Notulen raadsvergadering - 1 februari 2021
Tekst van het document
GEMEENTE HENDRIK-IDO-AMBACHT
Notulen van de digitaal gehouden1) openbare vergadering van de raad der gemeente HendrikIdo-Ambacht op 1 februari 2021, aanvangende om 20.00 uur. Voorzitter: de heer J. Heijkoop, burgemeester. Deelnemers zijn de leden: de heren ing. P. Boudewijn, M.B. Braber, O. Doevendans en B.P. van Ginkel, mevrouw M.C.G. Gommans-Dane, de heer J. van Hartingsveldt, de dames drs. W.P. van der Hee-Pasterkamp en M.T. Kamphuis-Stuij, de heren drs. K. van der Laan MEd, G.J.W. Lagendijk MSc RA, H.H.F. van der Lei, A. Mol, mr. J.P. Neijman en M. Nugteren BPM, mevrouw J. Oelfke-ten Seldam, de heren drs. A. Ouwerkerk, L.P. Platschorre, mr. A. Scheurwater, J. Struik en ir. C.W. Timmers, de dames A.L. Vlasblom-van der Vlies MSc en M.N.P. Vogelaar-Korpershoek en de heer E. van der Wulp Bhrm. Tevens nemen deel de heren drs. S. van Die en A.J. Flach MSc, wethouders. Griffier: de heer drs. ing. G.H. Logt CMC. Agenda:
*
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Opening. ............................................................................................................................................................................ 2 Vaststelling van de agenda. ............................................................................................................................................. 2 Spreekrecht burgers. ........................................................................................................................................................ 2 Vragenhalfuurtje raadsleden. .......................................................................................................................................... 4 Vaststelling notulen. ......................................................................................................................................................... 4 Lijst van ingekomen stukken en mededelingen. ......................................................................................................... 4 Algemeen Bestuurlijke Aangelegenheden –Financiën. Er zijn geen voorstellen. 8. Welzijn, Onderwijs, Sociale Zaken. 8.1 Veranderopgave Wet inburgering/Beleidskader. .................................................................................................
5 8.2 Zienswijze wijziging begroting 2021 Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) ............................................................. 12 9. Ruimtelijke Zaken –De Volgerlanden. 9.1 Rekenkameronderzoek: "Raad weten met de omgevingswet".......................................................................... 19 9.2 Vaststellen nota van uitgangspunten Noordoevers en instemmen met stedenbouwkundig plan fase 1. ............................................................................................................................................................... 22 9.3 Zesde herziening exploitatieplan De Volgerlanden-Oost. ............................................................................... 23 10. Sluiting. ............................................................................................................................................................................. 23
*
1
) Vanwege de door de regering getroffen maatregelen tot terugdringing van de kans op besmetting door het Covid-19virus of Coronavirus was het niet mogelijk in de raadszaal te vergaderen. Alleen de voorzitter en de griffier bevonden zich aldaar.
Vergadering van 1 februari 2021.
2
1. Opening. De voorzitter heet iedereen hartelijk welkom, ook iedereen thuis die via de website meekijkt. In de afgelopen tijd is gebleken dat relatief veel mensen de raadsvergaderingen via de website volgen. Zij worden uitgenodigd om, als er weer betere tijden aanbreken, de raadsvergaderingen ook eens in de raadszaal bij te wonen, want dat is op zich best de moeite waard. Spreker opent de vergadering met het ambtsgebed. 2. Vaststelling van de agenda. De agenda wordt conform vastgesteld. De voorzitter maakt melding van het voornemen van mevrouw Beers om gebruik te maken van het spreekrecht voor burgers naar aanleiding van agendapunt 9.2, dat door de commissie als een hamerstuk is aangemerkt. 3. Spreekrecht burgers. De voorzitter nodigt mevrouw Beers uit om mede namens haar man het hare naar voren te brengen. Mevrouw M. Beers (Veersedijk 209 te H.I. Ambacht) leest de volgende verklaring voor: "Wij zijn al 10 jaar bezig voor een leefbare omgeving. Deze wordt nu vergald door de schade van intensief verkeer en door geluidsoverlast. Tevens hebben wij schade aan o.a. de fundering van onze woning, veroorzaakt door het zware verkeer t.b.v. de woningbouw in De Volgerlanden dat in opdracht van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht van de Veersedijk gebruik maakt.
Wij maken dan ook bezwaar tegen de plannen voor de ontwikkeling van de Noordoevers vanwege negatieve ervaringen met de gemeente bij het zoeken naar oplossingen voor de schade die is ontstaan door de druk op de dijk. Door deze druk is de gasleiding voor ons huis zelfs al twee maal afgebroken. Wij maken ons terecht zorgen over: 1. Het afvoeren van vervuilde grond en de aanvoer van schone grond; dat zou om tienduizenden tonnen gaan. 2. De aanvoer van bouwmaterialen. 3. De toename van het verkeer. 4. De trillingen bij de werkzaamheden. 5. Het ontstaan van schade aan onze 110 jaar oude woning, met name aan de fundering. Door de aanleg van De Volgerlanden-Oost is er een enorme schade ontstaan aan de fundering van onze woning. Wij hebben een gedegen bouwtechnisch rapport laten opmaken en daaruit blijkt dat met name aan de fundering schade is toegebracht als gevolg van het zware en intensieve verkeer, dat zorgt voor zijwaartse druk op de dijk. De bouwkundige die de gemeente stuurde, liet alleen maar een knikker door de kamer rollen om vervolgens te constateren dat het huis scheef stond! Op dit moment wordt er langs ons huis grond van het Arbes-terrein afgevoerd; dat gaat in de richting van de A15 naar Gorinchem. De Veersedijk is ook het afvoerputje van Zwijndrecht geworden. Uit metingen is gebleken dat er 15.000 voertuigen per dag over de Veersedijk komen.
Dat is 105.000 per week en meer dan 5 miljoen per jaar. Wij maken bezwaar tegen de aanleg van het fietspad binnendijks voor ons huis langs. Dit komt op 2 meter afstand van onze gevel, waardoor wij onze privacy, de parkeerplaatsen en de ingang tot de garage verliezen, terwijl er een gevaarlijke situatie ontstaat bij het verlaten van de woning. Conclusie: Er moet zo spoedig mogelijk een damwand geslagen worden voor ons huis, zoals in gevallen als dit gebruikelijk is. De kosten van de reparatie van de fundering bedragen tot nu toe € 150.000. De kosten van de aanpassingen: vanwege de onterecht door de gemeente verleende vergunning aan zandhandel De Waal heeft de Hoge Raad beslist dat er aan ons pand geluidwerende maatregelen genomen moeten worden, maar dit loopt nu al 7 jaar. Er is nog steeds geen oplossing gekomen, ten eerste omdat de huidige fundering hiervoor niet geschikt is en ten tweede omdat de gemeente niet tot een besluit komt. Er moeten ook nog oplossingen komen voor het
Vergadering van 1 februari 2021.
3
aan te leggen fietspad, het parkeerprobleem, de gevaarlijke situaties en de intensiteit van het verkeer met bijhorende geluidsoverlast, dit alles om bezwaarprocedures m.b.t. de ontwikkeling van de Noordoevers te voorkomen. Een goedkopere oplossing is de volgende: Compenseer ons door ons pand 10 meter naar achteren te herbouwen, zodat wij daarmee op dezelfde hoogte komen als de omringende panden. De burgemeester zag hierin in een informeel gesprek een goede mogelijkheid. Deze zaak loopt nu al zoveel jaren en er is nog steeds geen medewerking van de gemeente geweest; tot nu toe zijn er alleen maar beloftes gedaan, beloftes die nooit ingelost zijn. Als naaste bewoners en belanghebbenden hebben wij het recht om goed geïnformeerd te worden en niet via De Brug, die bij ons niet altijd wordt bezorgd. In uw participatienota vindt u het belangrijk om een betekenisvolle verbinding met uw inwoners aan te gaan. Waarom worden wij dan niet op de hoogte gebracht en moeten wij er toevallig achter komen welke voor ons ingrijpende beslissingen er worden genomen?" De heer Van der Wulp dankt mevrouw Beers voor haar inbreng. Hij heeft een vraag betreffende de informatieverstrekking door de gemeente over het op de agenda voor deze raadsvergadering staande plan voor de Noordoevers.
In de commissie is dit voorstel aangemerkt als hamerstuk, maar dit wel nadat er zorg was uitgesproken over de te verwachten verkeersdruk op de Veersedijk, zowel tijdens de bouw in het gebied Noordoevers als na de realisering daarvan. Tevens is er aandacht gewijd aan de aan te leggen fietspaden. Mevrouw Beers zei hierover het een en ander via De Brug te hebben moeten vernemen. In de commissievergadering is aandacht gevraagd voor de belangen van de omwonenden en daarop werd geantwoord dat zij waren geïnformeerd. Spreker is er daarbij van uitgegaan dat dit niet via De Brug was gebeurd, maar in een contact tussen die omwonenden en de gemeente zelf. Zijn vaag is nu of de omwonenden rechtstreeks informatie van de gemeente hebben gekregen. Mevrouw Beers laat weten dat haar man en zij absoluut niet waren geïnformeerd. Zij hoorden via via dat er vanavond een voorstel over de Noordoevers zou worden behandeld. De heer Van der Wulp vraagt om een reactie van de portefeuillehouder op dit punt. Wethouder Flach voert aan dat hij een preciezer antwoord zou kunnen geven als er thans ook een ambtelijke delegatie te raadplegen was, maar hij heeft goed geluisterd naar de inbreng van mevrouw Beers, waarin hij diverse bezwaren genoemd hoorde worden. Sommige daarvan waren al lang bij de gemeente bekend en zijn ook al lang onderwerp van gesprek.
In deze openbare raadsvergadering wil hij niet specifiek ingaan op alles wat er in het verleden met belanghebbenden is besproken, aan hen is aangeboden en eventueel door hen is geaccepteerd, en ook lijkt het hem niet goed om in een wellesnietes-discussie terecht te komen, want ambtelijk is er in de achterliggende jaren al heel veel contact met de omwonenden geweest. Dat dit bij hen niet tot onverdeelde tevredenheid heeft geleid, stelt hij vanavond ook vast. Kijkend naar het plan Noordoevers, constateert spreker dat er diverse bezwaren tegen bestaan. Heel terecht is de oproep om goed te letten op de te verwachten verkeersintensiteit. Dit probleem kent verschillende kanten. Een deel van de door mevrouw Beers beschreven problematiek wordt veroorzaakt door het bouwverkeer, of door verkeer dat via de Veersedijk naar Zwijndrecht gaat. Geprobeerd is dit als een serieus probleem aan te pakken, maar voor een deel heeft de gemeente het hiervoor vinden van een oplossing niet in de hand; zolang wegen niet zijn afgesloten, bieden zij vrije doorgang aan verkeer van bedrijven en particulieren. In de commissievergadering heeft spreker gezegd dit onderwerp als één van zijn belangrijkste bevindingen te zullen doen betrekken bij de opstelling van het mobiliteitsplan.
Ongeveer de helft van de ontvangen bijdragen betreft het verkeer over de Veersedijk, en de familie Beers heeft in dit verband dan ook zeker een punt. De Veersedijk is een smalle dijk, die momenteel zwaar wordt belast, maar eigenlijk heeft dit nog niet met het plan Noordoevers te maken, want dit is al voorafgaande aan de uitvoering daarvan het geval. Voor de rest is het gaan maken van een plan voor de Noordoevers niet iets nieuws, integendeel, de gemeente is er al vijfentwintig jaar en met wisselend succes mee bezig. In het begin werd er gedacht aan de bouw van 1.100 woningen, later kwam er een plan voor de bouw van 600 woningen en het huidige plan gaat uit van de bouw van tussen de 150 en 200 woningen. Dit zal niet als een verrassing
Vergadering van 1 februari 2021.
4
komen. Wat vanavond aan de orde komt, is een nota van uitgangspunten; het vaststellen daarvan is een bevoegdheid van de raad en diens besluit zal niet vatbaar zijn voor bezwaar en beroep. In het te volgen traject is er dus nog wat vroeg met de genoemde bezwaren gekomen. Er komt nog heel wat achteraan, want in het raadsvoorstel ziet men staan: nadere uitwerking van het stedenbouwkundig plan, start voorbereiding bestemmingsplan, voorontwerp-bestemmingsplan en vaststellen bestemmingsplan in 2022. In die fase zal worden geprobeerd zo veel mogelijk met bezwaren van omwonenden rekening te houden en er zo voor te zorgen dat er voor iedereen een fijn verblijfsklimaat zal ontstaan. Spreker sluit echter niet uit dat dit niet in àlle gevallen zal lukken. De voorzitter meent dat hiermede op de inbreng van mevrouw Beers is ingegaan. Bij de behandeling van agendapunt 9.2 is er voor de raad in den brede gelegenheid om over allerlei aspecten van het plan Noordoevers een oordeel te geven. Het is niet gebruikelijk om in de raad op particuliere kwesties in te gaan, maar wel zal er nog een gesprek tussen de gemeente en de fam. Beers kunnen worden gevoerd waarin uitvoeriger bij een en ander kan worden stilgestaan. Mevrouw Gommans-Dane merkt op dat de voorzitter hiermee het gras voor haar voeten heeft weggemaaid, want ook zij had willen voorstellen om de fam.
Beers, die in de contacten met de gemeente naast wellicht positieve ervaringen zeker ook negatieve ervaringen heeft opgedaan, aan te bieden dat zij in een gesprek met de gemeente haar bezwaren zal kunnen toelichten, met als doel naar oplossingen daarvoor te zoeken. De heer Van der Wulp vond het antwoord van de wethouder direct en vrij duidelijk, maar heeft nog geen antwoord gekregen op zijn vraag over het geïnformeerd geworden zijn van de omwonenden van het gebied Noordoevers. In de commissievergadering was op de vraag of die omwonenden waren ingelicht een bevestigend antwoord gekomen, maar volgens mevrouw Beers is dat niet juist. De wethouder heeft nu gezegd dat er nog diverse fases moeten worden doorlopen voordat het plan zal kunnen worden vastgesteld en dat daarbij met bezwaren van omwonenden rekening zal worden gehouden. Wethouder Flach noemt de suggestie van mevrouw Gommans een goede suggestie, want het is altijd goed om zo veel mogelijk met elkaar in gesprek te blijven. Anderzijds is hij het heel eens met de opmerking van de voorzitter dat het nu om een particuliere kwestie gaat, die ook al een hele voorgeschiedenis heeft. Het zou ten opzichte van de inspreekster niet van respect getuigen om daarop thans diep in te gaan, gelet op de persoonlijke belangen die aan de orde zijn.
In de achterliggende jaren zijn er vele gesprekken gevoerd en zeker in het kader van de opstelling van het mobiliteitsplan of van het bestemmingsplan zal de fam. Beers gebruik kunnen maken van de gelegenheid een inbreng te leveren. In het participatietraject kan men zich dus nog als rechthebbende laten horen. De voorzitter dankt mevrouw Beers voor haar inspraakreactie. Wordt vervolgd! Het spreekrecht burgers wordt hierop gesloten. 4. Vragenhalfuurtje raadsleden. Hiervan wordt geen gebruik gemaakt. 5. Vaststelling notulen. De notulen van de digitaal gehouden openbare raadsvergadering van 11 januari 2021 worden zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming vastgesteld. 6. Lijst van ingekomen stukken en eventuele mededelingen.
Vergadering van 1 februari 2021.
5
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform de door het college van b. en w. met betrekking tot de ingekomen stukken gedane voorstellen besloten. 7. Algemene bestuurlijke aangelegenheden en financiën. Er zijn geen voorstellen. 8. Welzijn, Onderwijs, Sociale Zaken. 8.1 Veranderopgave Wet inburgering/Beleidskader. Mevrouw Gommans-Dane deelt mede dat de fractie van D66 instemt met het voorstel, hopend dat de uitvoering ervan niet tot veel problemen zal leiden, zodat de veranderopgave niet zal behoeven te worden bijgesteld. Dat er in dezen met andere gemeenten wordt samengewerkt, acht de fractie een goede zaak. Zij is van mening dat de mensen om wie het gaat goed moeten worden opgevangen en snel Nederlands moeten leren, zodat zij zich ook snel in dit land op hun gemak zullen gaan voelen. Het is de fractie bekend dat er in de omgeving mensen zijn die hierover ànders denken en dat betreurt zij. Te hopen is dat hierover in deze raad ooit een eensluidend standpunt zal worden ingenomen, ertoe leidend dat de raad unaniem achter voorstellen als dit zal kunnen gaan staan. De heer Doevendans is in de commissievergadering redelijk uitgebreid op dit voorstel ingegaan, waarbij hij ook enkele vragen heeft gesteld. Eén daarvan is niet beantwoord en herhaalt hij daarom nu.
Het gaat om in het document gemaakte kanttekeningen met als strekking dat de keuze voor de SDD als een risico wordt beschouwd. Hoe gaat de SDD hiermee om? Verder betwijfelt de fractie van Realistisch Ambacht sterk dat Vluchtelingenwerk Nederland voldoende kennis en kunde in huis heeft voor het uitvoeren van de taak om aan de inburgeraars extra financiële steun te bieden. Aan de wethouder de vraag of er regelmatig kan worden geëvalueerd of de inburgeraars inderdaad de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben en of Vluchtelingenwerk Nederland in staat is om op dat gebied goede ondersteuning te verlenen. De heer Van der Laan neemt aan dat het geen geheim zal zijn dat voor de fractie van SGP/ChristenUnie de Bijbel de inspiratiebron is. Daarin staat dat aan de kwetsbare medemens hulp en bescherming moeten worden geboden. Deze benadering geldt ook voor vreemdelingen. Als illustratie: in sociale wetgeving van 4.000 jaar geleden werd afgedwongen dat er op de randen van de akkers niet mocht worden geoogst en dat er na de druivenoogst niet naar afgevallen druiventrossen mocht worden gezocht. Die restanten waren bedoeld voor de vreemdeling – lees: de vluchteling –, de wees en de weduwe. Die bepalingen kwamen dus voort uit barmhartigheid.
Aan de andere kant vindt men in de Bijbel ook een lijn van duidelijkheid: vluchtelingen moesten integreren, meedoen in de samenleving en culturele gebruiken overnemen. De lijn voor sprekers fractie is dat God vraagt om recht te doen aan alle mensen en om te staan voor het hebben van een betrouwbare overheid, als schild voor de zwakken. Komend bij de Wet inburgering rijst bij spreker de vraag of het zin heeft daarover opmerkingen te maken. Hooguit kunnen daarvoor contacten met geestverwanten op landelijk niveau worden gebruikt, iets wat hij ook wil aanraden aan andere partijen die zorgen hebben. Zijn fractie vindt het prima dat de gemeenten meer in stelling worden gebracht. Integraal werken, ook op de gebieden van huisvesting en het zoeken naar werk, zal hopelijk zijn vruchten afwerpen. Wat haar betreft, staat dit alles nu goed in de startblokken. De fractie van SGP/ChristenUnie heeft twee zorgen. Vluchtelingenwerk Nederland is politiek niet onafhankelijk; de heer Doevendans gaf in de commissievergadering en ook zojuist een aanzet tot het in twijfel trekken van de onafhankelijkheid van deze organisatie. In haar tweets neemt zij overduidelijk politieke stellingen in, bijvoorbeeld door keihard de IND aan te vallen, door sneren uit te delen aan bepaalde politieke partijen en door politici, bestuurders en ministers publiekelijk af te vallen. Nu
Vergadering van 1 februari 2021.
6
Vluchtelingenwerk Nederland in het kader van deze wet nog meer taken krijgt toebedeeld en hierdoor bovendien de door de gemeente aan deze organisatie toe te kennen subsidie alleen maar zal stijgen, verzoekt de fractie het college het feit dat Vluchtelingenwerk Nederland politieke standpunten inneemt, in de met deze organisatie aan te gane overeenkomst te vermelden en haar te vragen daarmee te stoppen. Ten tweede is de fractie van SGP/ChristenUnie bezorgd over de financiële kaders. Dat er reden is voor het hebben van deze zorgen heeft minister Koolmees in een onlangs aan de Tweede Kamer gerichte brief ruiterlijk toegegeven. Daarom heeft de fractie de vraag of er kan worden geïnventariseerd of organisaties in de gemeente als verenigingen, kerken en sportclubs pro deo een bijdrage aan de uitvoering van het inburgeringsplan zouden kunnen gaan leveren. Kan er worden benadrukt dat de SDD juist voor de sociale infrastructuur in de gemeente aandacht dient te hebben? Deze vraag past in het kader van de prestatiebekostiging die waarschijnlijk per 2026 zal worden ingevoerd. De fractie zal met dit voorstel instemmen, maar ziet nog wel graag een antwoord op haar twee vragen tegemoet. Mevrouw Oelfke-ten Seldam brengt naar voren dat de fractie van de VVD zich kan vinden in de voorgestelde kaders voor de uitvoering van de veranderopgave Wet inburgering.
Hendrik-Ido-Ambacht heeft deze kaders samen met Dordrecht, Papendrecht, Zwijndrecht en de Sociale Dienst Drechtsteden geformuleerd. De fractie onderschrijft de uitgangspunten, die gericht zijn op samenwerking, de inhoud en de implementatie van de veranderopgave, met als gezamenlijk doel een duurzame participatie. De gemeenten ontvangen voor het kunnen uitvoeren van hun nieuwe taak rijksmiddelen. De kanttekeningen die bij dit alles in het raadsvoorstel zijn gemaakt, onderschrijft de fractie. Het gaat daarbij specifiek om de vragen of de financiële middelen in de praktijk wel voldoende zullen blijken te zijn, of de integrale aanpak ook als echt integraal kan worden gezien, gelet op de vele instanties die erbij betrokken zijn, en of het grote aantal aanbieders van inburgeringscursussen allen dezelfde kwaliteit zullen leveren. Het is aan de gemeenten om dit alles te toetsen. Spreeksters fractie verwacht dat het aantal frauduleuze aanbieders hierdoor zal verminderen. Zij wenst de SDD succes met de implementatie en de uitvoering van de Wet inburgering. De heer Scheurwater stelt vast dat de kosten van de inburgering van statushouders – de in- en uitvoeringskosten en de programmakosten – door het rijk worden vergoed.
De zorg voor de instroom van een moeilijke doelgroep zou kunnen leiden tot hogere begeleidingskosten en de vraag van de fractie is of het al duidelijk is dat ook deze meerkosten ten laste van het rijk zullen kunnen worden gebracht. De normale kosten komen al ten laste van het rijk; vandaar dat de inburgering straks uitstekend zal worden georganiseerd. De fractie gaat akkoord met het voorstel. Het antwoord op haar vraag wacht zij nog even af. De heer Van der Wulp geeft te kennen dat de fractie van de PvdA blij is met de nieuwe Wet inburgering. Volgens haar is de invoering daarvan op een juiste manier in dit voorstel verwerkt. Zij is het ermee eens dat in de regio de inburgering zal worden uitgevoerd door de Sociale Dienst Drechtsteden. Het lijkt haar dat het niet zo erg zou zijn als die uitvoering meer zou blijken te kosten dan nu is begroot, want voor de dekking van extra kosten kan men immers aankloppen bij het rijk, en dat is een hele geruststelling vooraf. Het lijkt sprekers fractie geen goed idee om de aanpak van de inburgering verder te versoberen. Wel bestaat er enige zorg over de uitvoering van de veranderopgave door Vluchtelingenwerk Nederland, al is het nu nog niet bekend hoe die uitvoering er precies gaat uitzien. De fractie heeft over dit punt dezelfde vraag als de heer Doevendans.
De heer Van der Lei herinnert aan de uitspraak van de portefeuillehouder in de commissie WOS dat de Wet inburgering een uitvoeringswet is. Het rijk bepaalt daarmee voor een groot deel wat de gemeenten moeten gaan doen. Zij zijn immers belast met de uitvoering van de wet. De SDD en vier
Vergadering van 1 februari 2021.
7
gemeenten, waaronder Hendrik-Ido-Ambacht, hebben elkaar gevonden op de inhoud en de aanpak van de inburgering. De fractie van Gemeentebelangen ziet de meerwaarde van deze samenwerking, namelijk dat de vier gemeenten praktisch gezien meer volume kunnen creëren en dat er efficiënter kan worden gewerkt, met meer maatwerk, een hogere kwaliteit en een betere prijs, met als doel de asielzoekers of statushouders zo snel mogelijk in de samenleving te laten participeren. De heer Struik heeft al in de commissievergadering gezegd dat de fractie van AUB tegen dit voorstel is. Het is jammer dat bepaalde personen al op voorhand gingen lachen toen de fractie zei van mening te zijn dat dit voorstel een debatstuk moest worden. Hoe zij over dit voorstel denkt, mag niet als een verrassing komen. De fractie vertegenwoordigt nog steeds een grote groep Ambachters, mensen die ook vanwege haar op dit gebied ingenomen standpunt op AUB hebben gestemd. Zij meent dat de Wet inburgering weer zo'n wet is waarvan men in Den Haag heeft gezegd: 'Wij weten niet hoe wij dit moeten aanpakken, laten wij het maar op déze manier proberen', waarmee dan wederom veel belastinggeld over de balk wordt gesmeten. Persoonlijk heeft spreker als opleidingscoördinator diverse medewerkers onder meer een cursus Nederlands aangeboden.
De uitkomst was dat zij op het werk alléén Nederlands spraken als dat nodig was; tijdens de pauzes zochten zij elkaar op en communiceerden zij in hun moedertaal met elkaar. Als er naar een uit te voeren klus werd gegaan, schakelden zij een centimeter voor de deur over op het Nederlands, terwijl zij, als zij weer naar huis gingen, al meteen na het dichttrekken van de deur weer in de eigen moedertaal met elkaar spraken. De fractie verwacht dan ook dat de uitvoering van dit voorstel voor diverse personen zal neerkomen op water naar de zee dragen. In de commissievergadering heeft de portefeuillehouder de vragen van de fractie beantwoord. Daarbij heeft deze betoogd dat deze wet een wet is die door de gemeente moet worden uitgevoerd. Ook zei hij dat er verschil bestaat tussen een asielhouder en andere migranten en dat de verwachting bestaat dat de kosten van de uitvoering van deze wet geheel door het rijk zullen worden gecompenseerd. Dit laatste kon hij echter niet garanderen. Al jaren laat de fractie van AUB bij de vaststelling van de kaders voor de begroting en begrotingsbehandelingen weten dat zij voor maatregelen ten behoeve van deze doelgroep geen financiën beschikbaar wil stellen. Standvastig als zij is, zal zij dus ook niet met dit voorstel instemmen. De heer Van der Laan begrijpt dat de fractie van AUB tegen dit voorstel gaat stemmen, en dat is haar goed recht.
Als evenwel de meerderheid van de raad het met de fractie van AUB eens zou zijn, wat zou de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, die verplicht is de Wet inburgering uit te voeren, dan als gevolg daarvan moeten aanvaarden? De heer Struik: "De wet zal worden uitgevoerd, want de fractie van AUB zal als enige tegen dit voorstel stemmen, en daarmee klaar. Ik wil er verder geen woorden aan vuil maken." De heer Van der Laan: "Daar gaat het niet om. U stemt als politieke partij tegen dit voorstel en weet dat dit gevolgen kan hebben. Mijn vraag aan u is nu welke gevolgen de gemeente zal moeten accepteren wanneer wij als raad naar u luisteren en eveneens tegen dit voorstel stemmen." De heer Struik: "Wij hebben in dit verband al jaren allerlei dingen gezegd en blijven die niet telkens herhalen. U kunt het blijven proberen, maar wij stoppen hiermee." De heer Van der Laan: "De gemeenteraad is een democratisch orgaan waarin meningen met elkaar mogen schuren. Wij mogen het in alle openbaarheid met elkaar oneens zijn, maar ik zou het bijzonder op prijs stellen als wij wel met elkaar zouden blijven debatteren." Mevrouw Vlasblom-van der Vlies vermeldt dat de fractie van het CDA met dit voorstel inzake de Wet inburgering en het beleidskader kan instemmen. Het is mooi te zien dat dit in samenwerking met
Vergadering van 1 februari 2021.
8
enkele gemeenten gaat gebeuren en dat er ook sprake is van een link met participatie en werk. Zij wenst de SDD succes bij de uitvoering van deze belangrijke taak. Spreekster had de heer Struik dezelfde vraag willen stellen als de heer Van der Laan deed. Ook diens oproep aan de fractie van AUB om de dialoog te blijven aangaan, kan zij goed volgen. De heer Doevendans heeft nu twee woordvoerders aan de heer Struik horen vragen wat het effect zou zijn wanneer de gehele raad het met de fractie van AUB eens zou zijn en dus niet het nu voorgestelde beleid zou willen gaan uitvoeren. Misschien kan de wèthouder zeggen wat de consequentie daarvan zou zijn; dat is wellicht heel interessant. Wethouder Van Die noemt inburgering per definitie een thema dat in de politiek het nodige los kan maken. Dit gebeurt ook vanavond en is eerder ook in de commissievergadering te zien geweest. Bijna iedere partij heeft een aantal punten de revue laten passeren en hij is blij dat de meerderheid van de raad heeft gezegd met dit voorstel te kunnen instemmen. Een wat vaker genoemd onderwerp is dat van de financiën. In het voortraject heeft de VNG de opdracht tot uitvoering van de wet meermalen aan de minister teruggeven, waarbij is geëist dat hiervoor meer geld beschikbaar zou worden gesteld. De gemeenten wilden anders de verantwoordelijkheid voor het inburgeringsstelsel niet op zich nemen.
Dat zich een herhaling van zetten zou kunnen gaan voordoen als die waarvan bij de decentralisaties sprake is geweest, zagen zij wel aankomen. Zij hadden daarvan dus geleerd en hebben zich tegenover de minister dan ook hard opgesteld. Peter Heijkoop deed dit namens de VNG – hij is ook een keer van de onderhandelingstafel weggelopen –, met als resultaat dat er miljoenen extra beschikbaar zijn gekomen. De VNG schat dat de gemeenten er hiermee zullen uitkomen, maar zoals sommige partijen terecht zeiden – ook spreker zelf heeft dit gedaan – gaat het om de uitvoering van een nieuwe taak, wat het spannend maakt en ook voor enige onzekerheid zorgt. De uitgangspunten zijn de overeengekomen financiële kaders. Men zal soms te maken kunnen hebben met een relatief moeilijke doelgroep, een groep waarvoor men bijvoorbeeld extra begeleidingskosten zal moeten maken. Er valt dus niet te voorspellen wat iets precies zal gaan kosten en of daarmee binnen het budget zal worden gebleven. Aan de andere kant kan er door de gezamenlijke inkoop van leerroutes wel degelijk invloed worden uitgeoefend op de hoogte van de te betalen prijs. Dat een thema de tongen los kan maken, betekent niet – dit tot de heer Van der Laan – dat een partij die een opdracht van de gemeente aanneemt er per se een politieke mening over moet of mag hebben.
Spreker begrijpt heel goed dat een partij als Vluchtelingenwerk Nederland gezien haar ideologische karakter geneigd is om positie in te nemen, of daartoe in het politieke debat misschien ook wel wordt gedwòngen, maar voor een deel is men formeel opdrachtnemer van de gemeente en de gemeente is per definitie neutraal, met natuurlijk als uitzondering de gemeenteraad. Dit principiële punt – spreker volgt de Twitter- en Facebookberichten niet – zal hij aan de orde stellen in het Drechtstedenoverleg, met de bedoeling te bezien of dit in de met Vluchtelingenwerk Nederland te sluiten overeenkomst kan worden opgenomen. Enkele partijen hebben stilgestaan bij de extra taak die aan Vluchtelingenwerk Nederland wordt opgedragen. Het is goed te bedenken dat deze organisatie in opdracht van eigenlijk alle Nederlandse gemeenten reeds het een en ander doet, namelijk de maatschappelijke begeleiding en het participatieverklaringstraject, en daar komt nu de module 'financiële zelfredzaamheid' bij. Dit is geen omvangrijke, maar ook een niet-onbelangrijke opdracht; in de uitvoering daarvan wordt aan de inburgeraar een budgetcoach gekoppeld. Als deze taak zou worden opgedragen aan een andere professionele partij, zou dat per definitie méér geld gaan kosten, zelfs als men dit door de SDD zou laten doen.
Het moet bij de uitvoering van deze wet uit de lengte of uit de breedte komen en dan is Vluchtelingenwerk Nederland de meest voor de hand liggende partij, niet alleen qua financiën maar ook inhoudelijk. Het starten van de module 'financiële zelfredzaamheid' is voor deze organisatie niet iets nieuws. Er is een geslaagde pilot aan voorafgegaan waarbij een aantal landelijke partijen betrokken is geweest. Deze module wordt een onderdeel van de standaard-dienstverlening door Vluchtelingenwerk Nederland op het gebied van maatschappelijke begeleiding. Zoals gezegd, lijkt de keuze voor inschakeling van
Vergadering van 1 februari 2021.
9
deze organisatie zowel financieel als inhoudelijk gezien logisch. Spreker kan zich voorstellen dat het voor sommigen een beetje als gedwongen winkelnering aanvoelt, maar het is de enige partij die hiermee ervaring heeft, ook wat de doelgroep betreft, terwijl de gemeenten bij inschakeling van een andere partij meer geld kwijt zouden zijn. Een ander punt is de aansluiting op het lokale veld. Eind 2019 heeft er een evaluatie van het gemeentelijk beleid ten aanzien van de integratie van statushouders plaatsgevonden. Die externe toets was uitgevoerd door het Toezicht Sociaal Domein, een onderdeel van het ministerie. De resultaten daarvan zijn met de raad gedeeld – zelf was spreker er niet bij – en daaruit kwam naar voren dat de betrokkenen elkaar in hun netwerk heel goed weet te vinden. De statushouders in Hendrik-Ido-Ambacht zijn in beeld en op hun beurt weten zij Ambachtse partijen te vinden. In het regionale proces dat aan de invoering van de wet is voorafgegaan, heeft spreker naar voren gebracht dat de Ambachtse succesvolle aanpak hiermee niet verloren zou mogen gaan, maar daarop zou moeten aansluiten. De inburgering moet per definitie lokaal plaatsvinden. Dit ziet men terug in het voorstel: de casusrechercheurs van de SDD komen naar de gemeente toe, zijn hier dus fysiek aanwezig en worden naast het sociaal wijkteam gepositioneerd.
Ook bij de inkoop van de leerroutes bij een andere aanbieder wordt een lokale aansluiting in het programma van eisen opgenomen. Zeker in de Z-route, waarin de kwetsbaarste inburgeraars zitten, is het heel belangrijk die aansluiting te vinden. Bij dit alles moet men het regionale gedeelte van de SDD niet vergeten, want dat is minstens zo belangrijk. Dat zorgt namelijk voor de aansluiting van de nieuwe wet op de participatiewet, dus het vanuit de inburgering toeleiden naar werk en participatie. In de oude situatie mocht men pas gaan werken als het inburgeringstraject met succes was gevolgd, terwijl er onder de nieuwe wet metéén aan die toeleiding wordt gewerkt, hetgeen een grote en belangrijke verandering is. Zowel het lokale deel als het regionale deel is heel belangrijk. Op papier, in theorie, klopt de voorgestelde aanpak – alle partijen zijn nu met elkaar verbonden –, maar spreker is het met enkele woordvoerders eens, getuige ook een kanttekening in het voorstel, dat dit in de praktijk nog zal moeten blijken. Men zal hierbij ongetwijfeld barrières tegenkomen, maar dat kan alleen gebeuren wanneer er tot de uitvoering van de nieuwe wet wordt óvergegaan. Het is een proces van learning by doing, maar in principe klopt het.
In de commissie – vanavond is er niet bij stilgestaan, maar het is goed dit toch even te noemen – hebben enkele partijen met betrekking tot de inkoop van leerroutes de kanttekening gemaakt dat er zorg bestaat over de groei van het aantal aanbieders, een ontwikkeling die zich ook op het gebied van de jeugdzorg heeft voorgedaan. Spreker is uit navraag bekend dat de inkoopstrategie die deze maand aan het Drechtstedenbestuur wordt voorgelegd inhoudt dat er in principe per leerroute één aanbieder zal worden gecontracteerd. De groei van het aantal aanbieders waarvoor sommigen vrezen, zal vermoedelijk dus niet gaan plaatsvinden. De bekostiging van de te contracteren aanbieders vindt plaats binnen het geschetste financiële kader. De heer Doevendans vroeg om een reflectie betreffende de vier kanttekeningen welke in het voorstel zijn gemaakt, ten eerste die aangaande een frauduleuze markt. In het huidige stelsel lopen inburgeraars soms vast door het grote aantal aanbieders en de kwaliteit van wat zij aanbieden, ook doordat zij de Nederlandse taal nog niet machtig zijn. Door de gemeenten voor de inkoop te laten zorgen, wordt dit probleem ondervangen. want er zullen met de ene aanbieder die zal worden gecontracteerd heel duidelijke afspraken worden gemaakt. Over de kanttekening over het onvoldoende kunnen bewerkstelligen van een integrale aanpak heeft spreker al het een en ander gezegd.
De derde kanttekening, inhoudend dat de landelijke besluitvorming mogelijk niet consequent is, refereert aan het telkens weer uitgesteld zijn van de invoering van de nieuwe wet. Zoals het er nu naar uitziet, staan alle seinen op groen om deze wet per 1 januari 2022 te laten ingaan; in de commissie is dit ook al vermeld. Waarop het thans nog vastzit, is het IT-systeem van de Dienst Uitvoering Onderwijs. Dit lijkt iets kleins, maar zeker in deze tijd heeft de DUO er moeite mee om dat systeem goed te laten werken. Men heeft gezegd dit wel te kùnnen, maar er enige tijd voor nodig te hebben, waarbij wordt uitgegaan van het gehaald worden van de voorziene invoeringsdatum. Een andere partij dan de
Vergadering van 1 februari 2021.
10
DUO inschakelen is niet mogelijk, want in de wet is de keuze daarvoor vastgelegd. Zou men een andere aanbieder willen inschakelen, dan zou dus eerst de wet moeten worden aangepast. Waarvoor de gemeenten hebben gevreesd, is dat het rijk gedurende dit proces wellicht weer met aanvullende eisen zou kunnen komen. Daarvan hebben zij gezegd – en dit is ook met het rijk afgesproken – dat de eerste jaren waarin er met deze wet wordt gewerkt heel rustig moeten verlopen en dat het rijk in die periode dus niet aanvullende eisen zal kunnen gaan stellen. Spreker is in deze fase dan ook wat minder bevreesd dat de landelijke besluitvorming niet consequent kan blijken te zijn. Op de laatste kanttekening, betrekking hebbend op de vraag of de voor de uitvoering van de wet beschikbare financiële middelen voldoende zullen zijn, is spreker al in het begin van zijn antwoord ingegaan. Af te wachten is of hetgeen daarvoor geldt wel of niet zal uitkomen, maar bij de zaken waarop de gemeente invloed heeft, gaat zij hiervan wel uit en zal zij ook daarop sturen. Gevraagd is nog wat de consequentie voor de gemeente zal zijn als zij de Wet inburgering niet gaat uitvoeren. Spreker kent het bestuursrecht niet tot in alle details, maar wil wel zeggen dat de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht geen voorstandster is van bestuurlijke ongehoorzaamheid.
Dat een buurgemeente dit wèl eens is, heeft consequenties waarvan zij niet vrolijk zal zijn geworden. Belangrijk is dat er over de zorg voor vluchtelingen altijd een politieke discussie moet kunnen plaatvinden, maar dat het college zich genoodzaakt voelt deze wet te gaan uitvoeren, daar het zorg wil dragen voor een goede inburgering van deze groep toekomstige inwoners. De heer Van der Wulp herhaalt zijn vraag wat er is geregeld inzake de evaluatie van het werken met de nieuwe wet. Als het rijk toch nog met aanvullende eisen komt, zal men dat wel vernemen, maar omdat het van belang is de invoering van de wet op de voet te volgen, vraagt de fractie zich af of er al een evaluatiemoment is bepaald. Wellicht kan de wethouder in dit opzicht in het overleg met de gemeenten waarmee wordt samengewerkt nog iets betekenen. De heer Van der Lei merkt op dat de fractie van Gemeentebelangen het jammer vindt dat de fractie van AUB wegloopt voor het nemen van verantwoordelijkheid en geen vragen wenst te beantwoorden. Dit is overigens niet iets vreemds, want bij elke begrotingsbehandeling vroeg de fractie van AUB de andere fracties al om niet op haar stemverklaring te reageren. Hierin zal toch wel een keer verandering moeten komen.
Sprekers fractie heeft namelijk het idee dat de fractie van AUB de realiteit niet onder ogen wil zien, want stel dat men zèlf statushouder of asielzoeker zou zijn: hoe zou men dàn reageren? Deze vraag had hij overigens al in eerste termijn moeten stellen. Aan de wethouder heeft de fractie bij een eerdere gelegenheid al eens gevraagd de statushouders meer gespreid over de gemeente te huisvesten, daar zij, als zij in elkaars nabijheid komen te wonen, de eigen taal blijven gebruiken. Met dit raadsvoorstel stem de fractie van Gemeentebelangen in. De heer Scheurwater deelt mede dat de fractie van EVA het grotendeels eens is met het antwoord dat de wethouder heeft gegeven. Een punt waarop nog niet is ingegaan, is de opmerking in het voorstel dat dat de instroom van een moeilijke doelgroep tot hogere begeleidingskosten zal kunnen leiden. Meent de wethouder dat dit geen probleem zal behoeven te zijn? De heer Doevendans hoorde de wethouder zeggen dat Vluchtelingenwerk Nederland voor heel veel gemeenten al veel doet. Dat is waar, maar dat kan bepaald niet een onverdeeld succes worden genoemd. Was dit het geval geweest, dan was het waarschijnlijk niet nodig geweest om met deze nieuwe wet te komen, of had het rijk zèlf voor de uitvoering van deze taak kunnen blijven zorgen.
Spreker is het daarnaast geheel eens met wat de heer Van der Laan over het activistisch karakter van Vluchtelingenwerk Nederland heeft gezegd. Het is goed dat de wethouder heeft toegezegd dit punt in de stuurgroep aan de orde te zullen stellen. Het ging in eerste instantie niet om de vraag of de gemeente deze nieuwe wet wel of niet zou moeten uitvoeren. Natuurlijk moet deze gemeente niet bestuurlijk ongehoorzaam willen zijn en moet zij pro-
Vergadering van 1 februari 2021.
11
beren mensen die hier komen wonen op een heel goede manier in de lokale gemeenschap te integreren, want het gaat om mensen die een status hebben gekregen en dus recht hebben op gebruikmaking van in dit land bestaande voorzieningen. Het feit dat de nieuwe wet zegt dat deze mensen al kunnen beginnen met werken voordat zij zijn ingeburgerd, is een verbetering ten opzichte van de huidige situatie en is dus alleen maar toe te juichen, maar anderzijds leiden er heel veel wegen naar Rome. Er is nu voor gekozen dit gehele traject samen met drie andere gemeenten op te zetten, maar ook had de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht kunnen besluiten deze taak zèlf uit te voeren, gelet op het feit dat zij een relatief laag aantal statushouders moet opvangen. Het met andere gemeenten samenwerken kan zijn voordelen hebben, zoals de schaalvergroting bij de inkoop, maar ook zou het zijn voordelen kunnen hebben om als kleine gemeente met een gering aantal statushouders de taak van hun inburgering zèlf op zich te nemen. Spreker ziet dit in lijn met de wijze waarop hij het standpunt van de heer Struik zou willen interpreteren, namelijk uitmondend in de vraag of deze taak niet ook op een àndere en voor de gemeente wellicht voordéliger manier zou kunnen worden uitgevoerd.
Omdat de betrokken gemeenten met de uitvoering van de wet een nieuw gebied betreden, wil spreker ten slotte vragen of er op regelmatige momenten met een evaluatie van de nieuwe aanpak kan worden gekomen, zodat de raad op gezette tijden zal kunnen worden geïnformeerd over financiële en inhoudelijke ontwikkelingen. Wethouder Van Die kan op de vraag om evaluatie en monitoring antwoorden dat op de laatste pagina van het voorstel is te lezen dat de raad via voortgangsrapportages regelmatig zal worden geïnformeerd. Zij zullen eerst met name te maken hebben met de implementatie van de uitvoering van de wet en nog niet zozeer met inhoudelijke aspecten. Ook in het regionaal overleg is men momenteel nog druk bezig met het uitdenken en implementeren van allerlei zaken. Evaluaties behoren er natuurlijk altijd bij en in het regionaal overleg zal spreker dan ook de vraag aan de orde stellen wat onder 'gezette tijden' wordt verstaan. Aan de hand van evaluaties zal men kunnen monitoren hoe de gemeenten hun taak op het gebied van de inburgering uitvoeren. De fractie van EVA vroeg of spreker de kans dat er een moeilijke doelgroep zal instromen wel of niet als een probleem ziet. Of dat een probleem zal zijn of niet, weet hij niet, maar het is wel iets waarmee men te maken kan krijgen.
Een Eritrese boer zal waarschijnlijk wat moeilijker te integreren zijn dan een Syrische vluchteling uit Damascus met een IT-opleiding. Voor de eerste zullen wellicht meer tolk- en begeleidingskosten moeten worden gemaakt dan voor de tweede, niet alleen begeleidingskosten die uit de inburgeringspot zullen moeten worden betaald, maar wellicht ook kosten in het kader van de WMO of de jeugdzorg. Net zoals andere inwoners vanuit die hoeken ondersteuning nodig kunnen hebben, kan dat ook voor inburgeraars gelden. Voor het gros van deze mensen is extra inzet nodig en daarom is dit alles natuurlijk ook opgetuigd. Spreker begrijpt wat de heer Doevendans heeft gezegd over Vluchtelingenwerk Nederland. Het verband dat is gelegd tussen het slagen of niet slagen van een inburgering en de rol die deze organisatie daarbij speelt, is niet direct te leggen, omdat er bij de inburgering meerdere partijen betrokken zijn. In de eerste plaats komt het ook aan op de inburgeraar zelf, want er is soms sprake van factoren buiten de invloedssfeer van, in dit geval, het rijk welke bepalen of iemand wel of niet voor de inburgering slaagt. Dit neemt niet weg dat Vluchtelingenwerk Nederland een belangrijke functie heeft in het begeleiden van deze mensen. In theorie had de gemeente uiteraard ook zèlf voor die begeleiding kunnen zorgen.
Er zijn gemeenten in de regio die daarvoor kiezen; spreker weet niet of ook zij daarbij gaan samenwerken, of dat zij een beroep zullen doen op een sociale dienst buiten deze regio. De vier grootste gemeenten in de regio, die gezamenlijk 75 % van de inwoners omvatten, werken nu in dit verband samen, en voor sommige onderdelen heeft men nu eenmaal wat volume nodig. Een kleine gemeente als Hendrik-Ido-Ambacht, waar tussen de 25 tot 30 statushouders per jaar instromen, zou het voor hen optuigen van drie leerroutes bijna niet bekostigd krijgen. Er is dus wel enige schaalgrootte nodig om deze taak op een goede wijze inhoud te kunnen geven en om goedkoper te kunnen inkopen. Zoals spreker al in eerste termijn zei, is de aansluiting tussen het regionale en het lokale daarbij heel belangrijk, en naar zijn idee wordt die aansluiting met dit plan van aanpak voldoende verzekerd.
Vergadering van 1 februari 2021.
12
De opmerking van de fractie van Gemeentebelangen dat het goed zou zijn de statushouders gespreid over de gemeente te huisvesten, is formeel gezien een onderwerp voor collega Lafleur. Spreker weet dat de woningcorporatie en de gemeente er naar streven om doelgroepen die extra aandacht vragen niet te clusteren, maar ze zo goed als mogelijk is over de gemeente te verspreiden. Wel moet worden bedacht dat men hierbij te maken heeft met woningen in het huursegment met bijbehorende prijzen. Niet iedere inburgeraar kan men in een dure woning in bijvoorbeeld De Volgerlanden huisvesten en dus moet er ook worden gekeken naar de beschikbaarheid van kleinschalige en daardoor goedkopere woningen. Waar het kan, streven de gemeente en de woningcorporatie er echter naar – ook in het kader van de leefbaarheid, iets waarbij iedereen belang heeft – om leden van de doelgroep gespreid over de gemeente te huisvesten. Zonder hoofdelijke stemming wordt hierop conform het voorstel besloten, onder aantekening dat de fractie van AUB geacht wil worden te hebben tegengestemd. 8.2 Zienswijze wijziging begroting 2021 van de Serviceorganisatie Jeugd (SOJ).
De voorzitter brengt onder de aandacht dat naar aanleiding van de behandeling van dit voorstel in de commissie is besloten aan de conclusie van de zienswijze toe te voegen: "Verhoging van de begroting is niet acceptabel zonder concrete maatregelen die de geschetste kostenreducties onderbouwen. We horen graag van het bestuur wat de consequenties zijn van het handhaven van de huidige begroting." De heer Boudewijn heeft in de commissievergadering al betoogd dat het onderwerp van dit voorstel lijkt op een hete aardappel die niet wil afkoelen. Ondanks alle plannen en voornemens daartoe komt er in de stijging van de kosten geen trendbreuk. Aan deelnemende gemeenten wordt steeds weer gevraagd om extra geld beschikbaar te stellen, terwijl niet te zien is dat de SOJ met daadkracht probeert dit tij te keren. De metafoor die spreker in dit verband in de commissie heeft gebruikt, zal degenen die haar vergadering hebben bijgewoond nog wel voor de geest staan. Weet sprekers fractie een pasklare oplossing voor dit probleem? Neen, maar zo doorgaan is geen optie. Laat men helder zijn in het financiële kader voor 2021 en daaraan vasthouden. De begroting van de SOJ zal naar de mening van de fractie dus niet worden gewijzigd. Laat eventuele knelpunten in de uitvoering van de taak van de SOJ maar naar voren komen, zodat er binnen het budget keuzes zullen kunnen worden gemaakt.
Dit is expliciet iets anders dan het stoppen met het verlenen van zorg als het budget op is. Bij de zorgverlening dient men binnen het budget te blijven, wat kan worden bereikt door tijdig te bepalen wat men wel of niet zal doen. Wat de fractie van SGP/ChristenUnie betreft, is de boodschap aan de SOJ dat het verhogen van haar begroting niet acceptabel is. De tekorten lopen nog steeds op en als die trend niet wordt omgebogen, blijft dit patroon zich voortzetten. De fractie heeft niet het vertrouwen dat de geschetste kostenreducties zullen worden gerealiseerd, aangezien de daarvoor benodigde harde maatregelen ontbreken of niet zichtbaar zijn. Zij wil concrete maatregelen genomen zien ter beheersing en verlaging van de kosten. Dat er op de ontvangst van extra geld van de zijde van het rijk wordt gehoopt, is prima, maar de vraag is of dat er komt. Laat men daarom, hopend op dat geld, niet achteroverleunen, maar intussen de verantwoordelijkheid nemen voor het gaan ombuigen van de stijging in de kosten. Sprekers fractie is dan ook tevreden over de zojuist door de voorzitter voorgelezen toevoeging aan de zienswijze en stemt daarmee dus in. De heer Doevendans constateert dat dit voorstel geen realistisch voorstel is. De fractie van Realistisch Ambacht heeft er geen enkel vertrouwen in dat de door het SOJ-bestuur genoemde bezuinigingen zullen worden gerealiseerd.
De zienswijze bevat hierover terecht een aantal harde woorden. De fractie kan zich dan ook in deze zienswijze vinden, zeker inclusief de in de commissievergadering overeengekomen toevoeging. Het is echter nu al bekend dat de kostenstijgingen gewoon zullen doorgaan. Deze zienswijze zal achteraf dan ook een verzameling loze woorden blijken te zijn. Dit komt doordat aan het handelen door organisaties als de SOJ eigenlijk geen consequenties verbonden zijn.
Vergadering van 1 februari 2021.
13
Als het budget wordt overschreden, weten zij namelijk dat de deelnemende gemeenten wel weer zullen bijspringen. Dit komt doordat de financiële handel en wandel van gemeenschappelijke regelingen in het algemeen als een fundamenteel systeemprobleem is te zien. De landelijke politiek zou zich hierover eens moeten gaan buigen. Het zou goed zijn hiervoor eens een parlementaire onderzoekscommissie te formeren met als opdracht na te gaan hoe het gedrag van gemeenschappelijke regelingen zou kunnen worden beteugeld. Het gaat namelijk financieel gezien bij heel veel organisaties mis. In de commissie heeft de fractie van Realistisch Ambacht erop gewezen dat de stelling van de SOJ dat haar begroting in 2024 € 100 miljoen zou moeten bedragen, niet overeenkwam met de getallen welke in het stuk werden genoemd. Het nadien ontvangen uitgebreide memo waarmee op deze vraag is geantwoord, bevat een boekhoudkundig verhaal waaruit blijkt dat de € 100 miljoen gebaseerd is op het prijspeil van 2019. Daarover staat inderdaad een zin in het stuk, en met de indexering vanaf 2019 komt men inderdaad uit op ongeveer € 113 miljoen in 2024, maar dat is toch geen manier om financiële gegevens in een stuk op te nemen? Zeg dan eerlijk dat de begroting van de SOJ in 2024 € 113 miljoen zal zijn.
Vervolgens ziet men vermeld staan dat er in drie jaar bezuinigingen van iedere keer om en nabij de € 5 miljoen zullen worden doorgevoerd, waardoor het budget in 2024 op, let op!, € 113 miljoen uitkomt. Hoe is het mógelijk! Wie denkt men hiermee voor de gek te houden? Dit gelooft toch geen mens. Naar aanleiding van deze rekentruc – of, beter gezegd, een mooie manier om de situatie beter voor te spiegelen dan zij is – vraagt spreker aan de wethouder of dit niet al in de commissievergadering had kunnen worden verteld. Waarom moest dit door middel van een apart document gebeuren? Ten slotte is er de vraag of de raad dit soort trucs in de toekomst váker kan verwachten. Moet men als raadslid heel nauwkeurig gaan speuren naar bijzinnetjes, bijvoorbeeld dat een budget € 100 miljoen, gebaseerd op het prijspeil van 2001, zal gaan bedragen? Dat is toch niet de manier waarop de raad naar dit soort stukken moet kijken? De heer Struik stelt vast dat men elk jaar wordt geconfronteerd met het feit dat de SOJ geld te kort komt doordat het haar niet lukt om binnen het budget te blijven. Door het doorschuiven van de voorgenomen kostenreducties zal de doelstelling om de kosten van de jeugdhulp in Zuid-HollandZuid naar € 100 miljoen per jaar terug te brengen, uitgaande van het prijspeil van 2019, pas in 2024 worden gerealiseerd. Men is dan weer drie jaar verder.
Als raden en colleges geen pas op de plaats maken, zullen de deelnemende gemeenten elk jaar weer kunnen dokken. De portefeuillehouder heeft bij een eerdere gelegenheid gezegd dat er in deze sector erg veel bedrijven werkzaam zijn. Daaraan zal dus eens paal en perk moeten worden gesteld. Er is de raad een scherpe zienswijze ter vaststelling voorgelegd. De conclusie ervan is dat een verhoging van de begroting van de SOJ niet acceptabel wordt gevonden. De samenwerking in de SOJ omvat echter tien gemeenten en dus zal er ook met tien zienswijzen of meningen worden gekomen. Deze tien gemeenten op één lijn krijgen, zodat het dagelijks bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd hiermee rekening gaat houden, is nog wel een uitdaging. De raden zullen dan ook in sterkere mate met elkaar in gesprek moeten gaan met als doel tot eensluidende zienswijzen te komen. De fractie van AUB is het eens met het aan de SOJ versturen van de aangevulde zienswijze, waarmee het verhogen van de begroting van die organisatie wordt afgewezen, maar sprekers gevoel zegt hem dat het er toch wel weer op zal uitdraaien dat de verhoging van de begroting zal doorgaan, zodat de gemeente alsnog zal moeten gaan betalen.
Mevrouw Van der Hee-Pasterkamp merkt op dat de fractie van het CDA zich in de voorgestelde en aangevulde zienswijze kan vinden; dit geldt dus voor de daarin opgenomen aandachtspunten en de aanscherping waartoe in de commissievergadering op voorzet van de fractie van SGP/ChristenUnie werd besloten. Het is natuurlijk vooral aan de gemeente zelf om de kosten van de jeugdhulp te beheersen, wat onder meer kan gebeuren door die hulp aan de vóórkant te geven, zodat het moeten gaan geven van zwaardere hulp deels kan worden voorkomen. Dat is goed voor het betrokken kind, zijn gezin en de financiën. Ook kan de gemeente zich ervoor inzetten om de verbinding met onderwijs, verenigingen en de fysieke en sociale leefomgeving sterker te maken, want ook dat helpt mee
Vergadering van 1 februari 2021.
14
om het moeten bieden van zwaardere jeugdhulp en dus ook het maken van meer kosten te voorkomen. Ondanks dit wil de gemeente met deze zienswijze aan de SOJ een helder signaal afgeven, inhoudend dat het haars inziens te lang duurt voordat de SOJ besluiten uitvoert. Om meer geld aan de voorkant en dus aan preventie te kunnen besteden, zijn er maatregelen tot kostenbeheersing nodig. Met deze zienswijze wordt nu aan de SOJ gevraagd tot het treffen van zulke maatregelen over te gaan. Als budgetoverschrijdingen onvermijdelijk zijn, laat men dat dan concreet beargumenteren en dit vergezeld doen gaan van een uitgewerkt plan dat laat zien dat er in de nabije toekomst wèl binnen het budget zal kunnen worden gebleven – spreekster heeft het dan met name over de ùitvoering van de gepresenteerde maatregelen – en dit uiteraard zonder de kwaliteit van de hulpverlening aan te tasten. In een recent artikel in het blad Skipr is gezegd dat landelijk gezien eenderde deel van het totale jeugdhulpbudget opgaat aan administratie- en coördinatielasten. Spreeksters fractie vraagt zich af hoe op dit punt de situatie in deze regio en in het bijzonder in Hendrik-Ido-Ambacht is. Zij zou dit als onderwerp van onderzoek aan de rekenkamercommissie willen voorleggen.
De te beantwoorden vraag zou kunnen zijn hoe hoog de bureaucratische druk in de jeugdhulpverlening in de regio is, uitgedrukt in tijd en geld, met daarbij de opdracht deze vraag te benaderen vanuit het cliëntenperspectief. Het doel van zo'n onderzoek zou natuurlijk zijn de uitkomst te gebruiken om beter te kunnen sturen met betrekking tot de tijd die aan het verlenen van zìnvolle hulp wordt besteed. Dit laatste kan worden onderstreept door te wijzen op een vandaag verschenen artikel over een organisatie voor ouderenzorg waarin een voormalig manager stelt dat ongeveer de helft van de meest gebruikelijke zorg wel fijn maar eigenlijk niet noodzakelijk is. Dit zou heel goed ook voor de jéugdhulp kunnen gelden. Aan de rekenkamercommissie kan worden gevraagd in haar onderzoek tevens na te gaan hoe de clienten zelf over de jeugdhulpverlening denken. Zo kan worden bekeken op welke punten de jeugdhulpverlening kan worden verbeterd, zodat in deze gemeente alleen de echt nodige jeugdhulp zal worden geboden en betaald. De fractie van het CDA beseft dat met de voorlegging van deze zienswijze aan de SOJ het risico wordt genomen dat er verder zal moeten worden gewerkt met de begroting van die organisatie voor 2020 en dat er zo gaandeweg het jaar bij de zorgaanbieders budgetplafonds zullen kunnen worden bereikt; zij zullen dan een zorgverleningsstop afkondigen.
Anderzijds is er door het in stand blijven van de 'Nee, tenzij…'-regeling een noodoplossing beschikbaar voor de jeugdigen die echt snel hulp nodig hebben. De fractie is er een groot voorstandster van dat, wanneer er een beroep op deze regeling wordt gedaan, zo'n beroep alleen via de wethouder zal kunnen worden gehonoreerd. Zij snapt wel dat dit niet à la minute kan worden geregeld, maar hoopt wel dat dit op zijn laatst het volgend jaar, als de solidariteit is afgebouwd, realiteit zal kunnen zijn, dit alles uiteraard om meer greep te krijgen op niet noodzakelijke, te langdurige of te zware hulpverlening. De heer Van der Wulp voert aan dat het al lange tijd bekend is dat er jaarlijks meer geld naar de jeugdzorgverlening moet. De Serviceorganisatie Jeugd werkt met een begroting waarin de kosten alleen maar oplopen. Zij onderneemt wel pogingen tot bezuiniging, maar dat is lastig als men een toenemend aantal klanten goede zorg wil kunnen blijven bieden. De vraag van de PvdA-fractie hierbij is wat te doen als de pot leeg is; welk beleid wordt er dan gevoerd? Men zou natuurlijk kunnen zeggen: 'Dit is wat er is begroot en dat is nu op', maar als er echt zorg nodig is, waaruit wordt die dan gefinancierd? De fractie hoopt dat het preventiebeleid zal helpen om in de toekomst de kosten van de hulpverlening te drukken.
In de commissievergadering heeft sprekers fractie ingestemd met de onder aanvoering van de heer Boudewijn voorgestelde aanvulling van de zienswijze. Zij gaat dan ook akkoord met dit raadsvoorstel. De heer Van der Lei zegt de portefeuillehouder namens de fractie van Gemeentebelangen dank voor de schriftelijke beantwoording van de vragen welke de fracties in de commissie hadden gesteld. Het is een zeer uitgebreid memo. Er waren vijf A4tjes voor nodig om de raad enig inzicht te geven in
Vergadering van 1 februari 2021.
15
de financiële aspecten van wat de SOJ aan de gemeente had gevraagd. Het is nu duidelijk hoe de gevraagde extra bijdrage zich verhoudt tot de voorziene meerjarige bezuinigingen en \tot het bedrag van € 100 miljoen dat in 2019 als ijkpunt voor de begroting van de SOJ is vastgesteld. De hoogte van de extra bijdrage lijkt verband te houden met de prijsindexatie over de periode vanaf 2019. Dat deze prijsindexatie wordt toegepast, vindt de fractie alleszins redelijk, want dit gebeurt ook ten opzichte van andere organisaties welke door de gemeente worden gesubsidieerd. Desondanks is er sprake van een ingewikkelde financiële opzet, die voor een gewoon raadslid nauwelijks te vatten is. Ook de inwoners moeten over een en ander goed worden geïnformeerd, zeker ook in het kader van de burgerparticipatie. Voor de fractie van Gemeentebelangen is het belangrijk dat de wethouder, die nu ook regionaal stevig in het zadel is komen te zitten, wèl een goed overzicht over en een goed inzicht in de materie heeft en er dus op kan toezien dat er tot een strenger financieel regiem zal worden gekomen. Daarbij zullen de door de SOJ door te voeren bezuinigingen geen wassen neus mogen blijken te zijn. Vooralsnog heeft de fractie het vertrouwen dat de portefeuillehouder in zijn regionale rol de vinger stevig aan de pols zal houden.