Bijlage bij nr. 6 - Bundel stukken HVC
Tekst van het document
9 Inclusief 100MW restwarmte
32
190405 ■ Warmtestrategie HVC - 18 november 2019
A
-
-
De projecten in Den Helder, Westland en Lelystad zijn gebaseerd op geothermie. Zij hebben een reductie van ongeveer 60%. In het geval van Lelystad ontwikkelt HVC in samenwerking met Vattenfall een geothermiebron die een aanvulling vormt op de bestaande biomassacentrale van Vattenfall. Alle projecten lijken plaats te vinden in gebieden waarvan de Startanalyse in de Leidraad aangeeft dat warmtenetten de laagste nationale kosten hebben. Het is niet bekend of deze projecten ook daadwerkelijk in die exacte buurten zijn, maar de potentie zit in ieder geval in de nabijheid.
Voor zo ver informatie beschikbaar is van de projecten, lijkt het overgrote deel een aanzienlijke CO2-reductie op te leveren en vinden zijn plaats op die plekken in Nederland waar ook qua kosten de keuze voor een warmtenet op lange termijn de verstandige keuze is. Nadere, gedetailleerdere analyses van de projecten zijn nodig om beter te bepalen wat de milieuwinst en financiële voordelen van deze projecten zijn.
4.4.2 Selectie- en beoordelingskader voor warmte Uit de informatie die wij hebben ontvangen over het selectie- en beoordelingskader van HVC, is de volgende set van criteria opgesteld: - Investeringen volgen het normale HVC-kader van risico- en rendementsafwegingen. Andere parameters zijn erg lokaal en projectspecifiek en worden per casus beoordeeld. - Er wordt belang gehecht aan de robuustheid van een project. Daarbij zijn criteria: • Voldoende startvolume aan contracten • Een bronnenstrategie waarin alternatieven zijn voor onzekerheden - Projecten moeten aansluiten bij transitievisies in de gemeente.
Hoewel dit kader niet heel uitgebreid is, lijkt het de belangrijkste onderdelen te bevatten. Ten eerste wordt gekeken naar de lokale omstandigheden om te bepalen wat de financiële risico’s zijn en welke projectrendement behaald kan worden. De robuustheid wordt logisch ingestoken, door te zoeken naar die projecten die enige omvang kunnen hebben bij aanvang. En die projecten die een bronnenstrategie kunnen hebben waarbij de bron op termijn wordt verduurzaamd (indien deze niet vanaf de start duurzaam is). Als laatste is het inderdaad zeer wenselijk om aan te sluiten bij de ideeën en wensen die lokaal leven en zijn gevat in een transitievisie. Indien HVC een warmtenet plant in een buurt waar de gemeente juist naar all electric wil, dan wordt het een moeilijk proces. Op voorhand hiermee rekening houden lijkt dan ook verstandig. HVC voert warmteprojecten pas uit als ze bestuurlijk gewenst, technisch en financieel haalbaar en maatschappelijk aanvaardbaar zijn. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar ‘laaghangend fruit’, maar wordt ook gezocht naar juist die oplossingen die de gemeenten in staat stellen om de hele gebouwde omgeving te verduurzamen tegen maatschappelijk verantwoorde kosten (HVC, 2019). Dit ‘rudimentaire’ kader is goed geschikt om een eerste indicatie van de haalbaarheid van warmteprojecten te geven.
Om uiteindelijk stappen te kunnen zetten zijn aanzienlijk meer criteria nodig. HVC vult daarom deze stappen ook aan met het zoeken naar de zogenaamde meekoppelkansen. Hierbij kan gedacht worden aan de wensen van corporaties en bewoners, het momentum van de gasnetbeheerder, et cetera. Een nadere uitwerking hiervan kan aanvullend inzicht geven in de haalbaarheid van projecten.
33
190405 ■ Warmtestrategie HVC - 18 november 2019
A
4.4.3 Wijze van projectontwikkeling Op basis van de interviews zijn de volgende stappen uitgewerkt als onderdeel van de projectontwikkeling van HVC: 1. Bij het ontwikkelen van projecten zijn de klanten1011 het uitgangspunt van HVC. Eerst wordt een startvolume aan contracten gezocht. Daarvoor zijn woningcorporaties een logisch startpunt omdat het warmtenet een gunstige oplossing is voor hun bezit. Daarnaast zijn nieuwbouw, VvE’s en utiliteitsbouw aantrekkelijke startklanten. Op dit moment is het minst duidelijk hoe particuliere woningeigenaren het beste meegenomen kunnen worden. Hiervoor moeten nog passende organisatievormen of (financiële) modellen worden ontwikkeld. 2. Naast de klanten is de bronnenstrategie van belang. Hierbij wordt de leveringszekerheid en toekomstbestendigheid in acht genomen. 3. Vervolgens wordt gezocht naar mogelijke aansluiting van de uitrol van een warmtenet bij werkzaamheden zoals rioolsaneringen en vervanging van gasleidingen Over het gehele proces worden de risico’s geïnventariseerd (scope, tijdspad) en beheersmaatregelen bedacht. De stijl/visie van HVC is het bouwen van partnerships, vertrouwen en structurele samenwerking in plaats van dichtgetimmerde contracten afstuiten. Deze aanpak lijkt heel zinvol, maar tegelijkertijd blijkt er nog veel onzekerheid uit over de echt grootschalige uitrol.
Op dit moment, in de huidige context van wet- en regelgeving en beleid in Nederland is dat echter niet zo gek. We staan aan het begin van een zeer groot schalige warmtetransitie, maar de wet- en regelgeving is nog niet ondersteunend aan de grootschalige uitrol van warmtenetten of de grootschalige implementatie van individuele alternatieven. Er bestaat nog geen mandaat bij een stakeholder om te zeggen welke gasaansluiting per wanneer moet verdwijnen. Dat betekent dat de huidige projecten het toch vooral moeten hebben van ‘verleiden’ en niet van ‘verplichten’. De hiervoor omschreven aanpak en met name de visie van HVC lijken daar op eerste gezicht goed bij aan te sluiten. Daar komt bij, dat de huidige ‘referentie-situatie’ een verwarming met aardgas en HR-ketel is. Zeker in de bestaande bouw. Deze wijze van verwarmen is relatief gezien goedkoop, maar klimaatbelastend. Alle alternatieven zijn over het algemeen duurder, omdat daarbij wel de kosten van klimaatschade integraal in de prijs zit. Dat betekent, dat zolang in Nederland het paradigma van de aardgasverwarming leidend is, alternatieven op een ‘achterstand’ staan. Indien door wet- en regelgeving aardgas niet meer de standaard is en het speelveld uit aardgasloze opties bestaat, is het speelveld gelijk.
In zeer veel situaties zal een warmtenet op dat moment een interessante propositie zijn voor de bestaande gebouwde omgeving (zie ook de uitkomsten van de Startanalyse, Figuur 8)11. Tot die tijd is de gekozen aanpak van HVC een verstandige aanpak, om als het ware vanuit een olievlekaanpak een warmtenet te ontwikkeling, dat steeds groter wordt.
4.4.4 Bronnenstrategie HVC heeft een generieke aanpak voor het ontwikkelen van een robuust en toekomstbestendig warmtent. Per project wordt een robuuste meerjarenbronnenstrategie gemaakt. Deze heeft de volgende kenmerken:
10 Hierbij gaat het primair om woningcorporaties. In samenwerking met de gemeente kunnen ook particulieren
benaderd worden met behulp van participatie, maar hier ligt niet de eerste inspanning vanuit HVC. 11 In vergelijking met een HR-ketel van € 2.000 is een warmtenet met aansluitingen van € 15.000 per woning zéér veel geld. Maar in vergelijking met een warmtepomp en de benodigde gebouwaanpassingen van € 50.000-75.000
per woning, is het al snel financieel interessant.
34
190405 ■ Warmtestrategie HVC ■ 18 november 2019
A
Bij het uitrollen van een warmtenet wordt vaak 2-3 jaar uitgegaan van tijdelijke gasketels om het vollooprisico van een warmtenet te beheersen. Voor de basislast wordt primair uit van geothermie, thermische energie uit opper vlaktewater en thermische energie uit afvalwater. Het verduurzamen van de piek is nu nog niet onderwerp van de bronnenstrategie. Verder in de toekomst zouden mogelijk biomassa of waterstof hiervoor opties zijn. Biomassa en restwarmte worden niet gezien als toekomstbestendige basislast. Deze bronnen zouden ofwel als transitiebrandstoffen ofwel in een andere functie kunnen worden toegepast, zoals biomassaketels als aanvulling op geothermie.
Deze strategie komt op ons als verstandig over. Wat wij echter niet kunnen nagaan, is of deze strategie ook realistisch is voor alle projecten die nu in ontwikkeling zijn of voor alle HVC-gemeenten. Het is immers niet overal mogelijk om te werken met geothermie of aquathermie. Meer informatie van de verschillende projecten en gedetailleerdere analyses zijn nodig om te zien of deze strategie ook overal houdbaar is. En wat er gebeurt indien deze op bepaalde plekken niet mogelijk is. De keuze om biomassa te zien als transitiebrandstof en niet als onderdeel van het duurzame eindbeeld lijkt heel verstandig. Op korte termijn leidt de inzet van biomassa tot een aanzienlijk COz-reductie, maar op lange termijn worden vragen over de duurzaamheid van biomassa steeds belangdjker. Restwarmte kent vele soorten en maten. Het kan ons inziens prima dienen als warmtebron in een eindbeeld. Ook in een klimaatneutraal Nederland zullen er industriële activiteiten plaats blijven vinden die een hoge warmtevraag hebben en die waarschijnlijk daarmee ook een hoog aanbod van restwarmte hebben. Het niet logisch deze restwarmte niet in te zetten in warmtenetten voor het verwarmen van gebouwen.
4.4.5 Mogelijke aanvullingen In het onderzoek is gekeken naar de vier voorgaande onderwerpen. Dit is echter een beperkt deel van de operationele activiteiten van HVC op het vlak van warmtenetten. Aanvullend zou het kunnen bijdragen om ook te kijken naar het interne beleid met betrekking tot: — Prijsstelling: Wat is de huidige en toekomstige strategie met betrekking tot de prijzen van warmte in de warmtenetten. Blijft dit zo lang mogelijk conform de maximumprijs uit de huidige Warmtewet (NMDA)? Of wordt gekeken naar andere manieren van prijsstelling om bijvoorbeeld warmtenetten gunstig(er) in de markt te zetten, zodat in de komende jaren met behulp van ‘verleiding’ meer projecten gerealiseerd kunnen worden? - Marketing en communicatie: Een groot probleem met veel van de huidige warmte leveranciers is de gebrekkige communicatie en marketing ten opzichte van de huidige en toekomstige klanten. Goede marketing en communicatie zou een integraal onderdeel moeten zijn van de groeistrategie van HVC. Onderdelen hiervan vult HVC al in, zoals het beantwoorden van repeterende of veelvoorkomende vragen, of het werken met transpa rante businesscases waarbij de stakeholders helder inzicht krijgen in de financiële parameters, afwegingen en keuzes. — Ontzorging: Met de warmtetransitie komt er zéér veel op de gewone burgers en bedrijven af.
Mensen wordt gevraagd om iets wat ze nu al hebben (een warm huis) voor veel geld en overlast om te zetten naar iets ‘nieuws’ (wederom een warm huis). Voor veel mensen is dat heel ingrijpend en het lijkt dan ook verstandig om een strategie te hebben/ontwikkelen voor het ontzorgen van potentiële klanten. Er zijn al diverse voorbeelden van in Nederland, die gaan van kleine dingen (zoals een pannenset voor het koken op inductie) tot grote dingen (tijdelijke vervangende woningen bij grote over last).
35
190405 ■ Warmtestrategie HVC • 18 november 2019
A
Arrangementen: Praktijkvoorbeelden in het buitenland laten zien dat het een transitie eenvoudiger gaat als de potentiële klanten een keuze kunnen hebben. Het gaat dan niet om een keuze wel of geen warmtenet, maar wel een keuze voor verschillende arrangementen van ‘hoe’ de connectie met het warmtenet wordt gemaakt. Het gaat daarbij om keuzes in eigendom van afgifteset, keuzes in de mate van aansluiting (tot de voortuin of tot in het huis), et cetera. Door bijvoorbeeld een aantal arrangementen voor te leggen aan klanten, met verschillende keuzes en kosten, wordt de ervaring van maatwerk gecreëerd, terwijl HVC het arrangement programmatisch uit kan voeren.
36
190405 ■ Warmtestrategie HVC - 18 november 2019
A
5 Conclusie De centrale vraag in dit onderzoek is de keuze voor collectieve warmtenetten van HVC een veilige keuze zijn in de opgave om van aardgas los te gaan. Het korte antwoord op deze vraag is ‘ja’. Hiervoor zijn de volgende onderbouwende argumenten:
Veilige keuze voor warmtenetten in het algemeen -
-
-
-
-
-
-
-
37
Bewezen techniek en proces: al bijna 100 jaar worden warmtenetten toegepast in Nederland. En al decennialang worden bestaande complexen, gebouwen en woningen aangesloten op bestaande en nieuwe warmtenetten. Het is een bestaande, bewezen techniek die niet heel veel ‘geheimen’ meer kent. Lokaal proces, onafhankelijk van globale of nationale ontwikkelingen: het ontwikkelen van een warmtenet gebeurt lokaal en is afhankelijk van lokale parameters. Het is niet afhankelijk van globale innovaties, van grootschalige energieproductie op de Noordzee of van landsdekkend infrastructuur. Veel verduurzamingsopties: er zijn zeer veel duurzame bronnen voor warmtenetten, van verschillende temperatuurniveaus, omvang en eigenschappen. Daarnaast is het opslaan van warmte relatief eenvoudig, waardoor het inpassen van duurzame bronnen een voudiger is. Grote COj-besparing op korte en lange termijn: bij een woning die wordt aangesloten wordt direct 100% CO2 bespaard als puntbron in een woonwijk. Uiteraard wordt in veel situaties bij de warmtebron en -productie nog wel CO2 uitgestoten, maar dat is aanzienlijk minder dan oorspronkelijk bij de woning. Het is daarna eenvoudiger om bij één grote bron CO2-maatregelen te treffen, dan bij 10.000 kleine CO2-bronnen. Door in te zetten op warmtenetten wordt op korte termijn een aanzienlijke milieuwinst behaald.
Met besparingspercentages van 60% tegen de huidige situatie, welke stijgen in de toekomst, wordt ruimschoots invulling gegeven aan de tussendoelen van de Nederlandse regering voor 2030. Lage maatschappelijke kosten voor aardgasvrij: met name in de stedelijke gebouwde omgeving heeft een warmtenet lage (zo niet de laagste) maatschappelijke kosten voor een aardgasvrije warmtevoorziening. Daar waar de warmtevraag verspreid is (buitengebied) hebben veelal alternatieven lagere maatschappelijke kosten. Uit de technisch-economische analyses met modellen als CEGOIA, Vesta, het Energietransitiemodel en Caldomus komt naar voren dat warmtenetten op basis van maatschappelijke kosten op veel plekken gunstige oplossingsrichtingen zijn. Het ontwikkelen van nieuwe warmtenetten kent vanzelfsprekend diverse risico’s. Klein en groot. Veel van deze risico’s zijn gekoppeld aan het huidige paradigma: in Nederland verwarmen we gebouwen met aardgas. Echter, in een situatie waarin dat paradigma niet meer opgaat, verdwijnt of reduceert een groot aantal van de risico’s. Dan wordt er niet vergeleken met een HR-ketel van € 2.000, maar met een warmtepomp en gebouwaanpassingen van € 50.000-75.000 per woningen. Hiermee worden onder andere de financiële risico’s voor zowel de eindgebruiker als de warmteleverancier een stuk kleiner.
Echter, op dit moment is het paradigma nog zeer sterk aanwezig (met name in de bestaande bouw), maar begint steeds meer af te brokkelen. Flexibiliteit in komende decennia: een warmtenet is sec gezien een infrastructuur waar warm water doorheen loopt, waarmee de gebouwen zich verwarmen. Hierbij vinden geen enkele emissies plaats. De bronkant van een warmtenet is daarmee flexibel, mits de juiste hoeveelheid warmte, van de juiste kwaliteit beschikbaar is. Hiermee bestaat
190405 - Warmtestrategie HVC - 18 november 2019
A
er dus de flexibiliteit om allerlei typen bronnen aan te sluiten op een net, zonder dat daar aan de infrastructuur of afgiftekant bij de klant iets hoeft te veranderen. - Onderdeel van de warmtetransitie is het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. In alle modelmatige analyses die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd spelen warmtenetten steevast een centrale rol in het eindbeeld. Enkele miljoenen gebouwen kunnen in de toekomst verwarmd worden door middel van een warmtenet.
Veilige keuze voor warmtenetten van HVC -
-
-
-
-
-
-
38
In veel HVC-gemeenten is een warmtenet onderdeel van de oplossing. HVC heeft een hele goede kennispositie, niet alleen van de aanbod- en infrakant, maar ook van de vraagkant bij de aandeelhouders. Nederland kent een grote diversiteit aan bronnen die beschikbaar zijn voor warmtenetten. HVC is eigenaar van een aantal hiervan en is bezig met het ontwikkelen van aanvullende, nieuwe bronnen. Deze kunnen op korte- en middenlangetermijn een grote CO2-reductie in de gebouwde omgeving kunnen bewerkstelligen. Investeren in en ontwikkelen van warmtenetten vergt een lange adem, dit past bij de bedrijfsfilosofie van HVC, waarbij degelijke rendementen voorgaan op winstmaximali satie. Alle gebouwen moeten van het aardgas af; HVC richt zich niet alleen op het laaghangende fruit, maar ook op de complexere locaties die de gemeenten in staat stellen om de hele gebouwde omgeving te verduurzamen tegen maatschappelijk verantwoorde kosten. Als ‘gemeentelijk bedrijf’ blijven de revenuen van de activiteiten binnen ‘de gemeenschap’ van de aandeelhouders. Hiermee profiteren de bewoners dus rechtstreeks. Het geld verdwijnt niet naar het buitenland of grote multinational. Er is voor HVC veel keuze in het type warmtenet, warmtebron, uitrollocaties, et cetera. Hierdoor is het voor HVC mogelijk om met name op de korte termijn eerst te werken aan die projecten die het meest interessant zijn.
Dit hoeft niet alleen te zitten in hoge financiële rendementen, maar juist ook in het opstarten van de transitie, het leren van nieuwe toepassingen of het verbeteren van de processen die nodig zijn voor de grootschalige uitrol. Warmtenetten zijn niet voor alle locaties en situaties de beste oplossing, maar op veel plaatsen waar HVC op dit moment projecten ontwikkeld bieden warmtenetten goede kansen. De markt voor warmtenetten is snel aan het groeien. Er zijn steeds meer bedrijven en organisaties die toetreden in de markt. Met het gewenste aantal van 80.000 nieuwe warmteaansluitingen per jaar in het Klimaatakkoord, zijn er zeer veel mogelijkheden voor HVC om daarvan een aanzienlijk deel in te vullen. De markt heeft in potentie een groot volume, mogelijk groter dan de huidige en toekomstige marktpartijen aankunnen (zeker op korte termijn).
190405 ■ Warmtestrategie HVC - 18 november 2019
A
Literatuur Berenschot, 2018. Het 'warmtescenario': Beelden van een op warmte gerichte energievoorziening in 2030 en 2050, Utrecht: Berenschot. CBS, 2019. Warmtemonitor 2017, Voorburg: CBS. CE Delft, 2016. Een klimaatneutrale warmtevoorziening voor de gebouwde omgeving ■ update 2016, Delft: CE Delft. CE Delft, 2016. Gastransitie en warmtenetten, Delft: CE Delft. CE Delft, 2016. Ketenemissies warmtelevering, Delft: CE Delft. CE Delft, sd Factsheets warmtetechnieken, Delft: CE Delft. Ecorys, 2016. Evaluatie Warmtewet en toekomstig marktontwerp warmte, Rotterdam: Ecorys. Energie+, 2018. Duurzaamste warmtenet van Nederland in regio Alkmaar. [Online] Available at: https://www.energieplus.nl/duurzaamste-warmtenet-van-nederland-in-regioalkmaar [Geopend november 2019], Gasunie, 2018. Verkenning 2050, Groningen: Gasunie. HVC, 2019. Samenwerken met HVC bij aanleg en exploitatie van lokale warmtenetten (Informatienota 1). Alkmaar: HVC Groep. MinEZK, 2019. Kamerbrief over warmtewet 2.0, Den Haag: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. PBL, 2017. Toekomstbeeld klimaatneutrale warmtenetten in Nederlands, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. PBL, 2019. Klimaat- en Energieverkenning 2019, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. PBL, 2019. Startanalyse Leidraad Transitievisie Warmte. [Online] Available at: https://themasites.pbl.nl/leidraad-warmte/ [Geopend 7 november 2019].
Platform Geothermie; DAGO; Stichting Warmtenetwerk; EBN, 2018. Masterplan Aardwarmte in Nederland: Een brede basis voor een duurzame warmtevoorziening, sl: Platform Geothermie; DAGO; Stichting Warmtenetwerk; EBN. Rijksoverheid, 2019. Klimaatakkoord, Den Haag: Rijksoverheid. RVO, 2019. Warmtemonitor 2017, Utrecht: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Soerland, M. v., 2019. [Interview] (22 oktober 2019). ThermoBello, 2019. Techniek. [Online] Available at: http://www.thermobeUo.nl/techniek [Geopend september 2018].
39
190405 - Warmtestrategie HVC ■ 18 november 2019
A