CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij raadsvoorstel 9.2 20221024 PvA Omgevingsplan HIA def incl bijlagen

raadsvergadering openbaar 7 december 2022, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Plan van aanpak Omgevingsplan25.902 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Plan van aanpak Omgevingsplan Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht

projectnummer 0474042.100 definitief 14 oktober 2022

Plan van aanpak Omgevingsplan Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht

projectnummer 0474042.100 definitief 14 oktober 2022

Opdrachtgever Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht Weteringsingel 1 3342 AE Hendrik-Ido-Ambacht

Gecontroleerd: 14 oktober 2022

datum 14 oktober 2022

beschrijving definitief

vrijgave Laura Neijenhuis

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4

Inwerkingtreding van de Omgevingswet Implementatie van de Omgevingswet in de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht Reikwijdte van het plan van aanpak Leeswijzer

1 1 2 2

2

Periode tot 1 januari 2023

3

2.1 2.1.1 2.1.2 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.4

Rollen gemeenteraad / college van B&W Bevoegdheden onder de Omgevingswet Voorbereiding van het omgevingsplan Minimale besluiten Participatie Participatie tijdens fase 1 (Plan van Aanpak en Casco) Participatie tijdens fase 2 (uitwerking omgevingsplan) De winkel blijft open: voorbereiding op initiatieven na 1 januari 2023

3 3 3 4 4 5 5 8

3

Ambitie, proces en bouwstenen transitiefase

10

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10

Doelen omgevingsplan Ambities voor het omgevingsplan Tempo Wijze van omzetten: gebiedsgericht of themagewijs Bouwsteen Verordeningen Bouwsteen Bruidsschat Milieu Serviceniveau Overleg met de (keten)partners Risico’s

10 10 12 13 14 16 16 17 17 18

4

Casco

21

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.5.1 4.5.2

Wat is een casco? Digitaal Stelsel Omgevingswet Software Annoteren en annotatiestrategie Ontwerpkeuzes Harmoniseren van begrippen Detailuitwerking op paragraafniveau

21 21 22 22 23 23 23

5

Inzet organisatie en randvoorwaarden

24

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Inzet Organisatiestructuur omgevingsplan Planning op hoofdlijnen Capaciteit Interne communicatie

24 24 26 27 28

Bijlage 1: Stappenplan omgevingsplan Hendrik-Ido-Ambacht Bijlage 2: Participatiepalet omgevingsplan Bijlage 3: Lokaal casco Hendrik-Ido-Ambacht Bijlage 4: Instructieregels Provincie (omgevingsverordening) en Rijk (Bkl en Bal)

Plan van aanpak Omgevingsplan Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht

1

Inleiding

1.1

Inwerkingtreding van de Omgevingswet Op 1 januari 2023 is inwerkingtreding van de Omgevingswet voorzien. De nieuwe wet bundelt tientallen wetten en honderden regelingen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving en wordt praktisch uitgewerkt in vier Algemene Maatregelen van Bestuur: het Omgevingsbesluit (Ob), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: - Het beschermen van de fysieke leefomgeving: zorgen voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en de bewaking hiervan. - Het benutten van de fysieke leefomgeving: gebruiken en verder ontwikkelen van de fysieke leefomgeving op basis van maatschappelijke behoeften. Om deze doelen te bereiken introduceert de Omgevingswet zes kerninstrumenten: - de omgevingsvisie: een visie die betrekking heeft op de hele fysieke leefomgeving en die wordt opgesteld op verschillende overheidsniveaus: door het Rijk, door de provincies en door gemeenten.

De visie heeft alleen een bindende werking voor het bevoegd gezag dat de visie vaststelt; - het programma: een instrument waarin Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen beleid en maatregelen kunnen formuleren met als doel de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving tot stand te brengen of te beschermen. De juridische borging van het beleid vindt plaats in de decentrale regels; - decentrale regels: De regels over activiteiten die gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving. Het betreft regels die zijn opgenomen in het gemeentelijk omgevingsplan, de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. De regels moeten voldoen aan eventueel gestelde instructieregels en hebben een bindende werking voor iedereen (overheden en burgers); - algemene rijksregels: regels die op grond van de wet of één van de AMvB’s direct gelden voor het uitvoeren van activiteiten; - de omgevingsvergunning: een instrument waarin toestemming wordt verleend om één of meer activiteiten in de fysieke leefomgeving uit te voeren; - het projectbesluit: een uniforme procedure voor besluitvorming over projecten van Rijk, provincie of waterschap. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, komen de wetten en regelingen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving en door de Omgevingswet worden vervangen, te vervallen.

Dit heeft tot gevolg dat bestaande instrumenten – waaronder het bestemmingsplan – niet langer kunnen worden gebruikt (geen nieuwe meer in procedure gebracht, bestaande plannen behouden hun werking). Daarnaast wijzigen bevoegdheden – de gemeente wordt bijvoorbeeld in grotere mate verantwoordelijk voor het stellen van milieuregels - en veranderen procedures voor het verkrijgen van toestemming om een activiteit uit te voeren. Om klaar te zijn voor deze opgave moeten gemeenten vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet een aantal acties uitvoeren en keuzes maken om klaar te zijn voor het nieuwe wettelijk stelsel. De gemeentelijke winkel blijft immers open tijdens de transitiefase: initiatiefnemers dienen ook na 1 januari 2023 aanvragen in voor initiatieven en nieuwe gemeentelijke beleidsinzichten moeten ook na die datum hun beslag krijgen in de instrumenten die daarvoor op grond van de nieuwe wet beschikbaar zijn.

1.2

Implementatie van de Omgevingswet in de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht In de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is al een aantal stappen gezet in het kader van de implementatie van de Omgevingswet. Er is een (concept) omgevingsvisie opgesteld, die momenteel verder wordt uitgewerkt

Blad 1 van 33

ter voorbereiding op de behandeling door de gemeenteraad. In het eerste kwartaal van 2023 wordt de vaststelling verwacht. Daarnaast heeft de gemeenteraad een aantal besluiten (zie hiervoor paragraaf 2.2) genomen die nodig zijn om een soepele overgang naar de nieuwe wet mogelijk te maken. Een derde grote opgave waarmee is gestart, is het maken van keuzes ten aanzien van (de inrichting van) het gemeentelijk omgevingsplan.

1.3

Reikwijdte van het plan van aanpak In de transitie van bestemmingsplannen, bruidsschat en gemeentelijke verordeningen naar het omgevingsplan moeten veel keuzes gemaakt worden. Keuzes over bijvoorbeeld de inhoud, opzet en structuur van het omgevingsplan, maar ook keuzes over organisatorische uitgangspunten over de inzet van ambtelijke capaciteit en planning, het serviceniveau, het ‘openhouden van de winkel’ en het bij het proces betrekken van het bestuur. In dit plan van aanpak worden die keuzes in hoofdlijnen beschreven en onderbouwd. In samenhang hiermee is beschreven hoe het omgevingsplan onderdeel uitmaakt van het transitieproces.

1.4

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de periode tot inwerkingtreding van de Omgevingswet. In dit hoofdstuk wordt onder andere ingegaan op de rollen van de gemeenteraad en het college in dit proces, de minimale besluiten en de aanpak van de participatie. In hoofdstuk 3 wordt ingezoomd op de inhoud en het proces van de transitieperiode. Hoofdstuk 4 gaat over de inhoudelijke en technische uitgangspunten van het Ambachts Casco. In hoofdstuk 5 wordt de inzet van de organisatie, mijlpalen en planning besproken. In hoofdstuk 6 is een afsluitende conclusie opgenomen.

Blad 2 van 33

2

Periode tot 1 januari 2023

2.1

Rollen gemeenteraad / college van B&W

2.1.1

Bevoegdheden onder de Omgevingswet

De gemeenteraad stelt de kaders en het strategisch beleid van de gemeente vast en toetst en controleert of het college van B&W het beleid volgens afspraak en naar tevredenheid heeft uitgevoerd. In essentie blijft de rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college van B&W na de inwerkingtreding van de Omgevingswet onveranderd. Wel krijgt het college van B&W meer bevoegdheden bij de uitvoering van het beleid en is de gemeenteraad nadrukkelijker belast met de hoofdlijnen en het toezicht op het beleidsproces. Met het bestaand raadsinstrumentarium (het indienen van amendementen, moties, schriftelijke/mondelinge vragen, interpellatie, recht van onderzoek en initiatief en de actieve informatieplicht van het college van B&W) houdt de gemeenteraad zoals gebruikelijk gedurende het beleids- en besluitvormingsproces vinger aan de pols en stuurt in de gewenste ontwikkelrichting. Artikel 2.8 van de Omgevingswet voorziet in de mogelijkheid dat de gemeenteraad de bevoegdheid tot het vaststellen van (delen van) het omgevingsplan kan delegeren aan het college van B&W (delegatiebesluit). Deze nieuwe delegatiemogelijkheid komt mede in de plaats van de in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) genoemde specifieke mogelijkheid van de gemeenteraad om de bevoegdheid om het bestemmingsplan uit te werken of te wijzigen, of om nadere eisen te stellen, over te dragen aan het college.

Het in de Omgevingswet genoemde delegatiebesluit vormt een afzonderlijk besluit, dat geen deel uitmaakt van het omgevingsplan of de verordeningen. Het bepaalt binnen welke grenzen en onder welke voorwaarden de bevoegdheid kan of moet worden uitgeoefend en, voor zover nodig, binnen welke termijn. Het is aan de gemeenteraad om te bepalen of en zo ja, op welke wijze, toepassing aan deze bevoegdheid wordt gegeven. Daarbij beschikt het delegerende orgaan (in dit geval de gemeenteraad) over de bevoegdheid om beleidsregels in de zin van artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vast te stellen over de gedelegeerde bevoegdheid. Aan deze mogelijkheid heeft de gemeenteraad reeds invulling gegeven (zie paragraaf 2.2).

2.1.2

Voorbereiding van het omgevingsplan

Naast de wettelijke bevoegdheden en taken onder de Omgevingswet voor wat betreft het omgevingsplan hebben de gemeenteraad en het college aangegeven in de voorbereiding van het omgevingsplan een rol te willen vervullen. De gemeenteraad heeft aangegeven graag meegenomen te worden in de ontwikkelingen, gelet op hun bevoegdheid tot het vaststellen van het omgevingsplan. Inzicht in de totstandkoming en de keuzes en keuzemomenten zijn hierin belangrijk ijkpunten. De gemeenteraad wordt regelmatig inhoudelijk bijgepraat op het plan van aanpak, de pilot Centrumgebied en het casco. Dit heeft plaatsgevonden op 5 juli 2022 en 13 september 2022. De gemeenteraad wordt zowel schriftelijk als bij de commissie RZ/DeVO regelmatig geïnformeerd en bijgepraat over de stand van zaken rondom het omgevingsplan. Het college wordt op een zelfde wijze betrokken. Hier wordt onder meer het strategisch overleg voor gebruikt. Kortom: in de voorbereiding van het omgevingsplan worden college en de gemeenteraad betrokken. Dit is in eerste instantie niet zozeer een inhoudelijke rol. Dit is mede ingegeven door de meer beleidsneutrale overstap naar het omgevingsplan (zie ook paragraaf 3.1). Wel worden het college en de gemeenteraad regelmatig geïnformeerd en/of bijgepraat over de stand van zaken.

Blad 3 van 33

2.2

Minimale besluiten

Op het moment dat de Omgevingswet van kracht wordt, moet een zevental raadsbesluiten zijn genomen. In de raadsinformatiebrief van oktober 2021 is de gemeenteraad hierover geïnformeerd. Besluiten zijn genomen in december 2021 en januari 2022. Bij de minimale besluiten is zoveel mogelijk uitgegaan van een neutrale overgang in beleid. Hieronder is beknopte samenvatting van de besluiten opgenomen. 1. Raadsbesluit over gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor de gemeenteraad adviesrecht heeft. Het huidige raadsbesluit ‘Lijst met categorieën van gevallen waarvoor een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist’ (van april 2015) vervalt automatisch bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. De nieuwe lijst waarbij de gemeenteraad adviesrecht heeft, is gebaseerd op de 'omgekeerde' lijst van gevallen waarvoor een verklaring van geen bedenkingen op dit moment niet nodig is. Zo blijft in essentie de rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college van B&W na de inwerkingtreding van de Omgevingswet gelijk aan de huidige situatie. 2. Raadsbesluit over delegatie van het wijzigen van het omgevingsplan. Onder de Omgevingswet komen de wijzigingsbevoegdheid en de uitwerkingsplicht niet meer terug. Er is ook geen overgangsrecht voor de wijzigings-bevoegdheid en uitwerkingsplicht.

Door middel van het 'delegatiebesluit wijzigen van het omgevingsplan' kan de gemeenteraad het college bevoegd stellen om delen van het omgevingsplan te wijzigen. In essentie blijven de bevoegdheden dan zoveel mogelijk gelijk aan de situatie onder de huidige wetgeving. 3. Raadsbesluit over gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor participatie verplicht is. Bij het indienen van een omgevingsvergunning geldt na invoering van de Omgevingswet een aanvraagvereiste voor participatie (Omgevingswet, artikel 16.55 lid 6). In Hendrik-Ido-Ambacht wordt participatie in alle gevallen verplicht indien het een buitenplanse omgevingsplanactiviteit betreft en indien de vergunningsbevoegdheid bij het college van B&W ligt. 4. Verordening nadeelcompensatie; conform de modelverordening van de VNG. 5. Algemene plaatselijke verordening. Met ingang van 1 januari 2023 moet de APV al wel technisch zijn aangepast aan de Omgevingswet. De wettelijke grondslagen en formele verwijzingen in onze APV zijn geactualiseerd, zodat vanaf de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet doorgewerkt kan worden met de APV. Tot 2030 is er een overgangsfase waarin de regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving uiteindelijk in het omgevingsplan nieuwe stijl landen. 6. Verordening gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit.

De taken en bevoegdheden van de huidige monumenten- en welstandscommissies worden gecontinueerd in de nieuwe adviescommissie omgevingskwaliteit bij inwerkingtreding van de omgevingswet. 7. Legesverordening. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet mogen gemeenten milieuleges gaan heffen. Daarnaast treedt tegelijk met de Omgevingswet de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking. Vanwege de invoering van de Omgevingswet en de Wkb wordt de tarieventabel van de legesverordening herijkt. Dit laatste besluit wordt pas genomen in december 2022 of later bij uitstel van de Omgevingswet inwerkingtreding.

2.3

Participatie

Bij het opstellen van de omgevingsvisie is een uitgebreid participatietraject doorlopen waarbij inwoners en belanghebbenden zijn uitgenodigd om mee te denken en mee te doen. Uit deze activiteiten zijn richtinggevende keuzes naar voren gekomen die in het omgevingsplan meegenomen worden. Dat betekent dat naast de beleidsneutrale ontwikkeling van het omgevingsplan, ook deze nieuwe richtingen een plek krijgen in het nieuwe omgevingsplan. Bij elke stap in fase 2 om te komen tot het omgevingsplan, bekijken we aan het begin van de stap welke van deze richtinggevende keuzes op dit gebied, thema of deze bouwsteen van toepassing is. Participatie stopt echter niet bij de omgevingsvisie, maar gaat door bij het opstellen van het omgevingsplan. Het omgevingsplan vraagt om uitleg: wat is het, waarom maken we het als gemeente en wat verandert er voor de inwoner? We gaan uit van een beleidsarme overzetting, maar indien er toch beleidswijzigingen voordoen of nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt dan is het van belang om ruimte te bieden Blad 4 van 33

om mee te denken. De Ambachtse aanpak, waarbij de uitgangspunten van maatwerk, helderheid wie meedoet, duidelijke kaders, laagdrempeligheid en tijdigheid voorop staan, bieden handvatten voor het participatietraject bij het op te stellen omgevingsplan. Bij beleidsarme omzettingen is de participatie van inwoners minder van belang, maar is het wel belangrijk om interne stakeholders en ketenpartners op een goede manier mee te nemen in de technische veranderingen.

2.3.1

Participatie tijdens fase 1 (Plan van Aanpak en Casco)

Tijdens fase 1 komen we tot een Plan van Aanpak en Casco, daarbij zijn de stakeholders met name de gemeentelijke organisatie, college en gemeenteraad en ketenpartners. Zij bepalen de kaders voor het omgevingsplan (casco) en het plan van aanpak om daar te komen tijdens de transitieperiode. Daarom kiezen we ervoor om het proces praktisch in te steken en de participatie te beperken tot deze stakeholders. Ketenpartnerbijeenkomst Bij de uitwerking van het omgevingsplan en het proces om daar te komen hebben ketenpartners een belangrijke rol. Daarom betrekken we hen al bij fase 1 om hun inbreng op te halen. Tijdens de ketenpartnersessie informeren we hen over het Plan van Aanpak en Casco en is er ruimte daar vragen over te stellen en aandachtspunten mee te geven. Daarin introduceren we in meer detail het Ambachts Check Team (ACT, zie paragraaf 5.2). Daarnaast doen we met de deelnemers een oefening om gevoelt te krijgen bij hoe het ACT straks gaat werken. Opbrengsten uit de sessie nemen we mee ter aanscherping van het Plan van Aanpak.

2.3.2

Participatie tijdens fase 2 (uitwerking omgevingsplan)

Na 1 januari 2023 start de transitiefase. Het omgevingsplan voor Hendrik-Ido-Ambacht wordt in deze fase gevuld. Dan is het belangrijk om participatie af te stemmen op het verloop van het proces. De inrichting van het participatietraject voor het omgevingsplan is een bestuurlijke afweging. Het is belangrijk te bedenken wie in het traject betrokken worden en op welke wijze: inwoners, bedrijven, verenigingen. De omgevingsvisie kan een kader bieden om te spreken over de inhoud. Formele procedure en informeel proces Bij een wijziging van het omgevingsplan is er een formele procedure voor inspraak. Dit noemen we de zienswijzenprocedure: iedereen heeft de mogelijkheid om op het voornemen te reageren, inclusief een eventueel bijbehorend milieueffectrapport. Voorafgaand aan zienswijzenperioden wordt een informatiebijeenkomst (fysiek of digitaal) georganiseerd om vragen te beantwoorden. Deze informatiebijeenkomsten met de zienswijzeprocedure vormen het formele proces. Daarnaast wil de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht belanghebbenden aanvullende mogelijkheden bieden om mee te denken in het proces, wanneer er beleidsrijke wijzigingen plaatsvinden. Per onderdeel van het omgevingsplan is het belangrijk aan de voorkant stil te staan bij de aard van de wijzigingen. Is het een beleidsarme overzetting naar het nieuwe systeem? Dan is informeren en de formele inspraakprocedure wellicht voldoende.

Is het een gebiedsgerichte wijziging en/of gaan er beleidsrijke wijzigingen verwacht worden? Dan is het verstandig om inwoners aan de voorkant te betrekken. Dat betekent dat naast de formele procedure een (informeel) participatieproces wordt ingericht. Welke doelen voor participatie we nastreven per omgevingsplanwijziging is dus afhankelijk van de inhoud van de wijziging. Participatie zal steeds meer betrekking hebben op de inhoud van het plan. Maatwerk is dan essentieel. Onderstaand participatiepalet voor het omgevingsplan geeft de diverse participatiemogelijkheden weer waar tijdens het proces slim uit gekozen kan worden.

Blad 5 van 33

Het participatiepalet: leesbare versie opgenomen in bijlage 2

Doelen participatie tijdens transitiefase • Informeren: Tijdens de transitiefase wordt het omgevingsplan gebiedsgericht en themagericht verder uitgewerkt. Het is belangrijk om de omgeving op de hoogte te houden van de voortgang. • Adviseren: Met name tijdens de gebiedsgerichte uitwerkingen en bij nieuwe keuzes is het belangrijk om inwoners of omwonenden in de adviserende rol te betrekken. • Coproduceren: Uitproberen of procedures werken, aanvragen lukken, en informatie te vinden is. Dit kan bijvoorbeeld met een groep inwoners en ondernemers ( bijvoorbeeld in de vorm van een testpanel). Uitgangspunten De belangrijkste uitgangspunten voor communicatie en participatie bij een omgevingsplanwijziging zijn: • Heldere communicatie: communicatie moet tijdig, begrijpelijk en concreet zijn. •

Verwachtingsmanagement: het is belangrijk om de deelnemers altijd te informeren over de beïnvloedingsruimte die zij hebben (bijvoorbeeld: wat gebeurt er met hun inbreng en hoe vindt de terugkoppeling plaats?).

•

Brede betrokkenheid van buiten: voor een gedragen voorkeursalternatief is het belangrijk om niet alleen de ‘usual suspects’ te bereiken.

•

Voor elk wat wils: door een combinatie van communicatie- en participatiemiddelen in te zetten, worden verschillende doelgroepen aangesproken.

•

Participatie buiten het gemeentehuis: voor informatiebijeenkomsten en participatiemomenten kiezen we (indien fysiek) voor inspirerende locaties.

•

Bijsturen waar nodig: gedurende het traject houden we in de gaten of er een diverse groep inwoners en organisaties wordt bereikt en zo nodig wordt bijgestuurd.

•

Nee is ook oké: niet elke inwoner zal zijn of haar inbreng willen leveren aan het traject en dat mag ook. We maken het proces echter zo toegankelijk mogelijk. Anderhalvemeterparticipatie: we kiezen in tijden van COVID-19 voor (online en offline) methoden die voldoen aan de voorwaarden voor veilige deelname in de anderhalvemetersamenleving.

•

Blad 6 van 33

Communicatiemomenten bij een wijziging omgevingsplan In het onderstaande schema geven we weer aan welke momenten voor communicatie richting de Ambachtse samenleving gedacht kan worden bij een (gebiedsgerichte of themagerichte) wijziging van het omgevingsplan. We gaan hierbij uit van een wijziging van het omgevingsplan met beleidsrijke veranderingen, waardoor een uitgebreider participatieproces wordt doorlopen inclusief volledige m.e.r.procedure (met als eerste stap de Notitie Reikwijdte en Detailniveau welke ook ter inzage wordt gelegd). De doorlooptijd is bij een beleidsrijke wijziging 40 weken tot de wijziging omgevingsplan en MER klaar zijn voor besluitvorming (excl bestuurlijke routing). Indien het een beleidsarme wijziging is dan vallen de lichtblauw gemarkeerde stappen af en is de doorlooptijd 24 weken. # 1 2 3

4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14

15 16 17 18

19 20

Boodschap Moment Toelichting “Wat is een omgevingsplan?” en herhaling Zo vroeg mogelijk algemene informatie Omgevingswet. Aankondiging wijziging omgevingsplan gestart– toelichting Bij begin intern proces inkadering onderdeel en tijdlijn proces voorbereiding wijziging Uitnodiging informatiebijeenkomst NRD 3 weken vooraf Besluit vrijgave NRD ter inzagelegging door college + Presentatie Commissie Ruimte Officiële bekendmaking ter inzagelegging NRD (6 weken) Een week na collegebesluit i.v.m. aanlevertermijnen Reminder informatiebijeenkomst NRD Enkele dagen vooraf Verslag informatiebijeenkomst Na 2 weken Einde zienswijzeperiode en reminder Enkele dagen voor einde Besluit vaststelling NRD en beantwoording zienswijzen door college Samenvatting zienswijzen en beantwoording NRD Binnen enkele weken na termijn Vaststelling NRD en tijdlijn MER Direct na vaststelling NRD Start proces uitwerking wijziging omgevingsplan (met Minimaal 6 weken voorafgaand bijbehorend MER) en aankondiging participatie Indien langere periode reguliere updates over voortgang Elke 8 weken Uitnodigingen per participatiemoment Minimaal 3 weken voorafgaand Verslagen per participatiemoment (breder publiek) Uiterlijk 2 weken nadien Uitnodiging informatiebijeenkomst wijziging omgevingsplan 3 weken vooraf (met bijbehorend MER) Besluit vrijgave wijziging omgevingsplan (en MER) ter inzagelegging door college + Presentatie

Commissie Ruimte Officiële bekendmaking ter inzagelegging wijziging Een week na collegebesluit i.v.m. omgevingsplan (met bijbehorend MER) aanlevertermijnen Reminder informatiebijeenkomst wijziging omgevingsplan Enkele dagen vooraf (met bijbehorend MER) Verslag informatiebijeenkomst Na 2 weken Einde zienswijzeperiode en reminder Enkele dagen voor einde Besluit vaststelling wijziging omgevingsplan (met bijbehorend MER) en beantwoording zienswijzen door college en gemeenteraad Samenvatting zienswijzen en beantwoording wijziging Binnen enkele weken na termijn omgevingsplan (met bijbehorend MER) Vaststelling wijziging omgevingsplan (met bijbehorend Direct na vaststelling wijziging MER) en vervolg omgevingsplan (met bijbehorend MER)

Tot slot, participatie in dit plan van aanpak richt zich op het omgevingsplan, het opstellen daarvan en de toegankelijkheid voor inwoners en belanghebbenden. Bij een aanvraag voor een concreet initiatief onder de Omgevingswet zal ook participatie plaatsvinden. Dit is geen onderdeel van dit plan van aanpak.

Blad 7 van 33

2.4

De winkel blijft open: voorbereiding op initiatieven na 1 januari 2023

Ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen er initiatieven ingediend worden bij de gemeente waarvoor vergunningen verleend (moeten) worden of het (tijdelijke) omgevingsplan worden gewijzigd. In de maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding wordt de organisatie voorbereid op wijzigingen in de werkprocessen en procedures. Initiatieven die passen binnen het (tijdelijk) omgevingsplan worden met een reguliere vergunningprocedure vergund. Deze initiatieven laten we in dit plan van aanpak verder buiten beschouwing. Voor initiatieven die niet passen in het (tijdelijk) omgevingsplan zijn er twee bassisporen mogelijk: een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) of het wijzigen van het (tijdelijk) omgevingsplan.

Mogelijke routes voor initiatieven na inwerkingtreding van de Omgevingswet

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) De BOPA lijkt op een (buitenplanse) omgevingsvergunning. Hiervoor geldt dat het tijdelijke omgevingsplan niet wordt gewijzigd en de besluiten enkel van toepassing zijn op de locatie van het initiatief. Vanaf 2029 (deze datum wordt mogelijk nog aangepast met de inwerkingtreding van de Omgevingswet) geldt een termijn van vijf jaar voor het verwerken van een BOPA in het omgevingsplan. Dat betekent dat alle BOPA’s verleend in de periode tot eind 2029 uiterlijk eind 2034 moeten zijn verwerkt. Een BOPA wordt gemaakt in andere software dan het omgevingsplan, heeft andere standaarden en het publicatieproces is ook wezenlijk anders dan bij een wijziging van het omgevingsplan. Een BOPA is uiteindelijk wel in het DSO raadpleegbaar. Wijziging van het omgevingsplan Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet beschikt iedere gemeente over een tijdelijk omgevingsplan. Dit tijdelijk omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen en de bruidsschat (zie verder paragraaf 3.2 en verder). Een initiatief kan mogelijk worden gemaakt door het tijdelijk omgevingsplan te wijzigen. Wijzigingen worden opgesteld in de plansoftware voor omgevingsplannen, verwerkt in de DSO en worden daarmee direct onderdeel van het gemeentebrede omgevingsplan.

Dit betekent dat een wijziging van het omgevingsplan, ook als deze wordt ingediend door een initiatiefnemer, moet voldoen aan de

Blad 8 van 33

uitgangspunten die de gemeente gebruikt voor de opbouw en het annoteren van het gemeentebrede omgevingsplan. Meer daarover leest in u in het hoofdstuk Casco. Een initiatief kan leiden tot een wijziging van het (tijdelijke) omgevingsplan. Er zijn dan twee opties; het initiatief past binnen de fasering van het aanpassen van het tijdelijk omgevingsplan naar het gemeentebrede omgevingsplan of niet. In het eerste geval kan het initiatief ‘meelopen’ in de ambtshalve aanpassing van het omgevingsplan. De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht kiest voor een gebiedsgerichte actualisatie waarbij de woongebieden en het centrumgebied de prioriteit krijgen (zie hiervoor verder paragraaf 3.3). Als het niet past binnen de fasering van de ambtshalve aanpassingen kan voor een concreet geval gekozen worden voor een locatie specifieke wijziging van het omgevingsplan. Hierbij wordt in 1x de planologische inpassing van het initiatief opgepakt. Alternatief Het TAM-IMRO omgevingsplan is een tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) voor gemeenten die bij de voorbereiding en inwerkingtreding van de Omgevingswet om enige reden nog niet in staat zijn om een omgevingsplan in STOP/TP op te stellen of te wijzigen. De TAM is vooral bedoeld om urgente gebiedsontwikkeling door te kunnen laten gaan.

Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige IMROstandaard voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. De gemeente zal voor elke gebiedsontwikkeling de afweging moeten maken of en hoe zij TAM-IMRO wil inzetten. De vraag is steeds wat de uitgangssituatie, de consequenties en de alternatieven zijn. Point of no return Voor initiatieven die in de periode tot 1 januari 2023 worden ingediend is er een point of no return. Dit point of no return wordt bepaald door de gemeentelijke doorlooptijd om een plan voor te bereiden in combinatie met het overgangsrecht. Voor bestemmingsplanwijzigingen (inclusief uitwerkings- en wijzigingsplannen) geldt dat de procedure afgerond kan worden op grond van huidig recht als de ter inzage legging van het ontwerp heeft plaatsgevonden vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2023). In de gemeente Hendrik-IdoAmbacht is daarom eerder al de start van de zomervakantie (7 juli 2022) als point of no return aangenomen voor dit type ruimtelijke besluiten. Dan kunnen er geen nieuwe aanvragen voor het wijzigen van bestemmingsplannen meer in behandeling worden genomen. De gemeente kan niet garanderen dat het plan dan nog als ontwerp ter visie kan worden gelegd voor inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hierbij is het wel belangrijk om perspectief te bieden aan initiatiefnemers en een alternatieve route te bieden.

Voor omgevingsvergunningen ligt het point of no return later. Voor de Wabo-procedure geldt het moment van aanvraag, en kan daarmee in principe tot 1 januari 2023 worden ingediend.

Blad 9 van 33

3

Ambitie, proces en bouwstenen transitiefase

3.1

Doelen omgevingsplan

Zoals in paragraaf 1.1 van dit plan van aanpak is aangegeven moet de Omgevingswet bijdragen aan duurzame ontwikkeling, bewoonbaarheid van het land, en bescherming en verbetering van het leefmilieu (artikel 1.3, Omgevingswet). Deze maatschappelijke doelen vertalen zich in het bereiken van een balans tussen het beschermen en het benutten van de fysieke leefomgeving. In het omgevingsplan kunnen met het oog op de doelen van de wet regels worden gesteld over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor deze fysieke leefomgeving (artikel 4.1). Deze regels in het omgevingsplan hebben een breed karakter en zijn gericht op onder andere het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de gezondheid en het beschermen van het milieu. Daarnaast biedt het omgevingsplan ook de basis voor ontwikkelingen. Al zal in de eerste aanleg het omgevingsplan daar beperkt ruimte voor bieden, aangezien de focus ligt op het omzetten van de vigerende regelingen in de gemeente. In de hierna volgende paragrafen wordt hier uitgebreid op ingegaan.

3.2

Ambities voor het omgevingsplan

Met de komst van de Omgevingswet wordt niet alleen een nieuwe wet van kracht, deze beoogt ook een andere manier van werken. De mate waarin de Omgevingswet een andere manier van werken noodzakelijk maakt, is afhankelijk van de gemeentelijke ambitie voor de Omgevingswet in relatie tot de huidige manier van werken. Het nieuwe stelsel gaat uit van een paradigmawisseling: van een bescherming van een goede ruimtelijke ordening via een werende benadering van activiteiten (toelatingsplanologie), naar een beleidscyclus waar de continue zorg voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving centraal staat en ruimte ontstaat voor ontwikkeling. De beleidscyclus is een beschrijving van de wijze waarop door de overheid wordt gehandeld in het ruimtelijke domein. Hierin zijn het vormen en vaststellen van beleid en de uitvoering daarvan logisch met elkaar verbonden. De beleidscyclus onder de Omgevingswet biedt een structuur om de instrumenten te ordenen. De beleidscyclus start met de beleidsontwikkeling. Dit staat voor de visievorming. In de omgevingsvisie worden strategische hoofdkeuzes van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn gemaakt. Deze hoofdkeuzes kan de gemeente concreter maken in één of meerdere omgevingsprogramma’s (thematisch) en vervolgens juridisch vastleggen in het omgevingsplan. Daarna staat de uitvoering centraal.

Dat gebeurt door de initiatiefnemers van activiteiten en projecten: burgers, bedrijven of overheden die iets willen ontwikkelen. De beleidscyclus wordt afgesloten met een terugkoppeling. Met toezicht en handhaving ziet de overheid toe op naleving van de regels van het omgevingsplan en vergunningvoorschriften. Via monitoring brengt de overheid de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in beeld. Uit evaluatie blijkt of bijstelling van de beleidsdoelen (visie/programma) en/of aanpassing van de inzet van de instrumenten nodig is.

Blad 10 van 33

Vanuit de gedachte van de beleidscyclus worden de ambities voor het omgevingsplan beleidsmatig ingekleurd door de keuzes die in de visie worden gemaakt. Daarnaast is de huidige manier van werken relevant. Door deze twee zaken met elkaar te combineren wordt inzichtelijk hoe groot de veranderopgave is voor de gemeente. Voor de invoering van de Omgevingswet heeft de VNG een model ontwikkeld. Dat model beschrijft twee assen. Een gemeente kan de invoering van de Omgevingswet gebruiken om haar werkwijze aan te passen aan de eisen van de wet, of – het andere uiterste – om daadwerkelijk een grote verandering teweeg te brengen. Daarnaast kan een gemeente daarbij haar focus intern in de organisatie of juist extern in de samenleving hebben liggen. Door deze assen van uitersten met elkaar te combineren ontstaan vier ambitieprofielen: consoliderend, onderscheidend, calculerend en vernieuwend. Elke invoeringsstrategie vraagt iets anders van de gemeente. De ambitieprofielen geven richting aan keuzes en type activiteiten. Het is hierbij belangrijk dat er geen goed antwoord is. Dit is volledig afhankelijk van de gemeentelijke situatie.

Ambities van Hendrik-Ido-Ambacht In het Koersdocument (2018) is beschreven dat Hendrik-Ido-Ambacht volop bezig is met de omslag naar een meer faciliterende en participerende gemeente. De Omgevingswet geeft hieraan een extra impuls. Het biedt een nieuw kader waarbinnen de ruimte ontstaat om lokale afwegingen te maken. De vraag welk ambitieprofiel het beste bij de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht past, is tijdens diverse bijeenkomsten in voorbereiding op het Koersdocument aan de orde geweest. Voor het omgevingsplan kiezen we voor een calculerende strategie. Dat wil zeggen dat we gebruik maken van de ruimte die de Omgevingswet biedt waar dat na afweging van baten en kosten aanwijsbaar voordelen oplevert.

Blad 11 van 33

De opgave waar de gemeente voor staat om een gemeentebreed omgevingsplan op te stellen is groot en er komt veel bij kijken. Het omgevingsplan wordt een samenvoeging van verschillende typen regels (bestemmingsplanregels, verordeningen, milieuregels vanuit de bruidsschat) en wordt activiteitgericht opgesteld. Bij deze omzetting wordt gebruikt gemaakt van de handvaten die de VNG biedt in de vorm van een casco en staalkaarten met voorbeeldregels. Desondanks zullen de werkzaamheden - zeker in de beginperiode van de transitieperiode - in het teken staan van het ontwikkelen van een nieuwe structuur, het eigen maken van het opstellen van omgevingsplanregels en de digitale aspecten die onderdeel zijn van het opstellen van een omgevingsplan. Dit vergt focus van het ambtelijk apparaat op deze onderdelen terwijl tegelijkertijd de winkel open moet blijven. Daarnaast is er op dit moment – buiten de Omgevingswet – geen externe aanleiding om de huidige regelsystematiek of werkwijzen voor het opstellen van het omgevingsplan grootschalig aan te passen. Het omgevingsplan zal daarom in de basis beleidsneutraal [met een vleugje visie] worden opgesteld. Hierbij is nadrukkelijk ‘in de basis’ gebruikt.

Enkele uitzonderingen zijn namelijk wel aan de orde: • het verwerken van concrete inhoudelijke keuzes in de omgevingsvisie die afwijken van het huidige beleid zullen worden door vertaald; • nieuwe thema’s (zoals gezondheid, klimaatadaptatie en energietransitie) vergen keuzes die op dit moment nog niet juridisch zijn verankerd; • het omgevingsplan wordt opgesteld conform de eisen van de Omgevingswet, dit betekent concreet dat de regels: o activiteitgericht worden geformuleerd; o daar waar mogelijk worden vereenvoudigd; o en procedures daar waar mogelijk worden versimpeld; • het verwerken van de bruidsschat (zie paragraaf 3.5). De uitwerking van deze keuzes vindt onder meer plaats in de pilot die wordt opgesteld voor het centrumgebied. De regels die worden opgesteld voor dit pilotgebied zijn vanuit de basis beleidsarm en worden daarom binnen de gemeente met ambtelijke organisatie en het bestuur besproken. Opmerkingen en aandachtspunten kunnen dan leiden tot een aanpassing van de ambitie van een beleidsneutrale aanpassing en de invoeringsstrategie. Indien er beleidsrijke wijzigingen plaatsvinden in het pilotgebied, dan kiezen we voor aanvullende participatiemogelijkheden voor inwoners en ondernemers.

3.3

Tempo

Met het inwerkingtreden van de Omgevingswet krijgt de gemeente van rechtswege een (tijdelijk) omgevingsplan. Dit omgevingsplan bestaat uit de hieronder opgenomen onderdelen. • ruimtelijke regels (o.a. huidige bestemmingsplannen, uitwerking- en wijzigingsplannen) • bruidsschatregels • erfgoedverordening; • geurverordening; • verordening afvoer regen- en grondwater; • welstandsnota 2015.

De gemeente heeft dan tot eind 2029 de tijd om hier een volwaardig omgevingsplan van te maken dat conform de vereisten van de Omgevingswet is opgesteld. Schematisch ziet het omzetten van het omgevingsplan er tijdens de transitiefase zo uit.

Blad 12 van 33

Het bepalen van een richtdatum voor het gereed hebben van het gemeentebrede omgevingsplan geeft richting aan de benodigde ambtelijke capaciteit en inzet gedurende de transitieperiode. Hoewel de transitieperiode tot eind 2029 kan duren, is het raadzaam om deze periode zo kort mogelijk te laten zijn, zonder dat er te veel spanning komt te staan op de reguliere werkzaamheden. Het tempo van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht De gemeente beschikt over een groot aantal bestemmingsplannen, is al in regionaal verband aan de slag met de verschillende onderdelen van de Omgevingswet en is eind 2021 gestart met het opbouwen van een (structuur) van het omgevingsplan waarvan de eerste resultaten inmiddels gereed zijn. De gemeente richt zich op het gereed hebben van het gemeentebrede omgevingsplan eind 2026. Hierbij wordt uitgegaan van de datum van vaststelling van de laatste onderdelen van het omgevingsplan en worden eventuele beroepsprocedures buiten beschouwing gelaten. Daarmee is de verwachting dat de transitieperiode in de raadsperiode 2022-2026 kan worden afgerond.

3.4

Wijze van omzetten: gebiedsgericht of themagewijs

Het omzetten van ruimtelijke regels van het tijdelijke omgevingsplan naar het gemeentebrede omgevingsplan en het verder vullen van het omgevingsplan met de bouwstenen bruidsschat en verordeningen kan gefaseerd. De gemeente bepaalt zelf hoe omvangrijk een fase is. Het is dus niet nodig om in 1 keer voor het hele grondgebied alle regels om te zetten. Door de omvang en complexiteit van het gemeentebrede omgevingsplan is het juist aan te bevelen het omgevingsplan stap voor stap op te bouwen. Dat kan gebiedsgericht (per locatie), themagericht of in een combinatie daarvan worden vormgegeven. Met een themagewijze omzetting wordt voor de gehele gemeente één thema of beleidsveld in één keer in het omgevingsplan geborgd. Daarmee ontstaat een uniforme regeling voor het betreffende beleidsveld voor het grondgebied van de gehele gemeente. Voorbeelden van thema’s waar hierbij aan gedacht kan worden zijn: parkeerregels, regels voor gebieden met een archeologische verwachtingswaarde, bouwregels of de nieuwe thema’s zoals klimaatadaptatie, gezondheid en de energietransitie. Bij een gebiedsgerichte omzetting is een bepaald gebied het uitgangspunt. Dat kan een ontwikkelingsgebied zijn of juist een bestaand gebied, zoals een woonwijk of een bedrijventerrein. Bij een gebiedsgerichte omzetting wordt in de basis een volledige omzetting van de regels op die locatie beoogd.

Hierbij is echter wel van belang dat de gemeente erop let dat de regels in het nieuwe deel van het omgevingsplan niet in

Blad 13 van 33

strijd zijn met de regels in het tijdelijk deel. Dit is vooral van belang bij het omzetten van ruimtelijke regels naar het nieuwe deel. Een regel in het nieuwe deel van het omgevingsplan kan namelijk strijdig zijn met een ruimtelijke regel in het tijdelijk deel. Om dat te voorkomen, kan een gemeente (alle) ruimtelijke regels voor een locatie in het tijdelijk deel intrekken of werken met een voorrangsbepaling. Met de laatste mogelijkheid vervallen de oude ruimtelijke regels niet, maar gaan de regels in het nieuwe deel voor op de ruimtelijke regel in het tijdelijk deel. Beide mogelijkheden hebben voor- en nadelen. Bij een themagewijze omzetting is er een mogelijkheid dat geen optimale integratie van regels wordt bereikt. Ook kan het zijn dat een thema al in het definitieve omgevingsplan is opgenomen, maar de rest van de regels nog in het tijdelijk deel van het omgevingsplan zijn opgenomen. Dat komt de gebruiksvriendelijkheid niet ten goede: een inwoner moet dan zowel in het tijdelijke als volwaardige omgevingsplan kijken om te zien wat er op zijn of haar perceel is toegestaan. Dit is echter ook een situatie die kan ontstaan bij de gebiedsgerichte omzetting als er gebruik wordt gemaakt van voorrangsregels. Het is ook mogelijk om thema’s en gebieden gelijktijdig aan te pakken.

De werkwijze van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht De voorkeur van de gemeente gaat uit naar een gecombineerde omzetting van gebieden en thema’s. Voor de fasering op inhoud zullen eerst de meest ontwikkelde beleidsthema’s, zoals bijvoorbeeld wonen, worden aangepakt. Hierbij wordt voor de gebiedsgerichte aanpak aansluiting gezocht bij de deelgebieden uit de omgevingsvisie. Voor de nieuwe thema’s (klimaatadaptatie, gezondheid, energietransitie en duurzaamheid) en de bouwsteen verordening wordt een themagerichte aanpak gekozen. Voor de bouwsteen bruidsschat is de aanpak tweeledig. Een deel van de regels (bouwregels en de regels die samenhangen met specifieke thema’s zoals horeca of agrarische activiteiten) worden als onderdeel van de gebiedsgerichte wijzigingen meegenomen. De meer algemene milieuregels uit de bruidsschat worden themagewijs opgepakt. Dat geldt ook voor de thema’s geluid, bodemkwaliteit en dergelijke. In paragraaf 5.3 is een schematisch overzicht van de processtappen (inclusief bouwstenen) opgenomen in een planning op hoofdlijnen.

3.5

Bouwsteen Verordeningen

Gemeenten hebben op basis van de Gemeentewet de bevoegdheid om wetgeving op gemeentelijk niveau te regelen. Dit zijn de zogenaamde verordeningen. Een gemeentelijke verordening is een regeling die geldt voor iedereen binnen de gemeente, en die vaak tot doel heeft de gemeente netjes en leefbaar te houden voor iedereen. Op grond van de Gemeentewet mogen en moeten gemeenten verordeningen uitvaardigen en ook sanctioneren. De gemeentelijke verordeningen maken - in tegenstelling tot de bruidsschat – op een enkele uitzondering na geen deel uit van het tijdelijke omgevingsplan, maar blijven naast het omgevingsplan bestaan tot uiterlijk eind 2029. Regels uit de gemeentelijke verordeningen dienen echter voor die tijd wel een plek te krijgen in het gemeentebrede omgevingsplan als die: • een onderdeel van de fysieke leefomgeving wijzigt; • verplicht in het omgevingsplan moet staan vanwege een instructie of instructieregels; • geldt als maatwerkregel op een voorschrift van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) of Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Wijzigen van een onderdeel van de fysieke leefomgeving Een gemeente moet regels over activiteiten, die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen, opnemen in het omgevingsplan (artikel 2.1, eerste lid Omgevingsbesluit). Activiteiten die de fysieke leefomgeving wijzigen zijn 'tastbaar'.

Voorbeeld hiervan is het bouwen van een gebouw of het kappen van boom. Blad 14 van 33

Instructie of instructieregels verplichten opname in het omgevingsplan Het Rijk of een provincie kan een instructie geven over de inhoud van het omgevingsplan. De instructieregels van het Rijk staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving. De instructieregels van de Provincie Zuid-Holland staan in de verordening. In bijlage 4 is een overzicht opgenomen van de instructieregels in het Bkl, Bal en de provinciale verordening en is inzichtelijk gemaakt of deze relevant is voor de gemeente. Maatwerkregels Het omgevingsplan kan in veel gevallen met maatwerkregels afwijken van de bepalingen uit het Bal of Bbl. Regels uit verordeningen die te zien zijn als een maatwerkregel, moeten dus in het omgevingsplan staan. Regels die over de fysieke leefomgeving gaan maar deze niet wijzigen, mogen in het omgevingsplan staan, maar dit is geen verplichting. Er moeten dus keuzes worden gemaakt over het overnemen van regels uit de gemeentelijke verordeningen en hoe deze een plek krijgen in het omgevingsplan. Er is ook een categorie regels die niet opgenomen mogen worden in het omgevingsplan. Dit betreffen regels die niet gaan over de fysieke leefomgeving (artikel 1.2 en 2.4 Ow). Ook regels over onderwerpen die in andere regelgeving uitputtend is geregeld, mogen niet worden opgenomen in het omgevingsplan, tenzij de andere regelgeving hiertoe de mogelijkheid biedt (artikel 1.4 Ow).

Daarnaast mogen regels die afwijken van het Bal, Bbl of een omgevingsverordening en waarbij het niet mogelijk is maatwerkregels in het omgevingsplan op te nemen, niet opgenomen worden in het omgevingsplan (artikel 4.6, derde lid Ow). Vanuit het Bkl is de bescherming van de rijksinfrastructuur geborgd. Regels die de rijksinfrastructuur belemmeren zijn eveneens niet toegestaan (artikel 5.163 Bkl). Tot slot zijn regels op basis van een aantal artikelen van de Gemeentewet via artikel 2.1, tweede lid, van het Omgevingsbesluit uitgesloten. Hier vallen bijvoorbeeld regels voor cameratoezicht onder (in het kader van de openbare orde en veiligheid). Voor het omzetten van de verordeningen naar omgevingsplanregels heeft de VNG een handreiking1 geschreven. Doel van deze handreiking en het bijbehorende stroomschema is het geven van inzicht waarom (delen van) verordeningen in het omgevingsplan kunnen of moeten landen en waarom andere (delen) juist niet. Ook wordt inzicht gegeven in de handelingen die nodig zijn om te kunnen komen tot een werkbaar en consistent verordeningenbestand nadat delen daarvan zijn opgenomen in het omgevingsplan. De handreiking bevat geen blauwdruk, maar biedt een handvat met te doorlopen stappen die van belang zijn bij de afweging van het al dan niet opnemen van regels uit verordeningen in het omgevingsplan.

Omzetten verordeningen in Hendrik-Ido-Ambacht In hoofdzaak zullen de gemeentelijke verordeningen in 1 keer worden geïntegreerd (als een themagewijze aanpassing) op enkele uitzonderingen na. Deze uitzonderingen (bijv. welstand) zullen worden opgepakt bij de gebiedsgerichte aanpassingen. Het omzetten van de verordeningen naar het gemeentebrede omgevingsplan en de keuzes die daarbij horen worden als separaat traject binnen de gemeente opgepakt en zal op termijn inhoudelijk worden ingepast. Bij het verder uitwerken van het separate traject van de verordeningen is van belang onderscheid te maken in verschillende werkzaamheden: • aanpassingen die nodig zijn in de huidige gemeentelijke verordeningen voorafgaand aan inwerkingtreding van de omgevingswet (verwijzingen naar wetgeving die de Omgevingswet vervangt); • omzetten van de verordeningsregels in het omgevingsplan (inhoudelijke keuzes (‘mag’-categorie, inhoudelijk afstemmen met de omgevingsplanregels en het herschrijven van de verordeningsregels)

1

Handreiking verordeningen en het omgevingsplan | VNG Blad 15 van 33

•

3.6

‘afhechten’ van de overgebleven regels in de verordeningen en daarmee samenhangende nadere regels en beleidsregels.

Bouwsteen Bruidsschat

Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, komen verschillende rijksregels te vervallen. Deze regelgeving wordt aan decentrale overheden overgelaten. Omdat het te veel gevraagd is van gemeenten om al deze regels voor inwerkingtreding van de Omgevingswet omgezet en verwerkt te hebben, zorgt de overheid dat deze regels automatisch onderdeel worden van het tijdelijke omgevingsplan en zet deze ‘klaar’ in de digitale omgeving (DSO). Deze bruidsschatregels gelden bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In de transitieperiode zal de gemeente een keuze moeten maken over het vertalen van de bruidsschatregels naar de lokale context en hoe ze deze in het definitieve omgevingsplan willen verwerken. De bruidsschat bestaat uit de volgende onderdelen, die in het omgevingsplan verwerkt moeten worden, zover relevant voor Hendrik-Ido-Ambacht. Het staat de gemeente vrij om de onderwerpen en regels in het omgevingsplan in te passen zoals gewenst.

De onderstaande indeling uit de bruidsschat hoeft niet te worden overgenomen: • begrippen (hoofdstuk 1) • voorrangsbepalingen en overgangsrecht (afdeling 22.1) • regels over bouwwerken, open erven en terreinen (afdeling 22.2) • regels over milieubelastende activiteiten (afdeling 22.3) • regels over aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafond (afdeling 22.4) • regels over overige gemeentelijke omgevingsvergunningen (afdeling 22.5) Vanaf het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet kunnen gemeenten bruidsschatbepalingen van het omgevingsplan wijzigen en laten vallen. Voorwaarde is dat de regels (blijven) voldoen aan de instructieregels van rijk en provincie. Omzetten van de bruidsschat in Hendrik-Ido-Ambacht In hoofdzaak zal de bruidsschat in 1 keer worden geïntegreerd (als een themagewijze aanpassing) op enkele uitzonderingen na. Deze uitzonderingen (bijvoorbeeld regels over bouwwerken en de regels over aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafond) zullen worden opgepakt bij de gebiedsgerichte aanpassingen. Het omzetten van de bruidsschat naar het omgevingsplan en de keuzes die daarbij horen worden als separaat traject binnen de gemeente opgepakt en zal op termijn inhoudelijk worden ingepast. Uitzondering daarop is de VNG top-21 topactiviteiten.

Aan deze wordt in het kader van het op peil houden van de dienstverlening prioriteit gegeven.

3.7

Milieu

Het omgevingsplan bevat naast de ruimtelijke ordeningsregels ook nadrukkelijk milieuregels. Het betreft onder andere regels over geluid, geur, bodem, maar ook daar aan gerelateerde aspecten als trillingen en veiligheid. De normen voor deze aspecten zijn in de huidige situatie ondergebracht in landelijke wetgeving. Onder de Omgevingswet wijzigt dit. Voor een deel van deze normen geldt straks geen landelijke wetgeving meer maar is de gemeente aan zet (Bouwsteen Bruidsschat). Voor de overige milieuonderdelen blijft sprake van landelijke wetgeving, maar kan wel sprake zijn van lokale afwegingsruimte. Een aantal milieuonderwerpen wijzigt daarnaast van inhoud (bijv. geluid, bodem en externe veiligheid). Dit betekent dat enerzijds bij het opstellen van het gemeentebrede omgevingsplan keuzes moeten worden gemaakt op de punten waar lokaal afwegingsruimte is. Daarnaast zal – in overleg met externe partners zoals de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid – en de veiligheidsregio invulling gegeven moeten worden aan de inhoudelijke milieuthema’s en de vertaling daarvan in het gemeentebrede omgevingsplan. Deels wordt deze invulling ook ingevuld door instructieregels in het Bkl.

Blad 16 van 33

3.8

Serviceniveau

De koepelorganisaties hebben een bestuurlijke afspraak gemaakt dat het huidige dienstverleningsniveau behouden moet blijven. Initiatiefnemers moeten in het Omgevingsloket minimaal dezelfde vergunningchecks en vergunningaanvragen kunnen doen als in het huidige Omgevingsloket online (OLO). Dat betekent dat, om het huidige dienstverleningsniveau te behouden, er toepasbare regels gemaakt moeten worden. Dit is ook een minimale eis voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Met indieningsformulieren in het Omgevingsloket, kunnen initiatiefnemers een vergunning aanvragen, een melding indienen en informatie aanleveren. Het maken van indieningsformulieren vindt plaats met toepasbare regels. Toepasbare regels zijn begrijpelijke vertalingen van juridische regels die worden opgenomen in het Omgevingsloket (onderdeel van het DSO). Daar kunnen burgers en bedrijven onderzoeken of ze een vergunning moeten aanvragen of een melding moeten doen voor hun initiatief. Dat doen ze door vragen te beantwoorden. De toepasbare regels dragen bij aan de digitale dienstverlening van gemeenten aan burgers en bedrijven. Zoals hierboven beschreven dient de gemeente voor de indieningsformulieren toepasbare regels te maken. Het is niet verplicht om toepasbare regels te maken voor de vergunningcheck. Maar voor een goede dienstverlening is het wel nodig.

Het staat de gemeente vrij om hier keuzes in te maken (alles/ top 10activiteiten/ geen). Toepasbare regels voor Hendrik-Ido-Ambacht De gemeente gebruikt – samen met de overige Drechtsteden de software van Knowledge Values. De software van Knowledge Values is opgebouwd met kennistabellen per (deel)activiteit. Vanuit de Drechtsteden is een regelanalist aan de slag om vragenbomen en toepasbare regels op te stellen in samenspraak met de diverse beleidsvelden binnen de gemeente. De software van Knowledge Values bevat zowel een module om juridische regels te maken als wel toepasbare regels waar de andere softwareleveranciers zich richten op een van beide toepassingen. Vanwege de gestructureerde opbouw van de kennistabellen en de software die het betrekkelijk eenvoudig maakt om toepasbare regels op te stellen, is op dit moment de verwachting dat vrijwel voor alle (deel)activiteiten toepasbare regels zullen worden opgesteld. Desalniettemin vergt het opstellen van de beide type regels behoorlijke inspanning van zowel de juristen als de domeinexperts (kennisdragers van een thema of onderwerp)

3.9

Overleg met de (keten)partners

Samenwerking in de regio en in de keten is nodig om omgevingsvisies en decentrale regels op elkaar af te stemmen. De afstemming voorkomt ook dat een initiatiefnemer langs verschillende overheidsloketten moet en te maken krijgt met verschillende regels. Dit vraagt echter wel dat de gemeente afstemming organiseert binnen de regio met provincie en waterschap en met uitvoeringsorganisaties zoals GGD, de omgevingsdienst en de veiligheidsregio. Het gaat hierbij om afstemming op het gebied van: • visievorming (omgevingsvisie); • planvorming (omgevingsplan en decentrale regels van provincie en waterschap); • het proces; • vergunningverlening; • toezicht en handhaving. De samenwerking is van belang voor verschillende aspecten: • behandeling van aanvraag van complexe vergunningen in 8 weken; • vertalen van de verschillende decentrale juridische regels in toepasbare regels en het afstemmen van inhoudelijke vraagstukken.

Blad 17 van 33

Omgevingstafel Onder de Omgevingswet wordt het vergunningverleningsproces flink ingekort naar 8 weken en wordt een integrale afweging gemaakt. Daarbij is het uitgangspunt: ‘hoe maken we dit initiatief mogelijk?’. Een gelijkwaardige informatiepositie van de initiatiefnemer is daarvoor de basis. Wanneer een aanvraag te complex is om het in 8 weken te kunnen doorlopen, wordt er geadviseerd een vooroverleg in te richten voor de formele vergunningaanvraag wordt ingediend. VNG heeft hiervoor een dialoogmodel ontwikkeld waarbij de omgevingstafel centraal staat2. Aan tafel zitten de initiatiefnemer en alle betrokkenen. Het initiatief wordt besproken vanuit de gedachte het mogelijk te maken. Dit levert de initiatiefnemer een integraal advies op, waarmee hij de vergunningaanvraag vervolgens kan opstellen en indienen. Binnen de Drechtsteden zijn al regionale afspraken over gemaakt. De geformaliseerde procesafspraken zorgen dat de intake- en omgevingstafels eraan bijdragen dat Hendrik-Ido-Ambacht voorbereid is op de nieuwe termijnen onder de Omgevingswet, het dienstverleningsniveau (nog meer) zal stijgen en worden de belangen van alle partijen aan de voorkant meegenomen. In Hendrik-Ido-Ambacht zijn deze procesafspraken in 2021 gemaakt. Overige samenwerking binnen de regio Binnen de regio vindt op verschillende thema’s en verschillende niveaus samenwerking plaats.

Hieronder is een beknopt overzicht opgenomen. Algemeen • Projectgroep binnen de Drechtsteden met als doel de gehele implementatie van de Omgevingswet door te nemen. Dit is een brede groep waarbinnen verschillende projectleiders van verschillende trajecten binnen de Drechtsteden aan tafel zitten. • Stuurgroep OZHZ met als doel de gehele implementatie van de Omgevingswet in breder verband door te nemen. Onder deze stuurgroep hangen diverse subwerkgroepen (proces voor omgevingstafel, vergunningverlening, toezicht en handhaving en de projectgroep voor de legesverordening). VTH • Regionale stuurgroep VTH voor kennisdeling en uniformiteit in de regio. Ook is in de gemeente de eindverantwoordelijkheid belegt voor de VTH-applicatie die binnen de Drechtsteden wordt gebruikt. • Projectgroep VTH software op Drechtsteden niveau. Binnen Zuid-Holland Zuid worden door deze projectgroep ketentesten gedaan (technische inpassing Omgevingswet). Brede vertegenwoordiging van provincie, waterschap, omgevingsdienst, veiligheidsdienst, GGD. Omgevingsplan • Regionale werkgroep plansoftware. In deze regionale werkgroep worden pilots uitgevoerd en wordt gesproken over de (technische) uitgangspunten van het omgevingsplan. Deelnemers zijn Knowledge Values (software voor het omgevingsplan en de toepasbare regels), de regelanalist en beleidsmedewerkers ruimtelijke ordening.

3.10

Risico’s

Een lange transitiefase brengt risico’s met zich mee. In onderstaande tabel zijn de grotere risico’s die we nu voorzien uitgelicht en daar hebben we beheersmaatregelen op geformuleerd. Mogelijk risico Uitstel inwerkingtreding Omgevingswet

2

Beheersmaatregel 14 oktober 2022 kwam het nieuws dat de Omgevingswet met 6 maanden wordt uitgesteld. Dat betekent dat de officiële transitieperiode voor het omgevingsplan mee schuift en start op 1 juli 2023. Dit heeft echter geen invloed op het voorliggende Plan van

Omgevingstafel | VNG Blad 18 van 33

Aanpak, we gaan aan de slag met de eerste deeluitwerking (Centrum) in 2022. Vaststelling en publicatie in het nieuwe DSO vinden dan pas na 1 juli 2023 plaats. Niet alles gaat meteen goed

Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet werken we met het omgevingsplan van rechtswege. We houden de winkel open, maar houden er ook rekening mee dat niet alles in één keer perfect zal zijn. We zullen tegen onverwachte zaken aanlopen en nieuwe dingen moeten bedenken, door het voortschrijden van de tijd en nieuwe inzichten. We beheersen dit risico door dit Plan van Aanpak te baseren op de laatste informatie en daarmee voor te bereiden op deze transitiefase. Daarnaast zorgen we bij onverwachte ontwikkelingen voor uitwisseling en kennisdeling binnen de Drechtsteden. Echter kan niet geheel voorkomen worden dat de inzichten van nu in de transitiefase mogelijk bijgesteld moeten worden. In dat geval zorgen we voor duidelijke communicatie, zowel intern als extern, ambtelijk en bestuurlijk.

Langere looptijd dan 2026

Wij zetten een planning op met de mijlpalen in het proces, zodat hier tijdig op gestuurd en/of geanticipeerd kan worden. Door iedere twee weken de voortgang te bespreken binnen het projectteam, monitoren we of we op schema liggen. Er wordt veel gevraagd van de ambtelijke organisatie en de planning is daarom nog afhankelijk van vraagstukken rondom budget en bemensing. Hiervoor worden bij de gemeentelijke begroting voorstellen gedaan. Het kritieke pad zijn de doorlooptijden bij besluitvorming, echter deze is juist ook cruciaal. Tijdige terugkoppeling naar college en gemeenteraad (in de commissie) is van belang om bijsturen mogelijk te maken. De langere looptijd kan ook samenhangen met het moment van inwerkintreding van de Omgevingswet. Zolang de wet niet in werking getreden is, kan geen wijziging van het omgevingsplan worden vastgesteld. In dat geval zorgen we wederom voor duidelijke communicatie over het veranderende proces.

Risico op fouten in het omgevingsplan (juridische regels).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12050234/1