Nr. 02 Bijlage Kadernota 2027
Tekst van het document
Kadernota 2027
Versie 22 december 2025
Dienst Gezondheid & Jeugd | Kadernota 2027 |
2
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
Algemene uitgangspunten en kaders
6
3
Ontwikkelingen
10
4
Voorlopige financiële begroting 2027
13
5
Bezuinigingen
18
6
Verdeelmodel overhead
22
7
Risico's
23
3.1 3.2 3.3
OGGZ Veilig Thuis Leerplicht
10 10 12
Bijlage 1 Gemeentelijke bijdragen
30
Bijlage 2 Verdeelsleutels
33
Dienst Gezondheid & Jeugd | Kadernota 2027 |
3
1 Inleiding Jaarlijks dient het algemeen bestuur de financiële kaders, uitgangspunten en procedure voor de begroting en jaarstukken vast te stellen. Hiervoor ontvangt u de Kadernota 2027. In 2027 staan we halverwege de uitvoering van het Meerjarenbeleidsplan en het daarbij behorende Uitvoeringsprogramma. We bevinden ons in een tijd van financiële krapte en gaan daarom uit van het doorzetten van de nullijn voor de begroting. Tegelijkertijd worden we geconfronteerd met landelijke, regionale en lokale bezuinigingen en overstijgt het beroep dat de samenleving doet op een aantal van onze organisatieonderdelen ruimschoots de beschikbare capaciteit. Voor het waarborgen van de uitvoering van de (grotendeels wettelijke) taken die de gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling DG&J hebben opgedragen, is het belangrijk dat de organisatie van de DG&J voldoende robuust blijft. We blijven daarom ook mogelijke kansen onderzoeken en benutten, zoals bijvoorbeeld het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) dat is bedoeld voor het toegankelijk en betaalbaar houden van kwalitatief goede zorg en ondersteuning in Nederland. In de kadernota 2027 wordt conform uw besluit voor de begroting 2026, opnieuw het hanteren van de nullijn plus indexatie voorgesteld (exclusief SOJ). Dit betekent dat de voorgestelde begroting 2027 gelijk is aan de begroting 2026 verhoogd met indexatie.
Daarbij zijn een tweetal incidentele posten voor de bezetting van OGGZ en Veilig Thuis, structureel opgenomen in de begroting 2027. Deze posten maakten ook onderdeel uit van de nullijn-begroting 2026. Ook de provincie als financieel toezichthouder heeft hier aandacht voor gevraagd. De provincie is van mening dat gezien de omvang van de (ontwikkeling van de) meldingen in relatie tot de begroting de incidentele posten structureel moeten worden gemaakt. Bij het niet structureel maken van de meldingen kan de provincie corrigeren richting gemeenten. Het uitgangspunt van de nullijn heeft impact op de dienstverlening aan inwoners en gemeenten. Deze komt vanwege het aantal meldingen onder druk te staan. Bij de kadernota 2026 was ook al de nullijn gehanteerd. Dit betekende toen een forse taakstelling op de begroting van 8%. Naar aanleiding daarvan hebben gemeenten en DG&J afspraken gemaakt om gezamenlijk te werken aan het terugdringen van het aantal meldingen en de werklast. Gezien de ontwikkeling van het aantal meldingen moeten we constateren dat deze op dit moment nog onvoldoende effect sorteren en dat de problematiek nog onverminderd groot is. Dit wordt mede veroorzaakt door maatschappelijke ontwikkelingen zoals de recente aandacht voor femicide en de blijvende landelijke aandacht voor melden bij Veilig Thuis.
DG&J en gemeenten zullen hun gezamenlijke opdracht volop moeten continueren om het aantal meldingen en de werklast te kunnen beheersen en te kunnen voldoen aan de kaders (waaronder wettelijke doorlooptijden) waarbinnen gewerkt moet worden. Het hanteren van de nullijn plus indexatie betekent dat voor de onderdelen GGD, LVS en Veilig Thuis de begroting niet opwaarts is bijgesteld op basis van het aantal meldingen ten opzichte van begroting 2026. Met het niet doorrekenen van mogelijke groei wordt reeds rekening gehouden met de financiële positie van gemeenten. Voor het onderdeel LVS was de uitkomst van de bestuursopdracht verwerkt in de begroting 2026 en dit is ongewijzigd overgenomen in de begroting 2027. Hieronder is de nullijn schematisch weergegeven:
Dienst Gezondheid & Jeugd | Kadernota 2027 |
4
Voor de SOJ heeft, zoals gebruikelijk, wél een bijstelling plaatsgevonden op basis van de actuele prognose van het aantal jeugdigen in zorg. Dit zal geüpdatet worden bij het opstellen van de begroting 2027. Daarnaast zijn de effecten van het verplichte kostprijsonderzoek in het kader van de verlenging van de contracten verwerkt.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Kadernota 2027 |
5
2 Algemene uitgangspunten en kaders In dit hoofdstuk lichten we de uitgangspunten en kaders toe die voor alle programma’s gelden. In hoofdstuk 3 word de ontwikkeling van de aantallen meldingen bij een aantal organisatieonderdelen weergegeven en de effecten daarvan voor de benodigde capaciteit. Vervolgens maken we in hoofdstuk 4 de vertaling naar de voorlopige begroting 2027. Nullijn Net als in de kadernota 2026, is in de kadernota 2026 de nullijn gehanteerd. Ofwel, de begroting 2026 als uitgangspunt wordt gehanteerd en vervolgens voor 2027 de cijfers worden geïndexeerd. In de begroting 2026 zitten een tweetal incidentele posten, 1 fte OGGZ en 4,5 fte Veilig Thuis, dit is meegenomen in de kadernota 2027. Bij de begroting 2027 worden deze posten nog éénmaal incidenteel opgenomen. Met de intentie dat wanneer deze bezetting in 2028 nog steeds nodig is, deze structureel wordt verwerkt in de begroting 2028. De huidige ontwikkeling van de aantallen in combinatie met de nullijn resulteert in een aanzienlijke taakstelling en gezamenlijke opdracht voor DG&J en gemeenten om de aantallen meldingen te verminderen, zodat de dienstverlening in overeenstemming kan worden gebracht met de beschikbare capaciteit. Dit wordt in hoofdstuk 3 verder toegelicht.
Indexatie Voorgesteld wordt om de begroting 2027 te indexeren volgens de indexcijfers zoals deze in de septembercirculaire 2025 zijn weergegeven, te weten 2,2% voor de materiële budgetten en 5,7% voor de lonen. De in de septembercirculaire vermelde indexatie is gebaseerd op het Centraal Economisch Plan. Hiermee wordt aangesloten bij werkwijze zoals deze ook in de voorgaande jaren is gehanteerd. Voor de onderdelen GGD, LVS en Veilig Thuis (inclusief de met deze drie organisatieonderdelen samenhangende overhead) leidt deze bijstelling voor indexatie tot een ophoging van de begroting met € 2,38 miljoen. Hiervan is € 0,65 miljoen verlegd naar subsidies, offertes en overige inkomsten. Voor het resterende deel (€ 1,7 miljoen), zal bij de begroting 2027 worden voorgesteld om de gemeentelijke bijdrage te verhogen. Voor de SOJ leidt de bijstelling van de begroting voor indexatie tot een bijstelling van de lasten met € 3,1 miljoen voor inhaalindexatie 2026 en € 9,2 miljoen voor indexatie 2027. De inhaalindexatie betreft een correctie op de begroting 2026. In die begroting was uitgegaan van een indexatie van 3,28%, terwijl de werkelijke indexatie 5,13% bedraagt. Het verschil van 1,85% wordt nu verwerkt, zodat de tarieven aansluiten bij de feitelijke kostenontwikkeling.
Kostprijsonderzoek tarieven jeugdhulp In het kader van de AMvB Reële Prijzen Jeugdwet is een kostprijsonderzoek voor de herijking van de tarieven uitgevoerd door TransitiePartners. Deze herijking is verplicht bij contractverlenging. Deze herijking heeft geleid tot een bijstelling van de tarieven naar boven met een impact van € 6,4 mln in 2026. Middels een ontwikkelopdracht aan zorgaanbieders wordt beoogd de impact gefaseerd te reduceren tot € 3,8 miljoen in 2029. Voor 2027 is de impact € 5,5 miljoen. Aan de realisatie van het beoogd resultaat van de ontwikkelopdracht zijn onzekerheden verbonden. Dit wordt verder toegelicht in hoofdstuk 4.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Kadernota 2027 |
6
Nieuwe wettelijke kaders: Wet verbetering beschikbare jeugdhulp Per 1-1-2026 treedt de Wet verbetering beschikbare jeugdhulp in werking, die gemeenten verplicht tot intensievere regionale samenwerking op het gebied van jeugdhulp. Deze samenwerking gaat verder dan de huidige uitvoering door de Serviceorganisatie Jeugd (SOJ), die nu vooral gericht is op gezamenlijke inkoop en contractbeheer. De wet vraagt om regionale afspraken over beschikbaarheid en toegankelijkheid van specialistische jeugdhulp, gezamenlijke verantwoordelijkheid voor continuïteit van zorg en versterkte governance, waarbij gemeenten moeten aantonen dat zij sturen op kwaliteit en kostenbeheersing. Voor de GR DG&J zou dit, afhankelijk van bestuurlijke keuzes een uitbreiding van de rol van uitvoeringsorganisatie naar regiepartner kunnen betekenen, en voor de SOJ mogelijk aanvullende taken zoals coördinatie van regionale afspraken en monitoring van wettelijke verplichtingen. Deze ontwikkeling zou dan kunnen leiden tot extra formatie en middelen, afhankelijk van de uitwerking van de wet en bestuurlijke keuzes; nadere concretisering volgt bij het opstellen van de begroting 2027.
Voorgenomen besluit extra middelen JGZ Het Algemeen Bestuur heeft op 18 december het voorgenomen besluit genomen tot het verhogen van de gemeentelijke bijdrage met € 260.000 (prijspeil 2027) ten behoeve van de extra lasten die worden gemaakt als gevolg van wijzigingen binnen het Rijksvaccinatiepakket (RVP). Deze wijzigingen zijn bedoeld om kinderen nog beter te beschermen tegen de mazelen, kinkhoest, difterie en tentanus en om beter aan te sluiten op de Europese standaarden. Voor de uitvoering hiervan vraagt JONG JGZ een bedrag aan dat zowel incidenteel als structureel afwijkt van het verwachte bedrag dat de gemeenten in ZHZ hiervoor via het Gemeentefonds ontvangen. Het voorgenomen besluit ligt ter zienswijze voor, definitieve besluitvorming is voorzien in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 2 april 2026. In de Kadernota 2027 is de toekenning van de extra middelen aan JONG JGZ verwerkt, inclusief de gemeentelijke bijdrage tabellen. Aantal meldingen, verwerken groei en besparingen In de kadernota 2027 is de nullijn gehanteerd, exclusief SOJ. Dit betekent dat ten opzichte van de begroting 2026 geen rekening is gehouden met ontwikkeling van het aantal meldingen. De redenen hiervoor zijn dat we rekening houden met de financiële positie van gemeenten en dat we afspraken hebben gemaakt met gemeenten om tot lagere aantallen meldingen te komen en een beheersbare werklast.
Wel wordt voor de OGGZ, Veilig Thuis en LVS inzicht gegeven in de huidige ontwikkeling van het aantal meldingen. Uitgezonderd hierop is het aantal jeugdigen in zorg voor programma 4, Serviceorganisatie Jeugd. Daar heeft wel een bijstelling plaatsgevonden in financiële zin van onder andere het aantal jeugdigen in zorg. Dit lichten we toe in hoofdstuk 4. Door inzicht te geven in de ontwikkeling van het aantal meldingen, kan een betrouwbaar beeld worden neergezet van de benodigde inzet. Het blijkt in de praktijk lastig te voorspellen hoe deze aantallen zich ontwikkelen, wat hiervan de impact is op de werkbelasting en hoe alle maatregelen, zowel uitgevoerd door gemeenten als door de DG&J, hierop zullen ingrijpen. Voor de SOJ zijn geen besparingen en ook geen groei verwerkt. Gemeenten kunnen in hun zienswijze op de ontwerp-begroting 2027 aangeven welke besparingen (onder andere uit het Verbeterprogramma betaalbare en beschikbare jeugdhulp) en eventuele groei moeten worden opgenomen. Er is niet voor gekozen de besparingen over te nemen die zijn verwerkt in de begroting 2026, omdat de kostenontwikkeling en het gebruik van jeugdhulp bij gemeenten in de tussentijd significant is gewijzigd en sommige besparingen
Dienst Gezondheid & Jeugd | Kadernota 2027 |
7
mogelijk al (gedeeltelijk) zijn gerealiseerd en daarmee al tot uitdrukking zijn gekomen in de actuele cijfers over jeugdhulpgebruik die de basis vormen voor de kadernota en begroting 2027. Dit wordt nader toegelicht in hoofdstuk 5. Er wordt geen groei opgenomen omdat in 2025 sprake is van stabilisatie van het gebruik van jeugdhulp. Dit sluit aan bij de strekking van toezichtsbrief van de provincie (zie hieronder). Begrotingskaders Naast bovengenoemde uitgangspunten wordt ook een aantal begrotingskaders gehanteerd: Algemene uitgangspunten 1) Voorstellen voor beleidsintensiveringen worden op transparante wijze opgenomen in de concept-begroting 2027, die vóór 15 april 2026 voor zienswijze aan de raden zal worden aangeboden. Daarbij wordt inzichtelijk gemaakt wat deze voorstellen beogen en vanuit welke bronnen deze gefinancierd worden; 2) De begroting 2027 wordt gebaseerd op de laatst vastgestelde begroting 2026 met inachtneming van de daarna genomen bestuurlijke besluiten; 3) De indexatiepercentages conform afgelopen jaren (septembercirculaire) worden gehanteerd en ook toegepast op de gemeentelijke bijdrage, zijnde 5,7% op de personele budgetten en 2,2% op de materiele budgetten; 4) Bij het opstellen van de begroting wordt vooralsnog een omslagpercentage van 0% gehanteerd 1 voor het betalen of ontvangen van rente op mogelijke kasgeldleningen.
Aangezien de uitgaven van DG&J niet gelijk lopen met de financiering, dienen mogelijk kasgeld-leningen te worden afgesloten (er zijn geen lange termijn leningen). Bestemmingsreserve 1) Eventuele resultaten - nadat een eventueel tekort in de Algemene Reserve is aangevuld tot 1% van de lasten met een minimum van € 0,5 miljoen - vloeien terug naar de deelnemende gemeenten. 2) Voorsellen om uit het resultaat een deel te storten in een bestemmingsreserve, worden onderbouwd met concrete bedragen en concrete voornemens/plannen. In de jaarrekening dient per bestemmingsreserve het resterende deel eveneens onderbouwd te zijn met concrete bedragen en een planning. 3) Een niet-benodigd deel van een bestemmingsreserve vloeit samen met het jaarrekeningresultaat van de betreffende bestemmingsreserve, terug naar de deelnemers. 4) Een nadelig jaarrekeningresultaat dient in eerste instantie te worden gedekt uit de eigen Algemene Reserve. Voor de voorgestelde resultaatbestemming (dus inclusief de eventuele vorming van bestemmingsreserves) wordt een zienswijzeprocedure gevolgd. Brief provincie financieel toezicht begroting 2026 De provincie heeft in haar toezichtsbrief naar aanleiding van de begroting 2026 van de DG&J een tweetal punten geadresseerd om rekening mee te houden voor de begroting 2027. Het eerste punt betreft het niet opnemen van groei voor jeugdhulp.
De provincie is van mening dat er naast besparingen ook groei moet worden opgenomen als daar historisch gezien aanleiding voor is. Aangezien de kosten in 2025 weer stabiliseren na eerdere groei in 2024, is ervoor gekozen geen groei te verwerken. Het tweede punt betreft de incidentele posten in de begroting. De provincie is van mening dat de incidentele posten voor een aantal fte bij Veilig Thuis en OGGZ structureel moeten worden opgenomen, gezien de ontwikkeling van het aantal meldingen. Bij de begroting 2027 worden deze posten nog éénmaal incidenteel opgenomen. Met de intentie dat 1
Dit wordt jaarlijks herijkt bij het opstellen van de jaarstukken.
8 Dienst Gezondheid & Jeugd | Kadernota 2027 |
wanneer deze bezetting in 2028 nog steeds nodig is, deze structureel wordt verwerkt in de begroting 2028. Hiermee wordt het advies van de provincie niet gevolgd. De provincie kan hierin corrigerend optreden.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Kadernota 2027 |
9
3 Ontwikkelingen In deze kadernota worden doorrekeningen gepresenteerd van de huidige aantallen meldingen van de organisatieonderdelen OGGZ, Veilig Thuis en Leerplicht. Deze aantallen zijn van invloed op de benodigde capaciteit om de basisdienstverlening van deze organisatieonderdelen te kunnen waarborgen.
3.1 OGGZ Ondanks de inzet van een aantal interventies, zien we dat het aantal meldingen (unieke personen) bij de OGGZ vooralsnog hoger blijft dan de basisnorm (3.250) waarop het team qua formatieve omvang (met inbegrip van de incidentele 1 fte) is toegerust. Mogelijke effecten van de ingezette interventies zijn nog niet goed meetbaar of zichtbaar. Dit vraagt erom dat we, in afwachting van die resultaten, aanvullende randvoorwaarden blijven creëren om adequaat te kunnen blijven schakelen op de stijgende instroom (actuele cijfers) van meldingen.
Nieuwe meldingen Unieke personen
2021 2.638 3.273
2022 2.618 3.199
2023 3.305 3.927
2024 2.026 3.500
2025 2.449 3.702
Parallel aan deze ontwikkeling loopt een gesprek met de gemeenten over de invulling van de basistaken en de zogeheten plustaken binnen de OGGZ. De precieze uitkomst van dit traject is nog niet bekend, maar in hoofdlijnen wordt gestuurd op een duidelijke afbakening van verantwoordelijkheden, met daarbij aandacht voor structurele capaciteit, financiering en samenwerking tussen partners. Deze uitwerking zal richting geven aan de verdere positionering van de OGGZ functie binnen het sociaal en zorg-domein.
3.2 Veilig Thuis Hoewel gemeenten, lokale teams en Veilig Thuis inspanningen plegen om het aantal meldingen te beperken, blijft het aantal meldingen naar verwachting ook in de komende jaren hoog. Exogene factoren, zoals landelijke aandacht voor femicide en aanscherping van het tijdelijk huisverbod, dragen hieraan bij. Het aantal meldingen in 2025 wordt geprognosticeerd op 4.878, terwijl de basiscapaciteit is afgestemd op 4.000 meldingen (58,9 fte). Met de huidige capaciteit kan niet binnen de wettelijke termijnen worden gewerkt. Voorgesteld wordt om de eerdere incidentele uitbreiding van 4,5 fte structureel te maken vanaf 2027, waarmee de totale formatie uitkomt op 63,4 fte. Dit blijft ruim onder de landelijke norm van 81,44 fte.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Kadernota 2027 |
10
Meldingen Veilig Thuis 2022-2025 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0
2022
2023
2024
Meldingen
Norm
2025
Met gemeenten, lokale teams en politie zijn afspraken gemaakt om meldingen terug te dringen. Veilig Thuis stuurt ‘overige zorgmeldingen jeugd’ die geen betrekking hebben op huiselijk geweld en/of kindermishandeling terug naar de politie en per mail door naar het lokale team. Daarnaast zijn afspraken gemaakt om overdrachten naar lokale teams sneller te laten verlopen en om meldingen vanuit lokale teams te verminderen door betere triage en vroegsignalering. De eerste effecten van deze afspraken worden verwacht vanaf het eerste kwartaal van 2026. Het doel is dat het aantal overige zorgmeldingen jeugd door de politie afneemt naar nul en dat overdrachten sneller verlopen. Deze effecten worden gemonitord en gerapporteerd aan het DB en AB. Tegelijkertijd zorgen landelijke en regionale ontwikkelingen voor een stijging van meldingen. Denk aan het landelijke programma Veiligheid Voorop, de Meerjarenagenda Veilig Thuis en politieke aandacht naar aanleiding van de casus in Vlaardingen. Ook is er extra aandacht voor femicide en het instrument tijdelijk huisverbod, wat leidt tot meer meldingen en complexere casuïstiek. Deze factoren maken dat afbouw van formatie op dit moment niet mogelijk is. Meldingen bij Veilig Thuis worden verdeeld in drie hoofdgroepen: huiselijk geweld (18%), kindermishandeling (81%) en ouderenmishandeling (1%).
De samenwerking met de politie is vastgelegd in landelijke afspraken: bij zorgen over veiligheid in een huishouden doet de politie melding bij Veilig Thuis via CORV. Deze meldingen worden beoordeeld en opgevolgd met een passende interventie, zoals directe overdracht, onderzoek of voorwaarden en vervolg. Binnen de regionale veiligheidsdriehoek is de werkwijze rond het tijdelijk huisverbod aangescherpt, wat heeft geleid tot een aanzienlijke stijging van het aantal opgelegde huisverboden. Dit vergroot de complexiteit en werkdruk, waardoor extra capaciteit noodzakelijk blijft. In onderstaande tabel zijn het aantal meldingen en de daarmee benodigde capaciteit weergegeven.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Kadernota 2027 |
11
Basiscapaciteit
Kadernota 2027*
Begroting 2026
Kadernota 2026
Begroting 2025
Jaarrekening 2024 Meldingen
5.152
4.600
5.033
4.400
4.878
4.000
Overdragen (16 uur)
4.442
3.900
4.350
3.744
4.420
3.000
Overdragen met ondersteuning (16 uur)
438
600
437
576
286
450
Onderzoek (22 uur)
626
600
620
576
564
550
3.791
3.300
3.648
3.168
3.514
3.100
626
600
620
576
525
500
FTE begroot structureel
58,90
58,90
58,90
58,90
58,90
58,90
FTE begroot incidenteel
3,67
4,50
11,50
4,50
4,50
Adviezen (2 uur) Monitoring (12 uur)
62,57
63,40
70,40
63,40
63,40
Fte omvang obv landelijke normen
86,64
80,44
85,10
86,64
81,44
65,30
Fte omvang obv VT zhz normen
79,22
73,33
77,75
70,40
74,84
58,89
FTE totaal begroot
58,90
* Voor de kadernota 2027 is het aantal meldingen wat bij de 2e burap 2025 is voorzien voor geheel 2025 als uitgangspunt gehanteerd.
3.3 Leerplicht Op basis van de uitkomst van de bestuursopdracht die is uitgevoerd onder regie van de gemeenten, is besloten om de formatie voor Leerlicht vanaf 2026 structureel vast te stellen op 15,5 fte. Dit betreft zowel formatie dat direct betrokken is bij de afhandeling van meldingen als formatie dat een ondersteunend karakter heeft, bijvoorbeeld voor administratie, coördinatie en beleidsondersteuning. De formatieve omvang ligt lager dan het kader dat de afgelopen jaren voor Leerplicht is gehanteerd (17,5 fte). Het besluit heeft dan ook directe gevolgen voor de invulling van de wettelijke taken en de dienstverlening richting scholen, ouders en ketenpartners. Leerplicht zal een aantal activiteiten vanaf 2026 substantieel moeten afschalen. Voorwaardelijk om binnen het kader van 15,5 fte de wettelijke werkzaamheden uit te kunnen voeren, is dat het aantal meldingen daalt. Dit vraagt om inspanningen van samenwerkingsverbanden en gemeenten. Het aantal meldingen van relatief verzuim lijkt te stabiliseren, maar wel op een hoger niveau dan waar Leerplicht in aantal fte nu op is toegerust. Daarnaast blijft het aantal vrijstellingen stijgen.
In de volgende tabel is de ontwikkeling van het aantal meldingen van relatief verzuim en het aantal behandelde vrijstellingen voor de periode 2021-2025 weergegeven, waarbij 2025 geprognosticeerd is voor geheel 2025 op basis van cijfers tot en met augustus 2025. Indicator Norm 2021 2022 2023 2024 2025* Aantal afgehandelde meldingen van relatief verzuim 182.500 1.763 2.181 2.575 3.259 2.800 Aantal behandelde vrijstellingen 650 342 450 523 723 900 * Betreft prognose voor het jaar 2025.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Kadernota 2027 |
12
4 Voorlopige financiële begroting 2027 Het toepassen van indexatie, het voorstel tot het structureel maken van de eerdere uitbreiding met 1 fte bij OGGZ, 4,5 fte bij Veilig Thuis en het doorrekenen van de aantallen bij SOJ, leidt dit tot een voorlopige omvang van de begroting 2027 van € 230 miljoen. In onderstaande tabel is een vergelijking gemaakt met de prognose zoals deze bij de 2e burap 2025 is afgeven en de begroting 2026. (bedragen x € 1.000) GGD Veilig Thuis LVS Serviceorganisatie Jeugd Saldo baten en lasten Mutaties reserves Geraamd resultaat Algemene baten en lasten Saldo baten en lasten Mutaties reserves Geraamd resutlaat Totaal DG&J Saldo baten en lasten Mutaties reserves Geraamd resutlaat
2e burap 2025 Lasten Baten 30.651 30.145 8.531 8.551 4.041 3.411 156.971 156.807 199.688 199.420 0 602 199.688 200.023
Saldo 506 20 -630 -164 -268 602 335
Begroting 2026 Lasten Baten Saldo 27.677 27.563 -114 8.830 8.830 0 3.282 3.282 0 159.560 159.560 0 199.349 199.235 -114 0 114 114 199.349 199.349 0
Kadernota 2027 Lasten Baten Saldo 28.985 28.865 -120 9.242 9.242 0 3.310 3.310 0 179.861 179.861 0 221.398 221.278 -120 0 120 120 221.398 221.398 0
14.219 14.219 0 14.219 0
14.095 14.095 526 14.622 0
-124 -124 526 403 0
13.798 13.798 0 13.798 0
13.798 13.798 0 13.798 0
0 0 0 0 0
15.036 15.036 0 15.036 0
14.956 14.956 80 15.036 0
-80 -80 80 0 0
213.907 0 213.907
213.516 1.129 214.645
-392 1.129 737
213.148 0 213.148
213.033 114 213.148
-114 114 0
236.434 0 236.434
236.234 200 236.434
-200 200 0
Programma 1 GGD (bedragen x € 1.000) P1 GGD Infectieziektebestrijding SOA/Sense TBC Reizigers Gezondheid en Milieu Toezicht Kinderopvang Toezicht WMO Gezondheidsbevordering Crisisorganisatie OGGZ COVID-19 Jeugdgezondheidszorg Kennisprogramma Saldo baten en lasten Mutaties reserves Geraamd resultaat
2e burap 2025 Lasten Baten 2.407 2.368 720 804 479 569 1.182 1.269 564 571 1.260 1.254 195 215 2.289 2.302 244 293 3.449 3.476 1.290 1.290 14.718 14.729 1.389 1.472 30.145 30.651 0 0 30.145 30.651
Saldo 39 84 91 87 7 -6 20 13 49 27 0 11 83 506 0 506
Begroting 2026 Lasten Baten Saldo 2.414 2.414 0 711 711 0 566 566 0 934 934 0 331 331 0 1.222 1.222 0 190 190 0 2.242 2.242 0 310 310 0 2.313 2.313 0 0 0 0 15.179 15.179 0 1.264 1.150 -114 27.677 27.563 -114 0 114 114 27.677 27.677 0
Kadernota 2027 Lasten Baten Saldo 2.256 2.256 0 799 799 0 513 513 0 970 970 0 350 350 0 1.290 1.290 0 201 201 0 2.053 2.053 0 322 322 0 2.423 2.423 0 0 0 0 16.020 16.020 0 1.789 1.668 -120 28.985 28.865 -120 0 120 120 28.985 28.985 0
Voortvloeiend uit het Meerjarenbeleidsplan en de organisatieontwikkeling, is de positionering van een aantal functies binnen de diverse producten van de GGD heroverwogen. Dit heeft geresulteerd in het centraliseren van de functie onderzoek. De was begroot bij diverse producten (onder andere jeugdgezondheidszorg). Daarnaast is de functie programmamanager binnen de GGD verstevigd, aansluitend bij de ambities die binnen het MJP zijn gesteld. Daarmee zijn middelen van het programma Gezondheidsbevordering overgeheveld naar het Kennisprogramma. In de cijfers voor 2027 is voor de OGGZ 1 fte procesregisseur opgenomen voor het Meldpunt Zorg en Overlast. De totale omvang hiervan bedraagt € 149.700 (hiervan is € 108.000 opgenomen bij OGGZ en € 41.700 bij programma 5, algemene dekkingsmiddelen).
Dienst Gezondheid & Jeugd | Kadernota 2027 |
13
Tot slot is in de cijfers kadernota 2027 voor het onderdeel JGZ het voorgenomen besluit om extra middelen beschikbaar te stellen voor de uitvoering van de JGZ verwerkt. Dit voorgenomen besluit leidt tot een aanvullende gemeentelijke bijdrage en ligt derhalve dan ook ter zienswijze voor. Het betreft totaal circa € 260.000, waarvan € 136.000 voor de inhaalcampagne RVP en € 124.000 voor de wijzigingen die binnen het RVP zijn aangebracht. Programma 2 Veilig Thuis (bedragen x € 1.000) P2 Veilig Thuis Volwassenen Jeugd Crisisdienst Saldo baten en lasten Mutaties reserves Geraamd resultaat
2e burap 2025 Lasten Baten 1.504 1.508 5.791 5.967 1.237 1.077 8.531 8.551 0 0 8.531 8.551
Saldo 5 176 -160 20 0 20
Begroting 2026 Lasten Baten Saldo 1.573 1.573 0 6.162 6.162 0 1.095 1.095 0 8.830 8.830 0 0 0 0 8.830 8.830 0
Kadernota 2027 Lasten Baten Saldo 1.644 1.644 0 6.445 6.445 0 1.153 1.153 0 9.242 9.242 0 0 0 0 9.242 9.242 0
In de kadernota 2027 is de 4,5 fte die bij de begroting 2026 incidenteel is toegekend, inbegrepen. Programma 3 LVS (bedragen x € 1.000)
P3 Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten Leerplicht Doorstroompunt Saldo baten en lasten Mutaties reserves Geraamd resultaat
2e burap 2025 Lasten Baten 2.356 1.726 1.684 1.684 4.041 3.411 0 439 4.041 3.849
Saldo -630 0 -630 439 -191
Begroting 2026 Lasten Baten Saldo 1.814 1.814 0 1.467 1.467 0 3.282 3.282 0 0 0 0 3.282 3.282 0
Kadernota 2027 Lasten Baten Saldo 1.772 1.772 0 1.538 1.538 0 3.310 3.310 0 0 0 0 3.310 3.310 0
Leerplicht Zowel in de begroting 2026 als ook de kadernota 2027 is de uitkomst van de bestuursopdracht Leerplicht verwerkt. Dit betreft een neerwaartse bijstelling van de formatie naar 15,5 fte (inclusief indirect personeel). De omvang in 2025 bedraagt 17,6 fte. Voor 2026 ontvangt LVS een bedrag € 120.000 voor de inzet van Leerplicht in Dordrecht West. Dit betreft een tijdelijke uitbreiding van leerplicht tot en met medio 2026. Deze middelen zijn daarom niet meer opgenomen in de cijfers voor 2027. Doorstroompunt Met ingang van 1 januari 2026 treedt de Wet van school naar duurzaam werk in werking. Deze wet vergroot de doelgroep van het Doorstroompunt naar alle voortijdig schoolverlaters tot 27 jaar (voorheen tot 23 jaar). Voor deze taakuitbreiding ontvangt de contactgemeente Dordrecht een Specifieke Uitkering (SPUK) van ruim € 1,9 miljoen. Deze SPUK vormt de primaire financieringsbron voor het Doorstroompunt, aangevuld met incidentele Europese subsidies, middelen uit het Regionale Programma van school naar duurzaam werk 2026–2029 en een beperkte gemeentelijke bijdrage. In 2027 zal de uitvoering van deze taakuitbreiding verder vorm krijgen. Dit vraagt om blijvende aandacht voor de inzet van middelen, monitoring van resultaten en afstemming binnen de regio.
Ook de formatie en organisatie van het Doorstroompunt zullen mogelijk aangepast moeten worden aan de bredere doelgroep en intensievere begeleidingstrajecten. De samenwerking met onderwijsinstellingen, werkgevers en ketenpartners blijft cruciaal, om binnen de gestelde financiële kaders uitvoering te kunnen geven aan de nieuwe wet.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Kadernota 2027 |
14
Programma 4 SOJ (bedragen x € 1.000) P4 Serviceorganisatie Jeugd Geraamd saldo van baten en lasten Mutatie reserves Geraamd resultaat
Prognose 2e burap 2025 Lasten Baten Saldo 156.971 156.807 164 164 -164 156.971 156.971 0
Begroting 2026 Lasten Baten Saldo 159.560 159.560 159.560 159.560 -
Kadernota 2027 Lasten Baten Saldo 179.861 179.861 179.861 179.861 -
Met ingang van de begroting 2018 mag de overhead niet meer aan de programma's worden toegerekend. De overhead is hierdoor niet meegenomen in de cijfers van de Serviceorganisatie Jeugd. In programma 5, Algemene Dekkingsmiddelen, wordt de omvang van de overhead weergegeven.
Naast de doorrekening van de indexatie en inhaalindexatie zijn ook de effecten van het kostprijsonderzoek en de actuele aantallen jeugdigen in zorg en de daarvoor verwachte kosten verwerkt. De totale lasten bedragen € 185,8 miljoen inclusief apparaatskosten SOJ. Vanwege de verwachte rente vanuit Schatkistbankieren is de benodigde gemeentelijke bijdrage om deze lasten te kunnen dekken circa € 0,3 miljoen lager (€ 185,6 miljoen). Gemeentelijke bijdragen (bedragen x € 1) Gemeente
Regionale zorgmarkt
LTA
Alblasserdam Dordrecht Gorinchem Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Hoeksche Waard Molenlanden Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Totaal
7.879.534 48.747.647 10.988.431 4.972.011 8.822.828 19.246.057 8.907.848 11.062.590 7.831.969 18.689.494 147.148.408
312.440 2.850.520 1.681.210 203.943 645.428 2.718.852 321.984 1.141.283 340.988 901.593 11.118.243
PGB
Gecertificeerd e instellingen
231.618 2.717.319 277.496 264.941 302.912 940.211 686.064 156.479 182.245 896.926 6.656.210
567.632 3.800.735 1.094.982 372.480 655.896 1.915.979 700.395 1.020.105 532.651 1.773.173 12.434.028
Gesloten jeugdhulp 880.170 922.486 418.909 2.221.565
Uitvoeringsko sten SOJ 273.877 1.788.984 570.799 233.712 311.920 943.991 471.924 380.675 351.053 657.367 5.984.301
Totaal kadernota 2027 9.265.101 60.785.375 14.612.918 6.047.087 10.738.984 26.687.576 11.088.215 14.180.041 9.238.906 22.918.554 185.562.755
begroting 2026 8.091.765 52.841.719 12.985.200 5.762.228 10.337.829 23.430.592 9.833.952 12.164.174 8.627.444 20.883.463 164.958.364
Toelichting verloop vanuit de begroting 2026 (bedragen x € 1.000) Gemeentelijke bijdragen begroting 2026 Eliminatie besparingen B2026 zienswijzen, opnieuw op te geven Eliminatie besparingen B2026 verbeterprogramma jeugdhulp opnieuw op te geven Minder vrijval oude jaren dan in 2026 Subtotaal na correctie zienswijzen en vrijval oude jaren
164.958 908 2.293 212 168.371
Correctie indexatie 2026 Subtotaal na correctie indexatie
3.115 171.486
1,85%
Indexatie 2027 Subtotaal na correctie indexatie 2027
9.175 180.661
5,35%
Correctie n.a.v. kostprijsonderzoek Subtotaal na correctie kostprijsonderzoek
5.504 186.164
3,3%
Mutatie jeugdhulpgebruik Gemeentelijke bijdragen kadernota 2027
-602 185.563
-0,4% 12,5%
0,6% 1,4% 0,1%
Eliminatie besparingen B2026 zienswijzen, opnieuw op te geven De besparingen aangegeven in de zienswijzen zoals opgenomen in begroting 2026 en het meerjarenperspectief, zijn niet verwerkt in deze kadernota, maar worden door gemeenten opnieuw opgegeven in hun zienswijze op de ontwerpbegroting 2027. Zie voor de argumentatie hoofdstukken 2 en 5. Dit betreft de besparingen die reeds in het zienswijzeproces zijn opgenomen.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Kadernota 2027 |
15
Eliminatie besparingen B2026 verbeterprogramma jeugdhulp opnieuw op te geven De besparingen naar aanleiding van de doorrekening verbeterprogramma jeugdhulp, zoals opgenomen in begroting 2026 en het meerjarenperspectief, zijn niet verwerkt in deze kadernota, maar worden door gemeenten opnieuw opgegeven voor 2027. Zie voor de argumentatie hoofdstukken 2 en 5. Dit betreft de aanvullende besparingen die zijn opgenomen op basis van het verbeterprogramma. Minder vrijval oude jaren dan in 2026 Dit betreft de verwachte vrijval oude jaren van niet-gedeclareerde productie uit de productieverantwoordingen van jeugdhulpaanbieders. Dit kan per jaar variëren. Correctie indexatie 2026 De indexatie in 2026 valt 1,85% hoger uit. De landelijke afspraken van de OVA-indexatie zijn toegepast. De bijdragen voor jeugdhulp in het gemeentefonds worden hiermee ook geïndexeerd. Deze correctie op de indexatie het verschil tussen de daadwerkelijk te vergoeden indexatie en de indexatie waarmee in de begroting is gerekend. Er is geen dubbeling of overlap met de indexatie 2027. Indexatie 2027 Indexatie volgens septembercirculaire 2025. Correctie n.a.v. kostprijsonderzoek Per 1 juli 2024 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Reële Prijzen Jeugdwet in werking getreden. Deze AMvB verplicht gemeenten om zowel bij nieuwe als verlenging van inkoop te toetsen of de gehanteerde tarieven nog reëel zijn.
Een reëel tarief moet tenminste gebaseerd zijn op wettelijk vastgestelde kostprijselementen, zoals loonkosten (inclusief cao-ontwikkelingen), werkgeverslasten, overhead, personeel niet in loondienst (PNIL) en materiële kosten. De AMvB komt erop neer dat de werkelijke kostenontwikkeling van zorgaanbieders worden verwerkt in de tarieven. Gemeenten hebben hierin geen keus. Om aan deze wettelijke verplichting te voldoen, is een kostprijsonderzoek uitgevoerd door TransitiePartners. De uitkomsten van dit onderzoek laten een stijging van de tarieven zien van € 5,5 miljoen. Deze stijging is grotendeels toe te schrijven aan hogere loonontwikkelingen en daarmee in de jaarlijkse indexatie rekening is gehouden. Een andere belangrijke oorzaak is dat in de tarieven nu ook rekening moet worden gehouden met inhuur. Bij de marktconsultatie is gebleken dat daarnaast rekening moet worden gehouden met een hoger ziekteverzuim. De oorspronkelijke doorberekende impact bedroeg € 7,6 miljoen. In twee stappen is de impact beperkt. In de eerste stap is door mitigerende maatregelen de impact verlaagd met € 1,2 miljoen tot € 6,4 miljoen. De tweede stap betreft een ontwikkelopdracht met taakstelling aan zorgaanbieders. De ontwikkelopdracht wordt voor 1 april 2026 verstrekt en wordt van kracht per 1 oktober 2026.
Aanbieders gaan actief aan de slag gaan met het realiseren van een verlaging van het ziekteverzuim en PNIL. De ontwikkelopdracht is gefaseerd: aanbieders moeten per 1 april 2027, 1 oktober 2027 en 1 april 2028 voldoen aan verlaagde percentages voor ziekteverzuim en PNIL. De opgenomen fasering is een wettelijk vereiste. Dit levert in 2027 een besparing op van € 0,9 miljoen, waardoor de impact van het kostprijsonderzoek in 2026 van €6,4 miljoen in 2027 verlaagd wordt naar € 5,5 miljoen. In 2028 wordt een verdere verlaging van € 1,5 miljoen voorzien, waardoor de impact in dat jaar uitkomt op circa € 4,0 miljoen. Vanaf 2029 is het volledig beoogd effect (€ 2,6 mln.) van de ontwikkelopdracht meegenomen, waarmee de structurele impact van het kostprijsonderzoek € 3,8 mln. bedraagt. De realisatie van de
Dienst Gezondheid & Jeugd | Kadernota 2027 |
16
ontwikkelopdracht is met onzekerheid omgeven. SOJ moet rekening houden met omstandigheden bij aanbieders waardoor zij de taakstelling niet kunnen realiseren. Daling jeugdhulpgebruik Afgezien van bovenstaande posten daalt het jeugdhulpgebruik licht. Dit betreft een combinatie van diverse af- en toenames in de verschillende zorgcategorieën. Kosten en aantal jeugdigen per zorgcategorie (bedragen x € 1.000)
Zorgcategorie (bedragen * € 1.000)
Kadernota 2027
Ambulante jeugdhulp Behandeling, begeleidng, diagnostiek Jeugd GGZ Dagbesteding en dagbehandeling Basis GGZ ED (dyslexie) Ambulant overig Subtotaal ambulante jeugdhulp Jeugdhulp met verblijf Verblijf met behandeling Pleegzorg Gesloten jeugdhulp Gezinshuizen Verblijf SGGZ HIC (high intensive care) Wonen met begeleiding Logeren Subtotaal jeugdhulp met verblijf Jeugdbescherming en jeugdreclassering Jeugdhulp taxivervoer Vrijval oude jaren Rentebaten Overige, waaronder subsidies / taakgerichte bekostigingen LTA PGB SOJ Totaal
Aantal jeugdigen
31.055 28.043 15.837 2.463 3.550 4.668 85.616
2.882 3.249 625 1.083 827 1.526 7.641
19.506 7.368 2.222 8.778 1.174 18.023 1.964 59.035 11.571 3.068 -640 -283 3.438 11.118 6.656 5.984 185.563
109 415 7 104 8 118 97 810 765 394
8.183
Programma 5 Algemene Dekkingsmiddelen (bedragen x € 1.000)
P5 Algemene dekkingsmiddelen VPB heffing Onvoorzien Treasury Overhead DGJ Overhead SOJ Algemene dekkingsmiddelen DG Algemene dekkingsmiddelen SO Saldo baten en lasten Mutaties reserves Geraamd resultaat
2e burap 2025 Baten 0 0 0 0 0 400 8.869 0 5.350 0 0 8.545 0 5.150 14.095 14.219 0 526 14.219 14.622
Lasten
Saldo 0 0 400 -8.869 -5.350 8.545 5.150 -124 526 403
Begroting 2026 Baten Saldo 0 0 0 0 0 0 0 283 283 8.118 0 -8.118 5.680 0 -5.680 0 8.118 8.118 0 5.397 5.397 13.798 13.798 0 0 0 0 13.798 13.798 0
Lasten
Kadernota 2027 Lasten Baten Saldo 0 0 0 0 0 0 0 283 283 9.052 0 -9.052 5.984 0 -5.984 0 8.972 8.972 0 5.701 5.701 15.036 14.956 -80 0 80 80 15.036 15.036 0
De totale omvang van de algemene baten en lasten bedraagt € 15,0 miljoen. In de lasten is rekening gehouden met de afschrijvingslasten van de twee panden waar de onderdelen van de DG&J zijn gehuisvest, Karel Lotsyweg en Johan de Wittstraat (beide te Dordrecht). De lasten worden gedekt uit de bestemmingsreserves die hiervoor zijn gevormd in 2025.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Kadernota 2027 |
17
5 Bezuinigingen Bij het opstellen van de begroting 2026 hielden we er rekening mee dat het zogenoemde ravijnjaar voor gemeenten zich in 2026 zou voordoen. Inmiddels weten we dat het ravijnjaar, als gevolg van structurele en incidentele Rijksmiddelen, is doorgeschoven naar 2028. Desondanks zien we voor 2027 spanning op de uitvoering van onze taken, vanwege zowel landelijke als regionale ontwikkelingen. Vanwege het beroep van gemeenten op DG&J om kritisch naar het eigen takenpakket te blijven kijken, is bij de begroting 2026 voor LVS, Veilig Thuis en OGGZ geen uitbreiding van capaciteit opgenomen ten opzichte van de begroting 2025. Dit terwijl de groei van het aantal meldingen significant was. Gemeenten en DG&J hebben gezamenlijk afspraken gemaakt, waaronder het afschalen van dienstverlening, om te zorgen dat de werklast in overeenstemming komt met de beschikbare middelen. In hoofdstuk 3 is aangeven wat dit betekent voor de dienstverlening in 2027. In dit hoofdstuk schetsen wij een aantal andere ontwikkelingen waarvan wij voorzien dat deze mogelijk een negatieve impact hebben op de dienstverlening van de DG&J.
Pandemische paraatheid (SPUK-VGGD) Tijdens de COVID-pandemie bleek dat de GGD’en over onvoldoende capaciteit beschikten op het gebied van infectieziektebestrijding. Naar aanleiding hiervan ontvangen de GGD’en vanuit het ministerie van VWS sinds 2023 aanvullende middelen om pandemisch paraat te zijn. Voor 2027 ontvangen we circa € 0,9 miljoen op basis van de Regeling specifieke uitkering versterking GGD'en. Het team Infectieziektebestrijding (IZB) is door middel van tijdelijke dienstverbanden en inhuur inmiddels fors uitgebreid. In 2022, toen duidelijk werd dat GGD’en deze middelen vanuit het Rijk zouden gaan ontvangen, is namelijk door het Rijk gecommuniceerd dat de intentie was om deze middelen structureel toe te gaan kennen. In 2024 is door een nieuw kabinet echter besloten tot een flinke bezuiniging op de middelen voor pandemische paraatheid vanaf 2027. Met ingang van 2029 zouden de GGD’en helemaal geen middelen voor pandemische paraatheid meer ontvangen. Voorgenomen bezuiniging teruggedraaid, zekerheid tot en met 2028 In juni is duidelijk geworden dat de korting van het Rijk van 10% op specifieke uitkeringen voor 2026, wordt teruggebracht tot een korting van circa 2,5% voor de specifieke uitkering versterking GGD'en. In 2026 zal dit geen invloed hebben op de uitvoering van onze dienstverlening.
Daarnaast is op 3 juli een Kamerbrief verschenen over de Regeling specifieke uitkering versterking GGD'en voor de jaren 2027 en 2028. Uit deze brief blijkt dat er binnen de begroting van VWS dekking is gevonden om de specifieke uitkering tot en met 2028 te dekken. Volgens GGD GHOR Nederland liggen de middelen voor 2027 en 2028 op nagenoeg hetzelfde niveau als in 2026. Hiermee is de bezuiniging zo goed als teruggedraaid en hebben GGD’en financiële zekerheid tot en met 2028. Hiermee kunnen wij onze dienstverlening blijven uitvoeren. Onzekerheid vanaf 2029 Op dit moment is het nog onduidelijk of de GGD’en vanuit het Rijk middelen zullen ontvangen voor pandemische paraatheid voor de jaren 2029 en verder.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Kadernota 2027 |
18
COVID Ook in 2025 ontvangen we als GGD middelen van het Rijk voor het vaccineren tegen COVID-19. Landelijk stelt het ministerie van VWS € 70 miljoen beschikbaar. Dit betekent een forse afname ten opzichte van de € 97 miljoen voor 2024. Dit terwijl VWS de wens heeft om meer fijnmazig te vaccineren, wat hogere kosten met zich meebrengt. Daarnaast werkt VWS toe naar een kostprijs per prik. In vergelijking met andere GGD’en zit onze GGD boven de gemiddelde kostprijs, vanwege onder andere het grote oppervlak voor onze regio gezien het aantal inwoners, relatief veel 60+'ers en geen jeugdgezondheidszorg in eigen huis. Ook in 2026 zal DG&J gaan vaccineren, waarbij landelijk het budget gelijk blijft aan 2025. Gezien de forse daling van het budget ten opzichte van 2024, is voor 2025 de afspraak gemaakt dat VWS garant staat voor 85%. We verwachten dat dit percentage voor 2026 omlaag gaat. Voor 2027 en verder is nog onduidelijk óf de GGD’en moeten gaan vaccineren tegen COVID. Vanuit VWS is de wens om toe te werken naar een vaccinatievoorziening voor volwassenen, waar het vaccineren tegen COVID onderdeel van uitmaakt. Daarnaast geeft VWS in de begroting 2026 aan dat voorbereidingen getroffen gaan worden om te gaan starten met aanbieden van een gordelroosvacccinatie aan 60+’ers. Het is nog onduidelijk of deze taak en de COVID-vaccinatie voor 2027 (en verder) bij de GGD komen te liggen.
CSG – SPUK ASG (Aanvullende Seksuele Gezondheid) Landelijk wordt vanaf 2026 4% bezuinigd op de specifieke uitkering Aanvullende Seksuele Gezondheid. Vanuit deze specifieke uitkering ontvangen we middelen in het kader van SOA-zorg aan hoog-risicogroepen, seksualiteitshulpverlening aan jongeren onder 25 jaar en activiteiten in het kader van PrEP-zorg. We verwachten de daling van 4% te kunnen opvangen binnen het personeelsbestand. PGA (Publieke Gezondheid Asielzoekers) We ontvangen vanuit het COA via GGD GHOR Nederland, middelen voor onze inzet voor asielzoekers. Dit betreft onder andere het uitvoeren van hygiëne-inspecties en het geven van voorlichting op het gebied van infectieziektepreventie en gezondheid. Het huidige demissionaire kabinet is kritisch op de uitgaven rondom de opvang van asielzoekers. Dit brengt een financieel risico met zich mee. In 2025 ontvangen we circa € 80.000 voor de uitvoering van deze taak. PSH (Psychosociale Hulpverlening) Oekraïners Vanaf de start van de oorlog in Oekraïne worden in de regio vluchtelingen opgevangen. De GHOR (onderdeel van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid) heeft in samenwerking met de GGD de psychosociale hulpverlening (PSH) voor deze doelgroep georganiseerd. Dit heeft geresulteerd in een team dat bestaat uit sociaal werkers die onder de verantwoordelijkheid van de GHOR deze werkzaamheden uitvoerden.
De crisisorganisatie is inmiddels overgegaan in reguliere PSH en daarmee is deze taak per 1 januari 2025 overgegaan naar de GGD. De huidige RTB-regeling (Richtlijn Tijdelijke Bescherming) waar de Oekraïense ontheemden onder vallen, loopt tot en met begin maart 2027. De GGD ontvangt een vergoeding voor de gemaakte meerkosten van onze inzet voor de Oekraïense ontheemden. Voor 2025 gaat het om circa € 525.000. We verwachten dat de regeling
Dienst Gezondheid & Jeugd | Kadernota 2027 |
19
wordt gecontinueerd. Echter, het Rijk is kritisch op deze taak (en de daarmee samenhangende benodigde middelen). Het stopzetten van deze regeling kan leiden tot oplopende casuïstiek/meldingen bij andere onderdelen van de GGD en/of ketenpartners. Verbeterprogramma Jeugdhulp De Rijksmiddelen voor jeugdhulp zullen de komende jaren fors afnemen, overeenkomstig de (bijgestelde fasering van de) Hervormingsagenda Jeugd. Om de jeugdhulp betaalbaar en beschikbaar te houden, hebben gemeenten en SOJ het Verbeterprogramma betaalbare en beschikbare jeugdhulp opgesteld en in uitvoering genomen. In dit verbeterprogramma zijn 130 maatregelen beschreven met een besparingspotentieel van in totaal € 11,0 miljoen. Bij het doorrekenen van het besparingspotentieel is gewerkt met een ingroei-pad, afhankelijk van de aard van de maatregelen. Het totale besparingspotentieel bedraagt oplopend € 4,9 miljoen in 2026, € 10,1 miljoen in 2027 en € 11,0 miljoen structureel vanaf 2028. Gemeenten maken lokaal keuzes over of en zo ja welke maatregelen zij uitvoeren. Gemeenten zijn daarom verschillend omgegaan met het verwerken van besparingen in de begroting 2026. Hierbij verdient het wel aanbeveling zoveel mogelijk gezamenlijk op te trekken.
Daarnaast geldt dat sommige gemeenten maatregelen al uitgevoerd of in uitvoering hebben en dat door gemeenten ook kosten gemaakt moeten worden voor het implementeren van maatregelen. Aangezien er geen solidariteit meer is in de regio, betalen alle gemeenten alleen de werkelijke kosten van jeugdhulp voor de jeugdigen waar zij als gemeente verantwoordelijk voor zijn. Voor de begroting 2026 hebben gemeenten aangegeven of en voor welk deel zij deze besparingen willen verwerken in de begroting. Voor 2026 hebben gemeenten aangegeven dat zij € 2,0 miljoen aan besparingen willen verwerken, oplopend tot € 4,4 miljoen in 2028 en 2029. Voor 2027 zijn in kadernota geen besparingen verwerkt. Gemeenten kunnen bij de zienswijze op de ontwerpbegroting 2027 aangeven in hoeverre zij besparingen willen verwerken. Gemeenten worden hierdoor in de gelegenheid gesteld om een actualisatie van de besparingen uit het verbeterprogramma, eventuele overige gemeentelijke besparingen en eventuele groei te bepalen en te laten opnemen in de begroting.
Er is niet voor gekozen om de besparingen die zijn verwerkt in de begroting 2026 over te nemen, omdat de kostenontwikkeling en het gebruik van jeugdhulp bij gemeenten in de tussentijd significant is gewijzigd en sommige besparingen mogelijk al (gedeeltelijk) zijn gerealiseerd en daarmee al tot uitdrukking zijn gekomen in de actuele cijfers over jeugdhulpgebruik die de basis vormen voor de kadernota en begroting voor 2027. Daarnaast kan bij de uitwerking van de besparingsmaatregelen een gewijzigd beeld zijn ontstaan over de haalbaarheid en het potentieel van besparingen. Verder speelt landelijk het mogelijk invoeren van een eigen bijdrage in de jeugdhulp. We volgen de landelijke ontwikkelingen op de voet. Toegang Maatschappelijke Opvang & Woononderzoeken Centrumgemeente Dordrecht zet de subsidies voor Toegang Maatschappelijke Opvang (TMO) en woononderzoeken door het team OGGZ, stop. Dit heeft invloed op de totale raakt dienstverlening door het team OGGZ van de GGD. Centrumgemeente Dordrecht heeft in 2023 besloten om de subsidiering van de regionale werkzaamheden in het kader van woononderzoeken ten behoeve van de Contigentregeling in 4 jaar af te bouwen tot nul. Dit betekent een verlies aan inkomsten van € 88.587 (prijspeil 2025), gelijk aan 0,67 fte Procesregisseur Platform Uitvoering Voorrangsregeling (PUV).
Dienst Gezondheid & Jeugd | Kadernota 2027 |
20
Daarnaast heeft Centrumgemeente Dordrecht ons op 30 april medegedeeld dat uiterlijk per 1 januari 2026 de regionale taken in het kader van de Toegang Maatschappelijke Opvang (TMO) niet langer door team OGGZ zullen worden uitgevoerd. Een deel van de maatregelen gaat in vanaf 1 juli 2025. Dit besluit betekent een verlies aan inkomsten van € 349.058 (prijspeil 2025). Dit komt neer op 2,39 fte Procesregisseur en 0,33 fte Procesondersteuner. In de uitvoering van diverse taken heeft het team OGGZ van de GGD zowel contact met kwetsbare inwoners als met alle organisaties en instanties die hierbij betrokken zijn. Daarnaast onderhoudt het team OGGZ nauw contact met politie, Veilig Thuis en het Zorg- en Veiligheidshuis, waarvan de laatste twee in hetzelfde gebouw zitten. Wanneer het takenpakket van het team wijzigt, verandert of verdwijnt de huidige informatiepositie van het team OGGZ. Datzelfde geldt voor de rol van het team als onafhankelijk adviseur en onderzoeker binnen diverse gemeenten. Door het wegvallen van bovengenoemd aantal fte komt de uitvoering van de basisdienstverlening van zowel het Meldpunt Zorg & Overlast (MZO) als de Wet verplichte GGZ (Wvggz) in gevaar. Er zullen geen of onvoldoende medewerkers zijn om meldingen te behandelen, geregistreerde meldingen te triageren, binnen de wettelijke normen Verkennend Onderzoek uit te voeren en Zorgmachtigingen aan te vragen.
Vanwege de beperkte omvang van het team OGGZ (wat inherent is aan de omvang van deze regio) vervullen de medewerkers meerdere taken. Met het wegvallen van een aantal taken en daarmee fte wordt de totale omvang van het team te klein om efficiënt en effectief te kunnen werken. Voortvloeiend uit de impactanalyse OGGZ die in december 2024 in het Algemeen Bestuur is besproken, is de DG&J met gemeenten in gesprek om te komen tot een basis- en pluspakket. Hoewel de insteek is om het huidige dienstverleningsniveau te behouden, kan de afbouw van onderdelen wel leiden tot een bijstelling van de benodigde capaciteit voor het uitvoeren van het MZO en de Wvggz. Gezondheidsbevordering - JOGG De gemeente Dordrecht heeft aangegeven de subsidie te halveren die sinds 2012 jaarlijks beschikbaar werd gesteld voor de programmering van de JOGG-aanpak in Dordrecht door het team Gezondheidsbevordering van de GGD. De omvang van de subsidie bedraagt door de halvering nu € 72.500. Deze subsidie betreft een aanvulling op de gemeentelijke (inwoners)bijdrage. De afgelopen jaren heeft het JOGG-programma in Dordrecht geleid tot meetbare verbeteringen in de gezondheid van kinderen en jongeren. Gezien het regionale belang van het instrumentarium dat in het JOGG-programma wordt ontwikkeld, vindt een deel van de inzet van de GGD voor JOGG Dordrecht plaats vanuit de gemeentelijke (inwoner)bijdrage.
Vanwege het halveren van de subsidie, kan dit niet worden gecontinueerd.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Kadernota 2027 |
21
6 Verdeelmodel overhead De huidige systematiek van doorberekening van overhead is historisch gegroeid. Als gevolg van bestuurlijke afspraken die zijn gemaakt bij het invlechten van zowel SOJ als Veilig Thuis in de DG&J en de ontwikkeling van de organisatie, wordt de overhead niet consistent en uitlegbaar verdeeld over de binnen de DG&J te onderscheiden begrotingsproducten. In de afgelopen maanden is een nieuwe verdeelsystematiek voor overhead onderzocht, die eenvoudig en duurzaam kan worden toegepast en zorgt voor een evenwichtige verdeling van overhead. Dit draagt bij aan transparantie van de bekostiging door gemeenten van DG&J-taken. Om te komen tot deze transparantie van de bekostiging is een herziening van de begrote uitvoeringslasten noodzakelijk. In de onderzochte, nieuwe systematiek wordt de overhead verdeeld op basis van fte. Verdeling van fte boven geniet de voorkeur boven verdeling op loonsom, vanwege onder andere eenvoudige toepasbaarheid en minder handelingen. Zowel een uitwerking in fte als loonsom zijn naast elkaar gelegd, en laten beperkte verschillen zien.
Verschil
Gemeentelijke bijdrag eoud
Gemeentelijke bijdrage nieuw
34.712.965 10.511.322 4.523.897 5.628.855 55.377.039
33.861.690 12.055.836 4.493.832 4.965.681 55.377.039
851.275 -1.544.514 30.065 663.174 -0
25.393.327 6.710.542 2.807.061 5.628.855 40.539.785
24.542.052 8.255.056 2.776.996 4.965.681 40.539.785
Verschil
Totaal lasten nieuw
Totaal GGD Totaal Veilig Thuis Totaal LVS Totaal SOJ Totaal DG&J
Totaal lasten oud
Product
Hoewel de gemeentelijke bijdrage in zijn totaliteit niet wijzigt als gevolg van de onderzochte, nieuwe verdeelsystematiek, leidt deze wel tot een significante verschuiving van de begrotingsproducten GGD en SOJ naar Veilig Thuis. In onderstaande tabel zijn deze significante verschuivingen inzichtelijk gemaakt.
851.275 -1.544.514 30.065 663.174 -0
De omvang van de totale lasten voor het organisatieonderdeel GGD neemt af met € 851.000, als gevolg van lagere overhead. Voor de SOJ betreft het een daling van € 663.000. De totale lasten bij Veilig Thuis nemen toe met € 1.545.000. Hoewel de onderzochte, nieuwe systematiek leidt tot toename van transparantie en eenduidigheid van bekostiging van taken van de DG&J, is vanwege de ontwikkeling rondom het Toekomstscenario en de onduidelijkheid over de gevolgen daarvan voor Veilig Thuis, de verdere uitwerking van de nieuwe verdeelsystematiek van overhead on hold gezet. Indien Veilig Thuis als gevolg van het Toekomstscenario geen onderdeel meer uitmaakt van DG&J, zal dit leiden tot een aanzienlijke bijstelling van de overhead. Een bijstelling die niet opgevangen kan worden door het evenredig afschalen van de functies staf, bedrijfsvoering, algemene overhead en de daarmee samenhangende lasten. Naar verwachting is er over een jaar meer helderheid over de positionering van Veilig Thuis. Met het uitbrengen van een nieuwe notitie overhead door de commissie BBV is de administratie van DG&J doorgelicht op de juiste toepassing van overhead. Gebleken is dat bij de SOJ ten onrechte alle functionarissen en bepaalde operationeel lasten als overhead wordt geduid, terwijl dit eigenlijk onderdelen zijn van het primaire proces.
De verwerking hiervan binnen de begroting van DG&J dient nog plaats te vinden, in bovenstaande opstelling is reeds rekening gehouden met de aanpassingen.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Kadernota 2027 |
22
7 Risico's Kaders In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 22 december 2022 is de nota risicomanagement en weerstandvermogen vastgesteld. Hierin is vastgelegd hoe risico's binnen de Dienst Gezondheid en Jeugd worden geïnventariseerd, gekwalificeerd beheerst en waar nodig gekwantificeerd. De paragraaf wordt steeds geactualiseerd bij elk volgend P&C document, zo ook nu ook met de kadernota 2027. Risicobeheersing Voor het bepalen van een gewenst weerstandsvermogen is inzicht nodig in de omvang en in de achtergronden van de risico’s en de risicobeheersing. De actuele en relevante inzichten omtrent de risicobeheersing zijn als volgt omschreven: - Risicobeheersing jeugdhulp SOJ - Risicobeheersing GGD, VT, LVS, apparaatskosten SOJ en bedrijfsvoering GR
Risicobeheersing jeugdhulp SOJ Weerstandsvermogen Voor jeugdhulp is er geen weerstandsvermogen/algemene reserves. Zoals opgenomen in de bijdrageverordening komen tegenvallers en meevallers ten opzichte van de begroting, ten laste respectievelijk ten gunste van de deelnemende gemeenten. Risico's gerelateerd aan jeugdhulpgebruik Deze financiële risico's richten zich vooral op de ontwikkeling van de kosten van jeugdhulp in relatie tot de begroting en de daling van de rijksbijdragen voor jeugdhulp. In 2025 laat het gebruik van jeugdhulp een kleine stijging zien. De ontwikkeling van de kosten voor jeugdhulp fluctueert en verschilt per gemeente. In de Hervormingsagenda zijn een aantal programmalijnen opgenomen die moeten leiden tot een forse afname van de kosten. In lijn hiermee worden de rijksbijdragen afgebouwd. Als het niet lukt de kosten te laten dalen, ontstaat er een tekort tussen rijksbijdragen en kosten jeugdhulp. Gemeenten en Serviceorganisatie nemen de uitvoering van de maatregelen gezamenlijk ter hand. Hiertoe is het Verbeterprogramma inkoop jeugdhulp opgesteld. De uitwerking en implementatie van de maatregelen is onderhanden. Risico vanwege hogere inflatie en indexatie Onzekerheden in de ontwikkeling van de inflatie kunnen de indexatie van tarieven doen oplopen. Voor 2026 worden de tarieven met 5,13% geïndexeerd.
Dit is 1,85% hoger dan waarmee in de begroting rekening is gehouden. Bij het opstellen van de kadernota en begroting is het OVA percentage nog niet bekend en worden indexcijfers uit de septembercirculaire gebruikt. Dit levert een forse stijging op van de lasten ten opzichte van de begroting van circa € 3,0 mln. De tarieven worden geïndexeerd volgens de landelijk overeengekomen OVA-methodiek. Hiermee wordt ook het gemeentefonds voor het onderdeel jeugdhulp geïndexeerd. Gemeenten ontvangen dus middelen voor de indexatie van de tarieven jeugdhulp. Na definitieve besluitvorming door het AB over verwerking van de inhaalindexatie in een begrotingswijzging vervalt het risico van de inhaalindexatie in de risicoparagraaf.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Kadernota 2027 |
23
Risico behalen beoogd resultaat ontwikkelopdracht zorgaanbieders SOJ Voor SOJ is een kostprijsonderzoek uitgevoerd naar de toereikendheid van de tarieven voor jeugdhulpaanbieders. De uitkomsten hiervan met een impact van € 6,4 mln. worden verwerkt in de tarieven voor 2026. Aanbieders krijgen een ontwikkelopdracht om het ziekteverzuim en de inzet van inhuur te reduceren. Het beoogd resultaat hiervan is € 2,6 mln. In de financiële raming voor 2027 en verder zijn de beoogde resultaten van de ontwikkelopdracht verwerkt. Het risico bestaat dat de resultaten gedeeltelijk niet gehaald worden. De maximale impact van dit risico is € 2,6 mln. in 2029. Met terugwerkende kracht declareren van PGB-budgetten Van de verstrekte PGB-budgetten wordt circa 65% daadwerkelijk besteed. In de huidige gemeentelijke verordeningen en beleidsregels zijn geen beperkingen opgelegd aan het met terugwerkende kracht over oude jaren indienen van declaraties. Wel geldt de algemene wettelijke regel dat dit na 5 jaar niet meer kan. Over de jaren 2020 tot en met 2024 zou nog een bedrag van € 16,1 mln. gedeclareerd kunnen worden. De ervaring leert dat hier zeer beperkt gebruik van wordt gemaakt. Continuïteitsproblemen van aanbieders die gesloten jeugdhulp leveren (JeugdzorgPlus) Er zijn in de provincie Zuid-Holland twee aanbieders die gesloten jeugdhulp leveren.
Deze zijn financieel in de problemen gekomen als gevolg het ingezette beleid het gebruik van gesloten jeugdhulp af te bouwen en vanwege overige bedrijfsvoeringsproblemen. Beide aanbieders hebben continuïteitsplannen opgeleverd. Hieraan is een behoorlijk kostenplaatje van circa € 23 mln. gekoppeld. Tegelijkertijd worden door de accounthoudende regio's afdoende SPUK-middelen van het Rijk ontvangen van waaruit de uitvoering van de continuïteitsplannen bekostigd kunnen worden. De accounthoudende regio's nemen de afwikkeling hiervan verder ter hand. Naar verwachting zijn er geen verdere bijdragen vanuit onze regio nodig. Zeker is dit echter nog niet. Financiële problematiek Jeugdbescherming West Het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen in het verzorgingsgebied van Jeugdbescherming West is sterk afgenomen en neemt mogelijk nog verder af. Als gevolg hiervan staat de exploitatie sterk onder druk en moeten de regio's mogelijk financiële ondersteuning bieden middels een instandhoudingbijdrage. Inmiddels is hierover een bestuurlijk akkoord gesloten. De geschatte omvang van dit risico bedraagt maximaal € 2,6 mln. bij 10 procent krimp per jaar van het aantal maatregelen. In dat geval dalen de kosten van de uitvoering van de maatregelen ook. Dit effect is groter dan de instandhoudingsbijdrage.
Rentabiliteit en beschikbaarheid kleinschalige woonvoorzieningen en gesloten jeugdhulp De rentabiliteit van kleinschalige woonvoorzieningen is kwetsbaar en het aanbod moet voldoende zijn in het kader van de voorgenomen afbouw van gesloten plaatsingen. Er is een risico is dat aanvullende vergoedingen moeten worden verstrekt en moet worden bijgesprongen bij bestaande en toekomstige kleinschalige woonvoorzieningen. Risicomatrix In onderstaande tabel is de impact van de risico's gekwantificeerd die niet zijn meegenomen in de begroting/prognose.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Kadernota 2027 |
24
Omvang jeugdhulp in gemeente in €mln. 5 tot 10 10 tot 15 15 tot 20 >40 Risicomarge Risico: Opmerking: 1,85% Alleen voor 2026 niet opgenomen in Hogere inflatie en inhaalindexatie 1,85% 1,85% 1,85% begroting, kosten worden vergoed in het gemeentefonds 1,4% Risico behalen resultaten ontwikkelopdracht zorgaanbieders SOJ 1,4% 1,4% 1,4% (Continuïteit) JeugdzorgPlus