raad 11 januari 2021
Tekst van het document
GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT Notulen van de digitaal gehouden 1) openbare vergadering van de raad der gemeente HendrikIdo-Ambacht op 11 januari 2021, aanvangende om 20.00 uur. Voorzitter: de heer J. Heijkoop, burgemeester. Deelnemers zijn de leden: de heren ing. P. Boudewijn, M.B. Braber, O. Doevendans en B.P. van Ginkel, mevrouw M.C.G. Gommans-Dane, de heer J. van Hartingsveldt, de dames drs. W.P. van der Hee-Pasterkamp en M.T. Kamphuis-Stuij, de heren drs. K. van der Laan MEd, G.J.W. Lagendijk MSc RA, H.H.F. van der Lei, A. Mol, mr. J.P. Neijman en M. Nugteren BPM, mevrouw J. Oelfke-ten Seldam, de heren drs. A. Ouwerkerk, L.P. Platschorre, mr. A. Scheurwater, J. Struik en ir. C.W. Timmers, de dames A.L. Vlasblom-van der Vlies MSc en M.N.P. Vogelaar-Korpershoek en de heer E. van der Wulp Bhrm. Tevens nemen deel de heren drs. S. van Die, A.J. Flach MSc en drs. R.J. Lafleur, wethouders. Griffier: de heer drs. ing. G.H. Logt CMC. Agenda:
*
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Opening. ............................................................................................................................................................................ 1 Vaststelling van de agenda. ............................................................................................................................................. 2 Spreekrecht burgers. ........................................................................................................................................................ 2 Vragenhalfuurtje raadsleden. .......................................................................................................................................... 2 Vaststelling notulen. ......................................................................................................................................................... 2 Lijst van ingekomen stukken en eventuele mededelingen. ....................................................................................... 2 Algemeen Bestuurlijke Aangelegenheden – Financiën. 7.1 Principebesluit toekomstige samenwerking Drechtsteden. ................................................................................ 5 7.2 Protocol accountantscontrole 2020 en normenkader 2020. ............................................................................ 21 8. Welzijn, Onderwijs en Sociale Zaken.
Er zijn geen voorstellen. 9. Ruimtelijke zaken – De Volgerlanden. 9.1 Beheersverordening begraafplaatsen 2020. ......................................................................................................... 21 9.2 Bestemmingsplan voor perceel naast Jaagpad 1. ................................................................................................ 21 9.3 Participatienota 'Ambachtse Aanpak'. .................................................................................................................. 21 10. Sluiting. ............................................................................................................................................................................. 27 *
1. Opening. De voorzitter heet raad en college en kijkers en luisteraars hartelijk welkom, wenst een ieder een heel goed nieuwjaar toe en opent de vergadering met het ambtsgebed. 1) Vanwege de door de regering getroffen maatregelen tot terugdringing van de kans op besmetting door het Covid-19virus of Coronavirus was het niet mogelijk de leden in de raadszaal aanwezig te laten zijn.
Vergadering van 11 januari 2021.
2
Er moet melding worden gemaakt van het overlijden van twee oud-raadsleden, ten eerste mevrouw Adri de Koning-de Boon, die vanaf 1990 lange tijd actief is geweest voor het CDA en ook geruime tijd als wethouder heeft gefungeerd – in het afgelopen jaar kwam zij nog in het nieuws toen haar echtgenoot, voormalig huisarts in deze gemeente, haar vanwege het Coronavirus niet in het ziekenhuis kon bezoeken –, en ten tweede de heer Hans Zoeteman, die van 1982 tot 1994 voor de VVD lid van de raad is geweest. Aan de beide families is een bericht van deelneming gezonden, terwijl er conform het hiervoor geldende protocol voor mevrouw De Koning-de Boon als oud-wethouder ook een overlijdensadvertentie is geplaatst. Ter herdenking van beiden wordt hierop gedurende enige ogenblikken eerbiedige stilte in acht genomen. 2. Vaststelling van de agenda. De agenda wordt conform vastgesteld. 3. Spreekrecht burgers. Voor gebruikmaking van het spreekrecht voor burgers zijn geen aanmeldingen ontvangen. 4. Vragenhalfuurtje raadsleden. Hiervan wordt geen gebruik gemaakt. De voorzitter zal onder agendapunt 6 ingaan op schriftelijke vragen over het op de weekmarkt niet kunnen verkopen van diervoeders. 5. Vaststelling notulen. De notulen van de informatieve bijeenkomst en de openbare raadsvergadering op 7 december 2020 worden zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming vastgesteld. 6.
Lijst van ingekomen stukken en eventuele mededelingen. De heer Doevendans leest in het ingekomen stuk nr. 11, College van B en W, RIB Wet inburgering, dat de Stichting Vluchtelingenwerk als extra taak de bevordering van de financiële zelfredzaamheid van inburgeringsplichtigen gaat krijgen en daarvoor ook extra subsidie zal ontvangen. Waarom wordt deze taak opgedragen aan de Stichting Vluchtelingenwerk en niet aan bijvoorbeeld de Organisatie SchuldHulpMaatje, een organisatie waarin de fractie van Realistisch Ambacht eerlijk gezegd wat méér vertrouwen heeft? Voorts vraagt zij zich af of dit zomaar kan, want het toekennen van een extra subsidie zou toch eerst door de raad moeten worden goedgekeurd. Ook is zij benieuwd naar de hoogte van die extra subsidie. Betreffende het onderwerp van het ingekomen stuk nr. 17, College van B en W, RIB Verkeersveiligheid Laan van Welhorst, is bij de fractie van Realistisch Ambacht de indruk ontstaan dat dit voor het college geen prioriteit heeft. De situatie aldaar blijft maar voortduren in afwachting van allerlei vormen van overleg; er verandert dus voorlopig niets.
Gaat het college degenen die aan de Laan van Welhorst wonen informeren over het feit dat de thans bestaande onveilige verkeerssituatie aldaar zal blijven bestaan tot hierover in het tweede kwartaal van 2021 een rapport zal worden opgeleverd? Sprekers fractie zou dat een slecht signaal vinden. Haar verzoek is te bezien of er niet al op kortere termijn maatregelen ter verbetering van de verkeerssituatie kunnen worden genomen.
Vergadering van 11 januari 2021.
3
De voorzitter constateert dat het niet de bedoeling is om in de raadsvergadering inhoudelijk op ingekomen stukken in te gaan. Aan de wethouder onder wie het onderwerp van het ingekomen stuk nr. 17 valt nu de vraag of deze er behoefte aan heeft thans op de gestelde vragen te antwoorden, of daarop schriftelijk zal willen reageren. Wethouder Lafleur lijkt het goed nu een kort antwoord te geven. De aanleiding tot het uitvoeren van een onderzoek naar de verkeersveiligheid op de Laan van Welhorst is de situatie nabij het laaden loscentrum van Albert Heyn bij Hoog Ambacht. Met de winkeliers aldaar is afgesproken dat, als vrachtauto's bij het lossen en laden achteruitrijden, daarop toezicht zal worden uitgeoefend. In die zin is de situatie weliswaar niet optimaal, maar bestaat er voor de veiligheid wel extra aandacht. Spreker begrijpt wel dat men graag heel snel maatregelen genomen wil zien, en ook zelf zou hij die het liefst al morgen treffen, maar de situatie is al een tijdje zoals zij nu is en het daarin aanbrengen van een verandering vraagt om de uitvoering van een gedegen onderzoek, teneinde straks met een goede oplossing te kunnen komen, een oplossing die ook een goede financiële onderbouwing zal laten zien.
De heer Doevendans houdt van goede businesscases en het verzoek is dan ook spreker de tijd te gunnen om een en ander goed te organiseren en het hiervoor aangetrokken externe bureau zijn werk te laten doen, opdat er straks een goed voorstel aan de raad zal kunnen worden voorgelegd. De heer Doevendans vraagt of degenen die aan de Laan van Welhorst wonen zullen worden geïnformeerd over het tempo waarin dit project wordt aangepakt. Wethouder Lafleur antwoordt dat die inwoners nauw bij de uitwerking van een oplossingsmogelijkheid worden betrokken. Met een aantal van hen zijn en worden ook gesprekken gevoerd – zo heeft hij zelf door hen gemaakte video's van de verkeerssituatie op de Laan van Welhorst bekeken –, zodat zij weten wat er nu gaande is. Wethouder Van Die verklaart desgevraagd dat wat de heer Doevendans naar aanleiding van het ingekomen stuk nr. 11, College van B en W, RIB Wet inburgering, heeft gezegd, aan de orde kan komen bij wat er in de komende commissievergadering zal worden besproken. De heer Braber verzoekt namens de fractie van Gemeentebelangen twee brieven door te geleiden naar de agendacommissie ter behandeling in de betrokken commissie in haar vergadering van februari. Ten eerste is dat de brief onder nr. 1, Ouder Platform Zuid-Holland Zuid Misstanden jeugdzorgaanbieders. Ten tweede betreft het de brief onder nr.
3, Platform Gemeenten en Digitale Connectiviteit Oprichting Platform voor gemeenteraadsleden. De fractie kan zich voorstellen dat aan de inhoud van de brief onder nr. 3 een informatieavond zal worden gewijd en dat voor het geven van die informatie een materiedeskundige zal worden uitgenodigd. De voorzitter zal dit doorgeleiden naar de agendacommissie met het verzoek dienaangaande met een behandelingsvoorstel te komen. De heer Scheurwater merkt aangaande ingekomen stuk nr. 17, College van B en W, RIB Verkeersveiligheid Laan van Welhorst, op dat de fractie van EVA het nogal mager vindt om, zoals het voornemen is, op een dinsdag of een donderdag gedurende twee uren op de Laan van Welhorst een verkeersstromenobservatie te laten uitvoeren. Om tot een afgewogen oordeel over de verkeerssituatie op deze laan te kunnen komen, zou er toch wel làngere tijd moeten worden geobserveerd. De fractie vraagt dan ook of deze raadsinformatiebrief in de komende commissievergadering aan de orde kan komen. De voorzitter meent, gelet op de meerdere vragen die over dit onderwerp zijn gesteld, dat het goed is de agendacommissie te vragen te regelen dat dit nader zal kunnen worden besproken.
Vergadering van 11 januari 2021.
4
Mevrouw Gommans-Dane zal graag zien dat het ingekomen stuk nr. 5, Burgemeester – Oplegnotie coffeeshopbeleid, in de commissie WOS zal kunnen worden bediscussieerd. De voorzitter antwoordt dat ook dit zal worden doorgegeven aan de agendacommissie, zodat deze kan bekijken of dit onderwerp in combinatie met een ander onderwerp op het gebied van jeugd of openbare orde kan worden behandeld. De heer Ouwerkerk wil naar aanleiding van een opmerking van de heer Doevendans over SchuldHulpMaatje zeggen dat die organisatie zich richt op hulpverlening aan inwoners met schulden in Nederland en zich niet ook met inburgering bezighoudt. Spreker acht het dan ook niet mogelijk haar voor dit doel in te schakelen. Met inachtneming van wat er is toegezegd, wordt hierop zonder hoofdelijke stemming conform de door het college van b. en w. met betrekking tot de ingekomen stukken gedane voorstellen besloten. Mededeling. De voorzitter vermeldt dat hij een brief heeft ontvangen van de heer Weijers, houder van de standplaats voor de verkoop van diervoeders op de weekmarkt op de Sophiapromenade.
Daarin is erop gewezen dat het als inconsequent wordt ervaren dat een winkel die diervoeders verkoopt geopend mag zijn en dat het niet is toegestaan op de wéékmarkt diervoeders te verkopen, dit terwijl levensmiddelen welke door supermarkten en bepaalde speciaalzaken worden verkocht ook op markten te koop mogen worden aangeboden. In alle elf gemeenten van de veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid geldt dat er op markten geen diervoeders mogen worden verkocht. Uit navraag bij Lars Ouwehand, adviseur rampenbestrijding, is gebleken dat dit besluit tot stand is gekomen op basis van de veronderstelling dat het kabinet dit al had verboden. Toen spreker hierover vandaag doorvroeg – naar aanleiding van deze brief en van het feit dat enkele raadsleden hem over dit onderwerp hadden benaderd – werd het echter duidelijk dat nergens een landelijk geldend verbod tot verkoop van diervoeders op markten vermeld staat; zo'n besluit is er niet. Er is dus waarschijnlijk iets niet goed gegaan; dit blijkt ook uit de brief van Lars Ouwehand. Spreker zal daarom in het eerstvolgende regionaal overleg de vraag stellen of er in de regio sprake is geweest van een misverstand. Tevens heeft hij verzocht na te gaan wat op dit punt in andere regio's is geregeld, want het lijkt inderdaad niet logisch dat men wel vanuit winkels diervoeders mag verkopen en niet op markten.
Met het oog op het eerstvolgende regionaal overleg heeft hij al een aantal mensen over zijn voornemen geïnformeerd, zodat er in dat overleg eventueel ook een besluit over dit onderwerp zal kunnen worden genomen. De heer Van Hartingsveldt stelt het op prijs dat de voorzitter met deze vraag aan de slag is gegaan. Toen de fractie vandaag de brief over dit onderwerp las, kon zij zich heel goed het gevoelen van de schrijver voorstellen, zeker gelet op wat er is besloten over zaken die in winkels en weekmarkten wel of niet mogen worden verkocht en over de rol die de gemeente daarin heeft te spelen. Uit de ontvangen informatie is begrepen dat er in de regio afspraken zijn gemaakt met betrekking tot de invulling van de weekmarkt. De voorzitter zei zojuist zelf al dat men zich kan afvragen waarom er op de Ambachtse weekmarkt geen diervoeders mogen worden verkocht terwijl dat vanuit een winkel wèl mag gebeuren. De fractie van SGP/ChristenUnie juicht het toe dat de voorzitter dit aan de orde zal stellen in het regionaal overleg, met als doel te bezien of het voor de briefschrijver toch mogelijk zal worden om op de Ambachtse weekmarkt zijn standplaats voor de verkoop van diervoeders in te nemen. Wel verzoekt zij de voorzitter hierover met de briefschrijver contact op te nemen en deze op de hoogte te houden van wat de gemeente in dezen onderneemt.
De heer Braber vraagt of het jegens de briefschrijver niet correct zou zijn hem de verkoop van dierenvoeders op de Ambachtse weekmarkt toe te staan totdat er volkomen duidelijkheid is ontstaan over de vraag of dat wel of niet mag.
Vergadering van 11 januari 2021.
5
De heer Scheurwater dankt de voorzitter voor de ontvangen informatie. De fractie van EVA heeft nog wel de vraag wanneer het komende regionaal overleg zal plaatsvinden, want als dat nog vier of vijf weken uitblijft, is het mogelijk dat er al niet meer over dit onderwerp behoeft te worden beraadslaagd. De heer Struik zegt eveneens dank voor de informatie en onderschrijft de vraag van de heer Scheurwater. Mevrouw Gommans-Dane had ook willen vragen wanneer het regionaal overleg zal plaatsvinden, maar zojuist ontving zij telefonisch het bericht dat de veiligheidsregio vanavond vergadert. Het is dus te hopen dat er niet pas na een aantal weken, maar snel actie zal worden ondernomen. De voorzitter zal voldoen aan het verzoek van de heer Van Hartingsveldt de briefschrijver over de nu gehouden discussie te informeren. Wat de heer Braber vroeg, namelijk of het de briefschrijver kan worden toegestaan zijn waren op de weekmarkt te verkopen tot het duidelijk is of dat wel of niet mag, is niet mogelijk, want het nu geldende verbod zijn de elf gemeenten in de regio met elkaar overeengekomen, of dat besluit nu wel of niet op een juiste aanname heeft berust. Als daarvan moet worden afgeweken, gebeurt dat na overleg tussen de gemeenten. De cruciale vraag is nu hoe lang het gaat duren voor de gewenste duidelijkheid zal zijn ontstaan.
Er zijn twee soorten van regionaal overleg, namelijk het regionaal beleidsteam groot, dat bestaat uit alle burgemeesters en waarin ook vele disciplines in de ambtelijke sfeer zijn vertegenwoordigd, en het regionaal beleidsteam klein, dat frequenter vergadert. Spreker meent dat het regionaal beleidsteam klein niet vanavond vergadert, maar dit in de loop van deze week zal doen. In dat overleg wil hij de vraag aan de orde stellen of er over dit onderwerp versnelde besluitvorming zal kunnen plaatsvinden. Het regionaal beleidsteam groot heeft de vorige week vergaderd, zodat het waarschijnlijk de volgende week of de week daarop weer bijeen zal komen. De intentie van een ieder is dat er zo snel mogelijk duidelijkheid zal worden geschapen door de inconsequentie waarvan nu sprake lijkt te zijn weg te nemen. Spreker zal proberen in die zin te handelen en wel zo snel mogelijk. De briefschrijver zal hierover worden ingelicht. 7. Algemene bestuurlijke aangelegenheden en financiën. 7.1 Principebesluit toekomstige samenwerking Drechtsteden. De heer Boudewijn merkt op dat de fractie van SGP/ChristenUnie onderkent dat er in de huidige Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden wijzigingen nodig zijn. Er zijn in die regeling echter al voldoende mogelijkheden om wijzigingen tot stand te brengen en daarom is voor haar dit voorstel op zich niet nodig.
Zij ziet om zich heen ook weinig enthousiasme hiervoor; er is eerder sprake van een zekere gelatenheid. Omdat er echter geen draagvlak voor het continueren van de huidige gemeenschappelijke regeling voor het sociaal domein en de bedrijfsvoering aanwezig lijkt te zijn, moet men nu vooruitkijken en een samenwerkingsvorm gaan inrichten waarvoor wèl een breed draagvlak zal kunnen bestaan. Dit voorstel lijkt op dat brede draagvlak te kunnen rekenen, zijnde een voorstel tot de vorming van een reguliere gemeenschappelijke regeling voor het sociaal domein en van een service-gemeenteconstructie voor de bedrijfsvoering. Voor sprekers fractie zijn dit next best-oplossingen, maar zij zal dit voorstel wel steunen, gezien het hiervoor bestaande brede draagvlak en ook vanuit de wens en de noodzaak om de samenwerking van de zeven Drechtstedengemeenten te kunnen voortzetten. Ieder samenwerkingsmodel heeft voor- en nadelen. Dit geldt ook voor de nu voorgestelde regelingen en daarom wil de fractie met name met betrekking tot het sociaal domein enkele aandachtspunten noemen, met het verzoek die bij de uitwerking te betrekken.
Vergadering van 11 januari 2021.
6
1. De positie van de raad van Hendrik-Ido-Ambacht op het regionaal sociaal domein moet worden gewaarborgd. Een reguliere gemeenschappelijke regeling heeft het nadeel dat de raden van de deelnemende gemeenten op een grotere afstand daarvan zullen staan dan nu in het GRD-model het geval is. De fractie van SGP/ChristenUnie wil voorkomen dat zich een situatie kan vormen als die welke met betrekking tot de gemeenschappelijke regeling DGJJ is ontstaan. Dit vraagt om een inrichting waarin de raden aan de voorkant door middel van kaderstelling goede sturing zullen kunnen geven. In het rapport "Grip op gebonden partijen" staan diverse adviezen die hierbij heel goed zullen kunnen helpen, waaronder het werken met rapporteurs. De fractie beveelt dan ook van harte aan dit rapport bij de implementatie van dit voorstel te betrekken. 2. In plaats van het bespreken van en het besluiten over onderwerpen op het sociaal domein op één plaats, namelijk in de Drechtraad, zal de besluitvorming nu in zeven raden moeten gaan plaatsvinden. Dit vraagt om een samen optrekken van die zeven raden; raden en fracties zullen zich hiervoor actief moeten inzetten. 3. In het komend jaar zal het beleid op het sociaal domein nog in GRD-verband worden bepaald en uitgevoerd.
Daarbij heeft men te maken met diverse uitdagingen, onder meer vanwege de oplopende kosten op dit domein en vanwege de aanbesteding van de uitvoering van de WMO die dit jaar zal plaatsvinden. Laat men er met elkaar voor zorgen dat tijdens het omvormen van de samenwerkingsvorm de hiervoor benodigde aandacht niet zal verslappen. 4. Laat men goed werkende elementen in de huidige GRD overnemen in de nieuwe gemeenschappelijke regeling. Een voorbeeld hiervan is het werken met stemverhoudingen. 5. Het algemeen bestuur van de nieuwe gemeenschappelijke regeling moet bemenst worden. Het lijkt logisch dat dit bestuur uit de lokale portefeuillehouders sociaal zal gaan bestaan. Daarbij moet er echter wel voor worden gezorgd dat ook de financiële expertise goed zal worden vertegenwoordigd. In de GRD heeft men gezien dat discussies over de inhoud van het sociaal domein en financiële besluiten over dat domein niet altijd synchroon liepen of op elkaar aansloten. 6. Op het sociaal domein bestaan er naast de SDD ook diverse andere BV's, zoals Drechtwerk en Stroomlijn. Laat men ervoor zorgen dat ook deze BV's op een goede en toekomstbestendige manier in de nieuwe structuur worden ondergebracht.
Tot slot wil de fractie van SGP/ChristenUnie ertoe oproepen ervoor te zorgen dat men als samenwerkende gemeenten in de Drechtsteden naar eenheid zal blijven zoeken en deze ook naar buiten zal blijven uitstralen. Dat is belangrijk voor de Drechtsteden als geheel in de positionering als regio ten opzichte van omliggende regio's, de provincie en ook het rijk. Regionale samenwerking en zorgen voor eenheid zijn ook belangrijk voor het als individuele gemeenten zelfstandig kunnen blijven, iets wat ook voor Hendrik-Ido-Ambacht belangrijk is. Laat men dit als college en raad steeds blijven benadrukken in contacten met de raden en colleges van de andere gemeenten in de Drechtsteden, want het lijkt hierbij niet om iets vanzelfsprekends te gaan. Het nieuwe samenwerkingsmodel biedt ook meer vrijheden om los van elkaar op te treden. Sprekers fractie wenst alle betrokkenen bij de uitwerking van het nieuwe samenwerkingsmodel veel sterkte en wijsheid toe en ziet de desbetreffende voorstellen met belangstelling tegemoet. De heer Doevendans stelt vast dat, doordat de rijksoverheid in de afgelopen jaren veel taken naar de gemeenten heeft afgestoten, de uitvoering daarvan een stuk lastiger is geworden.
Als iedere gemeente hiervoor zelf een oplossing zou moeten vinden, zou dat hoogstwaarschijnlijk leiden tot de aanstelling van meer ambtenaren en dus hogere kosten, dit terwijl het afstoten van taken juist ten doel had dat er mìnder geld zou worden uitgegeven. Vanuit die gedachte is het dan ook verstandig als groepjes gemeenten in een regionaal verband gaan samenwerken. Dit biedt in ieder geval de mogelijkheid om kosten te besparen en, met een beetje geluk, ook nog eens de kwaliteit van het geleverde werk te verhogen. Er worden zo immers op een grotere schaal ervaring en expertise opgebouwd dan op de schaal van een kleine gemeente als Hendrik-Ido-Ambacht mogelijk is. Positieve voorbeelden hiervan zijn de regionale belastingdienst en de Sociale Dienst Drechtsteden, diensten die op regionaal niveau beter functioneren dan men op lokaal niveau zou kunnen bereiken. De fractie van Realistisch Ambacht is dan ook voorstandster van regionale samenwerking. Wat thans echter aan de orde is, is
Vergadering van 11 januari 2021.
7
een herijking van de huidige organisatievorm. Men weet sprekers mening over die huidige organisatievorm en het zal dus niemand verbazen als hij zegt dat hij elke verandering hierin toejuicht. Helaas heeft hij een aantal jaren uit hoofde van zijn functie een rol moeten spelen in de Drechtraad en hij is erg blij dat men nu naar een normále vorm van een gemeenschappelijke regeling toegaat. Dat er geen sprake meer zal zijn van Poolse Landdagen, er niet meer elke maand zal worden besloten de behandeling van een onderwerp tot de volgende maand uit te stellen en er geen ellenlange nietszeggende verhalen meer zullen worden gehouden, is alleen maar heerlijk! Pósitief is overigens sprekers herinnering aan de regionale fractievergaderingen in de Drechtsteden; die vergaderingen met gelijkgestemde Drechtraadsleden uit andere gemeenten waren gezellig en ook behoorlijk constructief. Dit zal zich vast wel kunnen gaan herhalen, al moet hij nu naar een ander clubje op zoek. De fractie van Realistisch Ambacht gaat akkoord met het opheffen van de Drechtraad, het opzetten van een gemeenschappelijke regeling Sociaal en de invoering van het werk- en servicelevelagreement met de gemeente Dordrecht als centrumgemeente. Mevrouw Gommans-Dane meent dat het voor iedereen wel duidelijk was dat er met betrekking tot de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden iets moest gaan gebeuren.
Alleen was het nog de vraag op welke wijze en in welk tempo dat te realiseren zou zijn. Men is thans al aardig gevorderd in het komen tot besluitvorming over het scheppen van een nieuwe vorm van regionale samenwerking, maar de fractie van D66 moet vaststellen dat er nu niet wordt beschikt over alle stukken die nodig zijn om te kunnen beoordelen wat men precies voor ogen heeft. De raad heeft alleen een vanavond te behandelen stuk gekregen; stukken die nodig zijn om tot een besluit te kunnen komen ontbreken, en dat is erg jammer. Dit zorgt voor onzekerheid, al heeft de fractie er begrip voor dat dit kan zijn veroorzaakt door de Coronacrisis en de feestdagen. In elk geval zou de raad een stuk aangeleverd krijgen waarvan de gemeente Dordrecht de penvoerder is en waaraan de zeven gemeentesecretarissen een bijdrage hebben geleverd. Spreeksters fractie kan zonder die nadere stukken niet met dit voorstel instemmen, want dat ziet zij als het afgeven van een blanco cheque. Wanneer alle benodigde stukken beschikbaar zijn gekomen, zou het oordeel wellicht anders kunnen uitvallen. Die stukken wacht zij dan ook af. In het voorstel staat dat er in het eerste kwartaal van 2021 een besluit moet worden genomen. Het is nu januari; als de ontbrekende stukken in februari kunnen worden aangeleverd, kan het besluit dus nog in maart worden genomen.
De heer Boudewijn vraagt welke stukken mevrouw Gommans bedoelt als zij het over ontbrekende stukken heeft. Naar zijn mening is er op dit moment niet méér aan stukken beschikbaar. Hij vermoedt dat het nakomen van de toezegging dat er met een nieuwe tekst van een gemeenschappelijke regeling zal worden gekomen, nog een jaar op zich zal laten wachten, want het is zijns inziens de bedoeling om voor de kerst van 2021 een en ander uitgewerkt te hebben, dus niet al op dit moment. Mevrouw Gommans-Dane las in het stuk: "Dordrecht komt voor Kerstmis als penvoerder met een voorstel daartoe en doet dat in samenspraak met de 7 gemeentesecretarissen." Het viel haar op dat er geen jaartal bij genoemd stond. De heer Boudewijn denkt dat het om de kerst in 2021 gaat, maar als het tot de nieuwe wijze van samenwerken behoort dat men een jaar lang op stukken moet wachten, is dat toch niet juist. Spreekster vindt het leuk gevonden om uit te gaan van 'de kerst in 2021', maar omdat er in het eerste kwartaal van dit jaar tot een besluit moet worden gekomen, vindt de fractie van D66 dat de ontbrekende stukken nu al ter tafel hadden moeten liggen. Zij is daarom vooralsnog tegen dit voorstel. Mevrouw Van der Hee-Pasterkamp laat weten dat de fractie van het CDA wèl met dit voorstel akkoord kan gaan, omdat dit het nemen van een principebesluit over de samenwerking in de regio Drechtsteden betreft.
Het gaat nog niet om het vaststellen van de uitwerkingsparagraaf; zij vermoedt dat mevrouw Gommans dáárop doelde. Dit voorstel is naar de mening van de CDA-fractie het beste wat in de huidige situatie past, gezien de wens van de gemeenten om te komen tot meer lokale zeggenschap en tot keuzevrijheid in wat wel of
Vergadering van 11 januari 2021.
8
niet regionaal moet worden uitgevoerd. Het behoud van de eenheid met zelfstandigheid van de afzonderlijke gemeenten en het behalen van resultaat staan hierbij voorop. De fractie meent dat deze wensen ook prima binnen de òude samenwerkingsstructuur hadden kunnen worden gerealiseerd, maar daarmee zou dan niet zijn tegemoetgekomen aan de wens van de gemeente Dordrecht, die meer zeggenschap wilde. Uiteindelijk moeten alle samenwerkende partijen zich in de manier van samenwerken kunnen vinden, dit om wrijvingen in de onderlinge verstandhoudingen zo veel mogelijk te voorkomen, alsmede om een cultuur te creëren waarin de gunfactor ruimschoots aanwezig is, wat een absolute voorwaarde voor collegiale samenwerking is. Om dit te bereiken, is er thans een structuurwijziging nodig. Er moet een nieuwe start worden gemaakt, een start die niet direct de cultuur verandert, maar wel kansen biedt om zonder gezichtsverlies en met hernieuwde energie samen de schouders eronder te zetten en zo te komen tot de verbinding die nodig is om de grote uitdagingen van deze tijd het hoofd te kunnen bieden. Dit geldt vooral voor het sociale domein, het domein waarover deze discussie gaat. Op economisch gebied werkt de nieuwe samenwerkingsvorm al nu haar vruchten af. 1 + 1 = 3, zo heeft men gezien, met de regiodeal als mooi voorbeeld.
Hendrik-Ido-Ambacht wil graag zelfstandig blijven, iets waar de CDA-fractie pal achter staat, maar zij weet ook dat dit deze gemeente alléén niet zal lukken. Het mooie is dat dit geen enkele Drechtstedengemeente in haar eentje zou lukken, ook Dordrecht niet. Er is daarvoor goede samenwerking nodig. Kortom, er wordt ingestemd met de aanwijzing van Dordrecht als servicegemeente voor de niet-politieke, zakelijke dienstverlening; dit is het wisselgeld. Het aangaan van een klassieke gemeenschappelijke regeling voor het sociaal domein is prima, vooral omdat de gezamenlijk opgebouwde en goed functionerende SDD hiermee wordt behouden en in gedeeld eigendom blijft. Wel wil de fractie het college met klem meegeven dat dit niet de laatste stap op de weg naar een zuivere centrumgemeenteconstructie mag zijn; er mag geen take it or leave it-constructie komen. Zij roept het college ertoe op hierop scherp te blijven toezien. In de uitwerking van de nieuwe gemeenschappelijke regeling ziet de fractie van het CDA graag helder omschreven hoe bijvoorbeeld zal worden bepaald welk maatwerk er in de vrije keuzeruimte beschikbaar komt en tegen welke prijs.
Het kan voorts niet zo zijn dat Dordrecht als portefeuillehouder met de steun van één enkele andere gemeente per definitie een doorslaggevende stem in het portefeuillehoudersoverleg zal hebben en daarmee feitelijk zal bepalen wat er voor alle zeven gemeenten gaat gelden. De raden zijn uiteindelijk wel aan zet bij de vaststelling van de uitvoeringsparagraaf, maar toch. Vandaag neemt de raad een principebesluit en het moge duidelijk zijn dat naar de mening van het CDA het grootste risico van de nieuwe structuur zit in de vaststelling van de basis voor de stemverhouding. Te hopen is dat de wethouder de zorg van de fractie op dit punt kan wegnemen. Uitgangspunten voor het invullen van de nieuwe wijze van samenwerking zijn wat het CDA betreft dat de kwaliteit van de dienstverlening minimaal hetzelfde niveau zal behouden, bij gelijkblijvende kosten, en dat doorontwikkelingen zullen worden gebaseerd op het draagvlak van de meeste deelnemers. De fractie wenst het college veel succes in de ongetwijfeld pittige discussies die over de uitwerking zullen worden gevoerd. Zij wil graag dat de raad over de ontwikkelingen in dezen volledig geïnformeerd zal worden gehouden.
Ten slotte: het is waar dat de Drechtraad soms dreigde te vervallen tot een Poolse Landdag, mede door het steeds toenemende aantal leden, maar de oprichting ervan was sowieso noodzakelijk om bestuurlijke drukte te verminderen en alle raden erbij betrokken te krijgen. Anderzijds zullen er, als de Drechtraad wordt opgeheven en er alleen informatiebijeenkomsten worden gehouden, voor de raadsleden in de regio weinig mogelijkheden zijn om elkaar te spreken, zodat het risico toeneemt dat de opgebouwde regionale contacten zullen verwateren. De groepen zijn namelijk groter, de ontmoetingsfrequentie wordt lager en de deelnemers wisselen per te behandelen thema. Spreeksters fractie wil er dan ook voor pleiten de regiofracties zo mogelijk in stand te houden, zodat partijen rekening met elkaar houden, met elkaar blijven sparren en zo scherp blijven. Dit zal de samenwerking en het
Vergadering van 11 januari 2021.
9
gevoel van verbondenheid in de regio ten goede komen. Hiertoe zou bijvoorbeeld net als voorheen op de geplande informatieavonden een halfuur tot een uur ingelast kunnen worden voor regiofractieoverleg in een daarvoor gereserveerde ruimte. Zo nodig kan dit worden voorbereid door het stellen van een aantal te bediscussiëren vragen over zaken die in alle gemeenten spelen en waarin men samen wil optrekken. De griffie van de gastgemeente zou hiervoor zorg kunnen dragen. De CDA-fractie verneemt graag hoe de portefeuillehouder hiertegen aankijkt. In Hendrik-Ido-Ambacht kent men de gelukkige situatie dat raad en wethouder elkaar verstaan, elkaar het vertrouwen geven en elkaar voorzien van alle zinnige informatie, gevraagd en ongevraagd. Dit maakt het overgaan van zeggenschap over regionale aangelegenheden op het sociaal domein van de Drechtraad naar het portefeuillehoudersoverleg en de lokale raden gemakkelijker te accepteren. De fractie zal waar mogelijk in commissie- en raadsverband blijven meedenken en de wethouder van haar inbreng voorzien, die deze dan kan meenemen naar het portefeuillehoudersoverleg. De heer Doevendans lijkt het op zich een prima idee om de regiofractiebijeenkomsten te handhaven, maar vraagt zich wel af waarom het CDA dit als partij niet eenvoudig zèlf kan regelen.
Daarvoor heeft men toch niet een griffie nodig? Mevrouw Van der Hee-Pasterkamp kan de heer Doevendans geruststellen met de mededeling dat het CDA dit al dóet. Zij heeft alleen van collega's van andere partijen gehoord dat hun partijen dit nìet zullen doen, of veel minder frequent, en dat ook zij graag zouden zien dat er op de gemeenschappelijke avonden ook gelegenheid zou zijn tot het houden van regiofractiebijeenkomsten. Omdat men op zo'n thema-avond toch al bij elkaar is, heeft men een logistiek voordeel bij het organiseren van regiofractiebijeenkomsten. De heer Doevendans: "Als andere partijen het óók willen, kunnen ook zij dit zelf regelen." Mevrouw Oelfke-ten Seldam merkt op dat de fractie van de VVD moeite heeft met dit raadsvoorstel inzake een nieuwe koers voor en de uitwerkingsrichting van de toekomstige samenwerking in de regio Drechtsteden. De huidige Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden wordt omgebouwd tot een klassieke gemeenschappelijke regeling voor de sociale dienst, terwijl voor de overige dochters van de GRD in principe wordt gekozen voor aanwijzing van de gemeente Dordrecht als service-gemeente; in de daarmee aan te gane zakelijke dienstverleningsovereenkomsten zullen dan verschillende servicelevels mogelijk zijn. Hiermee heeft de VVD moeite om de volgende redenen, redenen die trouwens ook al door anderen zijn aangehaald.
Voor een goede samenwerking is het bestaan van vertrouwen essentieel. Met een volledig andere samenwerkingsvorm zal men het hebben van dat vertrouwen niet kunnen afdwingen. Het stemrecht baseren op inwonersaantallen zal niet tot dat vertrouwen kunnen leiden. De veronderstelling dat de nieuwe opzet binnen één jaar in een betere basis voor de toekomstige samenwerking zal resulteren, is wat de VVD betreft verre van realistisch. Er is over de uitwerking van de service-gemeenteconstructie nog te veel onduidelijk om daarmee als nieuwe gemeenschappelijke regeling reeds nu in principe akkoord te kunnen gaan. Een businesscase voor het onderdeel bedrijfsvoering is nog niet eens gemaakt; de financiële consequenties zijn dus nog niet in beeld gebracht. Een andere manier van samenwerking op het gebied van de bedrijfsvoering is ook niet noodzakelijk. Er wordt nu veel geld en energie gestopt in het veranderen van een structuur waarvan de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht weinig problemen ondervindt. Het proces om te komen tot het principebesluit over het onderdeel bedrijfsvoering is naar de mening van de VVD-fractie onzorgvuldig verlopen. Uit het voorstel spreekt onvoldoende erkenning van wat door de samenwerking van de Drechtsteden in de vorm van het project "Samen stad aan het water" sinds 2002 voor alle deelnemende gemeenten is bereikt.
De VVD-fractie erkent dat het beeld van 2020 anders is dan het beeld in 2000. Vond men vroeger dat men als gemeenten gezamenlijk aan iets moest bouwen, thans meent men dat elke gemeente op
Vergadering van 11 januari 2021.
10
zich het béter kan, voor specifieke onderwerpen maatwerk kan leveren en daarbij de regie kan voeren. Voor de uitdagingen waarvoor àlle gemeenten bij het behartigen van de belangen van hun inwoners staan, zal, zo gelooft spreeksters fractie oprecht, het gezàmenlijk zoeken naar oplossingen méér ruimte voor lokaal maatwerk bieden en op langere termijn ook voor duurzaamheid zorgen. In de afgelopen drie jaar is er naar de mening van de fractie onvoldoende energie gestoken in het vieren van de successen van de samenwerking in Drechtstedenverband en in het gezamenlijk wegschaven van de rafelranden. In plaats daarvan is in de Drechtsteden-overleggen eindeloos gedebatteerd over vormen en procedures. Helaas is de focus te weinig gericht geweest op de doelen van de samenwerking en de bereikte resultaten. Als het nu voorliggende voorstel het hoogst haalbare is, iets wat de VVD-fractie is verzekerd, wil zij in deze fase net als andere partijen nog wel wat wensen uiten. 'Behoudt het goede' houdt voor de fractie in dat met betrekking tot de sociale dienst de huidige voor de deelnemende gemeenten bestaande stemverhouding moet worden gehandhaafd. In een goede samenwerking past het immers niet dat de gemeente Dordrecht in haar eentje de meerderheid kan uitmaken.
De gelden die de gemeente Dordrecht van het rijk en de provincie ontvangt omdat zij centrumgemeente op het sociaal domein is, mogen geen invloed hebben op het stemgewicht van die gemeente in de Drechtsteden. Ten opzichte van de provincie, de omliggende regio's, het rijk en Europa dient een zuiver beeld van eenheid in het Drechtstedengebied overeind te kunnen worden gehouden. De kosten die Dordrecht voor het afnemen van diensten uit de menukaart in rekening zal brengen, moeten transparant en toetsbaar zijn. Het eigen ambtenarenapparaat moet sterk genoeg zijn om de zelfstandigheid van Hendrik-Ido-Ambacht te kunnen waarborgen. Net als in de afgelopen jaren zal de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht zich voor de regionale samenwerking inzetten in het besef dat zij anderen nodig heeft om voor de eigen inwoners de beste resultaten te kunnen behalen. Spreeksters fractie waardeert het werk dat de voorzitter en wethouder Flach hebben gedaan om de gezamenlijke koers te behouden. Dit geldt ook voor de door hen ingebrachte punten betreffende de servicelevels, namelijk dat de kwaliteit van wat er wordt geleverd minimaal gelijk zal blijven en dat de door te voeren verandering niet tot hogere kosten daarvan mag leiden. Helaas passen de in het raadsvoorstel vermelde uitkomsten van het bestuurlijk overleg niet bij de visie van de VVD over samenwerking.
De fractie kan daarom niet instemmen met de voorgestelde nieuwe koers voor en de uitwerkingsrichting van de toekomstige samenwerking in de regio Drechtsteden. De heer Scheurwater verklaart dat de fractie van EVA over dit voorstel positief gestemd is. Met de nieuwe vorm van samenwerking ontstaat er meer gelegenheid voor het leveren van lokaal maatwerk en het nastreven van lokale ambities, dit zonder dat daarbij het bestaan van grootstedelijke problematiek wordt vergeten. Wel zijn er nog enkele vragen. Voor de nadere uitwerking en inkleuring van de aanwijzing van Dordrecht als service-gemeente inzake de bedrijfsvoering en van de nieuwe gemeenschappelijke regeling op het sociaal domein komt Dordrecht vóór de kerst met een voorstel, op te stellen in samenspraak met de zeven gemeentesecretarissen, zo staat in het voorstel. Daar had naar sprekers mening 'voor de kerst in 2020' moeten staan, want even verderop is te lezen dat de bestuurlijke klankborgroep van portefeuillehouders nog moet worden gevormd. Hij neemt dan ook aan dat het bedoelde voorstel er nog niet is; is het er al wel, dan verneemt hij dat straks wel. Het voorstel zegt dat de communicatie met de raden en de organisaties wordt voorbereid door Dordrecht, in samenspraak met de zeven gemeentesecretarissen. Sprekers vraag is of dit al is gebeurd, of dat zijn fractie dit heeft gemist.
Te lezen is verder dat bij de nieuwe vorm van samenwerking in hoge mate rekening zal worden gehouden met het belang van de huidige organisatie en haar medewerkers. De fractie van EVA vindt dit heel terecht en ondersteunt dit dus. Belangrijk acht zij ook het scheppen van de mogelijkheid tot
Vergadering van 11 januari 2021.
11
het leveren van lokaal maatwerk en het nastreven van lokale ambities; dit betreft dus de lokale beleidsruimte. Het houden van aandacht voor grootstedelijke problematiek vindt de fractie prima, evenals het bereiken van een minder complexe bestuurlijke samenwerking. Tevens is het uitstekend dat wordt bezien welke verschillende servicelevels bij deze gemeente kunnen passen en aan haar voorwaarden voldoen. De gemeente wordt wat dit betreft wat vrijer in haar handelen. Bij de uitwerking zal ervoor moeten worden gezorgd dat de nieuwe wijze van samenwerking financieel gezien positieve effecten zal hebben, of dat er bij gelijkblijvende kosten een betere kwaliteit van het geleverde wordt bereikt. De fractie van EVA vindt dit voorstel al met al een uitstekend voorstel. Wel moeten college en raad, kijkend naar de autonomie van de gemeente, kunnen deelnemen aan het nemen van beslissingen inzake de samenwerking. Het zou daarom een goede zaak zijn om de raden bestuurlijk aan de voorkant bij een en ander te betrekken. De heer Struik citeert uit het raadsvoorstel dat er al sinds 2017 wordt gesproken over de doorontwikkeling van de Drechtstedelijke samenwerking. In de laatstgehouden conferentie van de colleges van de Drechtstedengemeenten op 27 oktober jl.
zijn zij tot een principebesluit gekomen over de toekomstige samenwerking op het sociale domein en met betrekking tot de overige 'dochters' van de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden. Het voorstel noemt in de aanloop naar het nu te nemen besluit heel veel zaken en naar aanleiding daarvan heeft de fractie van AUB nog enkele vragen. De eerste vraag is of de gemeente Dordrecht als regionale service-gemeente zelf zakelijke dienstverleningsovereenkomsten zal kunnen gaan opstellen, dus zonder dat de betrokken andere gemeente daarop invloed zal kunnen uitoefenen. Er komen zogenoemde servicelevels die buiten de basisovereenkomsten voor wat extra's zullen zorgen. Zullen die extra's specifiek op Hendrik-Ido-Ambacht gericht zijn? In het verleden is wel eens gesproken over het houden van grip op gebonden partijen; de raad zou daarvoor een rapporteur moeten aanstellen. Gaan men wat de samenwerking op het sociaal domein betreft nu deze richting op? Een nog op te stellen transitievoorstel zal nadere financiële inzichten moeten bieden, zo zegt het voorstel.
Is hierover al wat te zeggen, of geeft men met het aannemen van dit voorstel een carte blanche af met de gedachte dat men wel zal zien waar het schip strandt? Zal men als gemeente aan het einde van een jaar niet alsnog een hoge rekening gepresenteerd kunnen krijgen? In het voorstel staat voorts dat wordt beoogd Hendrik-Ido-Ambacht een zelfstandige gemeente met een eigen ambtelijke organisatie te doen blijven. In hoeverre is dit als een keiharde eis te stellen en op welke manier? Verder is te lezen dat de raden van alle betrokken gemeenten zich nu moeten uitspreken over het principebesluit dat de colleges inzake de toekomstige Drechtstedensamenwerking zijn overeengekomen. Wat gebeurt er wanneer er gemeenten zijn die niet met de nieuwe koers akkoord gaan? Wordt dit voorstel dan een opmaat naar een gemeentelijke herindeling? Volgens het voorstel moet een en ander op 1 januari 2022 doorgevoerd zijn. Dat betekent dus dat daarvoor nog niet alles klaar is. Op welke termijn kan men verwachten dat alle veranderingen zullen zijn doorgevoerd? De heer Van der Wulp geeft te kennen dat de fractie van de PvdA akkoord zal gaan met het voorstel om in te stemmen met het principebesluit toekomstige samenwerking Drechtsteden, maar dit niet van harte zal doen. Het college heeft de raad meerdere malen betrokken bij het proces dat tot dit principebesluit heeft geleid.
De visie van het college op de toekomstige samenwerking in de regio Drechtsteden was toen een andere dan die welke nu in het bedoelde besluit is opgenomen; het beraad pakte anders uit dan het doel van het college was vóór de conferenties van de colleges aanvingen. Meerdere colleges zijn hun laatstgehouden conferentie anders ingegaan dan zij er uitkwamen. Sprekers fractie vindt dat men met dit besluit flink toegeeft aan de doorgaans zeer kritische Dordtse raad en het doorgaans zeer kritische Dordtse college. Zij is nu al blij dat Dordrecht 'service-gemeente'
Vergadering van 11 januari 2021.
12
wordt genoemd en niet 'centrumgemeente', want de andere gemeenten worden nu, of zij dat wel of niet willen, meer afhankelijk van Dordrecht, iets waarop zij niet zaten te wachten. Men kan denken dat Hendrik-Ido-Ambacht in de nieuwe samenwerkingsvorm wat zelfstandigheid terugkrijgt, maar naar de mening van de fractie is helaas het tegendeel het geval. De Drechtstedensamenwerking was in bestuurlijke zin uniek, maar daarop is inmiddels wel ingeboet. Geen enkele andere regio heeft het voorbeeld van de Drechtsteden gevolgd en de glans is er dan ook wel van af. Voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is het nu van belang om bij de uitwerking en inkleuring van de nieuwe samenwerking bij de les te blijven en nu al te verzekeren dat de bestaande reserves alleen voor eigen doeleinden zullen worden aangewend. Bij het afnemen van producten van de gemeente Dordrecht – er is daarbij min of meer sprake van verplichte winkelnering – moet men erop letten dat de tarieven in de hand worden gehouden. Daarbij past de vraag of er offertes zijn opgevraagd en verkregen, en zo ja, waarmee men die zal kunnen vergelijken. Er moet een diversiteit aan producten worden aangeboden, terwijl er ook sprake moet zijn van differentiatie in pakketten, zoals basis- en pluspakketten.
Na afronding van de nieuwe samenwerkingsvorm zou er in de toekomst wel eens méér van de zelfstandigheid van Ambacht moeten kunnen worden ingeleverd. De PvdA-fractie tekent bij dit alles aan dat op sommige domeinen de huidige samenwerking goed en succesvol verloopt. Daarop moet men dus zuinig zijn, zeker gezien het feit dat niet alles naar de eigen gemeenten terug zou kunnen gaan. Waarvoor de fractie ten slotte bijzondere aandacht vraagt, is de positie van het personeel dat in het Drechtstedenverband werkzaam is. Voor een groot deel komt dat personeel in dienst van de gemeente Dordrecht. De fractie verwacht dat die personele transitie probleem- en pijnloos zal verlopen. Er zal geen boventalligheid mogen ontstaan en de medewerkers dienen passend van werk naar werk te worden geholpen. Het college wordt ertoe opgeroepen ook hierop toe te zien. Ten slotte: de fractie van de PvdA gaat akkoord met het principebesluit, ook omdat het waarschijnlijk niet anders kan, maar blijft kritisch ten opzichte van de uitwerking en de inkleuring van de nieuwe samenwerkingsvorm. De heer Van der Lei heeft namens de fractie van Gemeentebelangen de portefeuillehouder een aantal vragen te stellen over onderwerpen waarover zij zich zorgen maakt. De service-gemeente Dordrecht zal verschillende servicelevels aanbieden en ook de prijs daarvan bepalen.
Zullen de andere gemeenten daarop nog invloed kunnen uitoefenen? Op welke wijze wordt de prijs bepaald? Wat kunnen de andere gemeenten doen als de prijs niet in overeenstemming is met de afgenomen servicelevels? Kan er worden gezegd wat van de toekomstige Drechtstedensamenwerkingsvorm de financiële consequenties voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht zullen zijn? Bij het nemen van besluiten zal naar consensus worden gestreefd, maar als die niet wordt bereikt, wat geeft dan de doorslag? Wordt er dan op basis van stemgewicht besloten en hoe wordt dat stemgewicht bepaald? Wethouder Flach heeft een half uur lang met veel interesse naar een ieders bijdrage geluisterd. Voor mensen die naar deze vergadering luisteren, kan het lijken dat er sprake is van grote meningsverschillen in de raad, maar als hij naar de gemaakte analyses kijkt, kan hij zich eigenlijk bij iedere spreker aansluiten, bij sommigen geheel en bij anderen ten dele. Elke bijdrage had een eigen klankkleur, maar de gevoelens van de heer Van der Wulp zoals die zijn uitgedrukt met de woorden: 'Akkoord met het principebesluit, maar niet van harte', hebben ook voor het college gegolden. De mooie woorden die mevrouw Oelfke aanhaalde uit 1 Thessalonicenzen 5, "Onderzoekt alle dingen en behoudt het goede", is in deze discussie ook steeds de drijfveer van het college geweest.
Het lastige is – ook mevrouw Oelfke zei dat – dat de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht eigenlijk geen problemen met de huidige wijze van samenwerking had. Men was hier best wel tevreden over de wijze waarop de samenwerking verliep. De verdeling van taken tussen lokaal en regionaal beviel wel en paste ook goed in hoe de dienstverlening aan de burgers werd gezien. Er waren echter ook, aan de ene kant, enkele gemeenten die veel
Vergadering van 11 januari 2021.
13
meer lokale vrijheid wilden, en er was aan de andere kant de centrumgemeente die vond dat zij veel te weinig invloed had op wat er op het sociaal domein gebeurde, gelet op de daar bestaande problematiek en de grote hoeveelheid middelen die zij op dat domein inbracht. In die situatie kon men niet zeggen: 'Ja, maar wij waren toch zo fijn bezig, waarom zouden wij dit veranderen?' Omdat een aantal gemeenten deze wijze van samenwerking niet meer wilde, moest men gezamenlijk tot een herijking van die samenwerking komen. De voorzitter en spreker, degenen die in de collegeconferenties gezamenlijk zijn opgetrokken, hebben dan ook voor die lijn gekozen. Zij zien namelijk ook wel de nádelen van de huidige samenwerkingsvorm, die al bijna vijftien jaar bestaat en, zoals bij een auto, op bepaalde onderdelen wat sleetsheid te zien heeft gegeven. De veelgeprezen politieke sturing door de Drechtraad had ook wel nadelen, want de politieke profilering in de Drechtraad vond in de openbaarheid plaats. In de discussies aldaar ging het er vaak meer om om als fracties goede punten te maken dan om het oplossen van een probleem. Men kan bijna zeggen dat die politieke sturing en ook de verhouding tussen Drechtstedenbestuur en Drechtraad een beetje aan hun eigen succes ten onder zijn gegaan.
Men is zich te veel gaan gedragen als een raad en een college, en dat kon eigenlijk niet, want de Drechtraad had niet het mandaat dat hij het Drechtstedenbestuur kon wegsturen, iets wat bij de Drechtraad tot frustratie leidde. Tevens waren er verschillen van mening tussen deelnemende gemeenten. Misschien moest men dus constateren dat de kracht uit de samenwerking verdwenen was, een kracht die er in het begin zeker was, zoals spreker als fan van de Drechtsteden wil erkennen, en wat hem betreft wordt deze ook op alle niveaus herhaald. Ter geruststelling van de VVD-fractie: er wordt in alle verbanden gezegd dat men niet ontevreden is over de samenwerking op ruimtelijk en economisch terrein, terreinen waarop in het verleden grote successen zijn behaald en ook thans wòrden behaald. Ook bestaat er geen ontevredenheid over de sociale dienst, integendeel. Men is vooral ontevreden over zichzelf en over de manier waarop meningsverschillen worden besproken, besluiten worden genomen en beleid wordt geformuleerd. Als men dat constateert, moet men als bestuur en als politiek vooral naar zichzelf kijken. Vanuit dat vertrekpunt kan men naar sprekers mening zeggen dat het helemaal niet verkeerd is dat men op het sociaal domein naar een gemeenschappelijke regeling toegaat.
Er komt een algemeen bestuur bestaande uit de wethouders die al over dit domein gaan; zij hebben daarvan doorgaans ook meer verstand dan andere wethouders. Het huidige algemeen bestuur hield zich in hoofdzaak nog met wat bedrijfsvoering en het sociaal domein bezig en telde ook portefeuillehouders die op een wat groetere afstand van het sociale domein zaten. De wijziging op dit punt is dus heel logisch. Anderzijds moet men niet doorschieten door te zeggen: 'Laat alles maar over aan de wethouders van sociale zaken en dan komt het wel goed', want de financiële borging is van belang. Misschien is het daarom wel aardig te experimenteren met de toevoeging van een bestuurslid met kennis van financiën of in ieder geval een focus daarop. Dit kan worden betrokken bij de uitwerking. De heer Boudewijn noemde dit voorstel eigenlijk niet nodig en sprak over next best-oplossingen, maar kwam vervolgens wel – meerderen hebben dat gedaan – met een aantal punten waaraan bij het doorgaan van dit voorstel aandacht zou moeten worden besteed. Dat waren terechte punten, die dus zeker zullen worden meegenomen. Zij waren: zorg ervoor dat de raden aan de voorkant bij een en ander worden betrokken, in ieder geval bij de kaderstelling, let op de stemverhoudingen en blijf in 2021 goed opletten. Dat zal het college zeker doen, want het Drechtstedenbestuur is tot zeker 1 januari 2022 in functie.
Spreker zal het vanuit zijn bestuurlijke rol doen en roept de Drechtraadsleden ertoe op dit eveneens te doen. Verder noemde de heer Boudewijn terecht een uitwerkingspunt betreffende de BV's en drong hij erop aan vooral eenheid te blijven uitstralen. Dat is een heel wezenlijk punt; laat men de sfeer van houtrot die in oktober 2019 rondom de Drechtsteden hing alstublieft nooit meer uitstralen, want dit heeft toen echt voor schade gezorgd, zowel in de reële wereld als in de gremia van het bestuurlijk overleg. De heer Doevendans gaf een inkijkje in de manier waarop hij zijn periode als lid van de Drechtraad heeft ervaren; dat waren mooie herinneringen. Hij noemde het feit dat mensen vaak heel lange verhalen nodig hadden om hun punt duidelijk te maken. Met een behoorlijk verhaal nam hij afscheid van de samenwerking in de Drechtsteden en zei hij akkoord te gaan met het voorstel. Wat spreker vooral
Vergadering van 11 januari 2021.
14
bijblijft, is de avond waarop de heer Doevendans de Drechtraad tot diep in de nacht gevangen hield met een hoofdelijke stemming. Mevrouw Gommans wees er terecht op dat bij iets wat 'voor de kerst' is toegezegd geen jaartal genoemd staat. Dat is zonder jaartal inderdaad geen goede tijdsaanduiding. Wel moet men het stuk lezen zoals het bedoeld is. Het is op 27 oktober jl. ter plekke opgesteld, dit in een bijeenkomst waarin een principerichting is besproken. Met deze vaststelling kan spreker veel vragen parkeren, onder meer vragen van de heer Van der Lei. Al die vragen houden ook hem, spreker, bezig, maar hij zal die in het vervòlgtraject gaan stellen. Wat er nu wordt vastgesteld, is dat het huidige systeem niet goed werkt, waarna wordt overwogen op hoofdlijnen op een andere manier te gaan samenwerken, namelijk in de vorm van de aanwijzing van een service-gemeente voor de bedrijfsvoering en van het oprichten van een gemeenschappelijke regeling voor het sociaal domein. In het desbetreffende principebesluit van 27 oktober staat dat er met een uitwerkingsvoorstel zal worden gekomen en dat dit rond de kerst wordt verwacht. Dat uitwerkingsvoorstel is er nog niet, maar er staat de raad niets in de weg om te besluiten dat het er moet kómen.
Het enige waarover de raad nu wordt gevraagd te besluiten, is de manier waarop er tot een besluit zal worden gekomen en de principerichting die daarbij wordt gekozen, dus de aanwijzing van een service-gemeente voor de bedrijfsvoering en het oprichten van een gemeenschappelijke regeling voor het sociaal domein. De raad kan dit besluit net als het college met een gerust hart nemen, omdat er nog een fase van uitwerking moet volgen. In die fase zal men het gaan hebben over servicelevels, kostenniveaus, stemverhoudingen en alle nu nog niet uitgewerkte dingen die terecht veel vragen oproepen. Men zal begrijpen dat de zeven gemeentesecretarissen graag eerst duidelijk willen hebben dat iedereen de andere samenwerkingsvorm wil voordat zij daarvoor een heleboel overhoop gaan halen. Spreker vindt dit een gelegitimeerde tussenstap; sterker nog: hij zou mevrouw Gommans, als het uitwerkingsvoorstel er nu al bij had gezeten, gelijk geven als zij zou constateren dat er sprake was van een voldongen feit, zodat de raad alleen nog maar 'ja' zou kunnen zeggen. Het college heeft daarvoor niet gekozen, maar heeft gezegd dat eerst de gemeenteraden zou moeten worden gevraagd of zij de denkrichting delen en dat er pas als dat het geval zou blijken te zijn, zou moeten worden overgegaan tot uitwerking. Het is tegenover de raden netjes om niet gelijk twéé stappen te zetten.
Mevrouw Gommans mist de tweede stap, wat aangeeft dat ook zij haast wil maken, en dat móet ook, want vóór 1 januari 2022 moet men hiermee gereed zijn. Mevrouw Van der Hee kwam met een aantal waarschuwingen, zoals: zorg ervoor dat het bij de stemverhouding niet 5 tegen 2 wordt. Dat is een terecht genoemd punt. Overigens is een stemverhouding die op aantallen inwoners is gebaseerd bijna gelijk aan de huidige regeling, want thans is het aantal in elke gemeenten uitgebrachte stemmen de basis voor de verdeelsleutel. Die twee ontlopen elkaar dus niet zoveel, zij het dat de opkomst van kiezers in de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht wat groter is dan die in andere gemeenten, hetgeen dus in haar voordeel werkt. Mevrouw Oelfke gaf een op zich terechte analyse van zaken die in de huidige samenwerkingsvorm beter hadden gekund – er is het laatste jaar te veel gepraat en te weinig aan het vieren van gezamenlijk behaalde successen, zo zei zij –, maar het viel spreker op dat zij daarbij in de derde persoon sprak, dit terwijl de VVD-fractie zelf zich in de persoon van haar vertegenwoordiger in de Drechtraad aan dat te vele gepraat en het te weinig vieren van successen mede schuldig heeft gemaakt. Mevrouw Oelfke bedoelde het waarschijnlijk niet anders, maar een feit is dat men nu niet iemand ànders, maar zichzelf moet aanspreken als men vaststelt dat er het een en ander mis is gegaan.
Volgens mevrouw Oelfke is het niet realistisch te veronderstellen dat de nieuwe opzet binnen één jaar in een betere basis voor de toekomstige samenwerking zal resulteren. Het zou van spreker niet netjes zijn als hij haar hierin gelijk zou geven, al snapt hij dat zij dit moeilijk voorstelbaar vindt. Als bij haar het gevoelen bestaat dat in dit voorstel sprake is van onvoldoende erkenning van wat door de samenwerking van de Drechtsteden sinds 2002 is bereikt, wil hij dat graag wegnemen, want er was eerder al geconstateerd dat men op ruimtelijk-economisch domein veel meer successen zou kunnen behalen als er sprake zou zijn van een iets lossere vorm van samenwerking. Denk bijvoorbeeld aan de regiodeal, de groeiagenda en de groeiagenda Zuid-Holland. In het rapport-Berenschot is voorts te lezen dat er bij de gemeenten in de regio zeer grote tevredenheid bestaat over het functioneren van de Sociale Dienst Drechtsteden. Als iemand zou zeggen die dienst maar een zootje te vinden, zou hier
Vergadering van 11 januari 2021.
15
naar sprekers mening niemand te vinden zijn die dit zou willen onderschrijven. Landelijk gezien staat de SDD als vijfde sociale dienst op de kaart, ook qua resultaten, met de hiervoor verantwoordelijke portefeuillehouder als landelijk kopstuk zelfs acterend binnen de VNG. Het project "Samen stad aan het water" heeft de deelnemende gemeenten geen windeieren gelegd, maar het kan béter. De laatste twee of drie jaar houdt men elkaar gevangen in heen-en-weer-gepraat en met dit voorstel probeert men daar nu uit te komen. Als men spreker zo hoort praten, lijkt het er bijna op alsof ook hij van harte voor het voorstel is, maar zo gaat het vaak in het bestuur. Nadat er iets ter tafel is gekomen waarover men eerst heeft gezegd: 'Dat probleem zien wij niet en dus behoeft er voor ons niets te veranderen', kan er gaandeweg het proces toch het gevoel ontstaan dat er wat moet gebeuren, en dan is het nu te nemen besluit op dit moment in de gegeven omstandigheden toch het beste besluit. Dat vindt spreker inmiddels, al heeft dit wel even tijd nodig gehad. Mevrouw Oelfke zei dat haar fractie tegen dit voorstel is. Sprekers vraag is dan wat de fractie wèl wil, want men moet vaststellen dat de huidige wijze van samenwerking na 1 januari 2022 niet meer zal bestaan. Voor samenwerking heeft men anderen nodig en die willen dit gewoon niet meer. Er zal dus iets anders moeten komen.