CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Eindrapport - Adviesnota actualisatie accommodatiebeleid Hendrik-Ido-Ambacht 8-8-2025

commissie WOS openbaar 22 september 2025, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Rapport Accommodatiebeleid14.178 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Aandachtspunten en mogelijke implicaties: ▪

Fysieke aanpassingen kunnen nodig zijn, zoals het verbeteren van de toegankelijkheid of het geschikt maken van ruimtes (zoals sportkantines) voor bredere maatschappelijke functies. Of en in welke mate dit nodig is, verschilt per locatie en vraagt om nadere verkenning. Eventuele aanpassingen brengen mogelijk een eenmalige investeringskostenpost met zich mee.

22

▪

▪

▪

Wijzigingen in exploitatie en beheer kunnen zich voordoen bij gedeeld gebruik van accommodaties. Dit vraagt om heldere afspraken tussen betrokken partijen, en mogelijk een herijking van de bestaande beheerstructuren. Indien nodig kan dit extra middelen vragen voor afstemming en coördinatie, bijvoorbeeld in de vorm van een gezamenlijke werkgroep of regisseur. Subsidiebeleid kan worden herzien om samenwerking en multifunctioneel gebruik te stimuleren. Dit kan betekenen dat bestaande regelingen worden aangepast, bijvoorbeeld door subsidies (deels) te koppelen aan sectoroverstijgende programma’s of activiteiten. Efficiëntere inzet van professionals is mogelijk door samenwerking tussen organisaties met overlappende taken. Dit voorkomt versnippering van inzet en maakt het mogelijk om expertise doelgerichter in te zetten. Dit vraagt om structureel overleg en – waar passend – een gedeelde coördinatiefunctie.

Naast gemeentelijke accommodaties kunnen ook andere locaties een rol spelen bij het faciliteren van laagdrempelige ontmoeting en wijkgericht werken, zoals ruimten binnen scholen, kerkgebouwen of complexen van woningcorporaties. Deze voorzieningen bevinden zich vaak midden in de wijk en sluiten beter aan bij de leefwereld van ouderen, jongeren en minder mobiele inwoners. Het verkennen van deze mogelijkheden, in samenwerking met maatschappelijke partners, sluit aan bij de behoefte aan toegankelijke ontmoetingsplekken in de wijk en versterkt de sociale infrastructuur op buurtniveau. Met deze aanpak kunnen we voorzieningen beter benutten en makkelijker aanpassen aan wat er nodig is in de buurt. Nu en in de toekomst.

23

5. Toetsingskader en beleidsregels [uitgangspunt 4] 5.1. Inleiding Het ontbreekt momenteel aan heldere beleidsregels voor de totstandkoming en instandhouding van maatschappelijke accommodaties. Het huidige accommodatiebeleid geeft geen duidelijkheid over de gemeentelijke rol en wat wordt overgedragen aan maatschappelijke partners zoals verenigingen en stichtingen. In de uitgangspuntennotitie is dit aangeduid als het vierde uitgangspunt: Aanscherpen van de rolverdeling en afspraken tussen gemeente en stakeholders. In dit hoofdstuk worden twee mogelijke beleidsrichtingen uitgewerkt, die richting geven aan toekomstige keuzes: ▪ Ten eerste de vraag of de gemeente wil werken met een concreet toetsingskader voor (burger)initiatieven die vragen om gemeentelijke ondersteuning. ▪ Ten tweede wordt voorgesteld dat de gemeente bij de buitensport een grotere regierol vervult bij de totstandkoming en instandhouding van zogenoemde basisvoorzieningen, zoals kleed- en doucheruimten. We concretiseren eerst het toetsingskader, zoals dat op hoofdlijnen in het huidige accommodatiebeleid is geschetst. Daarna beschrijven we de gewenste rolverdeling tussen de gemeente en betrokken stakeholders. De gemeentelijke betrokkenheid bij maatschappelijke accommodaties is van groot belang om sport, cultuur en andere maatschappelijke activiteiten toegankelijk en betaalbaar te houden.

Daarbij maken we onderscheid tussen de totstandkoming (zoals nieuwbouw of uitbreiding) en de instandhouding (onderhoud en renovatie) van binnensport-, buitensport- en multifunctionele accommodaties.

5.2. Gebruik toetsingskader Het toetsingskader dient als kader dat de gemeente gebruikt om onderbouwde en transparante besluiten te nemen over het al dan niet bijdragen aan de totstandkoming en instandhouding van accommodaties. Het toetsingskader kan aan de voorkant al door verenigingen en stichtingen gebruikt worden bij het onderbouwen van eventuele uitbreidingsplannen of het toevoegen van nieuwe (sport)accommodatie binnen de gemeente. Het gaat op dit moment niet over het toetsen van de voorgestelde ontwikkelingen in het vorige hoofdstuk. In deze paragraaf beschrijven wij voor wie, wanneer, en welke accommodaties, verenigingen en stichtingen het toetsingskader van toepassing is. Daarna volgt een uiteenzetting van de onderwerpen in het toetsingskader. Tot slot volgt een paragraaf die ingaat op het gebruik van het toetsingskader, de procedures en wat het betekent voor de huidige situatie.

Voor wie? Het toetsingskader richt zich op maatschappelijke initiatieven en niet op (semi-)commerciële initiatieven die zonder gemeentelijke steun kunnen voortbestaan. Organisaties moeten voldoen aan de volgende criteria om in aanmerking te komen voor een gemeentelijke bijdrage: ▪ Rechtsvorm: Alleen stichtingen en verenigingen kunnen een aanvraag indienen. ▪ Vestiging: De organisatie is gevestigd in Hendrik-Ido-Ambacht. ▪ Geen winstoogmerk: Dit moet blijken uit de statuten. ▪ Doelstelling: Het initiatief richt zich op bewegen, ontmoeten, sport, cultuur en/of welzijn. ▪ Sportorganisaties: Moeten zijn aangesloten bij een door NOC*NSF erkende bond.

Kernonderwerpen Het toetsingskader bestaat uit drie thema’s: ▪ Maatschappelijke functie – Draagt de accommodatie bij aan de lokale maatschappelijke opgaven? ▪ Accommodatie – Is de accommodatie geschikt qua capaciteit, kwaliteit en multifunctionaliteit? ▪ Beheer en financiering – Is er een toekomstbestendige exploitatie en is gemeentelijke steun noodzakelijk?

24

Het belang van verschillende onderwerpen in het toetsingskader kan variëren afhankelijk van het type aanvraag, de aard van de accommodatie en het verzorgingsgebied. Daarbij is het relevant of een voorziening primair een lokale functie vervult, of ook (deels) van betekenis is voor omliggende gemeenten. In Hendrik-Ido-Ambacht bevinden zich enkele accommodaties met een bovenlokale functie, zoals het zwembad en cultureel centrum Cascade. Dergelijke voorzieningen trekken ook gebruikers van buiten de gemeente aan en dragen bij aan het regionale voorzieningenniveau. In het toetsingskader wordt daarom opgenomen dat – waar van toepassing – ook de (mogelijke) regionale betekenis van een voorziening wordt meegewogen. Dit biedt ruimte voor een strategische afweging op natuurlijke momenten, zoals renovatie of vervanging, of bij nieuwe aanvragen vanuit het veld. Aanvragers moeten zich allereerst afvragen of er een noodzaak is voor een gemeentelijke bijdrage en of het gebruikelijk is dat gemeenten dergelijke verzoeken ondersteunen. In de bijlage zijn de drie thema’s concreter uitgewerkt.

Toepassing Het toetsingskader geldt voor aanvragen voor de realisatie, renovatie of instandhouding van nieuwe initiatieven. Daarnaast kijkt de gemeente ook naar het toetsingskader bij het verlengen of vernieuwen van bestaande overeenkomsten met stakeholders die een rol hebben bij de instandhouding van de accommodaties die zij beheren (Cascade en Sportfondsen). Aanvragen zijn mogelijk vanaf inwerkingtreding van het beleid. Het betreft de volgende typen aanvragen: ▪ Realisatie, vernieuwbouw of uitbreiding van een accommodatie of sportvelden. ▪ Instandhouding van accommodaties of sportvelden (renovatie, beheer en onderhoud). De gemeente beoordeelt aanvragen op basis van de gestelde criteria. Besluiten worden genomen door het college, waarbij de raad betrokken wordt als extra budget noodzakelijk is.

5.3. Voorgestelde beleidsregels en de rol van de gemeente In deze paragraaf beschrijven wij de beoogde gemeentelijke rol bij de totstandkoming en instandhouding van accommodaties en voorzieningen, evenals de rol van gebruikers/huurders en bijbehorende beleidsregels. Hierbij maken we de uitsplitsing tussen de binnensport, het zwembad, de buitensport en de sociaal-culturele accommodaties.

De gemeentelijke rol De rol van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is cruciaal voor het betaalbaar houden van sport, cultuur en andere maatschappelijke activiteiten die bijdragen aan de maatschappelijke opgave. We stellen voor onderscheid te maken tussen totstandkoming en instandhouding van binnensport, buitensport en multifunctionele accommodaties. Totstandkoming Totstandkoming betreft realisatie (nieuwbouw), vernieuwbouw of uitbreiding van een accommodatie. De financiële bijdrage van de gemeente heeft alleen betrekking op de subsidiabele kosten. Subsidiabele kosten zijn: ▪ Grondkosten: verwerving grond, kosten bouwrijp maken. ▪ Bouwkosten gebouw, installaties, velden, sport- en parkinfrastructuur. ▪ Bijkomende kosten zoals onderzoeken en leges. ▪ Voorbereidings- en begeleidingskosten: architect, ingenieurs, kostencalculatie, toezicht, directievoering. Deze kosten worden vergoed voor de voorzieningen die nodig zijn voor de uitoefening van de activiteiten die plaats gaan vinden in de accommodatie (basisvoorzieningen). Voor de binnen- en buitensport betreft het alle voorzieningen die nodig zijn voor de uitoefening van de sport (aantal en kwaliteit conform de normen van de sportbonden). Voor de ’multifunctionele accommodaties (MFA’s), zoals Cultuur Centrum Cascade en het

25

Baxhuis, geldt een soortgelijke redenatie. In de bijlage treft u de demarcatiedetails aan van onderdelen die wel en niet tot een basisvoorziening behoren. Instandhouding Dit betreft bijdragen aan de renovatie en het onderhoud van accommodaties. Instandhouding omvat alle activiteiten en maatregelen die nodig zijn om accommodaties, sportvelden, banen en overige opstallen in goede staat te houden (conditiescore 3 volgens NEN 2767). Dit betreft zowel regulier als grootschalig planmatig onderhoud, inclusief reserveringen voor vervangingen. De instandhouding richt zich uitsluitend op basisvoorzieningen. Voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht ligt de uitvoering van de meerjarenonderhoudsplannen (MJOP’s) bij Servicegemeente Drechtsteden. Een uitzondering hierop vormt het binnenzwembad: Sportfondsen stelt hiervoor zelf een MJOP op, dat vervolgens door een externe partij wordt getoetst. In tegenstelling tot andere accommodaties is Sportfondsen zelf verantwoordelijk voor groot onderhoud en vervangingen. Dit is vastgelegd in de overeenkomst en verrekend in de exploitatiebijdrage die Sportfondsen van de gemeente ontvangt. Ontwikkelingen MJOP’s Voor de zomer worden de MJOP’s door een externe partij geactualiseerd. Dit zorgt voor een solide basis waarmee Servicegemeente Drechtsteden het onderhoud volgens de MJOP’s adequaat kan uitvoeren.

De vernieuwde MJOP’s dienen tevens als input voor de routekaart verduurzaming. Door inzicht in geplande onderhoudsmomenten ontstaan natuurlijke kansen om duurzame alternatieven toe te passen, in lijn met de verduurzamingsroutekaart.

Binnensport Voor de binnensportaccommodaties stellen wij de volgende beleidsregels voor bij totstandkoming en instandhouding. ▪ ▪

Totstandkoming van binnensportaccommodaties is de verantwoordelijkheid van de gemeente. De instandhouding is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en stichting Cascade. ▪ De gemeente draagt zorg voor het grote, planmatige onderhoud (uitgevoerd door Servicegemeente Drechtsteden), voor het eigenaardeel van verzekeringen, belastingen en heffingen en voor het contractbeheer. ▪ Het gebruikersbeheer (beheertaken die voortvloeien uit dagelijks gebruik) van één of meerdere binnensportaccommodaties is de verantwoordelijkheid van Cascade die hiervoor een exploitatiebijdrage ontvangt.

Zwembad Voor het zwembad stellen wij een andere systematiek voor: ▪ Totstandkoming van het zwembad is de verantwoordelijkheid van de gemeente, evenals het eigenaardeel van verzekeringen, belastingen en heffingen. ▪ De instandhouding is de verantwoordelijkheid van Sportfondsen, die hiervoor een exploitatiebijdrage ontvangt. Dit gaat over het grote, planmatige onderhoud, en de beheertaken die voortvloeien uit dagelijks gebruik. Afspraken zijn vastgelegd in een exploitatieovereenkomst.

Buitensport Voor de voetbal en korfbal stellen wij de volgende beleidsregels voor bij totstandkoming en instandhouding. Velden ▪ Totstandkoming van de velden is de verantwoordelijkheid van de gemeente. ▪ Instandhouding van de velden, niet zijnde dagelijks onderhoud, is de verantwoordelijkheid van de gemeente. Denk hierbij aan:

26

Het cultuurtechnisch onderhoud zoals maaien, prikken, rollen, bemesten, beregenen, vegen, et cetera. In wezen alle kosten voor het onderhoud aan de velden (zowel natuur- als kunstgras). ▪ Reservering van groot onderhoud en vervangingen van bijvoorbeeld de diverse toplagen van velden/banen. Dagelijks onderhoud is de verantwoordelijkheid van de verenigingen. Hiermee wordt bedoeld het herstellen van speelschade, bladvrij houden, belijnen en kanten bijmaaien. ▪

▪

Kleed- en clubgebouw ▪ Totstandkoming en instandhouding van het kleed- en clubgebouw is de verantwoordelijkheid van de verenigingen. Overweging bijdrage kleed- en clubgebouw buitensport Op dit moment zijn buitensportverenigingen zelf verantwoordelijk voor de totstandkoming en instandhouding van hun kleed- en clubgebouwen. Dit is hen in de praktijk goed gelukt. Echter, verenigingen hebben onvoldoende financiële reserveringen opgebouwd voor groot onderhoud en vervangingen. Hierdoor kunnen de huidige renovatiekosten niet volledig worden gedekt zonder de contributies fors te verhogen, wat de betaalbaarheid en toegankelijkheid van het verenigingsleven onder druk zet. De gemeente kan overwegen om kleed- en doucheruimten aan te merken als basisvoorzieningen waarvoor zij de verantwoordelijkheid draagt met betrekking tot realisatie en instandhouding. In dat geval zouden verenigingen een (niet-kostendekkende) huur betalen voor het gebruik van deze ruimten, terwijl zij zelf verantwoordelijk blijven voor gebruikersonderhoud, zoals schoonmaak. Deze aanpak sluit aan bij het beleid van veel andere gemeenten, die bijdragen aan de basisvoorzieningen van buitensportverenigingen, waaronder voetbal- en korfbalverenigingen. Hiermee wordt de continuïteit van deze accommodaties geborgd en blijft het verenigingsleven voor een brede groep inwoners toegankelijk.

Aanvullend De die deze overweging met zich van meebrengt zijn weergegeven in het De globale bijdragefinanciële en kostenconsequenties voor de totstandkoming en instandhouding voorzieningen, die van toepassing volgende hoofdstuk. zijn op zowel basis- als niet-basisvoorzieningen, worden naar rato verdeeld op basis van vierkante meters. Dit betreft bijvoorbeeld investeringen in CV-installaties en dakrenovaties. Eenzelfde systematiek wordt toegepast op kosten voor verzekeringen en belastingen.

Sociaal-culturele accommodaties (MFA’s) Voor de sociaal-culturele accommodaties, te weten Cultuur Centrum Cascade en het Baxhuis, stellen wij voor om dezelfde beleidsregels toe te passen als voor de totstandkoming en instandhouding van de binnensport. Totstandkoming van multifunctionele accommodaties (MFA’s) is de verantwoordelijkheid van de gemeente. ▪ De instandhouding is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en Cascade. ▪ De gemeente draagt zorg voor het grote, planmatige onderhoud (uitgevoerd door Servicegemeente Drechtsteden), voor het eigenaardeel van verzekeringen, belastingen en heffingen en voor het contractbeheer. ▪ Het gebruikersbeheer (beheertaken die voortvloeien uit dagelijks gebruik) van één of meerdere MFA’s is de verantwoordelijkheid van Cascade die hiervoor een exploitatiebijdrage ontvangt. Voor het Baxhuis wordt op dit moment onderzocht of Stichting Hi5 Ambacht het gebruikersbeheer (gedeeltelijk) op zich kan nemen. Net als voor de binnensportaccommodaties behoudt de gemeente de regie door afspraken over het gebruikersbeheer vast te leggen in een exploitatieovereenkomst met Cascade. Op deze manier hoeft de gemeente zich alleen te concentreren op de totstandkoming en het eigenaarbeheer van de MFA’s, waardoor ▪

27

ambtenaren niet belast worden met de dagelijkse gang van zaken. Zoals eerder vermeld verdienen de exploitatieovereenkomsten nog aandacht.

Over- en ondercapaciteit buitensport Wij adviseren om uitsluitend een financiële bijdrage te leveren aan de realisatie en instandhouding van de voorziening waarbij geen sprake is van overcapaciteit. Voor de buitensport betreft dit het aantal velden, kleeden wasruimten et cetera. De omvang van verenigingen kan aan schommelingen onderhevig zijn. Verenigingen kunnen groeien of krimpen waardoor de situatie kan ontstaan dat een vereniging (al dan niet tijdelijk) teveel of juist te weinig velden of voorzieningen heeft. Er moet dus een goede regeling komen voor de wijze waarop vraag en aanbod in evenwicht blijven en de wijze waarop een teveel of tekort aan accommodatie wordt gefinancierd. In de bijlage treft u de voorgestelde regeling.

5.4. Bevindingen en aandachtspunten bij uitvoering Door het gebruikersbeheer contractueel vast te leggen in exploitatieovereenkomsten met partijen zoals Stichting Cascade en Sportfondsen, behoudt de gemeente de regie over het gebruik en beheer van haar accommodaties. Dit maakt het mogelijk dat de gemeente zich richt op haar kerntaken, zoals de totstandkoming en het eigenaarbeheer, zonder belast te worden met de dagelijkse operationele werkzaamheden. De huidige exploitatieovereenkomsten functioneren in de basis goed, maar verdienen op enkele punten nadere aandacht. De afspraken tussen de gemeente en Stichting Cascade zijn op onderdelen voor meerdere interpretaties vatbaar, zoals ook benoemd in paragraaf 3.2. Een vergelijkbare situatie geldt voor de overeenkomst met Sportfondsen. Hoewel er sprake is van een constructieve samenwerking en de uitvoering over het algemeen naar behoren verloopt, kunnen onduidelijkheden in taakafbakening en formulering van afspraken op termijn tot interpretatieverschillen leiden. Het periodiek evalueren en – waar nodig – actualiseren van de overeenkomsten draagt bij aan helderheid, wederzijds begrip en goed uitvoerbare afspraken. Daarnaast geldt dat de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor instandhouding niet betekent dat de gemeente het onderhoud altijd zelf uitvoert.

In specifieke gevallen is het mogelijk om het onderhoud onder voorwaarden uit te laten voeren door gebruikers (zoals verenigingen of stichtingen), met een passende financiële bijdrage. Voorwaarden hierbij zijn onder meer een duidelijke omschrijving van de onderhoudskwaliteit (via bestekken) en toetsing van de uitvoering. Waar mogelijk worden bijdragen gebaseerd op actuele meerjarenonderhoudsplanningen (MJOP’s).

28

6. Financiële consequenties en tarieven 6.1. Inleiding In hoofdstuk 4 hebben wij de algemene financiële consequenties voor een toekomstbestendig aanbod aan voorzieningen uiteengezet. In dit hoofdstuk worden echter uitsluitend de financiële gevolgen beschreven die voortvloeien uit eventuele aanpassingen in de beleidsregels. Het gaat hierbij om de effecten van nieuw voorgestelde beleidskeuzes op de financiële situatie van binnensport-, buitensport- en multifunctionele accommodaties (MFA’s). De beleidsregels voor de totstandkoming en instandhouding van binnensportaccommodaties, zwembaden en MFA’s brengen geen substantiële financiële consequenties met zich mee. Voor de buitensportaccommodaties, te weten de voetbal- en korfbalverenigingen, ligt dit anders. In de volgende paragrafen is per categorie een nadere toelichting weergegeven.

6.2. Binnensport De voorgestelde beleidsregels hebben geen ingrijpende financiële consequenties voor binnensportaccommodaties en hun gebruikers. De gemeente blijft verantwoordelijk voor de realisatie en instandhouding van deze accommodaties, wat in lijn is met de bestaande situatie. Dit betekent echter niet dat er geen financiële uitdagingen zijn. Zo is bijvoorbeeld de renovatie en verduurzaming van de Ridderhal op termijn noodzakelijk, maar deze kosten staan los van de voorgestelde beleidswijzigingen. Tarieven Zoals eerder aangegeven in de uitgangspuntennotitie, wordt voorgesteld om de huurtarieven ongewijzigd te laten, met uitzondering van de tarieven voor gymzalen. De impact hiervan op de begroting van Stichting Cascade wordt als beperkt ingeschat. Gymzalen worden relatief weinig gebruikt door verenigingen, omdat ze niet functioneel zijn voor het gros van de binnensportverenigingen. Door de tarieven te verlagen tot een niveau dat aansluit bij de regionale norm, zullen de huurinkomsten per uur dalen. Dit kan echter worden gecompenseerd door een hogere bezettingsgraad. Concreet wordt de volgende tarifering voorgesteld: Tabel 4. Tarieven gymzaal Hendrik-Ido-Ambacht in relatie nabijgelegen gemeenten. Huidige situatie Hendrik-Ido-Ambacht Zwijndrecht Dordrecht Rotterdam Papendrecht NL gemiddeld Voorstel

Maatschappelijk voor 19:00 € 20,74 € 11,09 € 15,12 € 19,15 € 14,90 € 15,14 € 15,00

Maatschappelijk na 19:00 € 22,43 € 11,09 € 15,12 € 19,15 € 14,90 € 15,14 € 15,00

Commercieel Niet vastgelegd € 27,62 € 32,86 € 38,15 € 24,00 €

30,00

6.3. Buitensport Voor buitensportaccommodaties zijn er financiële consequenties verbonden aan overwegingen ‘bijdrage kleeden clubaccommodatie’ zoals geschetst in het vorige hoofdstuk. Deze paragraaf begint met een overzicht van de huidige financiële situatie voor zowel de buitensportverenigingen als de gemeente. Vervolgens biedt het een overzicht van de belangrijkste financiële gevolgen die de overwegingen met zich meebrengen. Huidige situatie Op dit moment betalen de voetbalverenigingen en de korfbalvereniging een huurbedrag voor het gebruik van de velden. In het beleidsplan Sportpark Schildman 2023-2027 is als beleidsuitgangspunt opgenomen dat de

29

gemeente verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van alle sportvelden en daarbij horende elementen. De bijdrage die de verenigingen op Sportpark Schildman hiervoor ontvangen zijn achterhaald en gaan terug naar de gemeente. Hiermee wordt duidelijkheid gecreëerd in de verantwoordelijkheden en taken. In de demarcatielijst in de bijlage is de splitsing tussen cultuur technisch onderhoud en dagdagelijks onderhoud weergegeven, evenals een toelichting op de daarbij horende elementen. Voor kleed- en wasruimten en eventuele overige opstallen betalen de verenigingen geen huur, maar zijn ze volledig verantwoordelijk voor de totstandkoming en instandhouding. Velden In de volgende tabel worden de huurinkomsten en de globale onderhoudskosten voor de gemeente weergegeven, om een goed beeld te schetsen van de huidige situatie betreft de instandhoudingkosten en dekking van de velden. Daarna volgen enkele opties voor bijdragen aan kleed- en clubaccommodatie. Tabel 5. Toekomstige globale huurinkomsten gemeente en kosten voor regulier onderhoud, op basis van de toekomstige situatie uitgesplitst naar type veld/baan, afgerond naar 500-tallen. Veld-baantype Natuurgrasveld voetbalveld Kunstgras voetbalveld Trainingsstrook Korfbalveld Totaal

Aantal 2 7 2 3

Huurinkomsten € 9.000 € 48.500 € 6.500 € 10.000 € 74.000

Kosten Cultuurtechnisch onderhoud € 36.000 € 63.000 € 27.000 € 4.500 € 130.500

In dit overzicht zijn de bijpassende kapitaallasten van de investeringen (zoals beschreven in het beleidsplan Sportpark Schildman 2023-2027), en reserveringen voor vervangingen niet meegenomen. In werkelijkheid zijn de jaarlijkse lasten voor de gemeente dus nog vele malen hoger. Onderhoudskosten voor natuurgras zijn hoger dan voor kunstgras, maar de kapitaallasten en vervangingen van kunstgras maken dat kunstgras in verhouding ruim 2x zo duur is. Er is gerekend met de globale huurtarieven zoals deze in 2025 worden gehanteerd. Kleed- en clubaccommodatie Voor de kleed- en clubaccommodatie worden de verenigingen momenteel niet door de gemeente ondersteund bij de totstandkoming en instandhouding. Uiteraard zijn er diverse subsidiemogelijkheden waar de verenigingen zoveel mogelijk gebruik van maken of hebben gemaakt. Deze extra financiële middelen dekken slechts een klein deel van de totale kosten. Zoals geschetst kan de gemeente er voor kiezen om tegemoet te komen bij de totstandkoming en instandhouding van de kleed- en clubruimte. Uitgaande van een basisvoorziening betreft het hier voornamelijk de kleed- en wasruimten. Hier zijn verschillende scenario’ in mogelijk: Scenario 1: De huidige beleidslijn blijft gehandhaafd. De gemeente is eigenaar van de grond. Opstallen zijn van de verenigingen.

▪ Verenigingen zijn daarmee verantwoordelijk voor: ▪ 100% totstandkoming van zowel de basis als niet- basisvoorzieningen ▪ 100% instandhouding van zowel de basis als niet- basisvoorzieningen Scenario 2: De huidige beleidslijn blijft deels gehandhaafd. De gemeente is eigenaar van de grond. Opstallen zijn van de verenigingen. ▪ Verenigingen zijn verantwoordelijk voor: ▪ 100% totstandkoming van de niet- basisvoorzieningen ▪ 100% instandhouding van zowel de basis als niet- basisvoorzieningen ▪ Gemeente is verantwoordelijk voor:

30

▪

▪ 100% totstandkoming van de basisvoorziening Verenigingen betalen een huur voor het gebruik van de kleedruimtes

Scenario 3: Basisvoorzieningen zijn eigendom van de gemeente. ▪ Verenigingen zijn verantwoordelijk voor: ▪ 100% totstandkoming van de niet- basisvoorzieningen ▪ 100% instandhouding van de niet- basisvoorzieningen ▪ 50% instandhouding van de basisvoorziening ▪ Gemeente is verantwoordelijk voor: ▪ 100% totstandkoming van de basisvoorzieningen ▪ 50% instandhouding van de basisvoorzieningen ▪ Verenigingen betalen een huur voor het gebruik van de kleedruimtes Scenario 4: Basisvoorzieningen zijn eigendom van de gemeente. ▪ Verenigingen zijn verantwoordelijk voor: ▪ 100% totstandkoming van de niet- basisvoorzieningen ▪ 100% instandhouding van de niet- basisvoorzieningen ▪ Gemeente is verantwoordelijk voor: ▪ 100% totstandkoming van de basisvoorzieningen ▪ 100% instandhouding van de basisvoorzieningen ▪ Verenigingen betalen een huur voor het gebruik van de kleedruimtes Wat dit betekent in de globale financiële consequenties voor de gemeente is in de volgende tabel samengevat weergegeven. Er zijn in theorie veel scenario’s mogelijk, hetzelfde geldt voor het wel of niet (en hoeveel dan) in rekening brengen voor een huurtarief van de kleed- en wasruimten.

Uitgangspunten voor de globale berekening, de werkelijkheid kan afwijken: ▪ 2 kleedkamers per wedstrijdveld ▪ dus totaal 16 kleedkamers voor voetbal ▪ 6 kleedkamers voor korfbal ▪ €500 huur per jaar per kleedruimte ▪ Kengetallen kostenposten, waarbij we uitgaan van renovatie:

31

Tabel 6. Scenario’s kostenverdeling totstandkoming en instandhouding kleed- en doucheruimten, uitgaande van renovatievariant. Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Kapitaallasten Gemeente €0 €67.000 €67.000 €67.000 Voetbalverenigingen €48.500 €0 €0 €0 Korfbalvereniging €18.500 €0 €0 €0 Groot onderhoud Gemeente €0 €0 €10.000 €20.000 Voetbalverenigingen €14.500 €14.500 €7.250 €0 Korfbalvereniging €5.500 €5.500 €2.750 €0 Huurkosten Voetbalverenigingen €0 €8.000 €8.000 €8.000 Korfbalvereniging €0 €3.000 €3.000 €3.000 Totaal jaarlijkse kosten Gemeente €0 €56.000 €66.000 €76.000 Voetbalverenigingen €63.000 €22.500 €15.250 €8.000 Korfbalvereniging €24.000 €8.500 €5.750 €3.000 De scenario’s in de vorige tabel geven een indicatie van de globale kosten waarmee de gemeente rekening moet houden als zij een grotere verantwoordelijkheid op zich neemt. Deze kosten liggen waarschijnlijk hoger dan de uitgaven die de verenigingen op dit moment doen. Dit verschil is deels te verklaren door de inzet van vrijwilligers, maar ook doordat verenigingen onvoldoende financiële buffers opbouwen voor toekomstige vervangingen en groot onderhoud. In de praktijk blijkt dat verenigingen steeds vaker moeite hebben om kleeden doucheruimtes zelfstandig toekomstbestendig te onderhouden, laat staan grootschalige renovaties volledig zelf te bekostigen.

Gezien deze uitdagingen adviseren wij in de richting van scenario 2, waarin verenigingen financieel verantwoordelijk blijven voor de instandhouding van de kleed- en doucheruimte (basisvoorziening), inclusief groot onderhoud en vervangingen. De gemeente neemt de kapitaallasten voor haar rekening en zal het groot onderhoud uitvoeren, waarbij de kosten hiervan bij de verenigingen worden belegd (dat kan ook in de huursom verdisconteerd worden). Dit scenario biedt een evenwichtige verdeling van verantwoordelijkheden en sluit aan bij de behoefte aan duurzame instandhouding van de buitensportaccommodaties. Voor- en nadelen van scenario 2 Door de regierol van de gemeente ontstaat meer grip op kwaliteit, levensduur en gelijkwaardigheid van voorzieningen. De verenigingen betalen een gebruiksvergoeding (huur), terwijl de gemeente zorg draagt voor groot onderhoud. Dit voorkomt achterblijvende investeringen en versnipperd onderhoud, en bevordert een toekomstbestendig accommodatiebeleid. Daar tegenover staat dat de gemeente hogere structurele lasten op zich neemt. Ook vraagt dit scenario om heldere uitvoeringsafspraken en toezicht. De financiële consequenties en uitvoerbaarheid moeten daarom zorgvuldig worden afgewogen, zeker met het oog op de verwachte korting op het gemeentefonds vanaf 2026 (het ‘ravijnjaar’).

Tegelijkertijd is het van belang om te onderkennen dat de exacte financiële gevolgen van deze beleidskeuze nog nader moeten worden uitgewerkt. Dit betreft zowel de structurele lasten voor de gemeente als de impact op de verenigingen. Om een zorgvuldige transitie te waarborgen, stellen wij voor om samen met de verenigingen een overgangsregeling uit te werken binnen de kaders van de voorgestelde nieuwe beleidsrichtingen. Hierbij zullen onder andere het huurtarief en de exacte verdeling van verantwoordelijkheden in het onderhoud nader worden bepaald. Dat geldt ook voor het huurtarief van velden.

32

Financiële onzekerheid vanaf 2026 (‘ravijnjaar’) Bij de financiële afwegingen moet rekening worden gehouden met de verwachte bezuinigingen binnen het gemeentefonds vanaf 2026, het zogenaamde ‘ravijnjaar’. Dit markeert een aanzienlijke verlaging van circa 3 miljard euro door het rijk, met directe gevolgen voor de financiële ruimte van gemeenten. Aanvullende financiële middelen voor de instandhouding van buitensportaccommodaties zijn op voorhand al een uitdaging. Dit vraagt om een zorgvuldige fasering en afweging bij de invoering van nieuw beleid. Besparingsmogelijkheden In de voorgestelde nieuwe situatie blijft de gemeente verantwoordelijk voor groot onderhoud en vervangingen van basisvoorzieningen, maar kan de gemeente in gesprek met de verenigingen over het zelf uitvoeren van regulier onderhoud, onder toezicht van de gemeente. Het betreft hier uitsluitend het cultuurtechnisch onderhoud aan velden en banen (maaien, prikken, rollen, bemesten, beregenen, vegen, et cetera.) en niet de installatietechnische onderhoudswerkzaamheden. Dit kan voordelen opleveren voor beide partijen. De vereniging kan bepaalde onderhoudstaken, zoals nu al het geval is, goedkoper uitvoeren met behulp van vrijwilligers. Als compensatie kan de vereniging een percentage ontvangen van het bedrag dat de gemeente anders aan deze werkzaamheden zou besteden.

Op deze manier bespaart de gemeente op kosten, en kan de vereniging extra geld verdienen. Daarnaast zorgen de rijkssubsidies ook nog voor verlaging van de jaarlijkse kosten. Dit is niet verwerkt in de vorige tabel.

6.4. Multifunctionele accommodaties (MFA’s) Net zoals bij de binnensportaccommodaties, geldt ook voor de MFA’s en haar gebruikers dat de voorgestelde beleidsregels geen financiële consequenties hebben. De gebruikers zijn huurders van een of meerdere ruimtes en hebben verder geen rol bij de instandhouding van de accommodaties. Het realiseren en in stand houden van MFA’s was voor een deel al de verantwoordelijkheid van de gemeente.

33

Bijlage 1: Status en ontwikkelperspectief gemeentelijke accommodaties

34

Bijlage 2: Uitgangspuntennotitie actualisatie accommodatiebeleid Separaat bijgevoegd

Bijlage 3: Toetsingskader Separaat bijgevoegd

35

Bijlage 4: Voorgestelde demarcatielijst Voetbal Voor voetbalaccommodaties geldt dat wordt bijgedragen aan: Velden ▪ Het aantal velden dat de vereniging nodig heeft voor trainingen en competities, conform de gezamenlijke norm van KNVB, Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG). ▪

Afmeting: 64 x 100 meter of 69 x 105 meter voor het hoofdveld, leunhekken rondom wedstrijdvelden, 4 meter uitloop rondom de velden.

▪

Voorzieningen per veld: Ballenvangers (2 stuks 25 x 5 meter), 2 seniorendoelen, 4 Hoekvlaggen met grondkokers, paden rondom velden (1,5 m breed), beregeningsinstallatie, verlichting (6 masten, 8 armaturen voor trainingsvelden) en 2 dug-outs per wedstrijdveld.

Parkinfrastructuur ▪ Paden (1,8 m breed), toegangspoort, werktoegangspoort (5 m breed), afvalbakken, hekwerk rondom het park, groen, parkeerplaats (aantal parkeerplaatsen volgens CROW-normen, afmeting per parkeerplek 2,5 x 5 meter (regulier) of 3,5 x 5 meter (Miva)) en fietsenstalling. Kleed-/clubgebouw* ▪ Aantal kleed- en doucheruimten cf KNVB/VNG/VSG-norm. ▪

Overige voorzieningen: Opslag en wasruimte, EHBO/massage, scheidsrechtersruimten, teamlockers (bij dubbel gebruik van kleed- en doucheruimten), wedstrijdsecretariaat, werkkast en sanitair sporters.

*Onder voorbehoud Kwaliteit en afwerkingsniveau De bonden maken onderscheid naar eisen/normen en aanbevelingen. De bijdrage in de gemeente HendrikIdo-Ambacht bevat uitsluitend de eisen/normen en niet de aanbevelingen. Geen bijdrage De volgende accommodatiedelen wordt niet aan bijgedragen (geen uitputtende opsomming): ▪ Extra velden (meer velden dan nodig volgens de KNVB/VNG/VSG-norm). ▪ Grotere afmeting bijvelden en trainingsvelden dan 64 x 100 meter. ▪ Tribune, kassahokje. ▪ Extra kleed- en doucheruimten (meer dan nodig volgens de KNVB/VNG/VSG-norm). ▪ De kantine inclusief keuken, opslagruimte voor keuken/kantine en sanitair. ▪ Bestuurskamer/vergaderruimten. ▪ Meubilair/inrichting. ▪ Alle sportattributen zoals ballen, hesjes, pionnen en overig trainingsmateriaal. ▪ Onderhoudsmaterialen.

36

Korfbal Voor de korfbalaccommodatie geldt dat wordt bijgedragen aan: Velden ▪ Het aantal velden dat de vereniging nodig heeft voor trainingen en competities, conform de gezamenlijke norm van KNKV, Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG). ▪

Afmeting: 40 x 20 meter per speelveld, met minimaal 2 meter uitloop rondom het veld.

▪

Voorzieningen per veld: 2 palen met kunststof korven (3,5 meter hoog voor senioren), belijning volgens KNKV-reglementen, paden rondom het veld (1,5 meter breed), verlichting (4 tot 6 masten met LEDarmaturen) en 2 dug-outs per wedstrijdveld.

Kleed-/clubgebouw* ▪ Aantal kleed- en doucheruimten cf KNKV/VNG/VSG-norm. ▪

Overige voorzieningen: Opslag en wasruimte, EHBO/massage, scheidsrechtersruimten, teamlockers (bij dubbel gebruik van kleed- en doucheruimten), wedstrijdsecretariaat, werkkast en sanitair sporters.

*Onder voorbehoud Parkinfrastructuur, kwaliteit en afwerkingsniveau en ‘geen bijdrage’ ▪ Gelijk aan voetbal

37

Bijlage 5: Regeling voor over- en ondercapaciteit buitensport ▪ ▪ ▪

▪

▪

▪

▪

Voor het vaststellen van de benodigde capaciteit aan velden en kleedlokalen wordt uitgegaan van de normen van KNVB (voetbal) en KNKV (Korfbal) Om de drie jaar geven de verenigingen het aantal leden en het aantal teams door aan de gemeente. De gemeente maakt vervolgens een capaciteitsberekening op basis van de genoemde normen. Die berekening geeft uitsluitsel over het aantal velden en banen waar een vereniging recht op heeft en het aantal kleed- en wasruimten. Als deze berekening als uitkomst heeft dat een vereniging over te veel of te weinig velden/ voorzieningen beschikt, dan start de telling van het aantal jaren (het startmoment). Daarbij geldt dat een marge van 0,25 wordt aangehouden. Daarmee wordt bedoeld: ▪ Een vereniging die beschikt over twee velden, maar de behoefte heeft aan bijvoorbeeld 2,3 velden, heeft een tekort van 1 veld (immers het tekort bedraagt 0,3 veld, wat hoger is dan de marge van 0,25). ▪ Een vereniging die beschikt over twee velden, maar slechts behoefte heeft aan bijvoorbeeld 1,2 velden, heeft een overschot van 1 veld (immers de behoefte is lager (1,2) dan de marge (1,25)). Als is gebleken dat een vereniging over- of ondercapaciteit heeft worden vervolgens jaarlijks gegevens opgevraagd over leden/teams/deelnemers. De eerste drie seizoenen na de vaststelling van de over- of ondercapaciteit verandert er nog weinig tot niets.

De vereniging blijft – telkens aan het begin van het seizoen – de ledenaantallen en aantal teams indienen bij de gemeente. Het enige wat zou kunnen veranderen is dat de gemeente de vereniging helpt om trainingen of wedstrijden op een andere accommodatie te huisvesten (in het geval er een tekort is). Voorafgaande aan het vierde seizoen wordt vastgesteld of de over- of ondercapaciteit structureel is (door middel van toetsing aan de bevolkingsprognoses en de landelijke en regionale ontwikkeling van de betreffende sport). Als dat het geval is ontstaan er twee mogelijkheden: ▪ Structurele overcapaciteit: In deze situatie is de gemeente niet meer verantwoordelijk oor het in stand houden van de overcapaciteit. ▪ Structureel tekort: In dat geval dient de vereniging een aanvraag in voor een extra veld of kleedlokaal. Deze aanvraag wordt beoordeeld aan de hand van het toetsingskader. Daarbij geldt dat de daadwerkelijke aanpassingen, ingeval het een gemeentelijke accommodatie betreft, zoveel mogelijk zullen samenvallen met momenten waarop groot onderhoud is gepland. In geval van overcapaciteit (veld te veel) wordt per situatie bekeken of het overbodige veld een andere invulling kan krijgen, indien dit ook wenselijk is vanuit de vereniging of stichting. Mogelijk wil een vereniging de overcapaciteit wel aanhouden ondanks dat ze dan zelf aan de lat staat voor de totale instandhouding.

(Er wordt voor de overcapaciteit dan ook geen huur meer in rekening gebracht).

38

Bijlage 6: Maatschappelijke opgave per buurt Faciliteren De maatschappelijke opgave in wijken/buurten die bovengemiddeld scoren, waar de inwoners zelfredzaam zijn, waar sprake is van sociale samenhang en problematiek met kinderen, jeugd en jongeren beperkt voorkomt. De opgave kenmerkt zich door het behouden van de goede uitgangspositie en faciliteren van de initiatieven van de inwoners. Samenhang en verbinden Dit zijn de wijken/buurten waar de sociale samenhang onder druk staat of te laag is. Dat kan door veel doorstroom in de woningen, de leefstijl van de inwoners of door een snel wijzigende samenstelling van de wijk of buurt. Vinex/modern Life Dit is de maatschappelijke opgave in wijken/buurten die over het algemeen bovengemiddeld scoren, maar waar problematiek zichtbaar is die de moderne leefstijl met zich meebrengt. In die wijken/buurten komen bijvoorbeeld relatief veel scheidingen voor met een problematiek met opgroeiende kinderen. Ontmoeten, vitaliteit en gezondheid Dit is de opgave in de wijken en buurten waar grote groepen senioren woonachtig zijn. De kern van de opgave is de vitaliteit van de inwoners, het voorkomen van vereenzaming, et cetera. Activeren en participeren Dit is de opgave in de wijken en buurten waar sprake is van grote groepen kwetsbare inwoners. De opgave in deze buurten is veelzijdig (multi-problematiek) en vereist inzet vanuit verschillende domeinen.

Vinex/ Modern

Faciliteren

Life

Samenhang/

Ontmoeten/

verbinden

vitaliteit

Activeren/ participeren

39

Totaal: Faciliteren

Wijken: Oostendam & Krommeweg-Noord = Ontmoeten/ vitaliteit

40

Wijk: Kruiswiel = Activeren/ participeren

41

Bijlage 7: Gespreksverslag stakeholdersbijeenkomst – Toetsing conceptrapport Datum bijeenkomst: Dinsdagavond 20 mei 2025 Aanwezig namens gemeente: Peter Luijendijk, Dennis Besems Aanwezig namens Hospitality Group: Ruud Manenschijn Deelnemers: Vertegenwoordigers van sportverenigingen, culturele instellingen en maatschappelijke organisaties, waaronder IFC, ASWH, TV Hiaten, GV Souplesse, Volleybal Vollido, Hi5 Ambacht, Adviesraad Sociaal Domein. Doel van de bijeenkomst Bespreken van het concept-accommodatiebeleid en informeren traject betreft de visie op sport en bewegen. Stakeholders kregen de gelegenheid om opmerkingen te maken, verduidelijkende vragen te stellen en suggesties aan te reiken. Eerst reacties op besproken hoofdpunten Er waren geen opmerkingen of inhoudelijke vragen aangaande de hoofdstukken 1, 2 en 3. 1. Toetsingskader en beoordelingscriteria Het nieuwe toetsingskader voor initiatieven wordt in algemene zin als waardevol en richtinggevend ervaren. Tegelijkertijd is gevraagd hoe de “maatschappelijke meerwaarde” concreet wordt vastgesteld. Daarbij is toegelicht dat de gemeente beschikt over een reeds ontwikkelde scoresystematiek, waarmee aanvragen integraal worden beoordeeld op hun inhoudelijke, ruimtelijke, organisatorische en financiële kenmerken. De wijze van toepassing wordt nog intern besproken.

Vanwege het risico op strategische sturing van aanvragen, kan overwogen worden om deze systematiek niet publiek beschikbaar te stellen. 2. Gebruik Ridderhal door GV Souplesse en voorkeursscenario Bekestein Er is begrip voor de voorkeursvariant om gymzaal Bekestein uit te breiden tot volwaardige sportzaal. Tegelijkertijd zijn zorgen geuit over het langdurig ruimtegebruik door Souplesse in de Ridderhal, wat niet correspondeert met het uitgangspunt multifunctionaliteit. Dit beperkt de verhuurbaarheid en beïnvloedt de exploitatie. Daarnaast is door GV Souplesse de wens uitgesproken om in de toekomst een valkuil te realiseren, een punt dat al langer op de agenda staat. Met het voorliggende beleid en het afwegingskader kan de gemeente onderbouwde uitspraken doen over het al dan niet bijdrage bij de totstandkoming van een valkuil. Dit wordt waarschijnlijk niet bestempeld als ‘basisvoorziening’ maar bij eventuele aanpassingen aan bijvoorbeeld de Ridderhal, kan overwogen worden om de wens van de turnvereniging hier in mee te nemen. 3. Scenario’s voor eigendom en beheer basisvoorzieningen Er is positief gereageerd op de vier geschetste scenario’s voor eigendom en beheer van kleed- en doucheruimten. Wel is gevraagd hoe het vervolgproces eruitziet, en of er voorkeuren worden uitgesproken. Dit wordt onderwerp van separaat bestuurlijk overleg.

42

4. Tennisaccommodaties en nieuwe functies (o.a. padel) Tennisverenigingen vroegen naar hun positie binnen het beleid, mede vanwege de erfpachtsituatie. Als een tennisvereniging een gemeentelijke bijdrage of aanpassing wenst (bijvoorbeeld bij instandhouding van kleedruimtes), kan hiervoor een aanvraag worden ingediend. Hetzelfde geldt voor initiatieven zoals padel. Dergelijke verzoeken kunnen worden getoetst aan het afwegingskader binnen het nieuwe beleid. 5. Openstelling sportparken & veiligheid De gefaseerde openstelling van Sportpark Schildman wordt in grote lijnen positief ontvangen. Tegelijkertijd is het belang van sociale veiligheid onderstreept, o.a. in de vorm van verlichting en toezicht.

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15949564/1