen partij van belang waren. Als nu in het portefeuillehoudersoverleg een portefeuillehouder op basis van het inwonersaantal een stemgewicht krijgt, is dat toch iets anders. De discussie wordt dan minder genuanceerd, in tegenstelling tot een discussie waarin men naar een consensus zoekt. Het gaat spreeksters fractie meer om de moeilijke momenten waarop er breekpunten optreden. Dat is ook de reden waarom er zo'n regeling wordt gemaakt. Meestal zullen het vertrouwen en de gunfactor het uitgangspunt blijven, maar men maakt regelingen juist voor de keren dat men het nìet eens wordt. Vandaar dat hiervoor extra aandacht is gevraagd. Mevrouw Oelfke-ten Seldam dankt de wethouder voor diens uitgebreide tegenanalyse.

Ook zij ziet bij eigenlijk alle partijen dezelfde bezwaren en twijfels, door elk van hen op de eigen manier onder woorden gebracht, en dat heeft gemaakt dat er bij dit voorstel geen jubelgevoel naar boven is gekomen. Dit is niet een voorstel waarover men had kunnen zeggen: 'Wij doen dit bij hamerslag af en gaan door.' De heer Van der Wulp zei ook dat hij wel met dit voorstel instemt, maar niet van harte. Met haar afwijzend standpunt wil spreeksters fractie de buitenwereld laten zien dat de raad niet unaniem met dit voorstel instemt. Zoals zij in eerste termijn zei, is het bestaan van vertrouwen in elkaar essentieel – dit is door meer fracties gezegd, ook door de heer Boudewijn – en juist op dat punt wringt het voor de VVD. In het proces dat gevolgd is om tot dit voorstel te komen, zijn er meerdere informele sessies voor raadsleden geweest en zijn er ook enkele collegeconferenties gehouden. Uit de daarover ontvangen uitleg heeft de fractie begrepen dat het college na de laatste collegeconferentie van standpunt was veranderd. Dit maakt dat zij over dit voorstel minder enthousiast is. Zij denkt ook niet dat men, nu men drie jaar heeft gepraat, de nieuwe samenwerkingsvorm per 1 januari 2022 geheel rond zal kunnen hebben. De wethouder heeft het niet beaamd, maar volgens spreeksters ervaring op diverse plekken is de tijd die hiervoor is uitgetrokken vrij kort.

Gezegd werd dat voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht de huidige samenwerkingsvorm niet behoeft te worden veranderd. De indruk bestaat dan ook dat de gemeente Dordrecht in deze zaak haar zin doordrukt en koste wat kost deze nieuwe samenwerkingsconstructie wenst. Er is niet in die mate secuur te werk gegaan dat er vertrouwen in de nieuwe samenwerkingsvorm kon ontstaan. De fractie van de VVD laat nu zien dat de raad niet unaniem met dit voorstel akkoord gaat, wat niet betekent dat het niet zal worden aangenomen. Wat de heren Van der Wulp en Boudewijn hebben gezegd over de aandacht die voor de behartiging van de belangen van de medewerkers van de organisatie vereist is, kan de fractie onderschrijven, evenals het idee om een extern bureau als veranderingsmanager in te schakelen. De heer Scheurwater brengt naar voren dat de fractie van EVA is tevredengesteld door het antwoord van de wethouder. Naar haar mening voldeed de huidige bestuurscultuur niet meer. Er werd bijvoorbeeld gekomen met een motie waarin om een bezuiniging van € 10 miljoen werd gevraagd, iets wat gewoon niet haalbaar was. Het ging daarbij meer om politiek dan om besturen. Het hebben van vertrouwen is prima, maar daarbij moet men wel zakelijk blijven. Het geweldig goed met elkaar omgaan zou ook wel eens tot een sámengaan kunnen gaan leiden.

Als de bedrijfsvoering thans te duur is, zijn er geen andere mogelijkheden om daaraan iets te doen dan door wat nu wordt voorgesteld. Naar de mening van de fractie is dit dan ook een uitstekend voorstel. De heer Struik zegt de wethouder dank voor diens antwoord. De fractie van AUB vindt het een goed idee om een verandermanager aan te stellen. Met dit voorstel kan zij instemmen.

Vergadering van 11 januari 2021.

18

De heer Van der Wulp wil de wethouder eveneens dankzeggen voor de beantwoording van de gestelde vragen. Het is goed dat er enkele zaken zijn aangestipt en dat de wethouder daarop heeft gereageerd. Spreker is ook blij dat meerdere fracties hebben gezegd dat er aandacht moet bestaan voor de positie van de werknemers van de organisatie. Er zijn indertijd personeelsleden van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht naar de GRD gegaan om daar te gaan werken – het personeelsbestand van deze gemeente nam dus af – en in het verlengde daarvan moet er nu goed voor ook dat personeel worden gezorgd. Dank aan de wethouder dat hij zich hiervoor wil inspannen. Het idee van de heer Boudewijn om een verandermanager aan te stellen, vindt sprekers fractie een prachtig idee. Men is ook door buitenstaanders geholpen bij het bepalen van een richting in de samenwerking en thans is men zelf aan zet. Wat het nodige vertrouwen betreft, kan men er niet omheen dat er vertrouwen is geschaad. Het is waar dat er op basis van vertrouwen moet worden samengewerkt, maar in de nieuwe situatie zal dat vertrouwen eerst voor een groot deel moeten worden opgebouwd of herwonnen. Dit is dus iets waaraan men moet gaan werken, waarbij men ook de hand in eigen boezem moet steken. In eerste termijn vroeg spreker of er in het kader van verplichte winkelnering offertes zullen worden opgevraagd.

De wethouder pareerde dit met zijn opmerkingen over de servicelevels en dat vat spreker nu maar op als het antwoord op zijn vraag. De heer Doevendans komt even terug op het voorstel van de heer Boudewijn om een verandermanager aan te stellen en op de reacties die daarop zijn gehoord. Het is in het bedrijfsleven inderdaad vrij gebruikelijk om bij grote reorganisaties een verandermanager aan te stellen, maar dat doet men als bedrijf omdat men er zelf belang bij heeft. Hij vraagt zich oprecht af of de gemeente Hendrik-IdoAmbacht er belang bij heeft dat er een dure verandermanager wordt aangetrokken. Dit lijkt hem niet het geval te zijn. Als de gemeente Dordrecht hiertoe wil overgaan om de nieuwe organisatie goed te gaan laten functioneren, is dat natuurlijk uitstekend, maar wat het belang van Hendrik-Ido-Ambacht hierbij is, ziet spreker niet. De heer Boudewijn denkt dat iedereen die bij de verandering in de samenwerkingsvorm betrokken is er baat bij heeft dat dit proces vlekkeloos, zo snel mogelijk en inhoudelijk goed zal verlopen. Dat geldt dus ook voor Hendrik-Ido-Ambacht. Met het aantrekken van een verandermanager zijn natuurlijk kosten gemoeid, maar dat zou ook gelden als de verandering niet in één maar in twee jaar zou worden gerealiseerd. Er zit dus een businesscase achter.

De heer Doevendans: "Die zou ik dan graag zien, want dit geloof ik echt niet." De heer Van der Lei bedankt de portefeuillehouder voor het beantwoorden van de vragen en voor de toezegging dat zij bij de uitwerking van dit voorstel zullen worden betrokken. Het voorliggend voorstel vraagt de raad "in te stemmen met de koers en uitwerkingsrichting voor de toekomstige Drechtstedensamenwerking, verwoord in het geformuleerde principebesluit voor de colleges van de Drechtstedengemeenten op 27 oktober 2020." De fractie van Gemeentebelangen heeft hierover wel wat zorgen, maar ziet ook pluspunten. De financiële consequenties van de nieuwe samenwerkingsvorm zijn nog niet in beeld gebracht, zodat thans ook nog niet kan worden gezegd wat zij voor de gemeentelijke begroting kunnen gaan betekenen. Ook bestaat er het risico dat de raden van de deelnemende gemeenten geen gelijkluidend besluit zullen nemen, of daarbij in tijd zullen uiteenlopen. Sprekers fractie meent wel dat met de nieuwe vorm van samenwerking de focus meer op het lokale wordt gericht, met meer gelegenheid voor het leveren van lokaal maatwerk en het nastreven van lokale ambities. Daarbij bestaat er aandacht voor zowel de grootstedelijke problematiek als de opgaven voor de kleinere gemeenten. Een ander doel is de bestuurlijke samenwerking minder complex te maken.

De fractie van Gemeentebelangen zal dit voorstel steunen, uitkijkend naar het definitieve voorstel betreffende de samenwerking in de Drechtsteden. Zij wenst de bestuurders en de ambtelijke organisatie succes bij de uitwerking.

Vergadering van 11 januari 2021.

19

Wethouder Flach zegt dank aan de griffier voor de aardige versnaperingen die intussen zijn ontvangen. Daarmee wordt en passant een Ambachtse horecagelegenheid gesteund. De heer Boudewijn sprak heel terecht over het aangaan van een zakelijke overeenkomst. Voor het college is de dienstverlening een wezenlijk punt geweest, maar spreker kan zich voorstellen dat het, puur vanuit de optiek van de raad gezien, feitelijk niet zou moeten uitmaken van waaruit de dienstverlening wordt verzorgd. Het gebeurde toch al niet meer hier in huis. Wel was men er getrapt voor verantwoordelijk en nu wordt men dat politiek, maar er is hier eerlijk gezegd niet heel vaak over de belastingdienst of over een P&O-advies van de SDD gediscussieerd. De tijd waarin het wèl vaak daarover ging, hebben velen nog meegemaakt, maar dat kwam dan doordat de boel niet op orde was, iets waarvan de laatste jaren geen sprake meer is geweest. De algemeen directeur Drechtsteden vertrekt. De diverse 'dochters' hebben nog steeds een directeur die voor hun belangen kunnen opkomen. De Drechtstedelijke ondernemingsraad wordt gerund door iemand die de heer Van der Wulp nog heel goed kent, namelijk zijn voormalige fractiegenote mevrouw Ramnatsingh, die daar heel goed haar woordje weet te doen en ook op bestuurlijk niveau aandacht vraagt voor de belangen van het personeel van de organisatie.

Spreker excuseert zich voor het feit dat hij hiervan niet al in de eerste termijn gewag heeft gemaakt. Er is toegezegd dat aan de belangen van het personeel aandacht zal worden gegeven, en dat zal ook gebeuren. Hij ziet niet in waarom er mensen zouden moeten vertrekken. Enkele fracties hebben gesproken over de wenselijkheid van het aantrekken van een verandermanager. Spreker weet niet of men dit als een eis moet opnemen; dat heeft hij ook niemand horen bepleiten. Wellicht is het goed dat de heer Boudewijn in zijn rol van vicevoorzitter van de Drechtraad, die de voorzitter van de regio nog wel eens spreekt, en spreker zelf dit aan die voorzitter voorleggen. Deze is belast met het werven van een opvolger van de heer Post en aan hem kan men laten weten dat het goed zou worden gevonden als de opvolger iemand zou worden die ervaring heeft in veranderprocessen. Men vangt dan twee vliegen in één klap: er is dan een algemeen directeur die verstand heeft van veranderingsprocessen. Het aantrekken van een aparte verandermanager is dan niet noodzakelijk. Velen hebben gesproken over het hebben van vertrouwen. Spreker werkt graag vanuit vertrouwen, maar het bestuur in Nederland is op voorhand niet op alleen de basis van vertrouwen georganiseerd, maar ook op de basis dat het moet kunnen worden gecontroleerd. Er bestaat alleen vertrouwen als men elkaar overtuigt en daaraan vasthoudt.

Terecht werd er gezegd dat het vertrouwen in de afgelopen jaren best wel wat deuken heeft opgelopen. Politiek is ook iets van passanten: mensen die nu vertrouwen in elkaar hebben opgebouwd, kunnen over drie jaar door anderen zijn vervangen. Het is daarom goed dit in structuren en overeenkomsten vast te leggen. Spreker complimenteert de fractie van mevrouw Gommans voor haar politieke moed om te zeggen: 'Wij hebben ons punt gemaakt en vertrouwen er nu op dat dit in de komende fase voldoende tot zijn recht komt. Constaterend dat college en raad in dezen gelijkgestemd zijn, stemmen ook wij met dit voorstel in.' Hiervoor past naast een compliment ook dank. Goed begrepen is wat mevrouw Van der Hee zei over het stemmen over zich voordoende breekpunten. De ervaring leert dat er juist over breekpunten zelden wordt gestemd – het gebeurt trouwens sowieso al weinig – en dat men juist heel veel energie steekt in het bereiken van consensus. Spreker vermoedt dat het in de nieuwe samenwerkingsvorm niet anders zal zijn, daar men steeds weer met elkaar vèrder moet. Men kan wel eens op basis van een stemmenmeerderheid iets winnen, maar dat krijgt men later vaak op de een of andere manier terug.

Naar aanleiding van de opmerkingen van mevrouw Oelfke wil spreker er ten behoeve van de luisteraars op wijzen dat er niet drie jaar over het komen tot de nieuwe samenwerkingsvorm is gepraat, maar dat het een proces is geweest waarin eerst een aantal andere dingen de revue is gepasseerd. De discussie over dit onderwerp loopt nu pas een jaar, al voelt het misschien wat langer. Mevrouw Oelfke zei het gevoel te hebben dat na de laatstgehouden collegeconferentie het standpunt van het college was veranderd. Dat is maar ten dele waar. Er is binnengehaald wat het college wilde, namelijk de vorming van een gemeenschappelijke regeling op sociaal domein, en er is bijgekomen wat

Vergadering van 11 januari 2021.

20

het niet per se wilde, namelijk de aanwijzing van een service-gemeente voor de dienstverlening. Hieraan ziet men ook dat het een kwestie van geven en nemen is geweest. Er is enerzijds iets heel cruciaals binnengehaald, namelijk de vorming van een gemeenschappelijke regeling op sociaal domein, en anderzijds zal er misschien iets later sprake zijn van zeggenschap in de ondersteunende diensten. Dit laatste kwam pas op een laat moment naar voren, maar het is niet zó wezenlijk dat er kan worden gezegd dat het standpunt van het college helemaal anders is geworden. Mevrouw Oelfke zei in wezen dat de fractie van de VVD tegen dit voorstel gaat stemmen, maar dit niet van harte zal doen; zij doet dit als een signaal naar de regio.

Spreker wil ter overweging opmerken dat het een heel sterk signaal zou kunnen zijn wanneer men als raad unaniem met dit voorstel zou instemmen en de gemaakte op- en aanmerkingen en geuite reserves zou meegeven aan de voorzitter en spreker, die daarmee kunnen worden geholpen in hun regionale opstelling in de zin van: 'Wij hebben een unaniem akkoord van onze raad gekregen wat de principerichting betreft, maar wel met de opdracht om met een heel goed eindresultaat terug te komen; stel ons dus niet teleur, want de raad bewaart een deel van zijn kruit voor de laatste fase.' Hij wil de VVD-fractie er dus toe oproepen om, als zij een signaal naar de regio wil afgeven, dit te doen door middel van unanieme instemming met het voorstel. De heer Scheurwater van EVA sprak terecht over de noodzaak van de aanwezigheid van zakelijk vertrouwen in de competenties en de professionaliteit van buurgemeenten en over het maken van goede afspraken voor het geval er verschillen van mening rijzen. De voorzitter meent dat alles wat relevant is de revue is gepasseerd. Zoals gezegd stond HendrikIdo-Ambacht niet te springen om deze verandering in de samenwerking voor elkaar te krijgen, maar zij biedt ook wel weer kansen, bijvoorbeeld doordat het sociaal domein door middel van een gemeenschappelijke regeling een zaak voor alle gemeenten blijft.

Door de decentralisatie van de uitvoering van allerlei regelingen op sociaal gebied is het sociaal beleid veel dichter bij de gemeenten gekomen en daarom is het misschien wel goed dat er straks ook in de raad van Hendrik-Ido-Ambacht over sociale kwesties zal kunnen worden gesproken. De landelijke toeslagenaffaire laat zien dat heel veel dingen ver van de burgers af zijn georganiseerd. Wellicht biedt de nieuwe samenwerkingsvorm kansen voor de raad als volksvertegenwoordiging om dat soort noden rechtstreeks onder de aandacht van de eigen wethouder te brengen en deze te verzoeken er iets mee te doen. Met betrekking tot de aanwijzing van de gemeente Dordrecht als service-gemeente dienstverlening wijst spreker erop dat de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht voor burgerzaken en de werkzaamheden van BOA's al op basis van dienstverleningsovereenkomsten met Dordrecht mensen inhuurt. Dat bevalt best goed. Er is stiekem wel eens uitgerekend of Ambacht een en ander voordeliger zelf zou kunnen gaan doen en het bleek dat dit voorlopig niet het geval zou zijn. Daarnaast biedt deze werkwijze meer flexibiliteit, zekerheid en ook deskundigheid. De gemeente is hiermee dan ook eigenlijk best tevreden. Ondanks alle veranderingen en schaduwzijden zal er dus ook weer sprake zijn van nieuwe kansen.

Zonder hoofdelijke stemming wordt hierop conform het voorstel besloten, onder aantekening dat de fractie van de VVD geacht wil worden te hebben tegengestemd. 7.2 Protocol accountantscontrole 2020 en normenkader 2020. De voorzitter geeft voor het geven van een toelichting het woord aan de heer Platschorre als voorzitter van de auditcommissie. De heer Platschorre acht het bekend dat inzake de controle van de jaarrekening de gemeenteraad de opdrachtgever van de accountant is. Die accountant is sinds een aantal jaren BDO Audit & Assurance BV. Op grond van een door de raad vast te stellen protocol accountantscontrole krijgt de accountant de opdracht om de jaarrekening te onderzoeken, met als doel een verklaring van getrouw-

Vergadering van 11 januari 2021.

21

heid en rechtmatigheid te verkrijgen. De auditcommissie had als opdracht het protocol accountantscontrole op te stellen en biedt dit protocol thans aan de raad ter vaststelling aan. Het tevens aangeboden normenkader 2020 betreft de actuele inventarisatie van de voor de accountantscontrole relevante regelgeving van hogere overheden en de gemeente zelf. De auditcommissie heeft op 16 december 2020 geconstateerd dat er wat het protocol betrof ten opzichten van de voorgaande jaren weinig was gewijzigd. Een punt van extra aandacht zijn uiteraard wel de gevolgen van de Covid-19-pandemie, maar in de regelgeving bestaat daarvoor al de nodige aandacht. Aangezien de auditcommissie van de raad is, is haar advies rechtstreeks aan de raad toegestuurd. Spreker had dit willen melden in de commissievergadering van december, maar die kon niet doorgaan; vandaar dat de raad hierover per e-mail is geïnformeerd. Mede namens de leden de heer Van der Wulp en mevrouw Gommans biedt spreker nu het accountantsprotocol ter vaststelling aan. De voorzitter stelt vast dat hierover niet het woord wordt verlangd. Hij dankt de auditcommissie namens de raad van harte voor haar gedegen werkzaamheden. Zonder hoofdelijke stemming wordt hierop conform het voorstel besloten. 8. Welzijn, Onderwijs en Sociale Zaken. Er zijn geen voorstellen. 9. Ruimtelijke zaken – De Volgerlanden.

9.1 Beheersverordening begraafplaatsen 2020. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel besloten. 9.2 Bestemmingsplan voor perceel naast Jaagpad 1. De voorzitter deelt mede dat de heer Platschorre persoonlijk bij dit voorstel is betrokken en zich daarom gedurende de behandeling van dit voorstel uit de vergadering heeft teruggetrokken. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel besloten, onder aantekening dat de heer Platschorre niet aan de besluitvorming heeft deelgenomen. 9.3 Participatienota 'Ambachtse Aanpak'. De heer Doevendans merkt op dat men het nu gaat hebben over participeren, wat een chiquer woord is voor 'meedoen' of 'deelnemen aan'. Er is voor dit onderwerp een heuse werkgroep opgezet, die hierover een aantal keren van gedachten heeft gewisseld; haar inbreng is in dit document verwoord. Hij wil bij dezen graag dankzeggen aan de collega-raadsleden die zich hiervoor hebben ingezet en daardoor een aantal avonden niet thuis hebben kunnen zitten. Inhoudelijk vindt de fractie van Realistisch Ambacht één ding wat onzinnig, namelijk de stelling in de nota dat participatie al begint zodra mensen worden geïnformeerd, de zogenoemde eerste trede op de ladder.

Hij zal een uit een dictatuur stammend voorbeeld noemen waarmee hij de onzinnigheid van deze stelling wil onderbouwen: als zij waar zou zijn, zouden alle mensen in Noord-Korea in het regeringsbeleid participeren nadat Kim Yong Ung hun had verteld wat zij moesten doen. Men zal begrijpen dat dit niet met de waarheid zou overeenkomen. De fractie heeft met dit punt dus wat moeite, maar belangrijk is dit niet, want los daarvan staat zij als echte democratische partij er uiteraard wel achter dat inwoners zo veel mogelijk bij gemeentelijke plannen worden betrokken. Indirect gebeurt dit al doordat inwoners één keer in de vier jaar kunnen stemmen op een politieke partij die hun

Vergadering van 11 januari 2021.

22

standpunt het beste vertegenwoordigt. Met het plan dat er nu ligt en de initiatieven die genomen worden om voor de inwoners tot meer directe democratie te komen, is op zich helemaal niets mis; het is zelfs prima. De fractie zal dan ook zonder enig probleem met dit voorstel instemmen. De heer Nugteren brengt in herinnering dat de partij Gemeentebelangen veertig jaar lang heeft gestreefd naar het handen en voeten geven aan participatie van burgers. Thans ligt eindelijk de Participatienota 'Ambachtse Aanpak' ter behandeling op tafel. De fractie heeft zeer naar dit moment uitgekeken en het behoeft dus geen uitleg dat zij over deze participatienota verheugd is. De nota zorgt voor een uniform proces voor het aan de voorkant betrekken van inwoners bij het ontwikkelen van gemeentelijke plannen; dat is de essentie van de participatienota. Het begint bij het aan de voorkant op de juiste wijze informeren van de inwoners over wat de gemeente van plan is. De fractie geeft de portefeuillehouder een compliment voor de wijze waarop het proces ter opstelling van deze participatienota is gevoerd. Door een raadsbrede werkgroep te formeren is de raad vanaf de start bij dit proces betrokken. Dit heeft in de raad voor verbinding en eenduidigheid gezorgd, met als resultaat dat men gezamenlijk de bouwstenen voor deze nota heeft aangedragen.

Dat participatie voor de inwoners belangrijk is, bleek uit de raadpleging die door het Bewonerspanel Participatie 2020 is verzorgd: maar liefst 80 % van de inwoners wil bij ontwikkelingen in de gemeente worden betrokken. Met betrekking tot het mobiliteitsplan en de gebiedsvisie Centrum blijkt er onder de inwoners enorme animo voor het geven van hun meningen en het komen met ideeën te bestaan. Het inwinnen en benutten van de kennis en kunde van de inwoners betekent een enorme meerwaarde voor de legitimiteit van het gemeentelijk beleid. Participatie gaat tevens een grote rol spelen bij de uitvoering van de omgevingswet. Met betrekking tot de kerninstrumenten van die wet – omgevingsvisie, omgevingsplan, programma en projectbesluit – is het organiseren van participatie zelfs een verplichting. Samenwerking met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en medeoverheden zal altijd moeten plaatsvinden, en ook in de energiestrategie is participatie van cruciaal belang; de inbreng van inwoners kan daarbij worden benut. Naast de meerwaarde die deze nota voor de inwoners heeft, ziet de fractie van Gemeentebelangen haar ook als een krachtig intern gericht instrument. Zij versterkt de positie van de raad ten opzichte van het college en vice versa.

De legitimiteit van het gemeentelijk beleid zal hierdoor worden vergroot, want wat er extern wordt beloofd, zal intern moeten worden georganiseerd. Een belangrijk onderdeel van de participatienota is de toevoeging van de reflecterende rol van de raad, als aanvulling op zijn drie traditionele rollen. De raad blijft kijken naar de eigen rol ten opzichte van de initiatieven uit de samenleving. Daarvan leren en reflecteren op de eigen rol geeft handvatten voor het constant verfijnen van de visie op participatie. Kortom, de participatienota zit goed in elkaar en geeft duidelijkheid over de mate en de vorm waarin er participatie kan plaatsvinden in aangelegenheden welke door de raad worden vastgesteld. Deze duidelijkheid aan de voorkant voorkomt teleurstellingen aan de achterkant. De fractie van Gemeentebelangen geeft de portefeuillehouder een compliment voor het tot stand gekomen zijn van deze participatienota. Een compliment komt ook toe aan de deelnemers van de werkgroep, die hun fracties hebben kunnen overtuigen van de zin van dit traject. In de raadsbijeenkomst over participatie liet de beantwoording van de stellingen zien dat men als verschillende fracties toch een heel eensluidend beeld van participatie heeft. Tot slot brengt de fractie een compliment aan de ambtelijke organisatie voor de interactieve versie van deze participatienota.

De fractie van Gemeentebelangen kan dan ook volmondig met dit raadsvoorstel instemmen. De heer Platschorre stelt vast dat met het uitbrengen van deze participatienota weer een belangrijk project van het coalitieprogramma is uitgevoerd. Daarbij gaat hij ervan uit dat er wordt besloten – daar ziet het wel naar uit – deze participatienota vast te stellen. Men zet hiermee in allerlei opzichten een belangrijke stap: men faciliteert hiermee de inbreng van burgers bij relevante besluiten, projecten

Vergadering van 11 januari 2021.

23

of beleidszaken, waarbij het bij elk relevant project vanaf het begin duidelijk is hoe de participatie van de burgers er uitziet. Dit voorkomt teleurstelling, zowel bij burgers als bij raadsleden. Men rekent zo af met het misverstand – dit tot de heer Doevendans – dat het informeren van burgers geen participatie zou zijn. Het is weliswaar de eenvoudigste vorm van participatie, maar deze vorm hoort er wel degelijk bij. Met het vaststellen van deze participatienota is men er nog niet. Het in de praktijk brengen van deze nota zal voor het college, de ambtenaren en ook de raadsleden nog een leerproces zijn. Het is van belang om bij een project of een belangrijk besluit aan de voorkant te gaan discussiëren over de vorm van participatie die daarbij wenselijk is. Gehoopt wordt dat zo een discussie-achteraf over de betrokkenheid van burgers wordt voorkomen. Zo'n discussie, passend in de categorie: 'Hadden wij maar…', is ook vaak zinloos. De fractie van SGP/ChristenUnie kan instemmen met de vaststelling van de participatienota. Zij wenst college, ambtenaren en burgers en ook de raad zelf veel wijsheid toe bij de toepassing ervan. De heer Doevendans hoorde de heer Platschorre zeggen een misverstand te willen wegnemen, maar als men een inwoner informeert over een plan dat in zijn omgeving in ontwikkeling is, is dat alleen maar zènden.

De inwoner doet dan niet méé, maar krijgt iets over zich heen gestort, en dat kan men echt niet participatie noemen. Spreker begrijpt oprecht niet waarom zulke informatie toch als participatie wordt gezien. De heer Platschorre noemt dit typisch een discussie als die over de vraag of een glas half leeg of half vol is, of dat er wordt gekeken door een zonnebril of door een gewone bril. Als men de burger tijdig van informatie voorziet over zaken die hem of haar betreffen, is men inderdaad wel aan het zenden, maar zorgt men er ook voor dat die burger weet wat er gaat gebeuren. Dat is inderdaad de minst actieve vorm van participeren, maar zij valt wel degelijk onder participatie. In de werkgroep is dit ook onderkend. Er zijn inderdaad projecten of besluiten waarbij men kan volstaan met informeren, maar ook zijn er zaken waarbij het wel degelijk van belang is om voor een hogere tree van participatie te kiezen. Bij een aantal zaken kan men – dit staat ook in de nota – op de laagste tree beginnen, dus met informeren, en dat lijkt spreker heel zinnig. De heer Doevendans: "Wanneer je alleen informeert een paar weken voordat een inspraaktermijn zal verlopen, heeft het geen enkele zin." De heer Platschorre: "Dat klopt.

Ik begon ook met het woord 'tijdig'." De heer Neijman zegt dat de fractie van D66 blij is met de uitgangspunten die in deze nota over de Ambachtse aanpak van de participatie zijn opgenomen. Ook verheugt het haar dat niet alles in beton is gegoten en dat de participatienota een dynamisch document is geworden. Waar het nu om gaat is actie: het daadwerkelijk werk maken van de interactieve participatie met betrekking tot aangelegenheden die voor de Ambachtse samenleving van belang zijn. Wat sprekers fractie mist, is een concreet overzicht van specifieke dossiers welke in de voorbereiding van een participatieparagraaf zullen worden voorzien. Een heel significant dossier is natuurlijk de uitvoering van de omgevingswet; de collega van Gemeentebelangen refereerde daaraan al. Laat men de uitvoering van die wet zien als de toekomstige uitdaging voor burgerparticipatie. Ook kan men experimenteren met het aan inwoners overlaten van het onderhoud van stukken openbaar groen. Zie hiervoor stap 2 in het document en de passage waarin over 'meewerken' wordt gesproken. Op pag. 21 wordt gesproken over dossiers waarover het college dan wel de raad al een standpunt heeft ingenomen.

Kan de portefeuillehouder een voorbeeld geven van hetgeen waaraan hij hierbij denkt? Wat de fractie van D66 betreft, behoort bij participatie ook het organiseren van zogenoemde opinierende referenda, referenda die richting kunnen geven aan de wijze waarop zaken in Ambacht zullen worden geregeld. Laat men dit als raad in het achterhoofd houden.

Vergadering van 11 januari 2021.

24

Resumerend: de fractie is over dit voorstel enthousiast en juicht verdergaande professionalisering van de participatie in deze gemeente toe. De heer Struik memoreert dat de fractie van AUB reeds in de commissievergadering heeft laten weten blij te zijn dat met deze nota een goede basis voor participatie is gelegd en dat participatie hiermee een structurele plaats krijgt in de totstandkoming van plannen voor projecten. Zo worden het beleid en het participatieproces eenduidig en herkenbaar. Het is mooi dat op de zogenoemde participatieladder verschillende niveaus van participatie zijn te onderscheiden. Deze participatienota is een levend document en zal dus altijd aan verfijning onderhevig zijn. Zoals het voorstel zegt, is participatie een dynamisch proces, dat ruimte biedt voor het leveren van maatwerk met het oog op het feit dat elk dossier, traject of beleid weer anders is. De fractie van AUB is blij dat deze nota tot stand is gekomen met de invloed van de werkgroep, de inwoners, de raad, het college en de ambtelijke organisatie. Daarvoor spreekt zij haar dank uit. Tot slot kan spreker reeds nu zeggen dat de fractie met deze participatienota kan instemmen. De heer Scheurwater verklaart dat de fractie van EVA akkoord gaat met het voorstel deze participatienota vast te stellen.

Een huidig burgerraadslid van de fractie heeft altijd sterk voor het komen tot burgerparticipatie geijverd, soms tegen de stroom in, maar nu kan er dus een desbetreffende nota worden vastgesteld. Participatie kan het aangespannen worden van procedures tegen de gemeente voorkomen en dus tijdwinst opleveren, dit ondanks het feit dat toepassing van participatie in beginsel tijd kòst. Voor het door inwoners c.q. belanghebbenden zelf organiseren van overheidsparticipatie en burgerinitiatieven – trede 6 van de participatieladder – dienen naar de mening van de fractie in de komende begroting wel gelden te worden gereserveerd. Wanneer participatie dit jaar extra kosten met zich brengt, neemt het college zich voor dit jaar met dekkingsvoorstellen te komen. Hierbij rijst de vraag op welke termijn de raad wordt geïnformeerd over de vorm waarin er sprake zal zijn van overheidsparticipatie en burgerinitiatieven. Dit betreft dus trede 6. De heer Ouwerkerk voert aan dat de nu vast te stellen nota Participatie 'Ambachtse Aanpak' met brede inbreng van o.a. inwoners en raad tot stand is gekomen. Hierin staan afspraken over de wijze waarop het gemeentebestuur wil samenwerken met inwoners, bedrijven en organisaties bij het ontwikkelen van plannen betreffende de gemeente. Met de Ambachtse aanpak wordt getracht aan die participatie handen en voeten te geven.

Diverse vormen van participatie zijn in treden beschreven, bijvoorbeeld hoe inwoners hun ideeën kwijt zullen kunnen en dat zij, als zij tot deelneming aan besluitvorming worden uitgenodigd, vooraf dienen te weten welke kaders er in acht zullen worden genomen. Voorts zal de raad nu weten waarbij welke vorm van participatie passend zal worden geacht. Een en ander is niet in beton gegoten, maar kan wel zorgen voor een herkenbaar en transparant verloop van een proces. Op deze wijze ontstaat er ruimte om bepaalde keuzes eerder aan de bevolking voor te leggen en zo directere inspraak mogelijk te maken. De samenleving wordt meer bij de besluitvorming in de gemeente betrokken. Hierin kan de fractie van de VVD zich goed vinden, evenals in het voorstel deze participatienota vast te stellen. De heer Van der Wulp hoorde bij de behandeling van dit voorstel de naam Kim Yong Ung noemen. Hij schreef die naam als volgt op: Kim Young Oen… Dit is maar een bijkomstigheid, maar dit wilde hij toch even noemen. De heer Doevendans: "Ik vind het altijd goed genoemd te worden, want ook slechte publiciteit is publiciteit!" De heer Van der Wulp: "Waarvan akte, heer Doevendans!"

Vergadering van 11 januari 2021.

25

De fractie van de Partij van de Arbeid is verheugd dat thans de Participatienota 'Ambachtse Aanpak' ter vaststelling door de raad voorligt. Zij weet nog wel dat indertijd vooral het vroegere raadslid Ary Cramer voor het komen tot burgerparticipatie heeft gepleit. Deze heeft er waarschijnlijk ook veel werk aan besteed, maar jammer voor hem is het een door hem verlaten groepering die de zaak nu binnenfietst, om het zo maar te zeggen. Er mag echter niet worden vergeten dat de heer Cramer een groot voorstander van het opstellen van een participatienota was. Deze nota is de eerste die de deur naar participatie door inwoners wat verder open zet. Het is prachtig dat zij tot stand kon komen in samenspraak tussen inwoners, raad, college en ambtelijke organisatie. Hiervoor past een compliment aan de portefeuillehouder, die in dit proces de regie heeft gevoerd. De raadsbijeenkomsten van de klankbordgroep zijn voor herhaling vatbaar; zij zijn door de fractie als prima en nuttig ervaren. In de commissievergadering heeft spreker zich afgevraagd of het mogelijk was in de toekomst wat buiten de lijntjes te kleuren. Het antwoord van de portefeuillehouder daarop was duidelijk: 'Dit is een kader en de uitvoering wordt straks maatwerk. Dit kan betekenen dat men soms ook buiten de kaders moet durven kijken.' Dit antwoord heeft de fractie genoteerd.

Regelmatig communiceren met de inwoners over het onderwerp participatie is belangrijk. Vaak hebben zij goede ideeën, dus ideeën die de gemeente ten goede komen. De weg naar de gemeente is nu voor hen vaak minder duidelijk. De nu al enthousiast participerende burger weet die weg echt wel te vinden, maar het zal goed zijn de overige burgers op de hoogte te brengen van wat er nu allemaal aan participatie mogelijk wordt. De fractie van de PvdA gaat akkoord met de vaststelling van deze nota. Mevrouw Vlasblom-van der Vlies constateert als laatste spreekster uit de raad dat er al veel is gezegd, zodat er in haar betoog af en toe sprake zal moeten zijn van een herhaling. De participatienota is naar het oordeel van de CDA-fractie in een boeiend proces tot stand gekomen. Als klankbord heeft men al met elkaar geoefend, waarbij men heeft ontdekt wat de bouwstenen voor participatie zijn en wat die betekenen. Participatie is geen doel op zich, maar een middel om met elkaar het beste voor Ambacht te bereiken. Ambacht is men met elkaar: inwoners, organisaties, verenigingen, kerken en de gemeente. Voor de uitvoering van deze nota is het belangrijk om gezamenlijk duidelijke kaders te formuleren, dit om ervoor te zorgen dat vooraf duidelijk is wat er kan worden verwacht, zodat teleurstellingen worden voorkomen. Een ander aandachtspunt bij de uitvoering is het gaan bereiken van de inwoners.

Een voorbeeld: het mag niet gebeuren dat alleen of vooral de mòndige mensen gaan participeren en zo mede zaken gaan bepalen. Dit is in lijn met wat de heer Van der Wulp zei. Een kanttekening van de fractie is dat voor sommige onderwerpen geldt dat het ingewikkeld is om de langetermijngevolgen daarvan te overzien. Als gemeente zal men dus duidelijk stelling moet nemen als de participatie minimaal is en bijvoorbeeld het belang van een kwetsbare doelgroep in het geding , is. Uiteindelijk staat men voor een inclusieve samenleving, dus een samenleving waarin iedereen meedoet, nu en in de toekomst. Participatie ziet spreeksters fractie niet als een zaak voor alleen inwoners en gemeente, ook maatschappelijke partners moeten erbij worden betrokken. In haar laatste algemene beschouwing heeft zij het daarover al gehad. Haars inziens gaat het om een vorm van omdenken. Het zou heel mooi zijn als op iets langere termijn de gemeente zou kunnen gaan participeren in plannen die door bijvoorbeeld ondernemers of inwoners zijn opgesteld. Dit alles vraagt om een andere manier van werken en denken in de raad en het bestuur en door ambtenaren. Het CDA ziet dit als een grote uitdaging voor allen. De fractie ziet uit naar het eerste voorstel waarmee overeenkomstig deze nota met participatie aan de slag zal worden gegaan en stemt volmondig met de vaststelling ervan in.

Wethouder Lafleur antwoordt dat het college blij is met deze participatienota. Zij geeft onder de benaming 'Ambachtse Aanpak' antwoord op de vraag in het coalitieprogramma hoe er met inwoners en

Vergadering van 11 januari 2021.

26

partners betekenisvolle verbindingen zijn aan te gaan en hoe zij in staat kunnen worden gesteld om, waar dat kan, méé te doen. Met deze nota geeft men de participatie een structurele plaats in de gemeentelijke projecten en het gemeentelijk beleid. Zij biedt een handreiking voor een uniform en transparant participatieproces, en daar is spreker blij mee. De complimenten die door leden van de raad zijn gegeven, gelden eigenlijk vooral voor henzelf, want mede aan de hand van de door de klankbordgroep aangedragen bouwstenen heeft men tot dit resultaat kunnen komen. Daarvoor past dank; spreker vond dit ook een fijne manier van samenwerking met de raad. De heer Doevendans zei het informeren van inwoners niet als een eerste participatiestap te kunnen zien; hij vond dat onzinnig. Spreker is het daarmee niet een. Hij merkt in de eigen praktijk dat inwoners het zeer op prijs stellen om door middel van een simpel briefje te worden geïnformeerd als zij merken dat er in hun directe omgeving iets te gebeuren staat. Neem het voorbeeld van het in een straat verwijderen van een aantal bomen. In het verleden gebeurde het nog wel eens dat men, als men van zijn werk thuis kwam, moest vaststellen dat er bomen waren gekapt. Thans worden inwoners van te voren over een kapplan geïnformeerd, onder vermelding van de redenen waarom dat plan nodig is.

Hebben zij daarover vragen, dan kunnen zij met de gemeente in contact treden. De heer Doevendans wil een misverstand voorkomen door erop te wijzen dat hij niet het informéren van mensen onzinnig vindt – sterker nog: dat is essentieel; men moet mensen juist tijdig informeren over wat er op hen afkomt –, maar dat men dit informeren de eerste trede van de participatieladder noemt. Informeren op zich is cruciaal; daarin kan men eigenlijk alleen maar verbetering aanbrengen. Wethouder Lafleur repliceert dat het plaatsen van het informeren op de participatieladder de organisatie handvatten geeft om scherp te blijven en tijdig aan de voorkant inwoners te betrekken bij te plannen acties in hun directe leefomgeving. Dat kan prima gebeuren door middel van een briefje waarmee de gemeente die inwoners eenzijdig informeert, maar hun tevens de gelegenheid biedt om eventuele vragen te stellen. De heer Neijman vroeg om een voorbeeld van een dossier waarover het college dan wel de raad al een standpunt heeft ingenomen. Spreker denkt bijvoorbeeld aan het afwijzend standpunt dat het college voorafgaande aan Oud en Nieuw had ingenomen met betrekking tot het zogenoemde carbidschieten. Dat besluit is niet eerst ter consultatie aan de inwoners voorgelegd, daar het college het vanuit de eigen verantwoordelijkheid had genomen.

De heer Scheurwater noemde het door inwoners zelf organiseren van overheidsparticipatie. Als dat plaatsvindt – het college juicht dat toe en stimuleert het ook –, is de gemeente in principe een facilitator; zij ondersteunt en faciliteert dat soort initiatieven. Zij behoeven niet altijd meteen geld te kosten, want vaak kan er worden volstaan met mensen te adviseren of op andere wijzen bij te staan. Gaat de uitvoering van een initiatief geld kosten en ziet het college het belang van dat initiatief in, dan komt het college met een dekkingsvoorstel naar de raad, want voor de vaststelling van een budget is die aan zet. In principe dient een initiatiefnemer zelf de uitvoering van zijn initiatief na te streven. Op wat de heer Van der Wulp over 'buiten de lijntjes kleuren' zei, heeft spreker al in de commissie antwoord gegeven. Er is terecht gezegd dat deze participatienota niet in beton is gegoten, maar in de mogelijkheid van het leveren van maatwerk voorziet. De uitvoering ervan zal worden geëvalueerd en daarvan zal men dan weer kunnen leren. Mevrouw Vlasblom voerde terecht aan dat het bij de participatie niet om alleen de mondige mensen zal mogen gaan. Veel inwoners weten de gemeente te vinden als zij over iets hun mening willen geven, en daar is niets mis mee, maar het college is zich ervan bewust dat er ook mensen zijn die er moeite mee kunnen hebben.

Daarom is in de participatienota opgenomen dat er, wanneer niet altijd vooraan zittende mensen belangen bij bepaald gemeentelijk beleid kunnen hebben, actief naar hen op zoek zal worden gegaan. Daartoe wordt er een krachtenveldanalyse gemaakt. Die mensen worden

Vergadering van 11 januari 2021.

27

dan benaderd over wat de gemeente voornemens is, met vermelding van de voor hen bestaande mogelijkheid om daarover hun stem te laten horen. Anderzijds gaat het college mensen niet dwìngen zich te laten horen; willen zij dat niet, om welke reden dan ook, dan is het óók goed. De heer Scheurwater denkt dat zijn vraag niet goed is begrepen. Het gaat de fractie er om dat er, als mensen uit de burgerij met initiatieven komen welke bij de gemeente op voldoende steun kunnen rekenen – trede 6 van de participatieladder –, voor de uitvoering daarvan in de volgende begroting een bedrag zou moeten worden gereserveerd. De heer Ouwerkerk meent dat men nu overeenkomstig deze participatienota zal kunnen gaan werken. Er zullen altijd wel weer veranderingen nodig kunnen worden, maar de intenties zijn goed en het plan van aanpak ziet er goed uit. De fractie handhaaft dus haar instemming met dit voorstel. Wethouder Lafleur zal proberen de vraag van de heer Scheurwater nu duidelijker te beantwoorden. Hij zei al dat de gemeente burgerinitiatieven en overheidsparticipaties zal ondersteunen door ze te faciliteren. In de praktijk zal blijken dat zij niet altijd direct geld behoeven te kosten, maar is dat wèl het geval, dan zal het college met een financieringsvoorstel naar de raad komen. Het is vervolgens aan de raad om zo'n voorstel wel of niet te steunen.

In de meeste gevallen zullen initiatiefnemers al heel erg gebaat zijn bij medewerking en hulp van de kant van de gemeente. Een financiële vertaling zal niet altijd nodig zijn. Zonder hoofdelijke stemming wordt hierop conform het voorstel besloten. 10. Sluiting. De voorzitter sluit de vergadering om 22.24 uur, na de leden te hebben verzocht nog even met hem in contact te blijven. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 1 februari 2021. De griffier,

De voorzitter,

drs. ing. G.H. Logt.

J. Heijkoop

alg. verslagbureau drexhage c.s.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9671907/1