CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Eindrapport - Adviesnota actualisatie accommodatiebeleid Hendrik-Ido-Ambacht 8-8-2025

commissie WOS openbaar 22 september 2025, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Rapport Accommodatiebeleid14.178 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Adviesnota actualisatie Accommodatiebeleid gemeente Hendrik-Ido-Ambacht Eindrapport

Aan

Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht t.a.v. Peter Luijendijk en Dennis Besems Weteringsingel 1 3342AE Hendrik-Ido-Ambacht p.luijendijk@h-i-ambacht.nl

Van

Hospitality Group Nijverheidsweg-Noord 78 Postbus 2186 3800 CD Amersfoort

Auteurs

Ruud Manenschijn Dianne van den Hombergh Project

Adviesnota actualisatie accommodatiebeleid gemeente Hendrik-Ido-Ambacht Betreft

Eindrapport Ons kenmerk

250298.D01/RM/LS Datum

8 augustus 2025

© 2025 Hospitality Group

Behoudens uitzonderingen door de wet gesteld mag, zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de rechthebbenden c.q. door de rechthebbenden gemachtigden, niets uit deze uitgave worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins, hetgeen ook van toepassing is op de gehele of gedeeltelijke bewerking.

2

Inhoud Managementsamenvatting

4

1.

De context

6

1.1.

Aanleiding en opdracht

6

1.2.

De werkwijze

7

1.3.

Leeswijzer

7

2.

3.

4.

5.

6.

Het huidige accommodatiebeleid (2013-2020)

8

2.1.

Inleiding

8

2.2.

De thema’s

8

2.3.

Samenvattende conclusie

9

Uitgangspunten voor nieuw beleid

10

3.1.

Inleiding

10

3.2.

Staat van verenigingen, stichtingen en accommodaties

10

3.3.

Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen en opgaven

13

3.4.

Conclusie en uitgangspunten

15

Een duurzaam accommodatienetwerk voor sport, cultuur en ontmoeting

16

4.1.

Inleiding

16

4.2.

Extra binnensportcapaciteit [uitgangspunt 1]

16

4.3.

Openstellen sportpark Schildman [uitgangspunt 2]

20

4.4.

Versterken samenhang [uitgangspunt 3]

22

Toetsingskader en beleidsregels [uitgangspunt 4]

24

5.1.

Inleiding

24

5.2.

Gebruik toetsingskader

24

5.3.

Voorgestelde beleidsregels en de rol van de gemeente

25

5.4.

Bevindingen en aandachtspunten bij uitvoering

28

Financiële consequenties en tarieven

29

6.1.

Inleiding

29

6.2.

Binnensport

29

6.3.

Buitensport

29

6.4.

Multifunctionele accommodaties (MFA’s)

33

Bijlage 1: Status en ontwikkelperspectief gemeentelijke accommodaties

34

Bijlage 2: Uitgangspuntennotitie actualisatie accommodatiebeleid

35

Bijlage 3: Toetsingskader

35

Bijlage 4: Voorgestelde demarcatielijst

36

Bijlage 5: Regeling voor over- en ondercapaciteit buitensport

38

Bijlage 6: Maatschappelijke opgave per buurt

39

Bijlage 7: Gespreksverslag stakeholdersbijeenkomst – Toetsing conceptrapport

42

3

Managementsamenvatting De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht beschikt over een divers en waardevol netwerk van maatschappelijke accommodaties voor sport, cultuur en ontmoeting. Er is sprake van een mooi, gevarieerd aanbod waar inwoners met plezier gebruik van maken. Met deze adviesnota voor nieuw accommodatiebeleid wordt een volgende stap gezet richting een toekomstbestendige, toegankelijke en efficiënte infrastructuur. Belangrijke uitgangspunten zijn de veranderende behoeften van inwoners, de maatschappelijke opgaven in specifieke wijken, het versterken van multifunctioneel gebruik én een heldere rolverdeling tussen gemeente en gebruikers. De actualisatie van het beleid is tot stand gekomen op basis van een brede inventarisatie en gesprekken met verenigingen, stichtingen, gemeentelijke medewerkers en raadsleden. Het beleid sluit aan op de Visie op Sport en Bewegen en legt een link met de Routekaart Verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed. In deze adviesnota zijn vier centrale thema’s uitgewerkt die richting geven aan het nieuwe beleid en waarover later besluitvorming kan plaatsvinden. 1. Toevoegen van extra binnensportcapaciteit De druk op de binnensportaccommodaties is groot, met name bij volleybal, gymnastiek en korfbal. Verenigingen geven aan in de avonduren circa 34 uur zaalruimte per week te kunnen vullen. Momenteel wordt er gewerkt met wachtlijsten.

Om dit capaciteitsprobleem op te lossen is gekeken naar verschillende scenario’s. Wij adviseren om bij de geplande nieuwbouw van basisschool De Bron (2027/2028) de huidige gymzaal uit te breiden naar een volwaardige sportzaal: sportzaal Bekestein. Deze ingreep levert in de praktijk twee extra zaaldelen op, tegen relatief beperkte exploitatiekosten, en sluit aan bij een natuurlijk bouwmoment. Definitieve keuzes vergen aanvullend ruimtelijk onderzoek naar onder meer parkeercapaciteit en de ruimtelijke inpassing in de wijk. Daarbij wordt ook de omgeving nadrukkelijk betrokken om draagvlak en haalbaarheid zorgvuldig af te wegen. Andere opties zoals uitbreiding van de Ridderhal of realisatie van een aparte turnhal zijn onderzocht, maar kennen hogere risico’s, hogere kosten of een beperkter maatschappelijk bereik. 2. Openstellen van Sportpark Schildman Een groene, open plek in het hart van de wijk, waar levendige sportverenigingen dankbaar gebruik van maken. Het sportpark wordt momenteel vooral benut tijdens verenigingsuren, waardoor er overdag veel ruimte onbenut blijft. Door het sportpark (deels) gefaseerd open te stellen als ‘Open Sportpark’ ontstaat meer ruimte voor informeel sporten, ontmoeting en verbinding met de omliggende wijk.

Dit past bij de gemeentelijke opgaven op het gebied van gezondheid, participatie en ruimtegebruik en is op basis van het gesprek met de gemeenteraad hierin meegenomen. Deze adviesnota vormt de basis voor een positief raadsbesluit om het open sportpark-gedachtegoed te omarmen en te starten met een verkenning in samenwerking met betrokken partijen. De transitie gebeurt in nauwe samenwerking met verenigingen, maatschappelijke organisaties, Stichting Hi5 Ambacht en gebruikers in de buurt. Voor latere fases zijn structurele middelen nodig voor beheer en exploitatie, die op termijn in beeld worden gebracht. 3. Aanpassing van de tarieven Wij stellen voor om de tarieven voor het gebruik van accommodaties grotendeels ongewijzigd te laten. Uitzondering vormt het tarief voor gymzalen, dat wordt verlaagd naar een regionaal gemiddeld niveau. Gymzalen worden momenteel weinig gebruikt door sportverenigingen vanwege hun beperkte functionaliteit. Een tariefsverlaging lost het functionaliteitsprobleem niet op, maar hierdoor kan het wel aantrekkelijker worden om de gymzalen beter te benutten. Deze wijziging heeft beperkte financiële gevolgen voor de exploitatie. 4.

Een concreet toetsingskader en grotere regierol van de gemeente Wij stellen voor om een helder toetsingskader te hanteren waarmee maatschappelijke initiatieven (zoals renovatie of uitbreiding van accommodaties) voortaan kunnen worden beoordeeld op hun maatschappelijke meerwaarde, toekomstbestendigheid en financiële onderbouwing. Dit bevordert transparantie, gelijke behandeling en betere onderbouwing van gemeentelijke bijdragen. Aanvragers wordt gevraagd eerst kritisch

4

te reflecteren op de noodzaak van gemeentelijke betrokkenheid, en of het verzoek past binnen gebruikelijke kaders van gemeentelijke ondersteuning. De omgevingstafel wordt betrokken bij de beoordeling van deze verzoeken. Daarnaast wordt voorgesteld dat de gemeente een grotere regierol pakt in de kwaliteit en instandhouding van zogenaamde basisvoorzieningen. Voor de buitensporten ,die positief door een afwegingskader komen, betekent dit concreet: het opnemen van kleed- en doucheruimten in het gemeentelijk beleid, met een rol voor de gemeente bij instandhouding en financiering. Tot nu toe zijn veel van deze voorzieningen opgeknapt met behulp van tijdelijke investeringsmiddelen uit het CAI-fonds, bedoeld voor achterstallig onderhoud. Verenigingen gaan hiervoor een (beperkte) huur betalen, terwijl zij verantwoordelijk blijven voor het dagelijks gebruikersonderhoud. Deze verschuiving kent voordelen zoals borging van kwaliteit, duurzaamheid en gelijkwaardigheid, maar leidt ook tot hogere structurele lasten voor de gemeente. Met de voorgestelde adviesrichtingen wordt gewerkt aan een sterk, samenhangend netwerk van voorzieningen waarin sport, cultuur en ontmoeting elkaar versterken. Daarbij wordt rekening gehouden met toekomstige opgaven, demografische ontwikkelingen en de noodzaak tot verduurzaming.

Deze benadering beoogt bij te dragen aan een gezonde en betrokken samenleving in Hendrik-Ido-Ambacht.

5

1. De context 1.1. Aanleiding en opdracht Hendrik-Ido-Ambacht heeft een divers aanbod van sportverenigingen, culturele en vrijetijdsvoorzieningen. Inwoners van jong tot oud hebben ruime mogelijkheden om te bewegen, van cultuur te genieten en deel te nemen aan maatschappelijke activiteiten. De gemeente beschikt over een breed scala aan binnen- en buitensportaccommodaties, speeltuinen en groene recreatiegebieden. Het bestaande Accommodatiebeleid 2013-2020 bood kaders voor de ontwikkeling en het beheer van deze voorzieningen. Inmiddels vragen nieuwe ontwikkelingen om actualisatie van dit beleid. De gemeente werkt sinds 2024 aan een Visie op Sport en Bewegen, zoals opgenomen in het coalitieprogramma Samen voor Ambacht 2022-2026. Daarnaast spelen factoren zoals de verwachte bevolkingsgroei naar 35.000 inwoners, een veranderende demografie, het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs, verouderde accommodaties en het Programma Duurzaamheid 2024-2030 een rol. Ook veranderende behoeften binnen sport, cultuur en maatschappelijke activiteiten maken actualisatie noodzakelijk. Voor de actualisatie gelden de volgende uitgangspunten: ▪ Accommodaties moeten toekomstbestendig en toegankelijk zijn. ▪ Accommodaties worden multifunctioneel ingezet. ▪ De focus ligt op de breedtesport. ▪ Optimalisatie van bestaande ruimten voor gebruikers (capaciteit).

▪ Duurzaam beheer van gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed. Opdracht De gemeente actualiseert het Accommodatiebeleid 2013-2020 en houdt hierbij rekening met bovenstaande uitgangspunten. Deze adviesnota beoogd inzicht te geven in: • De toekomstbestendigheid en toegankelijkheid van accommodaties. • De mogelijkheden voor multifunctioneel gebruik schetsen. • Een overzicht bieden van de bezettingsgraad nu en in de toekomst. • Opties beschrijven voor capaciteitsoptimalisatie per accommodatie. Het beoogde beleid fungeert als verlengstuk van de Visie op Sport en Bewegen, die eveneens ter besluitvorming wordt voorgelegd. Daarnaast wordt een koppeling gemaakt met de Routekaart Verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed, waarbij kansen voor verduurzaming van maatschappelijke accommodaties worden meegenomen in de beleidsvorming. Het beoogde beleid kan opnieuw kaders scheppen voor de maatschappelijke accommodaties en verduidelijkt de rolverdeling tussen maatschappelijke organisaties en de gemeente. Onderwijsinstellingen (gymzalen uitgezonderd), het gemeentehuis en het uitvaartcentrum maken geen onderdeel uit van het nieuwe accommodatiebeleid. Voor het onderwijs is een Integraal Huisvestingsplan (IHP) beschikbaar en voor het gemeentehuis wordt een apart traject doorlopen.

Wij stellen voor dat het nieuwe accommodatiebeleid zich richt op voorzieningen met een actieve maatschappelijke functie, zoals sport, cultuur en ontmoeting. Een uitvaartcentrum vervult een andere rol en kent geen structureel gebruik dat bijdraagt aan participatie, gezondheid of sociale cohesie. Omdat het uitvaartcentrum eigendom is van de gemeente, wordt het wél meegenomen in het totaaloverzicht van gemeentelijke accommodaties, met aandacht voor de aansluiting op de duurzaamheidsambities van de gemeente.

6

1.2. De werkwijze Hospitality Group heeft de opdracht gekregen om de gemeente te ondersteunen bij het vormgeven van nieuw accommodatiebeleid. Voor de ontwikkeling van deze adviesnota is een proces doorlopen met ruimte voor interactie met verenigingen, stichtingen, beleidsmedewerkers van de gemeente en de gemeenteraad. De input van deze bijeenkomsten is meegenomen bij de vormgeving van het advies. De volgende activiteiten zijn uitgevoerd: Inventarisatie ▪ De kenmerken van de wijken en buurten: Wij zijn gestart met het in kaart brengen van de kenmerken van de gemeente. Dit om een goed beeld te vormen van de maatschappelijke opgave per wijk. Dit hebben wij gedaan op basis van openbare data van het CBS, PBL, GGD, RIVM, et cetera. ▪ Het aanbod van accommodaties: Het aanbod en gebruik van de accommodaties is – op basis van gegevens van de gemeente en gesprekken met verenigingen en stichtingen - in kaart gebracht. ▪ De maatschappelijke opgave en beleidsspeerpunten: De belangrijkste inhoudelijke doelstellingen van gemeente en haar maatschappelijke partners, die mede bepalend zijn voor de behoefte aan accommodaties, zijn door ons in kaart gebracht. Dat is gedaan door het bestuderen van beleidsdocumenten op het gebied van bewegen, cultuur, onderwijs, sport, welzijn en zorg.

Ook zijn gesprekken gevoerd met medewerkers van de gemeente en vertegenwoordigers van maatschappelijke instellingen. ▪ Oordeel over het vorige accommodatiebeleid: Het huidige beleid is geëvalueerd op reikwijdte, uitgangspunten en toetsingskader. Daarbij is gekeken naar de effectiviteit, toepasbaarheid en aansluiting op de huidige maatschappelijke behoeften. Opstellen uitgangspuntennotitie Op basis van al deze informatie zijn uitgangspunten voor het nieuwe accommodatiebeleid opgesteld. Die uitgangspunten zijn gebaseerd op de inhoudelijke doelstellingen, op ons beeld van het aanbod van accommodaties, op de meningen en visies van de stichtingen, verenigingen, college en raad. De uitgangspunten zijn beschreven in de uitgangspuntennotitie en bevatten ook al een aantal oplossingsrichtingen. Deze uitgangspuntennotitie is besproken met de Projectgroep (vertegenwoordigers ambtelijk) en gedeeld met de verenigingen en stichtingen die de accommodaties beheren en/of gebruiken, met de mogelijkheid om feedback te geven. Opstellen concept advies voor nieuw accommodatiebeleid Na de uitgangspuntennotitie, waarin feedback verwerkt is, heeft het concept advies verder vorm gekregen. De oplossingsrichtingen zijn verder uitgewerkt en mogelijke (toekomstige) gevolgen voor de verenigingen, stichtingen en gemeente zijn in een conceptrapportage vastgelegd.

Dit concept is besproken met de Projectgroep en vervolgens wederom voorgelegd aan de verenigingen en stichtingen die de accommodaties beheren en/of gebruiken. Advies nieuw accommodatiebeleid Na het concept adviesrapport, waarin feedback verwerk is, is het concept adviesrapport omgezet naar het eindrapport, waarin advies over doelstellingen, uitgangspunten, oplossingsrichtingen en beleidsregels voor totstandkoming en instandhouding gedetailleerd zijn beschreven.

1.3. Leeswijzer De rapportage is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 vindt u een beknopte beschrijving van het huidige accommodatiebeleid en onze evaluatie daarvan. In hoofdstuk 3 worden de belangrijkste uitgangspunten voor het nieuwe beleid beschreven. Hoofdstuk 4 richt zich op de scenario’s en aanbevelingen om concreet richting te geven aan de uitgangspunten. In hoofdstuk 5 worden de voorgestelde nieuwe beleidsregels uiteengezet. Hoofdstuk 6 beschrijft de globale financiële gevolgen van beleidsaanpassingen voor sport- en multifunctionele accommodaties, met specifieke aandacht voor buitensportverenigingen.

7

2. Het huidige accommodatiebeleid (2013-2020) 2.1. Inleiding Het huidige accommodatiebeleid van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht dateert uit 2013 en had als doel de toekomstige accommodatiewensen te adresseren, kaders te scheppen en de rollen van maatschappelijke organisaties en de gemeente te verduidelijken. In dit hoofdstuk volgt een beknopte evaluatie op basis van drie hoofdthema’s: reikwijdte, uitgangspunten en toetsingskader.

2.2. De thema’s De onderstaande beschrijving is een samenvatting van onze analyse van het accommodatiebeleid 2013-2020. Het betreft geen letterlijke overname uit het oude beleid, maar een beoordeling van de inhoud en toepassing ervan in de praktijk. Thema 1: Reikwijdte Het beleid richt zich uitsluitend op gemeentelijke accommodaties. Uitzonderingen zijn het gemeentehuis, de brandweerkazerne, het uitvaartcentrum en de voormalige gemeentewerf. Hoewel deze afbakening helder is, blijkt dat eigendom niet altijd bepalend hoeft te zijn voor de beleidsvorming. In de toekomst kan breder worden gekeken naar accommodaties met een maatschappelijke functie, ongeacht eigendom. Thema 2: Uitgangspunten en pijlers Het accommodatiebeleid 2013-2020 kende acht uitgangspunten, gegroepeerd in vijf pijlers. Deze vormden destijds een bruikbaar kader, maar in de uitwerking is op onderdelen ruimte voor aanscherping. 1. 2.

3. 4. 5.

Territoriale schaal – De gewenste schaalniveaus zijn benoemd, maar de onderbouwing per voorziening is beperkt uitgewerkt. Een nadere onderbouwing kan helpen om keuzes beter te motiveren. Vraag en aanbod – Er is in het beleid onvoldoende inzicht gegeven in de afstemming tussen de feitelijke bezetting van accommodaties en de maatschappelijke behoefte. Hierdoor bood het beleid weinig houvast om keuzes te onderbouwen of bij te sturen. Multifunctionaliteit – Dit principe is opgenomen, maar concrete handvatten of stimuleringsmaatregelen ontbraken, waardoor het lastig was om multifunctioneel gebruik daadwerkelijk te bevorderen. Beheer en onderhoud – De rolverdeling tussen gemeente en gebruikers is in hoofdlijnen benoemd, maar verdere uitwerking – inclusief mogelijkheden voor uitbesteding – is beperkt gebleven. Tarieven en subsidies – Transparantie werd als wens benoemd, maar een duidelijke systematiek voor tariefstelling en subsidiering is niet vastgelegd, waardoor verschillen bleven bestaan.

In de praktijk zijn er sinds 2013 wél stappen gezet, onder andere via de vaststelling van MJOP’s (meerjarenonderhoudsplannen) en het vervangingsplan voor Sportpark Schildman. Deze geven richting aan het beheer en onderhoud van accommodaties en bevatten afspraken over de rolverdeling, bijvoorbeeld met Service Gemeente Drechtsteden als beheerder. Toch zijn deze afspraken niet voortgekomen uit of vastgelegd in het formele accommodatiebeleid. Thema 3: Toetsingskader en vervolgacties Het beleid formuleert criteria voor gemeentelijke ondersteuning bij accommodatievraagstukken, zoals maatschappelijke noodzaak, beleidsmatige aansluiting en financiële randvoorwaarden. Echter, de praktische toepassing van deze criteria blijft onduidelijk. Daarnaast ontbreekt een visie op regionale samenwerking, wat kansen laat liggen om voorzieningen efficiënter te organiseren.

8

2.3. Samenvattende conclusie Het accommodatiebeleid 2013-2020 bevat waardevolle uitgangspunten, maar mist concrete stappen en adviesrichtingen, om deze effectief te implementeren. Voor toekomstig beleid is het raadzaam meer aandacht te besteden aan afstemming van vraag en aanbod, stimulering van multifunctioneel gebruik en verduidelijking van beheer, tarieven en toetsingscriteria. Daarnaast biedt regionale samenwerking kansen om voorzieningen efficiënter en duurzamer te organiseren.

9

3. Uitgangspunten voor nieuw beleid 3.1. Inleiding In dit hoofdstuk staan de uitgangspunten voor het beoogde nieuwe beleid. We beginnen met een korte samenvatting van de staat van accommodaties, verenigingen en stichtingen. Een uitgebreidere beschrijving vindt u in de separaat bijgevoegde uitgangspuntennotitie. Deze is gebaseerd op gesprekken met stichtingen, maatschappelijke partners en gemeentemedewerkers. De uitgangspunten komen voort uit een inventarisatie van het accommodatieaanbod, het gebruik ervan en data over de sociale staat van wijken, verenigingsdeelname en andere activiteiten.

3.2. Staat van verenigingen, stichtingen en accommodaties Hendrik-Ido-Ambacht kent een levendig verenigingsleven en een gevarieerd aanbod aan maatschappelijke accommodaties, die essentieel zijn voor de sociale samenhang en het welzijn van de inwoners. Deze accommodaties, variërend van sportfaciliteiten tot culturele centra, vormen de basis voor tal van activiteiten en ontmoetingen. Echter, zowel verenigingen als accommodaties staan voor diverse uitdagingen, die per type voorziening verschillen. Navolgend wordt een samengevat overzicht gegeven van de staat van deze accommodaties, onderverdeeld in binnensport, buitensport, sociaal-culturele voorzieningen en het zwembad, waarbij specifiek wordt ingegaan op capaciteit, kwaliteit, tarieven en beheer.

*geen gemeentelijke accommodaties. (dat geldt ook voor de opstallen van alle buitensportaccommodaties)

10

▪

Binnensport: Hendrik-Ido-Ambacht beschikt over minder zaalruimte dan het landelijk gemiddelde, wat resulteert in capaciteitsproblemen, met name in de avonduren. Een van de verklaringen hiervoor is het ontbreken van een vestiging voor voortgezet onderwijs in de gemeente, waardoor ook de bijbehorende sportvoorzieningen ontbreken. De bestaande sporthallen worden intensief gebruikt, wat leidt tot wachtlijsten voor verenigingen. Hoewel de meeste accommodaties kwalitatief voldoende zijn, zijn er aandachtspunten zoals de akoestiek in de Ridderhal en de temperatuur in sommige gymzalen. Gymzaal Admiraal is onlangs gerenoveerd. Daarnaast zijn verduurzamingsmaatregelen beschreven in de Routekaart Verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed, waarover later meer. De huurtarieven voor de binnensportaccommodaties liggen aanzienlijk boven het landelijk gemiddelde, maar zijn vergelijkbaar met de tarieven in de regio, met uitzondering van de gymzalen. Deze hogere tarieven kunnen een extra financiële last betekenen voor verenigingen. Stichting Cascade is verantwoordelijk voor het beheer en de exploitatie van de sporthallen en voert deze taken over het algemeen adequaat uit. Dit betekent dat het dagelijkse beheer, de planning en het onderhoud van de sporthallen in goede handen is, wat bijdraagt aan de kwaliteit en beschikbaarheid van de accommodaties.

▪

Buitensport: De buitensportaccommodaties in Hendrik-Ido-Ambacht zijn geconcentreerd op Sportpark Schildman, waar een diversiteit aan verenigingen is gehuisvest. De capaciteit voor voetbal is mogelijk op termijn onvoldoende, zoals ook benoemd in het beleidsplan Sportpark Schildman 2023–2027. Daarin is aangegeven dat met de geplande investeringen de maximale veldcapaciteit binnen de bestaande contouren wordt bereikt. De ervaren druk op de capaciteit wordt vooral bepaald door de piekbelasting in het weekend, wanneer alle verenigingen gelijktijdig gebruikmaken van de velden voor wedstrijden. De inzet van kunstgrasvelden draagt bij aan een betere spreiding en benutting op andere momenten in de week, maar lost de capaciteitsbeperking op piekmomenten niet op. Mocht de behoefte aan capaciteit verder toenemen, dan zijn er enkele opties buiten de huidige contouren benoemd die op termijn nader onderzocht kunnen worden. De kleed- en clubaccommodaties zijn verouderd, maar voldoen nog wel. Duurzaamheidsmaatregelen worden door de verenigingen zelf geïnitieerd, aangezien deze niet zijn opgenomen in de gemeentelijke routekaart. Dit betekent dat verenigingen zelf investeringen moeten doen en subsidies aanvragen, waarbij de afweging tussen kosten en terugverdientijd een belangrijke rol speelt.

Een belangrijke impuls voor verduurzaming en verbetering van accommodaties is recent geboden via het CAI-fonds. Dit fonds, dat voortkwam uit de verkoop van het lokale kabelnetwerk, heeft in 2023 aanzienlijke bijdragen verstrekt aan tweeëntwintig Ambachtse verenigingen. De verstrekte bedragen varieerden van circa € 3.600 tot € 100.000 per vereniging, afhankelijk van onder meer het ledental en specifieke omstandigheden, zoals de impact van de coronaperiode. De middelen zijn bedoeld om duurzame investeringen te doen in clubaccommodaties, zoals het opknappen van kleedkamers, kantines en andere voorzieningen. De huurtarieven voor de buitensportaccommodaties zijn in lijn met het landelijk gemiddelde, en zelfs lager voor kunstgrasvelden. Dit maakt de buitensportaccommodaties financieel toegankelijk voor de verenigingen. Het beheer en de exploitatie van de kleed- en clubgebouwen is momenteel in handen van de verenigingen. Tot voor kort gold dat ook voor het klein onderhoud van de voetbalvelden, maar dat komt deels te vervallen door het beëindigen van de zelfredzaamheidsvergoeding. De gemeente is hierover in gesprek met de verenigingen om te bepalen welke beheertaken zij in de toekomst nog op zich kunnen en willen nemen.

Dit alles speelt in een context van stijgende kosten en onzekerheid over de beschikbaarheid van externe subsidies, zoals de BOSA-regeling ("Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties"), die nu deels in de financiering voorziet maar waarvan het vervolg ongewis is.

11

Er zijn momenteel geen formeel vastgelegde afspraken tussen gemeente en verenigingen over het beheer en onderhoud van kleed- en clubaccommodaties. Dit gebrek aan heldere afspraken brengt risico’s met zich mee, zoals onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, inefficiënt gebruik van middelen, onvoorziene financiële lasten en kwaliteitsverlies op de lange termijn.

▪

Sociaal-cultureel: Hendrik-Ido-Ambacht heeft een divers aanbod aan sociaal-culturele accommodaties. De belangrijkste voorzieningen zijn cultureel centrum Cascade en het Baxhuis. Cascade is een volwaardig cultureel centrum met een theater, bibliotheek en multifunctionele ruimtes. De bezetting van het cultureel centrum is goed. Op dit moment wordt Cascade gerevitaliseerd, waarbij nadrukkelijk wordt ingezet op een bredere, open ontmoetingsfunctie voor verschillende doelgroepen in de samenleving. Het Baxhuis vervult een cruciale rol voor de jeugd en jongeren in Hendrik-Ido-Ambacht. Om beter aan te sluiten bij de wensen en behoeften van de gebruikers van het Baxhuis, is het van belang om de toegankelijkheid en uitstraling van deze locatie te verbeteren. Een modernere uitstraling en een flexibelere inrichting kunnen het pand aantrekkelijker maken en het multifunctionele gebruik stimuleren, wat de bezetting ten goede komt. De kwaliteit van zowel het cultureel centrum als het Baxhuis wordt als voldoende ervaren. Voor beide accommodaties zijn bovendien plannen in voorbereiding of uitvoering om de toegankelijkheid en verduurzaming te verbeteren. Het cultureel centrum Cascade ondergaat momenteel een renovatie om een open en uitnodigende structuur te creëren en wordt aangesloten op het warmtenet.

Ook het Baxhuis wordt aangesloten op het warmtenet; daarnaast kijkt Hi5 Ambacht naar wenselijke verbeteringen in uitstraling en inrichting om het pand beter aan te laten sluiten bij zijn maatschappelijke functie. De tarieven voor het gebruik van het cultureel centrum zijn marktconform. Het beheer en de exploitatie van Cascade worden adequaat uitgevoerd; Stichting Cascade beschikt over een professioneel team van medewerkers en vrijwilligers en lijkt financieel gezond. De gemeente is in de afgelopen jaren betrokken geweest bij de financiële ontwikkelingen, met name in de periode van corona en de daaropvolgende fase van herstel. Tegelijkertijd valt op dat de huidige afspraken nog ruimte laten voor verduidelijking. Zo is bijvoorbeeld niet vastgelegd hoe de gerapporteerde bezettingsgraad van 63% precies wordt berekend. Ook ontbreken concrete en meetbare doelstellingen voor publieksbereik, zoals bezoekersaantallen of gebruikerstevredenheid. Het expliciteren van dergelijke parameters zou kunnen bijdragen aan meer wederzijds inzicht in prestaties en aan een transparantere verantwoording van de maatschappelijke meerwaarde van Cascade.

▪

Zwembad: Het zwembad in Hendrik-Ido-Ambacht, bestaande uit binnen- en buitenbaden, vervult een belangrijke functie voor zowel recreatie als educatie. Het buitenbad trekt bezoekers uit de hele regio, terwijl het binnenbad vooral gericht is op zwemlessen en activiteiten voor specifieke doelgroepen. De bezetting van het binnenbad ligt op circa 200 bezoeken per jaar per m² zwemwater. Daarmee blijft het iets achter bij de richtwaarde van 220 bezoeken per m², die als grens wordt gehanteerd voor een voldoende tot goede bezetting. Tegelijkertijd geldt dat het gebruik voor zwemlessen en schoolzwemmen hoog is; hiervoor bestaan zelfs wachtlijsten. Recent is het aanbod uitgebreid met leszwemmen op zaterdagochtend. Het buitenbad heeft, mede door de regionale aantrekkingskracht, een goede bezetting. Dankzij de recente nieuwbouw van het binnenbad in 2019 is de algehele kwaliteit van het zwembad goed, met uitzondering van enkele opleverpunten, zoals het leidingwerk, die nog aandacht behoeven. De tarieven voor recreatief zwemmen en banenzwemmen in het binnenbad zijn vergelijkbaar met de omliggende gemeenten, waardoor het zwembad toegankelijk is voor een breed publiek. De tarieven voor zwemlessen en doelgroepactiviteiten liggen echter hoger, wat voor sommige inwoners een financiële drempel kan vormen.

De exploitatie van het zwembad is in handen van een extern management, dat zich richt op het verzorgen van zwemlessen, schoolzwemmen en recreatief zwemmen. In de beginjaren waren er vooral personele uitdagingen, maar deze zijn inmiddels opgelost. Het management is nu gefocust op de toekomst en het

12

versterken van de positie van het zwembad. De huidige exploitatieovereenkomst loopt tot 2029 en de gemeente zal in 2028 een evaluatie uitvoeren om de toekomstige exploitatie te bepalen. De staat van de accommodaties varieert. Hoewel veel voorzieningen van goede kwaliteit zijn, zijn er ook gebouwen die verouderd zijn of niet voldoen aan de huidige eisen op het gebied van toegankelijkheid en duurzaamheid. De Routekaart Verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed biedt een kader voor het verbeteren van de duurzaamheid van gemeentelijke accommodaties, maar er is behoefte aan aanvullende maatregelen om alle accommodaties toekomstbestendig te maken. Duurzaamheid De gemeente heeft de Routekaart Verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed laten opstellen, een strategisch document dat de koers uitzet voor de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed. Deze routekaart, gebaseerd op het Klimaatakkoord en de Paris Proof-norm, streeft naar CO2-reductie en aardgasvrij vastgoed in 2050. De routekaart omvat een analyse van de verduurzamingsopgave, concrete maatregelen tot 2030 en een financieel overzicht van investeringen en besparingen. Daarnaast biedt het handvatten voor borging en organisatie. Verdere details vindt u in de bijlage.

3.3. Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen en opgaven Hendrik-Ido-Ambacht kent over het algemeen een positieve sociaal-maatschappelijke situatie, met gunstige scores op diverse thema's. Echter, zoals in de visie op sport en bewegen geduid, biedt de fysieke gezondheid van de inwoners ruimte voor verbetering. Ondanks een actieve deelname aan georganiseerde en ongeorganiseerde sport, blijft het percentage inwoners dat voldoet aan de beweegrichtlijnen relatief laag. Dit benadrukt de noodzaak om de vitaliteit van de inwoners te verhogen, met name in buurten waar extra aandacht nodig is voor het stimuleren van fysieke en mentale gezondheid. Accommodaties en de sportieve buitenruimte spelen hierbij een cruciale rol. Demografische trends laten een lichte bevolkingsgroei zien, gekenmerkt door sterke vergrijzing. Dit leidt landelijk tot een afname van de sportieve doelgroepen, met name onder jongeren, en een toenemende vraag naar toegankelijke accommodaties voor dagactiviteiten gericht op ontmoeting, welzijn en zorg. Tegelijkertijd blijkt uit lokale signalen dat sommige sportverenigingen juist kampen met capaciteitsdruk; zo hanteert de volleybalvereniging een wachtlijst en is de korfbalvereniging de afgelopen jaren in ledenaantal gegroeid. De geplande woningbouw heeft naar verwachting een beperkte impact op de bevolkingsgroei. Het sport- en cultuurlandschap is aan het veranderen.

Landelijke trends tonen een lichte daling in de deelname aan binnensport, vooral onder kinderen en jongeren, terwijl buitensport stabiel blijft. Er is een verschuiving van georganiseerde naar individuele en commerciële sporten. Op sociaal-cultureel gebied neemt het gebruik van buurthuizen door jongeren af, terwijl ouderen deze juist meer gebruiken. Digitale cultuurparticipatie groeit, met name onder jongeren. Multifunctionele centra spelen een steeds belangrijkere rol in het samenbrengen van verschillende doelgroepen. Hoewel Hendrik-Ido-Ambacht over het algemeen gunstig scoort op indicatoren voor vitaliteit en zelfredzaamheid, zijn er nuances op wijkniveau. De sport- en beweegdeelname is relatief laag. Eén van de hulpmiddelen die wij gebruiken om de maatschappelijke opgave per wijk inzichtelijk te maken is de ‘Waaier Sociale Domein’. Deze waaier, die is ontwikkeld door Arrangementenmonitor B.V., geeft een schematisch overzicht van alle activiteiten, producten en diensten binnen het sociale domein die inwoners in staat stellen om zelfstandig hun leven vorm te geven. De binnenste cirkels geven de activiteiten weer waar de zelfredzame inwoners een beroep op doen/aan deelnemen. Dat zijn een betaalde baan, zinvolle vrijetijdsbesteding, sporten, deelname aan verenigingen of andere sociale verbanden.

De buitenste cirkel is de professionele hulp- en zorgverlening voor de minder of niet zelfredzame inwoners.

13

Figuur 1. Waaier Sociaal Domein

Wij hebben vijf typeringen ontwikkelt, waarvan er drie relevant zijn voor Hendrik-Ido-Ambacht: ▪ Faciliteren: In wijken en buurten met een sterke sociale samenhang en zelfredzame inwoners is de opgave gericht op het behouden en ondersteunen van bestaande initiatieven. ▪ Ontmoeten, vitaliteit en gezondheid: In wijken en buurten met een hoge concentratie senioren ligt de nadruk op het bevorderen van vitaliteit, het voorkomen van eenzaamheid en het verbeteren van de algehele gezondheid. ▪ Activeren en participeren: In wijken en buurten met kwetsbare inwoners is activering en participatie essentieel, met een integrale aanpak voor complexe problematiek. ▪ Samenhang en verbinding: Dit betreft wijken en buurten waar de sociale samenhang onder druk staat of te laag is, bijvoorbeeld door veel doorstroom in woningen, diverse leefstijlen van inwoners, of een snel wijzigende samenstelling van de wijk of buurt. ▪ Vinex/modern Life: Dit betreft wijken en buurten die over het algemeen bovengemiddeld scoren, maar waar problematiek zichtbaar is die typerend is voor de moderne leefstijl, zoals bijvoorbeeld een hoog aantal scheidingen en de bijbehorende problematiek met opgroeiende kinderen. Gemeentebreed wordt de maatschappelijke opgave getypeerd als 'Faciliteren'. In de buurten Oostendam en Krommeweg is extra inzet nodig op 'Ontmoeten, vitaliteit en gezondheid'.

De buurt Kruiswiel kent de grootste opgave, getypeerd als 'Activeren en participeren', waarbij sociale en economische participatie extra aandacht vereist. De typeringen samenhang en verbinden en Vinex/Modern Life zijn niet van toepassing voor HendrikIdo-Ambacht. In de bijlage wordt de waaier sociaal domein nader toegelicht, evenals de vijf typeringen die wij hebben ontwikkeld. Een gedetailleerd overzicht van de maatschappelijke opgaven per buurt, inclusief aanvullende toelichting, is eveneens opgenomen in de bijlage.

14

3.4. Conclusie en uitgangspunten Op basis van de analyse en maatschappelijke opgaven zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: 1. 2. 3. 4.

Oplossen capaciteitsprobleem binnensportverenigingen – Door beter ruimtegebruik en eventuele uitbreiding. Openstellen Sportpark Schildman met een brede maatschappelijke functie – Door het park toegankelijker te maken voor meer doelgroepen. Van losse voorzieningen naar een samenhangend netwerk – Accommodaties beter laten samenwerken en multifunctioneel inzetten. Aanscherpen rolverdeling en afspraken tussen gemeente en stakeholders – Heldere afspraken over beheer, exploitatie en financiering.

Het beoogde nieuwe accommodatiebeleid bouwt voort op bestaande structuren, maar legt nadruk op samenwerking, duurzaamheid, efficiënt ruimtegebruik en het concreet vastleggen van beleidsregels over de rolverdeling tussen gemeente en stakeholders. Bij vervangingsmomenten of nieuwe initiatieven wordt, waar relevant, ook de (potentiële) regionale functie van een accommodatie betrokken bij de beoordeling. Dit draagt bij aan een strategische inzet van maatschappelijke functies met bovenlokale betekenis en sluit aan bij het streven naar een efficiënt en samenhangend netwerk van accommodaties, zowel lokaal als in de regio. In het volgende hoofdstuk zijn de eerste drie uitgangspunten (zoals hiervoor opgesomd) verder uitgewerkt. In het hoofdstuk daarna wordt het vierde uitgangspunt ‘aanscherpen van de rolverdeling en afspraken tussen gemeente en stakeholders’ uitgewerkt.

15

4. Een duurzaam accommodatienetwerk voor sport, cultuur en ontmoeting 4.1. Inleiding Om maatschappelijke accommodaties toekomstbestendig te maken, is een strategische benadering noodzakelijk. Wij adviseren het nieuwe accommodatiebeleid te richten op het verbeteren van de sport- en ontmoetingsinfrastructuur binnen de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, waarbij rekening wordt gehouden met veranderende behoeften en beleidsdoelstellingen. Dit hoofdstuk vertaalt de eerder geformuleerde uitgangspunten naar concrete maatregelen en ruimtelijke keuzes. De kernopgaven zijn helder: het aanpakken van de capaciteitsproblemen bij binnensportverenigingen, het beter benutten van bestaande voorzieningen en het versterken van de samenhang tussen sport, cultuur en ontmoeting. Dit vraagt om gerichte investeringen en slimme samenwerking tussen gemeente, sportverenigingen en maatschappelijke organisaties. De volgende paragrafen gaan in op de praktische uitwerking van deze ambities, waarbij zowel ruimtelijke als organisatorische aspecten aan bod komen. Het doel is om te zorgen voor een duurzaam en efficiënt netwerk van accommodaties dat bijdraagt aan sportstimulering, sociale cohesie en een gezonde leefomgeving.

4.2. Extra binnensportcapaciteit [uitgangspunt 1] De behoefte aan extra binnensportcapaciteit binnen de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is urgent. Met name volleybal, gymnastiek en korfbal kampen met wachtlijsten, waardoor sportdeelname onder druk staat. Het huidige aanbod van binnensportcapaciteit sluit onvoldoende aan bij de vraag, wat leidt tot capaciteitsproblemen, vooral in de winterperiode. Het relatief lage aantal beschikbare zaaldelen in Hendrik-IdoAmbacht wordt mede veroorzaakt door de afwezigheid van een Voortgezet Onderwijsinstelling binnen de gemeente. Hierdoor is er minder zaalruimte gerealiseerd voor bewegingsonderwijs, wat in andere gemeenten vaak bijdraagt aan het totale sportaanbod. In theorie zou deze ruimte ’s avonds benut kunnen worden door sportverenigingen, maar deze capaciteit ontbreekt hier grotendeels. De capaciteit voor bewegingsonderwijs in het primair onderwijs is en blijft toereikend, wat betekent dat extra zaalruimte primair ten goede moet komen aan de sportverenigingen. De volleybal- , turn en gymnastiek- en de korfbalvereniging hebben aangegeven hoeveel uren ze momenteel te kort komen en of ze verwachten dat dit aantal uren in de toekomst toe- of afneemt. In de volgende tabel zijn de huidige uren die de vereniging tekort komen, aangevuld met de verwachte extra uren in de nabije toekomst, weergegeven. Tabel 1.

Extra uren verenigingen per week, uitgesplitst naar overdag, avond en weekend. Vereniging Turn en gymnastiekvereniging Souplesse Volleybalvereniging Vollido Korfbalvereniging DVS’69 * Overig toekomstig gebruik** Totaal

Overdag 4

10 14

Avond 8 12 14 34

Weekend 4 2 6

Totaal 12 16 14 12 54

* betreft alleen de wintermaanden, omdat de korfbal in de zomer naar buiten gaat ** Schatting van Hospitality Group, gebaseerd op de verwachte inzet voor sociaal-maatschappelijke activiteiten zoals seniorengym, yoga, valpreventie en vergelijkbare programma’s.

16

Uit de tabel blijkt dat er overdag en in het weekend vrijwel géén behoefte is aan extra uren voor de sportverenigingen. De doordeweekse avonduren zijn daarentegen wel noemenswaardig. In de volgende tabel wordt het totaal aantal extra uren van de sportverenigingen afgezet tegen de beschikbare capaciteit van één en twee extra zaaldelen. Voor de beschikbare capaciteit zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: ▪ Overdag: 7,5 uur per zaaldeel per dag ▪ Avond: 4 uur per zaaldeel per dag ▪ Weekend: 13 uur per zaaldeel per dag Tabel 2. Capaciteit in uren, te verdelen over meerdere zaaldelen vergeleken met de verenigingsbehoefte. Capaciteit per type accommodatie Eén zaaldeel Twee zaaldelen Binnensportverenigingen totaal

Overdag 37,5 75

Avond 20 40

Weekend 26 52

Totaal 83,5 167

14

34

6

54

Gezien de behoefte aan extra zaalruimte, zoals aangegeven door de verenigingen, is het mogelijk om tenminste één extra zaaldeel te vullen tijdens de avonduren. Het is echter belangrijk op te merken dat de verwachte bezetting overdag en in het weekend in totaliteit zal dalen. Om extra capaciteit te creëren, zijn er drie keuzemogelijkheden onderzocht. Elke variant heeft een andere impact op de maatschappelijke functie, duurzaamheid, kosten en de haalbaarheid van realisatie. In deze paragraaf worden deze opties beoordeeld en vergeleken, met als doel een onderbouwde keuze te maken voor de beste oplossing. 1.

Uitbreiding en renovatie van de Ridderhal

De Ridderhal bestaat in wezen uit twee sporthallen, in theorie te verdelen in 6 zaaldelen. De accommodatie is op leeftijd en kent een vervangingsopgave. De exacte technische staat is niet onderzocht, maar de accommodatie is economisch bijna afgeschreven. Door extra zaalcapaciteit toe te voegen aan de Ridderhal, gecombineerd met grootschalige renovatie of vernieuwbouw, kan de capaciteit, kwaliteit, functionaliteit en duurzaamheid van de accommodatie aanzienlijk worden verbeterd. Met één extra zaaldeel en een logische plaatsing van scheidingswanden ontstaat een flexibeler inzetbare ruimte. Bij de ruimtelijke afwegingen moet rekening worden gehouden met de geplande plaatsing van het warmtestation naast het Baxhuis, dat mogelijk beperkend werkt voor uitbreiding van de Ridderhal. Gezien de schaal en impact van dergelijke ingrepen bij een accommodatie van deze omvang, ligt het voor de hand om de toekomst van de Ridderhal ook in relatie tot de bredere gebiedsontwikkeling te bezien. Zeker in een gebied waar tevens herontwikkelingsvraagstukken spelen rondom het gemeentehuis, kan het wenselijk zijn om renovatie of vernieuwbouw van de Ridderhal onderdeel te laten zijn van een integrale gebiedsverkenning. 2.

Van gymzaal Bekestein naar sportzaal Bekestein

In 2028/2029 wordt basisschool De Bron (locatie Bekestein) gesloopt en opnieuw gebouwd, inclusief een gymzaal voor het bewegingsonderwijs. Dit biedt een uitgelezen kans om extra zaalcapaciteit toe te voegen en de gymzaal uit te breiden tot een volwaardige sportzaal. Door één extra zaaldeel te realiseren, ontstaan in de praktijk twee extra zaaldelen voor de binnensport, aangezien de huidige gymzaal niet geschikt is voor het merendeel van de binnensportverenigingen. Een korte toelichting: een gymzaal bestaat uit één zaaldeel en is doorgaans circa 5 meter hoog. Een sportzaal telt twee zaaldelen en kent een minimale hoogte van 7 meter, wat noodzakelijk is voor diverse balsporten en turnonderdelen. Een sporthal is geschikt voor drie of meer zaaldelen en wordt vaak gebruikt voor wedstrijdsport op regionaal niveau.

17

Hoewel een sportzaal ook extra mogelijkheden biedt voor het bewegingsonderwijs, is dat vooral een waardevolle aanvulling maar geen directe noodzaak. 3.

Turn- en gymnastiekvereniging verplaatsen naar een specifieke Turnhal

Door de turnvereniging uit de Ridderhal te verplaatsen naar een speciaal ingerichte turnhal, komt er één extra multifunctioneel zaaldeel vrij. Dit draagt niet alleen bij aan de benodigde capaciteitsuitbreiding, maar zorgt ook voor een efficiëntere benutting van de bestaande accommodatie. Bovendien biedt een aparte turnhal de mogelijkheid om turn- en gymnastiektrainingen structureel te verbeteren, omdat verenigingen niet langer dagelijks materialen hoeven op- en af te bouwen. Dit verhoogt de gebruiksvriendelijkheid en maakt het mogelijk om trainingsuren efficiënter in te richten. Het toevoegen van een valkuil is dan ook een optie. Dit maakt de accommodatie aantrekkelijker voor zowel lokale als regionale turnverenigingen en kan bijdragen aan de groeiambities van de gemeente. Tegelijkertijd dient te worden onderkend dat een monofunctionele turnhal een beperkte bredere maatschappelijke meerwaarde heeft, omdat de faciliteit primair geschikt is voor turn- en gymnastieksport en minder flexibel inzetbaar is voor andere binnensporten of gemeenschappelijk gebruik.

Vergelijkende beoordeling Alle drie de opties hebben voor- en nadelen. Om een weloverwogen keuze te maken, worden de varianten vergeleken op basis van de volgende criteria:

▪

Capaciteit en functionaliteit: In hoeverre draagt de optie bij aan het oplossen van het capaciteitsprobleem? Hoeveel extra zaalruimte wordt gerealiseerd, en is deze ruimte flexibel inzetbaar voor meerdere sporten en gebruikersgroepen? Een multifunctionele uitbreiding heeft hierbij de voorkeur boven een monofunctionele oplossing, omdat deze breder bijdraagt aan de sportinfrastructuur binnen de gemeente.

▪

Globale investeringskosten: Wat zijn de verwachte investeringskosten voor de realisatie van de optie? Hoe hoger de kosten, hoe zwaarder deze factor weegt in de beoordeling. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de initiële bouwkosten, maar ook naar eventuele aanvullende kosten, zoals inrichting, installatie van sporttechnische voorzieningen en mogelijke subsidies of cofinanciering.

▪

Beheer en exploitatie: Wat zijn de structurele gevolgen voor het beheer en de exploitatie van de accommodatie? Het toevoegen van capaciteit binnen een bestaande locatie heeft over het algemeen een lagere impact op exploitatiekosten dan de bouw van een geheel nieuwe accommodatie. Hierbij wordt onder andere gekeken naar kosten voor onderhoud, personele inzet, energieverbruik en efficiëntie van het gebruik.

▪

Planning: Hoe omvangrijk is de variant vanuit planningsperspectief? Zijn er natuurlijke momenten waarop kan worden aangehaakt, zoals andere bouw- of renovatieprojecten, of moeten er extra studies en onderzoeken worden uitgevoerd voordat de variant gerealiseerd kan worden?

▪

Overlast voor gebruikers: Welke tijdelijke maatregelen zijn nodig om de impact op gebruikers te minimaliseren? Bij renovatie of uitbreiding van bestaande locaties kan er sprake zijn van tijdelijke sluiting en overlast, terwijl een geheel nieuwe accommodatie doorgaans een langere realisatietijd heeft, maar minder verstoring van het huidige sportaanbod veroorzaakt.

▪

Maatschappelijke meerwaarde: Wordt met de keuze niet alleen het capaciteitsprobleem opgelost, maar draagt de oplossing ook bij aan bredere maatschappelijke doelen? Hierbij wordt ook gekeken naar de impact op de lokale en regionale sportinfrastructuur en of de oplossing meerwaarde biedt voor de gemeenschap als geheel.

▪

Draagvlak gebruikers: In hoeverre is er draagvlak voor de optie bij de gemeente, exploitanten en gebruikers?

18

Tabel 3. Vergelijkende beoordeling realisatie extra binnensport capaciteit.

Capaciteit en functionaliteit Beheer en exploitatie Planning Overlast gebruikers Maatschappelijke meerwaarde Draagvlak bij gebruikers Globale investeringskosten* Structurele jaarlijkse lasten**

Uitbreiding Ridderhal Sportzaal Bekestein + ++ ++ +/+/+ +/+/+ Zie gespreksverslag (bijlage 7) €1.725.000 €2.525.000 €85.000 €125.000

Nieuwe turnhal +/++ +/€2.100.000 €100.000

*De globale investeringskosten en jaarlijkse structurele lasten voor de uitbreiding van de Ridderhal en de upgrade van de gymzaal in Bekestein betreft alleen de kosten voor het extra zaaldeel. **De structurele jaarlijkse last betreft de kapitaalslasten (rente 3%, afschrijving 50 jaar) en de reservering voor groot onderhoud en vervangingen. Ook hiervoor geldt dat het alleen de extra lasten zijn voor het extra zaaldeel. Wat als we niets doen? In deze vergelijkende beoordeling is bewust geen 0-optie (geen uitbreiding) opgenomen. Toch is het goed te benoemen dat het in theorie een keuzescenario is om géén aanvullende capaciteit te realiseren. Deze keuze heeft echter duidelijke gevolgen. De huidige tekorten in met name de avonduren – waar volleybal, gymnastiek en korfbal tegenaan lopen – blijven dan bestaan. Wachtlijsten houden aan of nemen toe. Dit strookt niet met de beleidsambitie om sport en bewegen voor iedereen toegankelijk te maken. Het uitgangspunt van het beoogde accommodatiebeleid is juist om de infrastructuur beter te laten aansluiten op de (toekomstige) vraag. Kanttekening bij de vergelijkende beoordeling Bij de opstelling van deze tabel is gefocust op het toevoegen van capaciteit. Aspecten zoals ruimtelijke inpassing, parkeergelegenheid en mogelijke overlast voor omwonenden zijn buiten beschouwing gelaten.

Deze factoren kunnen wel degelijk van invloed zijn op de uiteindelijke haalbaarheid. Verdere uitwerking van de voorkeursvariant vraagt daarom om nadere planvorming waarin deze elementen expliciet worden meegenomen. Voorkeusvariant Op basis van de vergelijking van de drie scenario’s adviseren wij om de uitbreiding van gymzaal Bekestein naar een volwaardige sportzaal als voorkeursoptie te kiezen. De belangrijkste reden hiervoor is de effectieve capaciteitsuitbreiding: hoewel formeel slechts één extra zaaldeel wordt toegevoegd, levert dit in de praktijk twee extra zaaldelen op voor het verenigingsleven. Dit draagt direct bij aan het oplossen van het huidige tekort en kan mee in nieuwbouwplannen van de basisschool Bekestein inclusief gymzaal. Dit staat voor 2029 op de agenda. Dat lijkt ver weg, maar uitbreiding van de Ridderhal of het realiseren van een nieuwe turnhal duurt minstens net zo lang. Daarnaast biedt dit scenario een goede balans tussen investeringskosten, exploitatie en maatschappelijke meerwaarde. Hoewel de initiële kosten hoger liggen dan bij de andere opties, resulteert de multifunctionele inzetbaarheid van de sportzaal in een efficiënter gebruik. De impact op exploitatiekosten blijft relatief beperkt doordat de uitbreiding aansluit bij bestaande voorzieningen. De uitbreiding van de Ridderhal is eveneens een interessante optie, maar kent een aantal onzekerheden.

De exacte technische staat van de hal moet eerst worden onderzocht om te bepalen of renovatie haalbaar is, of dat nieuwbouw een logischer alternatief is. Afhankelijk van de uitkomsten van een dergelijk onderzoek brengt deze optie mogelijk hogere kapitaallasten met zich mee.

19

De bouw van een aparte turnhal biedt voordelen voor de turn- en gymnastiekvereniging, zoals structureel verbeterde trainingsfaciliteiten en een efficiëntere inrichting van trainingsuren. Echter, de monofunctionele aard van deze hal beperkt de maatschappelijke meerwaarde, terwijl de jaarlijkse lasten relatief hoog zijn. Een aanvullende locatiestudie naar bestaande panden die gehuurd en omgebouwd kunnen worden, zou een kostenefficiënter alternatief kunnen bieden. Dit brengt echter een risico met zich mee: indien de huur van tijdelijke aard is en er geen gemeentelijke regie is, bestaat het gevaar dat de gymnastiekvereniging op termijn opnieuw zonder geschikte huisvesting komt te zitten. Exploitatie-implicaties De uitbreiding bij Bekestein levert in de praktijk twee extra multifunctionele zaaldelen op, waarmee de totale zaalcapaciteit voor de binnensport toeneemt. Dit vraagt om herverdeling van gebruikers over de zalen en een herijking van het exploitatiemodel met Cascade. Wij stellen voor om nieuwe afspraken te maken met de turnvereniging over het monofunctionele gebruik in relatie tot de verhuurmogelijkheden van zaalruimte. Daarbij zal uiteraard worden gekeken naar het voorkomen van onnodige belasting door op- en afbouwwerkzaamheden, zolang de zaalplanning dit toelaat.

4.3. Openstellen sportpark Schildman [uitgangspunt 2] Sportpark Schildman is een centraal gelegen sportvoorziening die momenteel voornamelijk gebruikt wordt door sportverenigingen tijdens georganiseerde activiteiten, met name in de avonduren. Dit betekent dat het sportpark een groot deel van de dag onderbenut blijft. Door het park breder toegankelijk te maken, kan het een grotere maatschappelijke meerwaarde krijgen en inspelen op belangrijke opgaven zoals het stimuleren van beweging, sociale verbinding en een gezondere leefstijl. Een Open Sportpark betekent dat de faciliteiten niet exclusief voor verenigingen zijn, maar dat er ook ruimte is voor andere gebruikers, zoals buurtbewoners, scholen en maatschappelijke organisaties. Dit sluit aan bij de groeiende behoefte aan informeel sporten en het efficiënter benutten van bestaande infrastructuur. Voor de sportverenigingen zelf biedt de transitie naar een Open Sportpark eveneens kansen. De zichtbaarheid en toegankelijkheid van het sportpark nemen toe, wat de kans vergroot op nieuwe leden en gebruikers. Ook profiteren verenigingen van verbeteringen in de fysieke infrastructuur. Bovendien versterkt deelname aan een open sportpark hun maatschappelijke rol, bijvoorbeeld via samenwerking met scholen of welzijnsorganisaties.

Wij stellen voor dat in de eerste fase samen met de verenigingen verder wordt verkend hoe deze kansen optimaal kunnen worden benut. Gefaseerde aanpak en betrokken partijen Om de transitie naar een (deels) Open Sportpark zorgvuldig en beheersbaar te laten verlopen, stellen we een gefaseerde aanpak voor. Dit voorkomt dat er direct grote investeringen nodig zijn en biedt ruimte om tussentijds te evalueren en bij te sturen. Bij de ontwikkeling van een Open Sportpark zijn meerdere partijen betrokken: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Sportverenigingen behouden hun primaire gebruiksrechten, maar worden meegenomen in afspraken over gedeeld gebruik. De gemeente is verantwoordelijk voor de beleidsmatige kaders (mate van investeringen), en heeft een controlerende rol in het proces. Stichting Hi5 is verantwoordelijk voor de coördinatie en inhoudelijke samenwerking/programmering, al dan niet in combinatie met een externe/adviseur. Eén of meerdere nieuwe sportparkbeheerders zorgen voor toezicht, onderhoud en gastheer/-vrouw van het park. Omwonenden, scholen en maatschappelijke organisaties kunnen een actieve rol spelen in het medegebruik en de verdere invulling van het park.

20

Financiële consequenties De openstelling van het sportpark brengt zowel eenmalige investeringskosten als structurele beheerkosten met zich mee. Eenmalige investeringen: ▪ Aanpassingen aan infrastructuur (bijv. extra ingangen, wandelroutes, verlichting, zitplekken). ▪ Opstartkosten voor sportparkbeheer, inclusief de aanstelling van een beheerder. Structurele kosten: ▪ Beheer en onderhoud van het park, inclusief toezicht en schoonmaak. ▪ Eventuele kosten voor gedeeld gebruik en meer onderhoud aan sportfaciliteiten. ▪ Programmakosten voor het organiseren van activiteiten en samenwerking met maatschappelijke partners. De hoogte van de eenmalige investeringen en structurele kosten hangt af van de exacte aanpassingen, mogelijkheden en wensen en eisen van gebruikers. Voor de financiering kan gekeken worden naar gemeentelijke middelen, bijdragen van sportverenigingen, subsidies en mogelijke samenwerkingen met maatschappelijke organisaties. Om de impact op gebruikers beheersbaar te houden en financieel verantwoord te werk te gaan, stellen we een gefaseerde transitie voor: Fase 1: Onderzoek en afstemming In deze fase wordt onderzocht hoe het sportpark efficiënter en breder benut kan worden. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met sportverenigingen, omwonenden en maatschappelijke partners. De focus ligt op:

▪

▪

▪

▪

Het huidige gebruik van het sportpark en de behoeften van verenigingen en andere doelgroepen. De ruimtelijke, organisatorische en financiële aanpassingen die nodig zijn voor een openstelling.

Fase 2: Stapsgewijze openstelling en beheer

Fase 3: Verdere uitbreiding en maatschappelijke benutting

Op basis van de uitkomsten van fase 1 wordt gestart met:

Afhankelijk van de ervaringen uit de vorige fasen, wordt de transformatie verdiept met:

▪

▪

▪

De beheertechnische consequenties en de afspraken die nodig zijn met de huidige gebruikers. De eerste verkenning van een passend beheermodel en eventuele financieringsmogelijkheden.

▪

Gedeeltelijke openstelling van het sportpark, waarbij bepaalde delen op vastgestelde momenten toegankelijk worden voor een bredere doelgroep. Praktische verbeteringen, zoals aanleg van wandelroutes, extra verlichting en ontmoetingsplekken. Start van sportparkbeheer, waarbij een sportparkbeheerder verantwoordelijk wordt voor toezicht, programmering en coördinatie. Uitwerking en invoering van een beheermodel, waarin afspraken worden vastgelegd over onderhoud, gebruik en financiering.

▪

Multifunctionele inzet van sportvelden en verenigingsgebouwen, zodat deze ook buiten verenigingsuren breder benut kunnen worden.

▪

Versterking van de maatschappelijke functie, bijvoorbeeld door samenwerking met scholen, welzijnsorganisaties en zorginstellingen uit te breiden.

▪

Uitbreiding van de sportparkbeheerfunctie, met een heldere taakverdeling en verdere verfijning van het beheermodel.

Fase 4: Integratie met Baxpark, Baxhuis, Ridderhal, De Louwert en Cascade Op basis van de resultaten uit de eerste drie fasen wordt onderzocht of verdere transformatie wenselijk en haalbaar is. Het doel is om de fysieke en functionele scheiding tussen het sportpark en de omliggende voorzieningen te verkleinen, zodat één samenhangende sport- en recreatiecampus ontstaat. Dit kan betekenen:

▪

Landschappelijke aanpassingen om het sportpark en de omliggende maatschappelijke voorzieningen beter op elkaar aan te laten sluiten.

▪

Multifunctionele programmering, waarbij sport, recreatie en maatschappelijke activiteiten elkaar versterken.

▪

Optimalisatie van het beheer en de exploitatie, zodat een duurzame en toekomstbestendige sportomgeving ontstaat.

21

De transitie naar een Open Sportpark Schildman biedt kansen om het sportpark optimaal te benutten en een bredere maatschappelijke rol te geven. De voorgestelde gefaseerde aanpak zorgt ervoor dat dit proces zorgvuldig en in samenwerking met alle betrokken partijen verloopt, met oog voor financiële haalbaarheid en draagvlak onder gebruikers. Bij het omarmen van deze adviesrichting spreekt de gemeente zich uit voor de visie op een Open Sportpark en is voornemens om een verdere verkenning te doen van de ruimtelijke, organisatorische en financiële consequenties. Verwacht wordt dat hiervoor een eenmalig bedrag van circa €30.000 tot €50.000 benodigd is, gericht op professionele begeleiding en onderzoek naar de ruimtelijke mogelijkheden binnen de huidige contouren van het sportpark. Het onderzoek richt zich onder meer op de benodigde beheer- en exploitatievormen, waarbij sportparkmanagement een essentieel onderdeel vormt. Op basis van voorlopige inschattingen zal dit structureel een financiële impact hebben in de orde van grootte van €40.000 tot €60.000 per jaar. De exacte structurele lasten worden in het onderzoek verder uitgewerkt, waarbij gekeken wordt naar haalbaarheid, dekking en draagvlak onder betrokken partijen. Op basis van de uitkomsten wordt een besluit genomen over de verdere transitie naar een Open Sportpark.

4.4. Versterken samenhang [uitgangspunt 3] Om maatschappelijke voorzieningen toekomstbestendig te maken, is het noodzakelijk ze niet als losse entiteiten te benaderen, maar als onderdeel van een samenhangend netwerk. Dit vraagt om een slimme, integrale inzet van bestaande accommodaties, waarin sport, cultuur en ontmoeting elkaar versterken en bijdragen aan een vitale samenleving. Van versnippering naar synergie Waar sporthallen, buurthuizen, bibliotheken en verenigingsgebouwen traditioneel een eigen functie en doelgroep bedienden, ontstaat steeds meer behoefte aan multifunctionele voorzieningen. Voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht was dit in het accommodatiebeleid 2013-2020 ook al een thema. Door beter samen te werken en faciliteiten te delen, kunnen accommodaties efficiënter worden benut en breder toegankelijk worden. In gesprekken geven sportverenigingen bovendien aan open te staan voor het (deels) openstellen van hun kantine ten behoeve van bredere maatschappelijke functies, bijvoorbeeld als ontmoetingsplek voor de buurt. Dit betekent niet alleen een optimalere bezetting van ruimtes, maar ook een versterking van de sociale cohesie in wijken en buurten. Een concreet voorbeeld van deze benadering is het plan van Cascade. Dit is een redelijk omvangrijke ingreep, maar het principe en de plannen sluiten aan bij het versterken van de samenhang. Aanbevelingen ▪

▪

Multifunctionele inzet van accommodaties: Sportaccommodaties (inclusief kantines), het Baxhuis en verenigingsaccommodaties op het sportpark breder inzetbaar maken als ontmoetingsplaatsen voor sport, cultuur en welzijn, door ruimtes flexibeler in te richten en geschikt te maken voor verschillende activiteiten en doelgroepen. Versterkte samenwerking tussen partijen: Arrangementen ontwikkelen waarin sport, cultuur en ontmoeting worden gecombineerd, met een programmatische aanpak waarin gemeente, Cascade, Hi5 Ambacht, verenigingen en welzijnsorganisaties samenwerken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15949564/1