CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering - 1 februari 2021

raadsvergadering openbaar 1 maart 2021, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Notulen15.843 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voorts kan zij zich volledig vinden in de aanvulling van de zienswijze welke in de commissievergadering op initiatief van de heer Boudewijn tot stand is gekomen. Zij stemt dan ook in met het raadsvoorstel. Mevrouw Oelfke-ten Seldam is blij te lezen en vanavond ook te horen dat de vast te stellen zienswijze een fermere en kritischer toon heeft gekregen, iets wat onder andere de VVD in voorgaande jaren bij de bespreking van zienswijzen heeft bepleit. De fractie ziet dat haar kritische houding van toen nu raadsbreed wordt gedeeld. De VVD maakt zich al geruime tijd zorgen over de haalbaarheid van de bezuinigingen die de SOJ op haar werkzaamheden heeft voorzien, over het gemak waarmee de gemeenten om beschikbaarstelling van extra budget wordt gevraagd en over het feit dat afspraken over te nemen maatregelen niet worden nagekomen. In de zienswijze wordt voor een viertal punten aandacht gevraagd: de kosten moeten worden beheerst, de maatregelen die in de omdenknotitie zijn genoemd moeten worden uitgevoerd, er moet voldoende ruimte worden gegeven aan lokale initiatieven en strakker gaan sturen is hard nodig. In al deze punten kan de VVD zich vinden. Ook is zij het eens met de conclusie dat de gevraagde verhoging van de begroting van de SOJ niet acceptabel is als er geen concrete maatregelen worden genomen welke de geschetste kostenreductie onderbouwen.

Voor deze punten is ook in voorgaande zienswijzen aandacht gevraagd. De fractie kan zich dan ook goed in dit voorstel vinden. Mevrouw Gommans-Dane moet zeggen dat van een serviceorganisatie als de SOJ mag worden verwacht dat zij haar klanten zo goed mogelijk van dienst zal zijn. In deze tijd kampt de jeugd vaak met grote problemen, niet alleen jeugd in Hendrik-Ido-Ambacht, maar ook die in andere gemeenten en elders in de wereld. Ook is te zien en in kranten te lezen dat het geven van aandacht aan de jeugd heel belangrijk is en dat er veel moet gebeuren om te voorkomen dat het met veel jeugd en jongeren mis gaat. In de discussie over dit voorstel wordt er eigenlijk alleen maar over de financiën van de SOJ gesproken, niet over het doel waarvoor zij is opgericht. Dat is erg jammer. Spreekster kan zich niet voorstellen dat deze organisatie zegt: 'Geef er maar een half miljoen bij, dan komen wij op het pluche te zitten'. De SOJ werkt heel hard en zal dit ook in de toekomst moeten doen. In de commissievergadering heeft de wethouder uitgebreid op de vragen geantwoord. Daarbij heeft hij aangegeven dat, als het met de SOJ financieel misgaat, de klanten/patiënten naar de huisartsen zullen gaan en via die U-bocht zullen terugkomen, wat dan alleen maar meer geld en tijd zal gaan kosten.

De fractie van D66 is er dus nog niet van overtuigd dat de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht nu tot de SOJ moet zeggen: 'Wij zijn het niet eens met de begrotingswijziging, er wordt te gemakkelijk met geld omgegaan.' De fractie denkt dat dit geld juist heel hard nodig is. Dat er in het systeem waarmee men werkt aan de voorkant iets moet worden gewijzigd, is mogelijk, maar de fractie is ervan overtuigd dat dit de aandacht van de SOJ zal krijgen en dat deze organisatie zal bezien of het werk op een andere en voordeliger manier zal kunnen worden gedaan. D66 gaat al met al met heel veel moeite mee met dit voorstel, met daarbij de vraag hoe het, als er vijf minuten voor twaalf toch extra geld nodig zal blijken te zijn om te voorkomen dat men tegen probleemgevallen 'nee' moet verkopen, zó kan

Vergadering van 1 februari 2021.

16

worden geregeld dat dat geld meteen beschikbaar zal komen en niet pas door middel van de vaststelling van een daartoe strekkende nota, want dat zou voor de betrokken jongeren te laat kunnen zijn. De heer Scheurwater hoorde de wethouder in de commissie zeggen dat er, wanneer er niet met de begrotingswijziging van de SOJ zou worden ingestemd, een wachtlijst van cliënten zou kunnen ontstaan en dat bepaalde uitvoeringshandelingen dan niet meer zouden kunnen plaatsvinden. Als dat handelingen zijn die onder 'perverse prikkels' zijn te scharen, heeft de fractie van EVA daarmee geen probleem. De fractie gaat akkoord met de conclusie van de zienswijze zoals die na de discussie in de commissie is komen te luiden, namelijk dat het verhogen van de begroting van de SOJ niet acceptabel is als er geen sprake is van concrete maatregelen die de geschetste of voorgenomen kostenreducties onderbouwen en dat het bestuur van de SOJ wordt gevraagd wat de consequenties van het handhaven van de huidige begroting zullen zijn. Zij houdt een slag om de arm voor het geval in bijzondere omstandigheden toch een verhoging van de begroting mogelijk moet worden gemaakt, maar aan de perverse prikkels moeten de gemeenten na overleg gezamenlijk een einde kunnen maken. Met dit voorstel gaat de fractie akkoord.

Wethouder Van Die meent dat in de discussie in de commissie en in de bijdragen van vanavond enkele lijnen zijn te herkennen. De eerste lijn is dat men na discussie moeilijke politieke keuzes wil maken inzake de vraag wat jeugdhulp wel of niet moet inhouden. De tweede lijn is dat men door alle partijen op het speelveld acties ondernomen wil zien, zowel in transformerende als in financiële/kostenbesparende zin. De derde lijn, genoemd door mevrouw Gommans maar ook bij alle andere partijen aanwezig, is dat het buiten kijf staat dat aan kinderen die echt hulp nodig hebben ook hulp zal moeten kunnen worden verleend. In commissieverband is stilgestaan bij de consequenties van een besluit tot afwijzing van de verhoging van de begroting van de SOJ. Die consequenties zijn op dit moment nog niet geheel in beeld te brengen en daarom is terecht besloten om aan de zienswijze een passage toe te voegen. Het eerste deel daarvan is heel scherp, in de zin van: 'Dit willen wij niet meer' – overeenkomend met de door het college opgestelde zienswijze –, maar dit vraagt nog wel om een uitwerking van de consequenties van het innemen van een afwijzend standpunt. Dit is van belang voor de risicoafweging, ook door de politiek, want wanneer men in de jeugdhulp iets niet meer doet, zal vooral de politiek daarover worden ondervraagd, onder anderen door ouders.

Beter dan hierover achteraf discussiëren is het vooraf komen tot een duidelijke kaderstelling, inhoudend dat er wordt vastgesteld wat wel en wat niet onder de jeugdhulp valt. Zo zal men als politiek aan de voorkant een heel duidelijke boodschap aan de samenleving kunnen geven. In de commissievergadering heeft spreker al gezegd dat hierover thans regionaal een discussie gaande is. Indien de uitkomsten van die discussie voor Hendrik-Ido-Ambacht onvoldoende zullen zijn, zal de gemeente in de lokale verordening zelf tot aanscherpingen kunnen komen, want dat is één van de voordelen van het lokaal maken van de jeugdzorg, de beweging die nu in gang wordt gezet. Wanneer het gesprek daarover gaat plaatsvinden, zal dat gegarandeerd tot stevige politieke discussies leiden, maar dat is dan helemaal niet erg, want aan het kunnen voeren van zo'n gesprek hebben partijen behoefte. De maatregelen die moeten leiden tot vermindering van de uitgaven jeugdhulp in de regio zijn in het bijgevoegde overzicht genoemd. Zij zijn niet door de gemeente verzonnen, maar komen uit het aanjaagplan dat de raad eerder heeft gezien. Belangrijk daarbij is te weten dat de besparingen die daarmee moeten worden bereikt, nog moeten worden uitgewerkt en door de betrokken 'eigenaren' moeten worden gevalideerd.

Het bereiken van de besparing is sterk afhankelijk van de wijze waarop elke maatregel wordt uitgewerkt en geïmplementeerd. Een voorbeeld hiervan is dat in het deel van de jeugdhulp dat Hendrik-Ido-Ambacht naar voren heeft gehaald – men wordt hierover geïnformeerd op de hiertoe te organiseren avond – enkele producten, diensten en behandelingen aan de achterkant zijn dichtgezet, zowel voor het jeugdteam als voor de huisartsen. Niet elke gemeente doet dit vooralsnog – men haalt wel zaken naar voren, maar zet ze niet alle aan de achterkant dicht –, waardoor de

Vergadering van 1 februari 2021.

17

potentiële besparing over het geheel minder wordt. Dit doen die gemeenten niet met opzet, maar bijvoorbeeld omdat het ze niet lukt een product of dienst aan de achterkant dicht te zetten vanwege het feit dat de lokale huisartsengroep nog niet in deze beweging meegaat. Dat is heel vervelend voor de solidariteit, maar de gemeenten kunnen hieraan dus niet altijd wat doen. In 2022 zal het wat minder uitmaken, omdat dan elke gemeente zelf de kosten van de hulpverlening aan eigen kinderen gaat betalen. Kortom, in de transformatie die moet plaatsvinden kent elke gemeente haar eigen problemen en daarmee ook een eigen focus, een eigen prioritering en een eigen vorm van resultaatgericht werken. Het speelveld van de jeugdzorg is zeer groot – een vorige keer stond men stil bij het landelijke, het regionale en het lokale gedeelte ervan – en dat is ook het geval met het aantal spelers op dat speelveld, spelers met elk een eigen mandaat. Neem bijvoorbeeld de huisartsen, die op grond van de wet een eigen mandaat hebben. Dit maakt het per definitie lastig om op het gehele speelveld te sturen. Het is niet even aan de ene kant een knop dichtdraaien en daarmee voorkomen dat er aan de andere kant een knop omhoog komt. Een gemeente kan dat niet altijd sturen. De in het voorstel vermelde cijfers zijn lokaal doorvertaalde regionale cijfers.

Gemeend werd dat die cijfers voor de raad het interessantst zouden zijn, zeker gelet op het feit dat de gemeenten in de toekomst niet meer solidair zullen zijn. Dit zijn cijfers aan de hand waarvan er moet worden gestuurd en die dus politiek gezien het relevantst zijn. Als men zien dat deze kosten dalen of stijgen, zal men het college daarover willen bevragen. In de commissie is gevraagd hoe er is teruggerekend van € 124 miljoen naar € 100 miljoen inclusief de meerjarige bezuinigingen; klopt die € 100 miljoen dan wel, zo werd gevraagd. Spreker begrijpt dat het wat warrig wordt doordat er bij de indexatie moet worden uitgegaan van het prijspeil van 2019, maar het startbedrag en die indexatie zijn indertijd wel door de gemeenteraden vastgesteld. In de commissie informeerde mevrouw Dossett van Gemeentebelangen hiernaar. Met het memo is de raad meer inzicht gegeven in de doorwerking van de regionale cijfers en daar is niets geheimzinnigs aan; dit is op een half A4tje gepresenteerd. Het deel waarover het memo méér tekst en uitleg geeft, is het overzicht van lokale maatregelen dat op de laatste pagina is opgenomen. Spreker had de heer Boudewijn in de commissie toegezegd met dat overzicht aan maatregelen te zullen komen. Zij zijn niet door de gemeente verzonnen, maar komen uit de tweede Burap 2020, welke op verzoek van de provincie is opgesteld.

Zij zijn op die manier ook geaccordeerd; zij zijn openbaar en worden breed gedeeld. er is dus niets geheimzinnigs aan. De hardere maatregelen, maatregelen die meer een directe invloed hebben op budget en kosten, zijn al een paar keer genoemd. De gemeenten zitten hierbij ook op één lijn. De afschaffing van de 'Nee, tenzij…'-regeling is vooralsnog door de regio niet geïmplementeerd, daar de meerderheid van de gemeenten er helaas anders over denkt. Als het budget op is – dit tot de heer Van der Wulp – zal die regeling dus nog kunnen worden toegepast. De fractie van Gemeentebelangen vroeg om het uitoefenen van een strenger toezicht op de financiën van de SOJ. Natuurlijk zal spreker de vinger aan de pols houden, maar het is wel een principieel besluit van het algemeen bestuur geweest om de 'Nee, tenzij…'-regeling dit jaar nog te blijven hanteren en dat is een werkelijkheid waarmee ook spreker als lokaal portefeuillehouder te maken heeft. Mevrouw Van der Hee bepleitte het instellen van een rekenkameronderzoek naar de administratie- en coördinatielasten in de jeugdhulp. Spreker vindt dit het verkennen waard. Over de duim gezegd zou daarbij een onderscheid moeten worden gemaakt tussen administratie die de cliënt ten goede komt, bijvoorbeeld in de vorm van een beschikking, en administratie waarvoor dat nìet geldt.

Wel vraagt hij zich af op welk deel van die administratie de gemeente invloed kan uitoefenen, daar men te maken heeft met landelijke regels. Dit alles is zeker het onderzoeken waard, en de uitkomst van zo'n onderzoek kan worden verwerkt in de lokale verordening. De rekenkamercommissie zal zich hiermee zeker wel willen gaan bezighouden, gelet op de capaciteiten van haar leden. De heer Boudewijn denkt dat de fracties het wel eens zijn over de dilemma's met betrekking tot de SOJ. Zij zullen ook wel gezamenlijk tot de conclusie kunnen komen dat de opgave van de gemeenten op dit gebied geen gemakkelijke is. Er wordt nu vooral over financiële aspecten van de SOJ gesproken omdat het over de begroting van die organisatie gaat, maar met mevrouw Gommans is hij het

Vergadering van 1 februari 2021.

18

eens dat er ook waardering mag worden uitgesproken voor alle jeugdzorgprofessionals, want aan hùn inzet ligt het zéker niet. Als politiek heeft men echter wel de verplichting die jeugdzorgprofessionals de kaders te geven voor het beantwoorden van de vraag wat wel of niet tot jeugdzorg moet worden gerekend. Zij hebben daar recht op, want zij zijn regelmatig zoekende naar een antwoord op die vraag. Enkele fracties hebben gevraagd hoe het zal gaan als het zorgbudget op is. In zijn bijdrage in eerste termijn heeft spreker betoogd dat men, om te voorkomen dat men bij het opraken van het budget in paniek zal raken, eerder moet gaan sturen. Als het budget een muur is en de uitputting ervan een op die muur afrijdende auto, moet men niet pas op de rem trappen als de muur wordt bereikt, want dan kan men niet veel meer. Men moet juist in het zicht van de muur tijdig gaan remmen en er zo voor zorgen dat de muur niet zal worden geraakt. Er moeten dus tijdig keuzes worden gemaakt, niet als het budget bijna op is, maar al vanaf het begin, zodat ook degenen die aan het einde van een jaar een beroep op de jeugdzorg doen die jeugdzorg zullen kunnen krijgen. Het memo van de wethouder is duidelijk; er was hem ook gevraagd daarmee te komen. Men kan er van alles van vinden, maar de vermelde berekening klopt.

Men zou er alleen de kanttekening bij kunnen maken dat men, wanneer men met indexaties werkt, ook de bezuinigingsbedragen zou moeten indexeren, maar voor het geheel zou dat ook weer niet veel uitmaken. Sprekers fractie roept de portefeuillehouder ertoe op aan te geven hoe de raad hem als lid van het algemeen bestuur van de SOJ zou kunnen helpen bij de uitvoering van de overeengekomen gezamenlijke opgave. Terecht zei de wethouder dat er echt iets moet worden gedaan ter verbetering van het systeem waarmee de organisatie werkt. Zij is te vergelijken met een tanker, een schip dat moeilijk van koers verandert. Daarvoor is samenwerking nodig tussen de colleges, de portefeuillehouder als lid van het dagelijks bestuur en de gemeenteraden. Zij moeten ondersteuning bieden en vooral ook duidelijke kaders aangeven. Mevrouw Van der Hee-Pasterkamp wil eerst reageren op de opmerking van mevrouw Gommans dat het thans alleen om de financiën van de SOJ zou gaan.

Dit komt doordat het er nu om een door die organisatie voorgestelde begrotingswijziging gaat, maar met de voorgaande spreker wil spreekster benadrukken dat de inzake de SOJ te maken keuzes juist ten doel hebben – daarop was de inbreng van de CDA-fractie gericht – om de jeugdzorgverleners, die een ieders respect en waardering verdienen, de ruimte en de rust te geven welke nodig zijn om op een goede wijze zinvolle zorg te kunnen verlenen, waarmee dan de belangen van de zorgbehoevenden zo goed mogelijk worden behartigd. De heer Van der Lei meent zich te herinneren dat, toen er in de vergadering van de commissie WOS over een afsluiting van de jeugdhulp aan de achterkant werd gesproken, de wethouder reageerde met de opmerking dat men zich dan voor het verkrijgen van hulp tot de huisarts zou kunnen wenden en dat de gemeente zo toch de rekening daarvan gepresenteerd zou krijgen. Had spreker dit goed begrepen? Wellicht kan de wethouder hierover nog enige uitleg geven. Wethouder Van Die zegt toe – met het laatste beginnend – dat hierbij op de informatieavond over de jeugdhulp langer zal kunnen worden stilgestaan; ook zal er dan een betere technische toelichting kunnen worden gegeven dan nu is gebeurd. Wat nu belangrijk is om te weten, is dat een aantal diensten van de aanbieder Boba naar voren is gehaald.

De diensten die Boba nu via het jeugdteam verleent, kunnen niet meer door een andere aanbieder of door Boba zelf aan de achterkant worden ingezet. De huisarts kan dus in een geval waarin zich een bepaalde problematiek voordoet niet meer doorverwijzen naar de achterkant, dus naar de zorgmarkt, maar zal verwijzen naar wat in het jeugdteam aan de voorkant met de Boba-medewerkers is ingezet. Op de informatieavond zal hierop worden teruggekomen, een avond waarop de raad ook de eerste resultaten zullen kunnen worden gepresenteerd. De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is in dezen overigens koploper ten opzichte van an-

Vergadering van 1 februari 2021.

19

dere regiogemeenten in Zuid-Holland-Zuid, want die zijn hierover, op Sliedrecht na, nog aan het nadenken. Hendrik-Ido-Ambacht is er al mee begonnen en de eerste resultaten zijn voorzichtig 'belovend' te noemen. Het is gevaarlijk om dit in dit verband te zeggen, want men zou kunnen denken dat spreker te weinig naar de financiën kijkt, maar bij de aanvang van het nieuwe jaar was het een goed voornemen van hem om meer over hulp ontvangende kinderen en minder over geld te gaan praten. De oproepen die met betrekking tot de financiën van de SOJ uit de raad zijn gekomen, heeft hij natuurlijk heel goed begrepen. Dit geldt ook voor wat aan de orde is gekomen in de gesprekken die in het college zijn gevoerd. Er zit geen licht tussen wat het college vindt en wat de raad vindt. Hij heeft alleen willen aangeven dat de sturingsmogelijkheden niet altijd even simpel zijn en dat men ook oog moet hebben voor consequenties. Terecht is om een uitwerking van die consequenties gevraagd. Dit moet straks ook helpen – hij is het in dezen zeer met de heer Boudewijn eens – om, als de uitkomst van het regionale debat over wat er wel of niet onder de jeugdhulp moet vallen bekend is, houvast te kunnen geven aan de jeugdhulpprofessionals. In de gehele sector en op elk niveau is te merken dat er sprake is van stress. Wat men dan moet doen, is duidelijkheid bieden, en dat is ook wat er zal worden geprobeerd.

Zonder hoofdelijke stemming wordt hierop conform het voorstel besloten. 9. Ruimtelijke Zaken –De Volgerlanden. 9.1 Rekenkameronderzoek: "Raad weten met de omgevingswet". De heer Ouwerkerk merkt op dat de fractie van de VVD kennis heeft genomen van het rekenkameronderzoek "Raad weten met de omgevingswet" en de bestuurlijke rectie van het college daarop. De gemeenteraadsleden hebben een studie kunnen maken van hetgeen met de Omgevingswet op de gemeente gaat afkomen en de fractie heeft daarom geen behoefte aan het hiervoor instellen van een aparte commissie. Men kan zich hiermee als gehele raad bezighouden, zoals dit tot nu toe ook is gedaan. De Omgevingswet zal een grote invloed op de werkwijze van de gemeente hebben, omdat hiermee 26 wetten worden gebundeld. Ook de rol en de betrokkenheid van de gemeente hierbij zullen veranderen. De rekenkamercommissie heeft de raad met haar onderzoek een goed beeld voorgehouden van wat er te wachten staat en welke stappen er wanneer zullen moeten worden genomen. Gewaarschuwd en voorbereid kan men hiermee verdergaan. Op 11 januari 2021 verscheen in de pers het bericht dat er opnieuw uitstel van de invoering van de Omgevingswet dreigt – die invoering zou over een jaar gebeuren – vanwege het feit dat de Eerste Kamer over deze wet zeer kritisch is.

Senatoren vrezen dat dit enorme project kan mislukken nu blijkt dat de ICT nog niet in orde is en de kosten uit de hand gaan lopen. Ook in het Financieel Dagblad van vandaag stond een stuk met die strekking. Het lijkt er dus op dat de Omgevingswet na de verkiezingen opnieuw onderwerp van discussie zal worden, namelijk wanneer er een nieuw coalitieakkoord moet worden opgesteld; dit zal men moeten afwachten. De in het onderzoeksrapport genoemde aanbevelingen kan de VVD-fractie overnemen. Men kan zo bij de invoering van de Omgevingswet goed beslagen ten ijs komen. De heer Van Ginkel memoreert dat in de commissievergadering van 19 januari al heel wat over het rekenkameronderzoek "Raad weten met de omgevingswet" is gezegd. De fractie van SGP/ChristenUnie gaat dat alles niet herhalen, maar zal een korte samenvatting van haar standpunt geven. Zij kon zich niet vinden in het idee om met betrekking tot de Omgevingswet een raadswerkgroep in te stellen, dus een groep waarvan niet alle raadsleden deel zouden uitmaken. Wel kan zij zich in het gewijzigde raadsvoorstel vinden en daarmee stemt zij dan ook in.

Vergadering van 1 februari 2021.

20

Er is nog een opmerking te maken over de informatievoorziening. Sprekers fractie meent dat daarvoor prima de functie Vergadermap in Notubox kan worden gebruikt. Dat zich op termijn veranderingen zullen voordoen, begrijpt zij, maar zonder een goed beeld van een ànder te gebruiken systeem te hebben, wil zij niet op de zaken vooruitlopen. Wat de fractie opviel, is dat in het rapport een aantal zaken staat waarin de meerderheid van de raad zich niet herkent. Spreker doelt nu op de uitkomst van de stellingen. De rekenkamer heeft de aanbeveling gedaan ervoor te zorgen dat alle raadsleden op de stellingen of vragen zouden reageren en dit niet in een praatsessie zouden doen, daar dan de kans groot zou zijn dat niet de mening van de meerderheid van de raad zou worden genotuleerd, maar die van degene met het hoogste woord. De heer Neijman brengt naar voren dat fractie van D66 met belangstelling kennis heeft genomen van de nuttige aanbevelingen die de rekenkamercommissie heeft gedaan. Zij staat ook geheel achter al deze aanbevelingen. Het dossier Omgevingswet heeft een enorme impact op de wijze waarop er in de komende decennia zal worden omgegaan met burgerparticipatie in relatie tot de inrichting van het fysiek domein en ook aangaande het zorgdomein.

De bureaucratie, de wachttijden bij vergunningverleningen, het aantal vergunningen dat nodig is om iets te kunnen ondernemen of veranderen: al deze zaken maken het meer dan gemiddeld betrekken van de raad bij de implementatie van de Omgevingswet onvermijdelijk. Sprekers fractie benadrukt nogmaals dat het van belang is om in dezen met een uit raadsleden bestaande werkgroep te gaan experimenteren. Dit is een uitgelezen kans om eens op een andere manier met nieuwe wetgeving om te gaan en om het samenspel tussen raad, college en ambtelijke organisatie op een nieuwe manier vorm te geven. Laat men zichzelf als raad eens het ontwikkelen van een andere kijk op besturen en politiek bedrijven gunnen. Het is de fractie echter duidelijk geworden dat deze raad dit experiment niet aandurft, die hoewel voor dit idee in eerdere sessies over de Omgevingswet, plaatsgevonden hebbend in augustus en september, volle steun bestond. Het is haar onduidelijk waarom met name bij de fracties van het CDA, Gemeentebelangen en SGP/ ChristenUnie de animo hiervoor is afgenomen of zelfs geheel verdwenen. Met name de stellige afwijzing ervan door de woordvoerder van Gemeentebelangen – deze gebruikte de woorden 'elitaire werkgroep' – verbaast de fractie van D66.

Hoe komt het toch dat een partij die zó enthousiast is over brede participatie, in de ruime zin des woords, het niet aandurft om een experiment in het bedrijven van gemeentelijke politiek aan te gaan? De heer Braber kan zich niet herinneren dat hij, in de commissie sprekend over het idee over te gaan tot het instellen van een werkgroep, het woord 'elitaire' heeft gebruikt – hij zou dit moeten terugluisteren; het is in elk geval niet zijn stijl –, maar wel heeft hij toen duidelijk gemaakt waarom de fractie van Gemeentebelangen tegen het formeren van een kleine afvaardiging van de raad is. De invoering van de Omgevingswet is een enorme wetgevingsoperatie; zij is van een omvang die men decennia lang niet heeft gezien, want er worden 26 wetten en besluiten samengevoegd. De fractie van Gemeentebelangen vindt dit te belangrijk om vervolgens het werken met deze nieuwe wet tot een werkgroep uit de raad te beperken; de gehéle raad dient continu in dit lange proces aan zet te zijn. De heer Neijman neemt hiervan kennis. De heer Scheurwater herinnert eraan dat in 2009 voor de gemeente de toekomstvisie tot het jaar 2040 is gemaakt. Dat gebeurde met de inbreng van vele inwoners. Die toekomstvisie vormde samen met de structuurvisie het vertrekpunt voor de opstelling van de omgevingsvisie.

Tijdens de week van de omgevingsvisie deze maand en in twee bijeenkomsten in april vindt het participatieproject plaats. Samen met inwoners, maatschappelijke organisaties en andere partners werkt de gemeente toe naar de opstelling van een ontwerp-omgevingsvisie, waarvan de vaststelling eind dit jaar is voorzien. Zij zal bij gemeentelijk handelen in de omgeving van inwoners het met hen voeren van overleg verplicht stellen, overleg dat moet voorafgaan aan de uitvoering van de geplande werkzaamheden. Zo is er sprake van meer participatie van inwoners en van het leveren van maatwerk, evenals van ruimte om

Vergadering van 1 februari 2021.

21

meer gebiedsgericht te werken. De inwoner en de gemeente overleggen met elkaar over zijn of haar omgeving. Eén van de adviezen in het onderzoek van de rekenkamercommissie luidt: krijg grip op de abstracte materie, doe mee met pilots en oefen met concrete casuïstiek. De fractie van EVA is er voor dat de raad zelf kaders en randvoorwaarden gaat stellen, want het is ten slotte de raad die richting dient te geven aan de wijze waarop het Omgevingswet wordt geïmplementeerd. In het verleden is al het nodige aan studies en presentaties gedaan, ook in de vorige raadsperiode, dus van 2014 tot 2018. Sprekers fractie laat haar kennis van de Omgevingswet graag bijspijkeren voor zover er nog sprake is van een uit de vorige raadsperiode stammende missing link. Ook is zij ervoor de gehele raad bij de implementatie van de Omgevingswet te betrekken. Inspraak en presentaties zullen zeker leiden tot de opstelling van een werkbare omgevingsvisie. Het is overigens nog wel de vraag of de Omgevingswet op tijd zal worden ingevoerd; dat is af te wachten. Met het voorstel gaat de fractie akkoord. De heer Van der Wulp heeft in de vergadering van de commissie RZ/De Volgerlanden van 29 januari jl. gezegd dat de fractie van de PvdA nog onvoldoende kennis heeft van de Omgevingswet en van de rol en positie van de raad bij de invoering daarvan.

Er is méér inhoudelijke informatie over de Omgevingswet nodig om te kunnen bepalen waar men als raad voor staat. Wat voor raad wil men in dit verband zijn? Verder constateerde de fractie in de genoemde commissievergadering dat de raad nog zoekende is naar zijn rol bij de implementatie van de wet. Zij bepleitte het hiertoe formeren van een raadswerkgroep, zoals dit ook in de aanbevelingen bij het raadsvoorstel wordt voorgesteld. Het is een must dat iedere partij wordt betrokken bij de implementatie van de Omgevingswet en de in 2022 voorziene invoering daarvan. Het zal goed zijn om bij het zetten van de implementatiestappen enkele feedbackmomenten te organiseren. De fractie meent dat de griffie hierin een rol kan spelen, dit naar het voorbeeld van Berkelland; in de commissievergadering werd daarover een presentatie verzorgd. Inmiddels is er een aangepast raadsvoorstel ontvangen. De fractie kan het er nu wel mee eens zijn dat de gehele raad bij het proces zal worden betrokken, al vindt zij het wel jammer dat het hiervoor instellen van een aparte commissie ongewenst wordt gevonden. Elk lid van zo'n werkgroep zou zeker wel in staat zijn geweest de eigen fractie en wellicht een deel van de achterban goed over de voortgang in de uitvoering van de Omgevingswet te informeren.

Het hierbij betrekken van de gehele raad zal ook niet tot gevolg hebben dat daarin straks 23 experts inzake de Omgevingswet zitting zullen hebben. De fractie van de PvdA stelt voor om een half jaar na de invoering van de Omgevingswet de rekenkamercommissie te verzoeken te evalueren of de invoering van de Omgevingswet in de praktijk overeenkomt met wat daarover met de raad is afgesproken. De heer Lagendijk laat weten dat de fractie van het CDA na de uitvoerige bespreking van dit voorstel in de commissie en gelet op de wijziging die daarin is aangebracht met dit voorstel kan instemmen. Het rapport van de rekenkamer is vooral te lezen als een samenvatting van alle informatie die de raad heeft bereikt; het vormt als zodanig een goed naslagwerk. Evenals het college is het CDA van mening dat het thans gevolgd wordende traject goed aansluit bij de aanbevelingen van de rekenkamer. De Omgevingswet raakt zeer veel aspecten van de Ambachtse samenleving, zowel in fysiek als in sociaal opzicht. Zoals de rekenkamer al aangeeft, heeft deze wet voor 80 % te maken met cultuurverandering. De impact van de wet en de cultuurverandering die voor de gehele raad nodig is brengen de fractie van het CDA met het college tot de overtuiging dat de gehele raad moet worden betrokken bij de kennisoverdracht en de cultuurverandering die deze wet vraagt.

Gezien de complexiteit van de wet maakt zij zich wel zorgen over de burgerparticipatie. Er mag tussen overheid en burger geen grote kenniskloof ontstaan, want daardoor zouden de verhoudingen scheef gaan groeien. Tot slot: de fractie van het CDA kan met dit voorstel instemmen.

Vergadering van 1 februari 2021.

22

De heer Braber constateert als één van de laatste sprekers dat het meeste al is gezegd. Bovendien heeft hij al een interruptie geplaatst. De fractie van Gemeentebelangen kan zich – dit zal niemand verbazen – vinden in de gewijzigde expeditie van het raadsvoorstel, een voorstel dat laat zien dat er geen werkgroep komt, maar de gehele raad bij dit proces betrokken blijft. Zij is het overigens wel met de heer Ouwerkerk eens dat men nog moet afwachten hoe het invoeringstraject er na de verkiezingen in maart zal uitzien. Het is denkbaar dat er dan tot uitstel zal worden besloten; met vele anderen is de fractie hier benieuwd naar. De heer Doevendans is het met de heer Braber eens dat het, als men erg laat aan de beurt komt, lastig is om nog met wat anders aan te komen, maar daarin meent hij toch te zullen slagen. In de commissievergadering heeft hij al zijn verwondering uitgesproken over de bevindingen en conclusies die daar werden gepresenteerd en wel omdat zij niet meer up to date waren. Zijn vraag was wanneer het rapport van de rekenkamercommissie gereed was gekomen en het antwoord daarop was dat het gereed was vóórdat er met het houden van de sessies van Anthea was begonnen. Toen men werd uitgenodigd om te laten zien in welke mate men kennis droeg van de inhoud van de Omgevingswet kon er in feite dus nog niet voldoende kennis aanwezig zijn.

Intussen had wel de eerste sessie van Anthea plaatsgevonden. Aangaande het idee over te gaan tot het instellen van een werkgroep uit de raad is er naar sprekers mening sprake van verwarring. Men zìt namelijk in feite reeds in een raadsbrede werkgroep, want men gaat met z'n allen de slinger van Anthea door en daarin zit een aantal momenten waarop er met de raad zal worden overlegd en deze de gelegenheid krijgt om input te leveren. Op allerlei andere momenten zullen burgers, het midden- en kleinbedrijf, het maatschappelijk middenveld enzovoort bij de implementatie van de Omgevingswet kunnen worden betrokken. Deze twee trajecten zijn in feite in elkaar geschoven. De opstelling van het rekenkamerrapport was eerder begonnen dan het starten van het traject met Anthea en naar sprekers mening heeft dit bij veel mensen tot verwarring geleid. Het is eigenlijk heel simpel: het Anthea-traject loopt nu en door de gehele raad zijn ook al de eerste enthousiaste terugkoppelingen gegeven; iedereen was tevreden en dit gaat nu ook gewoon zo door. Dit sluit aan op het rekenkamerrapport en de fractie van Realistisch Ambacht kan dan ook met dit voorstel akkoord gaan.

De heer Struik kan na alles wat er in de commissievergadering en vanavond over dit voorstel is gezegd volstaan met de rekenkamercommissie te bedanken voor haar rapport en de daarin gedane aanbevelingen en met de vermelding dat de fractie van AUB akkoord gaat met het gewijzigde voorstel, een wijziging die inhoudt dat de gehele raad bij de implementatie van de Omgevingswet zal worden betrokken. De voorzitter stelt vast dat hiermee alle fracties aan het woord zijn geweest. Dit agendapunt betreft niet een voorstel van het college, zodat het ook niet op het naar voren gebrachte behoeft te reageren. Wel heeft het college vanuit zijn rol een schriftelijke zienswijze gegeven, welke met dit voorstel voor kennisgeving wordt aangenomen. Als er behoefte aan bestaat om een stemverklaring af te leggen, is daarvoor nu de gelegenheid. De heer Neijman neemt aan dat het na zijn inbreng in de eerste termijn niet zal verbazen dat de fractie van D66 een stemverklaring wil afleggen. De fractie ondersteunt het raadsvoorstel met uitzondering van het niet overnemen van de aanbeveling inzake het instellen van een raadsbrede werkgroep. Zonder hoofdelijke stemming wordt hierop conform het voorstel besloten, met inachtneming van de stemverklaring van de fractie van D66.

De voorzitter bedankt de opstellers van het rekenkamerrapport en de leden van de rekenkamercommissie van harte voor hun in opdracht van de raad verrichte activiteiten.

Vergadering van 1 februari 2021.

23

9.2 Vaststellen nota van uitgangspunten Noordoevers en instemmen met stedenbouwkundig plan fase 1. De voorzitter merkt op dat de commissie dit agendapunt als een hamerstuk had aangemerkt, maar gelet op de inbreng onder agendapunt 3, Spreekrecht burgers, en ook om andere redenen heeft wethouder Flach, de hierbij betrokken portefeuillehouder, er behoefte aan om een korte toelichting op dit voorstel te kunnen geven. Wethouder Flach is er door een bewoner op geattendeerd dat het stedenbouwkundig plan deels ook is ingetekend op grond die nog niet in eigendom is van ABB, maar aan die bewoner toebehoort. In een telefonisch contact met hem is toegelicht dat dit voorstel niet een stedenbouwkundig plan betreft dat puur van eigendomsposities uitgaat. Betrokkene behoeft zich over dit voorstel dus geen zorgen te maken; in de rest van het traject zal hij zijn belangen voluit kunnen behartigen. Er is dus al contact met hem gezocht en ook zal er contact worden opgenomen met ABB, maar spreker had beloofd dat hij er voor de volledigheid op zou wijzen dat het stedenbouwkundig plan is ingetekend op het grootste gedeelte van de grond van ABB en dat er met en drietal particuliere of zakelijke eigenaren van grond in dit gebied nog gesprekken lopen.

Verder betekent het aannemen van dit voorstel een historisch moment, want dit is de eerste stap in het traject van aanpassing van het bestemmingsplan tot het uiteindelijk wellicht realiseren van woningbouwontwikkeling langs de Noordoevers, een onderwerp waarmee men al heel veel jaren bezig is. Spreker dankt de raad voor het feit dat dit voorstel in de commissievergadering als hamerstuk is aangemerkt, wat betekent dat er grote steun voor bestaat. Zonder hoofdelijke stemming wordt hierop conform het voorstel besloten. 9.3 Zesde herziening exploitatieplan De Volgerlanden-Oost. De voorzitter vermeldt dat de betrokken commissie dit voorstel als een hamerstuk heeft aangemerkt, maar dat de fractie van Realistisch Ambacht daarbij liet weten wel met een stemverklaring te willen komen. De heer Doevendans deelt mede dat zijn fractie zich in dit voorstel kan vinden, met uitzondering van alle kosten en alle werkzaamheden die zijn gerelateerd aan het warmtenet en de hiervoor benodigde elektrische installaties. Zonder hoofdelijke stemming wordt hierop conform het voorstel besloten, met inachtneming van de aantekening voor de fractie van Realistisch Ambacht. 10. Sluiting. De voorzitter wil aan het einde van deze raadsvergadering opmerken dat het digitaal vergaderen toch een beetje behelpen is en blijft.

Het persoonlijk contact wordt gemist, zowel in als rondom een raadsvergadering, bijvoorbeeld wat het informeel uitwisselen van informatie betreft. Wel is hij blij dat de besluitvorming in de gemeente gewoon doorgaat, zodat er ook aan nieuwe ontwikkelingen, waaronder woningbouw, kan worden doorgewerkt. Het is voor de inwoners, de economie in de gemeente enzovoort van essentieel belang dat raad en college hun verantwoordelijkheid inhoud geven door voortvarend besluiten te nemen. Spreker is blij dat het college, de ambtelijke organisatie en de raad die verantwoordelijkheid waarmaken door onverminderd door te gaan met het verder vorm en inhoud geven aan de ambities van Hendrik-Ido-Ambacht. Voor zover spreker bekend is, zijn alle leden van de raad gezond. Wel zijn er in sommige gevallen zorgelijke ontwikkelingen, maar over het algemeen gaat het goed.

Vergadering van 1 februari 2021.

24

Spreker dankt allen hartelijk voor hun bijdragen, wenst eenieder een goede gezondheid en sluit om 22.10 uur de vergadering.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 1 maart 2021. De griffier,

De voorzitter,

drs. ing. G.H. Logt.

J. Heijkoop

alg. verslagbureau drexhage c.s.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9760164/2