CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij raadsvoorstel 9.3 NL.IMRO.0531.bp52Noordoevers.3001 Toelichting

raadsvergadering openbaar 6 mei 2024, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Noordoevers, fase 122.298 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Noordoevers fase 1 Toelichting

Documenttitel: Bestemmingsplan Noordoevers fase 1 Toelichting Status: Vastgesteld Datum: maart 2024 Projectnaam: Projectnummer: BI1743 Opdrachtgever: Terra Nova B.V. Referentie: Auteur(s): M.K. Collegiale toets: Datum/paraaf toets: Vrijgegeven door: R.B. Datum/paraaf vrijgave:

Noordoevers fase 1

Noordoevers fase 1

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding

7

1.1 1.2 1.3 1.4

7 7 8 9

Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerende plannen Leeswijzer

Hoofdstuk 2 Huidige situatie

11

2.1 2.2

11 13

Historie Huidig gebruik

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving

15

3.1

15

Het planvoornemen

Hoofdstuk 4 Beleidskader

17

4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor duurzame verstedelijking 4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland 4.2.3 Transitievisie Warmte 2021 4.3 Regionaal beleid 4.3.1 Woonvisie 2017-2031 'Goed wonen in de Drechtsteden' 4.3.2 Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0 4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1 Structuurvisie Hendrik-Ido-Ambacht, 'Waar de Waal stroomt' 4.4.2 Woonvisie Hendrik-Ido-Ambacht 2019-2025

17 17

Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten

27

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12

27 28 31 33 35 38 38 42 43 48 54 55

Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.) Bedrijven en milieuzonering Verkeer Luchtkwaliteit Geluidhinder Trillingen Externe veiligheid Bodemkwaliteit Water Ecologie Archeologie en cultuurhistorie Ontplofbare oorlogsresten (OO)

17 18 20 20 21 22 23 23 23 24 24 25

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet

57

6.1 6.2

57 57

Standaard en plansystematiek Toelichting op de regels

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid

61

7.1 7.2

61 61

Noordoevers fase 1

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

2

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan

Bijlage 2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bijlage 3

Verkeersonderzoek

Bijlage 4

Luchtkwaliteitsonderzoek

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek wegverkeer en industrie

Bijlage 6

Trillingsmetingen testtrein door Sophiaspoortunnel

Bijlage 7

Externe veiligheid onderzoek

Bijlage 8

Natuurtoets

Bijlage 9

Onderzoek vleermuizen en broedvogels Veersedijk 267-273

Bijlage 10

Stikstofdepositie onderzoek

Bijlage 11

Archeologisch vooronderzoek

Bijlage 12

Vooronderzoek conventionele explosieven

Bijlage 13

Verslag bewonersavond

Bijlage 14

Nota Vooroverleg

Bijlage 15

Zienswijzennota

Noordoevers fase 1

3

Noordoevers fase 1

4

Toelichting

Noordoevers fase 1

5

Noordoevers fase 1

6

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

De gehele Noordoevers (gemeente H-I-Ambacht/Zwijndrecht/ Dordrecht) wordt de komende jaren getransformeerd van functie bedrijven naar functies die De Noord en de binnendijkse structuren met elkaar verbinden om te wonen en te verblijven. Zo ontstaat er een levendig gebied aan het water waarbij ondere andere wordt ingezet op buitendijkse stedenbouw, ecologische kringloop, recreatieve verbindingen en duurzame infrastructuren. In december 2020 is de nota van uitgangspunten Noordoevers in de commissievergadering besproken. Deze nota is op 1 februari 2021 in de raadsvergadering vastgesteld. In de nota van uitgangspunten Noordoevers zijn de eisen en uitganspunten voor de Noordoevers op het grondgebied van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht vastgelegd. Tevens is op hoofdlijnen afstemming geweest met de gemeente Zwijndrecht. Verder is in deze raadsvergadering ingestemd met het stedenbouwkundigplan fase 1. Dit is de aanleiding om Noordoevers fase 1 te vertalen in een bestemmingsplan, met als doel maximaal 176 wooneenheden en 385 m2 horeca te ontwikkelen met de bijbehorende overige ondersteunende functies. Momenteel heeft het plangebied de enkelbestemming 'Bedrijf'. Het ontwikkelen van woningen is op grond van de vigerende bestemmingsplannen niet toegestaan. Daarom is een herziening van deze bestemmingsplannen noodzakelijk.

Met dit bestemmingsplan worden nieuwe bouw- en gebruiksregels voor het gebied gegeven.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

De locatie van de voormalige scheepsloperijen van Stolk en bedrijven ARBEZ en Van Vliet wordt herontwikkeld tot een nieuw woongebied. Het woongebied is gelegen tussen de Veersedijk en de Rietbaan (watergang). Aan de overzijde ligt de Sophiapolder. Ten westen van het plangebied ligt, binnendijks, het gebied de Volgerlanden. Ten zuiden van het plangebied bevinden zich enkele woningen. Ten noorden van het plangebied liggen woningen en is bedrijvighid aanwezig. Het plangebied is in onderstaande afbeelding zichtbaar.

Noordoevers fase 1

7

Figuur 1.1: Plangebied

1.3

Vigerende plannen

Voor het plangebied geldt het vigerende bestemmingsplan 'Veersedijk' (deels onherroepelijk in werking vastgesteld op 22-10-2014). Voor een deel geldt ook de '1e partiële herziening bestemmingsplan Veersedijk' (onherroepelijk vastgesteld op 11-05-2015). Op basis van het bestemmingsplan 'Veersedijk' heeft het plangebied de volgende bestemmingen en gebiedsaanduidingen: Enkelbestemming Bedrijf Dubbelbestemming Waarde - Archeologie Dubbelbestemming Waarde - Ecologie (deels) Dubbelbestemming Leiding - Gas Dubbelbestemming Waterstaat - Waterhuishoudkunige en waterstaatkundige functie Dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering Gebiedsaanduiding geluidzone - industrie Gebiedsaanduiding vrijwaringszone - vaarweg Daarnaast ligt in het noorden van het plangebied de functieaanduiding 'tunnel' vanwege de ondergrondse spoorverbinding. Verder hebben een aantal percelen de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf -

Noordoevers fase 1

8

scheepssloperij'. Ter plaatse van het plangebied geldt ook de 'parapluherziening Geluid Aan de Noord Hendrik-Ido-Ambacht' (onherroepelijk vastgesteld op 06-02-2017). Hiermee is een nieuwe geluidzone vastgelegd voor het gezoneerd industrieterrein ten noorden van het plangebied. Dit betekent dat voor de gronden waar de aanduiding 'geluidzone - industrie' niet is gelegen, de geluidzone niet langer meer aanwezig is. Daardoor ligt de geluidzone alleen nog in het noorden van het plangebied. Tot slot geldt ook de parapluherziening parkeernormen Hendrik-Ido-Ambacht (onherroepelijk vastgesteld op 08-07-2019). Met dit paraplubestemmingsplan zijn alle geldende bestemmingsplannen binnen de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht aangevuld met een parkeerregeling, waarbij de nieuwe parkeernota in de geldende plannen wordt ingepast. De dubbelbestemming Waarde - Ecologie komt voort uit het provinciale beleid voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De EHS is in 2017 overgegaan in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit stukje grond met de dubbelbestemming Waarde - Ecologie maakt geen deel meer uit van het NNN. Daardoor is deze bestemming komen te vervallen. Dubbelbestemming Waterstaat - Waterhuishoudkunige en waterstaatkundige functie is ook komen te vervallen. Dit wordt nog afgestemd met het waterschap.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 van de toelichting wordt de huidige situatie in het plangebied beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het planvoornemen en de uitgangspunten. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader van het Rijk, de provincie en de gemeente uiteen gezet. Hoofdstuk 5 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. Hoofdstuk 6 beschrijft de juridische opzet waarbij de plankaart en planregels worden besproken. Tot slot volgt in hoofdstuk 7 een beschrijving van de uitvoerbaarheid van het plan en de resultaten van de inspraak en overleg.

Noordoevers fase 1

9

Noordoevers fase 1

10

Hoofdstuk 2

2.1

Huidige situatie

Historie

Het plangebied ligt in buitendijks gebied, aan het water van de Rietbaan. De Rietbaan en de Pelster zijn een splitsing van de rivier de Noord om het eiland de Sophiapolder. Tijdens stormvloeden aan het begin van de 14e eeuw kwam een groot deel van de Zwijndrechtse Waard onder water te staan. Graaf Willem III van Holland gaf in 1331 land uit aan enkele ambachtsheren op voorwaarde dat zij een deel van de bedijkingskosten van de Zwijndrechtse Waard voor hun rekening namen. De landerijen bestonden voor een deel uit vruchtbare akkers en weilanden, maar ook uit minder goede gronden, 'volgerlanden'. Hendrik-Ido-Ambacht is in 1855 ontstaan uit de samenvoeging van de 'ambachtsheerlijkheden' Hendrik-Ido-Schildmanskinderen-Ambacht en de Oostendam en Sandelingen-Ambacht. Deze rechtsgebiedjes ontstonden na de watersnood van 1322. In 1336 was de herbedijking van de Zwijndrechtse Waard voltooid. Het plangebied is tot op recent in gebruik geweest als scheepssloperij. In 1889 werd hier door de gebroeders Rijsdijk de eerste sloperij gevestigd. Het beschikbare topografische kaartmateriaal toont door de tijd heen verspreide bebouwing van loodsen en her en der een werkwoning. Binnen het plangebied was tot 2012 Scheepssloperij Stolk gevestigd.

Figuur 2.1: Ligging plangebied op de topografische kaart uit 1858. Bron: Topotijdreis.

Noordoevers fase 1

11

Figuur 2.2: Ligging plangebied op de topografische kaart uit 1883. Bron: Topotijdreis.

Figuur 2.3: Ligging plangebied op de topografische kaart uit 1912. Bron: Topotijdreis.

Noordoevers fase 1

12

Figuur 2.4: Ligging plangebied op de topografische kaart uit 1962. Bron: Topotijdreis.

Figuur 2.5: Ligging plangebied op de topografische kaart uit 1990. Bron: Topotijdreis.

2.2

Huidig gebruik

Het plangebied is momenteel grotendeels braakliggend terrein, met restanten van het voormalig gebruik (kraan op rails en funderingen). Aan de zuidzijde is tevens een hellingbaan voor het te water laten van boten. Op de Veersedijk 253 is nog een bedrijfswoning aanwezig. Binnen het plangebied zijn een aantal bomen en struiken aanwezig. Er is in het plangebied geen water aanwezig.

Noordoevers fase 1

13

Figuur 2.6: foto's huidige situatie van het plangebied. Foto's RHDHV 2022.

Noordoevers fase 1

14

Hoofdstuk 3

3.1

Planbeschrijving

Het planvoornemen

De initiatiefnemer is voornemens om maximaal 176 wooneenheden en maximaal 385 m2 bvo horeca te ontwikkelen met de bijbehorende ondersteunende functies. De horeca wordt opgedeeld in maximaal 185 m2 bvo voor café/bar/cafertaria en maximaal 200 m2 bvo voor een restaurant (al dan niet in 1 zaak als het opdelen van de ruimte). Er komen appartementen, grondgebonden woningen, een vrijstaande woning en een twee-aan-een woning. Voor de ontwikkeling staan in het beeldkwaliteitsplan (Bijlage 1) de kansen en uitgangspunten benoemd voor de bebouwing en openbare ruimten binnen het plangebied. Op de ontwikkellocatie (de Stolklocatie) zijn sporen van de geschiedenis van de locatie herkenbaar. De historische hijskraan op rails is hier de meest opvallende van. Maar ook de kraanbaan, de scheepshelling en de insteekhaven zijn nog getuigen van de scheepsloperijen die op deze locatie gevestigd waren. Deze industriële relicten blijven behouden of worden op een nieuwe manier zichtbaar gemaakt. Ze worden versterkt door de stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische uitwerking van de voorziene ontwikkelingen in dit bestemmingsplan. Men woont en ontmoet elkaar in dit deel van de Noordoevers aan het water. De meeste woningen hebben contact met het water.

Op verschillende plekken is het water te benaderen en kan men vanaf het water aan land komen, zoals met de veerpont die vaart tussen de ontwikkellocatie en de Sophiapolder. Hierdoor wordt de connectie tussen land en water fysiek gemaakt en wordt het maritieme karakter van de locatie versterkt. De stedenbouwkundige visie richt zich op het creëren van een aantrekkelijk buitendijks woon- en leefmilieu dat refereert aan het historische verleden en de landschappelijke kwaliteiten van de plek, met de volgende planessenties: 1. Behouden van industriële elementen; 2. Versterken karakter binnen- en buitendijks; 3. Water openbaar maken voor bezoekers; 4. Activeren van oevers door programma; 5. Land en water verbinden; 6. Stedenbouw op basis van oudere maritieme industriële bebouwing. Aan de zijde van de Rietbaan is ruimte gereserveerd voor 385 m2 bvo horeca op de begane grond. Door deze positie profiteert de horeca van zowel uitzicht over de Rietbaan en de Sophiapolder. Daarnaaast blijft de insteekhaven behouden. Aan de kop van de insteekhaven komt een opslagfunctie ten behoeve van de veiligheidsdienst.

Noordoevers fase 1

15

Figuur 3.1: Stedenbouwkundig plan

Noordoevers fase 1

16

Hoofdstuk 4

4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de vaststelling van de NOVI is haar voorganger (de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte) vervallen. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. De NOVI is op 9 september 2020 vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie.

Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. Toetsing planvoornemen In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. Het planvoornemen draagt bij aan het nationaal belang "zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften". 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) – voorganger van de NOVI – is uitgewerkt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze uitwerking is opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het Bkl wordt van kracht zodra de Omgevingswet in werking treedt en is dan de uitwerking in regelgeving van het beleid dat in de NOVI staat. De nationale belangen die nu nog in het Barro worden geborgd betreffen onder meer onderwerpen op het gebied van de hoofdinfrastructuur (reserveringen rond hoofdwegen en hoofdspoorwegen, vrijwaring rond rijksvaarwegen en hoofdbuisleidingen), de elektriciteitsvoorziening, het vereenvoudigde regime van de ecologische hoofdstructuur en waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen en bouwbeperkingen in het IJsselmeergebied).

In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn de terreinen, gebieden en installaties zoals bedoeld in het Barro, aangewezen. Toetsing planvoornemen Uit de kaart 'Grote rivieren' van het Barro blijkt dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het rivierbed. Voor het rivierbed (artikel 2.4.3) gelden de volgende regels: 1. Een bestemmingsplan wijst ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan alleen nieuwe bestemmingen in een rivierbed aan in het geval er sprake is van: a. een zodanige situering van de bestemming dat het veilig en doelmatig gebruik van het

Noordoevers fase 1

17

oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; b. geen feitelijke belemmering voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; c. een zodanige situering van de bestemming dat de waterstandverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is, en d. een zodanige situering van de bestemming dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert. 2. Bij toepassing van het eerste lid worden resterende waterstandeffecten of afname van het bergend vermogen gecompenseerd. 3. In een bestemmingsplan wordt vastgelegd hoe de effecten op de waterstand en de afname van het bergend vermogen worden gecompenseerd. Voor een aantal gebieden is in bijlage 2 bij de Beleidsregels grote rivieren bepaald dat de beleidsregels grote rivieren niet van toepassing zijn. De Noordoevers Hendrik-Ido-Ambacht is opgenomen in deze lijst, dus de beleidsregels zijn niet van toepassing.

Figuur 4.1: Uitsnede kaart Barro - Rivierbed (blauwe arcering)

4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor duurzame verstedelijking Een van de nationale belangen uit de SVIR betreft 'zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen'. Onderdeel daarvan is de ladder voor duurzame verstedelijking. Deze is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen (artikel 3.1.6 lid 2). Daarin staat: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Toetsing planvoornemen Stedelijke ontwikkeling Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt tussen de 9 en 14 nieuwe woningen afhankelijk van de omgeving

Noordoevers fase 1

18

waarin de ontwikkeling plaatsvindt. Met het voorliggende plan worden 176 woningen en 385 m2 BVO horeca gerealiseerd. Deze ontwikkeling wordt vanwege de ondergrens voor woningen en het feit dat er nieuwe horeca komt, gezien als stedelijke ontwikkeling. Het plan dient getoetst te worden aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Bestaand stedelijk gebied Het bestaand stedelijk gebied wordt volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) als volgt gedefinieerd: ’bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. De gronden in het plangebied zijn in de bestaande situatie braakliggend. Voorheen is het in gebruik geweest door bedrijven (scheepsloperij) met de planologische aanduiding 'Watergebonden bedrijvigheid', zoals aangegeven in de Provinciale omgevingsverordening. Daarmee kan geconcludeerd worden dat de planlocatie in lijn is met de definitie uit het Bro en dat de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied ligt. Onderbouwing behoefte woningen De gemeenteraad heeft op 9 september 2019 de lokale woonvisie Hendrik-Ido-Ambacht 2019-2025 vastgesteld.

De lokale woonvisie is de lokale uitwerking van de regionale woonvisie Drechtsteden, die ook gebaseerd is op de uitgangspunten uit het coalitieprogramma. In het uitvoeringsprogramma is aangegeven dat er 2268 nieuwbouwwoningen in de periode 2015 tot en met 2027 gepland staan. Dit aantal bestaat voor een groot deel uit de ontwikkelingen Volgerlanden-West, de Volgerlanden-Oost en de Noordoevers. Na deze grote bouwprojecten ziet de gemeente geen grote bouwprojecten meer in Hendrik-Ido-ambacht. In de lokale woonvisie is aangegeven dat Hendrik-Ido-Ambacht drie grote woningbehoeften heeft: Koopwoningen boven de € 250.000; Sociale huurwoningen tussen de € 410 en € 587; Huurwoningen van € 711 tot € 900. In de regionale Groeiagenda van de Drechtsteden wordt de ambitie en wens uitgesproken om duurdere woningen te bouwen om hogere inkomens in onze regio aan te trekken. Met de bouw van de Volgerlanden is te zien dat hier behoefte aan is. De gemeente ziet de ontwikkelingen van deze woningen in het hogere segment met name in Volgerlanden-Oost en Noordoevers. Met de bouw van duurdere koopwoningen voldoen ze aan de regionale ambitie en aan de behoefte die het RIGO-onderzoek (uitgevoerd in 2016, voor de regionale woonvisie) uitgewezen heeft. Sociale huurwoningen Er komen geen sociale huurwoningen binnen de Noordoevers.

Dit is aangegeven in de Nota van uitgangspunten voor ontwikkeling van de Noordoevers die door de Raad is vastgesteld. Elders binnen de gemeente wordt ingezet op sociale huurwoningen. Dit is bij de volgende locaties: Ambachts Lint: 12 sociale huurwoningen; Gerard Alewijnsstraat: bouw ca. 30 sociale huurwoningen; Oranjebuurt: bouw 116 sociale huurwoningen (in aanbouw); IHP-locaties: aantal sociale huurwoningen wordt nog bepaald; De Volgerlanden: ca. 68 sociale huurwoningen verdeeld in grondgebonden en appartementen. Onderbouwing behoefte horeca Gezien de uitbreiding van woningbouw binnen de Noordoevers kan gesteld worden dat er nieuwe behoefte ontstaat aan horeca. De voorziene horeca binnen de onderhavige planontwikkeling is een beperkt onderdeel. In de huidige situatie is er zoals eerder opgemerkt al sprake van een bestaand stedelijk gebied. Daarvoor is er geen uitgebreide toetsing nodig aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Conclusie De Noordoevers is als groot bouwproject aangegeven in de lokale woonvisie van Hendrik-Ido-Ambacht. Dit plan betreft de eerste fase van de ontwikkeling de Noordoevers. Met deze ontwikkeling worden koopwoningen boven de € 250.000 gerealiseerd. Geconcludeerd kan worden dat het plan aansluit op de woningbehoeften in Hendrik-Ido-Ambacht en dat het voorgenomen project voldoet aan de 'ladder voor

Noordoevers fase 1

19

duurzame verstedelijking'. De geldt tevens voor de voorziene horeca.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland De geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie van de Provincie Zuid-Holland is in werking getreden op 1 april 2023. De Provincie heeft in de omgevingsvisie een overzicht gemaakt van beleidskeuzes. In de beleidskeuze voor stedelijke ontwikkeling is het volgende aangegeven. De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid.

De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen: Bouw naar behoefte; Bouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied; Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; versterk de langzaam vervoersrelaties; houdt rekening met de gevolgen van de ontwikkeling voor de bereikbaarheid; Benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten; Bouw toekomstbestendig; houd rekening met bodemdaling en klimaatadaptatie en -mitigatie, vitale dorpen en verstedelijking, functiemenging en meervoudig ruimtegebruik, economische toplocaties, gezonde verstedelijking, energietransitie, circulair en natuurinclusief bouwen; Bouw voldoende betaalbare woningen; Realiseer in samenhang met het stedelijk netwerk robuuste en klimaatadaptieve recreatie- en natuurgebieden. Als een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ doorlopen. Tevens heeft de provincie als doel het optimaal benutten, beschermen en beheren van bodem en ondergrond. De kernopdracht die daar bij hoort is duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van de bodem en ondergrond.

De provincie wil de chemische bodem- en grondwaterkwaliteit beschermen en verbeteren, de gezondheidsrisico's als gevolg van bodemverontreiniging reduceren en stimuleren dat bodemkwaliteit integraal wordt meegewogen bij functietoewijzing in ruimtelijke ontwikkelingen. Door voormalige bedrijfsactiviteiten binnen het plangebied zijn diverse bodemverontreinigingen ontstaan, waarvoor saneringsmaatregelen getroffen dienen te worden. Hier wordt zorg voor gedragen binnen onderhavig bestemmingsplan. Conclusie Met de beoogde ontwikkeling zijn er geen belemmeringen vanuit de Omgevingsvisie Zuid-Holland. In het kader van de aanwezige bodemverontreinigingen zullen saneringsmaatregelen verder uitgewerkt worden. Het planvoornemen wordt gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied. De Ladder voor duurzame verstedelijking is voor deze ontwikkeling doorlopen in paragraaf 4.1.3. Daarbij is geconcludeerd dat het project voldoet aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Verder maakt de gemeente samen met de ontwikkelaar afspraken over de zetting van het openbaar gebied op de lange termijn. Dit kan bijvoorbeeld door de gronden een periode voor te belasten met zand of door licht ophoogmateriaal te gebruiken. Hiermee wordt ingespeeld op het thema de bodemdaling. Het algemeen overstromingsrisico als rampenkans in Nederland is 1/100 jaar.

In opdracht van de gemeente heeft de regio Drechtsteden samen met Rijkswaterstaat, op basis van dit uitgangspunt, de hoogte bepaalt voor het openbaar gebied. Dit op basis van data omtrent klimaatverandering. Het maaiveld zal worden verhoogd, waardoor het overstromingsrisico wordt verlaagd.

Noordoevers fase 1

20

4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland De Omgevingsvisie Zuid-Holland is vertaald in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. De omgevingsverordening bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden, waardoor de (oude) Omgevingsverordening Zuid-Holland is vervallen en de (nieuwe) Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in werking is getreden. De voorgenomen ontwikkeling is inmiddels ook getoetst aan de (nieuwe) Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Het plangebied maakt deel uit van de volgende in de omgevingsverordening aangewezen gebieden: Watergebonden bedrijventerrein Artikel 7.52 Bedrijven Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een watergebonden bedrijventerrein laat in hoofdzaak watergebonden bedrijven toe. In artikel 7.52 lid 4 is opgenomen dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op dit bedrijventerrein dat gehele of gedeeltelijke transformatie naar een andere bestemming dan bedrijven mogelijk maakt, verantwoordt in de toelichting op welke wijze binnen de regio planologische compensatie van bedrijventerrein zal plaatsvinden of reeds heeft plaatsgevonden. Compensatie als bedoeld in het vierde lid, kan achterwege blijven als is aangetoond dat na transformatie voldoende bedrijventerrein in de regio beschikbaar zullen blijven afgezet tegen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte.

Ten noorden van het plangebied Noordoevers geldt het voorbereidingsbesluit Citadelterrein Noordeinde (vastgesteld d.d. 23 september 2020). Hierin wordt beargumenteerd dat het Citadelterrein bij uitstek in kwalitatieve zin geschikt is voor compensatie voor watergebonden bedrijvigheid. Een belangrijke stap daarin is het verbeteren van de planologische kaders voor de bestaande aan het watergelegen percelen. Binnen de partiële herziening Bedrijventerrein Antoniapolder plus (in ontwerp d.d. 20 september 2021) is het Citadelterrein planologisch bestemd als zijnde 'Bedrijventerrein' met functieaanduiding 'Specifieke vorm van bedrijventerrein - watergebonden en maritieme bedrijvigheid'. Hiermee wordt voldaan aan de compensatie van 'aan watergebonden bedrijvigheid' en daarmee aan artikel 7.52, lid 4.

Figuur 4.2: Uitsnede van de kaart m.b.t. de geometrische begrenzing van artikel 7.51b, tweede lid;

Noordoevers fase 1

21

watergebonden bedrijventerreinen Artikel 7.45 Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 7.45 is het volgende opgenomen: 1. Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt gaat in de motivering in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 2. Als over de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling regionale bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd of die door gedeputeerde staten zijn vastgesteld, dan kan de motivering van de behoefte, bedoeld in artikel 5.129g, tweede lid, onder a van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bestaan uit een verwijzing naar die afspraken. Het planvoornemen is in paragraaf 4.1.3 van deze toelichting al getoetst aan de ladder voor duurzame verstelijking. In deze paragraaf is ook de gemeentelijke en regionale woonvisie besproken, alsmede de regionale Groeiagenda van de Drechtsteden. Artikel 7.47 Grote buitenstedelijke bouwlocaties In dit artikel is opgenomen: "Een omgevingsplan voorziet alleen in een nieuwe stedelijke ontwikkeling groter dan 3 hectare die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien op een grote buitenstedelijke bouwlocatie." Artikel 7.47 is niet van toepassing, omdat het plangebied binnen het bestaand stads- en dorpsgebied ligt en kleiner dan 3 hectare is.

Nestgeluid afgemeerde schepen In de (oude) Omgevingsverordening Zuid-Holland was een artikel opgenomen ten aanzien van nestgeluid van afgemeerde schepen. Dit artikel is niet overgenomen in de (nieuwe) Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. In het vooroverleg met de Provincie Zuid-Holland is aandacht gevraagd voor dit onderwerp en om die reden is de onderbouwing bij het artikel uit de (oude) Omgevingsverordening Zuid-Holland ten aanzien van nestgeluid van afgemeerde schepen overgenomen. Op industrieterreinen kan door afgemeerde schepen onder andere door draaiende generatoren flinke geluidhinder worden geproduceerd. Dat wordt nestgeluid genoemt. In het huidige recht Is niet goed geregeld dat met dit geluid rekening wordt gehouden bij het situeren van geluidgevoelige functies. Om dit bij ruimtelijke planlocaties, waarin voorzien wordt in geluidgevoelige functies, binnen de grenzen van de provincie Zuid-Holland te betrekken is de Omgevingsverordening Nestgeluid opgesteld (vastgesteld d.d. 12-10-2022). In het akoestisch onderzoek behorende bij onderhavig bestemmingsplan is beschreven dat nestgeluid geen belemmering vormt. Dit wordt verder toegelicht in paragraaf 5.5 van deze toelichting. Conclusie Gezien het voorgaande dient geconcludeerd te worden dat er geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen ontwikkeling vanuit de Omgevingsverordening.

4.2.3 Transitievisie Warmte 2021 In het Klimaatakkoord van 2019 is afgesproken dat alle Nederlandse woningen en gebouwen aardgasvrij moeten zijn in 2050. In de Transitievisie Warmte 2021 wordt beschreven hoe wordt ingezet op aardgasvrije woningen en gebouwen binnen de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. Om aardgasvrije woningen en gebouwen te realiseren moeten andere warmtebronnen voorhanden zijn. Dit kan door middel een aansluiting op het warmtenet, gebruik van zon- en windenergie of duurzaam gas. In het kader van de Transitievisie Warmte 2021 is per buurt van Hendrik-Ido-Ambacht onderzocht wat de beste alternatieven zijn voor het gebruik van aardgas. De Noordoevers geldt als een 'Nieuwbouw- of transformatiegebied'. Binnen dit gebied zijn de beste alternatieven de aansluiting op het warmtenet of het gebruik van energie opgewekt door zon, lucht of wind. Conclusie

Noordoevers fase 1

22

Voor de woningen in onderhavig plan worden de mogelijkheden onderzocht om aan te sluiten op het warmtenet of gebruik te maken van energie die aardgasvrij wordt opgewekt en worden zonnepanelen toegepast. Middels voldoende isolatie wordt getracht warmte zo goed mogelijk vast te houden. Hierover zijn in een anterieure overeenkomst passende afspraken gemaakt tussen ontwikkelaar en de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht en wordt voldaan aan de Transitievisie Warmte 2021.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Woonvisie 2017-2031'Goed wonen in de Drechtsteden' In juli 2017 is de Woonvisie 2017 - 2031 'Goed wonen in de Drechtsteden' vastgesteld. De Woonvisie heeft als ambitie om een gezicht te geven aan degenen die geen wooncarrière kan worden geboden. Door onder andere de crisis begin jaren '10 is de ontwikkeling in oeverlocaties vertraagd of afgeblazen. Inmiddels ligt er tegenwoordig in de zuidvleugel van de Randstad een enorme nieuwbouwopgave. In de Woonvisie worden de kwalitatieve ambities met kwantitatieve groeidoelstellingen verbonden. De inzet van de Woonvisie is toevoeging van woningen in het duurdere segment. Het brengt een keten van verhuisbewegingen op gang om een wooncarrière in de Drechtsteden te starten én te behouden. Dit beperkt de uitstroom van hogere inkomens, welke een stimulans zijn voor economische groei en nog betere voorzieningen. Duurdere woonmilieus kunnen echter niet op elke locatie worden gecreëerd. Naast de woning moet ook ook de woonomgeving onderscheidend zijn en daarom wordt geprogrammeerd op locaties met unieke kwaliteiten, zoals de rivieroevers. De afgelopen jaren is een deel van de locaties langs de rivieroevers en rond het Drierivierenpunt al ontwikkeld. Dit geldt voor Wilgenbos/Achterhakkers en Riedijkshaven in Dordrecht, Westkeetshaven in Zwijndrecht, de Alblasserwerf in Alblasserdam en het Merwehoofd in Papendrecht.

Ongeveer 10% van alle nieuwe woningen in de afgelopen 15 jaar is hier gebouwd, deels in combinatie met kantoren, horeca, detailhandel en culturele voorzieningen. De verblijfskwaliteit van de oevers op deze locaties is met deze functies flink verhoogd. Een aantal andere oeverlocaties is of komt binnenkort in ontwikkeling. Dit geldt onder meer voor Stadswerven in Dordrecht, Euryza in Zwijndrecht, het Havengebied en Mercon Kloos in Alblasserdam. Ook het plan Noordoevers is (weer) opgepakt als transformatieopgave naar woningbouw (het deel van Hendrik-Ido-ambacht tot aan Zwijndrecht). Deze wordt ontwikkeld per deellocatie. Het is belangrijk dat de kwaliteit van deze oeverlocaties integraal wordt versterkt. De oevers blijven zo veel mogelijk openbaar toegankelijk, zodat er naast wonen ook ruimte is om te recreëren. De ontwikkelpotentie van de oeverlocaties wordt lokaal ingevuld en in gezamenlijkheid bezien. Per locatie wordt nagegaan voor welke doelgroep deze geschikt is, of wat er nodig is om deze locatie geschikt te maken. Het gaat hierbij niet alleen om de doelgroep die nodig is om de basis op orde te krijgen (koopprijs €250.000-€400.000), maar ook om de doelgroepen die op zoek zijn naar unieke topproducten (koopprijs boven de €500.000 en koopprijs boven de €1.000.000). Hierdoor wordt de doorstroming bevorderd.

Voor alle oeverlocaties geldt dat de bereikbaarheid, als verbinding naar centrale voorzieningen, sterk verbeterd zal worden. Goede bereikbaarheid is een randvoorwaarde voor het realiseren van topmilieus. Conclusie Het plan De Noordoevers wordt specifiek genoemd in de Woonvisie 2017-2031. De beoogde ontwikkeling van maximaal 176 grondgebonden woningen en appartementen in het (middel)dure segment sluit aan bij de Woonvisie 2017-2031 die inzet op het realiseren van zogenaamde topmilieus. 4.3.2 Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0 Door de gemeenten van de regio Drechtsteden (Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht), Provincie Zuid-Holland en de waterschappen Hollandse Delta en Rivierenland is de Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0 (RES 1.0) opgesteld. Dit document beschrijft de energiestrategie voor de regio Drechtsteden. Een doelstelling uit de RES 1.0 is het verminderen van het energieverbruik in de gebouwde omgeving

Noordoevers fase 1

23

met ten minste 20% in 2030 ten opzichte van 2020. Om dit doel te bereiken dient een handelingsperspectief geboden te worden aan inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners en dienen zij gestimuleerd te worden om zoveel mogelijk energie te besparen. Hierin is een belangrijke voorbeeldfunctie weggelegd voor (lokale) overheden. Op het gebied van mobiliteit wordt ingezet op een uitgebreide laadinfrastructuur, de vernieuwing van OV-bussen en het stimuleren van fietsgebruik. Ten aanzien van het opwekken van hernieuwbare elektriciteit op land zetten de Drechtsteden in op zonen windenergie. Zonne-energie wordt verkregen uit zonnepanelen op daken en zonnepanelen in restruimten. Daarnaast wordt ingezet op grootschalige opwekking van zonne-energie en windenergie in vier uitwerkingsgebieden bij: Kijfhoek; A15 nabij Hardinxveld-Giessendam; A15 langs de Betuwelijn; A16 ten zuiden van Dordrecht. Vanwege het terugdringen van het gebruik van aardgas zijn andere warmtebronnen nodig voor het verwarmen van gebouwen. Daar waar mogelijk zetten de Drechtsteden in op het gebruik van duurzame warmte die in de regio aanwezig is. Deze warmte komt via een warmtenet de huizen binnen. Vóór 2030 is het streven om 25.000 woningen aan te sluiten op het warmtenet.

Conclusie Voor de woningen in onderhavig bestemmingsplan wordt onderzocht hoe ze het beste invulling kunnen geven aan de (duurzaamheids)ambities uit de Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0. In een anterieure overeenkomst zijn hierover afspraken gemaakt tussen ontwikkelaar en de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Structuurvisie Hendrik-Ido-Ambacht, 'Waar de Waal stroomt' In juli 2009 is de Structuurvisie Hendrik-Ido-Amacht vastgesteld. Deze structuurvisie stelt samenvattend de volgende doelen: Het toevoegen van een ruimtelijke component aan het lopende traject van de Toekomstvisie (d.d. maart 2008) en andere beleidsplannen; Het opstellen van een integraal en gemeentebreed beleid op hoofdlijnen; Het vormen van een goed communicatiemiddel tussen burger en gemeente. Hendrik-Ido-Ambacht is snel gegroeid en groeit nog steeds. Met de ontwikkeling van de wijk De Volgerlanden wordt het dorp aanzienlijk uitgebreid. Hiermee groeit het aantal inwoners snel en dat heeft effect op de gemeenschap. Om die reden is de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht gestart met een brede discussie om na te denken en inzichtelijk te krijgen over hoe de inwoners willen leven (wonen, werken, recreëren, winkelen etc.). Een belangrijke vraag is of Hendrik-Ido-Ambacht 'af' is met de oplevering van de wijk De Volgerlanden. De gemeente kent na De Volgerlanden geen grote uitbreidingsgebieden meer (behoudens het transformatieproject Noordoevers. Een andere belangrijke vraag is welke identiteit de gemeente moet aannemen en welke positie zij wenst in te nemen in de regio. Allemaal vragen die aan de orde zijn gekomen bij het opstellen van de Toekomstvisie.

Een ambitie om bijvoorbeeld te voorzien in de eigen woningbehoefte, vraagt om een ruimtelijke vertaling in een structuurvisie. Anderzijds bepalen de ruimtelijke mogelijkheden het realiteitsgehalte van de ambities. De Toekomstvisie Hendrik-Ido-Ambacht en de Structuurvisie zijn hierdoor onlosmakelijk met elkaar verbonden en beïnvloeden elkaar. Ten behoeve van de ontwikkeling van de Noordoevers tot (hoofdzakelijk) woongebied is een Structuurplan (d.d. 2005) opgesteld. Het plangebied loopt tot aan het bedrijventerrein Antoniapolder. Veel van de ambities zoals verwoord in de Toekomstvisie worden hier gerealiseerd. Zo zal er een jachthaven worden ontwikkeld, zal het wonen een duidelijke relatie met het water krijgen en zal de

Noordoevers fase 1

24

binding met het water nadrukkelijk aanwezig zijn. Bij de ontwikkeling van de Noordoevers krijgen het (recreatieve) gebruik en de toegankelijkheid van de oevers, in relatie met de ontwikkeling van het natuurgebied Sophiapolder en de Galgeplaat, de nodige aandacht. Aan de Noordoevers kan een voorlichtingspaviljoen worden ingericht en een voetveer worden aangelegd voor de bezoeker. Wat betreft woningen in Hendrik-Ido-Ambacht zijn de woningen in het algemeen van goede kwaliteit. Wel is het aanbod eenzijdig c.q. stralen de verschillende wijken een zekere homogeenheid uit. Daarbij geldt dat een aantal buurten door hun stedenbouwkundige opzet extra gevoelig zijn voor een versnelde achteruitgang. Nieuwbouw zal een rol moeten vervullen bij het doorbreken van deze homogeniteit. Hierbij dient aandacht te zijn voor de wensen van de consument (gezinnen, ouderen, starters). Een ander gemeentebreed aandachtspunt is de kwaliteit van de woonomgeving. In de Noordoevers worden zogenaamde Gouden Randen ontwikkeld: grote woningen met een hoogwaardige architectuur en royale uitstraling. Voor het project Noordoevers is transformatie van het bedrijventerrein Veersedijk naar woningbouw voorzien. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem binnen de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is in grote lijnen bekend. Voor het project Noordoevers (bedrijventerrein Veersedijk) ligt een forse saneringsopgave.

De bodemsaneringsopgaaf sluit in algemeenheid aan op de landelijk gestelde doelen. Door verschillende instanties (onder meer Rijkswaterstaat, VROM, provincies Gelderland, Zuid-Holland, Noord-Brabant, VNG, Unie van Waterschappen) is gewerkt aan de opstelling van de Beleidslijn 'Grote Rivieren'. De Beleidslijn is op 14 juli 2006 in werking getreden en komt in de plaats van 'Ruimte voor de Rivier'. Het gebied Noordoevers is in deze nieuwe beleidslijn opgenomen met de kwalificatie 'bergend regime'. In de toelichting op de Beleidslijn is verwoord dat ter plaatse van deze kwalificatie in principe alle soorten van activiteiten zijn toegestaan, mits deze activiteiten voldoen aan de gestelde rivierkundige voorwaarden. Vergunningverlening is mogelijk indien er sprake is van een zodanig situering en uitvoering van de ingreep, dat: onveilige situaties worden voorkomen; er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor de toekomstige vergroting van de afvoercapaciteit; de waterstandverhoging of afname van de bergingscapaciteit zo gering mogelijk is; er duurzame compensatie optreedt van eventuele resterende waterstandeffecten. In het kader van cultuurhistorie dienen cultuurhistorische elementen behouden te blijven en waar nodig versterkt te worden. De ruimtelijk-functionele relatie van het stedelijk gebied met de Waal en de rivier de Noord dient versterkt te worden.

Met de toekomstige ontwikkeling van de Noordoevers kan een grote slag gemaakt worden. Conclusie Het plan Noordoevers wordt specifiek genoemd in de Structuurvisie Hendrik-Ido-Ambacht (d.d. juli 2009). Het beleid is gericht op zogenaamde Gouden Randen, met royale woningen in het hogere segment. De huidige beoogde ontwikkeling van Noordoevers sluit hier volledig bij aan. Daarnaast sluiten ook de beoogde verbinding met het water, het toegankelijk maken van het water (recreatie) en de landschappelijk inpassing van de buitendijkse locatie aan op de Structuurvisie. Concluderend past de beoogde ontwikkeling van de Noordoevers binnen de Structuurvisie Hendrik-Ido-Ambacht. 4.4.2 Woonvisie Hendrik-Ido-Ambacht 2019-2025 De lokale woonvisie is de lokale uitwerking van de regionale woonvisie, op basis van de uitgangspunten van het coalitieprogramma. De kracht van Ambacht is groen, rust en ruimte, bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid. Trends zijn een aanhoudende bevolkingsgroei, een vergrijzende samenleving en kleiner wordende huishoudens. Één van de grote woningbehoeften van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is dat er koopwoningen komen boven de € 250.000. In het uitvoeringsprogramma is aangegeven dat er 2268 nieuwbouwwoningen in de periode 2015 tot en met 2027 gepland staan.

Dit aantal bestaat voor een groot deel uit de ontwikkelingen Volgerlanden-West, de Volgerlanden-Oost en de Noordoevers. Na deze grote bouwprojecten ziet de gemeente geen grote bouwprojecten meer in Hendrik-Ido-ambacht. Conform het coalitieprogramma 'Gewoon Ambacht' komen binnen de Noordoevers geen sociale huurwoningen. Dit is eveneens aangegeven in de Nota van uitgangspunten voor ontwikkeling van de

Noordoevers fase 1

25

Noordoevers. De Nota van uitgangspunten is vastgesteld door de Raad (d.d. 7 december 2020). Deze locatie is er op gericht om de doorstroming binnen Hendrik-Ido-Ambacht te bevorderen. Elders binnen de gemeente wordt ingezet op sociale huurwoningen. In de woonvisie komt ook het thema 'Duurzaamheid' sterk naar voren. De visie schrijft onder meer voor dat nieuwbouwwoningen waar mogelijk niet meer aangesloten worden op aardgas. Indien mogelijk worden nieuwe woningen aangesloten op het warmtenet of als 'nul-op-de-meter-woning' met gebouwgebonden energie of energieleverend gebouwd. Naast het inzetten op alternatieve, duurzamere energiebronnen, wordt gekeken naar een duurzame bouw van woningen en andere gebouwen. Hiervoor wordt de GPR-gebouw methode gehanteerd als toetsinstrument van duurzaam bouwen. Conclusie De Noordoevers is als groot bouwproject aangegeven in de lokale woonvisie van Hendrik-Ido-Ambacht. Dit plan betreft de eerste fase van de ontwikkeling de Noordoevers. Met deze ontwikkeling worden koopwoningen boven de € 250.000 gerealiseerd. Conform het coalitieprogramma 'Gewoon Ambacht' komen binnen de Noordoevers geen sociale huurwoningen. Geconcludeerd kan worden dat het plan aansluit op de woningbehoeften in Hendrik-Ido-Ambacht.

Voor de woningen in onderhavig bestemmingsplan wordt onderzocht hoe ze het beste invulling kunnen geven aan de (duurzaamheids)ambities uit de woonvisie.

Noordoevers fase 1

26

Hoofdstuk 5

5.1

Omgevingsaspecten

Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.)

Wettelijk kader Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kaderstellend is voor of een besluit neemt over projecten met grote milieugevolgen een milieueffectrapportage te doorlopen. Onderdeel C van de bijlage Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. Van andere projecten moet het bevoegd gezag beoordelen of deze projecten belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Deze projecten staan in onderdeel D van de bijlage Besluit m.e.r. Hierbij geldt de omvang van een project als richtwaarde, en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is vrijwel altijd een toets noodzakelijk of sprake is van een project met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van de projecten, plaats van de projecten en kenmerken van het potentiële effect. Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r. wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(-beoordeling) uit te voeren.

Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom vanaf 1 april 2011 ook bij kleine bouwprojecten, zoals de initiatieven in dit plan, beoordelen of een m.e.r.(-beoordeling) nodig is. Sinds 16 mei 2017 is de Implementatiewet 'herziening m.e.r. richtlijn' in werking. De richtlijn wijzigt de procedure en de inhoud van het MER en de m.e.r.-beoordeling, maar ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit heeft gevolgen voor de inhoud en procedure van ruimtelijke plannen. Voor activiteiten, die zijn opgenomen in onderdeel D van de Bijlage bij het Besluit m.e.r. en waarvan de omvang beneden de in kolom 2 genoemde drempel ligt, geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Resultaten De woningbouwontwikkeling is te beschouwen als een activiteit zoals genoemd in categorie 11.2 uit de D-lijst van Besluit m.e.r. Het gaat respectievelijk om “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject''. De voorgenomen activiteit blijft onder de drempelwaarden van de categorie. Hoewel de drempelwaarden niet worden overschreden moet op grond van artikel 2 lid 5 sub b van het Besluit milieueffectrapportage een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd worden. Het betreft een vormvrije m.e.r.-beoordeling.

De initiatiefnemer van een activiteit waarvoor een plicht tot een m.e.r.-beoordeling geldt, moet dat voornemen schriftelijk mededelen aan het bevoegd gezag. In dit project is deze mededeling vormgegeven door het opstellen van voorliggende aanmeldingsnotitie. De aanmeldingsnotitie in bijlage 2 bevat de informatie op basis waarvan het bevoegd gezag besluit of er sprake is van "belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu", die het doorlopen van de m.e.r.-procedure wenselijk/noodzakelijk maken. Conclusie In de aanmeldingsnotitie wordt geconcludeerd dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn als gevolg van het planvoornemen en dat kan worden afgezien van het opstellen van een milieueffectrapport en het doorlopen van de formele milieueffectrapportageprocedure. Daarnaast is de cumulatie met andere projecten beoordeeld in deze aanmeldingsnotitie. Zo is de woningbouwontwikkeling de Noordoevers in gemeente Zwijndrecht ten zuiden van het plangebied beschouwd. Hieruit blijkt dat beiden woningbouwontwikkelingen (de Noordoevers in

Noordoevers fase 1

27

Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht) meegenomen zijn in het verkeersmodel, en dus zijn beschouwd in het verkeersonderzoek (bijlage 3). Daarnaast is uit de stikstofdepositie-onderzoeken voor beide nieuwbouwprojecten (in Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht) gebleken dat de depositietoename kleiner is dan 0,00 mol/ha/j. Daarom hoeven cumulatie-effecten ten aanzien van stikstof niet te worden beschouwd voor deze projecten. In de directe nabijheid van het project spelen geen andere projecten waarmee cumulatie van effecten te verwachten is.

5.2

Bedrijven en milieuzonering

Beleidsmatig kader Bedrijfsactiviteiten kunnen hinder voor de (woon-)omgeving veroorzaken door lawaai, onaangename geuren, stof, trillingen, verkeers- en parkeeroverlast. Daarom is het nodig om bedrijfsactiviteiten (of andere functies die het leefmilieu belasten) op een aanvaardbare afstand van woningen of andere hindergevoelige functies te situeren, al dan niet gecombineerd met het treffen van speciale maatregelen. Voor de milieuzonering in dit plan is gebruik gemaakt van de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009). Methodiek In de publicatie worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in zes categorieën, variërend van lichte tot zeer zware milieuhinder. Per milieucategorie zijn richtafstanden tot hindergevoelige functies opgenomen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in twee gebiedstypen: een rustige woonwijk en een gebied met een menging van functies. In tabel 5.1 zijn deze richtafstanden weergegeven. Deze afstanden zijn gebaseerd op de mate van verspreiding van geluid, stof, gevaar en geur. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Vergelijkbaar met de rustige woonwijk zijn rustig buitengebied, stiltegebied en natuurgebied. Daarvoor gelden dan ook dezelfde richtafstanden.

Een ander omgevingstype is het gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een variatie aan functies; direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren tot het omgevingstype gemengd gebied. Het gemengd gebied kent door de aanwezige variatie aan functies en situering al een hogere milieubelasting. Dit kan aanleiding zijn om gemotiveerd voor één of meer milieuaspecten een kleinere afstand aan te houden dan wordt geadviseerd voor een rustige woonwijk. Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk 1 10 m 2 30 m 3.1 50 m 3.2 100 m 4.1 200 m 4.2 300 m 5.1 500 m 5.2 700 m 5.3 1.000 m 6 1.500 m Tabel 5.1: Richtafstanden per milieucategorie. Milieucategorie

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

De VNG-publicatie is geen wet, maar wel een algemeen aanvaarde richtlijn voor de toepassing van milieuzonering in een ruimtelijk plan. Niettemin gaat de publicatie uit van richtafstanden, die in algemene zin bepaald zijn op basis van gemiddelde productieprocessen. Dat betekent dat bij de toepassing van de publicatie altijd ook de feitelijke situatie ter plaatse in ogenschouw moet worden genomen.

Noordoevers fase 1

28

Classificatie plangebied In het plangebied komen woningen en horeca. Enerzijds wordt het plangebied afgebakend door de Rietbaan en natuureiland Sophiapolder, anderzijds door de Veersedijk, die de enige toegang vormt tot het plangebied. Het plangebied grenst aan de zuidzijde direct aan een woonbestemming, waar meerdere woningen staan. Verder richting het zuiden zijn enkele bedrijven gesitueerd, geschaald in verschillende milieucategorieën (tot 4.1). De kenmerken van het plangebied (intensief woongebied) en de omgeving (niet direct gelegen aan hoofdinfrastructuur) geven het plangebied de classificatie 'rustig woongebied'. Toetsing Inwaartse zonering-effect van nabijgelegen bedrijven op het plan In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de aanwezige bedrijfsactiviteiten in de directe omgeving van het plangebied. Voor bijna alle bedrijfsactiviteiten geldt dat er wordt voldaan aan de richtafstanden (conform de VNG-publicatie). Adres

Veersedijk 211a Veersedijk 279

Veersedijk 281

Veersedijk 291

Omschrijving aanwezige Milieucategorie Richtafstand Afstand tot bedrijven (ten hoogste) rustig milieugevoelige woongebied functie (wonen) in (m) plangebied (m) Geen KvK registratie op dit 3.1 50 51 adres sinds 1999. H.P. autobedrijf 3.1 50 83 Dijk auto's Oils and Fat Int. B.V. Drechtsteden vethandel Dordt clean holding B.V. Europoort Handels- en Transportmaatschappij Veerdijk auto's Juridisch advies 3.2 100 124 Wiga handelsonderneming Padvice logistiek adviesbureau Van Gameren holding Van Gameren transport Functieaanduiding: specifieke vorm van bedrijf transportbedrijf Engsteph Scheurwater 4.1 B.V. (Scheeps- en jachtreparatie en groothandel in aggregaten, vrachtwagens en scheepsmotoren)

200

124

Functieaanduiding: specifieke vorm van bedrijf motorenreparatiebedrijf

Noordoevers fase 1

29

Veersedijk 187

Zandhandel 3.2 Hendrik-Ido-Ambacht - van der Waal (Groothandel in zand en grind)

100

230

Functieaanduiding: Specifieke vorm ban bedrijf - zand- en grindhandel Tabel 5.2: Overzicht bedrijfsactiviteiten en (richt)afstanden tot plangebied De huidige bedrijfsactiviteiten nabij het plangebied voldoen niet allen aan de door de VNG opgestelde richtafstanden tot milieugevoelige functies (woningbouw) in het plangebied. Er wordt namelijk niet voldaan aan de richtafstand voor Veersedijk 291 met milieucategorie 4.1. Hierbij geldt ten aanzien van geur een richtafstand van 50 meter, voor stof 30 meter en voor gevaar 30 meter. De richtafstanden voor geur, stof en gevaar vallen dus niet over het plangebied heen en vormen geen belemmering voor het planvoornemen. De grootste richtafstand van 200 meter hoort bij het aspect geluid. Er zijn echter meer woningen aanwezig op een veel kortere afstand dan de woningen uit het plangebied, dit is zichtbaar in onderstaande afbeelding. Zelfs tussen het plangebied en de locatie Veersedijk 291 is al een woning aanwezig binnen de bestemming wonen. Ook daar moet worden voldaan aan de normwaarden uit het activiteitenbesluit. Het bedrijf bij Veersedijk 291 heeft geen maatwerkvoorschriften om meer geluid te mogen maken. Het betreft een klein bedrijf met enkele medewerkers.

Akoestisch gezien is er geen reden om aan te nemen dat er in het plangebied hogere geluidbelastingen op de gevels zullen voordoen dan op grond van het activiteitenbesluit is toegelaten. Gezien de ligging ten opzichte van het bedrijf en de afstand tot het bedrijf is het ook niet aannemelijk dat er hinder op kan treden door piekgeluiden bij het laden en lossen.

Figuur 5.1: Veersedijk 291 met milieucategorie 4.1 t.o.v. bestaande woningen in de omgeving en het plangebied. Conclusie Aangezien aan de richtafstanden uit de VNG-handreiking Bedrijf en Milieuzonering kan worden voldaan, danwel dat er in reeds bestaande woningen dichterbij de bestaande bedrijven gesitueerd zijn, vormt

Noordoevers fase 1

30

milieuzonering geen belemmering. Woningen zullen geen milieuhinder ondervinden en bedrijven zullen niet belemmerd worden door de nieuwe woningen. Er zal sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

5.3

Verkeer

Inleiding In het belang van een goede ruimtelijke ordening moet sprake zijn van een aanvaardbare afwikkeling van alle soorten verkeer. Bij ruimtelijke planning dienen verkeerskundige aspecten afgewogen te worden, omdat deze van grote invloed zijn op de het doelmatig functioneren van verschillende functies. Wanneer nieuwe ontwikkelingen worden gepland, is het van belang te onderzoeken welke effecten dit heeft op de verkeerskundige situatie om zo nodig passende maatregelen te kunnen nemen. Onderzoek In het bij dit bestemmingsplan bijgevoegde verkeersonderzoek (Bijlage 3) wordt bepaald wat de effecten van de voorziene ontwikkelingen zijn op het verkeer, waaronder verkeersafwikkeling en parkeren. Hieronder zijn de resultaten en conclusies beknopt uiteengezet. Ontsluiting plangebied In onderstaande figuur is een verbeelding te zien van de ontsluiting van het plangebied. Naar verwachting komen er in totaal 5 nieuwe aansluitingen voor gemotoriseerd verkeer op de Veersedijk (zie rode pijlen) met daarbij zowel privé parkeerplaatsen als openbare parkeerplaatsen bedoeld voor bezoekers. In de huidige situatie zijn er 8 aansluitingen voor gemotoriseerd verkeer. Tevens worden diverse voetpaden en een dubbelrichtingsfietspad langs de Veersedijk aangelegd, waarvoor enkele oversteken worden gerealiseerd. De posities worden nog onderzocht.

Figuur 5.2: Principe ontsluiting plangebied (N.B.: gemotoriseerd verkeer via rode pijlen) Parkeren In het parkeerbeleid van Hendrik-Ido-Ambacht is opgenomen dat parkeren binnen het plangebied zelf moet worden opgevangen. De parkeerbehoefte voor de voorziene woningen en horeca is bepaald op basis van de Parkeernota Nieuwe ontwikkelingen 2018 van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. Voor de voorziene calamiteitendienst en het pontje heeft de gemeente de parkeerbehoefte bepaald op 20, respectievelijk 10 benodigde parkeerplaatsen. Het plangebied bevindt zich volgens de Parkeernota binnen de categorie 'rest bebouwde kom'. In het verkeersonderzoek (bijlage 3) is de parkeerbehoefte per functie beschreven. Hierin zijn eveneens de dubbelgebruikspercentages voor de openbare

Noordoevers fase 1

31

parkeerplaatsen verwerkt conform de Parkeernota Nieuwe ontwikkelingen 2018. De totale parkeerbehoefte in het plangebied bedraagt 348 parkeerplaatsen, waarvan 258 privé. Deze parkeerplaatsen worden aangelegd vóór ingebruikname van de woningen. Hiermee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte. In artikel 10.2 onder b is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waarin staat dat de in dit bestemmingsplan aangewezen gronden slechts in gebruik genomen mogen worden onder de voorwaarde dat er voldoende parkeerplaatsen zijn gerealiseerd conform de beleidsregel 'Parkeernota Nieuwe ontwikkelingen 2018' (of diens rechtsopvolger) en in stand worden gehouden. Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie van de voorziene ontwikkelingen zullen effect hebben op de verkeersdruk op het omliggende wegennet. Om dit inzichtelijk te maken is de verkeersgeneratie bepaald aan de hand van CROW-publicatie 317 'kerncijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Voor de functies café/bar/cafetaria en restaurant is geen CROW-kencijfer aanwezig voor de verkeersgeneratie. Wel is er een kencijfer van het aantal parkeerplaatsen beschikbaar in de Parkeernota Nieuwe Ontwikkelingen 2018 van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. Uitgangspunt is dat elke parkeerplaats twee keer per werkdag wordt gebruikt met een tweetal vervoersbewegingen per gebruik. Ook voor de calamiteitendienst en het pontje zijn geen CROW-kencijfers beschikbaar.

De calamiteitendienst is enkel actief als er calamiteiten zijn en heeft daarom geen effect op de totale, gemiddelde verkeersgeneratie. Voor het pontje geldt een gemiddelde van 4 mvt per werkdag. In het plangebied zijn maximaal 176 woningen toegestaan, verdeeld over grondgebonden woningen en appartementen. Het type woningen en het woningsegment waar ze in vallen is mede bepalend voor de verkeersgeneratie. In het verkeersonderzoek is een worst-case scenario onderzocht wat leidt tot een totale verkeersgeneratie van 1.544 mvt per werkdag. I/C-verhouding Uit het verkeersmodel (RVMK Drechtsteden 2018) blijkt dat er op een werkdag circa 7.000 motorvoertuigen (mvt) op de Veersedijk ter hoogte van het projectgebied rijden in 2018. Uit een verkeerstelling van april 2022 blijkt dat er zo’n 6.826 mvt per werkdag over deze weg rijden. In de ochtendspits zijn dit zo’n 500 motorvoertuigen en in de avondspits zo’n 700 motorvoertuigen per uur. Uit het verkeersmodel RVMK Drechtsteden 2040 Hoog blijkt dat er in de autonome toekomstige situatie in 2040 circa 10.400 mvt per uur op de Veersedijk ter hoogte van het projectgebied zullen rijden. Met daarbij in de ochtendspits 700 mvt/u en in de avondspits 1000 mvt/u. De maximale capaciteit voor een gebiedsontsluitingsweg is ongeveer 1.800 mvt/u.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13998633/1