Bijlage bij raadsvoorstel 9.5 - 1. Centrumgebied, Graaf Willemlaan vastgesteld 1
Tekst van het document
2.3
Cumulatie met andere projecten
Voor zover bekend zijn er in de omgeving van het plangebied geen andere plannen en projecten in voorbereiding. Er worden dan ook geen cumulatie effecten verwacht.
7/13
3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen.
3.1
Verkeer en parkeren
De verkeersgeneratie bedraagt maximaal 502 mvt/etmaal. Het verkeer zal zich verdelen over de verschillende ontsluitingswegen langs het plangebied. De bestaande infrastructuur heeft voldoende capaciteit om het extra verkeer te kunnen afwikkelen. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten. In het plan zijn 35 koopappartementen, 25 startersappartementen (sociale koop), 12 sociale huurwoningen en 7 patiobungalows opgenomen. Voor deze woningen geldt een norm wisselend tussen 1,2 en 1,4. De parkeerbehoefte van de woning komt uit op 100,1. De parkeerbehoefte van de commerciële ruimtes komt uit op 2,4 parkeerplaatsen. In de huidige situatie zijn 80 parkeerplaatsen aanwezig voor bezoekers van de Schoof om omliggende woningen. Deze 80 parkeerplaatsen moeten in het plangebied bovenop de eigen parkeerbehoefte terugkomen. In totaal is de parkeerbehoefte 183 parkeerplaatsen. Op basis van dubbelgebruik komt de parkeerbehoefte uit op 160 parkeerplaatsen. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.
3.2
Geluid
Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is akoestisch onderzoek uitgevoerd met als doel na te gaan of kan worden voldaan aan een (blijvend) goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat ten gevolge van het verkeer op de 30 km/uur wegen Mauritsstraat, Willem de Zwijgerlaan, Tesselschadestraat en de Graaf Willemlaan de richtwaarden niet worden overschreden. Ten gevolge van verkeer op de Van Godewijckstraat wordt de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB wel overschreden. De maximale berekende geluidbelasting bedraagt 53 dB. Aangezien de maximale ontheffingswaarde van 63 dB niet wordt overschreden, is het mogelijk hogere grenswaarden te laten vaststellen voor de appartementen die grenzen aan de Van Godewijckstraat. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.
3.3
Luchtkwaliteit
De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 81 woningen. Dit aantal valt ruim onder de drempelwaarde van 1.500 woningen die is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het plan draagt dan ook 'niet in betekenende mate' bij aan de concentraties stikstofdioxide en fijn stof in de lucht. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2018 die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Antoniuslaan ten oosten van het plangebied. Uit de NSLmonitoringstool blijkt dat in 2018 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen voor deze weg bedroegen in 2018; 25.3 µg/m3 voor NO2, 19.4 µg/m3 voor PM10 en 11.9 µg/m3 voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 7.1 dagen. Aangezien direct langs deze weg ruimschoots aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het projectgebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de maatgevende weg ligt.
Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.
8/13
3.4
Externe veiligheid
De beoogde ontwikkeling betreft geen risicobron en zal dan ook geen negatief effect hebben op omliggende (beperkt) kwetsbare objecten. Volgens de Risicokaart waarop relevante risicobronnen worden getoond, bevindt zich in de nabije omgeving van het plangebied een risicovolle inrichting, namelijk Bolidt Kunststoftoepassing BV. Het maatgevende scenario betreft een toxische wolk. Het plangebied is niet gelegen binnen de PR 10-6 contour. Het invloedsgebied van Bolidt reikt volgens de professionele risicokaart tot een afstand van 1088 meter. Het plangebied is op circa 650 meter afstand van Bolidt gelegen en valt zodoende binnen het invloedsgebied. Door de beoogde ontwikkeling zal de personendichtheid beperkt toenemen. Daarnaast ligt het gehele bedrijventerrein Aan de Noord en de woonwijk Oostendam binnen het invloedsgebied van Bolidt. De beperkte toename van personen zal hierdoor en door de afstand van circa 650 meter geen merkbaar invloed hebben op het groepsrisico. In de huidige situatie ligt het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde, waardoor berekening van het groepsrisico niet noodzakelijk is en kan worden volstaan met een beknopte verantwoording. Daarnaast worden in de omgeving van het plangebied gevaarlijke stoffen vervoerd over de weg, het spoor, het water en door buisleidingen (zie figuur 3.1).
Figuur 3.1: Ligging plangebied (paarse cirkel) ten opzichte van risicovolle bronnen. (Bron: Risicokaart) Uit nadere analyse van de transportroutes (zie tabel 3.2) blijkt dat het plangebied alleen binnen het invloedsgebied van het spoor ligt. De afstand van het plangebied tot de transportroute is groter dan 200 meter waardoor de ontwikkeling geen relevante gevolgen zal hebben voor de personendichtheid en de hoogte van het groepsrisico. Een nieuwe berekening van het groepsrisico is dan ook niet nodig.
9/13
Tabel 3.2: Relevante transportroutes gevaarlijke stoffen. (Bron: Risicokaart) Transportroute Invloedsgebied (m) Afstand tot plangebied (m) Weg
Spoor Water Buisleiding
A15 A16 N915 202C1.1 Corridor R’dam - Dld W-507-02
355 355 355 >4.000 1.070 70
1.000 2.000 850 1.400 1.080 712
Vanwege de ligging binnen het invloedsgebied van het spoor en Bolidt Kunststoftoepassing BV is een (beknopte) verantwoording van het groepsrisico uitgevoerd. Daaruit blijkt dat de bereikbaarheid, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid voldoende zijn. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.
3.5
Bodem en water
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling zijn drie verkennende bodemonderzoeken uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn toegevoegd aan de bijlagen bij het bestemmingsplan. Volgens de onderzoeken zijn er in de bodem en het grondwater enkele lichte verontreinigingen aangetroffen. De aangetoonde gehaltes zijn dermate laag dat nader onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. De onderzoeksresultaten leveren geen beperkingen op ten aanzien van het gebruik en de ontwikkeling van de locatie tot woonbestemming. Negatieve effecten door, en ten gevolge van, de beoogde ontwikkeling kunnen worden uitgesloten.
3.6
Water
Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van het oppervlakte- en grondwater worden duurzame, niet-uitloogbare materialen gebruikt, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling op het watersysteem ter plaatse kunnen dan ook worden uitgesloten. Conform de Legger oppervlaktewaterlichamen en kunstwerken van Waterschap Hollandse Delta is in het zuiden van het plangebied een watergang behorende tot de categorie 'overig water' aanwezig. Voor dit type watergang geldt aan beide zijden vanaf de insteek een beschermingszone van 1,0 meter. Binnen deze beschermingszone gelden conform de Keur van Waterschap Hollandse Delta beperkingen voor bouwen en aanleggen om te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast. Verder ligt het projectgebied niet binnen de kern- en/of beschermingszone van een waterkering. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een toename van het verhard oppervlak. Verder wordt het afvalwater aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel.
RISICO’S OP RAMPEN DOOR KLIMAATVERANDERING De ontwikkeling betreft de ontwikkeling van een woonlocatie in bestaand stedelijk gebied. Risico’s op rampen door klimaatverandering nemen ten gevolge van de beoogde ontwikkeling dan ook niet toe.
10/13
3.7
Ecologie
GEBIEDSBESCHERMING Zoals beschreven in paragraaf 2.1 is het plangebied niet gelegen binnen beschermd natuurgebied, zoals Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland (NNN). Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot natuurgebieden kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. De beoogde ontwikkeling leidt wel tot een toename van verkeersbewegingen. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattype ligt op 8,0 kilometer. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is met behulp van de AERIUS Calculator de stikstofdepositie berekend. Deze is in de bijlagen bij het bestemmingsplan toegevoegd. Uit de berekening blijkt dat geen sprake is van stikstofdeposities die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied kunnen daarmee worden uitgesloten.
SOORTENBESCHERMING Door bureau IDDS is een quickscan ecologie uitgevoerd. Uit bureaustudie en biotooptoets is naar voren gekomen dat met de plannen mogelijk vaste rust- en verblijfplaatsen of belangrijk leefgebied wordt aangetast van beschermde vleermuissoorten. In aanvulling hierop is een jaarrond onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd. Dit onderzoek is toegevoegd in de bijlagen bij het bestemmingsplan. In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen, essentieel foerageergebied of vliegroutes van vleermuizen vastgesteld. Er is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig om de werkzaamheden uit te kunnen voeren.
3.8
Cultuurhistorie en archeologie
CULTUURHISTORIE
In en nabij het projectgebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Negatieve effecten op deze waarden zijn dan ook uitgesloten.
ARCHEOLOGIE Ter plaatse van het plangebied is in 2015 reeds archeologisch onderzoek uitgevoerd door Archeodienst (Archeodienst, 16 juli 2015, rapportnummer 716). Dit onderzoek is in de bijlage toegevoegd (bijlage 5). Uit dit onderzoek blijkt het plangebied een lage archeologische verwachtingswaarde kent voor de perioden Laat-Paleolithicum tot en met Mesolithicum en geen archeologische verwachtingswaarde kent voor de perioden Neolithicum tot en met Nieuwe tijd. Het booronderzoek heeft uitgewezen dat deze verwachting kan worden gehandhaafd voor de bovenste 2-4 m van de bodem. De verwachting is dat zeker tussen 2-4 m –mv geen archeologische waarden (en waarschijnlijk ook nog dieper) te verwachten zijn, waardoor de voorgenomen graafwerkzaamheden geen bedreiging vormen voor het archeologische bodemarchief. In 2019 heeft de gemeentearcheoloog het onderzoek goedgekeurd en is het onderzochte deel van het plangebied vrijgegeven voor verdere ontwikkeling. Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen daarmee worden uitgesloten.
3.9
Gezondheid
Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit en verkeer blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, externe veiligheid en luchtkwaliteit.
11/13
3.10 Sloop- en aanlegwerkzaamheden Gelet op de tijdelijkheid van sloop- en aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Tevens zal vanwege de kleinschaligheid ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden.
3.11 Mitigerende maatregelen Voor de beoogde ontwikkeling zijn geen aanvullende mitigerende maatregelen noodzakelijk.
12/13
4. CONCLUSIES Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het projectgebied niet ligt in een kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieueffecten. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is zodoende niet noodzakelijk.
13/13
Bijlage 2 Parkeerbalans
63/118
64/118
tbv BP max 81 won: Gebouw Seniorenblok Seniorenblok Seniorenblok subtotaal
d.d. 6 september 2021, MRA aantal 12 35 2 49
sector pp norm sociaal 1,2 VS tot 120 m2 1,3 VS > 120 m2 1,4
Jongerenblok subtotaal
25 25
sociaal
Patiobungalows subtotaal
7 7
VS > 120 m2
TOTAAL WONINGEN
81
Overig Bedrijf (BOG) TOTAAL OVERIG
bg sen.blok
1,2
1,4
pp totaal 14,4 45,5 2,8 62,7 30 30 9,8 9,8 102,5
per 100 m2 m2 GBO 148
1
pp norm 1,6
Parkeren benodogd woningen overig Schoof TOTAAL
102,5 2,4 80 184,9
Parkeren in plan Maaiveld jongerenblok maaiveld patiowoningen parkeergarage seniorenblok maaiveld rond bestaand blok plein bij Schoof vast plein bij Schoof seizoen straatparkeren Graaf Willem TOTAAL
39 13 43 53 8 2 4 162
dubbelgebruik TOTAAL parkeren
23 185
pp totaal 2,4 2,4
van 79 naar 81 won. (volume kan niet groter) 2 woning van 125 m2 worden 4 woningen van 62 m2 parkeren gaat van 160 naar 162 stuks: kan bij patiowoningen tpv groenstrook worden gerealiseerd.
Bijlage 3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
65/118
66/118
CENTRUMGEBIED, GRAAF WILLEMLAAN Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht Onderzoek wegverkeerslawaai 21 december 2021
1/2
2/2
DATUM KENMERK
21 december 2021 _0012
PROJECTLEIDER KENMERK
drs. W. Kraaijeveld 20191034.001
AUTEUR STATUS
M. Lamkadmi Concept
Inhoud 1.
2.
3.
4.
5.
Inleiding
3
Toetsingskader
5
Uitgangspunten
9
1.1. 1.2. 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 3.1. 3.2. 3.3.
Aanleiding Leeswijzer Normstelling wegverkeerslawaai Nieuwe situaties Wegen zonder wettelijke geluidzone Gemeentelijk geluidbeleid Rekenmethodiek en invoergegevens Verkeersgegevens Ruimtelijke gegevens
3 4 5 6 6 7
9 9 10
Resultaten
13
Conclusie
19
4.1. 4.2. 4.3.
Resultaten gezoneerde weg Resultaten 30 km/uur wegen Toetsing aan het gemeentelijk geluidbeleid
13 14 16
Bijlagen: 1
Invoergegevens
2
Resultaten gezoneerde weg
3
Resultaten 30 km/uur wegen
4
Cumulatie
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
20191034.001
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
1. Inleiding
1.1.
3
Aanleiding
Voor een locatie grenzend aan de Graaf Willemlaan en de van Godewijckstraat bestaat het voornemen maximaal 100 woningen te realiseren. Om dit mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Onderhavig onderzoek maakt onderdeel uit van deze procedure. Akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai is noodzakelijk volgens de Wet geluidhinder (Wgh) indien de nieuwe woningen binnen de geluidzone van een weg worden gerealiseerd. De woningen zijn gelegen binnen de geluidzone van de Van Godewijckstraat en de Graaf Willemlaan. Daarnaast wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie ook de niet gezoneerde wegen onderzocht op wegverkeerslawaai. In voorliggend onderzoek geldt dit voor de Mauritsstraat, Tesselschadestraat en de Willem de Zwijgerstraat.
Figuur 1.1
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
Ligging plangebied t.o.v. de omliggende wegen
20191034.001
4
1.2.
Inleiding
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 is het toetsingskader beschreven en hoofdstuk 3 geeft de uitgangspunten van de berekeningen weer. In hoofdstuk 4 zijn de resultaten van het onderzoek beschreven en tot slot in hoofdstuk 5 de conclusies.
20191034.001
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
2. Toetsingskader
2.1.
5
Normstelling wegverkeerslawaai
Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km/uur‐wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waaraan binnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van de geluidzone van een weg is afhankelijk van de het aantal rijstroken en van de stedelijk‐ of buitenstedelijke ligging. De zone wordt gemeten vanaf de kant van de weg. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 2.1 weergegeven. Tabel 2.1 Schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh aantal rijstroken breedte van de geluidszone (in meters) buitenstedelijk gebied stedelijk gebied 5 of meer 600 350 3 of 4 400 350 1 of 2 250 200 In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: ‐ stedelijk gebied: het gebied binnen de bebouwde kom met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. ‐ stedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom, alsmede het gebied binnen de bebouwde kom voor zover gelegen binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. De ontwikkeling is gelegen binnen de wettelijke geluidzone van de Van Godewijckstraat en de Graaf Willemlaan. Dosismaat Lden De geluidhinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day‐evening‐night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB.
Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal. Dit etmaal is onderverdeeld in dag (7:00 – 19:00 uur), avond (19:00 – 23:00 uur) en nacht (23:00 – 7:00 uur). Artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden aan de buitengevels ten aanzien van wegverkeerslawaai betreffen waarden inclusief aftrek op basis van artikel 110g Wgh. Dit artikel houdt in dat voor het wegverkeer een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het wegverkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. De toegestane aftrek bedraagt: 5 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen minder dan 70 km/uur bedraagt. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/uur of meer is de hoogte van de aftrek afhankelijk van de geluidbelasting exclusief aftrek. Bij een geluidbelasting van 56 dB en 57 dB mag een aftrek toegepast worden van respectievelijk 3 dB en 4 dB. Bij overige geluidbelastingen wordt een aftrek van 2 dB toegepast. De aftrek mag alleen worden toegepast bij toetsing van de geluidbelasting aan de normstellingen uit de Wgh. Op alle genoemde geluidbelastingen als gevolg van wegverkeer wordt in deze rapportage de aftrek toegepast, tenzij anders vermeld.
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
20191034.001
6
Toetsingskader
2.2.
Nieuwe situaties
Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting aan de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximale ontheffingswaarde niet te boven gaan. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Hendrik‐Ido‐Ambacht. In het akoestisch onderzoek is daarom uitgegaan van een ligging in binnenstedelijk gebied. In tabel 2.2 staan de grenswaarden. Tabel 2.2
Relevante grenswaarden Voorkeursgrenswaarde Gezoneerde wegen 48 dB
Maximale ontheffingswaarde 63 dB
De geluidwaarde binnen de geluidgevoelige bestemming dient in alle gevallen te voldoen aan de normen uit het Bouwbesluit.
2.3.
Wegen zonder wettelijke geluidzone
Zoals gesteld zijn wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur of lager op basis van de Wgh niet gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Indien dit niet het geval is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidbelasting aan de gevels noodzakelijk, mogelijk en/of doelmatig zijn. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde als maximaal aanvaardbare waarde. Omdat voor 30 km/uur‐wegen dezelfde benaderingswijze wordt gehanteerd als voor gezoneerde wegen, wordt ook hier een correctie toegepast op basis van artikel 110g Wgh. Deze aftrek is gelijk aan de aftrek bij gezoneerde wegen met een maximum snelheid tot 70 km/uur (5 dB). De Tesselschadestraat, de Mauritsstraat en de Willem de Zwijgerstraat zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening meegenomen in het onderzoek.
20191034.001
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
Toetsingskader
2.4.
7
Gemeentelijk geluidbeleid
De gemeente Hendrik‐Ido‐Ambacht heeft een beleidskader opgesteld waarin is omschreven onder welke voorwaarden de gemeente medewerking verleent aan het vaststellen van een hogere waarde. Deze voorwaarden zijn vastgesteld in het ‘Geluidbeleid Goede Ruimtelijke Ordening, gemeente Hendrik‐Ido‐ Ambacht’ van december 2017. Alvorens een hogere waarde te verlenen, beoordeelt het college van Burgemeester en Wethouders of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Indien bij een nieuwe ontwikkeling de voorkeursgrenswaarde ten gevolge van een van de genoemde geluidbronnen bij een geluidgevoelige bestemming wordt overschreden, dienen de volgende aspecten te worden meegenomen: 1. Beoordeling cumulatieve geluidbelasting Een geluidbron wordt alleen meegenomen in de berekening van de cumulatieve geluidbelasting indien de geluidbelasting door deze bron boven de voorkeursgrenswaarde voor deze bron ligt. Daarnaast dient ook het geluid van 30 kilometer per uur wegen boven de 53 dB (exclusief aftrek) te worden meegenomen. Er dient te worden uitgegaan van de gecumuleerde geluidbelasting exclusief aftrek conform artikel 110g Wgh. Voor de beoordeling van de geluidbelasting wordt gebruik gemaakt van de classificering van de kwaliteit van de akoestische omgeving in een milieukwaliteitsmaat volgens de 'methode Miedema'.
Hierin wordt de geluidbelasting geclassificeerd en beoordeeld op basis van klassen van 5 dB. Voor wegverkeer wordt in de methode Miedema geen correctie ex artikel 110g Wgh toegepast. Tabel 2.3 geeft een indicatie van de beleving van geluidwaarden Tabel2. Lden classificering milieukwaliteit conform methode Miedema (bron: geluidbeleid) Geluidklasse in [dB]
Beoordeling
<50
goed
50‐55
redelijk
55‐60
matig
60‐65
tamelijk slecht
65‐70
slecht
>70
zeer slecht
2. Afweging van maatregelen Het gaat om bron‐ en overdrachtsmaatregelen en om maatregelen bij de ontvanger om de geluidbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. 3. Afweging woon‐ en leefklimaat De kwaliteit van de woon‐ en leefomgeving is acceptabel als er een geluidluwe gevel én een geluidluwe buitenruimte aanwezig is. Er is sprake van een geluidluwe gevel en buitenruimte als de geluidbelasting gelijk of lager is dan 53 dB door gecumuleerde wegen (exclusief aftrek) en 50 dB door gecumuleerde wegen (exclusief aftrek) met snelheid boven de 70 km/uur. Als aanvullende eis geldt dat woningen met tuinen moeten kunnen beschikken over een geluidluw gedeelte in de achter‐ of zijtuin van minimaal 20 m2. Voor woningen zonder tuin gelden aanvullende voorwaarden. Dat is hier niet het geval.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
20191034.001
8
Toetsingskader
Ten aanzien van balkons (of loggia) gelden de volgende aanvullende eisen: a. Voor de afmeting wordt aangesloten bij het Bouwbesluit; b. Het betreft een rechtstreeks vanuit de woning bereikbare buitenruimte (balkon/loggia); c. De buitenruimte mag gemeenschappelijk zijn. Deze gemeenschappelijke buitenruimte dient ten minste 1 m2 per woonfunctie te bedragen, met een minimum van 4 m2. De buitenruimte is rechtstreeks vanuit de woning bereikbaar of via een gemeenschappelijke ruimte. d. Indien het balkon/loggia ligt aan de geluidbelaste zijde dan dient deze te worden voorzien van een dichte borstwering van ten minste 1,5 meter hoog. Het eventuele bovengelegen balkon dient een absorberend plafond te hebben voor het daar ondergelegen balkon. e. Buitenruimten (balkons/loggia’s) met akoestische maatregelen (borstwering, absorberende plafonds) die gesitueerd zijn aan de geluidbelaste zijde worden niet gezien als een geluidluwe buitenruimte. De eisen d en e gelden niet als er een eigen geluidluwe buitenruimte is aan de geluidluwe zijde van de woning. Samenvattend zijn er dus 3 mogelijkheden: ‐ Eigen geluidluwe buitenruimte en een balkon aan geluidbelaste kant. Geen maatregelen aan balkon noodzakelijk. ‐ Gemeenschappelijke geluidluwe buitenruimte en balkon aan geluidbelaste kant. Wel maatregelen aan balkon noodzakelijk.
‐ Geen eigen of gemeenschappelijke geluidluwe buitenruimte en balkon aan geluidbelaste kant. Voldoet niet aan het beleid. 4. Beoordeling 30 km/uur wegen Op basis van jurisprudentie moeten deze wegen in het kader van een goede ruimtelijke ordening worden beoordeeld, indien de geluidbelasting de voorkeursgrenswaarde overschrijdt. Hierbij wordt de geluidbelasting van de 30 km/uur wegen op dezelfde manier beoordeeld als de gezoneerde wegen. Voor de gemeentelijke eisen geldt dat, indien er fundamentele en gemotiveerde bezwaren vanuit welstand, van stedenbouwkundige, verkeerskundige of vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard zijn, het college van burgemeester en wethouders kan besluiten dat de eisen niet gelden. In dat geval moet in ieder geval nader gemotiveerd worden hoe alsnog een aanvaardbaar woon en leefklimaat wordt gewaarborgd.
20191034.001
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam