Ondermijning in 5 Drechtsteden-gemeenten - LZ - febr 2025
Tekst van het document
Een beeld van ondermijning in vijf Drechtsteden-gemeenten
Inhoudsopgave
1. 1.1 1.2 1.3
Inleiding Over ondermijning Onderzoeksvragen en -activiteiten Leeswijzer
2 2 3 4
2. 2.1 2.2 2.3
Criminele gelegenheidsstructuren Algemeen: stedelijke kenmerken of invloeden Situationele factoren: een sub-infrastructuur met criminele kansen Sociaaleconomische factoren 2.3.1 Kwetsbare buurten 2.3.2 Risicojongeren: ruim twaalfhonderd 2.3.3 Goedkoop vastgoed 2.3.4 Risicobranches en bedrijventerreinen Sociaal-culturele factoren Afsluiting
5 5 6 11 11 14 15 18 21 22
3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
Ondermijnende praktijken Drugs: politiecijfers en patronen Drugshandel: in soorten en maten 3.2.1 Mobiele handel 3.2.2 Lokale handel 3.2.3 Bovenlokale handel Hennepteelt Harddrugsproductie: tien casus (vooral ‘elders’) Vastgoed: een wereld te winnen Digitale criminaliteit Overige fenomenen
23 23 26 26 28 30 33 35 39 42 43
4.
Slotbeschouwing
47
2.4 2.5 3. 3.1 3.2
Literatuur (49) Bijlage 1 Bijlage 2
Risicobranches: een korte toelichting (50) Politieregistraties: toelichting en drugsregistraties per gemeente (51)
Colofon (52)
1
1.
Inleiding
Dit onderzoek beschrijft de ondermijning in vijf Drechtsteden-gemeenten, namelijk Zwijndrecht, Papendrecht, Alblasserdam, Hendrik-Ido-Ambacht en Sliedrecht. Deze gemeenten zijn het werkgebied van het basisteam Drechtsteden Buiten van de regionale politie-eenheid Rotterdam. Ondermijning betreft de schadelijke effecten van georganiseerde criminaliteit. Bij de preventieve en repressieve aanpak daarvan heeft de gemeente een belangrijke taak, in aanvulling op misdaadbestrijding door opsporingsinstanties. Zie paragraaf 1.1. Paragraaf 1.2 presenteert de onderzoeksvragen en geeft een toelichting op de onderzoeksactiviteiten. De slotparagraaf (1.3) is een korte leeswijzer. 1.1
Over ondermijning
Georganiseerde misdaad en ondermijning Het vraagstuk van de georganiseerde criminaliteit staat vandaag de dag op de agenda van het lokaal bestuur. ‘Ondermijning’ is de term die in dat verband wordt gebruikt. Dit begrip spreekt aan en leidt tot onduidelijkheid. Begripsverheldering is nodig. Ondermijning betreft de schadelijke (lokale) effecten van georganiseerde criminaliteit (Tops & Van der Torre, 2024). Omschrijvingen van het begrip georganiseerde criminaliteit bevatten doorgaans de volgende elementen: het gaat om groepen die gericht zijn op illegaal gewin, die stelselmatig delicten plegen met ernstige gevolgen voor de samenleving en die in staat zijn deze delicten af te schermen, onder meer met geweld of corruptie (Fijnaut e.a., 1996). Inmiddels is de communis opinio dat de georganiseerdheid het best kan worden opgevat als een netwerk van groepen en groepjes, die allemaal hun specifieke positie of functie hebben in een soort los-vast netwerk. Ondermijning gaat over de schadelijke effecten van de georganiseerde criminaliteit op de samenleving. Zij tast de beoogde, legale werking van het samenlevingssysteem aan. Ondermijning is georganiseerde criminaliteit die op een nare en schadelijke manier dichtbij komt.
Een belangrijk ondermijnend effect is dat georganiseerde criminaliteit (te) vaak loont en dat het (witgewassen) crimineel geld wordt geïnvesteerd in vastgoed en bedrijven (LIEC, 2019). Dit resulteert in bewegingen van de ‘onderwereld’ naar de ‘bovenwereld’. De criminele wereld is of lijkt aantrekkelijk vanwege het idee snel en gemakkelijk (veel) geld te kunnen verdienen. Maar dat is vaak schijn, want de criminele wereld is hard, met concurrentie, geweld en interne ongelijkheid. Criminele netwerken misbruiken afhankelijkheden van kwetsbare personen. In ruil voor woonruimte, drugs of schuldsanering worden bijvoorbeeld wederdiensten gevraagd, zoals het handelen in drugs, het verrichten van (te) goedkope arbeid, het meehelpen aan hennepteelt of het verrichten van illegale prostitutie. Criminelen misbruiken niet alleen sociale kwetsbaarheden, ze deinzen er evenmin voor terug deze te verergeren als ze er aan kunnen verdienen. Over de gemeentelijke taak (en die van politie en justitie) Het onderscheid tussen georganiseerde criminaliteit en ondermijning heeft praktische implicaties en draagt bij aan rolverduidelijking bij terugdringing van beide fenomenen.
De aanpak van de georganiseerde criminaliteit is primair de taak van opsporingsdiensten zoals de politie, terwijl het reduceren van de ondermijnende gevolgen met name de taak is van het openbaar bestuur, meteen centrale rol voor de gemeente. De burgemeester is geen crime fighter, maar verantwoordelijk voor het waarborgen van de orde, veiligheid en integriteit van de (lokale) samenleving (Tops en Van der Torre, 2024). En daarmee voor het voorkomen en terugdringen van een gunstige voedingsbodem 2
voor de georganiseerde criminaliteit. In de aanpak van ondermijning is samenspel tussen onderwijs, sociale professionals, jongerenwerk, reclassering, gemeentelijke handhaving, lokale politie (wijkpolitie en recherche) en justitie van groot belang. De justitiële bestrijding van de georganiseerde criminaliteit ligt in handen van politie, justitie en andere opsporingsdiensten (b.v. de FIOD); dat is belangrijk bij de bescherming van onze samenleving tegen criminele invloeden. Het gaat bijvoorbeeld om vervolging van criminelen die hennepteelt organiseren, veel drugs verkopen of misdaadgeld investeren in vastgoed. Bij de aanpak van ondermijning is op onderdelen samenwerking geboden tussen gemeenten en justitiële instanties. 1.2
Onderzoeksvragen en -activiteiten
Dit criminologisch onderzoek geeft antwoord op twee vragen: 1.) 2.)
Wat zijn belangrijke criminele gelegenheidsstructuren in Zwijndrecht, Papendrecht, Alblasserdam, Hendrik-Ido-Ambacht en Sliedrecht? Wat zijn belangrijke criminele fenomenen in deze vijf gemeenten? Om welke markten, locaties of branches gaat het en wat kan worden gezegd over de (mogelijke) ondermijnende effecten hiervan?
Om de onderzoeksvragen te beantwoorden zijn verschillende onderzoeksactiviteiten uitgevoerd. We hebben voor een ondermijningsbeeld in de gemeente Papendrecht in totaal 20 respondenten geïnterviewd. Vooral bij de gemeente (18 respondenten, inclusief jongerenwerk) en we spraken met twee politiemensen. Dit rapport is afgerond in maart 2024 en is benut voor deze rapportage. Voor het onderzoek in de vier andere gemeenten zijn negen groepsgesprekken gevoerd met in totaal 33 gemeenteambtenaren. De respondenten zijn als volgt verdeeld over de gemeenten: Zwijndrecht (8), Alblasserdam (11), Sliedrecht (3) en Hendrik-Ido-Ambacht (11). Voorts is met een specialist van de politie gesproken. Door de opzet van deze studie worden open bronnen, registraties (van de politie en in het kader van ‘Zicht op Ondermijning’) gecombineerd met de kennis en inzichten van (ook uitvoerende) professionals. 1 Straatinformatie en vakkennis van politiemensen, ambtenaren en andere professionals (b.v. jongerenwerk) zijn onmisbaar om het lokale gezicht van de georganiseerde misdaad levensecht in kaart te brengen (Tops & Van der Torre, 2024). Voor de beschrijving van ondermijning in de Drechtsteden-gemeenten zijn de informatie en inschattingen van respondenten een belangrijke bron.
De aldus verstrekte informatie is deels gebaseerd op strafrechtelijke of bestuurlijke dossiers en/of op ervaringen, onder meer bij controles of bij sociaal-preventieve inspanningen. Er heeft geen dossieronderzoek plaatsgevonden. Daarnaast baseren onze respondenten zich op subjectieve aanwijzingen, vermoedens of verdenkingen. Hoewel het gaat om professionals met veel materie- en locatiekennis, verstrekten ze ook informatie over mogelijke criminaliteit en overtredingen die niet zijn bewezen of niet zijn vastgesteld. Zo dient de tekst dus steeds te worden gelezen, namelijk als een weergave van professionele ervaringen, inzichten en inschattingen over (mogelijke) georganiseerde criminaliteit en ondermijning.
1
De werkwijze stemt, op hoofdlijnen, overeen met de manier waarop ondermijningsbeelden worden uitgevoerd in RIEC-verband (we stelden tientallen van dergelijke ondermijningsbeelden op) en met de methodologische gang van zaken bij de zogenoemde Gebiedsscan Criminaliteit en Overlast (Beke e.a., 2009).
3
1.3
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de criminele kansen en hoofdstuk 3 de ondermijnende praktijken. De bevindingen in hoofdstuk 2 worden samengevat in de tabellen 2.2, 2.7 en 2.8 en in hoofdstuk 3 in de tabellen 3.14 en 3.22. Hoofdstuk 4 is een slotbeschouwing.
4
Hoofdstuk 2 Criminele gelegenheidsstructuren Inleiding Dit hoofdstuk analyseert de criminele gelegenheidsstructuren. Voor bestudering van de criminele kansen in een bepaald gebied kan onderscheid worden gemaakt tussen drie factoren, namelijk: situationeel, sociaaleconomisch en cultureel. Deze worden achtereenvolgens beschreven in de paragrafen 2.2, 2.3 en 2.4. Paragraaf 2.1 presenteert een algemene bevinding. Paragraaf 2.5 is een korte afsluiting. 2.1
Algemeen: stedelijke kenmerken of invloeden
De vijf Zuid-Hollandse gemeenten - Zwijndrecht, Papendrecht, Alblasserdam, Hendrik-Ido-Ambacht en Sliedrecht - vormen samen het grondgebied van het basisteam Drechtsteden Buiten van de politie-eenheid Rotterdam. Dit gebied ligt, grofweg, aan een kant ingeklemd tussen Dordrecht en het buitengebied, onder meer in de gemeente Molenlanden. Ten westen van het gebied liggen Rotterdam en de gemeenten Barendrecht en Ridderkerk. Het inwonertal van de vijf Drechtstedengemeenten komt tezamen uit op 156.215 per januari 2024. Zwijndrecht telt begin 2024 de meeste inwoners (44.780) en Alblasserdam met 20.306 het minst. Papendrecht telt 32.174 inwoners, Hendrik-Ido-Ambacht 32.685 en Sliedrecht, tot slot, 26.270. Het Drechtsteden-gebied is dichtbevolkt en heeft daarmee een stedelijk karakter. Het aantal inwoners per vierkante kilometer ligt in Drechtsteden Buiten op 2.522; dat is beduidend meer dan in de gemeente Dordrecht, waar deze score uitkomt op 1.554. In twee Drechtsteden-gemeenten ligt de gemiddelde bevolkingsdichtheid boven de drieduizend inwoners per vierkante kilometer, namelijk in Hendrik-Ido-Ambacht (3.081) en in Papendrecht (3.419). Deze laatste score ligt zelfs boven die van het grootstedelijke Rotterdam, met veel hoogbouw (3.085).
De hoge bevolkingsdichtheid in de vijf Drechtsteden-gemeenten hangt deels samen met: a.) een relatief groot aantal sociale huurwoningen in drie van deze gemeenten (namelijk Zwijndrecht, Sliedrecht en Alblasserdam: zie paragraaf 2.3); en b.) de bouwperiode van de panden, met veel woningen die stammen uit de naoorlogse periode (1950-1970) of uit de jaren zeventig. De gemeenten tellen daardoor veel gedateerde woningen. In de (vroeg-)naoorlogse wijken, gebouwd tussen 1950 en 1970, wonen van oudsher veel autochtone (haven-)arbeiders, waaronder ‘Rotterdamse’ of Dordtse arbeidskrachten. De woningen werden gebouwd volgens de destijds gangbare stijl en normen wat betreft bouwkwaliteit. Het zijn overwegend kleine (huur-)woningen. De fysieke bouw maakt de woningen gevoelig voor geluids- en woonoverlast. Het dichtbevolkte karakter van de Drechtsteden-gemeenten is geen directe oorzaak van overlast of criminaliteit, al werkt het overlast wel in de hand. Zeker in de meest dichtbebouwde wijken met gedateerde (flat-)woningen of eengezinswoningen met een klein woonoppervlakte per persoon. Onaangepast gedrag van huishoudens of personen resulteert al snel in woonoverlast. Dat brengt werk met zich mee voor veiligheidsambtenaren van de gemeenten en voor woningcorporaties. Jongeren en jongvolwassenen trekken eerder de straat op, hetgeen overlast kan opleveren.
In kwetsbare sub-buurt of straten in de vijf Drechtsteden wonen de nodige zogenoemde risicojongeren; jeugd (van tien tot en met 23 jaar) met een verhoogd risico om in de criminele
5
drugswereld te belanden. In de vijf Drechtsteden-gemeenten gaat het bij elkaar om 1.280 jongeren.2 Het wijst op een risico en patroon dat in hoofdstuk 3 aan bod komt: kwetsbare jeugdigen die samenklonteren op geijkte hotspots, alwaar criminele invloeden zich laten voelen. Dit laatste komt onder meer door de aanwezigheid van personen uit criminele families of netwerken en door praktijken van mobiele drugshandelaren. Rotterdam en Dordrecht tellen veel risicojongeren (met een verhoogde kans om in de drugscriminaliteit te belanden); 8.670 in Rotterdam en 1.380 in Dordrecht. Met de risicojongeren in Barendrecht (370) en Ridderkerk (400) komt de teller in gemeenten rondom de vijf Drechtstedengemeenten uit op meer dat tienduizend (10.820). Jongeren uit de Drechtsteden staan in contact met jongeren in de wijde Rotterdamse regio. In Drechtsteden Buiten vervullen vooral de gemeente Zwijndrecht en Papendrecht een sub-lokale centrumfunctie. Hoewel dit niet valt te vergelijken met Dordrecht, zijn er redenen waarom mensen naar deze Drechtsteden komen. Er gaat aantrekkingskracht uit van middelbare scholen, het sportleven, horeca, winkels en enkele grote werkgevers. De consequentie is dat veel wordt gevraagd van het gemeentelijke apparaat, zeker met inachtneming van de sociale vraagstukken in kwetsbare en gedateerde buurten in Zwijndrecht en Papendrecht.
Deze gemeenten worden in de interviewronde steevast getypeerd als ‘kleine steden’, inclusief een werkaanbod qua veiligheid (breder dan ondermijning) dat stedelijke kenmerken heeft en onder invloed staat van Dordrecht en Rotterdam. In de andere drie Drechtsteden-gemeenten is dit laatste - aldus respondenten - tot op zekere hoogte ook het geval, al laten ze zich niet direct omschrijven als ‘kleine stad’. Deze drie gemeenten kennen buurten en gemeenschappen met het signatuur van de zogenoemde Bible Belt. Dit komt tot uitdrukking in het feit dat de SGP of de lijstcombinatie SGP/Christen Unie de meeste zetels telt in al deze gemeenten: 26 procent (SGP, 5 zetels) in Alblasserdam, 30 procent in HendrikIdo-Ambacht (SGP/CU, 7 zetels) en 33 procent (SGP/CU, 7 zetels) in Sliedrecht. Het gaat gepaard met gemeenschapszin, inclusief sociale en economische zelfredzaamheid, getuige onder meer sterk ontwikkeld ondernemerschap. Tabel 2.1: Aantal inwoners, landoppervlakte en wijken, buurten en kernen in vijf Drechtsteden-gemeenten (per 1 januari 2024, bron Wikipedia). Gemeente
Inwoners
Opp. km2
Inw./ km2
Aantal wijken/ dorpen
Zwijndrecht
44.780
20,30
2.210
Zes wijken, plus Heerjansdam en Kleine-Lindt
Papendrecht
32.174
9,41
3.419
6 buurten (CBS)
H.I. Ambacht
32.685
10,61
3.081
5 wijken (CBS)
Alblasserdam
20.306
8,78
2.313
7 buurten (CBS)
Sliedrecht
26.270
12,84
2.046
13 buurten (CBS)
156.215
61,94
2.522
11 wijken, 26 buurten en 2 kernen
2.2
Situationele factoren: een sub-infrastructuur met criminele kansen
De vijf Drechtsteden-gemeenten tellen 156.215 inwoners en liggen als het ware ingeklemd tussen Dordrecht (122.089) en Rotterdam (671.125 inwoners). In fysieke zin gaat het haast om een verstedelijkt conglomeraat, temeer omdat Barendrecht (48.689 inwoners) en Ridderkerk (47.713 2
Bron: Zicht op Ondermijning.
6
inwoners) grenzen aan Rotterdam en tegen Zwijndrecht en Hendrik-Ido-Ambacht aan zijn gegroeid. De genoemde gemeenten tellen bij elkaar bijna 1,05 miljoen inwoners. In dit gehele dichtbebouwde gebied zijn de vijf Drechtsteden-gemeenten goed bereikbaar. Over de weg gaat het om twee drukke Rijkswegen (”verkeersaders”), namelijk de A16 en de A15. De A16 loopt vanuit Rotterdam, over de Van Brienenoord-brug, door Rotterdam-Zuid en langs Ridderkerk en Barendrecht naar Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht. Deze Rijksweg loopt door naar Dordrecht en richting de Moerdijkbrug. Die brug voert naar een soort Rijkswegen-driesprong in Noord-Brabant; de A17 naar Roosendaal, de A16 naar Breda (en België) en de A59 richting Waalwijk. De A15 komt uit het Botlek-gebied, langs Rotterdam-Zuid, Barendrecht en Ridderkerk, en loopt door naar Alblasserdam, Papendrecht en Sliedrecht. Vanaf Sliedrecht ligt Gorinchem op korte afstand; de A15 kruist daar met de A27 die voert naar Utrecht of, de andere kant op, naar Brabantse steden, zoals Oosterhout of Breda. Zwijndrecht en Papendrecht liggen stijf tegen Dordrecht aan. Over de A16 is Dordrecht vanuit Zwijndrecht in korte tijd bereikbaar per auto; over de N3 geldt hetzelfde voor Papendrecht. Drechtsteden Buiten ligt als het ware ingeklemd tussen drie rivieren: de Noord, de Merwede en de Oude Maas.
Dit zijn drukbevaren waterwegen en dat tekent de lokale economie, getuige watergebonden bedrijven en bedrijfslocaties. Per openbaar vervoer is er een rechtstreekse spoorverbinding tussen Rotterdam Centraal (via onder meer Rotterdam Zuid) en Zwijndrecht en Dordrecht. Vanuit Dordrecht is er een treinverbinding naar Sliedrecht. Vanuit het gebied lopen buslijnen van en naar Rotterdam Zuid of Dordrecht. Dit is een optie voor onder meer middelbare scholieren of studenten. Drechtsteden Buiten telt veel dichtbevolkte wijken en dorpen. Alblasserdam, Papendrecht en Sliedrecht grenzen aan de gemeente Molenlanden. Molenlanden heeft een typisch buitengebied. De gemeente heeft (met 45.276 inwoners per januari 2024) een oppervlakte van 192 vierkante kilometer (met een landoppervlakte van 181 vierkante kilometer). De (centrale) ligging van de vijf Drechtsteden-gemeenten - aan het water en aan de A15 en A16, bij grote steden en grenzend aan een groot buitengebied - maakt het gebied aantrekkelijk om te wonen en te werken; het is een impuls voor economische bedrijvigheid. Dat is echter niet de bril van dit onderzoek, naar ondermijning. Vanuit ons onderzoeksperspectief komen verschillende criminele kansen in beeld: a. b. c. d. e. f.
Te midden van verschillende drugsmarkten Lokale kansen op regionale misdaadmarkten Verplaatsingsgevoeligheden In de luwte Drugshandelaren om de hoek: 24/7-aanbod Drechtsteden als maritiem knooppunt
Ad a.) Te midden van verschillende drugsmarkten De centrale ligging vlakbij Rotterdam, Dordrecht en Noord-Brabant plaatst de Drechtstedengemeenten tussen verschillende (ook bovenlokale) drugsmarkten, te weten: ▪
De goed georganiseerde drugscriminaliteit in Rotterdam, met onder meer (internationale) drugshandel, drugsproductie en investeringen van (witgewassen) drugsgeld in onder meer bedrijven in risicobranches (zie bijvoorbeeld Staring e.a., 2019).
7
▪
▪
▪ ▪
Deze Rotterdamse drugscriminaliteit is uitgewaaierd naar kleinere gemeenten die grenzen aan deze grote stad, zoals Barendrecht, Schiedam, Vlaardingen en Nissewaard. Via de genoemde verkeeraders ligt dit op korte (reis)afstand van de Drechtsteden-gemeenten. De drugscriminaliteit in de gemeente Dordrecht. Tussen 2015 en 2019 zijn in Dordrecht 560 personen verdacht van een drugsdelict; dat is 0,5 procent van de populatie. 3 Wat dit betreft scoort in de nabije omgeving alleen Rotterdam (0,6 procent) ongunstiger dan Dordrecht. De goed georganiseerde drugscriminaliteit in Utrecht en omgeving, met onder meer (internationale) cocaïnehandel en drugsproductie (zie b.v. Broekhuizen, 2021). De georganiseerde drugscriminaliteit in Noord-Brabant, met onder meer drugsproductie, zowel hennepteelt als productie van synthetische drugs (zie b.v. Tops e.a., 2018) en met talrijke ‘ervaren’ criminele netwerken (Beke, Van der Torre en Van Duin, 2012). Het gaat onder meer om de goed bereikbare gemeenten Roosendaal (zie b.v. Beke e.a., 2012; Van der Torre en Van Valkenhoef, 2016).
Ad b.) Lokale kansen op regionale misdaadmarkten In de interviewronde wordt duidelijk dat lokale criminelen en criminele families - woonachtig in Drechtsteden Buiten - zich in de misdaadwereld opwerken of in elk geval een positie verwerven. Daarbij wordt geprofiteerd van de drugsmarkten en drugspraktijken in Dordrecht en Rotterdam. De lokale aanwezigheid van criminele know how, van criminele contacten en van (grote en kleine) drugsklanten helpt daarbij. Ad c.) Verplaatsingsgevoeligheden De vijf Drechtsteden-gemeenten krijgen te maken met criminele verplaatsing en expansie. Het gaat, zo blijkt uit de interviewronde, in het bijzonder om criminelen uit de Rotterdamse regio. Als in die regio gericht (streng) wordt opgetreden tegen vormen van georganiseerde misdaad, dan is Drechtsteden Buiten een gebied waar naartoe criminelen (kunnen) uitwijken. Respondenten wijzen onder meer op verhuizing van bedrijven én personen naar Drechtsteden Buiten. Deels gaat het niet zozeer om verplaatsing waarschijnlijk, maar om expansie: criminelen zien mogelijkheden om hun parktijken in Drechtsteden Buiten uit te breiden en door te ontwikkelen. Al met al hebben de criminele bewegingen, waarover respondenten vertellen, te maken met push- en pull-factoren. Dat wil zeggen argumenten om (deels) andere gemeenten te verlaten met misdaadpraktijken (‘push’).
En factoren die de vijf Drechtsteden-gemeenten criminele aantrekkingskracht verschaffen (‘pull’): goed bereikbaar, weinig of minder toezicht door politie of gemeente, mainportfuncties en beschikbaar en betaalbaar vastgoed, ook op bedrijventerreinen. Meer concreet wijzen respondenten op de volgende verplaatsingsgevoeligheden: ▪
Anonieme (bedrijfs-)locaties. Door een (relatief) laag niveau van toezicht in de vijf Drechtsteden-gemeenten is het voor criminelen van buitenaf een (aantrekkelijke) optie om ten behoeve van criminaliteit een woning of bedrijfspand te kopen of te huren. Bijvoorbeeld een bedrijfspand dat wordt benut bij een crimineel project. Een respondent geeft het voorbeeld van een bedrijfsobject dat in feite louter wordt gebruikt voor opslag bij één internationaal drugstransport. De anonimiteit trekt misdaad aan (pull-factor), terwijl aangescherpte handhaving ‘elders’ een push-factor is die aanzet om uit te wijken naar de Drechtsteden (zie hieronder). Er kunnen ook, zo wordt verteld, appartementen of bedrijfspanden worden gekocht of gehuurd voor criminele ontmoetingen of projecten.
3
Cijfers over Dordrecht gebaseerd op https://www.zichtopondermijning.nl/. In Papendrecht is 0,2 procent van de inwoners verdachte geweest van een drugsdelict tussen 2015 en 2019. Dat gaat om 70 personen.
8
▪
Sociale huur-verhuizingen. In de interviewronde wordt benadrukt dat er verhuisbewegingen zijn richting de vijf Drechtsteden-gemeenten in het segment van sociale huurwoningen. Er wordt gewezen op verhuizingen vanuit (voormalige) probleemwijken in Dordrecht met renovatie of nieuwbouw. Ook staan mensen in Dordrecht lange tijd op een wachtlijst voor een sociale huurwoning. Met de verhuisbewegingen van huishoudens en mensen met een achterstandspositie (op de woningmarkt, op de arbeidsmarkt en qua opleiding) verhuisden sociale problemen mee naar Drechtsteden Buiten. Voor een deel gingen deze sociale problemen gepaard met onveiligheid, zoals geweld (in het huishouden of op straat), overlast, drugsgebruik, drugshandel en andere misdaad, zoals vernielingen of drugsproductie (hennepteelt). Lange tijd viel dit niet direct op in huurcomplexen of op straat. Inmiddels telt het onderzoeksgebied enkele hotspots rondom sociale huurwoningen met (deels zichtbare) criminaliteit. Zie hoofdstuk 3.
▪
Push-factor: aanpak in de Spaanse Polder. De projectmatige aanpak van ondermijning op het grote bedrijventerrein de Spaanse Polder, in Rotterdam én Schiedam, heeft geleid tot verplaatsing van criminele of verdachte praktijken vanuit dit gebied naar bedrijfspanden elders in de ruime regio (zie bijvoorbeeld Rekenkamer Pijnacker-Nootdorp, 2021). In de Spaanse Polder werd repressief opgetreden, zijn publieke professionals (o.a. gemeenteambtenaren en politiemensen) op straatniveau aanwezig en zijn de banden aangehaald met de vele goedwillende ondernemers. Voor malafide bedrijven zijn deze publieke aanwezigheid en de informatiestroom tussen ondernemers en overheid ‘onveilig’ (Scherpenisse e.a., 2017). Het resulteerde in verplaatsingen naar bijvoorbeeld Vlaardingen of Pijnacker-Noordorp, alsook naar Drechtsteden Buiten. Respondenten wijzen op enkele casus of concrete vermoedens, zoals een drugsnetwerk of een dubieus autobedrijf.
▪
Push-factor: aanpak bedrijventerreinen in Barendrecht. Er is meer recent een (integrale) aanpak opgezet op bedrijventerreinen in Barendrecht. Dit werd onder meer gericht op risicosectoren, zoals transportbedrijven. De snelheid waarmee bederfelijke goederen als fruit worden vervoerd stelt grenzen aan de controlemogelijkheden. Dat maakt het een geijkte deklading voor cocaïnetransporten, ook omdat veel fruit wordt geïmporteerd vanuit ZuidAmerika. Drechtsteden Buiten ligt pal naast (bedrijventerreinen in) Barendrecht.
▪
Push-factor: de Rotterdamse havenaanpak van georganiseerde drugsmisdaad. In het afgelopen decennium zijn de internationale drugssmokkelpraktijken via de Rotterdamse zeehaven, en de bestrijding daarvan, hoog op de agenda gekomen. Niet alleen van het Rotterdamse gemeentebestuur, opsporingsinstanties en douane, maar ook van particuliere bedrijven en van de Rijksoverheid. Dit laatste komt tot uiting in het financieren van de drugsbestrijding via mainports, met een centrale plaats voor de Rotterdamse zeehaven. Dit heeft geresulteerd in criminele aanpassingen, aldus een respondent. Het veiligstellen van drugs in het Rotterdamse havengebied (uit een zeecontainer) wordt onder andere, zo is de gedachte, vaker uitgesteld. Bijvoorbeeld naar een later moment en een andere locatie. Bijvoorbeeld Inland container terminals, waarvan er één ligt in Alblasserdam. Respondenten kunnen geen casus benoemden met aangetoonde drugssmokkel naar deze terminal. Wel wordt gewezen op een casus waarbij, zonder terughoudendheid, werd getracht een chauffeur met toegang tot deze locatie te ronselen. 9
Ad d.) In de luwte De inspanningen van rechercheafdelingen in de politie-eenheid Rotterdam worden – begrijpelijkerwijs vanwege de ernst – gericht op internationale drugshandel, met vaak cocaïne als belangrijke sub-markt. Dit is in lijn met de ‘Strategische agenda 2023-2026’ van de politie-eenheid Rotterdam. Verder ligt de regionale politiefocus onder andere op digitale criminaliteit, op criminele (jonge) aanwas in de drugswereld (onder de noemer ‘zorg & veiligheid’) en op maatschappelijk ongenoegen. Dit plaatst drie ondermijnende fenomenen in Drechtsteden Buiten tot op zekere hoogte in de luwte: lokale drugshandel, hennepteelt en uitbuiting van arbeidsmigranten. Ad e.) Drugshandelaren om de hoek: 24/7-levering Mobiele drugshandelaren van buitenaf - bronnen wijzen op Dordrecht, Gorinchem en Rotterdam leveren drugs af in de Drechtsteden-gemeenten: dagelijks en desgewenst (bijna) 24/7. Op verschillende locaties is dit zichtbaar, bijvoorbeeld op en neer pendelende voertuigen vanuit Dordrecht richting Zwijndrecht of Papendrecht. De drugs worden besteld (per Telegram bijvoorbeeld) en afgeleverd. Dit drugsverkeer komt mede voort uit de lage pakkans in Drechtsteden Buiten en uit de vraag naar drugs. Zie verder hoofdstuk 3.
Ad f.) Drechtsteden als maritiem knooppunt De Drechtsteden (inclusief de gemeente Dordrecht) vormen een maritiem knooppunt, rondom de rivieren Beneden-Merwede, De Noord en De Oude Maas. Die zijn samen een zeer drukke vaarroute zijn in Europa. De binnenvaartoverslag op de containerterminal in Alblasserdam is in zes jaar tijd gegroeid naar 100.000 containers. Er worden containers aan- en afgevoerd over de weg. Deze vervoersbewegingen zijn goed voor de economie, al schuilt hierin een typisch Nederlandse criminele kans: criminele vervoersbewegingen liften mee op massale legale transporten over het water en over de weg. Door de grote omvang van de internationale drugscriminaliteit in ons land, gaat het vooral om drugstransporten (Noordanus e.a., 2020). Bedrijven of medewerkers kunnen drugstransporten passief faciliteren (ze weten dan van niets) of actief deelnemen aan criminele drugspraktijken. Voor onze respondenten vormt dit type criminaliteit in veel opzichten een blinde vlek, al zijn ze zich bewust van de kansenstructuur. Tabel 2.1: Mediaberichten over maritieme drugscriminaliteit -
Casus 1 De politie pakt in februari 2022 negen verdachten op in een grootschalig onderzoek naar
-
cocaïne-import via de Rotterdamse haven. De mannen worden onder meer verdacht van de invoer van cocaïne, witwassen, niet-ambtelijke corruptie en verboden vuurwapenbezit. Dertien woningen en bedrijfspanden in Rotterdam, Schiedam, Hoogvliet, Papendrecht en Den Haag zijn doorzocht. 4 Casus 2 In december 2020 treft de Spaanse douane, voor de kust van Gran Canaria, bij een controle een enorme hoeveelheid van 15.000 kilo hasj aan in een sleepboot. Die was een maand eerder uit het Nederlandse Zwijndrecht vertrokken.5
Tabel 2.2: Schematische samenvatting van situationele criminele gelegenheidsstructuren In de buurt van (bereikbare) drugsmarkten - De criminele drugswereld in Rotterdam en in de directe omgeving van deze stad (b.v. Schiedam, Vlaardingen en Barendrecht). 4 5
Bron: Politie.nl, Grootschalig onderzoek naar invoer van cocaïne, witwassen en corruptie, 18 februari 2022. Bron: Schuttevaer.nl, Sleper aangehouden met 15 ton hasj, 31 december 2020.
10
-
De drugscriminaliteit in Dordrecht; de vijf onderzochte gemeenten zijn makkelijk bereikbaar voor drugshandelaren uit deze stad De drugsmarkten in Rotterdam en Dordrecht bieden (mogelijkheden tot het benutten van) criminele kansen aan lokale criminelen in de vijf bestudeerde gemeenten. De georganiseerde drugscriminaliteit in Utrecht en omgeving, met onder meer (internationale) cocaïnehandel De Brabantse drugscriminaliteit, met onder meer drugsproductie; zowel hennep als synthetische drugs
Verplaatsingsgevoeligheden - Algemeen: bij aangescherpt optreden tegen georganiseerde misdaad in de ruime regio kans op verplaatsing richting Drechtsteden Buiten - Specifiek: pushfactoren vanwege 1.) aanpak bedrijventerrein Spaanse Polder (Rotterdam en Schiedam); 2.) bedrijventerrein-aanpak in Barendrecht; en 3.) aanpak havencriminaliteit in Rotterdam. -
Criminaliteit (o.a. drugsmisdaad) en sociale problemen die ‘meeverhuizen’ naar Drechtsteden Buiten bij verhuisbewegingen op de sociale huurmarkt in Drechtsteden
In de luwte: criminele kansen voor lokale drugshandel en hennepteelt - De aanpak van lokale drugshandel krijgt geen prioriteit voor politie en justitie. Dit volgt o.a. uit de strategische politieagenda en het valt buiten de opsporingstaak die bij inrichting van de nationale -
politie aan de basisteams is toebedeeld. Er is geen strafrechtelijke prioriteit voor bestrijding van hennepteelt; de pakkans voor criminelen die deze teelt organiseren ligt op een laag niveau
Mobiele drugshandelaren: bijna 24/7-aanb - Een bijna 24-7 beschikbaar drugsaanbod, geleverd door mobiele drugshandelaren uit onder meer Dordrecht en Rotterdam Onderdeel van maritiem knooppunt Drechtsteden - Drechtsteden als maritiem knooppunt in Nederland, met een Inland container terminal in Alblasserdam -
2.3
Kans dat illegale (drugs)transporten meeliften op de vele vervoersbewegingen over water en weg
Sociaaleconomische factoren
Drechtsteden Buiten telt veel bedrijven (waaronder grote en/of gerenommeerde bedrijven) en vervult (met name in Zwijndrecht en Papendrecht) centrumfuncties. Het gebied kent de nodige kwetsbare buurten. Vanuit de criminologische invalshoek van deze studie komen de volgende sociaaleconomische criminele kansen in beeld: ▪ ▪ ▪ ▪
Kwetsbare buurten Risico-jongeren: ruim twaalfhonderd Goedkoop vastgoed Risicobranches en bedrijventerreinen
2.3.1 Kwetsbare buurten Op de ‘Zuid-Hollandse ranglijst’ wat betreft het gemiddelde bruto jaarinkomen per inwoner in 2022, met in totaal vijftig gemeenten, scoren drie Drechtsteden-gemeenten slecht. De gemeente Sliedrecht 11
staat zelfs helemaal onderaan (plek 50), met een gemiddeld bruto jaarinkomen per inwoner van € 27.800,-. Op plek 47 staat de gemeente Alblasserdam (€ 28.500,-) en op plek 44 de gemeente Zwijndrecht (€ 29.100,-). In Papendrecht komt dit inkomen uit op € 30.500 (plek 31) en in HendrikIdo-Ambacht op € 31.800,- (plek 22). Op basis van deze gegevens valt te begrijpen dat in de interviewronde wordt gewezen op de nodige kwetsbare wijken of (sub-)buurten. Dat is een voedingsbodem voor financiële of sociale problemen, zoals schulden of slechte gezondheid. Criminaliteit kan - op straat, in wooncomplexen of in huishoudens - onderdeel worden van dergelijke probleemcumulatie. We zetten per gemeente sociaaleconomisch kwetsbare wijken of buurten op een rij: ▪
In Zwijndrecht bestaat een stevig inkomensverschil tussen Heerjansdam (landelijk gebied, € 36.400,-) en de drie wijken met de laagste gemiddelde bruto jaarinkomens per inwoner: Nederhoven (€ 28.000,-, met 6.180 inwoners); Kort Ambacht (€ 26.100,-, met 7.105 inwoners); en Noord (€ 25.700,-, met 6.715 inwoners). Zwijndrecht telt niet minder dan tien buurten met een bruto jaarinkomen per inwoner onder € 20.000,-. De vijf slechts scorende buurten zijn: Meerdervoort (€ 18.100, met 495 inwoners in de wijk Kort Ambacht); Leeuwerik- en Fazantplein (€ 16.700,-, met 415 inwoners in de wijk Nederhoven); CorridorOost (€ 16.300,-, met 310 inwoners in het Centrum); Langeraarstraat e.o. (€ 15.900,-, met 415 inwoners in de wijk Noord); en Kapiteinflats (€ 15.800,-, met 615 inwoners in de wijk Kort Ambacht). Het gaat om lage inkomens, ook in vergelijking met (‘arme buurten’ in) de vier andere gemeenten.
▪
De gemeente Papendrecht staat in de Zuid-Hollandse middenmoot (plek 31 van 50) qua gemiddeld bruto jaarinkomen, met (in 2022) een gemiddeld bruto jaarinkomen per inwoner van € 30.100,-. In twee wijken (Oostpolder en Wilgendonk) ligt het gemiddelde inkomen hoger. Er is in Papendrecht qua inkomen een onderkant, namelijk in de wijk Kraaihoek; met een inkomen van € 26.400,-. Dat blijft achter op de andere zes wijken. De gemeente telt vier buurten - in de wijk Kraaihoek - met een gemiddeld bruto jaarinkomen per inwoners van € 25.700,-. Het betreft: Het Zand (455 inwoners); Kraaihoek Noord (2.435 inwoners); Kraaihoek Zuid (1.955 inwoners); en Pontonniersbuurt (800 inwoners).
▪
Van de vijf Drechtsteden-gemeenten ligt het gemiddelde bruto jaarinkomen per inwoner duidelijk het hoogst in Hendrik-Ido-Ambacht (€ 31.800,-). De gemeente telt drie buurten met een gemiddeld inkomen onder € 30.000,-. Deze buurten liggen in het centrum: Oostendam (€ 29.200, met 3.245 inwoners); Dorp (€ 28.300,-, met 4.880 inwoners); en Kruiswiel (€ 27.300,-, met 3.350 inwoners).
▪
De gemeente Alblasserdam staat op de inkomensranglijst van Zuid-Holland op plek 44 (van de 50), met een gemiddeld bruto jaarinkomen per inwoner van € 28.500,-. De gemeente telt negen buurten met een inkomen onder € 26.000,-. In zes buurten ligt dit op of onder € 23.400,-. Het betreft: Drentsebuurt (€ 23.400,-, met 905 inwoners in de wijk Blokweer); Redersbuurt (€ 23.200,-, met 635 inwoners in het Centrum); Rivierenbuurt (€ 23.200,-, met 925 inwoners in de wijk Kinderdijk) ; Florabuurt (€ 23.000,-, met 1.595 inwoners in de wijk Blokweer); Staatsliedenbuurt (€ 21.800,-, met 1.680 inwoners in de wijk Blokweer); en Oranjebuurt (€ 20.300,-, met 500 inwoners in de wijk Souburgh).
12
▪
In Zuid-Holland ligt in 2022 het gemiddelde bruto jaarinkomen op het laagste niveau in de gemeente Sliedrecht, namelijk € 27.800,-. Deze gemeente telt drie buurten waar dit onder € 23.000,- ligt: Staatsliedenbuurt (€ 22.400,-, met 1.145 inwoners in het Centrum); Vogelbuurt-Noord (€ 21.100,-, met 1.720 inwoners in de wijk Sliedrecht Oost); en De Hoven (€ 20.700,-, met 680 inwoners in de wijk Sliedrecht West). Tot slot wonen er tachtig mensen op bedrijventerrein Nijverwaard, met een gemiddeld inkomen van (€ 21.900,-).
Het CBS verzamelt landelijk gegevens over het aantal particuliere huishoudens dat leeft van een inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum. In de vijf Drechtsteden-gemeenten ligt het aantal huishoudens dat vier jaar of langer van zo’n inkomen leeft op ongeveer (het CBS hanteert afgeronde cijfers) 4.300. Dit is, van hoog naar laag en in absolute aantallen, als volgt verdeeld: Zwijndrecht (1.700); Papendrecht (800); Sliedrecht (700); Hendrik-Ido-Ambacht (600) en Alblasserdam (500). Zie de onderstaande tabel. Het gaat om een stevig aantal huishoudens met een langdurig laag inkomen en (dreigende) armoede. Ze wonen geconcentreerd in de (genoemde) ‘armste’ buurten en daarbinnen in goedkope en gedateerde woningen in sub-buurten of in enkele straten met relatief veel sociale huurwoningen. Tabel 2.2: Cijfers over inkomens in de vijf gemeenten Sub-tabel 1: Gemiddeld bruto jaarinkomen per inwoner, per gemeente (bron: www.allecijfers.nl)
Gemiddeld bruto jaarinkomen per inwoner
Plek op lijst van 50 ZuidHollandse gemeenten
Zwijndrecht
€ 29.100,-
44
Papendrecht
€ 30.500,-
31
Hendrik-Ido-Ambacht
€ 31.800,-
22
Alblasserdam
€ 28.500,-
47
Sliedrecht
€ 27.800,-
50
Sub-tabel 2: Het aantal huishoudens dat per gemeente leeft van een inkomen tot maximaal 120 procent van het sociaal minimum (bron: CBS)
Zwijndrecht Papendrecht H.I. Ambacht Alblasserdam Sliedrecht
Gedurende min. 1 jaar x 1.000 2,6 1,3 0,9 0,9 1,1
Langer dan vier jaar x 1.000 1,7 0,8 0,6 0,5 0,7
Armoede of het risico daarop gaat vaak gepaard met – een voedingsbodem voor – andere financiële en sociale problemen, zoals schulden, een slechte gezondheid of criminaliteit.6 In kwetsbare wijken zijn mensen vatbaar voor drugsgebruik. Dit komt mede door de nabijheid van drugshandelaren die hun waar (ook via sociale media) trachten te verkopen. Het risico bestaat dat criminele (drugs)inkomsten worden gezien als welkome extra inkomsten (Tops en Van der Torre, 2024). Gedateerde buurten kampen in de vijf gemeenten met een bijkomende criminogene factor, namelijk de hoge bevolkingsdichtheid: kleine woonoppervlaktes per persoon en schaarse buitenruimte. Dat werkt overlast en conflicten in de hand. Het zorgt voor hectiek in het sociale leven, 6
Zie bijvoorbeeld: CBS, Armoede en sociale uitsluiting 2019. https://longreads.cbs.nl/armoede-en-socialeuitsluiting-2019/de-sociale-context-van-armoede/
13
onder meer voor jongeren. 2.3.2
Risicojongeren: ruim twaalfhonderd
In het kader van het project Zicht op Ondermijning is berekend welk percentage jongeren (van 8 tot 23 jaar) in een bepaald gebied wordt gezien als potentiële jonge aanwas in de drugscriminaliteit. Het aantal risicojongeren wordt afgezet tegen het totaal aantal jongeren in dat gebied. Dit resulteert in percentages voor risicojongeren (peiljaar 2021). Voor Nederland ligt dit op vijf procent. In vier van de vijf Drechtsteden-gemeenten ligt de score op of boven het landelijke gemiddelde: 5,7 procent in Zwijndrecht (390 risicojongeren); 5,5 procent in Papendrecht (290 risicojongeren); 5,1 procent in Sliedrecht (220 risicojongeren); en 5,0 procent in Alblasserdam (180 risicojongeren). Alleen in de, qua gemiddeld jaarinkomen, ‘rijkste’ gemeente ligt de score onder het landelijk gemiddelde: 3,7 procent in Hendrik-Ido-Ambacht (200 risicojongeren). Het totaal aantal risicojongeren in de vijf Drechtsteden-gemeenten komt uit op 1.280. Tabel 3.2 presenteert meer precieze scores (op wijkniveau) per gemeente. Daarbij valt op dat de wijk Kraaihoek in Papendrecht het hoogste percentage risicojongeren heeft (8,2%) en dat drie Zwijndrechtse wijken (namelijk Kort Ambacht, Centrum en Noord) meer dan zeven procent risicojongeren telt.
Het sociale en digitale leven van deze (risico)jongeren is – via onderwijs, sport, uitgaan, het spoor en in de digitale omgeving – verbonden met jongeren in nabijgelegen steden, zoals Dordrecht of Rotterdam. Die steden tellen criminele netwerken, inclusief netwerken waarbinnen jongeren een criminele rol vervullen. Criminele netwerken ronselen jongeren: als klant (bijvoorbeeld drugs, vapes of illegaal gokken) of als criminele uitvoerder. Bijvoorbeeld om drugs veilig te stellen (in een haven) of te bezorgen. Tabel 2.3: Risicojongeren per gemeente (bron: Zicht op Ondermijning) -
Zwijndrecht: 390 risicojongeren (5,7%). Met 90 risicojongeren in Kort Ambacht (7,8%), 80 in Noord (7,3%) en 60 in het Centrum (7,5%).
-
Papendrecht: 290 risicojongeren (5.5%). Kraaihoek telt 70 risicojongeren (8,2%), Westpolder ook 70 (5,0%) en Molenvliet 40 (6,1%).
-
Alblasserdam: 180 risicojongeren (5,0%). Twee derde van de risicojeugd is gesitueerd in de wijk Blokweer (5,8%, 80 jongeren) en Kinderdijk (5,1%, 40 jongeren).
-
Hendrik-Ido-Ambacht: 200 risicojongeren (3,7%). 130 risicojongeren wonen in de wijk Krommeweg (50; 4,1%) of De Volgenlanden (80: 3,7%).
-
Sliedrecht: 220 risicojongeren (5,1%). Een ruime meerderheid van deze jongeren (170) woont in Sliedrecht Oost (90; 5,7%) of Sliedrecht Centrum (80; 5,5%).
14
2.3.3
Goedkoop vastgoed
Drechtsteden Buiten telt per 2023 in totaal ruim 66 duizend woningen.7 Het percentage sociale huurwoningen schommelt qua percentage tussen 23 procent (Hendrik-Ido-Ambacht) en 37 procent (Zwijndrecht). Het totaal aantal sociale huurwoningen komt uit op ongeveer 20 duizend. 8 Zwijndrecht telt duidelijk de meeste sociale huurwoningen: ruim 7 duizend. Zie tabel 2.4 voor de cijfers. Het aantal woningen dat in de vijf Drechtsteden-gemeenten op de particuliere markt wordt verhuurd loopt uiteen van 6 procent van het woningbestand (Papendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht en Alblasserdam), via 7 procent (Zwijndrecht) tot 8 procent (Sliedrecht). In totaal gaat het om ruim vierduizend panden. Alleen in Zwijndrecht komt dit aantal boven de duizend uit. Voor, tijdens en ook nog in de jaren na de economische crisis kon in de Drechtsteden gemeenten tegen een lage prijs (in absolute zin) een woning worden gekocht. In 2015 lag de gemiddelde WOZ-waarde bijvoorbeeld alleen in Hendrik-Ido-Ambacht boven de 2 ton (€ 208.000), terwijl het in de vier andere Drechtsteden gemeenten schommelden tussen € 163.000 (Zwijndrecht) en € 190.000 (Alblasserdam). Een woningaankoop was destijds een interessante private investering. Als verdienmodel (privé of zakelijk, bijvoorbeeld voor een uitzendbureau) op de korte termijn of als pensioenvoorziening.
De huuropbrengsten zorgden voor jaarlijks rendement, nog los van de waardestijging. Hier kwam bij dat de vijf gemeenten, kort gezegd, lange tijd weinig regels stelden aan kamer- of woningverhuur. Deze omstandigheden hebben geresulteerd in particuliere woningverhuur, inclusief kamerverhuur. Wat particuliere verhuur betreft wijzen respondenten op kleine koopappartementen en op eengezinswoningen met lage gemiddelde WOZ-waardes. Anne 2024 ligt de gemiddelde WOZ-waarde overigens in alle vijf de gemeenten boven de 3 ton; veel hoger dan in 2015, maar nog altijd relatief laag ten opzichte van veel andere gemeenten in de Rotterdamse regio. De marktsituatie voor particuliere verhuurders is in korte tijd stevig veranderd: van regelarm naar een opstelsom van lokale en landelijke regels, onder meer over vergunningen, geplafonneerde huurprijzen en de duur van huurcontracten. Volgens landelijke mediaberichten zet dit woningverhuurders aan tot verkoop; in de interviewronde kregen we daarover (nog?) niets te horen. Er worden onder meer kamers en woningen verhuurd aan arbeidsmigranten. Uit een inventarisatie van het aantal arbeidsmigranten dat werkt in Zuid-Holland blijkt dat het op provincie-niveau in 2020 gaat om bijna 145 duizend personen (Decisio, 2022, p. 11). In de vijf Drechtsteden-gemeenten gaat het om kleine aantallen werkende arbeidsmigranten.
In 2020 naar schatting tussen de 100 en 250 in Papendrecht, tussen de 250 en 1.000 in Hendrik-Ido-Ambacht en Alblasserdam, en tussen de 1.000 en 2.500 in Zwijndrecht en Sliedrecht (Decisio, 2022, p. 13). Zie kaart 2.1. De aantallen liggen veel hoger in Rotterdam (20.375), Schiedam (5.565) en Gorinchem (6.380). Arbeidsmigranten die werken in de regio kunnen ook in één van de vijf Drechtstedengemeenten worden gehuisvest.
7
Bron van genoemde cijfers over totaal aantal woningen en over het percentage sociale huurwoningen en particuliere huurwoningen: https://allecijfers.nl 8 Afgeronde percentage ontleend aan website https://allecijfers.nl; door een afrondingseffect betreft het aantal berekende huurwoningen een schatting (die afwijkt van bronnen met exacte cijfers).
15
Kaart 2.1: Weergave van het aantal werkende arbeidsmigranten, per gemeente (bron: Decisio, 2022)
Als we kijken naar enkele risico-indicatoren over vastgoed die worden benoemd door het (openbare) dashboard ‘Zicht op Ondermijning’, levert dat een gemengd beeld op van Drechtsteden Buiten. Het zogenoemde ‘meer-bezit’ betreft eigenaren het drie tot en met vijf verblijfsobjecten of meer dan vijf. Het gaat in de vijf Drechtsteden-gemeenten in totaal om 2.015 objecten (3 t/m 5) en om 1.535 objecten (meer dan 5). Per gemeente liggen de percentuele scores onder het Nederlandse gemiddelde. Zie tabel 2.3. In Zwijndrecht zijn 1.325 verblijfsobjecten in handen van een meerbezitter. In Nederland is 13,1% van de woningaankopen (peiljaar: 2018-2019) gefinancierd door een rechtspersoon als hypothecaire leninggever die niet is vergund door de AMF/DNB in Nederland. Dit percentage ligt in twee Drechtsteden-gemeenten hoger: Zwijndrecht (14,9%, 230 aankopen) en Sliedrecht (14,4%, 100 aankopen). Zie de onderstaande tabel voor meer gegevens. ‘Zicht op ondermijning’ verschaft ook informatie over woningeigenaren die worden getypeerd als snelle groeier; een jaarlijkse groei met minimaal twee panden of minimaal 50 procent groei. Het betreft, met als peiljaar: 2019-2020, 530 woningen in de vijf Drechtsteden-gemeenten. Qua percentage blijven de vijf gemeenten onder het gemiddelde in Nederland (2,8%) of Zuid-Holland (3,3%).
De hoogste lokale score wordt genoteerd in Papendrecht: 2,3 procent (230 woningen). Zie de onderstaande tabel voor informatie over de andere gemeenten. In Nederland staat 2,4 procent van de woningen (waarbij dat bepaald kan worden) administratief leeg (peiljaar 2023). In Drechtsteden Buiten ligt dit percentage hoger in Papendrecht (2,9%; 420 woningen) en Alblasserdam (2,8%; 240 woningen). In absolute zin gaat het in Zwijndrecht om de meeste leegstaande woningen: 470 (2,3%). In Hendrik-Ido-Ambacht betreft het 220 woningen (1,7%) en in Sliedrecht 260 (2,3%). Het betreft administratieve leegstand; mogelijk worden de woningen feitelijk bewoond, maar stemt dat niet overeen met de BRP-registratie. In Nederland valt 0,5 procent van de woningen onder de categorie spookbewoning. In Drechtsteden Buiten score vier gemeenten net zo hoog of hoger (dus ongunstiger): Alblasserdam (1,2%, 100 woningen); Papendrecht (0,8%, 120 woningen); Zwijndrecht (0,5%, 90 woningen); en Sliedrecht (0,5%, 50 woningen).
16
Tabel 2.4: Informatie over vastgoed in de vijf Drechtsteden-gemeenten Sub-tabel 1: Aantal woningen in vijf Drechtsteden-gemeenten, plus het percentage sociale en particuliere huurwoningen (bron: https://allecijfers.nl )
Gemeente
Aantal woningen
% sociale huurwoning *
% particuliere verhuur *
Zwijndrecht
19.111
37% [7.071]
7% [1.338]
Papendrecht
14.609
29% [4.237]
6% [877]
Hendrik-Ido-Ambacht
12.725
23% [2.927]
6% [764]
Alblasserdam
8.449
33% [2.788]
6% [507]
Sliedrecht
11.213
34% [3.812]
8% [897]
Totaal aantal woningen
66.107
20.835
4.383
Noot * Afgeronde percentage ontleend aan website https://allecijfers.nl; door een afrondingseffect betreft het aantal berekende huurwoningen een schatting (die afwijkt van bronnen met exacte cijfers). Sub-tabel 2: Verblijfsobjecten in het bezit van een eigenaar met drie tot vijf of meer dan vijf objecten, t.o.v. alle verblijfsobjecten per Drechtsteden-gemeente, als percentage en in absolute aantallen (peiljaar 2022, bron: Zicht op Ondermijning) 3-5 verblijfsobjecten
> 5 verblijfsobjecten
Zwijndrecht
4,6% [705]
4,0% [620]
Papendrecht
3,7% [440]
2,5% [300]
Hendrik-Ido-Ambacht
3,0% [325]
1,5% [165]
Alblasserdam
3,6% [230]
3,2% [205]
Sliedrecht
3,7% [315]
2,9% [245]
Tot aantal objecten
2.015
1.535
Nederland = 5,4%
Nederland = 6,0 %
Sub-tabel 3: Snelle groeier (peiljaar 2019 - 2020, bron: Zicht op Ondermijning) en percentages ‘woonaankopen met een rechtspersoon als hypothecaire leninggever zonder vergunning AMF/DNB’ (peiljaar 2018 -2019) Snelle groeier *
Leninggever geen vergunning AMF/DNB
Zwijndrecht
1,2% (150 woningen)
14,9% (230 aankopen)
Papendrecht
2,3% (230 woningen)
12,5% (130 aankopen)
Hendrik-Ido-Ambacht
0,7% (70 woningen)
12,3% (120 aankopen)
Alblasserdam
1,0% (50 woningen)
12,5% (70 aankopen)
Sliedrecht
0,4% (30 woningen)
14,4% (100 aankopen)
Totaal
530 woningen
650 aankopen
NL = 2,8% | Zuid-Holland = 3,3%
NL = 13,1% |Zuid-Holland = 13,3%
Noot * een jaarlijkse groei met minimaal twee panden of minimaal 50 procent groei.
17
Sub-tabel 4: Het aantal woningen (waarbij dat bepaald kan worden) met administratieve leegstand (peiljaar 2023) en het aantal spookwoningen (peiljaar 2023).
Administratieve leegstand
Spookbewoning
Percentage
Aantal woningen
Percentage
Aantal woningen
Zwijndrecht
2,3%
470
0,5%
90
Papendrecht
2,9%
420
0,8%
120
Hendrik-Ido-Ambacht
1,7%
220
0,3%
40
Alblasserdam
2,8%
240
1,2%
100
Sliedrecht
2,3%
260
0,5%
50
Totaal (woningen)
1.610
400
Nederland: 2,4%
Nederland 0,5%
Sub-tabel 5: WOZ-waarde in drie kalenderjaren en vijf Drechtsteden-gemeenten (bron: https://allecijfers.nl)
2004
2015
2023
Zwijndrecht
122.000
163.000
303.000
Papendrecht
130.000
183.000
331.000
Hendrik-Ido-Ambacht
137.000
208.000
397.000
Alblasserdam
120.000
190.000
324.000
Sliedrecht
114.000
168.000
303.000
.
2.3.4
Risicobranches en bedrijventerreinen
Het dashboard ‘Zicht op ondermijning’ wijst op risicobranches die bovengemiddeld vaak zijn gevestigd in de vijf gemeenten, afgezet tegen het landelijk gemiddelde (zie bijlage 1 voor uitleg over risicobranches9). Het gaat steeds om het aantal vestigingen per 10.000 inwoners. Deze sub-paragraaf zet gegevens op een rij van veertien branches (peilmoment: q1, 2021) waarvoor geldt dat Drechtsteden Buiten tenminste twee gemeenten telt met een (boven)gemiddeld aantal vestigingen. Zie tabel 2.6. Enkele zaken vallen op. Twee branches hebben betrekking op de mainport-functie van de Drechtsteden. Er zijn bijvoorbeeld dertig bedrijven met watergebonden overslagactiviteiten. In vier van de vijf Drechtsteden-gemeenten zijn bovengemiddeld veel vestigingen van internethandel (650 bedrijven in de vijf gemeenten) en in de categorie ‘overige groothandels’ (770 bedrijven in de vijf gemeenten). Drie Drechtsteden gemeenten tellen bovengemiddeld veel vestigingen in de bouwnijverheid en wat betreft vloerenbedrijven en uitzendbureaus. Voorts zijn twee branches niet opgenomen in de onderstaande tabel. Ten eerste afvalverwerking. Er zijn in het dashboard alleen gegevens bekend over Zwijndrecht, met tien vestigingen (met 4,1 vestigingen per 10.000 inwoners is dat ruim meer dan het landelijke gemiddeld van 1,8). Ten tweede ‘handel in en reparaties van auto’s’. De vijf gemeenten tellen bij elkaar 230
9
Voor een risicobranche geldt uiteraard dat een ruime meerderheid van de bedrijven niet als crimineel kan worden bestempeld. Wat het feitelijke misdaadniveau is binnen een branche, in een bepaald gebied, vergt onderzoek. Bonafide ondernemers ondervinden schade (valse concurrentie) van misdaadpraktijken in hun sector.
18
vestigingen. In Alblasserdam ligt dit, met 28,3 vestigingen per 10.000 inwoners (60 vestigingen), ruim boven het landelijk gemiddelde van 20,9. Tabel 2.6: Het aantal vestigingen in een branche per 10.000 inwoners plus - tussen vierkante haakjes - het aantal bedrijven in absolute zin in de vijf Drechtsteden-gemeenten van branches waarvoor geldt dat minstens twee gemeenten minstens dezelfde score behalen als het landelijk gemiddelde (bron: zicht op ondermijning, peilmoment: 2021, Q1) Zw-drecht
P-drecht
H.I. Amb.
Albl-dam
Sliedrecht
NL
Zeevaart, overslagactiviteiten
3,8 [20]
3,7 [10]
-
-
-
1
Expediteurs, cargadoors e.d.
7,1 [30]
4,4 [10]
6,4 [20]
6 [10]
-
2,1
Goederenvervoer
10.5 [50]
-
-
16,4 [30]
-
10
Fitnesscentra/sportscholen
2,9 [10]
3,7 [10]
-
-
6,3 [20]
3,4
Haarverzorging
16,3 [70]
21,8 [70]
12,2 [40]
13,9 [60]
19,9 [50]
17,4
Schoonheidsverzorging
23,5 [110]
27,4 [90]
27,2 [90]
20,9 [40]
21,9 [60]
23,6
Telefoonwinkels
3,8 [20]
4,7 [20]
4,2 [10]
-
3,9 [10]
3,9
Bouwnijverheid
139 [620]
101 [330]
97 [300]
153 [310]
135 [350]
124,4
Vloerenbedrijven
7,1 [30]
12,1 [40]
6,4 [20]
11,4 [20]
8,2 [20]
7,4
Handel, verhuur vastgoed
25 [110]
22,7 [70]
25,6 [80]
36,2 [70]
38,7 [100]
27,6
Uitzendbureaus
4 [20]
3,4 [10]
3,8 [10]
7,4 [20]
6,3 [20]
3,7
Hotels
-
-
5,8 [20]
3,6 [20]
-
2,8
Internethandel
37,8 [170]
42,6 [140]
49 [150]
36,2 [70]
44,9 [120]
37,8
Overige groothandels
48,3 [220]
42,9 [160]
49,9 [160]
60,1 [120]
44,2 [110]
43,3
De bedrijven uit genoemde risicobranches zijn, naast andere bedrijven, onder meer gevestigd op bedrijventerreinen. In algemeen zin geldt dat deze terreinen een economische functie vervullen. Een categorie bedrijven zit er al lang, waaronder grote en gerenommeerde bedrijven. Net als tal van kleinere bekende en vertrouwde (familie)bedrijven. Deze functie en dit soort bedrijven staan niet centraal in deze studie. In algemene zin geldt dat het redelijk onoverzichtelijk is wat allemaal gebeurt op een bedrijventerrein. Veel (vervoers-)bewegingen overdag, vaak juist anoniem in de late uren en vele loodsen, bedrijfsruimtes en opslagruimtes. Bedrijven zijn beveiligd of omheind. Vanaf het publieke domein valt niet zomaar te zien wat er gebeurt. Daar komt bij dat het niveau van publiek toezicht of controle (politie, boa’s) op een lager niveau ligt dan in een gemiddelde woonwijk. Bedrijventerrein lenen zich voor opslag van illegale goederen, voor het (tijdelijk) vestigen van een malafide bedrijf (b.v. in een bedrijfsverzamelgebouw), illegale bewoning en drugsproductie (met name hennepteelt). Ook kunnen er bedrijven worden gevestigd met branche-specifieke risico’s, zoals autobedrijven (mogelijk vormen van autocriminaliteit, zoals omkatten of btw-fraude).
Er is vandaag de dag meer aandacht voor onveiligheid en voor mogelijke ondermijning op Drechtsteden-bedrijventerreinen dan in het recente verleden. Het RIEC dringt hierop aan. Er is op gemeentelijk niveau vanuit Economische Zaken contact met bedrijven. Dat geeft een redelijk tot goed zicht op de economische en algemene gang van zaken. Contacten tussen overheid en gemeente zijn geen fijne realiteit voor criminelen; dat is een rem op ondermijning. Wel onderkennen respondenten dat er blinde vlekken zijn in de (criminele) kennis over de terreinen. Er wordt gewezen op concrete locaties met anonimiteit, op verloedering op diverse parken (of delen daarvan) en/of op de nodige vermoedens over mogelijke malafide praktijken. Daarbij worden genoemd heling, 19
autocriminaliteit, drugshandel of drugsproductie (zo nu en dan wordt een hennepkwekerij aangetroffen) en criminele ontmoetingen. Een respondent wijst op het risico op een ‘flitsvestiging’. Een bedrijf dat tijdelijk op een bedrijventerrein wordt gevestigd, als dekmantel voor in feite één drugsproject, zoals een internationaal transport. Voordat zo’n bedrijf opvalt, is het waarschijnlijk alweer verdwenen of is het een soort lege huls geworden. Al met al tonen respondenten zich eerder alert dan bezorgd wat betreft de bedrijventerreinen. De teneur in de gesprekken is als volgt: we zijn ons bewust dat er criminele kansen liggen op bedrijventerreinen en dat we te weinig weten wat zich daar afspeelt. Daarom zijn en worden controles uitgevoerd. Tabel 2.7: Schematische samenvatting van sociaaleconomische criminele gelegenheidsstructuren Kwetsbare buurten / wijken / straten - De gemiddelde bruto jaarinkomens per inwoner liggen op gemeenteniveau gemiddeld laag in Sliedrecht (de ‘laatste’ plaats van 50 gemeenten in Zuid-Holland), in Alblasserdam (plaats 47) en Zwijndrecht (plaats 44). Alle vijf de gemeenten tellen buurten of straten met gedateerde en/of kleine woningen, met sociale achterstanden, met financiële problemen en een hoge bevolkingsdichtheid, inclusief kleine
-
woonoppervlaktes per persoon (dit laatste zorgt voor hectiek in het sociale leven, conflicten en overlast) -
Voedingsbodem voor drugsgebruik en het risico bestaat dat criminele (drugs)inkomsten worden gezien als kans
Risicojongeren -
-
In de vijf gemeenten wonen ruim twaalfhonderd risicojongeren (8 tot en met 23 jaar), met een verhoogd risico om in de drugscriminaliteit te belanden. In vier van de vijf gemeenten (Zwijndrecht, Papendrecht, Alblasserdam en Sliedrecht) ligt het percentage risicojongeren op of boven het landelijk gemiddelde van 5,0 procent. De risicojeugd is geografisch geconcentreerd in: Kort Ambacht, Noord en het centrum (Zwijndrecht); Kraaihoek (Papendrecht); Blokweer (Alblasserdam); Krommeweg (Hendrik-IdoAmbacht); en Oost en centrum (Sliedrecht). Het risico dat jongeren daadwerkelijk in de drugsmisdaad belanden heeft mede te maken met de geografisch geconcentreerde kwetsbaarheden in de vijf gemeenten, tegelijk met de sociale en digitale contacten van deze jongeren in onder meer Dordrecht en Rotterdam. Twee steden met (probleem)jongeren én met criminele netwerken die jongeren rekruteren (als klant en uitvoerder)
Vastgoed -
Vastgoed (flats, eengezinswoningen) was lang relatief goedkoop en een goede investering voor onder meer (kamer)verhuur
-
In de directe en wijde omgeving werken veel arbeidsmigranten; er is vraag naar woonruimte voor deze mensen
-
In Drechtsteden Buiten: ▪ zijn 2.015 verblijfsobjecten in handen van een meer-bezitter met 3 t/m 5 verblijfsobjecten; 1.535 objecten zijn van een meer-bezitter met meer dan vijf verblijfsobjecten (peiljaar 2022) ▪ zijn 530 woningen in bezit van een ‘snelle groeier’ (jaarlijkse groei met minimaal 2 panden of minimaal 50 procent) (peiljaar 2018-2019)
20
▪ ▪ ▪
zijn 650 woningen-aankopen gefinancierd door een leninggever zonder vergunning van AFM/DNB (peiljaar 2018-2019) staan 1.610 woningen die administratief leeg staan 400 woningen met spookbewoning
Risicobranches - Volgens het dashboard ‘Zicht op Ondermijning’ zijn 14 risicobranches bovengemiddeld vaak gevestigd in tenminste twee gemeenten - Het betreft drie branches met een logistieke functie of mainportfunctie: goederenvervoer over de
-
weg; expediteurs/cargadoors/bevrachters; en zee- en kustvaart en laad-, los- en overslagactiviteiten Twee branches betreft de beautysector: haarverzorging en schoonheidsverzorging
Bedrijventerreinen - Bedrijven met logistieke functie/ mainportfunctie - Vestiging (al lang) van gerenommeerde en vertrouwde (familie)bedrijven; als rem op ondermijning - Deels afgeschermde of anonieme bedrijven en locaties, met criminele kansen
2.4
Sociaal-culturele factoren
In de interviewronde komen enkele lokale (sociaal-culturele) patronen in beeld die van invloed zijn op de criminele kansen. Drie punten worden genoemd: ▪
Over-optimisme. Er bestond lange tijd een zekere onderschatting van de drugscriminaliteit, van het drugsgebruik, van het risico op criminele investeringen en van de overlast. 'Het valt wel mee', werd gedacht, zo kregen we van respondenten te horen. Langzaamaan zijn bewoners en professionals gaan beseffen dat Drechtsteden Buiten, op lokale schaal, te maken krijgt met stedelijke fenomenen en risico’s. Dit agendeert onder meer het huisvestingsvraagstuk, het jeugdvraagstuk, de woonoverlast en (daarmee) de ondermijningsaanpak. De stap van agendering naar uitvoering is nog lastig, want de ondermijningsaanpak staat in de kinderschoenen.
▪
Jeugdgroepen en -netwerken. Vriendengroepen en -netwerken vervullen voor jongeren en jongvolwassenen een belangrijke sociale functie. Dit pakt vooral gunstig uit, met bijvoorbeeld een plaats voor onderwijs en sport. In kringen van kwetsbare jongeren of (jong) uitgaanspubliek is drugsgebruik een onderdeel geworden van het sociale leven. Drugsgebruik raakt meer geaccepteerd en is toegenomen, aldus respondenten. Dit trekt dealers aan die hieraan geld verdienen. Een kleine subcategorie jongeren en jongvolwassenen geconcentreerd in sociale krijgen en op hotspots - leidt een hectisch leven, met een optelsom van problemen (b.v. financieel, sociale instabiliteit en/of onzekerheden omtrent woonruimte en werk) en verleidingen. Het pad van onderwijs, werk en woningmarkt vergt geduld en volharding. Als acute problemen en behoeften worden gevoeld, is het gevaar dat criminelen daarin onmiddellijk voorzien. Bijvoorbeeld het nodige geld, werk of klusjes, drugs, woonruimte (een kamer) en ook wel aandacht en statustoekenning. Hierin schuilt het gevaar dat ze als het ware de criminele wereld in worden gezogen. Bijvoorbeeld voor het bezorgen of uithalen van drugs.
▪
Netwerken (lokaal en bovenlokaal) met pro-criminele opvattingen. Respondenten wijzen op criminele netwerken die zich hebben geworteld in probleemstraten of in (vaak eenvoudige) 21
lokale winkels of ondernemingen. Tegelijkertijd zijn er, in criminele kringen, bovenlokale contacten en praktijken. Er heersen pro-criminele opvattingen: misdaad is een acceptabele bron van bestaan en een vorm van zelfredzaamheid. De overheid wordt op afstand gehouden.